Uitje #1: Becoming Astrid

Op een dag kwam ik een boek tegen in een rek bij de kinderboekhandel: The Artist’s Way. Het deed een belletje rinkelen, een vriendin had er ooit over gesproken. Ik bladerde het door en werd gegrepen. Een programma om op 12 weken je eigen inspiratie terug te vinden? Ondergedompeld in het moederschap had ik geen idee meer wat het woord ‘eigen’ of ‘inspiratie’ betekende. Ik nam het boek mee, en begon aan het programma. Ik merkte meteen dat ik het mezelf niet met de zweep moest opleggen, maar dat ik spontaan zin had om er aan te werken. Ik merkte ook dat het een pak langer zou duren omdat ik langer dan een week nodig heb om één hoofdstuk door te werken. De basis bestaat uit elke dag drie pagina’s ‘free writing’, de ochtendpagina’s. En daarnaast een wekelijks uitje met jezelf: het kunstenaars’ uitje. Op mijn blog zal ik mijn uitjes delen, voor mezelf om het te ‘bewaren’, voor jullie om jullie wat inspiratie aan te reiken.

Het uitje. Met twee baby’s in huis, had ik er vreselijk naar uit gekeken. Tot de dag daar was dat ik helemaal alleen met een boek naar de sauna zou gaan. De kleine baby huilde de hele dag, ik was gesloopt en ik kon het niet opbrengen de deur uit te gaan.

Weken later probeer ik het opnieuw. Ik ga naar Becoming Astrid kijken, een film over Astrid Lindgren. Ik koop alvast mijn ticket, en beeld me in hoe ik het huis uit ga en door de stad vol lichtjes naar de cinema fiets. En ja hoor, daar gaan we. Daar ga ik! Want ik ga alleen.

Even de trailer: 

Vijf gedachten:

  1. Iets alleen gaan doen is stukken intenser dan het met iemand delen. Ik ervaar zowel de fietstocht als de filmzaal als de film en de muziek en de beelden als ontzettend intens en dichtbij.
  2. De film ontroert me loeihard. Ik had me op een vrolijk Pippi Langkous-verhaal ingesteld, maar het gaat om een meisje uit een boerengezin met een levendigheid die magnifiek is, die vol het leven in gaat met haar talent voor schrijven en dan getekend wordt door het ongepland en ongehuwd zwanger worden. ( Dat is nu nog een item, maar dat was het in Zweden in 1926 zeker.) Wat ze doet, komt loeihard bij me binnen. Namelijk: ze blijft zichzelf trouw (wat haar de moeilijke weg oplevert – ik ken een dappere jonge dame die hetzelfde deed) en ze is pas compleet met haar kind. Ze lijdt als haar kind niet bij haar is, en als ze samen zijn, zie je haar levendigheid en creativiteit terug stromen. Wat mooi om te zien dat het moederschap niet enkel belemmerend is voor het creatief zijn.
  3. Door even weg te zijn en de film te zien, kijk ik met afstand naar mijn leven. Ik zie dat ik vaak een moeder ben die het erg druk heeft en weinig speels is. Ik besluit daaraan te werken, want ‘the time is now’ voor de kinderen. Wat we vandaag doen of niet doen, blijft hen bij. In de film zegt een kinderstemmetje tegen Astrid: ‘jij staat aan de kant van de kinderen’, en dat wil ik ook graag doen. (Het is wel erg complex in een gezin met twee kleine baby’s, realiseer ik me de volgende dag alweer.)
  4.  De Astrid in de film is intens. Ze schreeuwt in het bos, ze danst alsof niemand kijkt, ze valt letterlijk om van verdriet. Vol in het leven. Mooi is dat. 
  5. Het heeft me enorm gevoed om iets voor en met mezelf te gaan doen. Het idee is dat je door de k-uitjes jezelf voedt, vult met beelden. Ik herinnerde me een klasgenoot in het middelbaar die in de week zo vaak naar de film mocht als ze wou. Geen gezeik over huiswerk en alleen naar huis fietsen in het donker. Ik ben nooit zo vrij geweest. Thuis, maar ook niet met mezelf op andere momenten in mijn leven. Ik hoop dat ik het mezelf en mijn kinderen alsnog kan geven.

Het is een film die ik jullie aanraad. Als je ‘m gezien hebt, ben ik heel benieuwd naar jullie mening in de reacties!

Advertenties

Scènes uit een tweelingleven #3. Too many baby’s

Ik krijg een appje van een vriendin. 
Dat ze best jaloers is. Leuk hoor, haar leven. Maar stiekem zou ze met mij willen ruilen.

Ik zit even verbaasd te kijken. Op het moment dat ik haar bericht krijg, zit ik met de kleine baby in mijn armen. De grote baby huilt in de kamer ernaast. Ik voel me machteloos en schuldig. Beide baby’s zijn moe maar willen niet slapen. Ik heb alleen drie pralines gegeten vandaag, en een kop thee en een kop koffie gehad. Het is 14u. Ik moet plassen. Mijn haar is nat van mijn drie-minuten douche, maar drogen kost te veel tijd en maakt te veel lawaai. Mijn huid is droog en trekkerig. Ik heb zo’n honger dat mijn hersenen niet werken.

