Happy happy

Niet alle dagen zijn ploeteren. Vandaag was een erg leuke dag met de baby’s. We dronken thee met bezoek terwijl ze sliepen in mijn armen, beurtelings. Daarna dronken ze terwijl ik een leuke serie keek. En na een beetje geknuffel (en lunch) op de bank, zijn we samen gaan shoppen. Borstvoedingsproof kledij! Veel modelletjes van King Louie hebben een goede decolleté waar je snel even een borst uit wipt, maar dit jurkje is ook bijzonder geschikt.

In de winkel wiegde de verkoopster de baby’s terwijl ik in het pashokje was. We praatten over haar kinderen en baby’s en mijn postnatale lijf en het was reuze gezellig. Daarna gingen de baby’s en ik de stad verder in. Soms heb ik er een hekel aan, de verrukte kreetjes, het aangesproken worden (soms heb ik haast, of geen zin om aan vreemden te vertellen dat ze inderdaad een tweeling zijn, zelf gemaakt ja, spontaan, twee-eiig, x aantal weken oud, inderdaad leuk ja, een rijkdom, dat ook, nee niet mijn eersten, ja twee meisjes). Maar soms is het ook erg grappig en lief. Zoals bij de dokter, waar ik in de wachtzaal borstvoeding gaf en een mevrouw naar me toe kwam en ze: ‘dankjewel, dat was zo mooi’. Of op open monumentendag, waarop een mevrouw mijn hand nam en stralend zei: ‘gefeliciteerd, he, gefeliciteerd’. (Ze had een zachte, warme hand.) Of toen de pubermeisjes kirrend voorbij reden (kijk, die baby’s!) en er één tegen de vlakte ging (gelukkig geen verwondingen). Het is een attractie.

Het lukte me avondeten te maken, de baby’s gingen om 20u naar bed (en vroegen alweer een voeding om 21u30 – ze eten nog steeds 8 tot 10 keer per dag!), ik heb alle was daarna nog opgevouwen en het grote bed nog verschoond. Dat is zowaar een succes te noemen.

Nog leuke banaliteiten.
– Nu ik hier 1,5 jaar woon heb ik EINDELIJK geleerd zelf melk te schuimen voor een cappuccino. Blijkt er (bijna) niets aan te zijn. Zucht.
– Tijdens de borstvoeding lees ik boeken van Helle Helle. Toevallig uit de bib meegenomen. Er gebeurt geen klap in die boeken en toch lees ik ze ademloos uit.
– Eén van de baby’s heeft een keer doorgeslapen. Het is een begin. Ik ben overigens niet zo uit op doorslapen, want ik vind het niet goed voor de borstvoeding.
– Kleine broer vroeg gisteren aan de Man of hij nog eens een pitje in mijn buik kon doen. Want hij wou nog wel een setje tweelingzusjes. Voor mij hoeft het niet zo nodig.
– Ik ben er aan toe een paar uur in de bib wat te gaan werken voor mezelf. Na 10 weken :). Ik vind het wel spannend.
– Ik ontdek telkens weer hoe goed het is af te spreken met andere mama’s. Dat breekt de dagen met kinderen.
– De osteopaat heeft Kruimel deugd gedaan. Ze spuugt minder! Ze lijkt zich ook wat beter te voelen. (Als ze spuugt, mikt ze exact tussen mijn borsten in. Dan druipt het in mijn bh. Ik kan daar voorlopig nog mee lachen.)
– De bib. Dat is dus een soort universum waar heel de dag allerlei soorten mensen rondhangen, waar je altijd naar toe kan en altijd mooie dingen vindt. Aaaaaah.
– Wat ik mis van België is a. het voedselteam en b. het bos. De Man neemt me nu op vrijdag regelmatig mee voor een boswandeling-met-draagdoeken, om te bewijzen dat hier ook bossen zijn (en warempel!). Het voedselteam is nog niet vervangen. Het zelfoogsten bleek niet voldoende op te leveren (twee bieten, drie wortels, tien aardappelen – tja). Maar afgelopen vrijdag heb ik een bio-dynamisch kraam gevonden op de markt en daar heb ik een keur aan groenten gekocht. Plots lijk ik weer te kunnen koken. Blijkbaar begint het voor mij met een resem groenten in de frigo, en dan goed nadenken wat ik daarmee kan doen.

 

Advertenties

Het postnatale lijf

Elke maandag ga ik op de weegschaal staan. Elke maandag ben ik opgelucht, want ik val per week iets tussen 0,8 kg en 1,5 kg af. Hoewel ik frietjes eet, taartjes, chocola en andere troep.

Ik was schandalig veel bijgekomen tijdens de tweelingzwangerschap. Een combinatie van hormonen, bedrust en eetlust. Of eetdrang. Intussen begrijp ik dat ik geen borstvoeding zou kunnen geven aan mijn duo als ik die vijftien kilo reserves niet had aangelegd. Vijftien kilo die ik nu geleidelijk aan verbruik. Ik hoop dat het afvallen doorzet en dat ik inderdaad op mijn pre-zwangerschapsgewicht uitkom. Soms neem ik me voor niet meer te snoepen, maar dat duurt meestal maar tot de eerstvolgende aanval van enorme vermoeidheid en dus zin zin zoet. Of tot de eerstvolgende keer dat ik geen tijd heb om iets deftigs te eten en een koekje of een boterham met choco het efficiëntst zijn. Of tot de eerstvolgende keer dat ik me realiseer dat koken met een huilende tweeling geen kattenpis is, en dat de Man om patat sturen soms de beste garantie is op warm eten.

