Op de valreep… 2018

Het voorbije jaar was er één dat volledig in het teken stond van de geboorte van onze twinnies. Het was een zeer bewogen jaar, door de moeilijke zwangerschap, de geboorte van twee kleine kwetsbare baby’tjes, de zorg voor dit tweetal en onze jongens en daartussenin de pogingen om het als koppel nog wat te redden, en wat mij betreft een stevig gevalletje matrescence. Wat ik heel kort door de bocht kan beschrijven als een intense overgang (mentaal, fysiek en hormonaal maar ook maatschappelijk, sociaal, relationeel) naar het (tweeling)moederschap, waarbij je helemaal verandert maar de wereld om je heen niet, maar waarbij er na een tijd ook een conflict ontstaat in jezelf tussen de delen van jezelf die alleen maar willen zorgen en zogen en koesteren, en de delen die weer wat willen van eigen ontwikkeling.

Even doorheen het jaar lopen aan de hand van een aantal posts.

In januari kondigde ik mijn zwangerschap aan en deelde ik het nieuws dat we niet één maar twee baby’s zouden krijgen.

In februari vertelde ik waarom ik geen prenatale tests liet doen, en gaf ik eerlijk toe hoe loodzwaar de tweelingzwangerschap me viel. Ik herinner me uit die periode ook een aantal negatieve reacties op mijn blog. Heeft me veel verdriet gedaan, ook kan ik me voorstellen dat het leek alsof ik nooit eens tevreden kon zijn met wat ik had/kreeg. Nu weet ik dat ik gewoon ziek was, maar toen wist ik dat niet en mijn lezers ook niet, waardoor het hier even niet zo gezellig was.

In maart kan je iets lezen over de ongezelligheid op deze blog, probeerde ik uit te leggen hoe het is je voort te slepen zonder energie, begon ik mijn zoektocht naar een plek waar het mij beviel om te bevallen, en deelde ik dat we maar liefst twee meisjes zouden krijgen.

In april was ik al even gestopt met werken. Tranen met tuiten, toen ik op mijn verjaardag van de bedrijfsarts terug reed en het duidelijk was dat ik niet kon terugkeren. Maar ik hoopte dat het beter zou worden. Ijdele hoop, weet ik nu. Ik heb me doorheen de rest van de zwangerschap gesleept, met steeds meer wezenloos in bed liggen wachten op het einde ervan.

Een tweelingzwangerschap verloopt met mijlpalen. Je moet het gewoon zo lang mogelijk uithouden, tot je 37w zwanger bent en je beter bevalt omdat de risico’s dan toenemen. In mei bereikte ik de 30 weken, nam ik jullie verder mee in mijn zoektocht naar een goede plek en manier van bevallen, en werd de wereld steeds maar kleiner, en mijn buik groter.

In juni was het wachten, wachten en wachten.

En in juli waren ze er eindelijk. Kijk maar! En het bevallen viel ook reuze mee (deel 1, deel 2 en deel 3).

In augustus had ik handen te kort :). Ook om te bloggen.

In september knalde ik nogal hard van mijn roze wolk, bij momenten. En kwam het hele maatschappelijke gegeven dat je een kind krijgt (of twee) en dan alleen thuis zit me zo absurd over. Hoewel het over het algemeen toch best mooi en leuk was. En ik mat de schade op.

In oktober probeerde ik jullie wat op de hoogte te houden, tussen het intense zorgen door. O.a. van ons zorgenkindje (de kleine baby heeft een regulatiestoornis, intussen doet de osteo en kinderfysio wonderen). Een tweeling is ook echt iets anders dan een eenling. Geen enkel van de theorieën voor één baby werkt, omdat dingen ontzettend snel escaleren doordat ze telepathisch communiceren en er zoiets bestaat als een tweeling escalatie syndroom. Even laten huilen is er bijvoorbeeld niet bij.

In november maakte ik soms nog wat stand van zaken op én wou ik stilaan weer eens wat voor mezelf. Enter: matrescense (zie inleiding).

En in december was het hier stilletjes. Op een borstvoedings-storm na. En ik vertelde ook over the Artist’s Way, een manier om weer bij mijn creativiteit te komen. Met zo veel vallen en opstaan altijd.

