Reizen met kinderen

We reizen naar Denemarken, waar we op drie plaatsen verblijven. Met een bezoek aan Legoland.

Reizen met kinderen. Het is wat. Ze zijn zowel leuk als vermoeiend, en soms heb ik het helemaal gehad. Ik kan me amper voorstellen wat het voor de Man moet zijn. Je eigen kinderen moet je wel verdragen, maar je pluskinderen in intensieve omstandigheden is andere koek.

Het land is mooi, zonder twijfel. Het landschap is een beetje saai en weids en glooiend en groen. We verblijven op twee heerlijke locaties, de derde is een tegenvaller. Goede koffie vinden we maar in één stadje en het aanbod voor vegetariërs is ook niet alles.

Ik verlang naar huis. Niet acuut, maar wel vaak. Naar die nieuwe stad die beginnend vertrouwd voelt. Naar mijn werkkamer, de espresso-apparaat, de koffiebarretjes, maar misschien vooral naar de structuur van het dagelijks leven waar me wat meer ruimte gegund is om in mijn eigen hoofd te vertoeven.

Het dieptepunt is als het gezeur van de jongens over moe en honger en waar gaan we eten en wanneer gaan we eten me te veel wordt en ik even helemaal niet meer kan verdragen dat ze om me heen wemelen met hun plakhandjes en snifneusjes en beweeglijkheid.

De hoogtepunten zijn alomtegenwoordig. Zoals die ene goede koffie terwijl ze met wat leuke speeltjes uit de flying tiger spelen (elke ouder zou een tas met vijf van die speeltjes moeten bij hebben voor ongestoorde koffie, genre memory etc). Verheugde gezichtjes in Legoland. Kampen bouwen, op het strand spelen, schommelen in boomhutten, melig met de Man.

De Man is betrouwbaar en immer volwassen. We brengen veel tijd samen door en ik kijk naar hem en ik ben dankbaar en verliefd. We zijn beiden ontspannen. Ik heb eindelijk weer wat zin in (of ruimte voor?) sociaal contact en app een paar mensen aan wie ik denk en dat voelt ok. Ik ga zelfs een keer lopen maar loop verloren en ben bijna twee uur onderweg en heb daarna nog drie dagen pijn in mijn knie. Can’t have it all.

Dankbaar om de intense dagen onderweg met het clubje. En dankbaar voor weer thuis met al het comfort en de structuur die we zo vanzelfsprekend zijn gaan vinden.

 

 

 

Advertenties

Just another story

Ik las dit en het raakte me loeihard.

Daarom. Een sprookje.

Het leven heeft kreukels, en daar was ze niet helemaal op voorbereid. Best slimmig, erg gevoelig. Maar ze paste nooit echt helemaal ergens.

En toen was er de eerste prins. Geen wit paard. Het was de prins met de oude rammelwagen. Hij was charming. Vaak vroeg ze zich af hoe het kon dat hij net altijd het woord zei of het gebaar maakte waar ze naar verlangde. Er waren wilde nachten en bijzondere dagen. Het leek alsof de prins met de oude rammelwagen de moed had om buiten de maatschappij te leven, en van elk moment een feest te maken. Ze had het gevoel dat ze echt leefde, 100 000 procent, maar daarin geraakte ze zo verwijderd van de gewone wereld. Er was een kloof tussen het echte leven en het leven met hem. Ze vertoefde liever in het leven met hem, waar gevreeën werd in een weiland onder een knallend vuurwerk en gepicknickt in het bos. Waar ze lange brieven kreeg maar wel elke koffie moest betalen. Ze leefden niet lang en gelukkig. Er waren dingen die niet klopten en er was pijn. Ze moest vechten om overeind te blijven, ze wist niet meer wat ze kon/wou geloven, ze vroeg zich af of hij gek was of zij, ze geraakte geïsoleerd, beschadigd en hij ging.

De prinses werkte, zorgde voor de kinderen, verlangde nog heel veel hartstochtelijk terug naar de magie van de prins met de rammelwagen. Ze bleef kringetjes in haar hoofd draaien, omdat ze er niets van snapte. Hoe kan iemand zo dicht zijn en zo onecht? En toen ontmoette ze de prins met de gezinswagen. De man die ze betaalde om haar schouders los te maken. Een man met een hele bende kinderen, een pijnlijke scheiding en een vriendin op wie hij niet verliefd was. Een man met overtuigende handen, leuke ogen. Gekke denkkronkels over sprookjes, eindelijk recht op geluk en gedachten dat hij als alleenstaande vader van een hele bende kinderen er wel in slaagde het leven veel glans te geven. Ze vergat even dat al die reisjes en uitstapjes makkelijker waren omdat zijn vriendin telkens meeging, en dat hij maar de helft van de tijd de zorg voor de kinderen droeg. Er waren intense gesprekken en intense momenten op zijn bank, en dan niets, lang niets. Tot hij weer eens recht van de luchthaven naar haar toe reed, vertelde hoe saai zijn vriendin was en enkele uren later zijn kleren bij elkaar zocht en ging. De prins met de gezinswagen was doorzichtig. Het verbaasde haar niets dat zij niet de enige vrouw was bij wie hij occasioneel langs ging. Het duurde even, maar we wrikte zich los, ze weerstond zijn pogingen, ze dacht niet langer dan één intens moment met hem wel opwoog tegen twee maanden radiostilte. Als man, besefte ze, is het makkelijk om een vrouw in extase te brengen die niet helemaal tevreden is met haar leven. Die het gevoel heeft dat ze al jaren niet op haar plek is, niet tot haar recht komt. Die het moeilijk heeft. Die zorgen heeft en stress. De extase van zo’n vrouw is intens en bevestigt de man, en dan wordt het wel eens groots en intens en veel. Maar als hij voelt dat zij van plan is zich vast te klikken aan hem en er een leven van te maken, schrikt hij zich een hoedje. Want dat was nu net niet helemaal de bedoeling en dat kon hij niet voorzien. Al gaf hij haar misschien het idee dat hij tot aan de hemel en terug zou gaan met haar.

