Had ik maar een rode tent

Het is volop C-crisis.
En ik ben ongesteld.

Ik voel me echt woest slecht.
Chagrijnig. Doodmoe.

Ik twijfel aan mezelf.
Aan alles.

Mijn hoofd zit vol donkere wolken.
Alles lijkt complex. Alles.
Kinderen. Relatie. Werk.

‘Tijd voor de rode tent,’ zegt een vriendin.
De rode tent.
De plek waar je rust, oplaadt, je verhaal vertelt.
Even veilig. Even niets.
Een plek waar alles er even mag zijn.
Een plek om te hangen.

Ik heb nog nooit in een rode tent gezeten.
Maar liefst zou ik nu in bed gaan liggen.
Slapen tot die wallen die ik voel hangen niet meer zo trekken.
Alleen zijn, zodat ik niet iedereen blijf afsnauwen.
Warm, zodat ik niet de hele dag kouwelijk en ellendig ben.
En dan een film. Of een boek.
Een kilo chocola.
En pas als ik zin heb, weer tevoorschijn komen.

Ik ben chagrijnig. Niet te verdragen.
Verdraag niets.
Maar dat zou niet zo hoeven zijn.
Als ik een dag in mijn denkbeeldige rode tent zou mogen opladen.
In plaats van

werken voor dag en dauw
huiswerkbegeleiding
appjes en mailtjes tussen de bedrijven door
calls
meetings
opvoeden
aanmoedigen
boterhammen smeren
soep warm maken
badjes
bedjes
knuffelen
een uur fietsen
slaatje maken voor mezelf
koffie maken
bekers vullen
wasmachine vullen
vouwen
kleedjes aandoen
kleedjes uitdoen
regels stellen
opruimen
de tafel afkuisen – 100 keer
handjes afkuisen
mondjes afkuisen
fruit snijden
politie zijn
moeder zijn
juf zijn
vrouw zijn
professional zijn
structuur aanbrengen.

Ik weet dat er ergere dingen zijn.
Maar had ik maar een rode tent
om op te zetten in deze crisis.
Om af en toe een dag van de wereld te zijn.
Om me even niet de slaaf te voelen van al dat kinderlijke ongeduld.
Om even bij mezelf te zijn.
Om even op te laden.


Freelance journalistiek

Een verhaal dat ik hier vast nooit verteld heb, is het verhaal van hoe ik freelance journaliste werd.

Ik was alleenstaande moeder en stapte op een warme dag na een opdracht in Rotterdam in de auto naar huis. Ik zag dat ik een gemiste oproep had en luisterde daar de voicemail. En tadaa, daar werd me de vraag gesteld of ik wilde overwegen een opdracht aan te nemen als freelance journaliste voor Psychologies Magazine. WOW.

Dat was niet uit de lucht komen vallen. De eindredacteur Femke volgde mijn blog. Ik denk dat we destijds ook al kennis hadden gemaakt met elkaar. Vanuit mijn blog, had ze de hoofdredacteur voorgesteld om mij te vragen.

En dat was zo een kans.
Niet alleen omdat ik met het geld dat ik verdiende als freelance journaliste mijn inkomen wat kon aanvullen – was erg nodig. Maar ook omdat het me een nieuwe kans gaf, een nieuwe richting. Ik kon ergens in groeien, me ontwikkelen, een vaardigheid toevoegen aan mijn pakket, ik werd minder afhankelijk van mijn werkgever. En het is natuurlijk ook ontzettend mooi werk om te doen: interessante thema’s uitwerken, boeken lezen, auteurs interviewen, … Dankbaar!

Die eerste tekst was een interview met de experts die meewerken aan Blind Getrouwd. Ik herinner me mijn voorbereidingen, het interview in een Antwerps cafeetje, het uitwerken wat ik veel te letterlijk had gedaan in mijn angst de geïnterviewden geen recht te doen, de bijsturingen die nodig waren, … Maar uiteindelijk was het goed en de opdrachten volgden elkaar op. Ook voor Femma Magazine en af en toe schrijf ik ook voor andere tijdschriften (en dat wil ik nog steeds graag uitbreiden – mijn grootste droom is Flow).

