Om met twee te zijn moet je eerst gelukkig zijn met jezelf

In de nasleep van de Ondeugdelijk Man, heb ik het weer een paar keer gehoord. Mensen kijken je diep in de ogen, leggen eventueel een hand op je schouder en zeggen dan: ‘Weet je wat, om met twee te kunnen zijn moet je eerst gelukkig zijn met jezelf!‘.

Ik denk daar dan over na. Bij deze wat gedachten.

-1- Geluk is niet statisch

Bij momenten ben ik diep intens gelukkig en bij momenten ben ik ook diep intens ongelukkig. Niets in mijn leven is vlak. Dat was het ook niet toen Dirk er was en er eveneens periodes van geluk en ongeluk waren. Geluk is dynamisch.

Wat wel zo is, is dat ik geen partner nodig heb om gelukkig te zijn. Ik zit hier niet smachtend te wachten tot er eens iemand langs komt die me gelukkig zal maken. Dan zou ik wel meer moeite doen en bv datingsites frequenteren. Ik laat mijn geluk dus niet afhangen van een eventuele partner, maar ik zou wel heel graag een fijne relatie hebben.

-2- Ik red het al anderhalf jaar alleen

Ik geef toe dat ik soms een heel klein beetje chagrijnig word als iemand me zegt dat ik het eerst alleen moet zien te redden, alvorens ik weer samen kan zijn met iemand. Nou, ik red het al anderhalf jaar alleen. Dat is: kinderen opvoeden, het huishouden, werken, de rekeningen betalen, … Er is (incidentele en structurele) hulp waarvoor ik zeer dankbaar ben. Daardoor red ik het (net): door bv de kleedjes die ik krijg voor de kinderen of voor mezelf, door die buurvrouw die een keer eten komt brengen als ik er doorheen zit, door die vriendin waar ik de kinderen eens een nachtje naar toe breng, door het opvanggezin waardoor ik werk en gezin kan combineren, … Maar echt de zorg delen en ook even kunnen rusten bij iemand die het even van me overneemt? Nee, dat ken ik niet.

-3-  De lat mag lager

Laatst was ik aan het bedenken waar ik mezelf nog in moet bijspijkeren om ‘recht’ te hebben op nieuw geluk. Welke grote tekorten in mezelf ik nog moet oplossen en die mogelijk in de weg staan voor een nieuwe relatie. Een tekort van me is zelfzorg. Ik ben wat chaotisch en maak er dan soms een zootje van met mezelf en mijn behoeftes (right now zijn mijn schouders beton, branden mijn ogen, heb ik maagzuur van tankstationkoffie en zoets en heb ik keelpijn van vermoeidheid). Ik herinnerde me dat Dirk daar goed in was: in mijn zelfzorg. Met name in de good times. Hij kon me zover krijgen dat ik op de bank ging zitten, een kopje thee dronk dat hij me bracht, mijn voeten liet masseren en prompt in slaap viel. (Hm, zou hij terug willen komen?) Hij stopte eten en fruit in mijn tas voor op het werk. Hij kookte voor me. Hij nam me mee voor wandelingetjes en had dan een thermos gemberthee met honing in zijn rugzak. Hij hield die stramme spieren van me warm in bed met zijn warme lijf.

Nou ja, genoeg over Dirk. Ik had dus bedacht dat mijn volgende uitdaging zelfzorg was, en stond al helemaal in competitiestand om ook dat domein te veroveren. En toen dacht ik: moet ik echt alles kunnen? Moet ik nu echt niemand nodig hebben vooraleer ik bij iemand mag zijn? Moet de lat echt zo hoog?

-4- Samen is voor mij moeilijker dan alleen

Hoewel ik wat serviel word van de aanwezigheid van het type echte man, vind ik het heel erg moeilijk om bij iemand te zijn en iemand toe te laten bij mij te zijn. Om me over te geven aan het samen leven met iemand, om de controle te lossen, om de andere toe te laten in mijn leven hoe spannend dat ook is. Om mijn autonomie op te geven. Daar ligt voor mij een enorme uitdaging – daar liepen Dirk en ik ook best vaak tegenaan. Het alleen zijn nu en het alles alleen beredderen, geeft dat ik nog moeilijker toegankelijker word, dat ik nog moeilijker te benaderen ben, nog moeilijker iemand kan toelaten. Liever alleen want dat is veilig en onder controle, zoiets.

-5- Behoeftebevrediging versus groeien aan elkaar

Ik wil geen partner omdat ik iemand wil die me een theetje brengt, mijn voeten masseert en me toedekt als ik dan in slaap val. (Hm, alhoewel?) Een partner is geen instrument om mijn behoeftes te bevredigen en om de helft van de huur te betalen en om het af en toe eens over te nemen als ik kapot ben. (Hm, alhoewel?) Bij de Ondeugdelijke Man was er een moment waarop hij me zei: ‘Hee, jij, kom eens uit je hoofd’. Toen wist ik dat hij me doorhad, of toch iets van mij. Ik zag bij hem dingen die voor hem blinde vlekken waren en die hem ongelukkig maakten. Even heb ik gedacht dat we aan elkaar konden groeien. Dat de aanwezigheid van de andere iets in ons zou wakker maken waardoor we beiden beter zouden worden. Het mocht niet zijn, en misschien werkt het ook helemaal zo niet in relaties. Misschien zijn relaties wel gewoon constructen van verdeelde taken en wederzijdse behoeftebevrediging. Maar stiekem, stiekem hoop ik dat het bestaat: dat ik mag groeien met iemand en iemand met mij. En dan natuurlijk ook: babies, vuilniszakken buiten zetten en kopjes thee op de bank. En voetmassages, vooral dat.