En toen was er de prins met de hybride wagen. De prins die in de auto sprong toen ze hulp nodig had in het ziekenhuis met een zoontje met een hersenschudding. Het was een prins zonder mooie woorden. Het was een prins zonder grootse gebaren. Maar hij was er wel, midden in de dagelijkse zooi van neusjes afvegen, rekeningen betalen, koken, naar een speeltuin gaan. Soms waren er wat kreukels, want je bent nooit helemaal op elkaar afgestemd en zo’n bende kinderen is ook wat. Soms wou ze dat hij wat uitbundiger was en hij wou dat zij wat minder intens was. Ze verloor zich niet in groots en meeslepend. Ze vijlde zichzelf wat bij in zijn aanwezigheid omdat ze door hem kon zien waar de uitschieters van haar karakter zelfverraad of zelfdestructie waren, en omgekeerd ook. Ze geraakte niet los van de realiteit, maar net wel erg verankerd in het echte leven. Ze voelde zich na maanden uitgerust en stabiliseerde zich als volwassen vrouw. Het was zoeken om terug een evenwicht te vinden nadat ze jarenlang allerlei balletjes op extreme wijze in de lucht had moeten houden, maar wat er voor in de plaats aan het komen was, was beter en duurzamer. Bij ruzies kwam er geen immens tranerig drama, maar een volwassen poging dingen samen uit te spreken en op te lossen. Soms dacht ze nog een keer aan het vuurwerk met de man met de rammelwagen. Of de spanning als de man met de gezinswagen onverwacht in aantocht was. En dan keek ze naar haar prins met de hybride auto, die een kindermondje afveegde, het afval wegbracht, een verrukkelijke cappuccino maakte en haar een onhandige kus gaf. En dan wist ze dat het op de loer lag. Lang en gelukkig.

Voor I.
Je kan zelf kiezen. Jezelf verliezen werkt nooit. Peter Pan bestaat alleen in sprookjes. Het dagelijkse leven met iemand is soms een dansje, en soms een saaie avond op de bank. Liefde verdiept zich in het waarderen van elkaar in die realiteit, niet in de extase van het vuurwerk.
Met heel veel liefs & compassie in de mooie zin van het woord. 

Jij mag kiezen. Om jezelf niet te verraden of te verliezen. Om te luisteren naar die stem in je binnenste. Dat alles beter wordt en niet erger. Om geen uren te kijken naar een telefoon die niets doet.

En dat alles neemt niet weg dat je dapper bent en sprankelend en sterk en creatief.


P.

 

Saai, saai, saai

Beter worden is een langzaam proces. In de winter werd ik ziek. Intussen zijn er negen maanden voorbij.

De eerste maanden werkte ik niet, en later halftijds. Ik moest voor het werk naar een psycholoog waar ik weinig vertrouwen in had. Werken ging moeizaam, met als kers op de taart een slechte evaluatie.

Dan volgde de verhuis. Een verhuis van bijna twee maanden, met allerlei kleine stapjes in het leegmaken van het oude huis. De keuze om gezien de slechte bereikbaarheid van het nieuwe huis geen verhuisdag te doen met een verhuiswagentje, maar de verhuis in stapjes te doen met mijn kleine autootje, was een zeer slechte keuze. Het bleef allemaal maar duren, ik had het gevoel elk weekend een keer op en neer te rijden (toch goed voor bijna 500 km). De uiteindelijke overhandiging van de sleutel was een heel vervelend moment met de oude huisbaas die liefst de waarborg wou houden en daarom allerlei verwijten maakte. Intussen nog steeds niet geregeld. Zucht.

De nieuwe plek werd mondjesmaat vertrouwd. Maar het blijft best veel, verhuizen, wennen, de kinderen die wennen aan de nieuwe situatie, de Man, de nieuwe stad, het nieuwe huis, een week lang de ex van de Man op bezoek die vertrouwder is met het huis en de stad dan ik waardoor we een vrij eigenaardige dynamiek kregen, af en toe bezoek van vrienden wat telkens geweldig was maar ook zo’n intensiteit met zich meebracht. En mijn ex die van plan is zich in de buurt van mijn nieuwe woonst in een caravan te settelen en denkt dat dat een ideale plek is voor kinderen. I kid you not. Ik lig er wakker van.

Negen maanden na ziek worden, ben ik nog niet helemaal genezen, maar wel al een pak beter dan ik was. Wat er nog moet gebeuren is dat ik terug goed leer werken en mijn achterstand in kan halen. Ik voel zo veel verzet tegen werk en het lijkt me niet te lukken, waardoor ik me dan zeer slecht voel over mezelf. Ik wil terug goed zijn in dingen en mijn waarde hebben voor de organisatie waar ik voor werk. Ik wil mijzelf realiseren en niet vechten met elk onnozel taakje, zoals het versturen van een brief of het openen van mijn mailbox. Ik ben zo in de vermijding gedoken en alles wat opgestapeld is vervult me met schaamte en angst en twijfel en schuld, waardoor het allemaal zo moeilijk is.

