Overbodige luxe

O, het is luxe. Naast mij springen de kinderen in het zwembad. De kleintjes slapen. Ik heb al twee boeken gelezen – en nu zijn mijn boeken op en in dit deel van Europa is de zoektocht naar Engelstalige literatuur een hele opgave. Er moet zo weinig. Eten, de was, de afwas, de kinderen wassen, mezelf wassen. Een uitstapje, gisteren gingen we naar een concentratiekamp en vond ik geen woorden om de jongens uit te leggen wat mensen elkaar kunnen aandoen, en waarom. Het schudt alleszins mijn moederschap wakker. Door kinderen te hebben van verschillende leeftijden vergeet ik wel eens wat ik mijn grotere kinderen wil leren en meegeven, want de zorg voor de kleintjes is nog steeds alomvattend. Maar gisteren reed ik met de jongens de heuvels op en af. In de verte zagen we het kamp liggen. Ik kon de oude, zware energie voelen. De jongens liepen met me mee, gingen donkere cellen in en stonden met hun ogen te knipperen bij bedden in kamers die dienden voor zestig mensen.

Vakantie is luxe, en ik ben dankbaar. Maar ik realiseer me weer dat ik niet graag reis (ok, soms is vakantie ook wel lekker). De voorbije jaren dacht ik dat het aan het alleenstaand ouderen lag, dat reizen nog vermoeiender was dan het normale leven thuis. Maar nu ik gepakt heb voor zes, twee dagen auto heb gehad met zes waaronder twee 1-jarigen, mijn weg zoek in vreemde supermarkten en rijd over vreemde wegen, nu weet ik het weer. Ik reis niet zo graag. Ik ben zo ontzettend moe en kijk nu al op tegen de terugreis, het terug in onze plooi vallen thuis.

Tijdens de vakantie valt er slecht nieuws op mijn dak. Een ex-collega had me een klus doorgespeeld die me op het lijf geschreven was, maar de betreffende organisatie had al een andere adviseur onder de arm genomen. Al mijn plannen lijken zo overbodig, zo kwetsbaar, zo stom. Ik ben het moe ‘arm’ te zijn. Geld genoeg in ons huishouden, maar het staat niet op mijn rekening. Ik YNAB me te pletter, om het weinige geld dat er binnen komt bij mij te verdelen over de uitgaven die er zijn voor de kinderen en mezelf. Uiteraard kan ik altijd aankloppen bij de Man en helaas heb ik dat al gedaan tot een bedrag met vijf nullen – zucht. Hij geeft er niet om, ik wel. Het voelt kwetsbaar om afhankelijk te zijn. Maar ook: ik weet dat ik wat kan als adviseur, ik wil eindelijk ook eens wat gaan verdienen met mijn kwaliteiten. Geld is niet zo belangrijk, maar het is alsof ik al jaren de eindjes aan elkaar zit te knopen en niets opbouw, en ik ben op een leeftijd gekomen dat ik graag iets wil opbouwen. En ook: ik weet wat ik kan en wil, maar ik weet niet hoe ik de brug moet slaan tot de vragen die er waarschijnlijk zijn en waarmee ik aan de slag kan. Het is een zoektocht, een puzzel. En zo ver van huis, ver van mijn kleine kantoortje, voelt alles zo absurd en raar aan.

Ik heb nog wat werk bij. Op de zesde vakantiedag zet ik mijn geluidswerende koptelefoon op, neem ik mijn computer, ga ik wat doen. Ik denk aan mijn kantoortje, dat ik voor vertrek zorgvuldig gestofzuigd heb en netjes opgeruimd. Ik tel de dagen voor ik weer daar kan zijn. Alleen, bij mezelf. En tot die tijd, tot die tijd. Hier, nu en morning pages.

Advertenties

Over hypnotherapie

Een tijdje geleden heb ik me laten hypnotiseren. Niet door iemand met een glazen bol en een paars gewaad in een schimmige yurt die blauw staat van de wierook, maar door een heel normale (nou ja, wat is normaal?) vrouw, in een kantoorpand.

Ik was wanhopig. Dat klinkt heel heftig, misschien veel heftiger dan nodig. Maar ik had het nare gevoel dat ik mezelf niet meer onder controle had met betrekking tot voeding.

Ik schreef er al eens over. Dat ik veel bagage meesleep rond dat thema. Ergens diep zat een overtuiging dat ik om het even wat kon doen, maar dat ik toch geen effect heb op mijn gewicht. Dat is natuurlijk bullshit, want er is een vrij grote correlatie tussen je eetgedrag en lichaamsbeweging en je postuur (ik weet wel dat het genuanceerder is, dat er hormonen zijn en aanleg en invloed van medicatie, …). Het klinkt ook allemaal alsof ik heel zwaar ben, wat ook niet het geval is (vreemd genoeg vind ik het raar om dit zinnetje te schrijven). Ik ben wel wat te zwaar, maar op dit moment zit ik aan een BMI van 24,5 – een verder niet zo relevant getalletje, maar het betekent wel dat mijn gewicht (terug) binnen de grenzen van het gezonde valt, doch dicht bij de bovengrens van 25.