Anyway. De betaling van de eerste opdracht kwam tijdens een vakantie die mijn kinderen en ik in Amsterdam deden. Gelukkig, want ik zat toen op mijn financiële tandvlees na een rechtszaak. Het heeft ons alleszins wat ijsjes opgeleverd :).

Dank aan Femke. En dank aan de hoofdredacteur die me de kans gaf.

In de Tiny Podcast lees ik een column die ik enkele jaren geleden schreef voor Psychologies Magazine.

Iets in de wereld zetten

Iets in de wereld zetten. Het is een uitdrukking die ik op een vrouwenfestival geleerd heb. Een uitdrukking die meteen resoneerde bij me, want ik vind het spannend iets in de wereld te zetten.

Ik ben daar best lang geblokkeerd in geweest en dat breng ik zelf in verband met een moeilijke bevalling waar ik hier eerder al over schreef.
Het kind is toen uit mij gehaald, ik heb het niet zelf op de wereld gezet. De jaren die daarna volgden waren niet makkelijk en ik merkte toen dat er veel was dat ik niet in de wereld kon zetten. Veel dingen die ik graag wilde en die ik gewoon niet gerealiseerd kreeg.

Na de geboorte van de tweeling, die vliegensvlug ging :), veranderde dat. Plots zette ik dingen in de wereld die ik een snelheid hadden die me soms zelfs verbaasde. Niet altijd trouwens, sommige dingen sleepten gewoon ook aan. Maar ik startte bijvoorbeeld twee bedrijven. Tot mijn eigen verbazing eigenlijk, want de meest logische weg en mijn plan bestonden er uit in loondienst te blijven.

Het is echter nog steeds een thema voor me, iets in de wereld zetten. Iets maken, creëren en het daarna ook delen in plaats van in een laatje verstoppen. Hier iets schrijven en dan op ‘publiceer’ drukken. Op LinkedIn iets delen. Een podcast inspreken en delen. Een artikel indienen als journaliste. Het gaat gepaard met allerlei gevoelens, met spanningen. Met telkens weer onzekerheid. Met een duik in mijn energie: eerst veel energie, dan een dip omdat ik bang ben.

Het went nooit.

Maar het hielp me wel de uitdrukking te kennen. Het te herkennen als gegeven. Rond me te kijken en te zien dat sommige mensen makkelijk dingen in de wereld zetten en anderen er op haperen. Om als het moeizaam gaat en ik zelf haper, te beseffen dat het eigen is aan dat proces.

Ik vertel er over in de Tiny Podcast van vandaag.


Noem mij maar juf-moeder-zzper-huishoudster-kok

Gisteren lagen Pieter en ik op de bank. Te praten.
Dat we goed zijn in crisis, zei ik. Dat we dan als twee volwassenen echt doen wat we moeten doen.

En dat is zo. Daar zijn we goed in.
Ons schema is daarbij echt van levensbelang zodat we niet heel de tijd moeten onderhandelen. De kinderen weten stilaan ook waar ze aan toe zijn en bewegen mee in het schema. Dat helpt allemaal.

Maar toch was ik gisteren gevloerd. Echt gevloerd.
Er staat een berg schone was die ik moet opvouwen. Ik zou dagelijks drie uur intensief les moeten geven om dat deel goed te doen (lukt niet). Er moet vroeg opgestaan, gekookt, gewassen worden. Iedereen moet in bad. … Nou ja, ik hoef jullie niet te vertellen wat er in een huis moet gebeuren, maar het is dus een beetje de hoedanigheid van zzper-juf-huishoudster-moeder-kok die me echt te veel werd. Ik heb gedaan alsof ik naar toilet moest – uiteraard op een geschikt moment in het schema – en ben in bed gaan liggen. Het uur schoolwerk dat nog gepland stond hebben we laten varen.

