Brief uit de toekomst

Een tijdje geleden heb ik hier een ‘oefening’ gedeeld, die ik heb gedaan in het kader van The Artist’s Way. Vandaag deel ik er graag nog ééntje, met de uitnodiging de oefening over te nemen op je blog natuurlijk :), en ons met een linkje in de comments uit te nodigen.

Vandaag gaat het om een reis in de tijd (uit week 4 van TAW, ‘een gevoel van heelheid terugvinden’). De opdracht gaat als volgt: beschrijf jezelf als je tachtig bent. Schrijf op wat je na je vijftigste gedaan hebt waar je plezier in had. En schrijf van een brief van die tachtigjarige aan je huidige zelf.

Ik moest erg lachen. Als ik 80 ben, zijn die baby-dochters 45 (en hebben ze hopelijk wél haar), de kleuterzoon 50 en de grote zoon 54. De Man zal 95 zijn. En ik? Ik ben een kranige dame. Ik bak appeltaart, rommel wat aan in huis, ben zelfstandig en mobiel, denk overal het mijne van maar ben wel open naar anderen toe en ik ben natuurlijk omringd door sprankelende kleinkinderen en kijk erg uit naar mijn achterkleinkinderen. Ik schrijf nog elke dag morning pages, en heb nog wekelijkse uitjes. Een ketting van uitjes van mijn 34ste tot mijn 80ste, imagine wat voor moois ik allemaal gezien en beleefd zal hebben! Ik lees, ik schrijf, ik blog, ik kook soep, ik zit in het zonnetje op goede dagen, en de Man en ik schuifelen de stad regelmatig in voor een kopje koffie. Na mijn vijftigste zal ik mijn eigen bedrijf geleid hebben, geschreven hebben, gewerkt hebben aan een soort ‘nalatenschap’ (of bedacht hebben dat dat niet hoeft), bewust geleefd hebben (als in: bewuste keuzes, niet zomaar een beetje van dag tot dag, de tijd die me gegeven is goed inzetten zeg maar, iets waar ik pas recent het knopje van omgezet heb in mijn hoofd – voordien hobbelde ik wat mee met wat iedereen nodig had en verwachtte en wat ik dacht dat allemaal moest – en ja, er is nog werk aan de winkel).

En mijn brief? Moeilijk om te schrijven, maar hierbij een poging.

Hee jij daar, bijna-35-jarige zelf.

Je staat middenin het leven, met die kleine baby’s. Wat een drukte! Wat een dynamiek. Ik begrijp dat je soms doodmoe bent.

Een paar dingen die ik je wil aanreiken:
Doe maar rustig aan. Je wil veel en je moet veel van jezelf. Er komt nog tijd om hard te lopen, boeken te schrijven, yoga te doen, het huis op te ruimen, … Kies er maar vaak genoeg voor om gewoon eens met die kleintjes te tutten, of met de grote mannen een ijsje te gaan eten, of in het gras te gaan liggen met alle vier of met de Man te praten. Dat kan nu, dat kan binnen vijf jaar niet meer op deze manier. En dan kan je de zolder opruimen, hoewel het geen kwaad kan als je dat nu al doet, maar dan niet ten koste van de mooie dingen. Het rare is dat de afwas doen niet echt een goede besteding van tijd is, maar dat het wel beter is als die gedaan is. Als het maar geen doel op zich wordt.
Hou ruimte voor jezelf zonder schuldgevoel. Je voelt je nu soms schuldig als je je morning pages gaat schrijven zonder eerst de keuken op te ruimen, of als je een oppas neemt en die tijd gebruikt om wat te kliederen op papier, of als je man en kinderen achter laat om naar de film te gaan of wat anders te gaan doen, maar je moet ook ademen en jezelf voeden en daar is niets mis mee.
Je hebt er nu even een rothekel aan dat je geen inkomsten hebt, en daar teert je eigenwaarde van weg. Probeer zelfstandig zijn (eigen auto, mogelijkheid om een eigen huis te huren of kopen, geld verdienen) even los te laten. Je bent de moeder in dat clubje. Je bent niet meer zelfstandig, haha. Geld verdienen is geen doel op zich, maar het is een bijkomstigheid, een effect van de dingen doen die je wil realiseren in de wereld. Net als een gezond gewicht. Dat hoeft geen doel op zich te zijn. Leef actief en draag zorg voor jezelf, fysiek en mentaal, en dan volgt dat lijf wel. (Ja, ik heb nu drie keer na elkaar ‘doel op zich’ geschreven, maar dat komt omdat ik ook stilaan wat vergeetachtig word 😉 ).
Het is noch het één, noch het ander. Kinderen hebben (of om het even wat in het leven) is nooit het eeuwige instagram-moment, maar ook niet alleen maar dat plakkerige nooit-klaar-en-altijd-moe. Ja, ik weet het. Er zijn veel dagen dat je al om 4 uur wakker bent en al voor 7 uur vier poepluiers hebt verschoond en dat het lijkt alsof je enkel maar was weg werkt, dingen van de grond schraapt, eten maakt dat toch uitgespuwd wordt en koude koffie drinkt. Dat is allemaal waar. En nee, kinderen zijn in het echt zelden zo charmant als op een ander of op een foto van een ander. Maar ze zijn echt en warm en ze zeggen grappige dingen en ze hebben warme lijfjes en je mag er boeken aan voorlezen. Dat is ook allemaal waar. Dus stop met je fantasieën over een kinderloos leven waarin alles groots en meeslepend is en niets plakt en je je ’s ochtends tenminste een mens voelt en indien niet: dat je dan gewoon nog wat kan slapen of warme koffie drinken. Of fantaseer er op los als dat helpt. Maar blijf ook gewoon daar, bij hen. En probeer beide kanten te zien.
Hou de Man in ere. Ik weet het, hij is weinig speels en een beetje streng en hij ruimt altijd op en verwacht dat je dat ook de hele dag doet. En hij is iets minder aaibaar dan je zou willen. Maar het is geen flierefluiter, en we weten allemaal hoe het is afgelopen met mister Flierefluiter. De Man is er, hij doet zijn best op allerlei onzichtbare manieren (want dat is net zo mooi aan ‘m, hij doet wat moet gebeuren zonder een schouderklopje te verwachten). Hij zorgt voor je, hij is meestal redelijk en meestal in voor een gesprek of samen koffie drinken. Hij is een goed mens, dat weet je best. Hij kan best onbuigzaam lijken, maar hij is een Man uit één stuk.
En tot slot: zelfs nu zie je al dat het leven zijn stroom volgt en dat het één tot het andere leidt en dat er een tijd is voor alles en dat je hulp krijgt uit onverwachte hoeken op momenten dat je het nodig hebt, dus vertrouw daar maar op. En stroom maar mee tot hier & nu, een dag met een appeltaart in de oven.

