Het moederschap: vragen & verwonderen

Zeker weet ik het niet, maar mogelijk, mogelijk, zou een ander kind dan ikzelf in mijn gezin-van-herkomst prima gefunctioneerd hebben. Ik denk dat ik op zich ook wel prima functioneerde (als in: ik zorgde niet voor veel problemen), al had ik wel elke dag buikpijn waar ik niets over durfde zeggen. Maar langs de buitenkant gezien waren we een heel ‘gewoon’ gezin: moeder en vader, moeder jarenlang thuis voor de kinderen, elke middag gingen we thuis warm eten, we werden nooit in de opvang gestopt, jaarlijks een reisje naar zee, …

Toen ik het huis uit ging, ‘op kot’ om te gaan studeren, werd ik depressief. Ik kreeg medicatie van een kettingrokende psychiater. Ik hield aanvankelijk verborgen voor mijn ouders dat het niet goed met me ging, maar onder invloed van de medicatie lag ik dagenlang op bed, niet in staat mijn armen en benen op te heffen. Ik kwam vliegensvlug ongeveer vijf kilo bij die ik nooit meer kwijt gespeeld ben. Op mijn ééntje besloot ik te stoppen met die medicatie. Ik zou het zelf wel doen.

Een deel van ‘het zelf doen’ was dat ik met mijn ouders zou praten over hoe het voor mij was geweest op te groeien in mijn gezin-van-herkomst. Ik nodigde mijn moeder een keer uit om te eten om te vertellen over de parentificatie door op te groeien in een gezin met kinderen met een handicap. Ze wou niet luisteren, zei dat ze altijd een goede moeder was geweest en vertrok. Destijds zag ik haar ups en downs gerelateerd aan die zorg in ons gezin, intussen zijn we twaalf jaar verder en heb ik genoeg meegemaakt om te weten dat ze ook een vrij labiele aard heeft en bijvoorbeeld haar interesse heel snel verliest.

Intussen zijn we dus twaalf jaar verder en ben ik zelf moeder van twee kinderen. Ik heb de indruk dat mijn eigen moeder zich nooit veel vragen stelde over het moederschap, maar zich er ook weinig over verwonderde. Ik stel me elke dag vragen over het moederschap en doe niet anders dan me verwonderen. Mijn moeder knuffelde ons nooit (als we het probeerden, riep ze dat dat pijn deed – vrij vreemd achteraf gezien) terwijl ik mijn jongens tot in den treure kus en knuffel en kietel en aai. En daarbij zeg ik dan hoe blij ik met hen ben.

Maar goed. We zijn dus twaalf jaar verder. Ik ben in de dertig en nu pas, nu pas!, heb ik hoop dat ik mijn niet eens extreme opvoedingssituatie thuis aan het verwerken ben. Bij mijn weten ben ik slechts sporadisch geslagen (dat was precies iets dat in die tijd nog gebeurde – het ging bij ons niet om een pedagogische tik, de vingers van mijn moeder stonden letterlijk wel eens in mijn vel ‘afgedrukt’), en is er verder niets heel ergs gebeurd, behalve dat ik als kind meer verantwoordelijkheid nam dan ik aankon, dat ik het gevoel heb weinig vertrouwd te zijn, aangemoedigd, gesteund en gezien en dat ik mijn moeder niet echt kon vertrouwen en dat mijn vader nogal ‘afwezig’ was. En ook dat ik het gevoel had dat ik maar niet te moeilijk moest doen omdat dat te lastig was, thuis. Maar eerlijk, wie heeft er een ‘normale’ jeugd gehad met twee levenslustige gelukkige ouders? En wat is dat dan, ‘normaal’?

In het emotionele lichaamswerk verwerk ik de pijn. Eindelijk, ik ben ouder dan dertig en begin me eindelijk wat vrijer te voelen.

Maar intussen ben ik zelf moeder. En na elke sessie bij Pim tolt mijn hoofd. Welke groeven trek ik in het leven van mijn jongens? Gaan ze later ergens bij een therapeute vertellen dat hun moeder jarenlang geworsteld heeft met het alleenstaande-moederschap en dat ze daar last van hadden? Dat ik ze wel eens huilend in bad heb gezet? Gaan ze beschadigd zijn door de kussen en knuffels die ik hen geef en doordat ik benadruk hoe blij ik met hen ben? Gaat de peuter op een dag beseffen dat hij liever een eigen bed had dan elke nacht bij me te slapen? Groeien ze met het beeld op van een moeder die altijd moe is? Die hen vaak heeft achter gelaten omdat ze ging werken? Die afwezig was? Herinneren ze zich de momenten waarop ik van uitputting en onmacht kwaad ben geworden? Voelen ze zich veilig of onveilig? Gaan ze later tegen hun therapeut vertellen dat ik liever de krant las dan mee met de lego te spelen? Hebben ze last van het feit dat ze naar de kinderopvang zijn gegaan?

Met de Kleuter is het vaak sowieso complex, maar dat is ook al heel zijn leven zo. Ik ben nog steeds in blijde verwachting van hulp – intussen sta ik al negen maanden op een wachtlijst voor opvoedingsondersteuning en heb ik nog steeds geen nieuws. Wat er o.a. aan de hand is, is dat hij intellectueel heel sterk is, maar emotioneel op een veel lager niveau functioneert. En dat maakt het soms allemaal heel explosief.

Met de Peuter gaat alles heel de tijd vanzelf en ik heb vaak het gevoel dat hij het beste in me naar boven haalt. Een nogal zweverige vriendin zei me eens dat hij een heel bijzonder spiritueel kind is. Ach, het zal best. Hij lijkt goed in zijn vel te zitten, heeft het gezellig hier, plaagt een beetje en is wel eens ondeugend, komt ook kussen en knuffelen en flemen. Als ik een nacht weg ben gebleven voor het werk gebeurt het dat hij oogcontact weigert als ik dan terug kom. Ik weet niet goed wat dat betekent, maar dat trekt altijd weer bij en dan hebben we het reuze fijn. Is dat echt, of past het kind zich aan aan mijn draagkracht? Ik weet het niet.

Ik hoop dat ik die twee mannetjes van me zo onbeschadigd mogelijk door hun jeugd kan loodsen. Maar ik vraag me elke dag af of (ik) dat kan. En hoe dan.