Leven met de barbaren

Het is absoluut relatief. Dat weet ik. Het gaat voorbij. Het is een fase.
Maar soms komt het mijn strot uit.
Zo. Ik heb het gezegd.
De meisjes hebben één of andere zeer eigenaardige trek. Alleszins niets genetisch van mij, dus het moet wel van bij de Man komen of een soort van normaal menselijk gedrag vanuit de evolutie. Maar tijdens elke maaltijd gooien ze hun bord met inhoud en al weg, en hun beker er achter aan. Soms meerdere keren. Na elke maaltijd schraap ik etensresten van de vloer. Een hoeveelheid waarmee ik nog een tweede tweeling zou kunnen voeden.

En ik weet dat het niet erg is. Net als het ontplofte huis, de dagelijkse drie wasmachines was, de nachten met gemiddeld acht onderbrekingen. Het gaat over, ik wou de baby’s graag, ik mag blij zijn met twee gezonde poepies.

Maar soms. Soms ben ik het gewoon even helemaal moe. Meestal is er dan meer aan de hand. Een vriendin die afzegt. Een ruzie met de Man. Ongesteld. De nanny die een dag ziek is waardoor mijn hele planning in het honderd loopt.
Dat zijn de druppels. En de emmer loopt dan wel eens over.

Ik voel dat dan zelfs fysiek. Een zwaarte. Mijn lijf voelt log. Mijn hoofd doet pijn. Mijn oogleden slepen. Ik kan het niet opbrengen koffie te zetten voor mezelf. En natuurlijk zijn er ook remedies. Allerlei dingen die goed zijn voor je mentale gezondheid en waar je geen zin in hebt als je je zo belabberd voelt. En een guilty pleasure: overdag tv kijken. Tijdens het middagdutje. Nadat het eten van de grond geschraapt is.

Advertenties

Liefde in tijden van tweelingouderschap

Drie jaar. Drie jaren samen, markeerden we laatst.
We keken naar de tweeling van 15 maanden.
We verbaasden ons. In het eerste jaar zijn we gaan samenwonen (emigreren, van mijn kant). In het tweede jaar kregen we de tweeling. In het derde jaar nam ik ontslag en startte ik mijn eigen zaak. En toch voelde het nooit als snel, hals-over-kop, raar.

Het is avond. De regen striemt tegen de ramen. Wonder-o-wonder, alle kinderen liggen in bed. We kijken een detective. Ik drink ginger-curcuma-latte. Shit, denk ik. Mijn oogleden zijn weer zo zwaar. Ik kijk op de klok. Tien na negen nog maar. Ik kijk naar de Man. Zou ik…? Nee, doorzetten. Even later zeg ik het toch. Dat ik op ben. Zoals zo vaak zetten we de aflevering stop twintig minuten voor het einde, wat vrij stom voelt, zo dicht bij de ontknoping. Ik duik ons bed in. De Man doet de lichten uit en zet de vaatwasser aan. Op het moment dat hij komt slapen, slaap ik al diep.

Het is nacht. Het kleinste ontembare kind huilt. Ik hijs haar uit het bedje aan mijn kant van het bed en leg haar slaapdronken tussen ons, waar ze zich content nestelt en verder slaapt. Even later wordt de andere dochter aan zijn kant van het bed wakker. Die mag ook aan boord, maar vindt haar draai niet, hoest, worstelt. Midden in de nacht vertrekt hij naar beneden met haar, om te zorgen dat ik en de mini kunnen slapen. Als de wekker gaat, voelen we ons allemaal weer beroerd.

Een uitstapje. We gaan naar het museum met de tweeling. Als we aankomen, help ik de Man de grootste in de draagdoek te zetten. Als ik de kleinste wil pakken, spuugt ze de hele auto onder. Als een geoliede machine poetsen we de auto, kleden we het kind om, troosten haar en haar zus, laden we iedereen weer in, rijden we naar huis, wassen we iedereen, wassen we alle jassen en alle kleding waar spuug op gekomen is. En dan is het etenstijd en eet het zieke kind drie borden pasta.

