Nog meer onthullingen

Wat een lieve reacties op mijn vorige post.
Blij mee. Opgelucht.

En tegelijk is het een worsteling.
Ik weet gewoon niet zeker of het een goed idee is. Zelfstandige zijn. Het hier delen. En ik merk dat ik vrij ongelukkig word van het social media-gebeuren.

Even terug.
Toen ik ontslag nam, leek het heel logisch. Om zelfstandige te worden.
Ik was al een aantal jaren freelance journaliste naast mijn baan. Dat had ik dus al. (Ik schrijf vooral voor Psychologies en voor Femma.)

Ik schreef hier al een aantal keren over twee kanten in mezelf. Ik ben met een nette leuke Man samen en we wonen met onze kindertjes in een leuk huis in de binnenstad van Haarlem. Maar net zo goed was ik geëindigd met een geitenwollen sok in een Yurt. Beiden zitten in me. Ik ben jaren een nette onderwijsadviseur geweest en in de avonduren was ik met allerlei thema’s bezig die daarin geen plaats hadden, als journaliste. Dan testte ik een tantramassage uit. Een feministische cursus. Een stilteweek. Ik schreef over rituelen. Over hoe mensen betekenis geven aan wat hen overkomt. (…)

Soms moet ik wel eens lachen. Dan zie ik mijn dochters en zie ik die tweedeling. De jongste is een pittig klein spook, die alles wil voordat ze het kan. En de oudste (17 minuten ouder dan haar zus is dat) is een gezapig, rustig kind die liefst boekjes leest en eet.

Die tweedeling loopt dus ook in het starten als zelfstandige.
Ik had zelf veel aan The Artist’s Way gehad, had er als journaliste onderzoek naar gedaan (artikel in Psychologies) én had een cursus gevolgd bij iemand die het prima deed, maar waar ik merkte dat ze vooral kunstenaars-skills had en minder facilitator-skills. Na jaren voor groepen te staan, had ik die wel verworven. Dat zette me op het spoor om The Artist’s Way zelf te gaan aanbieden, aan groepen. Maar ook in een online cursus. En ik ben de voorbije maanden heel veel bezig geweest met het bijwerken van het programma, omdat er een heel spirituele toon in zit die niet altijd makkelijk is voor mensen, en ook omdat het programma dertig jaar oud is en op sommige vlakken wel wat opgefrist kan worden.

Dat doe ik dus.

En de andere kant van de tweedeling heeft te maken met mijn adviseurschap. Ik heb de voorbije jaren als adviseur gezien dat je in organisaties met de mooiste stappenplannen en rapporten kan komen, maar dat je pas iets kan veranderen als je in de onderbuik van de organisatie aan het werk gaat. Daar waar de pijn zit. De angst. De kwetsuren. De onzekerheden. Potentieel zelfs trauma.
Maar ook: de wijsheid. Het waarom. De mooie en krachtige dingen.
Ik ging vaak bij mijn baas aankloppen met voorstellen om mij te scholen in wat ik intuïtief al deed: naar die onderbuik gaan en daar iets faciliteren. Hij zag de noodzaak niet zo. Toen ik ontslag genomen had, heb ik een vermogen aan cursussen gevolgd. Transactionele analyse. Maar ook en vooral: deep democracy.

Deep democracy gaat over de wijsheid van de minderheid. Het gaat over wat er in de onderbuik van een organisatie of samenleving gebeurt (dat heet dan ‘onder de waterlijn’). Het is een methode die tools aanreikt om écht te luisteren. Om in conflict te gaan (sitting in the fire vind ik zo een mooie uitdrukking) en om het conflict vruchtbaar te laten zijn. Om gedragen besluiten te nemen als groep of team of organisatie omdat je niet gewoon met de stem van de macht of de meerderheid aan het werkt gaat (met als gevolg dat er al dan niet intentionele sabotage ontstaat), maar omdat je de wijsheid van de minderheid implementeert in het besluit van de meerderheid. Het gaat voor mij om echte gesprekken voeren. Echt luisteren en niet alleen met je oren. Om empathie.

