Koortsachtig

De zon schijnt. Ik kijk op de klok en zie dat het 15u is. De laatste keer dat ik keek, was het 10u. Ik heb uren gewerkt. Koortsachtig.

Ik neem mijn sleutel, wandel mijn kantoortje uit, sta midden in de stad. Ik scoor een makkelijke avondmaaltijd (hummus, heerlijke couscous, falafelballetjes en groenten), gooi twee boeken door de schuif in de bib en haal een koffie bij mijn favoriete zaakje. Mijn hakken tikken als ik terugwandel naar kantoor. Niet het kantoor, maar mijn eigen ini-mini-kantoortje.

Het is een rare tijd. Enerzijds heel dynamisch. Ik leer veel, volg opleidingen, creëer, installeer, denk na. Anderzijds gebeurt er ook niets. Ik ben nog niet echt uit de startblokken dus ben ik de hele tijd aan het droogzwemmen.

Enkele jaren geleden had ik ook een periode van grote dynamiek. Ik was net van baan veranderd, had een periode waarin ik me even wat beter settelde in het singlemomverhaal, deed trouw elke dag yoga. Het was mooi en intens en bijzonder en ik herinner me dat ik aan de zee stond en dat het leek alsof de sky de limit was en tegelijkertijd alsof ik heel goed diep in mezelf gezonken was.

Zo voelt het weer. Het gaat goed. De oppas is ingeburgerd, de kinderen doen het goed (al zou een nachtje slapen wel lekker zijn), de Man en ik hebben goede gesprekken én gezamenlijke projecten, ik verbreed mijn rol van enkel moeder thuis naar startend ondernemer. Ik leer en heb allerlei initiatieven. En ik ga naar de sportschool, waar ik de eerste keer stond te janken omdat ik het allemaal niet eerlijk vond dat mijn lijf zo geleden heeft onder mijn tweelingzwangerschap, maar waar ik nu vrolijk mee allerlei lesjes doe. (En weet je wat? Ik heb een lichaam! Van mezelf! En daar kan ik dingen mee!)

Natuurlijk is dit de veilige zone. De zone van stilte voor de storm. Van plannen maken zonder die te moeten toetsen aan de realiteit. Van tijd ter beschikking hebben. Van alles-wat-ik-nu-doe-is-winst. En het is ook wat angstig en ongemakkelijk en spannend.

Zo neem ik de nieuwe bakfiets, en fiets ik in twee minuten naar huis. Blij met hoe alles is geworden. En wordt.

Advertenties

Living the dream

In mijn leven gaat het precies altijd met een omweg, maar ik kom wel op de juiste plek uit.

Vijf jaar geleden begon ik hier te bloggen. Mijn partner was weg gegaan, ik was alleen met de kinderen, ik was verdrietig en moest hard werken. Intussen woon ik in een stad 200 km ten noorden van waar ik toen woonde, met een Man die ik bij onze eerste ontmoeting meteen leuk vond maar die geen waarschijnlijke partner leek (ouder, hij had een vriendin, hij woonde ver) en twee nieuwe kleine poepies. Elke keer als ik door deze stad loop, voel ik me eindelijk zo hard op mijn plek. Alsof ik altijd meespeelde in de foute film en nu eindelijk goed gecast ben.

In de vijf jaar dat ik hier blogde, had ik eerst een baan aan de universiteit, vrij snel een baan bij een organisatie en daarna helemaal geen baan meer. Dat was niet het plan en ik zweette peentjes, huilde bittere tranen en wanhoopte. Vandaag ben ik voor het eerst aan het werken in mijn nieuwe pandje. Ik kan nog steeds niet zeggen wat ik dan ben, maar ik heb het erg druk (heb wat opdrachten vanuit mijn bijberoep, niet genoeg maar wel een beginnetje). De lieve eigenaars van het nieuwe pandje laten me al vroeger dan ik het huur hier werken, en ook al staat het nog vol spullen van hen, zit ik op een krukje aan een geïmproviseerde werkplek met zicht op de schilder die de ramen en de gevel een buurt geeft, het voelt ZO GOED. Ik werk nu op fiets- en loopafstand van mijn huis, het is hier stil en licht en van mezelf (o, die dagen in de kantoortuin waarin ik hoofdpijn kreeg van de airco en knetter werd van de prikkels!). Het is klein, maar mooi. Het is van mij. Mijn rekeningen zijn leeg en ik heb geen enkele garantie dat ik in mijn vage plannen ga slagen, maar ik heb me overgegeven en ga er vanuit dat de dingen zich vormen en het allemaal wel goed komt.

Net ging ik even koffie tappen bij mijn huisbazin. We praatten, ze zijn een leuk creatief gezin, en ik keek even rond. Op een kast stond een enorm beeld van een wolf. Ik grinnikte. Het universum is wel eens subtieler geweest.

Wat je wel kan doen als het even niet meer lukt

Vannacht las ik dit. Ik herkende zo veel van mijn eigen tijd als single mom. Ik bedacht allemaal dingen om te zeggen. En toen bedacht ik een blogje te schrijven.

