De cruise control-man en de stresstest

Hij heeft al vijftien jaar meer geleefd om zijn huis op te ruimen en zijn leven op orde te krijgen,’ mompel ik. En ik vraag hem met trillende benen of hij een weekend bij ons langs wil komen.

Een goed geregisseerd weekend. Ik heb nog tijd om mijn keukenkastjes uit te kuisen en we kunnen een herfstwandeling in het bos maken en pompoensoep eten.

En dan krijgen we een stresstest. De jongste zoon valt ongelukkig en daar hebben we onmiddellijk de mallemolen: hotel ziekenhuis, toestanden. Ik heb een opdracht als zelfstandige in bijberoep die ik niet zo makkelijk kan afzeggen. Ik zit in het ziekenhuisbed naast de zoon waarvan ik dacht dat ik hem kwijt was documenten te tikken voor organisaties tot 2 uur ’s nachts. Dirk komt ruzie maken. Kortom: volledig circus zoals alleen ik dat lijk aan te trekken in mijn bestaan. Really.

Om half 7 belt Marinus me wakker. We praten kort, ik ben moe en kan het even niet overzien. Ik kijk naar mijn slapend mannetje, weet dat ik in de namiddag moet presteren. Hij vertrekt, zegt hij. Meteen. Hij gaat niet naar het werk, hij komt naar me toe.

Ik ben verlegen als hij uren later het ziekenhuiskamertje binnen stapt. Ik had de verpleegster gevraagd twee minuten bij mijn zoon te blijven zodat ik me minstens kon douchen, vond gelukkig ook mijn make-uptasje in mijn werktas. Ik ben net één en ander aan het camoufleren met concealer als hij op de deur klopt. We knuffelen elkaar onhandig. En hij neemt mijn gezin over die middag zodat ik de klus kan gaan doen met zweet in mijn handen (improvisatie it is!). Als ik thuis kom is iedereen blij en is hij moe.

Daar gaat het geregisseerd weekend waarmee ik een goede indruk wou maken, denk ik. Hij is midden in de zooi van ons dagelijks leven gestapt. Op een moment dat de zooi eigenlijk op ontploffen stond. Hij heeft zijn weg moeten zoeken in mijn keukenkastjes, het potje van de kleine zoon uitgekiept, boterhammetjes gemaakt, verhaaltjes gelezen. Hij heeft in de family-bedroom geslapen op het kleine plekje dat over was nadat het bed gevuld was met twee zonen en mezelf, ondanks mijn voorstel dat hij voor een goede nachtrust ook in het bed van de oudste zoon de privacy kon opzoeken.

De grootste schaamte komt met het idee dat hij in mijn garage vast gezien heeft dat er eten staat dat we in een zeer slechte periode via de voedselbedeling van het OCMW hebben gekregen. Ik denk dat ik het hier nooit heb vermeld omdat ik me er te pletter voor schaam. Er zit een stempel op de dozen met appelmoes en corn flakes: voedselhulp. Ik vermoed dat hij het gezien heeft, ik wil niet dat hij er over begint. Pijnplek, schaamte.

Na ongeveer 36 uur vertrekt hij weer naar zijn leven. Hij kust me, ik kijk hem vragend aan. Hij is ‘in’, nog steeds.

Bij de heerlijkste vriendinnen die ik heb sluit ik de week af. Ik vertel over hem. Het is wat onsamenhangend. ‘Als hij voor ons zorgt zoals voor zijn kat, komt het helemaal goed,’ zeg ik. Hij weekt immers brokjes voor zijn kat zodat ze makkelijker verteert en hij koopt gehakt voor haar. De dames lachen. Mooie quote voor op je blog, zeggen ze. Bij deze.

De stresstest voor de cruise control-man is geslaagd. Nu nog even geloven dat het echt is.

 

 

Advertenties

Crisisloze kindertijd met … Evert-Jan!

Crisisloze kindertijd is een reeksje van blogs over dingen die mijn kinderen leuk vinden. Een garantie op een crisisloze tijd met de kids! 

Boekjes doen het hier altijd reuze goed. We hebben een mooie collectie, bestaande uit zelf gekochte, maar ook veel gekregen boekjes en vondsten uit de kringloop. Eerlijkgezegd laat ik sommige boekjes subtiel verdwijnen. Sommige boekjes zijn niet leuk. Sommige boekjes zijn stom. Sommige boekjes heb ik al duizend keer gelezen. Sommige boekjes vind ik saai. Sommige boekjes verdienen het om geadopteerd te worden door andere kindjes.

De beste boekjes zijn de boekjes die ook leuk zijn om voor te lezen. Boekjes die grappig zijn, ontroerend. Boekjes waar voor volwassenen knipoogjes in zitten. Boekjes waarvan ik dan HOOP dat mijn kinderen ze gaan kiezen voor het dagelijkse voorleesmoment.