Alles samen goed voor een jaar met 343 484 weergaven, 68 485 bezoekers en een kleine 1500 reacties. Wat niet het belangrijkste is, maar wel erg leuk.

2019. Mijn beste wensen voor jullie allemaal. Met heel veel liefs! En keep posted. Zo spannend als het voorbije jaar wordt het nooit meer, maar ik blijf graag schrijven over onze goede tijden en slechte tijden.


 


Advertenties

Uitje #1: Becoming Astrid

Op een dag kwam ik een boek tegen in een rek bij de kinderboekhandel: The Artist’s Way. Het deed een belletje rinkelen, een vriendin had er ooit over gesproken. Ik bladerde het door en werd gegrepen. Een programma om op 12 weken je eigen inspiratie terug te vinden? Ondergedompeld in het moederschap had ik geen idee meer wat het woord ‘eigen’ of ‘inspiratie’ betekende. Ik nam het boek mee, en begon aan het programma. Ik merkte meteen dat ik het mezelf niet met de zweep moest opleggen, maar dat ik spontaan zin had om er aan te werken. Ik merkte ook dat het een pak langer zou duren omdat ik langer dan een week nodig heb om één hoofdstuk door te werken. De basis bestaat uit elke dag drie pagina’s ‘free writing’, de ochtendpagina’s. En daarnaast een wekelijks uitje met jezelf: het kunstenaars’ uitje. Op mijn blog zal ik mijn uitjes delen, voor mezelf om het te ‘bewaren’, voor jullie om jullie wat inspiratie aan te reiken.

Het uitje. Met twee baby’s in huis, had ik er vreselijk naar uit gekeken. Tot de dag daar was dat ik helemaal alleen met een boek naar de sauna zou gaan. De kleine baby huilde de hele dag, ik was gesloopt en ik kon het niet opbrengen de deur uit te gaan.

Weken later probeer ik het opnieuw. Ik ga naar Becoming Astrid kijken, een film over Astrid Lindgren. Ik koop alvast mijn ticket, en beeld me in hoe ik het huis uit ga en door de stad vol lichtjes naar de cinema fiets. En ja hoor, daar gaan we. Daar ga ik! Want ik ga alleen.

Even de trailer: 

Vijf gedachten:

  1. Iets alleen gaan doen is stukken intenser dan het met iemand delen. Ik ervaar zowel de fietstocht als de filmzaal als de film en de muziek en de beelden als ontzettend intens en dichtbij.
  2. De film ontroert me loeihard. Ik had me op een vrolijk Pippi Langkous-verhaal ingesteld, maar het gaat om een meisje uit een boerengezin met een levendigheid die magnifiek is, die vol het leven in gaat met haar talent voor schrijven en dan getekend wordt door het ongepland en ongehuwd zwanger worden. ( Dat is nu nog een item, maar dat was het in Zweden in 1926 zeker.) Wat ze doet, komt loeihard bij me binnen. Namelijk: ze blijft zichzelf trouw (wat haar de moeilijke weg oplevert – ik ken een dappere jonge dame die hetzelfde deed) en ze is pas compleet met haar kind. Ze lijdt als haar kind niet bij haar is, en als ze samen zijn, zie je haar levendigheid en creativiteit terug stromen. Wat mooi om te zien dat het moederschap niet enkel belemmerend is voor het creatief zijn.
  3. Door even weg te zijn en de film te zien, kijk ik met afstand naar mijn leven. Ik zie dat ik vaak een moeder ben die het erg druk heeft en weinig speels is. Ik besluit daaraan te werken, want ‘the time is now’ voor de kinderen. Wat we vandaag doen of niet doen, blijft hen bij. In de film zegt een kinderstemmetje tegen Astrid: ‘jij staat aan de kant van de kinderen’, en dat wil ik ook graag doen. (Het is wel erg complex in een gezin met twee kleine baby’s, realiseer ik me de volgende dag alweer.)
  4.  De Astrid in de film is intens. Ze schreeuwt in het bos, ze danst alsof niemand kijkt, ze valt letterlijk om van verdriet. Vol in het leven. Mooi is dat. 
  5. Het heeft me enorm gevoed om iets voor en met mezelf te gaan doen. Het idee is dat je door de k-uitjes jezelf voedt, vult met beelden. Ik herinnerde me een klasgenoot in het middelbaar die in de week zo vaak naar de film mocht als ze wou. Geen gezeik over huiswerk en alleen naar huis fietsen in het donker. Ik ben nooit zo vrij geweest. Thuis, maar ook niet met mezelf op andere momenten in mijn leven. Ik hoop dat ik het mezelf en mijn kinderen alsnog kan geven.

