Over energie, zelftwijfel en waar ik naar toe wil

Een tijdje geleden vroeg iemand of ze me mocht interviewen in het kader van een loopbaanoriëntatiegesprek. Ik vond het een bijzondere ervaring. Meestal ben ik immers degene die interviewt. Geïnterviewd worden maakt dat een aantal dingen die je wel weet over jezelf, plots in woorden zitten en daarmee meer helder en afgebakend zijn. Ik deel graag een stukje uit het interview.

Wat geeft jou zoveel energie dat je zo vroeg kunt opstaan, lange dagen kunt maken, en werk en 4 kinderen kunt combineren?

Grappige vraag :). Ik heb het gevoel dat ik al heel mijn leven veel te weinig energie heb. Dat ik meer dan een gemiddeld mens moe ben en rust nodig heb.

Maar als je het zo bekijkt dan heb ik sinds ik zelfstandige ben inderdaad meer energie. En dat heeft te maken met het creëren van mijn eigen omstandigheden. Ik hoef geen vergaderingen uit te zitten die vooral draaien om de profileringsdrang van een informeel leider. Ik zit niet meer in een kantoortuin waar ik door alle prikkels om me heen amper een vijfde kon doen op een dag van wat ik nu doe. Ik maak mijn eigen keuzes. Ik ben introvert en ik breng tijd alleen door: tijd om te schrijven, dingen te bedenken, … En dat levert alleen maar veel energie op. Ik doe nu meer dingen die me energie geven op een manier die me geen energie kost.

Hoe ga je om met zelftwijfel, bijvoorbeeld in een creatief proces?

Ik ervaar dat als extreem pijnlijk. Eerst is er de flow van iets maken, iets creëren. Met die energie kan ik het in de wereld zetten. En dan is het plots out in the open, en twijfel ik aan wat ik gedaan heb. Voel ik me stom, schaam ik me, denk ik dat niemand er op zit te wachten. Dat ging bijvoorbeeld zo bij de Tiny Podcast, waarin ik elke weekdag een gedachte deel. Op een bepaald moment was ik echt kapot van zelftwijfel. Wat had ik nu weer gedaan?
Dan komt er een fase waarin ik me heel erg ga richten op prikkels van buitenaf: hoeveel luisteraars zijn er? Laten ze reacties achter? Tot ik daar bijna gek van word en me herinner dat het me daar nooit om te doen was. In het geval van de Podcast wou ik graag iets maken, iets  in de wereld zetten. Mijn doel was nooit een bepaald aantal luisteraars bereiken.

Dan komt het besef dat het voor mij dus al ‘geslaagd’ is. Dat het work in progress mag zijn. Dat ik er van mezelf in mag groeien. Dat dat ook is wat ik mijn studenten zeg. Dan wordt het rustiger in mijn hoofd en ontspan ik meer. En gek genoeg beginnen er dan leuke reacties binnen te druppelen die bevestigen dat de Podcast voor sommigen een meerwaarde is. Dat raakt me dan, maar ik ben er niet meer afhankelijk van. 

Ik denk dat zelftwijfel ook een functie heeft maar dat je moet proberen je er niet door te laten verlammen. Iets maken, iets in de wereld zetten, zoals een bedrijf, een cursus, een podcast, een tekst, is altijd akelig kwetsbaar. Daar kom ik niet onderuit. Ik groei in me manifesteren, in van mezelf mogen besluiten dat ik er mag zijn en dat ik dingen mag maken en delen. Een mooi voorbeeld daarvan is dat ik in het begin van de Tiny Podcast snel praatte en vaak afklokte op 7 minuten of minder. Een vriendin sprak me aan en herinnerde me dat de podcast bedoeld is voor bij een kopje koffie of de was opvouwen. Ze zei letterlijk: je wil die koffie toch ook niet naar binnen kappen? 

Vond ik zo grappig en waar. En ik realiseerde me dat ik snel praatte omdat ik bang was mensen hun tijd te verspillen. Terwijl ik nu probeer er te zijn vanuit rust en de ruimte gewoon in te nemen. Het is aan anderen om te beslissen of ze daarnaar willen luisteren of niet.

Waar wil je nog verder komen, in je ontwikkeling?

Ik wil heel graag nog meer werken vanuit mijn intuïtie, vanuit wat mij te doen staat. Ik neem nu vaak nog opdrachten aan vanuit angst. Of zoektocht naar een bepaald prestige (een grote opdracht bijvoorbeeld, of een opdracht voor een hippe organisatie). Terwijl dat misschien net te ver van me af ligt en me verstrikt doet geraken in allerlei processen die stroperig zijn en niet bij mij passen.