Het verstikt me soms, de gedachte dat ik nog x aantal weken de hoedanigheid van juf in mijn portefeuille heb. De leerkrachten hadden een heel pak werk klaar gelegd gisteren met allerlei proefjes die we zouden kunnen doen, tekenopdrachten, … Ik ben meestal al blij als het lezen en rekenen lukt binnen de slaaptijd van de tweeling en de beschikbare aandachtspanne.

Anyway. Even iets anders.

Ik verzamel verhalen over synchroniciteit. Dat is toeval dat geen toeval is. De magie van het dagelijkse leven. Een trein missen en zo je grote liefde ontmoeten, zoiets.
Heb jij zo een verhaal voor mij dat ik anoniem of met je naam mee mag nemen in bijvoorbeeld mijn podcast? Wil je me dat dan mailen op Hade@theartistswayonline.com ?
Ik denk dat de wereld wel wat wonderen kan gebruiken :).

En uiteraard is er de Tiny Podcast. Die gaat vandaag over het moederschap en creativiteit:

Het zoeken van mijn stem

Haha, het is wat ongepast nu om euforisch te zijn dus ik houd me een beetje in, maar ik ben zo in paniek geweest omdat ik hier niet meer binnen kwam (dus geen toegang tot mijn blog) én dat ik jullie dus ook niet eens kon waarschuwen.
Heb allerlei dingen overwogen. Zoals verhuizen naar een andere plek en opnieuw beginnen, maar dat was natuurlijk geen heel fijn plan voor mij. Ik wou graag zelf aan dit verhaal blijven schrijven en in deze ‘gemeenschap’ blijven connecten.

Over gemeenschap gesproken. Wat lief, allerlei reacties met de vraag waar ik naar toe was (heb ik dus nu pas kunnen zien) en wat lief dat jullie er nog zijn :).

Ik heb jullie zo veel te vertellen.

Maar waar begin ik?

Misschien bij het zoeken van mijn stem.
Zoals jullie weten was ik in september gestart als ondernemer. In februari ging het eindelijk echt draaien, met interessante opdrachten enzo. Waarvan het meeste wegviel met de C-crisis natuurlijk. Pijnlijk.
Intussen had ik een marketing-dame om mijn social media te coachen, maar ik ben daar vreselijk in vastgelopen. Ik had een content kalender en schreef dus twee keer per week stukjes die ik dan postte op mijn zakelijke sites, maar jeetje. Wat past dat niet bij mij. Ik heb hier altijd vanuit mijn hart geschreven. Vaak schreef ik heel veel en plande ik het publiceren dan in, maar dat was dan ook het enige plannen dat er aan te pas kwam. De thema’s en blogs kwamen gewoon bij me op, en ik schreef en publiceerde ze dan. Vast met wisselende kwaliteit, maar bon. Het was wel mijn verhaal. Sommige dingen zou ik niet meer schrijven of denken, maar dat hoort er bij geloof ik. Dat je zelf verandert, dat je ergens vandaan komt, dat het leven zijn weg zoekt.

Eind december (kerst) was onze dochter Janne in het ziekenhuis. En ik dus met haar, een week. Ze had longontsteking. Daar ging uiteraard een soort traumatisch iets aan vooraf met een kind dat steeds zieker werd, dokters die vonden dat ik overdreef toen ik om 3 uur ’s nachts bij de spoed stond met haar (en daarna wel een rekening van 120 euro sturen), en uiteindelijk een heel gehaaste opname, zuurstof, een ambulance-rit en dus een week in het ziekenhuis. Waar ze volgens Nederlands systeem uitgingen van het meest aannemelijke, namelijk RSV, en haar daar dus ook voor behandelden. Ze werd niet beter, alleen maar zieker. Pas na vier dagen kreeg ze een longfoto en daarna dus de juiste medicatie.

Na de ziekte van Janne heb ik er heel lang over gedaan weer op mijn plooi te komen. Mijn werk van voor de kerst was niet afgerond, we waren moe, ze heeft er lang over gedaan te herstellen, we moesten als gezin echt weer in onze plooi komen.

