Ver weg

Dit stukje is geschreven in de winter. Ik besluit het na een gesprek met andere single moms te laten staan. Ik heb zelf geen troost of tips nodig, intussen is de situatie opgelost. Maar ik vind het nog wel een beetje mijn taak te getuigen van de onderbelichte zorgen van de ouder die er alleen voor staat met onze huidige maatschappelijke structuren, eisen en organisatie. Laten we alsjeblief een wereld creëren waarin deze wanhoop en uitputting niet meer nodig zijn! In Amsterdam zag ik laatst een soort huis voor alleenstaande ouders, waar ze kunnen verbinden. Blijkt in Nederland wel meer te bestaan. Mooi! Maar ik wil zo graag een samenleving waarin dit soort huizen en netwerken overbodig worden.

{Winter}

Het gaat niet al te best. Om eerlijk te zijn.

Het is winter. Het vriest. Het is koud.

De kleine zoon is ziek. Alweer weken. Of maanden. Hij gaat meer niet dan wel naar school. Hij is vermagerd en verzwakt. Deze week zat ik met hem in het ziekenhuis en werd hij in twee armen geprikt. Ik moest hem tegenhouden terwijl de druppels bloed in het buisje vielen. Ik probeerde wanhopig zijn aandacht naar het beduimelde boekje van Sneeuwwitje te verplaatsen.

Ik ben totaal out of control. Ik heb twee banen, een huishouden, twee kinderen, vier babysits en een lief. Ik krijg het niet meer geregeld. Mijn babysits laten het afweten. Voor mijn twee banen kom ik op vijf dagen tijd aan vijf werkuren. Vijf. Alles hoopt zich op. Ik ben in de vreemde combinatie van wilde paniek en totale uitputting.

Elke dag kijk ik uit naar de avond. Want dan drink ik drie koffies en neem ik een pilletje en kan ik vier uur werken. Of vijf! En het huishouden aan de kant! En de kleedjes en een brooddoosje voor morgen klaar!
Maar als ze dan eindelijk in bed liggen, ben ik leeg en op en moe en huil ik op de bank en ga dan slapen. Morgen beter, dacht ik een aantal avonden op rij. Nu denk ik zelfs dat niet meer.

De nachten breng ik door met teentjes in mijn neus. Twee kinderen die langs beide kanten zo dicht mogelijk willen liggen. Medicatie toedienen om drie uur of om vijf uur. Bekertjes water halen, slaapdronken. Eén keer, twee keer, drie keer per kind per nacht. Ik snak naar privacy, naar even niet ten dienste staan van. Ik wil alles en iedereen van me afmeppen, en weglopen. Ik ben zo oververzadigd van fysieke nabijheid. Ik wil alleen zijn, alleen, alleen. Ik wil gerust gelaten worden. Ik wil mezelf voelen. Ik wil voelen of er nog een mezelf bestaat.

Ik vind het ouderschap onmenselijk. Er blijft niets meer van me over. Ik ben iemand geworden die altijd moe is en geen energie en moed meer heeft. Ik ben iemand geworden die zeurt. Ik ben iemand geworden die geen afspraken meer nakomt, de boel laat versloffen, geen telefoontjes meer beantwoordt, geen mails leest, geen deadlines haalt. Ik heb een enorme drive voor mijn werk, om aan mezelf te werken, om dingen te lezen, doen, uit te zoeken die me boeien. Maar ik ben aan handen en voeten vastgebonden en ik ben woest gefrustreerd. Of ik volgende week naar kantoor kom? Wie zal het zeggen. Of ik nog eens iets ga afwerken? Wie weet. Ik ben zo kwaad, ik voel me vermorzeld.

Het werd tijd dat ik de berg eens te lijf kon gaan, maar in deze lege dagen met het zieke kind en de hele zooi, groeit de berg alleen maar. De berg met spullen, met taken, met mails, met verwaarloosde vrienden, met ongeopende post. Noem het maar. En ik? Ik word steeds kleiner. Alsmaar kleiner en kleiner. En ik krijg een hekel aan mezelf, want ik ben noch een lieve moeder, noch een fijn lief, noch een betrouwbare werknemer, noch een attente vriend. Ik ben niets meer van wat ik wil zijn.

Soms doe ik een poging om de berg te lijf te gaan. Dan maak ik plannen en voornemens. Maar de energie ontbreekt om ze uit te voeren en dan belanden de plannen en voornemens op de berg, bij al de rest. Nog meer mislukking. Plannen. Het is al niet mijn sterkste kant, maar het is ook zinloos. Elk plan dat ik de voorbije jaren heb gemaakt is gesneuveld door een ziek kind, een woedebui van een kind, een gebrek aan energie, een file, een idiote ex, … Leve de bullet journals, productiviteitsapps, zelfhulpboeken. Maar die zijn niet voor alleenstaande ouders gemaakt. Elke keer als ik weer een app heb geïnstalleerd waarmee het nu toch echt moet lukken, of een boek heb gelezen dat ik ga toepassen, voel ik me nog ellendiger omdat ik er weer niet in slaag.

