Do’s voor de kersverse (twin)mom

In de comments kwam laatst een vrouw langs die zwanger is van een meisjestweeling. Dat vond ik zooo leuk! Tijdens mijn zwangerschap las ik alle blogs van wolferien telkens maar opnieuw. Ze had zo’n leuke wekelijkse blog over hoe haar zwangerschap vorderde. Daar heb ik best veel aan gehad.
Gisteren wandelde ik met de twinnies door de stad. Achter mij stopte een fietster. ‘Even kijken hoor,’ zei ze. Daar ben ik intussen al aan gewend. En toen zei ze: ‘Het wordt beter! Die van mij zijn negen. Het eerste anderhalf jaar is hel, maar het wordt echt beter.’
Dat deed me zo’n deugd. Dus hier draag ik mijn steentje bij. Een blog voor de zwangere van een meisjestweeling en ook voor alle andere mama’s (to be) van 1, 2, 3, 4, 5 of 10 kindjes. Nonspon trouwens, zoals altijd.

  1. We waren er schromelijk laat mee, maar ik had graag voor de geboorte van de tweeling een COOKING BLENDER gehad. (Of zoals kleine broer zegt: een koekie bjender). Dat is een apparaat dat niet enkel een blender is, maar ook kan koken. Als in: babyhapjes maken! In grote porties, dus voor twee baby’s voor twee of zelfs drie dagen. Wat het apparaat ook kan en ik in die eerste intensieve periode graag gehad had, is vrijwel zelfstandig soep maken met een programma van 25 minuten. Je mikt er ongeveer 700 g groenten in en 800 ml water, wat kruiden en bouillon. Je zet het soep-programma aan, en na 25 minuten krijg je een piepje en staat er een heerlijk soepje klaar. Verder kan het apparaat natuurlijk nog allerlei toepassingen en variaties (er zit een kookboekje bij), maar de vegan chocomousse-applicatie is voor mij ook echt een trooooost op zware dagen. Het apparaat smelt de chocolade en mixt het dan met zijden tofoe en dan nog even laten opstijven (of niet, ik eet het ook zo) en je hebt heerlijk chocoladespul.
  2. Ik ben een beetje boos op de triptrap-stoelen, want ik vind dat bv de babyset schandalig duur is. Twee stukjes plastic voor 50 euro, maal twee baby’s dus 100 euro?! Maarrrr de newborn-sets zijn echter hier een uitkomst geweest voor de vele dagen alleen thuis met twee kleine pupkes. Zo kon ik er één eten geven, en de ander kon in de newborn-set naast mij, waardoor ik haar tutje kon geven, spuug weg kon vegen en het kindje in kwestie dus rechtop kon zitten na het eten. Want dat is dus één van de stomste dingen met tweelingen: je kan je kindje wel een boertje laten doen, maar daarna moet je hem/haar toch ergens kwijt om broer/zus te kunnen voeden. En de meeste kindjes worden na de maaltijd best een tijdje rechtop gehouden. Exact wat de newbornset van triptrap doet.
  3. Elke dag naar buiten gaan. Zeker nu is het een hoop gedoe om iedereen aan te kleden en in te pakken en mutsjes op en warme berepakken aan, maar het is zo belangrijk voor je mentale gesteldheid om even weg te zijn, lekker even naar buiten.
  4. Dat geldt natuurlijk niet voor de kraamweek. Ik ben verwend tijdens mijn kraamweek. Niet zozeer door mijn kraamhulp, wel door de lieve meter van de oudste dochter, die voor ons kwam koken. (Ik denk nog vaak terug aan die home-made-falafel.) Dankzij dat met liefde bereide voedsel, ben ik er goed bovenop gekomen na die bloeding. Als ik echter terug kijk, ben ik (op dat aspect na dan) te snel te flink geweest. Ik wou al gauw weer vanalles. Buiten komen, het huishouden doen, boodschappen halen, … Een tip voor elke nieuwe mama: je maakt het maar één of enkele keren mee. Maak een mooie kraamkamer voor jezelf, en blijf ook na de kraamweek nog twee tot drie weken elke middag of ochtend in de kraamkamer, met je baby. Je hebt de rust (of slaap) echt nodig en de wereld vergaat niet op een paar weken tijd. Hier hoort ook bij dat je gewoon hulp vraagt van andere mensen, voor bv het opvangen van oudere kinderen of het doen van huishoudelijk werk. (En laat je boodschappen bezorgen. Dat doe ik intussen en ik ben elke week weer even verliefd op de bezorger die me telkens vraagt waar ik de boodschappen graag wil hebben.)
  5. Hou de mogelijkheid open langer thuis te blijven dan de weken die wettelijk gezien voorzien zijn. De baby’s zijn hier ruim zes maanden, ik ben moe tot in mijn botten. Mijn nachtrust is nog steeds onvoorspelbaar en mijn dagen zijn nog steeds meer dan druk. Voor mij zou het een garantie op burn-out of ziekte geweest zijn als ik terug was gaan werken, terwijl ik op een bepaald moment wel nood kreeg aan ruimte voor mezelf en om wat te freelancen, wat ik dan ook genomen heb door regelmatig een oppas in te huren. Meteen ook belangrijk voor de moeilijke momenten: het besef dat ik er ongeveer twee keer per week enkele uurtjes uit ben.

En allez, nog een bonustip.
Rooming in, met de baby’s! In plaats van met de baby’s in de ouderlijke slaapkamer te liggen en dus ’s nachts elke keer het licht aan te knippen en je partner wakker te maken (en na een jaar je baby’s plots verbannen naar hun eigen kamertje met een hoop gehuil en ge-wen tot gevolg), kan je dus een bed op de babykamer zetten. Even investeren, maar het voordeel is dat één partner kan slapen. Je kan ook midden in de nacht wisselen van bed met je partner en vanaf dat moment ONGESTOORD slapen. Of ’s ochtends om vijf uur. Hahaha. En als je weer gewoon als ouders samen slaapt, maar je kind/eren is/zijn eens ziek of hebben nachtmerries of whatever, dan kan je besluiten om dus weer even mee in de kinderkamer te gaan liggen in plaats van het grut heel de tijd in het grote bed te hebben. Heel romantisch is het allemaal niet (ook daar is een goede planning voor de meer romantische momenten een niet zo romantische oplossing, maar dat moet je sowieso omdat het time-window waarin iedereen slaapt behalve jij en je partner heel klein is), maar wel heel slim.

Andere (tweeling)mama’s hebben zeker ook een do of don’t. We lezen ze graag in de comments!

Advertenties

Team Kikkererwt

In de reacties komt wel eens verontwaardiging omdat het blijkbaar lijkt alsof de Man zijn snor drukt als het over de kinderen gaat. Dat hij zijn leventje verder leeft en mij met de kids laat zitten.