Ik zou graag vanuit vertrouwen vertrekken, de kleine dingen doen die bij mij passen. Tijd overhouden om tijdens mijn lunchpauze te gaan wandelen of naar de film te gaan. Goed voor mezelf zorgen in plaats van er een hardloopwedstrijd van te maken.


Vrijdag vertelde ik in de Tiny Podcast over de observatie van een ander gezin in Amsterdam: ‘De oudste wil niet poseren. Ze wil niet lachen. Misschien wil ze gewoon haar taart opeten. Misschien is ze het spuugzat dat ze de hele tijd gefotografeerd wordt door haar vader. Misschien is ze onzeker over dat beginnende puberlijf en die paar kilo’s te veel en vindt ze het confronterend om op de foto te staan.’ (…) Luister hier.

Maandag mocht ik een magisch verhaal vertellen. Als je wil weten waarom je je soms op sleeptouw moet laten nemen, kan je dat hier horen.

En vandaag lees ik voor, over een bijzonder boek in mijn leven. En het gaat ook even over de wolsfvrouw!

En tot slot. Maandag start ik een avondclubje, rond het temmen van de innerlijke criticus. Meer info kan je hier vinden. Een clubje is een cursus waarin je dagelijks een online opdracht doet en van maandag 27 april tot en met 3 mei telkens van 20u30 tot 21u30 deelneemt aan een meeting via zoom, om met elkaar het proces te bespreken. Ik merkte bij het vorige clubje, dat dit een soort oplossing is voor de valkuil van de online cursus, die je vaak met enthousiasme start en dan vervolgens laat liggen en nooit meer afwerkt. De mensen die het vorige clubje hebben gevolgd, hebben veel gehad aan de combinatie zelf opdrachten doen en met elkaar optrekken in het proces. Tot en met morgen kan je nog inschrijven met een korting van 25% met de code ‘nachtuil’. Ik hoop je daar te zien!

Niet consistent

Weet iemand nog welke week het is?

Ik niet.

Ik zat wat te wachten om hier iets te schrijven totdat ik een soort consistent beeld kan ophangen van hoe het gaat.
Maar er is geen consistent beeld.

Dit is allemaal waar:

We hebben 32 km gefietst en dat was prachtig.
Ik heb elke weekdag een podcast gepubliceerd de laatste weken.
Ik heb eindelijk een online cursus gemaakt (iets waar ik al anderhalf jaar over spreek).
Ik heb een kartonnen huisje voor de kinderen gekocht.
We zijn veel buiten.
Nog zijn er dagen dat ik het gevoel heb dat ik mijn kinderen te weinig zie, terwijl ik elke dag samen ben met hen.
Het is 6u20 en ik kijk op tegen de eentonigheid van de dag die komt.
Het is 6u21 en ik weet dat ik de dag met mijn poepies mag doorbrengen.
Woensdag is een beetje anders. Dan halen we schoolwerk en mag ik van mezelf langs de take-away koffie-man fietsen. Dat voelt dan als een topmoment.
Gisteren de groenten opgehaald bij de Buurderij. Vorige week was dat een soort sacraal moment, met de zon en ‘O Magnum Mysterium’ in mijn oren. Nu voelde het ‘te gewoon’.
De Man is soms de enige op wie ik kwaad kan zijn.
Als één van ons twee een off-day heeft, is de belasting voor de ander te zwaar.
Kan je bij elkaar zijn en er tegelijkertijd niet zijn?
Ik ben onderprikkeld en overvraagd. Niet altijd maar wel vaak.
Ik heb gisteren in bed de Graphic Novel over Anne Frank gelezen en dat was prachtig – de laatste keer dat ik Anne Frank las was ik een pak jonger en kon ik haar denk ik nog niet goed waarderen. Sommige stukken verraden dat ze verbazend wijs is voor haar leeftijd.
Deze zomer was ik in het concentratiekamp Térezin. Wat raar dat we nog gewoon konden reizen.
Gisteren keek ik naar foto’s van de voorbije weken en kwam een toegangsticket voor de sauna tegen en ook dat lijkt iets van een andere eeuw waarin andere dingen bestonden dan nu.
Hoe snel gaan we dingen weer normaal vinden als dit voorbij is?
Als er kinderopvang zou zijn en school, zou ik dit eindeloos uithouden. Echt.


Ik kan nog lang zo doorgaan.
Alles voelt heel intens de laatste weken. Alsof ik heel erg leef.
– Dat heeft te maken met het tot zijn recht komen van mijn introverte aard denk ik, alsook door de creativiteit die getriggerd is door deze situatie. –

Wat ik misschien vooral heb is dit:
in mijn bedrijf deed ik opdrachten voor anderen. Ik had een mentaal lijstje met eigen projecten maar die waren nooit prioritair.
Door deze crisis, zijn veel van de opdrachten voor anderen weg gevallen, maar de opdrachten die er nog zijn, zijn heel moeilijk op te brengen. Het lijkt alsof al mijn eigen projecten (de online cursus, de podcast, het boek, …) plots allemaal agressief veel aandacht en tijd en tempo vragen. en ik realiseer me dat ik dit eigenlijk echt wil. En niet mij voortdurend verschuilen achter alles wat ik voor anderen moet.

