Normaal

Drie sessies bij de psychiater hebben me niet alleen 255 euro gekost, maar ook een medicament opgeleverd dat helemaal werkt voor mij. De rilatine is vervangen door een groot broertje dat meer dan tien uur werkt. Ik heb minder bijwerkingen en ben stabiel. In plaats van twee boogjes van energie en een rustig hoofd doorheen de dag, met telkens een rebound-effectje aan het eind ervan, heb ik nu een mooie boog van 10 tot 12 uur. Waar de boog eindigt volgt een half uurtje misselijk en niet helemaal lekker en daarna kan ik er nog een paar uurtjes normaal functioneren bij doen, maar dan op een minder hoog niveau dan overdag. Lijkt me niet gek. Ook normale mensen zijn ’s avonds moe, toch?

De psychiater vraagt me terug te komen als ik hypomaan, psychotisch of manisch word. Hoe ik dat dan weet, vraag ik. Hij monkelt. Als ik relaties met verschillende mannen tegelijk heb bijvoorbeeld. Gniffel.

Mannen. Het is een hoofdstuk apart. Ik kwam de Ondeugdelijke nog eens tegen. Ik vond het fijn hem te zien, zie nu dat hij ook maar een soortement zoekende schurk is. Een leuke man, maar ik had niet zo wanhopig mogen verlangen naar een echte relatie met hem. Dat mijn verlangen gestopt is, triggert hem big time. Hij stuurt me smsjes waar ik rode oortjes van krijg (over hoe hij traag mijn jurkje wil uitrekken). Ik voel me niet beledigd, ik moet alleen even gniffelen. Overweeg even nuchter terug te sturen ‘nou, doe je best’. En dan bedenk ik hoe oneerlijk het is dat je van een leuke man zoiets kan hebben, terwijl je bij een minder leuke man bij wijze van spreke naar de politie rent met zo’n bericht.

De Onwillige Vader is intussen zijn leven aan het beteren om verantwoordelijkheid te kunnen nemen en ons iets te bieden te hebben. We zien het wel, zeg ik, terwijl we koffie drinken in het donker op de stoep.

En tussen het werken door krijg ik een smsje van een collega dat mijn haar zo leuk zit, maar dat hij het niet luidop wil zeggen. Nou. Zo kan ie wel weer.

Het is fijn dat ik ok ben. Ik voel me goed. Ik heb geen pijn, mijn energie is terug, mijn kop is kalm, ik kan weer fietsen en opruimen en leven en werken. En ik ben euforisch, bij momenten. Diep intens gelukkige momenten. Door de medicatie of omdat het beter gaat na een lange tijd slecht? Ik weet het niet, maar het is genieten, als ik door Amsterdam fiets en alles in mij schreeuwt van geluk. Of als ik luid zingend van een klus terug kom. Of als ik hypergeconcentreerd aan een tekst werk. Of als de Peuter me in bed vertelt dat ik een lieve moeke ben en mijn hand neemt. Of als ik met de Kleuter een stom grapje maak, in de categorie jouw-yoghurt-is-vogelpoep-haha-dan-is-jouw-cornflakes-muizekak!

Ik sprak er over met een vriendin. Ze bracht me op het idee dat deze uitzonderlijke staat-van-zijn misschien wel is hoe normale mensen door het leven gaan. Normale mensen wiens neurotransmitters het gewoon allemaal prima doen. Normale mensen die geluk ervaren op gewone dagen, die niet in paniek geraken als ze drie dingen na elkaar moeten doen en die niet elke dag wenen en slapen. Ik ben even verbluft, denk aan al het geluk dat ik zo misschien gemist heb, en voel me vooral weer diep dankbaar dat er een oplossing is voor mensen wiens neurotransmitters verstoppertje spelen. Met dank aan Essie, met wie het allemaal begon.

 

 

 

 

Advertenties

Werk 2.0

 

Ik heb het geluk bijna altijd werk te mogen doen dat ik zinvol vind. Mogelijk ben ik als persoon ook heel erg geneigd zin te vinden in mijn werk, en op een manier te werken die mij als persoon heel erg met mijn werk verbindt.

Ik denk dat wat ik doe uitmaakt en ik probeer het ook op een manier te doen dat het uitmaakt. En ik denk dat het uitmaakt dat ik het ben die het doet. Dat is soms erg vervelend omdat ik moeilijk kan samen werken of iets waar ik erg om geef moeilijk in de handen van een collega kan leggen. Ik ben er vrij zeker van dat mijn nieuwe collega me een soort van wantrouwende bitch vindt omdat ik het niet makkelijk vind om projecten met hem te delen.

Als werk meer is dan gewoon werk, maak je het voor jezelf ook wel erg complex. Ik ben helemaal involved. Hoewel iedereen vervangbaar is en ikzelf dus ook, wil ik liefst niet vervangen worden en de touwtjes strak in handen hebben.