Het is een film die ik jullie aanraad. Als je ‘m gezien hebt, ben ik heel benieuwd naar jullie mening in de reacties!

Scènes uit een tweelingleven #3. Too many baby’s

Ik krijg een appje van een vriendin. 
Dat ze best jaloers is. Leuk hoor, haar leven. Maar stiekem zou ze met mij willen ruilen.

Ik zit even verbaasd te kijken. Op het moment dat ik haar bericht krijg, zit ik met de kleine baby in mijn armen. De grote baby huilt in de kamer ernaast. Ik voel me machteloos en schuldig. Beide baby’s zijn moe maar willen niet slapen. Ik heb alleen drie pralines gegeten vandaag, en een kop thee en een kop koffie gehad. Het is 14u. Ik moet plassen. Mijn haar is nat van mijn drie-minuten douche, maar drogen kost te veel tijd en maakt te veel lawaai. Mijn huid is droog en trekkerig. Ik heb zo’n honger dat mijn hersenen niet werken.

As we write zit ik in een koffiebar. Ik heb wat oplossingen in elkaar gebokst. Oppas. Het voelt zwaar om weg te gaan, maar ik snak soms naar adem en daarom heb ik de boel de boel gelaten thuis. Ook al weet ik dat de Man dadelijk alleen is tijdens het lastigste uur van de dag met de kinderen. Ook al is weet ik dat het zwaar is voor een oppas als het al zwaar is voor mij, de moeder van de baby’s. Hoe blij we ook zijn dat de kleine baby gewoon ziet, een regulatiestoornis is niet niets. Het betekent dat ze erg gevoelig is voor prikkels, zichzelf niet kan kalmeren, dus altijd hulp nodig heeft om zichzelf te ‘regelen’. Laten huilen is geen optie, want ze wordt volledig hysterisch omdat ze er zelf niet uitkomt. De kinderarts zegt dat ze hier altijd last van zal hebben. Ze zal altijd kwader zijn dan andere kinderen. Intenser. Ze zal ons altijd nodig hebben om haar emoties te reguleren. En één baby met regulatiestoornis (ik vermoed trouwens dat veel huilbaby’s dit hebben), is niet niets. Maar een baby met een regulatiestoornis en een zusje dat ook wil eten, geknuffeld en getroost wil worden. Dat is soms. Uhm. Te veel.

En die vriendin? Hoe gezegend ik ook ben met twee levende baby’s, ik stuur haar terug: ‘Nee, dat wil je niet. Geloof me.’

De borstvoeding – update

Het moment waarop ik schreef dat ik twijfelde aan de borstvoeding, was een soort dieptepunt. De baby’s waren de slechtste versie van zichzelf, ze huilden echt heel veel, ik werd steeds meer moe en moedeloos en ik snakte (en ok, snak) naar equasym, waarmee ik mijn hoofd goed op orde kan houden. Er sloop en sluipt ook enige stress binnen. De tijd vliegt, voor ik het weet ga ik weer werken en met dit hoofd kan dat niet. Ik moet echt weer eerst mijn medicatie hebben of ik red het echt niet. ADD is een gemene afwijking, het is een soort constante strijd met jezelf. Al die goede voornemens, al die keren de mist in, al die chaos die je eigen schuld is, al die goede ideeën waar je moeilijk handen en voeten aan kan geven, al die drukte in je kop. En die moe-heid. Ik ben vaak zo f**** moe.

