Bob heeft een kater

Shit, denk ik. Ik ben echt te moe om uit eten te gaan.
De Man en ik hebben een volwassen-mensen-date met elkaar. Maar de dag met twee ondernemende éénjarigen eist zijn tol. ’s Middags zitten we in de zandbak en eet de grootste een schep zand. We gaan wandelen en ze vallen prompt in slaap, waardoor ze hun dutje later missen (en ik dus ook de tijd om te eten en even te gaan zitten). We stoppen even op het terras van Stach voor een cappuccino en een croissant die ik netjes onder ons drie verdeel, en voor ik het weet heeft de grootste de croissant van haar zus gepikt en opgesmikkeld. En dan iets met brullen en wespen, fietstochten met lege maag, tomatensoep maken met twee poppies aan mijn rok zwiepend. Zo een dag.

We gaan toch. Als bij het voorgerecht – beter werd het niet meer: een crème brûlée van geitenkwark – glijdt de vermoeidheid van me af. Het is en blijft luxe, zulke etentjes. Maar het is een heel mooie tegenhanger tegen de maaltijden met kinderen, waarbij er altijd twee stroop in hun haar smeren, hun drinkbeker grijnzend op de grond uitgieten of er genoeg van hebben en met hun eten beginnen gooien.

Ik voel me tijdens zo een etentje plots weer een volwassen mens, met een toegang tot allerlei dimensies. Toegang tot een echt gesprek, zintuiglijk genot, ontspanning. Helaas is deze vermoeide moeder zelfs niet tegen een bob-arrangement opgewassen. ’s Avonds thuis zit ik te giechelen in de badkamer, maar de ochtend is brak en zwaar en ik vind mijn focus niet en hoewel de wijnen van topkwaliteit waren, heb ik het idee dat mijn lijf vol log gif zit, en dat dat niet leuk samenwerkt met de spierpijn die ik aan de yoga heb overgehouden.

Anyway. Ik zit aan mijn bureau. Drink koffie. Doe een poging om mijn morning pages te schrijven. Maar in mijn hoofd dwarrelt alles, en ik besluit toch maar even om een soort van mindmap te maken van wat ik moet doen.

Ik moet YNAB bijwerken.
Mails beantwoorden.
Twee verjaardagscadeautjes kopen.
Avondeten voorzien.
De oppas instrueren.
Een boek terugbrengen naar de bib.
De verjaardag van de kleine zoon voorbereiden.
Bloggen.
De grote zoon ophalen op zijn kampje.
Reageren op een vraag van iemand.
Drie mensen bellen.
Twee voorstellen schrijven.
Een communicatiestrategie verzinnen.
Twee besluiten nemen.
De tandarts bellen.
Twee machines was doen.
Naar de yoga.
Lunchen.
Boodschappen doen.
En dan nog tien dingen.

Hier ben ik slecht in. Zeker als mijn hoofd dwarrelt van een te volwassen avond. Al die balletjes in de lucht. Dat voortdurende door elkaar lopen van alles. Ik staar maar naar mijn mindmap, en heb geen flauw idee waar te beginnen vandaag. En dan grinnik ik. Wat sneu, dat ik zelfs van een bob-arrangement een kater krijg (*).

(*) Uiteraard heb ik niet gereden. We aten op wandelafstand. Ik nam een bob-arrangement omdat ik wel wat maar niet veel wou drinken.

Advertenties

Overbodige luxe

O, het is luxe. Naast mij springen de kinderen in het zwembad. De kleintjes slapen. Ik heb al twee boeken gelezen – en nu zijn mijn boeken op en in dit deel van Europa is de zoektocht naar Engelstalige literatuur een hele opgave. Er moet zo weinig. Eten, de was, de afwas, de kinderen wassen, mezelf wassen. Een uitstapje, gisteren gingen we naar een concentratiekamp en vond ik geen woorden om de jongens uit te leggen wat mensen elkaar kunnen aandoen, en waarom. Het schudt alleszins mijn moederschap wakker. Door kinderen te hebben van verschillende leeftijden vergeet ik wel eens wat ik mijn grotere kinderen wil leren en meegeven, want de zorg voor de kleintjes is nog steeds alomvattend. Maar gisteren reed ik met de jongens de heuvels op en af. In de verte zagen we het kamp liggen. Ik kon de oude, zware energie voelen. De jongens liepen met me mee, gingen donkere cellen in en stonden met hun ogen te knipperen bij bedden in kamers die dienden voor zestig mensen.