Voor mij is het echt heel raar om te bedenken dat ik nu bijna even lang met de Man samen ben, dan dat ik alleen was. De jaren met de Man zijn gevlogen: we gingen samenwonen, kregen een tweeling, ik raakte mijn baan kwijt, startte iets nieuws. Daar zitten we ongeveer. De jaren daarvoor sleepten zich voort. Ik was vaak heel wanhopig en ik vond alles zo moeilijk alleen. Wat er aan de hand was, was dat ik enorm vastliep in mijn eigen hoofd en gedachten. Tot en met dat ik zo vastliep dat ik er ook niet meer uit kon, hoewel ik slim genoeg ben/was. Vaak waren praktische dingen het moeilijkste (besluiten nemen, overzicht krijgen, ergens aan beginnen). Er gingen dagen voorbij dat ik een heel mentaal proces had doorlopen, geen flikker had gedaan (behalve voor de kinderen gezorgd en al die 1001 kleine prutsdingen van een normale dag) en dat ik DOOOOODMOE was. Omdat ik mezelf mentaal uitputte met al mijn gedachten en gevoelens. Ik dacht: a. dat het nooit beter zou worden; b. dat iedereen beter was in alles dan ik; c. dat er iets vreselijk mis was met me. Intussen is er zo veel anders. Er zijn veel dingen waar ik geen grip op had en die gebeurden, maar er zijn ook dingen waar ik wel grip op heb. Ik haat tips en tricks, maar ik wil terugkijkend wel graag mijn ervaringen delen.

  • Samen zijn met iemand die het eenvoudiger maakt, helpt mij enorm. De Man en ik hebben soms relationeel gedoe omdat zijn hoofd zo anders werkt dan het mijne (hij denkt heel logisch, ik heel kronkelig), maar hij leerde me dingen als KISS en als ik een hersenkronkel aan hem vertel, kan ie vaak empathisch helderheid scheppen. Nu heb ik geluk dat ik hem ontmoet heb, maar sommige vrienden hebben ook die eigenschappen. Door af en toe met iemand een kronkel te delen, en een nuchter antwoord terug te krijgen, leer je uiteindelijk zelf ook je kronkels wat gladstrijken. Het is alsof je simpele weggetjes in je hoofd kan aanleggen en kan inoefenen, waardoor je minder verdwaalt in het bos in je hoofd (ik denk dat dat ook neuroplasticiteit is). Moest ik de Man niet hebben, zou ik denk ik teruggrijpen naar een RET-boek of therapeut. Wat me daarin aanspreekt, is het simpel maken van dingen. De vier vragen van Byron Katie kunnen ook een klein truukje zijn voor bepaalde kronkels.
  • De ochtenden. Ik ben geen ochtendmens, maar de energie van de ochtend is vaak beter voor een bosrijk hoofd dat wel eens een oerwoud wordt. In mijn tijd alleen was ik altijd moe, stond ik te laat op en rende ik achter de feiten aan. Aaaarghl. Intussen heb ik een ochtendritueel waarbij ik belachelijk vroeg opsta (5u30 of 6) en al heel veel dingen heb gedaan voor de rest van het gezin wakker is. Daarmee heb ik een voorsprong op de dag en hang ik niet om 9u al in de touwen van de stress en de ergernis. Ik ben echt minder moe als ik een voorsprong heb genomen, dan als ik langer slaap en het een toestand wordt.
  • Morning pages. Ik zou iedereen The Artist’s Way aanraden, maar zelfs al doe je het programma niet (dat ook goed helpt met alles-of-niets-denken etc), zou ik iemand die verstrikt geraakt in zijn/haar hoofd de morning pages aanraden (bv daar vroeger voor opstaan of eerst doen op kantoor). Drie pagina’s beschrijven, uit de losse pols. Ik houd ze bij, deel ze met niemand. Vaak komen er eerst allerlei kronkels op papier die op die manier wat helderder worden (of die ik daarmee dump!), en daarna kom ik tot een soort structuurtje (gaat vanzelf): wat wil ik vandaag doen, wat zeker niet, hoe kan ik het anders aanpakken, … Dat helpt me dan doorheen de dag, en schrijven beklijft.
  • Als je hoofd echt heel druk is en je er heel moe van wordt, zou ik een experiment doen met methylfenidaat. Toen ik het van mijn dokter kreeg (heb nog steeds geen echte diagnose ADD), werden al die kronkels in mijn hoofd plots stappenplannetjes, en kreeg ik ook wat meer daadkracht om ze te doen. Ik vind het niet erg om medicatie te nemen om mijn hoofd te structureren. Ik kan me goed voorstellen dat onder invloed van trauma of vermoeidheid neurotransmitters verminderen en de prefrontale cortex die je nodig hebt voor structuur, planning, overzicht slechter functioneert, en ik hou er rekening mee dat ik daar mogelijk aanleg voor heb en dat het alleenstaand moederen bij mij een trigger was voor add-achtige klachten.
  • Ik twijfelde veel over mijn werk en hoe ik dingen moest aanpakken. Soms werd ik er gek van en kon ik niets meer voor elkaar krijgen omdat ik alleen maar meer kronkels maakte en er niet meer uit kwam. Wat dan hielp was: ’s ochtends (fris hoofd!) een klein lijstje maken van drie dingen, en afspreken met mezelf niet meer te twijfelen maar die gewoon te doen (ik maakte per ding ook een stappenplannetje). Zo kreeg ik soms toch iets gedaan. Voorbeeld: studiedag voorbereiden: 1. nota’s lezen van gesprek; 2. ideeën opschrijven; 3. kijken naar drie vorige studiedagen wat ik kan gebruiken; 4. ideeën en resultaten van (3+2) in mijn standaard dagindeling plaatsen; 5. agenda maken en intro schrijven en 6. doorsturen aan opdrachtgever voor feedback.
  • Op een gegeven moment ben ik procedures gaan maken voor dingen die ik vaak moest doen (bv studiedag geven, offerte opstellen, …). Zelfs voor het schrijven van een e-mail! Met die procedures in een map (mij helpt het om fysiek dingen te hebben), kon ik dan makkelijker aan een taak beginnen en ze tot een goed einde brengen. Natuurlijk zat alle kennis al in mijn hoofd, maar het was makkelijker een stappenplannetje te hebben om een gevoel van houvast te hebben.
  • Rituelen maken. Als ik heel moe ben, word ik wazig en heel kip-zonder-kop-achtig. Ik heb een vast ochtend-ritueel en een vast avond-ritueel van dingen die ik moet doen, zodat ik niet telkens terug een keuze of besluit moet maken. (bv: was insteken en aanzetten, douchen, ontbijten, MP schrijven, dertig minuten e-mails beantwoorden, twee uur aan één project werken).
  • Iets fysieks. Lopen of yoga with Adriene zijn manieren om even in mijn lijf te zijn en daarmee en makkelijker hoofd te krijgen.
  • Stoppen met nadenken over anderen. Ik heb de neiging enorm naar anderen op te kijken en te denken dat ze hun leven op orde hebben, maar ik ontdek steeds vaker dat dat dus niet zo is en dat mensen allemaal dingen hebben waar ze het niet over hebben maar die hen wel bezig houden/storen/remmen/ …
  • Tot slot: je idee over werk bijsturen. Ik dacht dat ik alles moest weten en meteen alles goed moest doen, maar de meeste mensen doen maar wat. Echt. Met wisselend succes. En dat is denk ik waarvoor we betaald worden.

