Over wat er niet op het lijstje staat

Het is woensdagochtend. Kwart voor 9.
Naast mij ligt een to do-lijstje.

Er staan 10 items op. Daarvan heb ik er al 5 afgestreept, tussen half 6 en half 8 vanochtend.

Ik kom terug op kantoor, nadat ik thuis gedoucht heb, ontbijt gemaakt, een appel en een peer heb geschild, kleding voor iedereen heb genomen, de jongste zoon naar zijn drie kwartier remedial teaching gebracht.
Ik heb een machine was ingestoken en de droger aangezet.
Ik heb zoenen en knuffels gegeven.
Ik heb mijn eigen ontbijt in een bakje gekieperd om het tussen de bedrijven door op te eten.
Ik heb afgestemd met de poetshulp (er is een nieuwe kat en ze mag niet ontsnappen) en met de oppas.
Ik heb bijgepraat met een vriendin tijdens het wandelingetje van en naar school.

Ik kom op kantoor en het is kwart voor 9 en ik heb er al een dag op zitten.
Ik kijk naar mijn lijstje en ik vind het belachelijk. Die tien items.
Het echte lijstje van wat we op een dag doen, bevat volgens mij 300 items.

Dat.

Ik denk al een tijdje dat het rustiger gaat worden.
En dan valt er telkens weer een deadline uit de kast.
Ik heb de laatste tijd zo hard gewerkt.
En ik ben ervan geschrokken dat ik maar liefst twee keer iets totaal uit het oog verloren ben.

Ik markeer een punt en zeg: ‘vanaf dan wordt het rustiger’.
Maar als ik daar ben, dan zie ik pas wat ik vergeten ben, en dan pep ik me op voor nog een rondje druk.

Dat.

P.s. Ik maakte wel elke weekdag een Tiny Podcast. Die van gisteren wil ik graag even tippen. Jaren geleden belde ik in een donkere en angstige nacht naar Tele-Onthaal. De voorbije week mocht ik de coördinator van Tele-Onthaal interviewen, en dat raakte me erg. Die afstand tussen die ene nacht en hoe het vandaag is. Je kan hier luisteren.

Wijsheid uit de toekomst

‘Het is noch het één, noch het ander. Kinderen hebben (of om het even wat in het leven) is nooit het eeuwige instagram-moment, maar ook niet alleen maar dat plakkerige nooit-klaar-en-altijd-moe.’

Vandaag lees ik in de Tiny Podcast een brief van mijn 80-jarige zelf, geschreven aan mijn bijna 25-jarige zelf.

Ik droom er stiekem van eens een week te kunnen vullen met het voorlezen van dat soort brieven. Ik heb er intussen een aantal mogen horen en lezen (bijvoorbeeld van mijn cursisten) en er zit altijd zo veel wijsheid in. Het is alsof we schrijvend meer weten.
Dus mijn vraag is of jij de jouwe wil delen en ik die in mijn podcast mag voorlezen :).

En nog heel even dit. Gisteren mailde iemand me. Dat mijn corona-cursus een top is, maar (ook) een emotionele uppercut.
Ik krijg wel meer mails waaruit ik kan afleiden dat de cursus zijn doel niet mist.
Vandaag en morgen krijg je bij de aankoop van een PLUS of XL-cursus een papercraft-pakket van Sjakies. Ik stuur het met wat liefde op.

Momwar in de achtertuin

Rutte had net een toespraak gehouden.
Het zou allemaal nog veel langer duren.

En ja, dat was al duidelijk.
Maar het was dat, gecombineerd met extreem vermoeid zijn (echt, ik ben zo extreem extreem moe) en ongesteld.

We hebben een tuin, die we delen met de buren. Sommige mensen weten echter de ingang en komen er ook spelen.
Er zijn allerlei fietsjes, een zandbak, bankjes om op te zitten, een glijbaan.
Ideaal met jonge kinderen.

We onderhouden die tuin samen met de buren.
Planten nieuw gras. Verversen het zand van de zandbak. Houden het allemaal een beetje bij. Zorgen voor de kippen en konijnen.