Ik wou dat ik het bovenstaande had geweten, tijdens mijn zwangerschap. Dus ik vertel het hier voor toekomstige moeders: je lijf bouwt een reserveke op dat je opsoupeert als je borstvoeding geeft. De natuur heeft dat goed geregeld.

Verder kijk ik regelmatig op de instagram van kiind. Er zijn vrouwen die zo moedig zijn hun postnatale buik met de digitale wereld te delen. Ik ben niet eens moedig genoeg om mijn buik met de Man te delen en soms niet moedig genoeg om het aan te zien in de spiegel. Ik deel geen foto, maar als ik het in drie woorden zou moeten beschrijven: slap, strepen, bol. Ik heb allerlei truukskes, van een soort korset tot corrigerend ondergoed. Geen enkel truukske is ‘genoeg’. Ik blijf er zwanger uit zien, door de diastase waar ik maar eens voor naar de kine moet (maar wanneer, wanneer?).
Voor andere (twin)mama’s wil ik dit graag vertellen. Dat mijn buik nooit meer zal worden wat ie was (dus het is niet abnormaal als dat bij jou ook zo is – ik las laatst de Linda en daar stond een tweelingmama in die actrice is met een tweeling van twee en op één van de foto’s staat haar buik – de Man schoof het onder mijn ogen en zei dat het bij haar toch goed gekomen was – ze heeft de buik van een achttienjarig meisje, strak en plat en het is gefotoshopt, zeg ik u, want dat kan gewoon niet na een tweelingzwangerschap!). En dat op kiind moedige moeders hun buiken tonen en dat het echt helpt om dat te zien en zo heel langzaam je beeld te kantelen van hoe de realiteit is en hoe je ernaar kan kijken.

Nog meer wachten

D3D3BAFA-F8DD-4B03-A48B-76BD089DCDEF

In het ziekenhuis namen we een foto van hoe de baby’s nu in de buik zitten. De eerste (linkse) baby is ingedaald, hoera hoera. Dus die zit met haar hoofdje in mijn bekken, in tegenstelling tot de baby’s op de foto. Verder moesten er in het ziekenhuis nog twee afspraken gepland worden voor twee (wekelijkse) controles. Gevolg: tranen met tuiten. Nog TWEE weken?! We werden naar de parking gebracht door de shuttle (zo’n karretje dat door het ziekenhuis zoeft en dat mensen meeneemt die zelf niet kunnen stappen – de Man was tamelijk opgelucht dat hij de rolstoel kon parkeren en mee in de shuttle kon stappen). In de shuttle vroeg een geïnteresseerde dame mij of ik misschien een drieling krijg. (Grmbl.)

Je begeven in de openbare ruimte als je een tweeling krijgt, kent echt een omslagpunt. Tot op zekere hoogte is het leuk, maar er zijn ook gewoon dagen dat ik iedere onbekende die mijn buik wil aanraken een mep wil geven, en dat ik alleen maar in elkaar wil zinken bij mensen die kirren dat ze ook altijd al een tweeling hebben gewild. Heb recent ook iemand ontmoet die het helemaal niets vond, want zij had een kind van maar liefst 4,5 kilo gebaard, dus twee kinderen van 2,5 kilo (en groeiend!) is peanuts. Bovendien was ze graag zwanger en zou ze het zo nog tien keer opnieuw doen. Haar dokter had zelfs gezegd dat ze er een talent voor had. (Ik voelde me weer even in het derde middelbaar en gebuisd voor wiskunde.)

Intussen hebben we ook de maxi cosi’s gekocht en de isofixen en we hebben alles geïnstalleerd in de auto. Daarbij bleken we beiden de onhandigste tweelingouders ooit, want we kregen de maxi cosi’s niet meer van het onderstel van de bugaboo (stonden we daar naast de auto youtube-instructiefilmpjes te kijken) en die poot van de isofixen klapte niet uit en het inklappen van de wielen was ook maar improvisatie. Maar we hebben het uiteindelijk min of meer voor elkaar gekregen en ik had zowaar kortstondig een moment dat ik geloofde dat we ooit, any day soon, met de maxi cosi’s gevuld met baby’s naar huis zullen rijden en dat ik dan later tegen mensen op straat ga vertellen dat ik een talent had voor tweelingzwangerschappen en dat ik het zo opnieuw zou doen.

 

De fuik

Binnen 27 dagen heb ik een afspraak met de baby’s. Ze kunnen ook later komen, maar ik heb ze uitgenodigd op de dag dat de maan vol is. Ze zijn immers ook ontstaan toen de maan vol was, en ik hou van cirkels die rond zijn.

