Prinses moet vooral niet alles willen wat lijnrecht tegenover elkaar staat

Hij was intrigerend. En het was enigszins duidelijk dat hij niet deugde. Dus de belangstelling van Prinses was gewekt. Wat dacht je? Ook Dirk was intrigerend en anders en bleek niet te deugen. Prinses heeft namelijk een specifieke voorkeur voor intrigerende mannen, die anders zijn, die niet deugen. En ook een enorm verlangen naar nabijheid, een veilig, ‘gewoon’ normaal gezin. Iemand om er voor te zijn, iemand die er voor haar is. Iemand om op te rekenen.

Maar als je een gewoon, normaal gezin wil, moet je je niet aangetrokken voelen tot iemand die intrigerend en anders is en die een beetje niet deugt. Dan moet je een lieve huisvader hebben. Alleen zijn die meestal al bezet, door lieve huismoeders en een stel leuke kindertjes. En zelfs als ze niet bezet zijn, voelt Prinses weinig interesse voor zo’n lieverd.

Prinses zette dus een schuchter stapje en vond dat een overwinning. Ze realiseerde zich niet dat ze haar moeizaam verworven ik-heb-het-ook-leuk-met-mezelf daarmee in gevaar bracht. De Ondeugdelijke man ging er gretig op in, op dat schuchtere stapje. Er werd gesproken, verteld, geluisterd, aangeraakt. Dat voelde natuurlijk en mooi. En toen ging hij weg, en werd het alleen-zijn, wat al geruime tijd als een comfortabele ruimte voelde, een leegte. Het verdriet kwam terug en Prinses had een beetje medelijden met zichzelf, want ze herinnerde zich plots weer hoe erg het soms was geweest. Of misschien zelfs vaak. De frustratie zegevierde, de huid hunkerde, de nacht was slapeloos, en de stilte oorverdovend.

Prinses keek naar haar leven en zag dat ze er een handje van weg had te willen wat niet met elkaar verzoenbaar was. De ondeugdelijke man in een gezapig gezinnetje. De boeiende maar drukke baan en evenwicht in hoofd, hart en lijf. De baan op afstand en de kindjes altijd allerdichtst, binnen handbereik. Energie te over, en het huishouden op orde. Kwaliteit afleveren en voldoende slapen. Tijd voor zichzelf en geen hulp nodig hebben met de kinderen.

Verlangen, realiseerde ze zich weer, is de bron van veel ellende. Een verongelijkt stemmetje voegde daar aan toe dat het haar écht niet gegund was, dat het ook gewoon had kunnen meezitten, met die Ondeugdelijke. Dat het gewoon goed zou kunnen worden, zoals bij andere mensen.

Prinses zuchtte. Vocht met zichzelf. Dagen en nachten. En tikte uiteindelijk een stukje waarin ze het over zichzelf had in derde persoon enkelvoud. Ze besloot door te denken dat ze graag een keer normaal wou zijn en normale dingen willen die goed met elkaar te combineren zouden zijn in een normaal leven. In afwachting nam ze nog een stukje chocola, en probeerde vooral niet te verlangen.

Prinses rehabiliteert het huishouden en denkt na over kwetsbaarheid en kracht

Mijn vorige post werd duchtig gelezen. Ik vond de reacties die er kwamen geweldig. Wat fijn dat mensen de tijd nemen ‘je’ te lezen, hun eigen gedachten over wat je schrijft te laten gaan en die gedachten dan ook willen delen. Merci daarvoor! Het heeft mij ook weer aan het denken gezet. Over het huishouden, met name. En over kracht en kwetsbaarheid.

Trut of wolvin?

In mijn vorige post had ik het over een vrouwbeeld: de perfecte vrouw die alle balletjes in de lucht kan houden. Ik vroeg me af waarom we met z’n allen zo hard voor dat beeld gaan. Inclusief ik, met alle frustratie van dien. Waarom stellen we geen vragen bij dat perfecte plaatje? Bij alles wat we willen dat misschien toch niet allemaal tegelijk kan? Bij wat de rol van anderen in ons leven daarbij mag zijn (cfr. de husbies, die ik jammer genoeg niet heb, maar eventueel ook anderen)? Waarom vragen we ons niet af of wij het wel zijn die deze dingen willen? Willen we niet gewoon pleasen, concurreren, meerennen met de massa? En door onze tipjes en truukjes te delen, maken we elkaar misschien soms gek.

De handdoek in de ring

Anderzijds zie ik ook dat allerlei dames toegeven dat ze het niet voor elkaar krijgen. Dat ze soms de handdoek in de ring moeten gooien, op een krukje in de keuken in huilen uitbarsten, eens overstuur geraken op het werk, of de afwas laten staan. Dat past dan in het nieuwe beeld van kwetsbaarheid. Kwetsbaarheid die we ook aan elkaar moeten durven tonen en die op een manier een enorme opluchting voor mij betekent. Zien dat het elders OOK niet lukt, aaarghl! Een blik mogen werpen achter de perfecte gevels van anderen, oef!

Bedenkingen

Twee bedenkingen, bij dit alles. Eén over het huishouden, één over kracht en kwetsbaarheid.

1. Het huishouden.

We  besteden er f*cking veel tijd aan, dames. In de reacties op de post over de trut en de wolvin, werd dat een aantal keer gerelativeerd. Het is allemaal niet zo belangrijk, of we moeten maar wat minder leren doen. Of het hoeft onze prioriteit niet te zijn. Misschien klonk soms ook even door dat het misschien wel minderwaardig is.