Ik zie andere mensen. Met energie en levenslust en plannen en verwezenlijkingen. Ik heb een stapel boeken klaar gelegd die ik wil lezen om mezelf te voeden. Ik heb takenlijstjes. Ik heb schriftjes vol plannen en ideeën. Ik heb voornemens, soms nog een keer.

Als tip lees ik ergens elke avond het meest waardevolle moment van de dag te benoemen. Retrospectief leg ik mijn vinger elke keer op een moment met of van de jongens. Maar in de momenten zelf zijn mijn benen slap, voel ik me belabberd en wil ik alleen maar weg. Ver weg.

 

 

Prinses is niet ziek

Femma is een eigentijdse en eigenzinnige vrouwenorganisatie met een duidelijke visie op mens & samenleving. Femma praat mee over wat vrouwen vandaag denken, voelen & beleven. Femma verdedigt de belangen van vrouwen met minder kansen en in het bijzonder alleenstaande vrouwen. De organisatie ijvert voor emancipatie van vrouwen en gendergelijkheid, o.a. via het informeren en sensibiliseren van vrouwen, beleidsmakers en andere actoren.

Onderstaand stukje is geschreven voor Femma en verschenen op hun website.
Meer over Femma? Neem hier een kijkje!

Prinses is niet ziek

Ik ben niet ziek,’ dacht ik. ‘Misschien ben ik eindelijk weer gezond.’

Na een paar gebeurtenissen die te maken hadden  met mijn gezondheid en die van mijn kinderen, haakte ik niet meer aan op mijn werk zoals het voordien ging. Ik kwam in een periode van twijfel terecht. Maar misschien is bezinning een beter woord. Twee dingen waren duidelijk: ja, ik doe mijn werk met hart en ziel en heb geen intentie daarmee te stoppen. En nee, zoals het tot nu toe ging, doe ik het niet meer. Ik kan het niet meer opbrengen.

Ik kan het niet meer opbrengen om ’s ochtends om vijf uur weg te sluipen van naast die slapende kinderen, om alvast wat voorsprong te nemen op het werk dat gedaan moet worden, nadat ik ’s avonds om 12 uur met een vol hoofd naast de mannetjes gekropen ben.
Ik kan het niet meer opbrengen om elke week weer een onmogelijk puzzel te maken voor opvang van de kinderen. Om bij Jan en alleman hulp te vragen. Wanhopig een reeks zestienjarigen te sms-en om te vragen om kinderen op te halen en op te passen.
Ik kan het niet meer opbrengen in paniek te geraken bij het verschijnen van waterpokken, hoestjes, koorts of wat anders. Om vervolgens koortsachtig oplossingen te beginnen zoeken voor kinderen die ziek zijn en liefst een beetje bij mij op de bank willen liggen.
Ik kan het niet meer opbrengen om mezelf in gang te houden met goed getimede pepdrankjes en shots koffie en/of suiker, om dat document nog af te werken of om die presentatie nog eens voor te bereiden.
Ik kan het niet meer opbrengen tijd te besteden aan twintig e-mails van collega’s die in volledige democratie een beslissing willen nemen over een activiteit voor een personeelsuitje. Al die zinloze dingen waar we ons in verliezen en wat ons tijd en energie kost die we aan onszelf of onze geliefden kunnen besteden.

Als je niet meer meedoet, kom je heel snel in een soort mallemolen terecht. De huisdokter wil je dan regelmatig zien en stelt meteen een doosje antidepressiva voor (nee, dankje). Je moet naar de bedrijfsarts en je baas belt op vaste tijdstippen om te vragen hoe het gaat. Iedereen lijkt er op gericht je zo snel mogelijk op te lappen zodat alles weer het oude wordt.

Ik kwam deeltijds in ziekteverlof terecht, en toen dacht ik het: ik ben helemaal niet ziek. Ik ben net eindelijk wat gezonder geworden. Het gezond verstand wint het van de waanzin. Het respect voor mijn grenzen en die van mijn gezin wint het van de absurditeit. Want zelfs als ik geen alleenstaande moeder (met intussen een uitstekend doch niet inwonend lief) was, zou ik aan dit tempo tegen de muur knallen. Ik zou dan ook geen zeventig mails per dag naar behoren kunnen verwerken, naast al het andere dat verwacht wordt. Ik zou dan ook niet ’s ochtends om 9 uur op een vergadering kunnen zitten na een lange reistijd en ’s avonds om 21 uur nog voor een groep staan en een goede presentatie houden.

