Een dag uit het leven van Prinses & cO: maart 2016

Elke maand beschrijf ik een banale dag uit ons leven. Het leven zoals het is – Prinses & cO. (Co= kleuterzoon en peuterzoon).

Een dag uit maart, alsjeblief!

07u00
Zaterdag. Jongens wakker. Kleuter gaat beneden spelen, Peuter eist een flesje. Ik sleep me stram uit bed. Na het flesje laat ik de Peuter boven spelen en slaap ik nog wat verder. Ik word wakker van gekrijs als hij zijn speelgoed in de wc heeft laten vallen. Ook goedemorgen.

10u00
Aangekleed, een stukje krant gelezen, ontbeten, fris en monter. Een vriend komt een paar klusjes doen. Ik heb een lijstje gemaakt. O.a. het installeren van rookmelders staat daarop. Ik ben al jaren bang dat er ooit een nachtelijke brand zou komen en dat ik niet zou weten welk kind eerst te redden. De jongens maken extreem veel ruzie en willen helpen, wat niet altijd handig is. I manage.

13u00
We zitten aan tafel. We eten miso-soep en brood. Ze eten het, wonderwel.

14u30
De Peuter slaapt. De Kleuter speelt. Ik sorteer kleedjes en ontspul het huis. Het leek zo’n onmogelijke opdracht en ik heb het heel lang uitgesteld, maar nu heb ik een systeem om de kleedjes te ordenen, en ben ik druk bezig met alles in categorieën leggen. Vreemd genoeg moest ik om te ontspullen eerst een auto vol spullen bij kopen. Ik heb bij IKEA een goedkoop rek gekocht en allerlei dozen en bakken, alsook een tijdschriftenrek om mijn dossiers te ordenen. Een behoorlijke aanslag op de rekening, hm. Maar het effect is er. Althans: het begin ervan. Waar alles opruimen en selecties maken absoluut onmogelijk leek, sta ik het nu gezellig te doen, en is het niet eens zo erg. Integendeel. Dat het huis wat leger en opgeruimder wordt, geeft rust en past ook in de positieve beweging die in mijn leven ontstaat.

16u00
Wat we zelden doen, is de stad in gaan. Ik moet een aantal cadeautjes hebben dus neem de jongens mee. Ik vind het heerlijk om cadeautjes uit te zoeken en er een lief briefje bij te schrijven. Twee leden van het logeergezin zijn jarig en we gaan op bezoek bij vrienden. Drie cadeautjes dus. We komen voorbij Simon Levelt en ik trakteer mezelf op een zakje kaneelamandelen.
Financieel doen dit soort dingen mijn maag altijd wat krimpen. Geven is leuk, en iets kopen eigenlijk ook. Maar ik wou dat ik daarvan kon genieten zonder de hele tijd te denken aan hoe de eindjes aan elkaar geknoopt moeten worden hier. Ik kalmeer mezelf door te zeggen dat ik nieuwe opdrachten heb met mijn bijberoep, dat ik het tot nu toe altijd red en dat ik zelfs een heel klein beetje geld opzij heb kunnen zetten door mijn bijberoep, maar toch voelt het heel onveilig en onwennig om deze week naar IKEA gegaan te zijn en drie cadeautjes gekocht te hebben. En o jee, ik ben ook in de carwash geweest en bij de kapper. Dat het beter begint te gaan met me, wordt ook duidelijk in het feit dat ik dingen opneem: ik ontspul, ik ben naar het containerpark geweest, voor het eerst in een half jaar bij de kapper en voor het eerst sinds ik mijn leasewagen heb, heb ik ‘m gewassen. Enerzijds ben ik trots, anderzijds is het schuldgevoel rond financiële dingen zo vermoeiend. Bij elke euro die ik uitgeef, heb ik het gevoel dat dat eigenlijk niet mag.
Bij ons uitje gedragen de jongens zich voortreffelijk. Ze geven elkaar een handje op straat en stappen trots voor me uit in de autovrije straten. Ik ben zelf heel rustig met hen en we hebben het gewoonweg echt fijn met elkaar. In de auto naar huis vertel ik heb hoe trots ik ben en hoe ik van hen geniet.

17u30
De jongens kijken een filmpje, ik drink een kopje koffie en eet (stiekem) een kaneelamandel terwijl de bataat-puree op het vuur staat. Heerlijk. Ik denk even dat ik het eigenlijk heel goed doe, zo op mijn eentje. De kinderen en ik hebben het leuk samen, ik ben in het huishouden stapjes vooruit aan het zetten en op het werk gaat het ook steeds beter. Over het werk ben ik mild met mezelf. Ik ben nu negen maanden in dienst op mijn nieuwe baan. De periode van voor Kerst tot ergens in februari was een hel, omdat alles me verschrikkelijk over het hoofd groeide. Nu ben ik stilaan bezig controle terug te krijgen. Het eerste jaar in dienst is bijna rond, ik heb wat beginnersfouten gemaakt met betrekking tot werk inschatten en plannen, maar ik leer en groei. Ik hoop dat ik mag blijven in de baan en kijk al uit naar een tweede jaar waarin ik meer in control ben en hopelijk ook meer geniet van het werk.

18u15
De jongens eten soja-yoghurt. Niemand lustte de puree en de vege balletjes. *zucht*
Het is me echt een raadsel hoe het komt dat mijn kinderen nog geen hongerdood zijn gestorven.

18u45
We ruimen op met een muziekje. De jongste staat te shaken, die danst graag en neigt zich al eens te drukken als er gewerkt moet worden. De oudste doet voorbeeldig mee. Alles voelt goed en compleet. Ik herinner me levendig hoe zwaar ik de avonden vond vroeger, van schooltijd tot slaaptijd, met twee kindjes. Nu worden we steeds meer een teampje en slaag ik er in in het moment te zijn, in plaats van te willen dat het voorbij is.

19u30
Iedereen in bed na ons vertrouwde slaapritueeltje met twee boekjes. De kleinste zingt nog wat.

