Normaal

Drie sessies bij de psychiater hebben me niet alleen 255 euro gekost, maar ook een medicament opgeleverd dat helemaal werkt voor mij. De rilatine is vervangen door een groot broertje dat meer dan tien uur werkt. Ik heb minder bijwerkingen en ben stabiel. In plaats van twee boogjes van energie en een rustig hoofd doorheen de dag, met telkens een rebound-effectje aan het eind ervan, heb ik nu een mooie boog van 10 tot 12 uur. Waar de boog eindigt volgt een half uurtje misselijk en niet helemaal lekker en daarna kan ik er nog een paar uurtjes normaal functioneren bij doen, maar dan op een minder hoog niveau dan overdag. Lijkt me niet gek. Ook normale mensen zijn ’s avonds moe, toch?

De psychiater vraagt me terug te komen als ik hypomaan, psychotisch of manisch word. Hoe ik dat dan weet, vraag ik. Hij monkelt. Als ik relaties met verschillende mannen tegelijk heb bijvoorbeeld. Gniffel.

Mannen. Het is een hoofdstuk apart. Ik kwam de Ondeugdelijke nog eens tegen. Ik vond het fijn hem te zien, zie nu dat hij ook maar een soortement zoekende schurk is. Een leuke man, maar ik had niet zo wanhopig mogen verlangen naar een echte relatie met hem. Dat mijn verlangen gestopt is, triggert hem big time. Hij stuurt me smsjes waar ik rode oortjes van krijg (over hoe hij traag mijn jurkje wil uitrekken). Ik voel me niet beledigd, ik moet alleen even gniffelen. Overweeg even nuchter terug te sturen ‘nou, doe je best’. En dan bedenk ik hoe oneerlijk het is dat je van een leuke man zoiets kan hebben, terwijl je bij een minder leuke man bij wijze van spreke naar de politie rent met zo’n bericht.

De Onwillige Vader is intussen zijn leven aan het beteren om verantwoordelijkheid te kunnen nemen en ons iets te bieden te hebben. We zien het wel, zeg ik, terwijl we koffie drinken in het donker op de stoep.

En tussen het werken door krijg ik een smsje van een collega dat mijn haar zo leuk zit, maar dat hij het niet luidop wil zeggen. Nou. Zo kan ie wel weer.

Het is fijn dat ik ok ben. Ik voel me goed. Ik heb geen pijn, mijn energie is terug, mijn kop is kalm, ik kan weer fietsen en opruimen en leven en werken. En ik ben euforisch, bij momenten. Diep intens gelukkige momenten. Door de medicatie of omdat het beter gaat na een lange tijd slecht? Ik weet het niet, maar het is genieten, als ik door Amsterdam fiets en alles in mij schreeuwt van geluk. Of als ik luid zingend van een klus terug kom. Of als ik hypergeconcentreerd aan een tekst werk. Of als de Peuter me in bed vertelt dat ik een lieve moeke ben en mijn hand neemt. Of als ik met de Kleuter een stom grapje maak, in de categorie jouw-yoghurt-is-vogelpoep-haha-dan-is-jouw-cornflakes-muizekak!

Ik sprak er over met een vriendin. Ze bracht me op het idee dat deze uitzonderlijke staat-van-zijn misschien wel is hoe normale mensen door het leven gaan. Normale mensen wiens neurotransmitters het gewoon allemaal prima doen. Normale mensen die geluk ervaren op gewone dagen, die niet in paniek geraken als ze drie dingen na elkaar moeten doen en die niet elke dag wenen en slapen. Ik ben even verbluft, denk aan al het geluk dat ik zo misschien gemist heb, en voel me vooral weer diep dankbaar dat er een oplossing is voor mensen wiens neurotransmitters verstoppertje spelen. Met dank aan Essie, met wie het allemaal begon.

 

 

 

 

Comfort

Comfort kan zowel ‘welbehagen’ als ‘troost’ betekenen. In Cadzand vonden Prinses en CO beiden.