De laatste tijd zijn er vaak best veel mensen in de tuin die geen buren zijn. En ik weet dat het naar is, maar in deze omstandigheden geeft me dat een vervelend gevoel. Omdat ik bij te grote drukte niet naar buiten durf met mijn kinderen. En dan voelt het toch wel als ‘onze’ tuin. En dat is het begin van alle gevoelens die tot de tweede wereldoorlog hebben geleid dus daar schaam ik me echt diep voor.

De dag na de toespraak van Rutte was er een mama met haar twee kinderen. Ze is er vaker. Ze was de hele tijd op haar telefoon aan het kijken. Haar zoontje riep haar verschillende keren en ze keek niet op.
Haar kleinere kindje hobbelde wat doelloos rond.
Haar zoontje schepte de aanhanger van de tractor vol zand.

Ik besloot haar aan te spreken.
Of ze er mee op kon letten dat het zand in de zandbak blijft.
(Ik giet dagelijks allerlei voorwerpen vol zand uit in de zandbak en in het gras komt ook veel zand terecht waardoor we het weer moeten bijplanten.)
En dat haar kind haar al verschillende keren geroepen had.

Ze vloog uit.
Dat ik altijd zo gespannen ben en dat ik het dan verpest voor iedereen.

Ik zei dat dat nogal een oordeel was.
Dat ze me niet kende, dat we nog nooit een gesprek hadden gehad. Dat we voor de tuin zorgen en dat het logisch is dat als je er gebruik van maakt, je er ook op let dat je kinderen er zorgzaam mee omgaan.

Ze zei dat ze heel sensitief is en dat ze dat kan aanvoelen, dat ik gespannen ben. En toen pakte ze haar kinderen en haar telefoon bij elkaar en ging weg.

Ik ging naar binnen met mijn kinderen en heb een half uur gehuild.

En daar pieker ik nu al dagen over.
Ja, ik ben gespannen. Er is wat aan de hand in de wereld dat veel impact heeft op mijn leven en ik ben doodmoe.

Heel sensitief – heel sensitief. Maar niet eens horen dat haar kind haar roept. Denk ik venijnig.

En dan ontwikkelt zich het besef. Ik denk dat dat zand me op zich niet zo ontzettend veel kon schelen. Hoewel ik echt vind dat je respectvol moet omgaan met de spullen van anderen.
Ik denk echter dat de echte trigger voor mij was dat kind, dat kind dat maar op zijn moeder riep. Die moeder die niet opkeek. Niet één keer.
En natuurlijk hoef je niet bij elke kick op te kijken.
Maar toch.

Ik denk dat ik daar extreem gespannen van geraakte. Van dat onbeantwoorde. Van dat kind dat niet gezien en gehoord werd.

Dat.
Dat.

Ik denk dat ik daar de rest van dag om gehuild heb.

(Want ja, zo een dag werd het. Van huilbui naar huilbui en dan om 18u doodmoe in bed gaan liggen met knallende hoofdpijn en dan nog denken dat ik Corona heb ook. Dramaqueen.)

P.s. Janneke Jonkman schreef ergens ooit in een blog of in een insta post dat ze tegen haar kinderen zegt; ‘ik zie jou’. Dat raakte me zo erg.
Ik probeer het vaak ook te zeggen en te menen: ‘ik zie jou – ik zie jou’.
Ik denk dat dat namelijk de basis is van wat ze nodig hebben.

P.s. Er is een dagelijkse Tiny Podcast maar ik zal ze gebundeld delen. Je kan je gewoon wel via Spotify vinden (De Tiny Podcast) en ook via podcast-apps.

Op maandag mocht ik een prachtig magisch verhaal delen van Kathleen :

Op dinsdag maakte ik me kwaad omwille van de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen die door Corona groter wordt. Dat raakt ook aan mijn pijnplek, namelijk dat ik in een nogal klassiek rollenpatroon ben gekomen met een wat oudere man die meer verdient dan ik:

En vandaag vertel ik het verhaal van toen ik een man mee uit vroeg en mijn telefoon vervolgens in de kledingkast opsloot.

