Nog meer dingen die dwarrelen in een prinsessenhoofd (II)

Ik schreef al enkele posts met gedachten. Gedachten als observaties van mezelf (zie hier & hier). Dingen waar ik een hele blog over zou kunnen vullen, maar die ik samenbreng in deze dwarrelstukjes. De derde dwarrelblog.

9 tot 3
Opstaan en meteen weten dat je ziek bent. Zo misselijk, zo ellendig. Me af vragen hoe ik het voor elkaar krijg de kinderen aan te kleden en weg te brengen. Daar toch in slagen. Wegduiken in bed daarna, verzeilen in een diepe slaap. Tot 15u, want zo lang mag ziek zijn voor een alleenstaande mama duren. Alle zeilen bijzetten om de jongens op te halen, te voeden, in bed te stoppen. Proberen niet te vloeken, proberen niet te huilen.

Onstuimig
De Kleuter is altijd al een erg eisend kind. De laatste tijd is hij heel onstuimig. Hij roept in mijn oor, slaat de peuter en mij, is druk, gooit, schopt, … Zo vaak lijkt hij doelbewust de mooie momenten te verpesten. Het moment dat we samen met drie in bed boekjes lezen schreeuwt hij mijn trommelvlies er bijna uit. Het is alsof hij me voortdurend test en dit op vrij extreme wijze. Ik heb geen flauw idee meer wat te doen. Het gaat mijn krachten te boven. Meestal blijf ik kalm. Soms verval ik in negativiteit (dat ik geen kindje wil dat altijd de boel verziekt), soms ben ik in staat hem te slaan. Dat doe ik niet, maar het kost me soms moeite. En soms is hij gewoon ook een leuke grappige kleuter die lief is voor zijn broer en leuke dingen vertelt.

Chagrijn
Ik hoor mezelf een behoorlijk schampere opmerking geven als ik van een mannelijke collega hoor over een andere mannelijke collega dat zijn vrouw thuis blijft voor de kinderen. Het is geen uniek geval, in de organisatie waar ik werk. Het is een beetje in de mode. Ten eerste vind ik het echt ongelooflijk lullig dat we het omgekeerde nooit horen: een vrouw die werkt en de man die het nest bestiert. Ten tweede ben ik gewoon jaloers. Ik zou ook graag een huis-, tuin- en keukenmanager hebben en me nooit zorgen moeten maken over het geregel, het gedoe, of de kinderen opgehaald worden en door wie, of we nog wat te eten hebben en zo ja, wat, … En ik vind het een beetje oneerlijk dat die mannen met de thuisblijfvrouw (alle respect voor thuisblijfvrouwen trouwens, ik zou het niet kunnen!) dezelfde targets hebben als ik (en uiteraard zou ik het ook discriminatie vinden als ik andere targets had). Ik worstel bijvoorbeeld enorm met het onderdeel ‘ontwikkeling en onderzoek’ in mijn targets, maar dat is net het gedeelte waar je mentale ruimte voor nodig hebt. En die ontbreekt hier volledig. Het voelt alsof die mannen dezelfde race moeten lopen als ik, maar dat ze een kilometer dichter bij de finish mogen beginnen.

Doe eens gek
Ik ben gestart met hangmatyoga. Een reeks van een paar lessen. De eerste les is achter de rug, ik heb nog steeds spierpijn. Het was loodzwaar, en tegelijkertijd prachtig. Ik heb tien minuten lang ‘los’ op mijn hoofd gehangen (zonder me ergens met mijn handen vast te hoeven houden, mijn benen in de doek gehaakt). Ik heb geschommeld, mijn buikspieren getraind, … Het was eigenlijk best duur en het is tijdrovend, maar het is zo belangrijk dat ik dat kan doen.

Zacht werken
Ik las de term bij Flow, en herkende het. Heel soms, heel erg soms, stop ik met jagen. Dan ga ik mezelf gewoon even geven wat ik nodig heb. Koffie. Een kwartier. Een stop in een wegrestaurant om even te rekken en strekken en euh ja, koffie te halen. Vroeger naar huis. Een pot soep op het vuur. Met een boek in bed. Ik wou dat ik het vaker kon en me er ook goed bij kon voelen: voor mezelf zorgen zien als een verdienste, omdat dat mijn prestaties op alle vlakken op lange termijn kan garanderen. Op dit moment verontschuldig ik me nog te vaak als ik neem wat ik nodig heb. In de eerste plaats tegen dat strenge stemmetje in mezelf. Ik vind het ook wel moeilijk om goed te voelen. Want je kan jezelf natuurlijk altijd nog even een grensje overduwen. Wanneer heb je iets echt nodig, en wanneer mag je net niet toegeven aan jezelf?

Kukeleku
In mijn nieuwe baan heb ik van mezelf ontdekt dat ik een haantje kan zijn. Ik merk het in de drive die ik heb als ik bepaalde dingen wil realiseren. Dan ga ik er voor, hard. Liefst wat sneller dan een ander. Het is een gevoel te gaan jagen en te willen winnen. Snel denken, handelen, hard doorgaan.
Laatst moest ik met een collega op dezelfde plek vergaderen. We vertrokken daar tegelijk naar kantoor. Ik kon het niet hebben dat hij me voorbij stak met de auto en reed hem weer voorbij. Ik moest lachen om mezelf. Geen flauw idee waar dit haantje in mezelf plots vandaan komt. Maar het is een mooi contrast met het zielige vogeltje dat vorig jaar deze tijd elke avond om 20u in bed lag te huilen.

Advertenties

Hoe ik de puzzel leg: werk en gezin voor alleenstaande ouders

Op mijn blog wordt er vaak naar ‘naakte moeders’ gezocht, maar bij de zoektermen zie ik ook vaak vragen staan over hoe je als alleenstaande ouder werk en gezin combineert.

Ik heb geluk. Niet gedacht dat ik dat nog eens zou schrijven, maar op dit moment is de puzzel haalbaar voor mij en lopen de dingen min of meer gesmeerd. Daarom geef ik jullie graag een inkijk in mijn puzzelstukjes en hoe ik ze leg.