In het vrij donkere voorjaar was er dit lichtpuntje: via de blog van Ineken wonnen we een weekendje in Cadzand. Ineken heeft daar een Pinterest-waardig appartement te huur. Via de website van Duinhof Holidays konden we makkelijk een weekendje prikken. De service was om van te snoepen. Niet alleen communiceerde de organisatie prima, ook was er de mogelijkheid om via een persoonlijke code op de website ‘extraatjes’ te bestellen. Verse broodjes die ’s ochtends aan de voordeur gehangen kunnen worden. Een picknick. Een koffie- en theesetje als welkom.

Voor dat laatste ging ik. Met ons pasje (dat twee weken van tevoren bezorgd werd met de laatste praktische info) reden we op vrijdagavond naar Cadzand. Met een klein oponthoud in Brussel en in Antwerpen (file, indeed), bereikten we vrij vlot Cadzand Bad. Het gemopper van de jongens verstomde onmiddellijk in het mooie appartement, en eerlijk gezegd was ik ook nogal onder indruk. De foto’s op Ineken haar blog zijn mooi, maar het appartement in het echt zien met alle lieve en mooie details, is toch nog net wat anders.

Comfort. Ik zei het al. Om comfort te creëren moet je getalenteerd zijn. Het appartement bevat het soort comfort waarbij je je hand uitsteekt en gedachteloos het lichtknopje vindt waar het inderdaad moet zitten. Het comfort van de juiste tijdschriften op een bescheiden stapeltje, waarmee je in die mooie fauteuil gaat zitten die precies goed staat om te lezen. Het comfort van een grote tafel waar je met plezier een dampende schotel lasagne op zet. Het comfort van goede bedden, heerlijke donzen en prima kussens waar je je genoegzaam in uitstrekt. De douche die meer luxe was dan in de hotels waar ik tot nu toe geweest ben. De parkeerplek dicht bij de lift die uitkomt vlakbij de voordeur.

En de details. Het appartement is erg stijlvol ingericht. Geen overdaad. Precies wat je nodig hebt en dat in goede kwaliteit. Zonder frulletjes. Dat brengt een soort rust. De mooie glazen in de kast. De kopjes. De kaders aan de muur. Ik ben een absolute nul als het gaat over het inrichten van een woning, maar in het appartement van Ineken kreeg ik spontaan zin al mijn eigen spullen naar de kringloop te brengen, te vervangen door kwalitatieve en beperkte nieuwe, de muren wit te verven en me te voorzien van enkele comfortabele meubels.

Ik heb wel eens vaker in vakantiehuizen allerhande gelogeerd, en meestal moet je je instellen op minder comfort dan thuis. Behelpen. Een overdaad aan bij elkaar gezochte kopjes en glaasjes van de kringloop. Het licht dat uitvalt als je de mixer aanzet. Een bank waar je je draai niet vindt. Een douche die te warm of te koud is.

In het appartement van Ineken is dat dus op een te gekke manier omgekeerd. Ik zat lekkerder dan thuis, het licht was mooi, de bedden heerlijk, de douche magnifiek, het uitzicht inspirerend. Het is een soort combi van hotelservice (opgemaakte bedden, alles spik en span), de privacy en ruimte van je eigen appartement en het persoonlijke dat in de inrichting door Ineken zit.

Later nog meer over ons weekend. Bij deze al dit. Het appartement van Ineken is een aanrader en kan je hier vinden (Duinhof VI, 29).

Aan Ineken & de haren: dankjewel. 

 

 

 

 

 

Temperament

Ik ben vast niet de perfecte ouder. Wie wel? Ik heb mijn issues en heb behoorlijk wat werk aan mezelf gehad de laatste tijd. Ik heb nog steeds een hekeltje aan dat alleenstaand moederen, omdat ik het een klus vind, alles beredderen. Ondanks hulpbronnen, ondanks pillekes-waar-mijn-kop-rustig-van-wordt, ondanks steeds meer dingen op de rails.

Ik heb weinig antwoorden en veel vragen. De gedachten die hier de laatste dagen geuit werden rond mijn moederschap, over eerlijkheid, kwetsbaarheid en negativiteit, blijven een beetje aan mij plakken.

En toen kwam dit voorbij. Ik vond het sowieso al een goede mama-site, die helpt niet te oordelen over jezelf en over anderen.