Nog tips, tricks, ideeën? Benieuwd!

En nee, het is niet simpel. Maar ja, je kan gelukkig wel iets doen, naast lief zijn voor jezelf. En soms aanvaarden dat het leven is wat het is en dat je zelf bent wie je bent.

Het gonst

Nog enkele dagen en mijn ouderschapsverlof is afgelopen. Er waren weken, maanden zelfs, dat het leek alsof ik nooit nog iets anders wou dan tutten met de kindjes. Maar dat kantelde, en tot mijn grote schaamte merkte ik dat ik steeds vaker onderprikkeld en doodmoe op de Man wachtte, na een dag luiers verschonen, kiekeboe spelen, slaapcoaching (ik gaf het maar een hippe naam), iedereen voeden.

Begrijp me goed. Ik ben dankbaar om mijn gezin. Maar na 10 maanden onafgebroken zorgen, realiseer ik me dat zorgen voor een stel kinderen waaronder een baby-tweeling heel erg ten koste gaat van zorgen voor jezelf. Soms weet ik amper nog wie ik ben, waar mijn hoofd staat, welke maand het is. Mijn lijf is moe, te zwaar, niet meer van mij. (Ik zie ook dat de baby’s extreem op mij gericht zijn. Ik wil dat ze ook vertrouwen ontwikkelen in andere mensen.)

Dus ik tel de dagen af. Nog enkele te gaan. En dan komt onze oppas-aan-huis, drie dagen per week. Het idee was dat ik me dan in een rotvaart door de files naar kantoor zou begeven om daar in drie dagen te doen wat ik normaal in vier dagen moest doen (want de meeste bedrijven vinden het wel ok dat je in uren mindert, maar zijn minder happig op het schrappen van taken). Anyway. Ik ga niet terug, ik begin iets nieuws. Wat leuk was toen het nog abstract was, maar nu voelt het kwetsbaar. Soms belachelijk. Onwennig.

Op Koningsdag wandelde ik voorbij een pandje dat te huur stond. Het trof me. De gedachte een eigen plek te hebben waar mijn spulletjes kunnen blijven, in plaats van als een werkende nomade van koffiebar tot flexwerkplek of coworkingspace te zwerven. Het pandje was klein en extreem duur (de huur voor één kamer was meer dan de helft van wat ik vroeger voor één huis betaalde met garage en tuin :)). Ik googelde, en kwam via anti-kraak (te vervallen) bij tijdelijke ruimtes terecht. Als ik het goed begrijp: ruimtes in panden die herbestemd zullen worden in de toekomst. Straks één bezichtigen. Spannend.

Verder heb ik nood aan een soort reset, een nieuwe start. Ik bestelde een detox-kuur (ik vind het zelf ook grappig – ik weet de voor – en nadelen, maar ik deed het vooral om dat intense gevoel dat je kan hebben nadat je ziek bent geweest en een aantal dagen geen troep hebt gegeten en dat al je zintuigen dan op scherp staan en je hoofd ook!). Ik pretox met soepjes en slaatjes en dat voelt fijn.