Maar dat betekent dus ook dat het slecht gaat met mijn werk als het slecht gaat met mij. Als ik het te druk heb, de dingen niet goed organiseer, te moe ben of verdrietig ben. Dat heeft sowieso invloed op de kwaliteit van mijn werk.

Eigenlijk vond ik werken nooit leuk. In mijn hoofd was het altijd belangrijk en zinvol, maar in de realiteit slaagde ik er nooit in er lekker in te duiken. Ik stelde dingen te lang uit, werd hypernerveus en enorm faalangstig, raffelde dingen soms een beetje af omdat ik bang was dat het te dichtbij zou komen en ik heel kwetsbaar zou worden als ik er echt voor zou gaan. In de ideale wereld kon ik teksten reviseren, nadenken over projecten, mindmappen, plannen, en kwam ik tot kwaliteit. In de echte wereld zat ik nagelbijtend voor mijn pc en stond het huilen me vaak nader dan het lachen.

De rilatine heeft dat veranderd. Werken is leuk als je het gelijkmatig doet en niet meer tegen deadlines aanschurkt in een blinde paniek. Een tekst schrijven is fijn als je een concept hebt, op tijd alle info verzamelt, tijd hebt om anderen te laten meelezen en feedback geven en een tweede, derde, en zelfs vierde revisie kan doen. In contact staan met mensen is een pak lekkerder als je je niet voortdurend moet verontschuldigen voor die onbeantwoorde mails of vergeten beloftes. Ik haal eindelijk de normen die ik mezelf al jaren opleg.

Het is een beetje een kip of ei-verhaal. Ben ik zo ongelukkig en chaotisch geworden omdat er een stofje te kort is in mijn hoofd (neurotransmitter, dopamine)? Maar dat stofje is erg gevoelig voor stress en slaaptekort, dus misschien was ik ongelukkig en chaotisch en heeft het stofje daardoor de benen genomen? Ik zat alleszins in een negatieve spiraal die ik uit alle macht wou ombuigen. Ik trok aan alle alarmbellen, betaalde uren familiehulp, schreeuwde en huilde, probeerde enerzijds te rusten en me anderzijds op te peppen, maar de spiraal ging steeds dieper. Met de rilatine krijg ik terug grip en buig ik de spiraal bijna moeiteloos om. Het mooie daarbij is dat het wapenstilstand is met mezelf. Ik hoef niet meer zwaar in strijd om mijn eigen chaos en vermoeidheid te bestrijden. Dingen lukken me niet meer ondanks mezelf, maar dankzij mezelf. En plots blijk ik beter in sommige dingen dan ik zelf dacht. En is het nog leuk ook.

 

Ping-pong

De vakantie heeft me veel gebracht, maar met name ook het heerlijke gebruik van de afwezigheidsassistent. Wat verrukkelijk om mails te horen binnen komen en te weten dat ze een mailtje terug gepingd krijgen waarin staat dat ik niet antwoord. Moehaha. Tenzij ik echt wil. Dat kan ik kiezen. Ik ben de baas! Goodbye schuldgevoel!

Nog grappiger vind ik het als mijn afwezigheidsassistent ping-pongt met een andere afwezigheidsassistent. Dat vind ik echt hilarisch, computers die elkaar mails sturen over de niet-aanwezigheid van de baasjes.

Ik ga mijn assistent vaker gebruiken, denk ik. Als ik studiedagen geef en het niet realistisch is dat ik ’s avonds nog de puf heb om te mailen. Als het weekend is. Als ik een dag vol vergaderingen heb.

Voorwaarde is dan natuurlijk ook wel dat ik de dagen dat de assistent niet aan staat, trouw wel mails beantwoord. Daar moet ik met mezelf nog even aan sleutelen.

Ik geloof dat ik wel de keuze heb gemaakt dat ik mails alleen/vooral nog professioneel gebruik en dat ook beperk. Als puber schreef ik brieven. Later eindeloze e-mails met jan en alleman. Leuke periode, maar voor nu echt niet meer haalbaar. Dat ik per dag een 10 tot 50 professionele mails moet weghappen (terwijl mijn baan niet mailen is!), is voldoende aanslag op dit leven. Hoe graag ik ook persoonlijke contacten wil onderhouden, elke dag een karrenvracht mails lezen en beantwoorden kan en wil ik niet meer.

Deze zomer was er een geniale week waarin ik elke avond op de bank lag om een boek te lezen. Ik was dan moe (maar niet meer dat eindeloze absurde uitgeput waardoor ik enkel maar kan slapen) en beloonde mezelf met een kopje koffie, een stukje chocola en een leuk boek. Een week lang moeiteloos gedaan wat mijn dokter me voorschreef: ’s avonds geen schermen meer om de kwaliteit van mijn slaap en dus ook van mijn leven te verbeteren. Een aanrader. Geloof me.