Ik was zo blij met alle reacties, getuigenissen, mildheid, verhalen. Sommige mensen schreven dat ik het wel wist, maar eerlijk: ik wist het niet. Nu weet ik het nog steeds niet, maar heb ik wel een soort plan van aanpak. 

Eerst heb ik het ziekenhuis gebeld. Zelfs als ik vandaag de borstvoedingsbh over de haag gooi, heb ik geen medicatie. Ik moet eerst getest worden en dan pas kan ik weer voorschriften krijgen. Ik heb nu een aanvraag voor een afspraak gedaan, dus dat wordt een tijdje afwachten. (Voordien ging ik twee keer per jaar naar mijn Belgische dokter die me meteen voor een half jaar van medicatie voorzag, maar ik denk dat ik het dus nu beter gewoon via de officiële weg doe en dus gewoon hier bij een psychiater in behandeling ga.)

Next: ik geef de baby’s groente- en fruithapjes. Heel basic: wat zelfgemaakte appelmoes. Een beetje courgette met aardappel gepureerd. Ze kunnen nu beiden een eetlepel eten in totaal, we bouwen het rustig op. Ik vul dus aan met borstvoeding, maar op termijn vervang ik zo twee borstvoedingsmomenten door vaste voeding. Vervolgens geeft de Man ook elke avond de ene baby een flesje om 19u (en ik de andere twee borsten in plaats van 1) en om 22u-23u doen we het omgekeerd (nee, niet de Man geeft dan borstvoeding, maar de andere baby krijgt een flesje). Doordat de baby die de borst drinkt twee borsten mag drinken in plaats van één, want de andere is normaal voor zus, hebben we een iets langere verzadiging. 

En verder heb ik wat tijd voor mezelf gekocht. Dat kan je hier lezen.

Ik ben blij dat ik nog borstvoeding geef, want ja, het is voor mij ook een relationeel iets. En het is waarschijnlijk de laatste keer. En ik geloof echt dat het goed is voor de meisjes. En voor mezelf. En ik vind het makkelijker dan flesjes maken.
Maar ook: het is zwaar. Ik ervaar de propaganda als oneerlijk, ook gewoon in de info die je krijgt. (Had laatst een oudere uitgave van LLL, waarin ook een stukje over borstvoeding aan tweelingen stond. Alleen maar gezellige hoera-verhalen, niemand liep ooit ergens tegenaan, het ging allemaal lekker vanzelf en alle mama’s uit het boek hadden mensen die hun huishouden overnamen zodat zij reuze gezellig heel de dag hun baby’s konden voeden – hallelujah.) Ik realiseerde me dat niet echt zolang ik zelf een succesverhaal was, maar toen het niet meer vanzelf ging en het erg zwaar werd, viel het me plots op dat dingen als te weinig melk bijna inbeelding worden genoemd in sommige publicaties.

Maar goed. Het plan gaat er dus wel naar toe dat ik geen lang-voeder word. Dat ik op een moment ga stoppen om weer mijn eigen medicatie te nemen. Dat de dagen van de borstvoeding geteld zijn. Alleen gaat het niet van de ene dag op de andere, maar wel gecontroleerd, gestuurd, afgebouwd over een langere periode. En dat met mixed feelings

De geest & de stofnetten

Intriest, vond ik het, dat mijn leven zo is dat ik niet eens elke dag drie bladzijden free writing kan doen ’s ochtends. Nochtans doe ik het meestal wel, enkel in echte crisis-gevallen of bijzondere omstandigheden (een logée in huis bijvoorbeeld waardoor het zo awkward is te zeggen ’s ochtends ‘ja, doei, ik ga een half uur schrijven voor mezelf‘ – terwijl dat net is wat ik wil kunnen!) 

Free writing, dat zijn de ochtendpagina’s van ‘The Artist’s Way’. Een programma om je inspiratie terug te vinden. Je kan cursussen doen in groep, maar ik heb het boek gekocht en probeer me nu even op mezelf de beginselen van The Artist’s Way eigen te maken: elke dag drie bladzijden schrijven. Mijn gedachten laten stromen. De geest laten waaien. Dagen waarop ik na het wandelingetje naar school en het in bed leggen van de droppies ga zitten en schrijven, zijn echt de betere dagen. Ik zink neer in mezelf, voel me wat meer gecentered. De geest waait en de stofnetten zijn weg. 

