Een golf

Femma is een eigentijdse en eigenzinnige vrouwenorganisatie met een duidelijke visie op mens & samenleving. Femma praat mee over wat vrouwen vandaag denken, voelen & beleven. Femma verdedigt de belangen van vrouwen met minder kansen en in het bijzonder alleenstaande vrouwen. De organisatie ijvert voor emancipatie van vrouwen en gendergelijkheid, o.a. via het informeren en sensibiliseren van vrouwen, beleidsmakers en andere actoren.

Onderstaand stukje is geschreven voor Femma en verschenen op hun website.
Meer over Femma? Neem hier een kijkje!

Feminisme. Het blijft een beetje een raar woord, met een rare bijklank.

Ik verdiep me er in en ben blij met alle verworvenheden die de vrouwen voor mij hebben gerealiseerd. En waarvan er sommigen nog niet op punt staan. Denk maar aan gelijk loon voor gelijk werk.

Ik zie overal om me heen prachtige dingen waarvan ik wou dat ze niet bestonden. 

Zoals netwerken voor alleenstaande ouders, zoals single supermom in Nederland. Door in te zetten op thema’s als welzijn, geld en netwerk willen ze alleenstaande mama’s uit de overleefstand halen en helpen om goed voor zichzelf en hun kinderen te zorgen.

Ik zie netwerken voor vrouwelijke ondernemers, zoals de Straffe Madammen en Zeker van haar Zaak. Positieve krachtige initiatieven, maar de redenen waarom vrouwen er vaak aanhaken heeft te maken met het feit dat het voor vrouwen in een wereld die vorm gegeven is door mannen vaak moeilijk is hun eigen project in de wereld te zetten.

Ik zie organisaties die vrouwenrechten op de agenda houden, zoals Femma. Omdat het nog steeds nodig is.

En ik wou dus dat het allemaal niet nodig was. Ik heb lang een opvatting van feminisme gehad die te maken had met ‘mijn plan trekken’. Geen man nodig hebben. Het zelf kunnen. En ik zie die opvatting rondom mij ook vaak terug komen. Autonomie en zelfstandigheid, je eigen leven kunnen leven. Niet alleen die man overboord maar niemand nodig hebben.

Mijn opvatting van feminisme als mijn plan kunnen trekken (en dat de maatschappelijke structuren dat dan mogelijk zouden maken) is stilaan in rook opgegaan. Het lukt me niet. Ik ben vast niet sterk of slim genoeg, maar ik ben zeker niet gemaakt om helemaal alleen op eigen benen mezelf te realiseren.

Ik heb op dat eilandje gezeten en geprobeerd daar alleen te overleven met mijn kinderen, maar ik geloof niet meer in eilandjes. Ik geloof in wij-landjes. Wij samen realiseren een leefbaar leven voor iedereen. Geen leven waarin ik moet bewijzen dat ik het zelf wel kan, geen leven waarin ik elke avond op mijn tanden moet bijten om dwars tegen mijn vermoeidheid in alles zo goed mogelijk alleen voor elkaar te krijgen. Maar een echt leven, waarin ik kan leven op een manier die me recht doet. Die geen roofbouw pleegt op mijn energie, lijf en bankrekening.

Ik hoop dat feminisme over verbinding mag gaan. Binnen het kleine clubje dat een relatie of een gezin is of enige andere samenleefvorm.
Maar ook binnen het grotere verband. Ons dorp, ons land, ons werelddeel, de wereld. De grote uitdagingen van onze tijd (ecologie en migratie, om maar wat te noemen) gaan we niet te lijf door een wereld te creëren waarin we het allemaal heel flink zelf doen. Daarvoor moeten we ons verbinden. Met onszelf en elkaar. En ruimte creëren waarin verandering mag groeien. Ander onderwijs. Anders werken. Anders combineren. Anders consumeren. Anders opvoeden. Anders beslissingen nemen. … Het is geen zwakte om anderen nodig te hebben. Het is geen zwakte om samen te leven.

Volgens mij hebben vrouwen daar een voortrekkersrol te vervullen. Waarom geen nieuwe feministische golf die gaat over het samen doen? En in de wereld die we vanuit verbondenheid realiseren, zullen de mooie initiatieven die ik daarnet noemde hopelijk stilaan erg overbodig blijken.

 

 

 

Rabbit hole

De Man en ik, het blijft als nieuw voelen. Maar het nieuwe lief is intussen niet echt nieuw meer. De dagen werden weken, de weken werden maanden. Zo ver zijn we.

De eerste periode, die verliefd en zorgeloos moet zijn, werd verstoord door de zwangerschap en miskraam. Er brak een tijd aan van zwaarte. Hij ging zijn proces, ik het mijne. Vele gesprekken gingen over dat gewroet in onze zielen. Over pijn en verlies. En mij mij ook over transitie.

Op een bepaald moment waren we er klaar mee. Hadden we nood aan licht. Een (voorlopig) punt achter de analyses en gedachten. Niet meer altijd die dieptes in.

Mijn transitie leek een soort rabbit hole waarin ik verloren liep. In een wereld van mogelijkheden vond ik de weg niet meer. Ik ben iemand die heel veel wil. Ik heb geen drie projecten, geen tien, maar ongeveer duizend. Ik wil leren, me ontwikkelen, de kern vinden, de waarheid. Ik wil lezen en denken. Ik wil niet één iets worden maar heel veel dingen. Ik wil vanalles in de wereld brengen. Ik wil op onderzoek uit. Dat combineert slecht met een gebrek aan energie en tijd. Frustratie is mijn deel. En verwarring.

