Two days off: het vervolg

Een tijdje geleden alweer lanceerde ik het idee ‘two days off’. Zie hier.

Er was een stevige respons dus ik startte met organiseren. Mijn ideeën op papier zetten, mailtje rondsturen, datumprikker maken, locatie mailen.

Alleen divergeerde alles plots. Er was weinig respons op de mail (is het mailtje wel toegekomen?) en de datumprikker, sommigen lieten wel weten dat ze andere ideeën hadden over de two days off dan ik, dus ik begon te schipperen, locaties te vergelijken, ideeën van mensen om even langs te komen in plaats van echt deel te nemen te overwegen… En daar strandde het even, ook omdat ik soms wat verzuip in drukte.

Ik vrees dat het niet gaat lukken om iets te organiseren dat aan iedereen zijn verwachtingen gaat voldoen. Ik vind het hele idee echter wel heel waardevol en ik heb er echt zin in.

Dus: ik ga even broeden op het idee en op een moment waarop het haalbaar zou zijn in de verdere toekomst. En ik vrees dat ik dan even knopen ga moeten doorhakken en een voorstel uitsturen voor een bepaald moment, met een bepaalde plek en prijs en met een opzet voor een programma zonder dat de eerste drie (moment, plek en prijs) nog te bediscussiëren zijn want we komen er niet uit zo. Op basis daarvan kan iedereen dan beslissen of hij/zij mee wil doen aan die voorwaarden of niet. Dat is weinig democratisch maar ik krijg het alternatief (puzzelen tot het voor iedereen goed zit) niet gebolwerkt.

Wordt vervolgd. Beloofd.

In tussentijd wil ik graag een lijstje aanleggen van iedereen die geïnteresseerd is/was, dus jullie mogen me eventueel jullie interesse meedelen/bevestigen in een mailtje aan prinsesopdekikkererwt@outlook.be .

Advertenties

U vraagt, wij draaien – de update

Laatst zei een aardige collegablogster me dat iedereen zit te wachten op nieuws over hoe het nu met Dirk gaat, en met de kinderen en de rechtszaak, … U vraagt, wij draaien. Een update.

-1- Den Dirk (en de rechtszaak)

Hoewel den Dirk me in de rechtszaak de stuipen op het lijf joeg met zijn plotse voornemens zijn leven te beteren, een huis te huren en een baan te zoeken en volledig voor co-ouderschap te gaan, zijn we intussen vier maanden verder en zit hij nog steeds in zijn shelter. Hij lijkt wat meer te werken, maar ik heb er niet zo veel zicht op.

Dirk lijkt de vlotte jongen in het contact, alhoewel hij soms onaardige dingen zegt (over gerimpelde decolletés maar liefst – heb ik niet vind ik). Ik ben afwisselend zakelijk, afstandelijk, ongeïnteresseerd. Er is wel eens een moment van eenzaamheid en dan ben ik geneigd eens drie zinnen tegen hem te spreken. Hij blijft toevallig wel de enige met wie ik durf delen hoe trots ik ben als de peuter heeft verteld dat er een prot uit zijn mond komt.

De rechtszaak duurt lang. In juli was er een zitting, we wachten nu op het expertonderzoek.

-2- De kinderen

Die groeien en bloeien. Meestal gaat het goed, alhoewel ik soms de gedachte heb dat de jongste het beste in me naar boven haalt en de oudste het bloed van onder mijn nagels. Een tijdje terug ging het met de oudste allemaal zo moeizaam dat ik me heb aangemeld voor een intensief traject van opvoedingsondersteuning. Raar genoeg is het daarmee wat rustiger geworden, alsof ik zelf door de stap te nemen en hulp te verwachten binnen een half jaar ofzo, plots meer geduld heb en de dingen alvast anders aanpak. Misschien ligt dat ook aan het intakegesprek waar al enkele mooie inzichten uit voortkwamen.

De tijd dat ik babysits inhuurde om bij wijze van spreke gewoon eens twee uur om de hoek te gaan zitten en gerust gelaten te worden, is voorbij. De mannekes zijn groter, het gaat beter met mij en dus ook met hen, ik kan rijden dus we zijn niet langer gevangenen in een huis en een dorp met weinig mogelijkheden. Ons sociaal netwerk is geactiveerd en uitgebreid.

In het begin dat Dirk weg was had ik een enorme drang naar alleen zijn. Ik snakte naar een keer een dag alleen, een ongestoorde douche, vijf minuten  op toilet zonder iemand erbij. En slapen! Ik wou zo graag gewoon eens slapen. Intussen is dat verlangen weg gezakt, ik voel me niet meer zo gevangen met de voortdurende aanwezigheid van de kleine zieltjes. Ze zijn ook groter en dat scheelt echt. De dag dat ik eens ongestoord kan slapen tot acht uur zal ik vast niet weten wat me overkomt, maar ik denk niet meer elke dag dat ik eens tot acht uur wil slapen. Dat is beter.

-3- De parents

Ik had een complex conflict met mijn ouders. Ik heb de stap naar een bemiddelaar gezet en er komen dingen in beweging, maar ik heb eerlijkgezegd geen zin in het oplossen en uitpraten. Mijn energie is toegenomen maar nog steeds kostbaar. Ik heb het pokkedruk. Ik heb er geen zin in dus. Ik heb zo veel moeten investeren in mezelf emotioneel weer wat op de rails te krijgen, dat ik nu gewoon gerust gelaten wil worden. Maar goed, als volwassene moet je ook wel eens dingen doen waar je geen zin in hebt. Het is alsof ik een berg moet beklimmen, echt.

-4- De baan

Ik heb sinds juni een nieuwe baan die druk maar leuk is. Het lukt me werk en gezin min of meer te combineren met de nodige hulpbronnen.