Het probleem met het huishouden is dat het nooit ophoudt (ik durf niet naar de keuken, aangezien ik vanochtend zo aardig ben geweest om de hagelslag boven te halen, terwijl het huis gisteren gepoetst is). Huishoudelijke taken vergen organisatie, maar niet het grootste intellect. Bovendien moet iedereen ze doen, wat het soms wat banaal maakt.

Ik stel, bij deze, dat ik het huishouden niet onbelangrijk vind, en al zeker niet minderwaardig. Ook niet ten opzichte van betaalde of intellectuele arbeid. Het heeft misschien te maken met het opgroeien in een huis waar het vaak erg rommelig was, waar ik vaak zelf nog even kleding moest wassen om iets aan te hebben om naar school te gaan, en waar ik als puber wel eens na school naar de winkel ging om te beginnen koken omdat ik zag dat daar niet zo veel aanzet toe werd gedaan. Ik vind het huishouden een werk van essentiële liefde en zorg. In die zin doe ik het graag en liefst zorgvuldig en het frustreert me dat ik het niet helemaal krijg zoals ik het wil hebben. Als ik ’s avonds de broodmachine aanzet, de havermoutpap klaar zet, de afwas doe, de hagelslag van onder de tafel zuig, de kleedjes klaar leg, de luiers uit de wasmachine haal, … dan is dat liefde. Liefde voor mijn jongens en mijzelf. Want ik wil dat we ’s ochtends beneden komen in een nette keuken, dat het ontbijt voorbereid is, dat er iets is om mee naar school te nemen, dat er schone kleedjes zijn en gewassen luiers. Het geeft rust in ons huis, en vooral mijn oudste zoontje die hooggevoelig blijkt, heeft dat nodig. Ikzelf trouwens ook.

Om even terug te grijpen  op de trut/wolf-post: ik denk dat de wolfsvrouw instinctief kiest voor de bescherming maar ook het welbevinden van haar jongen. Netheid, zorgen voor een georganiseerde omgeving, horen daarbij. Dat biedt trouwens ook veiligheid (hygiëne, weetjewel).

De tegenstelling tussen de ‘trut’ en de ‘wolfsvrouw’ zit ‘m er niet in dat de ene haar keuken aan de kant heeft en dat het de andere niets kan schelen. Wel in het handelen naar verwachtingen van anderen (beantwoorden aan het perfecte plaatje) versus op eigen instinct af keuzes maken, leven ‘van binnenuit’. Dat brengt me naar het volgende punt.

2. Kracht en kwetsbaarheid.

Kwetsbaarheid is ‘in’. Ik zie het rondom me in deze vorm: ‘het lukt me niet (altijd) om te voldoen aan het ideale plaatje, en dat durf ik toegeven. Sorry’.

Het is een kwetsbaarheid die oplucht. We geven aan elkaar toe dat we ook soms even geen zin hebben om de was uit te halen, om onze benen te epileren, om op bezoek te gaan bij de schoonouders (daar heb ik dan weer geen last van, haha ;)).

Ik pleit bij deze voor een andere vorm van kwetsbaarheid. Een krachtige, namelijk deze: ‘ik kies ervoor om niet te voldoen aan het perfecte plaatje, maar ik kies voor …‘. Het is kwetsbaar, want je moet iets van jezelf tonen, iets dat ingaat tegen wat de meeste mensen graag willen zien. Je moet ergens voor gaan staan. En in die mate is het ook krachtig.

Ik heb het deze week geprobeerd. Na mijn bodemmoment had ik nogal een diepe crisis deze week. Het ging niet meer. Op een dag heb ik naar het werk gemaild.

Dit heb ik niet geschreven: ‘ik krijg het allemaal niet meer af, sorry, ik heb hulp nodig!’.

Ik heb geschreven: ‘Ik kies ervoor om die en die taken rustig af te werken en ik wil er niet voor kiezen dit weekend ’s avonds te werken. Ik heb dus x aantal uren ondersteuning nodig zodat ik taken kan uitbesteden zonder dat de opdrachten die af moeten zijn, in het gedrang komen.

Let vooral op de afwezigheid van het woordje sorry.

Doen jullie mee met het kwetsbaar-krachtig/krachtig-kwetsbaar? Inspireer ons in de commentaren, of schrijf er een stukje over en deel je link.

Fijn weekend, dames. Ik kies er voor mijn keuken net te houden en naar het bos te gaan. What about you?

De trut en de wolvin

De losse schroeven bestuderen Aandachtige lezers onder u herinneren zich misschien nog dat ik bezig ben met een soort holistisch traject, om aan mezelf te werken. Als in je leven alles even op losse schroeven is komen te staan, is dat een aanrader. De blik naar binnen richten kan geen kwaad.

Ik was een beetje ‘klaar’ met de gewone therapie, die inzoomt op problemen en waar je lamlendig buiten komt omdat je een uur lang hebt moeten graven in zooi. Ik graaf liever in mezelf, op zoek naar kracht, wijsheid en inzicht.

Knippen & plakken

Zo gezegd, zo gedaan. De vrouw die me bij het graven begeleidt, gaf me de opdracht een collage te maken van manbeelden en vrouwbeelden die ik heb. Ik haat creatieve opdrachten, en met name ook collages. Dus stelde ik het uit, en een uur voor ik moest gaan, nam ik snel wat oude tijdschriften en begon ik te scheuren.