  1. De baan
    Ik heb een leuke, flexibele baan waar ik een bepaalde vorm van vrijheid geniet, mijn eigen agenda in een bepaalde mate kan bepalen en thuis mag werken. Nog nooit heeft iemand gecontroleerd waar ik uithang of wat ik doe. Ik moet uiteraard wel bereikbaar zijn en resultaten afleveren. Het hebben van dit soort baan, helpt. De schaduwkant van dit soort baan, is dat je nooit klaar bent. En dat je dus thuis zit te werken op vrijdagochtend 11u maar ook op zaterdagavond 21u.
  2. De passie
    Laatst had ik het met een collega over energie. Dat ik nu een pak meer energie heb dan een jaar geleden. Of ik wist hoe dat kwam? Hij keek me lang aan, ik werd er wat ongemakkelijk van. ‘Je bent hier op je plek’, zei hij. Hij heeft gelijk. Voor een baan die je met passie doet, wil je wel eens 100 km meer rijden, lange dagen kloppen of op zaterdagavond om 21u thuis zitten werken.
  3. Het steungezin
    Omdat ik voor mijn baan een nachtje per week van huis ben, heb ik een steungezin met plek aan tafel en in de slaapkamer. Ik heb lang onderhandeld met pleegzorg om gebruik te kunnen maken van logeerzorg. Toen bleek dat dat bijna onmogelijk te regelen was, ben ik de mama van het logeergezin letterlijk een keer tegen het lijf gelopen. Ik kende haar van vroeger en wist dat ze een groot hart voor kinderen heeft, dus heb ik de vraag bij haar neergelegd. En zo geschiedde. Ik vind het nog steeds een wonder. Het logeergezin heeft vanalles te bieden dat ik niet in huis heb. Ik probeer het te zien als een verrijking voor iedereen. En het is het puzzelstukje bij uitstek waardoor de puzzel plots past.
  4. Kinderopvang
    Alle maten en soorten. De dagopvang voor de peuter, soms naschoolse opvang voor de kleuter, speelplein in de zomer. Je kan er vanalles van vinden en leuk vind ik het als ouder niet, maar het is een soort van onvermijdelijk. En als je je schuldgevoel daarover een keer parkeert, is het al een pak minder lastig. Ik vind het nog steeds tekenend dat ik de Kleuter een keer op tijd kon ophalen (zijnde: half vier – geef toe, wie kan er nu een hele werkdag hebben en om half vier aan de schoolpoort staan?!) en dat hij kwaad op me was omdat ik hem zo de kans ontnam met de fietsen te racen op de speelplaats. Dat relativeerde meteen een boel.
  5. De babysits
    Ooit schreef ik al over het clubje straffe madammen. Intussen zet ik ze nog iets uitgebreider in. Bijvoorbeeld op een woensdag als ik thuis werk, breng ik de kinderen relax weg, werk ik van 9 tot 12, haal ik ze weer op, eten we pannenkoeken en brengen we wat tijd samen door, komt de babysit om 14u30 zodat ik kan gaan werken. Ik werk dan tot 17u30 in mijn werkkamer boven, terwijl de jongens fijn thuis zijn en kunnen spelen met elkaar en met een heldin die een boekje heeft meegebracht en wel zin heeft in gezelschapsspelletjes (in tegenstelling tot hun moeder), of toch goed kan doen alsof. Daarna kook ik, stop ik ze in bad en bed met een zeer uitgebreid boekjesmoment dat we als über-quality-time met elkaar nemen. Het saldo werkuren is op dat moment 6 uren, maar ik word betaald voor 8. Dus zit ik van 20u30 tot 22u30 weer aan de computer. Het is een beetje raar om een babysit te hebben terwijl je zelf thuis bent, maar ik wil gewoon niet meer terug naar de stressmomenten waarbij ik iets af moest werken en ik de kinderen dan maar verplichtte te slapen/tv te kijken/stil te zijn/… Nu hebben zij een aanbod, ik kan werken, iedereen relax. (Dit gebeurt trouwens niet elke woensdag, hoor!) Ik neem ook regelmatig vrije uren op op woensdag, maar ik ben er wat van afgestapt vrij te nemen, om vervolgens toch nog twee avonden keihard door te werken om het werk af te krijgen, waardoor ik vier vakantieuren heb ingeleverd maar wel zes uren extra heb gewerkt die ik nergens kan ingeven.
  6. Noodlijnen
    Daarnaast heb ik ook een paar noodlijnen. Voor als ik het niet red. Voor de onverwachte momenten. Ik maak er zo weinig mogelijk gebruik van, maar het is wel goed twee nummers in je telefoon te hebben die je kan bellen als je op de Antwerpse ring staat en geen millimeter vooruit komt.

Het is haalbaar, maar ik had natuurlijk liever een rustiger nest gehad dat ik niet alleen moest onderhouden en warm stoken, in emotioneel en praktisch opzicht. Grote nadelen zijn op dit moment de volgende:

a. Ja, ik wil graag meer tijd met mijn kindjes doorbrengen en niets anders moeten dan gewoon spelen op de mat. Maar nee, dat zit er nu niet in. Ik besef maar al te goed dat mijn baan het enige is dat ons uit de armoede houdt, want als alleenstaande ouder ben je verdomd kwetsbaar. Dus moet ik zorgen dat ik de baan houd, er moet brood op de plank. Ik leer met die kwetsbaarheid leven, maar het gebeurt nog te vaak dat ik door een onverwachte kost zoals de milieubelasting, de laatste twee weken van de maand doorbreng met dertig euro. Intussen lukt me dat, maar ik verlang er zo naar gewoon eens met de jongens een hapje te gaan eten als ik geen zin heb om te koken, of een keer naar Ikea te rijden om iets leuks, of om zoals vroeger gewoon de krant te gaan lezen in een koffiebar, en zonder meer 10 euro uit te geven aan koffie, taart en sapjes voor de kinderen. In mijn hoofd ligt er een linkje tussen hard werken en het goed hebben (dus ook: ruimte voor leuke dingen), maar in de realiteit bestaat dat linkje niet. Ik vind het ook stom dat ik voor die ene keer dat ik per jaar naar de kapper ga, weken buikpijn en twijfel heb. Of stress als een vriendin vraagt mee naar de binnenspeeltuin te gaan (dat is pokkeduur!) of als de Kleuter naar het zwembad wil. Ik heb het gevoel dat ik hard werk, maar dat die kleine luxe- en glansmomentjes die vroeger zo gezellig waren, er echt niet meer in zitten. Uiteraard zijn ze niet levensnoodzakelijk. Maar toch.

b. Verdorie, babysit kost geld. Gelukkig krijg ik via een lezer van de blog babysitsponsoring, die ik wel gebruik voor babysitmomenten om wat tijd voor mezelf te hebben (zoals een film zien, naar de yoga gaan) en niet om tijd te kopen om te werken. Ondanks dat is 4 euro per uur best een investering. En dan vind ik het weer heel krom: als alleenstaande ouder heb je minder inkomsten dan een gezin met twee werkende ouders, maar doordat je geen andere ouder hebt om op te rekenen, heb je net die extra kosten voor babysit en kinderopvang.

c. Geeuw. Ik blijf het gevoel houden in het spitsuur van het leven te zitten en er zijn heel weinig rustpunten. Werk en gezin combineren is sowieso voor ouders van (jonge) kinderen een hele opgave, en als je het alleen bereddert is dat mogelijk nog net dat beetje uitdagender. De laatste weken verzuip ik ook in de deadlines. Op dit moment bijvoorbeeld tel ik de dagen af. Nog zo veel dagen keihard werken (studiedagen voorbereiden en geven) en dan mag de druk even van de ketel. Maar ik weet zelf ook dat een cursus die ik moet geven start op korte termijn, dat mijn huishouden verwaarloosd is en aandacht nodig heeft en dat het dus eigenlijk nooit rustig wordt. Ik heb geen talent voor rust, I guess. Dus is er koffie. En pepdrank. En maagzuur.

P.s. Ik lees de post zelf nog een keer door en voel zelf het verschil met vroeger. Vroeg had ik meer een slachtofferhouding (‘ik wil niet en ik kan het niet en iemand moet het voor me oplossen‘), terwijl ik nu gewoon probeer te doen wat kan en zorg dat wat moet lukken, lukt.