Liefde in tijden van tweelingouderschap. Heel spannend is het allemaal niet. Heel lief wel. En heel echt. En heel erg dit-zou-ik-nooit-willen-missen. En ook: ik ben zo zeker van hem.

Armoedig

Na een ochtend koortsachtig werken, wandel ik naar een lunchafspraak. Vroeger deed ik alles met de fiets, nu wandel ik zo veel mogelijk. Om de stappenteller te voeden, die me akelig snel duidelijk maakte dat ik wel naar de sportschool kan willen, maar dat ik misschien eerste die 3000 stapjes per dag maar eens moet uitbreiden naar 10 000.

Ik wandel. Nog onder indruk van wat ik net gedaan heb. Ik heb een irrationele beslissing genomen. Een kans om snel via anderen aan werk te komen en dus snel te gaan verdienen, afgeslagen. (Er was een investering aan verbonden, en bij elke opdracht zou ik een flink percentage afdragen.) Iedereen juichte dat ik het moest doen, en ik was er zelf bijna ingesprongen, tot een vriend me gisteren vroeg of ik dat echt wou. Snel geld. Of ik daarom als ZZP-er ben begonnen. Maar nee, dacht ik. Nee begot. Het is niets voor mij.

Ik wil iets doen waar ik in geloof.
Dus knip ik het draadje door en vraag ik me af hoe ik het aan de Man ga uitleggen. En tegelijk voel ik zo goed dat ik het juiste heb gedaan.

Ik lunch met een vriendin. Wandel terug. Stop bij een nieuwe kledingzaak, waar ik schoorvoetend aan het enthousiaste meisje uitleg dat ik een beetje raar in mijn lijf zit na die tweelingzwangerschap. Ik voel me onzeker. Ik wil kleding die past bij mijn huidige lijf.

Ik voel me zo klein.
Zo klein.
En tegelijkertijd te groot, te grof, te uitgedijd, te mals.

Ik pas rokjes en blouses en kies en kijk in de spiegel naar de mooie nieuwe dingen waarvan ik me vraag of mijn buik er echt niet te zichtbaar in is. En ik kijk ook naar mijn oude kleding, snel-snel aangeschoten vanochtend omdat ik een kantoordag had. Naar het gaatje in mijn panty. Ik voel me zo armoedig in mijn lijf, in dat post-zwangerschapslijf, in dat lijf dat al die grote ZZP-plannen moet gaan belichamen. Dat lijf dat ik niet goed verzorg, omdat ik al blij ben als ik mijn tanden twee keer per dag kan poetsen. Waar is de tijd dat ik opgemaakt naar kantoor ging? Op hoge hakken? Ik moet naar de kapper. Van alles epileren. Crème op mijn gezicht smeren. Die wallen wegwerken.

Ik koop drie rokjes en twee blouses. In mijn oude kloffie wandel ik weg met een tasje kleding waarvan ik hoop dat ik ze durf dragen. Ik ga weer aan het werk. Een deel van het werk is het social media-gebeuren, waar ik (buiten deze blog) altijd zo ver vanaf gebleven ben, omdat ik bang was dat het zo veel tijd zo opslokken, en dat ik permanent met de blik van een buitenstaander naar mezelf zou kijken. Geen foto’s meer zou maken omdat ik ze mooi vond, maar omdat ze instagramwaardig zijn. Geen boeken meer lezen voor mezelf, maar om er slim over te doen op LinkedIn.

Ik voel me zo klein.
Ik voel me vaak zo klein.

(En waarom, waarom heb ik geen doos chocolaatjes in een kastje in mijn kantoor? O ja, omdat ik ze op zo een moment allemaal tegelijk zou opeten.)

Een boek als vriend

Boeken zijn een soort van vrienden voor mij. Ik heb boeken die me troosten, afleiden, boeken die bij een bepaalde periode in mijn leven horen.