Ergens onderweg leerde ik het heilzame van centeren. Al die verwarring bij elkaar rapen, al die uitspattende gedachten en energieën vangen en bij me proberen houden. Meer dan eens zit ik thuis met een mutsje op, omdat het voelt alsof ik mezelf dan beter bij elkaar kan houden. Er is bijna niets zo vervelend als verward geraken door gedachten en gevoelens die alle kanten uitgaan.

Gevoelens. Het blijft veel energie van me vragen dat ik alles zo intens beleef. Ik scherp dat nog enigszins aan en merk dat ik vaak dingen weet en zie die ik niet kan weten of zien. Maar vermoeiend, dat is het. En ik heb een hol nodig om me terug te trekken.

En intussen relateren hij en ik verder. Iets wonderlijks gebeurt. Ik merk steeds vaker dat ik voldaan ben. Dat het in me wat rustiger wordt. Dat het woeden even ophoudt. Door wat ik van hem krijg. En dat is tegelijkertijd spectaculair en heel gewoon. Het is nabijheid. Het is veiligheid. Het is weten dat hij zijn best doet voor mij, voor ons. Het is weten dat hij zal proberen voor me te zorgen. Het is weten dat hij aan mijn kant staat.

We hebben het leuk samen. We maken plannen. We bereiden zijn nest voor op onze komst en ik bereid mijn nest voor op ons vertrek. Gisteren zaten de Man en ik in een lege kamer die de mijne zal worden, naast elkaar. ‘Hoe is het voor jou?’, vraag ik. Hij vertelt dat hij soms droomt dat hij stikt. We lachen. Ik vertel dat ik recent heel erg intens moest denken aan het lot van vluchtelingen. Verkassen naar een plek waar je geen enkele geschiedenis mee hebt, is behoorlijk eng. Al is de plek mooi, het bed gespreid en kan het alleen maar beter worden, in mijn geval.

Daarna gaan we naar de Albert Heijn, we eten, kijken tv, werken nog wat. We delen de sponde, de nacht en een cappuccino. Samen gaan we de deur uit op een ontiegelijk vroeg uur. Ik zit lang in de auto en denk aan het licht. En ik begrijp er even helemaal niets van, van die zwaarte die ik meegezeuld heb. Terwijl er me zo veel gegeven is. Hij en de potentie van het leven samen zijn zo wonderlijk. Wat heb ik toch in die rabbit hole gedaan, terwijl ik me kon koesteren in het licht van de zon?

 

 

 

 

Honger

Ik wil
chocola
blauw besjes
groene druiven
thee
roze snoep
roosvicee.

Ik wil
Call the  Midwife binge-kijken
tussen de zonen in bed
kersenpitkussens aan alle kanten.

Ik wil mijn lief
en dan samen slapen
en dat hij cappuccino voor mij maakt.
En dat ik eerst de krant mag.

Ik wil een fucking open haard.

Honger heb ik.
All kinds.

De tijden zijn spannend. Mijn dagen hier zijn geteld. Er zal verhuisd worden. Dat wou ik, maar als het echt wordt is het plots zo… Echt en groot.

Mijn energielevel lijkt definitief stuk. Dat maakt het allemaal nog wat spannender. Ik heb eindelijk begrepen waarom rusten niets voor mij is. Ik ben een soort vuurtype met ideeën en een sprankelkop. Vuur heeft voeding nodig om te blijven branden. Geen rust. Ik voed me, met dingen die ik leer. En soms met troep, zoals roze snoep. (Vegetarisch, uiteraard.) Maar ik krijg het niet aangesleept, die voeding om het vuur weer te doen oplaaien. Dus het smeult wat. En ik por er wat in.

Honger.
Als iemand me zoekt, ik zit op de bank, kijk Call the Midwife en eet me ziek aan roze snoep en blauwe bessen.
 

 

 

Dat een mening geen oordeel hoeft te worden

Ik ga dit heel kort houden.

Ik ben mijn eigen blog wat uit de weg gegaan. Pas op een moment dat ik een beetje mentale ruimte had, heb ik de reacties op dit blijkbaar omstreden stukje even doorgewerkt, waardoor de reacties nu zichtbaar zijn.

Drie dingen.

  1. Ik vertel op deze blog ervaringen uit het echte leven. Ik maak geen reclame of probeer geen mensen te beïnvloeden. Ik vertel de dingen des levens vanuit mijn eigen perspectief. Mijn behoefte is daarbij schrijven (en niet triggeren of reacties losweken of steun krijgen). Schrijven is wat ik doe. Ik schrijf. Ik schrijf best veel en heb een heleboel stukjes klaar staan voor de toekomst. Schrijven helpt me dingen bij te houden, vast te houden, te ordenen en te delen. Ik heb ervoor gekozen dat anoniem maar gepubliceerd te doen.
  2. Ik begrijp niet goed waarom het zo moeilijk is standpunten niet te laten uitvloeien in oordelen. Ik sta helemaal open voor alle standpunten en meningen over gebruik van om het even welk middel. Ik vind mensen die een mening of standpunt hebben niet engdenkend. Ik denk dat er veel slimme meningen en opvattingen zijn geschreven door lezers omtrent de kwaliteit van bepaalde middelen, de risico’s, … Wat ik niet goed begrijp is dat mensen de nood voelen een oordeel te koppelen aan hun mening. Een oordeel over mij, over mij als moeder, over mijn man, over mijn relatie, over mijn zogenaamd los zijn van de werkelijkheid. Dat is niet nodig, niet wenselijk en kwetsend, niet alleen voor mij maar ook voor anderen, waar het bijvoorbeeld ongeplande zwangerschap betreft. Het is ook onjuist. Op basis van wat ik hier schrijf is geen enkel oordeel over mij, mijn moederschap, mijn man, mijn relatie of mijn leven mogelijk.
  3. Het gaat prima met mij. Ik ben geen junk of één of ander heel onevenwichtig iemand. Ik heb een liefdevolle fijne relatie, mijn kinderen doen het prima, mijn werk vlot met ups en downs, mijn huis is netjes en mijn rekeningen zijn betaald. Ik ben niet perfect en maak fouten, denk veel na over dingen, heb ervaringen waar ik over reflecteer, ik probeer te groeien en te leren en helemaal in het leven te staan. Op deze plek ben ik open over die weg die niet de weg is van één of ander labiel onverantwoordelijk iemand, maar gewoon van iemand die elke dag probeert om het goed te doen. Thuis, als mama, als partner, op het werk, met mijn vrienden. Daarin ben ik een ongelooflijke kluns want ik ben jammer genoeg supervrouw niet, maar wie wel uiteindelijk? De beschreven ervaring paste voor mij in het verwerken van de miskraam die ik had en het heeft me heel veel rust gegeven. That’s it.

