Freelance journalistiek

Een verhaal dat ik hier vast nooit verteld heb, is het verhaal van hoe ik freelance journaliste werd.

Ik was alleenstaande moeder en stapte op een warme dag na een opdracht in Rotterdam in de auto naar huis. Ik zag dat ik een gemiste oproep had en luisterde daar de voicemail. En tadaa, daar werd me de vraag gesteld of ik wilde overwegen een opdracht aan te nemen als freelance journaliste voor Psychologies Magazine. WOW.

Dat was niet uit de lucht komen vallen. De eindredacteur Femke volgde mijn blog. Ik denk dat we destijds ook al kennis hadden gemaakt met elkaar. Vanuit mijn blog, had ze de hoofdredacteur voorgesteld om mij te vragen.

En dat was zo een kans.
Niet alleen omdat ik met het geld dat ik verdiende als freelance journaliste mijn inkomen wat kon aanvullen – was erg nodig. Maar ook omdat het me een nieuwe kans gaf, een nieuwe richting. Ik kon ergens in groeien, me ontwikkelen, een vaardigheid toevoegen aan mijn pakket, ik werd minder afhankelijk van mijn werkgever. En het is natuurlijk ook ontzettend mooi werk om te doen: interessante thema’s uitwerken, boeken lezen, auteurs interviewen, … Dankbaar!

Die eerste tekst was een interview met de experts die meewerken aan Blind Getrouwd. Ik herinner me mijn voorbereidingen, het interview in een Antwerps cafeetje, het uitwerken wat ik veel te letterlijk had gedaan in mijn angst de geïnterviewden geen recht te doen, de bijsturingen die nodig waren, … Maar uiteindelijk was het goed en de opdrachten volgden elkaar op. Ook voor Femma Magazine en af en toe schrijf ik ook voor andere tijdschriften (en dat wil ik nog steeds graag uitbreiden – mijn grootste droom is Flow).

Anyway. De betaling van de eerste opdracht kwam tijdens een vakantie die mijn kinderen en ik in Amsterdam deden. Gelukkig, want ik zat toen op mijn financiële tandvlees na een rechtszaak. Het heeft ons alleszins wat ijsjes opgeleverd :).

Dank aan Femke. En dank aan de hoofdredacteur die me de kans gaf.

In de Tiny Podcast lees ik een column die ik enkele jaren geleden schreef voor Psychologies Magazine.

Nog meer onthullingen

Wat een lieve reacties op mijn vorige post.
Blij mee. Opgelucht.

En tegelijk is het een worsteling.
Ik weet gewoon niet zeker of het een goed idee is. Zelfstandige zijn. Het hier delen. En ik merk dat ik vrij ongelukkig word van het social media-gebeuren.

Even terug.
Toen ik ontslag nam, leek het heel logisch. Om zelfstandige te worden.
Ik was al een aantal jaren freelance journaliste naast mijn baan. Dat had ik dus al. (Ik schrijf vooral voor Psychologies en voor Femma.)

Ik schreef hier al een aantal keren over twee kanten in mezelf. Ik ben met een nette leuke Man samen en we wonen met onze kindertjes in een leuk huis in de binnenstad van Haarlem. Maar net zo goed was ik geëindigd met een geitenwollen sok in een Yurt. Beiden zitten in me. Ik ben jaren een nette onderwijsadviseur geweest en in de avonduren was ik met allerlei thema’s bezig die daarin geen plaats hadden, als journaliste. Dan testte ik een tantramassage uit. Een feministische cursus. Een stilteweek. Ik schreef over rituelen. Over hoe mensen betekenis geven aan wat hen overkomt. (…)

Soms moet ik wel eens lachen. Dan zie ik mijn dochters en zie ik die tweedeling. De jongste is een pittig klein spook, die alles wil voordat ze het kan. En de oudste (17 minuten ouder dan haar zus is dat) is een gezapig, rustig kind die liefst boekjes leest en eet.