De libelle-trut

Het resultaat was verbluffend. Aan de ‘vrouw’-kant had ik een foto uit Libelle (hoe kom ik in godsnaam aan een Libelle?) van een blonde vrouw in een fleurige jurk die op een tuinfeestje met een grote glimlach een prachtige salade serveert. De andere plaatjes daar waren allemaal varianten op deze vrouw. Een soortgelijke vrouw die een prachtige cake uit de oven tovert, glimlachend en met een blinkend aanrecht. De vrouw die een telefoontje doet aan een opgeruimd bureau, alweer met de glimlach. Alles onder controle! Dat straalt ze uit. En ook dat ze het helemaal voor elkaar heeft en dat ze ervan geniet. Ze heeft het druk, dat is duidelijk. Maar ze redt het en ze slaagt er in fleurige salades te maken, prachtige cakes te serveren, haar werk te doen aan een net bureau en te glimlachen. Haar benen zijn onthaard, ze heeft geen uitgroei, geen wallen, en ze is ondanks haar cake niet te dik. Ligt vast aan de salade.

Eerlijk? Ik heb een bloedhekel aan die vrouw. Ze ergert me, ze ergert me verschrikkelijk. Ik vind haar burgertruttelijk en stupide.

Slons alias ploetermoeder

En nog eens eerlijk? Ik ben godganse dagen aan het streven om die vrouw te zijn. Dat ik schromelijk misluk in dat streven, is wel duidelijk. Ik vind mijn huis vaak vuil en rommelig, ik kan geen perfecte cake bakken en ik kan me niet meer herinneren wanneer ik een  fleurige salade heb gemaakt. Ik kan niet mijn kindjes animeren en mijn aanrecht proper houden tegelijk. Ik zit gestresseerd omringd door kopjes koffie aan mijn bureau of suf van vermoeidheid. Ik voel me vaak zo morsig en vermoeid, de wallen staan me nader dan de glimlach en ik heb niet alles onder controle. Ik eet de hele dag zoetigheid omdat mijn wilskracht aangetast is door de vermoeidheid, ik vis wel eens een beschimmelde appel uit de fruitmand en meestal zit er een vlek op mijn kleding. Daarenboven heb ik zelden gepoetste schoenen aan. Ik kan nog even zo doorgaan, maar het moge duidelijk zijn: dat soort dingen heeft de Libelle-vrouw niet voor. En nu denkt u, lezer, natuurlijk dat ik een volslagen slons ben. Wat vast zo is (we noemen dat tegenwoordig ploetermoeder), maar dat is het punt van dit stukje niet.

Het punt van dit stukje, is dat ik eigenlijk heel de tijd bezig ben met iemand te proberen zijn die ik een trut vind. Hoe idioot is dat? Ik stond er zelf van versteld.

Wolfsvrouw

En waar ik ook van versteld stond, is dat ik geen alternatief heb. Ik heb geen flauw idee wat ik dan wel moet proberen zijn, als het niet die Libelle-vrouw is met rechte tanden, een mooie glimlach en alles-onder-controle-look. Wat ik zelf wil zijn, bedoel ik dan. Wat voor vrouw ik wil zijn, die ik geen trut zou vinden. Het enige dat ik uitgeknipt had, was een wolvin. En dat heeft dan weer een link met een boek van Clarissa Pinkola Estes, die de wolfsvrouw als instinctief, wijs en krachtig beschrijft. Maar goed, hoe zet ik de wolvin om in een vrouwbeeld dat ik kan hanteren? Nou ja, vast wel met haar op haar benen :).

Shortcuts en duizend bochten om alles voor elkaar te krijgen

Toen ik de boostyourpositivitychallenge volgde, moest ik ook vaak aan de Libelle-vrouw denken. Serieus, ik vind iedereen die meegedaan heeft hardstikke sympathiek en ik het superveel bewondering voor hen, maar soms denk ik: is dat het dan, vrouw zijn, hier en nu? De slimste shortcuts hebben om alles onder controle te houden, een lijstje snelle gerechtjes om je gezin zelfs als het druk is verantwoord te voeden, een uurtje in bad als je gestresseerd bent… Ik vroeg me ook vaak af wat de mannen achter de positivity-vrouwen deden, aangezien behoorlijk wat shortcuts gingen over het combineren van alles in het huishouden met werken en kinderen.

Wil ik zo iemand zijn, met shortcuts en een lijstje verantwoorde recepten achter de hand? Misschien is dat de vraag niet eens, het lukt me namelijk niet. (Ik maak een weekmenu en volg het lekker niet en ben vaak te moe om te stofzuigen elke avond, wat nochtans een essentiele shortcut van mij is om de zaken niet te doen ontsporen thuis.)

Misschien is de vraag: wil ik meedraaien in een wereld waarin die perfectie verwacht wordt die ik te lijf zou kunnen gaan met shortcuts, slimmigheden en een doorgedreven organisatie om alle balletjes in de lucht te houden?

Ik weet het niet. Ik weet ook niet of ik de vraag stel omdat ik voel dat het me allemaal niet lukt, beantwoorden aan dat bedrijvige plaatje. Met een leuk jurkje en geëpileerde benen salade serveren op een feestje waar mijn zonen zonder snottebellen rondlopen. Is het een kwestie van: ik kan niet winnen, dus ik doe niet meer mee? Of is het terecht om er vraagtekens bij te zetten?

Edelherten, boeken en bomen

Nou, voor wie wil weten wat ik aan de mannenkant had geplakt… : bomen, boeken, natuurbeelden, een edelhert, wandelschoenen. Blijkbaar kamp ik met een innerlijk verlangen naar de natuurman: noest, krachtig, een beetje ruig. De wolvin en de natuurman. Hm. Iemand ergens nog zo eentje op overschot?

What about you? Durf jij de collage maken? Wat voor beelden krijg jij aan de verschillende kanten? Hoe sta je tegenover de Libelle-vrouw? Hou je alle balletjes in de lucht en wil je dat ook? En wanneer stond je voor het laatst in je mooiste jurk met een stralende glimlach salade te serveren? 

Bodem

Bodem. Hoi. Hoi Again.