Nog meer dingen die dwarrelen in een prinsessenhoofd

Laatst deelde ik een aantal gedachtes. Er waren positief te duiden zaken bij, en minder positief te duiden dingen. Voor mij waren de gedachten vooral observaties, van mezelf, van wat er gebeurt, van hoe dingen evolueren. Ik neem mijn huidhonger waar, ik neem waar dat me veel gegeven wordt, ik neem waar dat ik niet veel van de wereld snap, ik neem waar dat ik me herken in de woorden hypomaan en serviel, … Ook nu weer een reeks gedachten. Vooral om ze op te tekenen. Er zijn gevoelens mee verbonden, maar die wegen niet door. Het is eerder een soort studie van mijn belevingswereld.

Monomaan
Ik sta de koken. Babyzoon staat aan mijn rok te trekken en de Kleuter roept vanuit de tuin dat ik eens moet komen kijken. Ik word er gek van. Ik wil gewoon koken, de reeks handelingen in mijn hoofd verder zetten, zonder inbreuken.

Het is vrijdagavond. Ik rijd terug van een vergadering, mijn hoofd vol ideeën. Het is moeilijk de overgang te maken naar de jongens, die ik oppik. Het is laat, ze hebben gelukkig al gegeten. Ik sinds het ontbijt niet meer dan een koekje. Ik stuur de jongens rechtstreeks de trap op voor pyjama, verhaaltje, flesje, bedje. Het is niet de eerste keer deze week, het thuiskomen zonder te kunnen thuiskomen. Thuis en naar bed. Een uurtje later zit ik uitgehongerd met de krant aan tafel te wachten tot het eten klaar is. Ik rol een weekend in waarin ik vier afwasmachines vul en leeg maak. Die staan symbool voor alle gezelligheid, bezoekjes, dynamiek die gepasseerd is. Op zondagavond haal ik de strijkplank boven. Ik strijk en ik denk aan het werk morgen. Ik heb geen flauw idee meer waar weer aan te knopen.

Monomaan, noem ik het zelf. Ik wil me liefst op iets richten en dan geen enkele afleiding meer hebben. Ik wil liever werkdagen aan elkaar rijgen, dan dat ik na een druk weekend moet verzinnen waar ik de draad heb gelaten. Ik ben monomaan in een wereld en een leven dat zo versnipperd is dat ik bang ben dat sommige snippers weg zullen waaien.

Niet het type
Ik zit op een trampoline. Mijn kinderen springen rondom me. Er springen en roepen nog andere kinderen. Mijn spieren en gewrichten doen pijn. Ik bedenk dat het eigenlijk niets voor mij is, kinderen. Ik hou zo van rust, voorspelbaarheid, focus, vooruit komen, … Ze zijn druk, wild, onstuimig, luid, en elke avond lijkt het alsof er een bom ontploft is in ons huis. Ik ben er gewoon geen type voor, al hou ik zielsveel van hen en zou ik er liefst nog drie bij willen.

Lucht
Ik denk vaak na over het missen van een partner. Ik ben intussen nuchter genoeg om niet alles op iemand te projecteren dat ik nu mis. Ik weet best dat de eventuele komst van een partner nieuwe uitdagingen met zich mee zal brengen, in plaats van de huidige op te lossen.
En toch ben ik niet voldaan. Hoop ik dat dit niet mijn eindbestemming is.
Misschien zit het onvoldaan zijn eerder in het gevoel zo hard te werken voor alles, zo moe te zijn vaak. Even afhaken is geen optie, even niets is geen optie, want er is niemand die het op kan vangen. Dus doe ik – volledig naar mij aard – meestal mijn stinkende best met soms akelig weinig resultaat.
Lucht. Misschien is dat wat ik mis. Geen partner, maar lucht.

Dankbaar
Er wordt me zo veel gegeven, letterlijk en figuurlijk. Ik vind boven alles van mezelf dat ik dankbaar moet zijn. En toch smeekt iets in me dat het eens makkelijker mag gaan. Dat ik eens niet zo hard bezig moet zijn met het verdedigen van de muren hier, het hoofd boven water houden, … Ik doe mijn best en moet precies elke keer nog even beter proberen doen. Ik bespaar al op van alles en moet nu voor mezelf nog even heel strak budget gaan plannen omdat we het niet redden. Ik werk hard, maar als ik in het weekend niets doe, zit ik plots 60 e-mails achter. … Misschien is dit het echte leven. Misschien moet ik maar eens volwassen worden.

Struisvogel
Ik neem vaak de telefoon niet op. Open mijn e-mails niet. Leg mijn brieven ongeopend in het bakje.
Ik kan de stroom niet meer volgen. Ik steek soms mijn kop gewoon in het zand.
(Desondanks gaat het vrij goed, ik maak geen gekke fouten. Ik slaag er in het cruciale er altijd nog op tijd uit te pikken geloof ik. Mensen, vrienden laat ik wel – te lang – wachten.)
Of misschien ben ik gewoon eindelijk zo nederig te beseffen dat ik niet alles kan. Ik krijg gemiddeld 15 privé-e-mails op een dag (dan heb ik de rommel er al uit gefilterd) en +/- 35 werk-mails. Als het beantwoorden gemiddeld 10 minuten per mail duurt, ben ik al 500 minuten bezig. Dat is meer dan acht uren. Dat krijg ik niet gecombineerd met het moederen en het werken (want he, mijn werk is niet e-mails schrijven). Niet alles kan. Uit de stroom pik ik één en ander. Ik wou dat ik ruimte had voor meer, maar dat is niet zo. Jammer.

Evenwicht
Ik vraag me soms af of ik een soort experiment wil doen met Benedictijns time-management: acht uur werken, acht uur slapen, acht uur ‘vrij’. Het lijkt me geen gek idee om mijn leven wat in balans te brengen. Alhoewel. Benedictus had geen kinderen. Toch?

Hoogspanning
Ik heb het absurde idee opgevat dat in mijn leven alles in immense opstoten samen komt. Liefde. Moederschap. Werk. Verdriet. Zelfs zwanger zijn was zo intens voor me dat er eigenlijk geen ruimte was voor iets anders. En ook met rijden ging ik van dertig jaar geen rijbewijs naar 1000 km per week.
Nu is duidelijk de periode van heel veel werk en heel druk met de zonen. Ik vraag me af of er ook een periode komt dat ik alleen achter mijn begonia’s ga zitten staren naar de straat, als een soort tegenhanger voor nu. En een periode waarin ik rijk zal zijn, als tegenhanger voor nu (vast niet). En een periode waarin ik heel erg samen ga zijn met iemand, als tegenhanger voor het heel erg alleen nu. Het is vast maar weer één van mijn rare ideeën. Anyway, ik lijk altijd veel van alles te krijgen. Geen beetje verdriet, beetje geluk, beetje zonen, beetje werk. Meteen een jaar lang rauwe rouw, intens diep geluk, twee zonen die samen het tiendubbel aan energie hebben dan ik en een baan waarbij ik niet weet wat eerst doen. Dat laatste ligt vast aan mij.