De voorbije week was er geen om over te schrijven, dus ik twijfel of ik het doe of niet. Maar a. het gaat hier over het leven zoals het is, remember? en b. schrijven helpt het ook bij elkaar te puzzelen in mijn eigen hoofd.

Op vrijdag werd ik verwacht bij de poppoli. Het werd een lange zit waarbij de pijn heel snel het gesprek behoorlijk vertroebelde. Toen ik na allerlei vragenlijsten en onderzoekjes bij de psychiater kwam, was de diagnose ‘prenatale depressie’ een feit. Voor alle duidelijkheid: onder invloed van hormonen, pijn en slaaptekort is er iets mis gegaan in mijn hersenen. Het heeft niets te maken met niet blij zijn met de baby’s of ondankbaarheid. [Als ik hier iets van geleerd heb, is het dat het niet helpt om tegen iemand met een depressie te zeggen dat hij/zij maar eens wat leuks moet gaan doen, blij moet zijn met wat hij/zij heeft of dankbaarder in het leven te staan. Dat zijn nu net de dingen die niet lukken, omdat je hoofd gewoon even niet meer meedoet.]

Anyway. Het verbaasde me niets. ‘Die sluier die overal overheen ligt,’ zei de dokter, ‘dat is depressie’. Ja, denk ik. De sluier die over de dagen ligt, waar ik amper doorheen kom omdat ik pijn heb, moe ben, weinig energie heb, me beperkt voel, de slaapkamer mijn actieradius is geworden. En de sluier over de nachten. Jeetje, de nachten. Elke nacht strompel ik een keer naar de bank of het logeerbed om de Man niet wakker te maken. Meestal tussen 1 en 2. Uitzonderlijk een keer om 4 uur. Ik ben dan klaarwakker. Tegen de ochtend komt de slaap weer, maar dan begint de dag. [De voorbije nacht keek ik naar de mooie docu Verlaten op de NPO-app. Ik kijk ook vaak naar Jeroen Meus. Trage tv, mooi, dicht bij het leven.] [ Soms is het alsof mensen van de tv mijn vrienden zijn ofzo. Klinkt ziekelijk, maar als je heel de dag alleen bent en je kijkt naar een serie, heb je om den duur het gevoel dat die personages werkelijker zijn dan die hele wereld buiten de slaapkamer ofzo.]

Het weekend was extreem warm. Mijn voeten en handen zwollen nog meer op, ik voelde me zwaar beroerd. De slaap werd nog minder. Dus op maandag had ik een huilbui om u tegen te zeggen, belde ik het ziekenhuis en vertelde ik dat ik ongerust was (wijzen dat ellendige gevoel en die dikke enkels en handen niet op zwangerschapsvergiftiging?) en reed ik naar daar voor controle. Monitor, allerlei checks. Bloeddruk was laag in plaats van hoog. Baarmoeder was iets te actief, en baarmoederhals iets te ver verstreken.

Anyway. Ik sleepte me naar huis, kroop in bed. De Man kwam terug uit het werk. De telefoon ging. De psychiater van het ziekenhuis vroeg of ze mijn Man mocht spreken. Ik gaf verdwaasd de telefoon door. Het verzoek werd gedaan om me op spoed binnen te brengen. De combinatie van de diagnose op vrijdag en ellende op maandag had wat alarmbelletjes doen rinkelen.

Babysit gezocht, naar het ziekenhuis gereden. En toen werd de fuik opgezet. Ik was somber, toch? (ja) Wanneer had ik nog eens een nacht geslapen? (geen idee) Ik had wel eens wanhoopsgedachten gehad, toch? (ja, in maart – het hielp om te stoppen met werken) Het was fysiek zwaar, toch? (ja, maar 32 weken en twee baby’s zijn daar een prima excuus voor) Wist ik dat prenatale depressie een verraderlijk ziektebeeld is? Door de combinatie van hormonen en slaaptekort zou ik mezelf zomaar iets kunnen aandoen. (tegen die tijd snikte ik al)

Even later werd ik in een rolstoel naar een psychiatrische afdeling gereden. Als ik niet minder uitgeput zou geraken, zou het een drama zijn voor bevallen en kraamtijd. Ik werd in een kamertje gestopt. Er werd op me ingepraat over het nemen van slaapmedicatie. Ik weigerde, dat vonden ze dom. Twee dagen later vond ik op een website van de Nederlandse overheid dat de medicatie die ze me wilden geven absoluut uit den boze is in het derde trimester van een zwangerschap.

Het werd nacht. Ik hoorde andere patiënten huilen in andere kamertjes. Het werd weer dag. Ik werd gewekt, onderzocht en ging ontbijten. Ik zat aan tafel met huilende anorexia-patiënten met buisjes in hun neus, twee verpleegsters aan elke kant om hen te overtuigen een schepje corn flakes te eten.

Weer in bed probeerde ik mijn gedachten op een rijtje te zetten. Het was me duidelijk dat ik hier niet hoorde. Mijn Man was jarig. De omgeving nodigde niet echt uit tot tot rust komen of me beter voelen. Er was wel een heel lieve verpleegster die thee bracht en mijn kussensloopjes ververste omdat het zo warm was.

