Good stuff

good advice

Een tijdje geleden schreef ik een stukje over dingen die ik geleerd heb sinds mijn partner weg gegaan is en ik als alleenstaande moeder het hoofd boven water probeer te houden én alle balletjes in de lucht. Je kan je niet voorstellen wat voor adviezen ik allemaal heb gekregen (zoals drie jaar niet werken en me laten omscholen om een knelpuntberoep te kunnen doen, terwijl er bij wijze van spreke twee universitaire diploma’s aan de muur hangen thuis). Enkele lezers reageerden met ‘zeg dan eens wat wel helpt‘. Aaaah, een uitdaging! Ik maak een lijstje van vijf dingen* die mij een stapje vooruit helpen. Het zijn geen ‘standaard’ regels, gewoon ‘voorvallen’, maar ze kunnen een stukje van het antwoord bevatten.


1. De kleedjes van V.

Vrijdagavond had ik bedacht dat ik naar de stad moest, om voor Babyzoon nog een paar broekjes te kopen. Het kind had de hele week in een winterbroek buiten moeten spelen, omdat er nergens meer een kort broekje te vinden was. Uiteraard ging het plan teloor in de vrijdagavondchaos. Op zaterdagavond kwam V., met een tas kleding van haar zoontje. Alsof het zo moest zijn. En eerlijk? Ik heb nog nooit zo’n hip kindje gehad. Zo dankbaar, want mogen hergebruiken is ecologisch en economisch een voordeel én ik kon een uitje naar de stad van mijn lijstje schrappen. Het is overigens niet het eerste tasje kleedjes en schoentjes dat bij ons belandt. Dank, ook andere V., E. en anderen :).

2. De fijne energie van H. en co

Krijg eens een groot gezin op bezoek met lieve ouders en een stel puberzonen, meteen sfeer in huis. Zet dan en stevige wandeling op de planning waarbij buggy’s geduwd worden, kinderen op ruggen en in nekken belanden, er altijd iemand is om mee te praten, prachtige foto’s getrokken worden, … En als de lieve papa dan frietjes haalt, terwijl één van de pubers Kleuterzoon en Babybroer mee in bad doet en de lieve mama even plaats neemt aan de strijkplank… Aaargh, dan is het verwendag. Dank, H. en co.

Alles alleen moeten ‘aandrijven’ is ploeteren. Ik had alleen met de drie jongens dezelfde wandeling kunnen maken, maar dan hadden ze allebei gezeurd, had ik een kind op mijn rug moeten dragen en één in de buggy tegelijkertijd (samen goed voor 30 kilo kind) en was de hele sfeer anders geweest. Lees: minder.

3. Babysitsponsoring

K. mailde me met het geweldige voorstel dat zij een aantal uren babysit kon sponsoren, op maandbasis. Zodat ik iets voor mezelf kon doen.

Het is moeilijk zoiets aan te nemen, want het is geld. En ik vind dat ik zelf geld moet verdienen.

Tegelijkertijd is het ook wel heel leuk om geld voor babysit in een envelopje te stoppen, ergens te leggen en dan te gaan nadenken wat ik er mee zou kunnen doen. Het gaf een heel speciaal gevoel om iets te kunnen plannen voor mezelf, alsof ik tijd cadeau kreeg.

Ook D. had een tijdje terug gevraagd of ze me af en toe iets mocht toestoppen. Ook dat vond ik raar om te aanvaarden, maar het is telkens zo’n geschenk om een extraatje te hebben en het dan ook echt te kunnen beschouwen als geld voor iets extra. Ik laat het niet opgaan aan de elektriciteitsrekening of aan de supermarkt. Het is speciaal geld, geld voor iets moois.

De laatste week voel ik me weer dagelijks alsof ik overreden ben door een vrachtwagen. Mijn spieren en gewrichten doen meer pijn dan ik kan verdragen bij momenten. Als ik de osteopaat vraag wat ik zelf kan doen aan de pijn, zegt die: ‘sport’. Of ‘yoga’. En ook een keer: ‘sauna’. Dan zeg ik: ‘kanniet’ (want tijd en geld, of dus: geen tijd en geen geld). Door het babysitgeld heb ik dat excuus opgeborgen. Deze maand ga ik aan yoga doen, één keer per week. En een keer naar de film.