Zo’n boekje is Evert-jan: een poepvlieg met smetvrees. Het is hilarisch, het is vlot geschreven, het is grappig, verrassend, de tekeningen zijn goed. Het verveelt nooit.

In mijn meer creatieve momenten maak ik het voorleesmoment interactief. Dan moeten de kinderen zoemen elke keer als de vliegenfamilie vliegt, of dan wassen we samen onze handjes op een vliegenmanier als Evert-Jan in de picture is. (Ok, dit klinkt onnozel, maar mijn kinderen zijn dan wildenthousiast – iets dat je trouwens ook niet altijd moet willen in het bedritueel).

Crisisloze kindertijd met Evert-Jan. Een aanrader!

 

 

Akelig snel in de juiste richting

Het gaat hard met Marinus. We bellen dagelijks. Lang. Er is veel te bespreken en we vinden het vast ook gewoon leuk elkaar te horen. Ik heb het gevoel op een rijdende trein gestapt te zijn, die weliswaar de juiste richting uit gaat maar wel akelig snel.

We maken plannen voor de weken die komen. Allerlei moois en leuks dat ik jaren niet heb gedaan. We praten over boeken, wegen ideeën tegen elkaar af. Ik heb elke dag een vragenlijstje met dingen die ik over hem wil weten, en hij probeert in te schatten wie ik ben en hoe ik in elkaar zit.

Ik was vergeten hoe dat is, verliefd zijn. Dat zelfs een gesprek over wat de ander ’s middags heeft gegeten, interessant kan zijn.

We maken plannen. Niet alleen voor de weken maar ook voor de jaren. Hoe zie jij het, hoe zie ik het? Mijn hele toekomstbeeld dat bestond uit heel hard werken en kop boven water houden, kantelt. Misschien zal mijn leven plaats vinden op een andere plek, in een andere stad, en op een andere manier. Misschien wordt het een leven waarin ik tijd ga hebben om de stad in te gaan om een heerlijk kopje koffie te drinken op een gewone weekdag. Omdat er tijd is. En liefde.

Er komen dingen voorbij waar ik nooit bij stil heb kunnen staan. Zoals New York bezoeken. Het is vrij snel duidelijk dat hij de stabiliteit en ruimte en buffers heeft die mij ontbreken. Het duizelt me en ik voel een lichte paniek die te maken heeft met gelijkwaardigheid binnen een relatie. Het materiële is niet belangrijk, maar het betekent wel veiligheid, tijd en levenskwaliteit.

Ik snijd het onderwerp anticonceptie aan en we praten over de optie baby waar we het wel een beetje over eens moeten zijn natuurlijk.

Soms lijkt het alsof ik droom. Ik vraag me vaak af wanneer de wekker af gaat en alles een illusie zal gebleken zijn. Wat niet afgaat zijn de alarmbellen. Geen enkele alarmbel treedt in werking. Hij lijkt ok. Hij is lief, communicatief, relaxed en respectvol. Elke dag ontdek ik dat hij meer is dan ik dacht.

Uiteraard kennen we elkaar al een tijdje, en is er ook het kennen via-via, maar de relatie is nieuw. Het lijkt soms alsof ik blind met hem getrouwd ben, de sprong heb gewaagd. Ik trek de kasten open en er valt geen enkel lijk uit. Er zijn alleen maar leuke dingen en grappige dingen en lieve dingen. Maar misschien heeft hij wel een raar kinky kantje dat ik op een dag ontdek. Wie weet.

Of hij me mee neemt naar het Eye, vraag ik. Zo vaak je maar wil, zegt hij. Meer prinses dan dit heb ik me nooit gevoeld. En dan o-ow, toch een alarmbelletje. Ik ben toch geëmancipeerd? Ik kan zelf naar het Eye als ik dat wil? … Maar met twee (waarvan één local) is het natuurlijk leuker. Toch? 🙂

 

Jongleren met balletjes van fijn glas

Femma is een eigentijdse en eigenzinnige vrouwenorganisatie met een duidelijke visie op mens & samenleving. Femma praat mee over wat vrouwen vandaag denken, voelen & beleven. Femma verdedigt de belangen van vrouwen met minder kansen en in het bijzonder alleenstaande vrouwen. De organisatie ijvert voor emancipatie van vrouwen en gendergelijkheid, o.a. via het informeren en sensibiliseren van vrouwen, beleidsmakers en andere actoren.

Onderstaand stukje is geschreven voor Femma en verschenen op hun website.
Meer over Femma? Neem hier een kijkje!

Een huishouden bestieren, kinderen, een baan en een bijberoep. Het is als jongleren met balletjes van fijn glas.

