Bob heeft een kater

Shit, denk ik. Ik ben echt te moe om uit eten te gaan.
De Man en ik hebben een volwassen-mensen-date met elkaar. Maar de dag met twee ondernemende éénjarigen eist zijn tol. ’s Middags zitten we in de zandbak en eet de grootste een schep zand. We gaan wandelen en ze vallen prompt in slaap, waardoor ze hun dutje later missen (en ik dus ook de tijd om te eten en even te gaan zitten). We stoppen even op het terras van Stach voor een cappuccino en een croissant die ik netjes onder ons drie verdeel, en voor ik het weet heeft de grootste de croissant van haar zus gepikt en opgesmikkeld. En dan iets met brullen en wespen, fietstochten met lege maag, tomatensoep maken met twee poppies aan mijn rok zwiepend. Zo een dag.

We gaan toch. Als bij het voorgerecht – beter werd het niet meer: een crème brûlée van geitenkwark – glijdt de vermoeidheid van me af. Het is en blijft luxe, zulke etentjes. Maar het is een heel mooie tegenhanger tegen de maaltijden met kinderen, waarbij er altijd twee stroop in hun haar smeren, hun drinkbeker grijnzend op de grond uitgieten of er genoeg van hebben en met hun eten beginnen gooien.

Ik voel me tijdens zo een etentje plots weer een volwassen mens, met een toegang tot allerlei dimensies. Toegang tot een echt gesprek, zintuiglijk genot, ontspanning. Helaas is deze vermoeide moeder zelfs niet tegen een bob-arrangement opgewassen. ’s Avonds thuis zit ik te giechelen in de badkamer, maar de ochtend is brak en zwaar en ik vind mijn focus niet en hoewel de wijnen van topkwaliteit waren, heb ik het idee dat mijn lijf vol log gif zit, en dat dat niet leuk samenwerkt met de spierpijn die ik aan de yoga heb overgehouden.

Anyway. Ik zit aan mijn bureau. Drink koffie. Doe een poging om mijn morning pages te schrijven. Maar in mijn hoofd dwarrelt alles, en ik besluit toch maar even om een soort van mindmap te maken van wat ik moet doen.

Ik moet YNAB bijwerken.
Mails beantwoorden.
Twee verjaardagscadeautjes kopen.
Avondeten voorzien.
De oppas instrueren.
Een boek terugbrengen naar de bib.
De verjaardag van de kleine zoon voorbereiden.
Bloggen.
De grote zoon ophalen op zijn kampje.
Reageren op een vraag van iemand.
Drie mensen bellen.
Twee voorstellen schrijven.
Een communicatiestrategie verzinnen.
Twee besluiten nemen.
De tandarts bellen.
Twee machines was doen.
Naar de yoga.
Lunchen.
Boodschappen doen.
En dan nog tien dingen.

Hier ben ik slecht in. Zeker als mijn hoofd dwarrelt van een te volwassen avond. Al die balletjes in de lucht. Dat voortdurende door elkaar lopen van alles. Ik staar maar naar mijn mindmap, en heb geen flauw idee waar te beginnen vandaag. En dan grinnik ik. Wat sneu, dat ik zelfs van een bob-arrangement een kater krijg (*).

(*) Uiteraard heb ik niet gereden. We aten op wandelafstand. Ik nam een bob-arrangement omdat ik wel wat maar niet veel wou drinken.

Advertenties

Overbodige luxe (vervolg)

De vakantie loopt ten einde. In tegenstelling tot wat ik eerder schreef, lukte het me wel om er wat ‘in te komen’. Plots was ik gewend aan het tempo, de supermarkten, een dagje wel en een dagje geen uitstapje, het ontbreken van tijd alleen, het heel-de-tijd-samen.

En intussen kantelt de vakantie weer naar het einde toe en merk ik vakantie-moeheid bij iedereen. Het weer is omgeslagen, de bagage moet gemaakt worden, de boel opgeruimd, afgesloten, de terugreis aangevat.

[Mijn ultieme vakantietip voor het reizen met jonge kinderen: stop niet in McDonalds of wegrestaurants, maar stop bij de IKEA. Op de heenweg zette ik een zwarte baby terug in de maxi cosi, nadat ik haar even had laten kruipen in een wegrestaurant. Haar handjes, knietjes, onderbenen en bovenkant van haar voetjes, waren smoezelig zwart. De volgende stop deden we bij IKEA, een feest met een kinderverzorgkamer, kinderstoeltjes, kinderservies, babyvoeding, relatief verantwoorde voeding voor de andere kinderen, gratis toiletten, babyservies en – slabjes… O, wat een luxe!]