Wel, dat is niet zo.
We zijn een Team. Dat betekent dat we enerzijds taken verdelen, en anderzijds dingen samen doen.

Wat we bijvoorbeeld verdelen: hij is momenteel de kostwinner, dus ik sta ’s nachts op voor de baby’s. Op weekendochtenden neemt hij het vanaf 5 uur over, en slaap ik wat langer en ongestoord.

Wat we samen doen: bijvoorbeeld het avondgebeuren. Er moet voorgelezen worden, de baby’s moeten beiden verschoond worden, pyjama aan, flesje en dan nog wat slaap-begeleiding en rond die tijd moet ook de keuken opgeruimd worden. De Man en ik zijn daarin stilaan een geoliede machine, met één van ons die al met een baby naar boven gaat en de andere die een flesje brengt en de tafel al afruimt en tralala, een hele fabriek hier. Als ik de baby’s in bed stop, kom ik daarna beneden en is de keuken schoon en is er een verhaal voorgelezen. Omgekeerd idem.

In een team laat je elkaar liefst niet alleen op de moeilijke momenten. De avonden zijn bij uitstek het zwaarste, vooral dat uurtje waarin er gekookt en gegeten moet worden maar beide baby’s vermoeid zijn en huilen, en ook daarna als iedereen naar bed moet. Dan weg gaan, is de ander echt opzadelen met een hoop gedoe. Dat vermijden we allebei en heeft niets te maken met dat hij of ik niet voor onze eigen kinderen willen zorgen, maar wel dat we als enigen in de wereld weten wat het vraagt aan energie om de avond goed in te koppen, en dat we dat liefst als geoliede machine doen. Als ik laat ’s avonds (dus na kinderbedtijd) zou weg gaan, zou ik a. in slaap vallen en b. verhinder ik de Man die vroeg op moet zelf tijdig te gaan slapen omdat hij dan voor de baby’s moet zorgen tot ik terug kom en hij dus niet zomaar zelf met oordopjes in kan gaan slapen. Lijkt mij geen ramp, maar voor hem is het een stressfactor want hij heeft al jaren een slaapprobleem en hij kan niet relaxed gaan slapen als hij tegelijkertijd moet luisteren of er iemand huilt en of ik al thuis ben.

Daarnaast is het zo dat de Man sport en nog andere hobby’s heeft. Ik doe momenteel The Artist’s Way en ben daar wat tijd mee kwijt. Ik heb een tijdje in standje Chagrijn gestaan. De Man was eens een hele zaterdagmiddag weg, de kleine baby huilde de hele middag, ik heb hem woest opgebeld. Je kan je de scene voorstellen. In de supermarkt kwam ik een vriendin tegen bij wie ik mijn gelijk wou halen, en die me streng toesprak dat de Man en ik geen concurrenten mochten worden met tijd voor dingen. Ze vond dat ik maar twee uurtjes een oppas had moeten laten komen in plaats van hem naar huis te sommeren.
Eerst vond ik dat onnozel. Alsof het geld op mijn rug groeit. Later vond ik het wijs. Ik wil niet met de Man concurreren om tijd. Ik wil ook niet opgebeld worden en naar huis gevraagd als ik net lekker naar de film ga. Het leukste in onze relatie is als we elkaar dingen gunnen. Hij mij, ik hem. Zonder de meetlat ernaast. Soms heb ik meer nodig, soms hij.

Elkaar iets gunnen is gezonder voor een relatie dan elkaar achter de tralies zetten. Zeker als je een stel lieve doch intensieve baby’s hebt (baby’s zijn echt een andere categorie dan andere kinderen, de zorg is zo omvattend!). Sinds ik weer weg kan af en toe voel ik me zo veel meer mezelf. Ik kan me alleen maar voorstellen dat dat voor hem ook zo voelt, en dat het heel gezond is dat we beiden zo’n momenten hebben. Zonder dat ik heel precies ga meten wie er het meeste heeft.

Anyway. Ik ben (bijna) altijd blij met de reacties, maar ik vind van die reacties van ‘wat voor Man heb jij nu’ nogal ongepast en veroordelend. Hij heeft ook niet bepaald een blog met zijn kant van het verhaal :). (Zou ZOOOO grappig zijn – een zakelijk feitenverslag van ons leven.) We zijn een Team. Een team dat taken verdeelt en dat taken samen oppakt. En we gunnen elkaar dingen. Tijd, eigen ruimte. Dat gaat twee kanten op. Ik geef de Man ruimte om in zijn vaderrol te komen. Hij geeft me ruimte om mijn moederrol niet te hoeven combineren met een baan als ik daar nog niet klaar voor ben (even verondersteld dat ik nog een baan heb, maar daarover later meer). Zo kan ik veel voorbeelden geven. Niet alles is altijd in evenwicht, maar dat is het leven.

We zijn een Team. We zijn hier goed in. Ik had met niemand anders een tweeling willen hebben dan met hem. Gisteren was alles klaar & opgeruimd en zaten we lekker samen ‘Friends from college’ te kijken. De kleine baby miepte, dus de Man viste haar uit bed. Toen zat ze zo gezellig bij ons op de bank te glunderen, en ik vond – ondanks het feit dat er nog steeds en altijd pijn en verdriet en frustratie en vermoeidheid in het leven zijn en ondanks het gegeven dat we de kleine baby niet willen leren dat ze lekker mee op de bank mag als ze niet wil slapen – het leven even echt helemaal zoals het hoorde te zijn.

Chaos en gewoontes

Soms denk ik dat ik gewoon heel moe ben geworden de voorbije jaren. Op spirituele momenten geloof ik dat ik een uitvloeiend persoon ben: dat ik moeilijk bij mezelf kan blijven en voortdurend afgeleid word door de energie of prikkels van anderen. Soms denk ik dat ik een HSP ben. Ik ben wel eens bang een vrouwelijke autist te zijn. En soms is ADD het label waar ik me bij neerleg, vooral omdat ik medicatie (die ik door zwangerschap en borstvoeding al heel lang niet meer neem) helpt.

Zaak is dat ik chaotisch ben, mijn hoofd vaak erg onrustig is. Dingen snel in een puinhoop veranderen. Ik vaak niet weet waar te beginnen.

Net daarom is structuur (wat ik overigens haat) van levensbelang voor mij. Door de nare zwangerschap en in de eerste periode met de baby’s heb ik die structuur volledig los moeten laten. In de eerste periode met de baby’s realiseerde ik me dat ik een voordeeltje had op de Man (dan toch!). Want mijn gestructureerde Man veranderde postnataal in een soort krampachtige autist die wanhopig controle probeerde krijgen over die baby’s, dat huis vol bezoek, een vrouw die af en toe om niets zat te snikken, de troep die twee baby’s en een meute bezoek met zich meebrengt. Ik kon daar allemaal iets flexibeler mee omgaan.

