Talent

Het is another happy day, hier & nu (*). Een ochtend met de mannen. 17 km heen & 17 km terug gefietst naar een interessante bespreking en me een soort van superwoman voelen omdat ik het deed. Met de fiets dus.

Thuiskomen. De pc aan. Besloten dat ik me elke dag wil voeden. Ergens gelezen dat je elke dag een kwartier of een half uur kan lezen, zelfs als je geen tijd hebt om boeken te lezen. Het is vast niet waar, dat iedereen het kan, maar ik geef er prioriteit aan en ja hoor, ik ‘studeer’ een half uur in één van de tientallen boeken die me al lang vergezellen omdat ik weet dat ik ‘m moet lezen en er van moet leren. Ik maak nota’s, sla het boek met spijt dicht als de tijd op is, en besluit: morgen weer!

Daarna loop ik de stad in om een bestelling op te halen. Ik slenter terug langs de kantoorboekhandel en ik verlies me in al die papieren dingen. De stiftjes. De schriftjes. O, o, wat lekker. Ik houd mijn aankopen beperkt en wandel naar één van de vele koffiezaakjes die deze stad rijk is. Gewapend met een cappuccino en een chocolate chip cookie (dat mag na al het fietsen) ga ik even in een parkje zitten, en dan ga ik naar huis, waar ik een blogje schrijf, nog even werk aan de organisatie van een studiedag. En straks is er de avond met de mannen.

In het parkje besefte ik het. Ik heb talent voor het leven in de stad.

(*) Het happy-gehalte is complex. Enerzijds merk ik dat veel van de externe factoren die me pijn deden opgelost zijn en dat ik dankbaar mag zijn om de heerlijke luxe waarin ik me bevind. Dit is werkelijk de eerste keer in 33 jaren dat er zo goed voor me gezorgd wordt en dat ik leef op een plek die zo goed bij me past. Ik heb nog steeds het gevoel een soort gouden lotje uit de loterij getrokken te hebben. Anderzijds zijn er nu al die interne obstakels die overwonnen moeten worden. Het is vechten met energie, motivatie, geloven in mezelf, weten wat ik wil met werk, schaamte en schuld en frustratie omdat het werken zo veel beter ging in een periode waarin het zo veel slechter ging met me. Knoop daar maar eens een touw aan vast.

Fucking klein leven

Het is minstens de tweede keer dat ze dit voorheeft. Volledige blokkade, groot conflict. Totaal over de rooie. Crisis total. Iedereen zag het van ver aankomen, zij niet.

Ik probeer er voor haar te zijn, want zoals dat dan gaat, is alles ingestort. Ik zie dat ze alleen is tussen het puin.

Iemand die recht op een muur afrijdt om er tegen te pletter te rijden, kan andere mensen heel heel boos maken. Op het moment dat je op de muur afgaat, ben je meestal al in een soort tunnelvisie en niet echt te genieten. Je kwetst andere mensen, laat hen in de steek, neemt afstand.

Been there, done that. Maar dan anders. Ik denk dat ik op het moment dat ik overkop en uit de bocht ging, wel een spoortje van wat fouten heb achtergelaten. Vooral omdat ik mezelf niet realiseerde dat het me allemaal niet meer lukte. Onzorgvuldigheden. Verwaarlozingen. Maar wat zij gedaan heeft was nogal een frontale aanval op collega’s, en keert zich nu tegen haar.

En terecht. Als een collega van me zich zo zou gedragen tegen me zou ik er aan kapot gaan van onzekerheid. Als een collega van me me zou verbeteren en dingen overnemen, mijn werk opnieuw doen, zou ik afhaken, verward geraken, boos worden. En dat hebben haar collega’s gedaan. Collectief. En als je boos bent, is het moeilijk om te zien hoe hulpeloos iemand met goede bedoelingen zichzelf en een situatie totaal kan doen ontsporen. Hoe zij even erg gevangen zat dan ze hen gevangen heeft genomen.

