De jongetjes zijn op

Het is een week vol laatste en eerste keren en ook nog een verjaardag, godbetert. Op maandag installeert zich een knoop in mijn maag. Afwisselend denk ik dat ik ziek ben, overemotioneel, misschien nog een keer ongesteld (twee keer op twee weken, yeah!), dat ik echt beter geen frietjes had gegeten, dat ik elk graan dat ik in huis heb inclusief die dure lekkere bio-granola moet weggeven omdat ik er slecht op reageer.

Maar het is gewoon zo dat ik geen klein jongetje meer achter de hand heb, en dat het kleine jongetje hier een kleuter wordt en jarig in dezelfde week, terwijl de oudste de enorme stap naar het eerste leerjaar maakt. Toen ik de vorige keer afscheid nam in de opvang was mijn hart zwaar, maar na een week stond ik daar al terug om een plek te reserveren voor dat kerstcadeautje in mijn buik. Maar nu zijn de kleine jongetjes op en ik weet niet of en wanneer ik daar nog eens ga staan.

En ik moet weer gaan werken, en de herinnering aan Amsterdam is verworden tot een warme gloed. En ik geraak meteen alweer verstrikt in tien deadlines (ik ging het toch beter aanpakken!?), honderdduizend verwachtingen (vooral van mezelf), en gehaast en het rennen. De was moet opgehangen en de vloer gestofzuigd en ik wil alleen maar het hand van de oudste vasthouden en aan de teentjes van de kleinste ruiken.

Oh, oh, oh.

Soms denk ik aan de dag dat ik een oud vrouwtje zal zijn, en dat ik het dan heel stupide ga vinden dat ik niet durfde. Nog een kindje, alleen. Maar vandaag ben ik geen oud vrouwtje. Vandaag ben ik een jonglerende ploetermoeder die wel weet dat er liefde genoeg is voor zo’n ukje, maar dat er praktische en financiële bezwaren zijn die over zestig jaar waarschijnlijk peanuts lijken, maar waar ik vandaag behoorlijk van wakker lig.

Dus sluip ik naar de slaapkamer en kus ik de bijna-driejarige, de bijna-kleuter. De grote man die een eigen boekentasje en brooddoosje krijgt maar die eigenlijk stiekem nog gewoon mijn baby is en dat altijd zal blijven.

 

 

 

 

Advertenties

Mijn hoofd in beelden

Ik lees stukjes van mijn eigen blog terug, en zie hoe vaak ik vermeld dat ik verstrikt geraak in mijn eigen hoofd. De eeuwige gedachte: als ik er nu in slaag beter voor mezelf te zorgen, dán ga ik alles onder controle krijgen. Maar die hele chaos, om niet te spreken over een constante zeer diepe vermoeidheid, zat natuurlijk het beter zorgen voor mezelf danig in de weg. Ik was zo druk bezig met zorgen voor de kinderen, de chaos te lijf gaan en mezelf heel de tijd bij mijn nekvel grijpen, dat het gewoon niet realistisch was, dat beter voor mezelf zorgen.

Op het moment dat ik dit schrijf is mijn rilatinegebruik nog geen week oud. Ik ben niet aangenomen door Novartis voor het voeren van promotie, maar ik wil wel graag tonen wat het met me doet.

Twee weken geleden was mijn hoofd zo:
(die aanleg had ik altijd al maar de omstandigheden alleen met de jongens maakten dat het volslagen buiten proportie is geraakt)

Chaoshoofd

In interactie met anderen was ik zoals op onderstaand plaatje, waardoor ik telkens de draad kwijt geraakt en en vaak heel verward overkwam. Als ik me heel erg moest focussen (bv belangrijk gesprek voor het werk) dan werd ik vaak misselijk van de inspanning:

Chaoshoofd gesprek

Met rilatine heb ik dit hoofd:

Rust in hoofd

Het lijkt wel alsof ik plots volwassen ben ofzo. Ik kan bv mijn eetgedrag beter beheersen, ik heb geen keuzestress meer in de supermarkt en ik denk niet elk uur honderd keer aan s…laap! (Je kan niet geloven hoe ik dag in dag uit alleen maar met mezelf zat te discussiëren of ik dutjes mocht gaan doen.)

Op onderstaand plaatje hoop ik. Reality ligt hopelijk achter me. Ik ben nu meer een soort van mens aan de expectations-kant. Het pijnlijke is dat ik op het einde van de rilatineloze periode heel veel steken ben gaan laten vallen. Ik heb dingen heel passief aangepakt, laten liggen of slecht gedaan omdat ik me echt niet meer vooruit kon branden. Daar moet ik nu een behoorlijke prijs voor betalen (herstellen, vertrouwen terug winnen). Wat alleszins zo is, is dat ik tien uur per week minder werk dan vroeger, maar dubbel zo veel werk verzet. Het ideaal is dat ik op termijn gewoon overdag kan werken voor de baan, daar een punt achter kan zetten, en dan de avond gebruiken voor mijn kinderen en mezelf zonder dat al die onafgewerkte taakjes rondtollen in mijn hoofd en ik me nog eens naar mijn bureau sleep voor een volgende uitputtingsslag met mezelf waarin ik altijd verlies.