Anyway. Ik sprak laatst met twee prachtige en wijze dames en realiseerde me dat het stuurloze leven zonder goed na te denken wat ik voor mezelf wil, ook niets is. Ok, er valt weinig te willen (ik neem me dagelijks voor om 6u30, dus als de Man nog thuis is, zingend onder de douche te gaan, maar na een crappy nacht pak ik elke minuut slaap die ik kan krijgen en verspil ik dus tijd tijdens het middagdutje van de baby’s om te douchen), maar als je niets wilt, gebeurt er ook niets. Eva legt het veel beter uit.

Ik heb dus een soort jaarplan gemaakt. (Dank Eva, je bent mijn groot voorbeeld maar dat wist je al). Daarover later meer. Maar een klein bouwsteentje van het realiseren van mijn plannen, is het onderhouden van gewoontes. En dat wil ik alvast graag delen.

Elke dag 20 minuten lezen is een manier om uiteindelijk per jaar x aantal boeken te lezen. Elke dag morning pages schrijven en een opdracht uit The Artist’s Way te doen, is een manier om dat programma waar ik in geloof ook echt te doen werken. Vijf keer per week een was insteken en er één vouwen, is de enige manier om de wasmanden onder controle te houden. (…)

Ik leerde dat al van de zeer intrigerende FLY-lady die met morning en evening routines structuur in het huishouden van de hopelozen probeert te brengen. En ik leer het van de Man, die tot irritatie toe gestructureerd is (maar wel zijn shit op orde heeft).

Vast niets nieuws voor jullie. De kans dat jullie ook gezonde structuurtjes hebben is relatief groot. Wat misschien wel nieuw is, is het gebruik van Habitify (app). Ik heb al mijn wenselijke habits ingegeven. Het mooie is dat sommige habits dagelijks terugkomen, en andere alleen op bepaalde dagen. Elke dag krijg ik een aangepast lijstje en kan ik afvinken wat ik gedaan heb. Ik vrees dat ik een beetje ambitieus ben en dat is vaak mijn valkuil. Maar met mijn app, slaag ik er wel in om dingen die voor mij belangrijk zijn (waar ik jaarplangewijs over nagedacht heb) in te plannen en uit te voeren.

Exemplarisch, mijn habits voor vandaag: een was insteken/ een was vouwen/ spelen met de kinderen (vergeet ik vaak!) / yoga doen / 20 min lezen / een TED-talk kijken / een blog schrijven (tadaa) / drie stukken fruit eten / de dag beginnen met een douche om 6u30 (failed) / de bedjes van de baby’s verschonen / morning pages schrijven / oefening van TAW maken / mijn vitamines nemen.

In grafiekjes krijg je je vooruitgang. Wat leuk is om te zien. Er is ook een soort top drie van de gewoontes waar je dan blijkbaar het best in bent.

Ik kan er alleszins weer ééntje afvinken. Bloggen. 🙂

To fit or not to fit

Ik weet niet of ik er klaar voor ben er over te schrijven, maar meestal helpt het schrijven me wel orde te brengen in mijn hoofd.

Wat er gebeurd is:
ik ging naar het werk om mijn terugkeer te bespreken na een jaar (ziekteverlof, zwangerschapsverlof, onbetaald ouderschapsverlof) en de baas vroeg me of ik wel binnen de organisatie pas.

Achtergrond: een jaar is veel, ik ben toegewijd maar vaak ook kritisch en ik ben heel open geweest over mijn struggles om bv werk en gezin te combineren, in het verleden.

Uiteraard ben ik in huilen uitgebarsten. Ik ben flink ziek geweest (fysiek en mentaal), ik heb een tweeling gekregen, ik had sommige dingen ook graag anders gehad (dat ik supervrouw was en hoogzwanger nog 10 uur per dag kon werken ofzo). Ik had al mijn moed bij elkaar geschraapt en me bij elkaar geraapt en ik had er weer zin in, en zijn opmerking voelde als een soort koude douche. Met ijsblokjes.

Een wirwar van gedachten.
(Geen oordelen over mijn gedachten, het is gewoon een soort gedachtenregen die dan gaat druppelen en bij momenten stortregenen of zelfs hagelen.)
Hij heeft drie mensen aangenomen en heeft geen werk genoeg voor ons als ik terug kom.
Er is iets gebeurd achter de schermen, iets heeft zich tegen mij gekeerd, maar ik krijg er de vinger niet op.
Dit is niet eerlijk.
(…)

Wat ik het ergste vond, is dat hij me vast timmert met een aantal dingen. Hij heeft een aantal gebeurtenissen uit de context gehaald (bv tijdens mijn zwangerschap heb ik gevraagd om een tijdelijk lichter takenpakket omdat ik te ziek was om het land rond te rijden – nu zegt hij: je hebt zelf gezegd dat je iets anders wou doen – zonder de context mee te nemen!) en gebruikt die dingen tegen mij. Toen ik totaal verbaasd was, vroeg hij me of ik dan geen zelfreflectie heb, wat voor mij toch wel de meest gemene opmerking was. Want ik heb denk ik vaak te veel zelfreflectie en zelftwijfel, maar ik ben ook niet zo rad van tong om op een totaal onverwachte en naar mijn gevoel niet zo eerlijke situatie gevat en genuanceerd te reageren. Als mensen oneerlijk zijn in hun argumentatie, schrik ik daar zo erg van, dat ik ook weinig verweer heb.

Daar voel ik me boos en machteloos bij. Ik heb geen recht van antwoord gehad omdat het me zo zwaar overviel.

In de auto belde ik de Man. De Man is het zakelijke niet-emotionele type die niet snel partij kiest en al, maar hij zei tamelijk verbaasd dat hij dit toch wel erg vrouwonvriendelijk vond. Dit, na een complexe afwezigheid wegens een complexe zwangerschap.

De Man zei ook: ‘dit kunnen we aan’. En toen hield ik nog meer van hem. Omdat we het aankunnen. Maar ook omdat hij ‘we’ zegt. Met de Man win ik de oorlog wel.

Naast alle ontzetting en verbazing en niet weten hoe verder, en ook de boosheid, ben ik er ook van overtuigd dat ik geen slachtoffer wil zijn. Ik zie best dat het allemaal complex is en dat ik ook niet de makkelijkste ben in een team en veel dingen in vraag stel. (Tegelijk zie ik ook dat er in ons team een situatie is van formeel en informeel leiderschap en dat ik daarbinnen wat heb moeten schipperen.) Ik zie ook wel dat ik altijd heel erg mijn best heb gedaan. Ik wil het volledige plaatje zien, en me niet in een zielig hoekje plaatsen.
(En tegelijk klopt er gewoon ook echt iets niet aan de hele situatie.)