Vervolgens gebeurden er nog wat dingen die ingrijpend waren. Zoals onze vaste oppas die ontslag heeft genomen.

In in heel die tijd was het zoeken. Eerst naar mijn energie. Mijn ritme. Dan naar mijn stem.
Ik ben er nog niet helemaal uit.
Maar hier ben ik alvast terug, en dat is fijn.

Het Corona-virus heeft natuurlijk ook weer zijn effect, en dat is licht uitgedrukt. Het heeft een soort startschot gegeven aan dingen die al heel lang ergens in mijn hoofd spookten, dingen die ik ‘ooit eens’ ging doen maar nooit echt durfde. Maar de voorbije week ben ik begonnen met een podcast maken. Het is een kleine podcast en ik ben simpel begonnen. Met eenvoudig materiaal, eenvoudige montage. Het idee is elke weekdag een stukje dat ik normaal zou bloggen in te lezen en om 6 uur ’s ochtends te publiceren. Goed voor een vijftal minuten podcast bij een kopje koffie. Morgen plaats ik hier de eerste :).

Hoe gaat het met jullie intussen?

Voor onder de Kerstboom

Bevallen. Laatst had ik het er met een vriendin over. Ze vreesde dat de keerzijde van het maken van een bevalplan is dat mensen foute verwachtingen zouden hebben en sowieso teleurgesteld zouden zijn.

Voor de geboorte van de baby’s werkte ik tot vervelens toe aan mijn bevalplan, samen met de doula van het ziekenhuis. Er stond niets in over muziek en wierook. Het plan stond vol medische termen en wat-als-en. Baseline was echter dat er niets mocht gebeuren waar ik geen toestemming voor gegeven had. En als ik het niet kon: mijn man. Nee, ook niet knippen. Ook geen keizersnede. Toestemming vragen kan zo groot zijn als een vraag stellen. Er hoeft geen formulier aan te pas te komen (als er spoed is).

Tijdens een vorige bevalling was er immers wat mis gegaan op dat stukje toestemming geven. Ik heb die bevalling ervaren als geweld. De beelden hebben me lang achtervolgd. Beelden van verpleegsters die op mijn buik lagen, zweet parelend op hun voorhoofd. De reflectie in het raam van het bloedbad na de knip. Het geluid van het knippen. De geweigerde verdoving die toch gezet werd terwijl ik kermde dat ik het niet wou. De mensen die ik vertrouwde en die aan de kant stonden en toekeken.

Tijdens de tweelingzwangerschap kwamen de beelden en masse terug. Ik had depressieve gevoelens, angsten, ik huilde veel, ik kon niet echt uitkijken naar de komst van de baby’s. Het boek ‘Perfecte bevallingen bestaan niet’ opende mijn ogen over de impact van een bevalling op je welbevinden (relationeel, fysiek, emotioneel, …). Ook jaren later. Samen met een verloskundige werkte ik aan het trauma, maar dat was zo heftig en ik had al zo weinig energie. En per sessie betaalde ik ongeveer 100 euro uit eigen zak. Ik kon het niet opbrengen en stopte met de therapie.

De bevalling van de tweeling bleek heel helend te zijn. Er werd naar me geluisterd. Alles werd met me besproken. Ik mocht bevallen zoals ik het wou. Ik kon er op vertrouwen dat mijn doula wist wat ik wou. Ik heb heel veel geluk gehad met twee natuurlijke geboortes, maar zelfs als ik naar de operatiekamer was gebracht voor een keizersnede, was het niet traumatisch geweest omdat ik me als mens gehoord en gezien voelde door de hulpverleners.

Achteraf gezien had ik jaren eerder mijn eerdere bevallingstrauma willen verwerken zodat het me niet zo dwars had gezeten. Ik vraag me oprecht af wat het gedaan had met mijn lichaamsbeeld, zelfbeeld, zwangerschap, … als ik mijn verhaal een plekje had gegeven.