Dat allemaal.

Hoe gaat het daar?

P.s. De Tiny Podcast ging vorige vrijdag over tweelingouderschap. Op maandag zat er een synchroniciteits-verhaal in van Lisa.
Op dinsdag sprak Tamara over waarom en waarover we een boek maken en vandaag vertel ik mijn redenen.

P.s. Voor de Tiny Podcast ben ik op zoek naar verhalen over synchroniciteit die ik al dan niet anoniem mag voorlezen.
Wat ik ook zoek: mensen die me een stukje willen schrijven over een boek dat al lang meegaat met hen en er een fragment uit willen kopiëren, want ik wil heel graag voedende boeken aan bod laten komen en wat ze in levens van mensen betekenen.
Be my guest. Opname doorsturen mag zeker ook.

Freelance journalistiek

Een verhaal dat ik hier vast nooit verteld heb, is het verhaal van hoe ik freelance journaliste werd.

Ik was alleenstaande moeder en stapte op een warme dag na een opdracht in Rotterdam in de auto naar huis. Ik zag dat ik een gemiste oproep had en luisterde daar de voicemail. En tadaa, daar werd me de vraag gesteld of ik wilde overwegen een opdracht aan te nemen als freelance journaliste voor Psychologies Magazine. WOW.

Dat was niet uit de lucht komen vallen. De eindredacteur Femke volgde mijn blog. Ik denk dat we destijds ook al kennis hadden gemaakt met elkaar. Vanuit mijn blog, had ze de hoofdredacteur voorgesteld om mij te vragen.

En dat was zo een kans.
Niet alleen omdat ik met het geld dat ik verdiende als freelance journaliste mijn inkomen wat kon aanvullen – was erg nodig. Maar ook omdat het me een nieuwe kans gaf, een nieuwe richting. Ik kon ergens in groeien, me ontwikkelen, een vaardigheid toevoegen aan mijn pakket, ik werd minder afhankelijk van mijn werkgever. En het is natuurlijk ook ontzettend mooi werk om te doen: interessante thema’s uitwerken, boeken lezen, auteurs interviewen, … Dankbaar!

Die eerste tekst was een interview met de experts die meewerken aan Blind Getrouwd. Ik herinner me mijn voorbereidingen, het interview in een Antwerps cafeetje, het uitwerken wat ik veel te letterlijk had gedaan in mijn angst de geïnterviewden geen recht te doen, de bijsturingen die nodig waren, … Maar uiteindelijk was het goed en de opdrachten volgden elkaar op. Ook voor Femma Magazine en af en toe schrijf ik ook voor andere tijdschriften (en dat wil ik nog steeds graag uitbreiden – mijn grootste droom is Flow).

Anyway. De betaling van de eerste opdracht kwam tijdens een vakantie die mijn kinderen en ik in Amsterdam deden. Gelukkig, want ik zat toen op mijn financiële tandvlees na een rechtszaak. Het heeft ons alleszins wat ijsjes opgeleverd :).

Dank aan Femke. En dank aan de hoofdredacteur die me de kans gaf.

In de Tiny Podcast lees ik een column die ik enkele jaren geleden schreef voor Psychologies Magazine.

Nog meer onthullingen

Wat een lieve reacties op mijn vorige post.
Blij mee. Opgelucht.

En tegelijk is het een worsteling.
Ik weet gewoon niet zeker of het een goed idee is. Zelfstandige zijn. Het hier delen. En ik merk dat ik vrij ongelukkig word van het social media-gebeuren.

Even terug.
Toen ik ontslag nam, leek het heel logisch. Om zelfstandige te worden.
Ik was al een aantal jaren freelance journaliste naast mijn baan. Dat had ik dus al. (Ik schrijf vooral voor Psychologies en voor Femma.)

Ik schreef hier al een aantal keren over twee kanten in mezelf. Ik ben met een nette leuke Man samen en we wonen met onze kindertjes in een leuk huis in de binnenstad van Haarlem. Maar net zo goed was ik geëindigd met een geitenwollen sok in een Yurt. Beiden zitten in me. Ik ben jaren een nette onderwijsadviseur geweest en in de avonduren was ik met allerlei thema’s bezig die daarin geen plaats hadden, als journaliste. Dan testte ik een tantramassage uit. Een feministische cursus. Een stilteweek. Ik schreef over rituelen. Over hoe mensen betekenis geven aan wat hen overkomt. (…)

Soms moet ik wel eens lachen. Dan zie ik mijn dochters en zie ik die tweedeling. De jongste is een pittig klein spook, die alles wil voordat ze het kan. En de oudste (17 minuten ouder dan haar zus is dat) is een gezapig, rustig kind die liefst boekjes leest en eet.

