Scènes uit een tweelingleven #1

Zo, tater ik. Zijn jullie alweer wakker? Gaan jullie lekker in badje?
Ze lachen om de beurt vanuit hun bedjes. Omdat ze mijn stem horen. Omdat zeker de grootste baby me ziet. Stralende oogjes vol verwachting. Die met de tepels gaat ons optillen en meenemen en iets doen. Misschien wel melk.

Eerst de kleinste baby naar beneden. Ik kom jou zooo halen, zusje, beloof ik. Dat doe ik. Enthousiaste moeder als ik ben heb ik alles voor het badje al klaar gezet en alweer mag eerst de kleinste want die kan het hardste huilen en de boel dusdanig verzieken voor de grote zus.

Wassen, badje, masseren met Weleda-olie. En dan begint ze te huilen. Ze huilt. Ze krijst. Ik heb geen flauw idee wat er is. De tepel weigert ze. Ze snift en er stromen traantjes over haar wangen en tussendoor kijkt ze heel nuffig. Ik hou haar vast en praat een beetje tegen haar. Laatst zag ik een moeder in één minuut zes troosthoudingen proberen, ik zou er als baby horendol en knettergek van geworden zijn, dus hou ik mijn krijsend kind beheerst een tijd lang tegen me aan. Haar lijfje spant zich op tot een boog. Ze brult. Nee, de tepel wil ze echt niet. Een draad met huil-kwijl hangt tussen de tepel en haar woeste mondje.

Zusje zit er intussen verbaasd bij. Ik voel me schuldig omdat ik het kleintje niet getroost krijg. Ik voel me schuldig omdat de zus er bij zit en er naar moet kijken, en ik haar geen badje kan aanbieden. Geen tepel. Geen armen. Geen lach. Ik voel me schuldig omdat ze zo gelaten is. Ze is het al gewend te wachten al is ze amper vier maanden oud.

Ik check of er labeltjes zijn die pijn doen. Of de wasbare luier wel goed zit. Of ze het niet warm heeft. Ik vraag me af of het de prikjes van vorige week waren. Ik zing. Ik aai. Ik kus. Ik bied de tepel weer aan. Ik geef haar anti-buikpijndruppeltjes (sab simplex, moet elke baby-ouder in de kast hebben staan). Er volgen een aantal knallers van boeren (uit een lijfje van 5,5 kg, je moet het kunnen). Ik weet niet of de boeren de oorzaak waren, of dat ze het gevolg zijn van het hysterisch huilen. Ze wil drinken. Met veel snikken tussendoor en veel moeite. Geen idee wat ze binnen heeft.

Dan zet ik haar in haar stoeltje. Geef zusje de borst  terwijl zij eerst nasnikt en tenslotte nuffig in de verte tuurt. Ik breng haar naar bed. Ze verzuipt bijna in de iets te grote slaapzak. Klein hoofdje. Klein mensje. Ik wou dat ik je beter begreep.

Beneden zet ik zusje in bad. Masseer ik haar. De stilte is oorverdovend. Ik zeg haar dat ze een lieve, flinke baby is. En ik voel me schuldig omdat ik niemand met niemand wil vergelijken. Natuurlijk is ze lief en flink, maar dat zeg ik vooral omdat haar zus net de boel op stelten heeft gezet met een volume waar de buurvrouw wel eens van langskomt om te kijken of er extra handen nodig zijn.

Later leg ik zusje ook in bed. Vind dat ik wel lunch heb verdiend. Lees de krant on line tijdens het eten. Eet wat te veel om mezelf te troosten. Ga twee keer checken bij de dametjes. Vraag me af wat het geweest is. En dan denk ik: twee kiwi’s gisteren. Natuurlijk. Kiwi! Als we maar een verklaring hebben.

In scènes uit een tweelingleven vertel ik kleine verhaaltjes uit het leven zoals het is met een stel tweelingbaby’s. 

Advertenties

De magische uren

Soms, zeg ik tegen de kleine zoon, is het niet zo leuk een groot mens te zijn.
Soms, zegt hij terug, is het niet leuk een klein mens te zijn.
Wanneer dan, vraag ik.
Als ik alleen moet spelen, zegt hij.

De tijd is aangebroken. De magische uren waarin alles kan. Iedereen slaapt en pas rond 23u begint de poppenkast opnieuw, met de popjes die wakker worden, om de beurt, en melk willen of troost of warmte of iets dat ik niet begrijp maar waar ik meestal wel in kan voorzien.
De magische uren om te lezen, te schrijven, na te denken, contact op te nemen, plannen te maken, de kast op te ruimen, de rekeningen te betalen, yoga-oefeningen te doen.
Maar eerst moet ik de was opvouwen of wegmoffelen, de vaatwasser inladen, de resterende afwas doen. En dan, dan zijn er de magische uren.

