Ook prinses heeft genoeg gezwegen

O ja, ik ben in winterslaap. Maar ook ik zwijg niet meer. #Genoeggezwegen

Met een boek in bed. Gemberthee. Later waren er koude washandjes nodig en heb ik de boel bij elkaar gebruld. Kon me niet schelen. Ik heb ook in bad gepoept mocht ik later vernemen. Couldn’t care less. En ik heb meer dan een uur op handen en knieën zitten persen. Maar het hoofdje wou niet in een beter positie schieten. Mijn vroedvrouw was heel stil en aandachtig aanwezig. Introduceerde de noodzaak naar het ziekenhuis te gaan. Gaf me tijd er aan te wennen. Nam me mee in haar auto. Waar ze geen kik gaf toen ik brulde en perste. Niet twee keer, zoals ik het een beetje uitgerekend had. Ik geraakte de tel kwijt. Tot daar het leuke deel.

In het ziekenhuis ben ik in een kamer terecht gekomen. Ik weet niet meer hoe. Op handen en voeten, brullend, zat ik op de grond. De gynaecoloog kwam binnen. Hij stelde zich niet aan mij voor. Als ik niet op bed ging liggen, kon hij niets voor me doen. Hij vertrok. De vroedvrouwen moesten me met enige stress op bed krijgen. Hij kwam terug, stelde zich nog steeds niet voor. Als ik geen epidurale nam, deed hij niets voor me. Ik weigerde. Hij vertrok weer. Het was weer aan de vroedvrouwen, die me zenuwachtig overtuigden van de wens van meneer doktoor. Toen de prik gezet werd, haakte ik af.

In de verloskamer lagen twee vroedvrouwen over me heen. Ik zag het zweet parelen. Hij stond tussen mijn benen. Ik hoorde het knippen in mijn vlees. In de ruit zag ik weerspiegeld hoe het bloed stroomde.  Hij was besmeurd met mijn bloed en stond tussen mijn opengespreide benen. Het voelde als een gruwelijke verkrachtingsscène. Hij sperde me open, gebruikte al zijn kracht om me open te trekken. Er kwam een blauw kind dat bij me werd gelegd.

Tijdens al het geweld stond mijn moeder in een hoekje naar me te kijken en mijn toenmalige partner stond naast me. Beide relaties gingen stuk in het eerste jaar na die geboorte. In therapie ontdekte ik dat het had gevoeld alsof ze er bij stonden en niets hadden gedaan terwijl ik zwaar  geweld onderging.

Ik kreeg mijn baby bij me. Hij was lief, maar ik hoefde hem even niet. Na enkele uren mompelde ik sorry, sorry, sorry. Ik wou hem bij me nemen maar kon niet bewegen. Ik verging van de pijn. De nachtverpleegkundige kwam pas na een half uur toen ik belde. Ik overwoog bijna om in mijn bed te doen, mijn hele onderkant was aan flarden geknipt. Ze hielp me naar de wc, gaf me een opmerking omdat ik mijn sleffen niet aan deed. Weer in bed strekte ik verlangend mijn armen uit naar dat bedje met mijn kindje erin. Ze rolde het weg, we moesten allebei maar eens wat slapen.

Het was koud onder die rare ziekenhuisdekentjes die niets voorstellen en ik deed geen oog dicht. Ik verzamelde al mijn krachten op mijn baby bij me te krijgen. Dat lukte, maar ik had zo veel pijn dat ik geen houding vond waarin we fijn met elkaar konden liggen.

’s Ochtends kwam er een ontbijt om half 7. Er was niets gezonds aan. Ik werd niet gewassen, de baby wel. De gynaecoloog kwam langs en stak zonder waarschuwen zijn hand in het bloedbad tussen mijn benen. Ik weet nog steeds niet waarom. Later, toen de man er was, ging ik in de douche waar ik bijna onderuit ging van zwakte.

Nog later kwam er bezoek. Ik had geluk gehad, zeiden ze. Hij was een boer, maar hij is de beste. De gynaecoloog. En de hoofdprijs had ik sowieso: een gezonde baby.

Die ligt naast me nu, terwijl ik dit schrijf. Wij hebben het fijn samen. Op het symbiotische af. We zijn van elkaar. De nieuwe partner, M., legt er zwaar de duimen voor. De gezonde baby is een gezonde peuter van drie. Maar ik weet nog steeds hoe de knip klonk. Hoe het zweet parelde. Hoe ik werd aangestaard door allemaal rechtstaande mensen in een kamer waar ik als een soort schildpad op mijn rug lag, open, bloot, kapot geknipt. Hoe de gynaecoloog wel mijn geslacht kon aankijken, maar me geen moment in de ogen keek. Hoe niemand in  dat fucking ziekenhuis door had dat die kou, dat rillen, het slapeloze, de angst, de pijn, een gevolg waren van het trauma.

#genoeggezwegen

Winterslaap

Mijn blog gaat even in winterslaap.

De jaren die voorbij zijn waren heftig. Vaak had ik het gevoel dat er maar niets gebeurde, niets veranderde, niets op mijn pad kwam waardoor de dingen makkelijker zouden worden.

