Zondag taaidag

Ik sta in de badkamer, kijk in de spiegel en probeer het gevoel van wanhoop de baas te blijven.

Het gevoel van wanhoop omdat ik vandaag niet de moeder was die ik wil zijn, en meermaals tegen Kleuterzoon heb gezegd dat hij me gerust moest laten, dat ik even tijd nodig had. En tegen Babybroer dat hij moest ophouden met huilen.
Wanhoop, om de wandeling naar de paardjes in de ijzige kou, die beter leek dan nog meer uren tussen die vier muren met ons drietjes, maar waarbij Babybroer wanhopig begon te huilen van de kou toen we op een kwartier stappen van huis waren, en ik in volle stress Kleuterzoon verbood te zeuren en hem aanmaande sneller dan zijn kleine beentjes hem konden dragen, naar huis te gaan.
Om het vage plan naar het museum te gaan, maar zo’n energie-infarct te slikken hebben gekregen dat er geen sprake is van ergens naar toe gaan en we dus maar weer eens thuis gebleven zijn.
Om het witte gezichtje van Babybroer. Babybroer die ziek is aan zijn luchtwegen, en waar ik met enige zorg naar kijk.
Om de koekjes die we gingen bakken, en die mislukt zijn. Ik had ze te dicht bij elkaar gelegd en ze zijn versmolten tot één koek, een bakplaat groot. Geen sprake van mooie zakjes maken en koekjes cadeau doen, zoals ik Kleuterzoon had voorgehouden. Maar wel lekker, dat was dan nog iets.
Wanhoop om een huis vol snippers (waarom geef ik Kleuterzoon ook alweer een schaar en een krant? O ja, omdat hij dan tien minuten stil is), en speelgoed, en was, en afwas.
Wanhoop om werk dat ik niet gedaan krijg en waar ik geen zin in heb.
Om die knoop in mijn maag, die me belet te eten en die het ademen moeilijk maakt.
Om de überslechte nacht, met het feestje tegenover tot 3u, twee keer de politie bellen waarbij ik me dan de trut van de eeuw voel, en Babybroer die om 5u doornat wakker werd.
Om een vriend op bezoek, en de voorzichtige gedachte aan meer, en dan merken en voelen dat ik alleen maar afkeer voel en er niet eens aan wil denken om opnieuw een keer bij iemand te zijn.
Om alleen.
Om het besef dat de winter het allemaal nog wat taaier en geïsoleerder gaat maken.
Om het merken dat het slechter gaat, en dat ik het niet kan keren.
Om Kerstmuziek vanmiddag, die de gedachte opriep aan de kerstdag waarop ik net wist zwanger te zijn. En dat er nu ook een kerst volgt, waar ik totaal geen zin in heb. En dat ik Kleuterzoon een boom beloofd heb, maar al een dikke keel krijg als ik daar aan denk.

Ik blijk niet de baas. De wanhoop slaat ongenadig toe, en ik zit op het tandenpoetstrapje en huil. Zo stil mogelijk, om niemand te wekken.

Het helpt een beetje, aan mijn maag. De pijn is wat minder. En met rode ogen kan ik vast ook snippers opruimen.

Morgen beter. Alsjeblief.

Perspectief

Er zijn dagen dat ik denk dat de situatie waarin ik nu zit, zo’n hindernissenparcours is, met een berg verdriet erbij, dat ik enkel maar bitter kan worden. Zo’n mens met een verbeten trekje rond de mond en grijze wallen onder de ogen. (Die laatste heb ik al!) Er is de frustratie van niet vooruit komen, van de dingen niet opgelost of veranderd te krijgen. Er is de vermoeidheid van te weinig slaap. Het rondjes lopen in mijn gedachten. Pogingen om iets te veranderen opgeven. Dan is alles donker, voel ik me klagerig, slachtofferachtig, vraag ik me af waar ik het allemaal aan verdiend heb en waar het gaat ophouden.

Er zijn ook dagen dat ik deze crisis zie als iets waar ik door moet. Iets dat op mijn pad komt, waar ik wijzer van word. En sterker. En beter. Anders. Dan probeer ik mijn zegeningen te tellen, en weet ik dat ik al oneindig veel milder ben naar anderen toe dan vroeger. Dat ik veel empathischer ben. Ik realiseer me dan dat ik lieve vrienden heb, waarvan enkelen er écht zijn voor me – dag en nacht. Dat ik waarschijnlijk niet meer geneigd ben om in een relatie met destructieve patronen te stappen. Dat ik dichter bij de zonen sta dan ooit tevoren. Dat ik het red, ook al denk ik dat ik het niet red. Dat wat belangrijk is in het leven niet is wat ik dacht dat belangrijk was. Dat ik elke situatie van rust en vrede waar ik mogelijk ooit in verzeil geraak, zal koesteren en waarderen, ook al is het saai ;).
Een gevaar aan de laatste manier van denken, is dat dat min of meer inhoudt dat ik de ‘crisis’ ergens aan verdiend heb. Dat ik een lesje te leren heb. En dat is een gedachte die aanleiding geeft tot bitter zijn.
Een leuk aspect aan die laatste manier van denken, is dat het een soort belofte inhoudt. Ooit zal het beter gaan, als ik me hier maar doorheen bijt.

Het laatste perspectief is er één van persoonlijke groei. Dat de dingen om mijn pad kansen zijn om te groeien als mens. (Jeetje, ik begin te klinken als de Celestijne Belofte ofzo, heb ik ooit als puber gelezen :)). Om me te realiseren dat ik krachtbronnen heb waar ik geen vermoeden van had. Om mezelf te dwingen het roer om te gooien, en bijvoorbeeld voor het eerst in mijn leven eens mijn grenzen af te bakenen en mezelf rust te gunnen. Dat mijn leven uitgepuurd en uitgezuiverd zal zijn, na dit alles. Ik bedoel maar: vijf jaar geleden was ik iemand die jaloers was op vrienden omdat ze een citytrip hadden gemaakt die ik nog niet gedaan had, vandaag ben ik innig gelukkig als ik bij de Kringloop een leuk theepotje vind.