Kinderkes
Vriendinnen bevallen bij de vleet. Ik ben blij voor hen. Maar toch. Toch steekt het een beetje. Als ik gewoon zou weten dat het nog eens weggelegd zou zijn voor mij, ooit een keer, zou het ok zijn. Al is het binnen vijf lange jaren. Maar dit niet-weten of het ooit nog komt maakt me bang.

Prinses mijmert herfst

En toen was het acht uur en schemerde het. Waar is de zomer gebleven?

De herfst is verbazend vroeg dit jaar. De herfst is mijn seizoen. Ik hou van het naar binnen keren, in dit coconnetje. Van wandelingen met een koude neus. Van pompoenen, van soep, van kersenpitkussens, van lezen in zachte kussens, van binnen knus en buiten guur.

Ik koester herinneringen aan herfst met Dirk. Wandelen in het woud, een lange dag. Thuiskomen op een duistere herfstavond en het binnen zacht licht maken. Koken, eten, lange avonden. Kaarsen. Ik kan daar weer aan denken zonder pijn.

Ik denk weer aan de eerste herfst met de babyzoon. Zo innig dicht koesterend alles klein. De uitstapjes met de draagdoek naar de bibliotheek, de karrenvrachten aan boeken die ik las naast mijn slapend kindje. Linzensoep en turks brood.

Ik neem mezelf waar.

Dat ik weg begin te weten met mijn sensitiviteit, die me zo lang belemmerd heeft. Ik slaag er steeds beter in ze in te zetten als kracht. In mijn werk, door echt contact te maken. Door iets te creëren waardoor er even stil gevallen kan worden. Door nieuwe paden te bewandelen. Er komt lof van de nieuwe baas, en dat maakt me blijer dan ik wil toegeven. Ik voel zelf dat ik op mijn plek ben in die baan, dat het werkt. Dat het niet mijn baan, maar mijn roeping is. Dat de ontwikkeling die ik kan doormaken onbegrensd is. Dat er al 100 deurtjes open zijn in mijn hoofd en dat er nog 1000 zullen volgen.

Ook heb ik stilaan mijn eigen handleiding gevonden. Ik zoek plekken op waar ik me fijn voel, ik creëer momenten waarop al mijn zenuwen bloot lijken te liggen en ik moois in me kan opnemen. Ik kijk en ik zie. Heldere luchten. Mooie mensen. Natuur. Mijn kinderen.  Ik luister. Ik ervaar. Zo vaak sta ik versteld, zeg ik mijn jongens hoe mooi ik ze vind, besef ik hoe diep ik in een moment kan zijn. Die sensitiviteit die me zo vaak boos, moe en misselijk maakte, is een zegen geworden. Ik slaag er steeds beter in me af te schermen voor wat me pijn doet, wat te hard kan binnen komen. Ik heb grenzen.

Hoewel ik vaak van de ondeugdelijke man droom, heb ik het ook weer fijn met mezelf en de mannetjes. Ik kan met afstand naar de ondeugdelijke kijken, en ik weet dat hij het vast niet slecht bedoelde, maar dat hij niet echt bij me is geweest, ook niet toen hij bij me was. Hij had geen ruimte voor me. Het is beter zo. Ik droom er van een leven te delen met iemand, maar ik realiseer me ook dat het feit dat ik mijn leven nu niet deel met een partner, alles net heel intens maakt. Bijvoorbeeld mijn contact met de zonen: er zit niemand tussen, het is gewoon zij en ik. Doordat ik alles alleen doe, maak ik alles mee en mis ik niets. Dat is zwaar, maar ook mooi.

Intussen is het donker geworden. En koud. Einaudi weerklinkt, licht schemert, thee dampt. Ik word steeds stiller en steeds gelukkiger.

Het monster dat faalangst heet

Ik heb het moment uitgesteld. Er is namelijk altijd wel wat te doen dat eerst kan. En de tijd glipt schrikbarend snel door mijn handen als ik Facebook check, nieuwssites doorploeg of blogs lees.

Uiteindelijk ben ik aan mijn bureau gaan zitten. Op dat moment keerde mijn maag bijna om van de stress. Ik moet een opdracht als zelfstandige uitwerken, en ik ga dood van angst. Zoals ik dood ga van angst bij alles wat ik moet doen. Mijn werk is inhoudelijk (heel) haalbaar voor mij, maar het voortdurende gevecht met mezelf, de strijd die ik moet leveren om mezelf te dwingen aan mijn bureau te gaan zitten en er gewoon aan te durven werken, is zeer vermoeiend, pijnlijk. Alsof ik voortdurend vecht met de lastigste persoon op aarde: ik.

Als je geneigd bent dingen uit te stellen omdat je bang bent, kom je heel snel op een punt waarop je van jezelf al lang iets af had moeten hebben. Heel soms kom ik op het punt dat anderen dat ook vinden. Maar meestal kom ik mezelf tegen. Mezelf met een zwaaiend vingertje, streng, de lat nog iets hoger duwend want als het zo veel uitgesteld is, moet het ook maar heel goed worden. Daar blokkeer ik nog sterker op, en dan zijn er avonden waarop ik om 22u00 misselijk van angst en totaal overprikkeld (elke auto die langs rijdt is een kwelling) probeer te werken.

Was er een pilletje voor, ik nam het meteen. Ik zou zo graag normaal kunnen omgaan met werken, met alles wat ik moet, met de druk die er is en die ik mezelf opleg. Ik zou graag kunnen genieten van mijn werk. Ooit eens trots zijn op iets wat ik gedaan heb (en het niet altijd niet-goed-genoeg vinden of normaal). Ik zou het graag eens loslaten. Ik zou zelfs graag iemand zijn met een andere type faalangst dan het type waar ik mee worstel sinds altijd al. Ik zou zo graag willen dat het me gewoon eens niet kon schelen. Dat ik eens in bed kon kruipen zonder beklemd gevoel tekort te schieten en te weinig gedaan te hebben.

Ik zou zo graag niet elke keer gewrongen zitten als er iemand komt eten en ik stress heb om te koken. Als ik een document moet af hebben. Als ik de perfecte woorden moet zoeken om een e-mail te beantwoorden. Als ik van mezelf vind dat ik het perfecte cadeau moet bedenken voor iemand, de tuin onder controle moet houden, het huishouden idem dito, de juiste aanpak voor mijn jongens moet hanteren… Bijna dagelijks blokkeer ik meerdere malen, omdat ik bang ben om het niet goed te doen, het dus maar uitstel, nog meer stress krijg, de lat wat omhoog duw, het weer uitstel, …

Als ik alle energie die ik verspil aan faalangst gewoon kon spenderen aan mijn werk en mijn huishouden, dan blonk het huis, groeide er geen sprietje onkruid in de tuin, was al mijn werk al om 15u ’s middags klaar in plaats van om half 2 ’s nachts, waren mijn e-mails beantwoord en was ik een pak gelukkiger.

Ik heb zelfs faalangst over het overwinnen van mijn faalangst. Ja, je mag met je ogen draaien. Dat doe ik ook.

Dingen die dwarrelen in een prinsessenhoofd

Een allegaartje van gedachten en belevenissen. Ik zou over elk van hen een post kunnen schrijven, maar ze even op een hoopje gooien kan natuurlijk ook.