4. Advies van Roos

Roos, lieve, moedige en sterke Roos mailde me op een dag dit:

Vertrouw op je eigen gevoel. Blijf bij jezelf en laat je niks wijsmaken. Dat betekent ook dat je hier kunt stoppen met lezen of anders aan het eind van mijn bericht gauw op delete kunt drukken. Niemand weet uiteindelijk beter wat goed is voor jou en voor je kinderen dan jij. Alle goedbedoelde raad (of bemoeienis, of kritiek) brengt je uiteindelijk waarschijnlijk meer uit balans, dan dat het je helpt. De truc is juist om gelijkmatig te blijven drijven, niet om alsmaar heen en weer te schommelen. En hoe meer je naar anderen luistert en je door dingen buiten jezelf laat leiden, des te meer je het geschommel in stand houdt. Zodra je stil ligt, kun je ook weer zachtjes voort, vanuit dat startpunt.

Ik geloof met heel mijn hart dat je op ieder moment opnieuw kunt beginnen. Precies omdat elk moment nieuw is en al uit zichzelf breekt met het voorgaande. Daar hoef jij niets geforceerd aan te doen, zo zit de wereld in elkaar. Moed is niet genoeg, maar een stap vooruit wel. Je richten op dat wat er moet gebeuren – je kinderen aankleden, een boterham smeren, stapje voor stapje – en daar je kompas van maken.

Misschien kan ik hier een algemene tip uit destilleren. Dan toch! In plaats van gratis tips en advies uit te delen aan mensen in een moeilijke periode of met een probleem, kan je hen aanmoedigen om bij zichzelf te komen en hen bevestigen dat ze het weten en kunnen, dat ze op zichzelf mogen vertrouwen. Ik schommel zelf nog vaak tussen als een kip zonder kop rond rennen en advies vragen aan iedereen, of gaan zitten en bij mezelf komen en ontdekken dat ik het eindelijk wel weet. Wat ik weet, is niet altijd tof. Ik weet te vaak dat ik stappen moet zetten die ik liever niet zou hoeven te zetten. Ik weet bijvoorbeeld ergens dat ik met nog veel dingen moet dealen voor er een nieuwe partner in mijn leven komt en ik weer on track kan geraken, en dat ik daar makkelijk twee jaar voor nodig heb. Dat ik na het vechten met de omstandigheden en het vechten met Dirk, het finale gevecht met mezelf zal moeten aangaan om de dingen die moeten gebeuren te doen. Soms zal het oorlog zijn, soms zal opgeven beter lijken. Maar er is maar één weg. En dat wordt geen leuke.

En aan Roos: ik denk vaak aan je. Met liefs, zorg, en dankbaar.

5. Het leven zelf

Haha, het leven zelf. Ik richt me even tot je, Leven. Wat zijn jouw wegen toch ondoorgrondelijk. Ik heb zo vaak het gevoel dat je me duwtjes geeft, om in beweging te komen.

Net rond de periode dat ik ontdekte dat Dirk een nieuwe liefde had, bracht je even de ondeugdelijke man op mijn pad. Dat leidde af, bracht een beetje in vervoering en leerde me dat ik het nog kan, verlangen. (Maar Leven, ik roep je meteen even op het matje. Vertel eens, waarom mocht dat niet beter aflopen?)

Ik heb al een hele tijd geleden startblokken gebouwd om als zelfstandige in bijberoep te werken, maar plaatsnemen in die startblokken en de eerste stappen zetten, werd op de lange baan geschoven. Tot het Leven plots een eerste opdracht op mijn pad bracht. Een grote. En me een duw gaf. Daar ga ik dan…

En na maandenlang geharrewar, heb ik plots een nieuw contract. O jee…!

Wat lastig is aan die duwtjes, is dat ze elkaar soms wat tegen spreken. Mijn lijf dat voelt alsof er dagelijks olifanten overheen denderen, geeft namelijk signalen af dat al dat werk nu niet zo goed uitkomt. Maar hoe vaak komen de dingen nu zo mooi samen?

Als je een duwtje krijgt, ga je… Toch?


Zoals je ziet: geen sluitend antwoord. Het zijn ‘kleine’ dingen, die een verschil maken. En al die kleine verschilletjes samen, zijn de motor van de veranderingen die ik nu nodig heb. Of voeding voor mijn veerkracht. En ze maken me diep dankbaar, hoe donker het soms ook kan zijn.

* Ik beperk me tot vijf dingen, maar het feit dat ik geld mocht lenen van vrienden ben ik heus niet vergeten. Net zoals het inspringen van de buurvrouw toen het echt niet meer ging. Of de lieve mails. …

Advertenties

1 jaar zonder

image

Hieperdepirk, een jaar zonder Dirk :).

Taart! Hopen dat het zoete het bittere verjaagt. En beloven dat ik binnenkort eens over onze vakantie ga schrijven en hoe het nog gegaan is met de soepactie. En dat ik in het algemeen opnieuw meer werk zal maken van mijn blog.