Vakantie is luxe, en ik ben dankbaar. Maar ik realiseer me weer dat ik niet graag reis (ok, soms is vakantie ook wel lekker). De voorbije jaren dacht ik dat het aan het alleenstaand ouderen lag, dat reizen nog vermoeiender was dan het normale leven thuis. Maar nu ik gepakt heb voor zes, twee dagen auto heb gehad met zes waaronder twee 1-jarigen, mijn weg zoek in vreemde supermarkten en rijd over vreemde wegen, nu weet ik het weer. Ik reis niet zo graag. Ik ben zo ontzettend moe en kijk nu al op tegen de terugreis, het terug in onze plooi vallen thuis.

Tijdens de vakantie valt er slecht nieuws op mijn dak. Een ex-collega had me een klus doorgespeeld die me op het lijf geschreven was, maar de betreffende organisatie had al een andere adviseur onder de arm genomen. Al mijn plannen lijken zo overbodig, zo kwetsbaar, zo stom. Ik ben het moe ‘arm’ te zijn. Geld genoeg in ons huishouden, maar het staat niet op mijn rekening. Ik YNAB me te pletter, om het weinige geld dat er binnen komt bij mij te verdelen over de uitgaven die er zijn voor de kinderen en mezelf. Uiteraard kan ik altijd aankloppen bij de Man en helaas heb ik dat al gedaan tot een bedrag met vijf nullen – zucht. Hij geeft er niet om, ik wel. Het voelt kwetsbaar om afhankelijk te zijn. Maar ook: ik weet dat ik wat kan als adviseur, ik wil eindelijk ook eens wat gaan verdienen met mijn kwaliteiten. Geld is niet zo belangrijk, maar het is alsof ik al jaren de eindjes aan elkaar zit te knopen en niets opbouw, en ik ben op een leeftijd gekomen dat ik graag iets wil opbouwen. En ook: ik weet wat ik kan en wil, maar ik weet niet hoe ik de brug moet slaan tot de vragen die er waarschijnlijk zijn en waarmee ik aan de slag kan. Het is een zoektocht, een puzzel. En zo ver van huis, ver van mijn kleine kantoortje, voelt alles zo absurd en raar aan.

Ik heb nog wat werk bij. Op de zesde vakantiedag zet ik mijn geluidswerende koptelefoon op, neem ik mijn computer, ga ik wat doen. Ik denk aan mijn kantoortje, dat ik voor vertrek zorgvuldig gestofzuigd heb en netjes opgeruimd. Ik tel de dagen voor ik weer daar kan zijn. Alleen, bij mezelf. En tot die tijd, tot die tijd. Hier, nu en morning pages.

Centrifugaal

Elk dag schrijf ik in mijn morning pages: ‘er gebeurt zo veel’. Er gebeurt de hele tijd zo veel en ik heb een talent voor intensiteit, dus ik beleef alles ook zo overrompelend heftig.

Een greep uit het gebeuren:

  • Ik start een eigen zaak. Dat is dolle pret en grote angst en nog duizend andere dingen. Het is twijfelen en zoeken en nu sta ik een beetje met angst en beven op de stap om ook via de blog stapjes te zetten. Ik vind het doodeng want dat is het einde van de anonimiteit en ik weet niet zeker of ik dat allemaal wel wil en kan en ik twijfel aan ongeveer alles en ik ben geen durver en ik weet niet hoe het allemaal gaat uitdraaien.
  • In onze omgeving dragen we mee zorg voor een jong iemand met een heel pittige psychische problematiek. Zonder meer logisch, maar ik merk dat het me zo veel machteloosheid en verdriet geeft om te praten over afscheid en manieren om uit het leven te stappen. Ergens vind ik psychisch lijden en uitzichtloosheid bijna onbegrijpelijk en wil ik de persoon in kwestie door elkaar schudden. WORD WAKKER, JE LEEFT EN DAT IS EEN GESCHENK. En anderzijds weet ik exact hoe donker het kan zijn en weet ik dat geen enkele door-elkaar-schudding dan kan helpen. Het is zo ontzettend naar.
  • De baby’s werden 1 jaar. EEN JAAR. 6000 luiers en 365 slapeloze nachten, schreef ik aan de Man. En still going strong. Nou ja, met alle ups en downs die daarbij horen, bij het moederen en vaderen.
  • Wat ik heftig en heel stom vind, is dat de Man en ik in een soort van concurrentie zijn beland. Er is natuurlijk weinig ruimte en tijd, dus als de één iets gaat doen kan de ander het niet doen. Zo werkt dat. Ik heb een talent voor verongelijktheid blijkbaar en ik weet dat en ik vind het echt suuuuuperstom van mezelf, maar we zitten dus nu heel erg in het ‘jij bent drie keer gaan sporten dus ik ga maandag ook sporten, los het hier maar op!’. Nou ja, ik zit daar erg in. Ik wil hem eigenlijk veel liever dingen gunnen en mezelf ook, en dat vind ik ook veel verstandiger en handiger, maar blijkbaar lukt dat even nog niet zo goed.
  • Ik was erg gefrustreerd over mijn gewicht waar ik maar geen grip op kreeg. Lees: ik zat in een soort van vicieuze achtbaan met eten. Lees: chocola. Ik denk dat de vermoeidheid een soort van hang naar zoetigheid gaf, en ik dus de hele tijd op zoek was (craving is echt een goed woord) naar een nieuwe suikerkick om weer een half uur door te komen. Ik had alles al geprobeerd. Nou ja. Niet echt. Ik had vooral veel voornemens gemaakt en het elke keer verknald. Intussen heb ik me laten hypnotiseren, waarover zeker later meer als ik het effect kan meten, maar de suikerverslaving is weg gehypnotiseerd. Het bij elk moment van emotie/frustratie/verveling naar iets grijpen ook. Ik zit op kantoor en hier staat een doos chocolaatjes en ik heb daar nog geen enkele van genomen, want ik heb geen behoefte meer. Dat is een soort van wonder. Wordt vervolgd. Vooralsnog kan ik zeggen dat ik zes dagen na de eerste sessie een kilo minder woog.

Van alle dingen die aan de hand zijn (bovenstaande bullets zijn slechts een greepje uit het assortiment), geraak ik behoorlijk gecentrifugeerd. Het is alsof ik uit mijn centrum gehaald word en niet meer bij mezelf kan, niets meer kan voelen. Ik herken het gevoel – ik heb het immers jaren gehad en er hier over geschreven. Ik weet dat ik zo snel mogelijk weer in mijn centrum moet komen en ik weet ook wat ik daarvoor nodig heb: tijd alleen vooral. Tijd om dingen te verwerken, een plek te geven. Stilte. Regelmaat. Rust. Methylfenidaat. En schrijven. Die morning pages, en weer regelmatige blogs.

De ultieme relatietest

Voor iedereen die een ultieme relatietest wil, raad ik de volgende mix aan:

  • Een hittegolf
  • Een stacaravan
  • Een zoon van 9, een zoon van 5
  • Twee zieke baby’s (met koorts)
  • Luizen
  • Constipatie (ik ben zo iemand die niet naar toilet kan op een ander)

We hebben het weekend van ons leven gehad. Een jaar met een tweeling was peanuts in vergelijking met het voorbije weekend. De Man wou graag eens proberen kamperen. We boekten online een stacaravan, maar eenmaal daar vond ik het zo ontzettend triest (ik ben nogal gevoelig voor sfeer en de stacaravan stond op een plek waar mensen ook leken te wonen in hun caravan en op zich is het al best een sneu ding). We ontdekten al vrij snel dat we een probleem hadden met het beveiligen van het slaapproces van de baby’s omdat de bedden niet verschuifbaar waren. De grote baby sliep in een bedje dat midden in de stacaravan moest. De kleine sliep bij mij, waardoor ik tegelijkertijd met haar naar bed moest omdat ze makkelijk uit bed kon vallen.