Ik werd er steeds beter in, in dat jongleren. Mooi was het nog steeds niet, elegant al evenmin, maar ik deed het wel. Maar nooit moeiteloos.

Er moet echter niet heel veel gebeuren, merk ik, om de balletjes klingelend kapot te laten vallen. Een ongelukje van de zoon en ziekenhuisopname deed ’t ‘m. De balletjes vielen met een smak kapot.

Wat ik dan doe? Mijn wonden likken. Uitgeteld op de bank liggen. Slapen. Ik ben zelfs naar de sauna geweest met een vriendin op een kindvrije dag (dat lijkt erg decadent). ’s Ochtends had ik me nog intens afgevraagd of je met een computer binnen mag in de sauna. ’s Avonds had ik me afgevraagd of ik wel had moeten gaan en niet beter even mijn werk had ingehaald, en het huishouden weg gewerkt.

Dat ik geen buffer heb, merk ik aan het feit dat de balletjes niet kapot kunnen vallen zonder gevolgen. De lijken vielen en masse uit de kast. En ik viel van de ene verbazing in de andere. Afspraken waar ik aan herinnerd werd die noch in mijn agenda stonden, noch waar ik iets vanaf wist. Pijnlijk. Zeer pijnlijk. Ik ben amper vier dagen niet in staat geweest om te werken, maar alle zorgvuldig opgebouwde controle was weg.

Als een collega even ziek is, zijn of haar grootmoeder heeft moeten begraven of zorgen heeft rond een kind, verwachtte ik telkens dat het ‘over’ is van zodra iemand zijn of haar vertrouwde plekje weer heeft ingenomen. Als iemand terug is, is de situatie weer normaal. En dan kan je dus alles vragen, mailen en verwachten. Toch?

Ik was zelf terug na een amper opgemerkte afwezigheid en twee dingen vielen me op. Het eerste? Betrokkenheid is levensbelangrijk. Mijn hart verwarmde van alle lieve betrokkenheid van collega’s die na één dag maar ook nog na drie dagen vroegen hoe het nu met mij en de zoon ging. En het tweede? Als je iets ingrijpends hebt meegemaakt waar je zorg bij nodig was, kan je daarna niet meer gewoon de draad oppikken. De betekenis van werk verandert. Al die belangrijke dingen zijn plots relatief. Als je alles heel even hebt moeten loslaten, is het moeilijk weer gewoon verder te gaan waar je gestopt was.

Soms moet je iets vervelends meemaken om als mens weer te groeien in warmte en aandacht. Ik heb me vast voorgenomen wat attenter te zijn. Want bij iedereen vallen de glazen balletjes wel eens klingelend kapot. En hoewel de scherven snel opgeruimd kunnen zijn, vraagt het wat meer tijd en vertrouwen om ook weer te kunnen jongleren.

Het noodgeval

Ik druk op send. In de mail stond dat ik de afspraak moet verplaatsen wegens een noodgeval.

Het noodgeval begon gisterenavond. Na een dag van huis van 7 tot 19u, had de Peuter een hysterische aanval van drie kwartier. Brullen. Het was door-en doorzielig. Niet alle dagen zijn zo, er zijn ook weken dat ik elke dag om half 4 aan de schoolpoort sta. Maar gisteren was een XL dag en de Peuter die een kleuter is geworden was over de rooie.

Tijdens zijn over-de-rooie-zijn betrapte ik me op de gedachte hoe lang het nog zou duren, want hij moest in bed en ik moest nog werken en ik had ook een XL dag gehad. Dat was een heel foute gedachte. Ik bleef bij hem, we knuffelden, ik aaide nog lang, ook toen hij al sliep.

’s Ochtends ging het (nog steeds) helemaal mis. Ze moesten echt in bad, ik zocht mijn weg tussen vuile kopjes, afwas, smeerde nog snel boterhammetjes, had uiteraard niets klaar gelegd, moest overal hemdjes en shirtjes vandaan plukken, dropte hen te laat aan school, en besloot toen gewoon naar huis te rijden. De eerste afspraak van de dag af te zeggen in plaats van met een bloeddruk van 20 over 15 ofzo 115 km te rijden.