Actie

Analyseren en concluderen

Heel lang heb ik ‘niets’ gedaan. Alleen maar geanalyseerd en geconcludeerd dat ik het niet volhoud, dat de situatie complex is, dat ik niet weet waar te beginnen veranderen, dat alles met alles samenhangt, dat problemen hebben voor nieuwe problemen zorgt en dat het allemaal zo plakkerig is dat je er niet van af geraakt.

Knopen en een bijl

De laatste week maak ik keuzes. Ik onderneem actie. Met een fiets gooien, heeft iets los gemaakt.

Het is alsof ik blind messen gooi en hoop niets van waarde te raken. Ik heb geen flauw idee over of ik de juiste dingen doe, en hoe alles gaat uitdraaien. Maar niets doen hielp niet, zo bleek.

Wat ik doe? Acties om de tuin te redden van de verwildering. Ik heb een opdracht aangenomen als zelfstandige in bijberoep, een grote, dus moet ik nu maar even zelfstandige in bijberoep worden en meteen maar eens wat uitbouwen, website starten, klanten werven. Ik blufpoker me door de gesprekken over de opdracht heen, en hoop dat ik het inderdaad gedaan krijg. Ik heb een baan aangenomen waarvan ik geen flauw idee heb of ik ze kan combineren met mijn gezin. Ik ben bij het OCMW over geld gaan praten (wist je dat je dan je rekeningen moet tonen, via internetbankieren? De OCMW-man vond de 0,29 euro op mijn spaarrekening behoorlijk interessant, en als besparingspuntje kon hij me enkel nog mijn krantenabonnement aanraden). Ik hou Dirk buiten, wat een hoop praktische problemen oplevert. En ik zette samen met de ondeugdelijke man een punt achter ons iets-in-de-knop. Al liet hij de deur op een kiertje staan en heb ik fantasieën over de deur open trappen, trouwen en drie babies maken. Ik vraag met trillende benen hulp aan mensen en durf dan mijn mails niet meer openen uit angst voor een antwoord, positief of negatief. Want in het eerste geval gaat er dan iets gebeuren, in het tweede geval moet ik dan weer iets doen.

Dropping

Het is behoorlijk eenzaam. Maar ik weet dat ik dit alleen moet doen.

Het is als een pad banen door de wildernis. Geen hand voor ogen zien, maar hopen dat ik de juiste kant op ga. Hopen dat er een bestemming is. Een plek waar het vuur brandt, waar iemand op me wacht. Waar ik mag zitten en rusten, een glas wijn drinken, weten dat ik het gehaald heb. Misschien is er geen bestemming. Misschien wacht er niemand aan het einde van de rit. Maar het is vast wel goed in beweging te zijn. Euh… Toch?

Test je Karma!

Als je zeven van de tien onderstaande vragen met ‘ja’ kan beantwoorden, heb je een slecht Karma.

1. Viel je auto stil tijdens het rijden vandaag en was er geen beweging meer in te krijgen?
2. Moest je vervolgens 2 uur en half wachten op de pechverhelpingsdienst?
3. Stuurde de pechverhelpersdienst een sleepwagen in plaats van een reparateur omdat ze het te druk hadden, waardoor je auto nog steeds dood is en ergens bij een garage staat? Heb je geen flauw idee wat er mee scheelt en weet je dus niet of je ‘m ooit nog terug krijgt en of je ermee naar het werk zal durven rijden? Heb je een traan weggepinkt waar de sleepdienstmeneer bij stond?
4. Moest je daardoor 22 km fietsen vandaag, terwijl je je afvroeg hoe je dat vroeger deed in het autoloze tijdperk (OMG, ik was écht een held toen, dat ik in de winter met twee kinderen ALLES met de fiets deed…)? Stond daarbij ook je voorband eigenlijk te plat? En leek je 22 km lang tegenwind te hebben? En een zwaar verwaarloosde conditie?
5. Ben je door heel het zaakje 16 euro kwijt geraakt aan de babysit, en ben je een belangrijke klant vergeten bellen?
6. Krijgt je Babyzoon een tandje en ligt hij humeurig te brullen in bed?
7. Is het het begin van het einde van de maand en bestaat het getal op je rekening uit nog maar twee cijfertjes, en ligt het dichter bij nul dan bij honderd?
8. Heb je de vorige avond een intens doch mooi gesprek gevoerd met de ondeugdelijke man, waarbij je samen hebt geconcludeerd dat het ‘niet nu, waarschijnlijk nooit’ kan, omdat jullie beiden in het oog van een storm zitten en gewoon geen ruimte hebben voor iets nieuws? Heb je je daarbij gerealiseerd dat hij niet ondeugdelijk is, maar ook gewoon loeihard zoekend en vechtend om op zijn pootjes te vallen? Heb je je daarbij ook gerealiseerd dat je hem ontroerend mooi vindt, dat hij een fijne energie heeft en dat je wou dat het anders was? Of dat je minstens een keer een zoen mocht drukken op zijn linkeroorlelletje?
9. Heb je toevallig nog steeds een conflict met de onfrisse ex?
10. En ben je zo verantwoordelijk geweest in de winkel om druiven te kopen in plaats van chocola?

