Een dag uit het leven van Prinses & cO: juni 2015

Het plan was elke maand een dag uit ons leven te beschrijven. Toen ging het even mis (een dipje met moeizaam terugvechten) en daarmee was de ketting even verbroken. Hier pik ik de draad weer op en maak jullie deelgenoot van een dag in juni.


[06u02]
Er is een tijd geweest waarin ik wou dat de dagen snel voorbij gleden, omdat ik ze moeilijk kon verdragen. Ik telde letterlijk de uren en soms zelfs de minuten af tot de jongens sliepen en ik dus ook enigszins legitiem naar bed kon. Intussen betrap ik me er soms op dat ik in bed lig te denken: ‘was het alvast maar morgenvroeg!‘. Zo ben ik gisteren ook ingeslapen. Helaas ben ik geen ochtendmens en ’s ochtends is dat nachtelijk gepopel om aan de dag te beginnen zoek. Babyzoon heeft een permanente plek bij mij in bed versierd. I do not mind. Alleen heeft hij van die vroege vogel-neigingen, en bevind ik me bijgevolg soms plots met een pamperkont op mijn hoofd en word ik geslagen met een boekje. Zo ook vanochtend. Ook goedemorgen deze morgen. Grmbl.

[07u50]
Jaja, het lukt! Sommige dagen zit alles tegen, maar nu gaat het verbazend vlot. Ik vertrek om 8u zoals gepland, zet de mannen af en rijd richting mijn eerste opdracht als zelfstandige in bijberoep. Ik ben al een tijdje bezig met mijn ‘andere’ eerste opdracht, die er meer uit bestaat een proces te begeleiden met een team en materiaal te genereren. Maar vandaag ga ik dus daadwerkelijk een hele dag met een team werken. Van 9 tot 16u. Het gekke is dat ik dat in mijn ‘echte baan’ wekelijks doe, maar het nu toch weer spannend vind omdat het ‘voor mezelf’ is.

[11u22]
Het loopt! Ik heb vier werkvormen voorzien voor de dag, twee in de ochtend, twee in de namiddag. We zitten op schema, het team doet mee, ik heb een persoonlijke klik met iedereen, en ik sta zelf verbaasd over de dynamiek die ontstaan is.

[14u37]
Nog steeds op schema. Er gebeuren interessante dingen. Ik ben in een prettige soort constante concentratie, probeer dingen terug te koppelen, onder woorden te brengen, met elkaar te verbinden en ‘aan te raken’. Zo dankbaar dat dit kan.

[16u30]
De directeur van de organisatie heeft zijn tevredenheid uitgedrukt. De teamleden zijn enthousiast vertrokken. Ik gons van de energie. Ik stap in de auto en ben net op tijd op de school van Kleuterzoon voor die zal sluiten. We halen samen Babyzoon op. Nu beginnen de moeilijke uren. Spitsuur met twee vermoeide kinderen. Koken met ééntje aan mijn been en ééntje doe heel de tijd om aandacht en hulp vraagt. Ik blijf het soms echt heel erg onmogelijk vinden, dat alleen moederen. Het is vaak het meest confronterend als ik moe en hongerig thuis kom na hard werken, met twee vermoeide en hongerige kinderen, en dat ik dan nog eens de koelkast moet open trekken, hopen dat er iets in zit en beginnen koken, terwijl ik iedereen kalm moet houden. Ik weet dat ik me op dat vlak duizend keer beter zou kunnen organiseren, met weekmenu’s en een diepvriezer met gezonde zelfgemaakte maaltijden voor dit soort dagen, maar er zit een grens aan wat ik georganiseerd krijg. En die ligt net voor het stadium weekmenu’s en diepvriesvoorraad op dit moment.

[19u33]
Tranen, tuiten, gedoe, maar ze slapen. Allebei. Die uren met de jongens hebben me veel meer leeg gezogen dan die hele dag met dat team. Het duurde eventjes voor ik dit zelf merkte, kon erkennen en durfde zeggen, in een wereld waarin moeders elkaar nogal eens misprijzend aankijken. Maar nu dus luid en duidelijk: ik vind die chaosuren met een kleuter en peuter helemaal niet zo leuk. Ik vind het hoogst vermoeiend om heel te tijd te interveniëren in hun ruzies, te troosten, aan te moedigen, politievrouw te spelen. Ze worden de hele tijd door  vies, ze eten niet netjes en maken daarbij de hele tafel en meestal standaard de vloer vuil. Kleuterzoon zeurt aan tafel omdat hij niets lust, terwijl Babybroer zijn erwtjes in zijn appelsap gooit. Ze zijn zelden ‘content’, houden niets langer dan een kwartier vol, huilen beurtelings of tegelijk. Ik vind dat uitputtend tot de tiende macht.
Vermoeid raap ik hun kleedjes bij elkaar, vul een machine was. Ik wil mijn timer zetten en de keuken opruimen, maar ergens blijf ik treuzelen en het kost me verdraaid veel moeite om weer in gang te geraken.