Ik realiseer me dat ik enkel nog op woensdag alleen met de kinderen zal zijn, wat tot nu toe vier dagen per week vaste prik was vier dagen per week. Op vrijdag is de Man ook thuis. Op termijn gaan de meisjes (ik wil dat ze met andere kindjes leren spelen) ook naar een peuterspeelzaal. Dan verandert er weer iets, in mijn hoofd zijn ze dan op woensdag- en vrijdagochtend weg, waardoor ik vier uur per week alleen thuis kan zijn. (Ik sprak er met een vriendin over, die vertelde dat een oppas aan huis schitterend is, maar dat je het heerlijke alleen-thuis kunnen zijn verliest. Ik kan me daar veel bij voorstellen.)

Dus. We sluiten een periode af. Dat voelt raar. Maar alles gonst van de nieuwigheid en zonder strak omlijnd plan ben ik heel benieuwd wat er gaat gebeuren als ik me laat meevoeren met de stroom.

Een update: kindjes, uitjes

Even een ‘update’:

  • De jongens doen het prima. Het zijn gewoon wel echte jongens, dus vaak best druk en energiek, maar beiden doen het eigenlijk gewoon goed. Het is wat puzzelen om een leuk aanbod te hebben voor hen omdat de meisjes twee keer per dag moeten slapen en voor de rest allemaal hapjes en papjes moeten. Frustreert me soms. (En ja, één van ons kan apart met de jongens iets gaan doen, maar een tweeling is sowieso altijd veel werk.)
  • De meisjes gaan door een moeilijke periode. Zei ik meisjes? Ik bedoel de kleine bad-ass (dus de kleinste tweelingdochter). Ik hoop van harte dat het een ‘sprongetje’ is, maar ze wil al weken niet meer alleen slapen, niet meer in haar eigen bed, niet meer in de namiddag slapen, … Aaarghl. De zus is meer type modelkind die gewoon lekker eet en slaapt en doet wat ze moet doen, maar ze wordt natuurlijk ook van haar stuk gebracht door het kleine heksje. Anyway. Duizend scenario’s, maar de laatste tijd vaak: grote zus slaapt bij papa in bed en kleine zus bij mij, waarbij ze gedurende de nacht allerlei capriolen uithaalt. Soms ben ik de moed een beetje kwijt. Het is van het begin van mijn zwangerschap geleden dat de Man en ik nog eens samen in één bed geslapen hebben, en ik begin ook wel soms te verlangen naar een soort normale orde van zaken. De grote mensen bij de grote mensen en de kinderen bij de kinderen, zoiets. Terwijl ik in feite ook ontzettend overtuigd ben dat aparte kamers waar kinderen heel de nacht alleen slapen ook niet heel natuurlijk zijn.
  • Mijn wekelijkse uitjes lijden onder het gedrag van het kleine heksje, maar intussen liep ik weg uit Lazzaro Felice. Ik vond het korrelige beeld storend, de film chaotisch en het thema zo zielig. Daarnaast ging ik naar een toneelvoorstelling waar ik ook uit weg liep. Een toneelmaker had samen met een groep pubers een voorstelling gemaakt. Maar het was druk en chaotisch en ik begreep de pubers niet goed en ik bedacht dat het vooral leuk was als je de moeder van zo’n puber bent, maar niet als toevallige toeschouwer. Ten slotte ging ik naar een massagesalonnetje, op een dag dat ik het huis had verlaten met mijn ziel onder mijn arm omdat ik zo moe was dat ik geen geluiden meer kon verdragen. Niet echt een uitje dus, maar wel iets dat ik alleen deed. Ik was zo eindeloos moe dat ik nog liever had betaald om daar een uur ongestoord te slapen, dus niet echt iets om over naar huis te schrijven.

Die keer toen ik een adviseur betaalde en vervolgens het advies in de wind sloeg

Het was een lastig besluit, maar op een gegeven moment was de knoop doorgehakt. Ik zou ontslag nemen, de hele onzekere afgrond in springen en hopen dat het vangnet zou verschijnen. So far so good.

Klein detail was dat ik nog weg moet op mijn baan. (Update: dat is intussen volbracht.) Mijn ideale scenario is natuurlijk dat ze me een bedrag meegeven, maar second best is dat we een akkoord bereiken over het ontslag en dat ik vervolgens in een systeem kan stappen waarbij ik een lage uitkering voor een korte periode kan combineren met het starten van een eigen zaak met begeleiding.

Op aanraden van vrienden won ik advies in. Ik legde de hele situatie uit, en kreeg meteen een heel complex advies. Ik zou nu al naar de bedrijfsarts moeten gaan en zeggen dat ik stress heb bij de gedachte weer te gaan werken. De bedrijfsarts zou dan druk op de organisatie zetten en die zouden dan eieren voor hun geld kiezen en met een mooi voorstel komen om van me af te komen. Een ander idee was dat ik terug zou kunnen gaan en de kantjes ervan aflopen, maar in mijn hart ben ik al weg en vertraagt dat alleen maar mijn eigen start. Net als het scenario dat ik twee dagen terug zou gaan en me ziek melden.