 

 

 

Rilatine: magie of miskleun?

Of het nu een magische oplossing is, die witte pilletjes, vraag ik me af.
Om één of andere reden is het alsnog complex geworden, rilatine gebruiken.

Toen ik de medicatie kreeg, dacht ik dat de strijd gestreden was. Dat ik controle kon terugnemen over mijn leven omdat mijn hoofd nu kalm was. Dat ik de dingen beter kon aanpakken en me uit het slop trekken. Dat is/lijkt ook zo. Maar het is natuurlijk niet alleen maar leuk. Enkele bedenkingen:

  1. Er zijn nevenwerkingen. Ik moet het gebruik goed ‘mikken’ anders slaap ik een hele nacht niet. Ik klem mijn tanden op elkaar. Ben bij momenten wat nerveus. Maar vooral ook: het geraakt uitgewerkt en dan kan ik wel eens erg chagrijnig worden.
  2. Structureren en plannen moet je nog steeds zelf doen, ook al ben je plots in de mogelijkheid omdat er een stofje in je kop geactiveerd is waarmee je dat goed kan. En eerlijk, op dat niveau moet ik geraken. Ik ben nu zover dat ik bergjes kan verzetten, maar dat kan ik beter wat gestructureerder gaan aanpakken.
  3. Ik moest naar de psychiater. Ik dacht dat het een gemakkelijk gesprekje ging worden, als in:
    – ‘ik was onrustig en chaotisch en doooooodmoe, en toen kreeg ik rilatine en ging alles beter‘.
    – ‘o ja? nou, dan geef ik je een voorschrift voor de rest van je leven. Dat is dan vijfentachtig euro. Doe-hoei.
    Zo ging het niet. (Alleen het stukje van die vijfentachtig (!!!) euro).
    De man in kwestie was een zeer eigenaardig individu die o.a. naar de band met mijn ouders informeerde, alsook naar het huwelijk van mijn ouders, jeugdervaringen allerhande, mijn seksuele fantasieën, het onderwerp van mijn thesis, … Hij goochelde met termen als hoogsensitief en parentificatie, maar jammer genoeg ook ‘hoogfunctionerend autisme’, wat hij allemaal wil uitzoeken. Dat is een beetje als een soort tank over me heen gewalst. Denk je dat je genezen bent, heb je plots mogelijk honderd nieuwe ziektes. Zoiets. De man in kwestie was in staat om het onderwerp van mijn thesis te koppelen aan mijn mentale staat en mijn werk aan mijn seksuele identiteit. Ofzo. Anyway, aaaarghl. Ik kreeg er instant een identiteitscrisis van, wat hij dan weer erg interessant vond.
  4. Het leven blijft het leven zoals het is. Het is niet omdat je het wat beter aanpakt, dat single-mom-zijn plots een wandelingetje in het park is. Er staat al dagen 1,36 euro op mijn rekening (door de onverwachte rekening van de psychiater), de peuter is hangerig, de kleuter is druk en ik mag nu wel wat energie hebben, ik heb nu ook een pilletje nodig waarmee ik tijd creëer. Iemand?
  5. Ik schrijf minder. Ik kan plots heel goed verslagen en management samenvattingen maken, maar een spontane gedachte die ik kan uitwerken tot een blogpost? Vergeet het.

Het is een magisch pilletje. Ik presteer beter. In de euforie van het eerste gebruik dacht ik dat alles daarmee opgelost was. En dat is nu jammer genoeg ook niet het geval. Maar het blijft zalig om energie te hebben om de dag door te komen.

 

Mijn hoofd in beelden

Ik lees stukjes van mijn eigen blog terug, en zie hoe vaak ik vermeld dat ik verstrikt geraak in mijn eigen hoofd. De eeuwige gedachte: als ik er nu in slaag beter voor mezelf te zorgen, dán ga ik alles onder controle krijgen. Maar die hele chaos, om niet te spreken over een constante zeer diepe vermoeidheid, zat natuurlijk het beter zorgen voor mezelf danig in de weg. Ik was zo druk bezig met zorgen voor de kinderen, de chaos te lijf gaan en mezelf heel de tijd bij mijn nekvel grijpen, dat het gewoon niet realistisch was, dat beter voor mezelf zorgen.

Op het moment dat ik dit schrijf is mijn rilatinegebruik nog geen week oud. Ik ben niet aangenomen door Novartis voor het voeren van promotie, maar ik wil wel graag tonen wat het met me doet.

