Aan Vala – over dat feminisme

Hoi Vala,

Wat ben ik dol op me-to-we, waar jij veelvuldig op publiceert. Het is ideaal leesvoer tijdens de nachtvoedingen, en die zijn er nogal veel met mijn drie-maanden-oude-tweeling.

Laatst las ik dit stuk van jou. Daar ben ik nu al dagen over aan het nadenken, dus ik schrijf je graag een reactie.

Tot mijn eigen grote verbazing ben ik eventjes thuis-blijf-mama, wat betekent dat ik zonder inkomen thuis blijf om voor mijn tweeling van drie maanden te zorgen. En de andere kinderen. Had het me drie jaar geleden gezegd, ik had je niet geloofd. Echt niet. Toen was ik kostwinner in mijn single-mum-gezinnetje, moest ik de kinderen elke weekdag uitbesteden en vaak ook ’s nachts. Ik reed 2000 km per week, was erg stoer en haantjes-achtig. En ik was permanent moe. Zo moe, zo moe dat ik er pijn van had in mijn spieren en gewrichten. Maar volgens jouw definitie was ik vast erg feministisch. Want ik liet me niet aan de haard binden met mijn kroost, verdiende mijn eigen inkomen.

Dat vond ik toen ook stoer enzo, maar nu niet meer.

Waarom niet?

  1. Hechting. Ik geloof dat mijn kinderen mij (en/of mijn partner) nodig hebben om te hechten, om een goede basis-veiligheid op te bouwen. En daarom ben ik het hartverscheurend gaan vinden dat we vaak niet anders kunnen dan na 10 tot 12 weken onze kleintjes voor volle dagen aan de opvang te droppen.
  2. Een clubje. Ik geloof dat wij als gezin een clubje zijn. Toevallig werkt het in dit clubje zo dat de Man meer verdient en dus buitenshuis gaat werken en ik heb borsten en ik blijf thuis omdat ik de baby’s zelf nog lang wil voeden. Het zou ook anders kunnen zijn (nou ja, dat van de borsten liefst niet natuurlijk). Ik wil mezelf niet meer als één of ander individu zien, maar ik zie ons als een clubje die samen de boel zo aanpakt zodat de meeste club-lidjes best tot hun recht komen. Dat is veranderlijk. Dat is binnen drie maanden anders dan vandaag. Dan sturen we bij.
  3. Feminisme. Ik vind feminisme niet hetzelfde als beantwoorden aan het mannen-ideaal (geld verdienen, buitenshuis werken, meedoen in de mannenwereld). Ik zou ook willen dat mannen dat niet sowieso hoeven te doen. Ik geloof dat een andere wereld mogelijk is, één waarin andere dingen belangrijk zijn. En bijvoorbeeld zorgen ook gewaardeerd wordt, en niet als een minderwaardige keuze voor een ambitieloze trien wordt gezien.
  4. Tijd. Verandering is de enige constante. Ik geloof niet dat alles nu en tegelijk moet. Nu is de tijd om hier te zijn en mezelf geen pijn te doen door mijn droppies elke dag bij iemand anders te laten. Binnen een paar maanden wil ik misschien wel weer de wereld in.
  5. Keuzes zijn niet individueel. Keuzes worden beïnvloed door onze samenleving, en door principes die we met de paplepel hebben meegekregen. Ik functioneer nu in een Nederlandse samenleving waar ik weinig context zie voor vrouwen om echte keuzes te kunnen maken. Ik ‘geniet’ nu bijvoorbeeld van onbetaald ouderschapsverlof. Mijn zwangerschapsverlof was na 12 weken alweer op. Mijn Man wordt niet gestimuleerd om tijd te nemen om zorg voor de kinderen te dragen. Opvang is in Nederland zo duur dat mijn hele loon er binnenkort naar toe gaat (er is belastingsteruggaaf, dan krijg ik ongeveer 40% terug denk ik). Het goedkoopste is dan nog een oppas aan huis nemen, maar dat is maar handig in een statuut voor drie dagen per week, dus moet er weer eens wat van mijn werktijd af. Of die van mijn Man natuurlijk. En ik heb net ontdekt dat we leges moeten betalen om iemand hier in huis voor de kinderen te laten zorgen, en dat ook die leges 700 euro is, te betalen aan de gemeente om ons huis goed te laten keuren als opvang-locatie, terwijl die kinderen hier natuurlijk gewoon wonen. En 100 euro per maand aan het bureau dat de thuisoppas aanneemt en de administratie doet. Niet echt heel handige maatregelen allemaal, en de keuzevrijheid neemt toe naarmate je ofwel een goed netwerk hebt OF je veel verdient.