Vanochtend verkaste ik met baby’s naar de Man zijn bed om 5u30 en viel eindelijk in een diepe slaap. Toen hij me tot vanavond kuste om 7, deed ik alsof ik niet bestond.
Vandaag at ik cake als ontbijt op een drafje en besloot om morgen echt yoghurt met gebakken ananas te maken of zoiets.
Vandaag liep ik naar school en terug.
Ik dronk gruwelijke slechte koffie met de andere ouders.
Ik praatte met de buurvrouw en de buurman op de terugweg.
Ik gaf borstvoeding. Legde de baby’s in bed. Deed de was. Ging in de douche.
Ik deed de baby’s in bad. Gaf weer borstvoeding. De kleine baby spuugde mijn en haar schone kleding vol zure melk. Ik kleed me al niet meer om als dat gebeurt.
Ik zong. Ik lachte. Ik praatte. Ik legde de baby’s weer in bed en ging toen met mezelf aan tafel zitten lunchen, met restjes van gisteren en de krant van vandaag. Alles wat ik kon doen zoemde door mijn hoofd, en toen hoorde ik de baby’s weer en ik gaf borstvoeding en de kleine baby spuugde mijn en haar kleding vol zure melk en ik kleedde haar om en gaf hen een schone luier en we gingen de stad in.
Ik kocht rode glinsterende panty’s want op een dag heb ik zin om me leuk te kleden, zeker weten. Ik kocht een blouse waarin mijn buik niet zo opvalt en wat ik kan open knopen om te voeden. Toen ik de blouse paste, zag ik dat er ook witte vlekken op mijn rok zaten, niet enkel op mijn mouw. Ik kocht luizenshampoo en babyschuimbad.
Ja, een tweeling. Ja, een rijkdom. Ja, heel leuk. Ja, ook vermoeiend. Ja, twee meisjes. Soms voel ik me een celebrity in de stad.
Ik wandelde en wandelde, en de baby’s keken naar me en ik probeerde tegen beiden even veel te praten en naar beiden even veel te lachen en beiden even veel aan te raken aan hun kleine neusjes en toen vielen ze in slaap en we liepen de Man tegemoet en die wilde wandelen dus we wandelden de stad weer in.
Thuis gaf ik borstvoeding en liep ik rondjes terwijl de Man naar de bso ging, ophalen. Want één dag per week houden we de bso aan voor het geval dat. De kleine baby huilde en dus kon er niet gekookt worden, dus schoof ik pizza in de oven en pakte het huilende kind weer op en daarna uit schuldgevoel ook de blije baby.
De Man en ik maakten de baby’s klaar voor bed met schone luiers en slaapzakjes en flesjes melk want op het einde van de dag ben ik te moe om nog melk te maken.
Hij vertrok naar het lopen, en ik zei dat het niet altijd leuk is om een groot mens te zijn en ging toen de was weg moffelen, de afwas doen, de vaatwasser inladen.

De magische uren breken aan. Ik mag mijn pyjama aandoen van mezelf. Ik denk aan de vrouw die twee jaar en wat maanden geleden hier op de bank zat en de Man waarschuwde. Dat ze niet zo’n type was dat ’s avonds op de bank zou zitten met hem. Dat ze daarvoor veel te veel interessante dingen te doen had.
Die vrouw zou schamper lachen als ze ziet hoe ik om acht uur mijn pyjama neem. Die warme, grote, ouderwetse, flanellen pyjama die ik vooraan kan open knopen om borstvoeding te geven.

De magische uren. Alles kan nu. Niemand heeft me nodig. Niemand huilt, zuigt, lacht, vraagt, vertelt.

Ik besluit warm appelsap te maken, met kaneel. En in bed te gaan zitten. Morgen, echt, morgen. Morgen ga ik lezen. Schrijven. Nadenken. Contact opnemen. Plannen maken. De kasten opruimen. Rekeningen betalen. Yoga-oefeningen doen. Nu gewoon even mijn ogen dicht. Vijf minuutjes maar, van die magische uren. Moet kunnen, toch?

Over de poeperd van de dag en dat dat nu het spannendste is in mijn leven

In de begindagen van mijn zwangerschapsdepressie, kreeg ik hier een keer het ‘verwijt’ dat ik nooit ‘content’ zou zijn. Wel, ik ben toch niet zo gestoord, want ik ben op dit moment best content met het leven zoals het nu is. Al is het gezapig. Al geef ik per nacht minimum drie en maximum tien keer voeding. Al hebben de Man en ik wel eens ‘klinkenden ambras’ om het in mijn mooiste Vlaams te zeggen. Al zit ik ‘opgesloten’ in huis met minimum twee en maximum vier kinderen (en soms meer). Al werk ik nu even niet. Al maak ik weinig mee, buiten de huiselijke sfeer (laatst ging ik wel naar een prachtig huwelijk – ik denk er nog steeds met kippenvel aan! Verder: geen events). Als praten de Man en ik elke dag over wie de ‘poeperd van de dag’ was. (Met een tweeling kan je zo’n categorieën invoeren.) Al heb ik even geen inkomen (vind ik best eng). Ook al is het steeds duidelijker dat er iets aan de hand is met onze kleinste twinnie en denken we intussen in de richting van een oogprobleem dat invloed heeft op haar ontwikkeling. (En amaai, dat doet pijn. Ik zou het zo van haar overnemen. Ik wens haar toe dat ze zich gewoon helemaal goed kan ontwikkelen en nergens door geremd wordt. Ze heeft zo’n kraaltjes van stralende oogjes en het idee dat ze me daarmee niet ziet doet akelig veel pijn.)