 

Passie

Femma is een eigentijdse en eigenzinnige vrouwenorganisatie met een duidelijke visie op mens & samenleving. Femma praat mee over wat vrouwen vandaag denken, voelen & beleven. Femma verdedigt de belangen van vrouwen met minder kansen en in het bijzonder alleenstaande vrouwen. De organisatie ijvert voor emancipatie van vrouwen en gendergelijkheid, o.a. via het informeren en sensibiliseren van vrouwen, beleidsmakers en andere actoren.

Onderstaand stukje is geschreven voor Femma en verschenen op hun website.
Meer over Femma? Neem hier een kijkje!

 

Op een weekend met andere vrouwen hadden we een gesprek over feminisme. De jongere generatie vrouwen brachten voorzichtig aan dat waar onze moeders en grootmoeders voor gevochten hebben ons nieuwe keurslijf is geworden. En zo lijkt het in mijn leven alleszins wel. Sinds 1880 mogen vrouwen in België naar de universiteit. Ik heb twee masterdiploma’s gehaald. In 1958 werd de gehoorzaamheid van de vrouw aan de man afgeschaft. Een aantal van mijn vriendinnen en ik bevinden of bevonden ons in behoorlijk originele maar weinig veiligheid biedende relatievormen. Sinds 1948 hebben vrouwen stemrecht. Ik vind het mijn plicht om politiek geïnformeerd en misschien zelfs ooit geëngageerd te zijn. En in 1962 kwam de pil met de valse schijn van geboortecontrole. Ik kijk rond en zie in mijn omgeving verschillende vrouwen die met die pil lang gewacht hebben en in complexe behandelingen zitten om hun droom moeder te worden te verwezenlijken. En ik zie anderen die ondanks (het bestaan of zelfs het nemen) van de pil een ongepland kindje kregen en door de anderen fijntjes op hun eigen verantwoordelijkheid daarvoor worden gewezen.

Uiteraard moeten we die feministische verwezenlijkingen niet terugdraaien. Ik wil me geen leven meer voorstellen in gehoorzaamheid, zonder stemplicht en zonder de mogelijkheid het geld dat ik zelf verdiend heb op een spaarboekje te zetten. We hebben en krijgen kansen, en moeten ze dus waarmaken. Maar dat nieuwe keurslijf is er één van gepassioneerde vrouwen die onder het mom van zelfrealisatie duizend balletjes in de lucht houden: een liefdesrelatie spannend houden, een boeiende baan uitmuntend doen, vers koken voor de leuke geplande kindertjes, yoga op dinsdag, hardlopen op donderdag, vriendinnenavond op zaterdag en plat op de bank op zondag. Alleen lijkt de realiteit weinig op dit ideaal en worden de geplande kindertjes om de haverklap ziek, is die boeiende baan vaak absoluut onverenigbaar met zorg voor onszelf of voor anderen, doet die leuke zelf gekozen partner nog steeds niet de helft van het huishouden en snakken we naar adem te midden van al die schitterende kansen en mogelijkheden.

Er zijn weinig woorden met zo’n intense dubbele betekenis als passie. Enerzijds betekent passie lijden, en dan vooral het lijden van Christus in de laatste week tot en met zijn kruisdood. Anderzijds betekent passie hartstocht en roept het allerlei beelden op van smachtende geliefden, bevlogen kunstenaars of mensen die dag en nacht werken in hun eigen zaak.

Misschien liggen beide betekenissen niet zo ver uit elkaar. Je passie is immers iets dat zo dicht bij je hart komt, dat het risico op intense pijn navenant is.

Ik ben gepassioneerd. Ik sta op een manier in het leven en in de wereld die zo intens is dat ik het niet kan volhouden. Dus beweeg ik op en neer, heen en terug, schommelend tussen de passie en de pijn. Het helpt me om te zien dat het niet enkel iets van mijn karakter is. Om het te plaatsen in deze tijd, deze maatschappij. Om toe te geven dat het soms een keurslijf is. En dan één dat me bij momenten heel strak insnoert.

 

 

 

Een dag in het leven van prinses & co: februari 2017

Ik pik de draad weer op met een dag uit ons leven. Het is een ketting (af en toe onderbroken) van banale dagen. Maar door maandelijks een ‘banale’ dag bij te houden, zie je mooi hoe alles altijd in beweging is. Dit is een dag uit februari. Mijn blog en mijn leven lopen niet meer simultaan, en dat is prima zo.

07u30
Kindervoetjes op zolder. Ik lig naast M. Ochtenden, het is niets voor mij. De jongens willen dat we komen kijken naar het spoor dat ze gebouwd hebben. We bewonderen het uitgebreid. Onderweg naar beneden duik ik stiekem weer in bed terwijl M. cappuccino gaat maken. Zo horen de taken verdeeld te zijn.