Na een paar uur zat ik voor een peloton van zes dokters. Dat ik naar huis ging. Dat daar zijn me niet hielp. Er werd gesproken over verraderlijke ziektebeelden en mezelf iets aandoen. Ik kreeg het gevoel dat alles wat ik zei of deed verdraaid kon worden. Als ik bijvoorbeeld vertelde dat ik geen plannen had mezelf iets aan te doen en wel gedachten heb over hoe het gaat zijn als de baby’s er zijn, werd er priemend naar me gekeken alsof ik in ontkenning was.

Anyway. De Man kwam. De dokters hadden een plan. Voor medicatie en hulp thuis. We gingen naar huis. Ik was even verdwaasd als geschrokken.

De volgende dag moesten we naar de psychiater van de crisisdienst. Tegen die tijd was ik kwaad, om drie dingen:

  1. Wie bedenkt het dat een zwangere vrouw (of wie-dan-ook!?) beter wordt in zo een omgeving?
  2. Wie bedenkt het om een slaappil op te dringen (niet genomen) die gevaarlijk is tijdens de zwangerschap?
  3. En wie bedenkt het om medicatie voor te schrijven waar baby’s postnataal afkickverschijnselen van krijgen?

De psychiater van de crisisdienst zei dat hij zich ook niet lekker zou voelen, als hij het huis amper uit kon, elke dag pijn zou hebben en niet zou kunnen slapen. Hij vond het allemaal niet zo vreemd, zei hij.

En nu. Nu komt er om de zoveel dagen iemand langs om te kijken hoe het gaat. We proberen hulp aan te vragen in het huishouden, zodat mijn frustratie van niets-meer-kunnen en heel-de-dag-alleen wat getemperd wordt. Ik probeer onder die sluier uit te komen, zonder pillen. En ik tel de dagen af, tot de geboorte. Uitkijkend naar de baby’s. En naar het achter mij laten van deze tijd waarin ik zo veel kwijt ben geraakt (werk, bijberoep, fysieke en mentale vermogens, zelfvertrouwen, …) en in verwachting ben van zo veel nieuws.

 

30 weken

Intussen ben ik maar liefst 30 weken zwanger van twee baby’s.

Een update in vijf punten.