Liefs.
Je 80-jarige zelf




Advertenties

20 dingen die ik graag doe

Zoals jullie intussen vast wel weten, doe ik ‘The Artist’s Way’. Naast elke dag morning pages schrijven (lukt me 6 dagen op 7!), een keer per week met mezelf uit gaan (zie hier en hier), is de basis natuurlijk een boek met 12 hoofdstukken die je leest en waar je oefeningen bij maakt.

Eerlijk gezegd haperde dat nogal. Elke dag een oefening bleek niet echt haalbaar (te versnipperd), dus wat ik nu doe (ik – wil – dit – echt – doen!) is tijd nemen op locatie en dan met mijn boek en schrift gedurende een langere tijd de oefeningen gaan doen. Dus bv 1,5 uur in een koffiebar gaan zitten en ervoor gaan.

Eerst had ik een soort faalangst, wat echt onnozel is, want er is geen goed en fout bij de oefeningen. Verder had ik ook een soortement koudwatervrees. Het lijkt alsof starten met TAW een soort uitnodiging is aan het universum om je leven op zijn kop te zetten. Sinds ik begonnen ben is er zo veel gebeurd en dat lijkt te komen door TAW – alsof ik het over mezelf afgeroepen heb. Een greep uit wat er gebeurd is: ik heb een vulpen gekocht en een tweede gekregen (lijkt onnozel, maar wat een schrijfgenot)/ ik heb een inleiding geschreven voor een boek dat al een tijdje in mijn mouw zit/ mijn baas heeft me gevraagd of ik wel binnen de organisatie pas – in een tweede gesprek ben ik voor mezelf opgekomen waarover later meer/ ik heb plannen uitgewerkt voor een eigen bedrijf/ ik ben bijna wekelijks een uitstapje gaan maken met mezelf/ ik lees weer bijna dagelijks/ ik kijk amper nog netflix/ ik heb een knallende ruzie gehad met de Man/ ik ben voor het eerste sinds de baby’s 8 uur van huis geweest/ ik heb een leger babysits die ik zonder schuldgevoel inzet/ ik heb connectie gemaakt met een aantal mensen/ ik heb de buren uitgenodigd voor een etentje/ terug regelmatig beginnen bloggen.

Eén van de oefeningen wil ik graag met jullie delen. Omdat het zo een eye-opener was. Mijn vraag aan jullie: neem de oefening over, schrijf er een stukje over en zet in de comments een linkje zodat ik eens kan komen kijken.

De oefening hoort bij ‘een gevoel van identiteit terug vinden’, en het is simpelweg een lijst maken van 20 dingen die je graag doet. En vervolgens schrijf je daarnaast hoe lang je ze niet meer gedaan hebt. En tenslotte plan je er twee in om deze week nog te doen.

Het was best moeilijk om 20 dingen te verzinnen, tot ik op dreef was en plots had ik er 21 :). Mijn lijstje (niet persé in volgorde van belangrijkheid en met tussen haakjes hoe lang het geleden is):

  1. Lezen (een dag)
  2. Film kijken in de alternatieve cinema (omwille van het soort films en omwille van het feit dat ik helemaal in de film zit en niet tussendoor ga snoepen/bij de kinderen kijken/appen) (gisteren)
  3. Wandelen in het bos, de duinen of een erg geliefd landgoed van me (twee weken)
  4. Koffie drinken (as we speak)
  5. Dingen kopen (ok, dat klinkt superfout) bij Dille en Kamille (dus geen plastic troep) (weken/maanden) – vooral SCHRIFTJES kopen zonder lijnen (een week)
  6. Fietsen in Zeeland of de duinen (jaren/maanden)
  7. Vrijen (vind ik gênant om te schrijven terwijl het mij best normaal lijkt – hier even geen tijdsindicatie 🙂 )
  8. Schrijven (uren) en bloggen (as we speak)
  9. Sauna (een jaar)
  10. Dingen met leren of zelf-ontwikkeling (dagen)
  11. Koken/soep maken (uren)
  12. Uit eten (weken – en als ik het goed voor heb was de laatste keer een sterrenrestaurant-etentje, luxe luxe luxe)
  13. Museum bezoeken (maanden, foei)
  14. Hardlopen als het lekker gaat (15 maanden ofzo)
  15. Snuisteren in bib of boekenwinkel (maanden, niet erg easy met een dubbele kinderwagen)
  16. Op vrijdag biogroenten halen op de markt (twee weken)
  17. Op zaterdag de krant lezen (twee tot drie weken)
  18. Dingen bedenken en ontwikkelen (week)
  19. Iets attents doen zoals soep brengen aan een zieke buur, iets opsturen (uren, dit heb ik echt geleerd door de komst van de baby’s, ik vond het zo hartverwarmend dat sommige mensen de moeite nemen iets uit te zoeken en te geven, of een mooie kaart te schrijven, wil daar zelf nu ook beter mijn best voor doen)
  20. Naar het Betere Boerenbed gaan (bijna een jaar)
  21. Auto rijden (twee weken)

Wat ik deze week ga doen: een museum bezoeken en hardlopen.

Ik ben ontzettend benieuwd naar jullie lijstje. 🙂

Moeke op de kikkererwt

Op emoshit las ik dit: ‘Voor mij was mijn mama vanzelfsprekend altijd mijn mama. In mijn ogen was het dé job van haar leven, de enige. Het heeft lang geduurd voor ik besefte dat ze nog iets anders deed dan mijn mama zijn. Herinner je je dat nog? Dat je meer en meer dingen over je ouders ontdekte, dat je stilaan tot het besef kwam dat ook ouders échte mensen zijn. Dat ze een heel leven hadden voor ze jou kregen en dat ze heel dat leven ook gewoon verder aan het leven zijn. Dat ze niet op de aarde gezet zijn met als eerste en enige bedoeling om jou te dienen. Dat ze kind geweest zijn, jongere, geliefde. Dat ze niet alles weten.’

Meer dan een jaar was ik op de wereld om de baby’s te dienen. Eerst door in bed te liggen wachten op hun geboorte. Daarna door ze dag en nacht te voeden en te verzorgen.