Nou. Ik ben alvast genezen. Nu mijn huisdokter, baas en collega’s nog besmetten.

Het minder werken-dilemma

Het is november. Een donkere avond. Ik haal de jongens op van school. Mijn werkdag heeft exact van 9u10 tot 15u10 geduurd. Dat zijn zes uren, waarvan ik minstens een veertig minuten heb besteed aan naar toilet gaan, lunchen, en koffie zetten.  Het gaat zoals zo vaak weer eens mis. De opvoedingsondersteunster is er, de oudste zoon krijgt weer eens een crisis waarin hij allemaal verschrikkelijke dingen tegen me zegt. De avond wordt weer eens wrang. Tijd om te koken is er niet, crises kosten tijd. Ik heb niet gegeten. De jongens hebben een croque gekregen. In opdracht van de opvoedingsondersteunster doe ik nu aparte bedrituelen voor beide kinderen waardoor ik dubbel zo veel tijd kwijt ben. Ik merk dat ik mentaal op ben, dat ik niets meer te geven heb. Dat ik koud en afstandelijk word naar de jongens toe. Ik sluit me af na de rotdingen die de oudste heeft gezegd. Geen goed plan volgens de opvoedingsondersteunster, maar ik ben ook maar een mens.

Ik moet nog werken. Uiteraard. Ik moet de was doen en de afwas. Ik moet twee studiedagen voorbereiden voor respectievelijk morgen en overmorgen. Mijn mails tikken aan. Ik heb al drie maanden geen uren meer kunnen doorgeven voor mijn projecten en verschillende organisaties wachten op een afspraak, verslag of voorstel. Ik moet nog zes mensen bellen in een poging de opvang van de kinderen de komende dagen te verzekeren. Dat gesmeek en geregel, ik word er gek van. Moet bijna kotsen als ik er aan denk.

Het lief, M., krijgt de volle lading via app. Als ik even heel eerlijk ben, maar dat zeg ik hem niet, kost een nieuwe relatie me vooral tijd op dit moment. Met de afstand tussen ons is het nog steeds zo dat ik mijn eigen huishouden draai en elke dag mijn eigen problemen moet oplossen. Terwijl hij gaat sporten.

Als ik moet doen wat iedereen vindt, moet ik nog meer en beter. Maar ik ben al lang voorbij het punt dat meer en beter een optie is. Ik verzuip al. Aparte avondrituelen kosten me tijd en energie die ik nergens vandaan kan schrapen. Met de oudste zoon aparte activiteiten ondernemen kost me nog meer planning, geregel, geld, babysit betalen voor de jongste. Het water staat me al aan de lippen met al het geregel en geplan om mijn werk te kunnen doen. Laat staan dat ik het kan opbrengen om het ook nog eens geregeld te krijgen dat ik de jongste ergens achterlaat om met de oudste wat te gaan doen, op een moment dat ik ook wel even de krant zou willen lezen of de was van de week wil wegwerken. Overdag of ’s avonds alvast koken zodat het niet moet in kinderspitsuur is nog zoiets. Ja, een slimme moeder zou dat doen. Maar moet ik van mijn te krappe werktijd nog eens een half uur afpitsen om ook dat nog voor elkaar te krijgen? Of moet ik niet alleen om 1 uur gaan slapen maar ook nog om 5 uur opstaan? Mogen er ook grenzen zijn aan wat mogelijk is voor me?

Het lief en ik praten veel over minder werken. Maar verdomme, ik wil niet minder werken. De voorbije jaren heb ik niet één dag acht uren kunnen werken zonder geregel, gedoe, zooi, tijdsdruk, schoolpoortgedoe. Mijn bijberoep interfereert met mijn vaste baan. Het zou goed zijn dat helder te scheiden en beter te balanceren, maar met wat ik verdien op de echte baan kan ik niet rondkomen dus moet dat geschipper met dat bijberoep er ook nog bij. Schuldgevoelens gegarandeerd.

Ik wil niet minder werken. Ik wil meer werken. Ik wil ongestoord en met een vrije kop meer werken zonder al die combinatiestress. En daarvoor heb ik structurele, betrouwbare en betaalbare oplossingen nodig. Die ik nog altijd niet gevonden heb.

De glazen balletjes en de conclusies

Een huishouden bestieren, kinderen, een baan en een bijberoep. Het is als jongleren met balletjes van fijn glas, schreef ik een tijdje geleden. De balletjes waren uit elkaar gespat. Ik heb enkele uren gedacht dat ik mijn jongste kind kwijt was. ’s Nachts in bed zat ik te werken, af en toe onderbroken door de verpleegster die bloeddruk kwam nemen en met lichtjes in zijn ogen schijnen. De bloeddruk was midden in de nacht even niet goed. Toen dat weer opgelost was, ging ik verder. Met brandende ogen, documentje afwerken. Het was zo absurd. Ik was kwaad op mezelf, op de organisatie waarvoor ik werkte. En ik schaamde me dood ten opzichte van de verpleegkundigen die een moeder in een bed vonden die naar haar scherm keek in plaats van naar haar hoopje zoon.