Had ik maar een rode tent

Het is volop C-crisis.
En ik ben ongesteld.

Ik voel me echt woest slecht.
Chagrijnig. Doodmoe.

Ik twijfel aan mezelf.
Aan alles.

Mijn hoofd zit vol donkere wolken.
Alles lijkt complex. Alles.
Kinderen. Relatie. Werk.

‘Tijd voor de rode tent,’ zegt een vriendin.
De rode tent.
De plek waar je rust, oplaadt, je verhaal vertelt.
Even veilig. Even niets.
Een plek waar alles er even mag zijn.
Een plek om te hangen.

Ik heb nog nooit in een rode tent gezeten.
Maar liefst zou ik nu in bed gaan liggen.
Slapen tot die wallen die ik voel hangen niet meer zo trekken.
Alleen zijn, zodat ik niet iedereen blijf afsnauwen.
Warm, zodat ik niet de hele dag kouwelijk en ellendig ben.
En dan een film. Of een boek.
Een kilo chocola.
En pas als ik zin heb, weer tevoorschijn komen.

Ik ben chagrijnig. Niet te verdragen.
Verdraag niets.
Maar dat zou niet zo hoeven zijn.
Als ik een dag in mijn denkbeeldige rode tent zou mogen opladen.
In plaats van

werken voor dag en dauw
huiswerkbegeleiding
appjes en mailtjes tussen de bedrijven door
calls
meetings
opvoeden
aanmoedigen
boterhammen smeren
soep warm maken
badjes
bedjes
knuffelen
een uur fietsen
slaatje maken voor mezelf
koffie maken
bekers vullen
wasmachine vullen
vouwen
kleedjes aandoen
kleedjes uitdoen
regels stellen
opruimen
de tafel afkuisen – 100 keer
handjes afkuisen
mondjes afkuisen
fruit snijden
politie zijn
moeder zijn
juf zijn
vrouw zijn
professional zijn
structuur aanbrengen.

Ik weet dat er ergere dingen zijn.
Maar had ik maar een rode tent
om op te zetten in deze crisis.
Om af en toe een dag van de wereld te zijn.
Om me even niet de slaaf te voelen van al dat kinderlijke ongeduld.
Om even bij mezelf te zijn.
Om even op te laden.


Freelance journalistiek

Een verhaal dat ik hier vast nooit verteld heb, is het verhaal van hoe ik freelance journaliste werd.

Ik was alleenstaande moeder en stapte op een warme dag na een opdracht in Rotterdam in de auto naar huis. Ik zag dat ik een gemiste oproep had en luisterde daar de voicemail. En tadaa, daar werd me de vraag gesteld of ik wilde overwegen een opdracht aan te nemen als freelance journaliste voor Psychologies Magazine. WOW.

Dat was niet uit de lucht komen vallen. De eindredacteur Femke volgde mijn blog. Ik denk dat we destijds ook al kennis hadden gemaakt met elkaar. Vanuit mijn blog, had ze de hoofdredacteur voorgesteld om mij te vragen.

En dat was zo een kans.
Niet alleen omdat ik met het geld dat ik verdiende als freelance journaliste mijn inkomen wat kon aanvullen – was erg nodig. Maar ook omdat het me een nieuwe kans gaf, een nieuwe richting. Ik kon ergens in groeien, me ontwikkelen, een vaardigheid toevoegen aan mijn pakket, ik werd minder afhankelijk van mijn werkgever. En het is natuurlijk ook ontzettend mooi werk om te doen: interessante thema’s uitwerken, boeken lezen, auteurs interviewen, … Dankbaar!

Die eerste tekst was een interview met de experts die meewerken aan Blind Getrouwd. Ik herinner me mijn voorbereidingen, het interview in een Antwerps cafeetje, het uitwerken wat ik veel te letterlijk had gedaan in mijn angst de geïnterviewden geen recht te doen, de bijsturingen die nodig waren, … Maar uiteindelijk was het goed en de opdrachten volgden elkaar op. Ook voor Femma Magazine en af en toe schrijf ik ook voor andere tijdschriften (en dat wil ik nog steeds graag uitbreiden – mijn grootste droom is Flow).