Het was een soort kluwen in mijn hoofd. Gebrek aan zelfvertrouwen door het besef geen grip te hebben op mezelf. Voornemens maken, die telkens breken. Spiegels en foto’s vermijden. Me ongemakkelijk voelen in mijn lichaam. Een beroerde conditie. Frustratie, en net daardoor op zoek gaan in de keukenkastjes. Vermoeid, en net daarom telkens weer een stuk chocola. Soms ook verveeld of verdrietig, en wat troost er beter dan een koekje?

In de eerste sessie vertelde ik dit alles aan de hypnotherapeute. Ze bracht me onder hypnose: een soort ontspannen toestand waarin je ontvankelijk bent voor boodschappen en nog goed weet wat er om je heen gebeurt. Niets engs en ik heb mijn pincode niet gegeven, zeker weten. Ze werkte rond het loslaten van allerlei bagage, en ze verbrak de link in mijn hoofd tussen verveling/verdriet/frustratie/vermoeidheid en zoete dingen.

Het wonder geschiedde. Ik ging weg, en heb ik enkele aandrang meer gehad om de kast waarin nog drie pakken cote d’or liggen open te doen. Uiteraard eet ik wel eens een dessertje mee op een feestje en laatst bestelde ik op vakantie een stukje cake bij mijn cappuccino, maar er is een verschil tussen een ziekelijke drang naar zoet, of een normale volwassen omgang met een incidenteel dessert.

Na twee weken was ik twee kilo kwijt.

Ik ging terug, met een wenslijstje. Als ze even dit en dit en dit tegen me kon zeggen, dan zouden de kilo’s er af vliegen, zou ik nooit meer naar doen, zou ik alles onder controle hebben, … Nou ja, hoop niet te veel want zo werkt het niet. In die sessie vertelde ze mijn onderbewuste dingen over zelfvertrouwen en genoeg hebben aan gezonde goede maaltijden, maar toen ik buiten kwam was ik niet meteen supervrouw die per dag drie blaadjes sla en een wortel at en strak en shiny door het leven ging.

Domper op de feestvreugde – ik wil graag alles en liefst ook meteen! – ook al weet ik zelf best dat een gezonde gewone normale omgang met voeding op termijn de beste optie is, ook al vliegen er nu geen kilo’s af en kan ik ook niet plots een marathon lopen met een nieuw fitgirl-lijf (waar uiteraard de zwangerschapstriemen miraculeus van vervlogen zouden zijn). Ik had zo graag gewild dat het met een vingerknip allemaal opgelost was. Alles. Dat ik geprogrammeerd zou worden tot een soort supervrouw, de beste versie van mezelf.

En dat is niet zo.
Maar. Ik voel me wel rustig. Die chocolade ligt niet gillend en krijsend om mijn aandacht in de kast. Ik stop bij een lange autorit niet onderweg om kinderbueno’s te kopen. Ik bestel geen stuk taart bij elke koffie die ik drink. Ik kies ‘automatisch’ voor gezonde dingen in een vrij evenwichtig eetpatroon, met tussendoortjes en gewone porties. En ik eet wel eens mee als de Man een zak chips opentrekt. Of ik bestel wel eens een stukje cake bij een kopje koffie op een druilerige dag. Op dit moment weet ik niet hoe dat er op de weegschaal uitziet en dat is prima. In mijn hoofd is het alleszins rustig. De innerlijke strijd is voorbij. Ik ben de baas.

Een treetje hoger klauteren

Soms ben ik mezelf spuugzat. Dan heb ik het idee dat ik telkens dezelfde fouten maak, tegen dezelfde dingen aanloop. Met open ogen trouwens, want ik denk dat ik best veel patronen heb geanalyseerd en opgespoord.

