Die keer toen ik een adviseur betaalde en vervolgens het advies in de wind sloeg

Het was een lastig besluit, maar op een gegeven moment was de knoop doorgehakt. Ik zou ontslag nemen, de hele onzekere afgrond in springen en hopen dat het vangnet zou verschijnen. So far so good.

Klein detail was dat ik nog weg moet op mijn baan. (Update: dat is intussen volbracht.) Mijn ideale scenario is natuurlijk dat ze me een bedrag meegeven, maar second best is dat we een akkoord bereiken over het ontslag en dat ik vervolgens in een systeem kan stappen waarbij ik een lage uitkering voor een korte periode kan combineren met het starten van een eigen zaak met begeleiding.

Op aanraden van vrienden won ik advies in. Ik legde de hele situatie uit, en kreeg meteen een heel complex advies. Ik zou nu al naar de bedrijfsarts moeten gaan en zeggen dat ik stress heb bij de gedachte weer te gaan werken. De bedrijfsarts zou dan druk op de organisatie zetten en die zouden dan eieren voor hun geld kiezen en met een mooi voorstel komen om van me af te komen. Een ander idee was dat ik terug zou kunnen gaan en de kantjes ervan aflopen, maar in mijn hart ben ik al weg en vertraagt dat alleen maar mijn eigen start. Net als het scenario dat ik twee dagen terug zou gaan en me ziek melden.

Tenslotte bespraken we dat ik in gesprek zou gaan en zou aangeven dat ik echt niet wist hoe verder en dat ik het allemaal niet meer zie zitten, in de hoop dat zij met een geldbedrag en een ontslagbrief op de proppen komen. Op elke vraag zou ik dan hulpeloos moeten zeggen dat ik het allemaal echt niet meer weet (terwijl ik het natuurlijk prima weet op dit moment).

Pff.

Het is vast allemaal niet superslim van me, maar ik hou niet zo van dit tijdsintensieve gedoe. Ik wil verder, en ik wil dat zij verder kunnen.

Ooit volgde ik een cursus waar we in een oefening in twee groepen allemaal tactische zetten tegen elkaar zaten uit te werken, in plaats van simpelweg met elkaar in gesprek te gaan en te ontdekken dat er geen enkele tegenstelling zat in onze plannen en dat we een win-win konden creëren. De cursusleider stond heel erg achter vertrouwen en oprechtheid, en zo ben ik stiekem altijd al. (Ik was in die oefening overigens de enige die zat te pleiten voor een gesprek tussen beide groepen en ik werd genegeerd. Ik dacht dat ik wel de domme was, maar achteraf bleek dat ik de enige was die de ‘aangewezen’ oplossing bepleitte. Door die oefening weet ik dat ik soms luider mag roepen.)

Ik ging dus in gesprek. Zonder het achterste van mijn tong te laten zien (ze hoeven niet persé te weten wat mijn plannen zijn), maar wel met de boodschap dat het voor mij niet meer goed komt na wat er gebeurd is. En of we het gewoon netjes kunnen afhandelen na alle stomme dingen die gebeurd zijn. Het werkte. Ze kwamen met een voorstel waar ik een beetje van opkeek (niets groooots, maar wel iets aardigs).

Eerlijk en recht-voor-de-raap zijn past bij me. Dat past bij hoe ik ben, hoe ik zelf behandeld wil worden en hoe ik geloof dat de wereld beter zou zijn.

Intussen las ik in een boek over calimero’s en cali-hero’s. Ik geloof dat ik liever een calihero ben :).

Advertenties

Iets nieuws beginnen

Ik onderhandelde al een tijdje (met mezelf). Als ik een startbudget vind, dan neem ik ontslag. (Mijn bankrekening is best leeg doordat ik al een half jaar in onbetaald ouderschapsverlof ben en voordien natuurlijk lang alleenstaand ouder geweest ben.) Ik nam boeken mee van de bib over methodes om je leven op te schonen in de hoop dat daar duidelijk in zou staan dat ik moest springen. Ik praatte met verschillende mensen. Ik nam een besluit (ik ga terug in dienstverband en werk dan achter de schermen een eigen bedrijfje uit). Ik bleef piekeren. Ik sprak met allerlei mensen die de sprong gewaagd hadden.

Ik wist dat het wagen van de sprong, zonder zekerheid, zonder duidelijkheid, zonder 15000 euro in de pocket, zonder garanties, zonder beloftes, een wezenlijk deel was van de onderneming. Het komt allemaal weer neer op de tegenstelling tussen de wolvin en de trut. Leven volgens wat je voelt dat goed is, of leven volgens angst en vanuit zekerheden. Ik wil graag iemand zijn met een vrije ziel, en intussen was ik iemand die ik helemaal niet wou zijn: afhankelijk, moe, mopperig, bang.

Ik was bang om te blijven hangen in het durfde-ik-maar om dan op een gegeven moment te belanden in het had-ik-maar. Over te gaan van het nog-niet naar het niet-meer. Ik ben bang om financieel afhankelijk te blijven van de Man. Ik ben bang dat mijn plannen mislukken. Bang dat ik onze dure nanny niet kan betalen. Bang dat ik geen enkele opdracht zou krijgen. Bang dat ik niets kan, dat niemand op me zit te wachten. Dat iedereen me keihard gaat uitlachen.