Ik slinger tussen beide perspectieven. Vermoeidheid doet me genadeloos in het eerste vervallen. Dan ben ik mopperig, verongelijkt, doodmoe, moedeloos en denk ik dat het alleen maar erger kan worden. Een fijn gesprek, een zeldzaam uitje, een moment van rust nodigen me uit het tweede perspectief in te nemen. En dan weet ik even heel goed wat me te doen staat. Doorzetten, er dwars door heen, naar betere tijden. En op die weg een goed evenwicht vinden tussen rust en toch dingen realiseren via structuur en doorzettingsvermogen.

Gelukkig heb ik twee engeltjes om me op het rechte pad te houden. Eéntje die vandaag zei dat in het stalletje van Jezus de os en de egel en ook varkens waren. De andere had de slappe lach omdat ik warme lucht in zijn sokjes blies.

Misschien moet ik het vervolg op de Celestijnse belofte maar eens schrijven. Mijn financiële problemen zouden alleszins in één klap opgelost zijn ;).

Het zit even niet erg mee in het Prinsessenrijk

Links van me staat voor 50 euro medicatie. In de kast zitten pepmiddeltjes, voor mezelf. Om de dagen door te komen. Energieboostdingen van bij de apotheek, waar ik normaal gezien niet aan doe, maar nu even al mijn hoop op stel. De hoop dat ik nog enigszins normaal mag functioneren, met de nachtjes zonder slaap of met een beperkte slaap, door de afwisselend zieke Babybroer en Kleuterzoon. Ik heb de voorbije weken liters lichaamssappen opgekuist, nu zitten we aan de oor-, keel- en luchtwegenontstekingen.

Verder zit het ook niet erg mee, met niet te verkrijgen ziekenoppas voor kindjes bij CM voor vandaag (dat wordt drie koppen espresso en nachtwerk straks), en Dirk die het allemaal zijn zaak niet vindt dat ik al maanden niet voldoende uren kan kloppen omdat ik elke week wel weer eens een dag of erger nog, twee dagen niet kan werken. Omdat de school weer eens een dag toe is. Omdat de opvang toe is. Omdat vooral Babybroer de ziektes aan elkaar rijgt. En dat ik de uitputting nabij ben, of misschien zelfs voorbij, kan hem ook niet schelen.
Ik heb een boek naar zijn hoofd gegooid. Dat was geen goed plan, maar het luchtte op.
Intussen zitten we weer in het k*tpatroon dat als volgt gaat: ik laat hem weten dat we moeten praten, hij reageert nergens op, waar ik dan weer witheetwoest van word. Iemand tips om dit soort patronen te doorbreken?

Op momenten dat ik wel kan werken, lijkt het alsof de stress/vermoeidheid me loeihard neermept. Ik lees dingen zonder ze te begrijpen, zie geen verbanden meer en krijg geen letter op papier. Ik vergeet veel.

Dit is het ergste aan alleenstaandmoederen. Het gevoel dat je vooruit wil en moet, maar dat je geen stap kan zetten omdat je geketend bent. Armen en benen. Trekken, proberen, al je krachten verzamelen, en telkens maar het onderspit delven en zien dat er bij momenten nog een extra ketting toegevoegd wordt om je zeker op je plek te houden.

Hierbij mijn excuses omdat ik geen mails beantwoord de laatste tijd. Het is niet dat ik het niet wil.

En voor diegenen die het vroegen: nee, ik heb nog geen nieuwe baan. Nog twee gesprekken te gaan. Maar als de baan er komt, heb ik voor mezelf besloten dat het contract ten vroegste 1 februari mag ingaan, omdat ik rust nodig heb en eens moet kijken of ik de sleuteltjes van al die kettingen kan vinden.

En het ergste van alles?
Daarnet belden de mannen van het oud ijzer aan, om te vragen of ze mijn auto mochten meenemen. Aaaaargl! 🙂

Naakt

Ik sta vaak naakt in de wereld. Meer naakt dan tot op het vel. Naakt alsof mijn hart onbeschermd aan de oppervlakte ligt. Alsof mijn vel er af gestroopt is. Alsof alles pijn kan doen, en zelfs het zachte heel hard kan aankomen.
Met mijn naaktheid wentel ik me in zacht flanel, of ik hul me in een cache-coeur, waarmee ik mijn hart inpak. Er zijn prikkels die ik vermijd, omdat ik ze niet kan verdragen. Omdat ze pijn doen, omdat ik geen verweer heb. Luide muziek, drukke (en dronken) mensen, fel licht. En nog duizend andere.

Ik zoek dingen op die mooi zijn. Niet te veel. En soms zoeken dingen die mooi zijn mij op.

Ik had enkele nachten op rij niet geslapen. Omdat Babybroer ziek was. Omdat Kleuterzoon ziek was. Omdat ik ziek was. Van vermoeidheid word ik altijd nog wat naakter. Tot op het bot, zeg maar.

Naakt tot op het bot, zag ik ‘Vie sauvage’. Een film over een vader die zijn kinderen in een vechtscheiding meeneemt, weg van de moeder, de natuur in. Zowel de natuurbeelden, als de ogen van de kinderen, als de pijn van de moeder, als de verbetenheid van de vader als geluiden, licht, alles, kwam loeihard binnen. Ik had niets voor handen om tussen mij en de film te plaatsen, ik kon me niet beschermen, afsluiten, dus werd ik overspoeld. Voelde ik me alsof ik in elk personage gezogen werd. Reageerde mijn lichaam uitermate geprikkeld, alsof het onder grote stress stond. Brandden de beelden zich op mijn netvlies.