De laatste tijd echter, verbaas ik me vaak over mezelf. Dan bevind ik me plots in een situatie die heel erg unlike-me is. Zo ben ik woest aan het YNABBEN geslagen (een vorm van budget-beheer die je bij Kelly kan terugvinden en die geen kwaad kan voor de startende zelfstandige). Of ik slaag er in om attent te zijn, bijvoorbeeld als andere mensen een kindje krijgen, omdat de gebaren van onze omgeving bij de geboorte van onze tweeling me zo raakten. Of ik loop in de supermarkt en ik kan gewoon langs de chocolade-afdeling lopen zonder het gevoel te hebben iets te willen kopen – meestal verpakte ik dat gevoel in het argument dat ik toch iets in huis moet hebben voor als er bezoek komt. Tegenwoordig weet ik dat veel bezoek ook op de lijn probeert te letten en dat men dus niet altijd blij is met een volle doos pralines op tafel. We ruimen ook het huis op, en verhuren het via airbnb. Daar heb ik gemengde gevoelens over – vooral het deel-principe bevalt me: hoe zot is het om een huis een paar weken leeg te laten staan, als een ander gezin – bv ook met een tweeling – er een leuke vakantie kan vieren? We hebben alles in huis voor twee kleine kindjes, en twee grote natuurlijk ook, dus in die zin is het een leuke place-to-be voor ouders die net als ons niet weten hoe ze ooit alles mee in de auto gaan krijgen voor two-under-two of een tweeling. Maar er zit natuurlijk ook een financieel aspect aan, en ik begrijp ook best dat een buurt onleefbaar wordt als er permanent verhuurd wordt. (Daar proberen we verantwoordelijkheid in te nemen door bv alleen aan gezinnen te verhuren.)
Ik bedenk mijn eigen bedrijfje, kan meestal goed focussen tijdens werktijd, organiseer de periode van nu tot kerst, probeer minder volgens verwachtingen van anderen te leven, maar meer vanuit mijzelf. Ik geef ook mijn grenzen aan, en probeer dat op een aardige maar duidelijke manier te doen. Trial & error, uiteraard.

Anyway. Soms lijkt het alsof ik een treetje hoger klauter.

En natuurlijk zijn er dingen die ik nog graag wil verwerven. Mijn top drie?

  1. Ik wil minder bang zijn voor conflict. Ik merk dat ik in conflict of bij potentieel conflict een soort stress-reactie krijg (fysiek). Ik denk dat conflict net vruchtbaar kan zijn, en wil graag leren er midden in te gaan staan op een ontspannen en constructieve manier.
  2. Ik wil graag uit het tegenover blijven. In mijn relatie of in andere situaties, heb ik de neiging bij frictie of onvrede, in het tegenover te schieten en afstand te creëren. Terwijl veel dingen ook een win-win kunnen worden, ik weet dat ik ook naast iemand kan staan en dezelfde kant uit kijken. Laatst hadden de Man en ik een relationeel opstootje toen we ons huis klaarstoomden voor een eerste airbnb-gebruik, en onszelf voor een tripje. Het was 38 graden, één van de baby’s huilde al een kwartier, de auto moest ingeladen, het huis schoon. Het escaleerde, een opmerking viel fout en ik beende er vandoor met de boodschap dat hij maar alleen met de kinderen op reis moest gaan. Wat ik uiteraard helemaal niet wilde, en hij ook niet. Maar daar sta je dan, en je moet met hangende pootjes terug. Onnodig. Onnozel. Schadelijk.
  3. Ik wil graag meer durven en meer doen. Iets nieuws starten als zelfstandige is ronddwalen in een soort landschap van mogelijkheden. Op een keer moet je wel gewoon even de route uitzetten en iets durven, iets doen. Zonder duizend keer na te denken, alle voor- en tegens in te schatten, het allemaal perfect op orde te willen hebben of bang zijn te verdwalen. Lef. Dat graag.

Waarin wil jij een treetje hoger klauteren? Benieuwd naar jullie lijstje!

Over verlangen naar een plek die niet meer bestaat

Na een complexe zwangerschap en de geboorte van de tweeling, geraakte in conflict met mijn werkgever. Het resulteerde erin dat ik besloot om mijn baan op te zeggen, omdat ik geen vertrouwen meer had in een goede samenwerking. Het mailtje met die beslissing heb ik luid snikkend geschreven. Er volgde een gesprek, wat regelingen, wat opluchting.

Het leven stroomde en ik deed mee. As we speak zit ik in een eigen kantoortje te bedenken hoe ik de huur nu weer eens ga betalen.

Mijn kantoortje is geweldig. Er zijn boeken, het ruikt er naar lavendel. Ik zit in een creatief deel van de stad. Eén van de buren speelt Einaudi en de klanken zweven door de straten. Ik heb maar liefst vijf plantjes die echt leven. Ik heb mijn rode pumps netjes naast elkaar geparkeerd bij mijn koffiemachine. Er staan roze rozen op mijn bureau.
In de kantoortuin waar ik vroeger werkte, had ik soms geen flex-plek meer. Zaten er allemaal mensen om me heen, die soms naar parfum roken, soms naar aftershave en ook wel eens naar zweet. Er waren nep-bloemen en nep-planten. Ik had altijd mijn schoenen aan.

Maar: er waren collega’s. En echt waar, ik ben zo trots en blij geweest deel uit te maken van dat clubje daar. Ik keek best op naar een aantal van mijn vlotte, goed geklede collega’s die het land rond sjeesden en overal wat slims gingen doen.

Dus soms zit ik in mijn kantoortje, kijk ik uit het raam, en mis ik die plek.

Laatst stelde mijn voormalige baas, die van het vreselijke conflict, voor om samen te lunchen en alles nog eens uit te praten. Ik sprak met hem af of een plek aan zee, en ik fietste misschien wel 12 kilometer door de duinen vooraleer ik hem trof. Het fietsen door de duinen maakt me rustig, en dat leek me de perfecte voorbereiding.