-5- Het bijberoep

Het bijberoep heeft ervoor gezorgd dat er een potje geld apart staat om de rekeningen van de rechtbank mee te betalen. Dat is een groot goed, een reductie van stress. Anders was het nooit gelukt.

Maar het valt me zwaar om alles te combineren. Het avondlijk werken aan/voor dat bijberoep roept tegenzin op. Moe zijn en jezelf moeten voortslepen, dat gevoel. Ik weet dat ik dingen beter en efficiënter zou kunnen als ik wat zou uitrusten en me beter zou organiseren, maar ik kan pas weer naar adem happen als dit project af is. Doorbijten.

Ik heb verder heel veel ideeën om uit te werken en wil een website om nieuwe opdrachten aan te kunnen trekken en iets uit te bouwen wat op termijn misschien mijn vaste baan deels kan vervangen, maar ik vind er de ruimte niet voor. Het blijft dus een project-in-de-schuif, waar ik soms keihard in geloof en wat ik soms ook belachelijk vind. Het is frustrerend om wel te willen maar er niet aan toe te komen.

Mijn bijberoep is namelijk niet iets dat ik voor het geld doe. Ik heb allerlei wilde plannen, dingen die ik kan en wil uitbouwen. Maar voor uitbouwen heb je tijd nodig en energie en ruimte – letterlijk en figuurlijk.


Hopend u allen hiermee voldoende geïnformeerd te hebben, besluit ik :).

Prinses gaat uit haar dak

Of ze me nu verdomme eens willen gerust laten. Ik gris de Peuter weg bij het fornuis waar hij om aandacht staat te bedelen terwijl ik gloeiend hete broccoli uit een hete ovenschaal vis om er pesto van te maken. Ik zet de peuter hardhandig een eindje verder neer  en roep nog wat verder. Dat ik het beu ben, dat ze nooit meer in de keuken mogen komen als ik aan het koken ben, dat dat gevaarlijk is, dat ze mij gerust moeten laten, en of ik nu nooit eens rustig iets kan afwerken. En of ze zich willen verbranden ofzo?

Ik keer terug naar de kookpotten, woest. Sta stil, denk na. Schud mijn hoofd. Wat is er gebeurd met me?


Toen ik enkele jaren geleden les gaf aan de hogeschool, had ik een gesprekje met mijn leidinggevende. Ik vertelde hem hoe ik ‘tot een kot in de nacht moest’ doorwerken om alles voorbereid te krijgen. ‘Weet jij wat jij nodig hebt?’, vroeg hij. ‘Een hobby!’ was het (zijn) antwoord.

Hij had gelijk. Soms is het beter afstand te nemen en wat anders te gaan doen. Iets dat je leuk vindt, iets dat je deugd doet.

Onder dat mom schreef ik me in op de yogaschool. Yoga is immers iets waarvan ik had ervaren dat het me deugd deed. Ik boekte meteen een babysit voor de wekelijkse yogales, vulde de babysitschuif met lekkers voor de avonden (vervolgens at ik de schuif bijna helemaal zelf leeg), betaalde de yogaschool met geld dat ik had verdiend in mijn bijberoep en dus had ik een hobby.

Alleen krijg ik stress van die hobby. Jeetje, de rush om babyzoon in slaap te hebben en kleuterzoon in bed (of minstens in pyama) voor de babysit komt (wat dus betekent: ophalen, koken, eten, wassen, pyama’s, quality time, duizend kleine crises). De eis een lichte maaltijd te eten voor ik naar de yogaschool ga om niet belemmerd te worden door mijn verteringsprocessen tijdens de les. Het besef dat ik een HELE AVOND niets kan doen in het huishouden en voor het werk. De rit naar de yogaschool. De angst te laat te komen. Het gedoe om mijn yogaspullen gewassen te hebben en bij te hebben.

En dan de les zelf. Ik weet niet hoe het komt, maar ik krijg het knopje in mijn hoofd niet om. Dus gaat het interne stemmetje maar door met dit soort zinnetjes:
– hoe laat zou het zijn?
– hoe lang nog?
– zouden de kinderen slapen?
– ga ik vanavond nog werken of niet?
– voel ik me al ontspannen?
– heb ik de auto op slot gedaan?
– ik mag morgen niet vergeten terug te bellen naar x of y
– hoe lang nog?
– verdorie, te veel pasta gegeten
– was ik niet beter thuis gebleven om dat of dat af te werken?
– dit is mijn hobby, ik moet genieten
– ontspan ik me al? ik moet me ontspannen

Ook mijn andere hobby, de leesclub, is eerder een oord van stress geworden dan een ontspannen avond. Omdat het moet, omdat je dat boek gelezen moet hebben, omdat het op een avond is en ik meestal echt gewoon doodmoe ben, …

Waar het aan ligt? Ik heb al vele hypotheses bedacht. Ik denk nu dat het vooral niet in mijn leven past, nu. Dat ik al zo veel moet, en iets mogen wordt ook iets moeten als het op een bepaalde avond gepland staat en je er naar toe moet etc. Misschien ben ik geen type voor hobby’s, dat kan ook. Of misschien is het gewoon genoeg.


Terug naar de avond. Ik sta tegen mijn kinderen te brullen omdat ik stress heb omdat ik naar de yogales moet. Hoe absurd is dat?

Ik pak mijn gsm, sms de babysit. Dat ik ermee stop, dat het te veel is. Dat het er niet bij kan. En sorry daarvoor.

De jongens en ik gaan aan tafel. We hebben tijd voor een dessert en doen ons avondritueel in rust. Ik vertel hen dat het me spijt dat ik zo geroepen heb, dat ik moe ben en het te druk heb. Dat ik daarom besloten heb geen yoga meer te gaan doen. De kleuter begrijpt het en stelt voor met drie nog wat yoga te doen op de mat. De peuter is vooral geïnteresseerd in zijn sorbet. Ik vraag hem of hij boos is op me. Hij schudt van nee. De schat.