Warhoofd in de praktijk

Tot mijn schande heb ik vaak een beetje inwendig geoordeeld over mensen die medicatie namen zoals antidepressiva. Dan dacht ik een klein beetje dat ze het niet aandurfden hun problemen in therapie aan te pakken. Of misschien dacht ik wel: ‘lekker makkelijk’. Nu weet ik dat er soms gewoon niets ergs aan de hand is, behalve dat je hersenen een stofje te veel of te weinig hebben. Dat daar pilletjes voor zijn, en dat je een betere versie kan zijn van jezelf als je die neemt.

 

Zeelucht

De dagen in de Stad vliegen voorbij. Het wordt een vakantie met special thanks to. We bezoeken Artis, we eten pannenkoeken bij vrienden uit Amsterdam. Ik heb een soort date die volledig verziekt wordt door de kinderen, een dagje kinderboerderij met een vriend van vrienden. En de laatste dag past een collega op de Peuter en neem ik met de Kleuter de tram en de pont naar EYE, waar we samen van de GVR genieten. Terug in het leenhuis heeft de collega gekookt en helpt ze met orde op zaken brengen want de volgende dag vertrekken we naar zee. Voor vertrek vis ik een boete van onder de voorruit.

We vertrekken in mineur. De boete (shit man), maar ik ben ook gevangen in strikken van mijn eigen gedachten. Dat alleen op vakantie met twee kinderen onmogelijk is (we hebben bv heel ongezond gegeten omdat ik niet én uitstapjes kon voorzien én koken én animatie én al de rest). Dat een vakantie, zelfs als logeerden we gratis, veel te duur is voor ons. Gelukkig kwam er een onverwacht geschenk uit de hemel <3. Dat de Kleuter zo dwars is dat ik er echt heel ongelukkig van word, niets mocht makkelijk, ik herinner me bij elke activiteit ook de woedebuien en het verzet. Dat dit geen vakantie voor mij was, ik heb immers niets gedaan wat ik interessant of leuk vond (en dat is overdreven, want ik heb gelezen en ik heb van de stad genoten en vrienden gezien).

We rijden. Langs Schiphol, langs de haven van Rotterdam, naar een hoekje van Schouwen-Duiveland, alwaar ik de lelijkste chalet van Nederland heb gehuurd, zo blijkt. Twee nachten. We halen warm brood bij een vooroorlogs buurtwinkeltje. En kaas. We eten op het terrasje. We wandelen naar zee. Daar zit ik de hele middag, tussen de gezinnen. De jongens spelen, ze zijn niet blij dat ik geen zin heb om mee in zee te gaan. Daar heb je papa’s voor, denk ik. Rondom mij liggen vrouwen boekjes te lezen en vaders rennen de zee in met hun kinderen. We eten ijs, we wandelen terug.

Tijdens de wandeling bedenk ik dat vakantie elk jaar existentiële verveling oproept. Je leeft er naar toe, en dan denk je ‘is dit het maar?’. En plots wordt alles meegezogen in dat gevoel ‘is dit het maar?’. Kinderen hebben. Is dit het maar? Werken. Is dit het maar? Leven. Is dit het maar? …

Dan gebeurt het wonder. De Peuter en ik vallen in slaap, de Kleuter kijkt een filmpje. Na het dutje is alles anders. De jongens gaan plots kampen bouwen buiten en spelen zelfstandig en leuk zonder ruzie en zonder mij elke anderhalve minuut te roepen. Ik maak een pasta, lees verhalen van Primo Levi op het terras en geniet van het spel van de jongens, de zeelucht, de lelijke chalet, de rust. Dit is genieten, en alle valstrikken in mijn hoofd zijn opgelost.

Nog anderhalve dag. Herinneringen krijgen heel snel gouden randjes. Zelfs het dieptepunt van enkele dagen geleden (met twee vermoeide kouwelijke kinderen een beloofd softijsje eten voor een lelijk Amsterdams snackbarretje – de ijswinkel waar we naar toe wilden sloot voor onze neus, iedereen moe, al bijna zeven uur en nog moeten winkelen, koken, en eten – het gevoel de wereld op mijn rug te torsen, maar het was maar een peuter en een kleuter aan de hand).

Het gevoel ‘we did it’ overheerst. Dit is wat ik wou, dit is wat we gedaan hebben.