Op een dag sprak ik in de auto een bestelling uit. Eén aan het Universum. Baat het niet, dan schaadt het niet, dacht ik. Ik bestelde alles was ik nodig had en/of wou. Dezelfde week nog was Marinus er. Met hem kwam de mogelijkheid anders te gaan leven, minder te werken, uit de ratrace te stappen.

Met Marinus wandelde ik rond in een museum, we dronken koffie. De dag erop had ik belachelijk veel focus en energie. Ik besefte dat het lag aan het feit dat ik eindelijk weer eens tijd doorbreng met een andere volwassene waarmee ik volwassen dingen doe die niet bij werk horen. Dat het heilige moeten en ploeteren ophouden.

Ik schrijf dit stukje op zijn bank. De kinderen liggen boven te slapen. Ze zijn moe van heel de dag de gemeenschappelijke tuin achter zijn huis te spelen. Ik kookte soep op zijn prachtige fornuis en we belegden samen pizza die we in de grote oven schoven. Ik zit op de bank, in zijn huis, midden in de stad. Ik hoor enkel voetstappen, af en toe. Geen auto, geen vliegtuig. Straks komt hij thuis, maakt hij thee voor me en slapen we samen in zijn grote bed. Ik zal een t-shirt nemen om in te slapen uit zijn kast met t-shirts die me om één of andere reden allemaal ontroeren, want ze zijn zacht en mooi en liggen op nette stapeltjes.

Er is ook een maar. Alles krijgen wat je wou in één keer kan je volledig omver blazen. Toen we hier gisteren toe kwamen en we de kinderen in bed hadden gestopt, huilde ik op de bank omdat ik terug wou naar mijn eigen leven. Dat leven in dat rommelige huis ja, waar ik behoorlijk moet trekken om de eindjes aan elkaar te knopen. Dat leven waar de jongens en ik samen de family room delen. Dat leven dat van mij is, van ons. Alle verhoudingen zijn zo snel veranderd, en dat kleine jongetje van drie ligt nu alleen in een groot bed en liever nog dan naast Marinus, kruip ik naast dat kleine lijfje. Dat is eigen, dat is van mij. Liefst laadde ik de jongens gisteren weer in de auto, reed ik in één ruk terug en probeerde ik te vergeten. Dit alles, hier. Hem.

Alles krijgen wat je wil in één keer kan het mes op je keel zetten. Het puntje van dat mes doet pijn. Er moet nagedacht worden over levensgrote dingen. Ik moet dat even in stilte doen, zonder meningen, oordelen, tips, advies, maar dus ook zonder liefdevolle, en begripvolle woorden.

Mijn blog gaat in winterslaap. Ik hoop dat ik binnen een paar maanden terug ben, met blije berichten over een gewaagde sprong en vertrouwen.

 

P.s. Er staat al een post klaar voor 1 februari. Tot dan!

 

 

 

Hoera voor… Collect & go!

‘Hoera-voor’ is een reeksje op mijn blog met survival-strategieën voor (single) moms. Het is heel erg not-me om dit soort blogs te schrijven. Lees het vooral niet als strategieën van de specialist, maar als toevalstreffers van de moeder-chaoot. En doe er je voordeel mee.

Euforie zit ‘m soms in kleine details.

Lees volgende scenario’s, gebaseerd op waargebeurde feiten:

(1) Het is zaterdagochtend, de winkel is loaded. Inwendig foeter je. Waarom ben je niet eerder komen winkelen? Dan realiseer je je: er was geen mogelijkheid. Heel de week gewerkt, gerend en gevlogen, dus zaterdagochtend it is. Kleine zoon zit in de kar, grote zoon wil er perse op staan. Dat stuurt erg onhandig en uiteraard laat hij zich drie keer vallen, zodat je per ongeluk tegen zijn benen rijdt en hij het op een heel luid jammeren zet. Als je geluk hebt, huilen kan immers ook. Krijsen is gelukkig zeldzaam. Intussen vraagt de kleine zoon elke rayon of hij mag stappen. Nee, dat mag niet. Vier handjes strekken zich uit naar elk ‘proevertje’ dat er is. Ze maken geen onderscheid tussen stukjes worst, een bekertje wijn of koeken. De eerste twee kan je nog net uit hun handen trekken (‘dit zijn dode dieren!!!’- ‘nee, domme moeke, dit is worst’ en ‘dit is voor grote mensen!’ – krijspartij). Uiteindelijk geef je toe en passeer je dan maar een aantal keer subtiel voorbij de tuckoekjesproevertjes. Maar later toch weer spijt, want ze hebben er dorst van gekregen en het is nogal moeilijk uit te leggen dat die drankjes in de kar eerst betaald moeten worden alvorens genuttigd. En dan… Alarm!!!!! Brand? Nee, plassen. Of erger. De wc in de Colruyt weet je al zijn en de beleefdheid toestemming te vragen om die te gebruiken is ook al overboord. Spurten, altijd, want beide zonen hebben een edgy alarm als het over dat soort dingen gaat. Zo, dat ging weer net goed. Je wist het zweet even van je voorhoofd en kan nog net het hand van de oudste uit de broodmachine trekken. Hij was op zoek naar korstjes. Aan de kassa voel je je niet lekker. Opgedraaid. Je probeert wat in te schatten hoe hoog de rekening zal zijn en houdt je vingers crossed dat er genoeg geld op je rekening zal staan. De kinderen hebben nog even ruzie over wie nu de extra korting kaart aan de meneer of mevrouw mag geven en er is nog wat onvrede omdat ze geen speelgoed hebben mogen kiezen, maar daarna gaat het vlotjes. Kinderen in auto, auto laden, naar huis rijden, kinderen uitladen, honderd keer op en neer naar de auto om de boodschappen uit te laden terwijl je natuurlijk ogen op je rug wenst om te kijken of de kinderen het pand niet verlaten via de openstaande voordeur, pizza in de oven als noodoplossing, want met winkelen ben je toch zo drie uur kwijt.