20u15
Ik heb nog een koffietje gedronken en een artikel uit de krant gelezen op de bank, en ga weer aan de slag. Ik doe een aanpassing van mijn nieuwe organisatiesysteem en begin taakjes te doen. Ik bereid een studiedag voor dinsdag voor, zonder al te veel stress. Wacht even, waar is de oude prinses gebleven? Die zou doodmoe zitten stressen en uitstellen. The new me werkt rustig, effectief en heeft overzicht. Ik ben minder vermoeid omdat ik in mijn weekplanning gisteren een vrije avond heb ingepland en dus ook heb genomen. Zonder stress, zonder werk in mijn kop. Gewoon vrij, omdat ik dat gepland had.

23u55
Bed. ‘Mijn moeke,’ mompelt de peuter als ik bij hem ga liggen met mijn kersenpitkussen op mijn buik. Ik glimlach en val in slaap.

Epiloog

In slaap, maar niet voor lang. Kleuternachtmerries, en daarna met drie in bed. Op zondag ben ik geradbraakt. Om maar even te zeggen: het kan verkeren.

Advertenties

Recht of krom

Ik twijfel er nog steeds aan, aan mijn keuze om een rechtszaak te starten tegen Dirk. Ik heb de keuze niet alleen gemaakt, maar samen met een zevental hulpverleners die benadrukten hoe belangrijk het was om wat te regelen.

Tot die tijd probeerde ik Dirk ‘onder controle’ te houden. Akkoordjes. Een beetje omgangsmomenten waar ik zelf dan van ‘profiteerde’ om wat noodzakelijks te gaan doen, en dan in mijn huis want hijzelf had geen context. Akkoordjes die koordjes rond mijn nek werden. Niet zelden moest ik gaan werken, en kwam ie niet opdagen. Niet zelden kwam hij ruzie maken, zocht hij seksueel contact op momenten dat ik al moeilijk genoeg had om gewoon op mijn benen te blijven staan – laat staan me te verdedigen tegen hem. Niet zelden eindigde het allemaal in een drama. Niet zelden kwam ik thuis om leemtes in mijn kasten te vinden. Niet zelden had hij alle lichten aangelaten en loeide de verwarming overal in huis (ik ben zelf extreem zuinig daarmee). Niet zelden had hij in mijn papieren gezeten en op het fototoestel gekeken naar foto’s die ik voor mij had willen houden (niets bijzonders, gewoon momenten van mij en de kinderen) (uiteraard deed ik na een tijdje de werkkamer op slot). Niet zelden gebruikte hij het feit dat ik in de tijd dat hij er was werkte/iets voor mezelf deed, tegen me. Eén keer vijsde hij de nummerplaten van mijn auto om die op een ander voertuig te gebruiken. Eén keer zette hij mijn auto met platte band terug op de oprit. (Lul. Uiteraard zette hij me onder druk mijn auto te gebruiken om naar de opvang te gaan. Terwijl ik jaren heb gefietst.) Het contact was telkens een beproeving voor me, omdat ik een tijd lang nog naar hem verlangde. Omdat hij mr Charming was en ik daar altijd van in de war geraakte. Omdat ik alles wat ik zag niet kon matchen.

Een rechtszaak dus. Deze arme stakker nam een advocate en een bijberoep om de advocate te kunnen betalen, en het hele zaakje werd in gang getrokken. Een absoluut verschrikkelijke rechtszaak met een boertige rechter en een van zijn kant verschrikkelijk geniepige advocaat later, had ik wel gekregen wat ik wou: een sociaal onderzoek, met persoonlijkheidstest voor hem. Wonder o wonder.
De advocaat weerlegde al mijn verhalen. Schilderde me af als een hysterisch wijf dat de breuk niet kon verwerken en wraak wou nemen. En zijn cliënt zou uiteraard dezelfde week nog een huis gaan huren, op eigen benen staan en werk zoeken. Ik in blinde paniek. Pas in januari kwam er wat beweging, huurde Dirk inderdaad een studio, ging hij twee dagen per week werken en outte hij zich als homo.

Ik onderging intussen gesprekken met een gerechtsexperte, en een huisbezoek. De vrouw in kwestie is vast wel kundig, maar ze stelt dingen uit en heeft een zweem van desinteresse over zich. Uiteraard moet ze afstand houden, dus ik begrijp dat ze geen klik probeerde te krijgen met me. Maar ik vond bij haar ook geen sterke wens terug om de waarheid boven tafel te krijgen om een zo goed mogelijk advies te schrijven.

Ik denk soms terug aan de juriste van Similes, die me aanraadde geen rechtszaak te starten. Dat je het tegen iemand die goed is in manipuleren bijna niet kan winnen. Dat je moet blijven proberen met akkoordjes. Tientallen jaren lang.
Zou dat gelukt zijn? Ik denk eerlijkgezegd dat hij me al lang had opgeknoopt, met die (ak)koordjes.

Nog een paar weken voor we weer voor de rechter staan. Ik word steeds nerveuzer, vraag me af of hij zich ook geout heeft tegen de experte, of hij door de test geraakt is, of ze hem sympathiek vond, of hij zijn diepbruine ogen in de strijd heeft gegooid. Of een gerechtsexperte zich laat manipuleren. Of een rechter zich laat manipuleren. Of mijn advocate tot het uiterste gaat. Of de zijne dat weer zal doen.

Wat ik alvast weet, is dat zo een rechtszaak geen kwestie is van de waarheid bloot leggen. Mijn waarheid is anders dan de zijne. Volgens mijn waarheid is hij een psychopaat die best minimaal contact met een kind heeft. Volgens zijn waarheid ben ik een hysterisch en wispelturig wijf die slalomt tussen afstand en nabijheid en niet kan omgaan met een relatiebreuk. Ik heb geen enkel vertrouwen in de waarheid die uiteindelijk aan het licht kan komen. Als mijn eigen ouders die een en ander meegemaakt hebben, zelf niet zien wat er aan de hand is en contact met hem onderhouden. Tja.

Ik ontwikkel mildheid naar mezelf toe. Kijk naar mijzelf in een rode jurk vorig jaar op de rechtbank. Vraag me af waarom ik dat in godsnaam toen alleen heb gedaan, maar vraag me voor binnen enkele weken af wie er in hemelsnaam is om mee te vragen voor iets dat niet bepaald een feestje is.