Ze heeft niet door hoe erg het is gesteld met zichzelf. Ze is geobsedeerd door de situatie. Ze kan geen afstand nemen en geen perspectief ontwikkelen. Ze slaapt niet en ze eet niet. Ze huilt. De ene dag is het allemaal hun schuld want ze denken te traag en ze zijn zo dom dat ze wel moest ingrijpen, de andere dag is het de schuld van de baas die niet gereageerd heeft. Haar eigen schuld is het nog niet.

En schuld, tja, schuld. Who cares about schuld?

Mijn ervaren oog ziet dat dit een lange weg kan worden. De verloren kilo’s erbij eten. Uitrusten. Anders leren denken. Anders leren omgaan met anderen. Anders leren werken. Perfectionisme leren hanteren. Perfectionisme niet op anderen projecteren. Leven, niet alleen werken. Verbinden.

Ze wankelt. Tussen een andere baan gaan zoeken of vallen, en herstellen. Waarbij niets gespaard zal blijven. Ze zal moeten graven in haar verleden, ze zal overtuigingen in vraag moeten stellen, ze zal moeten kijken naar zichzelf, ze zal de triggers moeten leren kennen, ze zal moeten leren rusten. Het vallen is wat je niemand toewenst, maar ik weet ook dat een ander baan zoeken een garantie is op meer van dit. Binnen een jaar, twee jaar, drie jaar.

Ik ben de lange weg aan het gaan. Laatst moest ik mijn tussentijdse evaluatie invullen. Allemaal kolommetjes waar ik prestaties in moest proppen. Er zijn niet zo veel prestaties meer van het laatste half jaar, terwijl ik in mijn vorige evaluatie de tweede beste was van allemaal. Dus schreef ik een brief aan de baas. Waar ik een half jaar geleden stond. Over de frustratie van die kolommetjes vol prestaties willen proppen, maar voelen dat het niet kan. Dat een dag nog steeds zwaar is, dat ik zo veel vergeet, dat het overzicht vaak ver zoek is, dat de ene dag beter gaat dan de andere, dat ik mijn auto vaak aan de kant moet zetten omdat ik mijn benen niet vertrouw. Over de schaamte en de schuld omdat het niet gaat zoals ik zou willen en zoals het zou moeten. Maar ook over de hoop en het geloof. Dat ik keuzes maak en dingen ontwikkel waardoor ik die kolommetjes weer ga vullen. Niet zo uitbundig als ooit, maar wel op een manier die duurzaam is. Dat schrijf ik. Ik stuur mijn kolommetjes en de brief per mail en heb dezelfde avond al spijt omdat het kwetsbaar is en ik me een zeur voel die altijd wel een reden heeft om te zeuren. Een mankepootje dat meehinkt met de grote jongens.

De man en ik werken thuis en we praten even bij een kop koffie en ik vertel het hem. Dat er veel veranderd is en dat dat goed is. Maar dat het niet leuk is om minder te kunnen dan vroeger, om minder te zijn, om minder te verdienen. Jippie jee, wat een levenskwaliteit heb ik gewonnen door ontdekt te hebben hoe leuk het is om een gezin te hebben, meer te leven dan te werken en beter voor mezelf te zorgen (lees: elke avond om 22u naar bed). Maar tegelijkertijd: wat heb ik er aan op de lange termijn? Weinig flitsende perspectieven. En ik, ik heb nog steeds een zwak voor flitsende perspectieven. Toegeven dat dit het misschien wel is, elke dag ploeteren, je best doen, balanceren, buigen voor de grenzen waar je vroeger zingend overheen ging. Weinig glorieus. Het is een fucking klein leven geworden. Misschien wordt het nooit meer dan dit. Nooit die goed draaiende eigen praktijk. Nooit die drie boeken op mijn naam. Nooit dat doctoraat afgewerkt. Nooit het derde kind. Alleen maar dit fucking kleine leven.

Een fucking klein leven waar de vriendin in puin haar neus voor ophaalde. Maar wat ik haar met zo veel liefde ook toewens. En allez vooruit. Mezelf ook.

 

Plus êtes en vous – maar moet het er uit?

