De fuik

Binnen 27 dagen heb ik een afspraak met de baby’s. Ze kunnen ook later komen, maar ik heb ze uitgenodigd op de dag dat de maan vol is. Ze zijn immers ook ontstaan toen de maan vol was, en ik hou van cirkels die rond zijn.

De voorbije week was er geen om over te schrijven, dus ik twijfel of ik het doe of niet. Maar a. het gaat hier over het leven zoals het is, remember? en b. schrijven helpt het ook bij elkaar te puzzelen in mijn eigen hoofd.

Op vrijdag werd ik verwacht bij de poppoli. Het werd een lange zit waarbij de pijn heel snel het gesprek behoorlijk vertroebelde. Toen ik na allerlei vragenlijsten en onderzoekjes bij de psychiater kwam, was de diagnose ‘prenatale depressie’ een feit. Voor alle duidelijkheid: onder invloed van hormonen, pijn en slaaptekort is er iets mis gegaan in mijn hersenen. Het heeft niets te maken met niet blij zijn met de baby’s of ondankbaarheid. [Als ik hier iets van geleerd heb, is het dat het niet helpt om tegen iemand met een depressie te zeggen dat hij/zij maar eens wat leuks moet gaan doen, blij moet zijn met wat hij/zij heeft of dankbaarder in het leven te staan. Dat zijn nu net de dingen die niet lukken, omdat je hoofd gewoon even niet meer meedoet.]

Anyway. Het verbaasde me niets. ‘Die sluier die overal overheen ligt,’ zei de dokter, ‘dat is depressie’. Ja, denk ik. De sluier die over de dagen ligt, waar ik amper doorheen kom omdat ik pijn heb, moe ben, weinig energie heb, me beperkt voel, de slaapkamer mijn actieradius is geworden. En de sluier over de nachten. Jeetje, de nachten. Elke nacht strompel ik een keer naar de bank of het logeerbed om de Man niet wakker te maken. Meestal tussen 1 en 2. Uitzonderlijk een keer om 4 uur. Ik ben dan klaarwakker. Tegen de ochtend komt de slaap weer, maar dan begint de dag. [De voorbije nacht keek ik naar de mooie docu Verlaten op de NPO-app. Ik kijk ook vaak naar Jeroen Meus. Trage tv, mooi, dicht bij het leven.] [ Soms is het alsof mensen van de tv mijn vrienden zijn ofzo. Klinkt ziekelijk, maar als je heel de dag alleen bent en je kijkt naar een serie, heb je om den duur het gevoel dat die personages werkelijker zijn dan die hele wereld buiten de slaapkamer ofzo.]

Het weekend was extreem warm. Mijn voeten en handen zwollen nog meer op, ik voelde me zwaar beroerd. De slaap werd nog minder. Dus op maandag had ik een huilbui om u tegen te zeggen, belde ik het ziekenhuis en vertelde ik dat ik ongerust was (wijzen dat ellendige gevoel en die dikke enkels en handen niet op zwangerschapsvergiftiging?) en reed ik naar daar voor controle. Monitor, allerlei checks. Bloeddruk was laag in plaats van hoog. Baarmoeder was iets te actief, en baarmoederhals iets te ver verstreken.

Anyway. Ik sleepte me naar huis, kroop in bed. De Man kwam terug uit het werk. De telefoon ging. De psychiater van het ziekenhuis vroeg of ze mijn Man mocht spreken. Ik gaf verdwaasd de telefoon door. Het verzoek werd gedaan om me op spoed binnen te brengen. De combinatie van de diagnose op vrijdag en ellende op maandag had wat alarmbelletjes doen rinkelen.

Babysit gezocht, naar het ziekenhuis gereden. En toen werd de fuik opgezet. Ik was somber, toch? (ja) Wanneer had ik nog eens een nacht geslapen? (geen idee) Ik had wel eens wanhoopsgedachten gehad, toch? (ja, in maart – het hielp om te stoppen met werken) Het was fysiek zwaar, toch? (ja, maar 32 weken en twee baby’s zijn daar een prima excuus voor) Wist ik dat prenatale depressie een verraderlijk ziektebeeld is? Door de combinatie van hormonen en slaaptekort zou ik mezelf zomaar iets kunnen aandoen. (tegen die tijd snikte ik al)

Even later werd ik in een rolstoel naar een psychiatrische afdeling gereden. Als ik niet minder uitgeput zou geraken, zou het een drama zijn voor bevallen en kraamtijd. Ik werd in een kamertje gestopt. Er werd op me ingepraat over het nemen van slaapmedicatie. Ik weigerde, dat vonden ze dom. Twee dagen later vond ik op een website van de Nederlandse overheid dat de medicatie die ze me wilden geven absoluut uit den boze is in het derde trimester van een zwangerschap.

Het werd nacht. Ik hoorde andere patiënten huilen in andere kamertjes. Het werd weer dag. Ik werd gewekt, onderzocht en ging ontbijten. Ik zat aan tafel met huilende anorexia-patiënten met buisjes in hun neus, twee verpleegsters aan elke kant om hen te overtuigen een schepje corn flakes te eten.