The magic happened. We praatten. Ik vertelde wat er vanuit mijn perspectief was gebeurd, inclusief de angsten en de boosheden en de vermoedens en alles wat er als een soort ruis bij me speelde. Hij deed hetzelfde.

‘Ik herkende mezelf niet meer,’ zei hij, ‘bij wat ik deed.’
Ik herkende hem ook helemaal niet meer – en het deed me deugd dat hij dat zei, want ik was al gaan twijfelen of ik het nu zo fout had gezien al die jaren, of dat hij inderdaad een aardige man was die nu iets heel geks deed.
Hij zei ook dat er druk was om iemand anders aan te nemen en dat de beschikbaarheid van mijn uren dan wel goed zou uitkomen.

En toen vertelde hij dat hij zelf weg ging. En ongeveer alle collega’s waar ik naar op keek. De reorganisatie had slachtoffers gemaakt, het schip was een heel andere kant uit gestuurd, de plek waar ik vaak naar terug verlang, bestaat helemaal niet meer.

We omhelsden elkaar. Hij zei me dat ik als zelfstandige veel meer kan verdienen dan hij me betaald had, met mijn kwaliteiten. Hij gaf me meteen een aantal contactpersonen voor netwerkgesprekken.

Ik fietste terug. Mijn hart was vol.

Centrifugaal

Elk dag schrijf ik in mijn morning pages: ‘er gebeurt zo veel’. Er gebeurt de hele tijd zo veel en ik heb een talent voor intensiteit, dus ik beleef alles ook zo overrompelend heftig.

Een greep uit het gebeuren:

  • Ik start een eigen zaak. Dat is dolle pret en grote angst en nog duizend andere dingen. Het is twijfelen en zoeken en nu sta ik een beetje met angst en beven op de stap om ook via de blog stapjes te zetten. Ik vind het doodeng want dat is het einde van de anonimiteit en ik weet niet zeker of ik dat allemaal wel wil en kan en ik twijfel aan ongeveer alles en ik ben geen durver en ik weet niet hoe het allemaal gaat uitdraaien.
  • In onze omgeving dragen we mee zorg voor een jong iemand met een heel pittige psychische problematiek. Zonder meer logisch, maar ik merk dat het me zo veel machteloosheid en verdriet geeft om te praten over afscheid en manieren om uit het leven te stappen. Ergens vind ik psychisch lijden en uitzichtloosheid bijna onbegrijpelijk en wil ik de persoon in kwestie door elkaar schudden. WORD WAKKER, JE LEEFT EN DAT IS EEN GESCHENK. En anderzijds weet ik exact hoe donker het kan zijn en weet ik dat geen enkele door-elkaar-schudding dan kan helpen. Het is zo ontzettend naar.
  • De baby’s werden 1 jaar. EEN JAAR. 6000 luiers en 365 slapeloze nachten, schreef ik aan de Man. En still going strong. Nou ja, met alle ups en downs die daarbij horen, bij het moederen en vaderen.
  • Wat ik heftig en heel stom vind, is dat de Man en ik in een soort van concurrentie zijn beland. Er is natuurlijk weinig ruimte en tijd, dus als de één iets gaat doen kan de ander het niet doen. Zo werkt dat. Ik heb een talent voor verongelijktheid blijkbaar en ik weet dat en ik vind het echt suuuuuperstom van mezelf, maar we zitten dus nu heel erg in het ‘jij bent drie keer gaan sporten dus ik ga maandag ook sporten, los het hier maar op!’. Nou ja, ik zit daar erg in. Ik wil hem eigenlijk veel liever dingen gunnen en mezelf ook, en dat vind ik ook veel verstandiger en handiger, maar blijkbaar lukt dat even nog niet zo goed.
  • Ik was erg gefrustreerd over mijn gewicht waar ik maar geen grip op kreeg. Lees: ik zat in een soort van vicieuze achtbaan met eten. Lees: chocola. Ik denk dat de vermoeidheid een soort van hang naar zoetigheid gaf, en ik dus de hele tijd op zoek was (craving is echt een goed woord) naar een nieuwe suikerkick om weer een half uur door te komen. Ik had alles al geprobeerd. Nou ja. Niet echt. Ik had vooral veel voornemens gemaakt en het elke keer verknald. Intussen heb ik me laten hypnotiseren, waarover zeker later meer als ik het effect kan meten, maar de suikerverslaving is weg gehypnotiseerd. Het bij elk moment van emotie/frustratie/verveling naar iets grijpen ook. Ik zit op kantoor en hier staat een doos chocolaatjes en ik heb daar nog geen enkele van genomen, want ik heb geen behoefte meer. Dat is een soort van wonder. Wordt vervolgd. Vooralsnog kan ik zeggen dat ik zes dagen na de eerste sessie een kilo minder woog.