Twee weken geleden was mijn hoofd zo:
(die aanleg had ik altijd al maar de omstandigheden alleen met de jongens maakten dat het volslagen buiten proportie is geraakt)

Chaoshoofd

In interactie met anderen was ik zoals op onderstaand plaatje, waardoor ik telkens de draad kwijt geraakt en en vaak heel verward overkwam. Als ik me heel erg moest focussen (bv belangrijk gesprek voor het werk) dan werd ik vaak misselijk van de inspanning:

Chaoshoofd gesprek

Met rilatine heb ik dit hoofd:

Rust in hoofd

Het lijkt wel alsof ik plots volwassen ben ofzo. Ik kan bv mijn eetgedrag beter beheersen, ik heb geen keuzestress meer in de supermarkt en ik denk niet elk uur honderd keer aan s…laap! (Je kan niet geloven hoe ik dag in dag uit alleen maar met mezelf zat te discussiëren of ik dutjes mocht gaan doen.)

Op onderstaand plaatje hoop ik. Reality ligt hopelijk achter me. Ik ben nu meer een soort van mens aan de expectations-kant. Het pijnlijke is dat ik op het einde van de rilatineloze periode heel veel steken ben gaan laten vallen. Ik heb dingen heel passief aangepakt, laten liggen of slecht gedaan omdat ik me echt niet meer vooruit kon branden. Daar moet ik nu een behoorlijke prijs voor betalen (herstellen, vertrouwen terug winnen). Wat alleszins zo is, is dat ik tien uur per week minder werk dan vroeger, maar dubbel zo veel werk verzet. Het ideaal is dat ik op termijn gewoon overdag kan werken voor de baan, daar een punt achter kan zetten, en dan de avond gebruiken voor mijn kinderen en mezelf zonder dat al die onafgewerkte taakjes rondtollen in mijn hoofd en ik me nog eens naar mijn bureau sleep voor een volgende uitputtingsslag met mezelf waarin ik altijd verlies.

Warhoofd in de praktijk

Tot mijn schande heb ik vaak een beetje inwendig geoordeeld over mensen die medicatie namen zoals antidepressiva. Dan dacht ik een klein beetje dat ze het niet aandurfden hun problemen in therapie aan te pakken. Of misschien dacht ik wel: ‘lekker makkelijk’. Nu weet ik dat er soms gewoon niets ergs aan de hand is, behalve dat je hersenen een stofje te veel of te weinig hebben. Dat daar pilletjes voor zijn, en dat je een betere versie kan zijn van jezelf als je die neemt.

 

Eureka

De aandachtige lezer heeft hier vast wel een lijstje ‘klachten’ opgepikt. Vermoeidheid. Constante neiging om te slapen. Chaos in mijn hoofd. Niet in staat zijn me te organiseren op een eenvoudige manier. Spierpijn, gewrichtspijn. Allerlei schuldgevoelens. Worstelingen met mezelf. (…)

Dokters en onderzoeken volgden elkaar op. Buiten vage dingen als fibromyalgie, een ooit doorgemaakte Lyme-besmetting en ‘distress’ kwam er weinig uit die onderzoeken. Dus ploeterde ik voort.

Als ik er nu op terug kijk, werd het steeds erger. Ik liet steeds meer werk liggen, ik ging steeds vaker vroeg slapen. Schraapte ik mijn moed eens bij elkaar om ’s avonds de afwas te doen, moest ik tussendoor rusten. Soms huilde ik uren aan een stuk omdat ik niet meer kon.

En toen schreef ik dit en antwoordde Essie iets over ADD. Ik googelde eens, herkende wat dingen die ik altijd geduid heb als HSP. Toen las ik dit. Ik spurtte naar de dokter en ik, ik die weiger ‘de pil’ te nemen en liefst biogroenten eet, kwam terug met een doosje rilatine. Op dat punt had ik ongeveer alles gedaan wat de dokter me had voorgeschreven om rust in mijn kop te krijgen. De negatieve spiraal van vermoeidheid, zelfverwijt en chaos was vernietigend. Voor het eerst had ik ook een aantal momenten gehad waarop ik op het werk niet had kunnen verbergen dat dingen mij niet goed lukten, en ik had dus ondergepresteerd. Een collega had me als grap al een paar keer ‘de zeef’ genoemd. Ik merkte dat ik een steeds onsamenhangende en verwarde indruk maakte.

Als ik dit schrijf, heb ik het doosje rilatine drie dagen in mijn bezit. Ik heb drie pilletjes genomen, omdat ik het beperk tot de momenten waarop ik moet werken.
Effecten?