Dus ik kniesde maar en vond mezelf een behoorlijke mieperd. Dat ik zou terug gaan naar een baan waar ze eigenlijk hadden geprobeerd van me af te komen, deed mijn zelfrespect geen deugd. Ik werd misselijk als ik er aan dacht.

En plots wist ik het. Ik ga niet terug. Ik volgde nog een familie-opstelling (maar toen had ik het besluit al genomen, dus daar werd het alleen maar bevestigd). De dag na het besluit lag er een tijdschrift op de mat dat kopte met ‘EEN NIEUW BEGIN’. Ik moest erg lachen. En een mooi cadeautje van een vriendin over je-vleugels-uitslaan. Het leek even alsof ze telepathisch begaafd was ofzo. (Ze is heel begaafd en bijzonder, dus dat boekje was geen toeval.)

De doorslag kwam van Clarissa Pinkola Estes. Een stukje over gezonde wolven en ongezonde vrouwenzielen. En van The Artist’s Way. Ik ben nu maanden bezig met het schrijven van morning pages, het doen van oefeningen, het onderzoeken van wat me dwars zit en wat ik echt wil. Het stuwt me naar handelen. En tenslotte zijn er mijn dochters. De grootste die me aankijkt en dol op me is, om wie ik nu al ben. De jongste die een soort hardnekkige bad-ass is geworden die al weken oefent met kruipen op de meest koppige manier en nooit opgeeft (bij het herwerken van dit stuk de update: ze kruipt). Natuurlijk hou ik ook ontzettend van mijn zonen, maar de puurheid van de baby’s en de spiegel die ze voor mij zijn, zetten me in beweging.

Het gekke is dat ik geen afgelijnd plan heb. Alleen veel ideeën en een soort urgent gevoel van wat ik wil betekenen in de wereld.

Sinds het besluit genomen is, voel ik me lichter & vrijer. Ik ben onderweg naar iemand die ik wel wil zijn, al heb ik nog geen enkele klant gehad, nog niets verwezenlijkt. Hell yeah. (Overigens ook niet helemaal waar. Ik heb als zelfstandige in bijberoep opdrachten, zij het niet om van te leven.)

P.s. Dit ging vooraf aan het schrijven van dit. Het is een beetje de weg er naar toe.

Het uur van de waarheid – en dat ik geen stoere millenial ben als het er op aan komt

Als het hier stil is (zoals de laatste tijd), is er meestal iets op til. Het grappige is dat ik zelf merk dat de interactie hier ook wat verstomd als ik met iets bezig ben dat ik nog wat verborgen hou. De voorbije stiltes kwamen door de miskraam, de tweelingzwangerschap, en natuurlijk ook even toen die tweeling er ook echt was. Intussen is er geen nieuwe tweeling in de maak, maar heb ik mijn baan opgezegd.

Ik zou dat dat zo stoer is als ik het mij voorgesteld had. Millenials-stoer, je weet wel. Zelfbewust, zonder een centje pijn. Het tegendeel is waar. Het doet echt pijn en ik heb er heel lang over gedaan.

Natuurlijk heb ik al een aantal jaren plannetjes in mijn achterhoofd die maar blijven smeulen, ook al probeerde ik het vuur regelmatig te blussen met mezelf streng toespreken dat niet iedereen als zelfstandige een inkomen kan verwerven, dat ik het me te rooskleurig voorstel, dat mijn plannen te vaag zijn. In heel de tussentijd cirkel ik rond vrouwen die de stap gezet hebben en kijk ik ademloos naar hoe ze het doen en dat ze het doen. Maar er was altijd wel een goede reden waarom ik niet nu. Maar het bleef smeulen. Ook al dacht ik vaak dat ik aan een soort escapisme leed. Natuurlijk is gaan werken niet altijd tof en het is heel leuk om in je achterhoofd te denken: wacht maar, ik ga zelf iets verzinnen dat WEL elke dag tof is.

Toen kwam het nare terugkeergesprek met de baas na mijn tweelingzwangerschap. Het liep met een sisser af en ik was weer welkom op kantoor. Intussen regelden de Man en ik een oppas aan huis met alles wat daarbij komt kijken, kreeg ik het Spaans benauwd bij de gedachte dat die vrouw (waar niets mis mee is – ze is lief) drie dagen per week voor mijn pupjes gaat zorgen en dat ze daar bruto van ons meer voor krijgt dan ik netto verdien (de toeslag nog niet ingecalculeerd). Maar hee, ik ben een modern wijf en ik ga werken! Ik krijg het net zo goed Spaans benauwd als ik er aan denk dat mij nog een paar weken thuis resten, want ik ben zo moe van het zorgen. Sommige dagen is het drinken van een glas water al een luxe. Een tweeling blijft zo ontzettend intens. (Zo intens dat ik as we speak een oppas heb ingevlogen om twee uur met mezelf te zijn en even te schrijven, want ik hoop dat ik zo wat tot rust kom en daarna weer voor iedereen kan zorgen. De kleinste kruipt en eet alles wat ze onderweg vindt en ze weigert te slapen overdag en ik hou het niet bij.)

Ik schreef dit stukje. En dat gevoel, dat ik ben wie ik niet wil zijn, dat knaagt en knaagt. Knaagde doorheen mijn besluit om flink te zijn en gewoon weer te gaan werken. En toen hakte ik de knoop door en nam ik ontslag.

