Aan Vala – over dat feminisme

Hoi Vala,

Wat ben ik dol op me-to-we, waar jij veelvuldig op publiceert. Het is ideaal leesvoer tijdens de nachtvoedingen, en die zijn er nogal veel met mijn drie-maanden-oude-tweeling.

Laatst las ik dit stuk van jou. Daar ben ik nu al dagen over aan het nadenken, dus ik schrijf je graag een reactie.

Tot mijn eigen grote verbazing ben ik eventjes thuis-blijf-mama, wat betekent dat ik zonder inkomen thuis blijf om voor mijn tweeling van drie maanden te zorgen. En de andere kinderen. Had het me drie jaar geleden gezegd, ik had je niet geloofd. Echt niet. Toen was ik kostwinner in mijn single-mum-gezinnetje, moest ik de kinderen elke weekdag uitbesteden en vaak ook ’s nachts. Ik reed 2000 km per week, was erg stoer en haantjes-achtig. En ik was permanent moe. Zo moe, zo moe dat ik er pijn van had in mijn spieren en gewrichten. Maar volgens jouw definitie was ik vast erg feministisch. Want ik liet me niet aan de haard binden met mijn kroost, verdiende mijn eigen inkomen.

Dat vond ik toen ook stoer enzo, maar nu niet meer.

Waarom niet?

  1. Hechting. Ik geloof dat mijn kinderen mij (en/of mijn partner) nodig hebben om te hechten, om een goede basis-veiligheid op te bouwen. En daarom ben ik het hartverscheurend gaan vinden dat we vaak niet anders kunnen dan na 10 tot 12 weken onze kleintjes voor volle dagen aan de opvang te droppen.
  2. Een clubje. Ik geloof dat wij als gezin een clubje zijn. Toevallig werkt het in dit clubje zo dat de Man meer verdient en dus buitenshuis gaat werken en ik heb borsten en ik blijf thuis omdat ik de baby’s zelf nog lang wil voeden. Het zou ook anders kunnen zijn (nou ja, dat van de borsten liefst niet natuurlijk). Ik wil mezelf niet meer als één of ander individu zien, maar ik zie ons als een clubje die samen de boel zo aanpakt zodat de meeste club-lidjes best tot hun recht komen. Dat is veranderlijk. Dat is binnen drie maanden anders dan vandaag. Dan sturen we bij.
  3. Feminisme. Ik vind feminisme niet hetzelfde als beantwoorden aan het mannen-ideaal (geld verdienen, buitenshuis werken, meedoen in de mannenwereld). Ik zou ook willen dat mannen dat niet sowieso hoeven te doen. Ik geloof dat een andere wereld mogelijk is, één waarin andere dingen belangrijk zijn. En bijvoorbeeld zorgen ook gewaardeerd wordt, en niet als een minderwaardige keuze voor een ambitieloze trien wordt gezien.
  4. Tijd. Verandering is de enige constante. Ik geloof niet dat alles nu en tegelijk moet. Nu is de tijd om hier te zijn en mezelf geen pijn te doen door mijn droppies elke dag bij iemand anders te laten. Binnen een paar maanden wil ik misschien wel weer de wereld in.
  5. Keuzes zijn niet individueel. Keuzes worden beïnvloed door onze samenleving, en door principes die we met de paplepel hebben meegekregen. Ik functioneer nu in een Nederlandse samenleving waar ik weinig context zie voor vrouwen om echte keuzes te kunnen maken. Ik ‘geniet’ nu bijvoorbeeld van onbetaald ouderschapsverlof. Mijn zwangerschapsverlof was na 12 weken alweer op. Mijn Man wordt niet gestimuleerd om tijd te nemen om zorg voor de kinderen te dragen. Opvang is in Nederland zo duur dat mijn hele loon er binnenkort naar toe gaat (er is belastingsteruggaaf, dan krijg ik ongeveer 40% terug denk ik). Het goedkoopste is dan nog een oppas aan huis nemen, maar dat is maar handig in een statuut voor drie dagen per week, dus moet er weer eens wat van mijn werktijd af. Of die van mijn Man natuurlijk. En ik heb net ontdekt dat we leges moeten betalen om iemand hier in huis voor de kinderen te laten zorgen, en dat ook die leges 700 euro is, te betalen aan de gemeente om ons huis goed te laten keuren als opvang-locatie, terwijl die kinderen hier natuurlijk gewoon wonen. En 100 euro per maand aan het bureau dat de thuisoppas aanneemt en de administratie doet. Niet echt heel handige maatregelen allemaal, en de keuzevrijheid neemt toe naarmate je ofwel een goed netwerk hebt OF je veel verdient.