Marinus en ik kregen een relatie. We brengen tijd samen door. Op een zondagavond zat ik koortsachtig te werken en bedacht ik dat ik dat de relatie me te veel werktijd kost. Dat ik het er niet bij kan hebben. Dat het klaar moet zijn. Wat ongenadig om dit te denken. Voor mij, voor hem, voor ons.

Mijn lijf en ik, wij zijn al geruime tijd in overdrive. Als ik heel eerlijk ben? Ik slaap weinig, ik eet slecht. Gisteren stond ik weer eens drie uren in een monsterfile. Alles doet pijn als ik dan uit de auto stap, de kindjes na bedtijd ergens ga ophalen, hen kalmeer en in bed stop en er bij blijf liggen met dat eeuwig knagende schuldgevoel dat ik nog werk heb en dat ik me minstens even uit bed moet hijsen om wat te eten. Sinds het ongevalletje van de kleine zoon voel ik me opgejaagd wild. Amper vier dagen niet gewerkt en iedereen trekt me aan mijn mouw. Iedere organisatie waar ik voor werk lijkt te denken dat ik enkel voor hen in touw moet zijn. Hoe belangrijk het ook allemaal leek ooit, het irriteert me alleen maar heel erg, nu, na de nacht naast het hoopje zoon.

 

Marinus en ik praten over enkele weken vrij nemen. Wat ik dan wil doen, vraagt hij. Geen flauw idee. Wat doen mensen die enkele weken vrij nemen? Ja, natuurlijk wil ik naar Assisi en dutjes en musea en sporten en sauna en gezond eten. Intensieve therapie in plaats van dat aanmodderen van één keer om de vier weken tussen de soep en de patatten. Ik wil boeken lezen! Ik wil studeren! Ik wil eindelijk weer diep in plaats van snel. Maar dat is niet realistisch, volgens mij. Hij ziet er geen probleem in, het geld dat ik ervoor nodig zou hebben noemt hij ‘resources’ en ook een keer ‘peanuts’ geloof ik.

We hebben gesprekken over minder gaan werken, wat hij wil bufferen. Ik kan niet anders dan weigeren uit trots en principe, maar op momenten dat ik ’s avonds geen stem meer heb en het glas van de gevallen balletjes bij elkaar veeg, sijpelt de gedachte ook mijn hoofd in. We hebben discussies over 32, 28 of 24 uren. Hij wil mij niet bufferen, zegt hij. Maar het hele construct ‘ons’. Als het met mij niet goed gaat, gaat het niet goed met de relatie en de kinderen. Dan komen we niet verder.

Ik heb zo lang niets te willen gehad, dat ik niets meer wil. Vraag me wat anders kan, ik haal mijn schouders op. Harder werken, meer van dit. Ik was er trots op, maar de balletjes moeten maar één keer neersmakken en je vraagt je af waar je eigenlijk mee bezig bent.

Ik heb het gevoel het winnend lot getrokken te hebben met Marinus, maar net dat maakt het zo vervreemdend. Hij is gewoon, maar ook lief en communicatief en aandachtig en attent en hij wil samen en dat het dan makkelijker wordt voor mij. Bij hem zijn is vertrouwd maar ook veilig en compleet in alle eenvoud. Hij zoekt een restaurant uit en vraagt of ik het ok vind om daar te eten, dan kan hij reserveren. En dan verlang ik stiekem een seconde heel hard naar een kopje soep op de bank. Omdat ik dat wel kan bieden, en het andere niet. Hij lijkt alles mee te brengen in mijn leven waarvan ik al lang niet meer dacht dat het een optie zou kunnen worden. Maar net dat maakt me schuw.

Een avond in zijn huis. Ik kook in zijn keuken en voel me de koningin te rijk en lach hem tegelijkertijd plagend uit. Hoe vaak hij die drie ovens gebruikt? Wat hij zoal kookt op dat retro gasfornuis? We eten, we praten. Mijn geplande en o-zo-belangrijke werk blijft in de gang staan. I couldn’t care less. Op het werk de volgende dag zegt iedereen dat ik er zo blij en goed uit zie. Ik grinnik. Een soort leven met tijd om te koken op het retro-gasfornuis, de peren uit zijn tuin te verwerken, op een bankje voor het huis te gaan zitten en met de buren kletsen, zinvol en leuk werk te doen dat me niet uitput, treinsporen te bouwen met de zonen en nooit meer na bedtijd met vermoeide kinderen toekomen in een koud en leeg huis. Ik zou er geloof ik wel voor kunnen tekenen.