Ik had gehoopt je even niet meer te moeten aanschouwen. We hebben veel tijd samen doorgebracht, en het was genoeg voor mij. Het volstond, ruimschoots.

En nu ben je daar weer. Ben ik daar weer.
Wat er gebeurd is? Ach, Bodem. Alleenstaande moeder met baan zijn is zoals topsport doen zonder ooit kans te hebben om eer te halen, kans op een medaille. En dat weet je, tijdens de wedstrijd, dat het kansloos is. Dat je de kinderen niet tevreden houdt, de e-mails niet beantwoord krijgt, de rekeningen niet betaald, de vloer niet gestofzuigd, de vergaderingen niet voorbereid, de vermoeidheid niet bij geslapen. En toch moet je rennen. Je geraakt achterop, het is allemaal niet meer in te halen, de afstand tot de winnaars groeit, het  wordt erg hopeloos allemaal, en toch moet je rennen, tot je hart bijna uit je lijf pompt, de wallen je kin onderhand eens bereiken en je in staat bent je kinderen een klap te verkopen van de frustratie. Wat je niet doet, dat is onder de bodem en dat doe je niet.

Hoe het zo ver is kunnen komen? Drukke weken op het werk, wat extra activiteiten, Kind Kaneel – de huidige naam van Babybroer wiens handje zo heerlijk naar kaneel ruikt – die weer elke dag varieert tussen 4u en 5u om wakker te worden. Een paar keer laat op de baan geweest en dan alle energie nodig gehad om op de donkere wegen op verantwoorde wijze 200 km te rijden. Die dingen. Beseffen dat de werkweken loodzwaar zijn en de weekends nog net iets zwaarder, met Kindje Kaneel en Broer die in een razend tempo tussen energiek, verveeld, moe boos, hysterisch, blij, … schakelen. Het totale ontbreken van prutstijd, want er moet altijd iets omdat ik intussen zo hopeloos achterop ben met zo veel dingen. Met slapen, met administratie, met werk, met leuke mama zijn, met … Nou ja, you name it, Bodem.

Weet je wat het vervelendste is, Bodem, als ik bij je ben? Dat ik totaal geen energie meer kan opbrengen voor dingen die me energie geven. Gaande van een deftige maaltijd waar ik wat vitaminen uit haal, tot een activiteit met vrienden die me deugd zou kunnen doen. Ook mijn besluitvaardigheid valt onmiddellijk weg, waardoor het heel moeilijk is om actie te nemen, een plan uit te stippelen waarmee ik jou weer kan verlaten. Of gewoon: om iemand te bellen om hulp te vragen. Of hulp te aanvaarden als die geboden wordt.

Het is huilen naast de stofzuiger omdat je het echt niet kan hebben dat je nog 10 minuten moet. Het is ‘laat me nu eens even gerust’ zeggen tegen de kinderen. En daar al spijt van hebben terwijl je het zegt. Het is je telefoon niet meer opnemen, je smsjes niet meer beantwoorden, je mails niet meer willen openen. Het is struisvogel worden. Het is je telefoon pakken om een activiteit waar je naar uit gekeken had af te zeggen, en nog voor je bij de tweede zin komt keihard zitten huilen wat altijd erg stupide klinkt als je aan het bellen bent. Het is boos worden op mensen die dingen van je verwachten, ook al zijn die verwachtingen niet onredelijk. Het is schijt hebben aan dingen, alles kotsbeu zijn en in een comfortabele staat van desinteresse komen. Het is vijf pralines eten als middagmaal. En daarna nog eens drie.

Bodem. Zullen we afspreken dat ik weg kan van je als ik weer alle leuke dingen schrap, even doorga met om 21u te gaan slapen en een kuurtje ijzer en magnesium en multivitaminen start?

Eén ding moet ik je nageven, Bodem. Je bent trouw, altijd ergens in de buurt.

P.

Verliefdheid is een rare bril

Een half jaar geleden keek ik naar Dirk. Zijn bruine ogen vonden de mijne. Ik kon me niet voorstellen dat ik me zo vergist had in hem.

Anderhalf jaar geleden werd ik wakker ’s nachts, liggend tussen Dirk (links) en Babyzoon (rechts). Ik voelde het warme lichaam van Dirk, en mijn gepieker over onze problemen (die vooral van financiële aard waren en veroorzaakt door het feit dat hij niet wou werken), vervaagde. Ik voelde me de prinses te rijk, geloofde dat we alles wel gauw zouden overwinnen en dat we dan nog een kindje konden krijgen (en nog één en nog één en nog één…) en lang en gelukkig leven.

Heel lang daarvoor, ontmoette ik hem voor het eerst. Hij was wat mysterieus, wat zonderling. Ruig. Leefde naast de maatschappij, omdat – zo vulde ik in – hij kritische vragen stelde bij de waarden die in deze maatschappij voorop staan. Hij fascineerde me. Ik voelde me aangetrokken tot hem. Avonden met lange gesprekken gingen over in nachten samen. Af en toe waren er dingen die niet ‘klopten’, maar ergens in mijn hoofd werden gedachten daaraan gevangen, opgesloten in een ver hoekje of plat geslagen.

Ook later had ik elke keer weer een uitleg voor dingen die niet goed liepen. Hij hoefde zichzelf niet te verdedigen, dat deed mijn hoofd wel voor hem. Dat hij niet werkte? Dat was omdat hij tijd nodig had, of hij wou wel maar hij kon het niet, of hij moest nog even dealen met zijn weerstand tegen gezag, of hij moest nog wat wennen aan het leven als vader. Dat hij niets opruimde en de boel de boel liet? Nou, ik was daar vast veel te strikt in. Ik was abnormaal dat ik het allemaal wat op orde wou, niet hij. Dat hij me steevast alleen naar feestjes liet gaan, zelfs toen ik hoogzwanger was? Tja, hij had het immers toch wat moeilijk met drukte? Wie ben ik dan om hem te dwingen om mee te gaan.