Kunnen  we even niet zo simpel doen en alles bij het individu leggen? Mag er enige nuance zijn? En mogen we een nieuwe feministische bril opzetten?

Tot vannacht, ik lees je om 10, om 1, om 3, om 5 en om 7.

Hartelijk,

PodK

 

Advertenties

‘Mag de buik er al af?’

Zwanger zijn in Nederland is een aanrader. Je moet nooit op de weegschaal tijdens de controles. Ook wordt er niet standaard getest op diabetes (denk ik, niemand is er tot dusver over begonnen), CMV en toxoplasmose.

We moesten weer in het ziekenhuis zijn en de jongens waren vrij, dus brachten we ze naar de kinderopvang in het ziekenhuis. Dat zo een service bestaat waardoor je als ouders even rustig naar je doktersafspraak kan gaan, zonder zeurende kinderen, is echt heerlijk. (De controle ging vrij goed, alleen was het hoofdje van baby 1 een beetje smaller dan verwacht – meteen vielen er woorden als infectie en syndromaal. We zien het wel. De Man heeft een vrij smal hoofd en is groot maar tenger gebouwd, dus mogelijk lijkt ze gewoon op hem.)

Toen we parkeerden, legde ik aan de oudste uit wat een mortuarium is. (Een plek waar ze dode mensen bewaren tot die begraven worden.) Bij het uitstappen vroeg de jongste ‘of ik dan gauw dood ga?’. Ik blijf het fascinerend vinden hoe dat hoofdje werkt.

Onderweg naar de kinderopvang vroeg de oudste of ze mijn buik open snijden als de baby’s er niet uitkomen. Hij was relatief verbaasd dat het antwoord positief was. Of ze me dan ook wel terug dicht plakten?

En toen we de jongens weer ophaalden, vroeg de jongste meteen of mijn buik er nu al af mocht. Nee, lieverd, nog ongeveer 12 weken.

De dagen gaan een beetje op en down, maar niet meer heel diep down. Het bezoek aan de bedrijfsarts was niet leuk. Fijn dat ik mag thuisblijven, maar allerliefst zou ik natuurlijk fit en monter werk en zwanger zijn en gezin combineren. Iemand horen zeggen dat ik ongeschikt ben voor het doen van arbeid, is gewoon raar.

Ik voel me soms alleen, zeker als de Man in het weekend twee dagen weg is voor zijn hobby’s. Of na het avondeten nog naar het lopen of de sportschool trekt. Ik ben meestal erg moe, dus kan ik mezelf dan enkel nog brengen tot het kijken van Midsomer Murders in bed (is niet spannend – ik kan niet tegen spannend deze dagen), waarbij ik steevast in slaap val. Om dan ergens midden in de nacht klaarwakker te zijn en beneden twee bananen en een kop amandelmelk te gaan verorberen. O, pregnant days. Tegelijk bouw ik wel wat contacten op omdat ik nu meer tijd heb. Daar schreef ik al over.

Eén van de mooiste dingen die ik recent in bed gekeken heb (en geloof me, ik lig toch ongeveer 16 uur van de 24 in bed, dus ik heb één en ander gezien) is ‘De roze dolk‘. Een leuk Amsterdams koppel wil een kind. Of toch niet? Ze nemen je mee in de hele roetsjbaan, tot en met de geboorte van hun zoontje. Het is goudeerlijke televisie, want zelfs hun ruzies op de parking van de IKEA komen pontificaal in beeld, maar voor mij ZO herkenbaar. De hele eindscène van de reeks (daarvoor moet je alle afleveringen gezien hebben natuurlijk) was janken. Maar dat zijn dan vast de hormonen. Alleszins, een aanrader. Het is toch een gebeuren met veel impact, zo’n zwangerschap. Op een ander kan ik daar altijd iets meer gezag voor hebben :).

 

 

 

 

Plukbare dagen

Het is maandagochtend en ik begin aan mijn eerste week thuis.

Mijn hoofd is opengeklapt. Ik heb plots ruimte voor dingen.
Ik herken mezelf weer, ik heb weer ideeën.