[21u22]
Ik. Moet. Yoga. Doen. Ik ben zo leeg, maar ik weet dat het half uurtje waar ik nu zo tegen op kijk, het verschil gaat maken. Daar gaan we, een half uurtje Adriene. Het beste half uurtje van de dag.

[22u00]
Ik weet echt niet hoe het zo werkt met die yoga, maar na een half uurtje yoga voel ik me wat milder ten opzichte van mezelf en de hele wereld, en wat beter. Ik besluit de administratieve dingen die ik vandaag moest doen naar morgen door te schuiven. Eén van de dingen op mijn lijstje is mijn eerste factuur schrijven als zelfstandige in bijberoep, voor de vandaag begeleide studiedag. Het gaat om een bedrag waar ik een week voor moet werken in loondienst. Dat voelt heel raar, maar ik nuanceer het met de volgende gedachten: (1) ik heb de organisatie in kwestie een lagere uurprijs gegeven dan ik officieel heb gekozen én die ongeveer de helft is van wat mijn werkgever voor mij krijgt per uur dat ik voor onze klanten werk; (2) ik heb de prijs per uur voor de voorbereidingstijd nog eens gehalveerd, wat ongebruikelijk is, en ik heb uiteraard dubbel zoveel voorbereidingstijd gedaan dan ik reken en (3) de helft van wat ik verdien gaat naar de belastingen. Dat doet er me ook weer aan denken dat ik dringend mijn aanbod op papier moet zetten, de website moet opbouwen, en aan acquisitie gaan doen. De opdrachten gaan niet uit de lucht blijven vallen.

[22u33]
Ik kus de Kleuter en ga dan naast de Baby liggen die met zijn romig kinderlijfje slapend in mijn bed rondzwerft. Ik lees nog een artikel, bekijk het mannetje nog eens lang, aandachtig, tevreden en in detail, en val in slaap.


Nog meer dagen uit ons leven? Neem hier een kijkje!

Advertenties

Prinses wordt goeroe

namaste

De laatste weken ging het goed. Het leek bij momenten alsof ik het kraantje van de onbeperkte energie had gevonden. Niet dat ik stuiterde ofzo, wel dat ik dingen voor elkaar kreeg (lang niet alles), en weken na elkaar na 23u naar bed kon.

Ik wist dat het niet bleef duren. En zie daar: gisterenavond gebeurde het. Misselijk, het gevoel niet te kunnen ademen, het gevoel niet te kunnen eten, grauw, zwarte vlekken, het hoofd dat na weken creativiteit plots maar wat sputtert, het ijskoud hebben en niet warm kunnen worden.

Het is een behoorlijk ellendig gevoel. Het gevoel dat je kan kotsen van uitputting. Neem dat trouwens maar zeer letterlijk. Soms draait mijn lijf binnenstebuiten van vermoeidheid.

Enkele dagen geleden sprak ik met de Ondeugdelijke Man. De Ondeugdelijke Man en ik zien elkaar bij hoge uitzondering. Hij zit in een turbulente periode, nog turbulenter dan mijn voorbije jaar was. Hij heeft de neiging de dingen in zijn leven nogal groots aan te pakken, vandaar.

‘Ondeugdelijke Man,’ sprak ik. ‘Stop met je te verzetten tegen wat is. Stop met vechten. Ga zitten, open je handen. Laat vervliegen wat je niet dient, wat overbodig is, waarmee je jezelf geweld aandoet. Wat in de plaats zal komen, is een onmetelijke ruimte. Goeds dat op je af gekatapulteerd wordt zonder dat je er wat voor moet doen. Wees niet bang, gebruik deze crisis om vrij te worden. Laat los. Ik weet niet wat je los moet laten, maar je weet het zelf wel. Is het bezit? Is het verlangen? Zijn het banden? Zijn het opvattingen? Is het je ego? … ‘ *

(* Hij keek me niet aan alsof ik gek geworden was. Ik merkte dat hij op een kantelpunt staat en dat ook aanvoelt. Loslaten en vrij worden, of vast klemmen en een hartaanval krijgen binnen dit en een half jaar.)

Ik leek wel een goeroe. En ik meende het verdorie nog ook, elk woord. Het kon me overigens ook verbazend weinig schelen of het nog eens wat wordt tussen de Ondeugdelijk en mezelf, dat was absolute bijzaak. We spraken met elkaar van ziel tot ziel, en de rest zal het leven wel uitwijzen. Als hij richting hartaanval evolueert, wordt het trouwens niets.