Janneke Jonkman, schrijfster van het beste tweelingboek ooit, biedt een online cursus aan om je bevallingsverhaal te schrijven en te helen. Ik wens alle mama’s met een bevalling die blijft hangen toe om deze cursus onder de kerstboom te krijgen. Van jezelf of van iemand anders.

Mothering the mother

De zwangerschap, de kraamtijd, de babytijd, het eerste jaar. Ik heb het allemaal al twee keer meegemaakt. Intussen zijn de dames hier aan hun tweede winter toe, rond de anderhalf jaar, en is daar de Vreselijke Winter. Want nu ik het meemaak, herinner ik het me pas: er is altijd een winter met een kind waarin je van ziekte naar ziekte sukkelt, er met zijn allen aan onderdoor gaat, het hele huis begint te kreunen onder achterstallig onderhoud, alles permanent onder het snot/de spuug/de diarree hangt, de was niet bij te houden is, de nachten drama’s zijn ondanks het eerder verworven ongeveer doorslapen, …

Bij de jongens dreef die fase me tot uitzichtloosheid en wanhoop. Ik herinner het me plots ALLEMAAL want we zitten er weer middenin en leven van griepje naar luchtwegeninfectie, van buikgriep naar hoestbuien, van tandjes en bijhorend leed naar een nieuwe buikgriep enzovoort.

Ik ben er niet zo best aan toe, merk ik along the way. Voor de tweede keer op een maand tijd ben ik geveld door een buikgriep. Je moet weten dat ik een fobie heb voor overgeven, dus ik vind het extreem erg dat ik op een maand tijd TWEE keer buikgriep heb. De eerste keer was erg. De tweede keer is er ééntje met acht keer op één nacht. De nacht nadat de beebs samen 18 keer hebben gespuugd en we letterlijk heel de nacht getroost hebben, lakens en pyjama’s en slaapzakjes verschoond en gewassen. De kleinste twinnie, tevens recordhoudster, kotst ’s ochtends slapend gal door haar neusje.

Anyway. De hele nacht dus – wat een verschrikking. De ochtend breekt aan, ik heb een betaalde klus (want o ja, ik ben ook startend zelfstandige en heb eindelijk een echte opdracht bij een organisatie enal) maar ik kan mijn hoofd niet optillen. Alles doet pijn, mijn botten, mijn hoofd, mijn maag, mijn keel. Ik blijf de hele dag lijden in een donkere kamer. De nacht die volgt heb ik nachtshift met de twee baby’s want de Man is ziek in de kamer ernaast. Ik ben op, totaal op.

Als ik ziek ben, word ik er meestal ook nog depressief bij. Dat is heel stom maar wel verklaarbaar (namelijk: je goed voelen vraagt ook energie). De hele zieke dag lig ik in bed en het lijkt alsof ik zo gesloopt ben door al die moederjaren op de teller, door het alleenstaand moeder, door het tweelingzwanger zijn, door het hebben van een tweeling, dat ik er nooit meer bovenop kom. Ik had me net een sportief doel gesteld dat ik tegen niemand zeg en waarvoor ik een geheim trainingsplan had opgesteld, om mezelf de hoop te geven dat ik binnen een half jaar krachtig en fit een medaille binnen rijf om te bewijzen dat het wel kan, moeder zijn en ondernemer en een fit wijf. Maar ik lig in bed en mis mijn tweede training en schaam me al te pletter en besef dat het moeder zijn, zelfs met de Man en in tamelijk luxe omstandigheden, zo een aanslag is op alles. Op mij. Ergens op instagram las ik iets over ‘mothering the mother’ en dat voelt plots als een schrijnend gemis. Dat er voor mij gezorgd wordt, zodat ik deze hopeloze eindeloze taak tot een goed einde kan brengen. O ja, wacht, er is geen einde.