As we write zit ik in een koffiebar. Ik heb wat oplossingen in elkaar gebokst. Oppas. Het voelt zwaar om weg te gaan, maar ik snak soms naar adem en daarom heb ik de boel de boel gelaten thuis. Ook al weet ik dat de Man dadelijk alleen is tijdens het lastigste uur van de dag met de kinderen. Ook al is weet ik dat het zwaar is voor een oppas als het al zwaar is voor mij, de moeder van de baby’s. Hoe blij we ook zijn dat de kleine baby gewoon ziet, een regulatiestoornis is niet niets. Het betekent dat ze erg gevoelig is voor prikkels, zichzelf niet kan kalmeren, dus altijd hulp nodig heeft om zichzelf te ‘regelen’. Laten huilen is geen optie, want ze wordt volledig hysterisch omdat ze er zelf niet uitkomt. De kinderarts zegt dat ze hier altijd last van zal hebben. Ze zal altijd kwader zijn dan andere kinderen. Intenser. Ze zal ons altijd nodig hebben om haar emoties te reguleren. En één baby met regulatiestoornis (ik vermoed trouwens dat veel huilbaby’s dit hebben), is niet niets. Maar een baby met een regulatiestoornis en een zusje dat ook wil eten, geknuffeld en getroost wil worden. Dat is soms. Uhm. Te veel.

En die vriendin? Hoe gezegend ik ook ben met twee levende baby’s, ik stuur haar terug: ‘Nee, dat wil je niet. Geloof me.’

De borstvoeding – update

Het moment waarop ik schreef dat ik twijfelde aan de borstvoeding, was een soort dieptepunt. De baby’s waren de slechtste versie van zichzelf, ze huilden echt heel veel, ik werd steeds meer moe en moedeloos en ik snakte (en ok, snak) naar equasym, waarmee ik mijn hoofd goed op orde kan houden. Er sloop en sluipt ook enige stress binnen. De tijd vliegt, voor ik het weet ga ik weer werken en met dit hoofd kan dat niet. Ik moet echt weer eerst mijn medicatie hebben of ik red het echt niet. ADD is een gemene afwijking, het is een soort constante strijd met jezelf. Al die goede voornemens, al die keren de mist in, al die chaos die je eigen schuld is, al die goede ideeën waar je moeilijk handen en voeten aan kan geven, al die drukte in je kop. En die moe-heid. Ik ben vaak zo f**** moe.

Ik was zo blij met alle reacties, getuigenissen, mildheid, verhalen. Sommige mensen schreven dat ik het wel wist, maar eerlijk: ik wist het niet. Nu weet ik het nog steeds niet, maar heb ik wel een soort plan van aanpak. 

Eerst heb ik het ziekenhuis gebeld. Zelfs als ik vandaag de borstvoedingsbh over de haag gooi, heb ik geen medicatie. Ik moet eerst getest worden en dan pas kan ik weer voorschriften krijgen. Ik heb nu een aanvraag voor een afspraak gedaan, dus dat wordt een tijdje afwachten. (Voordien ging ik twee keer per jaar naar mijn Belgische dokter die me meteen voor een half jaar van medicatie voorzag, maar ik denk dat ik het dus nu beter gewoon via de officiële weg doe en dus gewoon hier bij een psychiater in behandeling ga.)

Next: ik geef de baby’s groente- en fruithapjes. Heel basic: wat zelfgemaakte appelmoes. Een beetje courgette met aardappel gepureerd. Ze kunnen nu beiden een eetlepel eten in totaal, we bouwen het rustig op. Ik vul dus aan met borstvoeding, maar op termijn vervang ik zo twee borstvoedingsmomenten door vaste voeding. Vervolgens geeft de Man ook elke avond de ene baby een flesje om 19u (en ik de andere twee borsten in plaats van 1) en om 22u-23u doen we het omgekeerd (nee, niet de Man geeft dan borstvoeding, maar de andere baby krijgt een flesje). Doordat de baby die de borst drinkt twee borsten mag drinken in plaats van één, want de andere is normaal voor zus, hebben we een iets langere verzadiging. 

En verder heb ik wat tijd voor mezelf gekocht. Dat kan je hier lezen.

Ik ben blij dat ik nog borstvoeding geef, want ja, het is voor mij ook een relationeel iets. En het is waarschijnlijk de laatste keer. En ik geloof echt dat het goed is voor de meisjes. En voor mezelf. En ik vind het makkelijker dan flesjes maken.
Maar ook: het is zwaar. Ik ervaar de propaganda als oneerlijk, ook gewoon in de info die je krijgt. (Had laatst een oudere uitgave van LLL, waarin ook een stukje over borstvoeding aan tweelingen stond. Alleen maar gezellige hoera-verhalen, niemand liep ooit ergens tegenaan, het ging allemaal lekker vanzelf en alle mama’s uit het boek hadden mensen die hun huishouden overnamen zodat zij reuze gezellig heel de dag hun baby’s konden voeden – hallelujah.) Ik realiseerde me dat niet echt zolang ik zelf een succesverhaal was, maar toen het niet meer vanzelf ging en het erg zwaar werd, viel het me plots op dat dingen als te weinig melk bijna inbeelding worden genoemd in sommige publicaties.