Die tweedeling loopt dus ook in het starten als zelfstandige.
Ik had zelf veel aan The Artist’s Way gehad, had er als journaliste onderzoek naar gedaan (artikel in Psychologies) én had een cursus gevolgd bij iemand die het prima deed, maar waar ik merkte dat ze vooral kunstenaars-skills had en minder facilitator-skills. Na jaren voor groepen te staan, had ik die wel verworven. Dat zette me op het spoor om The Artist’s Way zelf te gaan aanbieden, aan groepen. Maar ook in een online cursus. En ik ben de voorbije maanden heel veel bezig geweest met het bijwerken van het programma, omdat er een heel spirituele toon in zit die niet altijd makkelijk is voor mensen, en ook omdat het programma dertig jaar oud is en op sommige vlakken wel wat opgefrist kan worden.

Dat doe ik dus.

En de andere kant van de tweedeling heeft te maken met mijn adviseurschap. Ik heb de voorbije jaren als adviseur gezien dat je in organisaties met de mooiste stappenplannen en rapporten kan komen, maar dat je pas iets kan veranderen als je in de onderbuik van de organisatie aan het werk gaat. Daar waar de pijn zit. De angst. De kwetsuren. De onzekerheden. Potentieel zelfs trauma.
Maar ook: de wijsheid. Het waarom. De mooie en krachtige dingen.
Ik ging vaak bij mijn baas aankloppen met voorstellen om mij te scholen in wat ik intuïtief al deed: naar die onderbuik gaan en daar iets faciliteren. Hij zag de noodzaak niet zo. Toen ik ontslag genomen had, heb ik een vermogen aan cursussen gevolgd. Transactionele analyse. Maar ook en vooral: deep democracy.

Deep democracy gaat over de wijsheid van de minderheid. Het gaat over wat er in de onderbuik van een organisatie of samenleving gebeurt (dat heet dan ‘onder de waterlijn’). Het is een methode die tools aanreikt om écht te luisteren. Om in conflict te gaan (sitting in the fire vind ik zo een mooie uitdrukking) en om het conflict vruchtbaar te laten zijn. Om gedragen besluiten te nemen als groep of team of organisatie omdat je niet gewoon met de stem van de macht of de meerderheid aan het werkt gaat (met als gevolg dat er al dan niet intentionele sabotage ontstaat), maar omdat je de wijsheid van de minderheid implementeert in het besluit van de meerderheid. Het gaat voor mij om echte gesprekken voeren. Echt luisteren en niet alleen met je oren. Om empathie.

(Meer kan je vinden hier. )

Ik geloof echt met mijn hart en ziel in die methode, in mijn vermogen om facilitator te zijn voor organisaties als er bijvoorbeeld weerstand is, conflict, een blokkade.
En tegelijkertijd vind ik het moeilijk te geloven in het zelfstandig ondernemerschap. Want als werknemer van een grotere organisatie, ging alles toch min of meer vanzelf :). En ik geloof dat de standaard manieren van marketing een mismatch zijn met wat ik doe en aanbied.
(Hier zijn tips heel welkom. Ik geloof in wat ik doe, maar ik weet nog niet zo goed hoe ik het in de wereld zet.)
Ook kreeg ik wel eens een aanbod om makkelijk te scoren (een soort onderaanneming met opdrachten), maar besloot ik bij mijn authenticiteit te blijven. Maar dat maakt het niet persé makkelijker. Ik verkoop als adviseur geen trucjes, maar ik wil de wereld verbeteren en heb een heel eigen idee hoe dat eruit kan zien.

Mijn eigen leven is natuurlijk een soort van rommelig geweest de voorbije jaren. En ik heb echt veel werk gehad aan mezelf. Dat brengt me ook wel eens tot de vraag wie ik ben om… Wie ben ik om anderen mee te nemen in een proces, om dingen te faciliteren, … ?
En tegelijkertijd denk ik dat ik door de voorbije jaren in mijn leven, heel veel aan nuance gewonnen heb. Dat ik de complexiteit van situaties heel goed kan aanvoelen. Dat ik zelf weet wat het is om een minderheid te zijn. Of hoe het is om om te gaan met het contingente van het leven.

En tegelijkertijd. Tegelijkertijd heb ik een deel van mijn opleiding gevolgd bij iemand die meer dan de helft van zijn leven verslaafd was geweest. Ik denk dat ik hem authentieker vind dan als hij een soort van smetteloze goeroe was geweest. Dus dan kan ik ook wel in mijn eigen authenticiteit blijven staan. Toch?