Wat behoorlijk helpt in mijn beter-worden, zijn de basics. O jee, al die basics zijn waar. Saai, saai, saai.

  • Slaap: onder de goede invloed van de Man ga ik elke dag mee tussen 22 en 23u slapen. Als de wekker om 7 gaat ben ik nooit uitgeslapen (hoewel ik graag magical mornings zou doen, lijkt me geweldig), maar ik krijg aanzienlijk meer slaap dan vroeger toen ik vaak ’s avonds wat energie kreeg en op die late-avond-energie nog wat werk verzette, om daarna totaal opgedraaid in bed te belanden.
  • Eten: ons eetpatroon is nog niet hoe ik het zou willen. Ik heb bv nog geen vast plan voor bio groenten en fruit en ik plan nog te weinig waardoor we toch vaak ad hoc pasta eten. Maar ik ontbijt elke dag, ik lunch, ik kook elke avond en ik ben op mijn eigen trage wijze drie kilo afgevallen, waarschijnlijk door wat gezondere keuzes te maken en wat regelmatiger te eten. Ok, waarschijnlijk doordat ik niet meer totaal uitgeput elke dag honderden kilometers rijd en bij elk tankstation zwicht voor een kinderbueno.
  • Supplementen: ik heb een eigen pillendoosje dat propvol zit met supplementen. Naast een samengestelde vitamine voor wannabe-mama’s (geen plannen verder), neem ik magnesium, ijzer en vitamine D. Vooral Magnesium (ik kocht in Duitsland zakjes Mg met Kalium, in Nederland koop ik metarelax) blijkt een schot in de roos en helpt enorm tegen vermoeidheid en stress. (Aan iedereen die moe is: haal metarelax!)
  • Minder werken: ik werk 28 uur in vast dienstverband en freelance daarnaast. Eerlijk gezegd zijn de vrije dagen nog steeds erg rommelig en voelt het helemaal niet alsof ik minder werk. Vrije dagen zitten snel vol met huishouddingen, de kapper, freelance opdrachten, uitloop van werk dat ik niet gedaan krijg, afspraken die ik anders toch niet ingepland krijg, … Hoe heb ik ooit 36 uur gewerkt en gefreelanced daarnaast? De therapeut van het werk vroeg een keer of ik dacht dat ik superwoman ben, intussen een running joke in huis. Maar eerlijk gezegd denk ik retrospectief dat ik inderdaad superwoman was, want ik deed veel en kwalitatief werk naast het min of meer draaiende houden van het huishouden en het opvoeden van de kinderen. Wat ik vroeger in een week kon zou ik nu nooit van mijn leven meer kunnen in een maand. Over werk ook nog: ik heb plannen voor een eigen praktijkje, maar ik loop enorm tegen mezelf aan. Het is alsof ik stilaan naar een nieuw stadium moet, maar nog erg in het verzet ben.
  • Sporten: haat-liefde. Het is nog bijna elke keer doodgaan, maar ik loop. Ik loop. Ik loop. Ocharme vijf kilometer per keer. Er zijn periodes dat ik er zin in heb, periodes dat ik amper vooruit kom, periodes dat ik denk dat ik dood ga, periodes dat mijn bekken bijna uit mijn sportrokje rammelt en periodes dat mijn knie precies van metaal is. Maar ik loop. Met Evi. Ik hoop tegen het einde van de zomer vlotjes vijf kilometer te lopen. Bij wedstrijdjes die ik meegelopen heb haalde ik makkelijk zes en een keer met bijna doodgaan vijf. Maar het dagdagelijks geloop is minder adrenaline-achtig dus makkelijk vijf is nog een paar weken ver. Ik wil in de herfst van vijf naar tien km trainen. Voorlopig loop ik ocharme tussen 9,5 en 10 km/u. Op snelheid train ik voorlopig niet. Het enige dat helpt met het lopen, is muziek. Ik heb een lijstje van liedjes die ik in het echte leven nooit zou luisteren, maar die een prima tempo hebben om te lopen. Laast gedownloade guilty pleasure? Dragostea din tei. Lach maar.
  • Liefde. Een relatie vraagt aandacht en onderhoud, maar het is zo goed er niet alleen voor te staan. Ik heb zo veel waardering voor de Man, zijn stabiliteit, rust. Hoe hij een bedding is voor ons en hoe normaal hij is. Hij blaast zich nooit op, hoeft nooit stoer te doen of in de kijker te staan. Hij is gewoon, hij is er helemaal echt en altijd. Hij is wijs en kan goed uitzoomen. Ik weet nog steeds niet waar ik ‘m aan verdiend heb.

Geef me nog eens negen maanden met goed slapen, sporten, goed eten en elke dag een zoen. En je gaat wat zien, joh.

 

Over zij die weet en zij die nog niet weet

De man en ik gaan naar de film. Het is altijd twijfelen. Enerzijds ben je er een hele avond aan kwijt (o help, niets ‘nuttigs’ doen?!), anderzijds is het altijd wel stof tot nadenken.

