Brief uit de toekomst

Een tijdje geleden heb ik hier een ‘oefening’ gedeeld, die ik heb gedaan in het kader van The Artist’s Way. Vandaag deel ik er graag nog ééntje, met de uitnodiging de oefening over te nemen op je blog natuurlijk :), en ons met een linkje in de comments uit te nodigen.

Vandaag gaat het om een reis in de tijd (uit week 4 van TAW, ‘een gevoel van heelheid terugvinden’). De opdracht gaat als volgt: beschrijf jezelf als je tachtig bent. Schrijf op wat je na je vijftigste gedaan hebt waar je plezier in had. En schrijf van een brief van die tachtigjarige aan je huidige zelf.

Ik moest erg lachen. Als ik 80 ben, zijn die baby-dochters 45 (en hebben ze hopelijk wél haar), de kleuterzoon 50 en de grote zoon 54. De Man zal 95 zijn. En ik? Ik ben een kranige dame. Ik bak appeltaart, rommel wat aan in huis, ben zelfstandig en mobiel, denk overal het mijne van maar ben wel open naar anderen toe en ik ben natuurlijk omringd door sprankelende kleinkinderen en kijk erg uit naar mijn achterkleinkinderen. Ik schrijf nog elke dag morning pages, en heb nog wekelijkse uitjes. Een ketting van uitjes van mijn 34ste tot mijn 80ste, imagine wat voor moois ik allemaal gezien en beleefd zal hebben! Ik lees, ik schrijf, ik blog, ik kook soep, ik zit in het zonnetje op goede dagen, en de Man en ik schuifelen de stad regelmatig in voor een kopje koffie. Na mijn vijftigste zal ik mijn eigen bedrijf geleid hebben, geschreven hebben, gewerkt hebben aan een soort ‘nalatenschap’ (of bedacht hebben dat dat niet hoeft), bewust geleefd hebben (als in: bewuste keuzes, niet zomaar een beetje van dag tot dag, de tijd die me gegeven is goed inzetten zeg maar, iets waar ik pas recent het knopje van omgezet heb in mijn hoofd – voordien hobbelde ik wat mee met wat iedereen nodig had en verwachtte en wat ik dacht dat allemaal moest – en ja, er is nog werk aan de winkel).

En mijn brief? Moeilijk om te schrijven, maar hierbij een poging.

Hee jij daar, bijna-35-jarige zelf.

Je staat middenin het leven, met die kleine baby’s. Wat een drukte! Wat een dynamiek. Ik begrijp dat je soms doodmoe bent.

Een paar dingen die ik je wil aanreiken:
Doe maar rustig aan. Je wil veel en je moet veel van jezelf. Er komt nog tijd om hard te lopen, boeken te schrijven, yoga te doen, het huis op te ruimen, … Kies er maar vaak genoeg voor om gewoon eens met die kleintjes te tutten, of met de grote mannen een ijsje te gaan eten, of in het gras te gaan liggen met alle vier of met de Man te praten. Dat kan nu, dat kan binnen vijf jaar niet meer op deze manier. En dan kan je de zolder opruimen, hoewel het geen kwaad kan als je dat nu al doet, maar dan niet ten koste van de mooie dingen. Het rare is dat de afwas doen niet echt een goede besteding van tijd is, maar dat het wel beter is als die gedaan is. Als het maar geen doel op zich wordt.
Hou ruimte voor jezelf zonder schuldgevoel. Je voelt je nu soms schuldig als je je morning pages gaat schrijven zonder eerst de keuken op te ruimen, of als je een oppas neemt en die tijd gebruikt om wat te kliederen op papier, of als je man en kinderen achter laat om naar de film te gaan of wat anders te gaan doen, maar je moet ook ademen en jezelf voeden en daar is niets mis mee.
Je hebt er nu even een rothekel aan dat je geen inkomsten hebt, en daar teert je eigenwaarde van weg. Probeer zelfstandig zijn (eigen auto, mogelijkheid om een eigen huis te huren of kopen, geld verdienen) even los te laten. Je bent de moeder in dat clubje. Je bent niet meer zelfstandig, haha. Geld verdienen is geen doel op zich, maar het is een bijkomstigheid, een effect van de dingen doen die je wil realiseren in de wereld. Net als een gezond gewicht. Dat hoeft geen doel op zich te zijn. Leef actief en draag zorg voor jezelf, fysiek en mentaal, en dan volgt dat lijf wel. (Ja, ik heb nu drie keer na elkaar ‘doel op zich’ geschreven, maar dat komt omdat ik ook stilaan wat vergeetachtig word 😉 ).
Het is noch het één, noch het ander. Kinderen hebben (of om het even wat in het leven) is nooit het eeuwige instagram-moment, maar ook niet alleen maar dat plakkerige nooit-klaar-en-altijd-moe. Ja, ik weet het. Er zijn veel dagen dat je al om 4 uur wakker bent en al voor 7 uur vier poepluiers hebt verschoond en dat het lijkt alsof je enkel maar was weg werkt, dingen van de grond schraapt, eten maakt dat toch uitgespuwd wordt en koude koffie drinkt. Dat is allemaal waar. En nee, kinderen zijn in het echt zelden zo charmant als op een ander of op een foto van een ander. Maar ze zijn echt en warm en ze zeggen grappige dingen en ze hebben warme lijfjes en je mag er boeken aan voorlezen. Dat is ook allemaal waar. Dus stop met je fantasieën over een kinderloos leven waarin alles groots en meeslepend is en niets plakt en je je ’s ochtends tenminste een mens voelt en indien niet: dat je dan gewoon nog wat kan slapen of warme koffie drinken. Of fantaseer er op los als dat helpt. Maar blijf ook gewoon daar, bij hen. En probeer beide kanten te zien.
Hou de Man in ere. Ik weet het, hij is weinig speels en een beetje streng en hij ruimt altijd op en verwacht dat je dat ook de hele dag doet. En hij is iets minder aaibaar dan je zou willen. Maar het is geen flierefluiter, en we weten allemaal hoe het is afgelopen met mister Flierefluiter. De Man is er, hij doet zijn best op allerlei onzichtbare manieren (want dat is net zo mooi aan ‘m, hij doet wat moet gebeuren zonder een schouderklopje te verwachten). Hij zorgt voor je, hij is meestal redelijk en meestal in voor een gesprek of samen koffie drinken. Hij is een goed mens, dat weet je best. Hij kan best onbuigzaam lijken, maar hij is een Man uit één stuk.
En tot slot: zelfs nu zie je al dat het leven zijn stroom volgt en dat het één tot het andere leidt en dat er een tijd is voor alles en dat je hulp krijgt uit onverwachte hoeken op momenten dat je het nodig hebt, dus vertrouw daar maar op. En stroom maar mee tot hier & nu, een dag met een appeltaart in de oven.