Beide dames hadden koorts. En er was een hittegolf.

Op zaterdagavond deden we er meer dan drie uur over om de baby’s in slaap te krijgen. Daarna begon een onrustige nacht waarin de mini elk half uur wakker werd.

De jongens hebben luizen en ik vast ook – imaginair of echt – maakt dat uit?

Midden in de vreselijke nacht hoorde ik een bonk. Ik ging kijken bij de kleine zoon die glazig naar zijn raam zat te kijken. ‘Er is hier iemand die zegt dat ik dingen moet doen,’ zei hij. Waar dan, vroeg ik. Hij wees langzaam met zijn vinger naar het raam. Ondanks de warmte kreeg ik kippevel all over.

Het leven zoals het is. Er zijn idyllische momenten, maar euhm. Dit was er geen.

De Man en ik hebben maar drie keer ruzie gehad. We konden er vrij snel ook mee lachen, zij het nog wat groen. Toen we weg reden, keken de jongens verlangend naar het meertje waarin ze uren hadden gespeeld en gezwommen. ‘Wanneer komen we terug?’, vroegen ze.

Het echte leven: verwachtingen versus realiteit

Aha, eindelijk was het zover. Ik ging weer werken! Alleen had ik geen baan meer, maar om één of andere reden heb ik altijd allerlei plannen. Ik had ook nog geen plek. En ik moest ook nog even een nieuwe telefoon en een nieuwe computer. Ik had me ingeschreven in een aantal opleidingen en ik had wat opdrachten als freelancer en een Plan om uit te werken, dus daar gingen we dan. De oppas-aan-huis startte na duizendenééninstructies (o luxe, o luxe) en ik… Ik ontdekte dat mijn verwachtingen en de realiteit niet altijd op elkaar afgestemd zijn.

  • Zoals die dag dat ik naar een opleiding ging. De oppas kwam om acht, dus dan zou ik de deur uit stappen, zonder file naar de opleiding rijden en daar mijn morning pages schrijven en e-mails beantwoorden voor de start om 10u. Easy! De realiteit? Om acht uur liep ik met natte en ongekamde haren te stressen, zaten de baby’s nog in hun romper aan de tafel (en niet klaar in de buggy zoals ik gehoopt had), moest ik de auto nog leeg maken van een eerder tripje en had ik nog niets gegeten. Om half negen zat ik met klotsende oksels in de auto, om meteen de file in te rijden en om vijf voor 10 met een knalrood hoofd de locatie binnen te rennen. Oeps.
  • Zeeën van tijd zou ik hebben, want geen echte baan meer en dus geen vergaderingen en alles zelf beslissen enzo. Vergeet het. Drie dagen per week is echt heel weinig, zeker als je in realiteit maar een 6 tot 7 echte werkuren per week over houdt. Resultaat: de eerste woensdag (vrije dag) van mijn werkende leven had ik al knallende ruzie met de Man, uit frustratie omdat ik van de vrijheid had geproefd en merkte dat al mijn ideeën tien jaar zouden vragen om uitgewerkt te geraken, aan een tempo van drie luttele dagen per week.
  • Eindelijk tijd voor alle grootse plannen! Maar de realiteit is dat er ook brood op de plank moet, want ik kan natuurlijk niet wat lanterfanten met leuke dingen en de Man alle rekeningen laten betalen. Het werk dat brood op de plank brengt, vult ongeveer mijn drie dagen per week, dus ik moet echt nog wat krachttoeren uithalen om diep-werk-gewijs ook grootse en andere zaken een plekje te geven.

    Het is dus even een ‘dingetje’. Ik vind het heerlijk om weer meer te zijn dan alleen mama, alleen is het ook raar dat ik niet echt kan benoemen wat ik dan wel ben op dit moment (vooral awkward tijdens een voorstellingsrondje in een kamer vol vreemden). Wordt vervolgd!