Als ik de kleuter in bed heb gestopt, sleep ik me verder. Ik hoop dat het me eindelijk eens gaat lukken iets af te werken waar ik al een tijd tegen aan hik. Maar misschien best eerst even een dubbele espresso. Aan de koffiezet sta ik na te denken. Is het jammer? Is het zwak van me? Heb ik dan geen hobby nodig? Zal ik er nog even  over nadenken? Ik haal mijn schouders op. Ik voel vooral opluchting omdat het niet meer hoeft van mezelf. En dan krijg ik de babysitschuif in het vizier. Daar zit vast nog wat lekkers in.

Een dag uit het leven van Prinses en cO: oktober 2015

Elke maand beschrijf ik een banale dag uit ons leven. En soms vergeet ik het een keer. De dagen die ik beschreven heb (hier vind je het lijstje) opnieuw bekijken, is voor mezelf best leuk om te doen. Het lijkt alsof het leven maar voortkabbelt, maar eigenlijk gebeurt er heel wat.

Een dag uit oktober, alsjeblief!


06u02. ‘Flesje? Flesje?’ Elke ochtend als peuterbroer zijn flesje vraagt, heb ik het gevoel dat het midden in de nacht is. Ik ben absoluut geen ochtendmens. En ik kom traag op gang. Eigenlijk zijn mijn beste uren tussen 20u en 1u ’s nachts. Dan denk ik helder en gestructureerd, kan ik creatief zijn, doorwerken, bergjes verzetten. Ik heb recent aanvaard dat dit zo is en gun mezelf die momenten te benutten, ook al kost het me slaap. Want de peuter houdt weinig rekening met zijn moeders bioritme. Dat maakt dat er nog steeds dagen zijn dat ik met twee blikjes pepdrank en drie koffies op, in een diepe slaap kan vallen, om 21u ’s avonds, ondanks het werk dat gedaan moet worden.

09u00. Het heeft me moeite gekost, maar we zijn aangekleed geraakt, we hebben ontbeten, de jongens zijn op school/in de opvang en ik ben vertrekkensklaar. Vandaag moet ik materiaal dat ik ontwikkeld heb met een aantal collega’s gaan testen.

09u45. File, door een ongeval. Vervelend, heel de dag geraakt in de war.

12u30. Het materiaal is getest. Mijn hart ging er letterlijk sneller van kloppen. Het werkte namelijk veel beter dan ik zelf had gehoopt of me had voorgesteld. Het is materiaal waarmee een bepaald reflectieproces begeleid en gestimuleerd wordt, alsook het verwoorden ervan. Ik heb kippenvel na de test en voel me begenadigd dat ik zo dicht bij de diepte van mensen kan komen door mijn werk, en dat ik ze ook daarin een stapje vooruit kan laten zetten. Ik ben razend trots op het materiaal, en bel nog even met de vormgever vooraleer ik opnieuw vertrek.

13u45. Thuis. Razende honger, maar eerst de secretaresse een aantal documenten sturen zodat ze de mappen voor de opleiding die ik geef kan klaarmaken. Vervolgens beantwoord ik drie mailtjes, doe ik een dringend telefoontje, en schrijf ik een verslagje van de test waarbij ik de werkpunten en ideeën die uit de test voortkwamen, oplijst en deel met mijn collega’s. Oh ja, honger! Ik loop naar beneden, maak twee boterhammen en eet tijdens het typen.

15u30. Shit, de school is uit! Ik schrijf snel wat ik zeker nog moet doen op het whiteboard op mijn werkkamer. Vervolgens pak ik mijn spullen en die van de kinderen, ren ik de trap af met de was, maak ik de machine leeg, gooi mijn handtas leeg en sorteer ik snel mijn spullen, stop mijn iPhone en gsm in de oplader, ren naar de auto, bedenk me en ren terug, neem twee koekjes en vertrek om de kinderen op te halen. Als ik geen koekje bij heb voor na schooltijd, veranderen mijn hongerige kinderen in monsters.

17u00. Mijn maag doet er pijn van. Normaal gezien vertrek ik nadat ik de kindjes ’s ochtends heb afgezet bij school en opvang en worden ze opgehaald door anderen. Nu moet ik ze wegbrengen voor het avondeten en doorrijden naar mijn werk. Mijn hart breekt in tienduizend stukjes, de jongens voelen het. De sfeer is bedrukt, het afscheid lastig. In mijn hoofd probeer ik te herhalen dat het toch maar een flinke 24 uur is deze keer. En toch.

18u00. De baan op. De zon staat laag, de weg is vrij, mijn navigatiesysteem geeft 198 km aan. De auto voelt als een tweede huid, ik denk nergens meer over na, we bewegen samen. Wat een genot, het verder glijden in tijd en afstand, de duisternis die valt, het tussen hier en daar zijn. De perfecte eenzaamheid.

19u55. Op kantoor. Ik voel me het kantoorspook als ik langs de lege ruimtes loop. Waar ik voorbij loop, gaan lichten aan. Ik doe het nodige en neem de spullen mee die de secretaresse heeft klaar gezet. Nog een koffie. O jee, avondeten vergeten. Nou ja, ik kan het wel hebben. Waarom ben ik niet beter georganiseerd, foeter ik inwendig.

21u30. De laatste veertig kilometer zijn heel kalm. Lege, donkere wegen. Ik in opperste staat van concentratie. Plots duikt links van me het hotel op dat de secretaresse heeft gereserveerd. Als ik het zelf doe, neem ik de goedkoopste B&B die ik kan vinden, en geef ik meteen ook ontbijtinstructies (ik eet amper ’s ochtends, dus doe alsjeblieft geen moeite en zeker geen melkproducten, wel koffie en fruit). Het ziet er deze keer naar uit dat ik in luxe ga slapen, baden en ontbijten. Het voelt een beetje feestelijk. Op mijn ruime kamer zet ik een kopje koffie, knip ik her en der lampjes aan, klap ik mijn computer open.