Kunnen  we even niet zo simpel doen en alles bij het individu leggen? Mag er enige nuance zijn? En mogen we een nieuwe feministische bril opzetten?

Tot vannacht, ik lees je om 10, om 1, om 3, om 5 en om 7.

Hartelijk,

PodK

 

Advertenties

Ugly bujo’en // over gewoontes

Heel veel dingen hebben voor mij een drempel. Omdat ik het graag goed wil doen, dus meteen heel groots wil aanpakken. Het is een absolute denkfout. Je kan immers beter elke dag een kwartier opruimen dan een keer een grootse opruimactie plannen van een dag waarna alles voor eeuwig netjes zal zijn (die dag héb je ook nooit). Je kan beter elke dag een half uurtje mails beantwoorden dan alles eens heel grondig doen als je eens veel tijd en zin hebt.

Toen ik nog alleen was, kon ik mijn huishouden bij momenten goed op de rails houden met de FLY-lady, omdat dat net op het principe gebaseerd is dat je elke dag een beetje moet doen, ergens moet beginnen en jezelf goede gewoontes moet aanleren. Afhankelijk van mijn energie-level, kon ik het volhouden of niet. (Eerlijk: een tweeling hebben is pittig, maar na drie jaar single-mum zijn met een baan, ben ik hier prima op voorbereid. Ik geef al 16 weken om de drie uur eten aan twee kinderen, en ik ben nog lang niet zo moe als toen ik single mum was. Laatst zei de buurvrouw dat ze zo met me te doen heeft. Zij is single met een dochtertje. Ik zei dat ik met haar te doen heb, omdat zij er dus alleen voor staat. En ja, een tweeling is een 24/7-job, maar ik moet het niet alleen doen, en ik moet nog even niet gaan werken.)

Intussen is de Man de vleesgeworden FLY-lady. Ik heb gewoon de FLY-man gevonden! Ik word soms wel eens knetter van hem, maar eerlijk is eerlijk: onze keuken is elke dag opgeruimd en dat doet hij meestal. Verder houdt hij alles heel goed onder controle. Dat is voor mij nu ook een gewoonte aan het worden, dus op wat achterstallige taken na, is ons huishouden best georganiseerd.

Maar ik dwaal af. 
Ik doe dingen graag groots en goed, en daarom doe ik veel dingen niet.

Zoals een bujo.
Tot ik besloten heb toch maar een ugly bujo bij te houden. Hoezeer ik me ook kan verliezen in het scrollen door prachtige instagram-plaatjes van mensen die mooi kunnen tekenen én schrijven en plaatjes van bujo’s maken.

De ugly bujo komt met een andere tool, de purpuz-planner. ALs ugly bujo-er ga ik immers niet zelf mooie week- en maandspreads maken, ben je gek? In de planner komen de afspraken, de dagtaakjes, de doelen, de reflecties. In mijn bujo komen lijstjes met wat ik moet kopen, doen, betalen. Er zit een bagagelijst in voor als we weg gaan. Onze weekmenu’s komen er in (we eten tegenwoordig vaak uit dit boek, ook leuke ontbijt-ideeën!), en dan zijn er nog de habit-trackers.

Want ja, ik probeer mezelf weer gewoontes aan te leren. Elke dag yoga thuis, met onze goede vriendin Adriene (check youtube). De oefeningen van de fysio ook echt doen. Vitamines nemen. Vitamines aan de baby’s geven. Dertig minuten lezen, dertig minuten mailen, twintig minuten opruimen. Een wasje doen en dat ook opvouwen (zodat ik geen stapels vuile en stapels schone was heb). Wekelijks de lakens wassen van deze hele club en rekeningen betalen en weken en menu’s plannen. Het ambitie-niveau is niet heel hoog, maar ik heb een tweeling van nog geen vier maanden hé.

Er is geen enkele dag waarop ik alles kan afvinken so far, daar zorgt onze kleine girl boss wel voor. De kleinste van de dametjes is hier een kleine dictator die bepaalt of ik op een dag in de douche geraak (FYI: ik zit nog in pyjama – heb geïnvesteerd in twee flanellen pyjama-broeken en ik heb zelden iets anders aan – vast slecht voor mijn sex-appeal). De grootste is een lieverd, de ideale baby, een lachebekje. Ik vrees dat ik haar chronisch verwaarloos omdat haar zus zo’n pittig ding is.