Ik heb tien keer ja. Het zit nog steeds niet mee, jongens. Weet niemand de karma-wash zijn?

*Zucht*

Brief aan Dirk: the final

Deze brief is een tijdje geleden geschreven. Ik had hem even bewaard als concept (dacht ik), maar plots publiceerde hij zichzelf. Hij dateert van net voor ik mentaal en fysiek ging ‘dippen’. Wel fijn voor mezelf om terug te lezen dat het blijkbaar toen echt goed ging, en motiverend om terug naar die mindset te evolueren.

Dirk. Dirkje.

We zijn nu ongeveer twaalf maanden na jouw vertrek. Ik ben gestopt met het exact bij te houden. In april is het een jaar, dat weet ik wel.

Ik had me niet kunnen voorstellen dat ik dit zou schrijven vandaag, Dirk. Of ooit nog. Maar ik ben zo gelukkig geworden.

Als de hemel op je kop valt en je komt daar wat geschonden onderuit gekropen, dan weet je hoe sterk je bent en dan is er niets meer om bang voor te zijn.

Als je stopt met verlangen naar wat was, of naar wat je niet hebt, en het gewoon hier en nu doet met wat er is, dan kan je jezelf gelukkig noemen.

Er liggen twee prachtige jochies te slapen in dit warme huis. Ze hebben rode wangetjes, die ik zacht aai. Het huis is opgeruimd, de koelkast gevuld. Ik heb energie om nog te werken ’s avonds en geraak dan vaak in een flow, waarbij tijd vervaagt en mijn hoofd functioneert als structuurmachine of als fontein van ideeën. Al de watten die in mijn kop zaten toen het verdriet het ergste was, zijn weg.

Verder is er niets veranderd. Jij bent nog steeds weg, we gaan geen nieuwe kinderen meer krijgen en geen gezin meer zijn. Kleine kinderen blijven vermoeiend, praktisch is het puzzelen, financieel nog meer.

Maar ik ga er anders mee om. Ik maak soep om op vakantie te kunnen met de mannekes. Dat er twee goede doelen mee geholpen zijn, en dat ik me warm in een bad van lieve reacties, is mooi meegenomen. We rijden samen in de auto en knikken alledrie met ons hoofd op de muziek, tot we moeten schaterlachen, wij drie, zeker als ik omkijk en zie dat Babybroer met zijn handjes mee-danst op de muziek. We dansen op het grote bed, soms. En ik foeter als ze het tafelkleed hebben volgeschilderd, of als ze mopperdagen hebben. Maar ik ben geen moeder meer die in huilen uitbarst of van wanhoop niet meer weet hoe ze de avond moet halen.

Misschien is er toch wat veranderd. Misschien is alles veranderd.

Enkele dagen geleden lag ik op de tafel van de osteopaat die mijn bekken probeert recht te zetten. Me even overgeven aan handen als kolenschoppen die met een kracht en precisie werken… Nou ja, heerlijk. Ogen toe en denken dat ik wel met die man zou willen trouwen. Ergens tussendoor vroeg hij of dat niet zwaar is, alleen met de kinderen. Ik deed een oog open en zei tot mijn eigen grote verbazing: ‘Nee hoor, gaat prima. Ik heb geweldige kinderen.’

Zo, gaat prima dus. Dat je het even weet.

Hee Dirk, wat jammer voor je dat je dit niet kan meemaken. Het is verdraaid fijn hier, in ons gezinnetje.

P.

Eénrichtingsstraat

Soms heb je iemand nodig die tegen je zegt:

‘Je bent hoogsensitief en je kan de druk van het leven met kinderen en een baan alleen niet aan. Maar je zit in een éénrichtingsstraat en je kan niet draaien, je moet er doorheen. We moeten allemaal eenzaam naar het diepste duister, omdat we daar onszelf vinden. Daarna wordt het beter.’

Dat zei mijn holistische coach vandaag tegen me. En ook:

‘Je moet NU de kentering inzetten. Dat moet je zelf doen.’