11u00
Ik heb brood gehaald. Ik vind het moeilijk om me voor te stellen dat ik hier ga wonen, maar elke keer als ik de ochtend trotseer in deze stad, en vanuit het steegje van M. naar de bakker loop als een local, zonder bh en ongewassen, kriebelt het. Het lijkt vaak zelfs moeilijk te geloven dat mijn leven hier zou kunnen verder gaan, omdat het een context was waar ik zelf nooit van gedroomd zou hebben omdat het onbereikbaar was: een mooi huis midden in een mooie stad. Een leuke buurt. Alles op wandelafstand. Een geweldige gedeelde tuin achter het huis. Ik had het zelf niet mooier kunnen verzinnen en ik vind het soms nog steeds moeilijk te geloven dat het binnen bereik is.
We hebben samen ontbeten. De jongens hebben gespeeld en tv gekeken, ik heb soep gemaakt, we hebben gedoucht en nu gaan we op pad.

12u30
We hebben wat gewinkeld en zitten in een kindercafeetje waar de jongens leuk kunnen spelen. We lunchen tussen andere ouders en ander grut. Waarom het concept kindercafé in België nog onontgonnen lijkt is me volstrekt onduidelijk. Er is gewoon niets dat je je liever kan wensen als ouder dan lekker te kunnen praten met je lief, de krant te lezen of een boek, fijn koffie te drinken, terwijl de kinderen met zijn allen in het centrum van het café spelen met al het leuks dat er voor handen is. Je ziet ze enkel terug als ze een sipje van hun drankje komen nemen. Wat een luxe.

15u00
Ik loop chagrijnig van de H&M naar het huis van M. Ik heb kleding gekocht om te sporten en ik heb een soort diepgewortelde afkeer ten opzichte van sporten. Maar ik ben het ook eens met M. dat mijn conditie helemaal niet goed is. Ik heb elke dag pijn en ben niet bepaald in topvorm voor een vrouw van 32. Dus ja, daar moet ik wat aan doen. Maar nee, daar heb ik geen zin in. En ik hou ook al niet van de H&M, ik ben er jaren niet geweest en heb veel bedenkingen bij de herkomst en prijzen van de kleding. Ik heb een soort ideaalbeeld van mezelf, en in dat beeld ben ik inderdaad wat slanker en sportief en fit en energiek, maar het is best moeilijk om daar ook daadwerkelijk naar toe te werken.

15u30
Zwemmen met de jongens. Het is iets dat M. en ik vaak doen. De jongens vinden het geweldig en M. ook. Ik hou er minder van. Koud en nat. Maar ik zie ook in dat het een goede activiteit is voor mijn twee energiebommetjes. M. heeft me veel geleerd over mijn ouderschap. Zoals jullie hier hebben kunnen lezen, is er lang een situatie van schaarste geweest die gepaard gaat met het alleenstaand ouderschap. Schaarste van geld is één ding en misschien nog wel het meest relatief, maar ook tijd en energie  waren schaars. Het besef viel koud op mijn dak toen ik een tijdje terug van een opdracht naar M. reed en hem vanuit de auto belde dat ik een voorstel met offerte de deur uit moest doen en dat ik dus niet zou koken zoals ik eerder had aangekondigd. Ik werkte, daarna gingen we uit eten. En ik besefte dat dat voorstel dat belangrijk was en voor stress zorgde vroeger iets zou geweest zijn dat ik dan moest doen na het ophalen van de kinderen, koken, eten, bedrituelen. Meestal moest ik mezelf dan doodmoe nog proberen vooruit te branden, wat altijd een neiging tot uitstellen gaf en waarmee ik in de problemen ben geraakt.
Schaarste dus. Door die schaarste in tijd en energie zag mijn ouderschap er vaak zo uit: ik liet de kinderen een activiteit doen (bv een film kijken) zodat ik zelf wat anders kon gaan doen. Of: ik verwachtte van de kinderen dat ze leuk speelden terwijl ik uitgeput op de bank de krant las. Beide scenario’s zijn niet erg verbindend. Met M. is de tijd en energie drastisch toegenomen (hoewel we beiden ook niet zo’n sprankelende en energieke mensen zijn), en doen we ook echt activiteiten met de kinderen. Samen. Niet: jij neemt ze mee zodat ik kan werken en daarna doe ik wat zodat jij tijd voor jezelf hebt. Maar: echt met zijn viertjes. Dat is zo verbindend en gezellig en ik sta er nog steeds verbaasd van dat M. dat ook echt wil en er zelf van geniet.

18u00
Ik draag een vermoeid klein jongetje het huis in. De grote zoon schrijft in een schriftje dat hij van me gekregen heeft. Erg leuk om te zien hoe hij zich uit: hij maakt lijstjes van de namen van de kindjes van zijn klas, schrijft op wat we vandaag gedaan hebben, maakt sommetjes. Heerlijk. De kleine zoon kliert er een beetje tussendoor. Ik kook. We eten samen en gaan dan op de bank, met donsjes en ook weer met zijn vieren, naar een film kijken. De jongens liggen heerlijk tegen ons aan. Als ik ze na de film naar bed breng, zijn ze doodmoe en zielsgelukkig. Het is alsof ze alles gekregen hebben wat ze nodig hebben aan tijd, energie, liefde, uitdaging. Hoewel de grote zoon nog wel eens kwaad wordt (bij veranderingen of bij grapjes of als de kleine zoon hem een beetje in de weg zit), loopt het niet meer zo uit de hand. De kleine zoon haalt kattenkwaad uit, genre sleutels van kasten halen, maar is ook ‘los’ van me en vrij. Hij slaapt moeiteloos alleen en heeft het naar zijn zin.