Telkens als iemand me zegt dat je eerst gelukkig moet zijn alleen, voor je gelukkig kan zijn samen, heb ik even het gevoel alsof samen de toestand voor gevorderden is, en alleen de toestand van de onvolmaakten(*). Terwijl ik het net omgekeerd ervaar: alleen is alles zo veel moeilijker dan samen, en ik heb me behoorlijk moeten bekwamen in vanalles en nog wat om het alleen te kunnen redden. Het is natuurlijk ook weer enorm vicieus: alleen zijn maakt dat ik in een soort struggle zit, en dat ik in een soort struggle zit, zorgt ervoor dat er weinig kans is dat ik nu een leuke relatie kan starten op een relaxte wijze.

Tot slot: ik vind samen ook veel natuurlijker dan alleen. Ik blijf naïef geloven dat wij aan elkaar gegeven kunnen zijn, in dit leven. Daar hou ik zelfs koppig aan vast.

(*) Nuance: ik zie bij anderen en mezelf ook dat er momenten zijn in je leven dat er geen ‘ruimte’ is voor een relatie, omdat je zelf te hard bezig bent met bijvoorbeeld iets te verwerken of je plek te vinden of duidelijkheid over iets te krijgen. Bij anderen durf ik dus zeker ook wel zien dat hij of zij niet klaar is voor een relatie, en ook bij mezelf herken ik dat vaak. Op dit moment denk ik ook dat er in mijn leven zeer weinig ruimte is voor iemand anders, hoewel die ruimte snel gecreëerd werd toen ik verliefd werd op de Ondeugdelijke(**).

(**) Na een weekje hardnekkig verdriet, denk ik nu zelden nog aan de Ondeugdelijke. Hij is me eerlijkgezegd nogal tegengevallen tijdens onze laatste ontmoeting. Alsof zijn masker af ging. Wat er achter zat, hoef ik niet zo nodig. Die man heeft zelf nog wat boontjes te doppen.

Advertenties

Ode

O, zonen. Wat zijn jullie prachtig.

De dag waarop we naar de zelfpluktuin gingen. Grote broer, je rende er vandoor met tomeloos veel energie, vastbesloten voor mij de mooiste pompoen te halen die je vinden kon. En kleine broer, je besloot je bang op te stellen en aan mijn rok te gaan hangen, waardoor ik innig diep kon genieten van jouw kleine hoofdje op mijn schouder terwijl ik je door de velden droeg op zoek naar spruiten en kolen.

De ochtend waarop jullie fris gewassen met z’n tweetjes piemelnaakt gingen springen in het grote bed. Die twee lieve lijfjes vol energie. In plaats van kwaad te worden, besloot ik gewoon mee te gaan doen en hadden we kriebelsessies all over en buikpijn van het lachen.

De keren dat ik wel kwaad word op jullie, jullie elkaar aankijken en het dan uitproesten van het lachen.

Het gegeven dat er stilaan wat meer ruimte ontstaat. Jullie kunnen wel eens even alleen blijven terwijl ik boven iets haal, of in de keuken iets doe.

Jullie onvoorwaardelijk broederschap.

Vaak, mannen, vind ik het niet zo makkelijk. Zo alleen met jullie. Maar jullie hebben het vast ook niet makkelijk, zo alleen met mij. Vooral als ik verdrietig ben en dan iets afwezigs heb. Of als ik moe ben en dus ongeduldig. Of als we weer eens pannenkoeken eten omdat ik door mijn timing of planning geen gezonde verantwoorde maaltijd op tafel krijg.

Over mijn uitbarsting van een tijdje terug, heb ik diep veel spijt. We praten er over met elkaar, ik probeer het uit te leggen. Zoekend of ik jullie kleine zieltjes daarmee ook niet te veel belast, of het net goed is het er gewoon over te hebben.

Ik merk dat ik jullie steeds meer ruimte geef. Mee ga in jullie verhalen en fantasietjes. Jullie bedank voor de fijne momenten. Niets vanzelfsprekend vind. Dingen probeer uit te leggen op jullie niveau.

Soms heb ik het gevoel dat ik het niet getroffen heb, met het alleen zijn, met de druk om werk en gezin te combineren, om het hier thuis alleen te redden, omdat zo veel onmogelijk is wegens geldgebrek. Soms lijkt het alsof ik diegene ben met het meeste pech van al de mensen die ik ken. Intussen ben ik veranderd, maar het tij niet. Het is nog steeds zwaarder dan nodig en ik ben zeer zeker overbelast.

Maar jongens, elke dag – ik herhaal: elke dag – met jullie, is er minstens één moment waarop ik denk dat ik het getroffen heb met die twee zonen van me.

Of zoals ons lievelingsboekje het zegt:

ik groot, jullie klein,
ik cool, jullie cooler!
ik sterk, jullie dapper,
ik moe, jullie wakker,
jullie JA, ik nee,
samen hebben wij het fijn,
zo moet het zijn

Kusjes, tot vervelens toe.

Jullie moeke

Het leven zoals het is: single mom

Uiteraard heb ik getwijfeld vooraleer ik mijn post van zondag heb gepubliceerd. Het is meer dan met je billen bloot, vertellen dat je je kinderen de stuipen op het lijf hebt gejaagd omdat je hysterisch bent geworden.

Maar het is hier wel van ‘het leven zoals het is: single mom + kinderen’. En de crisis die ik beschreef was nu net heel erg ‘het leven zoals het hier is’. Op zijn slechts, wel te verstaan.

Hoe is het hier verder gegaan, sinds maandag?