Weer in bed probeerde ik mijn gedachten op een rijtje te zetten. Het was me duidelijk dat ik hier niet hoorde. Mijn Man was jarig. De omgeving nodigde niet echt uit tot tot rust komen of me beter voelen. Er was wel een heel lieve verpleegster die thee bracht en mijn kussensloopjes ververste omdat het zo warm was.

Na een paar uur zat ik voor een peloton van zes dokters. Dat ik naar huis ging. Dat daar zijn me niet hielp. Er werd gesproken over verraderlijke ziektebeelden en mezelf iets aandoen. Ik kreeg het gevoel dat alles wat ik zei of deed verdraaid kon worden. Als ik bijvoorbeeld vertelde dat ik geen plannen had mezelf iets aan te doen en wel gedachten heb over hoe het gaat zijn als de baby’s er zijn, werd er priemend naar me gekeken alsof ik in ontkenning was.

Anyway. De Man kwam. De dokters hadden een plan. Voor medicatie en hulp thuis. We gingen naar huis. Ik was even verdwaasd als geschrokken.

De volgende dag moesten we naar de psychiater van de crisisdienst. Tegen die tijd was ik kwaad, om drie dingen:

  1. Wie bedenkt het dat een zwangere vrouw (of wie-dan-ook!?) beter wordt in zo een omgeving?
  2. Wie bedenkt het om een slaappil op te dringen (niet genomen) die gevaarlijk is tijdens de zwangerschap?
  3. En wie bedenkt het om medicatie voor te schrijven waar baby’s postnataal afkickverschijnselen van krijgen?

De psychiater van de crisisdienst zei dat hij zich ook niet lekker zou voelen, als hij het huis amper uit kon, elke dag pijn zou hebben en niet zou kunnen slapen. Hij vond het allemaal niet zo vreemd, zei hij.

En nu. Nu komt er om de zoveel dagen iemand langs om te kijken hoe het gaat. We proberen hulp aan te vragen in het huishouden, zodat mijn frustratie van niets-meer-kunnen en heel-de-dag-alleen wat getemperd wordt. Ik probeer onder die sluier uit te komen, zonder pillen. En ik tel de dagen af, tot de geboorte. Uitkijkend naar de baby’s. En naar het achter mij laten van deze tijd waarin ik zo veel kwijt ben geraakt (werk, bijberoep, fysieke en mentale vermogens, zelfvertrouwen, …) en in verwachting ben van zo veel nieuws.

 

Advertenties

30 weken

Intussen ben ik maar liefst 30 weken zwanger van twee baby’s.

Een update in vijf punten.