Het gonst

Nog enkele dagen en mijn ouderschapsverlof is afgelopen. Er waren weken, maanden zelfs, dat het leek alsof ik nooit nog iets anders wou dan tutten met de kindjes. Maar dat kantelde, en tot mijn grote schaamte merkte ik dat ik steeds vaker onderprikkeld en doodmoe op de Man wachtte, na een dag luiers verschonen, kiekeboe spelen, slaapcoaching (ik gaf het maar een hippe naam), iedereen voeden.

Begrijp me goed. Ik ben dankbaar om mijn gezin. Maar na 10 maanden onafgebroken zorgen, realiseer ik me dat zorgen voor een stel kinderen waaronder een baby-tweeling heel erg ten koste gaat van zorgen voor jezelf. Soms weet ik amper nog wie ik ben, waar mijn hoofd staat, welke maand het is. Mijn lijf is moe, te zwaar, niet meer van mij. (Ik zie ook dat de baby’s extreem op mij gericht zijn. Ik wil dat ze ook vertrouwen ontwikkelen in andere mensen.)

Dus ik tel de dagen af. Nog enkele te gaan. En dan komt onze oppas-aan-huis, drie dagen per week. Het idee was dat ik me dan in een rotvaart door de files naar kantoor zou begeven om daar in drie dagen te doen wat ik normaal in vier dagen moest doen (want de meeste bedrijven vinden het wel ok dat je in uren mindert, maar zijn minder happig op het schrappen van taken). Anyway. Ik ga niet terug, ik begin iets nieuws. Wat leuk was toen het nog abstract was, maar nu voelt het kwetsbaar. Soms belachelijk. Onwennig.

Op Koningsdag wandelde ik voorbij een pandje dat te huur stond. Het trof me. De gedachte een eigen plek te hebben waar mijn spulletjes kunnen blijven, in plaats van als een werkende nomade van koffiebar tot flexwerkplek of coworkingspace te zwerven. Het pandje was klein en extreem duur (de huur voor één kamer was meer dan de helft van wat ik vroeger voor één huis betaalde met garage en tuin :)). Ik googelde, en kwam via anti-kraak (te vervallen) bij tijdelijke ruimtes terecht. Als ik het goed begrijp: ruimtes in panden die herbestemd zullen worden in de toekomst. Straks één bezichtigen. Spannend.

Verder heb ik nood aan een soort reset, een nieuwe start. Ik bestelde een detox-kuur (ik vind het zelf ook grappig – ik weet de voor – en nadelen, maar ik deed het vooral om dat intense gevoel dat je kan hebben nadat je ziek bent geweest en een aantal dagen geen troep hebt gegeten en dat al je zintuigen dan op scherp staan en je hoofd ook!). Ik pretox met soepjes en slaatjes en dat voelt fijn.

Ik realiseer me dat ik enkel nog op woensdag alleen met de kinderen zal zijn, wat tot nu toe vier dagen per week vaste prik was vier dagen per week. Op vrijdag is de Man ook thuis. Op termijn gaan de meisjes (ik wil dat ze met andere kindjes leren spelen) ook naar een peuterspeelzaal. Dan verandert er weer iets, in mijn hoofd zijn ze dan op woensdag- en vrijdagochtend weg, waardoor ik vier uur per week alleen thuis kan zijn. (Ik sprak er met een vriendin over, die vertelde dat een oppas aan huis schitterend is, maar dat je het heerlijke alleen-thuis kunnen zijn verliest. Ik kan me daar veel bij voorstellen.)

Dus. We sluiten een periode af. Dat voelt raar. Maar alles gonst van de nieuwigheid en zonder strak omlijnd plan ben ik heel benieuwd wat er gaat gebeuren als ik me laat meevoeren met de stroom.