En ook:

‘Sommige dingen zijn voorbij. Dirk komt niet terug, en je gaat waarschijnlijk nooit meer op je familie kunnen rekenen na alles wat er gebeurd is.’

Ik dacht aan gisteren. Het op de bank liggen met spierpijn en gewrichtspijn, en zo moe dat ik er misselijk van was. Hoe ik mijn voornemens tot strijken en werken maar opborg. Het boek dat ik er even bij nam, over hoogsensitiviteit, en de herkenbaarheid van de stukken over ‘moe’ en ‘leeg’. De opdracht voor jezelf te zorgen als voor een baby, voldoende slaap, niet te veel prikkels, goede voeding. *kuch, wie geeft zijn baby nu ook vijf paaseieren na elkaar?* De telefoon die ging en hoe moeilijk die stroom van woorden van de andere kant te verdragen was. Het hartje dat ik op de binnenkant van mijn pols heb getekend, om mij er aan te herinneren dat ik leef en dankbaar kan zijn voor veel.

En dat ik hoop dat het de laatste avond was, op van ellende en vermoeiheid en pijn en van het gevoel mislukt te zijn.

Kentering. Vandaag nog. (Zeg ik met een heel klein stemmetje.)

Kim schreef en ik las

Kim schreef en ik las. Ik slikte.

Ik vecht al lang en ik ben moe. Ik probeer een weg te vinden om alleenstaande mama te zijn met alle praktische, financiële en andere problemen die daar bij horen. Ik probeer te aanvaarden dat de man van wie ik dacht dat hij de Man van mijn leven was, ons verlaten heeft. En ik probeer te begrijpen dat hij niet was wie hij zei te zijn, en dat het misschien ook maar gewoon een gekwetst kind in het lichaam van een volwassen man is, zich bedienend van maskers uit zelfbehoud. Er zijn zo veel dingen te regelen en op te lossen. Er zijn knopen door te hakken. En ik moet een evenwicht vinden met mezelf, omdat het hard werken en hard zorgen altijd weer strandt in ‘helemaal op’. En na helemaal op moet er nog harder gewerkt worden om de schade te beperken, en dan is is er ‘op tot de tweede macht’. En zo verder. Het is de laatste tijd al lastig om mijn hoofd bij de zaak te houden, maar de ontdekking over Dirk zijn nieuwe ‘liefde’ deed belachelijk veel pijn en haalde me weer even helemaal onderuit. En tegelijkertijd, na het schreeuwen en het gooien en het brullen en het schelden, ontdekte ik (a) dat ik behoorlijk wat energie ter beschikking heb op zo’n moment, (b) dat ik authentiek en veel van hem gehouden heb en (c) dat ik anders reageer dan vroeger, aangezien brullen iets anders is dan in elkaar klappen en bij wijze van spreke aan de voordeur gaan zitten in de hoop dat hij langs komt en dat we elkaar dan in de armen zouden vallen en alles dan goed zou zijn tot in de eeuwigheid.

Kim schreef en en ik las.

En ik dacht aan het hoofdje van Babybroertje op mijn schouder. Aan hoe hij gisteren o-o zei, tijdens het drinken van het flesje, en zo hard moest lachen toen ik hem nadeed. Ik denk aan Kleuterzoon, enthousiast in de weer met een bouwsel. Aan zijn vraag wanneer we eens met een boot gaan varen. Ik denk aan mezelf, een studiedag gevend op een moment dat ik al behoorlijk ver richting ‘totaal op’ was, en de flow en de interactie met de deelnemers, wat blijkbaar los staat van mijn mate van ‘op’. Ik dacht aan mijn besluit om maar even aan te kijken hoe het verder gaat met de ondeugdelijke man, die misschien wel een betere benaming verdient, maar waar ik me verder niet druk in maak. Ik dacht aan mijn besluit in een koffiebar te gaan werken, enkele uurtjes, en even een andere versie van mezelf te zijn.

En ik realiseer me dat er nog veel meer van dat komt, en dat ik daarom op zoek wil gaan naar een manier om weer rechtop te krabbelen, in evenwicht te komen, mild te zijn, mijn blik naar buiten te richten, contact te maken met die kracht vanbinnen. Op hoop van zegen. Daar gaan we weer.

Aauw

En toen ontdekte ik dat Dirk iemand anders heeft.
Aauw. Aauw.

Ze heeft hem ‘zoo’ (sic) lief.
En uiteraard heb ik het moeten ontdekken. Had ik echt gedacht dat hij zich aan de afspraak zou houden dat hij me op de hoogte zou brengen van zulk nieuws?