Maar ik dwaal af.
Wat wil ik zeggen?
Wat ik doe. Waar ik in geloof.
En wat ik moeilijk vind.
En dat ik twijfel. Altijd blijf twijfelen.
En dat die dubbele beweging in mij vermoeiend is. Het vooruit willen en het krachtig iets willen neerzetten. En het stukje in mezelf dat permanent de poten van onder mijzelf zaagt.



Introvert werk

Ik heb een hele dag werk op mijn kantoortje. De laatste tijd ben ik wat opgejaagd geraakt. Ik heb altijd moeite met onzekerheid gehad. Als ik wist dat ik binnen zes maanden maandelijks genoeg opdrachten zou hebben, zou ik het perfect kunnen verdragen dat dat vandaag nog niet zo is. Maar het feit dat ik het niet weet, maakt het lastig. En eenmaal in business krijg je allerlei businessnetwerken in beeld en marketingmensen en vliegen de woorden als je omzet verhogen en ambitieus zijn en je markt vergroten je om de oren, en dan voel je je al snel een mislukkeling als je wél werk hebt, maar er niet in omkomt.

Anyway. Ik zit in mijn kantoortje. Er staat een nepkacheltje dat toch een soort open haard-indruk geeft met vlammetjes (en eco verantwoord gezien de zonnepanelen op het dak). Ik heb thee en chocolade en er branden kleine lampjes en ik zit op mijn sokken en ik ben omringd door boeken en wat planten en bloemen en ook al is het niet opgeruimd (genoeg), het is lief, cosy, van mij. Terwijl het buiten begint te schemeren werk ik mijn taken van de dag af (ik werk heel hard en in een heel fijne flow meestal), daarna ga ik mijn kopjes afwassen en mijn tas maken, maak ik een praatje met mijn lieve huisbaas en ik ben zo content.

Zo content met die stille plek. Het werk waarvoor ik niet elke dag de deur uit moet. Het tempo. Het feit dat ik het werk dat ik heb goed kan doen. Het feit dat ik heel veel helemaal alleen kan zijn daar.

Eenmaal thuis heb ik veel energie. De Man is weg, dus ik kook, we eten, ik doe de kinderen in bad en bed, ruim het huis op, vervang de vuilniszak, steek een was in en typ dit stukje. Ik besef dat ik voldoende introvert werk moet hebben (denken, lezen, schrijven), zodat ik a. oplaad voor de rush thuis en b. tegen het extraverte werk kan (voor groepen staan).

Soms lijkt al dat ondernemen zo absurd, maar op zo’n dag klopt het. Voor het eerst kan ik de huur betalen met geld op mijn zakelijke rekening, en zelfs nog een andere factuur. Loon zit er nog niet in. Er waren tijden dat ik elke dag gecentrifugeerd werd door de afstanden die ik reed, de contacten die ik had, het werken in een open kantoortuin. Als ik toen een foto had mogen zien van mijn kantoortje op een dag als vandaag, had ik volmondig ja gezegd. Zelfs al wist ik dat ik de onzekerheid, het gebrek aan voldoende inkomen en de twijfels erbij moest nemen.

Doe elke dag iets waar je bang voor bent

Zoiets. Dat zit in dat gekke liedje.

Soms voelt mijn leven heel suf. Als ik om kwart na negen uitgeteld in bed lig bijvoorbeeld. Als de Man en ik ruzie hebben over tijd en ruimte. Als ik (weer) chips heb gegeten in plaats van te gaan sporten. Als ik beneden kom na het kinderen instoppen en dan een soortement ontplofte keuken vind met schilderijen van appelmoes all over. Dat dus.

Net maakte ik een tabelletje van wat ik verdiend heb de laatste tijd. Dat viel nogal tegen. Of ja, niet echt. Maar het is niet echt zo dat de zaken enorm gaan lopen. Wat niet wil zeggen dat er niets gebeurt.

Ik heb het idee dat het opzetten van mijn bedrijfje en het ondernemen van acties lijken op ‘met hagel schieten’. Ik zet stappen, volg mijn intuïtie, ik doe wat. Dat voelt soms dom of chaotisch, maar tegelijk is het ook zo ontzettend spannend. Het is als elke dag iets doen waar ik bang voor ben. Iets organiseren. Iets publiceren. Mezelf in de wereld zetten. Mijn ideeën in de wereld zetten. Met het enorme risico dat het niet gaat werken, dat er geen mensen naar mijn cursus komen, dat niemand me inhuurt. Dat is doodeng.