In de jaren als single mom was ik allerlei dingen. Moe, bezorgd, bij momenten wanhopig en gestresst, maar toch ook zeer vaak gefrustreerd. Ik had gestudeerd, ik had een leuke baan, ik was beginnen werken als zelfstandige in bijberoep en ik had meestal nog wel een hoofd vol ideeën voor dingen die ik meer of beter kon doen. Er kon nog wat ontwikkeld worden, zowel voor mijn gewone baan als voor mijn bijberoep. Als ik maar eens tijd en energie had, want daar ontbrak het me permanent aan.

Intussen is er wat meer tijd en ietsje meer energie, alhoewel ik nog steeds niet in mijn volle kracht ben. Ik heb net, maanden na het verhuizen, de nog niet geheel ingerichte werkkamer in gebruik genomen. Ik zoek een boekje in mijn nieuwe boekenkastjes, en vraag me af of het hier zal gebeuren. Zal ik hier mijn ideeën ontwikkelen, mijn plannen niet alleen smeden maar ook tot uitvoer brengen? Ik lijk al jaren te verzamelen. Kennis, inzicht, ideeën, inspiratie. Maar daar blijft het precies ook bij. Een verzameling van potentieel.

Tegelijk denk ik: moet dat dan? Moet je er het maximum uit slaan? Moet al dat potentieel gerealiseerd? En waarom? Moet het nu? Ja, ik heb net een fantastische opleiding gevolgd van waaruit ik tools heb om een eigen praktijk op te zetten. Ja, ik heb ideeën voor meerdere boeken. Ja, ik heb aanknopingspuntjes, hier en daar, voor samenwerkingen. Maar moet alles wat kan?

Gisteren had ik mijn vrije woensdag. We sliepen in het grote bed terwijl de man al uren zat te werken op kantoor. Pas om 10u30 stuurde ik hem een slaperige foto van zijn kleine gezinnetje verkreukeld tussen de lakens. We zouden naar zee gaan, maar er waren kindjes in de gedeelde tuin en daar moest mee gespeeld worden. Op een bepaald moment zat ik wat offertes te maken met allemaal jongetjes uit de buurt (waarvan ik hoopte dat ze konden aangeven wanneer ze naar toilet moesten) op de grond rondom mij met kleine autootjes en mijn kleinste jongetje wanhopig smekend of iemand mee wou werken aan zijn treinspoor. Ik liet hem koekjes uitdelen, ik schonk roosvicee en haalde doekjes voor mondjes. We lunchten in de tuin, ik deed wat huishoudelijk werk en daarna brachten we het afval weg, gingen we naar de supermarkt en een ijsje eten, om daarna weer in de tuin te belanden met ouders van andere kleintjes en te praten, over werk en leven in de stad en parkeerplaatsen. Aan de zee zijn we alweer niet geraakt. Samen met de man gingen we naar de buurtbbq en ik dacht heel de tijd: mijn leven is precies alles of niets, en nu heb ik alles. We praatten met de buren, ik kon weer geen enkele naam onthouden, aten vegetarische burgers, dronken wijn waar we de hele nacht nog brandend maagzuur van zouden hebben, terwijl het springkasteel op een bende vuile happy kindjes met knalrode kopjes paste. De kinderen aten vooral watermeloen wat volgens de schijf van vijf geen avondmaal is, maar who cares, morgen beter.

Na kinderbedtijd was ik zo moe, hoewel ik niets slims gedaan had, niets intellectueels, niets ontwikkelachtig. Ik lag op het grote bed en hoorde de man praten met een poes die ons huis was binnen gedrongen en overtuigd moest worden het huis weer te verlaten. Ik luisterde en glimlachte, want wat was hij leuk om te horen in gesprek met de kat.

En daarna sliepen we, een hele warme nacht lang. Af en toe gewekt door het maagzuur of een meeuw.

Er zijn nog zo veel ideeën in de lucht, een zolderkamer vol boeken die gelezen kunnen worden, boeken die geschreven kunnen worden, perspectieven die geopend kunnen worden, dingen die ik met elkaar kan verbinden tot een kloppend geheel. Maar nu vraagt het leven geleefd te worden, en mijn hoofd even on hold te zetten. En dat is nog nooit zo goed gelukt als hier & nu. Hier & nu. Hier & nu.

Hoofdzaken

Door omstandigheden heb ik effecten van een medicament dat mijn gevoel afzwakt. Het is hoogst onaangenaam, maar ook erg leerrijk.