Thuis kwam ik binnen in een slagveld. Ik had ongeveer een uur alvorens ik weer in de auto moest stappen. In mij drong de gedachte zich op dat ik het maximum uit dit uur moest halen. Het huis fatsoeneren, de afwas doen, een beetje orde scheppen, zorgen dat ik tenminste wat gegeten heb voor ik de deur uit ga en dat ik misschien zelfs iets bij heb voor onderweg. Misschien de restant van de perzik die ik gisteren at uit de auto halen. Ik ging naar toilet. Ik at wat. Ik schreef een post. Ik waste af. Ik bedacht dat er ofwel iemand moet komen die dit gezin mee runt. Ofwel moet ik een ochtendmens worden (I tried, really). Ofwel moet ik een andere baan of eindelijk meer bijberoep en minder hoofdberoep. Maar de gedachte dat ik als vrouw mijn ambitie en waar ik goed in ben moet opbergen omdat de combi werk en gezin niet haalbaar is, maakt me instant woest. Niet alleen is het zo dat ik mijn baan nodig heb, maar ik voel het ook als urgent dat ik mijn talent inzet. Niet voor commerciële doeleinden, maar voor een maatschappelijk doel. En met dat bijberoep spelen twee elementen: het is altijd onzeker want zelfstandig, ik moet eerst flink investeren (tijd, acquisitie, sparen) om de sprong te wagen en de facturen voor het huidige werk worden gewoon niet op tijd betaald waardoor ik er niet echt op kan rekenen als de huur betaald moet worden, zolang ik geen buffer heb.

Dat vraagstuk los ik niet op in de zes minuten die me nog resten. De afwas wel.

 

Prinses en de cruise control-man

Zoals jullie hier konden lezen ging ik logeren bij Marinus. Omdat ik daar voor het werk in de buurt moest zijn.

Het was taai. Veel werk, vroeg op, laat terug. Ik had een opdracht samen met mijn baas en dat joeg me de stuipen op het lijf. Maar er waren twee avonden en twee nachten.

De eerste avond reed ik na kinderbedtijd noordwaarts. De volle 230 km. Na het parkeren van de auto stond ik vertwijfeld in een steegje en deed mijn map-app het niet, waardoor ik zijn huis niet kon vinden. Ik belde hem, hij kwam me tegemoet. Nam mijn tas over, nam me mee naar zijn huis. Zijn mooie rustige huis in een steegje in een lieve stad. Hij maakte cappuccino voor me. Met zorg en liefde. We spraken nog uren, en verder gebeurde er niets.

De volgende ochtend moest ik vroeg op. Hij was voor me opgestaan, voorzag me van koffie en maakte ontbijt voor me – wat ik niet binnen kreeg op dat vreselijke uur. Hij wandelde mee naar mijn auto en wenste me succes voor de dag.

Na de lange dag kwam ik weer toe bij hem. Terwijl ik op de bel drukte, grinnikte ik. Zijn fiets stond voor de deur en die was even stijlvol als zijn koffiemachine en zijn huis. We dronken koffie. Ik moest nog werken maar wou eerst een trui kopen. Hij stelde voor mee te gaan.

En daar werd het sneu. Want ik was doodsbang. Ik snapte niet dat hij mee wou. Ik kon daar niets mee. Ik was op mijn hoede. Dirk kon zo’n dingen tot een hel maken. Door niet mee te willen. Door wel mee te gaan en me dan in de winkel te vernederen, of de winkelmevrouw te charmeren waar ik bij stond. Marinus liep naast me, zocht in de winkel mee een leuke trui uit, was op een rustige manier in de weer om verschillende kleuren en verschillende maten aan te dragen. En ik dacht alleen maar: wanneer gaat het gebeuren? Wanneer gaat dit mis? Het ging niet mis. Hij was gewoon lief en zorgzaam en we wandelden terug.

Daarna ging hij sporten (het is zo’n man die naast het feit dat hij zijn leven op orde heeft ook nog loopt en meer dan vijf kilometer) en ik werken. Ik smste een lieve vriendin: ‘er gebeurt niets!’.  Ik gluurde naar zijn benen toen hij na en toertje lopen gezwind weer binnen kwam. We gingen de stad in, uit eten. En dat was alleen maar fijn. Hij was lief en attent en er gebeurde niets dat pijn deed. Ik voelde me op geen enkel moment vernederd of gemanipuleerd.

We wandelden terug. Een beetje onhandig sloeg hij zijn arm om me heen. Op de bank serveerde hij me een kopje thee. Voor we het wisten was het uren later en lagen we dichter bij elkaar, te praten. Elkaar dingen te vragen. Hij kuste me. En hij hield daarmee op om me te vertellen dat ik wel beter voor mezelf moest zorgen als we een relatie zouden krijgen. Minder werken, sporten, beter eten. Mijn keel schroefde dicht, omdat de angst dat hij me wou veranderen even intens was als het gevoel dat Dirk alleen maar wou dat het slecht met me ging en deze man het blijkbaar prioriteerde dat het goed met me zou gaan – en daar ook nog aan wou bijdragen. We kusten. We spraken. Om 3 uur viel ik tegen hem aan in slaap. Om 6 uur ging de wekker. Ook deze keer voorzag hij me van koffie, liep hij mee naar mijn wagen. Hij heeft twee keer mijn ochtendhumeur doorstaan.