Binnenkort heb ik een inspiratiesessie met een marketing-dame. Benieuwd hoeveel ze vraagt om het met hagel schieten te stroomlijnen en efficiënt te maken. In tussentijd besluit ik me maar even niet heel dom te voelen over de huidige aanpak. Ik ben in beweging. Ik doe dingen waar ik bang voor ben. Elke dag.

Starten met ondernemen zoals het is: sociale media

Ik hou helemaal niet zo van sociale media. Hier bloggen is lekker veilig, anoniem. Ik kan hier schrijven zo veel en vaak als ik wil en moet niet in een beeld of een beperkt aantal tekens en hashtags hip & happening zijn.

Ik besefte ook wel dat sociale media horen bij ondernemen. Maar ik schoof het voor me uit. Tot ik drie keer de vraag kreeg OF IK GEEN LINKEDIN GEBRUIK?!
Ok, ik snap het. Het is ‘normaal’ om dat allemaal wel te doen. Het is zoals het nu eenmaal werkt.

Dus ik ging aan de slag. Tuigde LinkedIn op en Instagram. Op mijn website wacht ik nog – die heb ik uitbesteed.

En wat ik vreesde, gebeurde:

  1. Het neemt veel te veel plek in. Ik kijk ’s avonds wel elk uur een keer of er nieuwe hartjes zijn gekomen op instagram, terwijl ik eigenlijk wil dat dat mij niets kan schelen. Of wel iets, maar niet genoeg om het door mijn gezinstijd heen te laten fietsen. Ik vraag me trouwens echt af waarom iedereen tijd heeft om van die stories te maken, ik vind dat voorlopig uhm… Vaag.
  2. Ik word vooral van LinkedIn ongelukkig. Ik heb het idee dat iedereen maar zendt. Alsof iedereen vooral wil tonen wat hij/zij goed kan, doet, heeft. Uhm, aan wie eigenlijk? Niemand lijkt daar te zijn om te ‘luisteren’, elke reactie, klik, … lijkt te zijn om zelf in the picture te komen bij potentieel interessante connecties. JEETJE. En er zijn veel mensen die dan van die superprofielen hebben waarbij ik denk: weet je wat, het was een dom idee. Ik geef het al op. Doen jullie maar.

Intussen heb ik via LinkedIn ook een heel sneu netwerkgesprek gehad, met een man die wou weten wat mijn benadering kon betekenen voor zijn organisatie. Op het einde van de rit had ik hem blijkbaar in die mate overtuigd dat hij een intern iemand ging laten scholen, in plaats van een extern iemand (ik) in te huren. Dus. Dat was net niet de bedoeling. Ik voelde me gebruikt, omdat hij me allerlei casussen voorlegde en liet vertellen wat ik in al die gevallen zou doen.

Dus ik droop af, belandde midden in de avondspits thuis. Ondernemen heeft een zekere mate van hoera-gevoel en magic, maar soms is het best sneu. Herkenbaar? 🙂

Armoedig

Na een ochtend koortsachtig werken, wandel ik naar een lunchafspraak. Vroeger deed ik alles met de fiets, nu wandel ik zo veel mogelijk. Om de stappenteller te voeden, die me akelig snel duidelijk maakte dat ik wel naar de sportschool kan willen, maar dat ik misschien eerste die 3000 stapjes per dag maar eens moet uitbreiden naar 10 000.

Ik wandel. Nog onder indruk van wat ik net gedaan heb. Ik heb een irrationele beslissing genomen. Een kans om snel via anderen aan werk te komen en dus snel te gaan verdienen, afgeslagen. (Er was een investering aan verbonden, en bij elke opdracht zou ik een flink percentage afdragen.) Iedereen juichte dat ik het moest doen, en ik was er zelf bijna ingesprongen, tot een vriend me gisteren vroeg of ik dat echt wou. Snel geld. Of ik daarom als ZZP-er ben begonnen. Maar nee, dacht ik. Nee begot. Het is niets voor mij.

Ik wil iets doen waar ik in geloof.
Dus knip ik het draadje door en vraag ik me af hoe ik het aan de Man ga uitleggen. En tegelijk voel ik zo goed dat ik het juiste heb gedaan.