Ik weet dat ik domme dingen heb gedaan, dat het in de eerste plaats aan mezelf te danken is dat ik met een Dirk geëindigd ben. Ik weet dat het stom was om hem niet vroeger het huis uit te zetten, hem geld te lenen, zwanger te worden, begrip op te brengen, maar hem te blijven verlangen, … En toch, toch denk ik nu soms dat het taaie jaren zijn geweest en dat ik bij momenten nog wel een dappere strijd gevoerd heb. En nog steeds voer. Laten we gewoon maar even hopen dat er een punt komt waarop ik hier op kan terugkijken. Van op afstand. En dat alles wat nu onzeker is en pijn doet, dan in het verleden ligt en goed is uitgedraaid.

Epiloog. Intussen bood een vriendin aan mee te gaan naar de rechtbank. Omdat ze weet wat het is als anderen over je leven beslissen. Ik ben er nog steeds stil van, het is immers niet bepaald een picknick in het park…

 

 

 

 

Update van het prinsessenbestaan

Enkele momenten, samen met een kleine update van hoe het hier gaat. (De vorige update kan je hier vinden…)

Leven voor tien
Een tijdje geleden was ik bij een organisatie met een mooi motivatieschema op de muur. Er waren drie categorieën: tandje erbij (spreekt voor zich), biertje erbij (voor alles dat relax kan) en working on it. In elke categorie kon men post-its hangen. Er was ook een high-five-pot voor de verwerkte post-its. Medewerkers konden hun naam plaatsen bij wat ze gedaan hadden en elke maand werd er een winnend post-itje getrokken en kreeg die medewerker iets leuks.

Thuis op een bezige avond bedenk ik een eigen variant, en palm ik een muur in met de volgende categorieën:
Twee minuten: alles dat zomaar even moet. Denk aan: declaraties, iemand bellen (met telnr op de post it!), …
Kopje koffie erbij: alles wat de komende weken eens moet, maar nu nog geen gillende sirenes oproept in mijn hoofd.
Wekelijks: dit is er eentje met twee kolommen voor ‘te doen’ en ‘gedaan’. Wat altijd moet: voedselteam bestellen en ophalen, een keer de administratie verwerken, het afval buiten zetten, een weekly review doen van mijn werk en weekplannen.
Tandje bij: alles wat NU ONMIDDELLIJK LIEFST GISTEREN moet.

Uiteraard is de laatste categorie goed beplakt met post-itjes. Ik werk een paar uur, plak ongeveer 100 briefjes en bedenk dat ik leef voor tien. Dat, in combinatie met het fragiele waar ik over schreef, maakt dat ik vaak enorm moe ben.

Kreupel
Een vriendin op bezoek. Ik te kreupel om kaneelbroodjes te halen voor bij de thee. Moe, pijn. Ik ruim het ontbijt nog snel op. Boterhammen met honing. Euhm, hoe raar is het dat ik geen energie heb? Ik geef mezelf een imaginaire schop onder mijn kont. Kan beter. ’s Avonds snijd ik alvast een paprika en twee wortels in reepjes. Die gaan in een doosje voor in de auto morgen. En het lukt me vast ook wel om een appel te eten. Bij het avondlijk werk eet ik een trosje druiven. Beter zo. Soms, als ik een beetje energie heb, doe ik best goede dingen.

Hulp
Ik had nergens meer op gehoopt. Ik verwachtte dat ik in het gesprek met Familiehulp mezelf zou moeten verantwoorden omdat ik het niet aan kan, alleen. Niets daarvan. Een constructief gesprek. Ik moest bijna huilen toen ik het lijstje zag met aangevinkte taakjes waarbij ik hulp kan krijgen. De uurprijs viel ook beter mee dan ik dacht, en ik kan zo lang Familiehulp krijgen als ik nodig heb. ’s Avonds bekijk ik mijn agenda en vraag ik tweewekelijks vier uur op mijn vrije vrijdag, zodat ik samen met de familiehelpster wat bergjes kan verzetten in da house. Vol verwachting.
Daarnaast helpt de sociaal werker van het OCMW me wat dingen op orde te krijgen. Een wereld van verschil. Op zich zou ik alles zelf moeten kunnen, alleen ben ik daar nu te moe voor. Alleen al het idee dat je er niet meer alleen voor staat, maakt 200% verschil.

Kinderen
De kleinste is een protmachien en een moppentrommel in één. Vreemd genoeg begint hij ondeugend te worden (hij was altijd erg lief) en daagt hij uit. Als ik hem in de hoek zet, staat hij daar in zijn vuistje te lachen. O jee. Heb hem laatst in bed moeten leggen zonder verhaal om duidelijk te maken dat ik boos en verdrietig ben. Moederhart gekneusd. Hij niet erg onder indruk.
De grootste heeft een rustige fase, waarin hij me blijft bestoken met vragen over leven, dood, het heelal en God. We hebben het fijn, als ik maar zo duidelijk mogelijk ben over alles en als we het allemaal rustig aan doen. Vandaag vroeg hij trouwens of ik vroeger een aap was. Tijdens het rijden. Dat is tegelijk schateren en denken: ‘hoe ga ik die evolutietheorie nu eens duidelijk uitleggen?‘.
Soms is het grappig om in hun interacties (als ze even geen ruzie hebben) mezelf terug te horen. Ze zijn mijn alles, die twee. *Ping ping, hartjes stromen uit mijn oren en ogen.*

Dirk
Ik kan goed afstand houden. Hij probeert elke kans aan te grijpen weer invloed op me uit te oefenen. Het is op dit moment allemaal zo doorzichtig.

De spanning stijgt. In april weer rechtszaak. Voor die tijd moet duidelijk worden of jij positief getest is op persoonlijkheidsstoornissen. Nou ja, ééntje is al genoeg.

De baan
Zie ook het stukje over de post-its. Het is de job van mijn leven, maar het is elke dag vechten om energie te vinden het ook te doen en om mezelf zo te organiseren dat ik het red. Wisselend succes. Ik denk dat ik vooral erg gefrustreerd ben. De uitdaging van de baan is net groot genoeg om het boeiend te houden voor mezelf. Maar de energie ontbreekt te vaak om de uitdaging aan te gaan en de boel op orde te houden. Soms wou ik ook dat ik eens gewoon kon werken in mijn  eigen ritme, zonder al dat geregel, de schooltijden, de uren van de opvang, het halen, het brengen, het plannen, … Pfoe.