Van alle dingen die aan de hand zijn (bovenstaande bullets zijn slechts een greepje uit het assortiment), geraak ik behoorlijk gecentrifugeerd. Het is alsof ik uit mijn centrum gehaald word en niet meer bij mezelf kan, niets meer kan voelen. Ik herken het gevoel – ik heb het immers jaren gehad en er hier over geschreven. Ik weet dat ik zo snel mogelijk weer in mijn centrum moet komen en ik weet ook wat ik daarvoor nodig heb: tijd alleen vooral. Tijd om dingen te verwerken, een plek te geven. Stilte. Regelmaat. Rust. Methylfenidaat. En schrijven. Die morning pages, en weer regelmatige blogs.

De ultieme relatietest

Voor iedereen die een ultieme relatietest wil, raad ik de volgende mix aan:

  • Een hittegolf
  • Een stacaravan
  • Een zoon van 9, een zoon van 5
  • Twee zieke baby’s (met koorts)
  • Luizen
  • Constipatie (ik ben zo iemand die niet naar toilet kan op een ander)

We hebben het weekend van ons leven gehad. Een jaar met een tweeling was peanuts in vergelijking met het voorbije weekend. De Man wou graag eens proberen kamperen. We boekten online een stacaravan, maar eenmaal daar vond ik het zo ontzettend triest (ik ben nogal gevoelig voor sfeer en de stacaravan stond op een plek waar mensen ook leken te wonen in hun caravan en op zich is het al best een sneu ding). We ontdekten al vrij snel dat we een probleem hadden met het beveiligen van het slaapproces van de baby’s omdat de bedden niet verschuifbaar waren. De grote baby sliep in een bedje dat midden in de stacaravan moest. De kleine sliep bij mij, waardoor ik tegelijkertijd met haar naar bed moest omdat ze makkelijk uit bed kon vallen.

Beide dames hadden koorts. En er was een hittegolf.

Op zaterdagavond deden we er meer dan drie uur over om de baby’s in slaap te krijgen. Daarna begon een onrustige nacht waarin de mini elk half uur wakker werd.

De jongens hebben luizen en ik vast ook – imaginair of echt – maakt dat uit?

Midden in de vreselijke nacht hoorde ik een bonk. Ik ging kijken bij de kleine zoon die glazig naar zijn raam zat te kijken. ‘Er is hier iemand die zegt dat ik dingen moet doen,’ zei hij. Waar dan, vroeg ik. Hij wees langzaam met zijn vinger naar het raam. Ondanks de warmte kreeg ik kippevel all over.

Het leven zoals het is. Er zijn idyllische momenten, maar euhm. Dit was er geen.

De Man en ik hebben maar drie keer ruzie gehad. We konden er vrij snel ook mee lachen, zij het nog wat groen. Toen we weg reden, keken de jongens verlangend naar het meertje waarin ze uren hadden gespeeld en gezwommen. ‘Wanneer komen we terug?’, vroegen ze.

Koortsachtig

De zon schijnt. Ik kijk op de klok en zie dat het 15u is. De laatste keer dat ik keek, was het 10u. Ik heb uren gewerkt. Koortsachtig.

Ik neem mijn sleutel, wandel mijn kantoortje uit, sta midden in de stad. Ik scoor een makkelijke avondmaaltijd (hummus, heerlijke couscous, falafelballetjes en groenten), gooi twee boeken door de schuif in de bib en haal een koffie bij mijn favoriete zaakje. Mijn hakken tikken als ik terugwandel naar kantoor. Niet het kantoor, maar mijn eigen ini-mini-kantoortje.

Het is een rare tijd. Enerzijds heel dynamisch. Ik leer veel, volg opleidingen, creëer, installeer, denk na. Anderzijds gebeurt er ook niets. Ik ben nog niet echt uit de startblokken dus ben ik de hele tijd aan het droogzwemmen.

Enkele jaren geleden had ik ook een periode van grote dynamiek. Ik was net van baan veranderd, had een periode waarin ik me even wat beter settelde in het singlemomverhaal, deed trouw elke dag yoga. Het was mooi en intens en bijzonder en ik herinner me dat ik aan de zee stond en dat het leek alsof de sky de limit was en tegelijkertijd alsof ik heel goed diep in mezelf gezonken was.

Zo voelt het weer. Het gaat goed. De oppas is ingeburgerd, de kinderen doen het goed (al zou een nachtje slapen wel lekker zijn), de Man en ik hebben goede gesprekken én gezamenlijke projecten, ik verbreed mijn rol van enkel moeder thuis naar startend ondernemer. Ik leer en heb allerlei initiatieven. En ik ga naar de sportschool, waar ik de eerste keer stond te janken omdat ik het allemaal niet eerlijk vond dat mijn lijf zo geleden heeft onder mijn tweelingzwangerschap, maar waar ik nu vrolijk mee allerlei lesjes doe. (En weet je wat? Ik heb een lichaam! Van mezelf! En daar kan ik dingen mee!)