Beeld uit de film 'Vie sauvage'

Beeld uit de film ‘Vie sauvage’

Naakt tot op het bot, had ik een rillend ziek mannetje op de vloer van de badkamer. Hij was vuil van over te geven, ik probeerde hem gerust te stellen, het hele zaakje op te ruimen en hem een schone pyama aan te doen. ‘Moeke, je bent toch niet te moe om voor mij te zorgen, hé?’, vroeg hij. Nee, zoon, ik ben nooit te moe om voor jou te zorgen.
Mijn hart, mijn hart.

Ik loop zielsnaakt door het S.M.A.K. en zie de tentoonstelling van Berlinde de Bruyckere. Plots sta ik voor ‘Hanne’. Ik denk aan schaamte, ik denk aan schuld, ik denk aan pijn, ik denk aan steun zoeken, ik denk aan kwetsbaarheid ten top, ik denk aan vrouwelijkheid, ik denk aan de wolfsvrouw, ik denk aan Maria Magdalena, ik denk aan Eva die verdreven wordt uit het Paradijs. Misschien denk ik niet, maar voel ik. Word ik. Word ik kwetsbaar, word ik schaamte, word ik schuld, word ik pijn, word ik wolfsvrouw, word ik Maria Magdalena, word ik Eva. Er is geen grens meer tussen mij en het kunstwerk, ik lijk er in op te gaan. Ik realiseer me dat ik geen woorden heb. Geen woorden om te vertellen wat dit met me doet, waarom er kippevel op mijn armen staat en op mijn rug, waarom mijn ogen nat worden en waarom ik sprakeloos ben. Ondanks die vakken over kunst in het middelbaar onderwijs en aan de universiteit, heb ik hier gewoon geen taal voor. Wat is dan een schokkend besef.
Naast me staat een olijke gids met een groep. Ze praat het kapot, wil ‘wat anekdotes’ vertellen over het werk. Ik probeer me af te sluiten voor haar getater, en ik kijk. Ik kijk. En ik word.

Hanne - BdB

Op de radio het Miserere van Allegri. Favoriet, van alle tijden. Zo veel herinneringen, aan herfstavonden en zomerdagen, met die verheven muziek. Het is zo mooi en zo dicht dat het pijn doet.

Babyzoon zit aan het ontbijt. Ik vraag hem of hij banaan wil, hij schudt nee. Ik vraag hem of hij een cracotte wil, hij schudt ja. Ik vraag hem waar ‘moeke’ is, hij wijst naar zichzelf. Ik moet met hem lachen, til hem op, houd hem dicht tegen me aan. Ik ruik zijn babyhaartjes en voel dat kleine energieke spartellijfje. Hij lacht een Babylachje, en legt dan zijn hoofdje tegen mijn schouder.

Guislainmuseum. Tentoonstelling over melancholie en depressie. Zeeberg, van Thierry De Cordier. Perplex.

Zeeberg TdC

Dirk gaat vertrekken. Hij praat tegen Babybroer die ik in mijn armen houd. Ik kijk naar zijn bruine ogen, die de mijne plots ontmoeten. Die ogen die eeuwen oud lijken. Ogen waarin ik rust en vertrouwen vond, altijd, waardoor ik mijn hart in zijn handen heb gelegd. Hoe kon ik me zo vergissen? Hoe kan je ogen als eeuwenoude bronnen hebben en toch doen wat je gedaan hebt? Wat ben je mooi, denk ik. En wat zou ik graag minder van je houden.

My Heart is in the Highlands. Arvo Pärt. Ik denk terug aan de magnifieke film ‘La Grande Belezza’. En dan houdt het denken op, en luister ik alleen nog maar. En alles vult zich met de muziek.

Vaak word ik misselijk, van dat alles wat ongenadig hard binnen komt. Het mooie en het lelijke. Of helemaal opgedraaid. Gestresseerd. Een hart dat raast. Soms brengt het me helemaal in het moment, het hier & nu, en ik ben ik blij dat ik over een sensitiviteit beschik die ervoor zorgt dat ik voor een spectaculaire zintuiglijke ervaring geen drugs nodig heb of een vliegtuigticket naar een voor mij onbekende streek waar alles anders is en ruikt, maar enkel maar naar de radio moet luisteren.
Dan denk ik aan Inkelspielchen (http://inkelspielchen.wordpress.com/). Indeed, it’s both a blessing and a curse to feel everything so deeply.

Stof tot nadenken: werk/gezin voor alleenstaande ouders

Stof tot nadenken

Er werd de voorbije week heel wat geschreven over work/life-balance van ouders. En dat deed stof opwaaien.

Volgens mij begon het allemaal met Ilse Ceulemans, die over quality-time en een 45-jaren-plan schreef, op Charliemag: http://charliemag.be/wereld/quality/.

Vervolgens mocht ook een papa zijn zegje doen, zie: http://charliemag.be/wereld/vader/.

Famke Robberechts liet weten dat mama’s hun hersenen niet op de bevallingstafel achter laten, en dat ze liever/beter werkt dan wafels bakt of strijkt: http://www.demorgen.be/opinie/werken-is-wat-mij-gelukkig-maakt-en-ik-ben-er-beter-in-dan-in-strijken-of-wafels-bakken-a2125754/.