Ik denk ook vaak et elors. Ik zou blogjes kunnen schrijven over hoe je twinnies structureert als twinmom. Ik zou huishoudelijke besognes kunnen delen. Weekmenu’s. Lijstjes met boeken die ik lees (ok, weinig, meer aandacht voor de poeperd van de dag). Ik zou over borstvoeding kunnen schrijven. Of over thuisblijfmoederen. Of whatever. Maar hoewel ik dat allemaal graag lees bij anderen, voel ik niet echt de nood me te profileren als twinmom of huishoudblogger of andere zaken. Ik doe maar wat.

Het leven is gewoon klein en goed en stil. Ik ben dol op de dagen thuis. Lekker rommelen met de baby’s. Op donderdagavond ben ik blij dat het weekend aanbreekt en dat de Man thuis is op vrijdag, zaterdag en zondag. En op zondagavond ben ik blij dat het weer week is en de twinnies en ik lekker saaie dagen tegemoet gaan.

Werk blijft wel een item. Ik kan me niet voorstellen ooit terug te gaan, en tegelijkertijd weet ik niet wat ik dan wel wil en snap ik ook niet goed waarom ik de lol in mijn werk zo kwijt ben geraakt. Ik was ooit best ambitieus en gedreven en snel enzo, en nu weet ik het gewoon allemaal niet zo goed meer.

Ik ontdek door contacten met andere moeders ook wat voor moeder ik zelf ben, en ik blijk verrassend behoudend. De kinderen liggen hier elke dag allemaal tussen 19 en 20u in bed, en ik probeer de tweeling te structureren (eten, slapen), door heel goed naar hun signalen te kijken en dat te combineren met wat kennis over slaap- en wakkercycli van de kleintjes en hoe hun hersenen ontwikkelen en slaap nodig hebben (lees: baby in een droomritme. Dan toch een tip!). In mijn hoofd was ik een knallende attachment parent, maar ik zie veel te veel attachment parents met vermoeide en overspannen kinderen en hondsbrutale kinderen soms ook. Ik geloof intussen niet meer dat kinderen alleen maar op je buik willen zitten en bij je willen zijn, maar ook dat ze rust willen en structuur en houvast en zelfs regels om zich veilig door de wereld te bewegen. Mijn baby’s huilen bijna nooit, alleen als er iets aan de hand is. Dus het is hier geen verhaal van gecontroleerd laten huilen. Maar wel een verhaal van liefdevol geven wat ze nodig hebben en beseffen dat dat niet enkel ik ben.

Zo.
Het leven zoals het is.
Saai. En vol contentement.

 

 

Aan Vala – over dat feminisme

Hoi Vala,

Wat ben ik dol op me-to-we, waar jij veelvuldig op publiceert. Het is ideaal leesvoer tijdens de nachtvoedingen, en die zijn er nogal veel met mijn drie-maanden-oude-tweeling.

Laatst las ik dit stuk van jou. Daar ben ik nu al dagen over aan het nadenken, dus ik schrijf je graag een reactie.

Tot mijn eigen grote verbazing ben ik eventjes thuis-blijf-mama, wat betekent dat ik zonder inkomen thuis blijf om voor mijn tweeling van drie maanden te zorgen. En de andere kinderen. Had het me drie jaar geleden gezegd, ik had je niet geloofd. Echt niet. Toen was ik kostwinner in mijn single-mum-gezinnetje, moest ik de kinderen elke weekdag uitbesteden en vaak ook ’s nachts. Ik reed 2000 km per week, was erg stoer en haantjes-achtig. En ik was permanent moe. Zo moe, zo moe dat ik er pijn van had in mijn spieren en gewrichten. Maar volgens jouw definitie was ik vast erg feministisch. Want ik liet me niet aan de haard binden met mijn kroost, verdiende mijn eigen inkomen.

Dat vond ik toen ook stoer enzo, maar nu niet meer.

Waarom niet?