Natuurlijk is dit de veilige zone. De zone van stilte voor de storm. Van plannen maken zonder die te moeten toetsen aan de realiteit. Van tijd ter beschikking hebben. Van alles-wat-ik-nu-doe-is-winst. En het is ook wat angstig en ongemakkelijk en spannend.

Zo neem ik de nieuwe bakfiets, en fiets ik in twee minuten naar huis. Blij met hoe alles is geworden. En wordt.

Living the dream

In mijn leven gaat het precies altijd met een omweg, maar ik kom wel op de juiste plek uit.

Vijf jaar geleden begon ik hier te bloggen. Mijn partner was weg gegaan, ik was alleen met de kinderen, ik was verdrietig en moest hard werken. Intussen woon ik in een stad 200 km ten noorden van waar ik toen woonde, met een Man die ik bij onze eerste ontmoeting meteen leuk vond maar die geen waarschijnlijke partner leek (ouder, hij had een vriendin, hij woonde ver) en twee nieuwe kleine poepies. Elke keer als ik door deze stad loop, voel ik me eindelijk zo hard op mijn plek. Alsof ik altijd meespeelde in de foute film en nu eindelijk goed gecast ben.

In de vijf jaar dat ik hier blogde, had ik eerst een baan aan de universiteit, vrij snel een baan bij een organisatie en daarna helemaal geen baan meer. Dat was niet het plan en ik zweette peentjes, huilde bittere tranen en wanhoopte. Vandaag ben ik voor het eerst aan het werken in mijn nieuwe pandje. Ik kan nog steeds niet zeggen wat ik dan ben, maar ik heb het erg druk (heb wat opdrachten vanuit mijn bijberoep, niet genoeg maar wel een beginnetje). De lieve eigenaars van het nieuwe pandje laten me al vroeger dan ik het huur hier werken, en ook al staat het nog vol spullen van hen, zit ik op een krukje aan een geïmproviseerde werkplek met zicht op de schilder die de ramen en de gevel een buurt geeft, het voelt ZO GOED. Ik werk nu op fiets- en loopafstand van mijn huis, het is hier stil en licht en van mezelf (o, die dagen in de kantoortuin waarin ik hoofdpijn kreeg van de airco en knetter werd van de prikkels!). Het is klein, maar mooi. Het is van mij. Mijn rekeningen zijn leeg en ik heb geen enkele garantie dat ik in mijn vage plannen ga slagen, maar ik heb me overgegeven en ga er vanuit dat de dingen zich vormen en het allemaal wel goed komt.

Net ging ik even koffie tappen bij mijn huisbazin. We praatten, ze zijn een leuk creatief gezin, en ik keek even rond. Op een kast stond een enorm beeld van een wolf. Ik grinnikte. Het universum is wel eens subtieler geweest.

Wat je wel kan doen als het even niet meer lukt

Vannacht las ik dit. Ik herkende zo veel van mijn eigen tijd als single mom. Ik bedacht allemaal dingen om te zeggen. En toen bedacht ik een blogje te schrijven.

Voor mij is het echt heel raar om te bedenken dat ik nu bijna even lang met de Man samen ben, dan dat ik alleen was. De jaren met de Man zijn gevlogen: we gingen samenwonen, kregen een tweeling, ik raakte mijn baan kwijt, startte iets nieuws. Daar zitten we ongeveer. De jaren daarvoor sleepten zich voort. Ik was vaak heel wanhopig en ik vond alles zo moeilijk alleen. Wat er aan de hand was, was dat ik enorm vastliep in mijn eigen hoofd en gedachten. Tot en met dat ik zo vastliep dat ik er ook niet meer uit kon, hoewel ik slim genoeg ben/was. Vaak waren praktische dingen het moeilijkste (besluiten nemen, overzicht krijgen, ergens aan beginnen). Er gingen dagen voorbij dat ik een heel mentaal proces had doorlopen, geen flikker had gedaan (behalve voor de kinderen gezorgd en al die 1001 kleine prutsdingen van een normale dag) en dat ik DOOOOODMOE was. Omdat ik mezelf mentaal uitputte met al mijn gedachten en gevoelens. Ik dacht: a. dat het nooit beter zou worden; b. dat iedereen beter was in alles dan ik; c. dat er iets vreselijk mis was met me. Intussen is er zo veel anders. Er zijn veel dingen waar ik geen grip op had en die gebeurden, maar er zijn ook dingen waar ik wel grip op heb. Ik haat tips en tricks, maar ik wil terugkijkend wel graag mijn ervaringen delen.