 

 

 

 

Het noodgeval

Ik druk op send. In de mail stond dat ik de afspraak moet verplaatsen wegens een noodgeval.

Het noodgeval begon gisterenavond. Na een dag van huis van 7 tot 19u, had de Peuter een hysterische aanval van drie kwartier. Brullen. Het was door-en doorzielig. Niet alle dagen zijn zo, er zijn ook weken dat ik elke dag om half 4 aan de schoolpoort sta. Maar gisteren was een XL dag en de Peuter die een kleuter is geworden was over de rooie.

Tijdens zijn over-de-rooie-zijn betrapte ik me op de gedachte hoe lang het nog zou duren, want hij moest in bed en ik moest nog werken en ik had ook een XL dag gehad. Dat was een heel foute gedachte. Ik bleef bij hem, we knuffelden, ik aaide nog lang, ook toen hij al sliep.

’s Ochtends ging het (nog steeds) helemaal mis. Ze moesten echt in bad, ik zocht mijn weg tussen vuile kopjes, afwas, smeerde nog snel boterhammetjes, had uiteraard niets klaar gelegd, moest overal hemdjes en shirtjes vandaan plukken, dropte hen te laat aan school, en besloot toen gewoon naar huis te rijden. De eerste afspraak van de dag af te zeggen in plaats van met een bloeddruk van 20 over 15 ofzo 115 km te rijden.

Thuis kwam ik binnen in een slagveld. Ik had ongeveer een uur alvorens ik weer in de auto moest stappen. In mij drong de gedachte zich op dat ik het maximum uit dit uur moest halen. Het huis fatsoeneren, de afwas doen, een beetje orde scheppen, zorgen dat ik tenminste wat gegeten heb voor ik de deur uit ga en dat ik misschien zelfs iets bij heb voor onderweg. Misschien de restant van de perzik die ik gisteren at uit de auto halen. Ik ging naar toilet. Ik at wat. Ik schreef een post. Ik waste af. Ik bedacht dat er ofwel iemand moet komen die dit gezin mee runt. Ofwel moet ik een ochtendmens worden (I tried, really). Ofwel moet ik een andere baan of eindelijk meer bijberoep en minder hoofdberoep. Maar de gedachte dat ik als vrouw mijn ambitie en waar ik goed in ben moet opbergen omdat de combi werk en gezin niet haalbaar is, maakt me instant woest. Niet alleen is het zo dat ik mijn baan nodig heb, maar ik voel het ook als urgent dat ik mijn talent inzet. Niet voor commerciële doeleinden, maar voor een maatschappelijk doel. En met dat bijberoep spelen twee elementen: het is altijd onzeker want zelfstandig, ik moet eerst flink investeren (tijd, acquisitie, sparen) om de sprong te wagen en de facturen voor het huidige werk worden gewoon niet op tijd betaald waardoor ik er niet echt op kan rekenen als de huur betaald moet worden, zolang ik geen buffer heb.

Dat vraagstuk los ik niet op in de zes minuten die me nog resten. De afwas wel.

 

Verplicht creatief

Het klinkt waarschijnlijk een beetje raar, maar in mijn werk heb ik een bepaalde mate van creativiteit nodig. Werkvormen creëren. Hoe pak je iets aan met een team? Hoe bouw je een studiedag zo op dat je het doel bereikt? Hoe zet je een opleiding in elkaar zodat het prikkelend is voor de deelnemers maar ze ook echt iets leren? …

Creativiteit en druk gaan niet goed samen. Vandaag moest ik iets creatiefs af hebben voor een collega. Materiaal dat naar een ontwerper moest.

Hij had me er over gebeld, ik had wat gesputterd. Dat ik eerst heel belangrijke andere dingen te doen had (klonk gewichtig en geheimzinnig). Dat ik het vandaag zou aanleveren voor 24u00, maar dat ik het niet voor 16u30 af kon hebben.

Ik legde op en ik haatte hem een beetje. Foeterde inwendig op zijn manier van werken en communiceren. Het lag allemaal aan hem, uiteraard.

Vervolgens ging ik allerlei andere uiterst belangrijke en urgente dingen doen, omdat ik stress krijg van verplicht onder druk creatief.

Daarna probeerde ik er onderuit te muizen. Dat ik er misschien niet helemaal in geloof en dat we het materiaal niet meer konden testen dus dat we het maar zo moesten laten, zonder mijn bijdrage. Nee hoor, mailde hij terug. Verhip, mislukt, dacht ik.

Omdat ik nog steeds een single mom ben ging ik toen de kinderen halen. Er vulden zich vier uren met ophalen, fruitje eten, gesprekjes, spelen, koken, eten, afruimen, douchen, tanden poetsen, verhaaltjes lezen, instoppen, kussen en knuffelen.