21u30
Een dag met de kinderen is intens. M. en ik genieten nog even van tijd met ons tweetjes. We maken grapjes over zijn family-man-gehalte. Hoe je het ook draait of keert: ik vind het gek dat deze man die zo geniet van de tijd met de kinderen en er ook zo naturel goed in is op zijn eigen bescheiden manier, nog geen gezin met twintig kinderen had. Lucky us.

22u30
Van zodra mijn hoofd het kussen raakt, slaap ik. Ik merk amper dat M. naast me komt liggen. Ook ik ben erg voldaan. Alsof ik alles krijg wat ik nodig heb op deze mooie plek. Het ellendige gevoel van door mijn energie heen zitten waar ik al jaren mee vecht, is hier vervangen door een gevoel van totale vermoeidheid op het einde van de dag. Maar wel een gezonde, lekkere vermoeidheid na veel verbondenheid, liefs en actie. Heel anders dan het gevoel mijn energie verloren te hebben aan frustratie en vechten met mezelf. Lucky me Lucky uszzzzzzzz.

 

Connectie

Eén keer per maand hebben we een nacht zonder kinderen. Ik rijd naar de Man toe met een zekere spanning. We hebben afgesproken opnieuw mdma te gebruiken. Voor het een partydrug werd (in de vorm xtc), was het erg in trek bij psychologen en psychiaters om therapeutische redenen. Op die manier gebruiken wij het, samen. Om te helen en te binden. Een beetje zoals een ayahuasca-ceremonie, waarmee je je ziel wil uitkuisen.

(Uit een recent artikel dat een lezer hier vermeldde, leerde ik dat het gebruikt kan worden in relatietherapie om patronen te doorbreken, beter naar elkaar te luisteren en vergevingsgezinder te zijn. Ook mensen met ernstige trauma’s kunnen er mee geholpen worden.)

We gaan uit eten. Praten. Eenmaal thuis trekken we iets makkelijks aan. We zijn giechelig als we op de bank gaan zitten met een klein beetje van het goedje op. Deze keer duurt het lang voor we iets voelen. Misschien omdat we net een maaltijd hebben gehad. De eerste tijd voelt het alsof de ballast rond mijn hart verdwijnt en mijn innerlijk oog zich rustig opslaat. Maar ik voel me vooral kwetsbaar, naakt. Overigens niet op een vervelende manier, maar de blije en gelukkige gevoelens van de vorige keer blijven uit. Ik kan wel heel helder kijken en veel zien. Van mezelf, van anderen. Ik vertel de Man hoe ik misschien wel tachtig, negentig procent van de tijd bezig ben om mezelf in de wereld te houden, omdat ik zo sensitief ben dat ik het eigenlijk amper kan hanteren. Ik zie hoe vaak ik gefrustreerd ben omdat ik zo veel van  mijn energie daaraan moet geven, waardoor heel veel van mijn potentie ongebruikt blijft. Het is alsof ik voortdurend moet vechten met mezelf.

We praten. We gebruiken nog wat. De mooie, diepe verliefde roes en ontspanning komt niet, maar we zijn verbonden en praten en luisteren.

Ik bezoek het kind dat ik was op twee pijnlijke momenten in mijn jeugd. Ik ben in de situatie, maar het kind is zo gevangen door schaamte dat ik het nog niet kan helen. Dat vertel ik tegen de Man. Het is nog te vroeg. Hij moedigt me aan contact te maken met het kind dat ik was. Maar ik kan er niet bij.

Ik vertel veel over schaamte. Schaamte heeft me heel vaak ingekapseld. De Man is liefdevol en verzekert me dat schaamte er bij hem niet hoeft te zijn. Ik begrijp het, maar ik ben er nog niet klaar mee.

Dan komt er een moment waarop ik een wezen van licht zie met een kind in de armen. Het is een kind van drie maanden en ik weet dat het het kind is dat ik verloren ben. Ik vertel tegen de Man wat ik zie en dat het kind wordt vastgehouden door een vrouw die ik niet ken. Ze is jong, ze heeft lang haar, ze is heel rustig en vredig en ze houdt het kind beschermend vast. Ze schermt het gezicht af voor me, maar ik wil het zo graag zien. Er is geen gesprek maar er wordt me verteld dat het kind niet van deze wereld is en dat ik daarom het gezicht niet kan zien. Ik vang wel een glimpje op van het mondje. Ik wil het kind zo graag vasthouden en heel even lijkt het alsof ik het aan mijn hart kan drukken. ‘Het is mijn moeder,’ zegt de Man, na mijn beschrijving. ‘Zoals ik haar ken, zorgt ze wel voor ons kind.’ Ik weet meteen dat het waar is, het is inderdaad zijn moeder. Ik vertel hem dat ze in vrede is. En dat ik achter me een aanwezigheid voel. Ik beschrijf hem dat het een onrustige aanwezigheid is en ik beschrijf hem de plek. Hij antwoordt dat het onze overleden vriend is, en ook dat klopt. De plek waar ik hem voel is de plek waar blijkbaar vroeger een tafel stond en waar hij zijn vaste plek had. Ik vertel de Man dat er onrust is. Dat er iets onopgelost is tussen hen. Ik voel een vraag of een gerichtheid van de onrustige ziel maar de Man toe. De Man zegt dat hij en de vriend van elkaar hielden en dat ze dat van elkaar weten. Maar dat is niet genoeg voor de aanwezigheid. Er is nog iets dat blijft hangen. Op een bepaald moment gaat hij, maar hij kan niet weg blijven. Hij komt en gaat, komt en gaat. Intussen heeft de moeder van de Man zich, met mijn kind in haar armen, naar de Man toe gebogen. Ze kust hem lang op zijn slaap. Ik vertel het hem, aai de plek waar hij gekust wordt. Langzaam verdwijnen zij en het kind.