Bij het opruimen verzink ik in gedachten. Ik realiseer me plots dat er iets anders is dan de andere jaren. Meestal heb ik een resem goede voornemens op vakantie. Ver weg van huis is het makkelijk om een gesimplificeerde versie van de thuissituatie te zien en je voor te nemen gezonder te eten, meer te sporten en geen tijd meer te besteden aan netflixen als er ook goede boeken te lezen zijn. Dit jaar heb ik geen goede voornemens. Ik ga het roer niet drastisch omgooien, geen 1000 keer betere versie worden van mezelf. Komt het omdat ik realistischer ben geworden met de jaren? … Als de Man binnen komt, weet ik het. Het leven zoals we dat hebben, lijkt erg op mijn ideaal.

En nu, huiswaarts!

Het leven zoals het is: starten met ondernemen

Mogelijk heb ik een kast vol Hoera-boeken. Boeken van mensen die een eigen onderneming zijn begonnen en hip hip hoera, alles gaat geweldig, ze hebben 1000 tips en ze willen nooit meer terug een loonslaaf worden.

In de krant las ik laatst een artikel. Dat een behoorlijk percentage van de ZZP-ers (zelfstandige zonder personeel) onder de armoedegrens leven.

Ik volg een gladde marketingman die belooft dat hij ondernemers aan veel meer omzet kan helpen met masterclasses en peperdure cursussen met hippe namen. Ik had een boek van hem gekocht en was op zijn nieuwsbrief geabonneerd geraakt en nu irriteert hij me met mails waarin alles makkelijk lijkt te gaan en je met wat vingerknipjes en slimmigheid die hij je kan leren, succesvol kan worden. Ok, in een soort opwelling heb ik me voor zo een masterclass ingeschreven. Oeps.

Ik ben niet succesvol op dit moment. (*)
Op dit moment ben ik nog niet eens gestart. Ik freelance een beetje om toch iets van een inkomen te hebben. Dat betekent dat ik onderbetaalde dingen doe waardoor ik niet investeer in een flitsende website maken en andere slimmigheden, en ik mezelf dus stokken in de wielen steek. Ik praat met mensen over samenwerken, maar ook dat is een lang en complex proces. Ik volg cursussen waarvoor ik geld heb geleend bij de Man geloof ik. Ofwel is daar mijn laatste spaargeld naar toe. Ik mail de opdrachtgevers van mijn onderbetaald freelance-werk om hen te vragen wanneer ze me gaan betalen – want ik moet de huur betalen van mijn kantoortje.

Mijn kantoortje. Daar huppelde ik de eerste tijd op wolkjes naar toe. Intussen went het. Ook fijne dingen wennen, stom genoeg. Het kantoortje is half ingericht. De eerste stapel zooi is al ontstaan. Laatst stond ik het te stofzuigen, en dacht ik er aan dat ik vroeger – in loondienst – een poetsploeg had die mijn kantoor poetste voor acht uur ’s ochtends. Dat ik een afdeling marketing had. Een afdeling communicatie. Een baas die me vertelde wat ik kon doen. Een auto van de zaak. Een tankpas. Vakantiegeld. Een eindejaarsuitkering. Betaald ziekteverlof. Bekertjes bij de koffiemachine en geen kopjes die ik om de paar dagen sta af te wassen.

Nu ben ik alles zelf. Ik ben de poetsvrouw. De marketingvrouw. De communicatievrouw. De administratie. De secretaresse. Ik moet de facturen sturen, de rekeningen betalen, de afspraken inplannen, de website op poten zetten en de planten water geven.

En ik neem een besluit. Het besluit is dat ik eerlijk ga zijn. Hier. Over dat starten. Misschien wordt het nog eens een hoera-verhaal, dan horen jullie het. Maar voor nu is het doolhof en sta ik om de haverklap op een punt waar ik een richting moet kiezen. Ik kies en kies en soms loopt de weg dood, soms geraak ik onverwacht dichter bij de kern van het doolhof. En soms heb ik geen idee meer waar ik ben. Ik denk dat het er bij hoort. Ondernemen zoals het is.