  1. Hechting. Ik geloof dat mijn kinderen mij (en/of mijn partner) nodig hebben om te hechten, om een goede basis-veiligheid op te bouwen. En daarom ben ik het hartverscheurend gaan vinden dat we vaak niet anders kunnen dan na 10 tot 12 weken onze kleintjes voor volle dagen aan de opvang te droppen.
  2. Een clubje. Ik geloof dat wij als gezin een clubje zijn. Toevallig werkt het in dit clubje zo dat de Man meer verdient en dus buitenshuis gaat werken en ik heb borsten en ik blijf thuis omdat ik de baby’s zelf nog lang wil voeden. Het zou ook anders kunnen zijn (nou ja, dat van de borsten liefst niet natuurlijk). Ik wil mezelf niet meer als één of ander individu zien, maar ik zie ons als een clubje die samen de boel zo aanpakt zodat de meeste club-lidjes best tot hun recht komen. Dat is veranderlijk. Dat is binnen drie maanden anders dan vandaag. Dan sturen we bij.
  3. Feminisme. Ik vind feminisme niet hetzelfde als beantwoorden aan het mannen-ideaal (geld verdienen, buitenshuis werken, meedoen in de mannenwereld). Ik zou ook willen dat mannen dat niet sowieso hoeven te doen. Ik geloof dat een andere wereld mogelijk is, één waarin andere dingen belangrijk zijn. En bijvoorbeeld zorgen ook gewaardeerd wordt, en niet als een minderwaardige keuze voor een ambitieloze trien wordt gezien.
  4. Tijd. Verandering is de enige constante. Ik geloof niet dat alles nu en tegelijk moet. Nu is de tijd om hier te zijn en mezelf geen pijn te doen door mijn droppies elke dag bij iemand anders te laten. Binnen een paar maanden wil ik misschien wel weer de wereld in.
  5. Keuzes zijn niet individueel. Keuzes worden beïnvloed door onze samenleving, en door principes die we met de paplepel hebben meegekregen. Ik functioneer nu in een Nederlandse samenleving waar ik weinig context zie voor vrouwen om echte keuzes te kunnen maken. Ik ‘geniet’ nu bijvoorbeeld van onbetaald ouderschapsverlof. Mijn zwangerschapsverlof was na 12 weken alweer op. Mijn Man wordt niet gestimuleerd om tijd te nemen om zorg voor de kinderen te dragen. Opvang is in Nederland zo duur dat mijn hele loon er binnenkort naar toe gaat (er is belastingsteruggaaf, dan krijg ik ongeveer 40% terug denk ik). Het goedkoopste is dan nog een oppas aan huis nemen, maar dat is maar handig in een statuut voor drie dagen per week, dus moet er weer eens wat van mijn werktijd af. Of die van mijn Man natuurlijk. En ik heb net ontdekt dat we leges moeten betalen om iemand hier in huis voor de kinderen te laten zorgen, en dat ook die leges 700 euro is, te betalen aan de gemeente om ons huis goed te laten keuren als opvang-locatie, terwijl die kinderen hier natuurlijk gewoon wonen. En 100 euro per maand aan het bureau dat de thuisoppas aanneemt en de administratie doet. Niet echt heel handige maatregelen allemaal, en de keuzevrijheid neemt toe naarmate je ofwel een goed netwerk hebt OF je veel verdient.

Kunnen  we even niet zo simpel doen en alles bij het individu leggen? Mag er enige nuance zijn? En mogen we een nieuwe feministische bril opzetten?

Tot vannacht, ik lees je om 10, om 1, om 3, om 5 en om 7.

Hartelijk,

PodK

 

Ugly bujo’en // over gewoontes

Heel veel dingen hebben voor mij een drempel. Omdat ik het graag goed wil doen, dus meteen heel groots wil aanpakken. Het is een absolute denkfout. Je kan immers beter elke dag een kwartier opruimen dan een keer een grootse opruimactie plannen van een dag waarna alles voor eeuwig netjes zal zijn (die dag héb je ook nooit). Je kan beter elke dag een half uurtje mails beantwoorden dan alles eens heel grondig doen als je eens veel tijd en zin hebt.

Toen ik nog alleen was, kon ik mijn huishouden bij momenten goed op de rails houden met de FLY-lady, omdat dat net op het principe gebaseerd is dat je elke dag een beetje moet doen, ergens moet beginnen en jezelf goede gewoontes moet aanleren. Afhankelijk van mijn energie-level, kon ik het volhouden of niet. (Eerlijk: een tweeling hebben is pittig, maar na drie jaar single-mum zijn met een baan, ben ik hier prima op voorbereid. Ik geef al 16 weken om de drie uur eten aan twee kinderen, en ik ben nog lang niet zo moe als toen ik single mum was. Laatst zei de buurvrouw dat ze zo met me te doen heeft. Zij is single met een dochtertje. Ik zei dat ik met haar te doen heb, omdat zij er dus alleen voor staat. En ja, een tweeling is een 24/7-job, maar ik moet het niet alleen doen, en ik moet nog even niet gaan werken.)

Intussen is de Man de vleesgeworden FLY-lady. Ik heb gewoon de FLY-man gevonden! Ik word soms wel eens knetter van hem, maar eerlijk is eerlijk: onze keuken is elke dag opgeruimd en dat doet hij meestal. Verder houdt hij alles heel goed onder controle. Dat is voor mij nu ook een gewoonte aan het worden, dus op wat achterstallige taken na, is ons huishouden best georganiseerd.

Maar ik dwaal af. 
Ik doe dingen graag groots en goed, en daarom doe ik veel dingen niet.

Zoals een bujo.
Tot ik besloten heb toch maar een ugly bujo bij te houden. Hoezeer ik me ook kan verliezen in het scrollen door prachtige instagram-plaatjes van mensen die mooi kunnen tekenen én schrijven en plaatjes van bujo’s maken.