Liefs.
Je 80-jarige zelf




Advertenties

De buitenkant en de binnenkant

Soms is het donker in mijn hoofd.

Ik realiseerde me laatst dat ik een vrouw ben met acht kilo te veel, die rijdt in een auto die niet van haar is, leeft in een huis dat niet van haar is, geld uitgeeft dat ze niet zelf verdiend heeft en een hoofd vol plannen heeft waar ze maar over blijft twijfelen, terwijl ze terug gaat naar een baan waar ze haar hadden willen afschepen na een zwangerschapsverlof. En o ja, ik zit ook al weken tegen dezelfde op te ruimen spullen aan te kijken.

Er zit een discrepantie tussen wie ik in mijn hoofd ben/wil zijn en wat ik soms in werkelijkheid zie van mezelf. Je bent wat je doet, dat idee. Je bent niet wat je wil in je hoofd als je het niet realiseert. (Daar heeft Roos Vonk over geschreven, dacht ik.)

Als het over iemand anders zou gaan, zou ik die persoon wel wat credits geven, als ik zou zien dat ze vier kinderen heeft waaronder één tweeling van acht maanden, waaronder één ontzettend onrustig baby’tje dat amper twee keer een half uur per dag slaapt. Ik zou zeggen dat ze geduld moet hebben en dat voor alles een tijd is en dat Rome niet in één dag gebouwd is en dat het ook best een prestatie is om de hele meute in leven te houden en van vers voedsel te voorzien, en dan af en toe nog eens naar de film te gaan, wat freelance werk te doen en een rondje te gaan hardlopen en dat met zo weinig slaap. En elke dag drie machines was te draaien. O man, wat heb ik respect gekregen voor de Thuisblijfmoeder. Echt, hulde, hulde.

Ik wil vast te veel. Dat hoeven jullie niet meer in de comments te schrijven, want dat weet ik wel.

Tegelijkertijd is dat willen ook een soort motor, en ben ik blij dat die motor weer draait. Tijden waarin die niet draait en ik helemaal niets wil, zijn erger dan de dagen waarop ik gefrustreerd ben omdat ik te veel wil.

Ik wil veel en ik durf weinig.
Ik durf mijn baan niet opzeggen en iets van mezelf starten, want van zodra ik daarover begin na te denken, poppen er 1001 dingen in mijn hoofd op die eerst moeten gebeuren. (Zoals opleidingen volgen, 8 kilo afvallen, sparen, een website laten maken, alles 1000 keer uitdenken, geld lenen bij de Man om de eerste tijd door te komen, 5 km kunnen hardlopen – heeft overigens niets met de inhoud van mijn plannen te maken, maar als ik dat kan ben ik vast een wilskrachtig iemand … ). Tegelijkertijd word ik misselijk als ik er aan denk weer naar kantoor te moeten binnenkort, na alles wat er gebeurd is.

Ik wil even alleen weg. En even met de Man. Maar ik durf de kinderen nergens te ‘stallen’ want dan gaat heel de hechting vast mis. (Ik weet wel dat het zo’n vaart niet loopt, maar zowel de Man als ik verlangen naar even weg – samen en ik ook apart – maar we voelen ook beiden dat het te vroeg is voor de baby’s.)

Ik wil in een week waarin er heel veel bezoek komt, een paar uur voor mezelf claimen, ook al is er bezoek in huis, omdat ik soms het gevoel heb dat ik stik. Maar ik durf niet. (Update: ik heb het gewoon lekker wel gedaan, op een moment dat de Man thuis was.)

Ik wil alleen naar de sauna, maar dat durf ik niet.
Misschien daar maar eens mee beginnen.
Zucht.

Ik las laatst dat we onze eigen binnenkant altijd vergelijken met de buitenkant van anderen. Dat spookt al dagen door mijn hoofd. Dus keerde ik mijn hoofd nog een keer om en schreef ik die binnenkant van mezelf er eens uit in deze blog. Terwijl ik me realiseer dat het er aan de buitenkant vast goed uit ziet: een bende kinderen, een schattige tweeling, lekker thuis om van ze te genieten, binnenkort weer deeltijds aan de slag, comfortabele auto, leuk huis op een leuke plek, uurtjes oppas om wat voor mezelf te gaan doen, avondjes uit in m’n uppie omdat ik dat wil en het kan. Veel om blij mee te zijn en dat ben ik meestal ook. Maar soms, soms is het even donker in mijn hoofd. En daar wil ik best eerlijk over zijn.

Voor mijn dochters/over eten

Het is een hectische dag als altijd. ’s Ochtends iedereen klaarstomen, naar school, terug via de winkel. Dan de baby’s hun tweede ontbijtje serveren, omkleden, in bed stoppen. Het gaat maar door: hapje maken, fruithapje klaarzetten, morning pages schrijven, was draaien tussendoor, vaatwasser uit- en inladen, soepje drinken met de buurvrouw, baby’s eten geven, oppas instrueren, paar uur werken (1 uur en drie kwartier om precies te zijn), rush naar de schoolpoort met nog een diarree-explosie tussendoor (de kleine baby, niet ik), en dan met vier kinderen naar de binnenspeeltuin. Onderweg ben ik trillerig. Haha, denk ik trots. Ik heb vandaag alleen nog maar een bordje mild en creamy met granola gegeten en een kopje soep. Het is vier uur. Oorlog aan de zwangerschapskilo’s!

’s Avonds lig ik totaal uitgeteld (en na avondmaal pizza – je kan immers niet tegelijkertijd in de keuken staan en in een binnenspeeltuin zijn) op de bank. Ik lees wat dingen, en kom op een artikel over intuïtief eten. Ik lees een tekst van een vrouw die cake eet als ontbijt en daarvan geniet. Ik lees over de koolhydraten eten die je lijf van je vragen. Ik klik door om de principes van intuitive eating te lezen, en ik begrijp nu pas hoe verstoord mijn relatie met eten en bij uitbreiding met mijn lijf is.

Wanneer heb ik geleerd dat honger hebben goed is en een teken van wilskracht?
Wanneer heb ik geleerd dat je verdriet of frustratie met chocola kan dempen?
Wanneer heb ik afgeleerd te stoppen met eten wanneer ik genoeg had? (I’ll tell you, bij mijn ouders waar de regel was dat je je bord moest leeg eten.)
Wanneer ben ik begonnen met stiekem lekkere dingen eten en ze dus schuldbewust weg te schrokken in plaats van ervan te genieten?

Ik heb nooit een eet-probleem gehad, maar als puber at ik vaak heel de dag niets (trots, wilskracht!) om me ’s avonds op de inhoud van de snoepkast te storten. (Wat niet echt uitmaakte, ik fietste elke dag een uur dus ik had een prima gewicht.)
Op kot deden we met alle meisjes samen wel eens uitdagingen om alleen maar groenten en fruit te eten gedurende dagen, tot een week, en bracht ik zo de 50,2 kilo die ik woog terug tot 47 in het ‘beste’ geval.