(*) De Man heeft een ontembaar geloof in mij. ‘Geduld,’ zegt hij. ‘Het komt allemaal wel.’ Ik vind het lief van hem, dat onwrikbare vertrouwen.

Overbodige luxe

O, het is luxe. Naast mij springen de kinderen in het zwembad. De kleintjes slapen. Ik heb al twee boeken gelezen – en nu zijn mijn boeken op en in dit deel van Europa is de zoektocht naar Engelstalige literatuur een hele opgave. Er moet zo weinig. Eten, de was, de afwas, de kinderen wassen, mezelf wassen. Een uitstapje, gisteren gingen we naar een concentratiekamp en vond ik geen woorden om de jongens uit te leggen wat mensen elkaar kunnen aandoen, en waarom. Het schudt alleszins mijn moederschap wakker. Door kinderen te hebben van verschillende leeftijden vergeet ik wel eens wat ik mijn grotere kinderen wil leren en meegeven, want de zorg voor de kleintjes is nog steeds alomvattend. Maar gisteren reed ik met de jongens de heuvels op en af. In de verte zagen we het kamp liggen. Ik kon de oude, zware energie voelen. De jongens liepen met me mee, gingen donkere cellen in en stonden met hun ogen te knipperen bij bedden in kamers die dienden voor zestig mensen.

Vakantie is luxe, en ik ben dankbaar. Maar ik realiseer me weer dat ik niet graag reis (ok, soms is vakantie ook wel lekker). De voorbije jaren dacht ik dat het aan het alleenstaand ouderen lag, dat reizen nog vermoeiender was dan het normale leven thuis. Maar nu ik gepakt heb voor zes, twee dagen auto heb gehad met zes waaronder twee 1-jarigen, mijn weg zoek in vreemde supermarkten en rijd over vreemde wegen, nu weet ik het weer. Ik reis niet zo graag. Ik ben zo ontzettend moe en kijk nu al op tegen de terugreis, het terug in onze plooi vallen thuis.

Tijdens de vakantie valt er slecht nieuws op mijn dak. Een ex-collega had me een klus doorgespeeld die me op het lijf geschreven was, maar de betreffende organisatie had al een andere adviseur onder de arm genomen. Al mijn plannen lijken zo overbodig, zo kwetsbaar, zo stom. Ik ben het moe ‘arm’ te zijn. Geld genoeg in ons huishouden, maar het staat niet op mijn rekening. Ik YNAB me te pletter, om het weinige geld dat er binnen komt bij mij te verdelen over de uitgaven die er zijn voor de kinderen en mezelf. Uiteraard kan ik altijd aankloppen bij de Man en helaas heb ik dat al gedaan tot een bedrag met vijf nullen – zucht. Hij geeft er niet om, ik wel. Het voelt kwetsbaar om afhankelijk te zijn. Maar ook: ik weet dat ik wat kan als adviseur, ik wil eindelijk ook eens wat gaan verdienen met mijn kwaliteiten. Geld is niet zo belangrijk, maar het is alsof ik al jaren de eindjes aan elkaar zit te knopen en niets opbouw, en ik ben op een leeftijd gekomen dat ik graag iets wil opbouwen. En ook: ik weet wat ik kan en wil, maar ik weet niet hoe ik de brug moet slaan tot de vragen die er waarschijnlijk zijn en waarmee ik aan de slag kan. Het is een zoektocht, een puzzel. En zo ver van huis, ver van mijn kleine kantoortje, voelt alles zo absurd en raar aan.

Ik heb nog wat werk bij. Op de zesde vakantiedag zet ik mijn geluidswerende koptelefoon op, neem ik mijn computer, ga ik wat doen. Ik denk aan mijn kantoortje, dat ik voor vertrek zorgvuldig gestofzuigd heb en netjes opgeruimd. Ik tel de dagen voor ik weer daar kan zijn. Alleen, bij mezelf. En tot die tijd, tot die tijd. Hier, nu en morning pages.

Over hypnotherapie

Een tijdje geleden heb ik me laten hypnotiseren. Niet door iemand met een glazen bol en een paars gewaad in een schimmige yurt die blauw staat van de wierook, maar door een heel normale (nou ja, wat is normaal?) vrouw, in een kantoorpand.