De ugly bujo komt met een andere tool, de purpuz-planner. ALs ugly bujo-er ga ik immers niet zelf mooie week- en maandspreads maken, ben je gek? In de planner komen de afspraken, de dagtaakjes, de doelen, de reflecties. In mijn bujo komen lijstjes met wat ik moet kopen, doen, betalen. Er zit een bagagelijst in voor als we weg gaan. Onze weekmenu’s komen er in (we eten tegenwoordig vaak uit dit boek, ook leuke ontbijt-ideeën!), en dan zijn er nog de habit-trackers.

Want ja, ik probeer mezelf weer gewoontes aan te leren. Elke dag yoga thuis, met onze goede vriendin Adriene (check youtube). De oefeningen van de fysio ook echt doen. Vitamines nemen. Vitamines aan de baby’s geven. Dertig minuten lezen, dertig minuten mailen, twintig minuten opruimen. Een wasje doen en dat ook opvouwen (zodat ik geen stapels vuile en stapels schone was heb). Wekelijks de lakens wassen van deze hele club en rekeningen betalen en weken en menu’s plannen. Het ambitie-niveau is niet heel hoog, maar ik heb een tweeling van nog geen vier maanden hé.

Er is geen enkele dag waarop ik alles kan afvinken so far, daar zorgt onze kleine girl boss wel voor. De kleinste van de dametjes is hier een kleine dictator die bepaalt of ik op een dag in de douche geraak (FYI: ik zit nog in pyjama – heb geïnvesteerd in twee flanellen pyjama-broeken en ik heb zelden iets anders aan – vast slecht voor mijn sex-appeal). De grootste is een lieverd, de ideale baby, een lachebekje. Ik vrees dat ik haar chronisch verwaarloos omdat haar zus zo’n pittig ding is.

Anyway.
Tot slot. Mijn bujo helpt me ook met het afval-plan. Mijn gewicht is gestagneerd, vijf kilo boven mijn pre-zwangerschapsgewicht. Dankzij deze geweldige blog  vond ik het Levenslank-boek, met alweer… Gewoontes. Geen gekke diëten, niet nooit-meer-suiker en nooit-meer-koekjes. Maar wel: jezelf aanleren om regels te volgen. Ik kies er elke week drie, die in mijn bujo gaan. En probeer me die dan eigen te maken. En te tracken. Zoals daar zijn: geen zoets meer (taart dus, en ferrero’s) behalve op leuke gelegenheden (verjaardagen, de buurvrouw die thee komt drinken). Eén bord en niet meer bijscheppen. Geen honing meer in de thee. En opschrijven wat ik eet, waarvoor ik dan weer de lifesum-app heb.

Mooi is het allemaal niet, maar het is houvast in deze dubbele rozige wolk, waar ik soms behoorlijk in verstrikt geraak.

 

Onrust, niet gedoucht en onregelmaat

De baby’s hebben Ria Blom niet bepaald gelezen. Intussen is mijn zwangerschaps/bevallingsverlof voorbij, en gaat mijn ouderschapsverlof in. De baby’s eten nog acht keer per 24 uur. Grote zus kan slapen van 20u tot bijna 4. Kleine zus eet ook om 22u en 1u, en met een beetje pech zijn er nog nachten dat ik elk uur wakker ben. Omdat ze bijvoorbeeld liefst bij mij slapen, er krampjes zijn, huiltjes, kreuntjes.

Ook overdag is het nog wat aanpoten. Ik probeer ze te laten slapen in hun bedjes, door goed op hun vermoeidheidssignalen te letten. Maar het gaat nog alle kanten op. Hazeslaapjes, en een enkele keer een dutje van maar liefst twee uur. Maar vooral korte slaapjes, die mij te weinig ruimte geven om tussendoor iets te doen.

Met de flow mee kunnen gaan is een goede eigenschap. Hier is even alleen maar de flow. Ik ben sowieso niet zo goed in sturen en organiseren, maar met een tweeling word ik echt geleefd. Van borstvoeding tot borstvoeding. Ik slaap als zij ’s nachts slapen en niet als ze dat niet doen. De kleinste is de baas in huis met haar humeurtjes, hikjes en pijntjes.

Ik wil dingen maar kom er even niet toe en dat is nu maar even zo. Het is een beetje hobbelen doorheen de dagen en blij zijn als ik gedoucht heb of een goede maaltijd heb gekookt.

Een tweeling zien opgroeien is heel bijzonder. De motor die ontwikkeling is, waardoor ze in dezelfde periode gelijkaardige dingen doen. Zoals hun knuistjes in hun mond stoppen. Belletjes blazen. Plots lachen met geluid. Op hun zij proberen draaien. Sommige dingen doet Kleine zus eerst (motorische dingen), andere dingen (relationele) doet Grote zus eerder. En ze zijn zo ontzettend verschillend. Laatst las ik ergens dat een kind nog alles kan worden. Nou, vergeet het. Met een tweeling zie je dat mensen al iemand zijn en niet zomaar kunnen omgekneed worden tot iemand anders. Grote zus is kleine zus niet en omgekeerd. Dat zie je uiteraard ook als je maar 1 baby hebt, maar met twee kindjes is het allemaal veel duidelijker. Ze zijn op dezelfde dag geboren, leven in dezelfde omgeving met dezelfde ouders, en toch is Grote zus relaxed en goedig, en Kleine zus pittig, onrustig, vinnig.