We zagen deze. Over een vrouw die te horen krijgt dat haar vader haar vader niet is en dat haar moeder stervende is. Maar daar gaat het niet eens echt over. Het is een kluwen van lijntjes door elkaar, waarbij je de vrouw ziet worstelen met haar huwelijk en niet-zo-deugdelijke echtgenoot, het moederschap, het beroep dat haar labiele vader op haar doet, de strijd met haar moeder, haar ambitie om te schrijven, de nood om brood op de plank te krijgen, een halfzusje dat op haar bank beland, haar eigen emoties, de aantrekkingskracht tot een andere man.

Het is een kluwen. In het kluwen zit veel codetaal verborgen omtrent vrouw-zijn. Op een bepaald moment wordt verwezen naar de moeder als zij die niet weet, wat natuurlijk een knipoog is naar Pinkola Estes, ‘zij die weet’. Vaak genoeg geeft het hoofdpersonage blijk van intelligentie. Ze is mooi. Haar intuïtie werkt goed. Ze ‘weet’. Maar ze is verstrikt in een kluwen en daar is ze zelf ook debet aan, door haar ambities op te bergen en daarover kwaad te zijn op de ander, en dan met name haar wat luizige echtgenoot en haar moeder.

De Man (de mijne) en ik hadden een gesprek achteraf. Hij vond de film chaotisch. Te veel thema’s door elkaar. Ik dacht dat de chaos net bedoeld was om net als de vrouw zelf ergens wel te weten waar het naar toe moest, maar die draad heel de tijd te verliezen in het appel van de 1001 dingen die voorbij komen. Scherp je ambities maar eens aan, zet je man maar eens buiten als terwijl je moeder sterft, je dochters puberen en de rekeningen betaald moeten worden. En dan nog, wat is het alternatief?

De Man vond de man uit de film fout begrepen. En inderdaad, hij deed vaak zijn best. En de  vrouw onthield hem seks (logisch om dan vreemd te gaan? …), en erkende zijn inspanningen voor het gezin niet echt. Maar dan stel ik me de vraag naar gelijkwaardigheid. Elkaar zien en erkennen is belangrijk, maar als zij zijn slordige pogingen wat verantwoordelijkheid op te nemen thuis moest honoreren, krijg je toch nog steeds een zeer asymmetrische relatie.

De film was enerzijds erg herkenbaar, en anderzijds totaal niet. Het gedeelte totaal niet gaat over onze thuissituatie. Mijn Man doet meer dan zijn deel in het huishouden, genereert een goed inkomen, biedt bedding en stabiliteit. We hebben eigenlijk nooit man/vrouw-issues in onze relatie, als in: wat is een taak van de man, wat is een taak van de vrouw. Hij werkt meer dan ik, maar dat zal voor hem nooit een reden zijn om bijvoorbeeld de kinderen niet in bad te doen of het afval niet weg te brengen.

Tegelijkertijd is er het element herkenbaarheid. Namelijk: zelf beschikken over een vorm van (jong) talent en enige ambitie, en dat ondergesneeuwd zien worden in de duizend dingen van elke dag. Werken aan een verhaal waarvan ik nog niet eens heel goed weet wat ik er dan mee moet als ik het echt opschrijf, verbleekt bij boodschappen doen en avondmaal koken voor het gezin en vervolgens honderd e-mails beantwoorden en op tijd in bed want morgen weer vroeg dag. Het ontwikkelen van een eigen praktijkje waarvoor ik nu een schamel stappenplannetje heb, krijgt de lakmoesproef wie-wacht-er-op-en-wat-brengt-het-op-dus-moet-ik-het-wel-doen-en-me-niet-gewoon-richten-op-hier-nu-de-dingen-die-ik-al-doe. Ik schrijf mijn plannen op, kom uit de flow en vraag me dan weer af of ik mezelf niet wat wijs maak. Zoiets.

Ik heb al weken ‘Playing big’ van Tara Mohr op mijn bureau. ‘Vind je stem, je missie en kom in actie!’. Een boek voor vrouwen die wat kunnen en willen en ondergesneeuwd geraken, niet alleen door alles rondom, maar ook door hun eigen innerlijke twijfels. (Ladies out there, KOOP DAT BOEK). Ik leer het onderscheid maken tussen mijn innerlijke criticus en mijn innerlijke mentor. Bij een visualisatie-oefening ontmoet ik mijn zelf, binnen twintig jaar, hier in dit huis, nog steeds balancerend tussen werk en kinderen met een doos vol opgeborgen plannen onder het stof. Dat, dat gaan we dus niet doen, denk ik. En nu weer over tot het kluwen van de dag.

 

 

 

Intussen

Het is ochtend. Ik wandel door de stad. Haal een koffie. Slenter naar huis. We zijn anderhalve dag kind-vrij. De eerste avond verzink ik altijd in een soort van incompleet gevoel. Wat is dit onnatuurlijk. Maar intussen is de Man gaan lopen (hij komt wel terug), en ik gaan slenteren, en heb ik mijn eigen zolderkamertje ingericht en trek ik me daar terug met cappuccino en werk en boeken en ontdek ik dat het fijn vertoeven is in mijn eigen hoofd als ik gerust gelaten word.

Ik vind het moeilijk mezelf te voelen en de Man vindt het soms moeilijk anderen te voelen, denk ik. We hadden bezoek en het is vakantie. Feest. Maar ik geraak dan langzaamaan verwijderd van mezelf, omdat er geen alleen-tijd is. Ik kan dan niet meer voelen wat ik graag eet en wat ik wel of niet wil. Er komt geen letter meer uit mijn vingers. Het is moeilijk bij mezelf te blijven als ik veel bij anderen ben, en bij de Man lijk ik waar te nemen dat het omgekeerd is. Lijkt me best handig zo.