23u35. Ik zet de puntjes op de i voor de cursus die ik morgen ga geven. Daarna ga ik in het grote bed liggen en denk na. Ooit was ik de huismussigste huismus van Leuven. Ik ging tussen de lessen door zelfs naar huis om te lunchen omdat ik zo graag in het huis was waar ik toen samenwoonde met mijn toenmalige partner. Ooit ging ik eens twee dagen op weekend met vriendinnen en dat was al een hele onderneming met buikpijn en stress. Ik heb dit leven als vliegende vogel nooit geambieerd en sta er elke keer nog wat van in verwondering. De bijzondere plekken waar ik kom, de fijne ontmoetingen, de kleine luxe soms, het lekker bij mezelf zijn, de uitersten, de lange dagen, de schoonheid van het onderweg zijn, hoeveel dag er in een dag kan.

Over zorg en materie

Ik las dit bijzondere stuk. Over ontvellen en transformatie. Er is veel herkenning, en tegelijkertijd plots het vermoeide besef. Dat de transformatie bezig is hier, maar nog niet voltooid. Ik voel dat er beweging is en ik begin de richting aan te voelen, maar ik ben er nog niet. Ik denk dat het te maken heeft met wat ik verder wil en ga ontplooien als zelfstandige in bijberoep. Daarvoor zijn er bouwstenen die ik nog niet in elkaar gepuzzeld krijg.

Intussen zijn er wel veel gedachten en overpeinzingen, waar ik jullie vaak mee vermoei :). Vandaag wil ik een stukje schrijven over de paradox van de materie. En zorg.

Materie – een paradox

Dat alleenstaand moederschap geen financieel zeer stabiele situatie met zich meebrengt, schreef Inke. En deze sterke mama. En ik ook wel eens. Op dit moment is de status: 20 euro op de rekening, 7 in de portemonnee, gelukkig eten in huis, onbetaald: de elektriciteitsrekening van deze maand. Dagen tot het volgende loon: 6.

Vroeger geraakte ik hiervan in paniek. Nu alleen nog soms. Omdat het niet helpt, paniek. Je betaalt er geen rekeningen mee. Ik weet intussen ook wel dat die elektriciteitsmaatschappijen pas na twee weken een reminder sturen in de vorm van een mild dreigement.

Materie is iets dubbels geworden. Enerzijds besef ik hoeveel geld ik ooit verkwanseld heb. Aan kleding, aan babyspullen voor de eerste, aan koffietjes in koffiebars, aan boeken die maar in de kast staan te blinken nu, aan spullen die ik niet nodig had of weinig gebruik, en ik was al niet zo een big spender denk ik. Laatst wandelde ik Cora Kemperman binnen, omdat ik er voorbij kwam. Vroeger een winkel waar ik wel eens 200 euro in één keer uit gaf. Ik neusde wat rond, en kon het zelfs niet opbrengen iets ‘kleins’ te kopen. Shoppen, de lol is er af.
Voor mijzelf en de kinderen krijg ik kleding. Zo veel, vooral voor de jongens, dat ik het zelfs niet allemaal kan gebruiken. Of dat ik het uit de kast vis als het te klein geworden is. Oeps.

Het is dus duidelijk: ik kan niet meer terug naar het zorgeloos uitgeven van geld zoals vroeger. Dat hoeft ook niet.

En anderzijds zijn sommige materiële zaken nu zo veel in waarde toegenomen. Ik hecht nu echt aan bepaalde materiële dingen, omdat ik schaarste ken en die spullen dus niet vanzelfsprekend zijn. Een auto van het werk die ik kan vertrouwen. Het is een doodgewoon relatief klein karretje waardig racemachien van mijn formaat, maar het is een godsgeschenk! Een klein gekregen diepvriesje waardoor de avonden waarop ik met chagrijnig gespuis thuis kom geen avonden zijn waarop we ook plots niets in huis blijken te hebben om te eten (been there, done that, het meest trieste dat er is: thuiskomen met honger na een XL dag, een koud huis treffen, met hongerige vermoeide kinderen, en er dan achter komen dat je hen niet te eten kan geven). De kleding die ik (gekregen) heb koester ik. De kinderboeken. … Het flesje parfum dat ik met mijn vakantiegeld heb gekocht. De concealer die onmisbaar is geworden op werkdagen (het spul is duur maar elke euro waard).

Maar op een vreemde manier ben ik tegelijkertijd onthecht en materialistisch geworden. Onthecht omdat ik met zo veel minder kan dan ik dacht. Materialist omdat ik koester wat ik heb. Intenser dan ooit!

Soms loop ik door dit huis en denk ik: ‘komaan, Prinses, je leeft in rijkdom. Je hebt alles wat je nodig hebt en van sommige dingen zelf wat te veel.’ En zo is het. We hebben niet veel geld, maar we eten bijna elke dag drie gezonde maaltijden, we kunnen ons aankleden en verwarmen. Het lukt. Het lukt.

Zorg

Ik laat al heel de dag dingen uit mijn handen vallen. Kopjes, pennen, koekjes. Het is het ultieme teken dat ik moe ben. Mijn dag begon in een Nederlandse stad om 6u. Om 6u20 zat ik in de auto voor de eerste 100 km van de dag. Ik kwam zwaar geïrriteerd thuis met zwaar geïrriteerd gespuis om 18u15. We aten, er volgde een moeizaam bedritueel. Om 20u15 zette ik de computer weer aan. Ik schikte mijn papieren. Ik was en ben nog steeds draaierig. Op mijn bureau lag een notablaadje met daarop: ‘stoppen met ’s avonds werken – het is genoeg!‘. Dat had ik twee dagen geleden geschreven, omdat het genoeg was. Ik legde het blaadje opzij en ging aan het werk.