Anyway.
Tot slot. Mijn bujo helpt me ook met het afval-plan. Mijn gewicht is gestagneerd, vijf kilo boven mijn pre-zwangerschapsgewicht. Dankzij deze geweldige blog  vond ik het Levenslank-boek, met alweer… Gewoontes. Geen gekke diëten, niet nooit-meer-suiker en nooit-meer-koekjes. Maar wel: jezelf aanleren om regels te volgen. Ik kies er elke week drie, die in mijn bujo gaan. En probeer me die dan eigen te maken. En te tracken. Zoals daar zijn: geen zoets meer (taart dus, en ferrero’s) behalve op leuke gelegenheden (verjaardagen, de buurvrouw die thee komt drinken). Eén bord en niet meer bijscheppen. Geen honing meer in de thee. En opschrijven wat ik eet, waarvoor ik dan weer de lifesum-app heb.

Mooi is het allemaal niet, maar het is houvast in deze dubbele rozige wolk, waar ik soms behoorlijk in verstrikt geraak.

 

Onrust, niet gedoucht en onregelmaat

De baby’s hebben Ria Blom niet bepaald gelezen. Intussen is mijn zwangerschaps/bevallingsverlof voorbij, en gaat mijn ouderschapsverlof in. De baby’s eten nog acht keer per 24 uur. Grote zus kan slapen van 20u tot bijna 4. Kleine zus eet ook om 22u en 1u, en met een beetje pech zijn er nog nachten dat ik elk uur wakker ben. Omdat ze bijvoorbeeld liefst bij mij slapen, er krampjes zijn, huiltjes, kreuntjes.

Ook overdag is het nog wat aanpoten. Ik probeer ze te laten slapen in hun bedjes, door goed op hun vermoeidheidssignalen te letten. Maar het gaat nog alle kanten op. Hazeslaapjes, en een enkele keer een dutje van maar liefst twee uur. Maar vooral korte slaapjes, die mij te weinig ruimte geven om tussendoor iets te doen.

Met de flow mee kunnen gaan is een goede eigenschap. Hier is even alleen maar de flow. Ik ben sowieso niet zo goed in sturen en organiseren, maar met een tweeling word ik echt geleefd. Van borstvoeding tot borstvoeding. Ik slaap als zij ’s nachts slapen en niet als ze dat niet doen. De kleinste is de baas in huis met haar humeurtjes, hikjes en pijntjes.

Ik wil dingen maar kom er even niet toe en dat is nu maar even zo. Het is een beetje hobbelen doorheen de dagen en blij zijn als ik gedoucht heb of een goede maaltijd heb gekookt.

Een tweeling zien opgroeien is heel bijzonder. De motor die ontwikkeling is, waardoor ze in dezelfde periode gelijkaardige dingen doen. Zoals hun knuistjes in hun mond stoppen. Belletjes blazen. Plots lachen met geluid. Op hun zij proberen draaien. Sommige dingen doet Kleine zus eerst (motorische dingen), andere dingen (relationele) doet Grote zus eerder. En ze zijn zo ontzettend verschillend. Laatst las ik ergens dat een kind nog alles kan worden. Nou, vergeet het. Met een tweeling zie je dat mensen al iemand zijn en niet zomaar kunnen omgekneed worden tot iemand anders. Grote zus is kleine zus niet en omgekeerd. Dat zie je uiteraard ook als je maar 1 baby hebt, maar met twee kindjes is het allemaal veel duidelijker. Ze zijn op dezelfde dag geboren, leven in dezelfde omgeving met dezelfde ouders, en toch is Grote zus relaxed en goedig, en Kleine zus pittig, onrustig, vinnig.

En verder. Verder hakte een stevige borstontsteking er zwaar in (was ik ooit zo ziek?), staan de Man en ik wel eens schreeuwend tegenover elkaar – maar even goed zijn we een team want er is geen enkele andere optie, is alles met de broers wat gestabiliseerd (in het begin vond ik het bijvoorbeeld heel naar om aangeraakt te worden door de zonen, naast al dat aanraken met de kleine baby’s, nu voelt het weer gewoon) en verglijdt de tijd. Ik weet dat dit een fase is, en dat het leven weer groter gaat worden. Ooit. Tot die tijd is het goed zo.

 

 

Mini-update

O, o, deze blog wordt stilaan een ondergeschoven kindje.

Een mini-update.

Uitdaging. Een vriendin raadde me aan niet te lang thuis te blijven, omdat ik meer uitdaging nodig heb. Intussen rijgen de dagen zich aan elkaar en de weken en de maanden. Ik bedenk elke dag dat dit voor iemand als ik een fikse uitdaging is: twee baby’s managen, het huishouden doen, de grote broers, de Man. Een dag waarop we ’s avonds om 18u aan tafel zitten met een (gezonde) maaltijd en zonder dat er iemand huilt, is een topdag. Ik blijf dus nog thuis tot en met februari, hopelijk heb ik het tegen dan onder de knie.