(Meer kan je vinden hier. )

Ik geloof echt met mijn hart en ziel in die methode, in mijn vermogen om facilitator te zijn voor organisaties als er bijvoorbeeld weerstand is, conflict, een blokkade.
En tegelijkertijd vind ik het moeilijk te geloven in het zelfstandig ondernemerschap. Want als werknemer van een grotere organisatie, ging alles toch min of meer vanzelf :). En ik geloof dat de standaard manieren van marketing een mismatch zijn met wat ik doe en aanbied.
(Hier zijn tips heel welkom. Ik geloof in wat ik doe, maar ik weet nog niet zo goed hoe ik het in de wereld zet.)
Ook kreeg ik wel eens een aanbod om makkelijk te scoren (een soort onderaanneming met opdrachten), maar besloot ik bij mijn authenticiteit te blijven. Maar dat maakt het niet persé makkelijker. Ik verkoop als adviseur geen trucjes, maar ik wil de wereld verbeteren en heb een heel eigen idee hoe dat eruit kan zien.

Mijn eigen leven is natuurlijk een soort van rommelig geweest de voorbije jaren. En ik heb echt veel werk gehad aan mezelf. Dat brengt me ook wel eens tot de vraag wie ik ben om… Wie ben ik om anderen mee te nemen in een proces, om dingen te faciliteren, … ?
En tegelijkertijd denk ik dat ik door de voorbije jaren in mijn leven, heel veel aan nuance gewonnen heb. Dat ik de complexiteit van situaties heel goed kan aanvoelen. Dat ik zelf weet wat het is om een minderheid te zijn. Of hoe het is om om te gaan met het contingente van het leven.

En tegelijkertijd. Tegelijkertijd heb ik een deel van mijn opleiding gevolgd bij iemand die meer dan de helft van zijn leven verslaafd was geweest. Ik denk dat ik hem authentieker vind dan als hij een soort van smetteloze goeroe was geweest. Dus dan kan ik ook wel in mijn eigen authenticiteit blijven staan. Toch?

Maar ik dwaal af.
Wat wil ik zeggen?
Wat ik doe. Waar ik in geloof.
En wat ik moeilijk vind.
En dat ik twijfel. Altijd blijf twijfelen.
En dat die dubbele beweging in mij vermoeiend is. Het vooruit willen en het krachtig iets willen neerzetten. En het stukje in mezelf dat permanent de poten van onder mijzelf zaagt.



Uit de kast

Ik weet nog steeds niet of dit een goed idee is.
Maar ik ga het wel doen.

Slik.

Ik schrijf hier al een aantal jaren. Anoniem. Zodat ik vrij was in wat ik kon schrijven. In het delen van mijn hersenspinsels. Zodat ik gespaard was van het idee dat mijn collega’s of mijn klanten mij konden aanspreken over wat ik hier schreef.

Zoals jullie weten ben ik intussen gestart als zelfstandige. En denk ik de hele tijd dat ik jullie graag wil meenemen. Naar wat ik doe. Want dat zijn ook stukjes van mezelf.

Dus nu neem ik jullie mee.

Deze idioot heeft twee bedrijfjes gestart.
HAHAHA.

(Idioot? Ja. Omdat één al veel is en ik maar drie dagen per week werk en ook nog kinderen heb enzo.
Maar goed.)

Eén van mijn bedrijfjes gaat over The Artist’s Way. Ik heb jullie hier meegenomen in mijn ontdekking van het programma, in wat het voor en met me deed.
Dat transformerende effect wil ik graag met anderen delen. Nu was ik toevallig al jaren aan het werk met groepen in organisaties, dus heb ik besloten het programma te faciliteren in kleine groepen én ben ik bezig aan een online variant.

Kijk, hier kan je meer vinden: https://theartistswayonline.com/
En ik heb daar ook een blogje: https://theartistswayonline.com/blog/
En binnenkort komt de Zsazsalmanak uit en daar staat ook een maandelijkse tip/oefening in van mij.

(En er is ook een instagrampagine, @theartistswayonline)

Het zou me echt superveel plezier doen als jullie op mijn mailinglijst kwamen en ik jullie af en toe, niet te vaak, wat nieuws kon sturen. Een tekst. Een oefening. Een nieuwtje over de online cursus.
Op de website kan je je e-mailadres doorgeven.