Dit stukje was nagel-op-de-kop bij mij:

Elke dag is er strijd bij ons thuis. Strijd bij het aankleden, strijd om wat er op de boterhammen moet, strijd omdat Max niet naar de opvang/opa en oma wil, strijd bij het ophalen, strijd bij het traplopen, strijd bij het avondeten, strijd bij het badderen, strijd om hoeveel boekjes er voorgelezen moeten worden, strijd om het slapen…voel je hem? Als je daar al zo’n tweeënhalf jaar dagelijks in zit dan wordt dat je realiteit.

Uit: Als je elke dag in oorlogsstand staat – door Femke Sterken

Hoe graag ik mijn beide kinderen ook zie, ik weet dat het met de ene elke dag strijd kan zijn, en met de andere mopjes tappen. En dat ligt vast deels aan de interactie, deels aan fouten die ik maak als ouder, maar ik geloof dat er ook een gedeelte terug te voeren is op het karakter van een kind. De oudste heeft een knoop in zijn karakter die het voor hemzelf en zijn omgeving lastig kan maken. De jongste is mister sunshine. Maar OOK: de oudste kan zichzelf perfect nuttig en gedreven bezig houden, heeft focus, interesses, ideeën. En de jongste komt te midden van een kamer vol speelgoed nog liefst aan mijn been hangen om te zeggen dat hij iets-anders wil.

Ik negatief? … Ik denk het zelf niet. Als ik negatief zou zijn zou ik vertellen over de vrienden die me gezegd hebben liever niet meer af te spreken met de oudste erbij, omdat ze dat te irritant vinden (er is inderdaad geen gesprek mogelijk, maar mijn moederhart krimpt). Als ik negatief zou zijn, zou ik vertellen over die keer dat ik met mijn kinderen vroegtijdig weg ben gegaan van een speeldate omdat één van de andere kinderen overprikkeld geraakte door mijn oudste en zich onveilig voelde. Als ik negatief zou zijn, zou ik vertellen over al die keren dat ik huilend ben terug gereden van wat voor andere gezinnen een leuke activiteit kan zijn en geen onhoudbare toestand.

Aan alle andere ouders van temperamentvolle kinderen: veel liefs.
Aan alle andere ouders van niet-temperamentvolle kinderen: niet oordelen.
Aan alle anderen: niet oordelen.

En je kan ook dit lezen.
En dit.

 

Reactie op reacties

Reacties op deze blog kan ik indelen in drie categorieën. Compassievolle reacties, tips en/of nieuwe inzichten en de wat scherpere reacties.

Die laatste reacties zijn gelukkig zeldzaam, maar stom genoeg blijven ze altijd door mijn hoofd spoken als ze gekomen zijn. Dat komt omdat ik er voor kies op deze blog kwetsbaarheid te tonen, de binnenkant van mijn hoofd, twijfels en gedachten. Een beetje laf, want anoniem. Maar toch. Het is wel ‘echt’, het is vaak intiemer dan ik met mensen uit mijn werkelijke omgeving deel.

Misschien maakt het feit dat ik anoniem schrijf het gemakkelijker om een wat scherpere reactie te posten. Maar daarom dus schrijf ik dit stukje. Ik denk dat ik best kritiek kan verdragen en ik heb over elke tip/elk inzicht dat me aangereikt werd oprecht nagedacht. Dat is altijd voeding geweest voor verder denken en daar ben ik dankbaar om. Maar de wat scherpere reacties, ook al weet ik niet eens of ze zo bedoeld zijn, … Daar kan ik niet zo veel mee. Ze spoken in mijn hoofd, dat is alles.

Op mijn post over het zoekend-ouder zijn kwamen bijvoorbeeld twee reacties die spookten. Dat ik een post minder moest schrijven hier om een boek te kunnen lezen. Uhm, ik geloof niet dat ik in maximum een half uurtje een boek kan lezen, maar los daarvan: moest dat nu echt zo geformuleerd zijn? Ik denk dat ik het veel makkelijker aan zou nemen als tip en dus ook echt zou doen, als dat eerste zinnetje er niet bij stond. Ik vond het wat wrang. Misschien suggereerde dat zinnetje niets, maar zoals het er nu stond gaf het mij het gevoel dat ik door hier te schrijven verwaarloos wat van een ouder mag verwacht worden ofzo.

