Voorschrift

Tegen onrust in het hoofd.

Twee maal daags.
Gevolgd door een kopje thee.

Bos

 

Advertenties

Hello, is it me you’re looking for?

Ik mis Dirk niet meer. In het begin toen hij weg was, ging ik dood van het gemis. Daarna was er een periode van weemoed, want alle ‘mooie’ herinneringen kwamen bovendrijven. Intussen, na amper een half jaartje, weet ik al niet meer hoe het was: wij, hier, samen. Soms piept er een flardje herinnering door de gordijnen van mijn geheugen. Meestal geen erg fraaie dingen.

Op de eerste rij!

Om één of andere redenen speelt nu ‘Hello’ van Lionel Richie in mijn hoofd. Haha.

Wat ik nu wel mis, is ‘iemand’. Hoe vaag wil je het hebben? (Om één of andere redenen speelt nu ‘Hello’ van Lionel Richie in mijn hoofd. Haha.)

Ik heb de neiging altijd wat te steunen op anderen. Borst vooruit en ergens voor gaan staan, vind ik spannend. Of een situatie inschatten en de verantwoordelijkheid nemen.

Dat ben ik aan het leren. Een soort spoedcursus. Kind ziek? Niemand om mee te overleggen of er medicatie moet toegediend worden of naar de dokter moet gegaan worden. Dus zelf beslissen. Wat gaan we eten vanavond? Nou, de koelkast opentrekken en kiezen. Fietsband plat? Euh… Waar staat de pomp en hoe werkt dat ding?

Ik sta voor het eerst op de eerste rij in mijn leven. Niet altijd meer achter de rug van iemand anders. Dirk, mijn ouders, leidinggevenden, collega’s, vrienden. Gewoon, op de eerste rij. Handen uit de mouwen.

Klinkt eenvoudiger dan het is. Ik vind het best spannend en ik ben vaak bang dat ik het ‘fout’ doe. Dan probeer ik mezelf te sussen met de gedachte dat er in het leven niet altijd zoiets is als ‘goed’ of ‘fout’. Dat je gewoon een situatie moet inschatten en het best mogelijke doen. Toch?

Klankbord gezocht

Ik had het zelf niet leuker kunnen bedenken.

Maar nu mis ik iemand. Iemand die zich even mee om de functieomschrijving van de nieuwe baan buigt. De nieuwe baan die een soort aanbod was, maar waarvoor wel gesprekken zullen gevoerd worden. [Leve mijn nieuwe jurk, instant zelfvertrouwen!] Toen ik de omschrijving las, begon mijn hart te razen. Wow, dit is ab-so-luut wat ik wil doen. Ik had het zelf niet leuker kunnen bedenken. Maar tegelijk: O MY GOD, kan ik dit? Kan ik voldoen aan de eisen?

En ook. Wil ik starten op 1 januari? Of ga ik vragen of het later kan, zodat er een gat valt tussen mijn huidige baan en de nieuwe. Een gat. Tijd. Voor mij, voor de kinderen. Maar wat ga ik doen in dat gat? Wil ik een gat omdat ik het spannend vind, en een gat uitstel betekent? Of wil ik een gat omdat het zo’n heftige tijd geweest is en alles wat me deugd kan doen, kan helpen?

In mijn plan wou ik ook op 1 januari starten als zelfstandige in bijberoep. Daarvoor zet ik stappen, stilaan krijgen dingen vorm. Maar ik twijfel plots. Is het een absurd idee? Gaat het werken? Euh… Help!?

Meestal bespreek je zo’n dingen met je partner. Ik besprak zo’n dingen met Dirk. Als ik nu terugkijk, zie ik dat hij niet zo’n verdraaid sterke inhoudelijke antwoorden gaf. Maar wel wat aanmoedigde. En dat dat vaak genoeg was. Om er voor te gaan.

Zelfvertrouwen bij elkaar schrapen

Nu word ik terug geworpen op mijzelf. Moet ik ergens zelfvertrouwen bij elkaar schrapen, goede inschattingen maken en knopen doorhakken.  Ik weet wel dat ik er alleen maar sterker en zelfstandiger van word en dat deze crisis druk bezig is met allerlei onvolkomenheden uit mijn karakter te meppen om me te doen groeien. En die groei ervaar ik al, die is al waarneembaar. Maar het is verdorie spannend, bij momenten.

Kunnen we even afspreken dat ik dit nog even flink zelf doe, om te bewijzen dat ik het kan. En dat er daarna een leuke partner langskomt waarop ik mag steunen?

Flarden

Ik geef Babybroer zijn flesje. We zitten op het grote bed. Zijn hoofdje ligt tegen mijn hart. Hij lijkt nog klein als hij zo ligt, en drinkt, met ogen die dicht vallen. ‘Zo,’ zeg ik hem. ‘Alles wat jullie nodig hebben, zullen jullie dus vooral van mij moeten hebben. Opvoeding. Liefde. Affectie. Regels.’ Ik grinnik. Babybroer kijkt me aan. Ik kijk in zijn ogen, verbaas me hoezeer hij op Dirk lijkt. Ik glimlach naar hem. Ik zie aan zijn ogen dat hij terug lacht, met de fles in zijn mondje. ‘We redden het,’ zeg ik. En ik weet het zeker.

‘Later als wij groot zijn, zijn wij jouw papa’s. Dan heb je twee papa’s, moeke!’. Kleuterzoon ziet het helemaal zitten.

Babyzoon krijgt tandjes, en is alweer een tijdje van zijn melk. Als ik hem neer zet in de keuken, pakt hij mijn rok vast en loopt met me mee, overal waar ik ga. Ik kniel voor hem neer, kijk hem aan. Hij kijkt verwachtingsvol terug. Ik pak hem op, houd hem op mijn heup. Innig tevreden zit hij daar. Hij kijkt naar alles wat ik doe, met rustige aandacht. Ik kan intussen al erg goed groenten snijden, afwassen, was insteken en opruimen met één hand.