  1. Fysiek gaat het er niet echt op vooruit. Bekkenpijn, maagzuur, tintelende en verdoofde armen en handen, dikke voeten, een kanjer van een buik, slapeloosheid, eindeloos moe… You name it, ik heb het. (Haha – en dan heb ik nog wat gênante kwalen verzwegen.) De relatie tussen mij en de Man krijgt nieuwe dimensies, als hij mij onhandig helpt met de steunkousen of als hij me in een rolstoel door de IKEA rijdt. Wacht maar, denk ik dan. Hij is vijftien jaar ouder dan ik, dus mijn tijd komt nog wel. (Hoewel hij op zijn gemak nog 20 kilometer gaat lopen, zo tussen soep en patatten in. Maar ik heb geduld.)
  2. Mentaal gaat het er ook niet echt op vooruit. Een dieptepunt? Toen ik huilend in het reuzenrad zat op de kermis. (Don’t ask, ik kan het niet uitleggen. Maar ze hebben het reuzenrad voor mij moeten stil leggen omdat ik er uit wou en daar kan ik nu wel mee lachen – de Man en de kinderen nog niet.) Gisteren nog een dieptepunt. In tranen uitgebarsten omdat ik naar de yoga moest. Keek er al heel de dag tegenop want a. ik zit er voor spek en bonen bij omdat ik letterlijk niets meer kan en b. in het begin doen we altijd een rondje met hoe het gaat, en dan noemt iedereen één kwaaltje en ik heb gewoon alles wat iedereen heeft en dan nog buitenproportioneel en tegelijkertijd. Ik heb geen zin om altijd de zwangerste én de ellendigste te zijn. Dus ik bleef thuis en heb de rest van de avond gehuild. Ik weet dat het flauw is en ook best stom. Ik weet dat het allemaal tijdelijk is en ik weet ook dat er mensen zijn die geen kindjes hebben of hun kindjes verloren zijn, die met gemak willen ruilen. Maar zeven maanden in team nosleep doet wat met je hersenen en de regulering van je emoties. Echt.
  3. Financieel. We hebben mijn JAAR-loon ongeveer uitgegeven aan deze zwangerschap. Dat heeft vooral te maken met de zevenzitter (met massagestoelen, ok, dat had minder gekund – blame it on the Man). Maar jeetje, alles in tweevoud telt behoorlijk op. Bedjes, tweelingwieg, tweelingbuggy, stoeltjes, maxi cosi’s, isofix-systemen, … Ik doe mijn best om dingen tweedehands te zoeken en kopen, maar zelfs een vijf jaar oude bugaboo die lang gebruikt is, kost nog 1000 euro. Anyway. Ik mag niet klagen want we hebben niet echt iets te kort, maar mijn rekening is geslonken (laten we zeggen dat ik wat geld opzij had staan en dat daar een vierde van over is – gelukkig moest ik de auto niet betalen). Ik heb ook een soort weerzin gekregen tegen babywinkels en dingen kopen. Er is alsof iedereen in de sector getraind is in bangmakerij-van-de-toekomstige-moeder, want als je niet het duurste koopt van alles, gaat je kind zeker stikken/omkomen in een auto-ongeval/ongelukkig zijn/elke dag huilen/… Het hoogtepunt vond ik de trut (sorry!) van Babypark die het onverantwoord vond om de Bugaboo te kopen voor de baby’s, want die gaat daar uit het assortiment. Ik zei dat het mij een gerust gevoel gaf als de baby’s naast elkaar liggen zodat ik ze allebei kan zien en ik er niet één onderin achteraan moet leggen. Ik zei ook dat tweelingen wat meer risico hebben op wiegendood en dat ik daarom nogal graag dus beide kindjes in het zicht houd bij de lange wandelingen die ik binnenkort uiteraard ga maken (kuch). Begon ze hoog en laag te beweren dat het onzin was en dat tweelingen geen verhoogd risico hebben (goed dat ze meer weet dan mijn gyn) en dat een kind zeker stikt in een bugaboo omwille van de gebrekkige circulatie. Bovendien zou ik JARENLANG niet meer in een Kruidvat binnen kunnen. (Daar ben ik overigens als JARENLANG niet binnen geweest, dus ja.) ZUCHT. We hebben een bugaboo gekocht. Via markplaats. Zalzeleren. Hoorde trouwens van een andere tweelingmoeder dat de buggy waarbij ze achter elkaar zitten een grote draaicirkel heeft waardoor je in het Kruidvat alsnog alles van de rekken rijdt. Dus. Alleen jammer dat de bugaboo de volledige gang van onze stadswoning blokkeert. Ik verzin er nog wel iets op, als mijn hersenen weer werken.
  4. Bevallen. Noeste voorbereidingen met de bevalcoach. Ik weet dat het belangrijk is dat het goed zal gaan, dat er goed met mij gecommuniceerd wordt en dat er geen dingen gebeuren zonder mijn toestemming. De angst slinkt wel met de minuut. Ik zal blij zijn als het eindelijk zo ver is, denk ik nu, en ik deze periode met enige mentale en fysieke uitdagingen achter me kan laten. Ik ga er een beetje vanuit dat ik nog zes tot zeven weken zwanger zal zijn, omdat op dit moment niets wijst op een vroeggeboorte. Ik weet dat ik erg lucky ben, en ik denk vaak aan de andere tweelingmama’s die ik ken, die met dertig weken hun dagen al in een ziekenhuisbed sleten.
  5. To do. De babykamer inrichten. (Uiteraard komen ze gewoon op onze kamer te liggen, maar we richten een kamer in met bedjes, een logeerbed voor de Man als ze het te bont maken ’s nachts – of als wij wakker liggen van zijn gesnurk – en alle babyspullen). Bagage nemen voor iedereen. Maxi cosi’s en isofixen kopen. Adressenlijsten maken EN geboortekaartjes. En volhouden.

 

Another day at the hospital

Ik ben nog steeds zeer tevreden met het ziekenhuis waar ik nu begeleid word. Gelukkig maar, want ik breng er relatief veel tijd door.

Laatst was het weer zo ver. Echo’s (beide dames wegen rond de 1300 gram! Iedereen happy! Ze zitten op het niveau van een goede eenling, beiden), gesprekken, bloedname en … een afspraak met de bevalcoach.

Ik heb erg getwijfeld om een doula mee te nemen naar de bevalling. Via via had ik een doula ontmoet die niet alleen om de hoek woont maar OOK nog Vlaams is. Ik vond haar traject van enkele afspraken hier thuis (met de Man) voor de bevalling, en ook na de bevalling een kraambedmassage en nagesprek, best goed klinken. De Man heeft het niet met zo veel woorden gezegd, maar vond het een beetje luxe met een prijskaartje van rond de 1000 euro aan. In het ziekenhuis reikten ze me het alternatief aan: hun eigen bevalcoach.

Die ik dus eerst uitgebreid telefonisch gesproken heb. En gisteren was het tijd om bij haar langs te gaan. We bespraken eerst mijn eerdere ervaringen en angsten, en toen nam ze er een kaartenset bij met foto’s van een vrouw in allerlei posities in arbeid en bevallend. Het was een heel goede set, jammer genoeg wel hetero-normatief (de vrouw werd bijgestaan door een man), maar bon. Ik kreeg instant klamme handen en een razend hart van de vrouw op haar rug met benen in de beugels bevallend. We hebben het over wenselijke houdingen gehad, de mogelijkheid om een baarkruk te gebruiken en een soort alternatief gehurkt op bed. Het bed staat daarbij rechtop waardoor je op de achterkant kan leunen met je armen en kan hurken met de rug naar de aanwezigen. Mijn bedenking dat je nogal frontaal met je billen in het zicht zit in die situatie, dat de Man dat niet mag zien en mijn angst voor stoelgang-situaties werden gewoon even nuchter meegenomen in het gesprek (leve de warme washandjes en de Man mag netjes achter mijn hoofdeinde gaan staan, kan ik het zien als hij flauw valt :)).
We besloten de sessie die meer dan twee uur duurde, met het bekijken van een filmpje van een bevalling. De vrouw in het filmpje gaf aanvankelijk aan zich erg oncomfortabel te voelen op haar zij. De tranen stroomden over mijn wangen – wat confronterend om iemand in barensnood te zien. Ze werd geholpen te hurken en baarde toen vrij rustig haar kind, waarbij het hoofdje minutenlang al uitgedreven was, voor ze met de volgende wee (en dus zonder inscheuren) het lijfje baarde. Janken.