Pas toen ik hem bezocht op zijn shelterkamertje (zie visite) gingen mijn oogklepjes af. En nu kan ik ze niet meer vinden. Laatst zag ik hem, ik vond hem zo armoedig, een tikkeltje zielig. Iets in mij ging naarstig op zoek naar wat ik zo aantrekkelijk had gevonden, maar euh… Ik vond het niet meer terug.

Verliefdheid is een rare bril. Of een deskundige oogklep. Wat gek dat je een bepaalde realiteit niet kan zien, of voor jezelf kan verbergen, of anders kan zien, omdat je verliefd bent op iemand. En wat gek dat er een point of no return bestaat: eenmaal de bril af, de oogkleppen weg, kan je niet meer terug naar dat comfortabele zelfbedrog.

Hebben jullie ook zo’n ervaringen? Ook in andere contexten dan verliefdheid? Heel benieuwd naar ‘andere’ verhalen!

Een dag uit het leven van Prinses & cO: maart 2015

We kunnen het stilaan een rubriekske noemen, deze reeks. Elke maand beschrijf ik een dag uit ons leven. Fasten your seatbells, hier is een dag uit maart.

07u00. Alleen wakker worden, het blijft vreemd. Spullen pakken, douchen, haar, tanden poetsen, dagcrème, overnachting betalen en autosleutel zoeken. Om 7u46 in de auto, daar gaan we.

07u57. ‘Welkom’ zegt het schermpje van de parkeergarage op het werk. Ook goedemorgen. Ik hou ervan als het  nog stil is en ik de eerste ben op de gang! Ik haal koffie en verspil vervolgens drie kwartier aan mails beantwoorden en blogs lezen. Stom. Vroeg begonnen, niet half gewonnen.

Zo hard nadenken dat het pijn doet!

09u00. Zo hard nadenken dat het pijn doet! Ik werk een studiedag uit voor een vrij kritisch publiek. Het soort kritisch dat op voorhand mailt om te vragen of ze er wel genoeg aan gaan hebben. Ik heb ideeën, maar krijg het niet tot een geheel gepuzzeld.

09u55. Een collega klopt aan. We drinken koffie en hebben een goed gesprek. Fijn! Het brengt wat rust in mijn hoofd.

10u44. Ik vraag een andere collega even te luisteren naar mijn ideeën voor de studiedag. Ze denkt even mee, maar alleen al door uit te leggen wat ik wil gaan doen, vallen er wat puzzelstukjes in elkaar.

De adrenaline pompt door mijn lijf, wat verbazend lekker!

11u33. Aaaaarghl, inpakken en rennen! Vandaag, dames en heren, is mijn rijbewijs een maand oud. Om dat te vieren rijd ik naar Rotterdam, en via Antwerpen en Brussel terug. Ik ben dol op Rotterdam. Als ik op de ring van Rotterdam rijd, realiseer ik me dat er zes rijstroken zijn. Dat is even slikken. Maar dan kom ik op een plek waar ik de skyline van Rotterdam zie, met deze plaat loeihard. Echt waar, ik luister altijd naar klassieke muziek. Maar het moment is geniaal: 120 km per uur, Rotterdam in volle zon zien liggen, energieke muziek en me realiseren dat ik hier rijd, alleen, echt, serieus, mét een rijbewijs. Diep vanbinnen ben ik een macho, en sinds ik een rijbewijs heb kom ik blijkbaar soms in contact met die innerlijke ik. De adrenaline pompt door mijn lijf, wat verbazend lekker!

Ik heb er lang over gedaan mijn eerste rijles te nemen. Ik was 30 en Dirk was net weg gegaan, dus het schoot allemaal ook niet erg op omdat ik verpletterd van verdriet en uitgeput van het slaaptekort in de auto zat. In verband met rijden ben ik ‘bang’ opgevoed: bang voor steden, bang voor snelwegen, bang voor de Brusselse ring, … Uit mijn jeugd herinner ik me beelden van mijn moeder die zich vastklampt als mijn vader op de snelweg rijdt. Mijn rij-instructeurs zagen het ook niet helemaal zitten met mij en ik heb wel eens een paniekaanval gehad in de auto. Dat ik nu de Ring van Rotterdam rijd, is kicken. Omdat ik ervaar hoe lekker het kan zijn om dwars door je angst heen te gaan, je niet te laten begrenzen door waar je bang voor bent… Maar dus gewoon doen: de auto in stappen, het hele eind rijden, en dan in de verte Rotterdam zien liggen in al zijn pracht. Topmoment! Ik realiseer me nog wel heel goed dat rijden risico’s inhoudt, dus ik drink niet als ik rijd en ik probeer me aan de snelheden te houden.

14u00. Nou, euh, links achteruit inparkeren was wat minder een hoera-moment. Ik bel aan bij de school, verbaas er me steeds over dat scholen in Rotterdam op slot zijn. Een kopje koffie, wat handen schudden. Ik geef een studiemiddag voor een groep. Vroeger was ik daar zenuwachtig voor, nu krijg ik er vooral energie van. En mijn hoofd begint ideeën te genereren in hoog tempo als ik in contact kom met mensen uit de praktijk, naar hen luister, met hen praat.

God, soms hoop ik nog steeds dat ik eens wakker word uit deze nachtmerrie.