Het is een jaar geleden dat ik met de kinderen alleen in Amsterdam was (en deze! en deze). Laatst was ik met de bijna vierjarige zoon wat dingen gaan regelen in Amsterdam. Hij was buitengewoon bewerkelijk, ik denk dat hij een ontwikkelingssprong maakte. Hij oefende met afstand en nabijheid, dus laveerde tussen baby-staat en grote man, maar in en tempo dat ik niet kon volgen. En hij at de oren van mijn kop en wou niet wandelen. ’s Avonds snauwde ik tegen de Man omdat ik op was, en de Man snauwde terug dat je je humeur wat moet kunnen temperen als je samenwoont met anderen. Ik trok me terug met een boekje, verbaasde me over het feit dat ik vorig jaar een week alleen met twee kinderen in Amsterdam heb overleefd. Daarna zocht ik de Man op en we praatten en het was weer goed. Zo gaat dat.

Intussen blijft het een beetje sluimeren allemaal. Ik voel me fysiek beter, bouw weer wat energie op. Maar ik ben nog lang niet operationeel, ik vermijd veel dingen, vind normale dingen nog best zwaar en heb een hoofd vol ideeën waar ik niets mee doe, behalve er over twijfelen. Toen ik alleen moederde had ik niet de luxe te twijfelen over mijn werk en nu twijfel ik alleen maar over de verhouding tussen mijn vaste baan en de andere activiteiten. Wat wil ik worden, is de vraag. Terwijl ik al iets was, en er goed in was. Ik loop nog steeds en eindelijk voel ik mijn conditie beteren. Maar ik moet nog vaak opnieuw beginnen met mezelf omdat er roet in het eten zat en de dagen voorbij gingen zonder tijd of zin om mijn sportschoenen aan te trekken.

Ik ben kleiner dan ik dacht maar de wereld is groter. De Man en ik bezoeken musea. Ik laat me raken door portretten van pas bevallen vrouwen en aandoenlijke pubers. Ik wandel door een geschiedenis die niet de mijne is. En door geschiedenis die wel als de mijne voelt. Ik lees weer boeken. Ik koop zelfs weer boeken. Gewoon, in de winkel na lang lekker struinen.

En nog ongeveer elke dag denk ik dankbaar dat ik thuis gekomen ben. Hier bij hem, en hier in deze stad waar ik een mevrouwtje ben die stempelkaartjes van koffiezaakjes alfabetisch in haar tas heeft zitten en een zolderkamertje vol boeken heeft. De rest komt wel.

 

 

Talent

Het is another happy day, hier & nu (*). Een ochtend met de mannen. 17 km heen & 17 km terug gefietst naar een interessante bespreking en me een soort van superwoman voelen omdat ik het deed. Met de fiets dus.

Thuiskomen. De pc aan. Besloten dat ik me elke dag wil voeden. Ergens gelezen dat je elke dag een kwartier of een half uur kan lezen, zelfs als je geen tijd hebt om boeken te lezen. Het is vast niet waar, dat iedereen het kan, maar ik geef er prioriteit aan en ja hoor, ik ‘studeer’ een half uur in één van de tientallen boeken die me al lang vergezellen omdat ik weet dat ik ‘m moet lezen en er van moet leren. Ik maak nota’s, sla het boek met spijt dicht als de tijd op is, en besluit: morgen weer!

Daarna loop ik de stad in om een bestelling op te halen. Ik slenter terug langs de kantoorboekhandel en ik verlies me in al die papieren dingen. De stiftjes. De schriftjes. O, o, wat lekker. Ik houd mijn aankopen beperkt en wandel naar één van de vele koffiezaakjes die deze stad rijk is. Gewapend met een cappuccino en een chocolate chip cookie (dat mag na al het fietsen) ga ik even in een parkje zitten, en dan ga ik naar huis, waar ik een blogje schrijf, nog even werk aan de organisatie van een studiedag. En straks is er de avond met de mannen.

In het parkje besefte ik het. Ik heb talent voor het leven in de stad.

(*) Het happy-gehalte is complex. Enerzijds merk ik dat veel van de externe factoren die me pijn deden opgelost zijn en dat ik dankbaar mag zijn om de heerlijke luxe waarin ik me bevind. Dit is werkelijk de eerste keer in 33 jaren dat er zo goed voor me gezorgd wordt en dat ik leef op een plek die zo goed bij me past. Ik heb nog steeds het gevoel een soort gouden lotje uit de loterij getrokken te hebben. Anderzijds zijn er nu al die interne obstakels die overwonnen moeten worden. Het is vechten met energie, motivatie, geloven in mezelf, weten wat ik wil met werk, schaamte en schuld en frustratie omdat het werken zo veel beter ging in een periode waarin het zo veel slechter ging met me. Knoop daar maar eens een touw aan vast.

Fucking klein leven

Het is minstens de tweede keer dat ze dit voorheeft. Volledige blokkade, groot conflict. Totaal over de rooie. Crisis total. Iedereen zag het van ver aankomen, zij niet.

Ik probeer er voor haar te zijn, want zoals dat dan gaat, is alles ingestort. Ik zie dat ze alleen is tussen het puin.