En wat er ook nog doorheen fietst, is dat hij uitsprak wat ergens onbewust al lang speelt. Dat ik mijn eigen bedrijfje wil, en dat ik daarvoor weg moet gaan bij het werk. Maar dat is spannend en ik weet niet of het lukt en daarom heb ik een map vol plannen, maar doe ik er niets mee. Het leek even alsof hij een instrument was van de synchroniciteit en mij een soortement schop onder mijn kont gaf om het nu maar eens zelf te gaan doen.

Binnen twee weken bespreken we hoe-nu-verder. Mijn boosheid bestaat naast mijn map vol plannen die ik elke dag aanvul. Met mijn hart heb ik al afscheid genomen en ben ik al gesprongen. Maar met dat vaste contract is het nog even kijken hoe dingen best afgerond kunnen worden, en of dat nu of later zal zijn.

Uitjes #2

De kunstenaars’ uitjes. Het was even een drempel om voor het eerst met mezelf weg te gaan, na maanden (ok, meer dan een jaar eigenlijk) in de zwangerschaps- en baby-cocon. Maar nu probeer ik het trouw te doen.

Wat gedachten hierbij en onderaan de uitjes van de voorbije periode.

  • Elke keer als ik de deur uit stap om alleen iets te gaan doen, realiseer ik me weer hoe intens het is. Ik ben zo geneigd me af te stemmen op anderen, dus elke (ook fijne!) aanwezigheid leidt me af van mezelf. Alleen weg gaan maakt de beleving zo veel dichter en echter.
  • Het is leuk om te weten dat ik genoeg heb aan mezelf. Ik zie bij mijn twee oudste kinderen dat de ene heel goed alleen kan zijn en daarvan oplaadt, en de jongste zoon heeft altijd anderen nodig om zich te vermaken. Ik ben dus van de eerste soort. Zwanger van een tweeling en later tweeling-mama en mom of 4, is mijn alleen-tijd zo minimaal geweest, dat ik nu met volle teugen geniet.
  • Naar de film gaan is het makkelijkste. Waarom? Het is vlakbij. Er zijn verschillende mogelijkheden per dag. Het vraagt weinig planning, ik kan last minute beslissen. En ik heb een cineville-pas gekocht, waardoor ik iets van een twintig euro betaal per maand en zo veel naar de film kan als ik wil. Met twee films per maand heb ik het er uit, dus ik zorg natuurlijk dat ik die zeker haal ;). Ik ga bij de ‘alternatieve’ cinema, en met de cineville-pas moet je een kwartier op voorhand je kaartje ophalen (anders verkopen ze het door). Dat kwartiertje irriteerde me mateloos, want zorgde voor veel vertrek-stress. Maar intussen heb ik het omgedacht en maakt dat kwartier soms de hele onderneming het al waard. Ik neem meestal even een cappuccino in het filmhuis en heb even tijd om alleen te zijn, even te ademen, even niets.
  • De baby’s hebben het de laatste tijd vaak moeilijk ’s avonds. Lees: ze huilen veel. Daarom is weg gaan op dit moment niet vanzelfsprekend. Dat brengt mijn uitjes wel eens in gevaar. Weggaan betekent gewoon dat de Man een zeer stressy avond heeft. Geldt ook omgekeerd, dus de Man probeert zijn avond-activiteiten ook te beperken. Wat fijn is, is dat ik bv ook op zondagmiddag om 12 naar de film kan. Dan dutten de meiden, dus dan belast ik de Man niet te veel met mijn ambities.
  • Over the artist’s way was ik deze week nog aan het appen met een dierbare vriendin. Ze zei dat het niets voor haar was omdat ze niet zo creatief is. Ik realiseerde me dat het bij mij ook eerder existentieel is. Ik schrijf graag, maar knutselen laat ik met alle liefde aan een ander over. Slechts heel soms vind ik het fijn iets te maken. Dat hele woord artist of ‘kunstenaar’ stoort mij dus soms een beetje, omdat ik het voor mezelf wat aanmatigend vind. Voor mij gaat het meer om contact met mezelf maken en naar mijn eigenheid leven, dan een groot kunstenaar worden.
  • Ik heb intussen een voorstelling van Paulien Cornelisse geboekt. WIl ook graag naar een Echt-gebeurd-vertelmiddag, maar die zijn goed uitverkocht. Iedereen die tips heeft voor leuke uitjes: be my guest in de comments!

Wat heb ik de voorbije uitjes gedaan?
N.b. Ik geef het mee ter info en inspiratie, maar heb helemaal geen ambitie om reviews te schrijven of mijn mening te poneren.

  • Cold war. De beelden waren prachtig. Zwart-wit, uitgepuurd. Als schilderijtjes waar je naar kon zitten kijken. Het tempo van de film was bij momenten ook echt traag genoeg om me even te vergapen aan die mooie besneeuwde landschappen bijvoorbeeld. Het thema sprak me minder aan. Wel de historisch kant, minder het liefdesverhaal dat uiteindelijk gaat om een vrij destructieve liefde. Dat had te maken met het feit dat ik vlak voordien Becoming Astrid had gezien, wat ik zo mooi en verfrissend vond omdat het om een sterke, autonome vrouw gaat die zich net niet verliest in liefdesgedoe. Niets tegen de liefde, maar het moet niet te wanhopig worden :).
  • The wife. Aha, een thema dat mij aanspreekt. Relaties, destructieve patronen (niet romantisch gebracht, wat dus bij CW wel het geval was). Een film over een vrouw van een schrijver die de Nobelprijs wint. Beetje voor beetje komt de waarheid over hun leven en liefde in beeld. Ik blijf vooral met de vraag zitten: wie heeft wie gebruikt? Ik hoorde een man zeggen bij het buiten gaan dat het een dun verhaaltje was, maar daar ben ik niet mee akkoord, net omwille van dat dubbele wat het gebeurde niet volledig zwart-wit maakt. Allemaal grijstinten.
  • Een natuurwandeling-met-gids. Dat was vooral grappig. Zeker omdat het genre mensen dat zoiets gaat doen ook best grappig is en zo’n natuurgids is ook best een bijzonder type. Ze deed er een elementje extra beleving bij, dus zodoende heb ik afgeknaagde dennenappels bevoeld, evenals een kaakbeen van een ree.