Tenslotte bespraken we dat ik in gesprek zou gaan en zou aangeven dat ik echt niet wist hoe verder en dat ik het allemaal niet meer zie zitten, in de hoop dat zij met een geldbedrag en een ontslagbrief op de proppen komen. Op elke vraag zou ik dan hulpeloos moeten zeggen dat ik het allemaal echt niet meer weet (terwijl ik het natuurlijk prima weet op dit moment).

Pff.

Het is vast allemaal niet superslim van me, maar ik hou niet zo van dit tijdsintensieve gedoe. Ik wil verder, en ik wil dat zij verder kunnen.

Ooit volgde ik een cursus waar we in een oefening in twee groepen allemaal tactische zetten tegen elkaar zaten uit te werken, in plaats van simpelweg met elkaar in gesprek te gaan en te ontdekken dat er geen enkele tegenstelling zat in onze plannen en dat we een win-win konden creëren. De cursusleider stond heel erg achter vertrouwen en oprechtheid, en zo ben ik stiekem altijd al. (Ik was in die oefening overigens de enige die zat te pleiten voor een gesprek tussen beide groepen en ik werd genegeerd. Ik dacht dat ik wel de domme was, maar achteraf bleek dat ik de enige was die de ‘aangewezen’ oplossing bepleitte. Door die oefening weet ik dat ik soms luider mag roepen.)

Ik ging dus in gesprek. Zonder het achterste van mijn tong te laten zien (ze hoeven niet persé te weten wat mijn plannen zijn), maar wel met de boodschap dat het voor mij niet meer goed komt na wat er gebeurd is. En of we het gewoon netjes kunnen afhandelen na alle stomme dingen die gebeurd zijn. Het werkte. Ze kwamen met een voorstel waar ik een beetje van opkeek (niets groooots, maar wel iets aardigs).

Eerlijk en recht-voor-de-raap zijn past bij me. Dat past bij hoe ik ben, hoe ik zelf behandeld wil worden en hoe ik geloof dat de wereld beter zou zijn.

Intussen las ik in een boek over calimero’s en cali-hero’s. Ik geloof dat ik liever een calihero ben :).

Iets nieuws beginnen

Ik onderhandelde al een tijdje (met mezelf). Als ik een startbudget vind, dan neem ik ontslag. (Mijn bankrekening is best leeg doordat ik al een half jaar in onbetaald ouderschapsverlof ben en voordien natuurlijk lang alleenstaand ouder geweest ben.) Ik nam boeken mee van de bib over methodes om je leven op te schonen in de hoop dat daar duidelijk in zou staan dat ik moest springen. Ik praatte met verschillende mensen. Ik nam een besluit (ik ga terug in dienstverband en werk dan achter de schermen een eigen bedrijfje uit). Ik bleef piekeren. Ik sprak met allerlei mensen die de sprong gewaagd hadden.

Ik wist dat het wagen van de sprong, zonder zekerheid, zonder duidelijkheid, zonder 15000 euro in de pocket, zonder garanties, zonder beloftes, een wezenlijk deel was van de onderneming. Het komt allemaal weer neer op de tegenstelling tussen de wolvin en de trut. Leven volgens wat je voelt dat goed is, of leven volgens angst en vanuit zekerheden. Ik wil graag iemand zijn met een vrije ziel, en intussen was ik iemand die ik helemaal niet wou zijn: afhankelijk, moe, mopperig, bang.

Ik was bang om te blijven hangen in het durfde-ik-maar om dan op een gegeven moment te belanden in het had-ik-maar. Over te gaan van het nog-niet naar het niet-meer. Ik ben bang om financieel afhankelijk te blijven van de Man. Ik ben bang dat mijn plannen mislukken. Bang dat ik onze dure nanny niet kan betalen. Bang dat ik geen enkele opdracht zou krijgen. Bang dat ik niets kan, dat niemand op me zit te wachten. Dat iedereen me keihard gaat uitlachen.

Dus ik kniesde maar en vond mezelf een behoorlijke mieperd. Dat ik zou terug gaan naar een baan waar ze eigenlijk hadden geprobeerd van me af te komen, deed mijn zelfrespect geen deugd. Ik werd misselijk als ik er aan dacht.

En plots wist ik het. Ik ga niet terug. Ik volgde nog een familie-opstelling (maar toen had ik het besluit al genomen, dus daar werd het alleen maar bevestigd). De dag na het besluit lag er een tijdschrift op de mat dat kopte met ‘EEN NIEUW BEGIN’. Ik moest erg lachen. En een mooi cadeautje van een vriendin over je-vleugels-uitslaan. Het leek even alsof ze telepathisch begaafd was ofzo. (Ze is heel begaafd en bijzonder, dus dat boekje was geen toeval.)