Maar goed. Het plan gaat er dus wel naar toe dat ik geen lang-voeder word. Dat ik op een moment ga stoppen om weer mijn eigen medicatie te nemen. Dat de dagen van de borstvoeding geteld zijn. Alleen gaat het niet van de ene dag op de andere, maar wel gecontroleerd, gestuurd, afgebouwd over een langere periode. En dat met mixed feelings

De geest & de stofnetten

Intriest, vond ik het, dat mijn leven zo is dat ik niet eens elke dag drie bladzijden free writing kan doen ’s ochtends. Nochtans doe ik het meestal wel, enkel in echte crisis-gevallen of bijzondere omstandigheden (een logée in huis bijvoorbeeld waardoor het zo awkward is te zeggen ’s ochtends ‘ja, doei, ik ga een half uur schrijven voor mezelf‘ – terwijl dat net is wat ik wil kunnen!) 

Free writing, dat zijn de ochtendpagina’s van ‘The Artist’s Way’. Een programma om je inspiratie terug te vinden. Je kan cursussen doen in groep, maar ik heb het boek gekocht en probeer me nu even op mezelf de beginselen van The Artist’s Way eigen te maken: elke dag drie bladzijden schrijven. Mijn gedachten laten stromen. De geest laten waaien. Dagen waarop ik na het wandelingetje naar school en het in bed leggen van de droppies ga zitten en schrijven, zijn echt de betere dagen. Ik zink neer in mezelf, voel me wat meer gecentered. De geest waait en de stofnetten zijn weg. 

Een ander item is het kunstenaars uitje. Met jezelf op date! Met veel tralala kondigde ik aan dat ik weg ging. Het plan: de sauna met een boek. Ik keek er zo naar uit. De dag waarop het uitje gepland was, huilde de kleinste baby heel de dag. Ik was totaal op, en durfde niet weg gaan want als ze zich slecht voelt heeft ze me nodig. De dagen daarop was ik enkel maar kwaad op mezelf, dat ik mijn dating partner blijkbaar niet belangrijk genoeg vond om mee uit te nemen. It’s complicated, zo blijkt. Ik ben nog steeds niet uit geweest. Niet naar de sauna. Niet naar een film. Niet eens naar een koffiebar.

Dus vandaag zat ik aan mijn bureau en schreef ik mijn drie bladzijden. Is het mislukt, vroeg ik me af. Ik heb niet elke dag drie bladzijden kunnen schrijven en ik heb mezelf niet mee uit genomen. 
Ik keek terug en zag een hoop frustratie en boosheid. Ruzie met de Man (ik heb me nogal afgereageerd op hem omdat ik mijn uitje niet heb doorgezet, terwijl hij daar eigenlijk niets mee te maken had.) Chagrijn. En actie. Ik voelde een nood om weer te schrijven, om iets te creëren, en al die frustratie kwam voort uit die nood in combinatie met de zorg voor de kinderen, waarbij de tweeling de afgelopen week echt het huis flink op stelten heeft gezet. Ze hebben dagenlang gehuild, tot het punt dat ik de Man heb laten terugkomen van zijn werk omdat ik niet meer voor mezelf kon instaan. Toen hij thuis kwam zat ik met de baby’s mee te huilen. 

Dus. Is het mislukt, omdat ik totaal gefrustreerd geraakt ben?
Maar nee. Ik heb ook actie ondernomen. Ik had deze week vier (!) sollicitaties voor oppassen en heb een co-werkplek gecontacteerd waar ik ga proef-werken en ik heb dus eigenlijk gewoon geregeld dat ik 4 tot 6 uur per week weg ga, terwijl er een oppas bij de popjes blijft, en ik dus ergens ga schrijven, creëren. Het klinkt misschien onnozel, maar het is een aardverschuiving voor mij momenteel. Ik ga iets voor mezelf doen, na meer dan een jaar in een pre- en postnataal nest.

Dus ik schreef vanochtend en ontdekte dat er veel verandert en toen zag ik mezelf schrijven dat ik weer een vulpen wou. Het gevoel overviel me, dat gevoel van vroeger in de Latijnse met mijn Parker met zwarte vullingen, en altijd die inktvlek op mijn middenvinger. Mijn middenvinger die scheef staat van al die jaren studeren en dus heel veel schrijven met een Parker met zwarte inkt. Die Parker waar ik op de unief bladen vol nota’s mee maakte. Die Parker die gaandeweg ergens achter bleef en vervangen werd door een pen met het logo van mijn werk.

Ik vertelde de buurman, onderweg naar de winkel, dat ik een vulpen ging kopen. Alleen dat. Maar hij snapte het, en hij zei: een goed begin voor een schrijver. (Dat was een raar en magisch moment.) Dus ik trok naar de winkel waar ik zag dat er vulpennen zijn van 15 tot 250 euro en vast ook wel meer. En ik kocht weer zo’n Parker met een doosje zwarte vullingen. Het is niet eens een dure pen, maar ooo, wat een genot na al die jaren. Mijn geschrift gaat er meteen drie sprongen mee vooruit. Ik wou dat het al morgenvroeg was, dan kon ik mijn morning pages schrijven. 