Dat klinkt stoer, maar ik heb het huilend gedaan. Tranen en bijhorend geluid dat ergens heel diep vandaan komt. Dat was een mail. Het grootste tweelingkind zat naast me en keek verbaasd om het dierlijke geluid dat uit haar moeder kwam, en ik zei haar dat het niet aan haar ligt, dat ik blij ben met haar maar dat het soms zo pijn doet allemaal. (Het was ook een beetje familiaal bezwaard want in mijn vrouwelijke lijn worden banen opgezegd na het krijgen van kinderen met veel spijt en verdriet en dat werkt in mij door.) Vervolgens moest ik op gesprek. Ik reed de weg die ik goed ken, keek een laatste keer uit over die velden tussen al die rotondes, luisterde in de auto naar Dear Sugar over je eigen leider zijn, probeerde dapper en flink te zijn, had een kort gesprek, gaf mijn sleutels terug (wat een raar moment). Begroette nog wat collega’s die enthousiast vroegen of ik terug kwam (nee, ik ga weg). Dronk koffie op een plek waar ik zo vaak koffie had staan drinken met iedereen die voorbij kwam. Vluchtte het gebouw uit. Op de parking stond mijn idioot grote gezinswagen te wachten, en dat was zo vervreemdend want al die tijd daar had ik een klein gezwind autootje dat helemaal bij mij paste. Ik stapte in de grote gezinswagen en reed de parking af en luisterde 100 keer naar dit liedje en dronk koffie met een vriendin en reed naar huis en ik voelde me even vrij als wanhopig verdrietig en in de auto zong ik luid mee met 100 keer dat liedje omdat ik niet wist of ik moest huilen van verdriet of van trots.

’s Avonds was ik een soort trots en happy en vrij. De volgende dag viel de hemel op mijn kop. Ik voelde me zo weinig gewaardeerd en zo tekort gedaan en zo alleen en zo bang. Dat werk is zo lang mijn houvast geweest, mijn trots, mijn zekerheid. Er is geen tijd om het een plek te geven, alleen die paar uurtjes die ik koop bij een oppas. De spanningen tussen de Man en mezelf zijn te snijden. Gevolg van tweelingouderschap, uitputting, maar ook mijn gewroet in dit vel dat niet lekker zit en de boosheid en angst en onzekerheid die nergens naar toe kan.

Binnen een paar weken komt er een mevrouw die drie dagen per week voor mijn kinderen zorgt. Dan pak ik mijn spullen (ik moet nog een nieuwe pc en telefoon kopen – ook dat is allemaal zo ontwrichtend als je al nergens tegen kan) en ga ik. Ik zoek een plek waar ik naar toe kan gaan. Ik testte al een plek uit waar ik wanhopig weg ging omdat al die creatieve zzp-ers die er zaten luid en druk waren en ik met niemand van hen het gevoel had lekker te willen uitwisselen zoals ze op de website beloofden. Maar ik ga dus, ergens naar toe, en dan schud ik eindelijk al die plannen uit mijn mapje en is het uur van de waarheid daar.

Intussen ben ik 35 geworden en in de antroposofie tellen ze in periodes van 7 jaar met breukmomenten. Ik ga nu de fase van het ontvouwen in. Op mijn bureau slingert het boekje van Pinkola Estes dat me over de streep duwde en in mij ziet de wolfsvrouw het aan en weet ze dat het stof gaat liggen en voedt ze zich met mijn besluit dat niet uit angst genomen is, maar met moed en tranen.

Over een ontembaar kind en mijn spirituele bereik

Ik heb een soort van ‘spiritueel bereik’. Er zijn dagen dat ik het gevoel heb dat alles is zoals het moet zijn, dat allerlei dingen op mijn pad komen, dat ik vertrouwen heb in de kant die het allemaal uitgaat. En er zijn dagen dat het donker is en dat ik boos en verongelijkt ben.

In mijn morning pages maakte ik een lijn, een boog. Ik tekende twee poppetjes bij de uitersten. De ene groot en blij, armen in de lucht. De andere met hangende schouders. Beiden ik.

De boog bestond uit woorden.
opendankbaarzachtconnectedonrustigboosjaloersverongelijkt

(Ik vergeet nog heel veel woorden, het is een beginnetje.)

De laatste dagen zijn er veel ervaringen waardoor ik me aan de linkerkant bevind. Een bijzondere ontmoeting met iemand waarmee de golflengte klopte. Een contact met een manager van mijn organisatie die hetzelfde meemaakt als ik, alleen was hij niet bevallen maar had hij een hartaanval (seriously). Een lange autorit alleen. Een gesprek dat borrelt van de ideeën. Even terug in Leuven zijn. Op bezoek zijn bij de mooiste mensen die ik ken en daar chocomousse voorgeschoteld krijgen. Langslopen bij een vriendin hier in de buurt en zelfs in de korte beschikbare tijd een geniaal gesprek voeren. Denken aan de dochters – intens ouderschap op dit moment want ze sukkelen met ziekte en steken elkaar heel de tijd weer aan. En me realiseren dat ik een ONTEMBAAR KIND heb gebaard (kleine zus). En een lieve koala (grote zus). Hoe heftig het ook is (de Man was ongeveer gesloopt na mijn tripje naar België, het ontembare kind had hem onvermoeid bezig gehouden – hij had zelfs voorgelezen en dat vond ik heel schattig), het blijft zo een wonder.

Veilig aan de linkerkant, voelt het even alsof alles goed is, niets zomaar gebeurt en alles goed zal komen. Ik denk dat ik hier maar even blijf.