Kleuterzoon wil dat we een tekening die hij gemaakt heeft, ophangen. Hij kiest zelf een plekje naast zijn bed. Hij is trots. En blij dat hij nu ook ’s nachts naar zijn tekening kan kijken als hij wakker wordt. Als ik later ga kijken, ligt hij diep te slapen met een speelgoedautootje in zijn hand. Ik glimlach. Het gaat goed met hem. Zo blij!

Babyzoon en ik maken een ommetje. Het schemert, de laatste flarden licht verdwijnen langzaam. We gaan naar de rand van het bos, waar het paard staat. Het is donker waar we lopen. Als we bij de wei komen, is het zo duister dat we het paard niet meer kunnen zien, maar het heeft ons opgemerkt en doemt plots op. We geven hem het meegebrachte brood en lopen terug. Babybroer op mijn buik. Ik zing van de twee beren, en hij doet mee van ‘Hihihi, hahaha’.

Kleuterzoon kan steeds meer zelf. Zich aankleden. Schoenen en jas aandoen. Tandpasta op zijn tandenborstel doen. Tanden poetsen. En hij lijkt het allemaal zo makkelijk te vinden. Fascinerend, de ontwikkeling van een kind. Het groeien, niet alleen fysiek, maar ook richting zichzelf zijn en zelfstandig zijn. Het werkt met een soort eigen dynamiek, die je wel ruimte kan geven, maar die je niet moet in gang trappen. Dat gaat namelijk vanzelf. Wonderlijk.

Het is nacht. Babybroer hoest. Ik til hem op, houd hem bij me op schoot. Ik zoen zijn haren en ruik aan hem. Hij slaapt verder op mijn schoot. Langzaam laat ik me achteruit zakken, waarbij ik zorg dat Babybroer in het kuiltje terecht komt gevormd door mijn arm. Nog één keer, denk ik, en val dan in slaap, met mijn armen en lichaam beschermend om het kleine lijfje gekruld.

Makkelijk is het niet, alleen.
Maar verdorie, wat ben ik dankbaar.
Elke dag.

Prinses vertelt hoe ze werkt

In navolging van Lilith (zie: http://www.talesfromthecrib.be/2014/10/lilith-freelance-journalist-deelt-hoe-ze-werkt/ ) vertel ik hoe ik werk.

Ik heb ooit besloten dat ik om ecologische redenen en vanuit een bepaalde levensfilosofie niet ‘wil’ om te willen, om het nieuw, om het hip.

Huidige job: onderzoekster/coach/adviseur/docent. En mijn dagen zijn geteld, want mijn contract loopt tot en met 31 december. Dus bijna werkloos. Of iets anders. Duimen, mannen.
Huidige mobiele toestellen: mijn oude nokia. Ik heb ooit besloten dat ik om ecologische redenen en vanuit een bepaalde levensfilosofie niet ‘wil’ om te willen, om het nieuw, om het hip. En dat ik geen dingen wil vervangen die het gewoon doen. Dus heb ik me de vraag gesteld waarvoor ik een gsm nodig heb. Dat is om te bellen, te sms’en en om mijn wekker te zetten. En dat kan mijn oude nokia, dus die hou ik nog even. Ik moet ook nooit bang zijn dat die gestolen wordt of dat ik hem kwijt geraak, een bijkomend voordeel!
Huidige computer: wegens veel treinreizen een kleintje (toshiba). Op het werk een megascherm, fijn contrast.

Zonder welke apps/tools/software kan je niet werken en waarom?

Wij leven tv-loos en tabletloos, en dat vind ik niet alleen vrij eenvoudig, ook vrij rustig en zeker erg goedkoop.

Euh, ik gebruik enkel de basisdingen. Een mailprogramma, tekstverwerker, wat software voor wetenschappelijke toepassingen. In periodes gebruik ik ook onlinetijdschrijven.nl, om bij te houden wat ik doe en hoeveel uren ervan.

Ik ben vast vreselijk ouderwets. In mijn huis is het enige schermpje dan ook het mini-schermpje van de kleine toshiba. Ok, en van de oude nokia. Wij leven tv-loos en tabletloos, en dat vind ik niet alleen vrij eenvoudig, ook vrij rustig en zeker erg goedkoop. Ik denk niet dat ik en mijn kinderen iets missen. Als ik nog eens ergens een tv zie opstaan, word ik bijna zot van de prikkels: wat een drukte! Naar de cinema gaan is een traktatie. En ’s avonds de afwas doen met radio Klara op de achtergrond, een genot. Zondag trouwens een erg mooi hoorspel gehoord op Klara: http://radio.klara.be/radio/10_herbeluisteren.php?page=podcast_intro .

Verder heb ik mijn vervaldagensysteem: een map waarin voor elke maand een hoesje zit en voor de dagen van de maand. Elke dag open ik het mapje van de dag, en vind daar alles wat ik nodig heb! Kleine fiches met mijn taken, en documenten die ik zal gebruiken, of voorbereidingen die ik gemaakt heb. Een fijne zekerheid om te weten dat alles op één plek zit en dat ik het allemaal gerust kan vergeten: op de juiste dag vind ik het op de juiste plek. Meer daarover: https://prinsesopdekikkererwt.wordpress.com/?s=structopathie

Tot slot heb ik ook een eigen soort weekoverzicht. Het is een tabelletje, echt heel eenvoudig, waar ik voor elke dag invul waar de kinderen zijn (thuis of opvang/school), welke afspraken ik heb, welke doelen voor de dag, welke tien kleine taakjes ik moet doen van mezelf, wat we ’s avonds eten en welk extra huishoudtaakje ik opneem (bijvoorbeeld: alles wat aan de kapstok hangt reorganiseren). Tien kleine taakjes per dag, zijn er zeventig per week. Drie doelen per dag zijn er 21 per week. Eén kwartiertje ergens opruimen per dag, is bijna twee uur per week. Dat weekschema geeft me een heel lekker gevoel van productiviteit, omdat het de ministapjes die ik zet in beeld brengt. En dat is fijn, omdat ik me vaak gefrustreerd voel over het versnipperd werken, met die twee kindjes in huis.