Maar goed, zo ontdek je ook eens van jezelf dat je met een fiets kan gooien met een baby op je arm, terwijl je voor heel de straat ‘lul’ en ‘leugenaar’ roept. Dat lucht op. Een heel klein beetje.

Stil

Het is avond en het huis is stil. Ik zit aan mijn bureau. De woorden willen niet echt komen, dus schreef ik de laatste weken niet.

Analyse
Mijn kracht zit in mijn hoofd. Waar ik goed in ben, is analyseren. Ik probeer uit te zoomen en te kijken wat er aan de hand is. Verschillende dingen spelen een rol. Het effect van mijn laatste ‘crisis’ ebt heel traag weg. Ik was mentaal en fysiek zo uitgeput, na nochtans een periode waarin ik het gevoel had dat de moed er in houden, me mentaal sterk opstellen, en positief denken het enige juiste antwoord waren om de onmogelijkheden mogelijk te maken. Ik dacht dat het me lukte, ik geloofde er heel hard in. En toen kwam ik weer in aanraking met de bodem.

Alles en toch niet gelukkig
Intussen kwam er een man voorbij, en een nieuw jobaanbod. Naar beiden had ik verlangd, maar van beiden werd ik niet gelukkig. Ook dat was een taaie les: je kan je heel erg op iets richten, denken dat het een noodzakelijkheidsvoorwaarde is voor geluk, en het dan binnen handbereik krijgen en merken dat het niet waar is. Ik kijk rond en begrijp opnieuw waarom mensen die alles hebben wat ik niet heb, niet persé gelukkig zijn of moeten zijn.

Wat is het probleem?
Telkens opnieuw pieker ik over de vraag of het dan zo erg is, alleenstaand moederen. Er zijn zo veel alleenstaande ouders, sommigen maken daar niets van. Moet ik niet gewoon wat flinker zijn? Ik kan er toch niets aan veranderen, de situatie blijft zoals ze nu is en ik kan er maar beter het beste van maken.

En dan zoom ik uit, en zie ik dat het structureel moeilijk is. De eindjes elke maand moeilijk aan elkaar kunnen knopen, met geen kant en klare oplossing in het vooruitzicht. Fibromyalgie en daardoor energieproblemen, spier- en gewrichtspijn. Twee jonge kinderen die dag en nacht veel zorg vragen. Een klein netwerkje maar geen familie om op terug te vallen. Een ex waarbij ik permanent mijn grenzen moet versterken om veilig te blijven. Een ex die geen echte mede-ouder is. Alles wat moet: het huishouden, het werk, de kinderen, het huishouden, het werk, de kinderen. Alleen beslissingen moeten nemen, over wat we vanavond eten tot wat ik moet doen met het jobaanbod. Telkens maar opboxen tegen goede raad die geen recht doet aan wie ik ben en wat ik wil en wat realistisch is (vandaag nog: ‘waarom overweeg je niet om drie jaar niet te werken?‘ Euh, omdat ik dat niet wil, omdat ik een inkomen moet genereren, omdat mijn carrière dan nooit meer op de rails geraakt, maar vooral omdat dat geen oplossing is, nergens voor…), of opmerkingen waar ik niets aan heb (‘binnenkort worden de dagen wat langer, dan wordt het vast beter‘). Het schipperen tussen werk en gezin en huishouden. Het gevoel hebben niets goed te doen. Leeg zijn, en geen energie meer hebben om iets leuks te doen waar ik energie van kan krijgen. Zo vaak het gevoel hebben alleen op de wereld te zijn.

Post it
Het moeilijk hebben is niet zo erg. Een tijdje op je tanden bijten, even doorzetten. Dat kan ik.
Wat niet lukt is leven zonder iets om naar uit te kijken. Ik hoop dat het op een dag anders kan worden. Ik heb heel lang geloofd in het idee dat je na een slechte periode een heel goede hebt verdiend, dat het geluk niet op kan dan en dat alles zo vergeten en vergeven zou zijn. Nu ben ik me bewuster van het feit dat dingen die structureel moeilijk zijn erg ingrijpende veranderingen vragen om opgelost te geraken, en dat herstellen van een crisisperiode in je leven een behoorlijke klus is, als het al lukt. Ik ben bij periodes heel intensief bezig met het zoeken naar de grote oplossingen. In een overleg met een aantal hulpverleners moest ik op post-its schrijven wat ik allemaal had geprobeerd, en de verschillende hulpverleners moesten dingen opschrijven die ik zou kunnen doen. Mijn aantal post-its overtrof die van hen samen ruimschoots en er bleek niets te zijn waar ik niet aan gedacht had of wat ik niet geprobeerd had. Sommige dingen zitten muurvast, I guess.