Die tweedeling loopt dus ook in het starten als zelfstandige.
Ik had zelf veel aan The Artist’s Way gehad, had er als journaliste onderzoek naar gedaan (artikel in Psychologies) én had een cursus gevolgd bij iemand die het prima deed, maar waar ik merkte dat ze vooral kunstenaars-skills had en minder facilitator-skills. Na jaren voor groepen te staan, had ik die wel verworven. Dat zette me op het spoor om The Artist’s Way zelf te gaan aanbieden, aan groepen. Maar ook in een online cursus. En ik ben de voorbije maanden heel veel bezig geweest met het bijwerken van het programma, omdat er een heel spirituele toon in zit die niet altijd makkelijk is voor mensen, en ook omdat het programma dertig jaar oud is en op sommige vlakken wel wat opgefrist kan worden.

Dat doe ik dus.

En de andere kant van de tweedeling heeft te maken met mijn adviseurschap. Ik heb de voorbije jaren als adviseur gezien dat je in organisaties met de mooiste stappenplannen en rapporten kan komen, maar dat je pas iets kan veranderen als je in de onderbuik van de organisatie aan het werk gaat. Daar waar de pijn zit. De angst. De kwetsuren. De onzekerheden. Potentieel zelfs trauma.
Maar ook: de wijsheid. Het waarom. De mooie en krachtige dingen.
Ik ging vaak bij mijn baas aankloppen met voorstellen om mij te scholen in wat ik intuïtief al deed: naar die onderbuik gaan en daar iets faciliteren. Hij zag de noodzaak niet zo. Toen ik ontslag genomen had, heb ik een vermogen aan cursussen gevolgd. Transactionele analyse. Maar ook en vooral: deep democracy.

Deep democracy gaat over de wijsheid van de minderheid. Het gaat over wat er in de onderbuik van een organisatie of samenleving gebeurt (dat heet dan ‘onder de waterlijn’). Het is een methode die tools aanreikt om écht te luisteren. Om in conflict te gaan (sitting in the fire vind ik zo een mooie uitdrukking) en om het conflict vruchtbaar te laten zijn. Om gedragen besluiten te nemen als groep of team of organisatie omdat je niet gewoon met de stem van de macht of de meerderheid aan het werkt gaat (met als gevolg dat er al dan niet intentionele sabotage ontstaat), maar omdat je de wijsheid van de minderheid implementeert in het besluit van de meerderheid. Het gaat voor mij om echte gesprekken voeren. Echt luisteren en niet alleen met je oren. Om empathie.

(Meer kan je vinden hier. )

Ik geloof echt met mijn hart en ziel in die methode, in mijn vermogen om facilitator te zijn voor organisaties als er bijvoorbeeld weerstand is, conflict, een blokkade.
En tegelijkertijd vind ik het moeilijk te geloven in het zelfstandig ondernemerschap. Want als werknemer van een grotere organisatie, ging alles toch min of meer vanzelf :). En ik geloof dat de standaard manieren van marketing een mismatch zijn met wat ik doe en aanbied.
(Hier zijn tips heel welkom. Ik geloof in wat ik doe, maar ik weet nog niet zo goed hoe ik het in de wereld zet.)
Ook kreeg ik wel eens een aanbod om makkelijk te scoren (een soort onderaanneming met opdrachten), maar besloot ik bij mijn authenticiteit te blijven. Maar dat maakt het niet persé makkelijker. Ik verkoop als adviseur geen trucjes, maar ik wil de wereld verbeteren en heb een heel eigen idee hoe dat eruit kan zien.

Mijn eigen leven is natuurlijk een soort van rommelig geweest de voorbije jaren. En ik heb echt veel werk gehad aan mezelf. Dat brengt me ook wel eens tot de vraag wie ik ben om… Wie ben ik om anderen mee te nemen in een proces, om dingen te faciliteren, … ?
En tegelijkertijd denk ik dat ik door de voorbije jaren in mijn leven, heel veel aan nuance gewonnen heb. Dat ik de complexiteit van situaties heel goed kan aanvoelen. Dat ik zelf weet wat het is om een minderheid te zijn. Of hoe het is om om te gaan met het contingente van het leven.

En tegelijkertijd. Tegelijkertijd heb ik een deel van mijn opleiding gevolgd bij iemand die meer dan de helft van zijn leven verslaafd was geweest. Ik denk dat ik hem authentieker vind dan als hij een soort van smetteloze goeroe was geweest. Dus dan kan ik ook wel in mijn eigen authenticiteit blijven staan. Toch?