Daarop reageerde een thuisblijfmoeder met dit stuk: http://www.demorgen.be/opinie/ploetermoeders-of-bumpervaders-al-wie-poten-en-oren-heeft-hapt-naar-adem-a2127028/.

Ik las alles, reageerde vooral op het eerste stukje, en geraakte weer eens verstrikt in mijn eigen denken, omdat ik zo genuanceerd mogelijk wil denken en bij elke gedachte zelf voor- en tegens kan verzinnen. Zo kom je nooit tot een helder standpunt natuurlijk. Wat me wel opviel, is dat de realiteit van alleenstaande ouders sterk afwijkt van die van koppels met kinderen.

Plan versus leven

Wat in alle stukjes naar voor kwam, is dat je keuzes maakt of moet kunnen maken. De keuze om veel te werken, de keuze om minder te werken, de keuze om niet (buitenshuis) te werken, de keuze om als beide partners minder te werken, de keuze dat één ouder van de twee minder werkt, de keuze om beiden carrière te maken, …

Als alleenstaande mama kan ik niet kiezen. Ik moet werken, het huishouden doen en voor mijn kindjes zorgen. Ik ervaar dat samen als 3 voltijdse banen, voor één persoon (mijn ervaring is dat mijn werk 1 voltijdse baan aan energie van me vraagt, hoewel ik 4/5 werk in een ouderschapsverlofstelsel, mijn kinderen vragen 1,5 voltijdse baan, want met hen heb ik ook nachtshiften, en het huishouden telt voor een halfje. En 1+1,5+0,5 =3).

Ik heb twee universitaire studies gedaan. Ik heb een boeiende baan, die ik misschien beter zou opgeven voor iets ‘makkelijkers’, maar dat is financieel niet haalbaar en zou mij het gevoel geven dat ik ‘alles’ kwijt ben wat ik graag wou. En ik weet van mezelf dat ik heel hard geprobeerd hem op mijn relatie te doen werken en niet in deze situatie terecht te komen, maar jammer genoeg was de beslissing niet aan mij.

Hard werken, niets bereiken

Het resultaat is dat ik moe ben. Uitgeput. Het gevoel heel hard te werken en toch niet het niveau te bereiken wat anderen halen, met mijn kinderen, in het huishouden en op mijn werk, zorgt voor schaamte. En ik merk zelf dat ik intussen ook afhaak. Soms probeer ik het niet eens meer, want het lukt me toch niet: goed werk leveren, een lieve mama zijn, het huishouden onder controle houden. Door af te haken, geraakt alles nog wat meer in het slop. En zo is de vicieuze cirkel rond.

Met een rekenmachine in de supermarkt

Ondanks het geploeter en de dagen van 5u ’s ochtends tot 24u ’s nachts, is mijn inkomen te klein om alle rekeningen te betalen en verder zonder veel zorgen te leven. Ik loop met een rekenmachine door de supermarkt, ik hoop dat niemand ziek wordt en dat er niets stuk gaat, ik stel aankopen die mijn leven gemakkelijker of comfortabeler zouden maken uit (bv. winterschoenen) en ik weet echt heel goed hoe ik de laatste 1,5 week van de maand met een paar tientjes rond moet komen (bak zelf je brood, eet niet elke dag warm, of uit blik, niet weg gaan want bijna alles kost geld, …).

Werk of kinderen?

Sommige mensen leken het een beetje schokkend te vinden dat Famke Robberechts voor haar carrière kiest en eerlijk zegt dat ze niet liever thuis bij haar kindjes is.

Ik heb zelf een vitaliteitscursus gevolgd, en door oefeningen die we daar gemaakt hebben, heb ik het inzicht verworven dat ik veel meer energie haal uit een goede werkdag, dan uit een lang weekend met mijn kinderen. Na een lang weekend met mijn kinderen ben ik leeg, op, uitgeput. Ik zie ze doodgraag, maar ik voel me soms opgesloten en geïsoleerd met hen, de gesprekken die je met een vierjarige en een peuter voert zijn gewoon niet zo ongelooflijk prikkelend, en soms heb ik het volledig gehad met vol spuug en snot hangen, speelgoed opruimen, dingen koken die ze toch niet lusten, hen beurtelings troosten en te animeren of douchen met alle deuren open – inclusief die van de douche zelf – om het te horen als er een ramp gebeurt (idem voor toilet, grmbl). Ik durf dit soort dingen nooit zo luid zeggen, want het is een beetje not done om als moeder te zeggen dat je het gehad hebt, soms, met die kleintjes die je het liefste ziet van de hele wereld. Maar als ik het wel eens voorzichtig tegen een vriendin zeg, hoor ik die meestal zuchten van opluchting en herkenning.

Wat voor mij op die moment erg pijnlijk is, is dat ik geen energie meer haal uit mijn werk, omdat ik te moe ben om het goed en graag te doen. Het is aanmodderen all over, en dat ligt me niet.

Moeder kookt over

Het dagelijks leven is hier dus al overleven. En dan zijn er nog van die momenten dat je zelf ziek bent en één van de kinderen ook. Dat je – zoals ik vannacht – vanaf 2u op bent met een peuter die bleek en slap is en diarree heeft. En als dan om 5u ook nog de kleuter huilt, en je woest wordt op hem omdat je dat er echt niet bij kan hebben en je dringend terug naar de peuter moet omdat die toch echt iets moet drinken en weer een schone luier nodig heeft, dan… Tja, wat dan? Dan voel je je mislukt, als moeder en mens. Dan moet je nog dieper schrapen om wat energie te vinden in dat lege vat dat je al bent. Dan vraag je je af hoe je het de volgende werkweek gaat redden. Dan interesseert het je allemaal niet meer zo, dat werk, dat huishouden, je benen epileren en een gezonde maaltijd koken. En dan kijk je met een klein beetje verbazing naar al die stukjes over keuzes. Want kunnen kiezen, is eigenlijk een luxe.