-1- Normaal doen. Sommige mensen denken dat je in zo’n situatie best thuis blijft, bij voorkeur in bed. Ik weet voor mezelf dat het doen wat je normaal doet je snelst op de rails krijgt. Dus reed ik op maandagochtend richting werk, de volle 200 km, met een volle vergaderagenda voor de dag. Op de heenweg schoten er regelmatig tranen in mijn ogen, als ik dacht aan het geluid van mijn huilende kinderen. Een paar collega’s vroegen me hoe het ging. Bij enkelen zei ik er iets over (dat het moeilijk was thuis). Ik weet niet of dat een goed idee is, ik merk dat mensen daar ook niet echt op reageren. Mogelijk bedoelen ze dat niet met de vraag. Whatever. Daar kan ik me nu ook niet druk over maken.

-2- Ik besloot dat ik hulp nodig heb. Ik heb het voorbije anderhalf jaar aan heel veel deuren geklopt, maar ik heb een beetje een niet-voor-de-hand-liggend-profiel voor iemand die hulp nodig heeft. Ik ben namelijk iemand die hoog opgeleid is en een inkomen heeft, dus ik val eigenlijk overal een beetje door de mazen van het net (als je geen inkomen hebt, heb je ongeveer overal recht op) en met alle respect: ik ben verstandiger dan 80% van de resem stagiaires en hulpverleners die ik het afgelopen jaar heb gezien.
Wat wel goed is, is dat ik op een gegeven moment, toen ik al murw was van aan al die deuren te kloppen, elke keer mijn verhaal te vertellen en ook nog een keer aan de stagiaire want ik ben een goede casus, opgepikt ben door iemand die aan het hoofd staat van een dienst die ik nu niet verder ga noemen, en die de keuze maakte echt voor me te gaan. Die heeft o.a. geregeld dat alle betrokken hulpverleners samen aan tafel gingen met me en dat we op die manier samen wat stappen konden zetten (dat heet: cliëntoverleg).
Ik heb alleszins maandag die mevrouw opgebeld, eerlijk gezegd wat er gebeurd was. Ik heb haar ook gezegd dat het erg was (want ze zei ook dat ik onder zware druk sta en dat het begrijpelijk was dat het zo mis gegaan is, maar dat vind ik niet). En dat ik hulp nodig heb. Ze vroeg me wat ik in gedachten had. En weet je, als ik het zelf mag kiezen, zou ik zeggen: kraamhulp. Ik herinner me de dag waarop ik in eigen huis werd uitgenodigd aan een gedekte ontbijttafel door de kraamhulp die meteen ook op toverachtige wijze een ovenschotel voor ’s avonds had klaar gezet in de koelkast. Iemand die even voor me zorgt, heel even niet alles alleen doen, even niet alleen zijn met de mannen, iemand die in huis de boel even doet draaien zonder dat ik dankbaar moet zijn of een relatie met die persoon moet onderhouden. Kraamhulp dus, alleen mag dat niet als je jongste al 2 is denk ik. Wordt vervolgd.

-3- Ik had een taai gesprek met een vriendin. Ik weet nog altijd niet goed wat ik er van denk, maar het viel weer in de dynamiek die als volgt gaat: ik vertel dat het eigenlijk niet goed gaat en de andere bombardeert me met tips (van het genre: ga naar de Aldi in plaats van de Colruyt, hang toch gewoon een schema op voor die kleuter, geef je baan op, ga wat anders doen…).
Er zijn drie dingen waardoor dat voor mij niet goed werkt.
a. De situatie is complex, ik ben heus niet zo dom dat ik de tips die op me af gevuurd worden niet zelf kan bedenken. Maar elke mogelijkheid heeft weer een nadeel. Zoals mijn keuze om als zelfstandige in bijberoep te werken wat financiële ruimte heeft gegeven om mijn advocate te betalen, maar ook de werkdruk enorm verhoogd heeft. Alleszins geeft zo een bombardement aan tips me enerzijds een schaamtevol gevoel (ik voel me dan dom) en anderzijds val ik dan in de neiging me te gaan verantwoorden over vanalles en nog wat. Dan zit ik plots uit te leggen dat ik gewoon eens in Albert Heijn was omdat ik een brood nodig had en dat weet-ik-veel-wat voor kleins nog, en dan denk ik: waar hebben we het over? Ik wil helemaal geen verantwoording afleggen over mijn boodschappen.
b. Ik vrees dat ik onderhevig ben aan het effect van schaarste: ‘Armoede (langdurige schaarste) zorgt er bijvoorbeeld voor dat men moeilijk nieuwe vaardigheden aan kan leren en gebrek aan tijd leidt ertoe dat we op de lange termijn steeds onverstandigere beslissingen nemen.’ Zie hier. Ik ben al een tijdje onderhevig aan schaarste: geld, slaap (!!!), rust, tijd, liefde-warmte, zorg, … Ik vrees dat ik inderdaad niet zo ongelooflijk vermogend meer ben om veel slims te bedenken en stappen te zetten, ik ben ook niet zo vermogend meer om me goed te organiseren. Het frustreert me, het maakt me boos.
c. Zoals ik al zo vaak zei: ook ik heb de neiging tips te geven en alles wel eens snel op te lossen voor een ander. Maar soms is het goed om met elkaar even te concluderen: hee, wat vervelend allemaal. En dat dan uit te houden. Dat laat de ander meer in zijn waarde. Of zie ik het fout?

-4- De jongens. Ze zijn wat schrikachtig. Ik heb geprobeerd er met hen over te praten, alleen zijn ze vijf en vijf jaar oud. (De jongste is twee, maar hij zegt vijf. Vijf is het nieuwe twee.) Ik denk dat ik vertrouwen moet (her)winnen en zorgen dat het nooit meer gebeurt. Er is alleen nu zo’n risico tot overcompenseren, waardoor de verhoudingen hier in huis hoe-dan-ook scheef zijn. En dat mag niet. Ik de moeder, zij de kinders. Dat moeten we hebben. Stickers op de grond kleven en op tafel kleuren met stiften mag nog steeds niet. Ik mag niet bang zijn om daar een grens te trekken, en zij mogen niet verkrampen als ik dat doe.