Maar ik dwaal af.
Wat wil ik zeggen?
Wat ik doe. Waar ik in geloof.
En wat ik moeilijk vind.
En dat ik twijfel. Altijd blijf twijfelen.
En dat die dubbele beweging in mij vermoeiend is. Het vooruit willen en het krachtig iets willen neerzetten. En het stukje in mezelf dat permanent de poten van onder mijzelf zaagt.



Introvert werk

Ik heb een hele dag werk op mijn kantoortje. De laatste tijd ben ik wat opgejaagd geraakt. Ik heb altijd moeite met onzekerheid gehad. Als ik wist dat ik binnen zes maanden maandelijks genoeg opdrachten zou hebben, zou ik het perfect kunnen verdragen dat dat vandaag nog niet zo is. Maar het feit dat ik het niet weet, maakt het lastig. En eenmaal in business krijg je allerlei businessnetwerken in beeld en marketingmensen en vliegen de woorden als je omzet verhogen en ambitieus zijn en je markt vergroten je om de oren, en dan voel je je al snel een mislukkeling als je wél werk hebt, maar er niet in omkomt.

Anyway. Ik zit in mijn kantoortje. Er staat een nepkacheltje dat toch een soort open haard-indruk geeft met vlammetjes (en eco verantwoord gezien de zonnepanelen op het dak). Ik heb thee en chocolade en er branden kleine lampjes en ik zit op mijn sokken en ik ben omringd door boeken en wat planten en bloemen en ook al is het niet opgeruimd (genoeg), het is lief, cosy, van mij. Terwijl het buiten begint te schemeren werk ik mijn taken van de dag af (ik werk heel hard en in een heel fijne flow meestal), daarna ga ik mijn kopjes afwassen en mijn tas maken, maak ik een praatje met mijn lieve huisbaas en ik ben zo content.

Zo content met die stille plek. Het werk waarvoor ik niet elke dag de deur uit moet. Het tempo. Het feit dat ik het werk dat ik heb goed kan doen. Het feit dat ik heel veel helemaal alleen kan zijn daar.

Eenmaal thuis heb ik veel energie. De Man is weg, dus ik kook, we eten, ik doe de kinderen in bad en bed, ruim het huis op, vervang de vuilniszak, steek een was in en typ dit stukje. Ik besef dat ik voldoende introvert werk moet hebben (denken, lezen, schrijven), zodat ik a. oplaad voor de rush thuis en b. tegen het extraverte werk kan (voor groepen staan).

Soms lijkt al dat ondernemen zo absurd, maar op zo’n dag klopt het. Voor het eerst kan ik de huur betalen met geld op mijn zakelijke rekening, en zelfs nog een andere factuur. Loon zit er nog niet in. Er waren tijden dat ik elke dag gecentrifugeerd werd door de afstanden die ik reed, de contacten die ik had, het werken in een open kantoortuin. Als ik toen een foto had mogen zien van mijn kantoortje op een dag als vandaag, had ik volmondig ja gezegd. Zelfs al wist ik dat ik de onzekerheid, het gebrek aan voldoende inkomen en de twijfels erbij moest nemen.

Doe elke dag iets waar je bang voor bent

Zoiets. Dat zit in dat gekke liedje.

Soms voelt mijn leven heel suf. Als ik om kwart na negen uitgeteld in bed lig bijvoorbeeld. Als de Man en ik ruzie hebben over tijd en ruimte. Als ik (weer) chips heb gegeten in plaats van te gaan sporten. Als ik beneden kom na het kinderen instoppen en dan een soortement ontplofte keuken vind met schilderijen van appelmoes all over. Dat dus.

Net maakte ik een tabelletje van wat ik verdiend heb de laatste tijd. Dat viel nogal tegen. Of ja, niet echt. Maar het is niet echt zo dat de zaken enorm gaan lopen. Wat niet wil zeggen dat er niets gebeurt.

Ik heb het idee dat het opzetten van mijn bedrijfje en het ondernemen van acties lijken op ‘met hagel schieten’. Ik zet stappen, volg mijn intuïtie, ik doe wat. Dat voelt soms dom of chaotisch, maar tegelijk is het ook zo ontzettend spannend. Het is als elke dag iets doen waar ik bang voor ben. Iets organiseren. Iets publiceren. Mezelf in de wereld zetten. Mijn ideeën in de wereld zetten. Met het enorme risico dat het niet gaat werken, dat er geen mensen naar mijn cursus komen, dat niemand me inhuurt. Dat is doodeng.

Binnenkort heb ik een inspiratiesessie met een marketing-dame. Benieuwd hoeveel ze vraagt om het met hagel schieten te stroomlijnen en efficiënt te maken. In tussentijd besluit ik me maar even niet heel dom te voelen over de huidige aanpak. Ik ben in beweging. Ik doe dingen waar ik bang voor ben. Elke dag.