Iemand die recht op een muur afrijdt om er tegen te pletter te rijden, kan andere mensen heel heel boos maken. Op het moment dat je op de muur afgaat, ben je meestal al in een soort tunnelvisie en niet echt te genieten. Je kwetst andere mensen, laat hen in de steek, neemt afstand.

Been there, done that. Maar dan anders. Ik denk dat ik op het moment dat ik overkop en uit de bocht ging, wel een spoortje van wat fouten heb achtergelaten. Vooral omdat ik mezelf niet realiseerde dat het me allemaal niet meer lukte. Onzorgvuldigheden. Verwaarlozingen. Maar wat zij gedaan heeft was nogal een frontale aanval op collega’s, en keert zich nu tegen haar.

En terecht. Als een collega van me zich zo zou gedragen tegen me zou ik er aan kapot gaan van onzekerheid. Als een collega van me me zou verbeteren en dingen overnemen, mijn werk opnieuw doen, zou ik afhaken, verward geraken, boos worden. En dat hebben haar collega’s gedaan. Collectief. En als je boos bent, is het moeilijk om te zien hoe hulpeloos iemand met goede bedoelingen zichzelf en een situatie totaal kan doen ontsporen. Hoe zij even erg gevangen zat dan ze hen gevangen heeft genomen.

Ze heeft niet door hoe erg het is gesteld met zichzelf. Ze is geobsedeerd door de situatie. Ze kan geen afstand nemen en geen perspectief ontwikkelen. Ze slaapt niet en ze eet niet. Ze huilt. De ene dag is het allemaal hun schuld want ze denken te traag en ze zijn zo dom dat ze wel moest ingrijpen, de andere dag is het de schuld van de baas die niet gereageerd heeft. Haar eigen schuld is het nog niet.

En schuld, tja, schuld. Who cares about schuld?

Mijn ervaren oog ziet dat dit een lange weg kan worden. De verloren kilo’s erbij eten. Uitrusten. Anders leren denken. Anders leren omgaan met anderen. Anders leren werken. Perfectionisme leren hanteren. Perfectionisme niet op anderen projecteren. Leven, niet alleen werken. Verbinden.

Ze wankelt. Tussen een andere baan gaan zoeken of vallen, en herstellen. Waarbij niets gespaard zal blijven. Ze zal moeten graven in haar verleden, ze zal overtuigingen in vraag moeten stellen, ze zal moeten kijken naar zichzelf, ze zal de triggers moeten leren kennen, ze zal moeten leren rusten. Het vallen is wat je niemand toewenst, maar ik weet ook dat een ander baan zoeken een garantie is op meer van dit. Binnen een jaar, twee jaar, drie jaar.

Ik ben de lange weg aan het gaan. Laatst moest ik mijn tussentijdse evaluatie invullen. Allemaal kolommetjes waar ik prestaties in moest proppen. Er zijn niet zo veel prestaties meer van het laatste half jaar, terwijl ik in mijn vorige evaluatie de tweede beste was van allemaal. Dus schreef ik een brief aan de baas. Waar ik een half jaar geleden stond. Over de frustratie van die kolommetjes vol prestaties willen proppen, maar voelen dat het niet kan. Dat een dag nog steeds zwaar is, dat ik zo veel vergeet, dat het overzicht vaak ver zoek is, dat de ene dag beter gaat dan de andere, dat ik mijn auto vaak aan de kant moet zetten omdat ik mijn benen niet vertrouw. Over de schaamte en de schuld omdat het niet gaat zoals ik zou willen en zoals het zou moeten. Maar ook over de hoop en het geloof. Dat ik keuzes maak en dingen ontwikkel waardoor ik die kolommetjes weer ga vullen. Niet zo uitbundig als ooit, maar wel op een manier die duurzaam is. Dat schrijf ik. Ik stuur mijn kolommetjes en de brief per mail en heb dezelfde avond al spijt omdat het kwetsbaar is en ik me een zeur voel die altijd wel een reden heeft om te zeuren. Een mankepootje dat meehinkt met de grote jongens.

De man en ik werken thuis en we praten even bij een kop koffie en ik vertel het hem. Dat er veel veranderd is en dat dat goed is. Maar dat het niet leuk is om minder te kunnen dan vroeger, om minder te zijn, om minder te verdienen. Jippie jee, wat een levenskwaliteit heb ik gewonnen door ontdekt te hebben hoe leuk het is om een gezin te hebben, meer te leven dan te werken en beter voor mezelf te zorgen (lees: elke avond om 22u naar bed). Maar tegelijkertijd: wat heb ik er aan op de lange termijn? Weinig flitsende perspectieven. En ik, ik heb nog steeds een zwak voor flitsende perspectieven. Toegeven dat dit het misschien wel is, elke dag ploeteren, je best doen, balanceren, buigen voor de grenzen waar je vroeger zingend overheen ging. Weinig glorieus. Het is een fucking klein leven geworden. Misschien wordt het nooit meer dan dit. Nooit die goed draaiende eigen praktijk. Nooit die drie boeken op mijn naam. Nooit dat doctoraat afgewerkt. Nooit het derde kind. Alleen maar dit fucking kleine leven.

Een fucking klein leven waar de vriendin in puin haar neus voor ophaalde. Maar wat ik haar met zo veel liefde ook toewens. En allez vooruit. Mezelf ook.

 

Plus êtes en vous – maar moet het er uit?