En verder. Verder hakte een stevige borstontsteking er zwaar in (was ik ooit zo ziek?), staan de Man en ik wel eens schreeuwend tegenover elkaar – maar even goed zijn we een team want er is geen enkele andere optie, is alles met de broers wat gestabiliseerd (in het begin vond ik het bijvoorbeeld heel naar om aangeraakt te worden door de zonen, naast al dat aanraken met de kleine baby’s, nu voelt het weer gewoon) en verglijdt de tijd. Ik weet dat dit een fase is, en dat het leven weer groter gaat worden. Ooit. Tot die tijd is het goed zo.

 

 

Mini-update

O, o, deze blog wordt stilaan een ondergeschoven kindje.

Een mini-update.

Uitdaging. Een vriendin raadde me aan niet te lang thuis te blijven, omdat ik meer uitdaging nodig heb. Intussen rijgen de dagen zich aan elkaar en de weken en de maanden. Ik bedenk elke dag dat dit voor iemand als ik een fikse uitdaging is: twee baby’s managen, het huishouden doen, de grote broers, de Man. Een dag waarop we ’s avonds om 18u aan tafel zitten met een (gezonde) maaltijd en zonder dat er iemand huilt, is een topdag. Ik blijf dus nog thuis tot en met februari, hopelijk heb ik het tegen dan onder de knie.

Gierig gidsland. Grote verbazing gisteren bij de storting van het kindergeld. Er was geen kindergeld voor de tweeling. Enig opzoekwerk later, realiseerde ik me dat de baby’s daarvoor enkele dagen te laat geboren zijn. Kindergeld gaat in Nederland per trimester (200 euro per kind per drie maanden). Blijkbaar krijg je pas geld vanaf het eerste volledige trimester dat je kind ingaat, in ons geval voor de tweeling dus vanaf oktober. Of ze dan in het begin van het trimester zijn geboren of op het einde, maakt niet uit. Als ze er op de eerste dag niet waren, krijg je geen geld. Er wordt ook niet naar rato berekend. Gierig gidsland. Is in België toch beter geregeld, waar ook nog een geboortepremie bestaat. Toch?

Ritme. Twaalf weken en plots is er een soort ritme, met eten, spelen en simultaan slapen. Het is allemaal nog kort en de Kruimel eet nog 8 keer per dag, grote zus 6 of 7 keer, maar er is hoop! De dagen met twee baby’s die hazeslaapjes deden en voortdurend moesten drinken en wakker waren en poepten en spuugden á volonté, waren best chaotisch. Eindelijk een beetje houvast. (Hoewel ik daar iemand die hoort te slapen hoor poepen in haar wieg. Zucht.)

Nog meer ritme. Thuis zijn is niet saai. Ik geniet van het ritme van de dagen. Maandag start de week. Dinsdag loopt de Man na het werk. Woensdag is de jongste zoon vrij. Donderdag heeft de belofte van weekend in zich. Vrijdag is de Man thuis, gaan we biologisch-dynamische groenten kopen op de markt (het moment van de week, jong) en is er zwemles. Zaterdag (krant) en zondag is weekend, met als kersje op de taart een nieuwe Zondag met Lubach. En dan is het weer maandag en haal ik opgelucht adem als de mannen weg zijn en ik en de dames thuis.

De Man & ik. O, wat is een tweeling een uitdaging voor de relatie. De Man vond vader worden en alle verantwoordelijkheid en chaos (van twee baby’s en veel bezoek) heel heftig, ik snapte dat niet goed want ik had het gevoel dat ik toch het meeste voor de baby’s zorgde (leve de borstvoeding). Intussen zijn we wat verder en begrijpen we elkaar weer wat beter. Ik zie nu dat de Man eigenlijk wel veel nood heeft aan structuur en dat die echt totaal zoek is. Ik herken ook mijn eigen proces na de geboorte van de eerste. Baby’s zijn leuk, maar plots zit je in een soort kooi met een baby (in zijn geval: twee!) die niet altijd leuk blijkt. Je wordt moe en je bent niet de beste versie van jezelf, en je partner ook niet. Zoiets. Ik vond voor het eerst moeder worden zo heftig, omdat ik dacht dat ik gewoon verder kon leven maar dan met kind, maar niets is ooit nog eens normaal en je kan zo’n kind ook niet terug weg doen natuurlijk (niet dat ik dat ooit wou). De Man zit in een gelijkaardig proces. Hij is verliefd op de baby’s, maar hij rouwt om wat voorbij is. Tijd voor zichzelf. Uitrusten in het weekend. Hobby’s uitoefenen zonder dat je tegelijkertijd ook echt liever thuis wil zijn. (…) Daarnaast hebben we de Calvinistisch-Bourgondische kloof die sterk tot uiting komt in deze tijden (de Man snapt geen zak van bezoek uit België die taarten en koffiekoeken meebrengt en dan nog meer dan je redelijkerwijs zou kunnen opeten – het idee dat je meer koffiekoeken hebt dan dat er mensen zijn gaat er bij hem niet in-, ik geniet van alle gezelligheid, hoewel ik de eerste tijd na de geboorte van de baby’s ook een soort agressieve leeuwin was die al wakker lag als ze zich realiseerde dat mensen op bezoek zouden komen en de baby’s zouden willen AANRAKEN).