Toen ik zwanger was, was ik een intuïtieve eter. Tot in extremis: knolselderij (ijzer!), spinazie (ijzer!), veldsla (ijzer!), maar ook liters tomatensoep (kalium), aardappelpuree (?) en ook wel combi’s van zuurtjes met tomatensap in de auto. Of bananen met pepermunt en dan spugen op de pechstrook.

Intussen weet ik het even niet meer. Ten eerste ben ik zo afgeleid door het zorgen voor iedereen dat het heel moeilijk is om goed te voelen wat ik nodig heb. Ten tweede heb ik eindelijk consequent een systeem van weekmenuten geadopteerd, met boodschappen die aan huis gebracht worden. Efficiëntie ten top, maar ik kan natuurlijk niet voor een week intuïtief vooruit voelen wat ik op welke dag wil eten of nodig heb. En ten derde is mijn geest echt verziekt als het over eten gaat. Het denken in goed en fout, het ideaal van mager zijn (elke keer als iemand tegen me zegt dat ik er ‘goed’ uit zie, flap ik er uit dat ik nog niet op gewicht ben hoor), de angst om met overgewicht te kampen zoals mijn moeder, het onregelmatige (heel de dag bijna niets en vergeten lunchen, ’s avonds een bakje chips en een stuk chocola na het eten), het niet-genieten, het altijd schuldig, het benieuwd zijn hoeveel dat loopje waar ik ook gewoon van kan genieten in calorieën betekent.

Ik weet niet of je intuïtief kan eten als je een moeder bent van vier kinderen en altijd bezig en druk en met allemaal balletjes in de lucht. Maar ik wil het wel proberen. Wat ik thuis zag, was een moeder die met zakjes eiwitten twintig, dertig kilo afviel en ze er daarna weer bij at. De ups, de downs. De pilletjes die geslikt werden tegen eetlust. De avondlijke stops bij het frituur (‘niet tegen papa zeggen’). Wat ik mijn dochters wil tonen is wat anders. Eten is leuk, koken is heerlijk, voel wat je nodig hebt, geniet van wat je eet, stop als je genoeg hebt en wees nooit, nooit trots op jezelf als je een hele dag niets gegeten hebt, al schreeuwt je lijf om voedsel.

Nog meer uitjes

Ja, ik hou dapper vol, mijn uitjes-met-mezelf. (Trots).
Bijster origineel ben ik niet. Ik ga nogal vaak naar de film.Intussen heb ik wel wat kaarten voor toneelvoorstellingen gekocht, maar daar ga ik pas in april en mei naar toe. En ik wil eens dauwtrippen en naar het verhalentheater en alleen naar een museum, … Maar dat komt wel.

De uitjes voeden me én geven me lucht. Ik voel me sterker, zelfbewuster en heb meer energie als ik wekelijks tijd claim om even alleen weg te zijn. En dat blijft het moeilijkste én het mooiste ervan. De Man vindt me wel eens assertief als ik een uitje aankondig. Alsof ik in mijn aankondiging al inbouw dat hij het mij niet gunt, wat nooit het geval is trouwens. De assertiviteit komt echt omdat ik mezelf nog moet overtuigen dat dat mag, iets van mezelf, iets voor mezelf. Het voelt ook nooit ‘normaal’. Elke keer weer denk ik dat ik loop te glunderen in de cinema, als ik mijn kaartje ophaal. Als ik nog even rustig een cappuccino drink voor aanvang. Als ik alleen plaats neem op mijn favoriete plek, namelijk rij vier aan de linkerkant.

Wat heb ik de voorbije weken gedaan?

  • At Eternity’s Gate gezien, een film over Vincent van Gogh. Mooi was dat het zo gefilmd was alsof je door zijn ogen kijkt of met hem mee wandelt. Zinnelijk, de kleuren, het licht.
  • Doubles Vies, met Juliette Binoche. Mooi, elegant, Frans. Wat me enigszins stoorde was dat de dialogen niet geheel realistisch leken. Het thema was het digitaliseren (overleeft het boek, of gaan we naar volledige de-materialisering?), maar de gesprekken erover leken me eerder geschreven taal dan gesproken taal. Tot en met dat een man en een vrouw, zich aankledend na overspel, één of andere abstracte dialoog voerden. Euhm, tja.
  • Schapenheld. Schaapsherder tussen idealen en de harde realiteit, een Nederlandse documentaire. Ik heb er heel veel mixed feelings aan overgehouden, omdat ik wel mee wou gaan in de idylle en verontwaardiging, maar vooral ook een man zag die het allemaal nogal koppig, eigenzinnig en onhandig aanpakte. Intussen – las ik op zijn website – is hij terug van Frankrijk. Nog een mislukte stap. En zamelt hij geld in voor een nieuwe start hier. Ik ben vast niet aardig, maar ik heb samengeleefd met iemand waarbij niets lukte wat ook altijd de schuld van de maatschappij was ;), dus hoewel ik vrij empathisch ben (denk ik), heb ik grote vragen bij mensen die het ene mislukte project aan het andere rijgen.
  • En dan de voorstelling ‘George en Eran worden racisten‘. Vals gespeeld, want de Man meegenomen. Moest er even inkomen, maar daarna was ik gepakt. Spelen met vooroordelen. Vond het zo sterk, besefte plots ook dat ik naast (mijn) witte Man zat, en dat ik als vrouw ook in een categorie val waarbij er dingen gebeuren waarbij je je telkens de vraag stelt: is het om mij, of is het omdat ik een vrouw ben? Dat is me het meest bijgebleven van de voorstelling. Dat iedereen die geen witte man is bij zowel voordelen als nadelen zich de vraag kan stellen of het om zichzelf draait of om de categorie waar je in valt (dus: of je een baan wel of niet krijgt, of je na zwangerschapsverlof terug mag komen, …)
  • Bohemian Rhapsody. Ook dit was ‘vals-spelen’, omdat het een uitje met de Man betrof (we zijn nu van die mensen die maandelijks een date-night hebben). Toen ik nog niet geboren was, was de Man al drie keer naar een concert van Queen geweest (dat was even raarrrrr om te beseffen :). Hij kwam met het voorstel om deze film te gaan zien, waar ik spontaan niet op gekomen was. Maar jongens toch, het was zo ontzettend steen-goed. Ik was zwaar onder de indruk, bleef heel de tijd geboeid, en had ontzettend veel sympathie voor dat eigenaardige, soms arrogante en extreem getalenteerde type dat FM was. De Man vond het overigens ook heel goed, alleen had hij last van het feit dat de volgorde van de muziek niet klopte, maar dat is dan weer iets waar mensen die pas geboren zijn in 84 geen last van hebben ;).
  • Can you ever forgive me? … Dit uitje voelde minder goed. Het was thuis best chaotisch toen ik vertrok (baby’s in bed leggen, koken, door het huis razen om speelgoed van de grond te rapen, …). Ik kon nog net de pasta afgieten, een cracker in mijn homemade pesto dippen en vertrekken, dus kwam ik wat opgejaagd en hongerig in de cinema aan. Daar was het druk (vrijdagavond), werd ik opzettelijk voorbijgestoken aan de bar én rook de man die naast me zat nadrukkelijk naar friet. De film was mooi, maar bracht ook een zekere spanning teweeg (ik ben nogal gevoelig voor vrouwen die zich plots op een punt in hun leven bevinden waar ze nooit hadden willen zijn, zeg maar) en daarna moest ik mijn fiets nog ophalen bij het station, waardoor ik de weg door de rosse buurt moest nemen. Ik kwam niet erg vrolijk thuis. Het kan vermoeiend zijn hoe hard alles binnen komt.