Sponzen en hun moeder

Baby’s zijn sponsjes.
De toestand met mijn werk gaat maar niet over. Ik heb zelf een keuze gemaakt (waarover later meer), maar er is veel spanning. Ik ben nerveus en heb gewoon niet zo’n lange adem. Het sleept al maanden aan, en ik wil graag dat het klaar is en dat ik verder kan.

Allemaal niet zo gek.
Maar ik ben een moeder en ik heb twee baby’s.
Baby’s die als sponsjes de spanning opzuigen en niet meer slapen. Krijsen, brullen, elkaar aansteken in de onrust.

Het thema van de boekenweek is moederschap. Ik lees her en der dingen over moeders. Ik ben naar een opstellingsavond geweest en daar was een vrouw die zich niet gezien voelde door haar moeder. Ik heb zelf het idee dat mijn moeder met haar ontwikkeling mijn puberteit heeft gekaapt (*) (alternatief was dat ze gefrustreerd was gebleven en dat op mij had geprojecteerd). Ik lees een tijdschrift dat in GROTE LETTERS zegt dat DE BAND TUSSEN MOEDER EN DOCHTER DE MEEST FUNDAMENTELE IS VOOR DE VROUW. Of zoiets. Ik denk aan mijn eigen moeder, ik denk aan mijn dochters.

Ik denk aan de vrouw uit de opstelling tegen wie ik wou zeggen dat moeders ook maar mensen zijn. Mensen die niet uitgeslapen zijn, een slechte dag kunnen hebben, vast kunnen lopen in hun baan, hun relatie, hun psyche, hun leven. Ik begrijp dat het kind wil dat de moeder alles voor hem of haar is dat hij of zij nodig heeft, dat je wil dat je moeder er altijd is en altijd de juiste dingen doet en wijs is en gul en mooi en een voorbeeld en een rolmodel. Ik ben zelf zo een kind, maar ik ben ook een moeder en ik struikel soms over het leven, zeker in tijden dat er 24/7 zorg van mij verwacht wordt voor wezentjes die niets kunnen, behalve hun met zorg bereid papje in mijn gezicht blazen, huilen bij ongemak, door de kamer sluipen, tatataa roepen en dadadaaa en puh.

Nooit lees ik iets over vaders. Altijd over moeders. Moeders. Moeders. Ik word er nerveus van, want ik ben een moeder. Een moeder zonder vlekkeloos parcours. Een moeder die het soms spuugzat is en met de noorderzon wil vertrekken naar een hutje op de hei waar enkel boeken en koffie zijn en hertjes. Een moeder die dol op ze is, maar soms gewoon emotioneel niet beschikbaar (soms? vaak misschien zelfs) omdat het haar de keel uithangt dat het oud papier al weken klaar staat en ze het huis niet uit kan om het weg te brengen. Of dat ze niet kan sporten omdat ze overdag niet weg kan en ’s avonds bij elkaar te vegen is. Of dat ze niet kan slapen, omdat de kleine baby het grootste deel van het bed nodig heeft en aan haar haar trekt ’s nachts. Of omdat het gedoe met het werk maar niet opschiet en ze even niet meer weet hoe het allemaal verder moet. Of omdat ze kwaad is op de vader, soms.

Ik vind het ouderschap een geschenk, echt, maar het is zo omvattend. Het is zo omvattend, en ik ben maar een mens. Een moeder, ja, maar een mens. Misschien staan mijn kinderen binnen dertig jaar wel in een opstelling te vertellen tegen een vreemde dat hun moeder niet beschikbaar was, of onvoorspelbaar, of humeurig, of verveeld (**).

(*) Ik realiseer me vaak – later misschien iets om meer over te schrijven – dat mijn moeder zich geëmancipeerd heeft en dat ik dit proces van op de eerste rij heb meegemaakt. Het begon met een hobby uitoefenen. Eisen dat ze met haar voornaam aangesproken werd. Weer beginnen werken na een lange tijd thuis.
Ik zou om het even welke vrouw LOEIHARD aanmoedigen bij dit proces, maar ik neem het haar onbewust kwalijk, omdat er spanningen waren en ze er niet was en ze er steeds minder was en ik steeds meer op mij nam thuis. Parentificatie heet dat, en het heeft zo veel kreukels in mijn leven gebracht.
De tegenstelling (principes versus gevoel) verwart me.

(**) Ik probeer nu werk te doen (zoals TAW, opstellingen, …) zodat ik mijn kinderen minder gedoe laat erven.

P.s. Ik hoorde deze docu en het raakte me loeihard. Daarbij leerde ik dus dat er zoiets is als een huisvrouwensyndroom en dat je daar in het slechtste geval dood van kan gaan.

P.s. 2. Soms lijkt het alsof ik omring ben door parasieten die lak hebben aan het feit dat ik ook iemand ben die ook dingen nodig heeft. Zoals slaap. Zie ook dit stukje, over je een vreemde voelen in je eigen leven.

De uitjes – hoe duur is cultuur? (met tips)

De trouwe lezer weet dat ik wekelijks een uitje heb met en voor mezelf. Ik schrijf hier om de zoveel tijd wat ik dan doe en wat ik er uit haal. Ook vandaag weer een lijstje, maar ook wat bedenkingen. Want naast het claimen van tijd, claim je met een wekelijks uitje ook geld. Want wekelijks wat doen, loopt dat niet in de papieren?