Ik was wanhopig. Dat klinkt heel heftig, misschien veel heftiger dan nodig. Maar ik had het nare gevoel dat ik mezelf niet meer onder controle had met betrekking tot voeding.

Ik schreef er al eens over. Dat ik veel bagage meesleep rond dat thema. Ergens diep zat een overtuiging dat ik om het even wat kon doen, maar dat ik toch geen effect heb op mijn gewicht. Dat is natuurlijk bullshit, want er is een vrij grote correlatie tussen je eetgedrag en lichaamsbeweging en je postuur (ik weet wel dat het genuanceerder is, dat er hormonen zijn en aanleg en invloed van medicatie, …). Het klinkt ook allemaal alsof ik heel zwaar ben, wat ook niet het geval is (vreemd genoeg vind ik het raar om dit zinnetje te schrijven). Ik ben wel wat te zwaar, maar op dit moment zit ik aan een BMI van 24,5 – een verder niet zo relevant getalletje, maar het betekent wel dat mijn gewicht (terug) binnen de grenzen van het gezonde valt, doch dicht bij de bovengrens van 25.

Het was een soort kluwen in mijn hoofd. Gebrek aan zelfvertrouwen door het besef geen grip te hebben op mezelf. Voornemens maken, die telkens breken. Spiegels en foto’s vermijden. Me ongemakkelijk voelen in mijn lichaam. Een beroerde conditie. Frustratie, en net daardoor op zoek gaan in de keukenkastjes. Vermoeid, en net daarom telkens weer een stuk chocola. Soms ook verveeld of verdrietig, en wat troost er beter dan een koekje?

In de eerste sessie vertelde ik dit alles aan de hypnotherapeute. Ze bracht me onder hypnose: een soort ontspannen toestand waarin je ontvankelijk bent voor boodschappen en nog goed weet wat er om je heen gebeurt. Niets engs en ik heb mijn pincode niet gegeven, zeker weten. Ze werkte rond het loslaten van allerlei bagage, en ze verbrak de link in mijn hoofd tussen verveling/verdriet/frustratie/vermoeidheid en zoete dingen.

Het wonder geschiedde. Ik ging weg, en heb ik enkele aandrang meer gehad om de kast waarin nog drie pakken cote d’or liggen open te doen. Uiteraard eet ik wel eens een dessertje mee op een feestje en laatst bestelde ik op vakantie een stukje cake bij mijn cappuccino, maar er is een verschil tussen een ziekelijke drang naar zoet, of een normale volwassen omgang met een incidenteel dessert.

Na twee weken was ik twee kilo kwijt.

Ik ging terug, met een wenslijstje. Als ze even dit en dit en dit tegen me kon zeggen, dan zouden de kilo’s er af vliegen, zou ik nooit meer naar doen, zou ik alles onder controle hebben, … Nou ja, hoop niet te veel want zo werkt het niet. In die sessie vertelde ze mijn onderbewuste dingen over zelfvertrouwen en genoeg hebben aan gezonde goede maaltijden, maar toen ik buiten kwam was ik niet meteen supervrouw die per dag drie blaadjes sla en een wortel at en strak en shiny door het leven ging.

Domper op de feestvreugde – ik wil graag alles en liefst ook meteen! – ook al weet ik zelf best dat een gezonde gewone normale omgang met voeding op termijn de beste optie is, ook al vliegen er nu geen kilo’s af en kan ik ook niet plots een marathon lopen met een nieuw fitgirl-lijf (waar uiteraard de zwangerschapstriemen miraculeus van vervlogen zouden zijn). Ik had zo graag gewild dat het met een vingerknip allemaal opgelost was. Alles. Dat ik geprogrammeerd zou worden tot een soort supervrouw, de beste versie van mezelf.

En dat is niet zo.
Maar. Ik voel me wel rustig. Die chocolade ligt niet gillend en krijsend om mijn aandacht in de kast. Ik stop bij een lange autorit niet onderweg om kinderbueno’s te kopen. Ik bestel geen stuk taart bij elke koffie die ik drink. Ik kies ‘automatisch’ voor gezonde dingen in een vrij evenwichtig eetpatroon, met tussendoortjes en gewone porties. En ik eet wel eens mee als de Man een zak chips opentrekt. Of ik bestel wel eens een stukje cake bij een kopje koffie op een druilerige dag. Op dit moment weet ik niet hoe dat er op de weegschaal uitziet en dat is prima. In mijn hoofd is het alleszins rustig. De innerlijke strijd is voorbij. Ik ben de baas.