Borstvoeding. De maffia in mijn hoofd.

Het is meer dan een jaar geleden dat ik nog eens meer dan twee uur aan een stuk heb geslapen, realiseer ik me.

Ik realiseer me ook dat ik geluk heb met de tweeling en ik ben dol op ze, maar de hormonale bescherming tegen vermoeidheid geraakt ‘op’ en ik weet soms niet meer waar mijn hoofd staat.

Ik ben helemaal pro borstvoeding, maar nu ik er aan denk te stoppen omdat ik uitgeput ben en omdat ik mijn add-medicatie terug wil opstarten om weer wat grip te krijgen op het leven en op mezelf (mijn hoofd is mijn grootste vijand bij momenten, en dat is heel naar), galmen zinnetjes uit het borstvoedingsboek van Stefan Kleintjes door mijn hoofd. Ik vond het trouwens een heel slecht gestructureerd boek met ‘valse’ beloftes. In het hoofdstuk over borstvoeding aan tweelingen staat bijvoorbeeld niets over borstvoeding aan tweelingen, maar wel over prematuurtjes. Anyway. Ik heb een aantal keer een lactatiekundige geraadpleegd, en ook daar heb ik gemengde gevoelens bij, want ze zijn een soort advocaten van de borstvoeding. Dat je nooit eens langer dan twee uur weg kan, en nooit langer dan twee uur kan slapen en dat over een best lange periode (intussen ongeveer 5 maanden) wordt niet echt in rekening gebracht. En ook niet dat borstvoeding een soort alles-of-niets is. Je kan geen dagje vrij nemen.

En eerlijkgezegd ben ik met twee baby’s, na een heel heftige zwangerschap en met een moeilijk te reguleren kindje waardoor mijn dagen allemaal onvoorspelbaar zijn, wel eens toe aan vakantie. (En rara, wie kwam er nadat ik deze zin typte een portie melk halen en weigerde weer in haar eigen bed gelegd te worden? Ze schrijft nu mee.)

Zolang het goed gaat, is heel die borstvoedings-propaganda ondersteunend. Je krijgt er een trots gevoel van, want je doet het toch maar even. Elke druppel telt wordt je toegefluisterd. Blinken van trots. Intussen heb ik al die propaganda geïnternaliseerd en weet ik niet meer of ik ook weer kan stoppen. Stoppen lijkt het egoïsme ten top. 

Ik heb een ongezond eetpatroon, van vermoeidheid. Ik ben zo fucking moe dat ik de hele dag zin heb in eten. Ik heb vanochtend tegen de Man gesnauwd omdat hij de kamer binnen kwam waar ik me heel even verstopt had toen ik iedereen gevoed en gesust en afgeschud had. We hebben al de hele dag ruzie omdat ik zo ‘uit mijn plaat ben gegaan’ om met de mooie uitdrukking van de buurvrouw te spreken. Ik heb vaak geen energie meer om ’s avonds een verhaaltje voor te lezen. Ik ben nooit meer alleen, op een kortstondig toiletbezoekje na. De baby’s bijten op mijn tepels. Ik slaap niet langer dan twee uur per keer en maximum vier uur per nacht, en dit al maanden. Mijn hoofd is een soep en mijn leven (huis, werk, inbox) is een soep geworden door de combinatie tweeling, (op dit moment dus onbehandelde) ADD en slaaptekort. (Zonder ADD-medicatie is mijn zelfbeeld echt verwoest. Ik kan niets meer starten en niets meer afwerken, ik stel echt niets meer voor. Wie was die vrouw die vroeger een 0,9 fte baan combineerde met een goedlopend bijberoep? Soms lijkt het alsof ik alles kwijt ben.) Ik weet niet meer wie ik ben en wat ik wil. Ik ben elke dag bang voor de dag dat ik weer naar kantoor moet en ik heb geen idee hoe ik er dan aan toe zal zijn (zoals het er nu uitziet: een wrak met een relatiecrisis en een huis in puin). Ik lust geen thee meer omdat ik er drie liter per dag van moet drinken. Ik ben vaak duizelig van uitdroging omdat ik geen thee meer lust en omdat ik al dat drinken ook wel beu word. En ik had ‘ik word’ met dt geschreven. Dat zegt genoeg.

Dus. 
Dus ik weet het even niet meer.

De baby’s wel. Die weten elke drie uur perfect wat ze willen. En dan zoom ik uit en denk ik: wat zijn die maanden nu op een mensenleven? En ook: elke druppel telt. 

De Donkere Dagen en een Date met mezelf

Het is ochtend. De dames liggen bij me in het grote bed. Kleine zus probeert de aandacht van grote zus te wekken door hardop te lachen. Grote zus glimlacht en kijkt me vragend aan.

We zijn intussen bij de dokter geweest met Kleine Zus. Ze heeft een regulatiestoornis, wat kort gezegd in haar geval betekent dat ze niet goed afgesteld is. Op sommige dingen reageert ze veel te heftig, op andere dingen niet, apathisch. Waardoor het dus leek dat ze niet kon zien. Aha. Ze moet naar de baby-fysio. Maar ze heeft natuurlijk een soortement abonnement op de osteopaat, en we zien dat die behandelingen haar steeds meer ‘op de wereld’ brengen. In haar lijfje. Ze is een pittig kind, het is leuk om haar bezig te zien.