Toen moest natuurlijk het huis aan de kant. First things first, niet waar? Een berg afwas, twee machines was en het afval sorteren. Ik stortte me er vol overgave op.

Daarna belde ik nog iemand voor een kort interview. Ook iets om van mijn lijstje te schrappen.

Toen had ik rust verdiend. Ik las tien minuutjes en had een ini-mini-hongerbui die mijn hele dag verantwoord eten in de war stuurde. Verhip, alweer.

En toen moest het onderhand een keertje. Ik ging aan mijn bureau zitten, bedacht dat ik moe was en dat ik het beter zou uitstellen naar morgen. Vervolgens las ik nog wat blogs. Ik bedacht dat ik geen ideeën had. Wou alsnog zeggen dat ik niet mee deed. Nam toen zuchtend een blad papier. Bij de derde krabbel had ik het concept, na een kwartier was het kant en klaar en na een half uur gecheckt en doorgestuurd. En daar, mensen, heb ik een hele dag over gedaan.

Normaal

Drie sessies bij de psychiater hebben me niet alleen 255 euro gekost, maar ook een medicament opgeleverd dat helemaal werkt voor mij. De rilatine is vervangen door een groot broertje dat meer dan tien uur werkt. Ik heb minder bijwerkingen en ben stabiel. In plaats van twee boogjes van energie en een rustig hoofd doorheen de dag, met telkens een rebound-effectje aan het eind ervan, heb ik nu een mooie boog van 10 tot 12 uur. Waar de boog eindigt volgt een half uurtje misselijk en niet helemaal lekker en daarna kan ik er nog een paar uurtjes normaal functioneren bij doen, maar dan op een minder hoog niveau dan overdag. Lijkt me niet gek. Ook normale mensen zijn ’s avonds moe, toch?

De psychiater vraagt me terug te komen als ik hypomaan, psychotisch of manisch word. Hoe ik dat dan weet, vraag ik. Hij monkelt. Als ik relaties met verschillende mannen tegelijk heb bijvoorbeeld. Gniffel.

Mannen. Het is een hoofdstuk apart. Ik kwam de Ondeugdelijke nog eens tegen. Ik vond het fijn hem te zien, zie nu dat hij ook maar een soortement zoekende schurk is. Een leuke man, maar ik had niet zo wanhopig mogen verlangen naar een echte relatie met hem. Dat mijn verlangen gestopt is, triggert hem big time. Hij stuurt me smsjes waar ik rode oortjes van krijg (over hoe hij traag mijn jurkje wil uitrekken). Ik voel me niet beledigd, ik moet alleen even gniffelen. Overweeg even nuchter terug te sturen ‘nou, doe je best’. En dan bedenk ik hoe oneerlijk het is dat je van een leuke man zoiets kan hebben, terwijl je bij een minder leuke man bij wijze van spreke naar de politie rent met zo’n bericht.

De Onwillige Vader is intussen zijn leven aan het beteren om verantwoordelijkheid te kunnen nemen en ons iets te bieden te hebben. We zien het wel, zeg ik, terwijl we koffie drinken in het donker op de stoep.

En tussen het werken door krijg ik een smsje van een collega dat mijn haar zo leuk zit, maar dat hij het niet luidop wil zeggen. Nou. Zo kan ie wel weer.

Het is fijn dat ik ok ben. Ik voel me goed. Ik heb geen pijn, mijn energie is terug, mijn kop is kalm, ik kan weer fietsen en opruimen en leven en werken. En ik ben euforisch, bij momenten. Diep intens gelukkige momenten. Door de medicatie of omdat het beter gaat na een lange tijd slecht? Ik weet het niet, maar het is genieten, als ik door Amsterdam fiets en alles in mij schreeuwt van geluk. Of als ik luid zingend van een klus terug kom. Of als ik hypergeconcentreerd aan een tekst werk. Of als de Peuter me in bed vertelt dat ik een lieve moeke ben en mijn hand neemt. Of als ik met de Kleuter een stom grapje maak, in de categorie jouw-yoghurt-is-vogelpoep-haha-dan-is-jouw-cornflakes-muizekak!

Ik sprak er over met een vriendin. Ze bracht me op het idee dat deze uitzonderlijke staat-van-zijn misschien wel is hoe normale mensen door het leven gaan. Normale mensen wiens neurotransmitters het gewoon allemaal prima doen. Normale mensen die geluk ervaren op gewone dagen, die niet in paniek geraken als ze drie dingen na elkaar moeten doen en die niet elke dag wenen en slapen. Ik ben even verbluft, denk aan al het geluk dat ik zo misschien gemist heb, en voel me vooral weer diep dankbaar dat er een oplossing is voor mensen wiens neurotransmitters verstoppertje spelen. Met dank aan Essie, met wie het allemaal begon.