Malen in stilte
En dat maalt door mijn hoofd. En terwijl wacht ik op een teken van leven van de ondeugdelijke man, realiseer ik me dat ik nog vijf machines was te verzetten heb, pieker ik me suf over wat ik moet doen met mijn auto die al een paar keer niet wou starten, schraap ik moet bij elkaar om mijn getting things done-systeem terug op te starten en vraag ik me af of ik nog een chocolaatje mag.

5 dingen die ik geleerd heb het afgelopen jaar

Het is een jaar geleden dat Dirk weg gegaan is. Ongeveer. Over dat jaar als alleenstaande werkende moeder met twee kleintjes, kan ik veel zeggen. Maar ik kan ook zeggen dat ik wat dingen geleerd heb. Bij deze:

1. Het mechanisme van de breedbeeldtv.

In onze samenleving lijkt men er vaak van uit te gaan dat je zelf veel invloed hebt op wat er in je leven gebeurt, dat er altijd een keuze is die je kan maken. Gedeeltelijk is dat zo. Ik heb gemerkt dat je mentale instelling veel uitmaakt. De tijden dat ik daar geen controle meer over heb doordat ik vermoeid ben of weer een tegenslagje te verwerken heb gekregen, ben ik een ‘vogel voor de kat’. Anderzijds zijn er ook gewoon dingen die je niet kan kiezen. Onze samenleving is nogal gericht op tweeverdieners, en als je dan als alleenstaande vrouw alleen de rekeningen moet betalen, is dat gewoon niet makkelijk, hoe je het ook draait of keert. Kinderen hebben eigenaardige slaappatronen en worden heel de winter door ziek. Niets aan te doen, vooral niets in te kiezen. De combinatie werk-gezin is stevig in onze samenleving. Dat geldt bij uitstek voor alleenstaande ouders en daar kan je met alle shortcuts ter wereld weinig aan veranderen.

Vroeger dacht ik vaak bij vrienden die in de problemen zaten dat ze zichzelf bij elkaar moesten rapen,  er iets aan doen, en hun schouders er onder zetten. Ik voel dat veel mensen zo denken. Ik denk ook zo over mezelf: dat ik me bij elkaar moet rapen, iets moet doen en mijn schouders er onder zetten.

Maar er is een punt dat al je veerkracht op is. Dan kan je zelfs oplossingen die binnen handbereik liggen, zelfs niet meer aanraken. Dan denk je er niet meer aan de telefoon te nemen en iemand om hulp te vragen. Dan kan je niet meer rustig en helder denken, niet meer relativeren en beseffen dat het volgende week of volgende maand anders kan zijn. Of volgend jaar desnoods. Het is een punt waarop je alle contacten met de buitenwereld gaat opzeggen en afzeggen omdat je je schaamt en omdat je geen energie hebt. Het is een punt waarop je de boel begint te belazeren omdat je je schaamt. Dan antwoord je ‘prima’ als mensen vragen hoe het gaat, bijvoorbeeld en ben je blij dat je niet in huilen bent uitgebarsten.

Het is een heel akelig punt. Een punt waarop je stil valt. Een punt waarop een onbetrouwbare man daten nog beter lijkt dan nog meer avonden alleen. Een punt waarop een nieuwe jurk kopen niet meer uitmaakt, want je komt toch niet rond en die jurk maakt het verschil al niet meer en je hebt tenminste iets om aan te doen op de date met de onbetrouwbare man. Haha.

Wees gerust: meestal hou ik mijn verstand erbij, en ik heb niet eens één hand nodig om mijn ‘kemels’  van het afgelopen jaar te tellen. Maar ik heb vaak gedacht aan de cliché-uitspraken die er over armen gedaan worden. Geen geld voor eten en wel een breedbeeld tv. Dat soort schampere opmerkingen. Ik kan op dit moment perfect in het mechanisme van de breedbeeldtv komen, ook al is de situatie natuurlijk nog heel anders.

2. Stoppen met werken is niet voor iedereen de oplossing.

Als het niet goed gaat, rennen we naar de dokter en halen we een ziektebriefje. Voor sommige mensen is dat een oplossing, en met name mensen waarbij het probleem zich situeert rond het werk, of rond vermoeidheid, …. Voor mij was het nooit een echte oplossing, omdat a. het leven met kleine kinderen  toch altijd doorgaat, dus even niet werken is geen garantie op rust en b. mijn werk een domein is waar ik nog wat energie uit haal omdat ik het graag doe en er soms trots op kan zijn en c. ik het soort werk heb dat blijft liggen als ik weken niet ga werken.