Anyway. De betaling van de eerste opdracht kwam tijdens een vakantie die mijn kinderen en ik in Amsterdam deden. Gelukkig, want ik zat toen op mijn financiële tandvlees na een rechtszaak. Het heeft ons alleszins wat ijsjes opgeleverd :).

Dank aan Femke. En dank aan de hoofdredacteur die me de kans gaf.

In de Tiny Podcast lees ik een column die ik enkele jaren geleden schreef voor Psychologies Magazine.

Iets in de wereld zetten

Iets in de wereld zetten. Het is een uitdrukking die ik op een vrouwenfestival geleerd heb. Een uitdrukking die meteen resoneerde bij me, want ik vind het spannend iets in de wereld te zetten.

Ik ben daar best lang geblokkeerd in geweest en dat breng ik zelf in verband met een moeilijke bevalling waar ik hier eerder al over schreef.
Het kind is toen uit mij gehaald, ik heb het niet zelf op de wereld gezet. De jaren die daarna volgden waren niet makkelijk en ik merkte toen dat er veel was dat ik niet in de wereld kon zetten. Veel dingen die ik graag wilde en die ik gewoon niet gerealiseerd kreeg.

Na de geboorte van de tweeling, die vliegensvlug ging :), veranderde dat. Plots zette ik dingen in de wereld die ik een snelheid hadden die me soms zelfs verbaasde. Niet altijd trouwens, sommige dingen sleepten gewoon ook aan. Maar ik startte bijvoorbeeld twee bedrijven. Tot mijn eigen verbazing eigenlijk, want de meest logische weg en mijn plan bestonden er uit in loondienst te blijven.

Het is echter nog steeds een thema voor me, iets in de wereld zetten. Iets maken, creëren en het daarna ook delen in plaats van in een laatje verstoppen. Hier iets schrijven en dan op ‘publiceer’ drukken. Op LinkedIn iets delen. Een podcast inspreken en delen. Een artikel indienen als journaliste. Het gaat gepaard met allerlei gevoelens, met spanningen. Met telkens weer onzekerheid. Met een duik in mijn energie: eerst veel energie, dan een dip omdat ik bang ben.

Het went nooit.

Maar het hielp me wel de uitdrukking te kennen. Het te herkennen als gegeven. Rond me te kijken en te zien dat sommige mensen makkelijk dingen in de wereld zetten en anderen er op haperen. Om als het moeizaam gaat en ik zelf haper, te beseffen dat het eigen is aan dat proces.

Ik vertel er over in de Tiny Podcast van vandaag.


Noem mij maar juf-moeder-zzper-huishoudster-kok

Gisteren lagen Pieter en ik op de bank. Te praten.
Dat we goed zijn in crisis, zei ik. Dat we dan als twee volwassenen echt doen wat we moeten doen.

En dat is zo. Daar zijn we goed in.
Ons schema is daarbij echt van levensbelang zodat we niet heel de tijd moeten onderhandelen. De kinderen weten stilaan ook waar ze aan toe zijn en bewegen mee in het schema. Dat helpt allemaal.

Maar toch was ik gisteren gevloerd. Echt gevloerd.
Er staat een berg schone was die ik moet opvouwen. Ik zou dagelijks drie uur intensief les moeten geven om dat deel goed te doen (lukt niet). Er moet vroeg opgestaan, gekookt, gewassen worden. Iedereen moet in bad. … Nou ja, ik hoef jullie niet te vertellen wat er in een huis moet gebeuren, maar het is dus een beetje de hoedanigheid van zzper-juf-huishoudster-moeder-kok die me echt te veel werd. Ik heb gedaan alsof ik naar toilet moest – uiteraard op een geschikt moment in het schema – en ben in bed gaan liggen. Het uur schoolwerk dat nog gepland stond hebben we laten varen.