Het is nog steeds zoeken naar meer evenwicht. Naar een betere dosering van mijn energie. Naar het antwoord op de vraag of het te veel is, of dat ik gewoon slecht georganiseerd ben en inefficiënt werk.

In tussentijd heb ik alvast geleerd dat zorg helpt. Zorg is goud waard. Ik mocht het vandaag ervaren op het werk, waar een van de moeders een lunchpakketje had gemaakt voor me om mee in de auto te nemen, met twee mandarijntjes erbij. In die collega die zwijgend een beker water voor me ging halen toen bleek dat ik de elfde koffie van de dag op had rond de middag. Ik was bij vrienden uitgenodigd en kreeg daar een met liefde gemaakte maaltijd voorgeschoteld met veel verse groenten. Er kwam lief bezoek die een cadeautje bij hadden voor de jongens en voor mij een bon – alles was zo met liefde uitgezocht en zo welkom. Ik kreeg een mand appeltjes van iemand met een appelboom. Een vriend kwam op bezoek en smste dat hij een schaal cannelloni mee zou brengen, waardoor de stress van het koken en dus ook boodschappen doen etc, volledig weg gleed en ik me verwend voelde in eigen huis.

Het zijn kleine gebaren, maar ze zijn zo wezenlijk. Het zijn de elementen waardoor het allemaal net lukt. Vroeger zouden deze gebaren in een soort roesje langs me heen gegleden zijn. Nu klamp ik me er aan vast, als aan strohalmpjes. En ben ik innig dankbaar.

Vervellen en transformeren. Ik kan het iedereen aanraden :). Ik hoop echter wel wat het een keer klaar bijna klaar is hier.

Momenten

In enkele posts deelde ik gedachten. Hier, en hier. En hier. Vandaag neem ik jullie mee in momenten uit dit prinsessenbestaan.

Twee per dag
Ik ben bij de kapper geweest, het huis is schoon, mijn loon is gestort en ik heb mijn derde factuur als zelfstandige in bijberoep de deur uit. Een factuur van een half maandloon. Geld dat nodig is voor het betalen van gerechtskosten. Maar toch, goed dat het er is en dat ik dus niet weer moet gaan lenen bij vrienden en tot in den treure kleine stukjes terug betalen. Feest, denk ik. Ik twijfel vervolgens een half uur en rijd dan naar de chocolatier waar ik het allerkleinste doosje pralines koop. ‘Gewoon maar voor mezelf,’ bloos ik. ‘Twee per dag en niet in de koelkast bewaren,’ antwoordt de mevrouw van de winkel.

Ongepast
Tijdens de middagpauze kijk ik naar een stukje tv-programma waarin het experiment van Femma met de werkweek van dertig uren wordt besproken. Ergens beaamt De Wever dat voltijds werken voor alleenstaande vrouwen met kinderen (bijna) onmogelijk is. Ik voel me even trots omdat het me lukt 90% te werken en een bijberoep te hebben als alleenstaande mama. En dan frons ik, want ik vind het raar een goed gevoel over te houden aan een uitspraak van De Wever.

Fenomenologie
De Kleuter en ik rijden even langs de buurtsupermarkt voor brood en beleg, alvorens we het broertje ophalen. Ik sta aan te schuiven in een straat waar het verkeer in beide richtingen niet opschiet. Het is woensdag, net na de middag. Ik zucht en tokkel op mijn stuur. De Kleuter zijn ogen fonkelen: ‘kijk, moeke, een bussenfile!’. En inderdaad, in de andere richting schuiven zeven bussen na elkaar aan. Terwijl ik zat te zuchten, ontdekte mijn Kleuter een uitzonderlijk fenomeen.

Broederlijk
Ik word wakker. De Peuter kijkt me aan en lacht.
‘Ben je blij vandaag?’
‘Ja!‘ knikt hij overtuigd.
’s Ochtends ben ik niet op mijn best. Zeker niet voor half 7. Ik zeg dat we nog wat gaan slapen. De peuter roept ‘Broer! Broer!’. Grote broer komt aandraven. Het wordt druk in bed.
Die momenten waarop die vanzelfsprekende, wonderlijke band tussen de broers duidelijk is, zijn altijd zo prachtig (zelfs als dat betekent dat ze samenspannen tegen me). Laatst was ik het jasje van de Peuter in de auto vergeten en had ik de broertjes opgedragen even aan de ingang van de opvang (niet aan een straat) te wachten tot ik terug was. Ik rende snel heen en weer en die aanblik van de twee mannetjes, hand in hand wachtend, maakte heel mijn dag, zelfs voordat die begon.

Cadeau
Het lijstje dingen met dingen waar ik niet om gevraagd heb, maar die ik wel gekregen heb. Zomaar, uit het niets. De laatste weken.
1. Een kleine diepvries
2. Een Nespresso-apparaat met bijhorende koffie (echt, serieus, hoe absurd is dat?! – van een vriend die verhuisde)
3. Drie pyjama’s voor het kleintje
4. Een verkeersboete
5. 50% korting bij de kapper omdat ze onze eerdere afspraak vergeten was
6. Alweer een tas vol leuke jurken van de mevrouw die haar kleding liever doorgeeft dan alles zelf on line te verkopen. Ik vraag me intussen af wat ik droeg voordat ik haar kleding begon te dragen.

Two days off? Prinses heeft een gek idee – doe je mee?

Door omstandigheden kwam ik op de website van een inspirerende plek terecht. Ik zag dat je aan yoga kon doen voor het ontbijt, en dat er ruimte was om te wandelen, te mediteren, stil te zijn, in gesprek te gaan.

Ik voel al een tijdje een honger. Naar even dat stapje achteruit, even gaan nadenken met mezelf. Verstillen. Vertragen. Afstand nemen. Denken. Doordenken.