Een update: kindjes, uitjes

Even een ‘update’:

  • De jongens doen het prima. Het zijn gewoon wel echte jongens, dus vaak best druk en energiek, maar beiden doen het eigenlijk gewoon goed. Het is wat puzzelen om een leuk aanbod te hebben voor hen omdat de meisjes twee keer per dag moeten slapen en voor de rest allemaal hapjes en papjes moeten. Frustreert me soms. (En ja, één van ons kan apart met de jongens iets gaan doen, maar een tweeling is sowieso altijd veel werk.)
  • De meisjes gaan door een moeilijke periode. Zei ik meisjes? Ik bedoel de kleine bad-ass (dus de kleinste tweelingdochter). Ik hoop van harte dat het een ‘sprongetje’ is, maar ze wil al weken niet meer alleen slapen, niet meer in haar eigen bed, niet meer in de namiddag slapen, … Aaarghl. De zus is meer type modelkind die gewoon lekker eet en slaapt en doet wat ze moet doen, maar ze wordt natuurlijk ook van haar stuk gebracht door het kleine heksje. Anyway. Duizend scenario’s, maar de laatste tijd vaak: grote zus slaapt bij papa in bed en kleine zus bij mij, waarbij ze gedurende de nacht allerlei capriolen uithaalt. Soms ben ik de moed een beetje kwijt. Het is van het begin van mijn zwangerschap geleden dat de Man en ik nog eens samen in één bed geslapen hebben, en ik begin ook wel soms te verlangen naar een soort normale orde van zaken. De grote mensen bij de grote mensen en de kinderen bij de kinderen, zoiets. Terwijl ik in feite ook ontzettend overtuigd ben dat aparte kamers waar kinderen heel de nacht alleen slapen ook niet heel natuurlijk zijn.
  • Mijn wekelijkse uitjes lijden onder het gedrag van het kleine heksje, maar intussen liep ik weg uit Lazzaro Felice. Ik vond het korrelige beeld storend, de film chaotisch en het thema zo zielig. Daarnaast ging ik naar een toneelvoorstelling waar ik ook uit weg liep. Een toneelmaker had samen met een groep pubers een voorstelling gemaakt. Maar het was druk en chaotisch en ik begreep de pubers niet goed en ik bedacht dat het vooral leuk was als je de moeder van zo’n puber bent, maar niet als toevallige toeschouwer. Ten slotte ging ik naar een massagesalonnetje, op een dag dat ik het huis had verlaten met mijn ziel onder mijn arm omdat ik zo moe was dat ik geen geluiden meer kon verdragen. Niet echt een uitje dus, maar wel iets dat ik alleen deed. Ik was zo eindeloos moe dat ik nog liever had betaald om daar een uur ongestoord te slapen, dus niet echt iets om over naar huis te schrijven.

Over een ontembaar kind en mijn spirituele bereik

Ik heb een soort van ‘spiritueel bereik’. Er zijn dagen dat ik het gevoel heb dat alles is zoals het moet zijn, dat allerlei dingen op mijn pad komen, dat ik vertrouwen heb in de kant die het allemaal uitgaat. En er zijn dagen dat het donker is en dat ik boos en verongelijkt ben.

In mijn morning pages maakte ik een lijn, een boog. Ik tekende twee poppetjes bij de uitersten. De ene groot en blij, armen in de lucht. De andere met hangende schouders. Beiden ik.

De boog bestond uit woorden.
opendankbaarzachtconnectedonrustigboosjaloersverongelijkt

(Ik vergeet nog heel veel woorden, het is een beginnetje.)

De laatste dagen zijn er veel ervaringen waardoor ik me aan de linkerkant bevind. Een bijzondere ontmoeting met iemand waarmee de golflengte klopte. Een contact met een manager van mijn organisatie die hetzelfde meemaakt als ik, alleen was hij niet bevallen maar had hij een hartaanval (seriously). Een lange autorit alleen. Een gesprek dat borrelt van de ideeën. Even terug in Leuven zijn. Op bezoek zijn bij de mooiste mensen die ik ken en daar chocomousse voorgeschoteld krijgen. Langslopen bij een vriendin hier in de buurt en zelfs in de korte beschikbare tijd een geniaal gesprek voeren. Denken aan de dochters – intens ouderschap op dit moment want ze sukkelen met ziekte en steken elkaar heel de tijd weer aan. En me realiseren dat ik een ONTEMBAAR KIND heb gebaard (kleine zus). En een lieve koala (grote zus). Hoe heftig het ook is (de Man was ongeveer gesloopt na mijn tripje naar België, het ontembare kind had hem onvermoeid bezig gehouden – hij had zelfs voorgelezen en dat vond ik heel schattig), het blijft zo een wonder.