Intussen waren er de Donkere Dagen. Dagen waarop mijn hoofd was als in de zwangerschap. Pikzwart. Ik was doodsbang om weer depressief te worden. De Man en ik hadden crisis-beraad. De nacht na de tweede donkere dag, kreeg ik buikgriep. O hel, spugen en borstvoeding geven door elkaar. Vierentwintig uur niets eten en wel twee lijfjes voeden. Ik realiseer me dat ik niet mijn lijf en mijn hoofd tegelijk op orde kan houden. Het vechten tegen de ziekte kostte mij mijn mentaal welbevinden. Na de buikgriep klaarde het allemaal weer op. Maar het heel voorval deed me milder kijken naar de zwangerschapsdepressie: ik kon niet twee mensjes maken en tegelijkertijd ook nog mentaal op orde blijven.

En er is ook iets nieuws. Ik zou het van de daken schreeuwen en iedereen aanraden: het boek The Artist’s Way kwam op mijn pad. Het is een methode van 12 weken om je inspiratie terug te vinden. Ik heb helemaal geen kunstenaars-ambities (hoewel ik graag schrijf en daar meer mee zou willen doen), maar ik heb wel allerlei blokkades en angsten, door hoe de voorbije jaren waren. De zwangerschapsdepressie was de druppel, daar ben ik volledig gestagneerd. De basis van The Artist’s Way is elke dag drie bladzijden ‘free writing’. En daar valt niet over te onderhandelen. Natuurlijk heb ik daar geen tijd voor, maar ik doe het gewoon wel: dagelijks die ochtendpagina’s. Daardoor ga ik de dag al heel anders in. Ik dump er gedachten, gevoelens en kom er tot inzichten. Maar vooral: ik doe het. Ik doe het voor mezelf en ik krijg weer vertrouwen in mezelf. Maar ook: ik dwing tijd voor mezelf af. Een tweede pijler is het wekelijkse kunstenaars uitje. Een uitje met jezelf. Mooi vond ik dat: als je een goede band wil met iemand, moet je quality time inbouwen. Daten! Waarom niet met jezelf? Wel, ik ga (met bibberende benen want ik zit al een behoorlijke tijd in de baby-bubbel) morgen op date met mezelf. Het is best raar dat mee te delen tegen de Man. Het is best raar dat vol te houden, het echt te gaan doen. Maar ik denk dat het heel heilzaam zal zijn. Niet alleen de Moeder zijn, de Vrouw, de Tepel. Diegene waar aan gezogen en op gespuugd wordt. Maar even mezelf. Ik kijk er al dagen naar uit. Daarnaast bestaat The Artist’s Way uit 12 weken met thema’s en oefeningen. KOOP DAT BOEK, en begin er aan. Het is denk ik de best besteedde 24 euro van het jaar geweest voor mij :). Ik wil graag weer vaker schrijven (hier) en deel uiteraard af en toe hoe het mij vergaat.

Scènes uit een tweelingleven #2

Kleine broer kijkt hoe ik de grootste baby verzorg. Ik raak haar neusje aan en zeg ‘mooi neusje’. Ik raak haar oortjes aan en zeg ‘mooie oortjes’.
‘Waarom doe je dat?’, vraagt hij.
‘Dat deed ik bij jou ook,’ vertel ik. ‘Zo leren kindjes dat ze een lichaampje hebben en wat er allemaal op en aan zit, en hoe het heet. Doe jij ook maar als je wil!’
Hij kijkt bedachtzaam. Legt dan zijn hand op haar luier en zegt monter: ‘Mooi spleetje!’.


We gaan naar Antwerpen. Hij, ik en de baby’s. Een middag. Bij het ontbijt google ik de leukste en hipste koffie- en lunchplekjes. We sturen goed aan. Bad, drinken, auto, de beste garantie op een lange dut en dus een relaxte reis. Dat gaat vrij goed, enkel de laatste 30 km wordt er gehuild op de achterbank.
Anyway.
We parkeren tussen de Vlaamse en Waalse kaai. We laden de baby’s uit, vouwen de bugaboo open. Lopen richting het uitverkoren hippe en gezonde lunchplekje. En we kunnen niet binnen met de tweelingwagen. De baby’s hebben honger. Wij ook. Dus komen we terecht op de eerste de beste plek met een dubbele deur en behulpzaam personeel en dat blijkt een soortement pitabar te zijn. Nu heb ik geen instagram (laatst wou ik het wel starten, maar ik vond het confronterend dat ik alleen maar foto’s van mijn kinderen kon/zou posten, ik zag me gereduceerd tot een #mom of #twinmom en dat kwam loeihard binnen, dus verwijderde ik mijn account meteen), maar in mijn hoofd heb ik vaak idyllische en instagram-waardige voorstellingen. De Man vindt dat een afwijking, hij vindt dat ik alles ‘dille en kamille’ wil en dat dat ver af staat van de realiteit. Anyway. Falafel en borstvoeding. Het is reuze ongemakkelijk. We zitten beiden met een baby in onze armen en met één arm te eten, en uiteraard valt de inhoud van mijn broodje onder tafel. Zucht. Maar niet getreurd. Voor de koffie wandelen we verder naar een geselecteerde en instagramwaardige koffiezaak. Alwaar trappen blijken te zijn, niemand plaats wil maken voor ons en ik nog een sneer krijg van een dame omdat ik de deur vijftien seconden open laat staan om te kijken of we nog ergens terecht kunnen in een hoekje. Een dame die alleen in een hoekje zit waar wij makkelijk met de baby’s zouden kunnen zitten als zij een ander plekje zou uitkiezen, kijkt me minzaam aan en blijft zitten. Ik snak, snak, snak terug naar onze eigen stad, waar iedereen aardig is, waar mensen opspringen, we soms wat te veel complimentjes krijgen met de beebjes en waar we exact weten in welke koffiezaak we breed binnen kunnen én aardig bediend worden. (Overigens schrik ik elke keer als ik in B ben van de norsigheid van winkelpersoneel. Ik vind het onbeschoft. Ben het gewend in elke winkel hier aardig begroet en olijk geholpen te worden en ik wil niet veralgemeniseren, maar het contrast is soms best groot.)