Moeke op de kikkererwt

Op emoshit las ik dit: ‘Voor mij was mijn mama vanzelfsprekend altijd mijn mama. In mijn ogen was het dé job van haar leven, de enige. Het heeft lang geduurd voor ik besefte dat ze nog iets anders deed dan mijn mama zijn. Herinner je je dat nog? Dat je meer en meer dingen over je ouders ontdekte, dat je stilaan tot het besef kwam dat ook ouders échte mensen zijn. Dat ze een heel leven hadden voor ze jou kregen en dat ze heel dat leven ook gewoon verder aan het leven zijn. Dat ze niet op de aarde gezet zijn met als eerste en enige bedoeling om jou te dienen. Dat ze kind geweest zijn, jongere, geliefde. Dat ze niet alles weten.’

Meer dan een jaar was ik op de wereld om de baby’s te dienen. Eerst door in bed te liggen wachten op hun geboorte. Daarna door ze dag en nacht te voeden en te verzorgen.

Ik was bang dat het nooit terug zou komen. De goesting om andere dingen te doen. Het zelfvertrouwen om andere dingen te zijn. Ik heb 100 % bewondering voor thuisblijfmoeders en zie dat ze vaak bijzonder creatief en geëngageerd zijn. En een tijd lang heb ik gedacht dat ik zou thuis blijven en moederen, omdat ik me met de beste wil ter wereld niet kon voorstellen dat ik ooit terug naar kantoor zou willen, dat ik ooit terug klaar zou zijn voor iets, dat ik ooit terug iets belangrijk genoeg zou vinden om mijn best voor te doen, dat ik ooit terug gedoucht zou zijn voor acht uur ’s ochtends. Dat laatste is nog een twijfelgeval en ik ben er intussen vrij zeker van dat een volledige nacht slapen er niet meer in zit.

De Man noemt mij schertsend ‘moeke op de kikkererwt’. Dan begint hij van die dramatische verhaaltjes: ‘Het was alsof moeke op de kikkererwt altijd al in de straat gewoond had, niemand wist waar ze vandaan kwam of hoe oud ze precies was‘. Maar geloof het of niet, moeke op de kikkererwt wil weer werken. Een aantal dingen:

  • Gestart! Ik ben terug gestart met mijn bijberoep. Eerst was dat een vreselijke chaos, omdat ik wel opdrachten aannam, en er dan van uit ging dat ik dat wel eens tussen de borstvoedingen spontaan zou klaren. Maar het werd duidelijk dat dat niet helemaal zou lukken, met alle toestanden van dien. Intussen heb ik een systeem met vooral één oppas die goud waard is. Ze is liefdevol en enthousiast en pedagoge in opleiding. Ik laat haar ongeveer zes uur per week oppassen, verspreid over twee keer (dus 2 x 3 uur). Die uren ga ik dan werken op locatie, en als je mij bezig ziet zou je niet denken dat ik add heb :). Ik ben elke minuut van die uren in hyperfocus. Waar ik vroeger werkdagen had van acht uren die gedeeltelijk verlummeld werden (zitten twijfelen, praatjes met collega’s, lang over taken doen omdat het kon, …), is nu elke minuut optimaal benut. Ik geloof overigens enorm in het 30-urenproject van Femma, omdat ik nu ervaar dat meer uren niet perse meer opleveren.
  • Op locatie. Ik heb een plek gevonden waar ik voor 5 euro per uur kan werken, koffie & thee inbegrepen. Het is er een komen en gaan van freelancers en andere vrije vogels (hoewel ik nu naast een leraar zit die testen verbetert). De cappuccino is heerlijk en ik heb bijna altijd een latte art hartje. Ik werkte graag thuis, maar ik realiseer me ook dat ik de komende tijd (wegens aanwezigheid van de baby’s) waarschijnlijk nog weinig thuis zal kunnen werken. Die heerlijke dagen die ik ooit had waarbij iedereen de deur uit was en ik als enige thuis op zolder zat… Aaah. Voorbij. Voor minstens vier jaar. Buitenshuis werken heeft echter ook voordelen (zoals: je komt makkelijk in de hyperfocus-mood). Ik heb een aantal systemen en plekken uitgetest, maar deze relatief vrije plek (geen abonnement nodig en je betaalt per kwartier en belangrijk: er staat geen radio op!), bevalt me uitstekend.
  • Operatie Schoon Schip. Mijn depressie was niet alleen verwoestend voor mijn zelfvertrouwen, maar ook voor de orde en het overzicht in mijn leven. Ik heb heel veel losse eindjes die ik nu probeer af te hechten in operatie Schoon Schip. Het is schaamte-werk: dingen die ik al lang had moeten doen of te lang heb laten liggen, en die ik nu moet oppakken. Maar dat is de enige manier om het af te sluiten.
  • Betaalde arbeid. De fantastische oppas kost me 7 euro per uur. Een uurtje werken op locatie 5 euro. Een uur werken kost me dus 12 euro. Dat is absurd en staat niet echt in verhouding tot het aantal opdrachten dat ik nu heb (en met bv operatie Schoon Schip verdien ik niets, behalve zelfrespect opbouwen en herstel). Het is een keuze, om te investeren in mezelf. Om weer op de rails te geraken.
  • Kinderopvang. We zijn nog steeds bezig met de zoektocht naar kinderopvang. Ik blijf erbij dat dat in Nederland duur en complex is (lees ook het stukje van deze mede-twinmoeder). Omdat de regels in de kinderopvang veranderen (1 opvoedster per 3 ipv 4 baby’s nodig), nemen opvanglocaties ofwel meer personeel aan, ofwel weigeren ze baby’s omdat peuters goedkoper zijn om te verzorgen. Kortom: de Nederlandse vrouw heeft het echt niet zo makkelijk. Het ziet er naar uit dat we geen oplossing gaan vinden (een oppas aan huis, is goedkoper omdat we dan per uur en niet per kind betalen) voor het einde van mijn ouderschapsverlof, dus ik ga volgende week met de baas praten om mijn onbetaalde verlof te verlengen. Daarna kan ik max 3 dagen per week terug, want een oppas aan huis kan je maar voor 3 dagen in een voordelig stelsel. Ik zou niet terug naar België willen, maar dat is in België toch een pak beter geregeld én je krijgt (oud of nieuw systeem) meer kindergeld (in Nl: 200 euro per drie maanden per kind). Maar even terug over opvang: de jaren tot de kinderen naar school gaan, ga ik letterlijk voor een paar honderd euro per maand werken. Daar moet je al flink gemotiveerd voor zijn, en dan is dat alleen nog maar zo omdat ik hoogopgeleid en dus relatief goed betaald word. Ik vraag me eerlijk gezegd oprecht af hoe onze eventuele oppas haar kinderopvang regelt en het stoot me ook tegen de borst om iemand als een soort ‘huispersoneel’ aan te nemen en van haar te vragen haar leven te plooien naar de uren dat wij werken, voor de kids te zorgen, de was op te vouwen en te zorgen dat er eten op tafel staat als we thuis komen (en tegelijkertijd lijkt het me het feestelijkste ever).
  • Organisatie. Vanochtend appte ik de Man dat ik een #evaatje gedaan had. Eva staat hier voor mijn grote voorbeeld: iemand die sterk en gevoelig tegelijk is, iemand die een boek geschreven heeft, iemand die creatief en boss lady tegelijk is, iemand voor wie productiviteit niet clean en mannelijk is (als in: jezelf managen en werken in een bubbel waar geen was, afwas en zieke kinderen bestaan), maar iets is van het echte modderige en rommelige (familie) leven. Mijn #evaatje was een verbetering in ons leven, dat de boel wat makkelijker en efficiënter maakt. Ik had een weekmenu gemaakt en de boodschappen laten bezorgen… IN MIJN KEUKEN. Dat is iets dat Nederland voor heeft op België begreep ik. Door onze straten scheuren autootjes van verschillende supermarkten, met aardige bezorgers die je boodschappen met liefde even op je aanrecht zetten. Had ik het gevraagd, hij had de frigo nog even monter gevuld, geloof ik. Dit #evaatje past in het ‘wakker worden’. Ik ben precies zo lang niet wakker geweest, door de moeilijke zwangerschap, de depressie, de tijd met twee mini’s. En nu word ik wakker en wil ik weer wat en ben ik hard bezig met het leven efficiënter en handiger te organiseren en heb ik daar nog lol in ook.