En dan komen er hulptroepen. Zomaar uit België. Ik vind het zelf tamelijk absurd als ik er over nadenk. Terwijl ik ellendig op de bank lig, worden mijn toiletten gepoetst, wordt er gekookt, opgeruimd en een berg was weggewerkt op uiterst efficiënte en deskundige wijze. Ik blijf achter met een bos bloemen op tafel en een huis waarin ik, als ik eenmaal beter ben, niet meteen de puin van een aantal dagen ziekte moet gaan ruimen.

Zo dankbaar.

Leven met de barbaren

Het is absoluut relatief. Dat weet ik. Het gaat voorbij. Het is een fase.
Maar soms komt het mijn strot uit.
Zo. Ik heb het gezegd.
De meisjes hebben één of andere zeer eigenaardige trek. Alleszins niets genetisch van mij, dus het moet wel van bij de Man komen of een soort van normaal menselijk gedrag vanuit de evolutie. Maar tijdens elke maaltijd gooien ze hun bord met inhoud en al weg, en hun beker er achter aan. Soms meerdere keren. Na elke maaltijd schraap ik etensresten van de vloer. Een hoeveelheid waarmee ik nog een tweede tweeling zou kunnen voeden.

En ik weet dat het niet erg is. Net als het ontplofte huis, de dagelijkse drie wasmachines was, de nachten met gemiddeld acht onderbrekingen. Het gaat over, ik wou de baby’s graag, ik mag blij zijn met twee gezonde poepies.

Maar soms. Soms ben ik het gewoon even helemaal moe. Meestal is er dan meer aan de hand. Een vriendin die afzegt. Een ruzie met de Man. Ongesteld. De nanny die een dag ziek is waardoor mijn hele planning in het honderd loopt.
Dat zijn de druppels. En de emmer loopt dan wel eens over.

Ik voel dat dan zelfs fysiek. Een zwaarte. Mijn lijf voelt log. Mijn hoofd doet pijn. Mijn oogleden slepen. Ik kan het niet opbrengen koffie te zetten voor mezelf. En natuurlijk zijn er ook remedies. Allerlei dingen die goed zijn voor je mentale gezondheid en waar je geen zin in hebt als je je zo belabberd voelt. En een guilty pleasure: overdag tv kijken. Tijdens het middagdutje. Nadat het eten van de grond geschraapt is.

Liefde in tijden van tweelingouderschap

Drie jaar. Drie jaren samen, markeerden we laatst.
We keken naar de tweeling van 15 maanden.
We verbaasden ons. In het eerste jaar zijn we gaan samenwonen (emigreren, van mijn kant). In het tweede jaar kregen we de tweeling. In het derde jaar nam ik ontslag en startte ik mijn eigen zaak. En toch voelde het nooit als snel, hals-over-kop, raar.

Het is avond. De regen striemt tegen de ramen. Wonder-o-wonder, alle kinderen liggen in bed. We kijken een detective. Ik drink ginger-curcuma-latte. Shit, denk ik. Mijn oogleden zijn weer zo zwaar. Ik kijk op de klok. Tien na negen nog maar. Ik kijk naar de Man. Zou ik…? Nee, doorzetten. Even later zeg ik het toch. Dat ik op ben. Zoals zo vaak zetten we de aflevering stop twintig minuten voor het einde, wat vrij stom voelt, zo dicht bij de ontknoping. Ik duik ons bed in. De Man doet de lichten uit en zet de vaatwasser aan. Op het moment dat hij komt slapen, slaap ik al diep.

Het is nacht. Het kleinste ontembare kind huilt. Ik hijs haar uit het bedje aan mijn kant van het bed en leg haar slaapdronken tussen ons, waar ze zich content nestelt en verder slaapt. Even later wordt de andere dochter aan zijn kant van het bed wakker. Die mag ook aan boord, maar vindt haar draai niet, hoest, worstelt. Midden in de nacht vertrekt hij naar beneden met haar, om te zorgen dat ik en de mini kunnen slapen. Als de wekker gaat, voelen we ons allemaal weer beroerd.