  • Samen zijn met iemand die het eenvoudiger maakt, helpt mij enorm. De Man en ik hebben soms relationeel gedoe omdat zijn hoofd zo anders werkt dan het mijne (hij denkt heel logisch, ik heel kronkelig), maar hij leerde me dingen als KISS en als ik een hersenkronkel aan hem vertel, kan ie vaak empathisch helderheid scheppen. Nu heb ik geluk dat ik hem ontmoet heb, maar sommige vrienden hebben ook die eigenschappen. Door af en toe met iemand een kronkel te delen, en een nuchter antwoord terug te krijgen, leer je uiteindelijk zelf ook je kronkels wat gladstrijken. Het is alsof je simpele weggetjes in je hoofd kan aanleggen en kan inoefenen, waardoor je minder verdwaalt in het bos in je hoofd (ik denk dat dat ook neuroplasticiteit is). Moest ik de Man niet hebben, zou ik denk ik teruggrijpen naar een RET-boek of therapeut. Wat me daarin aanspreekt, is het simpel maken van dingen. De vier vragen van Byron Katie kunnen ook een klein truukje zijn voor bepaalde kronkels.
  • De ochtenden. Ik ben geen ochtendmens, maar de energie van de ochtend is vaak beter voor een bosrijk hoofd dat wel eens een oerwoud wordt. In mijn tijd alleen was ik altijd moe, stond ik te laat op en rende ik achter de feiten aan. Aaaarghl. Intussen heb ik een ochtendritueel waarbij ik belachelijk vroeg opsta (5u30 of 6) en al heel veel dingen heb gedaan voor de rest van het gezin wakker is. Daarmee heb ik een voorsprong op de dag en hang ik niet om 9u al in de touwen van de stress en de ergernis. Ik ben echt minder moe als ik een voorsprong heb genomen, dan als ik langer slaap en het een toestand wordt.
  • Morning pages. Ik zou iedereen The Artist’s Way aanraden, maar zelfs al doe je het programma niet (dat ook goed helpt met alles-of-niets-denken etc), zou ik iemand die verstrikt geraakt in zijn/haar hoofd de morning pages aanraden (bv daar vroeger voor opstaan of eerst doen op kantoor). Drie pagina’s beschrijven, uit de losse pols. Ik houd ze bij, deel ze met niemand. Vaak komen er eerst allerlei kronkels op papier die op die manier wat helderder worden (of die ik daarmee dump!), en daarna kom ik tot een soort structuurtje (gaat vanzelf): wat wil ik vandaag doen, wat zeker niet, hoe kan ik het anders aanpakken, … Dat helpt me dan doorheen de dag, en schrijven beklijft.
  • Als je hoofd echt heel druk is en je er heel moe van wordt, zou ik een experiment doen met methylfenidaat. Toen ik het van mijn dokter kreeg (heb nog steeds geen echte diagnose ADD), werden al die kronkels in mijn hoofd plots stappenplannetjes, en kreeg ik ook wat meer daadkracht om ze te doen. Ik vind het niet erg om medicatie te nemen om mijn hoofd te structureren. Ik kan me goed voorstellen dat onder invloed van trauma of vermoeidheid neurotransmitters verminderen en de prefrontale cortex die je nodig hebt voor structuur, planning, overzicht slechter functioneert, en ik hou er rekening mee dat ik daar mogelijk aanleg voor heb en dat het alleenstaand moederen bij mij een trigger was voor add-achtige klachten.
  • Ik twijfelde veel over mijn werk en hoe ik dingen moest aanpakken. Soms werd ik er gek van en kon ik niets meer voor elkaar krijgen omdat ik alleen maar meer kronkels maakte en er niet meer uit kwam. Wat dan hielp was: ’s ochtends (fris hoofd!) een klein lijstje maken van drie dingen, en afspreken met mezelf niet meer te twijfelen maar die gewoon te doen (ik maakte per ding ook een stappenplannetje). Zo kreeg ik soms toch iets gedaan. Voorbeeld: studiedag voorbereiden: 1. nota’s lezen van gesprek; 2. ideeën opschrijven; 3. kijken naar drie vorige studiedagen wat ik kan gebruiken; 4. ideeën en resultaten van (3+2) in mijn standaard dagindeling plaatsen; 5. agenda maken en intro schrijven en 6. doorsturen aan opdrachtgever voor feedback.
  • Op een gegeven moment ben ik procedures gaan maken voor dingen die ik vaak moest doen (bv studiedag geven, offerte opstellen, …). Zelfs voor het schrijven van een e-mail! Met die procedures in een map (mij helpt het om fysiek dingen te hebben), kon ik dan makkelijker aan een taak beginnen en ze tot een goed einde brengen. Natuurlijk zat alle kennis al in mijn hoofd, maar het was makkelijker een stappenplannetje te hebben om een gevoel van houvast te hebben.
  • Rituelen maken. Als ik heel moe ben, word ik wazig en heel kip-zonder-kop-achtig. Ik heb een vast ochtend-ritueel en een vast avond-ritueel van dingen die ik moet doen, zodat ik niet telkens terug een keuze of besluit moet maken. (bv: was insteken en aanzetten, douchen, ontbijten, MP schrijven, dertig minuten e-mails beantwoorden, twee uur aan één project werken).
  • Iets fysieks. Lopen of yoga with Adriene zijn manieren om even in mijn lijf te zijn en daarmee en makkelijker hoofd te krijgen.
  • Stoppen met nadenken over anderen. Ik heb de neiging enorm naar anderen op te kijken en te denken dat ze hun leven op orde hebben, maar ik ontdek steeds vaker dat dat dus niet zo is en dat mensen allemaal dingen hebben waar ze het niet over hebben maar die hen wel bezig houden/storen/remmen/ …
  • Tot slot: je idee over werk bijsturen. Ik dacht dat ik alles moest weten en meteen alles goed moest doen, maar de meeste mensen doen maar wat. Echt. Met wisselend succes. En dat is denk ik waarvoor we betaald worden.