Een treetje hoger klauteren

Soms ben ik mezelf spuugzat. Dan heb ik het idee dat ik telkens dezelfde fouten maak, tegen dezelfde dingen aanloop. Met open ogen trouwens, want ik denk dat ik best veel patronen heb geanalyseerd en opgespoord.

De laatste tijd echter, verbaas ik me vaak over mezelf. Dan bevind ik me plots in een situatie die heel erg unlike-me is. Zo ben ik woest aan het YNABBEN geslagen (een vorm van budget-beheer die je bij Kelly kan terugvinden en die geen kwaad kan voor de startende zelfstandige). Of ik slaag er in om attent te zijn, bijvoorbeeld als andere mensen een kindje krijgen, omdat de gebaren van onze omgeving bij de geboorte van onze tweeling me zo raakten. Of ik loop in de supermarkt en ik kan gewoon langs de chocolade-afdeling lopen zonder het gevoel te hebben iets te willen kopen – meestal verpakte ik dat gevoel in het argument dat ik toch iets in huis moet hebben voor als er bezoek komt. Tegenwoordig weet ik dat veel bezoek ook op de lijn probeert te letten en dat men dus niet altijd blij is met een volle doos pralines op tafel. We ruimen ook het huis op, en verhuren het via airbnb. Daar heb ik gemengde gevoelens over – vooral het deel-principe bevalt me: hoe zot is het om een huis een paar weken leeg te laten staan, als een ander gezin – bv ook met een tweeling – er een leuke vakantie kan vieren? We hebben alles in huis voor twee kleine kindjes, en twee grote natuurlijk ook, dus in die zin is het een leuke place-to-be voor ouders die net als ons niet weten hoe ze ooit alles mee in de auto gaan krijgen voor two-under-two of een tweeling. Maar er zit natuurlijk ook een financieel aspect aan, en ik begrijp ook best dat een buurt onleefbaar wordt als er permanent verhuurd wordt. (Daar proberen we verantwoordelijkheid in te nemen door bv alleen aan gezinnen te verhuren.)
Ik bedenk mijn eigen bedrijfje, kan meestal goed focussen tijdens werktijd, organiseer de periode van nu tot kerst, probeer minder volgens verwachtingen van anderen te leven, maar meer vanuit mijzelf. Ik geef ook mijn grenzen aan, en probeer dat op een aardige maar duidelijke manier te doen. Trial & error, uiteraard.

Anyway. Soms lijkt het alsof ik een treetje hoger klauter.

En natuurlijk zijn er dingen die ik nog graag wil verwerven. Mijn top drie?

  1. Ik wil minder bang zijn voor conflict. Ik merk dat ik in conflict of bij potentieel conflict een soort stress-reactie krijg (fysiek). Ik denk dat conflict net vruchtbaar kan zijn, en wil graag leren er midden in te gaan staan op een ontspannen en constructieve manier.
  2. Ik wil graag uit het tegenover blijven. In mijn relatie of in andere situaties, heb ik de neiging bij frictie of onvrede, in het tegenover te schieten en afstand te creëren. Terwijl veel dingen ook een win-win kunnen worden, ik weet dat ik ook naast iemand kan staan en dezelfde kant uit kijken. Laatst hadden de Man en ik een relationeel opstootje toen we ons huis klaarstoomden voor een eerste airbnb-gebruik, en onszelf voor een tripje. Het was 38 graden, één van de baby’s huilde al een kwartier, de auto moest ingeladen, het huis schoon. Het escaleerde, een opmerking viel fout en ik beende er vandoor met de boodschap dat hij maar alleen met de kinderen op reis moest gaan. Wat ik uiteraard helemaal niet wilde, en hij ook niet. Maar daar sta je dan, en je moet met hangende pootjes terug. Onnodig. Onnozel. Schadelijk.
  3. Ik wil graag meer durven en meer doen. Iets nieuws starten als zelfstandige is ronddwalen in een soort landschap van mogelijkheden. Op een keer moet je wel gewoon even de route uitzetten en iets durven, iets doen. Zonder duizend keer na te denken, alle voor- en tegens in te schatten, het allemaal perfect op orde te willen hebben of bang zijn te verdwalen. Lef. Dat graag.