Een stem voor diegene voor wie kiezen een luxe is

Bedoel ik daarmee dat er niets moet veranderen? Dat ik niet zie dat veel tweeverdieners-ouders op hun tandvlees zitten? Dat mijn vriendinnen ten onrechte moe zijn, al hebben zij in het weekend een uitslaapdag omdat hun man dan opstaat voor de kinderen?
Nee, dat eigenlijk niet. Ik was al moe voor ik alleenstaande moeder werd, en ik worstelde al met de combi werk en gezin.
Misschien wil ik alleen dat de groep die geen tijd heeft om te ‘roepen’, om de dingen ter discussie te stellen, omdat ze door hun tandvlees heen zitten, omdat ze moe zijn, omdat ze aan het overleven zijn, wat meer een stem moet krijgen*. In die groep zitten de mensen die geen keuze hebben, voor wie kiezen luxe is.

* De Gezinsbond brengt een magazine uit over alleenstaand ouderschap: http://www.gezinsbond.be/enigstuk.
Ik mailde hen om te vragen of de voordeelkaarten voor NMBS voor grote gezinnen ook voor alleenstaande ouders zouden kunnen toegekend worden, of er wat kan gedaan worden aan babysittarieven voor alleenstaande ouders, en of ze een soort klankbordgroep in het leven kunnen roepen van alleenstaande ouders die hun noden kenbaar kunnen maken.
Als jullie nog suggesties hebben om de stem van de alleenstaande ouder te laten klinken, hoor ik het graag.

To do: ontspannen

Netflix of geen netflix: that’s the question

Een tijdje geleden overwoog ik om netflix te gebruiken. Zoals trouwe lezers weten, zijn wij volledig tv-loos. En ik dacht dat het me zou helpen om eens een avondje op de bank te blijven liggen, als ik wat had om naar te kijken.

Met een collega bekeek ik hoe netflix werkt. Dat er naar aanleiding van de films en series die je kijkt nieuwe suggesties gedaan worden, vond ik geniaal. Ik maakte me een beetje bezorgd om de massa: je kan er niet alleen uren, maar ook dagen en weken zoet mee zijn. En ik weet dat ik een beetje boulimisch kan zijn met een goede serie, wat ten koste zou kunnen gaan van mijn nachtrust. Tot slot vroeg ik hem enkele van mijn favoriete films in te tikken, en die werden spontaan niet gevonden. Wat mij de waarschijnlijk voorbarige conclusie deed trekken dat vooral populaire films en series op netflix te vinden zijn, en dat ik met mijn voorkeur voor ‘alternatieve cinema’ niet bediend zou worden.

Cinetree!

Even later kwam cinetree op mijn pad. Voor 6,5 euro per maand, krijg je tien films/docu’s voorgeschoteld. Van het alternatieve soort. Zoals over alles dacht ik veel te lang na, haalde ik tot slot toch mijn credit card boven en was ik belachelijk snel aangemeld als lid (www.cinetree.nl). Dat ‘La pianiste‘ nu één van de twee hoofdfilms is, vond ik teleurstellend. Zelden zo’n enge film gezien en na een kwartier uitgezet, als die. ‘Biutiful’, de tweede suggestiefilm, ben ik beginnen kijken, ziek op de bank. Het is een stevige film met een zware thematiek in een grauwe setting, maar wel knap. Verder staan o.a. ‘Margin Call‘, ‘Into the Wild‘ en ‘L’image manquante‘ op het programma, deze maand.

Puntsgewijs

Mijn ervaring met Cinetree in enkele punten:

+ De site is mooi vorm gegeven

+ De films zijn geselecteerd door zogenaamde ‘curatoren‘, met een toelichting in een filmpje. Bijvoorbeeld ‘Margin Call‘ is geselecteerd door Joris Luijendijk en ‘La Pianiste‘ door Halina Reijn.

+ Een aantal van de films kende ik van naam, of door reeds gezien te hebben. Een aantal films waren nieuw voor me. Sowieso zou ik ze allemaal niet zo snel zelf uitgezocht hebben, dus is het voor mij wel een verbreding van mijn horizon.

+ Ik heb de indruk dat de thematieken van de films een beetje richting het zware, het stevige gaan. Daar moet je maar net zin in hebben.

+ Verder vind ik het allemaal erg gebruiksvriendelijk en niet duur.

Intussen heb ik al één documentaire gezien en dus twintig minuten film (dat is meer dan het laatste half jaar samen, geloof ik, dus absolute winst).

The guru within

De documentaire heette ‘Kumaré‘, en was gemaakt door Vikhram Gandi. De thematiek ervan houdt me al een paar dagen bezig. Het gaat over een man die goeroe’s ‘bestudeert’ en ze weinig geloofwaardig en nogal doorzichtig vindt. Uiteindelijk besluit hij er zelf één te worden, wat hij op wonderlijke wijze doet (ik moet eerlijk zeggen dat ik hem behoorlijk aantrekkelijk vind in zijn hoedanigheid van goeroe). Hij verzamelt vrij snel een aantal volgelingen, die meegaan in zijn nogal vreemde leer en gebruiken (zoals de blue light meditatie). Veertig dagen na zijn vertrek blijkt dat een aantal van zijn volgelingen onder zijn invloed  een betekenisvolle verandering heeft doorgemaakt (zoals: afvallen, yogaleerkracht worden, anders in het leven staan). Ze schrijven deze verandering aan hem toe, maar hij heeft net door zijn technieken geprobeerd om hen hun eigen innerlijke goeroe te laten ontwikkelen en zichzelf voor te schrijven wat te doen. Op een gegeven moment laat hij hen zich voorstellen dat hij hen is en omgekeerd, en vraagt hij hen tegen zichzelf te zeggen wat ze moeten veranderen in hun leven. Ze moeten zichzelf dus goede raad geven, maar hem aanspreken alsof ze van rol gewisseld zijn.
De man heeft dus niets wezenlijks gedaan (behalve gedaan alsof hij een goeroe was), maar zijn volgelingen kenden hem energie en goddelijke krachten toe waardoor zij in staat zijn geweest stappen te zetten in hun leven. Als hij na veertig dagen opbiecht dat hij geen goeroe is, maar een gewone Amerikaan die zijn haar en baard heeft laten groeien, zijn de reacties gemengd.
Wat mij trof, was dat mensen blijkbaar een heel heldere innerlijke stem hebben en vaak heel goed weten dat ze moeten of willen doen, maar toch het gezag buiten zichzelf leggen en zich afhankelijk maken van iemand anders om daadwerkelijk stappen te zetten.