18u00. Nabespreken, handen schudden, auto starten. 160 km, zegt mijn madam. Dwars door Rotterdam in volle spits om iemand af te zetten. ‘Als je dit aankan, kan je rijden,’ zegt ze. Ik slaag voor de test. Onze kinderen zijn even oud, de jongste van mij en van haar schelen een maand. Er blijkt nog eentje op komst daar. Ik ben blij voor hen, maar het steekt toch. Ook hier had er een nummertje drie in de maak kunnen zijn. God, soms hoop ik nog steeds dat ik eens wakker word uit deze nachtmerrie. Dat het gewoon allemaal niet waar was. Ik heb veel geleerd en ben gegroeid en zelfstandig en sterker geworden, maar ik was net zo lief ‘the old me‘ geweest die dit allemaal  niet had doorgemaakt en die gewoon een nieuw kindje kon krijgen en haar gezinnetje had gehad.

18u20. Weer alleen in de auto. Ik vraag me af waarom ik ooit een paniekaanval gehad heb op de Antwerpse ring. De Rotterdamse ring is echt een ander kaliber. De kick is minder bij de terugrit, doordat het geniale zicht op de stad nu achter me ligt in plaats van voor me. Ik passeer Antwerpen en Brussel moeiteloos.

19u45. Thuiskomen. Dirk afhandelen. Kinderwangetjes zoenen, wat ruikt die slaap lekker en wat is dat mooi, zo’n kind in rust.

20u05. Baas bellen. Nog altijd geen duidelijkheid over contract. ‘Het gaat allemaal niet vanzelf,’ zegt hij, ‘maar dat is het thema van jouw leven.’ Euh? ‘Grapje, hoor.’ Nou, ook bedankt.

20u44. Euh. Wanneer heb ik vandaag eigenlijk gegeten? Twee peren tijdens het gesprek met de collega vanochtend, een handvol noten, een gevulde koek in het tankstation, een zakje chips toen ik Antwerpen voorbij was. Pasta dan maar? Koelkast open trekken, niet veel meer vinden. Hm, de maand is al half, wat betekent dat supermarktbezoekjes ook al niet meer zo onbezonnen kunnen gebeuren. Me realiseren dat dat echt moet veranderen. Denken aan Inkelspielchen die schreef dat ze voltijds werkt en soms niet eens naar de supermarkt kan. Te herkenbaar. Ik wil me gewoon geen zorgen meer moeten maken over dat soort dingen. Verdorie, ik werk en ben niet gokverslaafd ofzo, ik wil gewoon goed de maand doorkomen.

Ben ik een betere moeder als ik dit opgeef?

21u33. Pasta eten, dit stukje tikken. Nadenken over mijn baan. Zal ik ergens een baan in de buurt zoeken, het allemaal wat makkelijker maken? Denken aan de energie die ik van mijn werk krijg, de kick, de ideeën. Denken aan het zicht over Rotterdam en de adrenaline. Wil ik dit missen? Ben ik een betere moeder als ik dit opgeef?

22u03. Nog een aflevering van ‘Zonde van de zendtijd’ kijken via youtube. Sinds ik een dvd heb gekregen van een lezer (dank!), ben ik fan. Leuke tv.

22u44. Bedtijd. Ik denk aan Rotterdam, luister naar de adem van Babyzoon, en glimlach. Duizend dingen te bedenken, te beslissen en te doen. Maar nu even niet.

 

Nog meer doodgewone dagen uit ons leven lezen? Hier vind je ze! 

 

Nog 50 liter tot de vakantie…

Om met de zonen een midweekje op boerderijvakantie te kunnen, bedacht ik de Soep-op-vrijdag-actie. Voor 5 euro kon je een liter soep bestellen, voor jezelf, of om weg te geven aan het Lampeke. Per verkochte liter gaat er één euro naar Moeders voor Moeders.

Bij deze een soep-update in vijf punten!
1. Succes! Dat de soepactie een succes werd, was hart-verwarmend! Wat een lieve mails, wat een lieve reacties en wow, wat een hoop bestellingen! De eerste soepdag ging er 30 liter naar het Lampeke, naast de liters die naar mensen gingen die zelf soep hadden besteld. Op een gegeven moment bleek dat ik 120 liter de serveren had bij het Lampeke, waarvan ik dus nog 90 moest maken. Twee keer 45 liter leek me wat veel op de overgebleven soepdagen, dus heb ik twee extra soepavonden ingelast. De tweede soepdag bracht ik 20 liter weg. Vorige week ging er nog eens 25 liter de deur uit, evenals morgen. Dan staan er nog 20 litertjes ‘open’ voor de laatste keer.

2. Soep, zweet en tranen. Nou ja, tranen niet hoor. Maar al die liters soep produceren is een pittig werkje. Ik heb écht gewerkt voor onze vakantie en dat ga ik dus nog een flink aantal litertjes doen. De eerste keer had ik een flinke helpster. De andere keren heb ik alleen gekookt. Eigenlijk was het best medidatief: een luisterboek op, helemaal opgaan in het snijden van  kilo’s wortelen, tientallen uien en pompoenen, … Vorige keer was ik zo van de wereld tijdens het soep maken, dat de persoon die me die avond belde zich afvroeg of hij langs moest komen, omdat ik zo verward klonk aan de telefoon.image image image image image

3. Het werk loont. Deze week moest ik mijn visa-afschrift betalen, en met het soepgeld heb ik ons boerderijverblijf dus betaald. Zo fijn! Er zal waarschijnlijk, na het doorstorten van het geld aan MvM en het betalen van de bio groentjes, nog geld zijn voor de diesel naar zee én voor een ijsje.

4. Moeders voor moeders. Tot nu toe is er 98 euro naar Moeders voor Moeders gegaan. Bij elke liter soep die hier buiten gaat, stort ik dus een euro door.