Ik lunch met een vriendin. Wandel terug. Stop bij een nieuwe kledingzaak, waar ik schoorvoetend aan het enthousiaste meisje uitleg dat ik een beetje raar in mijn lijf zit na die tweelingzwangerschap. Ik voel me onzeker. Ik wil kleding die past bij mijn huidige lijf.

Ik voel me zo klein.
Zo klein.
En tegelijkertijd te groot, te grof, te uitgedijd, te mals.

Ik pas rokjes en blouses en kies en kijk in de spiegel naar de mooie nieuwe dingen waarvan ik me vraag of mijn buik er echt niet te zichtbaar in is. En ik kijk ook naar mijn oude kleding, snel-snel aangeschoten vanochtend omdat ik een kantoordag had. Naar het gaatje in mijn panty. Ik voel me zo armoedig in mijn lijf, in dat post-zwangerschapslijf, in dat lijf dat al die grote ZZP-plannen moet gaan belichamen. Dat lijf dat ik niet goed verzorg, omdat ik al blij ben als ik mijn tanden twee keer per dag kan poetsen. Waar is de tijd dat ik opgemaakt naar kantoor ging? Op hoge hakken? Ik moet naar de kapper. Van alles epileren. Crème op mijn gezicht smeren. Die wallen wegwerken.

Ik koop drie rokjes en twee blouses. In mijn oude kloffie wandel ik weg met een tasje kleding waarvan ik hoop dat ik ze durf dragen. Ik ga weer aan het werk. Een deel van het werk is het social media-gebeuren, waar ik (buiten deze blog) altijd zo ver vanaf gebleven ben, omdat ik bang was dat het zo veel tijd zo opslokken, en dat ik permanent met de blik van een buitenstaander naar mezelf zou kijken. Geen foto’s meer zou maken omdat ik ze mooi vond, maar omdat ze instagramwaardig zijn. Geen boeken meer lezen voor mezelf, maar om er slim over te doen op LinkedIn.

Ik voel me zo klein.
Ik voel me vaak zo klein.

(En waarom, waarom heb ik geen doos chocolaatjes in een kastje in mijn kantoor? O ja, omdat ik ze op zo een moment allemaal tegelijk zou opeten.)

Starten met ondernemen: partner in crime

De Man en ik hebben onze ups en downs zoals iedereen denk ik. We zijn bijna drie jaar samen, en we hebben een tweeling van meer dan een jaar. Dat zegt iets over de aard van die jaren. Er is best veel gebeurd en we zitten natuurlijk midden in de tropenjaren waarin het soms vechten is voor tijd en energie. Waar ik zelf soms last van heb, is dat er zo veel veranderd is. Gisteren was ik nog een alleenstaande moeder van twee zonen in een huurhuis ergens in België met een vaste baan en een bijberoep, vandaag ben ik een moeder van vier kinderen waaronder een tweeling van één, ik ben een startende ondernemer, en woon in een Nederlandse stad met de Man. En dat alles is gebeurd terwijl ik met mijn ogen knipperde zeg maar.

Er waren veel momenten dat ik weg wou lopen van de Man. Ik heb een eigenaardig knikje in mijn persoonlijkheid dat nogal gericht is op onafhankelijkheid. Ik voel me veilig als ik onafhankelijk kan zijn. Onafhankelijk zijn betekent dan dat ik het alleen kan, financieel en praktisch. Maar in mijn tijd als alleenstaande ouder verzoop ik bijna in mijn onafhankelijkheid en nu is er van die onafhankelijkheid niets meer over. Ik woon in het huis van de Man, ik rijd in zijn auto, we hebben samen kinderen waar geen van ons alleen voor kan/wil opdraaien, en mijn bankrekening is behoorlijk leeg na jaren alleenstaand ouderschap, vermindering van arbeidsuren per week, onbetaald ouderschapsverlof, opgeven van mijn baan, bijscholen en investeren in de nieuwe onderneming.

Dus. Moest ik de Man om geld vragen. De grootste nachtmerrie voor deze feministische en wannabe onafhankelijke vrouw. Ik dacht er over na, hikte er tegen aan en uiteindelijk bracht ik het tijdens een etentje ter sprake. De Man stemde meteen toe, maakte er geen punt van. Hij beschouwt het als een investering, ik sta er op dat het een lening is.