Veilig aan de linkerkant, voelt het even alsof alles goed is, niets zomaar gebeurt en alles goed zal komen. Ik denk dat ik hier maar even blijf.

Sponzen en hun moeder

Baby’s zijn sponsjes.
De toestand met mijn werk gaat maar niet over. Ik heb zelf een keuze gemaakt (waarover later meer), maar er is veel spanning. Ik ben nerveus en heb gewoon niet zo’n lange adem. Het sleept al maanden aan, en ik wil graag dat het klaar is en dat ik verder kan.

Allemaal niet zo gek.
Maar ik ben een moeder en ik heb twee baby’s.
Baby’s die als sponsjes de spanning opzuigen en niet meer slapen. Krijsen, brullen, elkaar aansteken in de onrust.

Het thema van de boekenweek is moederschap. Ik lees her en der dingen over moeders. Ik ben naar een opstellingsavond geweest en daar was een vrouw die zich niet gezien voelde door haar moeder. Ik heb zelf het idee dat mijn moeder met haar ontwikkeling mijn puberteit heeft gekaapt (*) (alternatief was dat ze gefrustreerd was gebleven en dat op mij had geprojecteerd). Ik lees een tijdschrift dat in GROTE LETTERS zegt dat DE BAND TUSSEN MOEDER EN DOCHTER DE MEEST FUNDAMENTELE IS VOOR DE VROUW. Of zoiets. Ik denk aan mijn eigen moeder, ik denk aan mijn dochters.

Ik denk aan de vrouw uit de opstelling tegen wie ik wou zeggen dat moeders ook maar mensen zijn. Mensen die niet uitgeslapen zijn, een slechte dag kunnen hebben, vast kunnen lopen in hun baan, hun relatie, hun psyche, hun leven. Ik begrijp dat het kind wil dat de moeder alles voor hem of haar is dat hij of zij nodig heeft, dat je wil dat je moeder er altijd is en altijd de juiste dingen doet en wijs is en gul en mooi en een voorbeeld en een rolmodel. Ik ben zelf zo een kind, maar ik ben ook een moeder en ik struikel soms over het leven, zeker in tijden dat er 24/7 zorg van mij verwacht wordt voor wezentjes die niets kunnen, behalve hun met zorg bereid papje in mijn gezicht blazen, huilen bij ongemak, door de kamer sluipen, tatataa roepen en dadadaaa en puh.

Nooit lees ik iets over vaders. Altijd over moeders. Moeders. Moeders. Ik word er nerveus van, want ik ben een moeder. Een moeder zonder vlekkeloos parcours. Een moeder die het soms spuugzat is en met de noorderzon wil vertrekken naar een hutje op de hei waar enkel boeken en koffie zijn en hertjes. Een moeder die dol op ze is, maar soms gewoon emotioneel niet beschikbaar (soms? vaak misschien zelfs) omdat het haar de keel uithangt dat het oud papier al weken klaar staat en ze het huis niet uit kan om het weg te brengen. Of dat ze niet kan sporten omdat ze overdag niet weg kan en ’s avonds bij elkaar te vegen is. Of dat ze niet kan slapen, omdat de kleine baby het grootste deel van het bed nodig heeft en aan haar haar trekt ’s nachts. Of omdat het gedoe met het werk maar niet opschiet en ze even niet meer weet hoe het allemaal verder moet. Of omdat ze kwaad is op de vader, soms.

Ik vind het ouderschap een geschenk, echt, maar het is zo omvattend. Het is zo omvattend, en ik ben maar een mens. Een moeder, ja, maar een mens. Misschien staan mijn kinderen binnen dertig jaar wel in een opstelling te vertellen tegen een vreemde dat hun moeder niet beschikbaar was, of onvoorspelbaar, of humeurig, of verveeld (**).