Hoe ziet je bureau er uit?

Ik ben er enorm aan gehecht en verdraag eigenlijk heel moeilijk als iemand anders daar is (al zeker zonder mij).

Mijn thuiswerkplek is een eigen kamer, met twee bureau’s van ikea, een kast met boeken, en een zeteltje aan het raam waarin ik kan lezen, en van waaruit ik de straat kan bespioneren. Lekkerplek! Ik ben er enorm aan gehecht en verdraag eigenlijk heel moeilijk als iemand anders daar is (al zeker zonder mij). Dus de kinderen spelen daar niet en af en toe was er oorlog met Dirk als hij het had gewaagd in mijn zeteltje te lezen. Op het werk heb ik een kamer in een hoge toren, met gewoon een bureau en een kast en foto’s van de kinderen en stapels boeken.

Een tijdbesparende tip?

Oh, euh… Bundel kleine taakjes, zet je kookwekker op 30 minuutjes, en daag jezelf uit er zo veel mogelijk te doen binnen die tijd. Sowieso werk ik vaak met een kookwekker, om zowel in het huishouden als op het werk van start te gaan met iets waar ik wat tegenop kijk. Opruimen is bijvoorbeeld niet leuk, maar als ik mijn kookwekkertje op 15 minuten zet is het een soort uitdaging én ik weet dat ik na 15 minuten stop, of het nu af is of niet. En dat helpt.

Wat is je favoriete to do list manager?

Vervaldagensysteem van Getting things done. Eindelijk klaar met die hopeloze ellenlange en ongestructureerde lijstjes. Gewoon fijn op de juiste dag de juiste taakjes tegenkomen. Oef!

Is er naast je telefoon en je computer een gadget waar je niet zonder kan?

Euh, kan ik niet zonder mijn telefoon? *verbaasd*

In welke alledaagse bezigheid ben je beter dan de rest? Wat is je geheim?

Ik denk vaak dat anderen beter zijn. In structureren, plannen en uitvoeren. Maar sinds ik GTD gebruik, vergeet ik niets meer. En dat is echt heel fijn. En ik ben ook voorbereid op de dingen die ik doe, en dat geeft me zelfvertrouwen en rust, en die rust kan ik dan weer benutten om nieuwe dingen uit te werken of te bedenken. Vroeger probeerde ik gewoon chaotisch te doen wat moest gebeuren. Nu heb ik het meestal onder controle en kan ik dus ook nieuwe dingen bedenken en voorstellen, of bestaande dingen verbeteren. En dat geeft me energie!

Waar luister je naar terwijl je werkt?

Prikkel-alarm!!! Niets dus. Als ik huishoudelijk werk doe, is Klara mijn beste vriendin. Maar dat was al duidelijk.

Ben je introvert of extrovert?

Introvert. Absoluut en helemaal.

Hoe ziet je slaaproutine er uit?

En voorlopig wint hij. Elke dag, rond 5u.

Die wordt jammer genoeg bepaald door de zonen, en met naamste de jongste. Ik ben een avondmens, hij een ochtendmannetje. En voorlopig wint hij. Elke dag, rond 5u.

Wat is het beste advies dat je ooit kreeg?

Goh. Euh, ‘geen excuses maar resultaten’. Ik was altijd geneigd de nadruk te leggen op wat niet lukte, en uitvoerig uit te leggen waarom het niet gelukt was. Nu toon ik wat wel gelukt is en zet ik dat in de verf.

Dat je je geluk niet van anderen mag laten afhangen, als algemene levensles, maar ook als manier om proactief te zijn in het werk.

Ik volgde ooit een soort managementcursus. Daarin moesten we o.a. in groep een soort raadsel oplossen, met tactiek enzo. Ik wist eigenlijk al heel lang wat er aan de hand was en deed wat pogingen het aan te geven. De anderen waren mondiger en zekerder van zichzelf, overbluften me, maakten het hopeloos complex en we geraakten er niet uit. Ik had na wat pogingen maar besloten om te zwijgen. De spelleider zei later dat ik in de eerste minuut het juiste antwoord al had gegeven maar dat de anderen niet luisterden. Daar probeer ik regelmatig aan terug te denken om vertrouwen op te bouwen in mijn eigen inzichten en te durven spreken.

Op de bal spelen en nooit op de man, maar ook anderen niet toelaten op de man te spelen door dingen niet persoonlijk op te vatten in de werkcontext.

In diezelfde managementcursus leerde ik ook de persoon van de zaak te scheiden. Op de bal spelen en nooit op de man, maar ook anderen niet toelaten op de man te spelen door dingen niet persoonlijk op te vatten in de werkcontext. Ik ben blij dat ik dat kan.

En ten slotte heb ik daar ook geleerd dat vertrouwen met één miniscuul iets verloren of beschadigd kan worden en niet meer op te bouwen is dan. Dat heb ik in mijn oren geknoopt.

Eigenlijk was het een goede cursus :).

Iets toe te voegen dat interessant kan zijn voor de lezers?

Ja. Dat het soms heel goed is om even pas op de plaats te maken en heel goed na te denken over hoe je dingen gaat aanpakken, vooraleer je aan iets begint. Daar zondig ik vaak tegen, door als een kip zonder kop dingen te willen doen.

Als je even een opzetje maakt voor iets waar je tegen op kijkt of faalangst voor hebt, is het makkelijker om te starten. Dus niet meteen de zaken ‘goed’ willen doen, maar gewoon wat dingen op papier krijgen en dan lukt het wel weer. Een bijhorende tip is dat je als doel kan stellen een kladje te maken voor iets. Het is makkelijker een kladje te verbeteren dan een tekst van de eerste keer perfect op papier te zetten.