Het verstikt me soms, de gedachte dat ik nog x aantal weken de hoedanigheid van juf in mijn portefeuille heb. De leerkrachten hadden een heel pak werk klaar gelegd gisteren met allerlei proefjes die we zouden kunnen doen, tekenopdrachten, … Ik ben meestal al blij als het lezen en rekenen lukt binnen de slaaptijd van de tweeling en de beschikbare aandachtspanne.

Anyway. Even iets anders.

Ik verzamel verhalen over synchroniciteit. Dat is toeval dat geen toeval is. De magie van het dagelijkse leven. Een trein missen en zo je grote liefde ontmoeten, zoiets.
Heb jij zo een verhaal voor mij dat ik anoniem of met je naam mee mag nemen in bijvoorbeeld mijn podcast? Wil je me dat dan mailen op Hade@theartistswayonline.com ?
Ik denk dat de wereld wel wat wonderen kan gebruiken :).

En uiteraard is er de Tiny Podcast. Die gaat vandaag over het moederschap en creativiteit:

Het zoeken van mijn stem

Haha, het is wat ongepast nu om euforisch te zijn dus ik houd me een beetje in, maar ik ben zo in paniek geweest omdat ik hier niet meer binnen kwam (dus geen toegang tot mijn blog) én dat ik jullie dus ook niet eens kon waarschuwen.
Heb allerlei dingen overwogen. Zoals verhuizen naar een andere plek en opnieuw beginnen, maar dat was natuurlijk geen heel fijn plan voor mij. Ik wou graag zelf aan dit verhaal blijven schrijven en in deze ‘gemeenschap’ blijven connecten.

Over gemeenschap gesproken. Wat lief, allerlei reacties met de vraag waar ik naar toe was (heb ik dus nu pas kunnen zien) en wat lief dat jullie er nog zijn :).

Ik heb jullie zo veel te vertellen.

Maar waar begin ik?

Misschien bij het zoeken van mijn stem.
Zoals jullie weten was ik in september gestart als ondernemer. In februari ging het eindelijk echt draaien, met interessante opdrachten enzo. Waarvan het meeste wegviel met de C-crisis natuurlijk. Pijnlijk.
Intussen had ik een marketing-dame om mijn social media te coachen, maar ik ben daar vreselijk in vastgelopen. Ik had een content kalender en schreef dus twee keer per week stukjes die ik dan postte op mijn zakelijke sites, maar jeetje. Wat past dat niet bij mij. Ik heb hier altijd vanuit mijn hart geschreven. Vaak schreef ik heel veel en plande ik het publiceren dan in, maar dat was dan ook het enige plannen dat er aan te pas kwam. De thema’s en blogs kwamen gewoon bij me op, en ik schreef en publiceerde ze dan. Vast met wisselende kwaliteit, maar bon. Het was wel mijn verhaal. Sommige dingen zou ik niet meer schrijven of denken, maar dat hoort er bij geloof ik. Dat je zelf verandert, dat je ergens vandaan komt, dat het leven zijn weg zoekt.

Eind december (kerst) was onze dochter Janne in het ziekenhuis. En ik dus met haar, een week. Ze had longontsteking. Daar ging uiteraard een soort traumatisch iets aan vooraf met een kind dat steeds zieker werd, dokters die vonden dat ik overdreef toen ik om 3 uur ’s nachts bij de spoed stond met haar (en daarna wel een rekening van 120 euro sturen), en uiteindelijk een heel gehaaste opname, zuurstof, een ambulance-rit en dus een week in het ziekenhuis. Waar ze volgens Nederlands systeem uitgingen van het meest aannemelijke, namelijk RSV, en haar daar dus ook voor behandelden. Ze werd niet beter, alleen maar zieker. Pas na vier dagen kreeg ze een longfoto en daarna dus de juiste medicatie.

Na de ziekte van Janne heb ik er heel lang over gedaan weer op mijn plooi te komen. Mijn werk van voor de kerst was niet afgerond, we waren moe, ze heeft er lang over gedaan te herstellen, we moesten als gezin echt weer in onze plooi komen.

Vervolgens gebeurden er nog wat dingen die ingrijpend waren. Zoals onze vaste oppas die ontslag heeft genomen.