Zo.
Doodeng, dit. Het is toch een soort van uit de kast komen.

Mijn volgende post gaat over mijn andere bedrijf.
Wait & see :).

P.s. Ik apprecieer comments, en zeker ook constructief kritische dingen enzo. Maar mag ik nu vragen zeker voorzichtig te zijn? Ik voel me erg kwetsbaar in dat ondernemen, ben heel de tijd zo bang dat het niet lukt, het is best raar mijn anonimiteit op te geven, … Het is dus allemaal wat raar en ik ben wat wiebelig.


Introvert werk

Ik heb een hele dag werk op mijn kantoortje. De laatste tijd ben ik wat opgejaagd geraakt. Ik heb altijd moeite met onzekerheid gehad. Als ik wist dat ik binnen zes maanden maandelijks genoeg opdrachten zou hebben, zou ik het perfect kunnen verdragen dat dat vandaag nog niet zo is. Maar het feit dat ik het niet weet, maakt het lastig. En eenmaal in business krijg je allerlei businessnetwerken in beeld en marketingmensen en vliegen de woorden als je omzet verhogen en ambitieus zijn en je markt vergroten je om de oren, en dan voel je je al snel een mislukkeling als je wél werk hebt, maar er niet in omkomt.

Anyway. Ik zit in mijn kantoortje. Er staat een nepkacheltje dat toch een soort open haard-indruk geeft met vlammetjes (en eco verantwoord gezien de zonnepanelen op het dak). Ik heb thee en chocolade en er branden kleine lampjes en ik zit op mijn sokken en ik ben omringd door boeken en wat planten en bloemen en ook al is het niet opgeruimd (genoeg), het is lief, cosy, van mij. Terwijl het buiten begint te schemeren werk ik mijn taken van de dag af (ik werk heel hard en in een heel fijne flow meestal), daarna ga ik mijn kopjes afwassen en mijn tas maken, maak ik een praatje met mijn lieve huisbaas en ik ben zo content.

Zo content met die stille plek. Het werk waarvoor ik niet elke dag de deur uit moet. Het tempo. Het feit dat ik het werk dat ik heb goed kan doen. Het feit dat ik heel veel helemaal alleen kan zijn daar.

Eenmaal thuis heb ik veel energie. De Man is weg, dus ik kook, we eten, ik doe de kinderen in bad en bed, ruim het huis op, vervang de vuilniszak, steek een was in en typ dit stukje. Ik besef dat ik voldoende introvert werk moet hebben (denken, lezen, schrijven), zodat ik a. oplaad voor de rush thuis en b. tegen het extraverte werk kan (voor groepen staan).

Soms lijkt al dat ondernemen zo absurd, maar op zo’n dag klopt het. Voor het eerst kan ik de huur betalen met geld op mijn zakelijke rekening, en zelfs nog een andere factuur. Loon zit er nog niet in. Er waren tijden dat ik elke dag gecentrifugeerd werd door de afstanden die ik reed, de contacten die ik had, het werken in een open kantoortuin. Als ik toen een foto had mogen zien van mijn kantoortje op een dag als vandaag, had ik volmondig ja gezegd. Zelfs al wist ik dat ik de onzekerheid, het gebrek aan voldoende inkomen en de twijfels erbij moest nemen.

Mothering the mother

De zwangerschap, de kraamtijd, de babytijd, het eerste jaar. Ik heb het allemaal al twee keer meegemaakt. Intussen zijn de dames hier aan hun tweede winter toe, rond de anderhalf jaar, en is daar de Vreselijke Winter. Want nu ik het meemaak, herinner ik het me pas: er is altijd een winter met een kind waarin je van ziekte naar ziekte sukkelt, er met zijn allen aan onderdoor gaat, het hele huis begint te kreunen onder achterstallig onderhoud, alles permanent onder het snot/de spuug/de diarree hangt, de was niet bij te houden is, de nachten drama’s zijn ondanks het eerder verworven ongeveer doorslapen, …

Bij de jongens dreef die fase me tot uitzichtloosheid en wanhoop. Ik herinner het me plots ALLEMAAL want we zitten er weer middenin en leven van griepje naar luchtwegeninfectie, van buikgriep naar hoestbuien, van tandjes en bijhorend leed naar een nieuwe buikgriep enzovoort.