De doorslag kwam van Clarissa Pinkola Estes. Een stukje over gezonde wolven en ongezonde vrouwenzielen. En van The Artist’s Way. Ik ben nu maanden bezig met het schrijven van morning pages, het doen van oefeningen, het onderzoeken van wat me dwars zit en wat ik echt wil. Het stuwt me naar handelen. En tenslotte zijn er mijn dochters. De grootste die me aankijkt en dol op me is, om wie ik nu al ben. De jongste die een soort hardnekkige bad-ass is geworden die al weken oefent met kruipen op de meest koppige manier en nooit opgeeft (bij het herwerken van dit stuk de update: ze kruipt). Natuurlijk hou ik ook ontzettend van mijn zonen, maar de puurheid van de baby’s en de spiegel die ze voor mij zijn, zetten me in beweging.

Het gekke is dat ik geen afgelijnd plan heb. Alleen veel ideeën en een soort urgent gevoel van wat ik wil betekenen in de wereld.

Sinds het besluit genomen is, voel ik me lichter & vrijer. Ik ben onderweg naar iemand die ik wel wil zijn, al heb ik nog geen enkele klant gehad, nog niets verwezenlijkt. Hell yeah. (Overigens ook niet helemaal waar. Ik heb als zelfstandige in bijberoep opdrachten, zij het niet om van te leven.)

P.s. Dit ging vooraf aan het schrijven van dit. Het is een beetje de weg er naar toe.

Het uur van de waarheid – en dat ik geen stoere millenial ben als het er op aan komt

Als het hier stil is (zoals de laatste tijd), is er meestal iets op til. Het grappige is dat ik zelf merk dat de interactie hier ook wat verstomd als ik met iets bezig ben dat ik nog wat verborgen hou. De voorbije stiltes kwamen door de miskraam, de tweelingzwangerschap, en natuurlijk ook even toen die tweeling er ook echt was. Intussen is er geen nieuwe tweeling in de maak, maar heb ik mijn baan opgezegd.

Ik zou dat dat zo stoer is als ik het mij voorgesteld had. Millenials-stoer, je weet wel. Zelfbewust, zonder een centje pijn. Het tegendeel is waar. Het doet echt pijn en ik heb er heel lang over gedaan.

Natuurlijk heb ik al een aantal jaren plannetjes in mijn achterhoofd die maar blijven smeulen, ook al probeerde ik het vuur regelmatig te blussen met mezelf streng toespreken dat niet iedereen als zelfstandige een inkomen kan verwerven, dat ik het me te rooskleurig voorstel, dat mijn plannen te vaag zijn. In heel de tussentijd cirkel ik rond vrouwen die de stap gezet hebben en kijk ik ademloos naar hoe ze het doen en dat ze het doen. Maar er was altijd wel een goede reden waarom ik niet nu. Maar het bleef smeulen. Ook al dacht ik vaak dat ik aan een soort escapisme leed. Natuurlijk is gaan werken niet altijd tof en het is heel leuk om in je achterhoofd te denken: wacht maar, ik ga zelf iets verzinnen dat WEL elke dag tof is.

Toen kwam het nare terugkeergesprek met de baas na mijn tweelingzwangerschap. Het liep met een sisser af en ik was weer welkom op kantoor. Intussen regelden de Man en ik een oppas aan huis met alles wat daarbij komt kijken, kreeg ik het Spaans benauwd bij de gedachte dat die vrouw (waar niets mis mee is – ze is lief) drie dagen per week voor mijn pupjes gaat zorgen en dat ze daar bruto van ons meer voor krijgt dan ik netto verdien (de toeslag nog niet ingecalculeerd). Maar hee, ik ben een modern wijf en ik ga werken! Ik krijg het net zo goed Spaans benauwd als ik er aan denk dat mij nog een paar weken thuis resten, want ik ben zo moe van het zorgen. Sommige dagen is het drinken van een glas water al een luxe. Een tweeling blijft zo ontzettend intens. (Zo intens dat ik as we speak een oppas heb ingevlogen om twee uur met mezelf te zijn en even te schrijven, want ik hoop dat ik zo wat tot rust kom en daarna weer voor iedereen kan zorgen. De kleinste kruipt en eet alles wat ze onderweg vindt en ze weigert te slapen overdag en ik hou het niet bij.)

Ik schreef dit stukje. En dat gevoel, dat ik ben wie ik niet wil zijn, dat knaagt en knaagt. Knaagde doorheen mijn besluit om flink te zijn en gewoon weer te gaan werken. En toen hakte ik de knoop door en nam ik ontslag.