  • Er is terug tempo in mijn hoofd, de traagheid is er uit. Ik geraak niet meer verstrikt in mijn gedachten.
  • Mijn hoofd is hyperhelder. Ik kan goed nadenken en mijn eigen draad vasthouden bij het denken.
  • Ik zette een stap verder in mijn professionele ontwikkeling door het ontwikkelen van een nieuw concept voor een organisatie. Ik werkte de laatste tijd zo paniekerig dat ik daar geen mentale ruimte voor had.
  • Ik heb organisatiedrift. Als ik de afwas doe (zonder pauzes) rangschik ik alles op rijtjes.
  • Ik ben niet meer moe. Ik ben niet meer moe! En nu pas besef ik hoe zwaar dat loden gevoel in mijn kop was.
  • Dingen zoals de afwas, de was of het maken van een tas om met de kinderen een klein uitstapje te maken, zijn niet meer onoverkomelijk.
  • Ik denk veel positiever, ik ben moediger.
  • Ik voel me even geen sukkel/mislukkeling meer omdat ik de dingen  die ik moet doen op een krachtige manier kan doen, en niet met hangen en wurgen en een verschrikkelijk gevecht met mezelf.
  • Ik ben wat proactiever en meer sturend. Ik toon bijvoorbeeld wat meer durf in een voorstel dat ik maakte. Ik geloof dat dat ook wel bij mijn functie hoort.
  • De kluwens, de twijfels, de strikken en vallen zijn weg uit mijn hoofd.
  • Ik verlies me niet meer in details of in niet-kunnen-kiezen. Ik hak knopen door en kom daardoor verder in plaats van blijven hangen als een haperende plaat, doodmoe worden, in bed kruipen, beslissing uitstellen.
  • Ik heb een plotse neiging om te communiceren, mensen op te bellen, te appen en smsen, in plaats van me als een struisvogel te verbergen in bed.
  • Als ik het genomen heb, klem ik met mijn tanden.
  • Zelfs deze post is gestructureerd geschreven ;). (bullets!)
  • Als ik iets lees, weet ik waar het over gaat.

Er wordt wel eens maatschappijkritisch gezegd dat alle kinderen tegenwoordig aan de rilatine zijn. Ik ben absoluut geen voorstander van het nemen van medicatie en zal het liefst vermijden, maar deze pil redt mij van een zware burn-out en/of depressie. Ik wou dat ik de pil tien jaar eerder had gehad, dan was mijn doctoraat gelukt en mijn zelfvertrouwen misschien nog wat op peil. Dan had ik naast het werk dat nooit af geraakte misschien ook leuk geleefd. Dan was ik omver geblazen door het vertrek van Dirk maar dan had ik terug recht kunnen krabbelen. Dan was ik geen mama geweest die van ellende en vermoeidheid tegen haar kinderen schreeuwde of uren lang huilde. Dan waren al die dagen alleen met mijn kinderen niet zo onoverkomelijk en uitputtend geweest. Dan had ik niet zo veel ruzie met mezelf, dag in dag uit. Al die strijd waar ik doodmoe van ben geworden… Dus ik geloof dat mensen die de pil echt nodig hebben, ook recht hebben op deze medicatie. Het verdriet, de pijn, de schade die je oploopt als je jarenlang met jezelf vecht om je te focussen, om prikkels te filteren, om dingen gedaan te krijgen, om keuzes te maken, om wakker te blijven, … is te zwaar.

 

 

Een prinsessenleven

Dat ik een cool leven heb. Er gebeurt wat, ik leef een pak meer dan een tijdje terug. Sneller ook. Dieper. Intenser.

De voorbije zeven dagen was ik o.a. op een theaterfestival waar ik ijsjes at en in de zon zat. Uit logeren. In Brussel voor een bespreking met daar aan geplakt een thee in het park met een vriendin en dan een spurt naar de schoolpoort. In een fijne koffiebar voor een goed gesprek met iemand waar ik in de toekomst mee wil samenwerken. In dezelfde fijne koffiebar bereikte ik de bodem van mijn werk-e-mailbox en daar had ik maar liefst vijf uur en zeker vier dopio’s voor nodig. Ik krabbelde bladzijden vol to-do’s en projecten. (Hoe was het zo ver kunnen komen? En nog beter: hoe was het zover kunnen worden zonder dat iemand mij aanspreekt op disfunctioneren of zonder dat iemand me ontslaat?) Ik was in een Noord-Brabantse stad voor enkele gesprekken en reed kalm op de middag naar huis, gedeeltelijk door de bossen. Thuis deed ik een dutje (power nap) want ik was supersuf en at ik home made soep alvorens verder te werken. We gingen naar het speelbos en aten daar op een dekentje blauwe besjes. Dat was kalm en lui en goed. Ik reed kriskras door Zeeland, had gesprekken met allemaal trotse professionals, werd bijna gek van de smalle straatjes van Zierikzee die niet voor automobilisten zijn ontworpen, sliep in een lief B&B-tje en maakte een fijn praatje met een schat van een mevrouw (de eigenares) die begreep dat ik geen lunchtijd zou hebben en een boterhammetje voor me smeerde voor in de auto tussen de afspraken door. Ik had een avondvergadering waar ik een deal beslechte en maakte een lange wandeling met een dierbare vriendin. En ik haalde de mannetjes op en kwam thuis en na hun bedtijd werkte ik een nieuwe resem mails weg. De komende dagen staan er een fietstocht-in-Zeeland op het programma en een date met vrienden met complementaire kinderen.