Een ander item is het kunstenaars uitje. Met jezelf op date! Met veel tralala kondigde ik aan dat ik weg ging. Het plan: de sauna met een boek. Ik keek er zo naar uit. De dag waarop het uitje gepland was, huilde de kleinste baby heel de dag. Ik was totaal op, en durfde niet weg gaan want als ze zich slecht voelt heeft ze me nodig. De dagen daarop was ik enkel maar kwaad op mezelf, dat ik mijn dating partner blijkbaar niet belangrijk genoeg vond om mee uit te nemen. It’s complicated, zo blijkt. Ik ben nog steeds niet uit geweest. Niet naar de sauna. Niet naar een film. Niet eens naar een koffiebar.

Dus vandaag zat ik aan mijn bureau en schreef ik mijn drie bladzijden. Is het mislukt, vroeg ik me af. Ik heb niet elke dag drie bladzijden kunnen schrijven en ik heb mezelf niet mee uit genomen. 
Ik keek terug en zag een hoop frustratie en boosheid. Ruzie met de Man (ik heb me nogal afgereageerd op hem omdat ik mijn uitje niet heb doorgezet, terwijl hij daar eigenlijk niets mee te maken had.) Chagrijn. En actie. Ik voelde een nood om weer te schrijven, om iets te creëren, en al die frustratie kwam voort uit die nood in combinatie met de zorg voor de kinderen, waarbij de tweeling de afgelopen week echt het huis flink op stelten heeft gezet. Ze hebben dagenlang gehuild, tot het punt dat ik de Man heb laten terugkomen van zijn werk omdat ik niet meer voor mezelf kon instaan. Toen hij thuis kwam zat ik met de baby’s mee te huilen. 

Dus. Is het mislukt, omdat ik totaal gefrustreerd geraakt ben?
Maar nee. Ik heb ook actie ondernomen. Ik had deze week vier (!) sollicitaties voor oppassen en heb een co-werkplek gecontacteerd waar ik ga proef-werken en ik heb dus eigenlijk gewoon geregeld dat ik 4 tot 6 uur per week weg ga, terwijl er een oppas bij de popjes blijft, en ik dus ergens ga schrijven, creëren. Het klinkt misschien onnozel, maar het is een aardverschuiving voor mij momenteel. Ik ga iets voor mezelf doen, na meer dan een jaar in een pre- en postnataal nest.

Dus ik schreef vanochtend en ontdekte dat er veel verandert en toen zag ik mezelf schrijven dat ik weer een vulpen wou. Het gevoel overviel me, dat gevoel van vroeger in de Latijnse met mijn Parker met zwarte vullingen, en altijd die inktvlek op mijn middenvinger. Mijn middenvinger die scheef staat van al die jaren studeren en dus heel veel schrijven met een Parker met zwarte inkt. Die Parker waar ik op de unief bladen vol nota’s mee maakte. Die Parker die gaandeweg ergens achter bleef en vervangen werd door een pen met het logo van mijn werk.

Ik vertelde de buurman, onderweg naar de winkel, dat ik een vulpen ging kopen. Alleen dat. Maar hij snapte het, en hij zei: een goed begin voor een schrijver. (Dat was een raar en magisch moment.) Dus ik trok naar de winkel waar ik zag dat er vulpennen zijn van 15 tot 250 euro en vast ook wel meer. En ik kocht weer zo’n Parker met een doosje zwarte vullingen. Het is niet eens een dure pen, maar ooo, wat een genot na al die jaren. Mijn geschrift gaat er meteen drie sprongen mee vooruit. Ik wou dat het al morgenvroeg was, dan kon ik mijn morning pages schrijven. 

Borstvoeding. De maffia in mijn hoofd.

Het is meer dan een jaar geleden dat ik nog eens meer dan twee uur aan een stuk heb geslapen, realiseer ik me.

Ik realiseer me ook dat ik geluk heb met de tweeling en ik ben dol op ze, maar de hormonale bescherming tegen vermoeidheid geraakt ‘op’ en ik weet soms niet meer waar mijn hoofd staat.