Schaap
Peuterzoon zit niet zo lekker in zijn vel. Ik leg het schaapke in de watjes en doe hem vroeg onder de wol.

Bombardement
Een tijdje geleden zat ik op een bankje in het bos naast een oude zuster die apart in een huisje woonde. Door een bombardement in de oorlog was ze zo zwaar getraumatiseerd, dat ze niet meer kon samen wonen met mensen omdat elk (plots) geluid haar de stuipen op het lijf kon jagen. Ik sprak met een andere oude mevrouw, die vertelde hoe ze de lijken nog steeds ziet liggen aan de Naamsepoort in Leuven. Er komt zo veel over vluchtelingen binnen, en ik hoor weerklinken dat ze allemaal aan het werk moeten en liefst snel. Ik snap niets van deze wereld, echt absoluut niets.

Puzzelstukje (I)
In een gesprek wordt me een woord aangereikt: hypomanie. Ik heb het gevoel dat ik weer een puzzelstukje in handen heb gekregen in het begrijpen van mezelf. Het gaat om hyperactiviteit, overmatige vreugde, impulsiviteit en prikkelbaarheid, maar dan zonder het verliezen van het contact met de realiteit zoals bij problematische manische stoornissen. Zou het zo heten, dat gevoel dat ik krijg in de auto als de muziek me streelt, de hele wereld in elkaar lijkt te vloeien, alles klopt en ik één ben met het universum en alle deurtjes in mijn hoofd open staan? Is dat de naam voor het gevoel van die opperste staat van alertheid en het geen-grenzen-meer-hebben-in-denken als ik iets nieuws creëer op mijn werk?

Palmen
Connie. Ik weet niet goed wat ik met haar moet. Ik vond I.M. als puber prachtig, later vond ik het er ver over. Ik lees haar boeken en soms ben ik het beu, die voortdurende analyse van mensen, hoe ze in elkaar zitten, hun drijfveren, eigenaardigheden, denken, reacties. En toen ging ik op vakantie en las ik daar ‘Lucifer’ opnieuw en merkte ik dat die goede oude Connie onder mijn vel ging zitten en mij helemaal op scherp zette. Het boek bracht me letterlijk in een staat van alertheid, ik was zo geprikkeld. Misschien werd ik er zelfs wat hypomaan van.

Puzzelstukje (II)
Serviel. Nog een woord dat misschien een tot nu toe ontbrekend puzzelstukje was in het denken over en het snappen van mezelf. Connie Palmen gaf het me, in Lucifer. Ik denk dat ik serviel ben in relaties, partnerrelaties. Dat ik heel veel begrip voor de andere opbreng en die persoon over mijn grenzen laat marcheren. Dat ik het moeilijk vind om gewoon bij mezelf te blijven en mezelf trouw te zijn, als ik verliefd ben. Over Dirk hebben we het genoeg gehad. Waarom ik smekend naar mijn telefoon zat te kijken, wachtend op berichtjes die de ondeugdelijke man niet stuurde, is een ander verhaal. Ook van hem heb ik dingen genomen die absurd zijn. Ik heb er paal en perk aan gesteld, maar ik vraag me echt serieus af of ik wel in een relatie pas. Ik ben veel sterker en niet serviel als ik alleen ben. Kan ik ooit bij iemand zijn zonder mijzelf te verliezen?

Geld
Ik heb stress over geld. Ik weet niet hoe het komt, maar het is op – en de maand nog niet. Ik doe geen gekke dingen, denk ik. Ooit zocht ik op dat een gezin met twee kindjes 2400 euro per maand nodig heeft voor volwaardige participatie aan de maatschappij. Dat hebben we lang niet. In theorie heb ik een lijstje met uitgaven en inkomsten, en na aftrek van alle vaste kosten, heb ik ongeveer nog 60 euro per week over voor boodschappen. Alleen moet ik soms ook naar de dokter en hebben we wel eens iets nieuws nodig, … Dus lukt het gewoon nooit. Ik wil dat het een keer ophoudt want ik vind het vermoeiend zo.

Luxe
Twee dagen wandelen of fietsen op de Veluwe in de herfst. Daar verlang ik op dit moment heftig naar. Net als: een koffie gaan drinken in een koffiebar. Een keer zomaar iets kleins kopen.
Het is luxe en ik weet het. En tegelijkertijd is dat net wat het leven wat glans geeft, die dingen kunnen beleven met elkaar. Leuke dingen hoeven niet altijd geld te kosten, maar de leuke dingen die een beetje geld kosten, zijn net die dingen die het dagelijkse bestaan met zijn uitdagingen (haha, ik spreek niet meer over problemen, heb ik geleerd van een iets te vlotte interim-adviseur op het werk) even op een ander level tillen. Op de soepvakantie heb ik gezeten met een kopje koffie in de hand, naar mijn jongens gekeken en ik was even helemaal weg van alles. Ik teer nog steeds op die herinnering. (Zou ik toen hypomaan geweest zijn? :))
Ik weet dat enkele dagen wandelen en fietsen op de Veluwe, of mijn grote droom: naar Texel of Vlieland gaan, onbetaalbaar is, maar tegelijkertijd onbetaalbaar diep intens samen zijn zou genereren met mijn jongens en met mezelf.
Keep on dreaming, prinses.

Voorzienigheid (I)
Ik was al een tijdje aan het broeden op het eventuele kopen van een diepvriesje. Ik ben jammerlijk onbesluitvaardig als het op sommige dingen aankomt. Ik vergeleek diepvriesjes en bedacht ecologische voor- en nadelen. Het argument pro was dat ik minder eten zou weg gooien (ik maak vaak te veel soep) en me iets beter zou kunnen organiseren, met als winst: quality time voor jongens en mij, meer energie.
Ik schoof de beslissing op, omdat ik nu eenmaal niet zomaar 300 euro kan uitgeven. En toen kreeg ik een mailtje van iemand met de vraag of ik een diepvriesje dat ze nog ergens staan hebben en dat exact van het type was dat ik zocht (klein, zuinig), zou willen.

Voorzienigheid (II)
In mijn targets van het werk staat dat ik een cursus moet geven. Bij een bepaald aantal deelnemers kan de cursus doorgaan. Ik deed al het nodige, maar het aantal inschrijvingen bleef ondermaats. En plots regent het nieuwe namen en lijkt alles goed te komen.
Ik weet soms niet waar ik de dingen aan verdien.

Pijn
‘Moeke heeft de auto pijn gedaan.’
Ik schaam me dood. Het nieuwe karretje is zwaar gehavend. Ik ben al een tijdje te gejaagd, omdat ik stress heb. Voor mijn bijberoep, voor mijn werk. We gingen een oude mevrouw ophalen die geen familie heeft en hier een drietal keer per jaar op de koffie komt. Ik was later dan gepland en er was gedreins op de achterbank. Op haar oprit heb ik de bocht fout genomen. Er zit letterlijk een knoop in mijn maag. Omdat ik me schaam, omdat ik het op het werk moet zeggen, omdat het stom van me was, omdat er kosten aan verbonden zijn, omdat het me tijd en energie zal kosten en wat geregel. Ja, er zijn ergere dingen. Maar verdorie toch.