En ik moet lachen om mezelf. Hoe heb ik ooit gedacht dat ik een drukke baan buitenshuis kon combineren met een goed draaiend huishouden?
(aan iedereen in die waan: VERGEET HET)

Klara staat aan, ik maak het weekmenu.
Ik heb al heel lang geen weekmenu meer gemaakt.
We eten deze week uit ‘Vegetarisch genieten’, nog steeds een topboek door de vele suggesties die je bij de gerechten krijgt en die op zich ook al gerechten zijn.

Dadelijk een dokterafspraak. In mijn hoofd ontwikkelt zich een basic weekstructuur. Ik ben er zo van uitgegaan dat er iets mis is met mij omdat ik niet kon volgen, maar nu ben ik thuis en is mijn hoofd erg overzichtelijk. Ik vind bijna dat ik weer moet gaan werken omdat ik me beter voel, maar ik realiseer me dat ik me beter mag voelen en dat dat ook beter is voor de baby’s.

Ik lees het Parool. Roos Schlikker schrijft: ‘Nooit echter in Amsterdam. Daar heb ik geen adem om te vertragen, druk doende om carrière te maken, kinderen op te voeden, aan zingeving te doen en o ja, ook nog de dag te plukken. Maar veel dagen razen ongeplukt voorbij. En niet alleen bij mij.

Ook hier zijn er te veel ongeplukte dagen. Wanneer fietste ik eens naar zee? Wanneer las ik eens een boek in een parkje? Wanneer bakte ik eens cakejes met mijn mannekes?

Stiekem hoop ik dat ik mijn bijberoep kan doorontwikkelen, en daar een leven op kan bouwen waarin de dagen wat meer plukbaar zijn. Waarin werk te managen is en een goede plek krijgt in dit leven. Waarin de ratrace niet meer bestaat. Waarin ik zelf de structuur bepaal.

Zou het kunnen?

[Voor de nuance. Het is makkelijk deze keuze te maken als je financieel beschermd bent door een uitkering en een Man. Ik weet hoeveel geluk ik heb.]

 

 

Gestopt

Ik zit weer in haar praktijk. Ik check of het boek over dode kinderen nog steeds weg is. Dat is het, gelukkig.

Ik vertel haar hoe de voorbije week was. Even op adem gekomen toen ik me ziek gemeld had, daarna weer gaan werken en al vanaf de avond op voorhand tranen met tuiten gehuild. De dag zelf gered aan de buitenkant, maar vanbinnen leeg, leger, leegst, op. Van de auto naar bed.

‘Je kan het niet meer,’ zegt ze. ‘Je moet nu echt stoppen.’

In mijn hoofd zaten nog allemaal plannetjes. Een lijst met belangrijke dingen die ik wou afwerken om het in schoonheid af te ronden.

‘Je bent depressief. Je slaapt niet. Je bent zwanger van een tweeling. Je hebt pijn. Het gaat niet,’ zegt ze.

Ze heeft gelijk. Alle warrigheid waarmee ik binnen stapte, klaart op. Ik moet gewoon stoppen.

‘Wat wou je? Nog harder je best doen? Hopen op een goede nacht? Nog een tandje bij steken?’

Ja, dat was inderdaad het plan. Maar nu niet meer. Ik stop.

Ik vertel haar waarom ik niet kon stoppen. Omdat ik bang ben dat ik nooit meer terug zal gaan. Dat dit het is, met de leuke interessante en relevante baan. Dat ik in een soort niemandsland terecht ga komen en niet ga weten wat ik voor mezelf wil, wat ik wil worden, als de baby’s groot genoeg zijn om door iemand anders verzorgd te worden.
En ook: omdat mijn moeder gestopt is, toen ik geboren ben. En altijd overduidelijk gefrustreerd is geweest om die beslissing. Ik ben bang om een afwezige gefrustreerde moeder te zijn. Als ik verder graaf in mijn geheugen, zie ik dat ik na school boodschappen deed en kookte voor zes. Ik was 12, 13 misschien. Ik zie dat ik in het washok tussen de zurige kledij groef naar de kleding die ik nodig had voor de turnlessen of om morgen iets schoons aan te doen. Ik voel de klap weer die ik in mijn gezicht kreeg toen ik ’s ochtends naar school moest vertrekken en de brief vroeg die ik haar drie dagen geleden had gegeven en die gehandtekend mee moest. Uiterlijk vandaag. De brief was kwijt, ik kreeg een klap. Ik ben die dag niet naar school gefietst en heb me machteloos en woest opgehouden op mijn kamer.