Ik ben niet gelukkig. Ik voel niets. Ik proef niets. Ik ruik niets en ik heb geen eetlust. Maar ik kan gewoon aan mijn pc gaan zitten, het knopje in mijn hoofd omzetten en werken. Het werk doet me niet veel, waardoor ik het vrij moeiteloos kan doen. Als je niets voelt en het allemaal niet zo belangrijk vindt, kan je alles gewoon even ‘processen’. Met zorg, maar zonder al die angsten en gevoelens en twijfels.

De man en ik praten er over. Hij vertelt me dat zijn hoofd vaak zo werk. Dat hij verbinding en betekenis kan verliezen, maar wel heel goed kan functioneren. Ik weet dat, maar ik had nog nooit gevoeld hoe dat is. Het leert me zo veel over hoe onze relatie werkt. Ik spat uit elkaar van het gevoel, en hij is dedicated zonder meer, maar voor hem is het minder intens, minder diep, minder geladen, maar dus ook wat rustiger (denk ik).

Nu ik in deze staat ben (uiteraard stop ik met het medicament, dit was niet het gewenste resultaat), kan ik heel goed zien waar ik last van heb. Namelijk: intensiteit van mijn beleving, all over. Alles betekent veel voor me, alles is belangrijk. Ik voel zo veel, altijd en overal.

Dat maakt me een intense moeder en een intense partner en een intense werknemer, maar dat zorgt er ook voor dat ik doodmoe word en zo veel voel, denk, twijfel. Alles doet ertoe, dus elke beslissing, elke mail, elk bericht, alles is belangrijk. Zo kan je natuurlijk niet leven, en ik ben al een tijdje tussen mijn eigen spaken gedraaid.

Maar zoals dit kan ik ook niet leven. Moe word ik er niet van, maar alles wat mooi is, leuk, betekenisvol, waardevol, is weg.

Ik kijk terug en zie dat ik zelfs in periodes dat het heel moeilijk was, een overdaad aan voelen had. Ik kan me goed voorstellen – na gesprek met de Man – dat de gevoelloze staat waar ik nu in verkeer een heel goed beschermingsmechanisme is dat je lichaam zelf in gang zet als iets te intens is, pijn bijvoorbeeld. In deze staat kan je functioneren, heel nuchtere beslissingen maken, doen wat moet gebeuren. Alleen voel je er niets bij. Deze staat had me enkele jaren terug wel goed van dienst kunnen zijn om een periode te overleven waarin ik door de intensiteit van mijn eigen verdriet en boosheid bijna knettergek werd.

Een vriend laat me weten dat hij me graag terug wil zien. Ja, denk ik. Dat begrijp ik. Maar heel nuchter denk ik ook: ik moet nu even binnen mijn eigen grenzen leven, en daar hoort een afspraak waarvoor ik heen en terug meer dan 400 km moet rijden absoluut niet bij. Dat kan ik nu heel goed zien en gewoon communiceren.

Dit is waar de man mij vaak mee helpt, als ik weer een wirwar heb aan verwarringen, twijfels en gevoelens. Hij kan heel goed helder zien en zeggen wat ik wel of niet moet doen om het zo simpel en effectief en gezond mogelijk aan te pakken. Vaak is dat een opluchting voor mij, maar tegelijkertijd wordt het leven ook erg kaal van deze zakelijkheid, nuchterheid.

Deze staat gaat over. Ik hoop dat het uren zijn. Misschien dagen. Ik weet hoe het komt dus ik hoef me geen zorgen te maken. En tegelijkertijd is het een soort van vakantie van mijn intense zelf. Wist ik de weg maar naar het gezonde in between.

 

 

Hoe het zo gekomen is

Prachtig verhaal, bij Mme Zsazsa. Het deed me weer stilstaan bij mijn eigen prins op het witte paard, en hoe dat zo gekomen was.