Huidhonger
Soms doet het gebrek aan aanrakingen – we tellen even een onstuimige kleuter en peuter niet mee – fysiek pijn. Mijn huid hongert. Het gaat niet eens om seks, al zou dat ook nog wel eens van pas komen. Laatste aanrakingen waren van de ondeugdelijke man. Ik herinner me de sterke armen met omhelzen, de achteloze aai zo nu en dan, het peinzend kneden van mijn voet tijdens het praten. Van de Dirk-aanrakingen weet ik al niets meer, al moeten die er wel geweest zijn. Het is eenzaam, niet aangeraakt worden. En tegelijkertijd is het zo moeilijk om het wel toe te laten. Ik ben niet iemand die vlotjes overstag gaat in fysiek contact. Soms denk ik er aan het te kopen. Zoals: een massage om de huidhonger te voeden. Maar ook dat is niet hetzelfde denk ik, en dat hoort weer onder een categorie van luxe die onbetaalbaar is. Dus blijft het even bij die plakkerige kinderhandjes, de knieën die me zwaar stompen als ik koppig blijf slapen en de mannen over me heen achter elkaar aan gaan ’s ochtends, babybroer zijn slapend hoofd dat zich in mijn buik boort midden in de nacht – hij schurkt altijd met zijn hoofd tegen me aan.

Een dag uit het leven van Prinses en cO: september 2015

Het plan was: elke maand een dag uit ons leven beschrijven. Een banale dag. Dat lukte soms wel (ziehier) en soms niet. Deze maand lukt het. Een dag uit september, alsjeblief.


06:03. Grmbl. ’s Ochtends ben ik zelden op mijn best. Zeker niet als ik vroeg weg moet en de kinderen vroeg moet droppen. Ik blijf het als een hartenpijn ervaren. Vannacht heb ik weer gedroomd van de ondeugdelijke man. Ik droomde dat ik hem opzocht en dat hij niet meer wist wie ik was. Ik heb hem los gelaten, denk ik. Maar hij blijft opduiken in mijn dromen.

08:07. Ik ben de grens al over. Koffiestopje. Dan verder rijden. De auto vult zich met deze muziek. Ik ben gehypnotiseerd door het album ‘Spaces’ van Nils Frahm. De auto lijkt een soort capsule gevuld met muziek die door de omgeving glijdt. Aan 120 per uur. Ik realiseer me dat er dagen zijn waarop ik erg sensitief ben en ik muziek ook als zinnelijk kan ervaren, in die mate dat ik me erdoor aangeraakt kan voelen (letterlijk, alsof het me streelt). Het effect van muziektrillingen? Daarnaast zijn er dagen dat ik geen geluiden verdraag, en dagen dat het niet tot me doordringt, dat het heel vlak binnen komt. Vandaag lijken mijn zenuwen naakt te liggen, ontvankelijk te zijn. Ik vind het een genade. (Als je klikt op de linkjes: lekker luid zetten en/of een koptelefoon gebruiken.)

10:30. Eerste overleg na wat puntjes van de to do-lijst afgevinkt te hebben. Ik praat met een vlotte collega over zijn aanpak van bepaalde gesprekssituaties. Ik sta verbluft als hij aangeeft sommige vragen met een knipoog of ‘een twinkeling van de ogen’ te beantwoorden. Een wat?! Hij demonstreert meteen wat hij bedoelt. Euh, niet mijn stijl. Het doet me denken aan de leuke interimaris die we een tijdje geleden hadden. Gladde, vlotte jongen, altijd mooi in het pak, tandpastaglimlach. Ik heb meer dan eens verbaasd zitten kijken hoe hij in contacten zijn puppy-blik inzette en de gesprekspartner, of dat nu een man of een vrouw was, genadeloos charmeerde. Het zijn dus niet alleen vrouwen die truukjes toepassen. Maar dit exemplaar doet er niet aan mee. Ik heb het liever van de inhoud en de gedegen voorbereiding. Ik zorg wel dat ik geen antwoorden hoef weg te twinkelen.

13:40. Ik zit in een overleg in Amsterdam. Wat een plek. Wat een vruchtbaar overleg. Ik ben moeiteloos geconcentreerd en kan erg creatief denken.

16:44. Weer onderweg naar het hoofdkwartier. Ik geniet van het rijden, weer in mijn capsule die zich vult met klanken. De lucht is helder en de wolken zijn indrukwekkend. Vandaag komt alles mooi, hard en diep binnen. Een collega smst me om te vragen of ik bij hem wil eten vanavond. Oh, euh, leuk. Mijn strenge stemmetje vanbinnen zegt dat ik moet werken tot ik niet meer kan. Ik besluit in te gaan op de uitnodiging, maar het kort te houden.

18:30. Of ik klaar ben om te gaan? Ik rush nog door kantoor en wil liefst nog tien dingen doen, maar de vrouw van de collega heeft gekookt. Ik bel nog even met de zonen. Moederhartpijn.

23:33. Op weg naar mijn B&B, ergens in the middle of nowhere. Er liggen slootjes naast de baan en ik moet me erg concentreren om wakker te blijven en goed te sturen. De avond bij de collega thuis was prachtig. Zijn vrouw was een erg bijzonder iemand, de gesprekken waren mooi, diep en dynamisch. Ik voel me de laatste maanden zo vaak alsof iemand een busje met sterrenstof voor me heeft en af en toe wat mijn richting uit blaast. Magico, zou Bumba zeggen. Wat een bijzondere dingen gebeuren er, wat een mooie ontmoetingen, wat is er veel om dankbaar om te zijn. Ik lig amper in bed als mijn ogen al dichtvallen. Zo moe. Zo veel dag gehad. Morgen meer. Lekker.

Prinses meet en eet

dieet

Relatiebreuk
Mijn relatie met de snoepautomaat is voorbij. Praktische omstandigheden hebben ons genekt. In concreto: het feit dat ik een nieuwe baan kreeg op een andere plek zonder snoepautomaat.

Gezond
Dus, zo dacht ik, at ik wel weer gezond. Vreemd dat ik altijd die zes kilo te veel blijf houden, maar ja. Aanleg, zeker? Ik was enigszins zelfgenoegzaam omwille van onze vegetarische -bijna veganistische levensstijl.

Zonde
Uiteraard wist ik wel dat ik soms een keer euhm… Zondigde. Dan kocht ik een verpakking met kleine kitkatjes, zodat ik er elke dag ééntje bij de koffie kon nemen, en was na anderhalve dag het pak leeg. Een bepaalde blog heeft me op het idee gebracht af en toe choco met een lepel te eten (bij zware cravings, ja) en ik heb op eigen houtje ontdekt dat je voor hagelslag zelfs geen lepel nodig hebt. Maar dat waren uitzonderingen, toch?

Racepoesman
Op een dag stond ik bij de koffieautomaat. De collega die me ‘racepoes’ had genoemd stond ijverig drie stukken fruit te verwerken tot een fruitslaatje, en bood me wat aan. We gingen in gesprek over gezonde voeding en hij vertelde me dat hij dertig kilo afgevallen was met een app: de eetmeter (gratis overigens!).
Toevallig had ik recent weer eens een licht suggestieve vraag gekregen over een mogelijke zwangerschap (nee dus, ik heb gewoon een buikje), dus de eetmeter interesseerde me wel. En zo geschiedde.