Ik ben er niet zo best aan toe, merk ik along the way. Voor de tweede keer op een maand tijd ben ik geveld door een buikgriep. Je moet weten dat ik een fobie heb voor overgeven, dus ik vind het extreem erg dat ik op een maand tijd TWEE keer buikgriep heb. De eerste keer was erg. De tweede keer is er ééntje met acht keer op één nacht. De nacht nadat de beebs samen 18 keer hebben gespuugd en we letterlijk heel de nacht getroost hebben, lakens en pyjama’s en slaapzakjes verschoond en gewassen. De kleinste twinnie, tevens recordhoudster, kotst ’s ochtends slapend gal door haar neusje.

Anyway. De hele nacht dus – wat een verschrikking. De ochtend breekt aan, ik heb een betaalde klus (want o ja, ik ben ook startend zelfstandige en heb eindelijk een echte opdracht bij een organisatie enal) maar ik kan mijn hoofd niet optillen. Alles doet pijn, mijn botten, mijn hoofd, mijn maag, mijn keel. Ik blijf de hele dag lijden in een donkere kamer. De nacht die volgt heb ik nachtshift met de twee baby’s want de Man is ziek in de kamer ernaast. Ik ben op, totaal op.

Als ik ziek ben, word ik er meestal ook nog depressief bij. Dat is heel stom maar wel verklaarbaar (namelijk: je goed voelen vraagt ook energie). De hele zieke dag lig ik in bed en het lijkt alsof ik zo gesloopt ben door al die moederjaren op de teller, door het alleenstaand moeder, door het tweelingzwanger zijn, door het hebben van een tweeling, dat ik er nooit meer bovenop kom. Ik had me net een sportief doel gesteld dat ik tegen niemand zeg en waarvoor ik een geheim trainingsplan had opgesteld, om mezelf de hoop te geven dat ik binnen een half jaar krachtig en fit een medaille binnen rijf om te bewijzen dat het wel kan, moeder zijn en ondernemer en een fit wijf. Maar ik lig in bed en mis mijn tweede training en schaam me al te pletter en besef dat het moeder zijn, zelfs met de Man en in tamelijk luxe omstandigheden, zo een aanslag is op alles. Op mij. Ergens op instagram las ik iets over ‘mothering the mother’ en dat voelt plots als een schrijnend gemis. Dat er voor mij gezorgd wordt, zodat ik deze hopeloze eindeloze taak tot een goed einde kan brengen. O ja, wacht, er is geen einde.

En dan komen er hulptroepen. Zomaar uit België. Ik vind het zelf tamelijk absurd als ik er over nadenk. Terwijl ik ellendig op de bank lig, worden mijn toiletten gepoetst, wordt er gekookt, opgeruimd en een berg was weggewerkt op uiterst efficiënte en deskundige wijze. Ik blijf achter met een bos bloemen op tafel en een huis waarin ik, als ik eenmaal beter ben, niet meteen de puin van een aantal dagen ziekte moet gaan ruimen.

Zo dankbaar.

Leven met de barbaren

Het is absoluut relatief. Dat weet ik. Het gaat voorbij. Het is een fase.
Maar soms komt het mijn strot uit.
Zo. Ik heb het gezegd.
De meisjes hebben één of andere zeer eigenaardige trek. Alleszins niets genetisch van mij, dus het moet wel van bij de Man komen of een soort van normaal menselijk gedrag vanuit de evolutie. Maar tijdens elke maaltijd gooien ze hun bord met inhoud en al weg, en hun beker er achter aan. Soms meerdere keren. Na elke maaltijd schraap ik etensresten van de vloer. Een hoeveelheid waarmee ik nog een tweede tweeling zou kunnen voeden.

En ik weet dat het niet erg is. Net als het ontplofte huis, de dagelijkse drie wasmachines was, de nachten met gemiddeld acht onderbrekingen. Het gaat over, ik wou de baby’s graag, ik mag blij zijn met twee gezonde poepies.

Maar soms. Soms ben ik het gewoon even helemaal moe. Meestal is er dan meer aan de hand. Een vriendin die afzegt. Een ruzie met de Man. Ongesteld. De nanny die een dag ziek is waardoor mijn hele planning in het honderd loopt.
Dat zijn de druppels. En de emmer loopt dan wel eens over.