Dank, Lilith, voor de ‘opdracht’. 🙂

Stress & gezondheid/ziekte

Als ik in een stresserende periode ziek werd, kreeg ik vaak te horen; ‘Tja, de stress, hé.’ Ik voelde me dan altijd wat beschuldigd van nep-ziek zijn. Van doen alsof. Van niet tegen de stress kunnen en daarom maar ziek in bed gaan liggen. Psychosomatisch. Of gewoon ‘zwak’. Prinses kan het niet aan. Prinses kan het niet aan. Zoiets dus.

(Dit klinkt allemaal even alsof het wekelijks gebeurde. Ik kan je vertellen dat het uitzonderlijk was, hoor.)

Intussen heb ik na een trajectje en wat onderzoeken bij reumatologie, de mooie diagnose die ik moeilijk kan uitspreken, maar gelukkig wel kan opschrijven: fibromyalgie. De arts legde het uit als weke-delen-reuma. Een soort bekkeninstabiliteit all-over. De structuren rond mijn gewrichten zijn te zwak, waardoor ik pijn krijg, in die gewrichten. Waardoor de gewrichtsbanden overbelast zijn. Er hoort ook stramheid, vermoeidheid en haaruitval bij. Het kan hormonaal getriggerd worden – vergelijking met bekkeninstabiliteit – wat verklaart waarom het erger is op bepaalde momenten in mijn cyclus. En koud en nat weer doen er ook nog een schepje boven op.

Wat er aan te doen is? De arts keek even streng over haar brilletje en zei dat het naast ontstekingsremmers en pijnstilling, zelfzorg zal worden. Ik moet mijn spieren versterken om de zwakte in de andere structuren op te vangen. Ik moet gaan zwemmen en aan yoga doen. Als ik dat niet doe, zou ik binnen 15 jaar wel eens in een rolstoel kunnen zitten.

15 jaar klinkt lang, en een babysit zoeken en betalen voor twee avonden per week (een avond yoga en een avond zwemmen) is een korte termijn project. Dat ik even op de iets langere baan schuif, alhoewel ik verdomd goed weet dat ik het echt moet doen, dat ik mijn kop niet in het zand mag steken, dat ik verantwoordelijk ben voor mijn eigen gezondheid.

En wat stress hier mee te maken heeft? Ik denk dat ik die fybromyalogie in aanleg had. Dat het op de loer lag. Getuige daarvan mijn erge bekkeninstabiliteit tijdens het zwanger zijn, en de gewrichtspijnen die ik vroeger uitzonderlijk al eens had. Of de stramheid die ik altijd al heb als ik ergens een kwartiertje gezeten heb en weer recht moet staan. Maar ik geloof dat de situatie van het laatste half jaar, met het verdriet, de vermoeidheid en de stress, de fybromyalogie uit zijn kot gelokt heeft. Dus: merci, Dirk. Dat kon er nog net even bij. (Deze laatste zinnetjes zijn een beetje een cynisch grapje, ik neem de verantwoordelijkheid voor mijn eigen gezondheid, hoor.)

Dus als ik even opnieuw nadenk over de relatie tussen stress en ziekte, denk ik dat daar het antwoord in zit. Dat ze hardstikke gerelateerd zijn aan elkaar. Dat de ene de andere triggert, en dat ze allebei ‘echt’ zijn. (Let wel: dit is niet hetzelfde als zeggen dat kanker je eigen schuld is!)

En dan kom ik weer eens bij zelfzorg uit. De eigen rol die je kan en mag spelen om gezond te blijven. Dat je voor een griepje wel, maar voor bepaalde andere gezondheidsproblemen niet overgeleverd bent aan een gemene willekeur of toeval. Dat je zelf kan kiezen om er iets aan te doen, om anders te leven, anders te eten, anders te bewegen. Wonderlijk, toch? … Euh, misschien toch maar even de yogaschool bellen. En de babysit.

 

 

 

 

Facebooksprookjes en real-life-wallen

Het is avond. Ik zit op de bank met een potje thee en denk na over de dag.

Weerzien

Vandaag zag ik vrienden terug die ik al jaren niet gezien heb. Ik heb hen wel gevolgd via facebook. Er werden geboortekaartjes gestuurd, vage plannen gemaakt om elkaars babies te bezoeken. Maar iedereen had het druk-druk-druk, en de plannen bleven vaag. En dat was ok. Maar vandaag was er een weerzien.

Het begin was wat onwennig. Er werden ‘veilige’ thema’s aangesneden. De kinderen wenden aan elkaar en speelden na een tijdje leuk. De soep smaakte. Het was gezellig.

Facebooksprookjes

Dit koppel was bij uitstek een koppel waarvan ik altijd dacht dat ze het helemaal gemaakt hadden. Op facebook zag ik foto’s van twee uiterst mooie en lieve dochtertjes. Mama was altijd al zo’n vriendin waarbij je je een boerin voelde als je naast haar liep, omdat ze uitzonderlijk elegant is en bijzonder mooi. Papa is hip en slim en geeft een opperst kalme indruk: hij heeft alles onder controle.

Er is een eigen huis, er wordt gereisd en op de facebookfoto’s komen ook nog leuke feestjes met de familie voorbij. Ideaal

Real-life-wallen

En dan zitten ze aan tafel. En tussen de pasta en de chocomousse, terwijl de kinderen samen kleuren, wordt er verteld dat alles goed gaat, maar dat het toch zwaar is. Werken en kinderen. Energie vinden om het allemaal te redden. Het gehaast. Elkaar blijven vinden in al die drukte. Er wordt gezegd dat de relatie onder spanning staat en dat er dringend over wat dingen gesproken moet worden. Ze kijken elkaar ernstig aan.

Even wordt er een praktisch-organisatorische discussie aangevat aan tafel. Beiden hebben een ander idee van wat de oplossing zou zijn. Structurele veranderingen versus ‘zoals het nu is moeten we het maar kunnen!’. Felle blikken. Ik kan me in beide standpunten verplaatsen, maar zie dat zij dat niet bij elkaar kunnen.