Ik mailde de plek en vroeg of ik daar terecht kon met die nood.
Het antwoord kwam net en was ‘nee’. Ze werken enkel voor groepen.

Wat jammer, dacht ik.

En toen ging ik pompoensoep maken. Het huishouden heeft hier best te lijden gehad onder een vreselijke drukte, en het doet me zo veel deugd gewoon even te vertragen, de eenvoudige handeling te doen van het snijden van een pompoen, even op ’t gemakje, zorg dragen voor dit huis en zijn bewoners.

Die momenten bieden ruimte voor ideeën. Ik dacht: ‘waarom doe ik niet gewoon alsof ik een groep heb en vraag ik wat losse mensen om samen daarheen te gaan?’.

En vervolgens dacht ik: ‘waarom maak ik geen groep en maken we er ook echt wat van?’.

Het idee evolueerde tot: two days off. Even weg, even gaan nadenken, met een groepje mensen die daar ook aan toe zijn. Niet het uitwisselen van huis-, tuin- en keukentips, maar het echte gesprek aangaan met onszelf en elkaar. Waar sta ik, wie ben ik, wat wil ik? Vanuit professioneel standpunt heb ik één en ander in huis om daar een programma rond uit te werken met individuele activiteiten, activiteiten in groepsverband, activiteiten in tweetallen, en veel ruimte tussendoor om te wandelen, thee te drinken, even alleen te zijn, yoga voor het ontbijt en biologische voeding. En misschien hebben mensen die daar behoefte aan hebben daar ook wel ideeën over mogelijke activiteiten.

Dus. Two days off.
Doe je mee?

Bedenk: het is een embryonaal plan. Nog geen concrete plannen voor data, prijzen van het verblijf, invulling van het programma. Wel ideeën.

Maar als je denkt ‘ja!’, mail me dan even. Op prinsesopdekikkererwt@outlook.be. Zet in het onderwerp: two days off.
Beschrijf me heel kort wie je bent, en waarom je graag ‘two days off’ wil, wat je daarvan zou verwachten. Dan ga ik eens kijken of we dat kunnen organiseren.

Prinses gaat haar leven beteren

‘Nog die drie deadlines halen en die dingen afwerken, en dan wordt het rustiger.’

Ik beloof het mezelf intussen al een tweetal maanden. Als het rustiger wordt, ga ik meteen ook mijn leven beteren. Weekmenu’s opstellen, gezonder eten en leven, meer slapen, meer beweging, eindelijk die 254 onbeantwoorde mails de aandacht geven die ze verdienen, mensen uit mijn leven de tijd, aandacht of energie geven die ik ze wil geven, het huis opruimen, iets leuks doen voor mezelf (zijnde: ongedefinieerd), mensen opbellen aan wie ik dat beloofd heb, dat boek over benedictijns timemanagement lezen en de inhoud implementeren in mijn bestaan, iets met mijn gezondheid doen, de tijd nemen om mijn bijberoep uit te bouwen, de stad in en mijn schoenen laten herstellen, …  Enfin. Mijn leven beteren dus.

Alleen lijk ik aan een soort chronisch zelfbedrog te doen. Elke keer als ik de voorwaarden vervuld heb en de vereiste dingen afstreep van het lijstje, verschuif ik de lat en ligt er een nieuwe eis. Ook nog even dat en dat, en dán, dán heb ik echt de tijd om mijn leven te beteren.

Ik kom elke keer op de vraag uit of het allemaal gewoon te veel is, of dat ik een zeer slecht georganiseerd persoon ben.

Positieve elementen zijn er gelukkig ook. Het systeem dat ik gebruik om me te organiseren, werkt. Ik houd het overzicht. Ik ben geen kip zonder kop, alleen een kip die niet hard genoeg kan rennen ofzo.
Nog een positief element is dat ik energie heb. Niet eindeloos, maar behoorlijk wat. Genoeg om acht uur cursus te geven en vier uur te rijden, drie verhaaltjes voor te lezen en in alle rust bedrituelen uit te voeren, en daarna nog tien mails te beantwoorden, de wasmachine te vullen de afwasmachine leeg te halen en nog vijf bladzijden van het boek van de leesclub te lezen voor ik ga slapen. Dit kreeg ik een tijdje geleden nog niet op een week gedaan.

Na mijn faalangstpost kreeg ik de tip wat dingen te laten mislukken om zo te leren dat de wereld er niet van vergaat. Dat vond ik een heel coole tip, maar onuitvoerbaar als je weet dat de organisaties die mij een dagje willen daar een rekening voor krijgen die tegen de 1700 euro ligt. (Ik vind het zelf heel absurd. Voor alle duidelijkheid: dat is niet wat ik voor een dag verdien, anders had ik geen alleenstaande mama-heeft-het-niet-breed-probleem).

Anyway. Nog even wat dingen van mijn lijstje afstrepen en dan, dán ga ik mijn leven beteren. En voor al diegenen die wachten op een mailtje of een telefoontje of al maanden niets van me gehoord hebben: het ligt niet aan u. Echt niet. Ik ga mijn leven beteren. Weet je wat? Ik zet het op mijn lijstje.

Prinses denkt door (4/4) – over pijn & groei

Vorige week postte ik een stukje over een conflict en inzichten die ik daar aan overgehouden had. Jullie reacties hebben me weer aan het denken gezet, wat geresulteerd heeft in een reeksje van vier doordenk-blogjes. Bij deze de vierde en laatste. Over groei.


Ik vind het pijnlijk om te beseffen dat ik een intense persoonlijke groei te danken heb (ik zit er overigens nog midden in) aan een heel pijnlijke ervaring, namelijk het hebben van een destructieve relatie met een gestoorde man, die me verlaten heeft en zo een alleenstaande mama met financiële en andere zorgen van me gemaakt heeft.