In de jaren als single mom was ik allerlei dingen. Moe, bezorgd, bij momenten wanhopig en gestresst, maar toch ook zeer vaak gefrustreerd. Ik had gestudeerd, ik had een leuke baan, ik was beginnen werken als zelfstandige in bijberoep en ik had meestal nog wel een hoofd vol ideeën voor dingen die ik meer of beter kon doen. Er kon nog wat ontwikkeld worden, zowel voor mijn gewone baan als voor mijn bijberoep. Als ik maar eens tijd en energie had, want daar ontbrak het me permanent aan.

Intussen is er wat meer tijd en ietsje meer energie, alhoewel ik nog steeds niet in mijn volle kracht ben. Ik heb net, maanden na het verhuizen, de nog niet geheel ingerichte werkkamer in gebruik genomen. Ik zoek een boekje in mijn nieuwe boekenkastjes, en vraag me af of het hier zal gebeuren. Zal ik hier mijn ideeën ontwikkelen, mijn plannen niet alleen smeden maar ook tot uitvoer brengen? Ik lijk al jaren te verzamelen. Kennis, inzicht, ideeën, inspiratie. Maar daar blijft het precies ook bij. Een verzameling van potentieel.

Tegelijk denk ik: moet dat dan? Moet je er het maximum uit slaan? Moet al dat potentieel gerealiseerd? En waarom? Moet het nu? Ja, ik heb net een fantastische opleiding gevolgd van waaruit ik tools heb om een eigen praktijk op te zetten. Ja, ik heb ideeën voor meerdere boeken. Ja, ik heb aanknopingspuntjes, hier en daar, voor samenwerkingen. Maar moet alles wat kan?

Gisteren had ik mijn vrije woensdag. We sliepen in het grote bed terwijl de man al uren zat te werken op kantoor. Pas om 10u30 stuurde ik hem een slaperige foto van zijn kleine gezinnetje verkreukeld tussen de lakens. We zouden naar zee gaan, maar er waren kindjes in de gedeelde tuin en daar moest mee gespeeld worden. Op een bepaald moment zat ik wat offertes te maken met allemaal jongetjes uit de buurt (waarvan ik hoopte dat ze konden aangeven wanneer ze naar toilet moesten) op de grond rondom mij met kleine autootjes en mijn kleinste jongetje wanhopig smekend of iemand mee wou werken aan zijn treinspoor. Ik liet hem koekjes uitdelen, ik schonk roosvicee en haalde doekjes voor mondjes. We lunchten in de tuin, ik deed wat huishoudelijk werk en daarna brachten we het afval weg, gingen we naar de supermarkt en een ijsje eten, om daarna weer in de tuin te belanden met ouders van andere kleintjes en te praten, over werk en leven in de stad en parkeerplaatsen. Aan de zee zijn we alweer niet geraakt. Samen met de man gingen we naar de buurtbbq en ik dacht heel de tijd: mijn leven is precies alles of niets, en nu heb ik alles. We praatten met de buren, ik kon weer geen enkele naam onthouden, aten vegetarische burgers, dronken wijn waar we de hele nacht nog brandend maagzuur van zouden hebben, terwijl het springkasteel op een bende vuile happy kindjes met knalrode kopjes paste. De kinderen aten vooral watermeloen wat volgens de schijf van vijf geen avondmaal is, maar who cares, morgen beter.

Na kinderbedtijd was ik zo moe, hoewel ik niets slims gedaan had, niets intellectueels, niets ontwikkelachtig. Ik lag op het grote bed en hoorde de man praten met een poes die ons huis was binnen gedrongen en overtuigd moest worden het huis weer te verlaten. Ik luisterde en glimlachte, want wat was hij leuk om te horen in gesprek met de kat.

En daarna sliepen we, een hele warme nacht lang. Af en toe gewekt door het maagzuur of een meeuw.

Er zijn nog zo veel ideeën in de lucht, een zolderkamer vol boeken die gelezen kunnen worden, boeken die geschreven kunnen worden, perspectieven die geopend kunnen worden, dingen die ik met elkaar kan verbinden tot een kloppend geheel. Maar nu vraagt het leven geleefd te worden, en mijn hoofd even on hold te zetten. En dat is nog nooit zo goed gelukt als hier & nu. Hier & nu. Hier & nu.

Hoofdzaken

Door omstandigheden heb ik effecten van een medicament dat mijn gevoel afzwakt. Het is hoogst onaangenaam, maar ook erg leerrijk.

Ik ben niet gelukkig. Ik voel niets. Ik proef niets. Ik ruik niets en ik heb geen eetlust. Maar ik kan gewoon aan mijn pc gaan zitten, het knopje in mijn hoofd omzetten en werken. Het werk doet me niet veel, waardoor ik het vrij moeiteloos kan doen. Als je niets voelt en het allemaal niet zo belangrijk vindt, kan je alles gewoon even ‘processen’. Met zorg, maar zonder al die angsten en gevoelens en twijfels.

De man en ik praten er over. Hij vertelt me dat zijn hoofd vaak zo werk. Dat hij verbinding en betekenis kan verliezen, maar wel heel goed kan functioneren. Ik weet dat, maar ik had nog nooit gevoeld hoe dat is. Het leert me zo veel over hoe onze relatie werkt. Ik spat uit elkaar van het gevoel, en hij is dedicated zonder meer, maar voor hem is het minder intens, minder diep, minder geladen, maar dus ook wat rustiger (denk ik).