Allez. Je hoort zelden dat mensen na de geboorte van hun twinnies plots meer uitgingen dan ooit, maar uhm, in dit geval is dat wel zo. Nog nooit zo veel ‘tot mij genomen’ en daar meestal blij mee.

Eerdere uitjes? Zie hier en hier!

Schermtijd

Ok, ik weet het. Het is afgezaagd en iedereen weet het intussen wel, maar ik doe dus het programma ‘The Artist’s Way’. Er zit één opdracht in week vier die heel prehistorisch aandoet. Je wordt namelijk uitgedaagd je lezen te beperken. Haha, stamt dus uit de tijd dat mensen afleiding zochten in boeken, tijdschriften en andere dingen van die categorie. Iets waar veel mensen nu de concentratie voor missen doordat we overgegaan zijn op een nieuwe afleiding, namelijk de smartphone en tablet.

Ik herinner me trouwens wel dat ik in de klas op schoot vaak een boek had liggen om stiekem te lezen als ik klaar was met wat ik moest doen. Vaak betrapt en ruzie gekregen. Toen bestond er nog geen differentiatie ;), en ik weet nog hoe misselijk ik werd van de twee ‘zwaksten’ van de klas die hakkelend lazen en er een eeuwigheid over deden, terwijl wij niets anders mochten doen. Klinkt niet aardig en ik beschouwde hen ook niet als ‘zwak’ natuurlijk, maar als kind wist ik dat het lang zou duren als C. of K. aan de beurt waren, en ik had het leesboek waar we mee bezig waren al drie keer uit ofzo. Ik zat echt op een school waar normaal de norm was en je gestraft werd als je sneller was op een bepaald vlak, en ik ben daar retrospectief kwaad om.

Anyway. Ik heb de uitdaging in een nieuw jasje gestopt, want ik wil liever meer dan minder lezen :). Ik heb mijn schermtijd dus beperkt. Het ziekige is dat iphone daar zelf een toepassing voor heeft bij de instellingen. Je kan dus instellen welke apps je wel of niet wil gebruiken, of hoeveel tijd je maximum met een app of categorie wil bezig zijn (bv categorie social media) of vanaf wanneer tot wanneer je je schermtijd beperkt en in die tijd kan je enkel de apps gebruiken die je zelf toestaat, in mijn geval de bank, het weer, mijn agenda. De Man zegt dat android ook zoiets heeft, maar daar kan ik niet over adviseren.

Wat valt me nu op in dit experiment?

  • Het geeft ZO VEEL RUST. Ik was meteen cold turkey gegaan en had een avondlijk uurtje schermtijd ingesteld, dus heb ik een hele dag zonder telefoon geleefd. Het was zo rustig om niet te willen kijken of er nog wat gestuurd was door iemand, iets snel op te zoeken dat toch niet zo belangrijk is als je er over nadenkt of even door wat blogs te scrollen. Dat het niet kon was zo tof. En toen wist ik dat om 21u het slot er af ging. De Man en ik zaten naar een goede film te kijken, maar klokslag 21u was mijn aandacht afgeleid, zelfs al heb ik mijn telefoon niet aangeraakt voor het einde van de film.
  • Je ziet pas hoeveel anderen met hun telefoon bezig zijn als je er zelf geen gebruikt. Tja, daar zat ik een kwartier voor de film in het filmhuis, met mijn cappuccino, omringd door mensen met schermen. Of daar zat ik aan tafel met bezoek die snel even beiden wat te regelen hadden op hun telefoon.
  • Het is verdraaid lastig :), sociaal gezien. Ik besef nu pas hoeveel dingen er via what’s app gaan, zoals afspraken met andere mama’s over samen koffie en speeldates, afstemming met de Man over het huishouden of allerlei dingen, de buurvrouw die even wil langskomen, een oppas regelen. 1 uur per dag is in mijn geval beter drie keer 20 min, anders moet je bv 23 uur wachten op de reactie van je oppas.
  • Ik voelde me bij momenten, hier thuis met de poppies, behoorlijk eenzaam. Vooral omdat de kleinste echt een heel moeilijke periode heeft en ik wel eens stoom wou aflaten bij de Man.
  • Ik vind een uur schermtijd per dag nog steeds belachelijk veel als ik er over nadenk , en dat is dus al een beperking.
  • Als je jezelf beperkt, vermindert alles. Je verwacht dat je 200 nieuwe appjes hebt als je dan toch het ding aanzet, en dat blijken er dan zes te zijn ofzo. Maw: we zitten elkaar er maar stevig mee op te jagen, vrees ik.

In TAW staat dat ik dit een weekje moet doen. Ik ben nog wat aan het puzzelen over hoe ik dat maximale uurtje wil verdelen over een dag, en ik merk dat het wel eens rommelig wordt (bv de oppas is er niet op het afgesproken uur, of je wil de oppas even vragen of je avondeten voor haar moet voorzien, en in dat soort gevallen kan je natuurlijk heel snel het slot ervan halen). Ook vind ik dat ik het niet kan maken onbereikbaar te zijn als ik niet bij de baby’s ben. Maar voor mij is het duidelijk dat ik dit experiment verder ga zetten, ook als deze week voorbij is.

Hoe zou het nog met die twinnies zijn?

De tweeling is intussen alweer zeven maanden. ZEVEN. Ik vind het indrukwekkend hoe zo een eerste jaar gaat. Van mini wormpjes zijn ze nu zelfbewuste dames geworden, maar tegelijkertijd zijn ze natuurlijk nog niet goed ‘afgesteld’. Lees: midden in de nacht wakker worden, ’s nachts POEPEN (echt seriously), tien keer poepen op een dag (van waar blijft dat komen?), …

Ik vind het heel leuk dat ze zo verschillend zijn. Dezelfde dag geboren, dezelfde ouders, dezelfde context waarin ze opgroeien, en toch hebben we twee totaal verschillende kinderen.