Ik kijk naar hen en zie dat ze beiden moe zijn. Ze hebben wallen onder hun ogen. Hij is bleek en zij heeft een koortslip. Later op de dag gaan de dochters jengelen en laait er wat irritatie op tussen hen. Niets fundamenteels, maar wel de irritatie van mensen die moe zijn en niet veel meer kunnen hebben.

Alleen op de bank

Ze zijn vertrokken. Ik heb mijn kinderen gevoed en in bed gestopt, een uurtje opgeruimd in huis met alweer pijn in mijn botten van vermoeidheid.

Alleen op de bank denk ik aan hen. Aan dat ik merkte dat ze elkaar niet meer helemaal zagen. Gewoon, met een frisse blik, zoals ik hen beiden zag. En ik kan me voorstellen wat het is: alles hebben om gelukkig te zijn, maar te moe zijn om het ook daadwerkelijk te voelen, dat gelukkig zijn.

En ik denk terug aan Dirk. En ik realiseer me dat ik niet gelukkiger zou geweest zijn dan ik vandaag ben, als hij naast me op de bank zat nu en nooit weg gegaan was. We hebben alles gehad om gelukkig te zijn, en toch zijn we niet echt gelukkig geweest. Misschien wel toen we verliefd waren, ooit. En wel eens op zo’n zeldzaam moment dat je samen door het bos loopt en dat het gewoon lijkt alsof alles goed is zoals het is. Of in bed, warm tegen de ander aan in slaap vallen en je geborgen voelen. Maar diep intens gelukkig? Nee. Er zou me veel pijn bespaard zijn gebleven als hij niet weg gegaan was, want hoe beter het met me gaat, hoe meer ik me realiseer dat ik door de hel ben gegaan de laatste maanden. Dat wel. Maar nogmaals: was hij er vandaag gewoon bij geweest, had ik ook opgeruimd met pijn in mijn botten van vermoeidheid en had ik ergens in het bedritueel van de kinderen waarschijnlijk naar hem gesnauwd. Of had ik me in de steek gelaten gevoeld omdat hij iets niet zou gedaan hebben waarvan ik dan wenste dat hij het spontaan aanvoelde dat ik dat verwachtte. Zo’n scenario’s.

Ik neem nog een slok thee, sla mijn boek open en kruip wat dieper onder mijn dekentje. En ik realiseer me dat ik gelukkig ben. Gelukkig genoeg, vandaag.

En aan alle mensen out there, met wallen onder hun ogen, die vandaag misschien wel eens gesnauwd hebben tegen hun partner: kijk eens naar de ander. Gewoon, eens kijken.

Er zijn altijd redenen om gesprekken uit te stellen. En het is altijd te druk om samen even weg te gaan en te genieten van wat tijd met twee of met het gezin. We zijn altijd te moe om gelukkig te zijn. Maar niemand anders gaat gelukkig zijn in je plaats, en de kansen die je vandaag laat liggen komen niet meer terug. Dus hup! Mag ik je een klein duwtje in de rug geven?

Prinses wordt mevrouw

Nee hoor, ik ga niet trouwen.

Jammer.

Maar iets vreemds vindt plaats. Ik transformeer een ini-mini-beetje.

Gejurkt en gehakt

Ik ben altijd wel verzorgd geweest. Ik heb geen broeken (enkel een joggingbroek voor als ik alleen ben met de guys), wel jurken. Ik heb geen platte schoenen, enkel voor als ik zwanger ben en moet van de kiné, en ook voor als ik in het bos wandel. Ik kleur mijn haar blond, want anders is het een peper- en zoutkleur. Ik lak mijn nagels in een ondoorzichtig kleurtje, omdat ik er anders op bijt. Ik ga elke dag in de douche met permissie van de zonen die zich intussen al heel goed alleen weten bezig te houden, en gebruik een dag- en nachtcrème. Ik steek mijn haar op met kleine speldjes of met één grote, en meestal het laatste want dat duurt niet lang. Dat is het zo ongeveer.

Jurk met buikpijn

Het begon toen ik naar Gent moest en ik iets heel doms deed. Ik had berekend dat ik een eindejaarsuitkering ga krijgen, en stapte Cora Kemperman binnen. Dom, ja, want die eindejaarsuitkering is er nog niet. Ook niet op het moment dat mijn visa-saldo van mijn rekening gaat. Ik paste alle jurken die de dame van de winkel aanleverde. We hadden het uitgebreid over mijn taille en mijn maat (O MY GOD, ik had een Small. Cora Kemperman heeft vast zijn maten veranderd, want vroeger had ik vaak M of L). Ik ging buiten met een jurk die ik met mijn visa-kaart heb betaald, die ik goed kan gebruiken voor wat belangrijke gesprekken (professioneel) die gauw op de agenda staan. Maar thuis had ik al buikpijn, omwille van het geld (alhoewel de jurk niet belachelijk duur was). Ondanks de buikpijn, hing ik de jurk als een trofee aan de buitenkant van de kast. En paste ik ze nog eens. Blij :).

Rode lippen en zwarte wimpers

Vandaag ging ik met Babyzoon de stad in. Tot mijn eigen grote verbazing kocht ik rode lipstick. De roodste die ik kon vinden! En mascara. Heb ik niet meer in mijn handen gehad sinds ik 16 was. Tijdens het middagdutje van Zoonlief bracht ik het aan. Op internet zocht ik naar waar ik make-up advies kan krijgen in de buurt, en ik overweeg om mezelf eens een uurtje advies cadeau te doen.

Prinsessenhaar

Middagdutjes duren te kort. Op ‘the small things blog’ had ik een kapsel uitgekozen. Met een bus haarlak, rekkertjes, schuivertjes en een kam zat ik te knoeien toen Zoon riep. Ik liet hem in de badkamer verder spelen. Toen ik het kapsel ongeveer af had, keek ik rond me en was de inhoud van elke kast verspreid over de grond. Bedankt Zoon. *Zucht*. Maar wat ik in de spiegel zag, vond ik leuk. Betrekkelijk simpel om je haar op te steken op een ‘andere’ manier. Mijn haar leek van ver op wat de small-things-madam had gedaan, maar het zag er voor mijn doen erg professioneel uit. Volgende keer de droogshampoo gebruiken, dat helpt vast.