Om vijf uur in de ochtend trekken we ons terug in bed voor enkele uren slaap. Ik word helder wakker, prima uitgerust. De ballast is nog steeds weg en mijn innerlijk oog is nog steeds open. Ik zie en voel dingen en word daar erg rustig van. Het is alsof ik een soort toegang heb tot weten, waarbij ik mijn eigen heelheid zie, contact kan maken met mijn eigen levende en veerkrachtige ziel. Ik zie ook dingen die in de toekomst zullen gebeuren. Dingen die me geruststellen en dingen die ik verdrietig vind, maar waar ik van weet dat ze onvermijdelijk zijn. Ik weet dat de Man en ik met elkaar een leven in rechtvaardigheid gaan uitbouwen. Dat we elkaar recht gaan doen. Hij zal lang leven maar eerst sterven. Ik zal na zijn dood verzadigd zijn door de rechtvaardigheid van onze relatie, en in vrede zijn met wat het leven me gebracht heeft. Ik zie ook dat ik het kind dat ik verloren ben niet meer terug krijg, maar dat er wel een ander kind zal zijn dat bijna in ons leven komt. Het kind is al dicht bij.

De Man heeft het zwaarder, en kampt met een soort kater. We gaan ontbijten tegen de middag. We wandelen door zijn stad. De zon schijnt. Het zijn gouden uren voor mij, de Man loopt te lijden. Dan stap ik de auto, op weg naar de schoolpoort. De rit is lang en zonnig en ik ben heel en compleet. En ik reis niet alleen. Rechts achter me voel ik een beschermende energie.

Post Scriptum
Ik lees over therapeutische sessies met mdma, en herken heel veel van de werking. Op een bepaald moment lees ik dat een ‘sessie’ een vijftal maanden therapie kan vervangen. Er worden tips gegeven om o.a. via yoga-oefeningen en met intenties het effect nog efficiënter te maken. Het is niet verslavend, noch fysiek, noch mentaal. We gebruiken het minder dan één keer per maand en altijd in verantwoorde omstandigheden. Ik weet dat ik nog (psychisch) werk te doen heb en dat dit een manier is om dat te doen.

 

 

Vastgeklonken

Alain de Botton heeft met zijn ‘Weg van de Liefde’ een schitterend boekje geschreven. Over liefde. Ik heb het in één ruk uitgelezen op een woensdagmiddag. Omdat ik zo veel gelezen had, was er geen tijd om te koken en moesten we ’s avonds een boterham eten.

Het boek beschrijft een relatie, van het prille en verliefde begin tot en met ergens ver in het huwelijk na talloze misverstanden, internetchatrooms en een kapot gegooide stoel. Alain bouwt het lief op, kleedt dan de romantische liefde voorzichtig maar treffend helemaal uit. Om op het einde iets te beschrijven dat beter is dan die romantische blinde verliefdheid die voor veel mensen inderdaad bitter eindigt.

Wat hij wel biedt kan ik niet goed omschrijven, maar is een soort van ‘dan nog’. Zelfs al ben jij niet perfect en ik niet, zelfs als gaan we elkaar verdriet doen en fout verstaan, dan nog, dan nog wil ik dit. Niet omdat jij alles voor mij zal zijn en niet omdat ik geloof dat ik alles kan zijn dat jij nodig hebt, maar net met het besef van mijn en jouw imperfectie en dat het een geklungel gaat worden en een mijnenveld met teleurstellingen en fouten. Met jou wil ik het mijnenveld in en wil ik elke dag mijn best doen om te ontmijnen wat ontmijnd moet worden. Geef me je hand, we wagen het er op.

Ik ben gelovig, niet heel kerkelijk, en ik denk telkens weer aan de trouwbelofte. Elkaar liefhebben en waarderen. In goede en kwade dagen. Ziekte en gezondheid. Armoede en rijkdom. Voor het eerst heb ik een relatie waarin ik dit graag wil en voel dat ik het kansrijk is. Misschien zijn de woorden banaal geworden, maar ik vind de belofte bijna bovenmenselijk. Het is helemaal niet romantisch. Het is een ja, een ‘dan nog’.

Ik dacht vroeger dat ik angstig én vermijdend gehecht was. In de beginperiode met de Man en zeker met die onverwachte zwangerschap, ging ik dood van angst omdat ik bang was dat hij me in de steek zou laten, en schermde ik heel de tijd met ‘ik kan het ook alleen hoor’ om hem op afstand te houden. Doodvermoeiend, we geraakten helemaal in de knoop. Er was vanalles waar ik op ‘flipte’. Dat hij meer verdiende dan ik (ik was bang afhankelijk te worden en om mijn goesting te verliezen om te werken en te presteren), ons leeftijdsverschil, onze verschillende manier van in het leven staan, … Man bleef kalm en betrokken en bleef telkens het geheel voor ogen houden: ons clubje. Het gaat voor hem niet om zichzelf of om mij, maar om het clubje dat we vormen met de kinderen en nog enkele mensen die dicht bij ons staan. Hij houdt het clubbelang voor ogen en ziet dingen in het licht van het clubje. Geld is niet van hem of van mij maar van de clubkas, en in het licht van de club is het best dat we de dingen zo regelen dat niemand overkop gaat van stress en vermoeidheid, maar dat de taken en verantwoordelijkheden goed verdeeld zijn. Dat is geen afhankelijkheid van de ene partij ten opzichte van de andere, dat is erkenning van het geheel waarin alles met alles samen hangt, iedereen wat brengt, iedereen wat haalt, maar waar het ook pas goed gaat met de club als het goed gaat met elk clublidje.