De oudste is sociaal. Ze is lief, ze is er graag bij, ze knuffelt graag. Ze heeft een gezellig figuur (lees: dikke billen, lekkere baby-spekjes). Ze lacht vaak en breed. Haar focus is echt prutsen met dingetjes. Ze kan behoorlijk lang op haar rug iets bestuderen, of zittend in een stoeltje een speelgoedje rustig van alle kanten bekijken.

De jongste is mevrouwtje Woelwater die alles gedaan krijgt van iedereen. Ze is super beweeglijk tot en met dat ze erg onrustig is, ze heeft voortdurend input en prikkels nodig, ze heeft alles snel door. Ze weegt een kilo minder dan haar zus maar eet meer, om maar even te zeggen wat lichaamsbeweging blijkbaar doet. Ze drinkt al zelf uit een beker. ’s Avonds zorgt ze dat ze nog eens uit bed mag en lekker mee met ons even tv kan kijken (niet dagelijks, maar ze heeft er een gevoel voor wanneer wij even toe zijn aan een brainless avondje). En als ik ga slapen ligt ze binnen een kwartier bij mij, waarbij ze zich gedurende de hele nacht tegen mij aan schurkt.

Vorig jaar deze tijd moest ik gezien de zwaarte van mijn zwangerschap bijna mijn werk opgeven. De weken en maanden die volgden waren donker en leken zo eindeloos. Sinds de dames er zijn vliegt de tijd. De Man en ik zijn vaak best moe, het is echt niet niets, vier kinderen waaronder een tweeling in baby-formaat. Ik zou het niemand aanraden en iedereen gunnen ;).

No woman no cry

Eerder schreef ik al dat ik een naar gesprek had rond mijn terugkeer op het werk na ziekteverlof, zwangerschapsverlof en ouderschapsverlof. Ik schreef ook over de boosheid.

As we speak zit ik er nog midden in. Dat betekent dat er een tweede gesprek is geweest (waarover in deze blog meer), en dat ik hulp zoek (daarover later meer).

Eerst twee dingen. Namelijk: ik vind het een heel vervelend proces. Ik heb het idee dat ik in een soort positie ben gebracht waarin ik stappen moet zetten die ik niet graag wil zetten (zoals juridische hulp zoeken), maar sommige spelletjes worden op een bepaalde manier gespeeld en je bent naïef en kwetsbaar als je het spel niet speelt volgens de gebruikelijke regels.

En ten tweede: ik kan best geloven dat ik niet de perfecte werknemer ben (geweest) en dat een afwezigheid van een jaar erg lang is voor een werkgever, maar wat er gebeurde (nl. het ontmoedigen om terug te komen door te vragen of ik nog wel pas, mij onzeker te maken en te suggereren dat ik beter als zzp-er zou werken want dat dat beter bij mij past – een oplossing die de organisatie niets zou kosten en waardoor ik geen recht op uitkering zou hebben) mag gewoon niet met een vrouw die terugkomt van haar verlof. Het is te zeggen: je kan het altijd proberen natuurlijk, maar ik ben beschermd tegen ontslag en er zijn ook geen redenen (zoals slechte beoordelingen) om mij te ontslaan. Lees dit anders.

Dus. Ik had een tweede gesprek met mijn werkgever. Dat had ik goed voorbereid. In het vorige gesprek hadden we het scenario: oudere man, jonge vrouw, man brengt boodschap, vrouw zit een uur te snikken, gesprek wordt opgeschort. Ik kon mezelf wel voor de kop slaan dat ik gehuild had, maar tegelijkertijd snap ik ook van mezelf waarom (het was zo onverwacht terwijl ik happy happy terug wou komen én zoals een lieve vriendin zei: de baas had eigenlijk moeten zeggen ‘welkom terug, wat goed dat je er weer bent! Hoe gaan we dit goed opstarten?’).

Een deel van de voorbereiding was het voornemen om niet te huilen dus. Vorige keer waren we (door de bril van transactionele analyse bekeken) in een kritische ouder – aanhankelijk kind- situatie terecht gekomen, en mijn voornemen was alleszins om nu een volwassene – volwassene- interactie te hebben.

Verder heb ik het inhoudelijk voorbereid. Wat ik heb gezegd waren de volgende dingen:

(1) Mijn baas had de vorige keer gezegd dat ik niet zo goed in een team pas omdat ik meer op mezelf ben. Hij had ook gezegd dat ik te perfectionistisch ben en dat hij vragen had bij mijn belastbaarheid gezien het feit dat ik kinderen heb. Daar ben ik op terug gekomen. Ik heb hem criteria gevraagd waaraan ik moet voldoen, en heb hem ook gezegd dat ik graag wil uitzoomen als het over sommige dingen gaat. Gedrag vindt altijd plaats in een context (een reden waarom ik bv niet zo uitblonk in samenwerking, is dat ik een hele tijd lang geen collega heb gehad om mee samen te werken in mijn afdeling) en ik wou heel graag de context mee bespreken (zoals bv de spanning tussen formeel en informeel leiderschap in het team). Dat leidde o.a. tot de absurde dialoog die als volgt ging:
Je had collega S. om mee samen te werken maar hij was niet goed genoeg voor jou!
– Euhm. Voor jou ook niet, want je hebt hem zelf ontslagen.

(2) Het niet-gevoerde gesprek. Er zit altijd zo veel onder en achter de dingen die we uitspreken. Misschien blijft het wezenlijke ongezegd. Dat heb ik benoemd. En ook dat het ongezegde zou kunnen zijn dat een bepaalde collega met veel invloed liever niet heeft dat ik terug kom; dat ik misschien wel te kritisch was in het verleden; dat ik me twijfelend en soms kwetsbaar heb opgesteld en dat ik daar nu op afgerekend word (twijfelend over wat we als organisatie doen en hoe); dat er te veel nieuwe mensen zijn aangenomen die kunnen blijven als ik niet terug kom. Of misschien wel onbewuste overtuigingen: een jonge vrouw met kinderen werkt beter niet. Of werkt beter niet in deze baan. Of de mannelijke vervangers die gezinshoofd zijn hebben meer recht op de uren?
Kortom: er zit zo veel onder en achter en ik ga niet doen alsof dat niet bestaat.

(3) Mijn vertrouwen is beschadigd door de manier waarop dit gebeurt, de timing. Maar vooral: omdat zijn voornaamste argument is dat ik zelf andere taken heb gevraagd. Wat inderdaad zo was, in het begin van mijn risico-zwangerschap. Hij heeft het me niet toegestaan en ik ben ziek geworden. Nu blijkt dat ik recht had op een aangepast takenpakket. Het feit dat hij me dit recht niet toegestaan heeft én het nu gebruikt als argument om me zelf te doen opstappen, vind ik schaamteloos.