(Filmpjes om te leren je haar op te steken: http://www.thesmallthingsblog.com/. Vooral het professionele gekwetter van de dame die het voor doet is aangenaam.)

Transformatie

Een echt madammeke zal ik nooit worden. Daar heb ik te veel zonen voor, te weinig tijd en te weinig geld. Bovendien vind ik uiterlijk niet zo ongelooflijk belangrijk.

Maar het lijkt wel alsof de innerlijke groei nu plots naar buiten slaat. Alsof ik door alles wat er gebeurd is, nu ook een uiterlijke verandering moet doormaken om te markeren dat ik veranderd ben. Gegroeid. Terug (meer) in mijn kracht. Er min of meer boven op.

Met dat komt ook het gevoel dat het maar eens gedaan moet zijn met mijn troostgesnoep. Pudding maken ’s avonds omdat ik denk dat ik er me beter door ga voelen. En dan met maagpijn in bed. Of twee chocolaatjes per kop koffie. Een paar kilo minder zou leuk zijn, en mijn jurk zou er nog beter door passen. Eens kijken of ik genoeg veranderd ben om dieetplannen een keer te leren volhouden :).

 

Prinses is verwend (door zichzelf)

Ik heb er me even overheen moeten zetten: tweewekelijks Babybroer naar de opvang brengen op mijn ouderschapsverlofdag, zodat ik werk kon inhalen, het huis tenminste een keer stofzuigen of wie weet zelfs eens wat dingen regelen, een telefoontje doen, wat boodschappen.

En kijk. Het is weer gebeurd. Kinderen afgezet en o-la-la, een hele dag (nou ja, tot 16u) openbaarde zich voor me…!

Ik voelde me vandaag door-en doorverwend. Geniet even mee.

9u30 – gesprek

Om de zes weken heb ik een gesprek met een therapeute. Om voor mezelf te zorgen. Liever (en beter) zou ik het vaker hebben, maar dat krijg ik praktisch en financieel niet zo goed geregeld. Ik heb veel te vertellen vandaag, en het zijn goede dingen. Ik voel me krachtig! Ik ben druk bezig met grenzen stellen en keuzes maken, nieuwe dingen tot stand brengen in mijn leven. En ik zorg beter voor mezelf dan ooit tevoren. Moe om 20u? Dan ga ik soms al eens zonder schuldgevoelens in bed liggen met een boek. Honger? Een bordje fruit met sojayoghurt is maar vijf minuten meer werk dan een chocolaatje uit de kast nemen (ok, ik geef toe dat ik vaak beiden doe).
Het contrast met het gesprek van zes weken geleden valt me zelf op. Ik zat toen wat aarzelend te vertellen dat alles me te veel was, en zocht steun en bevestiging. Als de therapeute vandaag vraagt wat ik nodig heb, kan ik ‘niets’ zeggen. Het gaat goed. De omstandigheden zijn niet anders dan zes weken terug, maar ik wel. Jihaa!

11u – koffie & taart & krant

Van de therapeute fiets ik naar de bib. O. Een nieuwe koffiebar. Ik gluur even binnen. Er zit niemand. Ik twijfel nog even, stap dan af, ga binnen en drink een heerlijke kop koffie, met een gigantisch stuk taart. En ik lees de krant. Zomaar, ongestoord. Op een papiertje krabbel ik wat dingen die in me opkomen. Blijkbaar nodigt even rustig ergens gaan zitten met een kop koffie, ideeën uit. Aaaaaah, wat een heerlijke luxe! Na nog een fijn gesprekje met de koffiemeneer, ga ik richting bib.

11u45 – bibliotheek

‘Yesss!’, fluister ik, als ik het ‘Slagveld van gebroken harten’ van Ed Franck zomaar in de bib vind. Hier heb ik al een paar keer verlekkerd naar staan kijken in de boekhandel. Ernaast staat ‘Hou van mij – de mooiste verhalen over liefde’, eveneens van Ed Franck met prenten van Carll Cneut. Een boek over klassieke liefdesverhalen. Abélard en Héloïse, Beatrijs, Carmen, … Hmm, dat wordt een fijne avond in de leesstoel!
Ik trakteer me nog op een Engelstalig boek van Ian McEwan, ‘De wijde blik’ van Willem Jan Otten en twee dwarsliggers van mij tot nu toe onbekende auteurs. En dat alles voor nul euro.

12u30 – kringloopwinkel

Laatst dacht ik dat een radio in de keuken wat leven in huis zou brengen. Babybroer is opvallend muzikaal – en dat heeft hij niet van mij. Kleuterbroer weet het ook wel te appreciëren. En mijn dagelijks uurtje huishouden zou er een pak gezelliger van worden. Bovendien brengt radio Klara de wereld ook wat binnen, met nieuws en nieuwtjes. Dus ik fiets naar de kringloop, en vind voor 15 euro – iets meer dan ik gehoopt had – een radio- en cd-speler.

Ik heb theekopjes nodig, omdat ik het een beetje stom vind om thee te maken in een koffiekopje: de thee wordt iets te straf omdat de kop te klein is. En waterglazen, want nu moet ik vaak de afwasmachine opzetten omdat de glazen op zijn, terwijl de machine nog niet vol is. Vroeger zou ik hiervoor naar Dille & Kamille gegaan zijn. Of naar IKEA. Nu struin ik de ‘keuken’-afdeling in de kringloopwinkel af, vind voor 1,3 euro 13 glazen, waarvan er één onderweg breekt. Ik koop mijn eerste taartschep ooit! Het is geen design-modelletje, maar wel uniek in de kringloopwinkel ;). Er gaat nog een klein theepotje met bijpassend glaasje mee.

En dan kom ik langs de speelgoedafdeling. Ik zoek allerlei autootjes uit, ook héél coole. Voor Babybroer van het grotere soort en voor Kleuterzoon allerlei kleine.