Iemand anders schreef of ik er wel eens bij stil stond dat ik negatief over mijn kinderen schreef en dat ze op een dag ook kunnen lezen. Mijn eerste gedachte was dat ik mijn kinderen niet perse mijn blog laat lezen. Maar ook: is het zo dat ik negatief ben over mijn kinderen? Ik denk dat ik eerlijk probeer te zijn over de complexiteit van opvoeden. Over hoe het is als je je kind niet helemaal snapt en dus een beetje onmachtig zoekt naar een manier om het thuis samen fijn te hebben zonder al te veel spanningen. Ik heb het er met mijn oudste zoon ook vaak over. Dat hij zo vaak boos is en dat ik daar verdrietig van word. Of hij me kan vertellen hoe het fijner zou kunnen zijn voor hem zodat hij niet zo boos moet worden. Wat we samen anders kunnen doen. Hij (her)kent wat er aan de hand is. Hij weet dat we samen zoeken. Ik vertel hem met dezelfde openheid dat ik een periode heel verdrietig ben geweest waardoor het toen moeilijker was voor mij om alles goed te doen. Ik vertel hem ook dat ik het soms moeilijk vind om de dingen voor de baas goed te doen, en voor hem en zijn broer, en ook nog het huishouden. Niet om hem daarmee te belasten, maar om hem uit te leggen hoe de situaties waar we samen in belanden tot stand komen. Als we allemaal moe zijn bijvoorbeeld. Of als ik na een drukke werkweek  met twee vermoeide kinderen nog wat boodschappen moet doen (slecht plan, maar soms is dat hoe het gaat). Ik probeer hem wel altijd duidelijk te maken dat ik de moeder ben, dat ik graag voor hen zorg, maar dat het leven gewoon niet altijd over rozen gaat. De omstandigheden zitten soms wat tegen, zoiets.

Ik dacht ook aan mijn eigen moeder. Ik weet niet hoeveel ze nadacht over ons, maar eigenlijk heb ik het gevoel dat ze dat (met mij) althans niet echt deed. Ze combineerde autoriteit met verwachten dat ik het zelf maar redde, waardoor (zie ik nu, dankzij de link die Zeemoed postte hier) ik in relaties waarschijnlijk zowel angstig ben met als zonder iemand. Ik denk niet dat het slecht had gevoeld als ik op een dag een blog van haar had kunnen lezen waarin ze zich afvroeg waarom ik altijd alleen op mijn kamer zat en het niet vertelde als ik ziek was. Ik had het als betrokkenheid gezien. ‘Gezien worden’. Hoewel mijn zoon van zes mijn blog niet gaat lezen, hoop dat ik het duidelijk mag zijn dat wat ik schrijf betrokkenheid is en niet negativiteit-om-de-negativiteit. Ik denk er over na, ik worstel ermee. Ik probeer dingen uit als moeder. Ik probeer te snappen wat er aan de hand is.

Dus. Dus hakte die reactie er toch even flink in, waar ik dan weer allerlei gedachten bij had. Ik nam me voor me niet te verdedigen, maar deed het bij deze toch.

Wat ik eigenlijk wil zeggen? Dat we misschien allemaal moeten oppassen wat we schrijven. Er zijn niet-nader-te-noemen-blogs waar de schrijvers wel eens wat over zich heen krijgen waar ik mijn ogen van open sper. Natuurlijk moeten we niet alleen maar lieve dingen aan elkaar schrijven, maar er is een verschil tussen een venijnige reactie of een oprecht betrokken poging om iemand een inzicht aan te reiken. Het eerste kunnen we proberen vermijden en in het laatste kunnen we ons oefenen.

 

 

 

Prinses is een zoekende ouder

Altijd al heb ik het gevoel dat ik meer worstel met het ouderschap dan anderen. Omdat ik het alleen doe. Omdat het me leegzuigt. Omdat ik er niet zo erg van kan genieten. Als ik na de vakantie terug kom en eerlijk tegen mijn collega’s zeg hoe fijn  het is terug te werken en niet meer lange dagen alleen met de kinderen door te spartelen, kijken ze me wat verontrust aan. Een aardig iemand lijk ik vast niet.