Tijdens het etentje praatten we ook lang over een keuze waar ik voor sta. Een ex-collega vroeg me min of meer bij een nieuw project, wat een investering vraagt (soort franchise). Het voordeel zou zijn dat ik in bestaande trajecten ingehuurd kan worden en zo ook nieuwe doelgroepen kan bereiken, het nadeel zou zijn dat ik een deel van de tijd iets ga doen waar ik op zich wel in geloof maar niet heilig (denk ik). Misschien heel kort: ik ga een deel van mijn tijd in het project van iemand anders werken, in plaats van heel romantisch mijn eigen idealistische wereldverbeterende plan uitvoeren. In mijn hoofd zijn de gekste tegenstellingen ontstaan. Dat daarvoor kiezen zou betekenen dat ik een motie van wantrouwen uit in mijn eigen projecten. Dat er een tegenstelling is (het kan echter ook complementair zijn, de manier van werken is een soort van diagnostisch instrument – het vervolgtraject kan echter veel kanten op). De Man besprak rustig alle ins en outs met me en alweer verbaasde hij me met zijn helderheid en rust.
(En nu denk ik ook dat het niet heel volwassen is een soort van principiële wereldverbeterende ondernemer te zijn terwijl de Man alle rekeningen betaalt.)

Eén van de dingen waar ik tegen aan loop in de relatie met de Man, is dat onze liefdestaal nogal verschilt. En soms ben ik boos op hem, omdat ik niet meer onafhankelijk ben. (Het is een onredelijke boosheid want de Man staat me op zich de onafhankelijkheid niet in de weg, die was eerder een bijproduct van een tweeling krijgen samen.) Toen ik echter de ochtend na het etentje aka zakelijke bespreking totaal geveld werd door een verschrikkelijke buikgriep en twaalf uur lang doodziek tussen de badkamer en het bed laveerde terwijl de Man het hele huishouden en de zorg voor de kinderen draaiend hield, realiseerde ik me in mijn paar heldere momenten dat ik het getroffen heb hem. En dat het niet erg is om onafhankelijk te zijn, als je partner uitzonderlijk betrouwbaar, kalm, wijs en stabiel blijkt te zijn.

Starten met ondernemen zoals het is: de kwallenclub

Het is een dag zoals ze vroeger allemaal waren. Ik stap uit de auto, 300 km op de teller en weet dat ik ongeveer 40 minuten thuis kan zijn voor ik weer vertrek. Naar een bijeenkomst, over succesvol ondernemen.

Ik weet dat ik ‘goed’ ben in mijn vak. Het is geen verhaal van de allerbeste ooit zijn ofzo, maar daar geloof ik niet in. Ik geloof meer dat je op sommige plekken de juiste persoon op de juiste plaats bent om stappen te zetten met een organisatie, en dat je daarvoor dan een gevuld koffertje hebt met ideeën en tools. Ik heb de laatste maanden hard aan dat koffertje gewerkt en geïnvesteerd in opleidingen. Maar, zo leer ik op de avond over succesvol ondernemen, inhoudelijk goed zijn in je vak is maar een deel van het verhaal. Je moet jezelf ook kunnen verkopen en ondernemersvaardigheden hebben, wil je succesvol worden.

Het klinkt allemaal niet heel onlogisch, maar mijn aversie tegenover de gladde jongen vooraan groeit en groeit en groeit. Hij blaast ons omver – op een overigens heel Amerikaanse manier – met allerlei oneliners (je kan alles leren! Het duurste is ontdekken wat niet werkt!). Ik zit de bijeenkomst uit, schrijf wat dingen op en realiseer me dat ik niets nieuws of verrassend leer. Er wordt gegoocheld met termen als leads, sales, merkbeloftes, bottlenecks, … Er komen nog wat makkelijke schema’s voorbij over mindsets (oud nieuws volgens mij). En op het einde kopt hij in: als ondernemers moet je dus niet enkel goed zijn in je vak, maar als je naar de next level wil moet je je ondernemings-skills aanscherpen en daar heeft hij net een opleiding van 10 000 euro voor bedacht waarbij hij ons allemaal persoonlijk gaat coachen in groepen van vijftig. Knap, ik zou het hem graag willen doen. De succes-cijfers van de uitstromers zijn indrukwekkend, maar als hij vertelt dat hij selecteert bij de instroom en mensen die ‘het’ niet hebben weigert, verbaast me dat niet echt. Als we vandaag nog intekenen krijgen we korting maar dat is natuurlijk alleen maar voor de durvers. Want twijfelaars, dat zijn natuurlijk geen echte ondernemers. En als je geen geld hebt maar je gaat wel op vakantie, zou ik die vakantie maar afzeggen, raadt hij ons aan.