‘Zo,’ zegt ze. ‘Het is wel duidelijk waarom je depressief wordt van zwanger zijn.’
Ja. Denk ik. Ik heb weinig vrolijk moederschap gezien. En de voorbije jaren voelde moeder zijn bij momenten ook als een kooi. Niet omwille van de kinderen, maar omdat ik het alleen deed. Ik vertel haar dat ik mijn kinderen wel zeg dat ik blij ben met hen. Dat ik wel naar musea ga, naar de film, dat ik op bankjes bij de speeltuin zit, dat we samen slapen en knuffelen. Ik denk aan de Man en hoe hij van ons clubje een gezin heeft gemaakt en daarin een zekere kwaliteit eist. Hoe hij ’s ochtends de jongens hun haren kamt en gezichten wast, hoe hij voorstelt op zondagmiddag iets samen te doen en ook op zaterdagmiddag. Hoe hij een weekendje centerparks in plant en dan zonder morren met de mannen van de glijbaan gaat terwijl ik beneden wacht. Hoe hij nieuwe kleding koopt voor de kinderen en hen meeneemt naar de kapper. Ik heb nu al een ander gezin dan het gezin waar ik in opgegroeid ben.

Ik fiets naar de fysio en het is alsof er duizenden kilo’s van me af vallen. De dagen daarop ben ik moe, hondsmoe, maar ik heb tenminste tijd om moe te zijn. Er flitsen dingen door me heen die ik kan doen (koken! lezen! fietsen!), maar ook zonder werk vullen de dagen zich vlot en is het puzzelen om eens een middagdutje te gaan doen. De baby’s groeien en schoppen en ik heb adem te kort. Na een gesprek met de fysio bouw ik een aangepast soort bed voor mezelf, waar ik rechtop zittend kan slapen, met ondersteuning onder mijn knieën waardoor mijn bekken zich licht ontspant en ik zowaar een keer drie uur aan een stuk slaap. Het huilen is gestopt. Ik voel de baby’s nu als een bijzonder project. De weken die ik nog te overbruggen heb, als te overzien. Ik parkeer de vraag wat na de baby’s komt. We zullen het zien.

 

Yoga light voor jankerds

De zwangerschapsyoga is een poging om bewust en  positief bezig te zijn met mijn zwangerschap. So far, so good.

Toen ik naar de stad verhuisde om met de Man te gaan samen wonen en de keuze maakte minder te gaan werken, dacht ik dat mijn leven zich zou afspelen in yogascholen en koffiebarretjes. Om één of andere reden was dat nog niet zo uitgedraaid. Maar nu stap ik één tot twee keer per week de yogaschool in en ben ik helemaal blij met die leuke plek. Het is er mooi en ze hebben lekkere thee.

De zwangerschapsyoga is yoga light. Met allemaal bolle buiken zitten we in een kring. Iedereen vertelt wat, we doen oefeningen, we doen een eindontspanning.

Vandaag was een bijzondere les. Dat kwam door drie dingen:
1. In het begin-rondje (hoe gaat het?) vertelden twee andere bolle buiken dat het helemaal niet zo fijn ging. Moeilijk om zwanger te zijn en te werken, moeilijk als je weinig energie hebt door de zwangerschap, frustrerend om elke dag van je werk naar je bed te gaan, tranen al dan niet met tuiten, maar wel dagelijks. Ik vond het zo erg voor hen, maar ik was zo opgelucht dat ik niet de enige was/ben die het niet zo makkelijk vind.
2. Tijdens de les moesten we oefeningen doen die asymmetrisch zijn, bijvoorbeeld op één been staan. Daar is mijn bekken te instabiel voor, ik vind de pijn van een wee lichter dan de pijn van mijn bekken als ik op één been ga staan nu. Dus ben ik in huilen uitgebarsten. Omdat ik zo moe was van dag en nacht pijn, van wel dingen willen en niet veel kunnen, van wakker te zijn sinds half 1 ’s nachts omdat de pijn aan mijn botten rammelt. De yogajuf reageerde heel lief. De rest van de les heb ik eigenlijk het einde afgewacht op mijn matje. Gaan liggen was jammer genoeg ook geen optie want liggen op een matje is ook te belastend voor mijn bekken en ik kom niet meer recht, wat vrij gênant is. Ik kan dus zelfs geen yoga light meer. Aaarghl.
3. Na de les probeerde ik wat ongezien weg te komen, huilen in het openbaar is altijd gênant. Maar de twee andere dames waarbij het niet zo fijn gaat, spraken me aan. En voor ik het wist, zaten we een uur te praten. ’s Avonds had ik een appje van één van hen. Betekent veel voor me, aangezien ik nog steeds in een vrij nieuwe stad mijn weg probeer te vinden, af en toe hevig verlangend naar alles en iedereen dat/die vertrouwd was in België.