Misschien maakt de Man binnenkort een nieuw verhaaltje: ‘Moeke op de kikkererwt. Niemand wist precies waar ze vandaan kwam, hoewel haar Belgische tongval iets verraadde. Naast de zorg voor haar lieve kindjes, managede ze het huishouden als een professional en was ze ook nog eens bijzonder succesvol in haar werk.’

Haha. Wishful thinking mag, toch?

Scènes uit een tweelingleven #4 – stand van zaken

Het is altijd een beetje moeilijk om over kinderen te schrijven. Want het is zo ‘gewoon’ en tegelijkertijd voor mij en de Man het middelpunt van het heelal. Sowieso is het schrijven de laatste tijd wat moeilijk. Dat heeft te maken met het ongestructureerde leven met twee baby’s, maar ook met de zoektocht naar wat ik wil vertellen. Mijn uitjes bijvoorbeeld wil ik best opschrijven, maar ik weet niet of mensen echt zitten te wachten op lijstjes van films die ik zie, boeken die ik lees of anderszins. Wat ik denk ik hier altijd gedaan heb, is dat praktische niveau ‘overstegen’ (in de zin van: dat ik meer meta-dingen schrijf, bijvoorbeeld waarom het mij deugd doet alleen naar de film te gaan in plaats van welke films ik heb gezien deze maand), simpelweg omdat ik mezelf verre van een type vind dat advies of tips aan anderen kan geven. Ik voel me eerder de kluns of chaoot van blogland, en zoals we allemaal weten: verstandige blogs met slimme tips zijn er al genoeg.

Maar dus. De kinderen. Hoe gaat het daarmee? Enkele losse dingen.

  1. De jongens. We hebben de kerstvakantie met behulp van een whiteboard en post-its goed gestructureerd. Elke dag een activiteit, geen lange dagen hangen en spelen. Ik ben niet zo van het structureren en plannen, maar ik weet nu heel goed waarom het goed is. Eerst en vooral komen spontane acties er toch niet van. Nee, wij gaan niet spontaan eens schaatsen met de jongens. We hebben een tweeling van zes maanden die we immers niet alleen thuis kunnen laten. Vervolgens kan je door vooruit te plannen en te denken ook een evenwichtig programma opstellen. Een theater, een film, een keer schaatsen, een indoor-speelhel. Tenslotte ben ik niet iemand die ‘zin’ heeft in dingen, zoals een indoor-speelhel, maar als je er op ingesteld bent en je de dag er rond organiseert, doe je het en besef je dat het nog niet zo gek is om met een koptelefoon op en een cappuccino tijdschriftjes te lezen tussen de joelende kinderen, terwijl de Man thuis vader-dochters-tijd heeft.
  2. De jongste zoon heeft het wat moeilijk. Hij treuzelt met alles en gooit ongeveer overal met zijn pet naar. Het is ontzettend irritant en ik heb daar verschillende gedachten bij. Namelijk: hij heeft twee zusjes gekregen, alles is anders, dus hij heeft tijd nodig. Ook: hij heeft vast ADD zoals ik. Ook: fuck, hij lijkt op zijn vader (en dan zie ik hem al volledig van het pad afgeraken doordat hij zich nergens voor kan motiveren). Ook: het is vast ook iets in de interactie. M.a.w. het kind VRAAGT iets van mij of toont mij iets, misschien wel over mezelf. Maar ik ben ZO geïrriteerd dat het heel moeilijk is om hier constructief mee om te gaan. (Irritatie doordat ik elke opdracht drie keer moet geven, hij standaard niet luistert, hij sommige dingen wel doet maar er dan met zijn pet naar gooit – zo vind ik zijn vuil ondergoed standaard naast de wasmand in plaats van er in.) De grote broer heeft een excellente periode met veel zelfsturing. Ik hoor hem wel eens nare dingen zeggen tegen zijn broer (categorie: ‘jij bent diarree’), maar dat lijkt me broers eigen. Toch? Zeg gewoon ja.
  3. De baby’s zijn een half jaar. EEN HALF JAAR. Om de balans even op te maken. We zijn moe. Het huis is een puinhoop. De nachten zijn nog zeer sterk onderbroken. De borstvoeding is bijna op (ik geef nog vier keer per dag melk aan de baby’s, maar dat zijn eerder symbolische slokjes denk ik – het voelt gewoon alsof ik amper nog melk heb, heeft ook te maken met het feit dat ik telkens ik ongesteld word – sinds de geboorte al vijf keer – zucht – een enorme productiedip heb). De baby’s doen het vrij goed. Uitdagingen zijn momenteel: structuur (ze slapen om 9u30 ’s ochtends 1u tot 1,5 uur en rond 13u ook nog eens, maar veel te weinig/te kort, waardoor het laatste deel van de dag – tussen 16 en 19u, altijd ploeteren is). Slapen. De oudste baby zet het elke avond meermaals op een krijsen, het lijkt alsof ze bang is. Helaas heeft ze ook een enorm stemgeluid dus maakt ze haar zus ook wakker en dan is het echt lol, met twee overspannen baby’s. Laatst suggereerde iemand tien keer na elkaar: laat ze anders gewoon eens een avondje huilen. Maar dat kan dus niet met tweelingen, want dat escaleert enorm. De onrust slaat over en voor je het weet zijn ze beiden totaal over de rooie. Wat leuk is: ze spelen, ze zitten in stoeltjes, ze maken steeds beter duidelijk wat ze willen en wie ze kennen. En ze verschillen dag en nacht, uiterlijk (hoewel er mensen zijn die ze niet uit elkaar kunnen houden) en karakterieel. We hebben een zenuwachtig mager pittig dingske en een gezapige rondbillige lieve baby.