Ik was bang dat het nooit terug zou komen. De goesting om andere dingen te doen. Het zelfvertrouwen om andere dingen te zijn. Ik heb 100 % bewondering voor thuisblijfmoeders en zie dat ze vaak bijzonder creatief en geëngageerd zijn. En een tijd lang heb ik gedacht dat ik zou thuis blijven en moederen, omdat ik me met de beste wil ter wereld niet kon voorstellen dat ik ooit terug naar kantoor zou willen, dat ik ooit terug klaar zou zijn voor iets, dat ik ooit terug iets belangrijk genoeg zou vinden om mijn best voor te doen, dat ik ooit terug gedoucht zou zijn voor acht uur ’s ochtends. Dat laatste is nog een twijfelgeval en ik ben er intussen vrij zeker van dat een volledige nacht slapen er niet meer in zit.

De Man noemt mij schertsend ‘moeke op de kikkererwt’. Dan begint hij van die dramatische verhaaltjes: ‘Het was alsof moeke op de kikkererwt altijd al in de straat gewoond had, niemand wist waar ze vandaan kwam of hoe oud ze precies was‘. Maar geloof het of niet, moeke op de kikkererwt wil weer werken. Een aantal dingen:

  • Gestart! Ik ben terug gestart met mijn bijberoep. Eerst was dat een vreselijke chaos, omdat ik wel opdrachten aannam, en er dan van uit ging dat ik dat wel eens tussen de borstvoedingen spontaan zou klaren. Maar het werd duidelijk dat dat niet helemaal zou lukken, met alle toestanden van dien. Intussen heb ik een systeem met vooral één oppas die goud waard is. Ze is liefdevol en enthousiast en pedagoge in opleiding. Ik laat haar ongeveer zes uur per week oppassen, verspreid over twee keer (dus 2 x 3 uur). Die uren ga ik dan werken op locatie, en als je mij bezig ziet zou je niet denken dat ik add heb :). Ik ben elke minuut van die uren in hyperfocus. Waar ik vroeger werkdagen had van acht uren die gedeeltelijk verlummeld werden (zitten twijfelen, praatjes met collega’s, lang over taken doen omdat het kon, …), is nu elke minuut optimaal benut. Ik geloof overigens enorm in het 30-urenproject van Femma, omdat ik nu ervaar dat meer uren niet perse meer opleveren.
  • Op locatie. Ik heb een plek gevonden waar ik voor 5 euro per uur kan werken, koffie & thee inbegrepen. Het is er een komen en gaan van freelancers en andere vrije vogels (hoewel ik nu naast een leraar zit die testen verbetert). De cappuccino is heerlijk en ik heb bijna altijd een latte art hartje. Ik werkte graag thuis, maar ik realiseer me ook dat ik de komende tijd (wegens aanwezigheid van de baby’s) waarschijnlijk nog weinig thuis zal kunnen werken. Die heerlijke dagen die ik ooit had waarbij iedereen de deur uit was en ik als enige thuis op zolder zat… Aaah. Voorbij. Voor minstens vier jaar. Buitenshuis werken heeft echter ook voordelen (zoals: je komt makkelijk in de hyperfocus-mood). Ik heb een aantal systemen en plekken uitgetest, maar deze relatief vrije plek (geen abonnement nodig en je betaalt per kwartier en belangrijk: er staat geen radio op!), bevalt me uitstekend.
  • Operatie Schoon Schip. Mijn depressie was niet alleen verwoestend voor mijn zelfvertrouwen, maar ook voor de orde en het overzicht in mijn leven. Ik heb heel veel losse eindjes die ik nu probeer af te hechten in operatie Schoon Schip. Het is schaamte-werk: dingen die ik al lang had moeten doen of te lang heb laten liggen, en die ik nu moet oppakken. Maar dat is de enige manier om het af te sluiten.
  • Betaalde arbeid. De fantastische oppas kost me 7 euro per uur. Een uurtje werken op locatie 5 euro. Een uur werken kost me dus 12 euro. Dat is absurd en staat niet echt in verhouding tot het aantal opdrachten dat ik nu heb (en met bv operatie Schoon Schip verdien ik niets, behalve zelfrespect opbouwen en herstel). Het is een keuze, om te investeren in mezelf. Om weer op de rails te geraken.
  • Kinderopvang. We zijn nog steeds bezig met de zoektocht naar kinderopvang. Ik blijf erbij dat dat in Nederland duur en complex is (lees ook het stukje van deze mede-twinmoeder). Omdat de regels in de kinderopvang veranderen (1 opvoedster per 3 ipv 4 baby’s nodig), nemen opvanglocaties ofwel meer personeel aan, ofwel weigeren ze baby’s omdat peuters goedkoper zijn om te verzorgen. Kortom: de Nederlandse vrouw heeft het echt niet zo makkelijk. Het ziet er naar uit dat we geen oplossing gaan vinden (een oppas aan huis, is goedkoper omdat we dan per uur en niet per kind betalen) voor het einde van mijn ouderschapsverlof, dus ik ga volgende week met de baas praten om mijn onbetaalde verlof te verlengen. Daarna kan ik max 3 dagen per week terug, want een oppas aan huis kan je maar voor 3 dagen in een voordelig stelsel. Ik zou niet terug naar België willen, maar dat is in België toch een pak beter geregeld én je krijgt (oud of nieuw systeem) meer kindergeld (in Nl: 200 euro per drie maanden per kind). Maar even terug over opvang: de jaren tot de kinderen naar school gaan, ga ik letterlijk voor een paar honderd euro per maand werken. Daar moet je al flink gemotiveerd voor zijn, en dan is dat alleen nog maar zo omdat ik hoogopgeleid en dus relatief goed betaald word. Ik vraag me eerlijk gezegd oprecht af hoe onze eventuele oppas haar kinderopvang regelt en het stoot me ook tegen de borst om iemand als een soort ‘huispersoneel’ aan te nemen en van haar te vragen haar leven te plooien naar de uren dat wij werken, voor de kids te zorgen, de was op te vouwen en te zorgen dat er eten op tafel staat als we thuis komen (en tegelijkertijd lijkt het me het feestelijkste ever).
  • Organisatie. Vanochtend appte ik de Man dat ik een #evaatje gedaan had. Eva staat hier voor mijn grote voorbeeld: iemand die sterk en gevoelig tegelijk is, iemand die een boek geschreven heeft, iemand die creatief en boss lady tegelijk is, iemand voor wie productiviteit niet clean en mannelijk is (als in: jezelf managen en werken in een bubbel waar geen was, afwas en zieke kinderen bestaan), maar iets is van het echte modderige en rommelige (familie) leven. Mijn #evaatje was een verbetering in ons leven, dat de boel wat makkelijker en efficiënter maakt. Ik had een weekmenu gemaakt en de boodschappen laten bezorgen… IN MIJN KEUKEN. Dat is iets dat Nederland voor heeft op België begreep ik. Door onze straten scheuren autootjes van verschillende supermarkten, met aardige bezorgers die je boodschappen met liefde even op je aanrecht zetten. Had ik het gevraagd, hij had de frigo nog even monter gevuld, geloof ik. Dit #evaatje past in het ‘wakker worden’. Ik ben precies zo lang niet wakker geweest, door de moeilijke zwangerschap, de depressie, de tijd met twee mini’s. En nu word ik wakker en wil ik weer wat en ben ik hard bezig met het leven efficiënter en handiger te organiseren en heb ik daar nog lol in ook.