Hoe ik hem voor het eerst zag bij een vriendin die net weduwe was geworden thuis, en ongepast dacht: ‘Die wil ik wel beter leren kennen.’
Hoe ik hem dagen later op de begrafenis zag met een vrouw.
Hoe ik twee etentjes met hem en onze gemeenschappelijke vriendin liet passeren, wegens te moe en te veel gedoe en hij had toch een lief.
Hoe we een architectuurwandeling lang praatten en grapjes maakten en koffie dronken en ik het toen nog niet wist, dat het bijna zo ver was.
Hoe we ergens midden in de nacht zwichtten voor elkaar op de bank die nu ook de mijne is.
En hoe het meteen serieus was. Hij en ik. Geen sprake van wat aanmodderen of wel kijken waar we zouden uitkomen. Maar meteen goed. Wij.

En nu zijn we niet eens veel tijd verder, maar we hebben onze levens samen gevoegd. De hoera hoera hoera-stemming lijdt wel eens onder het dagelijkse leven met brooddoosjes, moe, werk, zorgen en ik die de afwasmachine blijkbaar fout inlaad.

Soms denk ik dat hij meer van de kinderen houdt dan van mij. Soms denk ik dat ik meer van hem houd dan hij van mij. Soms besef ik dat hij zielsveel van ons houdt. Meestal voel ik dat ik onwrikbaar van hem houd, dat hij mijn man is. Goede en kwade dagen, goed of fout ingeladen afwasmachines, whatever. Ik ben hier en hier wil ik zijn en blijven. Bij hem. Zelden voel ik niets of niet zo veel. Dat is best vermoeiend voor hem.

We zijn in de fase dat we ons bewust moeten zijn van hoe oude (reactie)patronen vandaag doorwerken en dat we geen foute dingen moeten installeren hier. Dat is vermoeiend. Ik maakte me al eens schuldig aan doen alsof ik hem niet hoorde toen hij iets zei en ik mijn geluidsdempende koptelefoon op had en chagrijnig was. Hij haakt wel eens heel abrupt af in een gesprek. Ik probeer alert te zijn en het niet te laten gebeuren. Dat het gewoon wordt, inslijt. De prijs die je dan betaalt is dat er werk aan is en dat het soms genoeg is, al dat bewust met de relatie bezig zijn. De dagen waarin de magic z’n werk deed kijken dan lang geleden. Maar wat je krijgt is een constructieve en geen destructieve relatie. En daar ga ik voor, deze keer. Voor de kinderen. Voor hem. Voor mezelf.

Plotwendingen

Als de man een avond niet thuis is, weet ik niet wat doen. Dat klinkt sneu. Alsof ik afhankelijk ben van de man. Dat is niet zo. Vroeger had ik de man niet. Dan werkte ik, deed ik het huishouden of sliep ik. Ik wist altijd wat doen. Nu wil ik ’s avonds niet meer werken, het huishouden gaat hier sneller want beter georganiseerd en gedeeld, en slapen doe ik gelukkig niet meer om zeven of acht uur. Dus moet ik weer te weten komen wat ik zou doen als ik vrije tijd had en zelf mocht kiezen. Dat lukt me niet zo goed. Soms ga ik in bed liggen wachten tot de man thuiskomt. Ik ben het gewoon vergeten, door al die jaren flink zijn en hard werken of heel moe zijn.

Werk en leven. Het werk was zo belangrijk, tot ik ziek werd en niet meer kon. Er kwam meer leven en de noodzaak van het werk verminderde drastisch. Dus nu moet ik de inspiratie en energie en motivatie volledig intrinsiek oppompen. En ik die alles zo belangrijk vond en vond dat ik de mooiste baan ter wereld had, denk steeds vaker dat ik ermee wil stoppen om nog wat meer te leven. De dagen zitten immers propvol leven. Niets spannends. Niets geks. Maar bij de lieverds zijn, tijd met hen doorbrengen. In de stad zijn waar ik nu woon. Eten kopen en klaarmaken. Naar de zee fietsen. Koffie gaan drinken met de man. Praten met de man. Naar België rijden en terug voor allerlei doeleinden. Voldoende slapen. Een boek lezen in de tuin.