Vroeger zou ik gevonden hebben dat het punt waarop je kan kotsen van uitputting een terug-naar-af-moment is.

Vandaag weet ik dat het niets verandert aan de wonderlijke periode waar ik in zit. De nacht die ik met mijn jongens in een huis in het bos doorbracht, terwijl het buiten onweerde. De ontmoeting met een man die stervende is. Het meermaals in de auto stappen om zes uur ’s ochtends in verschillende steden, na nachten bij vrienden, en zo dicht bij het leven staan, samen vallen met het leven als het ware. Zien dat de vogels om zes uur de straten bevolken, en rustig op pad gaan. Voor koffie naar Zeeland rijden en daar een inkijkje krijgen in een leven van een gul en warm mens. … En zo onbevattelijk veel meer.

Ik denk dat het begonnen is in de yogales, die ik met babysitsponsering kon doen. Hoewel ik me er uit alle macht tegen verzette, voelde ik me enkele minuten lang totaal mild ten opzichte van Dirk, en het leven. Toen zijn de dingen weer beginnen stromen. Misschien heb ik daar mijn ego achtergelaten. Dat ego dat altijd wat staat te vinden en denken en willen. Misschien heb ik daar mijn handen geopend, om te laten vervliegen wat me niet dient, en te beginnen ontvangen wat het leven in petto heeft. En dat is elke dag meer dan ik kan bevatten.

Toen kwam Adriene. Ik probeer me te houden aan mijn dagelijkse afspraken met haar, wat lang niet altijd lukt. Ze moedigt me aan door yoga-oefeningen mijn hart te openen, letterlijk. Ik open de zone van mijn hart, door de houdingen en bewegingen. Zo blijft het stromen.

Vandaag kan ik wel kotsen van uitputting. Maar ik sla niet tilt waardoor ik emotioneel zou crashen. Ik zorg voor mezelf als voor mijn babies destijds. Rust, goed eten, mildheid. En yoga met Adriene (dat heb ik mijn babies nooit laten doen, wees gerust).

Advies, zo mocht ik het voorbije jaar ervaren, is goed bedoeld waardeloos.

Maar als goeroe toch even dit aan de mens in crisis. Als het leven je harde klappen uit deelt, ben je geneigd in verzet te gaan. Dat heb ik een jaar lang gedaan: geschopt, gevochten, getreurd. Eigenlijk moet je zorgen dat het leven weer kan gaan stromen. Drie essentials die voor mij het verschil maakten:

1. Doe aan yoga. Elke dag, liefst.
2. Lees ‘Waar je bang voor bent’ van Pema Chödrön. Je snapt er niets van in het begin, maar lees het, houd het bij, lees het opnieuw. Op een gegeven moment snap je alles.
3. Weet dat je het zelf weet. Schakel je ego uit, dan kom je bij dat diepste weten.

Prinsessenjurk

Eén keer per jaar mag het. Als er korting is, als het vakantiegeld gestort is, als ik me niet meer kan bedwingen.

Meestal, als ik in een webwinkel iets bestel, denk ik: had ik het maar gewoon ergens gekocht waar ik het kon passen. (Dan had ik het dus niet gekocht, wegens een te zwangere look, het model dat toch niet getailleerd genoeg is of de kleur die me niet staat.)

Als dat ene bijzondere pakje toekomt, denk ik: ooooh, waarom heb ik me dit niet eerder gegund?

En ook: zou ik er nog één kopen?

(Plechtig: ) Mijn jaarlijks pleziertje shop ik op House of dots.

Wat ik er zo fijn aan vind? Dat ik er nooit zwanger uit zie in een House of Dots-jurk. Dat je voelt dat het kwaliteit is, en met liefde gemaakt. Het popelen als de nieuwe collectie gaat komen (er komen er twee per jaar). De stijl. De leuke slogan: voor dat vintage gevoel in een nieuw jurkje. Het prinsessengevoel. De complimentjes. Het uitpakken van een jurk, die in een pakje in mooi vloeipapier zit en altijd met een persoonlijk kaartje opgestuurd wordt. Het zorg dragen voor de jurken: met liefde en aandacht wassen en strijken. Het feit dat ze mooi blijven, omdat ik er zuinig op ben, en omdat het goede stoffen zijn. De onderrok. Kant. En de dots.

Mijn laatste aanwinst is de Peggy Blue, met korting. Ik draag ze nog lang en gelukkig!

De Peggy Blue! Foto van de website van House of Dots. Het model ben ik dus jammer genoeg niet.

De Peggy Blue! Foto van de website van House of Dots. Het model ben ik dus jammer genoeg niet.