Waar ik vaak aan denk is dat het oneerlijk doch logisch is dat er vaak een conflict is tussen moeders en kinderen. Ik ben me met de baby’s aan het loswrikken uit de symbiose die een hele tijd geduurd heeft (vanaf de conceptie tot nu). Natuurlijk ben ik er meestal, maar ik ga dus ook wel eens alleen op stap of ga een paar uur werken (bijberoep). Het kost zo veel (o.a. verontwaardiging, angst, …) om dit loswrikken te realiseren en eigen ruimte op te eisen, en ik kan me voorstellen dat dit proces veel mixed feelings teweeg brengt bij de baby’s. Ik zie nu ook dat de Man zich niet hoeft los te wrikken, die moet net de omgekeerde beweging maken, namelijk zich binden. En in verhalen van vrienden over de band met hun moeder, hoor ik vaak dat het net wel of net niet (voldoende) verbreken van de symbiose, hen gevormd heeft tot wie ze zijn, en dat daar vaak een portie wrok ten opzichte van de moeder bij zit. Elke poging om eigen ruimte te claimen, stoot tegen een soort verzet. Zit ik eens een uurtje te bloggen, word ik zes keer gestoord. Ben ik een avondje weg, krijg ik berichtgeving over hoe het thuis gaat met al meermaals de suggestie dat ik terug zou komen om de boel te sussen (het is een tweelingding: vanaf ze beiden overstuur zijn, is het ontzettend hysterisch en bijna niet te managen voor één ouder). Sta ik in de douche, worden me vragen gesteld over waar dingen liggen of hoe dingen moeten. Tot en met dat ik wel eens billen afveeg vanuit de douche. Mijn voornemen om gewoon ruimte te nemen, alsof het normaal is, heeft hier nog wat voeten in de aarde.

Op de valreep… 2018

Het voorbije jaar was er één dat volledig in het teken stond van de geboorte van onze twinnies. Het was een zeer bewogen jaar, door de moeilijke zwangerschap, de geboorte van twee kleine kwetsbare baby’tjes, de zorg voor dit tweetal en onze jongens en daartussenin de pogingen om het als koppel nog wat te redden, en wat mij betreft een stevig gevalletje matrescence. Wat ik heel kort door de bocht kan beschrijven als een intense overgang (mentaal, fysiek en hormonaal maar ook maatschappelijk, sociaal, relationeel) naar het (tweeling)moederschap, waarbij je helemaal verandert maar de wereld om je heen niet, maar waarbij er na een tijd ook een conflict ontstaat in jezelf tussen de delen van jezelf die alleen maar willen zorgen en zogen en koesteren, en de delen die weer wat willen van eigen ontwikkeling.

Even doorheen het jaar lopen aan de hand van een aantal posts.

In januari kondigde ik mijn zwangerschap aan en deelde ik het nieuws dat we niet één maar twee baby’s zouden krijgen.

In februari vertelde ik waarom ik geen prenatale tests liet doen, en gaf ik eerlijk toe hoe loodzwaar de tweelingzwangerschap me viel. Ik herinner me uit die periode ook een aantal negatieve reacties op mijn blog. Heeft me veel verdriet gedaan, ook kan ik me voorstellen dat het leek alsof ik nooit eens tevreden kon zijn met wat ik had/kreeg. Nu weet ik dat ik gewoon ziek was, maar toen wist ik dat niet en mijn lezers ook niet, waardoor het hier even niet zo gezellig was.

In maart kan je iets lezen over de ongezelligheid op deze blog, probeerde ik uit te leggen hoe het is je voort te slepen zonder energie, begon ik mijn zoektocht naar een plek waar het mij beviel om te bevallen, en deelde ik dat we maar liefst twee meisjes zouden krijgen.

In april was ik al even gestopt met werken. Tranen met tuiten, toen ik op mijn verjaardag van de bedrijfsarts terug reed en het duidelijk was dat ik niet kon terugkeren. Maar ik hoopte dat het beter zou worden. Ijdele hoop, weet ik nu. Ik heb me doorheen de rest van de zwangerschap gesleept, met steeds meer wezenloos in bed liggen wachten op het einde ervan.

Een tweelingzwangerschap verloopt met mijlpalen. Je moet het gewoon zo lang mogelijk uithouden, tot je 37w zwanger bent en je beter bevalt omdat de risico’s dan toenemen. In mei bereikte ik de 30 weken, nam ik jullie verder mee in mijn zoektocht naar een goede plek en manier van bevallen, en werd de wereld steeds maar kleiner, en mijn buik groter.

In juni was het wachten, wachten en wachten.

En in juli waren ze er eindelijk. Kijk maar! En het bevallen viel ook reuze mee (deel 1, deel 2 en deel 3).

In augustus had ik handen te kort :). Ook om te bloggen.

In september knalde ik nogal hard van mijn roze wolk, bij momenten. En kwam het hele maatschappelijke gegeven dat je een kind krijgt (of twee) en dan alleen thuis zit me zo absurd over. Hoewel het over het algemeen toch best mooi en leuk was. En ik mat de schade op.

In oktober probeerde ik jullie wat op de hoogte te houden, tussen het intense zorgen door. O.a. van ons zorgenkindje (de kleine baby heeft een regulatiestoornis, intussen doet de osteo en kinderfysio wonderen). Een tweeling is ook echt iets anders dan een eenling. Geen enkel van de theorieën voor één baby werkt, omdat dingen ontzettend snel escaleren doordat ze telepathisch communiceren en er zoiets bestaat als een tweeling escalatie syndroom. Even laten huilen is er bijvoorbeeld niet bij.

In november maakte ik soms nog wat stand van zaken op én wou ik stilaan weer eens wat voor mezelf. Enter: matrescense (zie inleiding).

En in december was het hier stilletjes. Op een borstvoedings-storm na. En ik vertelde ook over the Artist’s Way, een manier om weer bij mijn creativiteit te komen. Met zo veel vallen en opstaan altijd.

Alles samen goed voor een jaar met 343 484 weergaven, 68 485 bezoekers en een kleine 1500 reacties. Wat niet het belangrijkste is, maar wel erg leuk.

2019. Mijn beste wensen voor jullie allemaal. Met heel veel liefs! En keep posted. Zo spannend als het voorbije jaar wordt het nooit meer, maar ik blijf graag schrijven over onze goede tijden en slechte tijden.