Ik was kalm en heb geen traan gelaten. De baas? Die is woest de kamer uitgelopen, is teruggekomen om te zeggen dat hij niet meer met mij wou praten en dat hij zoiets nog nooit meegemaakt had, en dat we nu een arbeidsconflict hebben. Volgens het juridisch loket zou hij dit in elk geval gezegd hebben, en is de volgende stap dat ze me proberen weg te sturen met wat geld omdat we door het conflict niet meer kunnen samenwerken. We’ll see.

20 dingen die ik graag doe

Zoals jullie intussen vast wel weten, doe ik ‘The Artist’s Way’. Naast elke dag morning pages schrijven (lukt me 6 dagen op 7!), een keer per week met mezelf uit gaan (zie hier en hier), is de basis natuurlijk een boek met 12 hoofdstukken die je leest en waar je oefeningen bij maakt.

Eerlijk gezegd haperde dat nogal. Elke dag een oefening bleek niet echt haalbaar (te versnipperd), dus wat ik nu doe (ik – wil – dit – echt – doen!) is tijd nemen op locatie en dan met mijn boek en schrift gedurende een langere tijd de oefeningen gaan doen. Dus bv 1,5 uur in een koffiebar gaan zitten en ervoor gaan.

Eerst had ik een soort faalangst, wat echt onnozel is, want er is geen goed en fout bij de oefeningen. Verder had ik ook een soortement koudwatervrees. Het lijkt alsof starten met TAW een soort uitnodiging is aan het universum om je leven op zijn kop te zetten. Sinds ik begonnen ben is er zo veel gebeurd en dat lijkt te komen door TAW – alsof ik het over mezelf afgeroepen heb. Een greep uit wat er gebeurd is: ik heb een vulpen gekocht en een tweede gekregen (lijkt onnozel, maar wat een schrijfgenot)/ ik heb een inleiding geschreven voor een boek dat al een tijdje in mijn mouw zit/ mijn baas heeft me gevraagd of ik wel binnen de organisatie pas – in een tweede gesprek ben ik voor mezelf opgekomen waarover later meer/ ik heb plannen uitgewerkt voor een eigen bedrijf/ ik ben bijna wekelijks een uitstapje gaan maken met mezelf/ ik lees weer bijna dagelijks/ ik kijk amper nog netflix/ ik heb een knallende ruzie gehad met de Man/ ik ben voor het eerste sinds de baby’s 8 uur van huis geweest/ ik heb een leger babysits die ik zonder schuldgevoel inzet/ ik heb connectie gemaakt met een aantal mensen/ ik heb de buren uitgenodigd voor een etentje/ terug regelmatig beginnen bloggen.

Eén van de oefeningen wil ik graag met jullie delen. Omdat het zo een eye-opener was. Mijn vraag aan jullie: neem de oefening over, schrijf er een stukje over en zet in de comments een linkje zodat ik eens kan komen kijken.

De oefening hoort bij ‘een gevoel van identiteit terug vinden’, en het is simpelweg een lijst maken van 20 dingen die je graag doet. En vervolgens schrijf je daarnaast hoe lang je ze niet meer gedaan hebt. En tenslotte plan je er twee in om deze week nog te doen.

Het was best moeilijk om 20 dingen te verzinnen, tot ik op dreef was en plots had ik er 21 :). Mijn lijstje (niet persé in volgorde van belangrijkheid en met tussen haakjes hoe lang het geleden is):

  1. Lezen (een dag)
  2. Film kijken in de alternatieve cinema (omwille van het soort films en omwille van het feit dat ik helemaal in de film zit en niet tussendoor ga snoepen/bij de kinderen kijken/appen) (gisteren)
  3. Wandelen in het bos, de duinen of een erg geliefd landgoed van me (twee weken)
  4. Koffie drinken (as we speak)
  5. Dingen kopen (ok, dat klinkt superfout) bij Dille en Kamille (dus geen plastic troep) (weken/maanden) – vooral SCHRIFTJES kopen zonder lijnen (een week)
  6. Fietsen in Zeeland of de duinen (jaren/maanden)
  7. Vrijen (vind ik gênant om te schrijven terwijl het mij best normaal lijkt – hier even geen tijdsindicatie 🙂 )
  8. Schrijven (uren) en bloggen (as we speak)
  9. Sauna (een jaar)
  10. Dingen met leren of zelf-ontwikkeling (dagen)
  11. Koken/soep maken (uren)
  12. Uit eten (weken – en als ik het goed voor heb was de laatste keer een sterrenrestaurant-etentje, luxe luxe luxe)
  13. Museum bezoeken (maanden, foei)
  14. Hardlopen als het lekker gaat (15 maanden ofzo)
  15. Snuisteren in bib of boekenwinkel (maanden, niet erg easy met een dubbele kinderwagen)
  16. Op vrijdag biogroenten halen op de markt (twee weken)
  17. Op zaterdag de krant lezen (twee tot drie weken)
  18. Dingen bedenken en ontwikkelen (week)
  19. Iets attents doen zoals soep brengen aan een zieke buur, iets opsturen (uren, dit heb ik echt geleerd door de komst van de baby’s, ik vond het zo hartverwarmend dat sommige mensen de moeite nemen iets uit te zoeken en te geven, of een mooie kaart te schrijven, wil daar zelf nu ook beter mijn best voor doen)
  20. Naar het Betere Boerenbed gaan (bijna een jaar)
  21. Auto rijden (twee weken)

Wat ik deze week ga doen: een museum bezoeken en hardlopen.

Ik ben ontzettend benieuwd naar jullie lijstje. 🙂

Team Kikkererwt

In de reacties komt wel eens verontwaardiging omdat het blijkbaar lijkt alsof de Man zijn snor drukt als het over de kinderen gaat. Dat hij zijn leventje verder leeft en mij met de kids laat zitten.

Wel, dat is niet zo.
We zijn een Team. Dat betekent dat we enerzijds taken verdelen, en anderzijds dingen samen doen.

Wat we bijvoorbeeld verdelen: hij is momenteel de kostwinner, dus ik sta ’s nachts op voor de baby’s. Op weekendochtenden neemt hij het vanaf 5 uur over, en slaap ik wat langer en ongestoord.

Wat we samen doen: bijvoorbeeld het avondgebeuren. Er moet voorgelezen worden, de baby’s moeten beiden verschoond worden, pyjama aan, flesje en dan nog wat slaap-begeleiding en rond die tijd moet ook de keuken opgeruimd worden. De Man en ik zijn daarin stilaan een geoliede machine, met één van ons die al met een baby naar boven gaat en de andere die een flesje brengt en de tafel al afruimt en tralala, een hele fabriek hier. Als ik de baby’s in bed stop, kom ik daarna beneden en is de keuken schoon en is er een verhaal voorgelezen. Omgekeerd idem.