Dat is Leven. Veel leven. Veel om dankbaar om te zijn. Zo veel meegemaakt, zo veel echt contact gehad, zo veel om over na te denken, zo veel geleerd.

Maar de voorbije week was ook: schuldgevoel omdat ik de jongens uit logeren deed. Met stress in de auto om op twee uur tijd van Middelburg naar de opvang in Leuven te rijden – en dan aanschuivend op de Antwerpse ring de stand-by-optie aanspreken, helemaal opgefokt van schuld en schaamte – daar om kwart na zes toekomen en de kleinste die in huilen uitbarst omdat hij me gemist heeft. Rommel eten uit tankstations wegens niet voldoende georganiseerd om het wat proactiever aan te pakken. En eerlijk? Ook echt geen tijd. Bijna onpasselijk worden in de auto bij het luisteren naar deze podcast (goede reeks trouwens!). Twee avonden op rij om half negen in bed want niets meer waard. Geen lichaamsbeweging gehad. Maar één keer gekookt. Lege koelkast en geen energie om over een menu voor de komende dagen na te denken. Zo veel dat niet af is en waarvan ik me afvraag waar en wanneer ik het ga doen. Overprikkeld geraken in een gesprek omdat heel veel intensieve en lange gesprekken na elkaar gewoon een beetje onmenselijk zijn. De privé-inbox die aantikt tot 500 ongelezen mails. Naar de garage bellen en zeggen dat ik toch echt wel meer dan 30 000 km heb gereden op minder dan vier maanden, dat ik me echt niet vergis en dat ik dus echt heel graag nog eens naar de auto wil laten kijken. Stress bij het kijken naar de week die komt want er moet weer zo veel geregeld en gereden worden en ik ben wat oververzadigd. Struisvogelgedrag om naderende rechtszaak. Stress om betaling van bijberoep die niet komt maar waar ik wel op rekende. (…)

Het is allemaal waar en echt. De sleutel zit in mijn hoofd, in hoe ik denk. Als ik dat onder controle kan houden, gaat het goed. (Het zou beter gaan als ik talent had voor organisatie en praktisch ingesteld was.) Om dat onder controle te kunnen houden, moet ik voor mezelf zorgen. Mezelf slaap geven, goed eten, en stoppen met me vast te denken, schuldig te voelen, te piekeren, alle beren op de weg uitgebreid te bestuderen.

 

 

Update van het prinsessenbestaan

Enkele momenten, samen met een kleine update van hoe het hier gaat. (De vorige update kan je hier vinden…)

Leven voor tien
Een tijdje geleden was ik bij een organisatie met een mooi motivatieschema op de muur. Er waren drie categorieën: tandje erbij (spreekt voor zich), biertje erbij (voor alles dat relax kan) en working on it. In elke categorie kon men post-its hangen. Er was ook een high-five-pot voor de verwerkte post-its. Medewerkers konden hun naam plaatsen bij wat ze gedaan hadden en elke maand werd er een winnend post-itje getrokken en kreeg die medewerker iets leuks.

Thuis op een bezige avond bedenk ik een eigen variant, en palm ik een muur in met de volgende categorieën:
Twee minuten: alles dat zomaar even moet. Denk aan: declaraties, iemand bellen (met telnr op de post it!), …
Kopje koffie erbij: alles wat de komende weken eens moet, maar nu nog geen gillende sirenes oproept in mijn hoofd.
Wekelijks: dit is er eentje met twee kolommen voor ‘te doen’ en ‘gedaan’. Wat altijd moet: voedselteam bestellen en ophalen, een keer de administratie verwerken, het afval buiten zetten, een weekly review doen van mijn werk en weekplannen.
Tandje bij: alles wat NU ONMIDDELLIJK LIEFST GISTEREN moet.

Uiteraard is de laatste categorie goed beplakt met post-itjes. Ik werk een paar uur, plak ongeveer 100 briefjes en bedenk dat ik leef voor tien. Dat, in combinatie met het fragiele waar ik over schreef, maakt dat ik vaak enorm moe ben.