(En ja, er zijn ergere dingen dan bijna nergens binnen kunnen. Dit is tijdelijk. Ik vraag me wel steeds meer af hoe het leven van iemand in een rolstoel er uit ziet. Maar Antwerpen voelde zo ongastvrij en zo onvriendelijk en dat was best een teleurstelling.)


Een yogaworkshop met ontbijt. De Man laat er zijn wekelijks ochtendloopje met vrienden voor schieten. De yoga doet pijn, mijn lijf is gammel, en tijdens het ontbijt krijg ik een niet mis te verstane emoticon van de Man, dus neem ik de benen. Maar wat voel ik me even vrij. Alle luikjes in mijn hoofd klappen open, ik ben weer even mezelf en niet alleen de Tepel, de moeder, de vrouw.
Meer van dat! Ik word uitgenodigd door een clubje buurvrouwen om samen te eten. Het is bijna onwennig, om onder volwassenen te zijn. Om de baby’s niet in de buurt te hebben. Om even weg te zijn. Maar het doet me oneindig veel deugd. En ondanks de extreem gebroken nacht die er op volgt, heb ik energie. Tijd doorbrengen met een clubje andere vrouwen kan zo goed zijn.

[Vraagje: de buurvrouwen hebben me tijdens mijn zwangerschap veel geholpen. Iemand een leuk idee voor een dankjewel-cadeautje?]

 

Scènes uit een tweelingleven #1

Zo, tater ik. Zijn jullie alweer wakker? Gaan jullie lekker in badje?
Ze lachen om de beurt vanuit hun bedjes. Omdat ze mijn stem horen. Omdat zeker de grootste baby me ziet. Stralende oogjes vol verwachting. Die met de tepels gaat ons optillen en meenemen en iets doen. Misschien wel melk.

Eerst de kleinste baby naar beneden. Ik kom jou zooo halen, zusje, beloof ik. Dat doe ik. Enthousiaste moeder als ik ben heb ik alles voor het badje al klaar gezet en alweer mag eerst de kleinste want die kan het hardste huilen en de boel dusdanig verzieken voor de grote zus.

Wassen, badje, masseren met Weleda-olie. En dan begint ze te huilen. Ze huilt. Ze krijst. Ik heb geen flauw idee wat er is. De tepel weigert ze. Ze snift en er stromen traantjes over haar wangen en tussendoor kijkt ze heel nuffig. Ik hou haar vast en praat een beetje tegen haar. Laatst zag ik een moeder in één minuut zes troosthoudingen proberen, ik zou er als baby horendol en knettergek van geworden zijn, dus hou ik mijn krijsend kind beheerst een tijd lang tegen me aan. Haar lijfje spant zich op tot een boog. Ze brult. Nee, de tepel wil ze echt niet. Een draad met huil-kwijl hangt tussen de tepel en haar woeste mondje.

Zusje zit er intussen verbaasd bij. Ik voel me schuldig omdat ik het kleintje niet getroost krijg. Ik voel me schuldig omdat de zus er bij zit en er naar moet kijken, en ik haar geen badje kan aanbieden. Geen tepel. Geen armen. Geen lach. Ik voel me schuldig omdat ze zo gelaten is. Ze is het al gewend te wachten al is ze amper vier maanden oud.

Ik check of er labeltjes zijn die pijn doen. Of de wasbare luier wel goed zit. Of ze het niet warm heeft. Ik vraag me af of het de prikjes van vorige week waren. Ik zing. Ik aai. Ik kus. Ik bied de tepel weer aan. Ik geef haar anti-buikpijndruppeltjes (sab simplex, moet elke baby-ouder in de kast hebben staan). Er volgen een aantal knallers van boeren (uit een lijfje van 5,5 kg, je moet het kunnen). Ik weet niet of de boeren de oorzaak waren, of dat ze het gevolg zijn van het hysterisch huilen. Ze wil drinken. Met veel snikken tussendoor en veel moeite. Geen idee wat ze binnen heeft.