Gierig gidsland. Grote verbazing gisteren bij de storting van het kindergeld. Er was geen kindergeld voor de tweeling. Enig opzoekwerk later, realiseerde ik me dat de baby’s daarvoor enkele dagen te laat geboren zijn. Kindergeld gaat in Nederland per trimester (200 euro per kind per drie maanden). Blijkbaar krijg je pas geld vanaf het eerste volledige trimester dat je kind ingaat, in ons geval voor de tweeling dus vanaf oktober. Of ze dan in het begin van het trimester zijn geboren of op het einde, maakt niet uit. Als ze er op de eerste dag niet waren, krijg je geen geld. Er wordt ook niet naar rato berekend. Gierig gidsland. Is in België toch beter geregeld, waar ook nog een geboortepremie bestaat. Toch?

Ritme. Twaalf weken en plots is er een soort ritme, met eten, spelen en simultaan slapen. Het is allemaal nog kort en de Kruimel eet nog 8 keer per dag, grote zus 6 of 7 keer, maar er is hoop! De dagen met twee baby’s die hazeslaapjes deden en voortdurend moesten drinken en wakker waren en poepten en spuugden á volonté, waren best chaotisch. Eindelijk een beetje houvast. (Hoewel ik daar iemand die hoort te slapen hoor poepen in haar wieg. Zucht.)

Nog meer ritme. Thuis zijn is niet saai. Ik geniet van het ritme van de dagen. Maandag start de week. Dinsdag loopt de Man na het werk. Woensdag is de jongste zoon vrij. Donderdag heeft de belofte van weekend in zich. Vrijdag is de Man thuis, gaan we biologisch-dynamische groenten kopen op de markt (het moment van de week, jong) en is er zwemles. Zaterdag (krant) en zondag is weekend, met als kersje op de taart een nieuwe Zondag met Lubach. En dan is het weer maandag en haal ik opgelucht adem als de mannen weg zijn en ik en de dames thuis.

De Man & ik. O, wat is een tweeling een uitdaging voor de relatie. De Man vond vader worden en alle verantwoordelijkheid en chaos (van twee baby’s en veel bezoek) heel heftig, ik snapte dat niet goed want ik had het gevoel dat ik toch het meeste voor de baby’s zorgde (leve de borstvoeding). Intussen zijn we wat verder en begrijpen we elkaar weer wat beter. Ik zie nu dat de Man eigenlijk wel veel nood heeft aan structuur en dat die echt totaal zoek is. Ik herken ook mijn eigen proces na de geboorte van de eerste. Baby’s zijn leuk, maar plots zit je in een soort kooi met een baby (in zijn geval: twee!) die niet altijd leuk blijkt. Je wordt moe en je bent niet de beste versie van jezelf, en je partner ook niet. Zoiets. Ik vond voor het eerst moeder worden zo heftig, omdat ik dacht dat ik gewoon verder kon leven maar dan met kind, maar niets is ooit nog eens normaal en je kan zo’n kind ook niet terug weg doen natuurlijk (niet dat ik dat ooit wou). De Man zit in een gelijkaardig proces. Hij is verliefd op de baby’s, maar hij rouwt om wat voorbij is. Tijd voor zichzelf. Uitrusten in het weekend. Hobby’s uitoefenen zonder dat je tegelijkertijd ook echt liever thuis wil zijn. (…) Daarnaast hebben we de Calvinistisch-Bourgondische kloof die sterk tot uiting komt in deze tijden (de Man snapt geen zak van bezoek uit België die taarten en koffiekoeken meebrengt en dan nog meer dan je redelijkerwijs zou kunnen opeten – het idee dat je meer koffiekoeken hebt dan dat er mensen zijn gaat er bij hem niet in-, ik geniet van alle gezelligheid, hoewel ik de eerste tijd na de geboorte van de baby’s ook een soort agressieve leeuwin was die al wakker lag als ze zich realiseerde dat mensen op bezoek zouden komen en de baby’s zouden willen AANRAKEN).

Kruimel. We hebben wat zorgen om de kleinste baby omdat die zich niet helemaal ontwikkelt zoals wij verwachten (en zoals haar zus). Ik denk zelf aan een hypo-reactieve regulatiestoornis omdat ze dysmatuur was. Wordt verder onderzocht. Ze blijft klein, schrikachtig, heeft nog primaire reflexen. Ze ontwikkelt zich anders (trager) dan grote zus. Ze vermijdt oogcontact en lacht weinig. Ik hou zielsveel van haar. We zien het wel.