  1. Fysiek gaat het er niet echt op vooruit. Bekkenpijn, maagzuur, tintelende en verdoofde armen en handen, dikke voeten, een kanjer van een buik, slapeloosheid, eindeloos moe… You name it, ik heb het. (Haha – en dan heb ik nog wat gênante kwalen verzwegen.) De relatie tussen mij en de Man krijgt nieuwe dimensies, als hij mij onhandig helpt met de steunkousen of als hij me in een rolstoel door de IKEA rijdt. Wacht maar, denk ik dan. Hij is vijftien jaar ouder dan ik, dus mijn tijd komt nog wel. (Hoewel hij op zijn gemak nog 20 kilometer gaat lopen, zo tussen soep en patatten in. Maar ik heb geduld.)
  2. Mentaal gaat het er ook niet echt op vooruit. Een dieptepunt? Toen ik huilend in het reuzenrad zat op de kermis. (Don’t ask, ik kan het niet uitleggen. Maar ze hebben het reuzenrad voor mij moeten stil leggen omdat ik er uit wou en daar kan ik nu wel mee lachen – de Man en de kinderen nog niet.) Gisteren nog een dieptepunt. In tranen uitgebarsten omdat ik naar de yoga moest. Keek er al heel de dag tegenop want a. ik zit er voor spek en bonen bij omdat ik letterlijk niets meer kan en b. in het begin doen we altijd een rondje met hoe het gaat, en dan noemt iedereen één kwaaltje en ik heb gewoon alles wat iedereen heeft en dan nog buitenproportioneel en tegelijkertijd. Ik heb geen zin om altijd de zwangerste én de ellendigste te zijn. Dus ik bleef thuis en heb de rest van de avond gehuild. Ik weet dat het flauw is en ook best stom. Ik weet dat het allemaal tijdelijk is en ik weet ook dat er mensen zijn die geen kindjes hebben of hun kindjes verloren zijn, die met gemak willen ruilen. Maar zeven maanden in team nosleep doet wat met je hersenen en de regulering van je emoties. Echt.
  3. Financieel. We hebben mijn JAAR-loon ongeveer uitgegeven aan deze zwangerschap. Dat heeft vooral te maken met de zevenzitter (met massagestoelen, ok, dat had minder gekund – blame it on the Man). Maar jeetje, alles in tweevoud telt behoorlijk op. Bedjes, tweelingwieg, tweelingbuggy, stoeltjes, maxi cosi’s, isofix-systemen, … Ik doe mijn best om dingen tweedehands te zoeken en kopen, maar zelfs een vijf jaar oude bugaboo die lang gebruikt is, kost nog 1000 euro. Anyway. Ik mag niet klagen want we hebben niet echt iets te kort, maar mijn rekening is geslonken (laten we zeggen dat ik wat geld opzij had staan en dat daar een vierde van over is – gelukkig moest ik de auto niet betalen). Ik heb ook een soort weerzin gekregen tegen babywinkels en dingen kopen. Er is alsof iedereen in de sector getraind is in bangmakerij-van-de-toekomstige-moeder, want als je niet het duurste koopt van alles, gaat je kind zeker stikken/omkomen in een auto-ongeval/ongelukkig zijn/elke dag huilen/… Het hoogtepunt vond ik de trut (sorry!) van Babypark die het onverantwoord vond om de Bugaboo te kopen voor de baby’s, want die gaat daar uit het assortiment. Ik zei dat het mij een gerust gevoel gaf als de baby’s naast elkaar liggen zodat ik ze allebei kan zien en ik er niet één onderin achteraan moet leggen. Ik zei ook dat tweelingen wat meer risico hebben op wiegendood en dat ik daarom nogal graag dus beide kindjes in het zicht houd bij de lange wandelingen die ik binnenkort uiteraard ga maken (kuch). Begon ze hoog en laag te beweren dat het onzin was en dat tweelingen geen verhoogd risico hebben (goed dat ze meer weet dan mijn gyn) en dat een kind zeker stikt in een bugaboo omwille van de gebrekkige circulatie. Bovendien zou ik JARENLANG niet meer in een Kruidvat binnen kunnen. (Daar ben ik overigens als JARENLANG niet binnen geweest, dus ja.) ZUCHT. We hebben een bugaboo gekocht. Via markplaats. Zalzeleren. Hoorde trouwens van een andere tweelingmoeder dat de buggy waarbij ze achter elkaar zitten een grote draaicirkel heeft waardoor je in het Kruidvat alsnog alles van de rekken rijdt. Dus. Alleen jammer dat de bugaboo de volledige gang van onze stadswoning blokkeert. Ik verzin er nog wel iets op, als mijn hersenen weer werken.
  4. Bevallen. Noeste voorbereidingen met de bevalcoach. Ik weet dat het belangrijk is dat het goed zal gaan, dat er goed met mij gecommuniceerd wordt en dat er geen dingen gebeuren zonder mijn toestemming. De angst slinkt wel met de minuut. Ik zal blij zijn als het eindelijk zo ver is, denk ik nu, en ik deze periode met enige mentale en fysieke uitdagingen achter me kan laten. Ik ga er een beetje vanuit dat ik nog zes tot zeven weken zwanger zal zijn, omdat op dit moment niets wijst op een vroeggeboorte. Ik weet dat ik erg lucky ben, en ik denk vaak aan de andere tweelingmama’s die ik ken, die met dertig weken hun dagen al in een ziekenhuisbed sleten.
  5. To do. De babykamer inrichten. (Uiteraard komen ze gewoon op onze kamer te liggen, maar we richten een kamer in met bedjes, een logeerbed voor de Man als ze het te bont maken ’s nachts – of als wij wakker liggen van zijn gesnurk – en alle babyspullen). Bagage nemen voor iedereen. Maxi cosi’s en isofixen kopen. Adressenlijsten maken EN geboortekaartjes. En volhouden.

 

Another day at the hospital

Ik ben nog steeds zeer tevreden met het ziekenhuis waar ik nu begeleid word. Gelukkig maar, want ik breng er relatief veel tijd door.

Laatst was het weer zo ver. Echo’s (beide dames wegen rond de 1300 gram! Iedereen happy! Ze zitten op het niveau van een goede eenling, beiden), gesprekken, bloedname en … een afspraak met de bevalcoach.

Ik heb erg getwijfeld om een doula mee te nemen naar de bevalling. Via via had ik een doula ontmoet die niet alleen om de hoek woont maar OOK nog Vlaams is. Ik vond haar traject van enkele afspraken hier thuis (met de Man) voor de bevalling, en ook na de bevalling een kraambedmassage en nagesprek, best goed klinken. De Man heeft het niet met zo veel woorden gezegd, maar vond het een beetje luxe met een prijskaartje van rond de 1000 euro aan. In het ziekenhuis reikten ze me het alternatief aan: hun eigen bevalcoach.

Die ik dus eerst uitgebreid telefonisch gesproken heb. En gisteren was het tijd om bij haar langs te gaan. We bespraken eerst mijn eerdere ervaringen en angsten, en toen nam ze er een kaartenset bij met foto’s van een vrouw in allerlei posities in arbeid en bevallend. Het was een heel goede set, jammer genoeg wel hetero-normatief (de vrouw werd bijgestaan door een man), maar bon. Ik kreeg instant klamme handen en een razend hart van de vrouw op haar rug met benen in de beugels bevallend. We hebben het over wenselijke houdingen gehad, de mogelijkheid om een baarkruk te gebruiken en een soort alternatief gehurkt op bed. Het bed staat daarbij rechtop waardoor je op de achterkant kan leunen met je armen en kan hurken met de rug naar de aanwezigen. Mijn bedenking dat je nogal frontaal met je billen in het zicht zit in die situatie, dat de Man dat niet mag zien en mijn angst voor stoelgang-situaties werden gewoon even nuchter meegenomen in het gesprek (leve de warme washandjes en de Man mag netjes achter mijn hoofdeinde gaan staan, kan ik het zien als hij flauw valt :)).
We besloten de sessie die meer dan twee uur duurde, met het bekijken van een filmpje van een bevalling. De vrouw in het filmpje gaf aanvankelijk aan zich erg oncomfortabel te voelen op haar zij. De tranen stroomden over mijn wangen – wat confronterend om iemand in barensnood te zien. Ze werd geholpen te hurken en baarde toen vrij rustig haar kind, waarbij het hoofdje minutenlang al uitgedreven was, voor ze met de volgende wee (en dus zonder inscheuren) het lijfje baarde. Janken.