Starten met ondernemen zoals het is: sociale media

Ik hou helemaal niet zo van sociale media. Hier bloggen is lekker veilig, anoniem. Ik kan hier schrijven zo veel en vaak als ik wil en moet niet in een beeld of een beperkt aantal tekens en hashtags hip & happening zijn.

Ik besefte ook wel dat sociale media horen bij ondernemen. Maar ik schoof het voor me uit. Tot ik drie keer de vraag kreeg OF IK GEEN LINKEDIN GEBRUIK?!
Ok, ik snap het. Het is ‘normaal’ om dat allemaal wel te doen. Het is zoals het nu eenmaal werkt.

Dus ik ging aan de slag. Tuigde LinkedIn op en Instagram. Op mijn website wacht ik nog – die heb ik uitbesteed.

En wat ik vreesde, gebeurde:

  1. Het neemt veel te veel plek in. Ik kijk ’s avonds wel elk uur een keer of er nieuwe hartjes zijn gekomen op instagram, terwijl ik eigenlijk wil dat dat mij niets kan schelen. Of wel iets, maar niet genoeg om het door mijn gezinstijd heen te laten fietsen. Ik vraag me trouwens echt af waarom iedereen tijd heeft om van die stories te maken, ik vind dat voorlopig uhm… Vaag.
  2. Ik word vooral van LinkedIn ongelukkig. Ik heb het idee dat iedereen maar zendt. Alsof iedereen vooral wil tonen wat hij/zij goed kan, doet, heeft. Uhm, aan wie eigenlijk? Niemand lijkt daar te zijn om te ‘luisteren’, elke reactie, klik, … lijkt te zijn om zelf in the picture te komen bij potentieel interessante connecties. JEETJE. En er zijn veel mensen die dan van die superprofielen hebben waarbij ik denk: weet je wat, het was een dom idee. Ik geef het al op. Doen jullie maar.

Intussen heb ik via LinkedIn ook een heel sneu netwerkgesprek gehad, met een man die wou weten wat mijn benadering kon betekenen voor zijn organisatie. Op het einde van de rit had ik hem blijkbaar in die mate overtuigd dat hij een intern iemand ging laten scholen, in plaats van een extern iemand (ik) in te huren. Dus. Dat was net niet de bedoeling. Ik voelde me gebruikt, omdat hij me allerlei casussen voorlegde en liet vertellen wat ik in al die gevallen zou doen.

Dus ik droop af, belandde midden in de avondspits thuis. Ondernemen heeft een zekere mate van hoera-gevoel en magic, maar soms is het best sneu. Herkenbaar? 🙂

Armoedig

Na een ochtend koortsachtig werken, wandel ik naar een lunchafspraak. Vroeger deed ik alles met de fiets, nu wandel ik zo veel mogelijk. Om de stappenteller te voeden, die me akelig snel duidelijk maakte dat ik wel naar de sportschool kan willen, maar dat ik misschien eerste die 3000 stapjes per dag maar eens moet uitbreiden naar 10 000.

Ik wandel. Nog onder indruk van wat ik net gedaan heb. Ik heb een irrationele beslissing genomen. Een kans om snel via anderen aan werk te komen en dus snel te gaan verdienen, afgeslagen. (Er was een investering aan verbonden, en bij elke opdracht zou ik een flink percentage afdragen.) Iedereen juichte dat ik het moest doen, en ik was er zelf bijna ingesprongen, tot een vriend me gisteren vroeg of ik dat echt wou. Snel geld. Of ik daarom als ZZP-er ben begonnen. Maar nee, dacht ik. Nee begot. Het is niets voor mij.

Ik wil iets doen waar ik in geloof.
Dus knip ik het draadje door en vraag ik me af hoe ik het aan de Man ga uitleggen. En tegelijk voel ik zo goed dat ik het juiste heb gedaan.

Ik lunch met een vriendin. Wandel terug. Stop bij een nieuwe kledingzaak, waar ik schoorvoetend aan het enthousiaste meisje uitleg dat ik een beetje raar in mijn lijf zit na die tweelingzwangerschap. Ik voel me onzeker. Ik wil kleding die past bij mijn huidige lijf.

Ik voel me zo klein.
Zo klein.
En tegelijkertijd te groot, te grof, te uitgedijd, te mals.

Ik pas rokjes en blouses en kies en kijk in de spiegel naar de mooie nieuwe dingen waarvan ik me vraag of mijn buik er echt niet te zichtbaar in is. En ik kijk ook naar mijn oude kleding, snel-snel aangeschoten vanochtend omdat ik een kantoordag had. Naar het gaatje in mijn panty. Ik voel me zo armoedig in mijn lijf, in dat post-zwangerschapslijf, in dat lijf dat al die grote ZZP-plannen moet gaan belichamen. Dat lijf dat ik niet goed verzorg, omdat ik al blij ben als ik mijn tanden twee keer per dag kan poetsen. Waar is de tijd dat ik opgemaakt naar kantoor ging? Op hoge hakken? Ik moet naar de kapper. Van alles epileren. Crème op mijn gezicht smeren. Die wallen wegwerken.