Het bijberoep
Euhm. Ik wou dat er een pilletje bestond waarmee je eindeloos energie kan genereren. O, wacht, dat bestaat vast, maar het is zeer waarschijnlijk illegaal. Wat trouwens helpt om energie te creëren en wel legaal is, zijn de podcasts van Getting Things Done. Dat geneuzel over efficiëntie dat ik opzet tijdens de afwas of het opruimen zet me altijd op scherp. Het is vast dat sausje Amerikaans enthousiasme (amaaaaaaazing!) dat het ‘m doet. Als ik niet te moe ben om een podcast op te zetten natuurlijk.

De liefde
Haha. Geen prinsen op witte paarden, witte pony’s of witte fietsen. Tja. Zucht. Laatst dacht ik dat ik er wel nog eens aan toe ben bemind te worden. Zo een zinderende aanraking, blikken die spreken, de warmte van een ander lijf waar iemand fijns in woont. Maar goed, de nood is nu ook weer niet zo hoog dat we de ondeugdelijke man terug opzoeken of een andere ondeugdelijke man inschakelen. En waar is mijn epileerapparaat ook weer gebleven? Om maar te zeggen, ik ben er ook niet zo op voorbereid. Laat maar. Het oude-vrijster-dom lonkt. Nu er wat lente in de lucht hangt, dacht ik laatst eens terug aan hoe het begonnen was met de ondeugdelijke, vorig jaar, deze tijd. Ik moest er om glimlachen en kon heel mild met mezelf zijn over wat er gebeurd is, ook al is het niet gegaan zoals ik het wou en bleek hij nog ondeugdelijker dan ik al vermoedde.

 

 

 

Fragiel

Met vallen en opstaan gaat het hier. En met wat significante verbeteringen. Door de nieuwe therapie heb ik bijvoorbeeld veel Dirk-vragen en – gedachten kunnen loslaten. Wat oplucht en ruimte geeft, zonder twijfel.

Vandaag sprak ik met een lieve vriendin die vroeg hoe het met me ging. Dat vind ik altijd een moeilijke vraag, maar in het antwoorden ontwikkelde zich een inzicht. Dat inzicht is dat het leven als alleenstaande ouder in deze omstandigheden heel fragiel is en dat alles daarbij met alles samen hangt. Er zijn geen buffers, de verschillende levensdomeinen hangen iets te nauw met elkaar samen.

Drie voorbeelden.

  1. De zieke peuter. De Peuter is even ziek geweest. Dat betekende vier heel slechte nachten op rij (lees: vechten tegen de koorts van 1 tot 7), thuisblijven van het werk, … We zijn nu alweer een week later, maar de gevolgen wegen heel zwaar door. Ik ben nog steeds extreem vermoeid en heb erge hoofdpijnen en spierpijn (lees: ik voel me fysiek echt ellendig). Er is namelijk geen enkele mogelijkheid geweest om te recupereren. Maar ook: mijn  werk is blijven liggen en ik krijg het niet bijgebeend. Door de combinatie van de erge vermoeidheid en het achterstallige werk, voel ik dat ik weer wegzak en veel energie nodig heb  om mezelf mentaal ‘op de been’ te houden. Zo weinig is er nodig om alles hier op scherp te zetten. Het enige dat ik lijk te kunnen is op tijd naar bed gaan. Dagen na elkaar. Maar ik voel me niet beter en het werk dat ik ’s avonds zou moeten doen, blijft alweer liggen. Ik ben zo eindeloos moe…
  2. De opdracht. Ik had een maandelijkse opdracht als zelfstandige voor onbepaalde tijd. Ik ging er misschien te gemakkelijkheidshalve vanuit dat het even zou duren, dat de extra inkomsten dus structureel zouden zijn voor een tijdje. Vroeger dan ik verwacht had, werd de opdracht afgerond. Dat mag, maar het hakte er hier ongelooflijk in. Omdat ik er een klein gevoel van veiligheid aan verbonden had, denk ik. Maar ook: omdat het systeem heel fragiel is en een ruk aan dat touwtje meteen betekent dat de drie tot vier dagen vakantie die ik had willen plannen met de jongens in de zomer, niet haalbaar (of zeer weinig vanzelfsprekend) zullen zijn. Ik denk dat bij weinig mensen oorzaak en gevolg zo kort met elkaar verbonden zijn. Gelukkig maar. Ik werd eerlijkgezegd heel moedeloos van dit voorval. Omdat het een opdrachtje was dat vanzelf op me af gekomen was. Ik had er enige hoop aan ontleend, dat de omstandigheden wat begonnen te keren, dat ik ergens op kon rekenen, dat ik ergens in mocht vertrouwen. Het is vervelend dat ‘kleine’ dingen zo ongelooflijk veel uitmaken, dat ik niet in staat ben de impact van kleine dingen te bufferen. Ik voel me er ook slecht bij dat het me zo verdrietig maakt, ik vind dat ik er gewoon professioneel mee zou moeten omgaan. Maar een keuze die elders ‘licht – achteloos’ gemaakt wordt (veronderstel ik), hakt er hier stevig in. Dat voelt zo… Stom. Ik wil dankbaar zijn omdat het er was, maar ik ben vooral verdrietig omdat het weg valt.
  3. De plagende peuter. De peuter heeft een fase. Een fase die ik me ook herinner van de grote broer. Een fase waarin er geplaagd en getest wordt. Een fase waarin er vanuit het bed duizend keer geroepen wordt. Dat duurt allemaal tot mijn geduld op is. Want er is geen buffertje ander geduld voorradig. Dus riep ik tegen de peuter, dat het genoeg was. Waarna ik dacht dat hij als kind die ruimte moet kunnen voelen – de ruimte om te testen en te plagen. Toen keek ik een filmpje over de vreselijke aanslagen en er werd verteld dat een huilende peuter naast het levenloze lichaam van een moeder zat. Huilend, na twee explosies. Ik ben instant naar mijn peuter-met-een-fase gegaan en heb hem op mijn schoot tot rust laten komen tot hij in staat was om te slapen. Ver voorbij mijn eigen voorraad energie of geduld, maar wel wat ik op dat moment moest doen.