Ik was er best van ontdaan. 

Volgende keer gaan we in de verloskamer houdingen oefenen, het bevalplan verder afwerken en de Man moet na zijn werk aansluiten en ook naar de foto’s kijken. De bevalcoach gaat hem uitleggen welke processen er spelen, waardoor verbale communicatie bijvoorbeeld weinig zin heeft in een bepaalde fase.

Ik was erg te spreken over haar nuchtere benadering en het concrete van de voorbereiding. Ze was ook erg eerlijk over de voor- en nadelen van bepaalde keuzes en de mogelijkheid dat ik naar een ander ziekenhuis moet gebracht worden als de verloskamers daar bezet zijn.

Wat een beetje blijft hangen, is het rauwe van het bevallen. Het is best een klus waarbij je tot een bepaald instinctief niveau gaat. Het is zo ‘oer’ en ik realiseerde me weer even dat het met twee baby’s en deze onhandige enorme buik wel erg intens gaat zijn. Wat me anderzijds wel moed geeft, is de mogelijkheid het zo natuurlijk mogelijk te doen. Zo kreeg ik te horen dat ik na de eerste baby een uur tijd heb (als alles goed gaat) om spontaan weer in arbeid te gaan voor de tweede, waarbij ik bv door middel van borstvoeding geven aan de eerste de situatie wat kan stimuleren. Niet noodzakelijk oxytocine-injecties en stress dus. (Ik vrees alleen dat mijn zin een beetje over gaat zijn na de eerste, maar goed.)

Wordt vervolgd. Ik wou stiekem dat we al acht weken verder waren en het zo ver was. Kijk ergens wel uit naar de ervaring maar wil het natuurlijk ook graag achter de rug hebben :).

In beeld (iii)

 

Ad 1. Nacht-eten! De dames groeien nu elk zo’n 200 gram per week. Gevolg? Ik sta weer smachtend bij de koelkast om drie uur ’s nachts. God-zij-dank zijn de periodes van zuurtjes met tomatensap (echt, erg he?) voorbij. Deze sojayoghurt met vers fruit vond ik verantwoord nachtvoedsel. Daarna nog een uur rondgedwaald en bij het krieken van de dag natuurlijk op de bank in slaap gevallen. Grmbl.

Ad 2. Eerste pakjes. Ik had inderdaad al eerste pakjes. En toen ging ik even naar de oude contreien met als agendapunt: bij doekjes en broekjes in Leuven langs voor borstvoedingsbh’s en tutjes. Zo gezegd, zo gedaan. Ik strompelde de stad in en heb me volledig laten gaan (slik). Naast twee mooie bh’s en tutjes, ben ik nu ook tepelzalf rijker, een borstvoedingsjurk, borstcompressen en newbornkleedjes die wat kleiner zijn dan de pakjes die ik eerder kocht. Alles eco natuurlijk. In Femma-magazine besteden ze terecht aandacht een schone kleding (ecologisch, maar ook zonder uitbuiting vervaardigd). Dat vond ik een confronterende en erg terechte reeks. En toch blijf ik het best moeilijk vinden om 80 euro neer te tellen voor een jurkje dat ik ongeveer een jaar ga gebruiken, en een behoorlijk bedrag per baby-pakje dat waarschijnlijk slechts enkele weken meegaat. Hoe gaan jullie daarmee om?

Ad 3. Home sweet home. De eerste ochtend terug thuis, fietste ik naar mijn favo koffiebarretje op een marktje en dronk deze cortado in de zon. Twee dames jubelden me van aan een tafeltje ‘mooi! mooi!’ toe, en een meneer kwam vragen of het voor morgen of overmorgen was. ‘Nog acht weken,’ zei ik. Altijd leuk, zo’n verrassingseffectje.

Ad 4. Het plan voor de Man. Ik werkt een middagje aan een beval-info-schema voor de Man. Er staan zinnetjes in die hij kan zeggen (‘je doet het goed’) en het besluit met de vraag voor koffie te zorgen. Misschien publiceer ik het hier wel eens voor andere vrouwen die een IT-er mee naar de bevalling moeten nemen ;).

Ad 5. Lezen! Boeiende literatuur. Moet wel soms lachen met al die boeken die je kan vinden van vrouwen die de ervaring van hun eerste zwangerschap en bevalling uitgebreid beschrijven en duiden, als een soort specialisten voor andere vrouwen. Bij kind 2, kind 3 of kind 3 en 4 wordt het toch allemaal wat aardser 🙂 en gaat het gewoon een beetje mee met de flow. Toch?