 

Aan wal

Could you help me, please?
De man nam mijn kind over. Ik stapte op de waterfiets, nam het kleine jongetje aan. Het bootjesgeval wiebelde. De Kleuter zat hysterisch van angst vooraan. Ik zette de peuter tussen ons in en daar gingen we, de grachten op.
De eerste tien minuten vaarden we tegen een brug op, keerden we onbedoeld, draaiden we kringetjes. Verdomme, dacht ik. De jongens kunnen niet zwemmen en ik heb niet eens om zwemvesten gevraagd (niemand droeg zwemvesten op de andere canal bikes, ik was dus niet de enige onverantwoorde ouder, maar wel de enige die alleen met twee ukken op zo’n ding zat), en ik kan niet sturen. De Kleuter geraakte vreselijk in paniek van mijn geklooi en ik moest alle zeilen bijzetten (haha) om de waterfiets te sturen, te blijven trappen, kalm de Kleuter te kalmeren op een niets-aan-de-hand-toontje (maar aaaaaaah, daar komt een grote boot met 100 toeristen in en we liggen exact op zijn route) en de Peuter aan te moedigen  vooral wakker te blijven en binnen de grenzen van de canal bike. Een kind van nog geen drie is immers in staat om zijn knuffel overboord te laten vallen en achterna te gaan. Een man op de kant kijkt ons lachend aan. ‘This is very good for you!‘ roept hij. Ik weet niet of dit een soort meta-boodschap van het universum is over angsten overwinnen en vertrouwen, of dat hij van bovenaf gewoon een te goed zicht heeft op mijn te dik geworden billen die trappen in de canal bike.

Aanmeren was een beetje zoals achteruit inparkeren. Niet mijn sterkste kant. De Kleuter, die behoorlijk gekalmeerd was na drie kwartier relaxed waterfietsen terwijl ik prima stuurde, geraakte buiten zinnen. Ik moest een Amerikaan to the rescue roepen. Die redde ons gaarne, trok de boot aan de kant, maakte ons vast, nam de kinderen over en trok mij aan wal.

Daarna tramden we naar het Vondelpark, waar ik koffie dronk en de jongens ijs aten en speelden. We tramden naar het leenhuis terug. Twee trammen, de jongens trots als pauwtjes op een zitje.

Koken, eten, bedjes. Boek lezen op de bank. Huishouden doen. Nog wat werk-dingen afronden. Mailtjes beantwoorden. Blog schrijven. Denken.

Denken. Alles waarvan ik denk dat het vervullend zal zijn, blijkt altijd een beetje minder dan ik dacht. Zoals deze vakantie met de jongens. Ik keek er naar uit, we leefden er naar toe. We nemen herinneringen mee en naarmate de tijd verstrijkt worden die glanzender en met meer gouden randjes, omdat we vergeten hoe het was. Hoe het echt was. De angst dat één van de kinderen in het water zou belanden. De vermoeidheid. Het plakkerige handje in het mijne. Het kind op mijn rug dat klaagde hoe moe het was. Het saaie van koffie drinken in een speeltuin in het Vondelpark. De jongens aan de tramhalte op de grond, wachtend tussen de sigarettenpeukjes. Het afgeraffelde verhaaltje bij het bed, omdat ik het totaal had gehad met de dag, met de jongens. En al die vieze snoepveters die ik hier vreet, ’s avonds, stiekem. Omdat ik moe ben, en hier alleen zit in een huis in Amsterdam.

Maar. We hebben gewaterfietst op de grachten. En dat vond zelf de Kleuter cool.

 

Overmoedige moeder tript naar Amsterdam met grut

Zelden was ik zo goed voorbereid. De bagage gestructureerd in de auto geladen, een EHBO-tasje gemaakt (seriously), cadeautjes voor de man, vrouw en kinderen des geleend huis gekocht, auto volgetankt, pasta gekookt waarin alle overschotjes uit de frigo verwerkt zaten om niet met een lege maag te vertrekken, geld afgehaald. We reden ’s avonds, zodat ze zouden slapen. Want 215km met twee kinderen alleen is lang.

Uiteraard sliep er niemand. De Kleuter was boos omdat hij op reis gaan stom vond, tot ik hem omkocht met een zakje chips. De Peuter mopperde dat hij moe was, maar viel niet in slaap.

En toen kwamen we aan. De jongens instant hyper door het leuke huis met het leuke speelgoed. Ik laadde uit, maakte het bed op, legde de jongens te slapen, plunderde de snoeptrommel die niet van mij was (even geen rekening gehouden met avondlijke honger na een lange dag en lange rit) en werkte nog enkele belangrijke dingen af.