Ik kijk rond. Er zitten wat van die types in de groep. Kwallenclub, denk ik. Dan zie ik ook wat ondernemers die gewoon niet weten waar beginnen of al lang ploeteren. Ik veronderstel dat zij niet in het programma mogen meedoen. Het heeft iets sneu. Ook de fotograaf die aan de lopende band plaatjes schiet van de succesvolle opleider, die stralend in het middelpunt van zijn eigen personencultus staat.

Ik weet niet hoe snel ik weg moet zijn. In de auto komt dit liedje voorbij. Mijn bekken doet pijn van te veel te rijden. Ik heb een eerste opdracht binnen gehaald, en heb een aantal potentiële andere opdrachten besproken. Ik vind het fijn dat het eindelijk niet meer over mij gaat: hoe wil ik me profileren, wat wil ik in de wereld zetten. Ik, ik ik. Nu gaat het over wat de organisaties in kwestie nodig hebben en hoe we daar vorm aan kunnen geven. Een betere focus wat mij betreft.

Het hele hoera-sfeertje van de kwallenclub maakt me triest en doet me twijfelen aan mijn keuze. Ik wil graag echt zijn. En eerlijk. En zichtbaar waar nodig en verder onzichtbaar. Ik wil mezelf niet opblazen tot ik uit elkaar spat. Ik wil gewoon werk doen dat zinvol is, daarvan leven in een soort van ‘balans’ met de Man en de kinderen.

Het leven zoals het is: starten met ondernemen

Mogelijk heb ik een kast vol Hoera-boeken. Boeken van mensen die een eigen onderneming zijn begonnen en hip hip hoera, alles gaat geweldig, ze hebben 1000 tips en ze willen nooit meer terug een loonslaaf worden.

In de krant las ik laatst een artikel. Dat een behoorlijk percentage van de ZZP-ers (zelfstandige zonder personeel) onder de armoedegrens leven.

Ik volg een gladde marketingman die belooft dat hij ondernemers aan veel meer omzet kan helpen met masterclasses en peperdure cursussen met hippe namen. Ik had een boek van hem gekocht en was op zijn nieuwsbrief geabonneerd geraakt en nu irriteert hij me met mails waarin alles makkelijk lijkt te gaan en je met wat vingerknipjes en slimmigheid die hij je kan leren, succesvol kan worden. Ok, in een soort opwelling heb ik me voor zo een masterclass ingeschreven. Oeps.

Ik ben niet succesvol op dit moment. (*)
Op dit moment ben ik nog niet eens gestart. Ik freelance een beetje om toch iets van een inkomen te hebben. Dat betekent dat ik onderbetaalde dingen doe waardoor ik niet investeer in een flitsende website maken en andere slimmigheden, en ik mezelf dus stokken in de wielen steek. Ik praat met mensen over samenwerken, maar ook dat is een lang en complex proces. Ik volg cursussen waarvoor ik geld heb geleend bij de Man geloof ik. Ofwel is daar mijn laatste spaargeld naar toe. Ik mail de opdrachtgevers van mijn onderbetaald freelance-werk om hen te vragen wanneer ze me gaan betalen – want ik moet de huur betalen van mijn kantoortje.

Mijn kantoortje. Daar huppelde ik de eerste tijd op wolkjes naar toe. Intussen went het. Ook fijne dingen wennen, stom genoeg. Het kantoortje is half ingericht. De eerste stapel zooi is al ontstaan. Laatst stond ik het te stofzuigen, en dacht ik er aan dat ik vroeger – in loondienst – een poetsploeg had die mijn kantoor poetste voor acht uur ’s ochtends. Dat ik een afdeling marketing had. Een afdeling communicatie. Een baas die me vertelde wat ik kon doen. Een auto van de zaak. Een tankpas. Vakantiegeld. Een eindejaarsuitkering. Betaald ziekteverlof. Bekertjes bij de koffiemachine en geen kopjes die ik om de paar dagen sta af te wassen.