En zo. En zo.
Zo was er ook een oudercontact over de Kleuter, die in de kring weinig vertelt over zijn weekend. Onderweg naar huis dacht ik terug aan het weekend, waarin ik soms urenlang op de bank lig omdat alle energie of al het geld op is om wat leuks te gaan doen. Dat voelt vanbinnen heel breekbaar. Een gedachte die in je op komt, een besef, waarbij je probeert de gedachte niet te denken, het besef niet te hebben, omdat dat soort gedachten je in flarden scheuren als je ze te veel ruimte geeft.

En zo. En zo.
Zo lijkt iedereen vooruit te komen. Er worden huizen gekocht, babies geboren, reizen geboekt, nieuwe lieven voorgesteld en doctoraten verdedigd. En hier is het systeem zo fragiel dat ik bij momenten volledig lam gelegd ben en dat ik mijn uiterste best moet doen om alles hier niet te doen instorten (mijn gezondheid, mijn baan, …) in plaats van dat ik verder kan bouwen – zoals veel mensen rondom met gemak lijken te doen.

En ja, ik moet me wapenen, en nee, op een ander is het niet altijd beter, en ja, er is ook veel om dankbaar om te zijn, en ja hoor, het valt allemaal wel mee. Maar soms, soms, is het allemaal zo fragiel dat het vanbinnen uit elkaar spat.

Stil

Er zijn momenten waarop het enkel lijkt te passen om stil te zijn. Niet eens te zuchten of te vloeken.

Dus hou ik even blogstilte. Elk woord dat ik kan verzinnen, elk woord dat klaar staat in mijn drafts, is te banaal.

Liefs & warms, daarbuiten.

P.

Het leven zoals het is: op weekend met kinderen

Ik neem mijn jongens mee op weekend. Van zaterdagochtend, klokslag half tien, tot zondagnamiddag. We kunnen ergens gratis overnachten, dus waarom ook niet? Gezellig. Toch?

Vrijdagavond 20u00
Uitgeput, absoluut uitgeteld. Snel even de bagage maken? Euh, nee, ik sleep me naar bed.

Zaterdagochtend 06u00
Jongens wakker. Ik blijf koppig liggen.

Zaterdagochtend 08u00
Ontbijt met corn flakes. Nu alleen nog iedereen gewassen en aangekleed krijgen, de bagage in de auto doen, de afwasmachine en wasmachine leeg maken en het aanrecht opruimen en dan kunnen we gaan. Makkie.

Zaterdagochtend 09u15
Peuterzoon is aangekleed, maar dat lag meer aan de diarree-explosie dan aan goede planning. Kleuter en ik nog in pyjama. Ontbijt staat er nog. Was aan het ophangen. Peuter voelt dat er iets op til is, hangt aan mijn been, wil geknuffeld worden. Ik investeer vijf minuten in oprecht knuffelen in de hoop dat hij daarna wil gaan spelen. No way. Uiteraard.

Zaterdagochtend 10u40
Ik heb nog maar één keer tegen de jongens geroepen. Beide kinderen aangekleed, nu ik nog. Helft van de bagage staat klaar. Zet de jongens voor youtubefilmpjes uit wanhoop. Werkt altijd. Sus mezelf dat het maar voor twintig minuten is, ben immers zo klaar.

Zaterdagmiddag 11u50
We rijden. We rijden. Echt waar. En ik heb waarschijnlijk alles mee. Toch? Pyjama’s, luiers, speelgoed, kleding, eten.

Ruzie op de achterbank.

Kleuterzoon misselijk.

Ik heb het gevoel dat ik een hoge bloeddruk heb.

Zaterdagmiddag 14u00
We zijn er, bagage uitgepakt. Even wat eten. Peuter weigert eten. Kleuter wil wat anders, iets dat ik niet bij heb.

Naar buiten. Oh, het regent. Nou ja, toch even dan.

Zaterdagmiddag 15u30
Natgeregend. Alledrie verkleumd. We gaan een wafel eten. Mijn kinderen breken het cafeetje bijna af. Naast me zit er een man met vier kinderen die zich allemaal gedragen.

Ok, gewoon even voor de duidelijkheid: hoe komt het dat kinderen van elke maaltijd een zootje maken? Vorken op de grond, slagroom overal, plakkerige handjes. En uiteraard moet de Kleuter net kaka als de dampende wafels voor onze neus staan. Daar heeft hij een patent op.

Zaterdagmiddag 17u00
Topmoment, wat boodschappen doen in een vreemde supermarkt. Kinderen racen met de kleine karretjes achter me aan. Kleuter rijdt maar één keer tegen de benen van Peuter. Heel de winkel heeft het geweten. Verder gaat het voortreffelijk. Door de regen, met een boodschappentas en twee kinderen, naar de auto. Andere auto rijdt door plas. Wij nog natter. Fijn.

Zaterdagavond 20u00
Gekookt, gegeten. Duizend ruzies. Film gekeken samen. Te moeilijk voor Peuterzoon die in modus stoorzender ging. Peuter in bed gelegd. Nu Kleuter nog.

Zaterdagavond 21u00
Kinderen in bed. Kleuter wil niet slapen, vreemde omgeving. Ik was af en ruim op.

Zaterdagavond 22u00
Bed, rust, aarghl. O f***, ik had mijn computer bij, ik ging heel de avond werken… Zzzz.

Zondagochtend 05u00
Wakker. Het is nog nacht. Nacht zeg ik. NACHT.

Zondagochtend 08u00
Ja, ja, ja, we gaan eindelijk opstaan, ja.

Zondagochtend 10u00
Allemaal gedoucht, aangekleed, ontbeten. Ik begin al terug in te pakken. OMG, hoeveel bagage hadden wij bij?

Zondagochtend 11u00
Hm, nog iets gaan doen? Nee. Hier spelen is wel goed zo.