Kreupel
Een vriendin op bezoek. Ik te kreupel om kaneelbroodjes te halen voor bij de thee. Moe, pijn. Ik ruim het ontbijt nog snel op. Boterhammen met honing. Euhm, hoe raar is het dat ik geen energie heb? Ik geef mezelf een imaginaire schop onder mijn kont. Kan beter. ’s Avonds snijd ik alvast een paprika en twee wortels in reepjes. Die gaan in een doosje voor in de auto morgen. En het lukt me vast ook wel om een appel te eten. Bij het avondlijk werk eet ik een trosje druiven. Beter zo. Soms, als ik een beetje energie heb, doe ik best goede dingen.

Hulp
Ik had nergens meer op gehoopt. Ik verwachtte dat ik in het gesprek met Familiehulp mezelf zou moeten verantwoorden omdat ik het niet aan kan, alleen. Niets daarvan. Een constructief gesprek. Ik moest bijna huilen toen ik het lijstje zag met aangevinkte taakjes waarbij ik hulp kan krijgen. De uurprijs viel ook beter mee dan ik dacht, en ik kan zo lang Familiehulp krijgen als ik nodig heb. ’s Avonds bekijk ik mijn agenda en vraag ik tweewekelijks vier uur op mijn vrije vrijdag, zodat ik samen met de familiehelpster wat bergjes kan verzetten in da house. Vol verwachting.
Daarnaast helpt de sociaal werker van het OCMW me wat dingen op orde te krijgen. Een wereld van verschil. Op zich zou ik alles zelf moeten kunnen, alleen ben ik daar nu te moe voor. Alleen al het idee dat je er niet meer alleen voor staat, maakt 200% verschil.

Kinderen
De kleinste is een protmachien en een moppentrommel in één. Vreemd genoeg begint hij ondeugend te worden (hij was altijd erg lief) en daagt hij uit. Als ik hem in de hoek zet, staat hij daar in zijn vuistje te lachen. O jee. Heb hem laatst in bed moeten leggen zonder verhaal om duidelijk te maken dat ik boos en verdrietig ben. Moederhart gekneusd. Hij niet erg onder indruk.
De grootste heeft een rustige fase, waarin hij me blijft bestoken met vragen over leven, dood, het heelal en God. We hebben het fijn, als ik maar zo duidelijk mogelijk ben over alles en als we het allemaal rustig aan doen. Vandaag vroeg hij trouwens of ik vroeger een aap was. Tijdens het rijden. Dat is tegelijk schateren en denken: ‘hoe ga ik die evolutietheorie nu eens duidelijk uitleggen?‘.
Soms is het grappig om in hun interacties (als ze even geen ruzie hebben) mezelf terug te horen. Ze zijn mijn alles, die twee. *Ping ping, hartjes stromen uit mijn oren en ogen.*

Dirk
Ik kan goed afstand houden. Hij probeert elke kans aan te grijpen weer invloed op me uit te oefenen. Het is op dit moment allemaal zo doorzichtig.

De spanning stijgt. In april weer rechtszaak. Voor die tijd moet duidelijk worden of jij positief getest is op persoonlijkheidsstoornissen. Nou ja, ééntje is al genoeg.

De baan
Zie ook het stukje over de post-its. Het is de job van mijn leven, maar het is elke dag vechten om energie te vinden het ook te doen en om mezelf zo te organiseren dat ik het red. Wisselend succes. Ik denk dat ik vooral erg gefrustreerd ben. De uitdaging van de baan is net groot genoeg om het boeiend te houden voor mezelf. Maar de energie ontbreekt te vaak om de uitdaging aan te gaan en de boel op orde te houden. Soms wou ik ook dat ik eens gewoon kon werken in mijn  eigen ritme, zonder al dat geregel, de schooltijden, de uren van de opvang, het halen, het brengen, het plannen, … Pfoe.

Het bijberoep
Euhm. Ik wou dat er een pilletje bestond waarmee je eindeloos energie kan genereren. O, wacht, dat bestaat vast, maar het is zeer waarschijnlijk illegaal. Wat trouwens helpt om energie te creëren en wel legaal is, zijn de podcasts van Getting Things Done. Dat geneuzel over efficiëntie dat ik opzet tijdens de afwas of het opruimen zet me altijd op scherp. Het is vast dat sausje Amerikaans enthousiasme (amaaaaaaazing!) dat het ‘m doet. Als ik niet te moe ben om een podcast op te zetten natuurlijk.

De liefde
Haha. Geen prinsen op witte paarden, witte pony’s of witte fietsen. Tja. Zucht. Laatst dacht ik dat ik er wel nog eens aan toe ben bemind te worden. Zo een zinderende aanraking, blikken die spreken, de warmte van een ander lijf waar iemand fijns in woont. Maar goed, de nood is nu ook weer niet zo hoog dat we de ondeugdelijke man terug opzoeken of een andere ondeugdelijke man inschakelen. En waar is mijn epileerapparaat ook weer gebleven? Om maar te zeggen, ik ben er ook niet zo op voorbereid. Laat maar. Het oude-vrijster-dom lonkt. Nu er wat lente in de lucht hangt, dacht ik laatst eens terug aan hoe het begonnen was met de ondeugdelijke, vorig jaar, deze tijd. Ik moest er om glimlachen en kon heel mild met mezelf zijn over wat er gebeurd is, ook al is het niet gegaan zoals ik het wou en bleek hij nog ondeugdelijker dan ik al vermoedde.