Gewoon alles invullen en dan schrikken
Zoals we allen weten, mogen vrouwen om en bij de 2000 calorieën per dag gebruiken. Eet je meer, word je zwaarder. Eet je minder, val je af.

De eetmeter is een appje waar je gewoon alles invult wat je eet (eerst even een profieltje maken via de bijhorende website, daar leerde ik dat ik met mijn bmi tussen 24 en 25 zit, grensgeval!). In een kolommetje krijg je de calorieën per product, en je hebt ook altijd een dagtotaal bovenaan.

De eerste twee dagen ben ik me een ongelukje geschrokken. Ik zat ruim boven de 2000 calorieën, met op dag 1 vier plakjes cake en een praline. Eén plak cake blijkt goed te zijn voor om en bij de 130 calorieën. Een miniscule praline heeft ongeveer 80 calorieën in petto.

De derde dag dacht ik na over wat ik at, want ik moest het invoeren. Als je dan weet dat een klein handje vol snoep of een have reep chocolade je hele dagtotaal kunnen verpesten, denk je twee keer na voor je achteloos wat in je mond stopt. Idem met borrelnootjes en slasaus.

En nu heb ik al twee dagen op rij tussen 1500 en 2000 calorieën. Ik ambieer geen crashdieet, maar ik wil rustig aan tegen kerst er wat minder zwanger uit zien. En ik wil zeker niet meer verdikken. Bovendien wil ik graag weten of mijn spier- en gewrichtspijn afnemen als ik minder zwaar ben.

Nadeel
Het enige nadeeltje dat ik van die eetmeter kan noemen, is dat het een Nederlandse app is. Een praline vind je dus niet zomaar terug, dat is een bonbon. Ook boterhammen zitten er niet in, dat zijn sneetjes brood. En vinaigrette is slasaus. Het went.

Voordelen
Ik merk zelf twee grote voordelen aan het gebruiken van de eetmeter.

Ten eerste is meten weten. Wist ik veel dat een eetlepel slasaus een vervijfdubbeling betekent van de calorieën die je met een slaatje binnen werkt (ben je blij dat je een slaatje eet, blijk je het te verpesten door er vinaigrette over te gieten). Daardoor ben ik geneigd om alternatieven te gaan zoeken (cfr wat druppeltjes citroensap op de sla). En ik weet intussen al dat twee sneetjes brood echt genoeg zijn voor een lunch, omdat ik anders in de problemen kom met de calorieën die ik nog te besteden heb voor het avondeten.

Ten tweede is ‘het’ nooit verloren. Ik ben al zo vaak op dieet gegaan. Bij de eerste traktatie op het werk ’s ochtends bij de koffie dacht ik dan: ‘o, wel, oei… Taart gegeten! Voor vandaag is het toch al verpest. Morgen begin ik terug met een frisse start.’ (Zo krijg je dagen met vier plakjes cake.)
Nu denk ik op zo’n moment: ‘wow, ik heb net 200 calorieën aan taart binnen gespeeld. Samen met mijn ontbijt zit ik nu al aan 500 calorieën. Niet veel meer dan duizend te gaan dus vandaag!‘.

Eens kijken of het effect van lange duur is. Ik hou jullie op de hoogte. Wie eetmeet mee?

Nou, als dit geen normale blogpost is, met tips en al. Een blogpost light, als het ware :).

Een dag met vlaggetjes

En toen was het zover. Kleine broer zijn tweede verjaardag. Vijf gedachtes, het verhaal.

vlaggetjes

[Een kleine nota bene vooraf: ik heb het erg druk op het werk en ben nog meer achter dan anders in het beantwoorden van mails etc. Excuus!]

”Hahaha!’

00:30. Iedereen slaapt. Ik sta in de keuken, hang vlaggetjes op en blaas ballonnen op. Ik ben niet zo getalenteerd met ballonnen en de ene na de andere doet prrrrrt door de keuken. Ik vind het reuze vrolijk en kruip happy in bed.

“Zo, dat was het dan wel weer.”

Dirk wou langs komen, voor felicitaties en koffie. Ik geraakte er niet van overstuur, maar vond het na vijftig minuten ook wel genoeg, toen de jarige wat geprikkeld geraakte van de aandacht (het schaap is geen twee ouders gewend) en gewoon wou ‘pele’ in plaats van aan tafel te zitten en jarig te zijn. Ik zette Dirk subtiel doch succesvol buiten.

De kleuter en ik hebben een cadeautje gekocht. Deze keer is het nieuw en van duplo. De jarige is door het dolle heen, tot de kleuter het nieuwe speelgoed confisqueert. Dat heb je dan ook weer.

“Aaarghl!”

Feest in het bos. Koffie, taart, sap. Een picknickdeken, wat speelgoed. Hoe simpel wil je het hebben?
En toch heb je dan ook best wat te regelen. Vlaggetjes. Ballonnen. Taarten. Bestek. Kopjes. Sapjes. Servietjes. Dekens. … Om 11u30 belde de eerste hulptroep aan, die meteen ook lunch voorzien had. Om 12u de volgende hulptroep, en om half 1 nog een exemplaar. De lunch was zo gezellig dat ik bijna vergat dat er nog een feestje te organiseren was. Zo dankbaar voor hulptroepen die gewoon kalm doen wat er moet gebeuren. Tijdens de lunch en het voorbereiden, doet de jarige een schoonheidsslaapje.

“We hebben een leven zoals ik er graag één wou voor ons gezinnetje.”

Vrienden druppelen toe. Een fiets met ballonnen komt aanrijden. De kinderen verdwijnen in een soort roedel de bomen in. Mensen staan, zitten, eten, leren elkaar kennen, zingen voor de kleine broer. Ik ben een kip zonder kop en heb geen tijd genoeg om even rustig met iedereen te praten. Ik kijk rond en vraag me zoals op elk feestje af of feestjes niet vooral leuk zijn voor de uitnodigende partij die iedereen kent, terwijl de anderen tussen een bende vreemden zitten. Ik kijk naar de gezichten om me heen, zie een papa tentjes opzetten voor de kinderen, een vriendin foto’s maken van het feestje, nog iemand anders een boekje lezen voor de kleine jarige en een driejarige likt aan de slagroomtaart. Ik glimlach en ik denk dat het leven geworden is zoals ik het me had gewenst. Wij, omringd door lieve mensen. Alleen is alles anders gegaan dan ik gehoopt en gedacht had. En tegelijkertijd weet ik ook dat de dag niet was geweest wat ie was, als Dirk gebleven was. Het wordt niet beter dan dit, denk ik. Ook al ben ik moe, heb ik zorgen, lukt het niet altijd de rekeningen te betalen en mijn werk af te werken en voel ik me vaak eenzaam omdat ik in wezen toch heel graag een partnerrelatie zou hebben. Dit is het, en dit is heel rijk en heel echt en heel wij en heel mooi en ik ben zot dankbaar.