Ik voel dat dan zelfs fysiek. Een zwaarte. Mijn lijf voelt log. Mijn hoofd doet pijn. Mijn oogleden slepen. Ik kan het niet opbrengen koffie te zetten voor mezelf. En natuurlijk zijn er ook remedies. Allerlei dingen die goed zijn voor je mentale gezondheid en waar je geen zin in hebt als je je zo belabberd voelt. En een guilty pleasure: overdag tv kijken. Tijdens het middagdutje. Nadat het eten van de grond geschraapt is.

Doe elke dag iets waar je bang voor bent

Zoiets. Dat zit in dat gekke liedje.

Soms voelt mijn leven heel suf. Als ik om kwart na negen uitgeteld in bed lig bijvoorbeeld. Als de Man en ik ruzie hebben over tijd en ruimte. Als ik (weer) chips heb gegeten in plaats van te gaan sporten. Als ik beneden kom na het kinderen instoppen en dan een soortement ontplofte keuken vind met schilderijen van appelmoes all over. Dat dus.

Net maakte ik een tabelletje van wat ik verdiend heb de laatste tijd. Dat viel nogal tegen. Of ja, niet echt. Maar het is niet echt zo dat de zaken enorm gaan lopen. Wat niet wil zeggen dat er niets gebeurt.

Ik heb het idee dat het opzetten van mijn bedrijfje en het ondernemen van acties lijken op ‘met hagel schieten’. Ik zet stappen, volg mijn intuïtie, ik doe wat. Dat voelt soms dom of chaotisch, maar tegelijk is het ook zo ontzettend spannend. Het is als elke dag iets doen waar ik bang voor ben. Iets organiseren. Iets publiceren. Mezelf in de wereld zetten. Mijn ideeën in de wereld zetten. Met het enorme risico dat het niet gaat werken, dat er geen mensen naar mijn cursus komen, dat niemand me inhuurt. Dat is doodeng.

Binnenkort heb ik een inspiratiesessie met een marketing-dame. Benieuwd hoeveel ze vraagt om het met hagel schieten te stroomlijnen en efficiënt te maken. In tussentijd besluit ik me maar even niet heel dom te voelen over de huidige aanpak. Ik ben in beweging. Ik doe dingen waar ik bang voor ben. Elke dag.

Liefde in tijden van tweelingouderschap

Drie jaar. Drie jaren samen, markeerden we laatst.
We keken naar de tweeling van 15 maanden.
We verbaasden ons. In het eerste jaar zijn we gaan samenwonen (emigreren, van mijn kant). In het tweede jaar kregen we de tweeling. In het derde jaar nam ik ontslag en startte ik mijn eigen zaak. En toch voelde het nooit als snel, hals-over-kop, raar.

Het is avond. De regen striemt tegen de ramen. Wonder-o-wonder, alle kinderen liggen in bed. We kijken een detective. Ik drink ginger-curcuma-latte. Shit, denk ik. Mijn oogleden zijn weer zo zwaar. Ik kijk op de klok. Tien na negen nog maar. Ik kijk naar de Man. Zou ik…? Nee, doorzetten. Even later zeg ik het toch. Dat ik op ben. Zoals zo vaak zetten we de aflevering stop twintig minuten voor het einde, wat vrij stom voelt, zo dicht bij de ontknoping. Ik duik ons bed in. De Man doet de lichten uit en zet de vaatwasser aan. Op het moment dat hij komt slapen, slaap ik al diep.

Het is nacht. Het kleinste ontembare kind huilt. Ik hijs haar uit het bedje aan mijn kant van het bed en leg haar slaapdronken tussen ons, waar ze zich content nestelt en verder slaapt. Even later wordt de andere dochter aan zijn kant van het bed wakker. Die mag ook aan boord, maar vindt haar draai niet, hoest, worstelt. Midden in de nacht vertrekt hij naar beneden met haar, om te zorgen dat ik en de mini kunnen slapen. Als de wekker gaat, voelen we ons allemaal weer beroerd.