Ik ben al minder gaan werken en verdien drastisch minder. En ze zouden net zo goed mijn loon aan de kinderopvang kunnen storten voor de dagen waarop ik werk. De kinderopvang hapt meer dan de helft van mijn maandloon weg. Ik heb het gevoel dat ik voor niets werk, ik zit weer op het niveau van toen ik tien jaar geleden startte, mijn rekening is het grootste deel van de maand leeg, terwijl ik nu een mevrouw ben in een leuk straatje in een mooi huis met een leuke meneer en niets te kort. Het is confronterend om minder te verdienen en het is confronterend om zwetende handen te krijgen als je de rekening van de opvang opent. Het is confronterend om minder te verdienen en met twee te zijn en nog minder over te houden dan vroeger ondanks het wegvallen van huur en allerlei vaste kosten. Ik wil graag bijdragen aan het afbetalen van het huis waarin ik woon en ik wil graag de energierekening betalen, maar daar is voorlopig geen geld voor. Ik was financieel onafhankelijk (ok, het neep) en zit nu in een betere situatie en ben het allesbehalve.

Er zijn de dagen waarop ik werk en thuiskom na kinderbedtijd. Het is bijna onmogelijk op een werkdag thuis te komen voor kinderbedtijd. En ik heb het nog nooit zo absurd gevonden. Ik werk letterlijk om de kinderopvang te betalen en geen vergadering is interessant genoeg om een avondmaal met mijn gezin te missen.

En dat terwijl mijn gezin mij niet mist, want ze functioneren hier ook prima zonder mij.

Misschien kan ik de avonden dat de man weg is gebruiken om over deze eigenaardige en onwaarschijnlijke plotwendingen in mijn levensverhaal na te denken. Ja, dat lijkt me nog eens wat.

 

 

 

 

O so quiet

Het is stilletjes hier. Ik, de vrouw met meestal veertien blogposts in de vooraad, zat plots door de voorraad heen.

Dus verscheen er eens niets. En nog eens niets.

Soms voelt het alsof ik in de gietende regen sta. Mails, appjes, berichten, … overspoelen me. Ik heb het opgegeven bij te blijven. Ik laat veel dingen gewoon gaan intussen.

Ik wou dat ik iemand was die volledig operationeel up-to-date met alles en iedereen was. Of misschien ook niet. Ik wil graag iemand zijn die is waar ze is. Ook al is dat niet eens zo veel en indrukwekkend meer als vroeger.

Wat kan ik er over zeggen?
Laatst zag ik een hysterisch mailtje voorbij komen van de secretaresse van een HEEL BELANGRIJK IEMAND dat ik niet op de mail had geantwoord over de optie om een afspraak te maken met die ZEER BELANGRIJKE PERSOON binnen de twee uur na verzending van de mail. Ik heb geantwoord dat ik andere dingen doe dan heel de tijd aan mijn computer zitten en de afspraak is nog niet gemaakt. Couldn’t care less.

Soms zie ik de man met zijn telefoon vergroeid in zijn hand en zijn aandacht versnipperd. Ik begrijp het want ik was ook wel versnipperd ooit. Maar nu niet meer. Nu ben ik waar ik ben en geef ik daar aandacht aan. (Zij schreef er mooi over.)

En ik ben steeds minder overal en steeds meer hier. Gewoon in het moment met de kinderen of met hem als hij zijn telefoon weg legt 😉 of gewoon met mezelf, ik kan immers uitstekend bij mezelf zijn. Niet aardig voor mijn vrienden die ik zelden app, bel of wat anders. Niet aardig voor de wereld die staat te schreeuwen dat ik moet antwoorden, NU en HIER en METEEN en LIEFST GISTEREN. Het is ook niet onaardig bedoeld. Ik wil gewoon hier zijn. Me niet meer in duizend stukjes opbreken. Niet meer denken dat ik alles kan en alles moet. Intussen wel zeker weten dat de wereld ook draait zonder mij. En dat ik doe wat echt moet en wat ik echt wil.

Ik voldoe niet, ik kan het tempo niet bijhouden. So be it. Maar ik ben niet zeker dat het aan mij ligt. En ik hoef het truukje van diegene die er wel in slagen niet persé te kennen. Laat mij gewoon maar zachtjes zijn. Hier. Nu.

 

Lieverd

Bij het wakker worden voelde ik het al. Spaghettibenen. Spaghettibenen gaan uiteindelijk een eigen leven leiden. Bang zijn om weer spaghettibenen te krijgen, kan er al voor zorgen dat ik door mijn knieën ga.