P.s. Dit blogje is volledig op eigen initiatief geschreven. Ik maak geen reclame op mijn blog (heb er ook nog nooit een vraag toe gekregen, weet dus niet of ik het zou overwegen.) Ik schrijf soms wel over dingen/producten waar ik blij van word, zoals hier. En hier.

Dat er mensen zijn met plek aan tafel

genade

Dat er mensen zijn die plek hebben aan hun tafel en een bedje in hun huis, voor kinderen die niet hun kinderen zijn.

Dat er mensen zijn die een avond met je doorbrengen, je ontvangen in hun huis, je een paar grote inzichten cadeau doen, en ’s ochtends om kwart na zes opstaan om koffie voor je te maken voor on the road.

Dat er mensen zijn die je uitnodigen voor een weekend aan zee, met je kinderen. Die allerlei snoepgroenten gekocht hebben en zelf frietjes bakken. Die geduld blijven opbrengen als elk gesprek mislukt omdat de kinderen aandacht opeisen. Die je vakantie aanbieden in hun zeehuis, zomaar.

Dat er mensen zijn die zich in het zweet werken om van je wildernis een tuin te maken.

Dat er mensen zijn die je vragen of je al gegeten hebt, en je vervolgens een bord pasta uitscheppen. Met liefde. En kaas.

Dat is genade. Iets krijgen dat je niet verdiend hebt en waarvoor niets in de plaats verwacht wordt.

Intussen heb ik een lijstje van mensen om te bedanken. Het lijstje wordt elke dag langer.

En net in confrontatie met die genade, realiseer ik me dat ik zo propvol zit met mezelf en mijn leven. Er lijkt zo weinig lucht en ruimte om een bordje bij te zetten voor het kind van een ander, om een avond lang mensen te voeden met zelf gemaakt voedsel en gesprek, om geduld te blijven opbrengen, om whatever.

Ik heb mezelf lang een partner toegewenst, een nieuw kind, een leven dat weer wat spoorde, geld op mijn rekening, rust, slaap, wat voorspoed. Vandaag wens ik mezelf alleen maar toe dat ik op een dag een genade kan zijn voor anderen.

Prinses heeft een nieuwe baan & deelt zes observaties

Het heeft wat voeten in de aarde gehad, maar ik heb een nieuwe baan. Ik was vreselijk zenuwachtig voor de start, maar het is best leuk. Zes observaties, so far!

1. Kantoorartikelenfestisj. Op mijn eerste werkdag, mocht ik in de kast met kantoorartikelen kijken. Ik weet niet of jullie ook als kind als secretaresse en schooljuf speelden, en dat een essentieel onderdeel van dat spel het beheren van kantoormateriaal was, maar ik deed dat dus hele dagen. Op mijn vorige baan waren er ongeveer tien verschillende plekken waar je wat kon gaan rommelen tot je had wat je nodig had, of tenminste iets wat er op leek. Hier kreeg ik zicht in een kast met ongelooflijk veel gelabelde laatjes, waarin heel netjes allerlei soorten spullen zaten. Daarnaast stond een kast met soorten mapjes. Ik voelde me een kind in de snoepwinkel. Dat de snoepwinkel beheerd wordt door een office manager die de snoepwinkel op slot doet, maakt het natuurlijk extra aanlokkelijk. Dat brengt me bij punt 2.

2. Office managers. Er zijn vijf office managers, en ik weet nog niet goed wat ik aan wie kan/mag vragen. Ze zijn allemaal absurd vriendelijk en voelen zich niet beledigd als je een taak wil doorgeven. Sommige dingen die ik vroeger allemaal zelf moest doen (offertes, factureren, …), mag ik nu niet meer zelf doen (o, wat een boost voor mijn productiviteit!). Stiekem heb ik het gevoel dat het dankzij die office managers is dat de organisatie draait. Echt. Wij zijn er maar gewoon zodat zij mensen hebben om taakjes voor te doen.

3. Moeders. Naast office managers bij de vleet, zijn er op mijn nieuwe werk ook moeders tewerk gesteld. Moeders, ja. Er wordt samen gegeten ’s middags, en om het allemaal wat huiselijk te maken dekken de moeders de tafels en voorzien ze ons van broodmandjes, slaatjes, … Het zoet beleg wordt niet op tafel gezet, dat moet je bij de moeders nemen. Ze houden vast een score bij en verwittigen ons misschien als we naar tandarts of diëtiste moeten na te veel choco of honing of hagelslag. Ik ervaar alleszins een gepaste schroom om op het einde van de maaltijd nog even een zoet boterhammetje te maken.
Ik vind het heel fijn, een baan met moeders. De tweede dag was ik door mijn persoonlijke desorganisatie wat later aan tafel, maar toen werd ik al opgevorderd door één van de moeders die speciaal vegetarisch broodbeleg had gemaakt en me kwam zoeken. Moeders, ik zei het je.