Een uitstapje. We gaan naar het museum met de tweeling. Als we aankomen, help ik de Man de grootste in de draagdoek te zetten. Als ik de kleinste wil pakken, spuugt ze de hele auto onder. Als een geoliede machine poetsen we de auto, kleden we het kind om, troosten haar en haar zus, laden we iedereen weer in, rijden we naar huis, wassen we iedereen, wassen we alle jassen en alle kleding waar spuug op gekomen is. En dan is het etenstijd en eet het zieke kind drie borden pasta.

Liefde in tijden van tweelingouderschap. Heel spannend is het allemaal niet. Heel lief wel. En heel echt. En heel erg dit-zou-ik-nooit-willen-missen. En ook: ik ben zo zeker van hem.

Starten met ondernemen zoals het is: sociale media

Ik hou helemaal niet zo van sociale media. Hier bloggen is lekker veilig, anoniem. Ik kan hier schrijven zo veel en vaak als ik wil en moet niet in een beeld of een beperkt aantal tekens en hashtags hip & happening zijn.

Ik besefte ook wel dat sociale media horen bij ondernemen. Maar ik schoof het voor me uit. Tot ik drie keer de vraag kreeg OF IK GEEN LINKEDIN GEBRUIK?!
Ok, ik snap het. Het is ‘normaal’ om dat allemaal wel te doen. Het is zoals het nu eenmaal werkt.

Dus ik ging aan de slag. Tuigde LinkedIn op en Instagram. Op mijn website wacht ik nog – die heb ik uitbesteed.

En wat ik vreesde, gebeurde:

  1. Het neemt veel te veel plek in. Ik kijk ’s avonds wel elk uur een keer of er nieuwe hartjes zijn gekomen op instagram, terwijl ik eigenlijk wil dat dat mij niets kan schelen. Of wel iets, maar niet genoeg om het door mijn gezinstijd heen te laten fietsen. Ik vraag me trouwens echt af waarom iedereen tijd heeft om van die stories te maken, ik vind dat voorlopig uhm… Vaag.
  2. Ik word vooral van LinkedIn ongelukkig. Ik heb het idee dat iedereen maar zendt. Alsof iedereen vooral wil tonen wat hij/zij goed kan, doet, heeft. Uhm, aan wie eigenlijk? Niemand lijkt daar te zijn om te ‘luisteren’, elke reactie, klik, … lijkt te zijn om zelf in the picture te komen bij potentieel interessante connecties. JEETJE. En er zijn veel mensen die dan van die superprofielen hebben waarbij ik denk: weet je wat, het was een dom idee. Ik geef het al op. Doen jullie maar.

Intussen heb ik via LinkedIn ook een heel sneu netwerkgesprek gehad, met een man die wou weten wat mijn benadering kon betekenen voor zijn organisatie. Op het einde van de rit had ik hem blijkbaar in die mate overtuigd dat hij een intern iemand ging laten scholen, in plaats van een extern iemand (ik) in te huren. Dus. Dat was net niet de bedoeling. Ik voelde me gebruikt, omdat hij me allerlei casussen voorlegde en liet vertellen wat ik in al die gevallen zou doen.

Dus ik droop af, belandde midden in de avondspits thuis. Ondernemen heeft een zekere mate van hoera-gevoel en magic, maar soms is het best sneu. Herkenbaar? 🙂

Armoedig

Na een ochtend koortsachtig werken, wandel ik naar een lunchafspraak. Vroeger deed ik alles met de fiets, nu wandel ik zo veel mogelijk. Om de stappenteller te voeden, die me akelig snel duidelijk maakte dat ik wel naar de sportschool kan willen, maar dat ik misschien eerste die 3000 stapjes per dag maar eens moet uitbreiden naar 10 000.

Ik wandel. Nog onder indruk van wat ik net gedaan heb. Ik heb een irrationele beslissing genomen. Een kans om snel via anderen aan werk te komen en dus snel te gaan verdienen, afgeslagen. (Er was een investering aan verbonden, en bij elke opdracht zou ik een flink percentage afdragen.) Iedereen juichte dat ik het moest doen, en ik was er zelf bijna ingesprongen, tot een vriend me gisteren vroeg of ik dat echt wou. Snel geld. Of ik daarom als ZZP-er ben begonnen. Maar nee, dacht ik. Nee begot. Het is niets voor mij.