Dat klinkt stoer, maar ik heb het huilend gedaan. Tranen en bijhorend geluid dat ergens heel diep vandaan komt. Dat was een mail. Het grootste tweelingkind zat naast me en keek verbaasd om het dierlijke geluid dat uit haar moeder kwam, en ik zei haar dat het niet aan haar ligt, dat ik blij ben met haar maar dat het soms zo pijn doet allemaal. (Het was ook een beetje familiaal bezwaard want in mijn vrouwelijke lijn worden banen opgezegd na het krijgen van kinderen met veel spijt en verdriet en dat werkt in mij door.) Vervolgens moest ik op gesprek. Ik reed de weg die ik goed ken, keek een laatste keer uit over die velden tussen al die rotondes, luisterde in de auto naar Dear Sugar over je eigen leider zijn, probeerde dapper en flink te zijn, had een kort gesprek, gaf mijn sleutels terug (wat een raar moment). Begroette nog wat collega’s die enthousiast vroegen of ik terug kwam (nee, ik ga weg). Dronk koffie op een plek waar ik zo vaak koffie had staan drinken met iedereen die voorbij kwam. Vluchtte het gebouw uit. Op de parking stond mijn idioot grote gezinswagen te wachten, en dat was zo vervreemdend want al die tijd daar had ik een klein gezwind autootje dat helemaal bij mij paste. Ik stapte in de grote gezinswagen en reed de parking af en luisterde 100 keer naar dit liedje en dronk koffie met een vriendin en reed naar huis en ik voelde me even vrij als wanhopig verdrietig en in de auto zong ik luid mee met 100 keer dat liedje omdat ik niet wist of ik moest huilen van verdriet of van trots.

’s Avonds was ik een soort trots en happy en vrij. De volgende dag viel de hemel op mijn kop. Ik voelde me zo weinig gewaardeerd en zo tekort gedaan en zo alleen en zo bang. Dat werk is zo lang mijn houvast geweest, mijn trots, mijn zekerheid. Er is geen tijd om het een plek te geven, alleen die paar uurtjes die ik koop bij een oppas. De spanningen tussen de Man en mezelf zijn te snijden. Gevolg van tweelingouderschap, uitputting, maar ook mijn gewroet in dit vel dat niet lekker zit en de boosheid en angst en onzekerheid die nergens naar toe kan.

Binnen een paar weken komt er een mevrouw die drie dagen per week voor mijn kinderen zorgt. Dan pak ik mijn spullen (ik moet nog een nieuwe pc en telefoon kopen – ook dat is allemaal zo ontwrichtend als je al nergens tegen kan) en ga ik. Ik zoek een plek waar ik naar toe kan gaan. Ik testte al een plek uit waar ik wanhopig weg ging omdat al die creatieve zzp-ers die er zaten luid en druk waren en ik met niemand van hen het gevoel had lekker te willen uitwisselen zoals ze op de website beloofden. Maar ik ga dus, ergens naar toe, en dan schud ik eindelijk al die plannen uit mijn mapje en is het uur van de waarheid daar.

Intussen ben ik 35 geworden en in de antroposofie tellen ze in periodes van 7 jaar met breukmomenten. Ik ga nu de fase van het ontvouwen in. Op mijn bureau slingert het boekje van Pinkola Estes dat me over de streep duwde en in mij ziet de wolfsvrouw het aan en weet ze dat het stof gaat liggen en voedt ze zich met mijn besluit dat niet uit angst genomen is, maar met moed en tranen.

Sponzen en hun moeder

Baby’s zijn sponsjes.
De toestand met mijn werk gaat maar niet over. Ik heb zelf een keuze gemaakt (waarover later meer), maar er is veel spanning. Ik ben nerveus en heb gewoon niet zo’n lange adem. Het sleept al maanden aan, en ik wil graag dat het klaar is en dat ik verder kan.

Allemaal niet zo gek.
Maar ik ben een moeder en ik heb twee baby’s.
Baby’s die als sponsjes de spanning opzuigen en niet meer slapen. Krijsen, brullen, elkaar aansteken in de onrust.

Het thema van de boekenweek is moederschap. Ik lees her en der dingen over moeders. Ik ben naar een opstellingsavond geweest en daar was een vrouw die zich niet gezien voelde door haar moeder. Ik heb zelf het idee dat mijn moeder met haar ontwikkeling mijn puberteit heeft gekaapt (*) (alternatief was dat ze gefrustreerd was gebleven en dat op mij had geprojecteerd). Ik lees een tijdschrift dat in GROTE LETTERS zegt dat DE BAND TUSSEN MOEDER EN DOCHTER DE MEEST FUNDAMENTELE IS VOOR DE VROUW. Of zoiets. Ik denk aan mijn eigen moeder, ik denk aan mijn dochters.

Ik denk aan de vrouw uit de opstelling tegen wie ik wou zeggen dat moeders ook maar mensen zijn. Mensen die niet uitgeslapen zijn, een slechte dag kunnen hebben, vast kunnen lopen in hun baan, hun relatie, hun psyche, hun leven. Ik begrijp dat het kind wil dat de moeder alles voor hem of haar is dat hij of zij nodig heeft, dat je wil dat je moeder er altijd is en altijd de juiste dingen doet en wijs is en gul en mooi en een voorbeeld en een rolmodel. Ik ben zelf zo een kind, maar ik ben ook een moeder en ik struikel soms over het leven, zeker in tijden dat er 24/7 zorg van mij verwacht wordt voor wezentjes die niets kunnen, behalve hun met zorg bereid papje in mijn gezicht blazen, huilen bij ongemak, door de kamer sluipen, tatataa roepen en dadadaaa en puh.