-5- All of you. Dank. Jullie reacties waren erg betrokken, erg warm. Stof tot nadenken. Ook fijn van andere moeders te horen dat je jezelf niet altijd in de hand kan houden. Het voedt alleszins mijn overtuiging dat het goed is ‘het leven zoals het is: single mom + kinderen’ te hebben hier. Fuck fake, toch?

 

 

 

Kroniekje van een aangekondigd drama

Het begon uiteraard al in de week. De week die erg zwaar was met een studiedag die moest plaatsvinden, waar ik al een tijdje naar toe gewerkt had. Dat doe ik op adrenaline, en dat gaat. Adrenaline maakt dat je de keelpijn niet meer voelt en dat je rechtop blijft en er iets van bakt en ook nog wakker blijft tijdens de 200 km die je naar huis rijdt achteraf. De dag erop moest ik ver weg zijn voor een afspraak, dus reed ik zeven uur.

Toen werd het weekend. De kinderen hebben een talent om tussen 5 en 6 wakker te zijn en dat ook van mij te eisen.

Ik plande quality time in met de kleuter op zaterdagmiddag. We moesten een cadeautje kopen, dus gingen we samen even de stad in. Het was geen seconde leuk. Geen seconde. Hij dramt en zeurt en is nooit tevreden, blijft altijd nog en meer vragen, ook na een wafel en ook na een klein cadeautje dat hij mocht kiezen. En ook ’s avonds voor de dvd die hij mocht kijken met een klein kommetje chips bleef hij drammen over alles. Hij is ongeneeslijk ontevreden. Ik heb het gevoel dat ik heel de dag in de weer ben met hem, daardoor het contact met de peuter verlies, en dat het nooit goed genoeg is. Het lijkt alsof hij me leegzuigt en talent heeft extra zwaar aan te vallen als ik al weinig reserves heb. Of geen, zeg maar. Ik heb opvoedingsondersteuning aangevraagd en sta op een wachtlijst. Het moet hier thuis echt anders, ik wil het zo niet meer. Met wat geduld heb ik binnen vier maanden een afspraak.

De nacht van vrijdag op zaterdag was een ramp geweest met de peuter die oorpijn had.

Dirk had zich ook weer van zijn fijnste kant laten zien.

De nacht van zaterdag op zondag eveneens ramp, met twee vroege vogels keet schoppend vanaf half zes, terwijl ik pijn had all over zoals nu elke ochtend omdat ik in een opstoot van fibro zit. (Hoe zou dat komen?) Het voelt alsof je een soort plank bent, alsof elk bot dat in je lijf zit en alle spieren rondom pijn doen, en elk gewricht een olifant te dragen heeft.

Rond 9u slaagde de kleuter er in een bos bloemen omver te gooien die ik gekregen had op het werk. Achteraf realiseerde ik me dat die bos bloemen blijkbaar symbolisch betekenisvol zijn voor me, maar dat doet er niet zo veel toe.

En ik weet dat het heel erg is, maar ik ben hysterisch uitgevallen. In die mate dat beide jongens ook hysterisch begonnen te huilen. Ik heb gegooid met dingen (niet naar hen), ik heb geschreeuwd en ben boven gaan zitten. Heb de buurvrouw gebeld omdat ik het niet meer alleen aankon. Die kon gelukkig even komen (hysterische moeders rescue team!) en gaf mijn kinderen kalm ontbijt en mij kalm een kop koffie en een hoop begrip. De rest van de dag was doorbijten, ik was ziek van ellende.

Ik vind het verschrikkelijk. Ik kan me amper voorstellen hoe onveilig het is voor de jongens dat hun moeder zo uitvalt en vervolgens hard zit te snikken en de rest van de dag op het randje balanceert en nog eens vijf keer kwaad wordt en drie keer begint te huilen. Ik wil geen moeder zijn die hen bang maakt. Maar ik zit op mijn tandvlees, ik ben door en door en door en door en eindeloos moe. Mijn netwerk is al wat groter maar ik heb nog steeds geen familie op wie ik kan rekenen. Integendeel. Mijn grootste wens was gewoon twee uur lang voor niets verantwoordelijk zijn en gewoon eens mogen slapen, maar dat is dus echt niet organiseerbaar op het moment dat ik dat hard nodig heb. I tried, really. Ik heb vrienden opgebeld om te vragen of ze konden komen zodat ik een uur kon slapen. Dat was al een behoorlijke stap voor mij (want het houdt in: toegeven dat je het niet aan kan). Maar goed, het kon niet en dat begrijp ik.

Ik wil echt geen tips meer voor betere organisatie. Geen tips at all eigenlijk. Ik ben echt slim genoeg om het allemaal beter aan te pakken. Het is gewoon zo dat je op een gegeven moment zo op bent, dat het slimmer aanpakken ook niet meer lukt. Als iedereen dan tips begint te geven en te zeggen dat je het ‘gewoon even’ anders moet doen, voedt dat alleen het schuldgevoel, het gevoel dat je een absolute kluns bent, dat je beter zou moeten kunnen en zo voort. Ik blijf erbij: je kan niet weten wat het is om volledig op te zijn, als je zelf op dat moment niet in de situatie zit.

Ik heb zelf een licht onbegrip ten opzichte van een vriendin die chronisch vermoeid is. Het lijkt al snel op aanstellerij en ik betrap mezelf er op dat ik dan denk dat ze gewoon maar even dit moet doen, of gewoon maar even dat. Het leven toont me nu weer eens heel goed dat je soms heel erg ‘beyond’ ‘zomaar even dit of dat’ kan zijn. Dat instant oplossingen alleen bestaan als je van buitenaf kijkt en een hoop van de complexiteit van een situatie niet kent of negeert. Dit is dus allemaal niet onvriendelijk bedoeld, ook ik heb de neiging anderen te verblijden met adviezen en tips. Dat wou ik even zeggen.