Kruimel. We hebben wat zorgen om de kleinste baby omdat die zich niet helemaal ontwikkelt zoals wij verwachten (en zoals haar zus). Ik denk zelf aan een hypo-reactieve regulatiestoornis omdat ze dysmatuur was. Wordt verder onderzocht. Ze blijft klein, schrikachtig, heeft nog primaire reflexen. Ze ontwikkelt zich anders (trager) dan grote zus. Ze vermijdt oogcontact en lacht weinig. Ik hou zielsveel van haar. We zien het wel.

 

 

 

Happy happy

Niet alle dagen zijn ploeteren. Vandaag was een erg leuke dag met de baby’s. We dronken thee met bezoek terwijl ze sliepen in mijn armen, beurtelings. Daarna dronken ze terwijl ik een leuke serie keek. En na een beetje geknuffel (en lunch) op de bank, zijn we samen gaan shoppen. Borstvoedingsproof kledij! Veel modelletjes van King Louie hebben een goede decolleté waar je snel even een borst uit wipt, maar dit jurkje is ook bijzonder geschikt.

In de winkel wiegde de verkoopster de baby’s terwijl ik in het pashokje was. We praatten over haar kinderen en baby’s en mijn postnatale lijf en het was reuze gezellig. Daarna gingen de baby’s en ik de stad verder in. Soms heb ik er een hekel aan, de verrukte kreetjes, het aangesproken worden (soms heb ik haast, of geen zin om aan vreemden te vertellen dat ze inderdaad een tweeling zijn, zelf gemaakt ja, spontaan, twee-eiig, x aantal weken oud, inderdaad leuk ja, een rijkdom, dat ook, nee niet mijn eersten, ja twee meisjes). Maar soms is het ook erg grappig en lief. Zoals bij de dokter, waar ik in de wachtzaal borstvoeding gaf en een mevrouw naar me toe kwam en ze: ‘dankjewel, dat was zo mooi’. Of op open monumentendag, waarop een mevrouw mijn hand nam en stralend zei: ‘gefeliciteerd, he, gefeliciteerd’. (Ze had een zachte, warme hand.) Of toen de pubermeisjes kirrend voorbij reden (kijk, die baby’s!) en er één tegen de vlakte ging (gelukkig geen verwondingen). Het is een attractie.

Het lukte me avondeten te maken, de baby’s gingen om 20u naar bed (en vroegen alweer een voeding om 21u30 – ze eten nog steeds 8 tot 10 keer per dag!), ik heb alle was daarna nog opgevouwen en het grote bed nog verschoond. Dat is zowaar een succes te noemen.

Nog leuke banaliteiten.
– Nu ik hier 1,5 jaar woon heb ik EINDELIJK geleerd zelf melk te schuimen voor een cappuccino. Blijkt er (bijna) niets aan te zijn. Zucht.
– Tijdens de borstvoeding lees ik boeken van Helle Helle. Toevallig uit de bib meegenomen. Er gebeurt geen klap in die boeken en toch lees ik ze ademloos uit.
– Eén van de baby’s heeft een keer doorgeslapen. Het is een begin. Ik ben overigens niet zo uit op doorslapen, want ik vind het niet goed voor de borstvoeding.
– Kleine broer vroeg gisteren aan de Man of hij nog eens een pitje in mijn buik kon doen. Want hij wou nog wel een setje tweelingzusjes. Voor mij hoeft het niet zo nodig.
– Ik ben er aan toe een paar uur in de bib wat te gaan werken voor mezelf. Na 10 weken :). Ik vind het wel spannend.
– Ik ontdek telkens weer hoe goed het is af te spreken met andere mama’s. Dat breekt de dagen met kinderen.
– De osteopaat heeft Kruimel deugd gedaan. Ze spuugt minder! Ze lijkt zich ook wat beter te voelen. (Als ze spuugt, mikt ze exact tussen mijn borsten in. Dan druipt het in mijn bh. Ik kan daar voorlopig nog mee lachen.)
– De bib. Dat is dus een soort universum waar heel de dag allerlei soorten mensen rondhangen, waar je altijd naar toe kan en altijd mooie dingen vindt. Aaaaaah.
– Wat ik mis van België is a. het voedselteam en b. het bos. De Man neemt me nu op vrijdag regelmatig mee voor een boswandeling-met-draagdoeken, om te bewijzen dat hier ook bossen zijn (en warempel!). Het voedselteam is nog niet vervangen. Het zelfoogsten bleek niet voldoende op te leveren (twee bieten, drie wortels, tien aardappelen – tja). Maar afgelopen vrijdag heb ik een bio-dynamisch kraam gevonden op de markt en daar heb ik een keur aan groenten gekocht. Plots lijk ik weer te kunnen koken. Blijkbaar begint het voor mij met een resem groenten in de frigo, en dan goed nadenken wat ik daarmee kan doen.