Een uitstapje. We gaan naar het museum met de tweeling. Als we aankomen, help ik de Man de grootste in de draagdoek te zetten. Als ik de kleinste wil pakken, spuugt ze de hele auto onder. Als een geoliede machine poetsen we de auto, kleden we het kind om, troosten haar en haar zus, laden we iedereen weer in, rijden we naar huis, wassen we iedereen, wassen we alle jassen en alle kleding waar spuug op gekomen is. En dan is het etenstijd en eet het zieke kind drie borden pasta.

Liefde in tijden van tweelingouderschap. Heel spannend is het allemaal niet. Heel lief wel. En heel echt. En heel erg dit-zou-ik-nooit-willen-missen. En ook: ik ben zo zeker van hem.

Armoedig

Na een ochtend koortsachtig werken, wandel ik naar een lunchafspraak. Vroeger deed ik alles met de fiets, nu wandel ik zo veel mogelijk. Om de stappenteller te voeden, die me akelig snel duidelijk maakte dat ik wel naar de sportschool kan willen, maar dat ik misschien eerste die 3000 stapjes per dag maar eens moet uitbreiden naar 10 000.

Ik wandel. Nog onder indruk van wat ik net gedaan heb. Ik heb een irrationele beslissing genomen. Een kans om snel via anderen aan werk te komen en dus snel te gaan verdienen, afgeslagen. (Er was een investering aan verbonden, en bij elke opdracht zou ik een flink percentage afdragen.) Iedereen juichte dat ik het moest doen, en ik was er zelf bijna ingesprongen, tot een vriend me gisteren vroeg of ik dat echt wou. Snel geld. Of ik daarom als ZZP-er ben begonnen. Maar nee, dacht ik. Nee begot. Het is niets voor mij.

Ik wil iets doen waar ik in geloof.
Dus knip ik het draadje door en vraag ik me af hoe ik het aan de Man ga uitleggen. En tegelijk voel ik zo goed dat ik het juiste heb gedaan.

Ik lunch met een vriendin. Wandel terug. Stop bij een nieuwe kledingzaak, waar ik schoorvoetend aan het enthousiaste meisje uitleg dat ik een beetje raar in mijn lijf zit na die tweelingzwangerschap. Ik voel me onzeker. Ik wil kleding die past bij mijn huidige lijf.

Ik voel me zo klein.
Zo klein.
En tegelijkertijd te groot, te grof, te uitgedijd, te mals.

Ik pas rokjes en blouses en kies en kijk in de spiegel naar de mooie nieuwe dingen waarvan ik me vraag of mijn buik er echt niet te zichtbaar in is. En ik kijk ook naar mijn oude kleding, snel-snel aangeschoten vanochtend omdat ik een kantoordag had. Naar het gaatje in mijn panty. Ik voel me zo armoedig in mijn lijf, in dat post-zwangerschapslijf, in dat lijf dat al die grote ZZP-plannen moet gaan belichamen. Dat lijf dat ik niet goed verzorg, omdat ik al blij ben als ik mijn tanden twee keer per dag kan poetsen. Waar is de tijd dat ik opgemaakt naar kantoor ging? Op hoge hakken? Ik moet naar de kapper. Van alles epileren. Crème op mijn gezicht smeren. Die wallen wegwerken.

Ik koop drie rokjes en twee blouses. In mijn oude kloffie wandel ik weg met een tasje kleding waarvan ik hoop dat ik ze durf dragen. Ik ga weer aan het werk. Een deel van het werk is het social media-gebeuren, waar ik (buiten deze blog) altijd zo ver vanaf gebleven ben, omdat ik bang was dat het zo veel tijd zo opslokken, en dat ik permanent met de blik van een buitenstaander naar mezelf zou kijken. Geen foto’s meer zou maken omdat ik ze mooi vond, maar omdat ze instagramwaardig zijn. Geen boeken meer lezen voor mezelf, maar om er slim over te doen op LinkedIn.

Ik voel me zo klein.
Ik voel me vaak zo klein.

(En waarom, waarom heb ik geen doos chocolaatjes in een kastje in mijn kantoor? O ja, omdat ik ze op zo een moment allemaal tegelijk zou opeten.)