Wel, het antwoord is ja en nee. Ja, omdat gratis niet bestaat natuurlijk. Nee, omdat ik alleen ga, en dus geen oppas moet nemen. (Is een besparing van 7 tot 12 euro per uur, zeg maar.) En nee, omdat er gewoon handige dingen zijn waardoor het allemaal behapbaar kan blijven. Zo heb je in Nederland voor een 60 euro per jaar (dacht ik) de museumkaart: gratis toegang tot maar liefst 400 musea! Er is ook een kidsversie voor 30 euro, haal je er zeer snel uit. Het is overigens ook leuk om een aantal uitjes in te plannen zodat je je kaart er alvast uit hebt op twee maanden tijd. (Ik heb opgevangen dat er nu ook een museumkaart in België is, die heb ik niet in mijn bezit.)

Daarnaast heb je ook cineville, een pas waarmee je bij arthouse-bioscopen voor 20 euro per maand zoveel naar de film kan als je wil. Als je twee keer gaat, heb je het er uit. Maar je kan ook twee keer per dag gaan, of twee keer per week, of drie keer per dag.

Daarnaast heb je ook ‘we are public’, waarmee je met 17 euro per maand cultuur mee ondersteunt en toegang hebt tot een selectie van voorstellingen, exposities, tentoonstellingen en films. Er is dus een soort pre-selectie, waardoor je je horizon verbreedt op een betaalbare manier. En je investeert in cultuur. Win-win!

Je kan natuurlijk ook thuis je uitje plannen. Een goede film op de bank is ook fijn. In dat geval is Netflix natuurlijk de grote speler, maar ik ben meer gecharmeerd van de NPO-app. Voor een paar euro per maand krijg je een alternatief aanbod aan programma’s, series en films. Laatst hadden ze bve een thematische selectie van Oscar-winnaars en heb ik o.a. 45 years gezien met de Man. Maakte veel indruk en is volgens mij niet op Netflix te zien. Ook The Imitation Game was zo een topper die meteen onder mijn huid kroop en die ik daar vond en waarvan ik me afvraag of die op netflix staat.

Ik blijf het fijn vinden dat door hier gewoon mee te starten (een uitje per week, alleen met mezelf), mijn ‘radar’ aangegaan is. Zo hoorde ik de prachtige podcast ‘De brand in het landhuis’ (aanrader!), realiseerde ik me dat de host daarvan een acteur is en kocht ik een kaartje voor zijn volgende voorstelling, hoewel ik dus niet zo veel van theater weet verder. Ik vroeg me altijd af hoe mensen daarin selecties maakten voor zichzelf. Ja, je kan uiteraard de cultuurpagina’s van de krant lezen enzo. Maar er is zo veel, dus wat kies je, hoe vind je je weg? Ik kies dus niet ‘out of the blue’ voor deze voorstelling, maar heb een aanknopingspuntje gevonden in de podcast en zodoende. Mogelijk doen andere mensen dat dus ook zo.

Voor mezelf en voor jullie: wat heb ik de voorbije weken gedaan?

  • Eindelijk: de sauna. Gratis bovendien, want ik heb airmiles ingewisseld voor een kaartje. (Nog een tip!) De airmiles spaarde ik vroeger bij het tanken. Nu rijd ik amper nog, dus spaar ik ze in de Albert Heijn. Het voelde best decadent om naar de sauna te gaan. Is toch een luxe die ik associeer met iets samen doen met de Man. Het was enigszins onwennig en ook wat meer confronterend dan film of toneel, want in de sauna moet je de tijd echt wel met jezelf uit zitten terwijl iedereen om je heen praat met elkaar over de stomste dingen eerst. Als je gesprekken van anderen opvangt in een allenige toestand, besef je pas echt hoeveel van dat gepraat ‘vulsel’ is, verpakte ongemakkelijkheid. Ik kwam (pas) na een uurtje in een beetje een dromerige toestand. Erg fijn.
  • Een massage, bij mijn vriend. Ik merk soms plots dat heel mijn lijf gammel is. Ik probeer weer wat hard te lopen/te hardlopen, maar ik ben strammig, mijn rug doet pijn en er zit vermoeidheid in mijn lijf. (Ik ging naar de wobbelyoga met de kleuterzoon, en ook daar voelde ik weer hoe stram ik ben. Mijn ideale ik gaat weer aan de yoga en leert mediteren, maar dat is misschien nog wat te optimistisch.) Dus ging ik naar de massage, wat eerder een pijniging was dan een ontspanning. Met naalden die in mijn spieren geprikt werden en magnesiumspray. Maar alles voor de goede zaak. Ik maakte me misschien wat makkelijk af met dit uitje, maar soms vind ik die uitjes ook wel een onderneming: thuis de boel de boel laten, wat rushen om het pand te verlaten. Meestal voelt dat hemels, maar soms is het ook even goed zo en is een massage op een ochtend dat de Man thuis is mijn uitje van de week.
  • Een opstellingsavond. Had ik een beetje impulsief besloten en ik was stiekem van plan om weg te gaan als het te zweverig of te gek zou zijn, maar het was een heel serene, mooie en leerrijke avond. Wat fijn om in een ‘wetend veld’ te staan en je te realiseren dat je in het oplossen van items van iemand anders, ook eigen dingen kan zien.
  • De geweldige docu ‘Nu verandert er langzaam iets’ gezien. Je bent toeschouwer bij allerlei vormen van therapie en coaching, in groep en individueel. Met paarden, met ademen, schreeuwend, ademend, met management-modellen, opstellingen. Er is geen voice-over, je mag het volledig zelf interpreteren. Ik vond het GENIAAL en zou je van harte aanraden deze documentaire te zien. Het gaat van schaterlachen tot kippenvel en alles daartussen.