(*) Ik realiseer me vaak – later misschien iets om meer over te schrijven – dat mijn moeder zich geëmancipeerd heeft en dat ik dit proces van op de eerste rij heb meegemaakt. Het begon met een hobby uitoefenen. Eisen dat ze met haar voornaam aangesproken werd. Weer beginnen werken na een lange tijd thuis.
Ik zou om het even welke vrouw LOEIHARD aanmoedigen bij dit proces, maar ik neem het haar onbewust kwalijk, omdat er spanningen waren en ze er niet was en ze er steeds minder was en ik steeds meer op mij nam thuis. Parentificatie heet dat, en het heeft zo veel kreukels in mijn leven gebracht.
De tegenstelling (principes versus gevoel) verwart me.

(**) Ik probeer nu werk te doen (zoals TAW, opstellingen, …) zodat ik mijn kinderen minder gedoe laat erven.

P.s. Ik hoorde deze docu en het raakte me loeihard. Daarbij leerde ik dus dat er zoiets is als een huisvrouwensyndroom en dat je daar in het slechtste geval dood van kan gaan.

P.s. 2. Soms lijkt het alsof ik omring ben door parasieten die lak hebben aan het feit dat ik ook iemand ben die ook dingen nodig heeft. Zoals slaap. Zie ook dit stukje, over je een vreemde voelen in je eigen leven.

It takes a village to… (Met twin-tip)

Ik dacht dat ik het onder de knie had, twin-parenting. Niet dat het altijd leuk is, of handig. Vooral logistiek een enorme onderneming eerlijkgezegd. Elke keer dat je de deur uit moet, is er die organisatie (luiers, jasjes, buggy, spullen mee, …). Daar ben ik best handig in geworden. Zo staat er bijvoorbeeld een vaste luiertas klaar die telkens aangevuld wordt, en ligt/staat alles op vaste plaatsen zodat er geen tijd verloren gaat aan zoeken.

Anyway. Toen werden de baby’s ziek. Twee baby’s met 39 graden koorts. Huilerig & hangerig. Niemand wou slapen, de hele structuur omzeep. Iedereen wou op mijn schoot zitten. Het eten werd een zootje. De medicatie moest ik goed monitoren (geef maar eens per ongeluk dezelfde baby twee keer medicatie). Zucht. De buurvrouw nam het even over om te kunnen douchen en verder schikte ik me in mijn lot en zat ik de hele dag op de bank met de dames op schoot, te kijken naar (ok, ik weet het, ik ben een ramptoerist!) de netflix-serie over Madeleine McCann.

Op zo’n dagen haat ik mijn leven een ietsiepietsie omdat ik allemaal grootse plannen heb waar nooit iets van komt.

En toen nam de dag een fijne wending. De buurvrouwen kwamen koffie drinken. De baby’s gingen van schoot tot schoot. Er was gebak en chocola en verhalen. Daarna schoven we nog door naar een ander huis voor een borrel. De uren vlogen voorbij. Voor ik het wist lagen mijn zielige zieke zieltjes in bed (waar ze natuurlijk een uur later weer huilend uit gevist werden) en was één van de stomste dagen ooit (twee zieke baby’s, echt) nog best gezellig geworden.

It takes a village to raise a child, ja. Maar vooral dit: it takes a village to keep a mother sane.

P.s. In de categorie twin-tips: de Man heeft een slimme speaker geïnstalleerd. Met mijn verleden als single mom vind ik zo’n dingen overbodig, maar wat LEUK om vanuit bed of als je je handen niet vrij hebt, te vragen aan Google of de radio aan kan, of ze de hoofdpunten van het nieuws even kan afspelen, een mop kan vertellen, een raadsel, mijn afspraken voor de dag even kan voorlezen, even wat in mijn agenda kan zetten, of ze 1,5 uur slaapliedjes kan spelen. En als ik haar een complimentje geef, antwoordt ze dat ze me ook leuk vindt. De schat. Bijzonder handig voor elke ouder, maar zeker ook voor de twin-parent die altijd wel een kind in de armen heeft.