Ik wil iets doen waar ik in geloof.
Dus knip ik het draadje door en vraag ik me af hoe ik het aan de Man ga uitleggen. En tegelijk voel ik zo goed dat ik het juiste heb gedaan.

Ik lunch met een vriendin. Wandel terug. Stop bij een nieuwe kledingzaak, waar ik schoorvoetend aan het enthousiaste meisje uitleg dat ik een beetje raar in mijn lijf zit na die tweelingzwangerschap. Ik voel me onzeker. Ik wil kleding die past bij mijn huidige lijf.

Ik voel me zo klein.
Zo klein.
En tegelijkertijd te groot, te grof, te uitgedijd, te mals.

Ik pas rokjes en blouses en kies en kijk in de spiegel naar de mooie nieuwe dingen waarvan ik me vraag of mijn buik er echt niet te zichtbaar in is. En ik kijk ook naar mijn oude kleding, snel-snel aangeschoten vanochtend omdat ik een kantoordag had. Naar het gaatje in mijn panty. Ik voel me zo armoedig in mijn lijf, in dat post-zwangerschapslijf, in dat lijf dat al die grote ZZP-plannen moet gaan belichamen. Dat lijf dat ik niet goed verzorg, omdat ik al blij ben als ik mijn tanden twee keer per dag kan poetsen. Waar is de tijd dat ik opgemaakt naar kantoor ging? Op hoge hakken? Ik moet naar de kapper. Van alles epileren. Crème op mijn gezicht smeren. Die wallen wegwerken.

Ik koop drie rokjes en twee blouses. In mijn oude kloffie wandel ik weg met een tasje kleding waarvan ik hoop dat ik ze durf dragen. Ik ga weer aan het werk. Een deel van het werk is het social media-gebeuren, waar ik (buiten deze blog) altijd zo ver vanaf gebleven ben, omdat ik bang was dat het zo veel tijd zo opslokken, en dat ik permanent met de blik van een buitenstaander naar mezelf zou kijken. Geen foto’s meer zou maken omdat ik ze mooi vond, maar omdat ze instagramwaardig zijn. Geen boeken meer lezen voor mezelf, maar om er slim over te doen op LinkedIn.

Ik voel me zo klein.
Ik voel me vaak zo klein.

(En waarom, waarom heb ik geen doos chocolaatjes in een kastje in mijn kantoor? O ja, omdat ik ze op zo een moment allemaal tegelijk zou opeten.)

Dametjes

De grootste heeft gepoept. Haar slaapzak zit onder. Voor de zekerheid verschoon ik het bed maar even. Traphekjes toe, aan de slag. Ik haal de lakentjes. In die tijd hebben de dames met vereende krachten de prullenbak geleegd. Ik ruim op. In die tijd hebben de dametjes met vereende krachten de wasmand geleegd. Het is alsof er een bom ontploft is – de vuile was is overal.

Ik zet dit muziekje aan. De grootste zwaait met haar handjes, de kleinste schudt met haar heupjes.

Het is avond. Er moet heel veel gebeuren. Ik wil een rondje hardlopen, heb de keuken opgeruimd, de afwas gedaan, de was ingestoken, moet het speelgoed nog opruimen. De Man komt de trap op met de kleine dochter, die me verheugd aankijkt en dan naar de bank wijst. Kleine schurk. Op de bank zitten, moeke tanken. We zitten. Met een dekentje. Ze zucht van contentement. Draait zich dan om en zegt ‘ham!’. (Ja, hier bestelt mevrouw dus wat te eten.)

Ochtend. We zwaaien de Man uit. Grote dochter vlijt haar hoofdje tegen mijn schouder. Ze is zacht en lief en baby-achtig. Kleine dochter staat aan mijn been. Ze ziet haar kans schoon en zet het op een rennen, de straat op, de andere richting uit dan de Man. Thank God voor autovrije straatjes. En jeetje, hoe kom ik aan zo een ondernemend kind?

Het is veel, het is druk, het is dag-en-nacht en ik drink alleen maar koude koffie. Maar het is ook zo uniek en grappig en overweldigend en het gaat zo akelig snel.