Vorig jaar heb ik een hele dag gepraat met en gehuild bij drie vrienden die met me mee dachten of ik een opname in het ziekenhuis nodig had omdat het zo slecht ging. Dit jaar heb ik amper tijd gehad om deze drie mensen te spreken.

In een flits denk ik: ‘had ik vorig jaar op de gruwelijke eerste verjaardag maar een preview gehad van een foto van vandaag. Eentje maar. Het zou alles draaglijker gemaakt hebben’.

“Ik heb de juiste vrienden.”

De baby peuter wordt vakkundig in bad gedaan met een naam- en leeftijdsgenootje, terwijl een vriend mijn auto leeg maakt, een vriendin de afwas van het feestje doet en nog iemand anders pasta maakt voor de afterparty. Ik ben moe en zielsgelukkig, en besef dat ik de juiste vrienden heb.

Babybroer is trots en moe en blij en heeft ervan genoten.

De volgende dag vis ik teken uit iedereen zijn billen. Nog later zit er een anoniem pakje bij de post voor een dag met vlaggetjes (zo mooi! -dankje!-).

Ik krijg een mailtje met de foto’s van het feest en ik zie erg idyllisch een troep leuke vuile kinderen, een groep mooie mensen in gesprek, de zon, de natuur, een blije jarige, kleurige vlaggetjes, dekentjes en taarten.

Beter dan dit wordt het niet, denk ik. Ik ben zielsgelukkig, wat tot mijn verbazing minder euforisch voelt dan ik dacht op voorhand. Het is eerder een realistisch soort gelukkig zijn. Niet het geluk van de perfectie, maar het geluk ondanks wat was, ondanks de kreukels.
(De laatste zo gelukkige dag was toen ik op het strand zat en Babybroer zag spelen met een papa-van-vier, terwijl ik met de mama-van-vier zat te praten. Topdag, met zon, zee, strand, rosé, geweldige olijven, … Zoete herinnering!)

Net dan komen er foto’s voorbij van een kind dat aangespoeld is op het strand. Ik zit lang bij de kleine birthday boy, streel zijn voetjes, kijk naar zijn slapende gezichtje. Ik vraag me af waar ik me de voorbije tijden zo druk om gemaakt heb. Geldproblemen, in de steek gelaten zijn, moeilijkheden om werk en gezin te combineren, conflicten, vermoeidheid, een ondeugdelijke man. Het lijkt allemaal zo nietig. Ik streel de kleine voetjes en ben in alle verstilling zielsgelukkig.

Dankje. Dankje. Jullie weten wel waarvoor.

Een dag met vlaggetjes (proloog)

Een dag zonder vlaggetjes: terugblik
De eerste verjaardag van de Babybroer was, om even kort te zijn, één doffe ellende. Ik was die dag een moeder die niet de moed had om het huis te versieren of het huishouden te doen. Er was die dag een heftig conflict met Dirk. Ik heb hysterisch gehuild, in nood vrienden opgebeld en die dag met hen zitten bespreken of ze me naar een psychiatrische afdeling van een ziekenhuis zouden brengen want het ging echt dramatisch slecht in die periode. Ik was bang om alleen te zijn en om alleen te zijn met de kinderen. Ik was verdrietig. Ik kreeg niets meer voor elkaar.

Tweedehands cadeautje
Ik kan er nog steeds niet goed aan denken, aan die dag. Het meest intrieste moment was het ontbijt, waar mijn zoon van vier stomverbaasd vroeg waarom ik geen vlaggetjes had opgehangen voor de babybroer omdat die toch jarig was. Het antwoord was dat ik het toen niet kon.
De kleuter en ik hadden wel een cadeautje gekocht. In een tweedehandswinkel hadden we een muziekje dat figuurtjes projecteert gevonden (de teddy projector). Als ik dat ding zie staan, krijg ik nog steeds een krop in mijn keel. Ik schaamde me omdat ik enkel maar een tweedehandscadeautje kon geven aan mijn kindje dat één werd.

Masterplan
’s Nachts in bed, leeg gehuild en ellendig, wist ik dat ik het anders wou. Dat de tweede verjaardag van de Babymans een dag mét vlaggetjes moest worden. Ik ben nog twee weken thuis gebleven omdat ik niet sterk genoeg was om te werken, en heb een soort masterplan gemaakt met alle soorten acties die ik moest ondernemen om de boel weer wat op te krikken. Enigszins tevreden kan ik zeggen dat ik veel van de plannen in dat masterplan gerealiseerd heb of aan het realiseren ben. Ik heb een nieuwe baan, een bijberoep, een rijbewijs, een auto, mijn sociale isolement is doorbroken, ik heb oplossingen om werk en gezin beter te kunnen combineren, … Er blijven werkpunten (zoals was rust in de financiële situatie krijgen, een leuke partner vinden en een wat beter evenwicht tussen werk en rust), maar het algemene beeld is positief.

Twee kaarsjes
En nu is het zover. Babybroer blaast gauw twee kaarsjes uit. En het moet een dag met vlaggetjes worden!
Dus vroeg ik een niet nader te noemen geniaal tekentalent om een uitnodiging te tekenen voor een feestje, in het bos. Picknick met koffie, sap, taart, vlaggetjes, ballonnen en kaarsjes is het concept. Ik nodigde een massa vrienden uit, waaronder de vrienden die me vorige jaar in de dofste ellende nabij zijn geweest, maar ook veel mensen waar ik niet zo dichtbij had gestaan als Dirk niet weg gegaan was of die ik niet eens gekend had als Dirk er nog was.
Dertig mensen komen er naar het feest-met-vlaggetjes. En … toen kreeg ik faalangst. Of ik het wel geregeld zou krijgen, of het wel zou lukken. Dus mailde ik een paar vrienden met de vraag of ze in ‘team verjaardag’ willen zitten, en probeer ik me geen zorgen te maken over het feit dat ik nog niet weet waar ik het gebak ga halen en dat ik nog geen cadeautje heb. Op zo’n momenten kan mijn hoofd struikelen over onnozelheden, zoals het besef dat er iemand komt die consequent suikervrij eet en dat ik niet weet waar ik suikervrij gebak kan halen. God-zij-dank hebben twee van de genodigden aangeboden om taart te bakken, en komt er iemand die foto’s wil maken.

Traktatie
Als voorproefje op zijn verjaardag mag de Babybroer alvast trakteren in de opvang. Het huis ruikt naar cakejes. Er staat een mandje klaar met lekkers, er zit een kaartje bij voor de mensen van de opvang en in een envelopje heb ik twee kaarsjes gestopt die ze op zijn cakeje kunnen zetten. (We hebben al weken geoefend met kaarsjes uitblazen.)

Net zag ik het mandje staan (dat ik gevuld heb na een dag waarop ik om half 7 in de auto ben gestapt, 500 km heb gereden voor besprekingen en pas om 19u weer binnen stapte met twee vermoeide kinderen en rammelend van de honger) en ik dacht: wow, dat had ik een jaar geleden niet voor elkaar gekregen. Het gaat maar om stomme eenvoudige cakejes, maar het was toch een blij besef. Dit jaar ben ik geen moeder meer die het niet voor elkaar krijgt vlaggetjes op te hangen of iets lekkers te bakken…

Wordt vervolgd…