Dat alles is vier dagen geleden. En sindsdien is er een rollercoaster van gevoelens. Ik realiseer me in het contrast pas echt hoe onveilig Dirk was en hoe bang ik ben geworden. Ik ben helemaal ok in het normale leven, maar dat iemand me nu nadert triggert al die onveiligheid loeihard. En dan zet ik me schrap. Wil ik vanalles – hem uitnodigen! En durf ik niets. Maar we praten. En hij is compassievol. En hij is zelf geen onbeschreven blad.

Waar ik nog even dacht dat Dirk de ultieme kans was om door al mijn zure appels heen te bijten, en de zijne, weet ik nu dat het waarschijnlijk een teken van gezondheid is van mijn kant om te kiezen voor een relatie die me meer recht doet in plaats van het proberen overwinnen van een destructief patroon wat waarschijnlijk gewoon niet realistisch is. Ook nu al is het me instant heel duidelijk dat Dirk misschien soms wel wou, maar nooit kon. Zelfs kleine dingen die ik graag wou, een keer naar de sauna gaan, een film, een fijn kopje koffie samen, lukten nooit. Het gebeurde gewoon niet met Dirk.

Op Dirk was ik knallend verliefd. En alles wat ik over hem ontdekte moest ik slikken want stiekem waren het geen leuke of mooie dingen.
Met Marinus is het anders. Ik sta helemaal schrap – dat hij vijftien jaar ouder is helpt ook niet. Maar alles was ik ontdek geeft me het gevoel een goed lotje uit de loterij getrokken te hebben, een beetje achteloos. Het voelt misschien zelfs alsof het lotje op mijn deurmat dwarrelde, zonder dat ik er iets voor moest doen. Hij lijkt erg oprecht en zegt dan goede dingen. Dat hij het fijn vindt dat ik kinderen heb. Dat hij het leuk vindt daar ook een band mee op te bouwen. Dat hij geen extra taak wil zijn in mijn drukke leven maar het net makkelijker wil maken. Dat we moeten zorgen dat ik binnen een tijdje maar eens wat minder moet werken als ik dat wil. Hij is een beetje huiselijk (hij heeft slofjes!) en heeft een groot huis dat leuk ingericht is en op een hypercharmante plek staat (o, o, o – wat mooi!). Hij heeft zijn leven op orde. Hij heeft een baan waar hij op een normale manier mee om lijkt te gaan. Hij heeft een mooie fiets. En een leuke stad. Hij is een Nederlander. Hij praat en zegt de juiste dingen en hij luistert. Hij is niet bang, hij is vol vertrouwen. Hij draagt streepjeskousen. Hij drukt zich genuanceerd uit. Hij noemt me lieverd. (O jee, o jee! Stress!) Hij heeft nagedacht over eerdere relaties en over zichzelf. Hij heeft therapie omdat hij aan zichzelf wil werken. Hij stelt de dingen niet mooier voor dan ze zijn. Hij zegt dat hij me sterk vindt, onafhankelijk, intelligent, grappig maar ook zacht en rustig. Hij ziet dat het leven hier bij momenten op z’n kop staat en hij begrijpt dat. Hij kijkt naar de toekomst maar hij verstikt me niet. Hij vraagt me dingen samen te doen maar geeft me echte ruimte om nee te zeggen. Hij rijdt met zo’n verantwoorde nette auto op een kalme manier. Een cruise control-man. En hij verdient meer dan mijn baas, geloof ik. Een ontdekking waar ik een instant identiteitscrisis van kreeg, omdat ik nu mijn zelfwaarde vier in mijn werk en ik niet goed weet wat daarvan overeind blijft als het niet meer zo acuut en heel nodig moet. Ik heb kracht verzameld de laatste jaren en een stukje daarvan is het bereiken van (financiële) onafhankelijkheid, met bloed, zweet, tranen, nachtwerk, het schrappen van allerlei dingen die ik leuk vind, en er zwaar met de zweep over, elke dag. Hij stelt voor de zweep op te bergen en ik doe bijna in mijn broek.

En hij ging net in op mijn uitnodiging om een weekend naar hier te komen. (Stress! Stoom uit mijn oren!) (Ik kan natuurlijk nog altijd doen alsof ik niet thuis ben.)

Hell yeah. Wordt vervolgd.
Voor de betere soap moet je hier zijn ;).

 

 

Hoera voor … het verspakket van Albert Heijn!

‘Hoera-voor’ is een reeksje op mijn blog met survival-strategieën voor (single) moms. Het is heel erg not-me om dit soort blogs te schrijven. Lees het vooral niet als strategieën van de specialist, maar als toevalstreffers van de moeder-chaoot. En doe er je voordeel mee.