Dan zet ik haar in haar stoeltje. Geef zusje de borst  terwijl zij eerst nasnikt en tenslotte nuffig in de verte tuurt. Ik breng haar naar bed. Ze verzuipt bijna in de iets te grote slaapzak. Klein hoofdje. Klein mensje. Ik wou dat ik je beter begreep.

Beneden zet ik zusje in bad. Masseer ik haar. De stilte is oorverdovend. Ik zeg haar dat ze een lieve, flinke baby is. En ik voel me schuldig omdat ik niemand met niemand wil vergelijken. Natuurlijk is ze lief en flink, maar dat zeg ik vooral omdat haar zus net de boel op stelten heeft gezet met een volume waar de buurvrouw wel eens van langskomt om te kijken of er extra handen nodig zijn.

Later leg ik zusje ook in bed. Vind dat ik wel lunch heb verdiend. Lees de krant on line tijdens het eten. Eet wat te veel om mezelf te troosten. Ga twee keer checken bij de dametjes. Vraag me af wat het geweest is. En dan denk ik: twee kiwi’s gisteren. Natuurlijk. Kiwi! Als we maar een verklaring hebben.

In scènes uit een tweelingleven vertel ik kleine verhaaltjes uit het leven zoals het is met een stel tweelingbaby’s. 

De magische uren

Soms, zeg ik tegen de kleine zoon, is het niet zo leuk een groot mens te zijn.
Soms, zegt hij terug, is het niet leuk een klein mens te zijn.
Wanneer dan, vraag ik.
Als ik alleen moet spelen, zegt hij.

De tijd is aangebroken. De magische uren waarin alles kan. Iedereen slaapt en pas rond 23u begint de poppenkast opnieuw, met de popjes die wakker worden, om de beurt, en melk willen of troost of warmte of iets dat ik niet begrijp maar waar ik meestal wel in kan voorzien.
De magische uren om te lezen, te schrijven, na te denken, contact op te nemen, plannen te maken, de kast op te ruimen, de rekeningen te betalen, yoga-oefeningen te doen.
Maar eerst moet ik de was opvouwen of wegmoffelen, de vaatwasser inladen, de resterende afwas doen. En dan, dan zijn er de magische uren.

Vanochtend verkaste ik met baby’s naar de Man zijn bed om 5u30 en viel eindelijk in een diepe slaap. Toen hij me tot vanavond kuste om 7, deed ik alsof ik niet bestond.
Vandaag at ik cake als ontbijt op een drafje en besloot om morgen echt yoghurt met gebakken ananas te maken of zoiets.
Vandaag liep ik naar school en terug.
Ik dronk gruwelijke slechte koffie met de andere ouders.
Ik praatte met de buurvrouw en de buurman op de terugweg.
Ik gaf borstvoeding. Legde de baby’s in bed. Deed de was. Ging in de douche.
Ik deed de baby’s in bad. Gaf weer borstvoeding. De kleine baby spuugde mijn en haar schone kleding vol zure melk. Ik kleed me al niet meer om als dat gebeurt.
Ik zong. Ik lachte. Ik praatte. Ik legde de baby’s weer in bed en ging toen met mezelf aan tafel zitten lunchen, met restjes van gisteren en de krant van vandaag. Alles wat ik kon doen zoemde door mijn hoofd, en toen hoorde ik de baby’s weer en ik gaf borstvoeding en de kleine baby spuugde mijn en haar kleding vol zure melk en ik kleedde haar om en gaf hen een schone luier en we gingen de stad in.
Ik kocht rode glinsterende panty’s want op een dag heb ik zin om me leuk te kleden, zeker weten. Ik kocht een blouse waarin mijn buik niet zo opvalt en wat ik kan open knopen om te voeden. Toen ik de blouse paste, zag ik dat er ook witte vlekken op mijn rok zaten, niet enkel op mijn mouw. Ik kocht luizenshampoo en babyschuimbad.
Ja, een tweeling. Ja, een rijkdom. Ja, heel leuk. Ja, ook vermoeiend. Ja, twee meisjes. Soms voel ik me een celebrity in de stad.
Ik wandelde en wandelde, en de baby’s keken naar me en ik probeerde tegen beiden even veel te praten en naar beiden even veel te lachen en beiden even veel aan te raken aan hun kleine neusjes en toen vielen ze in slaap en we liepen de Man tegemoet en die wilde wandelen dus we wandelden de stad weer in.
Thuis gaf ik borstvoeding en liep ik rondjes terwijl de Man naar de bso ging, ophalen. Want één dag per week houden we de bso aan voor het geval dat. De kleine baby huilde en dus kon er niet gekookt worden, dus schoof ik pizza in de oven en pakte het huilende kind weer op en daarna uit schuldgevoel ook de blije baby.
De Man en ik maakten de baby’s klaar voor bed met schone luiers en slaapzakjes en flesjes melk want op het einde van de dag ben ik te moe om nog melk te maken.
Hij vertrok naar het lopen, en ik zei dat het niet altijd leuk is om een groot mens te zijn en ging toen de was weg moffelen, de afwas doen, de vaatwasser inladen.