 

Zieltjes

In één van de zwangerschapsboeken las ik over zieltjes. Dat je kan voelen wanneer de ziel in je kindje(s) komt. Dat de zieltjes ons uitkiezen als ouders. Dat we iets te leren hebben in dit leven samen. Dat we in verschillende levens met dezelfde zielen in aanraking komen en zo een karmisch iets voltrekken.

Ik vind dat mooie gedachten. Een vriendin van mij vertelde me ooit dat ze een karmische rekening heeft verhoffen met haar inmiddels overleden echtgenoot. Ze is ook heel rustig onder zijn dood. Ze mist hem, maar ‘het is volbracht’.

Ik kijk zelf graag naar het leven met een perspectief dat bv de sterke aantrekkingskracht die je voelt ten opzichte van iemand aan de orde is omdat je met die persoon een ontwikkeling kan doormaken. Misschien is het maar een mentaal construct om vervelende ervaringen retrospectief zin te geven :). Maar bv de ex en ik hadden een enorm intense relatie, heel destructief. Daartegenover is het leven met de Man een rustig kabbelend beekje, maar ik had die destructieve relatie wel nodig om dit te appreciëren en te komen tot een staat van rust, liefde en waardering voor wat er nu is. Daarnaast ga ik nu ook toxische mensen uit de weg, de mensen die vaak erg aantrekkelijk zijn, erg sprankelend, maar waar iets niet aan klopt. O, wat kon ik daar een enorme bewondering voor hebben. Dat is intussen sterk geluwd. Lesson learned. 

Anyway.
Zieltjes dus. En het recyclen van zieltjes.

Van zodra ik wist dat ik twee baby’s krijg, heb ik heel sterk het gevoel dat baby twee mijn eerder verloren kindje is, dat terug gekomen is. Omdat het nu wel tijd is. Omdat ze graag bij ons wil zijn. Omdat als ze toen gekomen was, ze nooit haar zusje zou hebben gehad die nu mee in de buik zit (want als ik haar had gekregen toen, was ik natuurlijk enkele maanden later niet opnieuw zwanger geworden).

Het is iets heel irrationeels (de Man benadert het met een mix van irritatie en begrip) en misschien een gek mentaal construct mijnerzijds om de miskraam zin te geven, om te geloven dat het kindje niet verloren is gegaan maar gewoon is terug gekomen en haar zus heeft meegebracht.

Waarom ik zo sterk voel dat het kindje twee is (de nummering komt van de dokters, die het kind dat tweedes geboren zal worden als het natuurlijk gaat kind 2 of b noemen), weet ik niet. Dat is gewoon zo ontstaan in mijn hoofd. En dat heeft gemaakt dat ik gepleit heb bij de Man voor het geven van de naam van het verloren kindje aan dit kindje. Toen hij de naam voor baby A kwam aandragen, was er geen moment discussie. Het was meteen raak, prima. Maar de naam voor baby B klopte maar niet, hoe hard ik ook probeerde met die naam aan haar te denken. Het was best een mooie naam, maar het was niet haar naam. Hij (de Man) is overstag gegaan, en ze krijgt de naam die we hadden voor het kindje-van-toen-dat-teruggekomen-is. Het rare is ook dat ik het gevoel heb dat ik kindje B al een beetje ken, en dat kindje A ‘nieuw’ is. Ik heb ook het gevoel dat ze erg van elkaar verschillen. Dat kindje A een krachtig en autonoom kind is, en meer ‘van de Man’, en dat kindje B wat gevoeliger is en in de wereld zal staan.

Hoewel van die gevoeligheid vannacht weinig te merken was. Om vier uur uit bed gestrompeld, omdat de dames zo aan het pingpongen waren in mijn buik dat de matras ervan schudde. Geeuw.

 

 

In beeld

 

Ad 1. De  buik. Hij is immens. Nog ongeveer 11 weken te gaan – imagine. Soms gaat het prima. Soms voel ik me zo bedolven onder mijn eigen gewicht dat ik erg bang word – want de baby’s moeten nog drie en liefst vier keer gaan wegen wat ze vandaag wegen. In welke richting ga ik nog groeien? Mensen wijzen op straat. Kinderen zeggen luidop tegen hun moeder dat ik een dikke mevrouw ben. Een oud vrouwtje sprak me aan. ‘Twee?’, zei ze. ‘Dat is alles waard.’

Ad 2. Uren in een ziekenhuiskamertje. Er is al wat paniek geweest. Een keer een erg hoge bloeddruk. Een keer een soort weeënactiviteit – pijnlijk en veel te vroeg. Na negen uur in het ziekenhuis was de aanname dat ik nierkolieken had. Door de druk van de baby’s kan het afval niet goed weg, mijn linkernier bleek vergroot. De pijn was stevig, maar ik heb toch maar bedankt voor de portie morfine die me aangeboden werd. In een eerder stadium – toen nog niet duidelijk was dat het geen dreigende vroeggeboorte werd – werd er gesproken over welk ‘beleid’ we moesten voeren. Met andere woorden: we moesten kiezen tussen ervoor gaan en dan erg gehandicapte kindjes die maanden in de couveuse moesten (als ze het zouden overleven), en ze krijgen, wetende dat er enkel voor hun ‘comfort’ gezorgd zou worden. O my god. Wat een onmenselijke keuze om te maken. Mijn hart is bij alle moeders die voor deze verscheurende keuze staan of gestaan hebben.