Waarin wil jij een treetje hoger klauteren? Benieuwd naar jullie lijstje!

Over verlangen naar een plek die niet meer bestaat

Na een complexe zwangerschap en de geboorte van de tweeling, geraakte in conflict met mijn werkgever. Het resulteerde erin dat ik besloot om mijn baan op te zeggen, omdat ik geen vertrouwen meer had in een goede samenwerking. Het mailtje met die beslissing heb ik luid snikkend geschreven. Er volgde een gesprek, wat regelingen, wat opluchting.

Het leven stroomde en ik deed mee. As we speak zit ik in een eigen kantoortje te bedenken hoe ik de huur nu weer eens ga betalen.

Mijn kantoortje is geweldig. Er zijn boeken, het ruikt er naar lavendel. Ik zit in een creatief deel van de stad. Eén van de buren speelt Einaudi en de klanken zweven door de straten. Ik heb maar liefst vijf plantjes die echt leven. Ik heb mijn rode pumps netjes naast elkaar geparkeerd bij mijn koffiemachine. Er staan roze rozen op mijn bureau.
In de kantoortuin waar ik vroeger werkte, had ik soms geen flex-plek meer. Zaten er allemaal mensen om me heen, die soms naar parfum roken, soms naar aftershave en ook wel eens naar zweet. Er waren nep-bloemen en nep-planten. Ik had altijd mijn schoenen aan.

Maar: er waren collega’s. En echt waar, ik ben zo trots en blij geweest deel uit te maken van dat clubje daar. Ik keek best op naar een aantal van mijn vlotte, goed geklede collega’s die het land rond sjeesden en overal wat slims gingen doen.

Dus soms zit ik in mijn kantoortje, kijk ik uit het raam, en mis ik die plek.

Laatst stelde mijn voormalige baas, die van het vreselijke conflict, voor om samen te lunchen en alles nog eens uit te praten. Ik sprak met hem af of een plek aan zee, en ik fietste misschien wel 12 kilometer door de duinen vooraleer ik hem trof. Het fietsen door de duinen maakt me rustig, en dat leek me de perfecte voorbereiding.

The magic happened. We praatten. Ik vertelde wat er vanuit mijn perspectief was gebeurd, inclusief de angsten en de boosheden en de vermoedens en alles wat er als een soort ruis bij me speelde. Hij deed hetzelfde.

‘Ik herkende mezelf niet meer,’ zei hij, ‘bij wat ik deed.’
Ik herkende hem ook helemaal niet meer – en het deed me deugd dat hij dat zei, want ik was al gaan twijfelen of ik het nu zo fout had gezien al die jaren, of dat hij inderdaad een aardige man was die nu iets heel geks deed.
Hij zei ook dat er druk was om iemand anders aan te nemen en dat de beschikbaarheid van mijn uren dan wel goed zou uitkomen.

En toen vertelde hij dat hij zelf weg ging. En ongeveer alle collega’s waar ik naar op keek. De reorganisatie had slachtoffers gemaakt, het schip was een heel andere kant uit gestuurd, de plek waar ik vaak naar terug verlang, bestaat helemaal niet meer.

We omhelsden elkaar. Hij zei me dat ik als zelfstandige veel meer kan verdienen dan hij me betaald had, met mijn kwaliteiten. Hij gaf me meteen een aantal contactpersonen voor netwerkgesprekken.

Ik fietste terug. Mijn hart was vol.

Centrifugaal

Elk dag schrijf ik in mijn morning pages: ‘er gebeurt zo veel’. Er gebeurt de hele tijd zo veel en ik heb een talent voor intensiteit, dus ik beleef alles ook zo overrompelend heftig.

Een greep uit het gebeuren:

  • Ik start een eigen zaak. Dat is dolle pret en grote angst en nog duizend andere dingen. Het is twijfelen en zoeken en nu sta ik een beetje met angst en beven op de stap om ook via de blog stapjes te zetten. Ik vind het doodeng want dat is het einde van de anonimiteit en ik weet niet zeker of ik dat allemaal wel wil en kan en ik twijfel aan ongeveer alles en ik ben geen durver en ik weet niet hoe het allemaal gaat uitdraaien.
  • In onze omgeving dragen we mee zorg voor een jong iemand met een heel pittige psychische problematiek. Zonder meer logisch, maar ik merk dat het me zo veel machteloosheid en verdriet geeft om te praten over afscheid en manieren om uit het leven te stappen. Ergens vind ik psychisch lijden en uitzichtloosheid bijna onbegrijpelijk en wil ik de persoon in kwestie door elkaar schudden. WORD WAKKER, JE LEEFT EN DAT IS EEN GESCHENK. En anderzijds weet ik exact hoe donker het kan zijn en weet ik dat geen enkele door-elkaar-schudding dan kan helpen. Het is zo ontzettend naar.
  • De baby’s werden 1 jaar. EEN JAAR. 6000 luiers en 365 slapeloze nachten, schreef ik aan de Man. En still going strong. Nou ja, met alle ups en downs die daarbij horen, bij het moederen en vaderen.
  • Wat ik heftig en heel stom vind, is dat de Man en ik in een soort van concurrentie zijn beland. Er is natuurlijk weinig ruimte en tijd, dus als de één iets gaat doen kan de ander het niet doen. Zo werkt dat. Ik heb een talent voor verongelijktheid blijkbaar en ik weet dat en ik vind het echt suuuuuperstom van mezelf, maar we zitten dus nu heel erg in het ‘jij bent drie keer gaan sporten dus ik ga maandag ook sporten, los het hier maar op!’. Nou ja, ik zit daar erg in. Ik wil hem eigenlijk veel liever dingen gunnen en mezelf ook, en dat vind ik ook veel verstandiger en handiger, maar blijkbaar lukt dat even nog niet zo goed.
  • Ik was erg gefrustreerd over mijn gewicht waar ik maar geen grip op kreeg. Lees: ik zat in een soort van vicieuze achtbaan met eten. Lees: chocola. Ik denk dat de vermoeidheid een soort van hang naar zoetigheid gaf, en ik dus de hele tijd op zoek was (craving is echt een goed woord) naar een nieuwe suikerkick om weer een half uur door te komen. Ik had alles al geprobeerd. Nou ja. Niet echt. Ik had vooral veel voornemens gemaakt en het elke keer verknald. Intussen heb ik me laten hypnotiseren, waarover zeker later meer als ik het effect kan meten, maar de suikerverslaving is weg gehypnotiseerd. Het bij elk moment van emotie/frustratie/verveling naar iets grijpen ook. Ik zit op kantoor en hier staat een doos chocolaatjes en ik heb daar nog geen enkele van genomen, want ik heb geen behoefte meer. Dat is een soort van wonder. Wordt vervolgd. Vooralsnog kan ik zeggen dat ik zes dagen na de eerste sessie een kilo minder woog.

Van alle dingen die aan de hand zijn (bovenstaande bullets zijn slechts een greepje uit het assortiment), geraak ik behoorlijk gecentrifugeerd. Het is alsof ik uit mijn centrum gehaald word en niet meer bij mezelf kan, niets meer kan voelen. Ik herken het gevoel – ik heb het immers jaren gehad en er hier over geschreven. Ik weet dat ik zo snel mogelijk weer in mijn centrum moet komen en ik weet ook wat ik daarvoor nodig heb: tijd alleen vooral. Tijd om dingen te verwerken, een plek te geven. Stilte. Regelmaat. Rust. Methylfenidaat. En schrijven. Die morning pages, en weer regelmatige blogs.

De ultieme relatietest

Voor iedereen die een ultieme relatietest wil, raad ik de volgende mix aan:

  • Een hittegolf
  • Een stacaravan
  • Een zoon van 9, een zoon van 5
  • Twee zieke baby’s (met koorts)
  • Luizen
  • Constipatie (ik ben zo iemand die niet naar toilet kan op een ander)

We hebben het weekend van ons leven gehad. Een jaar met een tweeling was peanuts in vergelijking met het voorbije weekend. De Man wou graag eens proberen kamperen. We boekten online een stacaravan, maar eenmaal daar vond ik het zo ontzettend triest (ik ben nogal gevoelig voor sfeer en de stacaravan stond op een plek waar mensen ook leken te wonen in hun caravan en op zich is het al best een sneu ding). We ontdekten al vrij snel dat we een probleem hadden met het beveiligen van het slaapproces van de baby’s omdat de bedden niet verschuifbaar waren. De grote baby sliep in een bedje dat midden in de stacaravan moest. De kleine sliep bij mij, waardoor ik tegelijkertijd met haar naar bed moest omdat ze makkelijk uit bed kon vallen.