4. Empty desk policy. Op mijn nieuwe baan hanteren ze een soortement empty desk policy. Geen foto’s van mijn kinderen dus, tenzij ik daar een mobiele versie van maak (strak plan, de moeders willen mijn kinderen vast ook zien, daarmee kan ik ze dan afleiden om de choco te pakken te krijgen). Eerst vond ik het wat raar, maar eigenlijk past het heel goed bij Getting things done en persoonlijke organisatie. Je hebt enkel een dossier op je bureau waarmee je bezig bent, en daarna ruim je op voor je je volledige aandacht aan iets anders besteedt. Voor mij werkt het zo goed dat ik mijn thuiswerkplek leeg gegooid heb om onmiddellijk ook empty desk policy te voeren met mezelf, en dat geeft belachelijk veel rust. Ik zit hier nu werkelijk als een autist, met een inbakje vol taakjes, een groot white board om mijn strategieën uit te denken, een leeg bureau en mijn fluostiften en pennen van groot naar klein geschikt. Dat laatste was een grapje. En nee, het is niet mijn bedoeling mensen met autisme te beledigen. Ik heb er in mijn naaste vriendenkring, alle respect.

5. Fris! Pas als je ergens fris start, zie je plots dat je wat vast zat in het werk wat je deed of op de plek waar je werkte. Doordat alles plots nieuw is, zijn ook meteen alle patronen doorbroken. Dingen die vroeger normaal waren, zijn nu plots toch wel wat raar. Dat maakt een hoop nieuwe energie vrij. Ik merk dat ik in mijn oude baan veel moeite had mij te concentreren, nog stappen te zetten en heel efficiënt te zijn, terwijl ik in de nieuwe baan nu plots mijn projecten heel afgebakend en fris kan aanvatten. Hard werken, maar dat vind ik lekker.

6. Leasje. Het lijkt alsof Sinterklaas geweest is, met een slimme telefoon, een nieuwe pc en een auto met tankkaart. Die auto is niet groot of spectaculair, maar natuurlijk wel ongelooflijk handig omdat daarmee de kosten die ik aan mijn vorige auto spendeerde, ook wel stoppen. Ik hoef niet meer bang te zijn voor het grote onderhoud, want dat betaal ik niet meer zelf. Stiekem vind ik de nieuwe auto, Leasje genaamd, ook wel een mietje. Of een seut. Ze trilt als ik in foute versnelling sta en in plaats van lekker te ronken, zoemt ze een beetje (ik vergeet soms dat ze aan staat). Als ik iets fout doe, valt ze beledigd stil en ze heeft zo’n irritant shift-lichtje dat ik probeer te negeren. Ik zal zelf wel beslissen wanneer ik schakel, dame.
Door Leasje besef ik eens te meer dat mijn eerste auto (een oude, lelijke, gedeukte bak) en ik zeer goed op elkaar afgestemd waren. Wij waren één. De auto en ik voelden elkaar aan, hij gromde lekker, ik kon gerust een stukske met de handrem op rijden of vijftig kilometer in de foute versnelling. We hebben verdorie 20 000 km gedaan samen op een half jaartje tijd! Bovendien paste zo’n lelijke bak die overal de aandacht (en meewarige blikken) trok, ook prima bij mij. Leasje is eerder zo’n dertien-in-een-dozijntje, geen karakter. Maar ik ben blij, en dankbaar. En ik hang een fotootje van mijn eerste auto boven mijn bed.

Goed gestart dus. Als ik er nu in slaag de namen van mijn nieuwe collega’s te onthouden, Leasje niet in de prak rijd en op tijd aan tafel zit bij de moeders, komt het helemaal goed.

Klein hartje

self pity

Ondanks het feit dat er wonderlijke dingen gebeuren, dat ik inzie dat onze relatie niet deugde, dat het steeds beter gaat, op die verschrikkelijke uitputting na.

Ondanks het feit dat ik het steeds leuker heb met de jongens, dat ik steeds minder lijd onder het feit dat ik zo weinig tijd, ruimte en energie voor mezelf over houd, en dat ik Dirk onder geen beding terug in huis zou nemen.

Ondanks dat is het soms verdomd eenzaam. En denk ik dan: ‘Dirk, jongen, waarom kon het niet gewoon ‘waar’ zijn? Waarom kon je er niet gewoon wat van maken, met ons?

Dan denk ik er over na om hem op te bellen, en hem te vragen of hij ooit echt van me gehouden heeft. Ik bel niet, want ik ken het antwoord. En dat is diffuser dan ja of nee.