(2) Je agenda geeft je een herinnering. O ja, de winkel! Het is bijna twaalf uur, je bent thuis aan het werken. De kinderen zitten op school. Relax rijd je naar de winkel waar je de aparte ingang van de Collect & Go mag nemen. Er staat niemand, je bent zo aan de beurt. Een enorme winkelkar staat klaar en de twee mannen van de winkel zijn druk in de weer om ook de diepvriesproducten en de koelkastproducten toe te voegen. Alles zit netjes gesorteerd in bakken en staat al op een kar. Je krijgt ook een gratis productje, leuk. En de servicekost valt weg omdat je vijf pakken pasta hebt gekocht. Nice. Extra korting-kaart scannen, betalen (je weet ongeveer hoeveel het gaat zijn – geen stress), auto inladen, kar terugbrengen, grapje maken met de man van de winkel en klaar. Thuis alleen nog alles snel uitladen, een boterhammetje maken, en om één uur zit je alweer aan je bureau.

Als je eenmaal kennis gemaakt hebt met het tweede scenario, wil je niets anders meer. Enkele voordelen op een rijtje:

  • Je kan producten rustig vergelijken met alle info op het scherm. In de winkel kan dat in principe ook, maar met twee kinderen heb je soms de neiging gewoon om het even wat dat lijkt op wat je wou kopen in je karretje te gooien.
  • Je kan de extra korting kaart bewust inzetten.
  • Impulsaankopen (denk: chips en chocola) zijn te reguleren.
  • Je weet ongeveer wat je gaat uitgeven.
  • Je kan verschillende lijstjes opslaan in het programma waarbinnen je bestelt, bijvoorbeeld het lijstje ‘maandelijks’, ‘wekelijks’ en ‘extraatjes’. Vooral mijn maandelijkse lijst is handig omdat ik probeer één keer naar de Colruyt te gaan en verder via het voedselteam te kopen. Al mijn vaste producten staan er in en ik heb een lijstje voor mezelf van de categorieën die ik dan moet aanvullen, waardoor ik heel snel kan ‘winkelen’. Op dat lijstje staat ook mijn paswoord en mijn gebruikersnaam, zodat ik alle info bij de hand heb.

Nadelen? Sommige producten zoals fopspenen en nylon kousen zitten niet in Collect en go, daar moet je dan even de winkel voor door. Dat is toch nog dubbel werk dan.

Maar dat weegt niet op tegen de voordelen. Wij zijn fan. Hoera voor Collect & go!

 

De glazen balletjes en de conclusies

Een huishouden bestieren, kinderen, een baan en een bijberoep. Het is als jongleren met balletjes van fijn glas, schreef ik een tijdje geleden. De balletjes waren uit elkaar gespat. Ik heb enkele uren gedacht dat ik mijn jongste kind kwijt was. ’s Nachts in bed zat ik te werken, af en toe onderbroken door de verpleegster die bloeddruk kwam nemen en met lichtjes in zijn ogen schijnen. De bloeddruk was midden in de nacht even niet goed. Toen dat weer opgelost was, ging ik verder. Met brandende ogen, documentje afwerken. Het was zo absurd. Ik was kwaad op mezelf, op de organisatie waarvoor ik werkte. En ik schaamde me dood ten opzichte van de verpleegkundigen die een moeder in een bed vonden die naar haar scherm keek in plaats van naar haar hoopje zoon.

Marinus en ik kregen een relatie. We brengen tijd samen door. Op een zondagavond zat ik koortsachtig te werken en bedacht ik dat ik dat de relatie me te veel werktijd kost. Dat ik het er niet bij kan hebben. Dat het klaar moet zijn. Wat ongenadig om dit te denken. Voor mij, voor hem, voor ons.

Mijn lijf en ik, wij zijn al geruime tijd in overdrive. Als ik heel eerlijk ben? Ik slaap weinig, ik eet slecht. Gisteren stond ik weer eens drie uren in een monsterfile. Alles doet pijn als ik dan uit de auto stap, de kindjes na bedtijd ergens ga ophalen, hen kalmeer en in bed stop en er bij blijf liggen met dat eeuwig knagende schuldgevoel dat ik nog werk heb en dat ik me minstens even uit bed moet hijsen om wat te eten. Sinds het ongevalletje van de kleine zoon voel ik me opgejaagd wild. Amper vier dagen niet gewerkt en iedereen trekt me aan mijn mouw. Iedere organisatie waar ik voor werk lijkt te denken dat ik enkel voor hen in touw moet zijn. Hoe belangrijk het ook allemaal leek ooit, het irriteert me alleen maar heel erg, nu, na de nacht naast het hoopje zoon.