Ik koop drie rokjes en twee blouses. In mijn oude kloffie wandel ik weg met een tasje kleding waarvan ik hoop dat ik ze durf dragen. Ik ga weer aan het werk. Een deel van het werk is het social media-gebeuren, waar ik (buiten deze blog) altijd zo ver vanaf gebleven ben, omdat ik bang was dat het zo veel tijd zo opslokken, en dat ik permanent met de blik van een buitenstaander naar mezelf zou kijken. Geen foto’s meer zou maken omdat ik ze mooi vond, maar omdat ze instagramwaardig zijn. Geen boeken meer lezen voor mezelf, maar om er slim over te doen op LinkedIn.

Ik voel me zo klein.
Ik voel me vaak zo klein.

(En waarom, waarom heb ik geen doos chocolaatjes in een kastje in mijn kantoor? O ja, omdat ik ze op zo een moment allemaal tegelijk zou opeten.)

Starten met ondernemen: partner in crime

De Man en ik hebben onze ups en downs zoals iedereen denk ik. We zijn bijna drie jaar samen, en we hebben een tweeling van meer dan een jaar. Dat zegt iets over de aard van die jaren. Er is best veel gebeurd en we zitten natuurlijk midden in de tropenjaren waarin het soms vechten is voor tijd en energie. Waar ik zelf soms last van heb, is dat er zo veel veranderd is. Gisteren was ik nog een alleenstaande moeder van twee zonen in een huurhuis ergens in België met een vaste baan en een bijberoep, vandaag ben ik een moeder van vier kinderen waaronder een tweeling van één, ik ben een startende ondernemer, en woon in een Nederlandse stad met de Man. En dat alles is gebeurd terwijl ik met mijn ogen knipperde zeg maar.

Er waren veel momenten dat ik weg wou lopen van de Man. Ik heb een eigenaardig knikje in mijn persoonlijkheid dat nogal gericht is op onafhankelijkheid. Ik voel me veilig als ik onafhankelijk kan zijn. Onafhankelijk zijn betekent dan dat ik het alleen kan, financieel en praktisch. Maar in mijn tijd als alleenstaande ouder verzoop ik bijna in mijn onafhankelijkheid en nu is er van die onafhankelijkheid niets meer over. Ik woon in het huis van de Man, ik rijd in zijn auto, we hebben samen kinderen waar geen van ons alleen voor kan/wil opdraaien, en mijn bankrekening is behoorlijk leeg na jaren alleenstaand ouderschap, vermindering van arbeidsuren per week, onbetaald ouderschapsverlof, opgeven van mijn baan, bijscholen en investeren in de nieuwe onderneming.

Dus. Moest ik de Man om geld vragen. De grootste nachtmerrie voor deze feministische en wannabe onafhankelijke vrouw. Ik dacht er over na, hikte er tegen aan en uiteindelijk bracht ik het tijdens een etentje ter sprake. De Man stemde meteen toe, maakte er geen punt van. Hij beschouwt het als een investering, ik sta er op dat het een lening is.

Tijdens het etentje praatten we ook lang over een keuze waar ik voor sta. Een ex-collega vroeg me min of meer bij een nieuw project, wat een investering vraagt (soort franchise). Het voordeel zou zijn dat ik in bestaande trajecten ingehuurd kan worden en zo ook nieuwe doelgroepen kan bereiken, het nadeel zou zijn dat ik een deel van de tijd iets ga doen waar ik op zich wel in geloof maar niet heilig (denk ik). Misschien heel kort: ik ga een deel van mijn tijd in het project van iemand anders werken, in plaats van heel romantisch mijn eigen idealistische wereldverbeterende plan uitvoeren. In mijn hoofd zijn de gekste tegenstellingen ontstaan. Dat daarvoor kiezen zou betekenen dat ik een motie van wantrouwen uit in mijn eigen projecten. Dat er een tegenstelling is (het kan echter ook complementair zijn, de manier van werken is een soort van diagnostisch instrument – het vervolgtraject kan echter veel kanten op). De Man besprak rustig alle ins en outs met me en alweer verbaasde hij me met zijn helderheid en rust.
(En nu denk ik ook dat het niet heel volwassen is een soort van principiële wereldverbeterende ondernemer te zijn terwijl de Man alle rekeningen betaalt.)