Ik bleef spartelen. En toen kwam die vreselijke avond van de miskraam in het ziekenhuis. Omdat ik niet meer op mijn benen kon staan, reed de Man me in een rolstoel buiten. De peuter zat op mijn schoot. Hij nam ons mee. In de auto flakkerde mijn vermijder nog even op en vroeg ik of hij ons wel echt wou meenemen. Hij werd erg boos en ik werd bang. Ik zag dat hij zijn best deed om in de situatie verstandig te zijn en voor ons te zorgen. Ik huilde een tijdje en daarna werd het stil in mijn hoofd. En ik was blij dat ik een man had getroffen met zetelverwarming in de auto. Een miskraam doet pijn.

Hij nam me mee en zorgde voor ons. Niets spectaculairs. Hij werkte thuis zodat ik niet alleen was. Hij maakte mooie cappuccino voor me, wandelde met ons door de stad ter afleiding, probeerde me af te leiden en te troosten.

En toen was het beklonken. De vermijder en de angsthaas in mezelf zijn getemd. ‘Ik versus hem’ ging uit mijn hoofd. ‘Wij, het clubje’ kwam er in. We horen bij elkaar. Hij toonde dat hij me liefhad, waardeerde en voor me zorgde, in behoorlijk kwade dagen. En dat had ik blijkbaar nodig.

Om te verhuizen moeten er wat juridische dingen geregeld zijn. Laatst vroeg hij aan de telefoon of het helpt als hij met me trouwt.
‘Is dit een aanzoek?’ vroeg ik. We lachten. Mijn buik werd warm. We maakten grapjes over het romantische gehalte van zijn verzoek (zijnde: nihil). Later die avond sprak ik opnieuw met hem, en vertelde ik hem hoe romantisch ik zijn onromantisch aanzoek vond. Van iemand die voor zichzelf geen ambitie heeft om te trouwen, was de vraag groots en lief en heel veelzeggend. En ik, ik zeg ja.

Post Scriptum
Geen plannen so far. Ik ben niet zo van de pragmatiek. Ik trouw liever niet omdat het moet. 🙂

 

 

 

Zelfs als, dan nog

Het is zondagmiddag. De griep die zwaar heeft toegeslagen, heeft mijn zintuigen op scherp gezet. Mijn smaak is uitgekiend (kunstmatige zoetstoffen zijn niet te negeren), mijn reuk ook. Ik loop door de kamers van het huis. De slaapkamer ruikt lekker naar wasgoed en warmte en een klein vleugje van de soep die ik net in bed at.

Frustratie. Het was me wat de laatste weken. Ik ben al weken, maanden, op een sukkelspoor. Sinds de miskraam mentaal. Sinds de kerstvakantie fysiek. Het is eind januari en ik heb de voorbije maand geen volle dag kunnen werken. Omdat de kleine zoon ziek was en ziek bleef, omdat ik finaal onderuit ging met een van hem geërfde griep. Mijn lijf voelt moe van de koorts, ik weet dat het tijd zal kosten te herstellen.

Gisteren strompelde ik door een besneeuwd landschap. Voor het eerst op weekend met de Man. Amper anderhalve kilometer was een inspanning die ik niet redde, dus haalde hij de auto, bracht me naar het hotel, stopte me in bed, gunde me rust.

Ik hou van de manier waarop hij de dingen doet. Niets uitvergroot. In het verleden had ik moeite moeten doen om iemand als hem te zien. Vandaag, na de jaren met Dirk, zie ik heel goed hoe hij achter de schermen zorg draagt, sturing geeft, doet wat goed is voor het geheel, verstandige en eenvoudige keuzes maakt. En dat alles zonder dat er geprezen moet worden. Geen bloem op zijn kraag, geen pluim in zijn kont.

Hij neemt me telkens weer en telkens meer voor hem in, door zijn vanzelfsprekende engagement, zijn subtiele charme, zijn grapjes. Maar ook door de manier waarop hij met de jongens omgaat. Als een volwassene die betrouwbaar is, de leiding neemt, zorgt, maar ook speelt en geniet. Met zo iemand aan je zijde kan je je met een gerust hart overgeven aan de griep.

Intussen ben ik thuis en mijn maandelijks nachtje kinderloos. Ik ben beter, als in: ik kan mijn hoofd opheffen, ik kan de trap op en af, maar ik ben ook wankel, heb pijn en kan enkel zachte dingen eten. Soep to the rescue!

En de tijd staat stil. Ik ben alleen, niemand roept, huilt, wil wat. Niets moet. Ik kan mezelf voelen. Ik genees en ik laad op. Ik denk aan de voorbije frustrerende maanden waarin ongeveer alles tegen zat. Het is zo vervelend vooruit te willen en door zieke kinderen of gebrek aan energie of een babysit die afzegt aan handen en voeten gebonden te zijn en geen millimeter vooruit te komen. De berg van dingen die ik moet doen, groeit gestaag. En ik ben machteloos. Om in te halen, zou ik een opstoot van energie moeten hebben en minstens drie weken waarin alles perfect verloopt en er niets onverwachts gebeurt. De noden van mijn kinderen vreten mijn welzijn, mijn vermogens, mijn ambities op.

Maar de griep, de Man en het alleen zijn hebben de energie uit de paniek gehaald. De avond valt. Het huis is stil. Ik heb tijd en mentale ruimte. En vertrouwen. Vanaf nu zal het wel beter gaan. En zelfs als dat niet zo is, hoef ik het toch niet meer alleen te doen.