 

Marinus en ik praten over enkele weken vrij nemen. Wat ik dan wil doen, vraagt hij. Geen flauw idee. Wat doen mensen die enkele weken vrij nemen? Ja, natuurlijk wil ik naar Assisi en dutjes en musea en sporten en sauna en gezond eten. Intensieve therapie in plaats van dat aanmodderen van één keer om de vier weken tussen de soep en de patatten. Ik wil boeken lezen! Ik wil studeren! Ik wil eindelijk weer diep in plaats van snel. Maar dat is niet realistisch, volgens mij. Hij ziet er geen probleem in, het geld dat ik ervoor nodig zou hebben noemt hij ‘resources’ en ook een keer ‘peanuts’ geloof ik.

We hebben gesprekken over minder gaan werken, wat hij wil bufferen. Ik kan niet anders dan weigeren uit trots en principe, maar op momenten dat ik ’s avonds geen stem meer heb en het glas van de gevallen balletjes bij elkaar veeg, sijpelt de gedachte ook mijn hoofd in. We hebben discussies over 32, 28 of 24 uren. Hij wil mij niet bufferen, zegt hij. Maar het hele construct ‘ons’. Als het met mij niet goed gaat, gaat het niet goed met de relatie en de kinderen. Dan komen we niet verder.

Ik heb zo lang niets te willen gehad, dat ik niets meer wil. Vraag me wat anders kan, ik haal mijn schouders op. Harder werken, meer van dit. Ik was er trots op, maar de balletjes moeten maar één keer neersmakken en je vraagt je af waar je eigenlijk mee bezig bent.

Ik heb het gevoel het winnend lot getrokken te hebben met Marinus, maar net dat maakt het zo vervreemdend. Hij is gewoon, maar ook lief en communicatief en aandachtig en attent en hij wil samen en dat het dan makkelijker wordt voor mij. Bij hem zijn is vertrouwd maar ook veilig en compleet in alle eenvoud. Hij zoekt een restaurant uit en vraagt of ik het ok vind om daar te eten, dan kan hij reserveren. En dan verlang ik stiekem een seconde heel hard naar een kopje soep op de bank. Omdat ik dat wel kan bieden, en het andere niet. Hij lijkt alles mee te brengen in mijn leven waarvan ik al lang niet meer dacht dat het een optie zou kunnen worden. Maar net dat maakt me schuw.

Een avond in zijn huis. Ik kook in zijn keuken en voel me de koningin te rijk en lach hem tegelijkertijd plagend uit. Hoe vaak hij die drie ovens gebruikt? Wat hij zoal kookt op dat retro gasfornuis? We eten, we praten. Mijn geplande en o-zo-belangrijke werk blijft in de gang staan. I couldn’t care less. Op het werk de volgende dag zegt iedereen dat ik er zo blij en goed uit zie. Ik grinnik. Een soort leven met tijd om te koken op het retro-gasfornuis, de peren uit zijn tuin te verwerken, op een bankje voor het huis te gaan zitten en met de buren kletsen, zinvol en leuk werk te doen dat me niet uitput, treinsporen te bouwen met de zonen en nooit meer na bedtijd met vermoeide kinderen toekomen in een koud en leeg huis. Ik zou er geloof ik wel voor kunnen tekenen.

 

 

 

 

De cruise control-man en de stresstest

Hij heeft al vijftien jaar meer geleefd om zijn huis op te ruimen en zijn leven op orde te krijgen,’ mompel ik. En ik vraag hem met trillende benen of hij een weekend bij ons langs wil komen.

Een goed geregisseerd weekend. Ik heb nog tijd om mijn keukenkastjes uit te kuisen en we kunnen een herfstwandeling in het bos maken en pompoensoep eten.

En dan krijgen we een stresstest. De jongste zoon valt ongelukkig en daar hebben we onmiddellijk de mallemolen: hotel ziekenhuis, toestanden. Ik heb een opdracht als zelfstandige in bijberoep die ik niet zo makkelijk kan afzeggen. Ik zit in het ziekenhuisbed naast de zoon waarvan ik dacht dat ik hem kwijt was documenten te tikken voor organisaties tot 2 uur ’s nachts. Dirk komt ruzie maken. Kortom: volledig circus zoals alleen ik dat lijk aan te trekken in mijn bestaan. Really.

Om half 7 belt Marinus me wakker. We praten kort, ik ben moe en kan het even niet overzien. Ik kijk naar mijn slapend mannetje, weet dat ik in de namiddag moet presteren. Hij vertrekt, zegt hij. Meteen. Hij gaat niet naar het werk, hij komt naar me toe.

Ik ben verlegen als hij uren later het ziekenhuiskamertje binnen stapt. Ik had de verpleegster gevraagd twee minuten bij mijn zoon te blijven zodat ik me minstens kon douchen, vond gelukkig ook mijn make-uptasje in mijn werktas. Ik ben net één en ander aan het camoufleren met concealer als hij op de deur klopt. We knuffelen elkaar onhandig. En hij neemt mijn gezin over die middag zodat ik de klus kan gaan doen met zweet in mijn handen (improvisatie it is!). Als ik thuis kom is iedereen blij en is hij moe.