Ik was er best van ontdaan. 

Volgende keer gaan we in de verloskamer houdingen oefenen, het bevalplan verder afwerken en de Man moet na zijn werk aansluiten en ook naar de foto’s kijken. De bevalcoach gaat hem uitleggen welke processen er spelen, waardoor verbale communicatie bijvoorbeeld weinig zin heeft in een bepaalde fase.

Ik was erg te spreken over haar nuchtere benadering en het concrete van de voorbereiding. Ze was ook erg eerlijk over de voor- en nadelen van bepaalde keuzes en de mogelijkheid dat ik naar een ander ziekenhuis moet gebracht worden als de verloskamers daar bezet zijn.

Wat een beetje blijft hangen, is het rauwe van het bevallen. Het is best een klus waarbij je tot een bepaald instinctief niveau gaat. Het is zo ‘oer’ en ik realiseerde me weer even dat het met twee baby’s en deze onhandige enorme buik wel erg intens gaat zijn. Wat me anderzijds wel moed geeft, is de mogelijkheid het zo natuurlijk mogelijk te doen. Zo kreeg ik te horen dat ik na de eerste baby een uur tijd heb (als alles goed gaat) om spontaan weer in arbeid te gaan voor de tweede, waarbij ik bv door middel van borstvoeding geven aan de eerste de situatie wat kan stimuleren. Niet noodzakelijk oxytocine-injecties en stress dus. (Ik vrees alleen dat mijn zin een beetje over gaat zijn na de eerste, maar goed.)

Wordt vervolgd. Ik wou stiekem dat we al acht weken verder waren en het zo ver was. Kijk ergens wel uit naar de ervaring maar wil het natuurlijk ook graag achter de rug hebben :).

In beeld (iii)

 

Ad 1. Nacht-eten! De dames groeien nu elk zo’n 200 gram per week. Gevolg? Ik sta weer smachtend bij de koelkast om drie uur ’s nachts. God-zij-dank zijn de periodes van zuurtjes met tomatensap (echt, erg he?) voorbij. Deze sojayoghurt met vers fruit vond ik verantwoord nachtvoedsel. Daarna nog een uur rondgedwaald en bij het krieken van de dag natuurlijk op de bank in slaap gevallen. Grmbl.

Ad 2. Eerste pakjes. Ik had inderdaad al eerste pakjes. En toen ging ik even naar de oude contreien met als agendapunt: bij doekjes en broekjes in Leuven langs voor borstvoedingsbh’s en tutjes. Zo gezegd, zo gedaan. Ik strompelde de stad in en heb me volledig laten gaan (slik). Naast twee mooie bh’s en tutjes, ben ik nu ook tepelzalf rijker, een borstvoedingsjurk, borstcompressen en newbornkleedjes die wat kleiner zijn dan de pakjes die ik eerder kocht. Alles eco natuurlijk. In Femma-magazine besteden ze terecht aandacht een schone kleding (ecologisch, maar ook zonder uitbuiting vervaardigd). Dat vond ik een confronterende en erg terechte reeks. En toch blijf ik het best moeilijk vinden om 80 euro neer te tellen voor een jurkje dat ik ongeveer een jaar ga gebruiken, en een behoorlijk bedrag per baby-pakje dat waarschijnlijk slechts enkele weken meegaat. Hoe gaan jullie daarmee om?

Ad 3. Home sweet home. De eerste ochtend terug thuis, fietste ik naar mijn favo koffiebarretje op een marktje en dronk deze cortado in de zon. Twee dames jubelden me van aan een tafeltje ‘mooi! mooi!’ toe, en een meneer kwam vragen of het voor morgen of overmorgen was. ‘Nog acht weken,’ zei ik. Altijd leuk, zo’n verrassingseffectje.

Ad 4. Het plan voor de Man. Ik werkt een middagje aan een beval-info-schema voor de Man. Er staan zinnetjes in die hij kan zeggen (‘je doet het goed’) en het besluit met de vraag voor koffie te zorgen. Misschien publiceer ik het hier wel eens voor andere vrouwen die een IT-er mee naar de bevalling moeten nemen ;).

Ad 5. Lezen! Boeiende literatuur. Moet wel soms lachen met al die boeken die je kan vinden van vrouwen die de ervaring van hun eerste zwangerschap en bevalling uitgebreid beschrijven en duiden, als een soort specialisten voor andere vrouwen. Bij kind 2, kind 3 of kind 3 en 4 wordt het toch allemaal wat aardser 🙂 en gaat het gewoon een beetje mee met de flow. Toch?