Soms kijk ik naar de peuter en denk ik: als ‘gewone’ kinderen zo zijn, is het ouderschap best te doen. Zo zou ik er drie kunnen hebben. Of vijf. Of tien. De peuter is best wel eens ondeugend en ook wel een vies varkentje, maar hij is ook lief en zacht en geen enkele situatie met hem groeit me echt over het hoofd.

Met de kleuter is dat anders. Hij is zo ongelooflijk boos. Met de opvoedingsondersteuning maak ik dagschema’s, structuur en duidelijke regels, maar de woedebuien volgen  elkaar op. Ik merk dat de peuter en ik bij momenten geterroriseerd zijn door zijn gedrag. Eigenlijk ben ik vaak al bang als we iets samen gaan doen, omdat het altijd mis gaat.

Naast alle gedachten over wat voor slechte moeder ik ben en wat voor slechte opvoeding hij gekregen heeft, begin ik terug te lezen en herken ik hem in de kenmerken van een high-needs-baby. God, wat was het een drama toen hij baby was en niets ooit goed of genoeg was en hij vooral huilde. Maar ook nu nog is het nooit goed, nooit genoeg. En soms is hij ook heel breekbaar en lief en zie ik dat hij zijn best doet. En soms zie ik ook dat ik volledig in een negatieve spiraal geraakt ben met hem en dat we slecht op elkaar reageren.

En dan lees ik op een dag kenmerken van ODD. Een opstandig kind. Dwars. Verzet zich tegen gezag. (…) Ik kijk terug naar de aanpak die ik met de opvoedingsondersteuning heb gemaakt waarin mijn gezag eigenlijk versterkt werd door hem minder keuzes te maken en meer op te leggen. Jeetje, denk ik. Misschien hebben we het wel helemaal aan het foute eind. Hij vertoont inderdaad niet zo veel kenmerken van ASS, maar wel een oneindige boosheid. Zou het? … En zo ja, maakt het uit? … Alleszins de moeite waard om de aanpak een keer te veranderen. Wie weet. Niet inzetten op structuur en duidelijkheid, maar hem ruimte geven om te kiezen.

Ik pieker over de labeltjes. Ook de pyschiater waar ik bij ga omwille van mijn medicatie goochelt met labels die mij bezig houden en verontrusten. Ik zoek kenmerken op en kijk of ik mezelf er in herken. En dan besluit ik dat er misschien wel geen labeltje is dat past, op mij en op mijn Kleuter. Mogelijk hebben we allebei wel kenmerken die bij bepaalde labeltjes passen, maar hoeven we geen labeltje te adopteren. Alleen zou het wel fijn zijn als het leven wat relaxter kan zijn doordat we beter weten wat we nodig hebben.

Werk 2.0

 

Ik heb het geluk bijna altijd werk te mogen doen dat ik zinvol vind. Mogelijk ben ik als persoon ook heel erg geneigd zin te vinden in mijn werk, en op een manier te werken die mij als persoon heel erg met mijn werk verbindt.

Ik denk dat wat ik doe uitmaakt en ik probeer het ook op een manier te doen dat het uitmaakt. En ik denk dat het uitmaakt dat ik het ben die het doet. Dat is soms erg vervelend omdat ik moeilijk kan samen werken of iets waar ik erg om geef moeilijk in de handen van een collega kan leggen. Ik ben er vrij zeker van dat mijn nieuwe collega me een soort van wantrouwende bitch vindt omdat ik het niet makkelijk vind om projecten met hem te delen.

Als werk meer is dan gewoon werk, maak je het voor jezelf ook wel erg complex. Ik ben helemaal involved. Hoewel iedereen vervangbaar is en ikzelf dus ook, wil ik liefst niet vervangen worden en de touwtjes strak in handen hebben.

Maar dat betekent dus ook dat het slecht gaat met mijn werk als het slecht gaat met mij. Als ik het te druk heb, de dingen niet goed organiseer, te moe ben of verdrietig ben. Dat heeft sowieso invloed op de kwaliteit van mijn werk.