Daar gaat het geregisseerd weekend waarmee ik een goede indruk wou maken, denk ik. Hij is midden in de zooi van ons dagelijks leven gestapt. Op een moment dat de zooi eigenlijk op ontploffen stond. Hij heeft zijn weg moeten zoeken in mijn keukenkastjes, het potje van de kleine zoon uitgekiept, boterhammetjes gemaakt, verhaaltjes gelezen. Hij heeft in de family-bedroom geslapen op het kleine plekje dat over was nadat het bed gevuld was met twee zonen en mezelf, ondanks mijn voorstel dat hij voor een goede nachtrust ook in het bed van de oudste zoon de privacy kon opzoeken.

De grootste schaamte komt met het idee dat hij in mijn garage vast gezien heeft dat er eten staat dat we in een zeer slechte periode via de voedselbedeling van het OCMW hebben gekregen. Ik denk dat ik het hier nooit heb vermeld omdat ik me er te pletter voor schaam. Er zit een stempel op de dozen met appelmoes en corn flakes: voedselhulp. Ik vermoed dat hij het gezien heeft, ik wil niet dat hij er over begint. Pijnplek, schaamte.

Na ongeveer 36 uur vertrekt hij weer naar zijn leven. Hij kust me, ik kijk hem vragend aan. Hij is ‘in’, nog steeds.

Bij de heerlijkste vriendinnen die ik heb sluit ik de week af. Ik vertel over hem. Het is wat onsamenhangend. ‘Als hij voor ons zorgt zoals voor zijn kat, komt het helemaal goed,’ zeg ik. Hij weekt immers brokjes voor zijn kat zodat ze makkelijker verteert en hij koopt gehakt voor haar. De dames lachen. Mooie quote voor op je blog, zeggen ze. Bij deze.

De stresstest voor de cruise control-man is geslaagd. Nu nog even geloven dat het echt is.

 

 

Crisisloze kindertijd met … Evert-Jan!

Crisisloze kindertijd is een reeksje van blogs over dingen die mijn kinderen leuk vinden. Een garantie op een crisisloze tijd met de kids! 

Boekjes doen het hier altijd reuze goed. We hebben een mooie collectie, bestaande uit zelf gekochte, maar ook veel gekregen boekjes en vondsten uit de kringloop. Eerlijkgezegd laat ik sommige boekjes subtiel verdwijnen. Sommige boekjes zijn niet leuk. Sommige boekjes zijn stom. Sommige boekjes heb ik al duizend keer gelezen. Sommige boekjes vind ik saai. Sommige boekjes verdienen het om geadopteerd te worden door andere kindjes.

De beste boekjes zijn de boekjes die ook leuk zijn om voor te lezen. Boekjes die grappig zijn, ontroerend. Boekjes waar voor volwassenen knipoogjes in zitten. Boekjes waarvan ik dan HOOP dat mijn kinderen ze gaan kiezen voor het dagelijkse voorleesmoment.

Zo’n boekje is Evert-jan: een poepvlieg met smetvrees. Het is hilarisch, het is vlot geschreven, het is grappig, verrassend, de tekeningen zijn goed. Het verveelt nooit.

In mijn meer creatieve momenten maak ik het voorleesmoment interactief. Dan moeten de kinderen zoemen elke keer als de vliegenfamilie vliegt, of dan wassen we samen onze handjes op een vliegenmanier als Evert-Jan in de picture is. (Ok, dit klinkt onnozel, maar mijn kinderen zijn dan wildenthousiast – iets dat je trouwens ook niet altijd moet willen in het bedritueel).

Crisisloze kindertijd met Evert-Jan. Een aanrader!

 

 

Akelig snel in de juiste richting

Het gaat hard met Marinus. We bellen dagelijks. Lang. Er is veel te bespreken en we vinden het vast ook gewoon leuk elkaar te horen. Ik heb het gevoel op een rijdende trein gestapt te zijn, die weliswaar de juiste richting uit gaat maar wel akelig snel.

We maken plannen voor de weken die komen. Allerlei moois en leuks dat ik jaren niet heb gedaan. We praten over boeken, wegen ideeën tegen elkaar af. Ik heb elke dag een vragenlijstje met dingen die ik over hem wil weten, en hij probeert in te schatten wie ik ben en hoe ik in elkaar zit.

Ik was vergeten hoe dat is, verliefd zijn. Dat zelfs een gesprek over wat de ander ’s middags heeft gegeten, interessant kan zijn.

We maken plannen. Niet alleen voor de weken maar ook voor de jaren. Hoe zie jij het, hoe zie ik het? Mijn hele toekomstbeeld dat bestond uit heel hard werken en kop boven water houden, kantelt. Misschien zal mijn leven plaats vinden op een andere plek, in een andere stad, en op een andere manier. Misschien wordt het een leven waarin ik tijd ga hebben om de stad in te gaan om een heerlijk kopje koffie te drinken op een gewone weekdag. Omdat er tijd is. En liefde.

Er komen dingen voorbij waar ik nooit bij stil heb kunnen staan. Zoals New York bezoeken. Het is vrij snel duidelijk dat hij de stabiliteit en ruimte en buffers heeft die mij ontbreken. Het duizelt me en ik voel een lichte paniek die te maken heeft met gelijkwaardigheid binnen een relatie. Het materiële is niet belangrijk, maar het betekent wel veiligheid, tijd en levenskwaliteit.

Ik snijd het onderwerp anticonceptie aan en we praten over de optie baby waar we het wel een beetje over eens moeten zijn natuurlijk.