Beide dames hadden koorts. En er was een hittegolf.

Op zaterdagavond deden we er meer dan drie uur over om de baby’s in slaap te krijgen. Daarna begon een onrustige nacht waarin de mini elk half uur wakker werd.

De jongens hebben luizen en ik vast ook – imaginair of echt – maakt dat uit?

Midden in de vreselijke nacht hoorde ik een bonk. Ik ging kijken bij de kleine zoon die glazig naar zijn raam zat te kijken. ‘Er is hier iemand die zegt dat ik dingen moet doen,’ zei hij. Waar dan, vroeg ik. Hij wees langzaam met zijn vinger naar het raam. Ondanks de warmte kreeg ik kippevel all over.

Het leven zoals het is. Er zijn idyllische momenten, maar euhm. Dit was er geen.

De Man en ik hebben maar drie keer ruzie gehad. We konden er vrij snel ook mee lachen, zij het nog wat groen. Toen we weg reden, keken de jongens verlangend naar het meertje waarin ze uren hadden gespeeld en gezwommen. ‘Wanneer komen we terug?’, vroegen ze.

Nooit gedacht

Het is hier even wat stiller, o.a. doordat mijn computer stuk was. Ik merk dat ik de toon weer even moet zoeken en mijn ritme vinden in het schrijven. Daarnaast zet ik op dit moment heel veel neer (echter: achter de scenes), dus is er minder de drang om te schrijven.

Maar op verzoek: wat over de tweeling.

Ze zijn bijna een jaar. Dat is schrikken.
Het is ook grappig om ze te zien rondkruipen, achter elkaar aan. Ze zijn partners in crime. Laat je bv de deur open, ontsnapt de ene razendsnel en als je die dan gevangen hebt, ontsnapt de andere en zo ben je altijd lekker bezig. Of ze stormen met twee op de magische vuilnisbak af en gaan daar op timmeren. Ze strooien eten in het rond, maken steevast een waterballet met hun drinkbeker en vreten alles wat ze tegenkomen.

Daarnaast zijn ze ook heel verschillend. De kleinste is een wild kind, onrustig, snel, altijd op zoek naar prikkels en uitdagingen. Ze heeft veel last van dingen nog niet kunnen en zoekt de grenzen op. Ze slaapt onrustig, eet onrustig, heeft alles gezien en gehoord. Ze is stoer en tegelijk ook klein en heel fijntjes en heeft veel bescherming nodig.

De grootste is rustig, blij. Kan zich bezig houden met dingetjes, zit te prutsen, lacht vaak breed, heeft wat meer geduld en doet alles wat trager. Ik vind het vaak gek dat ze mijn kind is, omdat ik niets in haar herken, noch uiterlijk, noch innerlijk. Ik hou zielsveel van beiden, maar het is ook gek dat het kleine spook als een soort stukje van mezelf voelt dat ergens dwarrelt, en dat het lijkt alsof de grootste meer het kind van de Man is omdat ze elkaar woordeloos begrijpen en duidelijk graag samen zijn.

Het eerste jaar zit er bijna op, en dat geeft wel een gevoel van ‘we made it!’. De schade is beperkt, maar er is wel schade natuurlijk. Relationeel, tijd voor de andere kinderen, voor onszelf, voor elkaar. Het huis is vol kinderspullen. We zijn moe. Mijn lijf wordt maar niet fitter en slanker, ondanks mijn pogingen (ben daar veel mee bezig en dat ergert me). Er zijn hopen was en massa’s werk.
En tegelijkertijd is er ook veel winst. Twee zelfbewuste dames, maar ook de Man die zo anders is geworden, zo aanwezig en gelukkig en connected met zijn dochters. Knopen die ik heb doorgehakt in mijn leven (mbt mijn baan bijvoorbeeld). Het gezinsgevoel dat erg sterk is. Nieuwe vrienden gemaakt (tweelingouders en mensen met kinderen). Een net rond ons (wij zijn die van ‘de baby’s).

In de gang hangt een foto van mezelf met die kanjer van een buik, vorig jaar. De dagen bestonden alleen maar uit wachten, pijn, traagheid, beperking. En nu hebben we een huis vol leven en ik had echt niet bedacht dat het zo leuk zou worden.