Ik schreef het al. Ik ben 180 graden gedraaid met dit leven, en toch voel ik me sinds kort weer uitgeput. Het lijkt oneerlijk, soms. En soms denk ik inderdaad: als ik voor elke keer als ik over mijn grenzen ben gegaan in mijn leven een dag slappe benen heb, dan zijn we nog tien jaar zoet. Dus tja, wat wil ik eigenlijk?

Wat ik wil? Dat het beter gaat. Blaken van energie en gezondheid. Voelen dat ik een nieuwe zwangerschap aandurf en de man vervolgens een wolk van een dochter schenken. Zonder een uurtje misselijkheid en een centje pijn enzo.

Anyway. Ik werd dus wakker met spaghettibenen. Na het ochtendgebeuren glipte ik binnen bij mijn zuid-afrikaanse vriend. Dat zit zo. Ik heb nog geen vrienden in mijn nieuwe stad. Zwervend ging ik een keer binnen bij een massagepraktijkje. Een wat alternatieve plek. De man die het runt blijkt ook een immigrant te zijn. De eerste keer masseerde hij mij stevig. De tweede keer vroeg hij hoe het ging en vertelde ik over de slappe benen. Sindsdien noemt hij me lieverd en heeft hij zijn acupunctuurnaalden boven gehaald.

Dus daar lig ik, met naalden in mijn benen en voeten en handen. We praten, hij zegt tien keer lieverd. We vertellen elkaar hoe het is ergens opnieuw te beginnen en niemand te kennen. Hij drukt me op het hart dat ik hem mag vragen koffie te gaan drinken samen als ik nood heb aan gezelschap. En hij maakt mijn schouders los. En mijn nek. Een beetje streng, maar erg toegewijd. We moeten mijn lever opkuisen, zegt hij. En mijn longenergie activeren. Lieverd, lieverd, lieverd, zegt hij. Het zal allemaal wel, denk ik. En ik laat hem prikken en kneden.

Daarna haal ik koffie, en rijd ik naar het werk. Mijn benen doen het gewoon. Ik app mijn vriend dat hij gouden handen heeft. Graag gedaan, appt hij terug. En ook: rustig aan, lieverd.

 

Het luie etentje

Geniaal, vond ik het. Het shitty dinner. Maar eerlijk? Niet geheel mijn stijl. Dus varieerde ik. Zie hier: het tot stand komen van het luie etentje.

De afspraak stond al maanden. Een lief koppel van creatieve, slimme vrienden zouden een avondje langskomen. Ik prikte het op een thuiswerkdag, waarin ik dus twee uur reistijd kon vermijden. De reistijd kon ik investeren in koken. Met liefde.

En toen ging alles weer anders dan gepland. Ik moest naar kantoor om een tijdelijke lease-wagen op te halen. Mijn voornemen om min of meer op tijd te vertrekken werd gedwarsboomd door mijn onvermogen om met tijd om te gaan en het niet vinden van de manier waarop ik de spiegels moest afstellen en eenmaal bijna thuis lukte het me niet de nieuwe auto in te parkeren.

Hijgend en met een knalrode kop stopte ik de sleutel in de voordeur, een uur voor het bezoek zou komen.

Opties? Uit eten, suggereerde de man die tot mijn verwondering en dankbaarheid met stoffer en blik rondliep. Maar we hadden geen oppas.
Snel koken dacht ik, maar ik kan niet meer tegen stress en snel bij elkaar gekookte etentjes zijn nu ook niet zo geniaal.
Een lui etentje, besloot ik. En ik stapte op de bakfiets.

Eerst hield ik halt bij de Marokkaan, waar ik smaakvolle olijven, tapenade, feta en brood in mijn bakfiets laadde. En biologisch sap. Aperitief? Check.

Vervolgens fietste ik langs ons koffiezaakje voor Peruaanse boontjes. Koffie. Check.

Bij de Italiaan kon ik een heerlijk ovengerecht krijgen. De de mevrouw van de Italiaan verwees me door naar een chocoladezaak voor dessert. Check en check.