Eigenlijk vond ik werken nooit leuk. In mijn hoofd was het altijd belangrijk en zinvol, maar in de realiteit slaagde ik er nooit in er lekker in te duiken. Ik stelde dingen te lang uit, werd hypernerveus en enorm faalangstig, raffelde dingen soms een beetje af omdat ik bang was dat het te dichtbij zou komen en ik heel kwetsbaar zou worden als ik er echt voor zou gaan. In de ideale wereld kon ik teksten reviseren, nadenken over projecten, mindmappen, plannen, en kwam ik tot kwaliteit. In de echte wereld zat ik nagelbijtend voor mijn pc en stond het huilen me vaak nader dan het lachen.

De rilatine heeft dat veranderd. Werken is leuk als je het gelijkmatig doet en niet meer tegen deadlines aanschurkt in een blinde paniek. Een tekst schrijven is fijn als je een concept hebt, op tijd alle info verzamelt, tijd hebt om anderen te laten meelezen en feedback geven en een tweede, derde, en zelfs vierde revisie kan doen. In contact staan met mensen is een pak lekkerder als je je niet voortdurend moet verontschuldigen voor die onbeantwoorde mails of vergeten beloftes. Ik haal eindelijk de normen die ik mezelf al jaren opleg.

Het is een beetje een kip of ei-verhaal. Ben ik zo ongelukkig en chaotisch geworden omdat er een stofje te kort is in mijn hoofd (neurotransmitter, dopamine)? Maar dat stofje is erg gevoelig voor stress en slaaptekort, dus misschien was ik ongelukkig en chaotisch en heeft het stofje daardoor de benen genomen? Ik zat alleszins in een negatieve spiraal die ik uit alle macht wou ombuigen. Ik trok aan alle alarmbellen, betaalde uren familiehulp, schreeuwde en huilde, probeerde enerzijds te rusten en me anderzijds op te peppen, maar de spiraal ging steeds dieper. Met de rilatine krijg ik terug grip en buig ik de spiraal bijna moeiteloos om. Het mooie daarbij is dat het wapenstilstand is met mezelf. Ik hoef niet meer zwaar in strijd om mijn eigen chaos en vermoeidheid te bestrijden. Dingen lukken me niet meer ondanks mezelf, maar dankzij mezelf. En plots blijk ik beter in sommige dingen dan ik zelf dacht. En is het nog leuk ook.

 

Prinses date

Ik ontmoette de man-in-kwestie op een heel eigenaardig moment. Het moment dat we beiden de vriendin bezochten die de dag voordien weduwe was geworden. Ik was er naar toe gereden met een bonzend hart en een bos witte rozen. Hij zat daar, dronk koffie, straalde rust uit. Wat een fijne man, dacht ik.

Een fijne man die ik dagen later op de begrafenis terug zag, zijn arm om zijn vriendin geslagen. Een leuke vriendin. Elegant, aardig. O, dacht ik. We spraken beiden op de uitvaart. Hij huilde toen hij zijn papier opvouwde en naar zijn plaats toe liep. Zij nam zijn hand.

Via de gemeenschappelijke vriendin werden we met elkaar in contact gebracht. De vakantie in Amsterdam zorgde voor een vreselijke date waarbij mijn beide kinderen zich onmogelijk gedroegen. Ik huilde op de terugweg. Niet om hem of omwille van verwachtingen met betrekking tot de date, maar wel omwille van echt verdriet omdat de dingen met mijn jongens soms zo uit de hand kunnen lopen. De oudste was aangedaan en stelde voor om beter zijn best te doen om het leuk te maken samen. Dat lukt met vallen en opstaan.

Maar de man-in-kwestie, intussen trouwens vrijgezel, bleef appen. Dagelijks. Ondanks mijn monsterkinderen. Het is een man waar ik geen trillende benen van krijg. Hij is rustig, beheerst, wat te oud voor me. Hij heeft een prachtig huis en hij heeft zijn zaakjes op orde. Hij maakt met zorg cappuccino en we lezen dezelfde boeken.

Een volgende date dient zich aan. Eén zonder kinderen. Ik kijk er naar uit, maar er is niets van euforie, spanning of stress. De dag dat ik de ondeugdelijke man ge-smst had met de vraag een kopje koffie te drinken samen, was ik helemaal hyper. Uit angst voor het antwoord had ik mijn gsm in de kledingkast verstopt. Het was zo spannend, zo vlinders-in-de-buik-achtig. Dat is leuk maar ook erg vermoeiend en overheersend.