Totaalprijs? 22 euro. Ik heb zo veel zakken dat ik amper thuis geraak.

13u00 – fietsen

Ik fiets om. Langs een natuurgebied. Ik kijk mijn ogen uit, wat heerlijk om de herfst te zien ‘gebeuren’ met een sausje van zon er overheen. Ik fiets rustig, hoef me niet te haasten. Dat is fijn.

13u30 – thuis

Eenmaal thuis met al die zware zakken, installeer ik de radio die het lekker gewoon doet. Oef, was toch wat bang dat hij niet zou werken of zou kraken en dat ik dan terug naar de kringloop zou moeten. Het huis wordt er meteen wat vrolijker van! Ik zet de glazen in de afwasmachine en maak een mooi doosje voor Kleuterzoon vol autootjes. Dat wordt een fijne verrassing straks! Voor Babyzoon zet ik wat grotere auto’s apart, hij begrijpt het nu ook als dingen voor hem zijn, dat vind ie leuk.

Vervolgens bereid ik het koken wat voor, want het is een avond waarop de jongens in bad moeten. Ik eet een kopje bio-preisoep, gisteren gemaakt, lekker! En dan is het alweer tijd om te vertrekken: winkel, post, Babyzoon halen en Kleuterzoon.

Knettergelukkig & rotverwend

Een alleenstaande-mama-vriendin zei me vaak dat je van levenscrisissen uiteindelijk heel gelukkig wordt. Om kleine dingen. Ik werd daar altijd wat opstandig van, ik wou wel gelukkig zijn met kleine dingen, maar dan liefst ook zonder dat mijn man moest weg gaan. Vandaag bedacht ik ergens onderweg dat ik bij momenten knettergelukkig ben. En rotverwend.

 

Wat heb je nodig?

Na de veganistische chocomousse, een klassieker in dit huis, vertelde de vriendin-die-op-bezoek-was me dat ze op haar laatste verjaardagsfeestje een speech had gegeven. Ze is zelf alleenstaand, en had in die speech haar vrienden en familieleden verteld wat ze nodig had, en wat ze graag af en toe eens deed. Zoals: wandelen met iemand, op reis gaan met iemand, meegevraagd worden naar een tentoonstelling omdat ze er zelf niet zo goed toe komt dat te plannen. En de weken na haar verjaardag namen haar vrienden en familieleden contact met haar op, om haar te vragen te gaan wandelen. Of mee naar een tentoonstelling te gaan. Of gewoon om een keer mee te eten in hun gezin. Of ze belden eens.

Wat een idee, dacht ik.

Vroeger was ik iemand die altijd wist wat ikzelf en anderen nodig hadden. Vooral voor anderen was ik een snelle denker. Je kon bij me aankloppen met een probleem, en ik legde je wel eens haarfijn uit hoe je het allemaal best kon aanpakken.

Intussen realiseer ik me dat ik niet altijd of eigenlijk zelfs slechts zelden weet wat anderen nodig hebben. Dat heeft gemaakt dat ik wel heb leren luisteren. Vandaag kan je bij me aankloppen, en ik zal naar je luisteren. Een kop koffie zetten, of thee. Een chocolaatje serveren als ik ze niet allemaal zelf heb opgegeten. Je zal niet buiten gaan met een kant en klaar plan-van-aanpak. Gelukkig maar.

Ik heb trouwens ook gemerkt dat het niet fijn is als ik nu zelf aanklop bij vrienden die onmiddellijk een kant-en-klaar-plan opstellen om me te ‘helpen’. Ik kan veel dingen op het plan zelf heus wel bedenken, echt dom ben ik namelijk niet. Maar ik ben de laatste maanden vaak te moe geweest om stappen te zetten. Of te alleen. Of te verdrietig. Of te druk bezig met de jongens. Of met het huishouden. Of met het werk.

Wat ik zelf nodig heb, weet ik ook niet meer. En wat ik zelf nodig heb dat anderen me kunnen geven, bijgevolg ook niet. Misschien kan ik tegen mijn volgende verjaardag in april een speech voorbereiden, maar ik zal nog wat denkwerk hebben. En o jee, dan moet ik een feestje geven. Euh, we zullen dus nog wel eens zien.

Maar toch een eerste aanzet… Wat ik nodig heb?

1. Rust/slaap. Iets dat alleen ikzelf me kan geven – en de zonen me moeten gunnen natuurlijk. Elke avond rond 20u ben ik totaal op. Vaak duurt het dan nog tot 22u voor ik in bed lig, maar de uren tussen 20u en 22u sleep ik mezelf voort en zijn vaak erg frustrerend. Ik hoop trouwens dat dit een keer ophoudt. Ik zou echt heel graag terug wat meer energie hebben en wat meer kunnen doen op een dag.

2. Mensen die kunnen luisteren, niet oordelen en zelf ook wat vertellen. Mensen die écht kunnen luisteren en niet oordelen, zijn zeldzaam heb ik gemerkt. Mensen die niet onmiddellijk verzinnen wat je eigenlijk zou moeten doen, ook. Wat ik ook gemerkt heb, is dat het fijn is als anderen je een zorg of een verhaal toe vertrouwen. Omdat je dan niet meer de enige bent waarbij er iets aan de hand is. Omdat je dan even mag delen in wat er in hun hoofd rond tolt. Omdat het dan evenwaardig is. Omdat ik me dan nog eens een volwaardige vriend voel.

3. Mensen die niet weten dat ik in een soort levenscrisis zit en me behandelen alsof alles goed gaat. Een tijdje terug mocht ik uit eten met een soort collega, en we hadden een heel normaal professioneel gesprek. En plots voelde ik me een dame, met een glas prosecco, in een mooie jurk, bij een leuke man aan tafel. En vergat ik zelfs heel even dat Babybroer ziek was en Dirk voor de honderdduizendste keer voor onheil had gezorgd. En dat was ZO lekker. (Niet alleen de prosecco, ook het gevoel 😉 ).