Jullie mogen nu keihard lachen, maar ik had zelfs een dagschema gemaakt. Met foto’s. Leve de opvoedingsondersteuning. De dag begon met corn flakes en het overlopen van het dagschema. We parkeerden de auto ondergronds, gingen boodschappen doen, verkenden de buurt, lunchten. De jongens speelden. We kochten kaartjes voor de tram en gingen naar het Scheepvaartmuseum, alwaar we een geweldige middag hadden met poppenkast en een oud VOC-schip verkennen en een geweldig kleuterprogramma met een pratende vis en ook nog een gigantisch cool spel. Daarna aten we ijs en dronk ik een espresso ergens op een bankje aan een leuk koffietentje, werd er alweer gespeeld en schoof ik een pizza in de oven en maakte er een verplicht slaatje bij. Eten, tv, douchen, verhaaltjes en een diepe slaap voor de jongens. De overmoedige moeder ruimde op, sproeide de tuin, werkte nog een opdracht af en schreef een blogpost. En ik las een half boek waarbij de chips opat die de kinderen hadden mogen uitzoeken.

Ik was op alles voorbereid. Behalve op de kwetsbaarheid. Ik dacht dat ik me een hele mevrouw zou voelen, met mijn twee kinderen op citytrip in Amsterdam. Maar daar loop je dan, de Kleuter wordt tien keer woest, de buggy breekt langs één kant, de Peuter blijft maar zeggen hoe moe hij is. Nou ja. Zo dus. Het is vermoeiend en ook eenzaam. En f*ck joh, wat kost deze stad geld. 70% van ons vakantiebudget ging vandaag op, aan openbaar vervoer, museum en boodschappen. Auwtch.

 

*wordt vervolgd*

 

 

 

Moeders zijn ook maar mensen

Femma is een eigentijdse en eigenzinnige vrouwenorganisatie met een duidelijke visie op mens & samenleving. Femma praat mee over wat vrouwen vandaag denken, voelen & beleven. Femma verdedigt de belangen van vrouwen met minder kansen en in het bijzonder alleenstaande vrouwen. De organisatie ijvert voor emancipatie van vrouwen en gendergelijkheid, o.a. via het informeren en sensibiliseren van vrouwen, beleidsmakers en andere actoren.

Onderstaand stukje is geschreven voor Femma en verschenen op hun website.
Meer over Femma? Neem hier een kijkje!

Moeders zijn ook maar mensen

Het is 19u30. Ik heb 230 km gereden met twee boze kinderen op de achterbank, die zelfs met de verhaaltjes van Pim en Pom en Pippi Langkous niet te temmen waren. Thuis krijgen ze heel onverantwoord frietjes, en mik ik ze in bed(*). Het verhaaltje lezen lukt nog net, maar ik ga echt geen verklaring geven bij elk onbekend woord. En mijn knuffels zijn op. Met moeite pers ik er een kus uit voor beide heertjes. ‘Moeders zijn ook maar mensen,’ zeg ik. ‘Je bent lief,’ probeert de kleinste. ‘Ja,’ zeg ik, ‘ik ben immers je moeder. Maar nu ga ik beneden op de bank een kop koffie drinken, want het is genoeg voor vandaag.

Tussen de lappen vakantie door, mocht ik drie dagen gaan werken. Enthousiast trok ik mijn rode hooggehakte schoenen aan en reed ik naar kantoor. Aldaar verzuchtte ik in een vergadering hoe heerlijk werken is. Ik legde uit dat ik de vakantie met kleine kinderen best vermoeiend vond. Mijn collega keek me een beetje glazig aan, vertelde me dat ze vroeger genoot van elk moment en voegde er fijntjes de vraag aan toe waarom ik eigenlijk nog kinderen wil.

De voorbije weken heb ik bulten van kamelen en dromedarissen geteld, oude schepen verkend, gelachen om de idiote grapjes van Jan Klaassen, bootje gevaren, op het strand gezeten en de GVR gezien. Luxe, absoluut. Maar op een dag, toen ik op handen en voeten door een museum kroop, vroeg ik me af waar ik eigenlijk mee bezig was. Strikt gezien was het antwoord daarop dat ik op zoek was naar een schatkist, met een handpop van een eenhoorn om mijn hand. Met een stemmetje deed ik geluidjes en moedigde ik de kinderen aan, terwijl ik de handpop driftig bewoog. En alle dankbaarheid en luxe ten spijt, plots slaakte de eenhoorn een erg diepe zucht. De vakantie kostte niet alleen hopen geld en energie, maar ik was ook totaal onderprikkeld. Het is nu eenmaal niet mijn grootste wens om opdrachtjes uit schatkisten uit te voeren, aan de rand van zandbakken te zitten opletten dat mijn zonen andere kinderen niet de kop inslaan of omgekeerd, en een servetje onder het kinnetje van mijn peuter te houden om slierten smurfenijs op te vangen. Ik doe het met liefde en plezier. Maar ik ben ook een volwassen mens, en in die hoedanigheid wil ik ook wat.