Ik weet niet zo goed wat ik moet vinden, denken of willen. Ik wil gewoon maar even niets. Binnen enkele dagen zie ik hem. Dan kook ik voor ons, heffen we samen het glas, praten we en daarna zien we wel weer. Het is heel nieuw voor me dat ik me er niet in verlies.

 

Ping-pong

De vakantie heeft me veel gebracht, maar met name ook het heerlijke gebruik van de afwezigheidsassistent. Wat verrukkelijk om mails te horen binnen komen en te weten dat ze een mailtje terug gepingd krijgen waarin staat dat ik niet antwoord. Moehaha. Tenzij ik echt wil. Dat kan ik kiezen. Ik ben de baas! Goodbye schuldgevoel!

Nog grappiger vind ik het als mijn afwezigheidsassistent ping-pongt met een andere afwezigheidsassistent. Dat vind ik echt hilarisch, computers die elkaar mails sturen over de niet-aanwezigheid van de baasjes.

Ik ga mijn assistent vaker gebruiken, denk ik. Als ik studiedagen geef en het niet realistisch is dat ik ’s avonds nog de puf heb om te mailen. Als het weekend is. Als ik een dag vol vergaderingen heb.

Voorwaarde is dan natuurlijk ook wel dat ik de dagen dat de assistent niet aan staat, trouw wel mails beantwoord. Daar moet ik met mezelf nog even aan sleutelen.

Ik geloof dat ik wel de keuze heb gemaakt dat ik mails alleen/vooral nog professioneel gebruik en dat ook beperk. Als puber schreef ik brieven. Later eindeloze e-mails met jan en alleman. Leuke periode, maar voor nu echt niet meer haalbaar. Dat ik per dag een 10 tot 50 professionele mails moet weghappen (terwijl mijn baan niet mailen is!), is voldoende aanslag op dit leven. Hoe graag ik ook persoonlijke contacten wil onderhouden, elke dag een karrenvracht mails lezen en beantwoorden kan en wil ik niet meer.

Deze zomer was er een geniale week waarin ik elke avond op de bank lag om een boek te lezen. Ik was dan moe (maar niet meer dat eindeloze absurde uitgeput waardoor ik enkel maar kan slapen) en beloonde mezelf met een kopje koffie, een stukje chocola en een leuk boek. Een week lang moeiteloos gedaan wat mijn dokter me voorschreef: ’s avonds geen schermen meer om de kwaliteit van mijn slaap en dus ook van mijn leven te verbeteren. Een aanrader. Geloof me.

 

 

 

Rilatine: magie of miskleun?

Of het nu een magische oplossing is, die witte pilletjes, vraag ik me af.
Om één of andere reden is het alsnog complex geworden, rilatine gebruiken.

Toen ik de medicatie kreeg, dacht ik dat de strijd gestreden was. Dat ik controle kon terugnemen over mijn leven omdat mijn hoofd nu kalm was. Dat ik de dingen beter kon aanpakken en me uit het slop trekken. Dat is/lijkt ook zo. Maar het is natuurlijk niet alleen maar leuk. Enkele bedenkingen:

  1. Er zijn nevenwerkingen. Ik moet het gebruik goed ‘mikken’ anders slaap ik een hele nacht niet. Ik klem mijn tanden op elkaar. Ben bij momenten wat nerveus. Maar vooral ook: het geraakt uitgewerkt en dan kan ik wel eens erg chagrijnig worden.
  2. Structureren en plannen moet je nog steeds zelf doen, ook al ben je plots in de mogelijkheid omdat er een stofje in je kop geactiveerd is waarmee je dat goed kan. En eerlijk, op dat niveau moet ik geraken. Ik ben nu zover dat ik bergjes kan verzetten, maar dat kan ik beter wat gestructureerder gaan aanpakken.
  3. Ik moest naar de psychiater. Ik dacht dat het een gemakkelijk gesprekje ging worden, als in:
    – ‘ik was onrustig en chaotisch en doooooodmoe, en toen kreeg ik rilatine en ging alles beter‘.
    – ‘o ja? nou, dan geef ik je een voorschrift voor de rest van je leven. Dat is dan vijfentachtig euro. Doe-hoei.
    Zo ging het niet. (Alleen het stukje van die vijfentachtig (!!!) euro).
    De man in kwestie was een zeer eigenaardig individu die o.a. naar de band met mijn ouders informeerde, alsook naar het huwelijk van mijn ouders, jeugdervaringen allerhande, mijn seksuele fantasieën, het onderwerp van mijn thesis, … Hij goochelde met termen als hoogsensitief en parentificatie, maar jammer genoeg ook ‘hoogfunctionerend autisme’, wat hij allemaal wil uitzoeken. Dat is een beetje als een soort tank over me heen gewalst. Denk je dat je genezen bent, heb je plots mogelijk honderd nieuwe ziektes. Zoiets. De man in kwestie was in staat om het onderwerp van mijn thesis te koppelen aan mijn mentale staat en mijn werk aan mijn seksuele identiteit. Ofzo. Anyway, aaaarghl. Ik kreeg er instant een identiteitscrisis van, wat hij dan weer erg interessant vond.
  4. Het leven blijft het leven zoals het is. Het is niet omdat je het wat beter aanpakt, dat single-mom-zijn plots een wandelingetje in het park is. Er staat al dagen 1,36 euro op mijn rekening (door de onverwachte rekening van de psychiater), de peuter is hangerig, de kleuter is druk en ik mag nu wel wat energie hebben, ik heb nu ook een pilletje nodig waarmee ik tijd creëer. Iemand?
  5. Ik schrijf minder. Ik kan plots heel goed verslagen en management samenvattingen maken, maar een spontane gedachte die ik kan uitwerken tot een blogpost? Vergeet het.

Het is een magisch pilletje. Ik presteer beter. In de euforie van het eerste gebruik dacht ik dat alles daarmee opgelost was. En dat is nu jammer genoeg ook niet het geval. Maar het blijft zalig om energie te hebben om de dag door te komen.

 

De jongetjes zijn op

Het is een week vol laatste en eerste keren en ook nog een verjaardag, godbetert. Op maandag installeert zich een knoop in mijn maag. Afwisselend denk ik dat ik ziek ben, overemotioneel, misschien nog een keer ongesteld (twee keer op twee weken, yeah!), dat ik echt beter geen frietjes had gegeten, dat ik elk graan dat ik in huis heb inclusief die dure lekkere bio-granola moet weggeven omdat ik er slecht op reageer.

Maar het is gewoon zo dat ik geen klein jongetje meer achter de hand heb, en dat het kleine jongetje hier een kleuter wordt en jarig in dezelfde week, terwijl de oudste de enorme stap naar het eerste leerjaar maakt. Toen ik de vorige keer afscheid nam in de opvang was mijn hart zwaar, maar na een week stond ik daar al terug om een plek te reserveren voor dat kerstcadeautje in mijn buik. Maar nu zijn de kleine jongetjes op en ik weet niet of en wanneer ik daar nog eens ga staan.

En ik moet weer gaan werken, en de herinnering aan Amsterdam is verworden tot een warme gloed. En ik geraak meteen alweer verstrikt in tien deadlines (ik ging het toch beter aanpakken!?), honderdduizend verwachtingen (vooral van mezelf), en gehaast en het rennen. De was moet opgehangen en de vloer gestofzuigd en ik wil alleen maar het hand van de oudste vasthouden en aan de teentjes van de kleinste ruiken.

Oh, oh, oh.

Soms denk ik aan de dag dat ik een oud vrouwtje zal zijn, en dat ik het dan heel stupide ga vinden dat ik niet durfde. Nog een kindje, alleen. Maar vandaag ben ik geen oud vrouwtje. Vandaag ben ik een jonglerende ploetermoeder die wel weet dat er liefde genoeg is voor zo’n ukje, maar dat er praktische en financiële bezwaren zijn die over zestig jaar waarschijnlijk peanuts lijken, maar waar ik vandaag behoorlijk van wakker lig.

Dus sluip ik naar de slaapkamer en kus ik de bijna-driejarige, de bijna-kleuter. De grote man die een eigen boekentasje en brooddoosje krijgt maar die eigenlijk stiekem nog gewoon mijn baby is en dat altijd zal blijven.