Mijn werk is moeilijk te combineren met de zorg voor mijn kinderen. Ik krijg van dezelfde vrienden steevast dezelfde opmerking: zoek iets makkelijks, ga desnoods in de supermarkt werken. Maar als ik dat doe, kan je me wegdragen, gegarandeerd. Moet ik me daar schuldig om voelen? Moet ik me daar stom door voelen? Ik weet het oprecht niet meer.

3. Een crisis is een olievlek.

Het begint met je relatie die stuk gaat. Je krijgt je niet meer georganiseerd om te kunnen gaan werken, waardoor je daar in de problemen komt. Je kan niet meer ‘meedoen’ aan sociale activiteiten met vrienden (doordat je niet telkens babysit kan nemen, je het financieel niet trekt of omdat je te verdrietig bent en geen zin hebt in een avond met koppels), en je merkt dat je er voor veel mensen gewoon uit valt. Je familie helpt je, maar dat wordt hen op een gegeven moment te veel en samen met wat onuitgesproken spanningen en een erfenisje van het verleden, wordt dat ook een conflict waardoor dat contact weg valt. Je hebt geen energie om dat op te lossen, dus de radiostilte wordt oorverdovend. Je bent een verdrietige mama bij momenten en het is moeilijk om het fijn te hebben met de kinderen, waardoor je je zo vaak schuldig voelt. (…)

Er is niet veel nodig om in een situatie te komen waarin je het gevoel hebt alleen te staan, verdrietig en moe te zijn en weinig oplossingen te zien. Het begint ergens en breidt zich heel snel uit.

4. Logische oplossingen zijn enkel logisch en makkelijk vanuit het buitenperspectief.

‘School je om en ga een knelpuntberoep doen als je hier niet meteen werk kan vinden.’
‘Kom eens een weekje bij mijn gezin logeren.’ (Erg lief, maar een week bij een koppel met drie kinderen is niet de rust die ik nu nodig heb.)
‘Doe een ijzerkuurtje en ga eens naar de dokter.’
‘Begin een relatie met X, dan ben je niet meer alleen.’ (O, goede motivatie!)
‘Ga eens een paar maanden niet meer werken.’
‘Kijk, ik vond deze vacature voor je.’ (Een baan waar ik kippevel van krijg als ik er aan denk dat ik het zou moeten doen.)

Vast allemaal lief bedoeld, maar een gouden raad voor iedereen die kwistig gouden raad uitdeelt: HOU DAARMEE OP. Vanuit buitenperspectief lijkt alles een pak simpeler dan als je het echt moet doen. Je weet vast niet half wat er allemaal meespeelt aan factoren in een situatie. En de persoon aan wie je gouden raad verstrekt, is vast niet zo dom dat hij of zij er niet zelf op gekomen zou zijn, als het echt zo simpel was. Denk je niet?

5. Goede tijden, slechte tijden.

Ik dacht vaak dat het leven ups en downs kent en dat na een slechte periode een goede volgt. Omdat je dat verdiend hebt.

Ik denk dat er factoren kunnen zijn die maken dat een situatie verandert. Bijvoorbeeld een nieuwe relatie beginnen kan veel uitmaken, net als een professionele verandering, … Het feit is dat die dingen niet echt heel realistisch zijn als het niet goed gaat. Net dan zijn je kansen op verandering ook ‘afgesloten’ of toch minstens zwaar bemoeilijkt, omdat je zo met overleven  bezig bent dat je in een eventuele nieuwe relatie niets te bieden hebt, of dat je als sollicitant met wallen onder de ogen een te verwarde indruk geeft om een nieuwe baan binnen te halen.

Zaak is dat je vaak structurele oplossingen nodig hebt in een levenscrisis, wat niet altijd realistisch is op het moment dat je omver geblazen bent door het leven zelf.

Dat gegeven, het olievlekmechanisme en het jammere feit dat er geen simpele oplossingen zijn, maakt dat mensen heel lang in een heel vervelende situatie kunnen zitten. Ik ben zelf op zoek naar het knopje dat ik kan omzetten om het tij te keren, maar ik ben heel bang dat dat knopje niet bestaat.

Maar dan kan je natuurlijk nog steeds proberen kijken naar de goede dingen. Wat je geleerd hebt van zo een situatie bijvoorbeeld. Bij deze. Ik zal niet zo makkelijk meer oordelen. Van mij krijg je geen goede raad meer. Maar ik kan nu wel naast je komen zitten, luisteren en er gewoon zijn. Denk ik.