 

Zieltjes

In één van de zwangerschapsboeken las ik over zieltjes. Dat je kan voelen wanneer de ziel in je kindje(s) komt. Dat de zieltjes ons uitkiezen als ouders. Dat we iets te leren hebben in dit leven samen. Dat we in verschillende levens met dezelfde zielen in aanraking komen en zo een karmisch iets voltrekken.

Ik vind dat mooie gedachten. Een vriendin van mij vertelde me ooit dat ze een karmische rekening heeft verhoffen met haar inmiddels overleden echtgenoot. Ze is ook heel rustig onder zijn dood. Ze mist hem, maar ‘het is volbracht’.

Ik kijk zelf graag naar het leven met een perspectief dat bv de sterke aantrekkingskracht die je voelt ten opzichte van iemand aan de orde is omdat je met die persoon een ontwikkeling kan doormaken. Misschien is het maar een mentaal construct om vervelende ervaringen retrospectief zin te geven :). Maar bv de ex en ik hadden een enorm intense relatie, heel destructief. Daartegenover is het leven met de Man een rustig kabbelend beekje, maar ik had die destructieve relatie wel nodig om dit te appreciëren en te komen tot een staat van rust, liefde en waardering voor wat er nu is. Daarnaast ga ik nu ook toxische mensen uit de weg, de mensen die vaak erg aantrekkelijk zijn, erg sprankelend, maar waar iets niet aan klopt. O, wat kon ik daar een enorme bewondering voor hebben. Dat is intussen sterk geluwd. Lesson learned. 

Anyway.
Zieltjes dus. En het recyclen van zieltjes.

Van zodra ik wist dat ik twee baby’s krijg, heb ik heel sterk het gevoel dat baby twee mijn eerder verloren kindje is, dat terug gekomen is. Omdat het nu wel tijd is. Omdat ze graag bij ons wil zijn. Omdat als ze toen gekomen was, ze nooit haar zusje zou hebben gehad die nu mee in de buik zit (want als ik haar had gekregen toen, was ik natuurlijk enkele maanden later niet opnieuw zwanger geworden).

Het is iets heel irrationeels (de Man benadert het met een mix van irritatie en begrip) en misschien een gek mentaal construct mijnerzijds om de miskraam zin te geven, om te geloven dat het kindje niet verloren is gegaan maar gewoon is terug gekomen en haar zus heeft meegebracht.

Waarom ik zo sterk voel dat het kindje twee is (de nummering komt van de dokters, die het kind dat tweedes geboren zal worden als het natuurlijk gaat kind 2 of b noemen), weet ik niet. Dat is gewoon zo ontstaan in mijn hoofd. En dat heeft gemaakt dat ik gepleit heb bij de Man voor het geven van de naam van het verloren kindje aan dit kindje. Toen hij de naam voor baby A kwam aandragen, was er geen moment discussie. Het was meteen raak, prima. Maar de naam voor baby B klopte maar niet, hoe hard ik ook probeerde met die naam aan haar te denken. Het was best een mooie naam, maar het was niet haar naam. Hij (de Man) is overstag gegaan, en ze krijgt de naam die we hadden voor het kindje-van-toen-dat-teruggekomen-is. Het rare is ook dat ik het gevoel heb dat ik kindje B al een beetje ken, en dat kindje A ‘nieuw’ is. Ik heb ook het gevoel dat ze erg van elkaar verschillen. Dat kindje A een krachtig en autonoom kind is, en meer ‘van de Man’, en dat kindje B wat gevoeliger is en in de wereld zal staan.

Hoewel van die gevoeligheid vannacht weinig te merken was. Om vier uur uit bed gestrompeld, omdat de dames zo aan het pingpongen waren in mijn buik dat de matras ervan schudde. Geeuw.

 

 

In beeld

 

Ad 1. De  buik. Hij is immens. Nog ongeveer 11 weken te gaan – imagine. Soms gaat het prima. Soms voel ik me zo bedolven onder mijn eigen gewicht dat ik erg bang word – want de baby’s moeten nog drie en liefst vier keer gaan wegen wat ze vandaag wegen. In welke richting ga ik nog groeien? Mensen wijzen op straat. Kinderen zeggen luidop tegen hun moeder dat ik een dikke mevrouw ben. Een oud vrouwtje sprak me aan. ‘Twee?’, zei ze. ‘Dat is alles waard.’

Ad 2. Uren in een ziekenhuiskamertje. Er is al wat paniek geweest. Een keer een erg hoge bloeddruk. Een keer een soort weeënactiviteit – pijnlijk en veel te vroeg. Na negen uur in het ziekenhuis was de aanname dat ik nierkolieken had. Door de druk van de baby’s kan het afval niet goed weg, mijn linkernier bleek vergroot. De pijn was stevig, maar ik heb toch maar bedankt voor de portie morfine die me aangeboden werd. In een eerder stadium – toen nog niet duidelijk was dat het geen dreigende vroeggeboorte werd – werd er gesproken over welk ‘beleid’ we moesten voeren. Met andere woorden: we moesten kiezen tussen ervoor gaan en dan erg gehandicapte kindjes die maanden in de couveuse moesten (als ze het zouden overleven), en ze krijgen, wetende dat er enkel voor hun ‘comfort’ gezorgd zou worden. O my god. Wat een onmenselijke keuze om te maken. Mijn hart is bij alle moeders die voor deze verscheurende keuze staan of gestaan hebben.