Ik heb er al eens over geschreven, namelijk hier, maar het verspakket van Albert Heijn kan niet voldoende bewierookt worden. Niet alleen is het pakket, vooral verkrijgbaar in de Nederlandse filialen, in mindere mate ook in België, gepimpt zonder in prijs toe te nemen, maar ook zijn er weer wat nieuwe opties bij gekomen.

Gepimpt? Aanvankelijk ging het om een ‘vers kookpakket’, in een plastieken bakje. Intussen is het wat luxer geworden, in een kartonnen bakje, wat breder. Jammer genoeg nog steeds met plastiek ingepakt. Op de kartonnen wikkel staat het eenvoudige recept, dat hoef je niet meer (een beetje vochtig) van onder de groenten te halen.

Er zijn ook wat nieuwe opties, zoals de Turkse groentekebab en  het pompoensoeppakket.

De instructies zijn altijd simpel, de prijs tot dusver altijd onder de vijf euro. En mijn kinderen lusten het meestal.

Je hangt niet vast aan een wekelijks bezorgde box en je kiest en beslist gewoon in de winkel.

Ik vind het zelf een pak makkelijker om te kiezen voor een gerecht dan voor ingrediënten waar ik dan een gerecht mee moet zien te maken. Het winkelt dus erg snel, weinig keuzestress, geen zoektocht naar ingrediënten. Nog een mooi voordeel is dat de portie meestal veel te groot is voor ons drietjes, ook al staat er op het pakket dat je er met vier van kan eten. Dat betekent dat als ik één keer twee pakketten kook, ik meestal eten heb voor dagen. Bijvoorbeeld de tomatensoep en de Italiaanse lasagna staan vandaag in veelvoud in mijn koelkast (drie porties van beiden voor ons drietjes). Dat je het op voorhand kan voorbereiden, is ook fijn. Voor na de volgende zwemles staat er looksaus in de koelkast, een tomatensalsa en een bakje vol geroosterde groenten. Thuiskomen, pittabroodjes warmen en quornblokjes bakken, en we zijn weer gesteld.

Nog meer variatie is dus welkom, liefst vegetarisch (al zit er geen vlees bij en kan je dus elk gerecht een vegetarische draai geven – bij de soepen zit wel vleesbouillon, jammer!). Wij zijn fan! Hoera voor het verspakket van Albert Heijn!

De date: het vervolg

Enig enthousiasme ontstond toen ik hier het verhaal postte over een date. Ik heb jullie nog even in spanning gehouden, maar dat komt omdat het een beetje in between iets en niets is.

Laten we hem een mooie naam geven. Marinus. Marinus. Marinus dus (even oefenen, even wennen). We aten samen. Ik heb nog nooit zo slecht gekookt als die avond en uit schaamte durf ik er ook niet over schrijven. Er waren verzachtende omstandigheden, waar ik ook niets over zal schrijven, maar het was echt een soortement fiasco. Doch spraken we met elkaar, lang en veel en echt. Tegenover elkaar aan tafel. Er flakkerde geen groot verlangen op, ik was blij dat hij weg ging en ik kon gaan slapen, maar ik had ook intens genoten van het gesprek, het contact, de avond.

Intussen hebben we alweer gedate, in het bijzijn van anderen. Wij laten er geen gras over groeien. Een culturele activiteit waarbij Marinus er de kantjes een beetje afliep door heel de tijd voor te stellen koffiepauze te nemen, en ik (zoals ik nu eenmaal ben) er cultureel uit wou halen wat er uit te halen viel (met andere woorden: alles zien, alles weten! Zo irritant kan ik zijn). Maar ik moest wel met hem lachen. Tijdens de koffie hadden we, met anderen samen, intense gesprekken.

En verder appen we uhm, dagelijks. Misschien eigenlijk ongeveer de hele dag door zo’n beetje. En binnenkort ga ik bij hem logeren, mompel ik er nu heel casual achteraan. Niets aan de hand, tralala. De logeerkamer dus. Gewoon praktisch. En gezellig.

Ik word er niet heel warm van, maar het laat me ook niet koud. Ik sta er wat onderzoekend in.

Een deel van het onderzoek gaat nog over Dirk. Dirk die in therapie is en waar ik gesprekken mee voer bij momenten. Ik sta er vrij onbevangen in, het doet me niet heel veel meer, maar één en ander samen zorgt dat soms het licht aan gaat in mijn hoofd. Dat ik heel precies kan zien welke pijn Dirk in mij triggerde waardoor ik me onveilig voelde, reageerde vanuit oude angst die wel heel vertrouwd was. Waarschijnlijk was ook het omgekeerde waar. Hij vertelt me zelf verbaasd te zijn hoe erg hij op de vader lijkt die hem mishandelde. Het afgrijzen van het besef geworden te zijn wat je alleen maar wou vermijden te zijn. Weten dat je anderen de pijn aandeed waar je zelf door beschadigd bent. Hij verliet me om van die versie van zichzelf weg te rennen.