Enkele weken geleden ging ik met mijn Femma-pas naar het museum M. Gefascineerd luisterde ik naar de audiogids terwijl ik de werken in me opnam en ik kwam helemaal opgeladen terug voor nog wat rondjes moederschap. Met die herinnering schud ik mijn Femma-pas uit mijn handtas en leg ze op de hoek van de tafel. Een reminder voor mezelf. Opladen voor gevorderden.

(*) Referentie aan ‘Voeden, verschonen en in de wieg mikken’ van A.M.G. Schmidt

Kwaliteit

Ooit was ik op weekend voor het werk met iemand die er bij zweerde ‘lokale’ en duurzame producten te nuttigen. Dat had hij dan ook volop ingeslagen voor dat weekend. Koffie van een lokaal koffie-branderijtje. Kaas van een echte kaaswinkel. Heerlijk brood van een echte bakker, geen keten. Mijn zintuigen op scherp. Smaakexplosies. Geniaal.

Omwille van o.a. financiële overwegingen, doe ik boodschappen in de Colruyt en via het voedselteam. Via het voedselteam koop ik vooral groenten en fruit. Ook zuivel behoort tot de mogelijkheden, zelf vlees. Maar die dingen gebruiken we niet echt (veel) dus die  heb ik dan ook niet nodig. Brood bestel ik overigens soms wel, evenals gebakjes die uit een soort zorgboerderij komen. De garantie is altijd dat het bio en lokaal is, korte keten.

Dat is in de Colruyt niet het geval. Ik verkies de Colruyt boven de Aldi omdat ik in de Colruyt het gevoel heb dat ik nog wat meer gezonde keuzes kan maken. Het ligt absoluut aan mij, maar ik ga volledig los bij die bodemprijzen in de Aldi en in plaats van een mandje vol zorgvuldig geselecteerde groenten en fruit, stuiter ik naar buiten met allerlei soorten zouts en zoets en vaak ook nog een brooddoos die ik niet nodig heb en een fietspomp die toevallig in de aanbieding is ofzo. Ja, het is goedkoper winkelen, maar nee, niet als je buiten komt met dingen die je niet nodig hebt. De Colruyt dus. Waar bio ook een optie is, maar aangezien bio naast niet-bio ligt en het prijsverschil daarmee ook meteen zeer duidelijk is, is het altijd wel wat een bewustere keuze daar. De laatste jaren moest ik de keuze vaak bewust maken om geen bio te kopen, maar vooral te gaan voor betaalbaar wegens het alleenstaandemoederbudget.

Anyway. Ik kwam vaak thuis met zo’n pak van de goedkoopste jonge kaas, en grote blikken van de goedkoopste koffie.

En even vaak sloeg die kaas wel eens groen uit, en stond de koffie te verpieteren in zijn blik, omdat je voor de prijs die je er voor betaalt – naast het feit dat ik vind dat ik me vragen moet stellen bij hoe het komt dat het voor die prijs kan – niet de meest attractieve producten koopt die bulken van de smaak.

Dus nu pieker ik alweer een tijdje over het doen van het experiment. De stad in gaan. Bij de lokale kaasboer en de lokale koffiewinkel lekkers kopen, en daar zorgvuldig en met mate van genieten. Met een schoner geweten, opnieuw verantwoorder en bewuster consumeren. Bio kiezen. Afwegingen maken die mijn budget overstijgen maar ook de belangen van de wereld waarin we leven recht doen. Zou dat uiteindelijk niet voordeliger uitkomen?

Hoe pakken jullie dit aan? Zeer benieuwd!

 

 

Eureka

De aandachtige lezer heeft hier vast wel een lijstje ‘klachten’ opgepikt. Vermoeidheid. Constante neiging om te slapen. Chaos in mijn hoofd. Niet in staat zijn me te organiseren op een eenvoudige manier. Spierpijn, gewrichtspijn. Allerlei schuldgevoelens. Worstelingen met mezelf. (…)

Dokters en onderzoeken volgden elkaar op. Buiten vage dingen als fibromyalgie, een ooit doorgemaakte Lyme-besmetting en ‘distress’ kwam er weinig uit die onderzoeken. Dus ploeterde ik voort.

Als ik er nu op terug kijk, werd het steeds erger. Ik liet steeds meer werk liggen, ik ging steeds vaker vroeg slapen. Schraapte ik mijn moed eens bij elkaar om ’s avonds de afwas te doen, moest ik tussendoor rusten. Soms huilde ik uren aan een stuk omdat ik niet meer kon.