It takes a village to… (Met twin-tip)

Ik dacht dat ik het onder de knie had, twin-parenting. Niet dat het altijd leuk is, of handig. Vooral logistiek een enorme onderneming eerlijkgezegd. Elke keer dat je de deur uit moet, is er die organisatie (luiers, jasjes, buggy, spullen mee, …). Daar ben ik best handig in geworden. Zo staat er bijvoorbeeld een vaste luiertas klaar die telkens aangevuld wordt, en ligt/staat alles op vaste plaatsen zodat er geen tijd verloren gaat aan zoeken.

Anyway. Toen werden de baby’s ziek. Twee baby’s met 39 graden koorts. Huilerig & hangerig. Niemand wou slapen, de hele structuur omzeep. Iedereen wou op mijn schoot zitten. Het eten werd een zootje. De medicatie moest ik goed monitoren (geef maar eens per ongeluk dezelfde baby twee keer medicatie). Zucht. De buurvrouw nam het even over om te kunnen douchen en verder schikte ik me in mijn lot en zat ik de hele dag op de bank met de dames op schoot, te kijken naar (ok, ik weet het, ik ben een ramptoerist!) de netflix-serie over Madeleine McCann.

Op zo’n dagen haat ik mijn leven een ietsiepietsie omdat ik allemaal grootse plannen heb waar nooit iets van komt.

En toen nam de dag een fijne wending. De buurvrouwen kwamen koffie drinken. De baby’s gingen van schoot tot schoot. Er was gebak en chocola en verhalen. Daarna schoven we nog door naar een ander huis voor een borrel. De uren vlogen voorbij. Voor ik het wist lagen mijn zielige zieke zieltjes in bed (waar ze natuurlijk een uur later weer huilend uit gevist werden) en was één van de stomste dagen ooit (twee zieke baby’s, echt) nog best gezellig geworden.

It takes a village to raise a child, ja. Maar vooral dit: it takes a village to keep a mother sane.

P.s. In de categorie twin-tips: de Man heeft een slimme speaker geïnstalleerd. Met mijn verleden als single mom vind ik zo’n dingen overbodig, maar wat LEUK om vanuit bed of als je je handen niet vrij hebt, te vragen aan Google of de radio aan kan, of ze de hoofdpunten van het nieuws even kan afspelen, een mop kan vertellen, een raadsel, mijn afspraken voor de dag even kan voorlezen, even wat in mijn agenda kan zetten, of ze 1,5 uur slaapliedjes kan spelen. En als ik haar een complimentje geef, antwoordt ze dat ze me ook leuk vindt. De schat. Bijzonder handig voor elke ouder, maar zeker ook voor de twin-parent die altijd wel een kind in de armen heeft.

Brief uit de toekomst

Een tijdje geleden heb ik hier een ‘oefening’ gedeeld, die ik heb gedaan in het kader van The Artist’s Way. Vandaag deel ik er graag nog ééntje, met de uitnodiging de oefening over te nemen op je blog natuurlijk :), en ons met een linkje in de comments uit te nodigen.

Vandaag gaat het om een reis in de tijd (uit week 4 van TAW, ‘een gevoel van heelheid terugvinden’). De opdracht gaat als volgt: beschrijf jezelf als je tachtig bent. Schrijf op wat je na je vijftigste gedaan hebt waar je plezier in had. En schrijf van een brief van die tachtigjarige aan je huidige zelf.

Ik moest erg lachen. Als ik 80 ben, zijn die baby-dochters 45 (en hebben ze hopelijk wél haar), de kleuterzoon 50 en de grote zoon 54. De Man zal 95 zijn. En ik? Ik ben een kranige dame. Ik bak appeltaart, rommel wat aan in huis, ben zelfstandig en mobiel, denk overal het mijne van maar ben wel open naar anderen toe en ik ben natuurlijk omringd door sprankelende kleinkinderen en kijk erg uit naar mijn achterkleinkinderen. Ik schrijf nog elke dag morning pages, en heb nog wekelijkse uitjes. Een ketting van uitjes van mijn 34ste tot mijn 80ste, imagine wat voor moois ik allemaal gezien en beleefd zal hebben! Ik lees, ik schrijf, ik blog, ik kook soep, ik zit in het zonnetje op goede dagen, en de Man en ik schuifelen de stad regelmatig in voor een kopje koffie. Na mijn vijftigste zal ik mijn eigen bedrijf geleid hebben, geschreven hebben, gewerkt hebben aan een soort ‘nalatenschap’ (of bedacht hebben dat dat niet hoeft), bewust geleefd hebben (als in: bewuste keuzes, niet zomaar een beetje van dag tot dag, de tijd die me gegeven is goed inzetten zeg maar, iets waar ik pas recent het knopje van omgezet heb in mijn hoofd – voordien hobbelde ik wat mee met wat iedereen nodig had en verwachtte en wat ik dacht dat allemaal moest – en ja, er is nog werk aan de winkel).

En mijn brief? Moeilijk om te schrijven, maar hierbij een poging.

Hee jij daar, bijna-35-jarige zelf.

Je staat middenin het leven, met die kleine baby’s. Wat een drukte! Wat een dynamiek. Ik begrijp dat je soms doodmoe bent.