En nu heb ik een boek waarvan ik wou dat ik het eerder had én dat het eerder geschreven was. Want het had me veel ellende bespaard.

Het betreffende boek heet ‘O jee, het zijn er twee. Het eerlijke tweelingboek voor supermoeders’ en is geschreven door Janneke Jonkman. In het boek vertelt Janneke haar eigen tweelingmoederverhaal: van de kinderwens, over de complexe tweelingzwangerschap, tot de kraamtijd en beyond. Het boek is mooi vorm gegeven. Er is ruimte voor kwetsbaarheid en authenticiteit, en tegelijkertijd bevat het ook veel tips en handvatten. Meerdere tweelingmoeders komen er in aan het woord.

Ik was heel vereerd met een uitnodiging voor de boekpresentatie, alwaar ik een aantal ‘beroemde’ tweelingmama’s ontmoette, en na tien maanden tweelingouderschap één glas wijn dronk en daar behoorlijk wiebelig van werd. En ik kocht meteen een cadeau-exemplaar voor een prille tweelingzwangere vriendin, die haar zwangerschap mooi in kon zetten met dit cadeautje, waar ik me mijn hele zwangerschap heb vastgehouden aan het toch wat verouderde/wetenschappelijke/afstandelijke tweelingenboek van Coks Feenstra.

Dit is totaal #nonspon, maar als je een tweeling verwacht of je kent iemand die een tweeling verwacht of heeft, is het echt goed om dit boek in huis te halen/het boek cadeau te doen. Waarom? Wel:
1. Het leest lekker. Ik heb echt tranen met tuiten gehuild bij het verhaal van Janneke zelf en ook bij de verhalen van de andere mama’s. Het was allemaal zo echt en ontroerend en authentiek.
2. Ondanks het echte en ontroerende en authentieke – waardoor Janneke je ook een inkijkje geeft in een hoop zoeken en ploeteren – staan er ook heel veel tips in. Niet van die gemakkelijke tips, maar doorleefde, echte tips die je kunnen voorbereiden op het leven met een tweeling of die je door bepaalde fases heen kunnen helpen.
3. Er staan veel mooie tweeling-foto’s in. In de donkerste nachten van mijn zwangerschap toen de beproeving eindeloos leek, zat ik vaak foto’s van tweelingen te googelen om iets te hebben om naar uit te kijken. Dit boek voorziet in de behoefte.
4. Verschillende experts zijn geraadpleegd, inzichten worden gedeeld. Je krijgt veel info en het wordt nooit normatief. Janneke blijft altijd mild en open.

Als ik dit boek eerder had gehad, had ik me niet zo alleen gevoeld met die zwangerschap die een soort nachtmerrie werd (ik sliep niet, ik werd ontzettend depressief, kreeg angstaanvallen, allerlei fysieke problemen, moest heel vroeg stoppen met werken, geraakte geïsoleerd, kwam in de psychiatrie terecht, verloor mijn baan, kreeg twee piepkleine baby’s die zichzelf niet warm konden houden en vergeleek mezelf al die tijd met stralende mama’s die zwanger waren van één kind en tot acht maanden een marathon konden lopen).

Maar toen ik het boek dan toch eindelijk had – een jaar nadat ik het het hardste nodig had – heeft het me zo veel geholpen met het plaatsen van de ervaring, het verwerken van alles, maar ook: het waarderen en begrijpen van het bijzonderste dat me ooit gegeven is – twee dochters in één keer. En het bracht mij en de Man in gesprek naar aanleiding van stukjes uit het boek: plots gingen we ook met elkaar praten over wat me doorgemaakt hadden. Boeken zijn vrienden. Dit boek is een vriend, een reddingsboei, een ervaren gids en een goede (relatie)therapeut in één. Dank, Janneke.