Misschien maakt de Man binnenkort een nieuw verhaaltje: ‘Moeke op de kikkererwt. Niemand wist precies waar ze vandaan kwam, hoewel haar Belgische tongval iets verraadde. Naast de zorg voor haar lieve kindjes, managede ze het huishouden als een professional en was ze ook nog eens bijzonder succesvol in haar werk.’

Haha. Wishful thinking mag, toch?

Scènes uit een tweelingleven #4 – stand van zaken

Het is altijd een beetje moeilijk om over kinderen te schrijven. Want het is zo ‘gewoon’ en tegelijkertijd voor mij en de Man het middelpunt van het heelal. Sowieso is het schrijven de laatste tijd wat moeilijk. Dat heeft te maken met het ongestructureerde leven met twee baby’s, maar ook met de zoektocht naar wat ik wil vertellen. Mijn uitjes bijvoorbeeld wil ik best opschrijven, maar ik weet niet of mensen echt zitten te wachten op lijstjes van films die ik zie, boeken die ik lees of anderszins. Wat ik denk ik hier altijd gedaan heb, is dat praktische niveau ‘overstegen’ (in de zin van: dat ik meer meta-dingen schrijf, bijvoorbeeld waarom het mij deugd doet alleen naar de film te gaan in plaats van welke films ik heb gezien deze maand), simpelweg omdat ik mezelf verre van een type vind dat advies of tips aan anderen kan geven. Ik voel me eerder de kluns of chaoot van blogland, en zoals we allemaal weten: verstandige blogs met slimme tips zijn er al genoeg.

Maar dus. De kinderen. Hoe gaat het daarmee? Enkele losse dingen.

  1. De jongens. We hebben de kerstvakantie met behulp van een whiteboard en post-its goed gestructureerd. Elke dag een activiteit, geen lange dagen hangen en spelen. Ik ben niet zo van het structureren en plannen, maar ik weet nu heel goed waarom het goed is. Eerst en vooral komen spontane acties er toch niet van. Nee, wij gaan niet spontaan eens schaatsen met de jongens. We hebben een tweeling van zes maanden die we immers niet alleen thuis kunnen laten. Vervolgens kan je door vooruit te plannen en te denken ook een evenwichtig programma opstellen. Een theater, een film, een keer schaatsen, een indoor-speelhel. Tenslotte ben ik niet iemand die ‘zin’ heeft in dingen, zoals een indoor-speelhel, maar als je er op ingesteld bent en je de dag er rond organiseert, doe je het en besef je dat het nog niet zo gek is om met een koptelefoon op en een cappuccino tijdschriftjes te lezen tussen de joelende kinderen, terwijl de Man thuis vader-dochters-tijd heeft.
  2. De jongste zoon heeft het wat moeilijk. Hij treuzelt met alles en gooit ongeveer overal met zijn pet naar. Het is ontzettend irritant en ik heb daar verschillende gedachten bij. Namelijk: hij heeft twee zusjes gekregen, alles is anders, dus hij heeft tijd nodig. Ook: hij heeft vast ADD zoals ik. Ook: fuck, hij lijkt op zijn vader (en dan zie ik hem al volledig van het pad afgeraken doordat hij zich nergens voor kan motiveren). Ook: het is vast ook iets in de interactie. M.a.w. het kind VRAAGT iets van mij of toont mij iets, misschien wel over mezelf. Maar ik ben ZO geïrriteerd dat het heel moeilijk is om hier constructief mee om te gaan. (Irritatie doordat ik elke opdracht drie keer moet geven, hij standaard niet luistert, hij sommige dingen wel doet maar er dan met zijn pet naar gooit – zo vind ik zijn vuil ondergoed standaard naast de wasmand in plaats van er in.) De grote broer heeft een excellente periode met veel zelfsturing. Ik hoor hem wel eens nare dingen zeggen tegen zijn broer (categorie: ‘jij bent diarree’), maar dat lijkt me broers eigen. Toch? Zeg gewoon ja.
  3. De baby’s zijn een half jaar. EEN HALF JAAR. Om de balans even op te maken. We zijn moe. Het huis is een puinhoop. De nachten zijn nog zeer sterk onderbroken. De borstvoeding is bijna op (ik geef nog vier keer per dag melk aan de baby’s, maar dat zijn eerder symbolische slokjes denk ik – het voelt gewoon alsof ik amper nog melk heb, heeft ook te maken met het feit dat ik telkens ik ongesteld word – sinds de geboorte al vijf keer – zucht – een enorme productiedip heb). De baby’s doen het vrij goed. Uitdagingen zijn momenteel: structuur (ze slapen om 9u30 ’s ochtends 1u tot 1,5 uur en rond 13u ook nog eens, maar veel te weinig/te kort, waardoor het laatste deel van de dag – tussen 16 en 19u, altijd ploeteren is). Slapen. De oudste baby zet het elke avond meermaals op een krijsen, het lijkt alsof ze bang is. Helaas heeft ze ook een enorm stemgeluid dus maakt ze haar zus ook wakker en dan is het echt lol, met twee overspannen baby’s. Laatst suggereerde iemand tien keer na elkaar: laat ze anders gewoon eens een avondje huilen. Maar dat kan dus niet met tweelingen, want dat escaleert enorm. De onrust slaat over en voor je het weet zijn ze beiden totaal over de rooie. Wat leuk is: ze spelen, ze zitten in stoeltjes, ze maken steeds beter duidelijk wat ze willen en wie ze kennen. En ze verschillen dag en nacht, uiterlijk (hoewel er mensen zijn die ze niet uit elkaar kunnen houden) en karakterieel. We hebben een zenuwachtig mager pittig dingske en een gezapige rondbillige lieve baby.