Nu ik in deze staat ben (uiteraard stop ik met het medicament, dit was niet het gewenste resultaat), kan ik heel goed zien waar ik last van heb. Namelijk: intensiteit van mijn beleving, all over. Alles betekent veel voor me, alles is belangrijk. Ik voel zo veel, altijd en overal.

Dat maakt me een intense moeder en een intense partner en een intense werknemer, maar dat zorgt er ook voor dat ik doodmoe word en zo veel voel, denk, twijfel. Alles doet ertoe, dus elke beslissing, elke mail, elk bericht, alles is belangrijk. Zo kan je natuurlijk niet leven, en ik ben al een tijdje tussen mijn eigen spaken gedraaid.

Maar zoals dit kan ik ook niet leven. Moe word ik er niet van, maar alles wat mooi is, leuk, betekenisvol, waardevol, is weg.

Ik kijk terug en zie dat ik zelfs in periodes dat het heel moeilijk was, een overdaad aan voelen had. Ik kan me goed voorstellen – na gesprek met de Man – dat de gevoelloze staat waar ik nu in verkeer een heel goed beschermingsmechanisme is dat je lichaam zelf in gang zet als iets te intens is, pijn bijvoorbeeld. In deze staat kan je functioneren, heel nuchtere beslissingen maken, doen wat moet gebeuren. Alleen voel je er niets bij. Deze staat had me enkele jaren terug wel goed van dienst kunnen zijn om een periode te overleven waarin ik door de intensiteit van mijn eigen verdriet en boosheid bijna knettergek werd.

Een vriend laat me weten dat hij me graag terug wil zien. Ja, denk ik. Dat begrijp ik. Maar heel nuchter denk ik ook: ik moet nu even binnen mijn eigen grenzen leven, en daar hoort een afspraak waarvoor ik heen en terug meer dan 400 km moet rijden absoluut niet bij. Dat kan ik nu heel goed zien en gewoon communiceren.

Dit is waar de man mij vaak mee helpt, als ik weer een wirwar heb aan verwarringen, twijfels en gevoelens. Hij kan heel goed helder zien en zeggen wat ik wel of niet moet doen om het zo simpel en effectief en gezond mogelijk aan te pakken. Vaak is dat een opluchting voor mij, maar tegelijkertijd wordt het leven ook erg kaal van deze zakelijkheid, nuchterheid.

Deze staat gaat over. Ik hoop dat het uren zijn. Misschien dagen. Ik weet hoe het komt dus ik hoef me geen zorgen te maken. En tegelijkertijd is het een soort van vakantie van mijn intense zelf. Wist ik de weg maar naar het gezonde in between.

 

 

Hoe het zo gekomen is

Prachtig verhaal, bij Mme Zsazsa. Het deed me weer stilstaan bij mijn eigen prins op het witte paard, en hoe dat zo gekomen was.

Hoe ik hem voor het eerst zag bij een vriendin die net weduwe was geworden thuis, en ongepast dacht: ‘Die wil ik wel beter leren kennen.’
Hoe ik hem dagen later op de begrafenis zag met een vrouw.
Hoe ik twee etentjes met hem en onze gemeenschappelijke vriendin liet passeren, wegens te moe en te veel gedoe en hij had toch een lief.
Hoe we een architectuurwandeling lang praatten en grapjes maakten en koffie dronken en ik het toen nog niet wist, dat het bijna zo ver was.
Hoe we ergens midden in de nacht zwichtten voor elkaar op de bank die nu ook de mijne is.
En hoe het meteen serieus was. Hij en ik. Geen sprake van wat aanmodderen of wel kijken waar we zouden uitkomen. Maar meteen goed. Wij.

En nu zijn we niet eens veel tijd verder, maar we hebben onze levens samen gevoegd. De hoera hoera hoera-stemming lijdt wel eens onder het dagelijkse leven met brooddoosjes, moe, werk, zorgen en ik die de afwasmachine blijkbaar fout inlaad.

Soms denk ik dat hij meer van de kinderen houdt dan van mij. Soms denk ik dat ik meer van hem houd dan hij van mij. Soms besef ik dat hij zielsveel van ons houdt. Meestal voel ik dat ik onwrikbaar van hem houd, dat hij mijn man is. Goede en kwade dagen, goed of fout ingeladen afwasmachines, whatever. Ik ben hier en hier wil ik zijn en blijven. Bij hem. Zelden voel ik niets of niet zo veel. Dat is best vermoeiend voor hem.

We zijn in de fase dat we ons bewust moeten zijn van hoe oude (reactie)patronen vandaag doorwerken en dat we geen foute dingen moeten installeren hier. Dat is vermoeiend. Ik maakte me al eens schuldig aan doen alsof ik hem niet hoorde toen hij iets zei en ik mijn geluidsdempende koptelefoon op had en chagrijnig was. Hij haakt wel eens heel abrupt af in een gesprek. Ik probeer alert te zijn en het niet te laten gebeuren. Dat het gewoon wordt, inslijt. De prijs die je dan betaalt is dat er werk aan is en dat het soms genoeg is, al dat bewust met de relatie bezig zijn. De dagen waarin de magic z’n werk deed kijken dan lang geleden. Maar wat je krijgt is een constructieve en geen destructieve relatie. En daar ga ik voor, deze keer. Voor de kinderen. Voor hem. Voor mezelf.