Bob heeft een kater

Shit, denk ik. Ik ben echt te moe om uit eten te gaan.
De Man en ik hebben een volwassen-mensen-date met elkaar. Maar de dag met twee ondernemende éénjarigen eist zijn tol. ’s Middags zitten we in de zandbak en eet de grootste een schep zand. We gaan wandelen en ze vallen prompt in slaap, waardoor ze hun dutje later missen (en ik dus ook de tijd om te eten en even te gaan zitten). We stoppen even op het terras van Stach voor een cappuccino en een croissant die ik netjes onder ons drie verdeel, en voor ik het weet heeft de grootste de croissant van haar zus gepikt en opgesmikkeld. En dan iets met brullen en wespen, fietstochten met lege maag, tomatensoep maken met twee poppies aan mijn rok zwiepend. Zo een dag.

We gaan toch. Als bij het voorgerecht – beter werd het niet meer: een crème brûlée van geitenkwark – glijdt de vermoeidheid van me af. Het is en blijft luxe, zulke etentjes. Maar het is een heel mooie tegenhanger tegen de maaltijden met kinderen, waarbij er altijd twee stroop in hun haar smeren, hun drinkbeker grijnzend op de grond uitgieten of er genoeg van hebben en met hun eten beginnen gooien.

Ik voel me tijdens zo een etentje plots weer een volwassen mens, met een toegang tot allerlei dimensies. Toegang tot een echt gesprek, zintuiglijk genot, ontspanning. Helaas is deze vermoeide moeder zelfs niet tegen een bob-arrangement opgewassen. ’s Avonds thuis zit ik te giechelen in de badkamer, maar de ochtend is brak en zwaar en ik vind mijn focus niet en hoewel de wijnen van topkwaliteit waren, heb ik het idee dat mijn lijf vol log gif zit, en dat dat niet leuk samenwerkt met de spierpijn die ik aan de yoga heb overgehouden.

Anyway. Ik zit aan mijn bureau. Drink koffie. Doe een poging om mijn morning pages te schrijven. Maar in mijn hoofd dwarrelt alles, en ik besluit toch maar even om een soort van mindmap te maken van wat ik moet doen.

Ik moet YNAB bijwerken.
Mails beantwoorden.
Twee verjaardagscadeautjes kopen.
Avondeten voorzien.
De oppas instrueren.
Een boek terugbrengen naar de bib.
De verjaardag van de kleine zoon voorbereiden.
Bloggen.
De grote zoon ophalen op zijn kampje.
Reageren op een vraag van iemand.
Drie mensen bellen.
Twee voorstellen schrijven.
Een communicatiestrategie verzinnen.
Twee besluiten nemen.
De tandarts bellen.
Twee machines was doen.
Naar de yoga.
Lunchen.
Boodschappen doen.
En dan nog tien dingen.

Hier ben ik slecht in. Zeker als mijn hoofd dwarrelt van een te volwassen avond. Al die balletjes in de lucht. Dat voortdurende door elkaar lopen van alles. Ik staar maar naar mijn mindmap, en heb geen flauw idee waar te beginnen vandaag. En dan grinnik ik. Wat sneu, dat ik zelfs van een bob-arrangement een kater krijg (*).

(*) Uiteraard heb ik niet gereden. We aten op wandelafstand. Ik nam een bob-arrangement omdat ik wel wat maar niet veel wou drinken.

Overbodige luxe

O, het is luxe. Naast mij springen de kinderen in het zwembad. De kleintjes slapen. Ik heb al twee boeken gelezen – en nu zijn mijn boeken op en in dit deel van Europa is de zoektocht naar Engelstalige literatuur een hele opgave. Er moet zo weinig. Eten, de was, de afwas, de kinderen wassen, mezelf wassen. Een uitstapje, gisteren gingen we naar een concentratiekamp en vond ik geen woorden om de jongens uit te leggen wat mensen elkaar kunnen aandoen, en waarom. Het schudt alleszins mijn moederschap wakker. Door kinderen te hebben van verschillende leeftijden vergeet ik wel eens wat ik mijn grotere kinderen wil leren en meegeven, want de zorg voor de kleintjes is nog steeds alomvattend. Maar gisteren reed ik met de jongens de heuvels op en af. In de verte zagen we het kamp liggen. Ik kon de oude, zware energie voelen. De jongens liepen met me mee, gingen donkere cellen in en stonden met hun ogen te knipperen bij bedden in kamers die dienden voor zestig mensen.