Ik weet dat ik je leven totaal heb ontwricht,’ zegt hij. Ik denk na over hoeveel verantwoordelijkheid je hebt voor de pijn die anderen je kunnen aandoen. Zonder die pijnplek in mezelf had ik het hem niet laten doen. En tegelijkertijd blijft het een rotstreek, zonder meer. Een vrouw verlaten in die eerste precaire maanden na het krijgen van een kind.

Heel soms zie ik onze relatie en onze after-relatie als een opeenvolging van duizend keer hetzelfde, telkens anders vermomd. Mijn pijnplek en zijn pijnplek. Duizend keer hadden we de kans anders te reageren, misschien wel onszelf en de ander te helen. En duizend keer hebben we het niet waar kunnen maken. We praten. Soms voelt het nog steeds alsof hij mijn man is, en alsof we een opdracht hebben met elkaar in plaats van beiden gewoon opnieuw te beginnen elders, met nog een vrij verse en diepe kras op onze zielen.

Ik vraag me af wat juist is, maar ik weet dat ik niet zelf de keuze maak. Opnieuw beginnen, met Marinus. Of met iemand anders die zich aandient. Of zonder iemand. In de hoop dat de pijnplek ongeadresseerd blijft. Maar dan geneest ze misschien nooit. Dan negeer ik ze alleen maar. Of misschien komt er dat moment dat Dirk en ik de opdracht moeten inlossen met elkaar, dat oude pijn kan helen. Pijn die ouder is dan onze relatie. Niet hij moet mij helen. Niet ik hem. Ik mezelf en hij zichzelf. Maar tussen ons ligt misschien wel een bepaalde oefenruimte en een bron van informatie.

Anyway. Hoor ik daar een appje van Marinus toekomen?

Wordt vervolgd. Voor de complexe verhalen moet je hier zijn, zo veel is duidelijk. Misschien binnenkort spannende verhalen uit de logeerkamer van Marinus. Who knows ;). (Het zou me verbazen, maar ik sluit niets meer uit.)

 

 

 

Puzzelen voor gevorderden

Het is 22u32 en ik zit aan mijn computer. Ik ben trots dat ik weer als een normaal volwassen mens kan functioneren. Vandaag lukte het me om de hele dag te werken, de kinderen mee naar de dokter te nemen, eten te maken, samen te eten, het bedritueel te doen en me daarna terug te trekken met een mapje rekeningen.

Er kwam een rekening van de advocate. Anderhalf maandloon. Slik. Dat heb ik niet opzij staan. De vakantie viel wat duurder uit dan gedacht en een opdrachtgever betaalt ook wat later dan gehoopt. Ik wacht nog op een paar honderd euro aan gedeclareerde rekeningen. In oktober moeten de verzekeringen betaald worden. Tot eind 2016 wordt het allemaal erg krap. Ik reken en puzzel en ontdek dat ik deze maand 263 euro mag uitgeven aan boodschappen. Via Collect & Go doe ik heel beheerst en overdacht inkopen (het is toch anders met twee jongetjes die zeuren en naar toilet moeten en willen helpen tijdens het winkelen). Ik zet de extra korting-kaart bewust in (30 euro gescoord!) en vergelijk prijzen en hoeveelheden en merken tot ik er een punthoofd van krijg. De algemene producten (wc-papier, zeep, melk, …) voor de maand en de specifieke voor komende anderhalve week kosten me 250 euro. Ik slik, ik klik.

Het schoentje wringt op dit moment vooral bij kosten rond gezondheid, de kapper (ik heb al spijt dat ik een afspraak heb gemaakt voor mij en de peuter) en de winterschoenen voor de kinderen en als het ooit eens kan wil ik er ook. Voor het eerst in drie jaar. En ik wil ondergoed, mooi en comfortabel. Ook dat wordt zo’n bespaarpost die je spuugzat wordt. En hoe dankbaar ik ook ben voor de gekregen jurken uit anderen hun overvloed, intussen wil ik gewoon ook wel eens bedenken wat ik zelf mooi vind.

Ik ben het zat dat ik al jaren hard werk en niets opzij kan houden. Geen buffer kan inbouwen. Een combinatie van met één inkomen een huishouden ‘trekken’ en uitzonderlijke kosten, zoals de advocate. Ik vertel mezelf dat ik 2017 in zal gaan met een financieel plan, waardoor ik op mijn 35ste (binnen 3 jaar) een buffertje zal hebben. Maar stiekem weet ik ook dat het niet ligt aan het al dan niet hebben van een plan, want ik denk nog steeds niet dat ik onverantwoord geld uitgeef.