In een team laat je elkaar liefst niet alleen op de moeilijke momenten. De avonden zijn bij uitstek het zwaarste, vooral dat uurtje waarin er gekookt en gegeten moet worden maar beide baby’s vermoeid zijn en huilen, en ook daarna als iedereen naar bed moet. Dan weg gaan, is de ander echt opzadelen met een hoop gedoe. Dat vermijden we allebei en heeft niets te maken met dat hij of ik niet voor onze eigen kinderen willen zorgen, maar wel dat we als enigen in de wereld weten wat het vraagt aan energie om de avond goed in te koppen, en dat we dat liefst als geoliede machine doen. Als ik laat ’s avonds (dus na kinderbedtijd) zou weg gaan, zou ik a. in slaap vallen en b. verhinder ik de Man die vroeg op moet zelf tijdig te gaan slapen omdat hij dan voor de baby’s moet zorgen tot ik terug kom en hij dus niet zomaar zelf met oordopjes in kan gaan slapen. Lijkt mij geen ramp, maar voor hem is het een stressfactor want hij heeft al jaren een slaapprobleem en hij kan niet relaxed gaan slapen als hij tegelijkertijd moet luisteren of er iemand huilt en of ik al thuis ben.

Daarnaast is het zo dat de Man sport en nog andere hobby’s heeft. Ik doe momenteel The Artist’s Way en ben daar wat tijd mee kwijt. Ik heb een tijdje in standje Chagrijn gestaan. De Man was eens een hele zaterdagmiddag weg, de kleine baby huilde de hele middag, ik heb hem woest opgebeld. Je kan je de scene voorstellen. In de supermarkt kwam ik een vriendin tegen bij wie ik mijn gelijk wou halen, en die me streng toesprak dat de Man en ik geen concurrenten mochten worden met tijd voor dingen. Ze vond dat ik maar twee uurtjes een oppas had moeten laten komen in plaats van hem naar huis te sommeren.
Eerst vond ik dat onnozel. Alsof het geld op mijn rug groeit. Later vond ik het wijs. Ik wil niet met de Man concurreren om tijd. Ik wil ook niet opgebeld worden en naar huis gevraagd als ik net lekker naar de film ga. Het leukste in onze relatie is als we elkaar dingen gunnen. Hij mij, ik hem. Zonder de meetlat ernaast. Soms heb ik meer nodig, soms hij.

Elkaar iets gunnen is gezonder voor een relatie dan elkaar achter de tralies zetten. Zeker als je een stel lieve doch intensieve baby’s hebt (baby’s zijn echt een andere categorie dan andere kinderen, de zorg is zo omvattend!). Sinds ik weer weg kan af en toe voel ik me zo veel meer mezelf. Ik kan me alleen maar voorstellen dat dat voor hem ook zo voelt, en dat het heel gezond is dat we beiden zo’n momenten hebben. Zonder dat ik heel precies ga meten wie er het meeste heeft.

Anyway. Ik ben (bijna) altijd blij met de reacties, maar ik vind van die reacties van ‘wat voor Man heb jij nu’ nogal ongepast en veroordelend. Hij heeft ook niet bepaald een blog met zijn kant van het verhaal :). (Zou ZOOOO grappig zijn – een zakelijk feitenverslag van ons leven.) We zijn een Team. Een team dat taken verdeelt en dat taken samen oppakt. En we gunnen elkaar dingen. Tijd, eigen ruimte. Dat gaat twee kanten op. Ik geef de Man ruimte om in zijn vaderrol te komen. Hij geeft me ruimte om mijn moederrol niet te hoeven combineren met een baan als ik daar nog niet klaar voor ben (even verondersteld dat ik nog een baan heb, maar daarover later meer). Zo kan ik veel voorbeelden geven. Niet alles is altijd in evenwicht, maar dat is het leven.

We zijn een Team. We zijn hier goed in. Ik had met niemand anders een tweeling willen hebben dan met hem. Gisteren was alles klaar & opgeruimd en zaten we lekker samen ‘Friends from college’ te kijken. De kleine baby miepte, dus de Man viste haar uit bed. Toen zat ze zo gezellig bij ons op de bank te glunderen, en ik vond – ondanks het feit dat er nog steeds en altijd pijn en verdriet en frustratie en vermoeidheid in het leven zijn en ondanks het gegeven dat we de kleine baby niet willen leren dat ze lekker mee op de bank mag als ze niet wil slapen – het leven even echt helemaal zoals het hoorde te zijn.

Moeke op de kikkererwt

Op emoshit las ik dit: ‘Voor mij was mijn mama vanzelfsprekend altijd mijn mama. In mijn ogen was het dé job van haar leven, de enige. Het heeft lang geduurd voor ik besefte dat ze nog iets anders deed dan mijn mama zijn. Herinner je je dat nog? Dat je meer en meer dingen over je ouders ontdekte, dat je stilaan tot het besef kwam dat ook ouders échte mensen zijn. Dat ze een heel leven hadden voor ze jou kregen en dat ze heel dat leven ook gewoon verder aan het leven zijn. Dat ze niet op de aarde gezet zijn met als eerste en enige bedoeling om jou te dienen. Dat ze kind geweest zijn, jongere, geliefde. Dat ze niet alles weten.’

Meer dan een jaar was ik op de wereld om de baby’s te dienen. Eerst door in bed te liggen wachten op hun geboorte. Daarna door ze dag en nacht te voeden en te verzorgen.

Ik was bang dat het nooit terug zou komen. De goesting om andere dingen te doen. Het zelfvertrouwen om andere dingen te zijn. Ik heb 100 % bewondering voor thuisblijfmoeders en zie dat ze vaak bijzonder creatief en geëngageerd zijn. En een tijd lang heb ik gedacht dat ik zou thuis blijven en moederen, omdat ik me met de beste wil ter wereld niet kon voorstellen dat ik ooit terug naar kantoor zou willen, dat ik ooit terug klaar zou zijn voor iets, dat ik ooit terug iets belangrijk genoeg zou vinden om mijn best voor te doen, dat ik ooit terug gedoucht zou zijn voor acht uur ’s ochtends. Dat laatste is nog een twijfelgeval en ik ben er intussen vrij zeker van dat een volledige nacht slapen er niet meer in zit.