 

Tot slot. Ik zat in de yoga, en keek rond me. Een vrouw die er ook zat deed me denken aan de ex van mijn Man. De ex waarmee hij in een vruchtbaarheidstraject zat. De ex die nu elders is, en pluskinderen heeft, maar nooit zelf met een bolle buik in een yogaklasje heeft gezeten. Ik dacht aan andere mensen die ik ken, voor wie het niet is weg gelegd. En ik realiseer me dat al die pijn en al het ongemak erg relatief zijn ten opzichte van dat verdriet, en daarvan moest ik uiteraard nog meer huilen (tja, hormonen). Ik vind het heel moeilijk om daar over te schrijven, omdat ik het absurde geluk heb twee baby’s te krijgen zonder dat er een dokter, spuit of behandeling aan te pas is gekomen. Maar ik wens iedereen toe dat zijn/haar diepste wensen vervuld mogen worden, en ik voel veel compassie (niet in de zin van denigrerend medelijden) met diegenen voor wie dat niet kan. Ik vind het heel moeilijk om daarover te schrijven omdat ik bang ben dingen in te vullen voor anderen, omdat ik niet kan weten hoe het voelt, en omdat ik absoluut niets pijnlijk of kwetsend wil zeggen of schrijven. Maar ik denk er vaak aan en ik wou echt dat iedereen mocht krijgen waar hij/zij naar verlangt.

 

 

Waar was ik gebleven?

Ik. Kan. Niet. Meer.

Denk ik.
Alles doet pijn. De Zoon is ziek. De baby’s liggen mijn energie af te tappen via de navelstrengetjes. Ik heb gewerkt deze week tot ik door al mijn energie heen was en niet meer wist hoe ik thuis moest komen. Gisteren stond ik onderweg naar een afspraak in België in volle paniek en kokhalzend op de pechstrook. Drie uur huilen later was ik thuis (gekalmeerd, rechtsomkeer gemaakt). Om prompt in slaap te vallen. De kleine broer op de achterbank bleef best kalm, met een huilende moeder met een kotszakje op de voorbank. Hij hoorde me bellen met de Man. Dat ik bang was. Even later reden we weer en zei hij me dat er echt geen boeven zijn. Vandaag viste ik hem om 5 uur uit bed en constateerde ik dat hij 40 graden koorts heeft.

Ik wou dat er iets zonder moeite ging, maar de realiteit is dat ik me vooruit moet slepen. Vicieuze cirkel. Dingen niet afkrijgen. Zelfverwijt. Verhoogde druk. Paniek. Nog lastiger.

16 weken zwanger nu. Nog vier voor ik halve dagen mag werken in plaats van hele. Nog 12 voor ik thuis mag blijven. Thuis blijven is ook niet ideaal weet ik. Isolerend enzo. Maar dit slepen met mezelf. O God, hoe ga ik dat 12 weken lang doen?

Het is weer eens gezin en werk op het scherpst van de snee, en eerlijk gezegd vind ik het al jaren lastig en onrustig. Het alleen redden vroeg een soort bovenmenselijke inspanning van me. Daarvan recupereren was een proces. En nu zwanger is het als een soort dagelijks marathon. En straks zijn er twee kindjes bij en ik weet nog heel goed hoe het slaaptekort en de uitputting van de eerste twee jaar voelen. Van één kind, wel te verstaan.

Ik ben dankbaar om de kindjes, maar na al die jaren moederen en werken en balletjes in de lucht houden heb ik geen flauw idee meer waar ik gebleven ben.

 

 

Zwangerschapsupdate – happy days

15 weken ver.

Ik werk weer en heb er plezier in. Maar er zijn grenzen. En vier afspraken op een dag met telkens een klein uur reistijd tussen de afspraken in, was over die grens.