 

 

 

 

Werk 2.0

 

Ik heb het geluk bijna altijd werk te mogen doen dat ik zinvol vind. Mogelijk ben ik als persoon ook heel erg geneigd zin te vinden in mijn werk, en op een manier te werken die mij als persoon heel erg met mijn werk verbindt.

Ik denk dat wat ik doe uitmaakt en ik probeer het ook op een manier te doen dat het uitmaakt. En ik denk dat het uitmaakt dat ik het ben die het doet. Dat is soms erg vervelend omdat ik moeilijk kan samen werken of iets waar ik erg om geef moeilijk in de handen van een collega kan leggen. Ik ben er vrij zeker van dat mijn nieuwe collega me een soort van wantrouwende bitch vindt omdat ik het niet makkelijk vind om projecten met hem te delen.

Als werk meer is dan gewoon werk, maak je het voor jezelf ook wel erg complex. Ik ben helemaal involved. Hoewel iedereen vervangbaar is en ikzelf dus ook, wil ik liefst niet vervangen worden en de touwtjes strak in handen hebben.

Maar dat betekent dus ook dat het slecht gaat met mijn werk als het slecht gaat met mij. Als ik het te druk heb, de dingen niet goed organiseer, te moe ben of verdrietig ben. Dat heeft sowieso invloed op de kwaliteit van mijn werk.

Eigenlijk vond ik werken nooit leuk. In mijn hoofd was het altijd belangrijk en zinvol, maar in de realiteit slaagde ik er nooit in er lekker in te duiken. Ik stelde dingen te lang uit, werd hypernerveus en enorm faalangstig, raffelde dingen soms een beetje af omdat ik bang was dat het te dichtbij zou komen en ik heel kwetsbaar zou worden als ik er echt voor zou gaan. In de ideale wereld kon ik teksten reviseren, nadenken over projecten, mindmappen, plannen, en kwam ik tot kwaliteit. In de echte wereld zat ik nagelbijtend voor mijn pc en stond het huilen me vaak nader dan het lachen.

De rilatine heeft dat veranderd. Werken is leuk als je het gelijkmatig doet en niet meer tegen deadlines aanschurkt in een blinde paniek. Een tekst schrijven is fijn als je een concept hebt, op tijd alle info verzamelt, tijd hebt om anderen te laten meelezen en feedback geven en een tweede, derde, en zelfs vierde revisie kan doen. In contact staan met mensen is een pak lekkerder als je je niet voortdurend moet verontschuldigen voor die onbeantwoorde mails of vergeten beloftes. Ik haal eindelijk de normen die ik mezelf al jaren opleg.

Het is een beetje een kip of ei-verhaal. Ben ik zo ongelukkig en chaotisch geworden omdat er een stofje te kort is in mijn hoofd (neurotransmitter, dopamine)? Maar dat stofje is erg gevoelig voor stress en slaaptekort, dus misschien was ik ongelukkig en chaotisch en heeft het stofje daardoor de benen genomen? Ik zat alleszins in een negatieve spiraal die ik uit alle macht wou ombuigen. Ik trok aan alle alarmbellen, betaalde uren familiehulp, schreeuwde en huilde, probeerde enerzijds te rusten en me anderzijds op te peppen, maar de spiraal ging steeds dieper. Met de rilatine krijg ik terug grip en buig ik de spiraal bijna moeiteloos om. Het mooie daarbij is dat het wapenstilstand is met mezelf. Ik hoef niet meer zwaar in strijd om mijn eigen chaos en vermoeidheid te bestrijden. Dingen lukken me niet meer ondanks mezelf, maar dankzij mezelf. En plots blijk ik beter in sommige dingen dan ik zelf dacht. En is het nog leuk ook.

 

Ping-pong

De vakantie heeft me veel gebracht, maar met name ook het heerlijke gebruik van de afwezigheidsassistent. Wat verrukkelijk om mails te horen binnen komen en te weten dat ze een mailtje terug gepingd krijgen waarin staat dat ik niet antwoord. Moehaha. Tenzij ik echt wil. Dat kan ik kiezen. Ik ben de baas! Goodbye schuldgevoel!

Nog grappiger vind ik het als mijn afwezigheidsassistent ping-pongt met een andere afwezigheidsassistent. Dat vind ik echt hilarisch, computers die elkaar mails sturen over de niet-aanwezigheid van de baasjes.

Ik ga mijn assistent vaker gebruiken, denk ik. Als ik studiedagen geef en het niet realistisch is dat ik ’s avonds nog de puf heb om te mailen. Als het weekend is. Als ik een dag vol vergaderingen heb.