En toen schreef ik dit en antwoordde Essie iets over ADD. Ik googelde eens, herkende wat dingen die ik altijd geduid heb als HSP. Toen las ik dit. Ik spurtte naar de dokter en ik, ik die weiger ‘de pil’ te nemen en liefst biogroenten eet, kwam terug met een doosje rilatine. Op dat punt had ik ongeveer alles gedaan wat de dokter me had voorgeschreven om rust in mijn kop te krijgen. De negatieve spiraal van vermoeidheid, zelfverwijt en chaos was vernietigend. Voor het eerst had ik ook een aantal momenten gehad waarop ik op het werk niet had kunnen verbergen dat dingen mij niet goed lukten, en ik had dus ondergepresteerd. Een collega had me als grap al een paar keer ‘de zeef’ genoemd. Ik merkte dat ik een steeds onsamenhangende en verwarde indruk maakte.

Als ik dit schrijf, heb ik het doosje rilatine drie dagen in mijn bezit. Ik heb drie pilletjes genomen, omdat ik het beperk tot de momenten waarop ik moet werken.
Effecten?

  • Er is terug tempo in mijn hoofd, de traagheid is er uit. Ik geraak niet meer verstrikt in mijn gedachten.
  • Mijn hoofd is hyperhelder. Ik kan goed nadenken en mijn eigen draad vasthouden bij het denken.
  • Ik zette een stap verder in mijn professionele ontwikkeling door het ontwikkelen van een nieuw concept voor een organisatie. Ik werkte de laatste tijd zo paniekerig dat ik daar geen mentale ruimte voor had.
  • Ik heb organisatiedrift. Als ik de afwas doe (zonder pauzes) rangschik ik alles op rijtjes.
  • Ik ben niet meer moe. Ik ben niet meer moe! En nu pas besef ik hoe zwaar dat loden gevoel in mijn kop was.
  • Dingen zoals de afwas, de was of het maken van een tas om met de kinderen een klein uitstapje te maken, zijn niet meer onoverkomelijk.
  • Ik denk veel positiever, ik ben moediger.
  • Ik voel me even geen sukkel/mislukkeling meer omdat ik de dingen  die ik moet doen op een krachtige manier kan doen, en niet met hangen en wurgen en een verschrikkelijk gevecht met mezelf.
  • Ik ben wat proactiever en meer sturend. Ik toon bijvoorbeeld wat meer durf in een voorstel dat ik maakte. Ik geloof dat dat ook wel bij mijn functie hoort.
  • De kluwens, de twijfels, de strikken en vallen zijn weg uit mijn hoofd.
  • Ik verlies me niet meer in details of in niet-kunnen-kiezen. Ik hak knopen door en kom daardoor verder in plaats van blijven hangen als een haperende plaat, doodmoe worden, in bed kruipen, beslissing uitstellen.
  • Ik heb een plotse neiging om te communiceren, mensen op te bellen, te appen en smsen, in plaats van me als een struisvogel te verbergen in bed.
  • Als ik het genomen heb, klem ik met mijn tanden.
  • Zelfs deze post is gestructureerd geschreven ;). (bullets!)
  • Als ik iets lees, weet ik waar het over gaat.

Er wordt wel eens maatschappijkritisch gezegd dat alle kinderen tegenwoordig aan de rilatine zijn. Ik ben absoluut geen voorstander van het nemen van medicatie en zal het liefst vermijden, maar deze pil redt mij van een zware burn-out en/of depressie. Ik wou dat ik de pil tien jaar eerder had gehad, dan was mijn doctoraat gelukt en mijn zelfvertrouwen misschien nog wat op peil. Dan had ik naast het werk dat nooit af geraakte misschien ook leuk geleefd. Dan was ik omver geblazen door het vertrek van Dirk maar dan had ik terug recht kunnen krabbelen. Dan was ik geen mama geweest die van ellende en vermoeidheid tegen haar kinderen schreeuwde of uren lang huilde. Dan waren al die dagen alleen met mijn kinderen niet zo onoverkomelijk en uitputtend geweest. Dan had ik niet zo veel ruzie met mezelf, dag in dag uit. Al die strijd waar ik doodmoe van ben geworden… Dus ik geloof dat mensen die de pil echt nodig hebben, ook recht hebben op deze medicatie. Het verdriet, de pijn, de schade die je oploopt als je jarenlang met jezelf vecht om je te focussen, om prikkels te filteren, om dingen gedaan te krijgen, om keuzes te maken, om wakker te blijven, … is te zwaar.