Nu ben ik alles zelf. Ik ben de poetsvrouw. De marketingvrouw. De communicatievrouw. De administratie. De secretaresse. Ik moet de facturen sturen, de rekeningen betalen, de afspraken inplannen, de website op poten zetten en de planten water geven.

En ik neem een besluit. Het besluit is dat ik eerlijk ga zijn. Hier. Over dat starten. Misschien wordt het nog eens een hoera-verhaal, dan horen jullie het. Maar voor nu is het doolhof en sta ik om de haverklap op een punt waar ik een richting moet kiezen. Ik kies en kies en soms loopt de weg dood, soms geraak ik onverwacht dichter bij de kern van het doolhof. En soms heb ik geen idee meer waar ik ben. Ik denk dat het er bij hoort. Ondernemen zoals het is.

(*) De Man heeft een ontembaar geloof in mij. ‘Geduld,’ zegt hij. ‘Het komt allemaal wel.’ Ik vind het lief van hem, dat onwrikbare vertrouwen.

Over verlangen naar een plek die niet meer bestaat

Na een complexe zwangerschap en de geboorte van de tweeling, geraakte in conflict met mijn werkgever. Het resulteerde erin dat ik besloot om mijn baan op te zeggen, omdat ik geen vertrouwen meer had in een goede samenwerking. Het mailtje met die beslissing heb ik luid snikkend geschreven. Er volgde een gesprek, wat regelingen, wat opluchting.

Het leven stroomde en ik deed mee. As we speak zit ik in een eigen kantoortje te bedenken hoe ik de huur nu weer eens ga betalen.

Mijn kantoortje is geweldig. Er zijn boeken, het ruikt er naar lavendel. Ik zit in een creatief deel van de stad. Eén van de buren speelt Einaudi en de klanken zweven door de straten. Ik heb maar liefst vijf plantjes die echt leven. Ik heb mijn rode pumps netjes naast elkaar geparkeerd bij mijn koffiemachine. Er staan roze rozen op mijn bureau.
In de kantoortuin waar ik vroeger werkte, had ik soms geen flex-plek meer. Zaten er allemaal mensen om me heen, die soms naar parfum roken, soms naar aftershave en ook wel eens naar zweet. Er waren nep-bloemen en nep-planten. Ik had altijd mijn schoenen aan.

Maar: er waren collega’s. En echt waar, ik ben zo trots en blij geweest deel uit te maken van dat clubje daar. Ik keek best op naar een aantal van mijn vlotte, goed geklede collega’s die het land rond sjeesden en overal wat slims gingen doen.

Dus soms zit ik in mijn kantoortje, kijk ik uit het raam, en mis ik die plek.

Laatst stelde mijn voormalige baas, die van het vreselijke conflict, voor om samen te lunchen en alles nog eens uit te praten. Ik sprak met hem af of een plek aan zee, en ik fietste misschien wel 12 kilometer door de duinen vooraleer ik hem trof. Het fietsen door de duinen maakt me rustig, en dat leek me de perfecte voorbereiding.

The magic happened. We praatten. Ik vertelde wat er vanuit mijn perspectief was gebeurd, inclusief de angsten en de boosheden en de vermoedens en alles wat er als een soort ruis bij me speelde. Hij deed hetzelfde.

‘Ik herkende mezelf niet meer,’ zei hij, ‘bij wat ik deed.’
Ik herkende hem ook helemaal niet meer – en het deed me deugd dat hij dat zei, want ik was al gaan twijfelen of ik het nu zo fout had gezien al die jaren, of dat hij inderdaad een aardige man was die nu iets heel geks deed.
Hij zei ook dat er druk was om iemand anders aan te nemen en dat de beschikbaarheid van mijn uren dan wel goed zou uitkomen.

En toen vertelde hij dat hij zelf weg ging. En ongeveer alle collega’s waar ik naar op keek. De reorganisatie had slachtoffers gemaakt, het schip was een heel andere kant uit gestuurd, de plek waar ik vaak naar terug verlang, bestaat helemaal niet meer.

We omhelsden elkaar. Hij zei me dat ik als zelfstandige veel meer kan verdienen dan hij me betaald had, met mijn kwaliteiten. Hij gaf me meteen een aantal contactpersonen voor netwerkgesprekken.

Ik fietste terug. Mijn hart was vol.