4. Begrip voor het feit dat ik heel weinig energie heb. En dat een antwoord op een e-mail heel lang op zich kan laten wachten. Of dat ik weinig besluitvaardig ben als me iets gevraagd wordt.

5. Activiteiten voor vooral zondagen met de kinderen. God, een zondag kan een eiland van eenzaamheid zijn en zo lang duren.

Hoe zit het bij jullie? Kunnen jullie gewoon ‘noemen’ wat jullie nodig hebben? En wat is dat dan? Communiceer je daar open over? Of ga je er van uit dat anderen dat kunnen aanvoelen? Benieuwd naar reacties!

 

 

Sinterklaas kapoentje

Dag Sinterklaas,

Ik weet het, ik ben er op tijd bij. Maar misschien heb je dit jaar geen hulp meer van de pieten omdat het niet meer mag van de rechter, dus dan zal je je tijd nodig hebben om alle brieven te lezen, de cadeautjes te kopen, je stoomboot in te laden, speculaas te bakken, … Er alleen voor staan is niet makkelijk, hé?

Het is lang geleden dat ik je nog geschreven heb. Als kind vond ik het heerlijk om tegen de verwarming aan te zitten, en dan uit de reclameboekjes dingen te knippen die ik wou, en ze dan op mijn brief te kleven. Zo wist ik dat je toch zeker het juiste voor ogen zou hebben. Het meest blij was ik trouwens met een prachtige barbiepop, die ik kreeg toen ik zes was. Ze had een fonkelende jurk aan en ze was zo mooi! De speelgoedafwasmachine een jaar later vond ik ook leuk, maar die was jammer genoeg na twee dagen stuk.

Als ik nu een verlanglijstje moest maken, zou ik niet bij alles een prentje kunnen uitknippen. Laat ik maar eens beginnen met de dingen waarbij ik wel een prentje zou hebben.

1. Een bijbel! Omdat u toch de goedheiligman bent. Niet zomaar één, maar die van Lechermeier en Dautremer. Omdat alleen al de illustratie op de cover me doet watertanden.

2. Het slagveld van de gebroken harten, van Ed Frank met illustraties van Carll Cneut. Omdat de cover zo mooi is dat ik ervan ga watertanden. Ja, nog eens dus. Maar ook omdat ik iets met het thema heb ;).

3. Nog een kindje. Liefst nog twee, maar niet tegelijk. Maar kan je uit de zak dan ook een papa opdiepen? Hij hoeft niet perfect te zijn, maar wel verantwoordelijk. En lief. Hij mag soms een grapje maken.
Vandaag zag ik op facebook een foto van een pasgeborene, waarvan de mama schreef dat hij zo mooi was. En dat gevoel herkende ik: gebaard hebben, en blijven kijken naar dat verrukkelijke kleine wezen dat je in je handen hebt, dat je koestert, waar je alles voor zou doen dat je kan en nog veel meer. Er zo in opgaan dat je zelfs even vergeet dat je op een zwemband zit en dat je borsten dreigen te ontploffen als het zo verder gaat met melk produceren. Op een moment dat ik zo’n foto zie, is er altijd een pijnscheutje in mijn hart. Ik gun het hen, echt! Ik weet dat ik ook mijn momenten heb gehad, mijn pasgeborenen. Maar de gedachte dat het me nooit meer zou gebeuren… Tja, die verdraag ik niet zo goed. Maar er zouden wat wonderen moeten geschieden om het wel weer te laten gebeuren. Het zou een overwinning zijn. Een overwinning van een hart dat wil liefhebben op een hart dat gebroken was. Een overwinning van het vertrouwen op het wantrouwen. Een overwinning van moed op angst. Een overwinning van ik op mezelf. Ik hoop dat ik sterk genoeg zal zijn om het nog eens te durven: iemand heel graag zien.

4. Een innerlijk kompas. Een tijd lang leek alles dood, geëindigd, op. Alsof er geen perspectieven meer waren. Het leek alsof ik in een dorre streek zat en zelfs nergens een grassprietje zag staan (het was zeker niet mijn tuin, want die staat vol onkruid 😉 ). Intussen lijk ik door een landschap te lopen waar duizend mogelijkheden groeien. En ik mag er enkele plukken. Liefst de juiste. Dus sta ik te drentelen, kijk en vergelijk ik, en pluk ik helemaal niets. Omdat ik niet kan kiezen. Het gaat om het starten van mijn eigen bedrijfje. Het al dan niet aannemen van een mooi jobaanbod. Het juiste doen met betrekking tot Dirk. … Een innerlijk kompas zou me wat helpen, om richting te bepalen. Met wat meer zekerheid op de mogelijkheden afgaan, en ze plukken. En dan liefst als ze net in volle bloei staan.

5. Een hart dat mild is. Vorige week stuurde ik een kaart naar een collega die zijn zus was verloren. Ik had de kaart zeer zorgvuldig gekozen, en kreeg als reactie dat de afbeelding precies weerspiegelde wat nodig was. Ik heb een gevoeligheid voor pijn ontwikkeld. Ik kan er niet bij, bij de pijn van anderen. Maar ik weet wel ongeveer hoe het is, om in die pijn te zijn. Hoe kaal het voelt, hoe wanhoop je dreigt te wurgen, hoe het hard werken is om verdriet te verwerken. Dus, goedheiligman, kan je me een mild hart geven, met genoeg wijsheid in om geen pijn te berokkenen aan anderen en om een beetje licht te kunnen brengen in de duisternis?

Dank. Chocola is trouwens ook altijd welkom, zoals u weet. En excuusmandarijntjes.

Tot 6 december! Speciaal voor u zet ik een roze pump met rode bolletjes.

Prinses.

P.S. Kijkt u wel eens films over uzelf? Ik vond ‘Zot van A’ een flauwe remake van het erg leuke ‘Alles is Liefde’. Een aanrader! De opvolger van ‘Alles is Liefde’, namelijk ‘Alles is Familie’, vond ik trouwens heerlijk, ontspannend. Lekkere films voor met chocola, excuusmandarijntjes en dekentjes!