Af te vinken: ontspanning

Tot slot. Ik ben erg blij met Cinetree, ik denk dat het mijn blik op de wereld weer wat zal verruimen. Wel ervaar ik ‘ontspannen’ door het kijken van een film of een docu nu ook plots als een item op een to do lijstje, wat natuurlijk niet de bedoeling kan zijn. Het wordt iets dat ik ook nog ‘moet doen’. Benieuwd wat mijn ‘guru within’ daarvan zou denken.

 

2,5 x ziek

En dan zijn we met ons drietjes 2,5 x ziek.

Jihaa, zo’n dagen. Babyzoon was al een paar dagen aan het sukkelen, met diarree, gebrek aan eetlust, slechte nachten en mopperdagen. Kleuterzoon riep vanochtend om 6u en rende naar de wc (wat ook wel heel schattig was op een manier). Omdat hij verder stuiterde van energie, met smaak een boterham at en geen buikpijn meer had, heb ik hem maar naar school gebracht. En mijn hoofd weegt ongeveer 200 kilo wat zwaar weegt op mijn schommelende maag.

Ik maak maar even gebruik van Babyzoondutje om wat te rusten, en leg de frustratie dat er op zo’n dagen helemaal niets meer gebeurt (opruimen, wasmachine leeg halen, werken, …) maar even naast me neer. Samen met de vraag hoe ik ze vanavond in bad ga doen. We’ll see, en ik heb geleerd dat zo’n dagen ook voorbij gaan.

Morgen beter.

 

Prinses timmert deuren en ramen dicht

Dirk.

Waar beginnen?

Het ligt vast aan mij. Ik dacht dat een aantal fases van het rouwproces voorbij waren. De ontkenning, blijven hopen dat je terug komt. De zoektocht naar antwoorden. En de woede. Maar blijkbaar is rouwen geen lineair proces. En daar ga ik weer: ik val terug in een nood aan antwoorden, in grenzeloze boosheid waar ik instant doodmoe van word, in hoop dat je terugkomt en dat alles wordt zoals vroeger, maar dan zonder de problemen.

Dirk, je hebt me nooit uitgelegd waarom je weg gegaan bent. Het is moeilijk om het een plek te geven als je niet weet waarom. Dat maakt me boos. Heel erg boos. Er een reden aan geven was misschien wel het minste dat je kon doen. Ik heb zelf antwoorden gezocht en gevonden. Verantwoordelijkheid en stabiliteit, daar had je het altijd al moeilijk mee, dat kreeg je niet voor elkaar. Je hebt veel schade aangericht, je bent niet in staat geweest om er iets aan te doen dus heb je voor de makkelijke oplossing gekozen: je bent vertrokken.

Misschien heb je het allemaal niet zo gepland, Dirk. Misschien wel. Dat zal ik nooit weten, vermoed ik. Maar of je het nu expres hebt gedaan of per ongeluk, gepland of niet gepland, bewust of onbewust, je hebt me financieel en emotioneel gepluimd en je hebt me in de steek gelaten. Dat heeft vast te maken met dat je het thuis zelf niet zo leuk hebt gehad. Maar eerlijk gezegd heb ik het gehad met die flauwekul. Je bent een volwassen man, tien jaar ouder dan ik. Als je problemen hebt, moet je die oplossen op een volwassen manier, en niet schade aanrichten waardoor de problemen nog generaties lang doorgegeven kunnen worden. Want ja, de jongens groeien ook op in een gehandicapt gezin. Ik doe er alles aan om hen op te voeden tot volledige mensen, maar ik ben zelf zo omver geblazen door je vertrek.

Dat brengt me tot een tweede punt. Ik ben ambitieus. Dat woord heeft een vieze klank, maar ik ben niet ambitieus tot mijn eigen eer en glorie. Ik wil de dingen die ik doe graag goed doen, ik wil graag een verschil maken. Niet voor mezelf, maar voor anderen. Ik wil de dingen graag een stapje verder brengen, goed doordenken, ontwikkelen. Niet alleen wat mijn werk betreft, maar ook met de kinderen. En in het huishouden. En financieel.

En het frustreert me dat ik door dit rouwproces, en door de onmogelijkheid te dragen wat allemaal op mijn schouders rust nu, blijf hangen op het niveau van ‘overleven’. Ik heb gisteren overleefd, ik zal vandaag overleven, en morgen vast ook. Net stond ik in het station, moest de trein naar mijn werk nemen, en de moed zonk me in de schoenen. Ik wou niet gaan, ik kon niet meer, ik wou niet meer, ik wou alleen maar naar huis en slapen. De trein naar huis dan maar? Nee, daarvoor had ik ook geen moed. Dus ben ik gewoon daar blijven staan. Treinen vertrokken en treinen kwamen aan. Mensen liepen voorbij. Er werd koffie gedronken en er werden broodjes gegeten. Daar stond ik. Uiteindelijk heb ik mechanisch de trein naar mijn werk genomen, het knopje in mijn hoofd uit gezet, geprobeerd niet meer na te denken. En me afgevraagd wat het nut was van het feit dat ik ging.