Ik denk dat ik een uithoudingsprobleem heb. Het is al zo lang vermoeiend, en dezelfde uitdagingen spelen me al zo lang parten… Het financiële, mijn werk goed doen, mijn huishouden op orde houden, de Kleuter die toch niet makkelijk is, het alleen/eenzaam zijn, de voortdurende confrontatie met happy families op een ander… Ik kan die dingen vast een tijdje hebben, maar niet chronisch en allemaal tegelijk.

En nu is het nacht en morgen vroeg dag en ik zou inderdaad beter slapen. Maar ik ben totaal gealarmeerd door wat er vandaag gebeurd is. Ik wou alleen maar dat ik zomaar even wist wat ik er aan kon doen…

Dienstmededeling

Gisteren 187. Vandaag waren er daar alweer 70 bij gekomen. Dat is het privé-gedeelte. Professioneel moeten het er intussen ook een zeventigtal zijn die dringend verwerkt moeten worden.

Noem me een watje, maar ik krijg het niet voor elkaar: mijn mails lezen en beantwoorden. Ik ben niet lui, integendeel. Ik ben hele dagen bezig. Deze week at ik nog geen enkele warme verantwoorde maaltijd met mijn kinderen, reed ik 2000 km voor mijn baan, ontplofte het huis, werkte ik minstens twee avonden tot de volgende dag al even aangebroken was, had ik keelpijn van vermoeidheid. Alles doet pijn, ik ben op en ik voel me schuldig.

Schuldig omdat er veel gemaild wordt en ik bang ben dat het lijkt alsof ik dat niet apprecieer omdat ik niet antwoord.

Bij deze daarom even deze boodschap: ik krijg het niet gedaan. Dat is niet omdat ik lui ben of omdat ik niet wil, maar omdat ik het gewoon niet kan. Rekening houdend met de baan, het bijberoep, en het feit dat ik niets kan doen overdag als de kinderen wakker zijn.

En nee, ik ben 2daysoff niet vergeten en heb hier nog steeds de beste voornemens voor, maar ook dat moet even wachten. Tot ik eens zes uur aan een stuk geslapen heb, tot mijn keuken eens gestofzuigd geraakt, tot het speelgoed beneden eens opgeruimd is, tot onze koelkast weer gevuld is, tot ik eens een goede maaltijd op tafel gezet heb, tot ik rustiger ben, tot ik het aan kan en niet alleen heel veel weerstand voel bij het idee dat ik die berg die elke dag groeit moet te lijf gaan. En vooral tot ik al die mails op mijn professionele adres beantwoord heb en weer eens een resem afspraken, vergaderingen en studiedagen achter de rug heb.

Het is trouwens erger dan mijn mails niet kunnen beantwoorden. Ik zeg ook afspraken af met vrienden omdat het niet gaat. Of ik maak er geen meer, omdat het niet gaat. Het kan er gewoon absoluut niet bij.

Dus. Heb erbarmen. En: het ligt niet aan jullie, het ligt aan mij.

Verdriet-mix, de light-variant

Het gevoel is terug. De light-variant.

Ik zette een punt achter de toestanden met de Ondeugdelijke. Ik weet heus dat het allemaal beter is zo (anders had ik het niet gedaan), maar hij tilde me wel even op uit met name mezelf, en dat was fijn. Bovendien had het ook gewoon mooi kunnen zijn, het had gewoon goed kunnen gaan. Dan begon ik nu aan een ander hoofdstuk met nieuwe perspectieven, terwijl ik nu weer verzink in mezelf.

Het gevoel is terug. Het gevoel dat me na het vertrek van Dirk akelig lang in de ban heeft gehouden. Het is een mix van desorganisatie, frustratie, verdriet en het verlangen mijn wonden te likken in mijn uppie. Jullie willen er vast meer over weten. Euh, duh, vast niet. Maar schrijven helpt, dus bij deze.

Desorganisatie. Op mijn nieuwe baan die ook alweer een half jaar oud is, kom ik in contact met mensen van allerlei afdelingen. Ik heb ontdekt dat ik een soort gebrek heb in mijn hoofd waardoor ik relatief eenvoudig te organiseren dingen complex vind. En dat ik ook afknap op relatief eenvoudige taken die dan toch complexer worden dan ik nodig vind (zoals: iets ontwikkelen en dat laten ontwerpen en dan tien mensen die in een bepaalde volgorde over het resultaat gaan en allerlei mails sturen, de levering, …). Ik heb het gebrek bij mezelf ontdekt door te zien hoe anderen moeiteloos voor mij onmogelijk complexe taken voor elkaar krijgen. De complexiteit heeft dan altijd met organisatie te maken (bv een studiedag organiseren voor 100 mensen en de catering, zaalindeling, en communicatie op orde hebben). Gelukkig kan ik die dingen op het werk dus uitbesteden, maar thuis kan ik dat niet. En ben ik in constante struggle met mezelf om de boel op orde te hebben (wat nogal een basic niveau is) en de dingen voor de kinderen goed te doen (je weet wel, laarzen meegeven als ze naar het bos gaan enzo). Mijn gebrek resulteert er in dat ik niet goed voor mezelf kan zorgen, omdat ik in chaos verzeil, en de dingen vaak niet goed of efficiënt aanpak waardoor ik nooit echt ‘vrij’ ben en ontspannen want altijd achterop met wat ik moet doen. Of ik vergeet steevast iets om te eten mee te nemen, of een flesje water of mijn jas. De dagen waarop ik om 15u ’s middags besef dat ik nog niets gegeten heb, zijn … Nou ja, geen uitzondering. Evenals de dagen waarop ik enkel koffie en pepdrankjes drink om te kunnen blijven functioneren.