Waar ik vaak aan denk is dat het oneerlijk doch logisch is dat er vaak een conflict is tussen moeders en kinderen. Ik ben me met de baby’s aan het loswrikken uit de symbiose die een hele tijd geduurd heeft (vanaf de conceptie tot nu). Natuurlijk ben ik er meestal, maar ik ga dus ook wel eens alleen op stap of ga een paar uur werken (bijberoep). Het kost zo veel (o.a. verontwaardiging, angst, …) om dit loswrikken te realiseren en eigen ruimte op te eisen, en ik kan me voorstellen dat dit proces veel mixed feelings teweeg brengt bij de baby’s. Ik zie nu ook dat de Man zich niet hoeft los te wrikken, die moet net de omgekeerde beweging maken, namelijk zich binden. En in verhalen van vrienden over de band met hun moeder, hoor ik vaak dat het net wel of net niet (voldoende) verbreken van de symbiose, hen gevormd heeft tot wie ze zijn, en dat daar vaak een portie wrok ten opzichte van de moeder bij zit. Elke poging om eigen ruimte te claimen, stoot tegen een soort verzet. Zit ik eens een uurtje te bloggen, word ik zes keer gestoord. Ben ik een avondje weg, krijg ik berichtgeving over hoe het thuis gaat met al meermaals de suggestie dat ik terug zou komen om de boel te sussen (het is een tweelingding: vanaf ze beiden overstuur zijn, is het ontzettend hysterisch en bijna niet te managen voor één ouder). Sta ik in de douche, worden me vragen gesteld over waar dingen liggen of hoe dingen moeten. Tot en met dat ik wel eens billen afveeg vanuit de douche. Mijn voornemen om gewoon ruimte te nemen, alsof het normaal is, heeft hier nog wat voeten in de aarde.

Scènes uit een tweelingleven #3. Too many baby’s

Ik krijg een appje van een vriendin. 
Dat ze best jaloers is. Leuk hoor, haar leven. Maar stiekem zou ze met mij willen ruilen.

Ik zit even verbaasd te kijken. Op het moment dat ik haar bericht krijg, zit ik met de kleine baby in mijn armen. De grote baby huilt in de kamer ernaast. Ik voel me machteloos en schuldig. Beide baby’s zijn moe maar willen niet slapen. Ik heb alleen drie pralines gegeten vandaag, en een kop thee en een kop koffie gehad. Het is 14u. Ik moet plassen. Mijn haar is nat van mijn drie-minuten douche, maar drogen kost te veel tijd en maakt te veel lawaai. Mijn huid is droog en trekkerig. Ik heb zo’n honger dat mijn hersenen niet werken.

As we write zit ik in een koffiebar. Ik heb wat oplossingen in elkaar gebokst. Oppas. Het voelt zwaar om weg te gaan, maar ik snak soms naar adem en daarom heb ik de boel de boel gelaten thuis. Ook al weet ik dat de Man dadelijk alleen is tijdens het lastigste uur van de dag met de kinderen. Ook al is weet ik dat het zwaar is voor een oppas als het al zwaar is voor mij, de moeder van de baby’s. Hoe blij we ook zijn dat de kleine baby gewoon ziet, een regulatiestoornis is niet niets. Het betekent dat ze erg gevoelig is voor prikkels, zichzelf niet kan kalmeren, dus altijd hulp nodig heeft om zichzelf te ‘regelen’. Laten huilen is geen optie, want ze wordt volledig hysterisch omdat ze er zelf niet uitkomt. De kinderarts zegt dat ze hier altijd last van zal hebben. Ze zal altijd kwader zijn dan andere kinderen. Intenser. Ze zal ons altijd nodig hebben om haar emoties te reguleren. En één baby met regulatiestoornis (ik vermoed trouwens dat veel huilbaby’s dit hebben), is niet niets. Maar een baby met een regulatiestoornis en een zusje dat ook wil eten, geknuffeld en getroost wil worden. Dat is soms. Uhm. Te veel.

En die vriendin? Hoe gezegend ik ook ben met twee levende baby’s, ik stuur haar terug: ‘Nee, dat wil je niet. Geloof me.’

De geest & de stofnetten

Intriest, vond ik het, dat mijn leven zo is dat ik niet eens elke dag drie bladzijden free writing kan doen ’s ochtends. Nochtans doe ik het meestal wel, enkel in echte crisis-gevallen of bijzondere omstandigheden (een logée in huis bijvoorbeeld waardoor het zo awkward is te zeggen ’s ochtends ‘ja, doei, ik ga een half uur schrijven voor mezelf‘ – terwijl dat net is wat ik wil kunnen!) 

Free writing, dat zijn de ochtendpagina’s van ‘The Artist’s Way’. Een programma om je inspiratie terug te vinden. Je kan cursussen doen in groep, maar ik heb het boek gekocht en probeer me nu even op mezelf de beginselen van The Artist’s Way eigen te maken: elke dag drie bladzijden schrijven. Mijn gedachten laten stromen. De geest laten waaien. Dagen waarop ik na het wandelingetje naar school en het in bed leggen van de droppies ga zitten en schrijven, zijn echt de betere dagen. Ik zink neer in mezelf, voel me wat meer gecentered. De geest waait en de stofnetten zijn weg. 

Een ander item is het kunstenaars uitje. Met jezelf op date! Met veel tralala kondigde ik aan dat ik weg ging. Het plan: de sauna met een boek. Ik keek er zo naar uit. De dag waarop het uitje gepland was, huilde de kleinste baby heel de dag. Ik was totaal op, en durfde niet weg gaan want als ze zich slecht voelt heeft ze me nodig. De dagen daarop was ik enkel maar kwaad op mezelf, dat ik mijn dating partner blijkbaar niet belangrijk genoeg vond om mee uit te nemen. It’s complicated, zo blijkt. Ik ben nog steeds niet uit geweest. Niet naar de sauna. Niet naar een film. Niet eens naar een koffiebar.