 

 

 

Ver weg

Dit stukje is geschreven in de winter. Ik besluit het na een gesprek met andere single moms te laten staan. Ik heb zelf geen troost of tips nodig, intussen is de situatie opgelost. Maar ik vind het nog wel een beetje mijn taak te getuigen van de onderbelichte zorgen van de ouder die er alleen voor staat met onze huidige maatschappelijke structuren, eisen en organisatie. Laten we alsjeblief een wereld creëren waarin deze wanhoop en uitputting niet meer nodig zijn! In Amsterdam zag ik laatst een soort huis voor alleenstaande ouders, waar ze kunnen verbinden. Blijkt in Nederland wel meer te bestaan. Mooi! Maar ik wil zo graag een samenleving waarin dit soort huizen en netwerken overbodig worden.

{Winter}

Het gaat niet al te best. Om eerlijk te zijn.

Het is winter. Het vriest. Het is koud.

De kleine zoon is ziek. Alweer weken. Of maanden. Hij gaat meer niet dan wel naar school. Hij is vermagerd en verzwakt. Deze week zat ik met hem in het ziekenhuis en werd hij in twee armen geprikt. Ik moest hem tegenhouden terwijl de druppels bloed in het buisje vielen. Ik probeerde wanhopig zijn aandacht naar het beduimelde boekje van Sneeuwwitje te verplaatsen.

Ik ben totaal out of control. Ik heb twee banen, een huishouden, twee kinderen, vier babysits en een lief. Ik krijg het niet meer geregeld. Mijn babysits laten het afweten. Voor mijn twee banen kom ik op vijf dagen tijd aan vijf werkuren. Vijf. Alles hoopt zich op. Ik ben in de vreemde combinatie van wilde paniek en totale uitputting.

Elke dag kijk ik uit naar de avond. Want dan drink ik drie koffies en neem ik een pilletje en kan ik vier uur werken. Of vijf! En het huishouden aan de kant! En de kleedjes en een brooddoosje voor morgen klaar!
Maar als ze dan eindelijk in bed liggen, ben ik leeg en op en moe en huil ik op de bank en ga dan slapen. Morgen beter, dacht ik een aantal avonden op rij. Nu denk ik zelfs dat niet meer.

De nachten breng ik door met teentjes in mijn neus. Twee kinderen die langs beide kanten zo dicht mogelijk willen liggen. Medicatie toedienen om drie uur of om vijf uur. Bekertjes water halen, slaapdronken. Eén keer, twee keer, drie keer per kind per nacht. Ik snak naar privacy, naar even niet ten dienste staan van. Ik wil alles en iedereen van me afmeppen, en weglopen. Ik ben zo oververzadigd van fysieke nabijheid. Ik wil alleen zijn, alleen, alleen. Ik wil gerust gelaten worden. Ik wil mezelf voelen. Ik wil voelen of er nog een mezelf bestaat.

Ik vind het ouderschap onmenselijk. Er blijft niets meer van me over. Ik ben iemand geworden die altijd moe is en geen energie en moed meer heeft. Ik ben iemand geworden die zeurt. Ik ben iemand geworden die geen afspraken meer nakomt, de boel laat versloffen, geen telefoontjes meer beantwoordt, geen mails leest, geen deadlines haalt. Ik heb een enorme drive voor mijn werk, om aan mezelf te werken, om dingen te lezen, doen, uit te zoeken die me boeien. Maar ik ben aan handen en voeten vastgebonden en ik ben woest gefrustreerd. Of ik volgende week naar kantoor kom? Wie zal het zeggen. Of ik nog eens iets ga afwerken? Wie weet. Ik ben zo kwaad, ik voel me vermorzeld.

Het werd tijd dat ik de berg eens te lijf kon gaan, maar in deze lege dagen met het zieke kind en de hele zooi, groeit de berg alleen maar. De berg met spullen, met taken, met mails, met verwaarloosde vrienden, met ongeopende post. Noem het maar. En ik? Ik word steeds kleiner. Alsmaar kleiner en kleiner. En ik krijg een hekel aan mezelf, want ik ben noch een lieve moeder, noch een fijn lief, noch een betrouwbare werknemer, noch een attente vriend. Ik ben niets meer van wat ik wil zijn.

Soms doe ik een poging om de berg te lijf te gaan. Dan maak ik plannen en voornemens. Maar de energie ontbreekt om ze uit te voeren en dan belanden de plannen en voornemens op de berg, bij al de rest. Nog meer mislukking. Plannen. Het is al niet mijn sterkste kant, maar het is ook zinloos. Elk plan dat ik de voorbije jaren heb gemaakt is gesneuveld door een ziek kind, een woedebui van een kind, een gebrek aan energie, een file, een idiote ex, … Leve de bullet journals, productiviteitsapps, zelfhulpboeken. Maar die zijn niet voor alleenstaande ouders gemaakt. Elke keer als ik weer een app heb geïnstalleerd waarmee het nu toch echt moet lukken, of een boek heb gelezen dat ik ga toepassen, voel ik me nog ellendiger omdat ik er weer niet in slaag.

Ik zie andere mensen. Met energie en levenslust en plannen en verwezenlijkingen. Ik heb een stapel boeken klaar gelegd die ik wil lezen om mezelf te voeden. Ik heb takenlijstjes. Ik heb schriftjes vol plannen en ideeën. Ik heb voornemens, soms nog een keer.

Als tip lees ik ergens elke avond het meest waardevolle moment van de dag te benoemen. Retrospectief leg ik mijn vinger elke keer op een moment met of van de jongens. Maar in de momenten zelf zijn mijn benen slap, voel ik me belabberd en wil ik alleen maar weg. Ver weg.