5. Hierboven ook nog wat beelden. En nogmaals een grote dankjewel voor de massale steun en de leuke reacties! Wordt vervolgd…

Prinses heeft een rustige avond

chaoot

Prinses keek verheugd naar haar lijstje. Het zou een rustige avond worden! Slechts enkele taakjes op het lijstje, met name:

– drie mails beantwoorden uit de lijst met niet beantwoorde mails
– huishouden (15 min afwassen en keuken opruimen, 15 minuten strijken en 15 min algemeen opruimen + stofzuigen)
– rekeningen betalen
– spullen voor werk, school en opvang klaarzetten
– ontbijt klaar maken
– afval buiten zetten
– haar kleuren, nagels lakken, benen epileren en douchen

Nou. Valt reuze mee, toch? Ze sloot de computer af, ruimde de papieren van het werk op en trok dan een spurtje om de zonen op te halen met de fiets. De avond verliep probleemloos. Vieruurtje (fruit!), spelen, koken, samen eten, om kwart na zes beginnen met de avondritueel.

Om 19u15 kon ze dus al aan het huishoudgedeelte beginnen. Ze werkte stevig door en vinkte taken van het lijstje af, maar er kwamen er ook telkens bij. Bij het buiten zetten van het afval, scheurde een pmd-zak dus moest ze dat even opruimen. En het papier was zo een chaos, met al die dozen. Snel even organiseren. Ze kwam voorbij de wasmachine en bedacht dat ze nog extra luiers kon wassen. Er lag te veel fruit in de fruitmand, misschien een fruitslaatje maken voor morgen op het werk? O, er komt een mailtje binnen, meteen even antwoorden zodat die niet op het lijstje moet. En nog even bellen naar die vriendin om een vraag te stellen.

Plots is het 22u30, en branden de ogen van Prinses. ‘Moet ik echt nog mijn haar kleuren? Ik doe het lekker niet‘, denkt ze. Maar ze heeft morgen een belangrijk gesprek voor het werk en de uitgroei is te erg. O, misschien ook even schoenen poetsen! Hoewel ze had uitgekeken naar het uurtje op de badkamer, is ze zo gejaagd dat ze in ‘doen en afstrepen’-modus blijft. Snel kersenpitkussen opwarmen en naar bed! Alwaar ze met hartkloppingen en duizend gedachten ligt te wachten op de slaap die niet komt.


Dit is een beetje standaard mijn avond, sinds ik niet meer dagelijks heel vroeg ga slapen. Hoe andere mensen tijd vinden om tv te kijken of de krant lezen, is mij een raadsel.

Wil ik te veel? Maar al die dingen moeten toch gebeuren, ze niet doen zou enkel uitstel zijn.

Doe ik het op een te chaotische manier? Ik heb net het gevoel dat ik hard doorwerk.

Pak ik het fout aan? Een aantal dingen vind ik zelf heel slim, zoals de kleedjes klaar leggen, spullen voor werk en opvang, ontbijt. Op die manier zijn de ochtenden wat haalbaarder.

Heel de avond in de weer zijn, is ok. Daar kan ik mee leven. Maar dat opgejaagde gevoel als ik in bed lig, waardoor ik slecht in slaap kom en zelfs in mijn slaap gedachten blijven doorrazen, dat is erg uitputtend.

Prinses heeft een stiekeme relatie met de snoepautomaat

cookie

Gezond & ecologisch

Mijn relatie met voeding is niet extreem problematisch. Ik ben bijvoorbeeld moeiteloos vegetariër, vermijd zuivel (gewone melk, kaas, yoghurt en consoorten) wat volgens mij best een gezonde levenswijze is. Een stukje vlees brengt mij nooit in verleiding en ik eet liever niet als er enkel een keuze is voor een gerecht met vlees. Uiteraard is de wereld rondom mij intussen voldoende aangepast aan de aanwezigheid van vegetariërs, dus kom ik nooit in dergelijke situatie. Vegan eten blijkt moeilijker, bijvoorbeeld op studiedagen en in het studentenrestaurant, want het gedoodverfde alternatief voor vlees is vaak kaas.

Onbewerkt & basic

De jongens en ik bestellen onze groenten bij het voedselteam, want groenten hebben we graag bio! We bakken ons brood zelf in de machine, maar eten eerder dan brood havermoutpap, in ieder geval als ontbijt. Als ik in de winkelkarretjes rondom mij kijk in de Colruyt, merk ik dat we producten kopen die weinig bewerkt zijn. Geen corn flakes in ons karretje, yoghurtjes, pappekes, dessertjes, … Wel risottorijst, kikkererwten, linzen, havervlokken, … Vrij basic allemaal (en dus ook goedkoop, zelfs als je bio haver etc neemt!). Ik koop ook nooit kant en klaar gerechten. Toen Dirk net weg was, heb ik wel eens een veggie lasagna gehaald, maar die vond ik mierzoet en de maaltijd waar ik zo naar uit had gekeken (het zag er zo lekker uit op de foto op het pakske) was dus een enorme tegenvaller. En ok, ik beken, sinds het vertrek van Dirk heb ik vast twee diepvriespizza’s gehaald. Dat is dus eentje per vijf maanden. Dat kan nog net.

Vers & zonder voorraad

We hebbben geen diepvries. Enerzijds om financiële redenen (dure aankoop, stroomverbruik), anderzijds om ecologische redenen en ook om mezelf te dwingen geen overbodige dingen te kopen en te kiezen voor vers. Dat ons leven wat makkelijker zou zijn met een voorraadje vege burgers in de diepvries en dat ik de soep die ik telkens maak alsof ik een gezin met tien zonen heb in plaats van twee zou kunnen invriezen, zijn wel argumenten om de aankoop toch te overwegen.