Het regent buiten. Ik start een nieuwe baan. Mijn buik doet pijn. Ik vind het onnozel, maar het voelt als een eerste schooldag. Een nieuwe start betekent ook dat ik net iets heb afgerond. Het doet pijn om daar over na te denken en ik ben niet in staat geweest echt afscheid te nemen. Dat kan ik zelden. Op zo’n momenten met buikpijn heb ik een klein hartje. En zit ik te snakken naar een warme schoot op mijn hoofd even te ruste te leggen.

Ik ben blij dat ik geen andere keuze heb gehad dan sterk zijn, de laatste tijd. En dat ik zo sterk mogelijk heb leren zijn. Maar soms, soms, zou ik willen dat het even niet hoefde. Dan zit ik op de bank, eet ik chips, godbetert, en realiseer ik me dat de wasmachine vanzelf niet leeg geraakt. Waarna ik me voortsleep, doe wat er moet gebeuren, en mezelf de grootste zielepoot van de wereld vind.

Morgen beter. Dat weet ik intussen dan ook wel weer.

Prinses brengt een laatste eerbetoon aan een liefde die was

Toen ik de gps instelde, had ik geen idee wat het met me zou doen.

Enkele weken geleden had ik plek bezocht waar Dirk en ik af en toe samen kwamen. Een plek in de natuur, een plek van betekenis, een plek van pril verliefd gevoel. Ik was er op automatische piloot naar toe gereden. Eenmaal daar wist ik niet goed wat ik moest. Ik stapte uit, ik tuurde wat over het water. Ik stapte weer in de auto, ik reed weg. Het was als het bezoeken van een graf. Een klein laatste eerbetoon aan een liefde die was, een tijd die was.

Vandaag brachten mijn opdrachten me rakelings langs zijn vroegere huis. Een plek waar ik hem vaak opzocht, een huis dat barst van de herinneringen. Ik nam de afslag op de snelweg. Het was jaren geleden dat ik daar was geweest. De herkenning van de namen van de straten in de buurt, was vreemd. Ik parkeerde voor het huis, en keek naar het raam waar achter zijn slaapkamer destijds lag. Het raam waarbij we vaak zaten als we aten. De tuin waar hij vuur stookte, we goedkope wijn dronken, en waar hij zijn kip had begraven*.

Ik stond, ik keek. Er waren herinneringen die opkwamen als vergeelde foto’s. Foto’s waarop ik mezelf-van-toen zag samen met hem.

Ik bedacht dat het goed zou zijn een soort ritueel te doen. Een kleine rituele handeling. Er kwam niets in me op. Alles wat ik had kunnen doen leek zo grotesk.

Ik nam enkele foto’s. Ik dacht dat wat we toen en daar met elkaar hadden, misschien het hoogst haalbare was voor hem. Dat ik dacht dat het nog maar het begin was, terwijl dat het eigenlijk was.

Even was het alsof twee tijdsvakken over elkaar schoven. Alsof ik tegelijkertijd daar binnen was met hem, zittend op zijn aanrecht terwijl hij aan het koken was. Ik keek naar hem, en at olijfjes. We praatten, maar ik kon niet horen wat we zeiden. En tegelijkertijd stond ik op straat en keek ik naar het huis waarin  we waren. Het was alsof ik binnen kon lopen en mezelf-van-vroeger kon opzoeken.

Maar dat deed ik niet. Ik stapte terug in de auto, en reed naar huis.

In de auto luisterde ik naar Eels. Ik dacht of voelde niets.

* Dat van die kip herinner ik me heel goed omdat die gestorven bleek na een ruzie die Dirk en ik hadden. Hoewel ik straalverliefd op hem was, had ik een vaag onbehaaglijke gedachte dat hij die kip iets aangedaan had. Ik heb die gedachte nooit kunnen loslaten. Het lijkt alsof ik onbewust daarvoor een aanwijzing heb opgepikt, waar ik de vinger maar niet op kan leggen.

Drie dingen die ik graag geleerd had

Laatst zat mijn dagelijkse sessie met mijn goede vriendin Adriene er weer op, en plots dacht ik aan het middelbaar. De eindeloze balsporten, pieptesten, aerobics waarbij ik me oneindig belachelijk voelde. Als het enigszins kon, drukte ik me, bewoog ik me subtiel richting laatste rij, of deed ik alsof ik hard mee deed maar rende ik altijd weg van de bal in plaats van er naar toe. Ik bedacht hoe fijn het was geweest als we yoga hadden gehad, af en toe een keer, in de turnles. Dat bracht me op een lijstje van dingen die ik graag geleerd had, ergens in mijn onderwijsloopbaan of in het leven tout court.