Een paar dingen die ik je wil aanreiken:
Doe maar rustig aan. Je wil veel en je moet veel van jezelf. Er komt nog tijd om hard te lopen, boeken te schrijven, yoga te doen, het huis op te ruimen, … Kies er maar vaak genoeg voor om gewoon eens met die kleintjes te tutten, of met de grote mannen een ijsje te gaan eten, of in het gras te gaan liggen met alle vier of met de Man te praten. Dat kan nu, dat kan binnen vijf jaar niet meer op deze manier. En dan kan je de zolder opruimen, hoewel het geen kwaad kan als je dat nu al doet, maar dan niet ten koste van de mooie dingen. Het rare is dat de afwas doen niet echt een goede besteding van tijd is, maar dat het wel beter is als die gedaan is. Als het maar geen doel op zich wordt.
Hou ruimte voor jezelf zonder schuldgevoel. Je voelt je nu soms schuldig als je je morning pages gaat schrijven zonder eerst de keuken op te ruimen, of als je een oppas neemt en die tijd gebruikt om wat te kliederen op papier, of als je man en kinderen achter laat om naar de film te gaan of wat anders te gaan doen, maar je moet ook ademen en jezelf voeden en daar is niets mis mee.
Je hebt er nu even een rothekel aan dat je geen inkomsten hebt, en daar teert je eigenwaarde van weg. Probeer zelfstandig zijn (eigen auto, mogelijkheid om een eigen huis te huren of kopen, geld verdienen) even los te laten. Je bent de moeder in dat clubje. Je bent niet meer zelfstandig, haha. Geld verdienen is geen doel op zich, maar het is een bijkomstigheid, een effect van de dingen doen die je wil realiseren in de wereld. Net als een gezond gewicht. Dat hoeft geen doel op zich te zijn. Leef actief en draag zorg voor jezelf, fysiek en mentaal, en dan volgt dat lijf wel. (Ja, ik heb nu drie keer na elkaar ‘doel op zich’ geschreven, maar dat komt omdat ik ook stilaan wat vergeetachtig word 😉 ).
Het is noch het één, noch het ander. Kinderen hebben (of om het even wat in het leven) is nooit het eeuwige instagram-moment, maar ook niet alleen maar dat plakkerige nooit-klaar-en-altijd-moe. Ja, ik weet het. Er zijn veel dagen dat je al om 4 uur wakker bent en al voor 7 uur vier poepluiers hebt verschoond en dat het lijkt alsof je enkel maar was weg werkt, dingen van de grond schraapt, eten maakt dat toch uitgespuwd wordt en koude koffie drinkt. Dat is allemaal waar. En nee, kinderen zijn in het echt zelden zo charmant als op een ander of op een foto van een ander. Maar ze zijn echt en warm en ze zeggen grappige dingen en ze hebben warme lijfjes en je mag er boeken aan voorlezen. Dat is ook allemaal waar. Dus stop met je fantasieën over een kinderloos leven waarin alles groots en meeslepend is en niets plakt en je je ’s ochtends tenminste een mens voelt en indien niet: dat je dan gewoon nog wat kan slapen of warme koffie drinken. Of fantaseer er op los als dat helpt. Maar blijf ook gewoon daar, bij hen. En probeer beide kanten te zien.
Hou de Man in ere. Ik weet het, hij is weinig speels en een beetje streng en hij ruimt altijd op en verwacht dat je dat ook de hele dag doet. En hij is iets minder aaibaar dan je zou willen. Maar het is geen flierefluiter, en we weten allemaal hoe het is afgelopen met mister Flierefluiter. De Man is er, hij doet zijn best op allerlei onzichtbare manieren (want dat is net zo mooi aan ‘m, hij doet wat moet gebeuren zonder een schouderklopje te verwachten). Hij zorgt voor je, hij is meestal redelijk en meestal in voor een gesprek of samen koffie drinken. Hij is een goed mens, dat weet je best. Hij kan best onbuigzaam lijken, maar hij is een Man uit één stuk.
En tot slot: zelfs nu zie je al dat het leven zijn stroom volgt en dat het één tot het andere leidt en dat er een tijd is voor alles en dat je hulp krijgt uit onverwachte hoeken op momenten dat je het nodig hebt, dus vertrouw daar maar op. En stroom maar mee tot hier & nu, een dag met een appeltaart in de oven.

Liefs.
Je 80-jarige zelf




De buitenkant en de binnenkant

Soms is het donker in mijn hoofd.

Ik realiseerde me laatst dat ik een vrouw ben met acht kilo te veel, die rijdt in een auto die niet van haar is, leeft in een huis dat niet van haar is, geld uitgeeft dat ze niet zelf verdiend heeft en een hoofd vol plannen heeft waar ze maar over blijft twijfelen, terwijl ze terug gaat naar een baan waar ze haar hadden willen afschepen na een zwangerschapsverlof. En o ja, ik zit ook al weken tegen dezelfde op te ruimen spullen aan te kijken.

Er zit een discrepantie tussen wie ik in mijn hoofd ben/wil zijn en wat ik soms in werkelijkheid zie van mezelf. Je bent wat je doet, dat idee. Je bent niet wat je wil in je hoofd als je het niet realiseert. (Daar heeft Roos Vonk over geschreven, dacht ik.)