Ad 3. In bed. Leve bob, het kussen dat tussen mijn knieën en enkels ligt. Dat desbetreffende moment lag ik te luisteren naar de jongens die in de tuin aan het spelen waren, dankbaar om de mij gegunde rust.

Ad 4. Het is absurd, maar er is iets hormonaals dat ervoor zorgt dat je dingen wil kopen. Voor de derde keer sta ik in mijn handen met hydrofielluiers/tetradoeken. Ik weet dat ik er veel nodig heb maar ik ben totaal vergeten waarvoor je ze ook alweer gebruikt.

Ad 5. Mijn eerste dag in ziekteverlof. Met de fiets op weg om mijn benen te laten meten voor de charmante steunkousen. Op de terugweg woeste honger, en beseffen dat ik gewoon tijd had voor taart op een doodgewone maandagochtend terwijl de hele wereld gewoon draait en draait en draait. Ik zat de Linda te lezen trouwens. Die ook in elke wachtkamer in Nederland lijkt te liggen. Ik ga de Linda nog missen als de baby’s er zijn.

‘Mag de buik er al af?’

Zwanger zijn in Nederland is een aanrader. Je moet nooit op de weegschaal tijdens de controles. Ook wordt er niet standaard getest op diabetes (denk ik, niemand is er tot dusver over begonnen), CMV en toxoplasmose.

We moesten weer in het ziekenhuis zijn en de jongens waren vrij, dus brachten we ze naar de kinderopvang in het ziekenhuis. Dat zo een service bestaat waardoor je als ouders even rustig naar je doktersafspraak kan gaan, zonder zeurende kinderen, is echt heerlijk. (De controle ging vrij goed, alleen was het hoofdje van baby 1 een beetje smaller dan verwacht – meteen vielen er woorden als infectie en syndromaal. We zien het wel. De Man heeft een vrij smal hoofd en is groot maar tenger gebouwd, dus mogelijk lijkt ze gewoon op hem.)

Toen we parkeerden, legde ik aan de oudste uit wat een mortuarium is. (Een plek waar ze dode mensen bewaren tot die begraven worden.) Bij het uitstappen vroeg de jongste ‘of ik dan gauw dood ga?’. Ik blijf het fascinerend vinden hoe dat hoofdje werkt.

Onderweg naar de kinderopvang vroeg de oudste of ze mijn buik open snijden als de baby’s er niet uitkomen. Hij was relatief verbaasd dat het antwoord positief was. Of ze me dan ook wel terug dicht plakten?

En toen we de jongens weer ophaalden, vroeg de jongste meteen of mijn buik er nu al af mocht. Nee, lieverd, nog ongeveer 12 weken.

De dagen gaan een beetje op en down, maar niet meer heel diep down. Het bezoek aan de bedrijfsarts was niet leuk. Fijn dat ik mag thuisblijven, maar allerliefst zou ik natuurlijk fit en monter werk en zwanger zijn en gezin combineren. Iemand horen zeggen dat ik ongeschikt ben voor het doen van arbeid, is gewoon raar.

Ik voel me soms alleen, zeker als de Man in het weekend twee dagen weg is voor zijn hobby’s. Of na het avondeten nog naar het lopen of de sportschool trekt. Ik ben meestal erg moe, dus kan ik mezelf dan enkel nog brengen tot het kijken van Midsomer Murders in bed (is niet spannend – ik kan niet tegen spannend deze dagen), waarbij ik steevast in slaap val. Om dan ergens midden in de nacht klaarwakker te zijn en beneden twee bananen en een kop amandelmelk te gaan verorberen. O, pregnant days. Tegelijk bouw ik wel wat contacten op omdat ik nu meer tijd heb. Daar schreef ik al over.

Eén van de mooiste dingen die ik recent in bed gekeken heb (en geloof me, ik lig toch ongeveer 16 uur van de 24 in bed, dus ik heb één en ander gezien) is ‘De roze dolk‘. Een leuk Amsterdams koppel wil een kind. Of toch niet? Ze nemen je mee in de hele roetsjbaan, tot en met de geboorte van hun zoontje. Het is goudeerlijke televisie, want zelfs hun ruzies op de parking van de IKEA komen pontificaal in beeld, maar voor mij ZO herkenbaar. De hele eindscène van de reeks (daarvoor moet je alle afleveringen gezien hebben natuurlijk) was janken. Maar dat zijn dan vast de hormonen. Alleszins, een aanrader. Het is toch een gebeuren met veel impact, zo’n zwangerschap. Op een ander kan ik daar altijd iets meer gezag voor hebben :).