Op een gegeven moment in het proces, was ik zo zwak en moe, dat ik dacht dat mijn vleugeltjes voor altijd gebroken zouden zijn. Dat ik na deze ervaring nooit meer vol in het leven en de liefde zou kunnen staan. Dat ik altijd kwetsbaar zou blijven en nooit meer mee zou doen met het echte, volle leven.

Maar kijk, het wonder is geschied en het heeft me behoorlijk wat pijn gekost en zoals ik al zei, ik zit er midden in. Maar: ik word elke dag sterker. En ik ben een heel ander persoon dan de vrouw die alleen in bed lag te huilen en dacht dat het haar eigen schuld was dat de man weer eens verdwenen was en dat ze nog beter haar best moest doen.

Ik hoop, van harte (!!!!) dat je ook kan groeien aan liefde, verbondenheid en andere positieve dingen. Ik hoop dat ik ooit een relatie zal hebben waarin ik tot mijn volle ontplooiing kan komen als mens en als vrouw. Ik hoop voor jullie allemaal dat jullie die ervaring hebben.

Maar ik had blijkbaar een gigapijnlijke situatie nodig om op allerlei gigapijnlijke inzichten over mezelf te stuiten. Over waarom ik een goede prooi was voor Dirk. Waarom mensen zo vaak over mijn grenzen gaan. Het ligt niet aan Dirk en de anderen, het ligt aan mij. Als ik verander, gaan mensen anders met me om. Als ik verander – en dat is het enige waar ik controle over heb, ik kan wel willen dat de hele wereld en de gehele maatschappij op haar kop gaan staan voor me, maar dat doen ze niet – verandert er wat. Het gaat er om dat ik mijn verantwoordelijkheid neem voor mijn eigen gedachten, gevoelens en handelen.

Anyway, daar ga ik voor. En dat noem ik groei.

Ik denk dat alles wat jeukt, wat pijn doet, wat je stoort, wat je nu elke keer opnieuw meemaakt in je leven, waar je al jaren tegenaan loopt, waar je energie van weg lekt, … dat dat allemaal kansen zijn tot groei. Je kan er in blijven hangen, hopen dat de anderen het een keer voor je oplossen of vooral veel medelijden met je hebben. Maar je kan er ook voor kiezen het als een groeimogelijkheid te zien. Leuk is het niet. Maar ik denk dat het de enige manier is om tot verandering te komen. In jezelf, in je leven.

En daar heb ik zelf nog een hele weg voor te gaan.

Bij deze sluit ik de vier denk-blogjes af. Dank aan iedereen die me impulsen heeft gegeven tot denken. Het denkproces en het in woorden uitdrukken van die gedachten, hebben me enorm geprikkeld en gestimuleerd om verder te denken en verder te kijken.

Prinses denkt door (3/4) – over keuzes

Vorige week postte ik een stukje over wat ik geleerd heb in een conflictsituatie. De reacties leverden stof tot nadenken op, wat ik dan ook gedaan heb. Dat resulteerde dan weer in dit reeksje van vier doordenkposts. Hier en hier de eerste twee. Deze keer: keuzes.


Keuzes. Zo vaak hoor ik mensen, waaronder mezelf een lange tijd, zeggen dat we er geen hebben. Dat we wel moeten werken, alles blijven combineren tot in het onmogelijke, elke week bij onze schoonouders op bezoek gaan, de hemden van de husbies strijken, … Ik noem maar wat. Ik heb ook heel lang geschreeuwd dat ik geen keuzes had, want ik moet alleen een gezinnetje draaiend houden. Intussen heb ik daar zelf een aantal stappen in gezet, die ik graag deel in enkele stellingen.

Je hebt altijd de keuze – en niet kiezen is ook een keuze

Ik heb me lang een slachtoffer gevoeld. Ik was in de steek gelaten en moest alles maar draaiende houden en had geen enkel keuze te maken wegens geen financiële ruimte, de wetten van de arbeidsmarkt, weinig netwerk, …

Nu weet ik dat ik altijd keuzes heb gehad. Alleen is het zo, bij volwassenen, dat elke keuze gevolgen heeft. Wat we niet hebben, is een keuze zonder dat we consequenties dragen. We kunnen niet minder gaan werken en even veel geld hebben. We kunnen geen huishoudhulp betalen en even veel geld hebben. We kunnen niet minder bij de schoonouders op bezoek zonder dat er wrijving zal ontstaan en gepraat moet worden. Dat is rot, absoluut. Maar we hebben wel keuzes, we moeten dan alleen ook flink genoeg zijn met de consequenties te leven. We moeten voor onze keuzes te durven gaan staan.

In mijn leven betekent dat dat ik een tamelijk heftige baan combineer met de zorg voor een huishouden en twee jonge kindjes. Recent heb ik nog eens twee uur bevend op de badkamervloer gezeten, omdat ik weer moest braken van vermoeidheid. Ik moet mijn kinderen wekelijks een nacht missen omdat ik weg ben voor het werk. Mijn jongste huilt dan bij het opvanggezin en vraagt naar mij. Ik zie via facetime zijn trillend lipje, en mijn hart breekt elke week in tienduizend stukjes. De avond dat ik niet thuis slaap, is altijd een heel heftige waarop ik alles in vraag stel wat ik doe en ben. Elke week opnieuw. Meestal heb ik er dan ongeveer 200 tot 400 km opzitten, een werkdag van ongeveer 10 uren en een telefoontje met een peuter met verdriet. Dat is niet mals voor mij.

Ik kan er best voor kiezen ander werk te zoeken. Dat kan ik. Ook al zijn de banen voor iemand met mijn diploma niet dik gezaaid. Maar ik wil geen andere baan. Ik wil deze, want op dit moment is het de baan van mijn leven. En voor mij is het nu belangrijk de baan van mijn leven te hebben, want ik heb jammer genoeg al niet het gezin-van-mijn-leven. Dus realiseer ik me dat het een keuze is die best anders had gekund als ik de consequentie zou willen dragen de baan van mijn leven op te geven. Maar dat wil ik niet, dus doe ik wat ik doe, en beland ik om de zoveel weken op de badkamer in totale ellende en heb ik elke week een avond met maagkramp van verdriet. So be it. Leuk vind ik het niet, maar ik besef wel dat ik hier zelf voor kies.