De Man noemt mij schertsend ‘moeke op de kikkererwt’. Dan begint hij van die dramatische verhaaltjes: ‘Het was alsof moeke op de kikkererwt altijd al in de straat gewoond had, niemand wist waar ze vandaan kwam of hoe oud ze precies was‘. Maar geloof het of niet, moeke op de kikkererwt wil weer werken. Een aantal dingen:

  • Gestart! Ik ben terug gestart met mijn bijberoep. Eerst was dat een vreselijke chaos, omdat ik wel opdrachten aannam, en er dan van uit ging dat ik dat wel eens tussen de borstvoedingen spontaan zou klaren. Maar het werd duidelijk dat dat niet helemaal zou lukken, met alle toestanden van dien. Intussen heb ik een systeem met vooral één oppas die goud waard is. Ze is liefdevol en enthousiast en pedagoge in opleiding. Ik laat haar ongeveer zes uur per week oppassen, verspreid over twee keer (dus 2 x 3 uur). Die uren ga ik dan werken op locatie, en als je mij bezig ziet zou je niet denken dat ik add heb :). Ik ben elke minuut van die uren in hyperfocus. Waar ik vroeger werkdagen had van acht uren die gedeeltelijk verlummeld werden (zitten twijfelen, praatjes met collega’s, lang over taken doen omdat het kon, …), is nu elke minuut optimaal benut. Ik geloof overigens enorm in het 30-urenproject van Femma, omdat ik nu ervaar dat meer uren niet perse meer opleveren.
  • Op locatie. Ik heb een plek gevonden waar ik voor 5 euro per uur kan werken, koffie & thee inbegrepen. Het is er een komen en gaan van freelancers en andere vrije vogels (hoewel ik nu naast een leraar zit die testen verbetert). De cappuccino is heerlijk en ik heb bijna altijd een latte art hartje. Ik werkte graag thuis, maar ik realiseer me ook dat ik de komende tijd (wegens aanwezigheid van de baby’s) waarschijnlijk nog weinig thuis zal kunnen werken. Die heerlijke dagen die ik ooit had waarbij iedereen de deur uit was en ik als enige thuis op zolder zat… Aaah. Voorbij. Voor minstens vier jaar. Buitenshuis werken heeft echter ook voordelen (zoals: je komt makkelijk in de hyperfocus-mood). Ik heb een aantal systemen en plekken uitgetest, maar deze relatief vrije plek (geen abonnement nodig en je betaalt per kwartier en belangrijk: er staat geen radio op!), bevalt me uitstekend.
  • Operatie Schoon Schip. Mijn depressie was niet alleen verwoestend voor mijn zelfvertrouwen, maar ook voor de orde en het overzicht in mijn leven. Ik heb heel veel losse eindjes die ik nu probeer af te hechten in operatie Schoon Schip. Het is schaamte-werk: dingen die ik al lang had moeten doen of te lang heb laten liggen, en die ik nu moet oppakken. Maar dat is de enige manier om het af te sluiten.
  • Betaalde arbeid. De fantastische oppas kost me 7 euro per uur. Een uurtje werken op locatie 5 euro. Een uur werken kost me dus 12 euro. Dat is absurd en staat niet echt in verhouding tot het aantal opdrachten dat ik nu heb (en met bv operatie Schoon Schip verdien ik niets, behalve zelfrespect opbouwen en herstel). Het is een keuze, om te investeren in mezelf. Om weer op de rails te geraken.
  • Kinderopvang. We zijn nog steeds bezig met de zoektocht naar kinderopvang. Ik blijf erbij dat dat in Nederland duur en complex is (lees ook het stukje van deze mede-twinmoeder). Omdat de regels in de kinderopvang veranderen (1 opvoedster per 3 ipv 4 baby’s nodig), nemen opvanglocaties ofwel meer personeel aan, ofwel weigeren ze baby’s omdat peuters goedkoper zijn om te verzorgen. Kortom: de Nederlandse vrouw heeft het echt niet zo makkelijk. Het ziet er naar uit dat we geen oplossing gaan vinden (een oppas aan huis, is goedkoper omdat we dan per uur en niet per kind betalen) voor het einde van mijn ouderschapsverlof, dus ik ga volgende week met de baas praten om mijn onbetaalde verlof te verlengen. Daarna kan ik max 3 dagen per week terug, want een oppas aan huis kan je maar voor 3 dagen in een voordelig stelsel. Ik zou niet terug naar België willen, maar dat is in België toch een pak beter geregeld én je krijgt (oud of nieuw systeem) meer kindergeld (in Nl: 200 euro per drie maanden per kind). Maar even terug over opvang: de jaren tot de kinderen naar school gaan, ga ik letterlijk voor een paar honderd euro per maand werken. Daar moet je al flink gemotiveerd voor zijn, en dan is dat alleen nog maar zo omdat ik hoogopgeleid en dus relatief goed betaald word. Ik vraag me eerlijk gezegd oprecht af hoe onze eventuele oppas haar kinderopvang regelt en het stoot me ook tegen de borst om iemand als een soort ‘huispersoneel’ aan te nemen en van haar te vragen haar leven te plooien naar de uren dat wij werken, voor de kids te zorgen, de was op te vouwen en te zorgen dat er eten op tafel staat als we thuis komen (en tegelijkertijd lijkt het me het feestelijkste ever).
  • Organisatie. Vanochtend appte ik de Man dat ik een #evaatje gedaan had. Eva staat hier voor mijn grote voorbeeld: iemand die sterk en gevoelig tegelijk is, iemand die een boek geschreven heeft, iemand die creatief en boss lady tegelijk is, iemand voor wie productiviteit niet clean en mannelijk is (als in: jezelf managen en werken in een bubbel waar geen was, afwas en zieke kinderen bestaan), maar iets is van het echte modderige en rommelige (familie) leven. Mijn #evaatje was een verbetering in ons leven, dat de boel wat makkelijker en efficiënter maakt. Ik had een weekmenu gemaakt en de boodschappen laten bezorgen… IN MIJN KEUKEN. Dat is iets dat Nederland voor heeft op België begreep ik. Door onze straten scheuren autootjes van verschillende supermarkten, met aardige bezorgers die je boodschappen met liefde even op je aanrecht zetten. Had ik het gevraagd, hij had de frigo nog even monter gevuld, geloof ik. Dit #evaatje past in het ‘wakker worden’. Ik ben precies zo lang niet wakker geweest, door de moeilijke zwangerschap, de depressie, de tijd met twee mini’s. En nu word ik wakker en wil ik weer wat en ben ik hard bezig met het leven efficiënter en handiger te organiseren en heb ik daar nog lol in ook.

Misschien maakt de Man binnenkort een nieuw verhaaltje: ‘Moeke op de kikkererwt. Niemand wist precies waar ze vandaan kwam, hoewel haar Belgische tongval iets verraadde. Naast de zorg voor haar lieve kindjes, managede ze het huishouden als een professional en was ze ook nog eens bijzonder succesvol in haar werk.’

Haha. Wishful thinking mag, toch?