Nooit lees ik iets over vaders. Altijd over moeders. Moeders. Moeders. Ik word er nerveus van, want ik ben een moeder. Een moeder zonder vlekkeloos parcours. Een moeder die het soms spuugzat is en met de noorderzon wil vertrekken naar een hutje op de hei waar enkel boeken en koffie zijn en hertjes. Een moeder die dol op ze is, maar soms gewoon emotioneel niet beschikbaar (soms? vaak misschien zelfs) omdat het haar de keel uithangt dat het oud papier al weken klaar staat en ze het huis niet uit kan om het weg te brengen. Of dat ze niet kan sporten omdat ze overdag niet weg kan en ’s avonds bij elkaar te vegen is. Of dat ze niet kan slapen, omdat de kleine baby het grootste deel van het bed nodig heeft en aan haar haar trekt ’s nachts. Of omdat het gedoe met het werk maar niet opschiet en ze even niet meer weet hoe het allemaal verder moet. Of omdat ze kwaad is op de vader, soms.

Ik vind het ouderschap een geschenk, echt, maar het is zo omvattend. Het is zo omvattend, en ik ben maar een mens. Een moeder, ja, maar een mens. Misschien staan mijn kinderen binnen dertig jaar wel in een opstelling te vertellen tegen een vreemde dat hun moeder niet beschikbaar was, of onvoorspelbaar, of humeurig, of verveeld (**).

(*) Ik realiseer me vaak – later misschien iets om meer over te schrijven – dat mijn moeder zich geëmancipeerd heeft en dat ik dit proces van op de eerste rij heb meegemaakt. Het begon met een hobby uitoefenen. Eisen dat ze met haar voornaam aangesproken werd. Weer beginnen werken na een lange tijd thuis.
Ik zou om het even welke vrouw LOEIHARD aanmoedigen bij dit proces, maar ik neem het haar onbewust kwalijk, omdat er spanningen waren en ze er niet was en ze er steeds minder was en ik steeds meer op mij nam thuis. Parentificatie heet dat, en het heeft zo veel kreukels in mijn leven gebracht.
De tegenstelling (principes versus gevoel) verwart me.

(**) Ik probeer nu werk te doen (zoals TAW, opstellingen, …) zodat ik mijn kinderen minder gedoe laat erven.

P.s. Ik hoorde deze docu en het raakte me loeihard. Daarbij leerde ik dus dat er zoiets is als een huisvrouwensyndroom en dat je daar in het slechtste geval dood van kan gaan.

P.s. 2. Soms lijkt het alsof ik omring ben door parasieten die lak hebben aan het feit dat ik ook iemand ben die ook dingen nodig heeft. Zoals slaap. Zie ook dit stukje, over je een vreemde voelen in je eigen leven.

It takes a village to… (Met twin-tip)

Ik dacht dat ik het onder de knie had, twin-parenting. Niet dat het altijd leuk is, of handig. Vooral logistiek een enorme onderneming eerlijkgezegd. Elke keer dat je de deur uit moet, is er die organisatie (luiers, jasjes, buggy, spullen mee, …). Daar ben ik best handig in geworden. Zo staat er bijvoorbeeld een vaste luiertas klaar die telkens aangevuld wordt, en ligt/staat alles op vaste plaatsen zodat er geen tijd verloren gaat aan zoeken.

Anyway. Toen werden de baby’s ziek. Twee baby’s met 39 graden koorts. Huilerig & hangerig. Niemand wou slapen, de hele structuur omzeep. Iedereen wou op mijn schoot zitten. Het eten werd een zootje. De medicatie moest ik goed monitoren (geef maar eens per ongeluk dezelfde baby twee keer medicatie). Zucht. De buurvrouw nam het even over om te kunnen douchen en verder schikte ik me in mijn lot en zat ik de hele dag op de bank met de dames op schoot, te kijken naar (ok, ik weet het, ik ben een ramptoerist!) de netflix-serie over Madeleine McCann.

Op zo’n dagen haat ik mijn leven een ietsiepietsie omdat ik allemaal grootse plannen heb waar nooit iets van komt.

En toen nam de dag een fijne wending. De buurvrouwen kwamen koffie drinken. De baby’s gingen van schoot tot schoot. Er was gebak en chocola en verhalen. Daarna schoven we nog door naar een ander huis voor een borrel. De uren vlogen voorbij. Voor ik het wist lagen mijn zielige zieke zieltjes in bed (waar ze natuurlijk een uur later weer huilend uit gevist werden) en was één van de stomste dagen ooit (twee zieke baby’s, echt) nog best gezellig geworden.

It takes a village to raise a child, ja. Maar vooral dit: it takes a village to keep a mother sane.

P.s. In de categorie twin-tips: de Man heeft een slimme speaker geïnstalleerd. Met mijn verleden als single mom vind ik zo’n dingen overbodig, maar wat LEUK om vanuit bed of als je je handen niet vrij hebt, te vragen aan Google of de radio aan kan, of ze de hoofdpunten van het nieuws even kan afspelen, een mop kan vertellen, een raadsel, mijn afspraken voor de dag even kan voorlezen, even wat in mijn agenda kan zetten, of ze 1,5 uur slaapliedjes kan spelen. En als ik haar een complimentje geef, antwoordt ze dat ze me ook leuk vindt. De schat. Bijzonder handig voor elke ouder, maar zeker ook voor de twin-parent die altijd wel een kind in de armen heeft.