 

Opnieuw beginnen

We zitten tegenover elkaar. Zij met één baby, ik met twee.

Beiden zijn we door de hel gegaan tijdens de zwangerschap. We kijken terug. We realiseren ons nu pas hoe erg het was.

‘Heb jij ook het gevoel dat je weer bij het begin moet beginnen?’, vraagt ze. De nagel op de kop. Ja, dat gevoel heb ik. Alsof alles wat ik opgebouwd heb aan carrière, conditie, bezigheden, lijf weggevaagd is door de depressie, de geboorte, de baby’s. Alsof ik weer bij nul moet starten, met mijn bijberoep, mijn werk, mijn lijf.

Het idee dat ik met veel losse eindjes uitgevallen ben op het werk en dat mijn charismatische vervanger al mijn ‘klanten’ heeft overgenomen alleen al, is zo bedreigend. Op een dag was ik één van de beste. De dag dat ik terug start, heb ik niets meer en moet ik weer beginnen bij het prilste begin.

Ook de relatie met de Man is balanceren, soms op een erg slappe koord. Twee baby’s in één klap is voor iemand die nog nooit een baby van dichtbij heeft gezien, heel wat. In drukke tijden neig je tot extremer gedrag. De Man verbaasde me de voorbije weken met zijn hang naar structuur en orde, om de stromen bezoek, de onregelmaat van de baby’s en alle veranderingen het hoofd te kunnen bieden. Soms zucht ik als hij de inhoud van een keukenkastje weer wil optimaliseren. Hij is vaker norsig en moe. Maar zijn blik is goud waard, als hij thuis komt en de baby’s ziet. De baby’s die steeds meer echte mensjes zijn, die kijken, contact maken, bescheiden lachen, duidelijk zichzelf zijn en dus duidelijk verschillend.

Alles samen. De prijs is hoog (geweest). Maar de baby’s zijn onbetaalbaar.

 

Het postnatale lijf

Elke maandag ga ik op de weegschaal staan. Elke maandag ben ik opgelucht, want ik val per week iets tussen 0,8 kg en 1,5 kg af. Hoewel ik frietjes eet, taartjes, chocola en andere troep.

Ik was schandalig veel bijgekomen tijdens de tweelingzwangerschap. Een combinatie van hormonen, bedrust en eetlust. Of eetdrang. Intussen begrijp ik dat ik geen borstvoeding zou kunnen geven aan mijn duo als ik die vijftien kilo reserves niet had aangelegd. Vijftien kilo die ik nu geleidelijk aan verbruik. Ik hoop dat het afvallen doorzet en dat ik inderdaad op mijn pre-zwangerschapsgewicht uitkom. Soms neem ik me voor niet meer te snoepen, maar dat duurt meestal maar tot de eerstvolgende aanval van enorme vermoeidheid en dus zin zin zoet. Of tot de eerstvolgende keer dat ik geen tijd heb om iets deftigs te eten en een koekje of een boterham met choco het efficiëntst zijn. Of tot de eerstvolgende keer dat ik me realiseer dat koken met een huilende tweeling geen kattenpis is, en dat de Man om patat sturen soms de beste garantie is op warm eten.

Ik wou dat ik het bovenstaande had geweten, tijdens mijn zwangerschap. Dus ik vertel het hier voor toekomstige moeders: je lijf bouwt een reserveke op dat je opsoupeert als je borstvoeding geeft. De natuur heeft dat goed geregeld.

Verder kijk ik regelmatig op de instagram van kiind. Er zijn vrouwen die zo moedig zijn hun postnatale buik met de digitale wereld te delen. Ik ben niet eens moedig genoeg om mijn buik met de Man te delen en soms niet moedig genoeg om het aan te zien in de spiegel. Ik deel geen foto, maar als ik het in drie woorden zou moeten beschrijven: slap, strepen, bol. Ik heb allerlei truukskes, van een soort korset tot corrigerend ondergoed. Geen enkel truukske is ‘genoeg’. Ik blijf er zwanger uit zien, door de diastase waar ik maar eens voor naar de kine moet (maar wanneer, wanneer?).
Voor andere (twin)mama’s wil ik dit graag vertellen. Dat mijn buik nooit meer zal worden wat ie was (dus het is niet abnormaal als dat bij jou ook zo is – ik las laatst de Linda en daar stond een tweelingmama in die actrice is met een tweeling van twee en op één van de foto’s staat haar buik – de Man schoof het onder mijn ogen en zei dat het bij haar toch goed gekomen was – ze heeft de buik van een achttienjarig meisje, strak en plat en het is gefotoshopt, zeg ik u, want dat kan gewoon niet na een tweelingzwangerschap!). En dat op kiind moedige moeders hun buiken tonen en dat het echt helpt om dat te zien en zo heel langzaam je beeld te kantelen van hoe de realiteit is en hoe je ernaar kan kijken.