In in heel die tijd was het zoeken. Eerst naar mijn energie. Mijn ritme. Dan naar mijn stem.
Ik ben er nog niet helemaal uit.
Maar hier ben ik alvast terug, en dat is fijn.

Het Corona-virus heeft natuurlijk ook weer zijn effect, en dat is licht uitgedrukt. Het heeft een soort startschot gegeven aan dingen die al heel lang ergens in mijn hoofd spookten, dingen die ik ‘ooit eens’ ging doen maar nooit echt durfde. Maar de voorbije week ben ik begonnen met een podcast maken. Het is een kleine podcast en ik ben simpel begonnen. Met eenvoudig materiaal, eenvoudige montage. Het idee is elke weekdag een stukje dat ik normaal zou bloggen in te lezen en om 6 uur ’s ochtends te publiceren. Goed voor een vijftal minuten podcast bij een kopje koffie. Morgen plaats ik hier de eerste :).

Hoe gaat het met jullie intussen?

Voor onder de Kerstboom

Bevallen. Laatst had ik het er met een vriendin over. Ze vreesde dat de keerzijde van het maken van een bevalplan is dat mensen foute verwachtingen zouden hebben en sowieso teleurgesteld zouden zijn.

Voor de geboorte van de baby’s werkte ik tot vervelens toe aan mijn bevalplan, samen met de doula van het ziekenhuis. Er stond niets in over muziek en wierook. Het plan stond vol medische termen en wat-als-en. Baseline was echter dat er niets mocht gebeuren waar ik geen toestemming voor gegeven had. En als ik het niet kon: mijn man. Nee, ook niet knippen. Ook geen keizersnede. Toestemming vragen kan zo groot zijn als een vraag stellen. Er hoeft geen formulier aan te pas te komen (als er spoed is).

Tijdens een vorige bevalling was er immers wat mis gegaan op dat stukje toestemming geven. Ik heb die bevalling ervaren als geweld. De beelden hebben me lang achtervolgd. Beelden van verpleegsters die op mijn buik lagen, zweet parelend op hun voorhoofd. De reflectie in het raam van het bloedbad na de knip. Het geluid van het knippen. De geweigerde verdoving die toch gezet werd terwijl ik kermde dat ik het niet wou. De mensen die ik vertrouwde en die aan de kant stonden en toekeken.

Tijdens de tweelingzwangerschap kwamen de beelden en masse terug. Ik had depressieve gevoelens, angsten, ik huilde veel, ik kon niet echt uitkijken naar de komst van de baby’s. Het boek ‘Perfecte bevallingen bestaan niet’ opende mijn ogen over de impact van een bevalling op je welbevinden (relationeel, fysiek, emotioneel, …). Ook jaren later. Samen met een verloskundige werkte ik aan het trauma, maar dat was zo heftig en ik had al zo weinig energie. En per sessie betaalde ik ongeveer 100 euro uit eigen zak. Ik kon het niet opbrengen en stopte met de therapie.

De bevalling van de tweeling bleek heel helend te zijn. Er werd naar me geluisterd. Alles werd met me besproken. Ik mocht bevallen zoals ik het wou. Ik kon er op vertrouwen dat mijn doula wist wat ik wou. Ik heb heel veel geluk gehad met twee natuurlijke geboortes, maar zelfs als ik naar de operatiekamer was gebracht voor een keizersnede, was het niet traumatisch geweest omdat ik me als mens gehoord en gezien voelde door de hulpverleners.

Achteraf gezien had ik jaren eerder mijn eerdere bevallingstrauma willen verwerken zodat het me niet zo dwars had gezeten. Ik vraag me oprecht af wat het gedaan had met mijn lichaamsbeeld, zelfbeeld, zwangerschap, … als ik mijn verhaal een plekje had gegeven.

Janneke Jonkman, schrijfster van het beste tweelingboek ooit, biedt een online cursus aan om je bevallingsverhaal te schrijven en te helen. Ik wens alle mama’s met een bevalling die blijft hangen toe om deze cursus onder de kerstboom te krijgen. Van jezelf of van iemand anders.