’s Avonds heb ik nog een afspraak bij de verloskundige. Als ik in de wachtzaal zit, voel ik rechts onder in mijn buik vier schopjes. Wat een verliefd moment :).

Als ik vraag of dat al kan, op vijftien weken, zegt de verloskundige dat mijn baarmoeder ongeveer zo hoog zit als 20 weken bij een zwangerschap van één kindje. Dus ja, het is zeker mogelijk dat ik de buikbewoner(s) voel. Heerlijk, dit is ongeveer het beste deel van zwanger zijn :).

Mijn bloeddruk is wel erg hoog. Hopelijk enkel maar door de drukke dag. Thuis op de bank, platte rust. De Man komt thuis van 25 km lopen. Het voelt een beetje sukkelachtig dat ik hem na die inspanning nog naar de Albert Heijn moet sturen om melk, maar ik ben tenslotte de hele dag zwanger geweest.

Ok, ik weet dat deze blog extreem saai is geworden met dit zwangere geneuzel, maar mijn buik is nu even het centrum van ons leven. Nu de betere dagen aangebroken zijn, heb ik besloten hydrotherapie te doen voor zwangeren (omdat ik geen zwaardere dingen mag doen omdat het twee baby’s zijn) en yoga. Nu alleen nog eens uitzoeken waar ik aangepaste zwem- en yogakledij kan vinden…

 

 

Intussen

Het is ochtend. Ik wandel door de stad. Haal een koffie. Slenter naar huis. We zijn anderhalve dag kind-vrij. De eerste avond verzink ik altijd in een soort van incompleet gevoel. Wat is dit onnatuurlijk. Maar intussen is de Man gaan lopen (hij komt wel terug), en ik gaan slenteren, en heb ik mijn eigen zolderkamertje ingericht en trek ik me daar terug met cappuccino en werk en boeken en ontdek ik dat het fijn vertoeven is in mijn eigen hoofd als ik gerust gelaten word.

Ik vind het moeilijk mezelf te voelen en de Man vindt het soms moeilijk anderen te voelen, denk ik. We hadden bezoek en het is vakantie. Feest. Maar ik geraak dan langzaamaan verwijderd van mezelf, omdat er geen alleen-tijd is. Ik kan dan niet meer voelen wat ik graag eet en wat ik wel of niet wil. Er komt geen letter meer uit mijn vingers. Het is moeilijk bij mezelf te blijven als ik veel bij anderen ben, en bij de Man lijk ik waar te nemen dat het omgekeerd is. Lijkt me best handig zo.

Het is een jaar geleden dat ik met de kinderen alleen in Amsterdam was (en deze! en deze). Laatst was ik met de bijna vierjarige zoon wat dingen gaan regelen in Amsterdam. Hij was buitengewoon bewerkelijk, ik denk dat hij een ontwikkelingssprong maakte. Hij oefende met afstand en nabijheid, dus laveerde tussen baby-staat en grote man, maar in en tempo dat ik niet kon volgen. En hij at de oren van mijn kop en wou niet wandelen. ’s Avonds snauwde ik tegen de Man omdat ik op was, en de Man snauwde terug dat je je humeur wat moet kunnen temperen als je samenwoont met anderen. Ik trok me terug met een boekje, verbaasde me over het feit dat ik vorig jaar een week alleen met twee kinderen in Amsterdam heb overleefd. Daarna zocht ik de Man op en we praatten en het was weer goed. Zo gaat dat.

Intussen blijft het een beetje sluimeren allemaal. Ik voel me fysiek beter, bouw weer wat energie op. Maar ik ben nog lang niet operationeel, ik vermijd veel dingen, vind normale dingen nog best zwaar en heb een hoofd vol ideeën waar ik niets mee doe, behalve er over twijfelen. Toen ik alleen moederde had ik niet de luxe te twijfelen over mijn werk en nu twijfel ik alleen maar over de verhouding tussen mijn vaste baan en de andere activiteiten. Wat wil ik worden, is de vraag. Terwijl ik al iets was, en er goed in was. Ik loop nog steeds en eindelijk voel ik mijn conditie beteren. Maar ik moet nog vaak opnieuw beginnen met mezelf omdat er roet in het eten zat en de dagen voorbij gingen zonder tijd of zin om mijn sportschoenen aan te trekken.