Voorwaarde is dan natuurlijk ook wel dat ik de dagen dat de assistent niet aan staat, trouw wel mails beantwoord. Daar moet ik met mezelf nog even aan sleutelen.

Ik geloof dat ik wel de keuze heb gemaakt dat ik mails alleen/vooral nog professioneel gebruik en dat ook beperk. Als puber schreef ik brieven. Later eindeloze e-mails met jan en alleman. Leuke periode, maar voor nu echt niet meer haalbaar. Dat ik per dag een 10 tot 50 professionele mails moet weghappen (terwijl mijn baan niet mailen is!), is voldoende aanslag op dit leven. Hoe graag ik ook persoonlijke contacten wil onderhouden, elke dag een karrenvracht mails lezen en beantwoorden kan en wil ik niet meer.

Deze zomer was er een geniale week waarin ik elke avond op de bank lag om een boek te lezen. Ik was dan moe (maar niet meer dat eindeloze absurde uitgeput waardoor ik enkel maar kan slapen) en beloonde mezelf met een kopje koffie, een stukje chocola en een leuk boek. Een week lang moeiteloos gedaan wat mijn dokter me voorschreef: ’s avonds geen schermen meer om de kwaliteit van mijn slaap en dus ook van mijn leven te verbeteren. Een aanrader. Geloof me.

 

 

 

Rilatine: magie of miskleun?

Of het nu een magische oplossing is, die witte pilletjes, vraag ik me af.
Om één of andere reden is het alsnog complex geworden, rilatine gebruiken.

Toen ik de medicatie kreeg, dacht ik dat de strijd gestreden was. Dat ik controle kon terugnemen over mijn leven omdat mijn hoofd nu kalm was. Dat ik de dingen beter kon aanpakken en me uit het slop trekken. Dat is/lijkt ook zo. Maar het is natuurlijk niet alleen maar leuk. Enkele bedenkingen:

  1. Er zijn nevenwerkingen. Ik moet het gebruik goed ‘mikken’ anders slaap ik een hele nacht niet. Ik klem mijn tanden op elkaar. Ben bij momenten wat nerveus. Maar vooral ook: het geraakt uitgewerkt en dan kan ik wel eens erg chagrijnig worden.
  2. Structureren en plannen moet je nog steeds zelf doen, ook al ben je plots in de mogelijkheid omdat er een stofje in je kop geactiveerd is waarmee je dat goed kan. En eerlijk, op dat niveau moet ik geraken. Ik ben nu zover dat ik bergjes kan verzetten, maar dat kan ik beter wat gestructureerder gaan aanpakken.
  3. Ik moest naar de psychiater. Ik dacht dat het een gemakkelijk gesprekje ging worden, als in:
    – ‘ik was onrustig en chaotisch en doooooodmoe, en toen kreeg ik rilatine en ging alles beter‘.
    – ‘o ja? nou, dan geef ik je een voorschrift voor de rest van je leven. Dat is dan vijfentachtig euro. Doe-hoei.
    Zo ging het niet. (Alleen het stukje van die vijfentachtig (!!!) euro).
    De man in kwestie was een zeer eigenaardig individu die o.a. naar de band met mijn ouders informeerde, alsook naar het huwelijk van mijn ouders, jeugdervaringen allerhande, mijn seksuele fantasieën, het onderwerp van mijn thesis, … Hij goochelde met termen als hoogsensitief en parentificatie, maar jammer genoeg ook ‘hoogfunctionerend autisme’, wat hij allemaal wil uitzoeken. Dat is een beetje als een soort tank over me heen gewalst. Denk je dat je genezen bent, heb je plots mogelijk honderd nieuwe ziektes. Zoiets. De man in kwestie was in staat om het onderwerp van mijn thesis te koppelen aan mijn mentale staat en mijn werk aan mijn seksuele identiteit. Ofzo. Anyway, aaaarghl. Ik kreeg er instant een identiteitscrisis van, wat hij dan weer erg interessant vond.
  4. Het leven blijft het leven zoals het is. Het is niet omdat je het wat beter aanpakt, dat single-mom-zijn plots een wandelingetje in het park is. Er staat al dagen 1,36 euro op mijn rekening (door de onverwachte rekening van de psychiater), de peuter is hangerig, de kleuter is druk en ik mag nu wel wat energie hebben, ik heb nu ook een pilletje nodig waarmee ik tijd creëer. Iemand?
  5. Ik schrijf minder. Ik kan plots heel goed verslagen en management samenvattingen maken, maar een spontane gedachte die ik kan uitwerken tot een blogpost? Vergeet het.

Het is een magisch pilletje. Ik presteer beter. In de euforie van het eerste gebruik dacht ik dat alles daarmee opgelost was. En dat is nu jammer genoeg ook niet het geval. Maar het blijft zalig om energie te hebben om de dag door te komen.