1. Plannen en organiseren

Er werd uiteraard gewerkt met een agenda, huistaken, toetsen, examens. Maar expliciet aandacht besteden aan persoonlijke organisatie en planning, gebeurde niet in mijn lagere school, het middelbaar of het hoger onderwijs. Voor mij is dat nog steeds een behoorlijke struggle. Ik gebruik meestal Getting Things Done, wat ik jammer genoeg wel eens laat verwateren. Maar een geest als water, zoals de GTD-goeroe als ideaal voorop stelt, krijg ik maar niet. Ik bedenk trouwens vaak dat de moeilijkheid zit in de combinatie van verschillende taakvelden (huishouden, werk, kinderen, …) en het verlies van productiviteit omdat ik overdag met de kinderen nooit ergens toe kom (ook niet tot huishoudtaken).

2. Out of te box bestaan

Ik herinner me precies alleen maar leerkrachten die netjes getrouwd waren en twee of drie kinderen hadden, en die in de klas vol geestdrift konden vertellen over het huis stofzuigen. Ik herinner me van alle klassen waar ik in gezeten heb alleen maar kinderen met getrouwde ouders, wondend in grote huizen en rijdend met grote auto’s. Als er iets pijnlijks was, de dood van een leerling, slechte resultaten, whatever, werd daar ofwel afgebakend over gepraat, ofwel niet.

Vandaag lees ik nog eens in ‘Als je wereld instort’ van Pema Chödrön. Erg bijzonder om het boek dat een jaar geleden bijna chinees was voor me, nu terug te lezen en te herkennen. Dat je je niet moet verzetten tegen pijn, dat je in je pijn kan gaan staan. Dat het transformatie inluidt: ‘Chaos moet worden opgevat als buitengewoon goed nieuws.’

Vandaag ontmoet ik mensen, en nog voor ik de vinger kan leggen op de geheelde of soms nog bloedende wonde, weet ik dat het mensen zijn met een verhaal. De laatste tijd had ik gesprekken met onbekenden over burn-out, over leven met ongeneeslijke kanker, over leven met een chronische ziekte. Het zijn mensen bij wie ik een soort berusting ervaar, want ze zijn door het vuur gegaan. Ze hebben hun grootste angst in ogen gekeken, ze hebben op de bodem van hun bestaan gezeten.

Een relatiebreuk lijkt zoiets oppervlakkigs. Laatst stond er in de krant een artikel over liefdesverdriet. Het lijkt iets onnozels, puberaals. Maar wat ik ervaren heb, is dat heel de grond van onder mijn voeten weg getrokken werd. De basis van mijn bestaan implodeerde. Mijn gezin lag in frut. Mijn kinderen waren overstuur. Ik was in de steek gelaten. Ik verlangde naar iemand die niet meer bij me wou zijn. Ik moest het werk van twee mensen plots alleen doen. Ik moest oplossingen zoeken voor dingen die niet op te lossen leken. Het voorbije jaar was een ongenadig k**jaar (cfr. het dagboek van Connie Palmen).

Het was makkelijker geweest als ik in mijn leven in contact geweest was met één-oudergezinnen, niet-perfecte plaatjes, echte verhalen van mensen met verdriet of in crisis. Dan had ik begrepen dat dat bij het leven hoort. Of misschien zelfs het leven  is. Opbouwen, ook al weet je dat je nergens zeker van kan zijn en dat alles kan instorten. Toch waarde toekennen, hechten, zorg dragen. En als de pijn komt, daar doorheen gaan in de rust dat pijn niet onwenselijk is, in het vertrouwen dat het iets brengt. Het gaat niet over, je transformeert, de pijn zit dan ergens in de bouwstenen van je nieuwe zelf. En er is echt dat punt waarop je weet dat het goed is zo.

3. Jezelf mogen zijn

Ik heb me altijd voelen tekort schieten, ik leef al altijd met een soort schaamte voor wie ik ben en wat ik doe. Ik paste niet zo goed binnen de onderwijssystemen. Nu denk ik dat dat komt omdat ik HSP ‘ben’. Ik voelde me altijd anders, en ik voelde het altijd aan alsof dat niet geapprecieerd werd. Ik had moeite met plannen en organiseren, dus voelde ik me op een gegeven moment ook een soort kluns die nooit ‘in orde’ was.

Eén leraar herinner ik me, en ik zou die man heel graag ooit nog eens laten weten wat de kans die hij me gaf, voor me betekende. Ik had mijn toets geschiedenis niet geblokt, hoewel ik het wel van plan was. Ik had het gewoon niet voor elkaar gekregen. Ik had dat stamelend gezegd, en in plaats van de standaard zucht, kreeg ik een nieuwe kans, twee dagen later. Zonder verwijten, gewoon met mildheid. Ik besefte dat ik het niet verdiend had die kans te krijgen, en heb daarna altijd mijn best gedaan voor de leraar in kwestie. Dat iemand niet over mij dacht als een kluns niet niet in orde was, maar als iemand die gewoon een nieuwe kans verdiende, schepte zo veel ruimte.