Vakantie is luxe, en ik ben dankbaar. Maar ik realiseer me weer dat ik niet graag reis (ok, soms is vakantie ook wel lekker). De voorbije jaren dacht ik dat het aan het alleenstaand ouderen lag, dat reizen nog vermoeiender was dan het normale leven thuis. Maar nu ik gepakt heb voor zes, twee dagen auto heb gehad met zes waaronder twee 1-jarigen, mijn weg zoek in vreemde supermarkten en rijd over vreemde wegen, nu weet ik het weer. Ik reis niet zo graag. Ik ben zo ontzettend moe en kijk nu al op tegen de terugreis, het terug in onze plooi vallen thuis.

Tijdens de vakantie valt er slecht nieuws op mijn dak. Een ex-collega had me een klus doorgespeeld die me op het lijf geschreven was, maar de betreffende organisatie had al een andere adviseur onder de arm genomen. Al mijn plannen lijken zo overbodig, zo kwetsbaar, zo stom. Ik ben het moe ‘arm’ te zijn. Geld genoeg in ons huishouden, maar het staat niet op mijn rekening. Ik YNAB me te pletter, om het weinige geld dat er binnen komt bij mij te verdelen over de uitgaven die er zijn voor de kinderen en mezelf. Uiteraard kan ik altijd aankloppen bij de Man en helaas heb ik dat al gedaan tot een bedrag met vijf nullen – zucht. Hij geeft er niet om, ik wel. Het voelt kwetsbaar om afhankelijk te zijn. Maar ook: ik weet dat ik wat kan als adviseur, ik wil eindelijk ook eens wat gaan verdienen met mijn kwaliteiten. Geld is niet zo belangrijk, maar het is alsof ik al jaren de eindjes aan elkaar zit te knopen en niets opbouw, en ik ben op een leeftijd gekomen dat ik graag iets wil opbouwen. En ook: ik weet wat ik kan en wil, maar ik weet niet hoe ik de brug moet slaan tot de vragen die er waarschijnlijk zijn en waarmee ik aan de slag kan. Het is een zoektocht, een puzzel. En zo ver van huis, ver van mijn kleine kantoortje, voelt alles zo absurd en raar aan.

Ik heb nog wat werk bij. Op de zesde vakantiedag zet ik mijn geluidswerende koptelefoon op, neem ik mijn computer, ga ik wat doen. Ik denk aan mijn kantoortje, dat ik voor vertrek zorgvuldig gestofzuigd heb en netjes opgeruimd. Ik tel de dagen voor ik weer daar kan zijn. Alleen, bij mezelf. En tot die tijd, tot die tijd. Hier, nu en morning pages.

Centrifugaal

Elk dag schrijf ik in mijn morning pages: ‘er gebeurt zo veel’. Er gebeurt de hele tijd zo veel en ik heb een talent voor intensiteit, dus ik beleef alles ook zo overrompelend heftig.

Een greep uit het gebeuren:

  • Ik start een eigen zaak. Dat is dolle pret en grote angst en nog duizend andere dingen. Het is twijfelen en zoeken en nu sta ik een beetje met angst en beven op de stap om ook via de blog stapjes te zetten. Ik vind het doodeng want dat is het einde van de anonimiteit en ik weet niet zeker of ik dat allemaal wel wil en kan en ik twijfel aan ongeveer alles en ik ben geen durver en ik weet niet hoe het allemaal gaat uitdraaien.
  • In onze omgeving dragen we mee zorg voor een jong iemand met een heel pittige psychische problematiek. Zonder meer logisch, maar ik merk dat het me zo veel machteloosheid en verdriet geeft om te praten over afscheid en manieren om uit het leven te stappen. Ergens vind ik psychisch lijden en uitzichtloosheid bijna onbegrijpelijk en wil ik de persoon in kwestie door elkaar schudden. WORD WAKKER, JE LEEFT EN DAT IS EEN GESCHENK. En anderzijds weet ik exact hoe donker het kan zijn en weet ik dat geen enkele door-elkaar-schudding dan kan helpen. Het is zo ontzettend naar.
  • De baby’s werden 1 jaar. EEN JAAR. 6000 luiers en 365 slapeloze nachten, schreef ik aan de Man. En still going strong. Nou ja, met alle ups en downs die daarbij horen, bij het moederen en vaderen.
  • Wat ik heftig en heel stom vind, is dat de Man en ik in een soort van concurrentie zijn beland. Er is natuurlijk weinig ruimte en tijd, dus als de één iets gaat doen kan de ander het niet doen. Zo werkt dat. Ik heb een talent voor verongelijktheid blijkbaar en ik weet dat en ik vind het echt suuuuuperstom van mezelf, maar we zitten dus nu heel erg in het ‘jij bent drie keer gaan sporten dus ik ga maandag ook sporten, los het hier maar op!’. Nou ja, ik zit daar erg in. Ik wil hem eigenlijk veel liever dingen gunnen en mezelf ook, en dat vind ik ook veel verstandiger en handiger, maar blijkbaar lukt dat even nog niet zo goed.
  • Ik was erg gefrustreerd over mijn gewicht waar ik maar geen grip op kreeg. Lees: ik zat in een soort van vicieuze achtbaan met eten. Lees: chocola. Ik denk dat de vermoeidheid een soort van hang naar zoetigheid gaf, en ik dus de hele tijd op zoek was (craving is echt een goed woord) naar een nieuwe suikerkick om weer een half uur door te komen. Ik had alles al geprobeerd. Nou ja. Niet echt. Ik had vooral veel voornemens gemaakt en het elke keer verknald. Intussen heb ik me laten hypnotiseren, waarover zeker later meer als ik het effect kan meten, maar de suikerverslaving is weg gehypnotiseerd. Het bij elk moment van emotie/frustratie/verveling naar iets grijpen ook. Ik zit op kantoor en hier staat een doos chocolaatjes en ik heb daar nog geen enkele van genomen, want ik heb geen behoefte meer. Dat is een soort van wonder. Wordt vervolgd. Vooralsnog kan ik zeggen dat ik zes dagen na de eerste sessie een kilo minder woog.

Van alle dingen die aan de hand zijn (bovenstaande bullets zijn slechts een greepje uit het assortiment), geraak ik behoorlijk gecentrifugeerd. Het is alsof ik uit mijn centrum gehaald word en niet meer bij mezelf kan, niets meer kan voelen. Ik herken het gevoel – ik heb het immers jaren gehad en er hier over geschreven. Ik weet dat ik zo snel mogelijk weer in mijn centrum moet komen en ik weet ook wat ik daarvoor nodig heb: tijd alleen vooral. Tijd om dingen te verwerken, een plek te geven. Stilte. Regelmaat. Rust. Methylfenidaat. En schrijven. Die morning pages, en weer regelmatige blogs.

De ultieme relatietest

Voor iedereen die een ultieme relatietest wil, raad ik de volgende mix aan:

  • Een hittegolf
  • Een stacaravan
  • Een zoon van 9, een zoon van 5
  • Twee zieke baby’s (met koorts)
  • Luizen
  • Constipatie (ik ben zo iemand die niet naar toilet kan op een ander)

We hebben het weekend van ons leven gehad. Een jaar met een tweeling was peanuts in vergelijking met het voorbije weekend. De Man wou graag eens proberen kamperen. We boekten online een stacaravan, maar eenmaal daar vond ik het zo ontzettend triest (ik ben nogal gevoelig voor sfeer en de stacaravan stond op een plek waar mensen ook leken te wonen in hun caravan en op zich is het al best een sneu ding). We ontdekten al vrij snel dat we een probleem hadden met het beveiligen van het slaapproces van de baby’s omdat de bedden niet verschuifbaar waren. De grote baby sliep in een bedje dat midden in de stacaravan moest. De kleine sliep bij mij, waardoor ik tegelijkertijd met haar naar bed moest omdat ze makkelijk uit bed kon vallen.