Dus vandaag zat ik aan mijn bureau en schreef ik mijn drie bladzijden. Is het mislukt, vroeg ik me af. Ik heb niet elke dag drie bladzijden kunnen schrijven en ik heb mezelf niet mee uit genomen. 
Ik keek terug en zag een hoop frustratie en boosheid. Ruzie met de Man (ik heb me nogal afgereageerd op hem omdat ik mijn uitje niet heb doorgezet, terwijl hij daar eigenlijk niets mee te maken had.) Chagrijn. En actie. Ik voelde een nood om weer te schrijven, om iets te creëren, en al die frustratie kwam voort uit die nood in combinatie met de zorg voor de kinderen, waarbij de tweeling de afgelopen week echt het huis flink op stelten heeft gezet. Ze hebben dagenlang gehuild, tot het punt dat ik de Man heb laten terugkomen van zijn werk omdat ik niet meer voor mezelf kon instaan. Toen hij thuis kwam zat ik met de baby’s mee te huilen. 

Dus. Is het mislukt, omdat ik totaal gefrustreerd geraakt ben?
Maar nee. Ik heb ook actie ondernomen. Ik had deze week vier (!) sollicitaties voor oppassen en heb een co-werkplek gecontacteerd waar ik ga proef-werken en ik heb dus eigenlijk gewoon geregeld dat ik 4 tot 6 uur per week weg ga, terwijl er een oppas bij de popjes blijft, en ik dus ergens ga schrijven, creëren. Het klinkt misschien onnozel, maar het is een aardverschuiving voor mij momenteel. Ik ga iets voor mezelf doen, na meer dan een jaar in een pre- en postnataal nest.

Dus ik schreef vanochtend en ontdekte dat er veel verandert en toen zag ik mezelf schrijven dat ik weer een vulpen wou. Het gevoel overviel me, dat gevoel van vroeger in de Latijnse met mijn Parker met zwarte vullingen, en altijd die inktvlek op mijn middenvinger. Mijn middenvinger die scheef staat van al die jaren studeren en dus heel veel schrijven met een Parker met zwarte inkt. Die Parker waar ik op de unief bladen vol nota’s mee maakte. Die Parker die gaandeweg ergens achter bleef en vervangen werd door een pen met het logo van mijn werk.

Ik vertelde de buurman, onderweg naar de winkel, dat ik een vulpen ging kopen. Alleen dat. Maar hij snapte het, en hij zei: een goed begin voor een schrijver. (Dat was een raar en magisch moment.) Dus ik trok naar de winkel waar ik zag dat er vulpennen zijn van 15 tot 250 euro en vast ook wel meer. En ik kocht weer zo’n Parker met een doosje zwarte vullingen. Het is niet eens een dure pen, maar ooo, wat een genot na al die jaren. Mijn geschrift gaat er meteen drie sprongen mee vooruit. Ik wou dat het al morgenvroeg was, dan kon ik mijn morning pages schrijven. 

Borstvoeding. De maffia in mijn hoofd.

Het is meer dan een jaar geleden dat ik nog eens meer dan twee uur aan een stuk heb geslapen, realiseer ik me.

Ik realiseer me ook dat ik geluk heb met de tweeling en ik ben dol op ze, maar de hormonale bescherming tegen vermoeidheid geraakt ‘op’ en ik weet soms niet meer waar mijn hoofd staat.

Ik ben helemaal pro borstvoeding, maar nu ik er aan denk te stoppen omdat ik uitgeput ben en omdat ik mijn add-medicatie terug wil opstarten om weer wat grip te krijgen op het leven en op mezelf (mijn hoofd is mijn grootste vijand bij momenten, en dat is heel naar), galmen zinnetjes uit het borstvoedingsboek van Stefan Kleintjes door mijn hoofd. Ik vond het trouwens een heel slecht gestructureerd boek met ‘valse’ beloftes. In het hoofdstuk over borstvoeding aan tweelingen staat bijvoorbeeld niets over borstvoeding aan tweelingen, maar wel over prematuurtjes. Anyway. Ik heb een aantal keer een lactatiekundige geraadpleegd, en ook daar heb ik gemengde gevoelens bij, want ze zijn een soort advocaten van de borstvoeding. Dat je nooit eens langer dan twee uur weg kan, en nooit langer dan twee uur kan slapen en dat over een best lange periode (intussen ongeveer 5 maanden) wordt niet echt in rekening gebracht. En ook niet dat borstvoeding een soort alles-of-niets is. Je kan geen dagje vrij nemen.

En eerlijkgezegd ben ik met twee baby’s, na een heel heftige zwangerschap en met een moeilijk te reguleren kindje waardoor mijn dagen allemaal onvoorspelbaar zijn, wel eens toe aan vakantie. (En rara, wie kwam er nadat ik deze zin typte een portie melk halen en weigerde weer in haar eigen bed gelegd te worden? Ze schrijft nu mee.)

Zolang het goed gaat, is heel die borstvoedings-propaganda ondersteunend. Je krijgt er een trots gevoel van, want je doet het toch maar even. Elke druppel telt wordt je toegefluisterd. Blinken van trots. Intussen heb ik al die propaganda geïnternaliseerd en weet ik niet meer of ik ook weer kan stoppen. Stoppen lijkt het egoïsme ten top. 

Ik heb een ongezond eetpatroon, van vermoeidheid. Ik ben zo fucking moe dat ik de hele dag zin heb in eten. Ik heb vanochtend tegen de Man gesnauwd omdat hij de kamer binnen kwam waar ik me heel even verstopt had toen ik iedereen gevoed en gesust en afgeschud had. We hebben al de hele dag ruzie omdat ik zo ‘uit mijn plaat ben gegaan’ om met de mooie uitdrukking van de buurvrouw te spreken. Ik heb vaak geen energie meer om ’s avonds een verhaaltje voor te lezen. Ik ben nooit meer alleen, op een kortstondig toiletbezoekje na. De baby’s bijten op mijn tepels. Ik slaap niet langer dan twee uur per keer en maximum vier uur per nacht, en dit al maanden. Mijn hoofd is een soep en mijn leven (huis, werk, inbox) is een soep geworden door de combinatie tweeling, (op dit moment dus onbehandelde) ADD en slaaptekort. (Zonder ADD-medicatie is mijn zelfbeeld echt verwoest. Ik kan niets meer starten en niets meer afwerken, ik stel echt niets meer voor. Wie was die vrouw die vroeger een 0,9 fte baan combineerde met een goedlopend bijberoep? Soms lijkt het alsof ik alles kwijt ben.) Ik weet niet meer wie ik ben en wat ik wil. Ik ben elke dag bang voor de dag dat ik weer naar kantoor moet en ik heb geen idee hoe ik er dan aan toe zal zijn (zoals het er nu uitziet: een wrak met een relatiecrisis en een huis in puin). Ik lust geen thee meer omdat ik er drie liter per dag van moet drinken. Ik ben vaak duizelig van uitdroging omdat ik geen thee meer lust en omdat ik al dat drinken ook wel beu word. En ik had ‘ik word’ met dt geschreven. Dat zegt genoeg.