Jouw vertrek, Dirk, en alles wat daaraan vooraf gegaan is, heeft me jaren van mijn persoonlijke ontwikkeling gekost. En dat neem ik je zwaar kwalijk. Dit weekend kwam ik onverwacht mensen tegen die ik kende, en ik schaamde me voor mijn rok met fruitpapvlekken, de wallen onder mijn ogen, mijn haar slordig opgestoken met een speld, mijn grauwe gezicht.

Bij momenten flakkert er iets op in me. Een wil om terug te vechten. Om mijn leven op een punt te krijgen dat ik met jou nooit had kunnen bereiken. Om de rekeningen te doen kloppen, de jongens goed op te voeden, mijn plannen te realiseren, mijn grenzen te respecteren, opnieuw lief te hebben. Maar de kracht ontbreekt, om te vechten. En de angst is te groot, vooral om lief te hebben. Al zou dat de ultieme overwinning zijn, me met iemand te durven verbinden, me aan iemand te hechten. Geven en nemen, man en vrouw zijn, goede en kwade dagen, babies en gocartritjes op gezinsvakanties. Vragen hoe de dag is geweest tussen de soep en de patatten. Kleine en grote plannen maken.

Op mijn nachtkastje ligt een boek van Marianne Frederiksson: Inge en Mira. Inge uit het boek wordt opgebeld door haar dochters, die haar waarschuwen dat hun vader, haar ex-man, wel eens voor de deur zou kunnen staan omdat hij weg is van zijn nieuwe vrouw. Inge geraakt in paniek, sluit ramen en deuren, vlucht. ‘Maar hij is toch niet gevaarlijk?’, vragen haar dochters. Dat is hij wel, weet zij zeker.

Pas paragrafen later dit:
‘Maar waar ben je bang voor?’
Toen zei ze het: ‘Ik hou van hem.’

Ook jij bent gevaarlijk, Dirk. Ik kan maar beter mijn  deuren en ramen dicht timmeren.

 

P.

 

 

 

 

 

Prinses schrijft met een reden

Dit weekend kreeg ik een mailtje van iemand die een artikel schreef over ‘persoonlijke blogs’. Of ik een aantal vragen wou beantwoorden in verband met mijn blog.

Ook dit kwam dit weekend voorbij: http://ariadnesdraad.wordpress.com/2014/11/16/retrospectief/

Het deed me weer even stilstaan bij het ‘waarom’ van mijn blog. Waarom schrijf ik?

1. De trigger

Mijn partner ging weg. Mijn wereld stortte in. Van de ene dag op de andere was ik alleenstaande moeder van twee jongetjes, toen 4 jaar en 7 maanden oud. Ik belde mijn moeder, die zei dat ze later zou terugbellen want dat ze met de hond van de buurvrouw ging wandelen. (Ik zweer het je: als één van mijn kinderen me ooit in crisis opbelt, al is het om een dode kat of een gebroken been, laat ik ALLES vallen en ga ik.) Later moest ik mijn baas bellen omdat ik gewoon even tijd nodig had: rechtkrabbelen, organiseren. Hij gaf me wat vaderlijke adviezen, daar heeft ie een handje van weg (lees ook: https://prinsesopdekikkererwt.wordpress.com/2014/11/13/verzet-overgave/ ), zoals dat ik moest leren meebewegen met de stroom in mijn leven in plaats van me vierkant schrap te zetten. Ik vroeg hem hoe. Hoe dan? ‘Schrijf!’, was zijn antwoord. Toen mijn hoofd die avond te klein was voor alle gedachten en het verdriet en de wanhoop en de paniek, nam ik een papier, een pen en voelde ik me net een zestienjarig die ‘lieve dagboek’ ging schrijven. Enkele dagen of weken later zat mijn hoofd vol gedachten naar aanleiding van iets dat ik op facebook had gelezen. Een paar muisklikken later was prinsesopdekikkererwt er, met deze eerste blog: eerste blog . Meteen daarna schreef en publiceerde ik ook dit: tweede blog. Blijkbaar zaten de woorden al even te wachten om er uit te komen. Dat geschiedde op 24 mei, toen ik net een maand ‘alleen’ was.

2. Over narratieve psychologie en levensverhalenlaboratoria

Op mijn werk begeleid ik vaak processen van teams door middel van storytelling-technieken. Storytelling en narratieve technieken komen zowel in de managementwetenschappen aan bod, als in filosofie, theologie en ook psychologie (en waarschijnlijk nog in een dozijn andere domeinen). Bij psychologie heet de stroming ‘narratieve psychologie’, en is het uitgangspunt dat het vertellen en het construeren van je verhaal helpt om je identiteit te ontwikkelen, betekenis te geven aan gebeurtenissen in je leven en te reflecteren op je eigen ‘processen’. Ik kende zelf al lang het levensverhalenlab, van de universiteit van Twente. Er wordt onderzoek gedaan naar levensverhalen en het belang van het vertellen ervan, en je kan zelf ook deelnemen aan onderzoek, een herinnering ‘doneren’ of de herinneringen van anderen lezen: levensverhalenlab.