Zondagmiddag 12u00
Lunch. Niemand lust het.

Zondagmiddag 13u30
Stadje bezoeken. Jongens lopen ofwel voor me uit, wat gevaarlijk is. Of ze moeten plassen. Of willen snoep. Of Peuter hangt aan mijn been. En o jee, we passeren een speelgoedwinkel.

Zondagmiddag 16u30
Thuis. Uitgeput. Kleuter nog misselijk van de rit. Peuter niet genoeg geslapen. Dit wordt nog een taaie avond. Ik voel me leeg.

Maandagmiddag lunch
Of ik een leuk weekend heb gehad? Ja, hoor, prima. We zijn er even tussenuit geweest.

 

Er even tussenuit met de kinderen. Relax. Toch?
Hoe gaat dat bij jullie?

 

Koude koffie

Het is woensdag. 20u.
Mijn blaas doet pijn van het plassen uit te stellen. Ik heb krampen want ik heb heel de dag geen tijd gehad om naar de wc te gaan (vanochtend gewerkt, vanmiddag de kinderen). Ik ben vandaag niet in de douche geraakt. Mijn uitgroei is gênant aan het worden en over epileren spreken we niet. Just don’t ask. Ik ben de laatste tijd zwaarder aan het worden, en daar is nooit een excuus voor, alleen is er echt geen ruimte voor lichaamsbeweging en is de drukte en stress voor mij een trigger om te veel, te ongezond, te snel of te zoet te eten. Ok, dat zou ik allemaal beter moeten  aanpakken, maar er zijn grenzen aan mijn wilskracht.

Ik vind het fascinerend, hoe ‘needy’ kinderen kunnen zijn. Hoe ze aan mij plakken. Het is bijna niet te beschrijven hoe het is, en als ze slapen denk ik telkens dat het toch allemaal wel mee valt. Maar toch.

We aten pannenkoeken vanavond want vanmiddag warm. Als twee druk kwetterende babyvogels zitten ze te miepen over wie de eerste pannenkoek krijgt, en wie de volgende, en dat ik hen moet helpen met suiker en oprollen en snijden en dat ze klaar zijn en nog één willen. De kleuter heeft kou en wil een deken en de Peuter wil thee en de kleuter wil ook thee en uiteraard wordt er een beker omgestoten. Ik ren tussen de pan en de tafel heen en weer. Als ze plots genoeg hebben, laat ik hen spelen om rustig te kunnen eten, want dat is nu iets dat ik enorm apprecieer: rustig eten. Dat spelen begint met ellenlange ruzies (inclusief het elkaar toeschreeuwen ‘samen delen, samen spelen!’ en krijsen en klikken), en tenslotte bevind ik mezelf in een situatie waarin ze beiden op 20 cm van me af staan terwijl ik probeer rustig mijn laatste happen naar binnen te werken en me mentaal afsluit, wat niet goed lukt met de indringende blikken op mij gericht. Soms lijkt het alsof ik niet kan ademen.

Over het douchen kunnen we kort zijn. Het hele avondritueel heeft vijf kwartier geduurd, inclusief krijsen als speenvarkens bij het spoelen van hun haar, bij de kou als je uit de douche komt, bij het besef dat het bedtijd is, bij iets dat niet mag (de kleuter). De peuter klampt zich aan me vast als we klaar zijn met boekjes lezen en zegt dat ik niet weg mag gaan. De Kleuter heeft toevallig nog tien vraagjes, dan plots gigabuikpijn, moet inderdaad naar toilet, er moet afgeveegd worden, en dan naar bed.

Ik probeer kordaat en kalm te zijn. En het valt ook allemaal wel mee. Het is al pakken beter dan een jaar geleden.

Een vriend van Dirk beschreef het vaderschap als een staat waarin je alleen nog koude koffie drinkt, en zo is het wel een beetje. Al mijn eigen basale noden als mens (rust, slaap, tijd, eten, drinken, naar toilet gaan, een gesprek voeren met een andere volwassene, een douche als je er zin in hebt, tijd hebben om mijn werk goed te doen ..) staan onder druk. Soms ben ik ‘jaloers’ op het leven van Dirk. Dirk die alleen slaapt, opstaat, eet en tijd over heeft. Dan denk ik dat hij het goed voor elkaar heeft, dat hij een slimme keuze gemaakt heeft want zo tof is dat toch niet,  het leven zoals het is, twee jonge kinderen.
En tegelijk voel ik veel angst voor de rechtszaak binnenkort en begin ik me steeds meer af te vragen wat er gaat gebeuren als hij negatief getest heeft op die persoonlijkheidsstoornissen-test (die op zich ook vrij omstreden is als instrument). Ik kan me gewoon niet voorstellen dat ik hier een gedeelte van de tijd zit, alleen aan tafel, rustig etend. Alleen in bed, rustig slapend. Met alle tijd om mijn haar te kleuren, benen te epileren, en naar toilet te gaan zo veel ik wil. Mijn diepste wens? Dat het alsjeblief niet gebeurt. Fingers crossed. Ik zit nog liever elke dag geconstipeerd en met stress aan tafel, dan dat ik er alleen zou zitten.

The other side

Femma is een eigentijdse en eigenzinnige vrouwenorganisatie met een duidelijke visie op mens & samenleving. Femma praat mee over wat vrouwen vandaag denken, voelen & beleven. Femma verdedigt de belangen van vrouwen met minder kansen en in het bijzonder alleenstaande vrouwen. De organisatie ijvert voor emancipatie van vrouwen en gendergelijkheid, o.a. via het informeren en sensibiliseren van vrouwen, beleidsmakers en andere actoren.

Ik ben vereerd dat ik voor Femma tweewekelijks een blokstukje mag schrijven. Onderstaand stukje is geschreven voor Femma en verschenen op hun website.

Meer over Femma? Neem hier een kijkje!