Beide dames hadden koorts. En er was een hittegolf.

Op zaterdagavond deden we er meer dan drie uur over om de baby’s in slaap te krijgen. Daarna begon een onrustige nacht waarin de mini elk half uur wakker werd.

De jongens hebben luizen en ik vast ook – imaginair of echt – maakt dat uit?

Midden in de vreselijke nacht hoorde ik een bonk. Ik ging kijken bij de kleine zoon die glazig naar zijn raam zat te kijken. ‘Er is hier iemand die zegt dat ik dingen moet doen,’ zei hij. Waar dan, vroeg ik. Hij wees langzaam met zijn vinger naar het raam. Ondanks de warmte kreeg ik kippevel all over.

Het leven zoals het is. Er zijn idyllische momenten, maar euhm. Dit was er geen.

De Man en ik hebben maar drie keer ruzie gehad. We konden er vrij snel ook mee lachen, zij het nog wat groen. Toen we weg reden, keken de jongens verlangend naar het meertje waarin ze uren hadden gespeeld en gezwommen. ‘Wanneer komen we terug?’, vroegen ze.

Het echte leven: verwachtingen versus realiteit

Aha, eindelijk was het zover. Ik ging weer werken! Alleen had ik geen baan meer, maar om één of andere reden heb ik altijd allerlei plannen. Ik had ook nog geen plek. En ik moest ook nog even een nieuwe telefoon en een nieuwe computer. Ik had me ingeschreven in een aantal opleidingen en ik had wat opdrachten als freelancer en een Plan om uit te werken, dus daar gingen we dan. De oppas-aan-huis startte na duizendenééninstructies (o luxe, o luxe) en ik… Ik ontdekte dat mijn verwachtingen en de realiteit niet altijd op elkaar afgestemd zijn.

  • Zoals die dag dat ik naar een opleiding ging. De oppas kwam om acht, dus dan zou ik de deur uit stappen, zonder file naar de opleiding rijden en daar mijn morning pages schrijven en e-mails beantwoorden voor de start om 10u. Easy! De realiteit? Om acht uur liep ik met natte en ongekamde haren te stressen, zaten de baby’s nog in hun romper aan de tafel (en niet klaar in de buggy zoals ik gehoopt had), moest ik de auto nog leeg maken van een eerder tripje en had ik nog niets gegeten. Om half negen zat ik met klotsende oksels in de auto, om meteen de file in te rijden en om vijf voor 10 met een knalrood hoofd de locatie binnen te rennen. Oeps.
  • Zeeën van tijd zou ik hebben, want geen echte baan meer en dus geen vergaderingen en alles zelf beslissen enzo. Vergeet het. Drie dagen per week is echt heel weinig, zeker als je in realiteit maar een 6 tot 7 echte werkuren per week over houdt. Resultaat: de eerste woensdag (vrije dag) van mijn werkende leven had ik al knallende ruzie met de Man, uit frustratie omdat ik van de vrijheid had geproefd en merkte dat al mijn ideeën tien jaar zouden vragen om uitgewerkt te geraken, aan een tempo van drie luttele dagen per week.
  • Eindelijk tijd voor alle grootse plannen! Maar de realiteit is dat er ook brood op de plank moet, want ik kan natuurlijk niet wat lanterfanten met leuke dingen en de Man alle rekeningen laten betalen. Het werk dat brood op de plank brengt, vult ongeveer mijn drie dagen per week, dus ik moet echt nog wat krachttoeren uithalen om diep-werk-gewijs ook grootse en andere zaken een plekje te geven.