Ad 3. In bed. Leve bob, het kussen dat tussen mijn knieën en enkels ligt. Dat desbetreffende moment lag ik te luisteren naar de jongens die in de tuin aan het spelen waren, dankbaar om de mij gegunde rust.

Ad 4. Het is absurd, maar er is iets hormonaals dat ervoor zorgt dat je dingen wil kopen. Voor de derde keer sta ik in mijn handen met hydrofielluiers/tetradoeken. Ik weet dat ik er veel nodig heb maar ik ben totaal vergeten waarvoor je ze ook alweer gebruikt.

Ad 5. Mijn eerste dag in ziekteverlof. Met de fiets op weg om mijn benen te laten meten voor de charmante steunkousen. Op de terugweg woeste honger, en beseffen dat ik gewoon tijd had voor taart op een doodgewone maandagochtend terwijl de hele wereld gewoon draait en draait en draait. Ik zat de Linda te lezen trouwens. Die ook in elke wachtkamer in Nederland lijkt te liggen. Ik ga de Linda nog missen als de baby’s er zijn.

‘Mag de buik er al af?’

Zwanger zijn in Nederland is een aanrader. Je moet nooit op de weegschaal tijdens de controles. Ook wordt er niet standaard getest op diabetes (denk ik, niemand is er tot dusver over begonnen), CMV en toxoplasmose.

We moesten weer in het ziekenhuis zijn en de jongens waren vrij, dus brachten we ze naar de kinderopvang in het ziekenhuis. Dat zo een service bestaat waardoor je als ouders even rustig naar je doktersafspraak kan gaan, zonder zeurende kinderen, is echt heerlijk. (De controle ging vrij goed, alleen was het hoofdje van baby 1 een beetje smaller dan verwacht – meteen vielen er woorden als infectie en syndromaal. We zien het wel. De Man heeft een vrij smal hoofd en is groot maar tenger gebouwd, dus mogelijk lijkt ze gewoon op hem.)

Toen we parkeerden, legde ik aan de oudste uit wat een mortuarium is. (Een plek waar ze dode mensen bewaren tot die begraven worden.) Bij het uitstappen vroeg de jongste ‘of ik dan gauw dood ga?’. Ik blijf het fascinerend vinden hoe dat hoofdje werkt.

Onderweg naar de kinderopvang vroeg de oudste of ze mijn buik open snijden als de baby’s er niet uitkomen. Hij was relatief verbaasd dat het antwoord positief was. Of ze me dan ook wel terug dicht plakten?

En toen we de jongens weer ophaalden, vroeg de jongste meteen of mijn buik er nu al af mocht. Nee, lieverd, nog ongeveer 12 weken.

De dagen gaan een beetje op en down, maar niet meer heel diep down. Het bezoek aan de bedrijfsarts was niet leuk. Fijn dat ik mag thuisblijven, maar allerliefst zou ik natuurlijk fit en monter werk en zwanger zijn en gezin combineren. Iemand horen zeggen dat ik ongeschikt ben voor het doen van arbeid, is gewoon raar.

Ik voel me soms alleen, zeker als de Man in het weekend twee dagen weg is voor zijn hobby’s. Of na het avondeten nog naar het lopen of de sportschool trekt. Ik ben meestal erg moe, dus kan ik mezelf dan enkel nog brengen tot het kijken van Midsomer Murders in bed (is niet spannend – ik kan niet tegen spannend deze dagen), waarbij ik steevast in slaap val. Om dan ergens midden in de nacht klaarwakker te zijn en beneden twee bananen en een kop amandelmelk te gaan verorberen. O, pregnant days. Tegelijk bouw ik wel wat contacten op omdat ik nu meer tijd heb. Daar schreef ik al over.

Eén van de mooiste dingen die ik recent in bed gekeken heb (en geloof me, ik lig toch ongeveer 16 uur van de 24 in bed, dus ik heb één en ander gezien) is ‘De roze dolk‘. Een leuk Amsterdams koppel wil een kind. Of toch niet? Ze nemen je mee in de hele roetsjbaan, tot en met de geboorte van hun zoontje. Het is goudeerlijke televisie, want zelfs hun ruzies op de parking van de IKEA komen pontificaal in beeld, maar voor mij ZO herkenbaar. De hele eindscène van de reeks (daarvoor moet je alle afleveringen gezien hebben natuurlijk) was janken. Maar dat zijn dan vast de hormonen. Alleszins, een aanrader. Het is toch een gebeuren met veel impact, zo’n zwangerschap. Op een ander kan ik daar altijd iets meer gezag voor hebben :).

 

 

 

 

De tweede helft

Ik speel een betere tweede helft van deze zwangerschap. Thuis zijn en dus de stress elimineren was een life-saver, en thuis zijn blijkt niet zo eng als ik dacht. Het leven is best dynamisch, zelfs als je niet werkt.