Groen & gezond

We doen het zo, omwille van het milieu. Bio-groentjes, enkel basics uit de supermarkt in basic verpakkingen, geen duizendeneen pottekes en blikjes. Dat het niet gebruiken van vlees en vermijden van zuivel de ecologische voetafdruk verkleint, is ook duidelijk. Het is ook een kwestie van gezondheid. Ik heb me o.a. een tijdje lang verdiept in de macrobiotische leer en volg heel graag de inzichten uit het handboek ecologisch koken van Velt, waarvan ik nog de basic versie heb, maar dat intussen bestaat in een mooi nieuw jasje.

Zoet & onweerstaanbaar

Maar, en ik schaam me om het te schrijven, ik ben een emo-eter. Wat betekent dat zoetigheid allerhande een verschrikkelijke aantrekkingskracht op me uitoefent. Ik weet alles over cravings, heb al allerlei boeken gelezen over stoppen met suiker en talloze pogingen gedaan om het niet meer te eten, ik vermijd de aankoop van koekjes en zoetjes, maar dan nog. Dan nog.

Ik vind het zelf gek. Ik kan namelijk alle nadelen van suikerconsumptie noemen, en eigenlijk vind ik kinderbueno’s vies en voel ik me zelden beter na een reep chocola. En toch.

Moe & koud

Ik weet intussen wat de risico-situaties zijn. Die hebben meestal te maken met vermoeidheid, waar ik nogal toe neig, wegens werkend, twee jonge kindekes en alleen. Vermoeidheid maakt dat ik me leeg voel, ik krijg het kou en kan het niet warm krijgen en ik zoek de snoepautomaat op (er staat er bij ons thuis verdorie één om de hoek, ik laat de kinderen niet alleen thuis als ze in bed liggen om snoep te halen, dus vaak kan het gewoon niet. Op het werk weet ik echter de automaat veel te goed staan).

Ik probeer mezelf soms om de tuin te leiden, door appels klaar te leggen en mandarijntes te eten doorheen de dag. Maar eerlijk? Dat geeft niet bepaald hetzelfde gevoel, de honger blijft, het snakken naar zoets ook.

Er kan altijd nog een schepje bij

Een ander storend iets voor mezelf, is dat ik niet goed aanvoel wanneer ik genoeg heb gegeten. Ik eet graag en als het mij smaakt is een extra schepje zo genomen. Tot ik er een vies gevoel aan overhoud, omdat te veel echt niet fijn is. Wat ook vaak gebeurt is dat ik door de maaltijden met de jongens zo onaandachtig eet, omdat ik heel de tijd met hen bezig ben (voeden, aanmoedigen, streng toespreken, …) dat het achteraf lijkt alsof ik niet gegeten heb, of alles koud snel naar binnen heb geschrokt omdat het alweer tijd is voor badjes en bedjes. Op zo’n avonden is de verleiding om de pannen leeg te eten als ze naar bed zijn (in plaats van een restje te bewaren voor de volgende dag), groot. Eten zonder andere volwassene is trouwens echt wel heel anders dan alleen eten of alleen met twee jonge kinderen aan tafel zitten.

Wat ga ik er aan doen?

Voorlopig even niets. Dat heb ik besloten. Ik probeer mezelf er niet om te veroordelen. Het is zo, het is niet fijn. Ik zou graag wat minder wegen, maar ik heb geen problematisch gewicht. Ik eet ook niet extreem ongezond op die zoetigheid na. En ik heb veel aan mijn kop. Dus ik wacht, tot het wat haalbaarder is voor mezelf om de lat hier wat hoger te leggen. Of de reep chocolade wat verder. Je kan niet alles tegelijk. Toch?

Dagen zonder slaap

Een tijdje terug deed Nachtbraker een oproepje. In het verlengde van Dagen zonder vlees, andere ‘dagen zonder …’ bedenken: https://nachtbraker.wordpress.com/2015/02/20/dagen-zonder/#comments.

Dat is bij Babyzoon niet onopgemerkt gebleven! Wij doen dus nu aan Dagen Zonder Slaap! Of nachten zonder slaap, moet ik zeggen. Het truukje zit ‘m er in zelf om de haverklap wakker te worden en je moeder dan ook wakker te maken. Hoe hij het volhoudt, is mij niet helemaal duidelijk. Vanaf half 6 ’s ochtends is hij namelijk weer paraat voor een hele dag lang gooien met dingen, rechtop staan in de zetel, ruzie maken met zijn broer en subtiele verstoring van de gang der zaken in dit huis en minder subtiel verzet. O, en vermeldde ik al het maken van schilderijen met puree en pasta op verscheidene oppervlaktes? Creatief kind heb ik.

Resultaten op langere termijn? Mijn houten hoofd en de vraag hoe ik in godsnaam werk, gezin en huishouden ga blijven combineren en zelfs mijn ambities enigszins her-overweeg. Op naar een makkelijk 9 to 5-baantje om het leefbaar te houden? (Het doet al pijn om het op te schrijven.) Dat heeft natuurlijk ook te maken met dat slechte karma van me.

Vandaag echter bereikte de situatie een bijzonder dieptepunt. Ik weet dat er mensen zijn die bereid zijn te betalen voor seks (daar kan ik me weinig bij voorstellen), maar vanochtend was ik plots hyperbereid te betalen voor slaap. Dus ik smste één van de babysits met de vraag of ze enkele uurtjes kon komen, zodat ik wat kon bijrusten. Helaas, het mocht niet zijn. Heldinnen van 15 jaar kunnen druk bezet zijn.

*Geeuw*