[Herkent iemand dit?]

Als ik ongelukkig ben of moe, en beiden ben ik op dit moment – het eerste in de light-variant, het tweede gezien het verschil in bioritme tussen kinderen en mezelf gewoon hardcore – neemt mijn mentale vermogen rust te creëren door organisatie drastisch af en wordt het een soep in mijn hoofd en bijgevolg in mijn leven. Ugh. Het heeft vast ook te maken met overal alleen aan moeten denken, ik vind het nog steeds bijna onmogelijk om op mijn eentje een gezin te hebben, te zorgen dat de was en plas gedaan is, dat iedereen eten heeft, dat er boodschappen gedaan worden, dat het huis opgeruimd is zo af en toe, het organiseren van opvangregelingen, het beheren van een beperkt budget, en dan nog kwalitatief aanvaardbaar werk af te leveren, de vuilniszakken buiten te zetten op de juiste dagen etc etc. Ik kan dat niet. Punt.

Frustratie. Een tijd terug had ik heel veel last van een gebrek aan tijd en energie. Mijn kinderen zaten me letterlijk in de weg om te doen wat ik wil doen op een niveau dat ik wil bereiken. Ik had het gevoel keihard te werken maar voortdurend onder mijn niveau te spelen. Dat gevoel is terug. Light-variant, maar het is wel behoorlijk k**. Ik wil vooruit, maar ik lijk met handen en voeten gebonden en ben een godganse dag bezig met het stofzuigen van hagelslag van onder de tafel, vechten met een peuter die zijn kleren niet wil aandoen, discussiëren met een kleuter, speelgoed opruimen, koken en vervolgens de smurrie die het geworden is van het plafond afhalen, … Nou ja. Dat dus. Aaarghl.

Verdriet. Wat kan ik zeggen? Ja, de Ondeugdelijke was een heel slecht idee en ik weet dat ik het allemaal zelf gezocht heb en dat het stom en naïef was. Maar het had ook gewoon anders mogen lopen. Alleen zijn is bij momenten ook wat waard, maar het is de laatste tijd best eenzaam en hoe hard ik ook probeer de accepteren hoe dit leven geworden is, ik had het zo graag anders gewild. Ik kom weer bij verdriet uit, van dat heel oprecht, zuiver, complexloos verdriet. Zoiets waarvan je vergeet hoe het voelt tot het er weer is.

Het verlangen mijn wonden te likken in mijn uppie. Standaard. Ik moet echt even bekomen van de Ondeugdelijke Man en van alle gevoelens die weer opgeroepen zijn en de gedachten en het verdriet. En dat doe ik liefst alleen, lakens over mijn kop, gerust gelaten worden. Ik kan geen mensen verdragen dan – ik word zelfs wat boos van mensen die dan contact opnemen en iets willen, ik moet er even alleen door. Maar probeer dat maar eens met een Peuter en Kleuter in huis. Frustrerend, maar daar had ik het al over.

Het zijn allemaal geen drama’s. Ik weet dat dit even rauw is en dat ik vervolgens mezelf weer moet uitvinden en gesterkt verder kan. Ik loop tegen twee dingen aan die me al heel mijn bewuste leven achtervolgen en waarbij ik nu de kans krijg er komaf mee te maken, namelijk enerzijds de slechte organisatie en het daardoor slecht voor mezelf zorgen en anderzijds mijn (schijnbaar) onvermogen een gezonde relatie aan te gaan met iemand. In die zin is dit een boeiende kans om iets te overwinnen. Maar alweer… Ik had het zo graag anders gehad.

Prinses zet er een punt achter

We zien elkaar terug, de Ondeugdelijke en ik. Hij zit in een storm en vertelt me er wat over. Ik ben empathisch en kan me inleven, maar er klinkt ook zo veel ego door in zijn verhaal. Ik heb een week om u tegen te zeggen gehad. Veel pijn, veel kilometers, veel grote opdrachten, weinig tijd met de kinderen. Maar ook: een voorstel geschreven en verdedigd bij de nieuwe baas die na een korte stilte ‘prachtig!’ zei. Een resem ervaringen op het werk waardoor ik het gevoel kreeg dat we met z’n allen op een goede manier de juiste dingen nastreven. Daar word ik blij van. Ik probeer iets te vertellen, hij vraagt niets. Luistert hij? Ik weet het niet.

Ik vraag hem mee voor een soort date. Hij hapt toe. Ik kijk hem aan en vraag hem of dat echt is wat hij wil en of hij het ook zou zeggen als hij het niet wil. Ja, ja, zegt hij. Dingen evolueren, maar hij is zo bezig met zijn eigen leven, eigen behoeftes, eigen verlangens, eigen plannen. Ik voel me eenzaam in zijn nabijheid.

Op weg naar huis verlang ik innig naar mijn eigen leven met de jongens. Dat leven dat ik soms zo haat. Dat leven waar ik me net nog de rekeningen zat te betalen en dat er nog 120 euro overbleef voor de komende twintig dagen en dat ik daar alweer zo veel zorgen over had. Dat leven waar ik thuis kom na 400 km met twee drukke jongetjes en dan ook nog moet koken en ze in bed doen en de pc weer moet opstarten om nog wat te werken, dat leven waarin ik vaker alleen ben dan me lief is en ik verzuip in mijn eigen chaos en hoofd daardoor. Dat leven waarin ik nog altijd het gevoel heb dat ik onderpresteer omdat ik gewoon geen ruimte heb om tot volle ontwikkeling te komen. Dat leven waarin ik laatst met de peuter in bad stapte om half zes ’s ochtends omdat hij vuil was en ik al een paar dagen geen tijd had gehad hem te wassen. Dat leven, daar verlang ik nu innig naar.