Zo is het huis bij momenten een kiekekot. De buurman verbouwt en loopt in en uit, mijn planner  en ik besteden een hele ochtend aan lijstjes maken van wat ik voor de baby’s moet kopen en doen, de ex van de Man logeert hier tien dagen (very mixed feelings – tot nu toe heb ik één keer met de deur gegooid toen de Man ging doen alsof ik onverdraagzaam ben omdat ik het niet ok vind als ze hier bezoek uitnodigt met twee kinderen), en er is (hoog gewaardeerd) bezoek uit België. Als de dynamiek stil valt, is er nog steeds netflix.

Ik maak vrienden. Of toch de eerste aanzet ertoe. Ik dacht dat ik asociaal was, maar blijkbaar was ik gewoon gehaast. Nu drink ik ’s ochtend mee koffie bij de schoolpoort, en ga ik koffietjes drinken met andere zwangere dames uit de yoga. Of groene thee natuurlijk. Ook ben ik langs geweest bij een andere tweelingmama, en het was erg leuk om de tips en tricks te horen en twee blije baby’s op de mat te zien spelen. Het bevallingsverhaal was er trouwens weer ééntje waar ik van moest zuchten. In het ziekenhuis waar ik weg ben gegaan, kreeg zij geen toestemming op rechtstaand of rechtop te persen. Het is geëindigd in een keizersnede. (Uiteraard kan alles in een keizersnede eindigen, maar het was misschien de moeite om haar eens rechtop te laten proberen.)

Dan het zwanger zijn zelf. Mijn bekken ontspant zich meer door de andere slaaphouding en het feit dat ik überhaupt slaap. Ik word soms kierewiet van alle zwangerschaps-afspraken (soms 7 per week! – en ik ben niet zooo dol op fysio en ziekenhuizen en …), maar het is natuurlijk luxe: goede zorg en tijd om ervan te ‘genieten’. De baby’s worden sterker en groter, mijn buik groeit navenant, maar ik ben nog niet in stadium omvallen en soms vergeet ik dat die buik er is. Ik heb een voorschrift voor steunkousen naast me liggen, handleidingen van de fysio voor hoe ik naar toilet moet gaan en hoe seks nog een optie is. Ik heb birkenstocks gekocht en wacht nu op lekker weer om ze ook te dragen. Alle gênante of vervelende dingen (gaande van bekkenpijn, over aambeien, last met controle van de blaas, harde buiken, verhoogde bloeddruk bij momenten, mijn linkerbeen dat volledig blauw is omdat het bloed niet weg kan …) vallen ook wel weer mee als de andere stress geëlimineerd is.

En ik heb gewonnen met de keuze van de buggy. Ik wou dolgraag een bugaboo donkey, terwijl de Man graag het advies van de grote babywinkel wou volgen en voor een Uppa baby wou gaan. Maar ik vond het al zo reuzesneu dat ik dan telkens één baby ‘achterin’ moest leggen (hormonen, hormonen!). Dus gisteren hebben we een bugaboo gekocht. Via marktplaats. Voor minder dan de helft van de aankoopprijs. Bij superlieve mensen. En de Man heeft betaald, ook niet vervelend :). Het ding staat nu in stukken over verschillende kamers verspreid en het past net door onze voordeur, als ik hard duw :).

Kortom. Ik speel een betere tweede helft. En op het einde scoor ik. Dubbel.

 

Plukbare dagen

Het is maandagochtend en ik begin aan mijn eerste week thuis.

Mijn hoofd is opengeklapt. Ik heb plots ruimte voor dingen.
Ik herken mezelf weer, ik heb weer ideeën.

En ik moet lachen om mezelf. Hoe heb ik ooit gedacht dat ik een drukke baan buitenshuis kon combineren met een goed draaiend huishouden?
(aan iedereen in die waan: VERGEET HET)

Klara staat aan, ik maak het weekmenu.
Ik heb al heel lang geen weekmenu meer gemaakt.
We eten deze week uit ‘Vegetarisch genieten’, nog steeds een topboek door de vele suggesties die je bij de gerechten krijgt en die op zich ook al gerechten zijn.

Dadelijk een dokterafspraak. In mijn hoofd ontwikkelt zich een basic weekstructuur. Ik ben er zo van uitgegaan dat er iets mis is met mij omdat ik niet kon volgen, maar nu ben ik thuis en is mijn hoofd erg overzichtelijk. Ik vind bijna dat ik weer moet gaan werken omdat ik me beter voel, maar ik realiseer me dat ik me beter mag voelen en dat dat ook beter is voor de baby’s.

Ik lees het Parool. Roos Schlikker schrijft: ‘Nooit echter in Amsterdam. Daar heb ik geen adem om te vertragen, druk doende om carrière te maken, kinderen op te voeden, aan zingeving te doen en o ja, ook nog de dag te plukken. Maar veel dagen razen ongeplukt voorbij. En niet alleen bij mij.

Ook hier zijn er te veel ongeplukte dagen. Wanneer fietste ik eens naar zee? Wanneer las ik eens een boek in een parkje? Wanneer bakte ik eens cakejes met mijn mannekes?