Ik ben kleiner dan ik dacht maar de wereld is groter. De Man en ik bezoeken musea. Ik laat me raken door portretten van pas bevallen vrouwen en aandoenlijke pubers. Ik wandel door een geschiedenis die niet de mijne is. En door geschiedenis die wel als de mijne voelt. Ik lees weer boeken. Ik koop zelfs weer boeken. Gewoon, in de winkel na lang lekker struinen.

En nog ongeveer elke dag denk ik dankbaar dat ik thuis gekomen ben. Hier bij hem, en hier in deze stad waar ik een mevrouwtje ben die stempelkaartjes van koffiezaakjes alfabetisch in haar tas heeft zitten en een zolderkamertje vol boeken heeft. De rest komt wel.

 

 

Fucking klein leven

Het is minstens de tweede keer dat ze dit voorheeft. Volledige blokkade, groot conflict. Totaal over de rooie. Crisis total. Iedereen zag het van ver aankomen, zij niet.

Ik probeer er voor haar te zijn, want zoals dat dan gaat, is alles ingestort. Ik zie dat ze alleen is tussen het puin.

Iemand die recht op een muur afrijdt om er tegen te pletter te rijden, kan andere mensen heel heel boos maken. Op het moment dat je op de muur afgaat, ben je meestal al in een soort tunnelvisie en niet echt te genieten. Je kwetst andere mensen, laat hen in de steek, neemt afstand.

Been there, done that. Maar dan anders. Ik denk dat ik op het moment dat ik overkop en uit de bocht ging, wel een spoortje van wat fouten heb achtergelaten. Vooral omdat ik mezelf niet realiseerde dat het me allemaal niet meer lukte. Onzorgvuldigheden. Verwaarlozingen. Maar wat zij gedaan heeft was nogal een frontale aanval op collega’s, en keert zich nu tegen haar.

En terecht. Als een collega van me zich zo zou gedragen tegen me zou ik er aan kapot gaan van onzekerheid. Als een collega van me me zou verbeteren en dingen overnemen, mijn werk opnieuw doen, zou ik afhaken, verward geraken, boos worden. En dat hebben haar collega’s gedaan. Collectief. En als je boos bent, is het moeilijk om te zien hoe hulpeloos iemand met goede bedoelingen zichzelf en een situatie totaal kan doen ontsporen. Hoe zij even erg gevangen zat dan ze hen gevangen heeft genomen.

Ze heeft niet door hoe erg het is gesteld met zichzelf. Ze is geobsedeerd door de situatie. Ze kan geen afstand nemen en geen perspectief ontwikkelen. Ze slaapt niet en ze eet niet. Ze huilt. De ene dag is het allemaal hun schuld want ze denken te traag en ze zijn zo dom dat ze wel moest ingrijpen, de andere dag is het de schuld van de baas die niet gereageerd heeft. Haar eigen schuld is het nog niet.

En schuld, tja, schuld. Who cares about schuld?

Mijn ervaren oog ziet dat dit een lange weg kan worden. De verloren kilo’s erbij eten. Uitrusten. Anders leren denken. Anders leren omgaan met anderen. Anders leren werken. Perfectionisme leren hanteren. Perfectionisme niet op anderen projecteren. Leven, niet alleen werken. Verbinden.

Ze wankelt. Tussen een andere baan gaan zoeken of vallen, en herstellen. Waarbij niets gespaard zal blijven. Ze zal moeten graven in haar verleden, ze zal overtuigingen in vraag moeten stellen, ze zal moeten kijken naar zichzelf, ze zal de triggers moeten leren kennen, ze zal moeten leren rusten. Het vallen is wat je niemand toewenst, maar ik weet ook dat een ander baan zoeken een garantie is op meer van dit. Binnen een jaar, twee jaar, drie jaar.

Ik ben de lange weg aan het gaan. Laatst moest ik mijn tussentijdse evaluatie invullen. Allemaal kolommetjes waar ik prestaties in moest proppen. Er zijn niet zo veel prestaties meer van het laatste half jaar, terwijl ik in mijn vorige evaluatie de tweede beste was van allemaal. Dus schreef ik een brief aan de baas. Waar ik een half jaar geleden stond. Over de frustratie van die kolommetjes vol prestaties willen proppen, maar voelen dat het niet kan. Dat een dag nog steeds zwaar is, dat ik zo veel vergeet, dat het overzicht vaak ver zoek is, dat de ene dag beter gaat dan de andere, dat ik mijn auto vaak aan de kant moet zetten omdat ik mijn benen niet vertrouw. Over de schaamte en de schuld omdat het niet gaat zoals ik zou willen en zoals het zou moeten. Maar ook over de hoop en het geloof. Dat ik keuzes maak en dingen ontwikkel waardoor ik die kolommetjes weer ga vullen. Niet zo uitbundig als ooit, maar wel op een manier die duurzaam is. Dat schrijf ik. Ik stuur mijn kolommetjes en de brief per mail en heb dezelfde avond al spijt omdat het kwetsbaar is en ik me een zeur voel die altijd wel een reden heeft om te zeuren. Een mankepootje dat meehinkt met de grote jongens.