Ik ga bij de jongens kijken. De oudste wordt wakker en vraagt of ik al terug ben. ‘Ja, want ik ben liefst bij jullie,’ zeg ik. Ik kus hem. Het kleintje slaapt.

Ik ga zitten en eet een reep chocolade en er meteen een zakje chips achteraan. Ik neem mijn gsm en sms de Ondeugdelijke. Dat ik genoeg pijn heb gehad, dat de dingen voor mij meer betekenis hebben dan voor hem, dat ik op zoek ben naar een verbonden relatie, dat ik besef dat ik dit zelf gezocht heb, maar dat het beter klaar is. Toch? Hij reageert niet en tot op dit moment twijfel ik of ik hem om een reactie ga verzoeken of hem de ruimte ga laten om niet te reageren. Ik bedenk dat ik het wel anders had kunnen aanpakken dan zo, midden in de nacht, via sms. Verder overheerst vooral de desillusie. Ik realiseer me zelfs even dat Dirk een veel attentere en aandachtigere partner was die echt contact met me probeerde te maken in the good times. Ik ga naast Babybroer liggen, gelukkig ben ik zo moe dat ik onmiddellijk in slaap val.

’s Ochtends zijn de jongens weer vroeg wakker. Ik wou zo intens dat ik gewoon de dekens over mijn hoofd kon trekken en er niet zijn. Ik ben moe, mijn lijf doet pijn, de rest ook. Ik weet dat ik gedaan heb wat moest, o.a. door de reacties op dit stukje – ook de reacties per mail, die me geholpen hebben de dingen scherp te krijgen en te bepalen wat ik wil. Of niet wil. Maar het is niet fijn jezelf een illusie te ontnemen.

Ik weet dat dit een overwinning is op mezelf en mijn patroon om in ongezonde relaties te verzeilen en me serviel op te stellen. Maar hoewel het voelt als het juiste om te doen en ik verder amper twijfel, had ik het liever anders gehad.

Over wolfsvrouwen-in-wording die zich omver laten kegelen door ondeugdelijke mannen

Ik zit bij mijn holistisch therapeute met mijn hoofd tussen mijn schouders. Hoe is het mogelijk dat het weer zo’n soep is in mijn hoofd? Dat ik moe ben en niets gedaan krijg? Dat ik niet meer gestructureerd kan denken?

Ik ben niet hondsdepressief. En ik voel dat er verandering is, ook in deze dieptepunten waarin mijn hoofd niet meer lijkt te werken. Het is niet meer zo diep als het ooit was, het duurt allemaal korter, ik kan het beter interpreteren en ik weet ook dat het over gaat. Ik ken mijn kracht intussen.

Hoe het komt? Drukte en heel veel dingen die aan me trekken en die ik niet af krijg. Slecht voor mezelf gezorgd. Een aanval van fibro om u tegen te zeggen, elke beweging doet pijn en ik lijk vooral ’s ochtends wel kreupel. Slaap tekort (bedankt, zonen, ik herhaal: elke dag om 6 uur is te vroeg, en nee, dat vloeken hebben jullie niet gehoord vanochtend). En de ondeugdelijke man terug gezien. Nothing happened, maar hij liet me in totale verwarring achter.

Wat kan ik daarover zeggen? Het is alsof hij me open breekt en alsof dat ook heel erg nodig is want een effect van alleen zijn is ook wel dat je erg vast geraakt in jezelf. Hij is liefdevol, warm en gul in zijn omhelzen. Ik, die soms vooral uit hoofd lijkt te bestaan, voel mijn lijf weer, met die armen om me heen. Ik, die het zelden verdraag aangeraakt te worden, laat me vasthouden en geniet daarvan. Ik voel zijn lichaam, ik ruik hem. Hij is warm en ruikt lekker en voelt veilig en vertrouwd en nieuw. En het lijkt alsof er iets geopend wordt, in mijn buik, en alsof er energie gaat stromen en dat dat zo weldadig is dat ik helemaal warm en stuiterend naar huis rijd.

Dat alles wekt zo veel verlangen. Naar samen, naar dicht, naar verbonden, naar toekomst, naar zorg, naar rust. Het verlangen spat open in me. Eerst voelt het als ‘hoera x 1000’. Daarna wordt het rauw.

Want de ondeugdelijke, mogelijk zelf behoorlijk hechtingsgestoord, vult de ruimte die hij opent niet in. En dat is zo schrijnend, en daar ga ik van omver.

Dat ik dat niet mag toelaten, zegt de holistisch therapeute. Dat ik mijn hoofd er bij moet houden. Dat ik in staat moet zijn mijn eigen ruimte te vullen. Dat ik dit met hem moet bespreken. Dat ik mezelf veilig moet stellen. Dat ik dit nu niet aan kan.

Ja, denk ik. Ja, ja, ja, ja. Allemaal waar. Maar ik heb het nu gehad. Ik wil niet wijs zijn, ik wil niet meer groeien en evolueren en mezelf in vraag stellen en al mijn patronen doorbreken en sterker worden. Ik wil gewoon samen, dicht, verbonden, toekomst, zorg, rust. En trouwens, zijn al die andere mensen die wel relaties hebben daar nu allemaal zo klaar mee? Zijn die allemaal beter dan ik? Waarom ik niet en iedereen wel? Ja, hoor, ik heb een innerlijke Calimero.