Soms lijkt het alsof ik droom. Ik vraag me vaak af wanneer de wekker af gaat en alles een illusie zal gebleken zijn. Wat niet afgaat zijn de alarmbellen. Geen enkele alarmbel treedt in werking. Hij lijkt ok. Hij is lief, communicatief, relaxed en respectvol. Elke dag ontdek ik dat hij meer is dan ik dacht.

Uiteraard kennen we elkaar al een tijdje, en is er ook het kennen via-via, maar de relatie is nieuw. Het lijkt soms alsof ik blind met hem getrouwd ben, de sprong heb gewaagd. Ik trek de kasten open en er valt geen enkel lijk uit. Er zijn alleen maar leuke dingen en grappige dingen en lieve dingen. Maar misschien heeft hij wel een raar kinky kantje dat ik op een dag ontdek. Wie weet.

Of hij me mee neemt naar het Eye, vraag ik. Zo vaak je maar wil, zegt hij. Meer prinses dan dit heb ik me nooit gevoeld. En dan o-ow, toch een alarmbelletje. Ik ben toch geëmancipeerd? Ik kan zelf naar het Eye als ik dat wil? … Maar met twee (waarvan één local) is het natuurlijk leuker. Toch?🙂

 

Jongleren met balletjes van fijn glas

Femma is een eigentijdse en eigenzinnige vrouwenorganisatie met een duidelijke visie op mens & samenleving. Femma praat mee over wat vrouwen vandaag denken, voelen & beleven. Femma verdedigt de belangen van vrouwen met minder kansen en in het bijzonder alleenstaande vrouwen. De organisatie ijvert voor emancipatie van vrouwen en gendergelijkheid, o.a. via het informeren en sensibiliseren van vrouwen, beleidsmakers en andere actoren.

Onderstaand stukje is geschreven voor Femma en verschenen op hun website.
Meer over Femma? Neem hier een kijkje!

Een huishouden bestieren, kinderen, een baan en een bijberoep. Het is als jongleren met balletjes van fijn glas.

Ik werd er steeds beter in, in dat jongleren. Mooi was het nog steeds niet, elegant al evenmin, maar ik deed het wel. Maar nooit moeiteloos.

Er moet echter niet heel veel gebeuren, merk ik, om de balletjes klingelend kapot te laten vallen. Een ongelukje van de zoon en ziekenhuisopname deed ’t ‘m. De balletjes vielen met een smak kapot.

Wat ik dan doe? Mijn wonden likken. Uitgeteld op de bank liggen. Slapen. Ik ben zelfs naar de sauna geweest met een vriendin op een kindvrije dag (dat lijkt erg decadent). ’s Ochtends had ik me nog intens afgevraagd of je met een computer binnen mag in de sauna. ’s Avonds had ik me afgevraagd of ik wel had moeten gaan en niet beter even mijn werk had ingehaald, en het huishouden weg gewerkt.

Dat ik geen buffer heb, merk ik aan het feit dat de balletjes niet kapot kunnen vallen zonder gevolgen. De lijken vielen en masse uit de kast. En ik viel van de ene verbazing in de andere. Afspraken waar ik aan herinnerd werd die noch in mijn agenda stonden, noch waar ik iets vanaf wist. Pijnlijk. Zeer pijnlijk. Ik ben amper vier dagen niet in staat geweest om te werken, maar alle zorgvuldig opgebouwde controle was weg.

Als een collega even ziek is, zijn of haar grootmoeder heeft moeten begraven of zorgen heeft rond een kind, verwachtte ik telkens dat het ‘over’ is van zodra iemand zijn of haar vertrouwde plekje weer heeft ingenomen. Als iemand terug is, is de situatie weer normaal. En dan kan je dus alles vragen, mailen en verwachten. Toch?

Ik was zelf terug na een amper opgemerkte afwezigheid en twee dingen vielen me op. Het eerste? Betrokkenheid is levensbelangrijk. Mijn hart verwarmde van alle lieve betrokkenheid van collega’s die na één dag maar ook nog na drie dagen vroegen hoe het nu met mij en de zoon ging. En het tweede? Als je iets ingrijpends hebt meegemaakt waar je zorg bij nodig was, kan je daarna niet meer gewoon de draad oppikken. De betekenis van werk verandert. Al die belangrijke dingen zijn plots relatief. Als je alles heel even hebt moeten loslaten, is het moeilijk weer gewoon verder te gaan waar je gestopt was.

Soms moet je iets vervelends meemaken om als mens weer te groeien in warmte en aandacht. Ik heb me vast voorgenomen wat attenter te zijn. Want bij iedereen vallen de glazen balletjes wel eens klingelend kapot. En hoewel de scherven snel opgeruimd kunnen zijn, vraagt het wat meer tijd en vertrouwen om ook weer te kunnen jongleren.

Het noodgeval

Ik druk op send. In de mail stond dat ik de afspraak moet verplaatsen wegens een noodgeval.

Het noodgeval begon gisterenavond. Na een dag van huis van 7 tot 19u, had de Peuter een hysterische aanval van drie kwartier. Brullen. Het was door-en doorzielig. Niet alle dagen zijn zo, er zijn ook weken dat ik elke dag om half 4 aan de schoolpoort sta. Maar gisteren was een XL dag en de Peuter die een kleuter is geworden was over de rooie.