Nu het beter gaat, wil ik weer allerlei dingen. Een eigen huisje op een dag. Een mooie jurk. Een uitje. Een keer uit eten. Sinds ik me niet meer door de dagen sleep, doe ik meer leuke dingen, omdat het kan. Omdat ik mijn energie niet meer moet uitpersen om gewoon de afwas al gedaan te krijgen met wisselend succes. Ik bezoek een museum, ga uit eten met vrienden, trakteer de jongens op pizza na hun eerste schooldagen, breng een heerlijke avond in de sauna door met een vriendin. Ik kan plots vanalles. Het leven wordt feestelijker. Maar feesten kost geld.

Dat ik intussen energie heb om de dagen door te komen en dat ik bijna pijnloos leef, heeft het gif van de schaarste uit mijn systeem gehaald. En er is toekomstig geld op komst. Een belastingsteruggave die ooit eens gestort zal worden – liefst voor de verzekeringen betaald moeten worden. De declaraties. Verdiensten van het bijberoep, ook al weet je nooit exact wanneer dat komt. Het is puzzelen, in de hoop dat de ontbrekende stukjes gauw geleverd zullen worden.

 

 

 

 

Comfort: het vervolg

Zoals je hier kon lezen, zijn we een tijdje geleden te gast geweest in het appartement van Ineken. In mijn vorige post vertelde ik vooral over de plek zelf, in deze post vertel ik over het weekend.

Vrijdagavond. We hebben een drukke week gehad. Quality time, een weekend aan zee! Het stormt, we zitten erg dicht bij zee. De kleine boeddha slaapt vlotjes in, maar grote broer ligt nog even wakker door de storm. We praten een beetje. Ik zet een kopje koffie voor mezelf, berg het geplande werk op, ga gewoon even zitten en laat de mooie plek op me inwerken.

Zaterdag. Bij quality time hoort lekker eten. In de Albert Heijn van Oostburg vinden we lekkers om fijn en gezond samen te eten. Na de lunch gaan we naar het strand, en daarna wandelen we naar Retranchement. Het is een wandelingetje van ongeveer 5 km, maar valsspelers zoals wij kunnen dat goed inkorten tot 2 door de auto aan Camping Juffertje in het Groen te zetten. Als je dan het water volgt, landinwaarts, loop je het dorp in en kom je precies uit bij de Parlevinker. Poffertjes. Do I need to say more?

’s Avonds kom ik thuis met wel erg vermoeide kinderen. De zeelucht? Mijn met liefde bereidde lasagne wordt niet gesmaakt. Ik zie het aan hun ogen. Koorts. Die avond zit ik met twee gloeiende kinderen in een appartement aan zee. Gelukkig was ik zo verstandig om een pijnstiller/koortswerend middel mee te nemen. Maar het is wel vloeken. De nacht is onrustig. De jongens zijn klam en ze hoestten.

Zondag. De situatie wordt er niet beter op. Ook ik voel me niet ok. Naar buiten gaan is uitgesloten, Grote Broer kan niet op zijn benen staan van de koorts. Gelukkig blijkt het appartement ook een goede ziekenboeg. We vinden boekjes in een kast die we lezen in bed (waarbij ik een constructie maak met kussens zodat de oudste zijn hoofd niet zelf recht hoeft te houden, ook dat lukt hem niet). De jongens nemen een douche. Daarna kijken ze tv terwijl ik opruim, onze spullen pak en stofzuig. Met pijn in het hart. Na wat moeizaam verorberde yoghurt vertrekken we. Ik opper dat we nog heel even naar de zee kunnen gaan kijken die op amper enkele meters lopen van het appartement ligt, maar ik zie aan de jongens dat het geen optie is. We komen thuis op het moment dat ik had willen vertrekken in Cadzand na een leuke strandwandeling, een leuke buitendag, veel zeelucht.

Het was een gemeen soort pech. (We gaan het er vooral niet over hebben waarom mij dat overkomt.) Ons te korte verblijf in Cadzand gaf alleszins zin in meer. Het appartement voelde zo heerlijk comfortabel, het Cadzandse strand is wijds en rustig, het Zwin wacht nog op ons bezoek en we kunnen wel meer wandelingen maken als er poffertjes te verdienen zijn. Ook Cadzand heeft leuke horeca, een kopje koffie op een terrasje had wel gesmaakt in betere omstandigheden. En ik denk dat Cadzand en omstreken een fietsparadijs zijn. 

Ineken, dankjewel dat we bij jullie te gast mochten zijn.
We hopen terug te komen.

Aan allen: het appartement van Ineken is een aanrader. De zorg, liefde en goede smaak spatten er van af. Duinhof VI, 29, hier kan je het vinden.