Dus. 
Dus ik weet het even niet meer.

De baby’s wel. Die weten elke drie uur perfect wat ze willen. En dan zoom ik uit en denk ik: wat zijn die maanden nu op een mensenleven? En ook: elke druppel telt. 

De Donkere Dagen en een Date met mezelf

Het is ochtend. De dames liggen bij me in het grote bed. Kleine zus probeert de aandacht van grote zus te wekken door hardop te lachen. Grote zus glimlacht en kijkt me vragend aan.

We zijn intussen bij de dokter geweest met Kleine Zus. Ze heeft een regulatiestoornis, wat kort gezegd in haar geval betekent dat ze niet goed afgesteld is. Op sommige dingen reageert ze veel te heftig, op andere dingen niet, apathisch. Waardoor het dus leek dat ze niet kon zien. Aha. Ze moet naar de baby-fysio. Maar ze heeft natuurlijk een soortement abonnement op de osteopaat, en we zien dat die behandelingen haar steeds meer ‘op de wereld’ brengen. In haar lijfje. Ze is een pittig kind, het is leuk om haar bezig te zien.

Intussen waren er de Donkere Dagen. Dagen waarop mijn hoofd was als in de zwangerschap. Pikzwart. Ik was doodsbang om weer depressief te worden. De Man en ik hadden crisis-beraad. De nacht na de tweede donkere dag, kreeg ik buikgriep. O hel, spugen en borstvoeding geven door elkaar. Vierentwintig uur niets eten en wel twee lijfjes voeden. Ik realiseer me dat ik niet mijn lijf en mijn hoofd tegelijk op orde kan houden. Het vechten tegen de ziekte kostte mij mijn mentaal welbevinden. Na de buikgriep klaarde het allemaal weer op. Maar het heel voorval deed me milder kijken naar de zwangerschapsdepressie: ik kon niet twee mensjes maken en tegelijkertijd ook nog mentaal op orde blijven.

En er is ook iets nieuws. Ik zou het van de daken schreeuwen en iedereen aanraden: het boek The Artist’s Way kwam op mijn pad. Het is een methode van 12 weken om je inspiratie terug te vinden. Ik heb helemaal geen kunstenaars-ambities (hoewel ik graag schrijf en daar meer mee zou willen doen), maar ik heb wel allerlei blokkades en angsten, door hoe de voorbije jaren waren. De zwangerschapsdepressie was de druppel, daar ben ik volledig gestagneerd. De basis van The Artist’s Way is elke dag drie bladzijden ‘free writing’. En daar valt niet over te onderhandelen. Natuurlijk heb ik daar geen tijd voor, maar ik doe het gewoon wel: dagelijks die ochtendpagina’s. Daardoor ga ik de dag al heel anders in. Ik dump er gedachten, gevoelens en kom er tot inzichten. Maar vooral: ik doe het. Ik doe het voor mezelf en ik krijg weer vertrouwen in mezelf. Maar ook: ik dwing tijd voor mezelf af. Een tweede pijler is het wekelijkse kunstenaars uitje. Een uitje met jezelf. Mooi vond ik dat: als je een goede band wil met iemand, moet je quality time inbouwen. Daten! Waarom niet met jezelf? Wel, ik ga (met bibberende benen want ik zit al een behoorlijke tijd in de baby-bubbel) morgen op date met mezelf. Het is best raar dat mee te delen tegen de Man. Het is best raar dat vol te houden, het echt te gaan doen. Maar ik denk dat het heel heilzaam zal zijn. Niet alleen de Moeder zijn, de Vrouw, de Tepel. Diegene waar aan gezogen en op gespuugd wordt. Maar even mezelf. Ik kijk er al dagen naar uit. Daarnaast bestaat The Artist’s Way uit 12 weken met thema’s en oefeningen. KOOP DAT BOEK, en begin er aan. Het is denk ik de best besteedde 24 euro van het jaar geweest voor mij :). Ik wil graag weer vaker schrijven (hier) en deel uiteraard af en toe hoe het mij vergaat.

Scènes uit een tweelingleven #2

Kleine broer kijkt hoe ik de grootste baby verzorg. Ik raak haar neusje aan en zeg ‘mooi neusje’. Ik raak haar oortjes aan en zeg ‘mooie oortjes’.
‘Waarom doe je dat?’, vraagt hij.
‘Dat deed ik bij jou ook,’ vertel ik. ‘Zo leren kindjes dat ze een lichaampje hebben en wat er allemaal op en aan zit, en hoe het heet. Doe jij ook maar als je wil!’
Hij kijkt bedachtzaam. Legt dan zijn hand op haar luier en zegt monter: ‘Mooi spleetje!’.


We gaan naar Antwerpen. Hij, ik en de baby’s. Een middag. Bij het ontbijt google ik de leukste en hipste koffie- en lunchplekjes. We sturen goed aan. Bad, drinken, auto, de beste garantie op een lange dut en dus een relaxte reis. Dat gaat vrij goed, enkel de laatste 30 km wordt er gehuild op de achterbank.
Anyway.
We parkeren tussen de Vlaamse en Waalse kaai. We laden de baby’s uit, vouwen de bugaboo open. Lopen richting het uitverkoren hippe en gezonde lunchplekje. En we kunnen niet binnen met de tweelingwagen. De baby’s hebben honger. Wij ook. Dus komen we terecht op de eerste de beste plek met een dubbele deur en behulpzaam personeel en dat blijkt een soortement pitabar te zijn. Nu heb ik geen instagram (laatst wou ik het wel starten, maar ik vond het confronterend dat ik alleen maar foto’s van mijn kinderen kon/zou posten, ik zag me gereduceerd tot een #mom of #twinmom en dat kwam loeihard binnen, dus verwijderde ik mijn account meteen), maar in mijn hoofd heb ik vaak idyllische en instagram-waardige voorstellingen. De Man vindt dat een afwijking, hij vindt dat ik alles ‘dille en kamille’ wil en dat dat ver af staat van de realiteit. Anyway. Falafel en borstvoeding. Het is reuze ongemakkelijk. We zitten beiden met een baby in onze armen en met één arm te eten, en uiteraard valt de inhoud van mijn broodje onder tafel. Zucht. Maar niet getreurd. Voor de koffie wandelen we verder naar een geselecteerde en instagramwaardige koffiezaak. Alwaar trappen blijken te zijn, niemand plaats wil maken voor ons en ik nog een sneer krijg van een dame omdat ik de deur vijftien seconden open laat staan om te kijken of we nog ergens terecht kunnen in een hoekje. Een dame die alleen in een hoekje zit waar wij makkelijk met de baby’s zouden kunnen zitten als zij een ander plekje zou uitkiezen, kijkt me minzaam aan en blijft zitten. Ik snak, snak, snak terug naar onze eigen stad, waar iedereen aardig is, waar mensen opspringen, we soms wat te veel complimentjes krijgen met de beebjes en waar we exact weten in welke koffiezaak we breed binnen kunnen én aardig bediend worden. (Overigens schrik ik elke keer als ik in B ben van de norsigheid van winkelpersoneel. Ik vind het onbeschoft. Ben het gewend in elke winkel hier aardig begroet en olijk geholpen te worden en ik wil niet veralgemeniseren, maar het contrast is soms best groot.)