Aan de universiteit leefde ik op. Na mijn eerste examen heb ik verbaasd en zwaar teleurgesteld aan de prof gevraagd of dat nu écht alles was. Ik kende de leerstof van voor naar achter en terug, maal tien. Uiteraard had ik het moeilijker met bepaalde vakken, maar meestal was ik over-voorbereid, in plaats van onder-voorbereid. Zo hopeloos was ik dan blijkbaar toch niet.

Nu drijf ik een beetje af van het topic, maar het hele sfeertje in het onderwijs dat ik genoten heb, was dat van een bepaalde norm. En dat je daar aan moest voldoen. Ik hoorde, merkte, leerde nergens dat ik oké was, dat ik kon leren van de dingen die ik nog niet kon of van de moeilijkheden die ik had, dat ik kon veranderen en daar hulp bij kon zoeken als ik dat wou. Dat ik goed voor mezelf mocht zorgen. Dat ik zelf keuzes mocht maken die goed waren voor mij, in plaats van mee te marcheren in de ‘juiste’ richting. Dat ‘anders’ goed en mooi kan zijn. Dat je jezelf mag worden, in plaats van te proberen erbij te horen.

Wat zouden jullie graag meegekregen hebben in het leven, van thuis, of in het onderwijs? 

Wij en zij

Het zijn zachte zeteltjes en ik heb een perfect zicht op het hoofdpodium. In mijn tas zit de voorbereiding voor de presentatie die ik straks ga geven, met op een stickje mijn powerpoint. Ik heb hoge hakken aan, een jurk. Ik kijk rond, zie veel gezichten, waaronder enkele bekenden.

Op het podium worden discussies gevoerd, over onderwijs. Verschillende thema’s komen aan bod. Op een gegeven moment wordt er iemand geïnterviewd over armoede. Hij is leraar op een school, en vertelt over de lege broodtrommeltjes en kinderen die zonder ontbijt naar school zijn gekomen.

Een aantal grote heren uit het onderwijs mogen hun zegje doen. ‘Nee,’ zeggen ze. Daar zijn ze nog niet rechtstreeks mee geconfronteerd geweest. De problematiek is hen vreemd, maar uiteraard hebben ze een verantwoordelijkheid om te handelen als ze hiervan tekenen zouden zien in de contexten waarvoor zij verantwoordelijkheid dragen.

Ik heb kippenvel, want sinds ik zelf moeder ben kan ik de gedachten niet meer verdragen. Aan kinderen die met honger naar school gaan. Aan moeders, die hun kinderen geen boterham kunnen geven.

De geïnterviewde leraar vervolgt. Hij vertelt een verhaal, het is een anekdote, over een ouder die geen hoorapparaatje kon betalen voor haar kind, ook al was de school bereid een deel van de kosten mee te dragen. Het resultaat was dat het kind niet kon volgen op school, omdat hij niets hoorde.

De gespreksleider briest.Dit gaat om enkele honderden euro’s, mensen!‘.

Ik slik. Mijn kinderen gaan niet met honger naar school. Maar enkele honderden euro’s ophoesten als ze plots iets als een brilletje of een hoorapparaatje nodig zouden hebben? Dat zou moeilijk zijn. Ik denk aan het bedrag dat er nog op mijn rekening staat op dat moment. Ik kan er geen hoorapparaatje meer mee kopen.

De laatste maanden heb ik twee keer bij vrienden moeten lenen. Omdat onverwachte kosten aan de auto zorgden dat ik de maand niet meer rond kwam. Toen mijn vakantiegeld kwam, heb ik daarmee de geleende bedragen terug betaald, en achterstallige rekeningen betaald. Er was niets meer over om opzij te zetten.

Dit is geen verhaal over hoe zielig ik ben. Ik red het, uiteindelijk, eventueel met wat hulp van vrienden. Ondanks energieproblemen heb ik een bijberoep genomen en hoop ik daarmee financieel wat sterker te komen staan. Echt rijk zal ik er niet van worden, maar elke euro die ik ermee verdien is ‘extra’.

Het is wel een verhaal over ‘wij-en-zij’-denken. Die mooie zaal, de pluchen zetels, de jurk, de presentatie in mijn tas. Ik leek bij ‘wij’ te horen. Dat dacht ik zelf, dat dachten alle mensen wiens hand ik schudde die dag. Maar waarschijnlijk sta ik dichter bij ‘zij’ dan bij ‘wij’. En dat is even slikken.

En even om me heen kijkend, naar het slagveld van de gebroken gezinnen, denk ik dat ik niet alleen ben. Toch?