The other side

Kom, we zijn vliegen op de muur. Kijk eens daar. Ja, dat meisje daar, met haar rode topje aan. Ze is vijftien. Ze zit naast een jongen in een rolstoel. De jongen heeft een meervoudige handicap en communiceert via pictogrammen in een map, die hij met veel moeite aanduidt omdat hij spastisch is. Ze zit naast hem, al een uur. Ze voedt hem. Traag, lepel voor lepel. Elke hap van het geprakte goedje kost hem ongeveer vijf minuten, en het meeste van zo’n hap komt er weer uit. Hij draagt een slab, hij kwijlt. Ze veegt zijn kwijl weg, verbaasd over zichzelf omdat ze het niet erg vindt om te doen. Ze vindt het niet eens vies.

Het bord is leeg. Wat doen ze nu? Hij wil iets vertellen en kijkt haar met stralende ogen aan. Stoot enkele klanken uit. Ze begrijpt het niet. Pak die map, meid. Die map in de rugzak die aan zijn rolstoel hangt. Ja, die! Bladzijde na bladzijde, hij blijft nee knikken. Ze denkt dat ze het fout verstaan heeft en wil de map opnieuw opbergen. Dan komt zijn vinger in beweging en met enige moeite en grote triomf, landt die op het pictogram voor ‘lekker’. En dan ‘dank’. Ze lacht, breed. Ze lachen beiden.
Het is 2000. Er worden nog brieven geschreven op kamp, en zij schrijft ’s avonds aan een vriend over het moment. Over hoe echt het contact was, hoe onmetelijk de blijdschap. Over hoe het niet zij was die hem iets gaf, maar hij die haar iets toonde. Over mens zijn, over dankbaarheid, over vreugde.

Het mooie aan vrijwilligerswerk is het verrassingseffect. Je denkt dat je iets gaat geven, iets voor een ander gaat doen. In wat je doet ontstaat er contact. En vreugde. En zin. En betekenis. Je wereld breekt open. Je krijgt meer dan je geeft. Je wordt er rijk van.

Dat leert dat meisje van vijftien, daar, op een kampplek in de Ardennen, in een zaal op een zonnige dag. Dat meisje was ik.

Ik heb tien jaar lang allerlei vrijwilligerswerk gedaan. Daar ben ik rijk van geworden. Rijk aan ervaringen, aan vrienden, aan zelfkennis, aan herinneringen, aan vreugde.

In dat vrijwilligerswerk heb ik de beslissing gemaakt voor wat ik zou gaan studeren. Dat is het begin geweest van een lange, boeiende ontwikkeling die me professioneel heeft gebracht waar ik nu ben: op mijn plek.
In dat vrijwilligerswerk ben ik voor het eerst verliefd geweest en ben ik voor het eerst een betekenisvolle relatie aangegaan.
In dat vrijwilligerswerk ben ik geconfronteerd met mijn eigen achtergrond. Bijvoorbeeld toen ik bij het boodschappen doen voor het kamp gedachteloos alle merkproducten die thuis op tafel kwamen uit de rekken haalde. De kampverantwoordelijke hield me een spiegel voor en ik leerde hoeveel meer je met een euro kan doen als je nadenkt, en wat het betekent dat ik dat nog niet geleerd had.
In dat vrijwilligerswerk heb ik geleerd dat ik ’s nachts om twee uur de wc’s kon poetsen en ’s ochtends om zeven uur mensen kon wassen. Ik heb er geleerd met wat voor mensen ik het leuk kan hebben en met wat voor mensen samenwerken moeilijker is. Ik ben er tegen mijn eigen onhebbelijkheden aan gelopen (betweterigheid, I confess) en ik heb geleerd dat dat niet de manier is om met mensen om te gaan.

Intussen ben ik geen vijftien, maar dertig. En wat ik toen niet voor mogelijk had gehouden: ik bevind me aan de andere kant. Ik help niet, ik word geholpen. Als alleenstaande (en vaker dan me lief is:  vermoeide en verdrietige) moeder heb ik de laatste twee jaar kleedjes gekregen, hulp, boeken, cadeautjes voor mij en de kinderen, geld om mijn babysit te betalen of voor een extraatje of gewoon om de eindjes aan elkaar te knopen. Buurvrouwen en anderen hebben gekookte maaltijden in mijn koelkast geschoven, hebben het even overgenomen als ik moe of ziek of overstuur was en hebben de combinatie werk-gezin mogelijk gemaakt voor me. En mijn tuin is door Team Tuin in de gietende regen op orde gezet.

Terug naar dat meisje in het rode topje. Goed dat ze het allemaal nog niet weet. Goed dat ze nog denkt dat het leven maakbaar is en dat ze altijd aan de kant zal staan van de gevenden, met helpende handen. Maar ook goed dat ze zal moeten leren te ontvangen. En dat ze zal merken dat het leven niet over rozen gaat. En dat het allemaal wel eens anders uitdraait dan je hoopt of denkt of plant. Maar ook: goed dat ze zal ontdekken dat er dan mensen zijn, die geven wat ze te geven hebben en hun handen uit de mouwen steken in onbetaalde zorgarbeid, vrijwilligerswerk, of ‘zomaar’ wat voor een ander doen.

En aan al die helpende handen van de afgelopen twee jaar en voor alles wat mij/ons gegeven is geweest: dankjewel. Mogelijk heb ik soms in mijn vermoeidheid/drukte/chaos niet genoeg kunnen tonen wat het betekend heeft – en soms raakte het ook wat aan schaamte (‘ik kan het niet zelf en wil dat wel kunnen’), maar elk lief gebaar staat in mijn geheugen gegrift. Dankje.

 

 

Intermezzo

Meestal zijn mijn zoektermen tragisch. Met mijn zoektermen bedoel ik de woorden die men bij bijvoorbeeld google intikt om hier terecht te komen.

Dan lees ik bijvoorbeeld:

‘alleenstaande moeder o zo moe’
of
‘alleenstaande moeder welk werk kan ik doen’

Zoektermen met een verhaal achter dus.

Vandaag stond er in het lijstje:

‘ramen wassen in blote borsten’.

Ook daar zit vast een verhaal achter, al wil ik het niet kennen geloof ik. En ik vraag mij oprecht af waarom google doorverwijst naar deze webstek, met die zoekopdracht :).