 

 

Een nieuwe man

De rechtszaak is ongeveer afgerond (op een zware rekening van de advocate na, geloof ik) en het is goed geweest. Er is zeer beperkte kindvrije tijd ontstaan voor me (twee dagen overdag per maand, een nacht per maand) en nog voor ik me er bij neergelegd had, zag ik de mogelijkheden. Tijd om alles te doen waar ik niet toe kom, tijd om te fietsen, op te ruimen, na te denken, bij te werken, iets te eten dat ik lust, een godganse dag in de sauna te gaan zitten als ik dat wil.

Het is een gevecht geweest dat belachelijk veel tijd heeft gekost, maar dat goed is geweest. Het was dus een soort van helend proces, het niet onder elkaar moeten uitvechten maar er een hogere macht bij inschakelen. Een boertige geld-vretende hogere macht, maar toch.

Intussen heel ik verder (dank emotioneel lichaamswerk). Ik voel me heler en heler en vrijer. Van op het punt waar ik nu sta zijn alle vragen die ik de voorbije twee jaar had, beantwoord. Ik luister in de auto naar een podcast en ik klem mijn stuur vast. Je kan ‘m hier vinden (‘meneer x’), maar ik ga even spoilen. Heel kort gezegd gaat het over een man die en vluchteling in huis neemt. Ze geven hem alles (hij is bijvoorbeeld dol op mooie schoenen). Hij studeert hard en aanvankelijk gaat alles goed, tot de vluchteling in kwestie een relatie blijkt te hebben met zijn vrouw. Jaren later is zijn vrouw alleen achtergebleven met twee kinderen waar hij soms mee voor zorgt. Op de vraag of hij het anders aangepakt had als hij het had geweten, zegt hij volmondig nee. Er is meer nodig om hem van zijn principes af te brengen, de deur staat nog steeds open.
Ik luister en wou dat ik ‘grootser’ geweest was. Niet verzopen was in mijn wanhoop en verdriet, in mijn boosheid, in mijn hulpeloosheid. Dat ik gewoon het vertrouwen had gehad om te weten dat ik het alleen kon (moeilijk gaat ook) en de wijsheid om te zien dat Dirk het niet kon, bij ons zijn en doen wat hem te doen stond. Dat er meer nodig was dan een Dirk om me onderuit te halen.

Het eigenaardige nu is dat Dirk in beweging is gekomen. Hij woont, hij werkt, hij herstelt schade, hij betaalt terug, hij maakt plannen. Hij is in therapie gegaan en dat is een heel heftig proces voor dat zwaar mishandelde kind dat hij met zich meedraagt. Enerzijds doet het me niet zo veel, anderzijds kijk ik met een frisse interesse naar wat er gebeurt. Al twee keer sprak hij naar mij uit toe hoeveel schade hij ons heeft toegebracht en dat dat hem spijt. Het lijken geen holle zinnen want hij gaat nogal diep op de kwestie in. Dat vind ik pijnlijk, ik ben er ongeveer wel klaar mee. Ik kan er weinig op zeggen. ‘Het viel wel mee,’ is niet aan de orde. Ik denk dat hij het meent, want hij wil er niets voor. Maar ik wil ook niets. Ik zie het wel. Alhoewel ik me laat verrassen door de daadkrachtigheid waarmee hij een belofte nakomt met iets te helpen hier in huis. Zijn blik is anders, hij praat anders. Hij wordt een andere man.

En ik, ik heb eindelijk beschikking over het vertrouwen en de wijsheid waar ik niet bij kon de voorbije jaren. Dus ik leun achteruit en sta open voor wat komt. Of niet komt. En niet zonder meer.

 

 

 

Dagboek van een perfectionista

 

Twee uur geleden
Ik dwaal door het stadje. Vorige week was ik hier ook een nachtje. Gek dat je al meteen een patroon opbouwt, door dezelfde straten wandelt, dezelfde dingen doet. Bij Sissy Boy koop ik twee lieve kleine cadeautjes voor de jongens. Monstervingertattoes en een monsterschminksetje. De kleinoden worden prachtig ingepakt door een montere verkoopster. Ik wandel naar buiten, mijn voeten brengen me naar een boekhandel waar ik mezelf een boek cadeau doe en als vanzelf loop ik naar de pizzeria waar ik vorige week ook alleen aan een tafeltje zat. Maar nu deel ik mijn maaltijd met een boek. Ik voel me sterk, rustig, tevreden en het maakt me niet zo veel uit dat andere mensen me een beetje vragend aankijken om mijn allenigheid. Op mijn kamer in de mooie B&B met de zorgzame mensen knip ik de lichtjes aan, zet ik een kopje koffie en ga ik innig tevreden in bed mails beantwoorden.