Als het over iemand anders zou gaan, zou ik die persoon wel wat credits geven, als ik zou zien dat ze vier kinderen heeft waaronder één tweeling van acht maanden, waaronder één ontzettend onrustig baby’tje dat amper twee keer een half uur per dag slaapt. Ik zou zeggen dat ze geduld moet hebben en dat voor alles een tijd is en dat Rome niet in één dag gebouwd is en dat het ook best een prestatie is om de hele meute in leven te houden en van vers voedsel te voorzien, en dan af en toe nog eens naar de film te gaan, wat freelance werk te doen en een rondje te gaan hardlopen en dat met zo weinig slaap. En elke dag drie machines was te draaien. O man, wat heb ik respect gekregen voor de Thuisblijfmoeder. Echt, hulde, hulde.

Ik wil vast te veel. Dat hoeven jullie niet meer in de comments te schrijven, want dat weet ik wel.

Tegelijkertijd is dat willen ook een soort motor, en ben ik blij dat die motor weer draait. Tijden waarin die niet draait en ik helemaal niets wil, zijn erger dan de dagen waarop ik gefrustreerd ben omdat ik te veel wil.

Ik wil veel en ik durf weinig.
Ik durf mijn baan niet opzeggen en iets van mezelf starten, want van zodra ik daarover begin na te denken, poppen er 1001 dingen in mijn hoofd op die eerst moeten gebeuren. (Zoals opleidingen volgen, 8 kilo afvallen, sparen, een website laten maken, alles 1000 keer uitdenken, geld lenen bij de Man om de eerste tijd door te komen, 5 km kunnen hardlopen – heeft overigens niets met de inhoud van mijn plannen te maken, maar als ik dat kan ben ik vast een wilskrachtig iemand … ). Tegelijkertijd word ik misselijk als ik er aan denk weer naar kantoor te moeten binnenkort, na alles wat er gebeurd is.

Ik wil even alleen weg. En even met de Man. Maar ik durf de kinderen nergens te ‘stallen’ want dan gaat heel de hechting vast mis. (Ik weet wel dat het zo’n vaart niet loopt, maar zowel de Man als ik verlangen naar even weg – samen en ik ook apart – maar we voelen ook beiden dat het te vroeg is voor de baby’s.)

Ik wil in een week waarin er heel veel bezoek komt, een paar uur voor mezelf claimen, ook al is er bezoek in huis, omdat ik soms het gevoel heb dat ik stik. Maar ik durf niet. (Update: ik heb het gewoon lekker wel gedaan, op een moment dat de Man thuis was.)

Ik wil alleen naar de sauna, maar dat durf ik niet.
Misschien daar maar eens mee beginnen.
Zucht.

Ik las laatst dat we onze eigen binnenkant altijd vergelijken met de buitenkant van anderen. Dat spookt al dagen door mijn hoofd. Dus keerde ik mijn hoofd nog een keer om en schreef ik die binnenkant van mezelf er eens uit in deze blog. Terwijl ik me realiseer dat het er aan de buitenkant vast goed uit ziet: een bende kinderen, een schattige tweeling, lekker thuis om van ze te genieten, binnenkort weer deeltijds aan de slag, comfortabele auto, leuk huis op een leuke plek, uurtjes oppas om wat voor mezelf te gaan doen, avondjes uit in m’n uppie omdat ik dat wil en het kan. Veel om blij mee te zijn en dat ben ik meestal ook. Maar soms, soms is het even donker in mijn hoofd. En daar wil ik best eerlijk over zijn.

De onverwachte wending

Eerder schreef ik al over het feit dat mijn terugkeer naar het werk bemoeilijkt/ontmoedigd werd. Zie hier en hier.

Hierbij het vervolg. Achter de schermen had ik me geïnformeerd bij het juridische loket, die erg moesten lachen met het doorzichtige van de situatie (een baas die een conflict uitlokt, dan gaat roepen dat het een arbeidsconflict is als je tegenwerk biedt, ze voorspelden dat stap drie het aanbieden van een regeling tot ontslag met wederzijds akkoord was). Ik was via de vakbond ook terecht gekomen bij het College voor de Rechten van de Mens, die graag een onderzoek wilden instellen naar zwangerschapsdiscriminatie, en me in contact brachten met een anti-discriminatie-organisatie die me kon ondersteunen bij de te zetten stappen.

De vrouw waarmee ik sprak, zette me meteen aan het werk: gespreksverslagen maken en die samen met de vraag om verheldering van de situatie sturen aan de bestuurder van de organisatie waar ik werk. Zo gezegd, zo gedaan.

Meteen alle poppetjes aan het dansen. Er volgde een gesprek met P&O waar duidelijk was dat ze wat hadden zitten wroeten maar niets hadden kunnen vinden dat ontslag zou rechtvaardigen. Vervolgens werd ik uitgenodigd bij de bestuurder, die luisterde, me meteen verzekerde dat ik terug verwacht word op kantoor. Mijn baas moest zijn excuses aanbieden, er volgt nog een verhelderingsgesprek en hij zal mijn leidinggevende niet meer zijn.

Dit was op zijn minst gezegd een nogal onverwachte wending. Er was opluchting, maar ook boosheid (zie je wel, hij zat fout, en heel deze toestand was niet nodig geweest). Ik heb eerlijk gezegd nog niet veel zin om terug te gaan na alles wat er gebeurd en gezegd is. Achteraf gezien was het echt heel naar en heb ik er heel veel negatieve emoties bij ervaren. En het heeft me veel tijd gekost. Ik laat het even bezinken en vraag me af waar het eigenlijk goed voor geweest is.