De evolutie die ik de voorbije tijd gemaakt heb, noem ik ‘de weg naar binnen’. Steeds dichter bij mezelf, steeds echter, rustig aan meer in evenwicht, in verbinding met mijn eigen kracht. Ooit schreef ik over de wolfsvrouw die ik wou worden. Daar kom ik steeds dichter bij, waarbij ik merk dat ik ook een andere relatie ontwikkel met mijn eigen vrouwelijkheid, mijn instincten en de krachten die in de natuur spelen. Dat is krachtig en verbazend en tegelijkertijd heel normaal.

Maar nu dus terug naar af. Ik weet dat hier wat te leren valt en dat ik deze situatie met beide handen moet aangrijpen om iets over mezelf onder ogen te zien en ermee te breken. Het kan niet dat ik onderweg naar de ondeugdelijke in een rustige stabiele kracht ben, en dat ik na een ontmoeting met hem niets meer waard ben, ziek van onvervulde verlangens. Werk aan de winkel, dus. Maar niet vandaag. Alsjeblief, niet vandaag.

Ik vraag de holistisch therapeute wat me te doen staat. Ik hoop dat ze zegt dat het goed komt tussen mij en de ondeugdelijke, dat we samen zullen eindigen en nog tien leuke kinderen op de wereld zetten, dat hij elke dag bloemen zal meebrengen en dat we in goede en kwade dagen voor elkaar zullen kunnen kiezen. Maar dat zegt ze niet. Ze zegt dat ik voor mezelf moet zorgen, de ruimte zelf moet vullen. Of hier nu stoppen, met het proces. Maar dat is geen optie want het is onaf.

Ik vloek. En nog eens. Ik denk aan het bijna triomfantelijke schrijven over therapie en in proces zijn van een tijdje terug. Weer een lesje geleerd, I guess. Maar goed. Ik blijf voorlopig nog even met mijn hoofd tussen mijn schouders zitten, if you don’t mind.

Elk moment is waar

Ik zal de ondeugdelijke man terug zien. Door omstandigheden, gewoon, even. Niet een date, een functioneel iets zeg maar.
Dus oefende ik alvast een beetje het antwoord op de vraag hoe het met me gaat. In mijn hoofd.

‘Het gaat zo goed, echt! In transformatie, maar dat is zo’n rijkdom. Ik kom elke dag dichter bij mezelf, ik word elke dag sterker’.*

Of:

‘Ja, prima hoor, echt, het gaat geweldig. Ja, nog steeds alleen, maar ik ben niet zo hard op zoek. Ik heb daar nu geen ruimte voor.’

En toen was het weekend en toen ging ik op babybezoek bij vrienden waar ik enkele maanden geleden op hun trouw was. Lieve vrienden. Vrienden op heel blij voor te zijn. Er speelden twee jongetjes op de mat en er lag een kleintje aan de borst. Ik had kraamkost bij en we aten. Ik ging even wat halen in de keuken en merkte dat mijn keel dicht geschroefd was van verdriet. Happy families op een ander, dat gewone dagdagelijkse geluk van lekkende melktieten, huilende wormpjes, een kleutertje dat na de middag nog in pyama loopt omdat er een baby in huis is. Ik wou liefst mijn kroost wegplukken en aan 150 per uur wegrijden, maar dat was geen optie want we zaten nog niet aan het dessert. Nou ja, dat dessert hadden we best kunnen missen, maar hoe verklaar je dat je het op een lopen zet bij een kraambezoek? Dus vocht ik, maar daar kwamen ze toch. De tranen. Gelukkig bleef het beperkt, de sluizen gingen niet volledig open, en iedereen kon heel goed doen alsof er niets aan de hand was en alsof niemand iets gezien had.

’s Avonds was ik thuis en de kroost sliep. Ik was wat onder indruk van dat verdriet. Van het gevoel dat het ook wel eens terug aan mij mag zijn, dat ik precies al maanden door een soort woestijn ploeg, terwijl ik bij anderen het ene topmoment na het andere meemaak. (En ja, ik weet dat topmomenten relatief zijn. Ik denk dat de vriendin met baby-aan-de-borst niet echt het gevoel heeft dat ze een topmoment beleeft.)

Ik nam mijn boekje van Pema Chödrön vast en las dat het goed gaat als je het leven uithoudt, niet als je alles onder controle hebt en dicht getimmerd en het verdriet in een doosje geklasseerd. O ja, dacht ik. Het is geen falen dat het verdriet me op zo’n momenten overmant. Het is ook niet groter dan het is. Elk moment is waar. Dat het beter gaat is waar, maar ook dat het soms verdraaid veel pijn doet en ik mijn stuur vastklem met witte knokels tijdens het zingen van liedjes voor de Peuter, in de hoop dat mijn stem maar niet breekt op de weg naar huis van zo’n babybezoek.

Ik las ook iets over alles zo snel mogelijk weer op de rails willen hebben bij breuken in het leven, en dat de kunst er net in bestaat de situatie uit te houden, in het moment te blijven, niets te willen oplossen, te accepteren hoe de dingen zijn. Ik herken de neiging van mezelf alles snel te willen oplossen, maar ik weet ook dat het heel erg nefast was geweest als ik hals over kop me om-het-even-waar in gestort had na Dirk om die pijn maar te slim af te zijn. (En hierbij maak ik het onderscheid tussen oplosbare, eerder praktische zaken waar je wel iets aan kan doen en grotere levensthema’s zoals kinderwensen, eenzaamheid, …)

En straks de ondeugdelijke man. Ik weet begot niet meer wat zeggen. Als ik maar niet jank. Laat ik dat maar even goed afspreken met mezelf. Laten we het gewoon maar functioneel houden.

*Ja, dit is het soort taal dat de ondeugdelijke en ik gebruiken met elkaar. Taal is belangrijk. Dirk was goed met taal. De ondeugdelijke matig. Op een dag smste hij iets over ‘de kids’, en dat vond ik ZO eng. Dat gaf toch wel wat afstand.