Ik ben helemaal pro borstvoeding, maar nu ik er aan denk te stoppen omdat ik uitgeput ben en omdat ik mijn add-medicatie terug wil opstarten om weer wat grip te krijgen op het leven en op mezelf (mijn hoofd is mijn grootste vijand bij momenten, en dat is heel naar), galmen zinnetjes uit het borstvoedingsboek van Stefan Kleintjes door mijn hoofd. Ik vond het trouwens een heel slecht gestructureerd boek met ‘valse’ beloftes. In het hoofdstuk over borstvoeding aan tweelingen staat bijvoorbeeld niets over borstvoeding aan tweelingen, maar wel over prematuurtjes. Anyway. Ik heb een aantal keer een lactatiekundige geraadpleegd, en ook daar heb ik gemengde gevoelens bij, want ze zijn een soort advocaten van de borstvoeding. Dat je nooit eens langer dan twee uur weg kan, en nooit langer dan twee uur kan slapen en dat over een best lange periode (intussen ongeveer 5 maanden) wordt niet echt in rekening gebracht. En ook niet dat borstvoeding een soort alles-of-niets is. Je kan geen dagje vrij nemen.

En eerlijkgezegd ben ik met twee baby’s, na een heel heftige zwangerschap en met een moeilijk te reguleren kindje waardoor mijn dagen allemaal onvoorspelbaar zijn, wel eens toe aan vakantie. (En rara, wie kwam er nadat ik deze zin typte een portie melk halen en weigerde weer in haar eigen bed gelegd te worden? Ze schrijft nu mee.)

Zolang het goed gaat, is heel die borstvoedings-propaganda ondersteunend. Je krijgt er een trots gevoel van, want je doet het toch maar even. Elke druppel telt wordt je toegefluisterd. Blinken van trots. Intussen heb ik al die propaganda geïnternaliseerd en weet ik niet meer of ik ook weer kan stoppen. Stoppen lijkt het egoïsme ten top. 

Ik heb een ongezond eetpatroon, van vermoeidheid. Ik ben zo fucking moe dat ik de hele dag zin heb in eten. Ik heb vanochtend tegen de Man gesnauwd omdat hij de kamer binnen kwam waar ik me heel even verstopt had toen ik iedereen gevoed en gesust en afgeschud had. We hebben al de hele dag ruzie omdat ik zo ‘uit mijn plaat ben gegaan’ om met de mooie uitdrukking van de buurvrouw te spreken. Ik heb vaak geen energie meer om ’s avonds een verhaaltje voor te lezen. Ik ben nooit meer alleen, op een kortstondig toiletbezoekje na. De baby’s bijten op mijn tepels. Ik slaap niet langer dan twee uur per keer en maximum vier uur per nacht, en dit al maanden. Mijn hoofd is een soep en mijn leven (huis, werk, inbox) is een soep geworden door de combinatie tweeling, (op dit moment dus onbehandelde) ADD en slaaptekort. (Zonder ADD-medicatie is mijn zelfbeeld echt verwoest. Ik kan niets meer starten en niets meer afwerken, ik stel echt niets meer voor. Wie was die vrouw die vroeger een 0,9 fte baan combineerde met een goedlopend bijberoep? Soms lijkt het alsof ik alles kwijt ben.) Ik weet niet meer wie ik ben en wat ik wil. Ik ben elke dag bang voor de dag dat ik weer naar kantoor moet en ik heb geen idee hoe ik er dan aan toe zal zijn (zoals het er nu uitziet: een wrak met een relatiecrisis en een huis in puin). Ik lust geen thee meer omdat ik er drie liter per dag van moet drinken. Ik ben vaak duizelig van uitdroging omdat ik geen thee meer lust en omdat ik al dat drinken ook wel beu word. En ik had ‘ik word’ met dt geschreven. Dat zegt genoeg.

Dus. 
Dus ik weet het even niet meer.

De baby’s wel. Die weten elke drie uur perfect wat ze willen. En dan zoom ik uit en denk ik: wat zijn die maanden nu op een mensenleven? En ook: elke druppel telt.