    Het is dus even een ‘dingetje’. Ik vind het heerlijk om weer meer te zijn dan alleen mama, alleen is het ook raar dat ik niet echt kan benoemen wat ik dan wel ben op dit moment (vooral awkward tijdens een voorstellingsrondje in een kamer vol vreemden). Wordt vervolgd!

Het gonst

Nog enkele dagen en mijn ouderschapsverlof is afgelopen. Er waren weken, maanden zelfs, dat het leek alsof ik nooit nog iets anders wou dan tutten met de kindjes. Maar dat kantelde, en tot mijn grote schaamte merkte ik dat ik steeds vaker onderprikkeld en doodmoe op de Man wachtte, na een dag luiers verschonen, kiekeboe spelen, slaapcoaching (ik gaf het maar een hippe naam), iedereen voeden.

Begrijp me goed. Ik ben dankbaar om mijn gezin. Maar na 10 maanden onafgebroken zorgen, realiseer ik me dat zorgen voor een stel kinderen waaronder een baby-tweeling heel erg ten koste gaat van zorgen voor jezelf. Soms weet ik amper nog wie ik ben, waar mijn hoofd staat, welke maand het is. Mijn lijf is moe, te zwaar, niet meer van mij. (Ik zie ook dat de baby’s extreem op mij gericht zijn. Ik wil dat ze ook vertrouwen ontwikkelen in andere mensen.)

Dus ik tel de dagen af. Nog enkele te gaan. En dan komt onze oppas-aan-huis, drie dagen per week. Het idee was dat ik me dan in een rotvaart door de files naar kantoor zou begeven om daar in drie dagen te doen wat ik normaal in vier dagen moest doen (want de meeste bedrijven vinden het wel ok dat je in uren mindert, maar zijn minder happig op het schrappen van taken). Anyway. Ik ga niet terug, ik begin iets nieuws. Wat leuk was toen het nog abstract was, maar nu voelt het kwetsbaar. Soms belachelijk. Onwennig.

Op Koningsdag wandelde ik voorbij een pandje dat te huur stond. Het trof me. De gedachte een eigen plek te hebben waar mijn spulletjes kunnen blijven, in plaats van als een werkende nomade van koffiebar tot flexwerkplek of coworkingspace te zwerven. Het pandje was klein en extreem duur (de huur voor één kamer was meer dan de helft van wat ik vroeger voor één huis betaalde met garage en tuin :)). Ik googelde, en kwam via anti-kraak (te vervallen) bij tijdelijke ruimtes terecht. Als ik het goed begrijp: ruimtes in panden die herbestemd zullen worden in de toekomst. Straks één bezichtigen. Spannend.

Verder heb ik nood aan een soort reset, een nieuwe start. Ik bestelde een detox-kuur (ik vind het zelf ook grappig – ik weet de voor – en nadelen, maar ik deed het vooral om dat intense gevoel dat je kan hebben nadat je ziek bent geweest en een aantal dagen geen troep hebt gegeten en dat al je zintuigen dan op scherp staan en je hoofd ook!). Ik pretox met soepjes en slaatjes en dat voelt fijn.

Ik realiseer me dat ik enkel nog op woensdag alleen met de kinderen zal zijn, wat tot nu toe vier dagen per week vaste prik was vier dagen per week. Op vrijdag is de Man ook thuis. Op termijn gaan de meisjes (ik wil dat ze met andere kindjes leren spelen) ook naar een peuterspeelzaal. Dan verandert er weer iets, in mijn hoofd zijn ze dan op woensdag- en vrijdagochtend weg, waardoor ik vier uur per week alleen thuis kan zijn. (Ik sprak er met een vriendin over, die vertelde dat een oppas aan huis schitterend is, maar dat je het heerlijke alleen-thuis kunnen zijn verliest. Ik kan me daar veel bij voorstellen.)

Dus. We sluiten een periode af. Dat voelt raar. Maar alles gonst van de nieuwigheid en zonder strak omlijnd plan ben ik heel benieuwd wat er gaat gebeuren als ik me laat meevoeren met de stroom.