Tijdens zijn over-de-rooie-zijn betrapte ik me op de gedachte hoe lang het nog zou duren, want hij moest in bed en ik moest nog werken en ik had ook een XL dag gehad. Dat was een heel foute gedachte. Ik bleef bij hem, we knuffelden, ik aaide nog lang, ook toen hij al sliep.

’s Ochtends ging het (nog steeds) helemaal mis. Ze moesten echt in bad, ik zocht mijn weg tussen vuile kopjes, afwas, smeerde nog snel boterhammetjes, had uiteraard niets klaar gelegd, moest overal hemdjes en shirtjes vandaan plukken, dropte hen te laat aan school, en besloot toen gewoon naar huis te rijden. De eerste afspraak van de dag af te zeggen in plaats van met een bloeddruk van 20 over 15 ofzo 115 km te rijden.

Thuis kwam ik binnen in een slagveld. Ik had ongeveer een uur alvorens ik weer in de auto moest stappen. In mij drong de gedachte zich op dat ik het maximum uit dit uur moest halen. Het huis fatsoeneren, de afwas doen, een beetje orde scheppen, zorgen dat ik tenminste wat gegeten heb voor ik de deur uit ga en dat ik misschien zelfs iets bij heb voor onderweg. Misschien de restant van de perzik die ik gisteren at uit de auto halen. Ik ging naar toilet. Ik at wat. Ik schreef een post. Ik waste af. Ik bedacht dat er ofwel iemand moet komen die dit gezin mee runt. Ofwel moet ik een ochtendmens worden (I tried, really). Ofwel moet ik een andere baan of eindelijk meer bijberoep en minder hoofdberoep. Maar de gedachte dat ik als vrouw mijn ambitie en waar ik goed in ben moet opbergen omdat de combi werk en gezin niet haalbaar is, maakt me instant woest. Niet alleen is het zo dat ik mijn baan nodig heb, maar ik voel het ook als urgent dat ik mijn talent inzet. Niet voor commerciële doeleinden, maar voor een maatschappelijk doel. En met dat bijberoep spelen twee elementen: het is altijd onzeker want zelfstandig, ik moet eerst flink investeren (tijd, acquisitie, sparen) om de sprong te wagen en de facturen voor het huidige werk worden gewoon niet op tijd betaald waardoor ik er niet echt op kan rekenen als de huur betaald moet worden, zolang ik geen buffer heb.

Dat vraagstuk los ik niet op in de zes minuten die me nog resten. De afwas wel.

 

Prinses en de cruise control-man

Zoals jullie hier konden lezen ging ik logeren bij Marinus. Omdat ik daar voor het werk in de buurt moest zijn.

Het was taai. Veel werk, vroeg op, laat terug. Ik had een opdracht samen met mijn baas en dat joeg me de stuipen op het lijf. Maar er waren twee avonden en twee nachten.

De eerste avond reed ik na kinderbedtijd noordwaarts. De volle 230 km. Na het parkeren van de auto stond ik vertwijfeld in een steegje en deed mijn map-app het niet, waardoor ik zijn huis niet kon vinden. Ik belde hem, hij kwam me tegemoet. Nam mijn tas over, nam me mee naar zijn huis. Zijn mooie rustige huis in een steegje in een lieve stad. Hij maakte cappuccino voor me. Met zorg en liefde. We spraken nog uren, en verder gebeurde er niets.

De volgende ochtend moest ik vroeg op. Hij was voor me opgestaan, voorzag me van koffie en maakte ontbijt voor me – wat ik niet binnen kreeg op dat vreselijke uur. Hij wandelde mee naar mijn auto en wenste me succes voor de dag.

Na de lange dag kwam ik weer toe bij hem. Terwijl ik op de bel drukte, grinnikte ik. Zijn fiets stond voor de deur en die was even stijlvol als zijn koffiemachine en zijn huis. We dronken koffie. Ik moest nog werken maar wou eerst een trui kopen. Hij stelde voor mee te gaan.

En daar werd het sneu. Want ik was doodsbang. Ik snapte niet dat hij mee wou. Ik kon daar niets mee. Ik was op mijn hoede. Dirk kon zo’n dingen tot een hel maken. Door niet mee te willen. Door wel mee te gaan en me dan in de winkel te vernederen, of de winkelmevrouw te charmeren waar ik bij stond. Marinus liep naast me, zocht in de winkel mee een leuke trui uit, was op een rustige manier in de weer om verschillende kleuren en verschillende maten aan te dragen. En ik dacht alleen maar: wanneer gaat het gebeuren? Wanneer gaat dit mis? Het ging niet mis. Hij was gewoon lief en zorgzaam en we wandelden terug.

Daarna ging hij sporten (het is zo’n man die naast het feit dat hij zijn leven op orde heeft ook nog loopt en meer dan vijf kilometer) en ik werken. Ik smste een lieve vriendin: ‘er gebeurt niets!’.  Ik gluurde naar zijn benen toen hij na en toertje lopen gezwind weer binnen kwam. We gingen de stad in, uit eten. En dat was alleen maar fijn. Hij was lief en attent en er gebeurde niets dat pijn deed. Ik voelde me op geen enkel moment vernederd of gemanipuleerd.