(En ja, er zijn ergere dingen dan bijna nergens binnen kunnen. Dit is tijdelijk. Ik vraag me wel steeds meer af hoe het leven van iemand in een rolstoel er uit ziet. Maar Antwerpen voelde zo ongastvrij en zo onvriendelijk en dat was best een teleurstelling.)


Een yogaworkshop met ontbijt. De Man laat er zijn wekelijks ochtendloopje met vrienden voor schieten. De yoga doet pijn, mijn lijf is gammel, en tijdens het ontbijt krijg ik een niet mis te verstane emoticon van de Man, dus neem ik de benen. Maar wat voel ik me even vrij. Alle luikjes in mijn hoofd klappen open, ik ben weer even mezelf en niet alleen de Tepel, de moeder, de vrouw.
Meer van dat! Ik word uitgenodigd door een clubje buurvrouwen om samen te eten. Het is bijna onwennig, om onder volwassenen te zijn. Om de baby’s niet in de buurt te hebben. Om even weg te zijn. Maar het doet me oneindig veel deugd. En ondanks de extreem gebroken nacht die er op volgt, heb ik energie. Tijd doorbrengen met een clubje andere vrouwen kan zo goed zijn.

[Vraagje: de buurvrouwen hebben me tijdens mijn zwangerschap veel geholpen. Iemand een leuk idee voor een dankjewel-cadeautje?]

 

Scènes uit een tweelingleven #1

Zo, tater ik. Zijn jullie alweer wakker? Gaan jullie lekker in badje?
Ze lachen om de beurt vanuit hun bedjes. Omdat ze mijn stem horen. Omdat zeker de grootste baby me ziet. Stralende oogjes vol verwachting. Die met de tepels gaat ons optillen en meenemen en iets doen. Misschien wel melk.

Eerst de kleinste baby naar beneden. Ik kom jou zooo halen, zusje, beloof ik. Dat doe ik. Enthousiaste moeder als ik ben heb ik alles voor het badje al klaar gezet en alweer mag eerst de kleinste want die kan het hardste huilen en de boel dusdanig verzieken voor de grote zus.

Wassen, badje, masseren met Weleda-olie. En dan begint ze te huilen. Ze huilt. Ze krijst. Ik heb geen flauw idee wat er is. De tepel weigert ze. Ze snift en er stromen traantjes over haar wangen en tussendoor kijkt ze heel nuffig. Ik hou haar vast en praat een beetje tegen haar. Laatst zag ik een moeder in één minuut zes troosthoudingen proberen, ik zou er als baby horendol en knettergek van geworden zijn, dus hou ik mijn krijsend kind beheerst een tijd lang tegen me aan. Haar lijfje spant zich op tot een boog. Ze brult. Nee, de tepel wil ze echt niet. Een draad met huil-kwijl hangt tussen de tepel en haar woeste mondje.

Zusje zit er intussen verbaasd bij. Ik voel me schuldig omdat ik het kleintje niet getroost krijg. Ik voel me schuldig omdat de zus er bij zit en er naar moet kijken, en ik haar geen badje kan aanbieden. Geen tepel. Geen armen. Geen lach. Ik voel me schuldig omdat ze zo gelaten is. Ze is het al gewend te wachten al is ze amper vier maanden oud.

Ik check of er labeltjes zijn die pijn doen. Of de wasbare luier wel goed zit. Of ze het niet warm heeft. Ik vraag me af of het de prikjes van vorige week waren. Ik zing. Ik aai. Ik kus. Ik bied de tepel weer aan. Ik geef haar anti-buikpijndruppeltjes (sab simplex, moet elke baby-ouder in de kast hebben staan). Er volgen een aantal knallers van boeren (uit een lijfje van 5,5 kg, je moet het kunnen). Ik weet niet of de boeren de oorzaak waren, of dat ze het gevolg zijn van het hysterisch huilen. Ze wil drinken. Met veel snikken tussendoor en veel moeite. Geen idee wat ze binnen heeft.

Dan zet ik haar in haar stoeltje. Geef zusje de borst  terwijl zij eerst nasnikt en tenslotte nuffig in de verte tuurt. Ik breng haar naar bed. Ze verzuipt bijna in de iets te grote slaapzak. Klein hoofdje. Klein mensje. Ik wou dat ik je beter begreep.

Beneden zet ik zusje in bad. Masseer ik haar. De stilte is oorverdovend. Ik zeg haar dat ze een lieve, flinke baby is. En ik voel me schuldig omdat ik niemand met niemand wil vergelijken. Natuurlijk is ze lief en flink, maar dat zeg ik vooral omdat haar zus net de boel op stelten heeft gezet met een volume waar de buurvrouw wel eens van langskomt om te kijken of er extra handen nodig zijn.

Later leg ik zusje ook in bed. Vind dat ik wel lunch heb verdiend. Lees de krant on line tijdens het eten. Eet wat te veel om mezelf te troosten. Ga twee keer checken bij de dametjes. Vraag me af wat het geweest is. En dan denk ik: twee kiwi’s gisteren. Natuurlijk. Kiwi! Als we maar een verklaring hebben.

In scènes uit een tweelingleven vertel ik kleine verhaaltjes uit het leven zoals het is met een stel tweelingbaby’s.