Mothering the mother

De zwangerschap, de kraamtijd, de babytijd, het eerste jaar. Ik heb het allemaal al twee keer meegemaakt. Intussen zijn de dames hier aan hun tweede winter toe, rond de anderhalf jaar, en is daar de Vreselijke Winter. Want nu ik het meemaak, herinner ik het me pas: er is altijd een winter met een kind waarin je van ziekte naar ziekte sukkelt, er met zijn allen aan onderdoor gaat, het hele huis begint te kreunen onder achterstallig onderhoud, alles permanent onder het snot/de spuug/de diarree hangt, de was niet bij te houden is, de nachten drama’s zijn ondanks het eerder verworven ongeveer doorslapen, …

Bij de jongens dreef die fase me tot uitzichtloosheid en wanhoop. Ik herinner het me plots ALLEMAAL want we zitten er weer middenin en leven van griepje naar luchtwegeninfectie, van buikgriep naar hoestbuien, van tandjes en bijhorend leed naar een nieuwe buikgriep enzovoort.

Ik ben er niet zo best aan toe, merk ik along the way. Voor de tweede keer op een maand tijd ben ik geveld door een buikgriep. Je moet weten dat ik een fobie heb voor overgeven, dus ik vind het extreem erg dat ik op een maand tijd TWEE keer buikgriep heb. De eerste keer was erg. De tweede keer is er ééntje met acht keer op één nacht. De nacht nadat de beebs samen 18 keer hebben gespuugd en we letterlijk heel de nacht getroost hebben, lakens en pyjama’s en slaapzakjes verschoond en gewassen. De kleinste twinnie, tevens recordhoudster, kotst ’s ochtends slapend gal door haar neusje.

Anyway. De hele nacht dus – wat een verschrikking. De ochtend breekt aan, ik heb een betaalde klus (want o ja, ik ben ook startend zelfstandige en heb eindelijk een echte opdracht bij een organisatie enal) maar ik kan mijn hoofd niet optillen. Alles doet pijn, mijn botten, mijn hoofd, mijn maag, mijn keel. Ik blijf de hele dag lijden in een donkere kamer. De nacht die volgt heb ik nachtshift met de twee baby’s want de Man is ziek in de kamer ernaast. Ik ben op, totaal op.

Als ik ziek ben, word ik er meestal ook nog depressief bij. Dat is heel stom maar wel verklaarbaar (namelijk: je goed voelen vraagt ook energie). De hele zieke dag lig ik in bed en het lijkt alsof ik zo gesloopt ben door al die moederjaren op de teller, door het alleenstaand moeder, door het tweelingzwanger zijn, door het hebben van een tweeling, dat ik er nooit meer bovenop kom. Ik had me net een sportief doel gesteld dat ik tegen niemand zeg en waarvoor ik een geheim trainingsplan had opgesteld, om mezelf de hoop te geven dat ik binnen een half jaar krachtig en fit een medaille binnen rijf om te bewijzen dat het wel kan, moeder zijn en ondernemer en een fit wijf. Maar ik lig in bed en mis mijn tweede training en schaam me al te pletter en besef dat het moeder zijn, zelfs met de Man en in tamelijk luxe omstandigheden, zo een aanslag is op alles. Op mij. Ergens op instagram las ik iets over ‘mothering the mother’ en dat voelt plots als een schrijnend gemis. Dat er voor mij gezorgd wordt, zodat ik deze hopeloze eindeloze taak tot een goed einde kan brengen. O ja, wacht, er is geen einde.

En dan komen er hulptroepen. Zomaar uit België. Ik vind het zelf tamelijk absurd als ik er over nadenk. Terwijl ik ellendig op de bank lig, worden mijn toiletten gepoetst, wordt er gekookt, opgeruimd en een berg was weggewerkt op uiterst efficiënte en deskundige wijze. Ik blijf achter met een bos bloemen op tafel en een huis waarin ik, als ik eenmaal beter ben, niet meteen de puin van een aantal dagen ziekte moet gaan ruimen.

Zo dankbaar.