Eén van de dingen waar ik tegen aan loop in de relatie met de Man, is dat onze liefdestaal nogal verschilt. En soms ben ik boos op hem, omdat ik niet meer onafhankelijk ben. (Het is een onredelijke boosheid want de Man staat me op zich de onafhankelijkheid niet in de weg, die was eerder een bijproduct van een tweeling krijgen samen.) Toen ik echter de ochtend na het etentje aka zakelijke bespreking totaal geveld werd door een verschrikkelijke buikgriep en twaalf uur lang doodziek tussen de badkamer en het bed laveerde terwijl de Man het hele huishouden en de zorg voor de kinderen draaiend hield, realiseerde ik me in mijn paar heldere momenten dat ik het getroffen heb hem. En dat het niet erg is om onafhankelijk te zijn, als je partner uitzonderlijk betrouwbaar, kalm, wijs en stabiel blijkt te zijn.

Starten met ondernemen zoals het is: de kwallenclub

Het is een dag zoals ze vroeger allemaal waren. Ik stap uit de auto, 300 km op de teller en weet dat ik ongeveer 40 minuten thuis kan zijn voor ik weer vertrek. Naar een bijeenkomst, over succesvol ondernemen.

Ik weet dat ik ‘goed’ ben in mijn vak. Het is geen verhaal van de allerbeste ooit zijn ofzo, maar daar geloof ik niet in. Ik geloof meer dat je op sommige plekken de juiste persoon op de juiste plaats bent om stappen te zetten met een organisatie, en dat je daarvoor dan een gevuld koffertje hebt met ideeën en tools. Ik heb de laatste maanden hard aan dat koffertje gewerkt en geïnvesteerd in opleidingen. Maar, zo leer ik op de avond over succesvol ondernemen, inhoudelijk goed zijn in je vak is maar een deel van het verhaal. Je moet jezelf ook kunnen verkopen en ondernemersvaardigheden hebben, wil je succesvol worden.

Het klinkt allemaal niet heel onlogisch, maar mijn aversie tegenover de gladde jongen vooraan groeit en groeit en groeit. Hij blaast ons omver – op een overigens heel Amerikaanse manier – met allerlei oneliners (je kan alles leren! Het duurste is ontdekken wat niet werkt!). Ik zit de bijeenkomst uit, schrijf wat dingen op en realiseer me dat ik niets nieuws of verrassend leer. Er wordt gegoocheld met termen als leads, sales, merkbeloftes, bottlenecks, … Er komen nog wat makkelijke schema’s voorbij over mindsets (oud nieuws volgens mij). En op het einde kopt hij in: als ondernemers moet je dus niet enkel goed zijn in je vak, maar als je naar de next level wil moet je je ondernemings-skills aanscherpen en daar heeft hij net een opleiding van 10 000 euro voor bedacht waarbij hij ons allemaal persoonlijk gaat coachen in groepen van vijftig. Knap, ik zou het hem graag willen doen. De succes-cijfers van de uitstromers zijn indrukwekkend, maar als hij vertelt dat hij selecteert bij de instroom en mensen die ‘het’ niet hebben weigert, verbaast me dat niet echt. Als we vandaag nog intekenen krijgen we korting maar dat is natuurlijk alleen maar voor de durvers. Want twijfelaars, dat zijn natuurlijk geen echte ondernemers. En als je geen geld hebt maar je gaat wel op vakantie, zou ik die vakantie maar afzeggen, raadt hij ons aan.

Ik kijk rond. Er zitten wat van die types in de groep. Kwallenclub, denk ik. Dan zie ik ook wat ondernemers die gewoon niet weten waar beginnen of al lang ploeteren. Ik veronderstel dat zij niet in het programma mogen meedoen. Het heeft iets sneu. Ook de fotograaf die aan de lopende band plaatjes schiet van de succesvolle opleider, die stralend in het middelpunt van zijn eigen personencultus staat.

Ik weet niet hoe snel ik weg moet zijn. In de auto komt dit liedje voorbij. Mijn bekken doet pijn van te veel te rijden. Ik heb een eerste opdracht binnen gehaald, en heb een aantal potentiële andere opdrachten besproken. Ik vind het fijn dat het eindelijk niet meer over mij gaat: hoe wil ik me profileren, wat wil ik in de wereld zetten. Ik, ik ik. Nu gaat het over wat de organisaties in kwestie nodig hebben en hoe we daar vorm aan kunnen geven. Een betere focus wat mij betreft.

Het hele hoera-sfeertje van de kwallenclub maakt me triest en doet me twijfelen aan mijn keuze. Ik wil graag echt zijn. En eerlijk. En zichtbaar waar nodig en verder onzichtbaar. Ik wil mezelf niet opblazen tot ik uit elkaar spat. Ik wil gewoon werk doen dat zinvol is, daarvan leven in een soort van ‘balans’ met de Man en de kinderen.