De magische uren breken aan. Ik mag mijn pyjama aandoen van mezelf. Ik denk aan de vrouw die twee jaar en wat maanden geleden hier op de bank zat en de Man waarschuwde. Dat ze niet zo’n type was dat ’s avonds op de bank zou zitten met hem. Dat ze daarvoor veel te veel interessante dingen te doen had.
Die vrouw zou schamper lachen als ze ziet hoe ik om acht uur mijn pyjama neem. Die warme, grote, ouderwetse, flanellen pyjama die ik vooraan kan open knopen om borstvoeding te geven.

De magische uren. Alles kan nu. Niemand heeft me nodig. Niemand huilt, zuigt, lacht, vraagt, vertelt.

Ik besluit warm appelsap te maken, met kaneel. En in bed te gaan zitten. Morgen, echt, morgen. Morgen ga ik lezen. Schrijven. Nadenken. Contact opnemen. Plannen maken. De kasten opruimen. Rekeningen betalen. Yoga-oefeningen doen. Nu gewoon even mijn ogen dicht. Vijf minuutjes maar, van die magische uren. Moet kunnen, toch?

Over de poeperd van de dag en dat dat nu het spannendste is in mijn leven

In de begindagen van mijn zwangerschapsdepressie, kreeg ik hier een keer het ‘verwijt’ dat ik nooit ‘content’ zou zijn. Wel, ik ben toch niet zo gestoord, want ik ben op dit moment best content met het leven zoals het nu is. Al is het gezapig. Al geef ik per nacht minimum drie en maximum tien keer voeding. Al hebben de Man en ik wel eens ‘klinkenden ambras’ om het in mijn mooiste Vlaams te zeggen. Al zit ik ‘opgesloten’ in huis met minimum twee en maximum vier kinderen (en soms meer). Al werk ik nu even niet. Al maak ik weinig mee, buiten de huiselijke sfeer (laatst ging ik wel naar een prachtig huwelijk – ik denk er nog steeds met kippenvel aan! Verder: geen events). Als praten de Man en ik elke dag over wie de ‘poeperd van de dag’ was. (Met een tweeling kan je zo’n categorieën invoeren.) Al heb ik even geen inkomen (vind ik best eng). Ook al is het steeds duidelijker dat er iets aan de hand is met onze kleinste twinnie en denken we intussen in de richting van een oogprobleem dat invloed heeft op haar ontwikkeling. (En amaai, dat doet pijn. Ik zou het zo van haar overnemen. Ik wens haar toe dat ze zich gewoon helemaal goed kan ontwikkelen en nergens door geremd wordt. Ze heeft zo’n kraaltjes van stralende oogjes en het idee dat ze me daarmee niet ziet doet akelig veel pijn.)

Ik denk ook vaak et elors. Ik zou blogjes kunnen schrijven over hoe je twinnies structureert als twinmom. Ik zou huishoudelijke besognes kunnen delen. Weekmenu’s. Lijstjes met boeken die ik lees (ok, weinig, meer aandacht voor de poeperd van de dag). Ik zou over borstvoeding kunnen schrijven. Of over thuisblijfmoederen. Of whatever. Maar hoewel ik dat allemaal graag lees bij anderen, voel ik niet echt de nood me te profileren als twinmom of huishoudblogger of andere zaken. Ik doe maar wat.

Het leven is gewoon klein en goed en stil. Ik ben dol op de dagen thuis. Lekker rommelen met de baby’s. Op donderdagavond ben ik blij dat het weekend aanbreekt en dat de Man thuis is op vrijdag, zaterdag en zondag. En op zondagavond ben ik blij dat het weer week is en de twinnies en ik lekker saaie dagen tegemoet gaan.

Werk blijft wel een item. Ik kan me niet voorstellen ooit terug te gaan, en tegelijkertijd weet ik niet wat ik dan wel wil en snap ik ook niet goed waarom ik de lol in mijn werk zo kwijt ben geraakt. Ik was ooit best ambitieus en gedreven en snel enzo, en nu weet ik het gewoon allemaal niet zo goed meer.

Ik ontdek door contacten met andere moeders ook wat voor moeder ik zelf ben, en ik blijk verrassend behoudend. De kinderen liggen hier elke dag allemaal tussen 19 en 20u in bed, en ik probeer de tweeling te structureren (eten, slapen), door heel goed naar hun signalen te kijken en dat te combineren met wat kennis over slaap- en wakkercycli van de kleintjes en hoe hun hersenen ontwikkelen en slaap nodig hebben (lees: baby in een droomritme. Dan toch een tip!). In mijn hoofd was ik een knallende attachment parent, maar ik zie veel te veel attachment parents met vermoeide en overspannen kinderen en hondsbrutale kinderen soms ook. Ik geloof intussen niet meer dat kinderen alleen maar op je buik willen zitten en bij je willen zijn, maar ook dat ze rust willen en structuur en houvast en zelfs regels om zich veilig door de wereld te bewegen. Mijn baby’s huilen bijna nooit, alleen als er iets aan de hand is. Dus het is hier geen verhaal van gecontroleerd laten huilen. Maar wel een verhaal van liefdevol geven wat ze nodig hebben en beseffen dat dat niet enkel ik ben.

Zo.
Het leven zoals het is.
Saai. En vol contentement.