We wandelden terug. Een beetje onhandig sloeg hij zijn arm om me heen. Op de bank serveerde hij me een kopje thee. Voor we het wisten was het uren later en lagen we dichter bij elkaar, te praten. Elkaar dingen te vragen. Hij kuste me. En hij hield daarmee op om me te vertellen dat ik wel beter voor mezelf moest zorgen als we een relatie zouden krijgen. Minder werken, sporten, beter eten. Mijn keel schroefde dicht, omdat de angst dat hij me wou veranderen even intens was als het gevoel dat Dirk alleen maar wou dat het slecht met me ging en deze man het blijkbaar prioriteerde dat het goed met me zou gaan – en daar ook nog aan wou bijdragen. We kusten. We spraken. Om 3 uur viel ik tegen hem aan in slaap. Om 6 uur ging de wekker. Ook deze keer voorzag hij me van koffie, liep hij mee naar mijn wagen. Hij heeft twee keer mijn ochtendhumeur doorstaan.

Dat alles is vier dagen geleden. En sindsdien is er een rollercoaster van gevoelens. Ik realiseer me in het contrast pas echt hoe onveilig Dirk was en hoe bang ik ben geworden. Ik ben helemaal ok in het normale leven, maar dat iemand me nu nadert triggert al die onveiligheid loeihard. En dan zet ik me schrap. Wil ik vanalles – hem uitnodigen! En durf ik niets. Maar we praten. En hij is compassievol. En hij is zelf geen onbeschreven blad.

Waar ik nog even dacht dat Dirk de ultieme kans was om door al mijn zure appels heen te bijten, en de zijne, weet ik nu dat het waarschijnlijk een teken van gezondheid is van mijn kant om te kiezen voor een relatie die me meer recht doet in plaats van het proberen overwinnen van een destructief patroon wat waarschijnlijk gewoon niet realistisch is. Ook nu al is het me instant heel duidelijk dat Dirk misschien soms wel wou, maar nooit kon. Zelfs kleine dingen die ik graag wou, een keer naar de sauna gaan, een film, een fijn kopje koffie samen, lukten nooit. Het gebeurde gewoon niet met Dirk.

Op Dirk was ik knallend verliefd. En alles wat ik over hem ontdekte moest ik slikken want stiekem waren het geen leuke of mooie dingen.
Met Marinus is het anders. Ik sta helemaal schrap – dat hij vijftien jaar ouder is helpt ook niet. Maar alles was ik ontdek geeft me het gevoel een goed lotje uit de loterij getrokken te hebben, een beetje achteloos. Het voelt misschien zelfs alsof het lotje op mijn deurmat dwarrelde, zonder dat ik er iets voor moest doen. Hij lijkt erg oprecht en zegt dan goede dingen. Dat hij het fijn vindt dat ik kinderen heb. Dat hij het leuk vindt daar ook een band mee op te bouwen. Dat hij geen extra taak wil zijn in mijn drukke leven maar het net makkelijker wil maken. Dat we moeten zorgen dat ik binnen een tijdje maar eens wat minder moet werken als ik dat wil. Hij is een beetje huiselijk (hij heeft slofjes!) en heeft een groot huis dat leuk ingericht is en op een hypercharmante plek staat (o, o, o – wat mooi!). Hij heeft zijn leven op orde. Hij heeft een baan waar hij op een normale manier mee om lijkt te gaan. Hij heeft een mooie fiets. En een leuke stad. Hij is een Nederlander. Hij praat en zegt de juiste dingen en hij luistert. Hij is niet bang, hij is vol vertrouwen. Hij draagt streepjeskousen. Hij drukt zich genuanceerd uit. Hij noemt me lieverd. (O jee, o jee! Stress!) Hij heeft nagedacht over eerdere relaties en over zichzelf. Hij heeft therapie omdat hij aan zichzelf wil werken. Hij stelt de dingen niet mooier voor dan ze zijn. Hij zegt dat hij me sterk vindt, onafhankelijk, intelligent, grappig maar ook zacht en rustig. Hij ziet dat het leven hier bij momenten op z’n kop staat en hij begrijpt dat. Hij kijkt naar de toekomst maar hij verstikt me niet. Hij vraagt me dingen samen te doen maar geeft me echte ruimte om nee te zeggen. Hij rijdt met zo’n verantwoorde nette auto op een kalme manier. Een cruise control-man. En hij verdient meer dan mijn baas, geloof ik. Een ontdekking waar ik een instant identiteitscrisis van kreeg, omdat ik nu mijn zelfwaarde vier in mijn werk en ik niet goed weet wat daarvan overeind blijft als het niet meer zo acuut en heel nodig moet. Ik heb kracht verzameld de laatste jaren en een stukje daarvan is het bereiken van (financiële) onafhankelijkheid, met bloed, zweet, tranen, nachtwerk, het schrappen van allerlei dingen die ik leuk vind, en er zwaar met de zweep over, elke dag. Hij stelt voor de zweep op te bergen en ik doe bijna in mijn broek.

En hij ging net in op mijn uitnodiging om een weekend naar hier te komen. (Stress! Stoom uit mijn oren!) (Ik kan natuurlijk nog altijd doen alsof ik niet thuis ben.)

Hell yeah. Wordt vervolgd.
Voor de betere soap moet je hier zijn😉.