 


Uitje #1: Becoming Astrid

Op een dag kwam ik een boek tegen in een rek bij de kinderboekhandel: The Artist’s Way. Het deed een belletje rinkelen, een vriendin had er ooit over gesproken. Ik bladerde het door en werd gegrepen. Een programma om op 12 weken je eigen inspiratie terug te vinden? Ondergedompeld in het moederschap had ik geen idee meer wat het woord ‘eigen’ of ‘inspiratie’ betekende. Ik nam het boek mee, en begon aan het programma. Ik merkte meteen dat ik het mezelf niet met de zweep moest opleggen, maar dat ik spontaan zin had om er aan te werken. Ik merkte ook dat het een pak langer zou duren omdat ik langer dan een week nodig heb om één hoofdstuk door te werken. De basis bestaat uit elke dag drie pagina’s ‘free writing’, de ochtendpagina’s. En daarnaast een wekelijks uitje met jezelf: het kunstenaars’ uitje. Op mijn blog zal ik mijn uitjes delen, voor mezelf om het te ‘bewaren’, voor jullie om jullie wat inspiratie aan te reiken.

Het uitje. Met twee baby’s in huis, had ik er vreselijk naar uit gekeken. Tot de dag daar was dat ik helemaal alleen met een boek naar de sauna zou gaan. De kleine baby huilde de hele dag, ik was gesloopt en ik kon het niet opbrengen de deur uit te gaan.

Weken later probeer ik het opnieuw. Ik ga naar Becoming Astrid kijken, een film over Astrid Lindgren. Ik koop alvast mijn ticket, en beeld me in hoe ik het huis uit ga en door de stad vol lichtjes naar de cinema fiets. En ja hoor, daar gaan we. Daar ga ik! Want ik ga alleen.

Even de trailer: 

Vijf gedachten:

  1. Iets alleen gaan doen is stukken intenser dan het met iemand delen. Ik ervaar zowel de fietstocht als de filmzaal als de film en de muziek en de beelden als ontzettend intens en dichtbij.
  2. De film ontroert me loeihard. Ik had me op een vrolijk Pippi Langkous-verhaal ingesteld, maar het gaat om een meisje uit een boerengezin met een levendigheid die magnifiek is, die vol het leven in gaat met haar talent voor schrijven en dan getekend wordt door het ongepland en ongehuwd zwanger worden. ( Dat is nu nog een item, maar dat was het in Zweden in 1926 zeker.) Wat ze doet, komt loeihard bij me binnen. Namelijk: ze blijft zichzelf trouw (wat haar de moeilijke weg oplevert – ik ken een dappere jonge dame die hetzelfde deed) en ze is pas compleet met haar kind. Ze lijdt als haar kind niet bij haar is, en als ze samen zijn, zie je haar levendigheid en creativiteit terug stromen. Wat mooi om te zien dat het moederschap niet enkel belemmerend is voor het creatief zijn.
  3. Door even weg te zijn en de film te zien, kijk ik met afstand naar mijn leven. Ik zie dat ik vaak een moeder ben die het erg druk heeft en weinig speels is. Ik besluit daaraan te werken, want ‘the time is now’ voor de kinderen. Wat we vandaag doen of niet doen, blijft hen bij. In de film zegt een kinderstemmetje tegen Astrid: ‘jij staat aan de kant van de kinderen’, en dat wil ik ook graag doen. (Het is wel erg complex in een gezin met twee kleine baby’s, realiseer ik me de volgende dag alweer.)
  4.  De Astrid in de film is intens. Ze schreeuwt in het bos, ze danst alsof niemand kijkt, ze valt letterlijk om van verdriet. Vol in het leven. Mooi is dat. 
  5. Het heeft me enorm gevoed om iets voor en met mezelf te gaan doen. Het idee is dat je door de k-uitjes jezelf voedt, vult met beelden. Ik herinnerde me een klasgenoot in het middelbaar die in de week zo vaak naar de film mocht als ze wou. Geen gezeik over huiswerk en alleen naar huis fietsen in het donker. Ik ben nooit zo vrij geweest. Thuis, maar ook niet met mezelf op andere momenten in mijn leven. Ik hoop dat ik het mezelf en mijn kinderen alsnog kan geven.

Het is een film die ik jullie aanraad. Als je ‘m gezien hebt, ben ik heel benieuwd naar jullie mening in de reacties!

Scènes uit een tweelingleven #3. Too many baby’s

Ik krijg een appje van een vriendin. 
Dat ze best jaloers is. Leuk hoor, haar leven. Maar stiekem zou ze met mij willen ruilen.

Ik zit even verbaasd te kijken. Op het moment dat ik haar bericht krijg, zit ik met de kleine baby in mijn armen. De grote baby huilt in de kamer ernaast. Ik voel me machteloos en schuldig. Beide baby’s zijn moe maar willen niet slapen. Ik heb alleen drie pralines gegeten vandaag, en een kop thee en een kop koffie gehad. Het is 14u. Ik moet plassen. Mijn haar is nat van mijn drie-minuten douche, maar drogen kost te veel tijd en maakt te veel lawaai. Mijn huid is droog en trekkerig. Ik heb zo’n honger dat mijn hersenen niet werken.

As we write zit ik in een koffiebar. Ik heb wat oplossingen in elkaar gebokst. Oppas. Het voelt zwaar om weg te gaan, maar ik snak soms naar adem en daarom heb ik de boel de boel gelaten thuis. Ook al weet ik dat de Man dadelijk alleen is tijdens het lastigste uur van de dag met de kinderen. Ook al is weet ik dat het zwaar is voor een oppas als het al zwaar is voor mij, de moeder van de baby’s. Hoe blij we ook zijn dat de kleine baby gewoon ziet, een regulatiestoornis is niet niets. Het betekent dat ze erg gevoelig is voor prikkels, zichzelf niet kan kalmeren, dus altijd hulp nodig heeft om zichzelf te ‘regelen’. Laten huilen is geen optie, want ze wordt volledig hysterisch omdat ze er zelf niet uitkomt. De kinderarts zegt dat ze hier altijd last van zal hebben. Ze zal altijd kwader zijn dan andere kinderen. Intenser. Ze zal ons altijd nodig hebben om haar emoties te reguleren. En één baby met regulatiestoornis (ik vermoed trouwens dat veel huilbaby’s dit hebben), is niet niets. Maar een baby met een regulatiestoornis en een zusje dat ook wil eten, geknuffeld en getroost wil worden. Dat is soms. Uhm. Te veel.

En die vriendin? Hoe gezegend ik ook ben met twee levende baby’s, ik stuur haar terug: ‘Nee, dat wil je niet. Geloof me.’