De man en ik werken thuis en we praten even bij een kop koffie en ik vertel het hem. Dat er veel veranderd is en dat dat goed is. Maar dat het niet leuk is om minder te kunnen dan vroeger, om minder te zijn, om minder te verdienen. Jippie jee, wat een levenskwaliteit heb ik gewonnen door ontdekt te hebben hoe leuk het is om een gezin te hebben, meer te leven dan te werken en beter voor mezelf te zorgen (lees: elke avond om 22u naar bed). Maar tegelijkertijd: wat heb ik er aan op de lange termijn? Weinig flitsende perspectieven. En ik, ik heb nog steeds een zwak voor flitsende perspectieven. Toegeven dat dit het misschien wel is, elke dag ploeteren, je best doen, balanceren, buigen voor de grenzen waar je vroeger zingend overheen ging. Weinig glorieus. Het is een fucking klein leven geworden. Misschien wordt het nooit meer dan dit. Nooit die goed draaiende eigen praktijk. Nooit die drie boeken op mijn naam. Nooit dat doctoraat afgewerkt. Nooit het derde kind. Alleen maar dit fucking kleine leven.

Een fucking klein leven waar de vriendin in puin haar neus voor ophaalde. Maar wat ik haar met zo veel liefde ook toewens. En allez vooruit. Mezelf ook.

 

Lieverd

Bij het wakker worden voelde ik het al. Spaghettibenen. Spaghettibenen gaan uiteindelijk een eigen leven leiden. Bang zijn om weer spaghettibenen te krijgen, kan er al voor zorgen dat ik door mijn knieën ga.

Ik schreef het al. Ik ben 180 graden gedraaid met dit leven, en toch voel ik me sinds kort weer uitgeput. Het lijkt oneerlijk, soms. En soms denk ik inderdaad: als ik voor elke keer als ik over mijn grenzen ben gegaan in mijn leven een dag slappe benen heb, dan zijn we nog tien jaar zoet. Dus tja, wat wil ik eigenlijk?

Wat ik wil? Dat het beter gaat. Blaken van energie en gezondheid. Voelen dat ik een nieuwe zwangerschap aandurf en de man vervolgens een wolk van een dochter schenken. Zonder een uurtje misselijkheid en een centje pijn enzo.

Anyway. Ik werd dus wakker met spaghettibenen. Na het ochtendgebeuren glipte ik binnen bij mijn zuid-afrikaanse vriend. Dat zit zo. Ik heb nog geen vrienden in mijn nieuwe stad. Zwervend ging ik een keer binnen bij een massagepraktijkje. Een wat alternatieve plek. De man die het runt blijkt ook een immigrant te zijn. De eerste keer masseerde hij mij stevig. De tweede keer vroeg hij hoe het ging en vertelde ik over de slappe benen. Sindsdien noemt hij me lieverd en heeft hij zijn acupunctuurnaalden boven gehaald.

Dus daar lig ik, met naalden in mijn benen en voeten en handen. We praten, hij zegt tien keer lieverd. We vertellen elkaar hoe het is ergens opnieuw te beginnen en niemand te kennen. Hij drukt me op het hart dat ik hem mag vragen koffie te gaan drinken samen als ik nood heb aan gezelschap. En hij maakt mijn schouders los. En mijn nek. Een beetje streng, maar erg toegewijd. We moeten mijn lever opkuisen, zegt hij. En mijn longenergie activeren. Lieverd, lieverd, lieverd, zegt hij. Het zal allemaal wel, denk ik. En ik laat hem prikken en kneden.

Daarna haal ik koffie, en rijd ik naar het werk. Mijn benen doen het gewoon. Ik app mijn vriend dat hij gouden handen heeft. Graag gedaan, appt hij terug. En ook: rustig aan, lieverd.