Het idee om te schrijven, daarmee betekenis te geven aan gebeurtenissen uit mijn leven, een samenhang of lijn te proberen aanbrengen en te reflecteren, was dus niet geheel onlogisch voor mij. Ik kon het makkelijker op een blog dan op papier, omdat ik door voor een blog te schrijven de ‘anonieme lezer’ op mijn netvlies had staan, wat dat ‘lieve dagboek’-gevoel wat weg nam.

3. Lichtende voorbeelden

Ik was zelf al een tijdje een bloglezer, met name Mme ZsaZsa en talesfromthecrib. Ik las wel eens wat receptjes bij Fieke en Dorien en klikte wel eens wat in het rond.

Vooral TftC was erg inspirerend voor mij, omdat Lilith ‘gewone’ dingen des levens beschrijft met een mooie kwetsbaarheid en authenticiteit, en vaak ook gewoon leuk, grappig en herkenbaar. Ik kreeg er ‘goesting’ van.

4. En nu?

Waar sta ik vandaag met dat geschrijf?
Eerst en vooral doet het me deugd een soort ‘project’ te hebben, wat me ook zin deed krijgen naar het uitwerken van een groter project, met name het starten als zelfstandige in bijberoep (in ontwikkeling trouwens).
Ten tweede heb ik virtueel en IRL een aantal heel mooie mensen mogen ontmoeten, wat me ongelooflijk deugd doet. Omdat ik op mijn blog schrijf over ‘echte’ dingen voelen die contacten meteen ook altijd heel ‘echt’. Tegelijk vind ik het jammer dat ik te weinig energie heb om te investeren in nieuwe contacten.
Van sommige mensen kreeg ik trouwens ook pyjamaatjes, kinderkleedjes, of andere meer materiële hulp, en ook dat was erg welkom en maakt me heel dankbaar. Als ik bijvoorbeeld mijn Babyzoon verschoon op het verzorgingskussen met een overtrek die ik van iemand heb gekregen die ik heb leren kennen door de blog, denk ik altijd even aan haar met dankbaarheid.
Tot slot moet ik zeggen dat het schrijven echt helpt om te zien welke stappen ik gezet heb, om terug te kijken naar de afgelegde weg, om vooruit te kijken, om bewust na te denken.

5. Echte verhalen

Er zijn vast mensen die mijn blog ‘gezeur’ vinden. Ik vind zelf trouwens vaak dat ik in kringetjes draai, en dat er te veel downs komen. Dat heeft mede te maken met mijn neiging het ‘herstel’ als een rechte lijn te zien, en elke ‘terugval’ daarin dus als een verrassing, frustratie en mislukking.

Ik schreef ooit over het contrast tussen facebookstatussen en het echte leven: facebooksprookjes-en-real-life-wallen .

Met mijn blog heb ik geleerd dat mensen nood hebben aan echte verhalen. Zowel het vertellen als het lezen van die echte verhalen. Verhalen over rouw, twijfel, pijn, een kapotte relatie, zoekend moederschap, de ups en downs uit het dagelijkse leven. Dat is volgens mij de ‘kracht’ van persoonlijke blogs.

Zo. Ik schreef waarom ik schreef. En nu ben ik benieuwd waarom jullie lezen.

Even niets

Donderdag leek ‘terug naar af’. (Zie: https://prinsesopdekikkererwt.wordpress.com/2014/11/13/verzet-overgave/ met veel dank voor de mooie reacties die tot nadenken stemmen. En tot appreciatie van mijn baas, hij is inderdaad nogal uitzonderlijk).

Als ik er rustig over nadenk, vermoed ik dat het een tijdelijke ‘terugval’ is. Dat het inderdaad beter met me gaat, maar dat de situatie niet wezenlijk veranderd is, en dat die diepe vermoeidheid, fysiek en mentaal, me belemmert. Dat ik niet opgewassen ben tegen ‘moeilijkheden’ of dingen die veel van me vragen, op dit moment. Dat ik gefrustreerd ben doordat ik minder presteer dan ik in normale omstandigheden kan. En dat ik dus in confrontatie daarmee terugval. Terug in die donkerte, in de zinloze vragen, in het verdriet.

Ik neem gas terug. In mijn hoofd roep ik de waarom-ik-vragen een halt toe. Dat kringetje heb ik gelopen. Al duizenden keren. Er is een antwoord, en dat antwoord ligt in een diepe analyse van mezelf, van anderen en van bestaande patronen. Maar die analyse is complex en ik kan me daar niet telkens in begraven.
Verder besluit ik dat ik niets ga besluiten, geen oplossingen ga zoeken, en er niet tegen aan ga. Ik ga gewoon even niets. En niets, dat is rondscharrelen in huis, bij de zonen zijn, de krant lezen, soep maken, warm brood met zelfgemaakte confituur eten.

Niets dus.

Net stond ik de afwas te doen terwijl ik naar de radio luisterde. En ik realiseerde me dat me in dat niets veel gegeven wordt. Een vriendin die een halve dag bij me doorbracht. Lief, mild, nabij. Een schattenjacht in de kringloop waardoor de kindjes nu vechten om het blauwe bloemekesbordje. Iemand op bezoek met een leuk speelvriendje voor Kleuterzoon erbij, fijne cadeautjes, een goed halve-zinnen-tussen-de-zonen-door-gesprek. Het einde van een boek dat me tot tranen roerde. Wat vooruitgang in het onmogelijke leren-rijden-project. Babyzoon die vier bloemekesbordjes vol pasta met tomatensaus eet en daarna trots in zijn handjes klapt. Kleuterzoon die nieuwsgierig door het sleutelgat naar mijn oog kijkt aan de andere kant van het gat. De krant. Koffie. Chocola. Alle tinten geel in het bos. En dadelijk: de strijkplank, thee, cake en film.

Even niets was nog nooit zo veel.