Stiekem hoop ik dat ik mijn bijberoep kan doorontwikkelen, en daar een leven op kan bouwen waarin de dagen wat meer plukbaar zijn. Waarin werk te managen is en een goede plek krijgt in dit leven. Waarin de ratrace niet meer bestaat. Waarin ik zelf de structuur bepaal.

Zou het kunnen?

[Voor de nuance. Het is makkelijk deze keuze te maken als je financieel beschermd bent door een uitkering en een Man. Ik weet hoeveel geluk ik heb.]

 

 

Gestopt

Ik zit weer in haar praktijk. Ik check of het boek over dode kinderen nog steeds weg is. Dat is het, gelukkig.

Ik vertel haar hoe de voorbije week was. Even op adem gekomen toen ik me ziek gemeld had, daarna weer gaan werken en al vanaf de avond op voorhand tranen met tuiten gehuild. De dag zelf gered aan de buitenkant, maar vanbinnen leeg, leger, leegst, op. Van de auto naar bed.

‘Je kan het niet meer,’ zegt ze. ‘Je moet nu echt stoppen.’

In mijn hoofd zaten nog allemaal plannetjes. Een lijst met belangrijke dingen die ik wou afwerken om het in schoonheid af te ronden.

‘Je bent depressief. Je slaapt niet. Je bent zwanger van een tweeling. Je hebt pijn. Het gaat niet,’ zegt ze.

Ze heeft gelijk. Alle warrigheid waarmee ik binnen stapte, klaart op. Ik moet gewoon stoppen.

‘Wat wou je? Nog harder je best doen? Hopen op een goede nacht? Nog een tandje bij steken?’

Ja, dat was inderdaad het plan. Maar nu niet meer. Ik stop.

Ik vertel haar waarom ik niet kon stoppen. Omdat ik bang ben dat ik nooit meer terug zal gaan. Dat dit het is, met de leuke interessante en relevante baan. Dat ik in een soort niemandsland terecht ga komen en niet ga weten wat ik voor mezelf wil, wat ik wil worden, als de baby’s groot genoeg zijn om door iemand anders verzorgd te worden.
En ook: omdat mijn moeder gestopt is, toen ik geboren ben. En altijd overduidelijk gefrustreerd is geweest om die beslissing. Ik ben bang om een afwezige gefrustreerde moeder te zijn. Als ik verder graaf in mijn geheugen, zie ik dat ik na school boodschappen deed en kookte voor zes. Ik was 12, 13 misschien. Ik zie dat ik in het washok tussen de zurige kledij groef naar de kleding die ik nodig had voor de turnlessen of om morgen iets schoons aan te doen. Ik voel de klap weer die ik in mijn gezicht kreeg toen ik ’s ochtends naar school moest vertrekken en de brief vroeg die ik haar drie dagen geleden had gegeven en die gehandtekend mee moest. Uiterlijk vandaag. De brief was kwijt, ik kreeg een klap. Ik ben die dag niet naar school gefietst en heb me machteloos en woest opgehouden op mijn kamer.

‘Zo,’ zegt ze. ‘Het is wel duidelijk waarom je depressief wordt van zwanger zijn.’
Ja. Denk ik. Ik heb weinig vrolijk moederschap gezien. En de voorbije jaren voelde moeder zijn bij momenten ook als een kooi. Niet omwille van de kinderen, maar omdat ik het alleen deed. Ik vertel haar dat ik mijn kinderen wel zeg dat ik blij ben met hen. Dat ik wel naar musea ga, naar de film, dat ik op bankjes bij de speeltuin zit, dat we samen slapen en knuffelen. Ik denk aan de Man en hoe hij van ons clubje een gezin heeft gemaakt en daarin een zekere kwaliteit eist. Hoe hij ’s ochtends de jongens hun haren kamt en gezichten wast, hoe hij voorstelt op zondagmiddag iets samen te doen en ook op zaterdagmiddag. Hoe hij een weekendje centerparks in plant en dan zonder morren met de mannen van de glijbaan gaat terwijl ik beneden wacht. Hoe hij nieuwe kleding koopt voor de kinderen en hen meeneemt naar de kapper. Ik heb nu al een ander gezin dan het gezin waar ik in opgegroeid ben.

Ik fiets naar de fysio en het is alsof er duizenden kilo’s van me af vallen. De dagen daarop ben ik moe, hondsmoe, maar ik heb tenminste tijd om moe te zijn. Er flitsen dingen door me heen die ik kan doen (koken! lezen! fietsen!), maar ook zonder werk vullen de dagen zich vlot en is het puzzelen om eens een middagdutje te gaan doen. De baby’s groeien en schoppen en ik heb adem te kort. Na een gesprek met de fysio bouw ik een aangepast soort bed voor mezelf, waar ik rechtop zittend kan slapen, met ondersteuning onder mijn knieën waardoor mijn bekken zich licht ontspant en ik zowaar een keer drie uur aan een stuk slaap. Het huilen is gestopt. Ik voel de baby’s nu als een bijzonder project. De weken die ik nog te overbruggen heb, als te overzien. Ik parkeer de vraag wat na de baby’s komt. We zullen het zien.