Een ander voorbeeld bij mij is het niet hebben van een partner. Er kwamen enkele oerdegelijke kandidaten voorbij, maar ik heb er niet voor gekozen daar een relatie mee te beginnen. Als ik ECHT wil, kan ik een relatie hebben. Dat ik er geen heb doet me pijn, maar is wel een gevolg van een keuze.

Kiezen is niet kiezen in vrijheid

Kiezen als volwassene is meestal de minst slechte optie kiezen uit de slechte opties, of kiezen tussen een beperkt aantal realistische mogelijkheden en dus niet: kiezen in vrijheid voor alles wat je maar kan verzinnen. Oftewel: je kan niet alles hebben.

Wrevel? Kijk eens naar jezelf

Een tijd lang heeft een vriendin me gewezen op het feit dat ik in belang van mijn gezin en mezelf ook ‘gewoon aan de kassa va de supermarkt kon gaan zitten’. Omdat ik elke keer tegen haar zeurde hoe zwaar het wel was, hoe moe ik was, hoe heftig alles is. Ik was elke keer woest op haar, want ze besefte niet ‘dat ik geen keuze had’. Die wrevel en dat woeste is pas opgehouden toen ik in gezien heb dat ik wel kan kiezen, dat ik mijn eigen keuze aanvaard en de consequenties ervan onder ogen zie en erbij neem. Dat heeft me ook doen ophouden met zeuren over zwaar, moe en heftig. Hoewel het nog steeds zwaar, moe en heftig is. Maar het is wel wat ik zelf wil.

En wat heeft dit te maken met mildheid en patronen en waar het allemaal begon?

Mijn post waarmee het denken begon, is in verband gebracht met een post van Sofie en één van Lilith. Hoewel ik mijn initiële stukje heb geschreven zonder beide posts gelezen te hebben.
Ik heb door de reacties op mijn posts, het scannen van de Lilith- en Sofie-post, wel verder nagedacht. Over dat denken schrijf ik nu een reeksje van vier.

Wat heeft dit schrijven over keuzes nu weer te maken met waar we begonnen zijn? Wel, mijn ‘harde’ therapie heeft me ook geconfronteerd met mijn slachtofferrolletje. En inderdaad: ik ben in de steek gelaten toen mijn kleinste kind nog in de wieg lag, mijn ouders hebben na een ellendig conflict dat nog steeds niet opgelost is besloten me niet meer te helpen, ik heb daardoor geen contact met familie, ik heb fibro en daardoor vaak pijn, ik heb een baan die moeilijk combineert met mijn gezin en financieel is het ook allemaal niet zo ruim omdat de man die me verlaten had eerst zorgvuldig schulden had gemaakt waardoor al mijn reserves op zijn en ik nog enkele jaren ga afbetalen – los van het feit dat eenoudergezinnen het volgens mij nooit breed hebben. Het zit dus allemaal niet erg mee.

In het begin zocht ik therapie die me daarin bevestigde. Dat was mild, lief en ocharme. Maar ik werd er niet beter van.

Intussen sta ik weer in mijn kracht en word ik elke dag sterker. Omdat bij mijn holistisch therapeute iets gebeurd is waardoor ik weer eigenaar ben van mijn eigen leven. Ik ben geen speelbal van maatschappelijke tendensen, een onaardige familie en een gruwelijke ex, maar ik ben iemand die o.a. zelf keuzes maakt binnen zeer smalle kaders trouwens, en daarvoor staat en dus ook de consequenties erbij neemt. Dat geeft me kracht en trots en het gevoel zelf weer aan het roer te staan. Vandaar dat ik ook aan het denken ben gegaan over keuzes. En hoe ik er in mijn eigen proces op gewezen ben dat ik niet moest jammeren over er geen te hebben, maar dat ik er eigenlijk al gemaakt had en elke dag maakte. De situatie is daardoor niet veranderd, het gevoel wel.

Ik heb gewikt en gewogen, wil niemand kwetsen met wat ik schrijf. Ik hoop wel dat er iets in beweging komt. Ik wens het iedereen toe eigenaar te zijn van zijn of haar eigen leven.

Voor alle duidelijkheid nog twee dingen.
(1) Dit stukje gaat niet over mensen in (kans)armoede en mijn boodschap is dus niet daarop te projecteren.
(2) Met dit stukje bedoel ik niet dat ik zonder meer blij ben met de maatschappij hoe ze nu draait. Ik ben bijvoorbeeld ook voorstander van het uitzoeken of een 30-urige werkweek werkbaar zou zijn.
Ik bedoel met dit stukje vooral dat je er zelf voor kan zorgen dat je je ‘eigenaar’ kan voelen van je eigen leven, door het besef dat je keuzes hebt en keuzes gemaakt hebt. En dat er in vele gevallen, als je niet gelukkig bent, andere keuzes mogelijk zijn als je de consequenties ervan wil en kan dragen. Hiermee bedoel ik niet dat mensen niet mogen zeuren. Ik bedoel het positief: we zijn eigenaar van ons eigen leven en kunnen keuzes maken om dat in te richten op een manier die voor ons leefbaar is. Jammer genoeg komen die keuzes niet zonder consequenties, maar het besef dat het keuzes zijn, helpt enorm om die consequenties te (ver)dragen.

Lees ook: de reactie van Ruth onder de vorige post. Eigenlijk zei Ruth al wat ik wou zeggen, alleen kon ze dat beter :).

Dit was de derde post in een reeksje van vier. De laatste gaat over groei. Keep posted!