Thuis had ik nog tijd om een andere jurk aan te trekken. En toen werd er aangebeld. We zetten een grote bos bloemen in een vaas, gingen buiten aperitieven waarbij ik nog snel wat tomaatjes plukte op ons terrasje en in een kommetje deed. Er was tijd om te praten. De oven ging aan, na kinderbedtijd. Het eten was een verrassing en gelukkig verrukkelijk. De man maakte koffie, de gebakjes van de chocolatier smaakten er heerlijk bij en waren ook nog mooi, en we zakten onderuit met een kopje thee op de bank.

Een lui diner, wat een verademing. Niets met liefde gemaakt, alles met liefde gekocht. Extra voordelen: intercultureel én goed voor de plaatselijke economie. Maar vooral: de perfecte manier om zelf relaxed te blijven en ruimte te hebben voor een echt gesprek.

 

 

 

 

Schoon

Femma is een eigentijdse en eigenzinnige vrouwenorganisatie met een duidelijke visie op mens & samenleving. Femma praat mee over wat vrouwen vandaag denken, voelen & beleven. Femma verdedigt de belangen van vrouwen met minder kansen en in het bijzonder alleenstaande vrouwen. De organisatie ijvert voor emancipatie van vrouwen en gendergelijkheid, o.a. via het informeren en sensibiliseren van vrouwen, beleidsmakers en andere actoren.

Onderstaand stukje is geschreven voor Femma en verschenen op hun website.
Meer over Femma? Neem hier een kijkje!

We hebben een logee. Ze is jong en mooi. Haar haar krult, haar ogen stralen. ’s Avonds zitten we, de logee en ik, op de bank met een vriendin. We drinken rode wijn, we praten. Een echt vrouwengesprek, dat gaat van verhalen over ex-partners, over maatschappelijke bekommernissen, naar permanent ontharen. Tot mijn grote verbazing hebben de poppetjes bij mij op de bank complexen. Issues met hun uiterlijk, waar wat aan gedaan moet worden.

Ik herken het. Ook ik heb issues. Kilo’s te veel. Mijn zoontje die me laatst vroeg waarom ik strepen op mijn billen heb. (Omdat moeders afstammen van de zebra, daarom.) Nagels die lijden onder stress. Wallen door een zware tijd achter de rug. Haar met maar weinig fut.

We gaan naar het strand. Overal zijn er lijven. Mooie, krachtige lijven van studentenjongens. Tengere lijfjes van tienermeisjes. Kindjes, in alle maten en gewichten. Ik kijk rond. Aan elke vrouw kan ik zien of het een moeder is of niet. Zelfs de slankste mama’s hebben geen platte of stevige buik. En dan daar, een stralende vrouw. Ze ziet er sterk en zelfbewust uit en draagt een bikini. Haar lijf is alles behalve strak. Maar ze straalt zelfvertrouwen uit. En dat maakt haar mooi. Mooier dan de tienermeisjes die verlegen en ongemakkelijk in hun mooie lijfjes zitten.

En ook bij een bijeenkomst van vrouwen werd het me laatst duidelijk. We zaten in een kring en praatten over seks. De jongste vrouwen hadden de mooiste lijven, waar ze niet bepaald het lekkerste in zaten. Ze zaten ongemakkelijk, verlegen, onrustig. De rijpere vrouwen zaten lekkerder in hun vaak rijpere, zwaardere en soms zelfs wat gehavende lijven. De jongere vrouwen waren zoekend en wilden behagen, vertelden ze. De rijpere vrouwen kenden hun eigen lijf en dat van hun partner, en hadden pret in bed. Deugddoende seks, waarbij ze er niet aan dachten hun buik in te trekken of zich eerst nog eens te gaan ontharen.

Ik vond het wel eens oneerlijk vroeger. Dat je tussen je 15 en 25 het mooist bent, en dat het daarna alleen naar afneemt. Maar op lekker in je lijf staat geen leeftijd. En net vrouwen die al wat langer in dat lijf wonen, lijken er lekkerder in te zitten. Het is niet die permanente ontharing, die kilo minder of die anti-cellulitis-crème die ’t ‘m doet. Echt niet. Ik wou dat er een zalfje tegen complexen bestond.