Nog tips, tricks, ideeën? Benieuwd!

En nee, het is niet simpel. Maar ja, je kan gelukkig wel iets doen, naast lief zijn voor jezelf. En soms aanvaarden dat het leven is wat het is en dat je zelf bent wie je bent.

Het gonst

Nog enkele dagen en mijn ouderschapsverlof is afgelopen. Er waren weken, maanden zelfs, dat het leek alsof ik nooit nog iets anders wou dan tutten met de kindjes. Maar dat kantelde, en tot mijn grote schaamte merkte ik dat ik steeds vaker onderprikkeld en doodmoe op de Man wachtte, na een dag luiers verschonen, kiekeboe spelen, slaapcoaching (ik gaf het maar een hippe naam), iedereen voeden.

Begrijp me goed. Ik ben dankbaar om mijn gezin. Maar na 10 maanden onafgebroken zorgen, realiseer ik me dat zorgen voor een stel kinderen waaronder een baby-tweeling heel erg ten koste gaat van zorgen voor jezelf. Soms weet ik amper nog wie ik ben, waar mijn hoofd staat, welke maand het is. Mijn lijf is moe, te zwaar, niet meer van mij. (Ik zie ook dat de baby’s extreem op mij gericht zijn. Ik wil dat ze ook vertrouwen ontwikkelen in andere mensen.)

Dus ik tel de dagen af. Nog enkele te gaan. En dan komt onze oppas-aan-huis, drie dagen per week. Het idee was dat ik me dan in een rotvaart door de files naar kantoor zou begeven om daar in drie dagen te doen wat ik normaal in vier dagen moest doen (want de meeste bedrijven vinden het wel ok dat je in uren mindert, maar zijn minder happig op het schrappen van taken). Anyway. Ik ga niet terug, ik begin iets nieuws. Wat leuk was toen het nog abstract was, maar nu voelt het kwetsbaar. Soms belachelijk. Onwennig.

Op Koningsdag wandelde ik voorbij een pandje dat te huur stond. Het trof me. De gedachte een eigen plek te hebben waar mijn spulletjes kunnen blijven, in plaats van als een werkende nomade van koffiebar tot flexwerkplek of coworkingspace te zwerven. Het pandje was klein en extreem duur (de huur voor één kamer was meer dan de helft van wat ik vroeger voor één huis betaalde met garage en tuin :)). Ik googelde, en kwam via anti-kraak (te vervallen) bij tijdelijke ruimtes terecht. Als ik het goed begrijp: ruimtes in panden die herbestemd zullen worden in de toekomst. Straks één bezichtigen. Spannend.

Verder heb ik nood aan een soort reset, een nieuwe start. Ik bestelde een detox-kuur (ik vind het zelf ook grappig – ik weet de voor – en nadelen, maar ik deed het vooral om dat intense gevoel dat je kan hebben nadat je ziek bent geweest en een aantal dagen geen troep hebt gegeten en dat al je zintuigen dan op scherp staan en je hoofd ook!). Ik pretox met soepjes en slaatjes en dat voelt fijn.

Ik realiseer me dat ik enkel nog op woensdag alleen met de kinderen zal zijn, wat tot nu toe vier dagen per week vaste prik was vier dagen per week. Op vrijdag is de Man ook thuis. Op termijn gaan de meisjes (ik wil dat ze met andere kindjes leren spelen) ook naar een peuterspeelzaal. Dan verandert er weer iets, in mijn hoofd zijn ze dan op woensdag- en vrijdagochtend weg, waardoor ik vier uur per week alleen thuis kan zijn. (Ik sprak er met een vriendin over, die vertelde dat een oppas aan huis schitterend is, maar dat je het heerlijke alleen-thuis kunnen zijn verliest. Ik kan me daar veel bij voorstellen.)

Dus. We sluiten een periode af. Dat voelt raar. Maar alles gonst van de nieuwigheid en zonder strak omlijnd plan ben ik heel benieuwd wat er gaat gebeuren als ik me laat meevoeren met de stroom.