Het moederschap: vragen & verwonderen

Zeker weet ik het niet, maar mogelijk, mogelijk, zou een ander kind dan ikzelf in mijn gezin-van-herkomst prima gefunctioneerd hebben. Ik denk dat ik op zich ook wel prima functioneerde (als in: ik zorgde niet voor veel problemen), al had ik wel elke dag buikpijn waar ik niets over durfde zeggen. Maar langs de buitenkant gezien waren we een heel ‘gewoon’ gezin: moeder en vader, moeder jarenlang thuis voor de kinderen, elke middag gingen we thuis warm eten, we werden nooit in de opvang gestopt, jaarlijks een reisje naar zee, …

Toen ik het huis uit ging, ‘op kot’ om te gaan studeren, werd ik depressief. Ik kreeg medicatie van een kettingrokende psychiater. Ik hield aanvankelijk verborgen voor mijn ouders dat het niet goed met me ging, maar onder invloed van de medicatie lag ik dagenlang op bed, niet in staat mijn armen en benen op te heffen. Ik kwam vliegensvlug ongeveer vijf kilo bij die ik nooit meer kwijt gespeeld ben. Op mijn ééntje besloot ik te stoppen met die medicatie. Ik zou het zelf wel doen.

Een deel van ‘het zelf doen’ was dat ik met mijn ouders zou praten over hoe het voor mij was geweest op te groeien in mijn gezin-van-herkomst. Ik nodigde mijn moeder een keer uit om te eten om te vertellen over de parentificatie door op te groeien in een gezin met kinderen met een handicap. Ze wou niet luisteren, zei dat ze altijd een goede moeder was geweest en vertrok. Destijds zag ik haar ups en downs gerelateerd aan die zorg in ons gezin, intussen zijn we twaalf jaar verder en heb ik genoeg meegemaakt om te weten dat ze ook een vrij labiele aard heeft en bijvoorbeeld haar interesse heel snel verliest.

Intussen zijn we dus twaalf jaar verder en ben ik zelf moeder van twee kinderen. Ik heb de indruk dat mijn eigen moeder zich nooit veel vragen stelde over het moederschap, maar zich er ook weinig over verwonderde. Ik stel me elke dag vragen over het moederschap en doe niet anders dan me verwonderen. Mijn moeder knuffelde ons nooit (als we het probeerden, riep ze dat dat pijn deed – vrij vreemd achteraf gezien) terwijl ik mijn jongens tot in den treure kus en knuffel en kietel en aai. En daarbij zeg ik dan hoe blij ik met hen ben.

Maar goed. We zijn dus twaalf jaar verder. Ik ben in de dertig en nu pas, nu pas!, heb ik hoop dat ik mijn niet eens extreme opvoedingssituatie thuis aan het verwerken ben. Bij mijn weten ben ik slechts sporadisch geslagen (dat was precies iets dat in die tijd nog gebeurde – het ging bij ons niet om een pedagogische tik, de vingers van mijn moeder stonden letterlijk wel eens in mijn vel ‘afgedrukt’), en is er verder niets heel ergs gebeurd, behalve dat ik als kind meer verantwoordelijkheid nam dan ik aankon, dat ik het gevoel heb weinig vertrouwd te zijn, aangemoedigd, gesteund en gezien en dat ik mijn moeder niet echt kon vertrouwen en dat mijn vader nogal ‘afwezig’ was. En ook dat ik het gevoel had dat ik maar niet te moeilijk moest doen omdat dat te lastig was, thuis. Maar eerlijk, wie heeft er een ‘normale’ jeugd gehad met twee levenslustige gelukkige ouders? En wat is dat dan, ‘normaal’?

In het emotionele lichaamswerk verwerk ik de pijn. Eindelijk, ik ben ouder dan dertig en begin me eindelijk wat vrijer te voelen.

Maar intussen ben ik zelf moeder. En na elke sessie bij Pim tolt mijn hoofd. Welke groeven trek ik in het leven van mijn jongens? Gaan ze later ergens bij een therapeute vertellen dat hun moeder jarenlang geworsteld heeft met het alleenstaande-moederschap en dat ze daar last van hadden? Dat ik ze wel eens huilend in bad heb gezet? Gaan ze beschadigd zijn door de kussen en knuffels die ik hen geef en doordat ik benadruk hoe blij ik met hen ben? Gaat de peuter op een dag beseffen dat hij liever een eigen bed had dan elke nacht bij me te slapen? Groeien ze met het beeld op van een moeder die altijd moe is? Die hen vaak heeft achter gelaten omdat ze ging werken? Die afwezig was? Herinneren ze zich de momenten waarop ik van uitputting en onmacht kwaad ben geworden? Voelen ze zich veilig of onveilig? Gaan ze later tegen hun therapeut vertellen dat ik liever de krant las dan mee met de lego te spelen? Hebben ze last van het feit dat ze naar de kinderopvang zijn gegaan?

Met de Kleuter is het vaak sowieso complex, maar dat is ook al heel zijn leven zo. Ik ben nog steeds in blijde verwachting van hulp – intussen sta ik al negen maanden op een wachtlijst voor opvoedingsondersteuning en heb ik nog steeds geen nieuws. Wat er o.a. aan de hand is, is dat hij intellectueel heel sterk is, maar emotioneel op een veel lager niveau functioneert. En dat maakt het soms allemaal heel explosief.

Met de Peuter gaat alles heel de tijd vanzelf en ik heb vaak het gevoel dat hij het beste in me naar boven haalt. Een nogal zweverige vriendin zei me eens dat hij een heel bijzonder spiritueel kind is. Ach, het zal best. Hij lijkt goed in zijn vel te zitten, heeft het gezellig hier, plaagt een beetje en is wel eens ondeugend, komt ook kussen en knuffelen en flemen. Als ik een nacht weg ben gebleven voor het werk gebeurt het dat hij oogcontact weigert als ik dan terug kom. Ik weet niet goed wat dat betekent, maar dat trekt altijd weer bij en dan hebben we het reuze fijn. Is dat echt, of past het kind zich aan aan mijn draagkracht? Ik weet het niet.

Ik hoop dat ik die twee mannetjes van me zo onbeschadigd mogelijk door hun jeugd kan loodsen. Maar ik vraag me elke dag af of (ik) dat kan. En hoe dan.