Vijf uur geleden
Ik rijd van de ene plek naar de andere. Haal mijn gespreksprotocol uit mijn tas, schud handen, interview, vraag door, probeer een goed beeld te krijgen, noteer. Op het einde vraag ik een nietje, en stop ik de papieren in de juiste map. Om later te verwerken. Ik kom bij alle leidinggevenden van deze organisatie. Soms fantaseer ik dat ik stiekem een vergelijkende test van nietjesmachines doe en dat al die vragen die ik stel alleen maar een dekmantel zijn. De eerst zes hadden exact dezelfde. Eén vrouw had een roze. Eén man had er één die niet werkte. Wat zou dat zeggen over de leiderschapsstijl? Allen vonden de nietjesmachine onmiddellijk. Geen chaoten, noteer ik in de kantlijn.

Negen uur geleden
Het is voorbij. Het is voorbij. Ik stap in de auto. Ik heb nog steeds buikkrampen, maar voel me een pak lichter. 150 km voor de boeg. Ik bel met een bestuurder en met een aantal collega’s. Ik vraag me af waar ik me zo’n zorgen over gemaakt heb. Plots voel ik even hoe het leven ook kan zijn als je jezelf niet ziek stresst.

Elf uur geleden
Er ontstaat een goed gesprek. Iedereen doet mee en luistert. Als ik een rondje voorstel waarin ze feedback kunnen geven op de aanpak die ik al een jaar met hun organisatie voer, stromen de complimenten binnen. Wat gênant is, want dat was niet exact de bedoeling. Ik wou vooral feedback om te kijken hoe we het voorstel voor volgend jaar nog beter kunnen laten aansluiten bij hun behoeftes als organisatie. Eén directeur zegt dat zijn teamleden zuchten als ze horen dat er een studiedag is. En dat ze opveren als ze horen dat ik de dag zal begeleiden. Ik lach, maar besluit me ook kwetsbaar op te stellen. Dat ik voor het traject met zijn team heel lang heb nagedacht over elke stap die we gezet hebben, daar hebben ze vast last van gehad. Maar nee, iedereen tevrêe. Ik uitzonderlijk dus ook. Heb ik hier nu zo slecht voor geslapen?

Twaalf uur geleden
Waar ben ik eigenlijk mee bezig? Ik ga zo dadelijk een vergadering van drie uur leiden met twintig mensen. Ik heb de inhoud vannacht op 35 minuten voorbereid. Dit gaat mis, dit gaat vreselijk mis. Zou ik het op een lopen zetten? Het kan nog net.

Vierentwintig uur geleden
De dag was een chaos, met de kinderen, de Familiehelpster, de kapper, werktijd, halen, brengen, telefoontjes, de peuter die niet wou slapen. Als hij eindelijk slaapt hang ik een beetje rond in huis. In mijn achterhoofd hamert het feit dat ik  morgen een vergadering moet leiden die heel bepalend is voor een grote opdracht die ik volgend jaar zou kunnen uitvoeren. Ik heb wat kriebelige nota’s maar de vergadering is niet voorbereid. Ik stel het uit, en tegelijkertijd ben ik hypernerveus. Uiteindelijk gooi ik in iets meer dan een half uurtje tijd de voorbereiding op papier, inclusief powerpoint en werkvorm. Ik ben volledig opgejaagd en doodsbang. Ik krijg een appje van een manager die blij is me morgen weer te zien. O jee, o jee, kreun. Ook nog de manager erbij. Als ik in bed stap ben ik op van de zenuwen. Ik slaap slecht. Normaal gezien kan ik mijn uitstelgedrag door faalangst wel de baas, maar ik heb de laatste tijd wat te veel stress dus is het heel moeilijk mezelf in de hand te houden. De verleiding af te bellen, me ziek te melden, mijn kop in het zand te steken was bijna tastbaar. Als ik wel in slaap val, droom ik van een man die mijn autosleutel heeft gejat. Ik wil mijn sleutel terug en val de man eerst verbaal en dan fysiek aan. Hij reageert niet, hoe ik ook sla en schop, maar ik vind de sleutel ook niet in zijn zakken en ben in een vergevorderde staat van paniek. Ik word wakker en heb niet eens een dromenwoordenboek nodig om te weten dat een sleutel voor controle staat en een auto voor vrijheid.

Nawoord

Als ik gewoon even die faalangst onder controle krijg waardoor het uitstelgedrag, de drama’s en de chronische stress zouden verdwijnen, zou het leven plots heel leefbaar zijn. Blijkbaar kan ik prima op een half uurtje tijd een voorbereiding af hebben die goed genoeg in elkaar zit om een zinvolle vergadering te leiden. Waarom moet ik daar dan een halve week tegen op hikken en een hele nacht voor woelen? Stressprinses. Prinstress. En nu pas realiseer ik me dat mijn blognaam niet alleen een goede verwijzing is naar mijn vegetarisme, maar ook naar mijn hoogsensitiviteit. Haha.