 

 

 

Wat Prinses geleerd heeft van het opruimen van haar garage

Een half jaar geleden was ik zo moedig om mijn garage op te ruimen. Ik had dat gepland, vooral omdat ik een mansmens nodig had voor wat zware dingen, en ik dus een opruimdate moest versieren. We werkten noest twee uur lang en alles stond netjes in categorieën, waaronder categorie kringloop en containerpark. Dat zou ik wel eens doen, op een dood moment.

Dode momenten bestaan niet, en als ze er wel zijn hang ik doodmoe op de bank doelloos te surfen. De kringloopstapel is wonderwel weg geraakt (een toevalstreffer), maar het containerpark-gedeelte staat er nog.

Dat was een trigger voor een inzicht. Alsook het nauwkeurig bestuderen van vier dagboeken van Flexwerkers op De Standaard, en het bijhorende artikel van Eva Berghmans, die er net zo’n zootje van lijkt te maken als ik bij momenten, maar die gelukkig nog wel een husbie paraat heeft. Als ik nauwkeurig bestuderen zeg, bedoel ik ook nauwkeurig bestuderen. Met een blocnote en pen in de aanslag, schema’s tekenend met uitroeptekens en pijltjes enzo.

Verder volgde ik een webinar van Heidi Does, waar ik ZWAAR van onder indruk was. Op een interactief uurtje tijd, gaf ze met wat glasheldere inzichten mee over losse eindjes in mijn hoofd en over hoe – net als in het verkeer – alles vastloopt als er te veel input is en te weinig doorstroom. Ik werd er zo enthousiast van  dat ik mijn baas overhaald heb om me naar een middagje training van ongeveer 400 euro te sturen, waar ik t.z.t. verslag van zal uitbrengen.

Tenslotte heb ik het al geruime tijd gehad met mijn disfunctionaliteit. We gaan eerlijk zijn: ik doe het goed op mijn job en in mijn bijberoep en ook het huis kan er nog net mee door. Maar al dat brandjes blussen, elke avond doodmoe aan mijn bureau gaan zitten en mijn minddumpmap leegschudden, wanhopig kijkend naar al die to do lijstjes en niet weten waar te beginnen en dan maar gaan slapen want morgen zal het wel beter gaan… De vijfhonderd ongelezen e-mails in mijn privé-inbox… Die collega die al weken aan mijn mouw trekt over een project… Nee, daar heb ik het mee gehad. Vreemd genoeg raakten sommige stukjes van die artikels uit De Standaard aan die ergernis met mezelf. Ik herkende één en ander in die dagboeken waarbij ik dacht: kom op zeg, dat moet beter kunnen. En bij deze dus, nog eens een schuchtere poging.

Ik had al systemen, zoals getting things done, en slimme to do lijsten in Outlook. Maar wat ik leerde van mijn garage opruimen is dat je iets doet als het in je agenda staat. De garage opruimen stond in mijn agenda, en heb ik gedaan op het voorziene tijdstip met mijn opruimdate. Het containerpark een bezoekje brengen heb ik nooit geagendeerd en rara, waar ben ik intussen nooit toevallig eens geraakt? Die lijstjes met wat ik moet doen per dag zijn dus niet genoeg: de activiteiten moeten ook geagendeerd zijn.

Wat trouwens ook het geval was, was dat ik mijn agenda maar bleef volstapelen met afspraken omdat er nog lege ruimte was. Waardoor ik hele dagen op pad was en/of in vergadering, en ’s avonds en ’s nachts nog wat noodzakelijke voorbereidingen maakte voor al dat agendageweld.

Ik doe dus weer een moedige poging tot ‘anders en beter’, met het onnozel simpele truukje: mijn agenda beter beheren. Daarbij heb ik drie regels opgelegd voor mezelf:

  1. Voor elke afspraak noteer ik ook voorbereidingstijd, reistijd en verwerkingstijd.
  2. Ik reken niet meer op dode momenten maar plan ook stomme dingen in, zoals administratie, mails beantwoorden of ander leuks.
  3. Wekelijks op zondagavond plan ik twee weken vooruit. Wat betekent dat elke week dus twee keer gecheckt is: een week op voorhand (tijd genoeg om nog babysits te bestellen en afspraken te veranderen indien nodig) en de zondagavond voor de week begint.

Er zijn vaste ingrediënten in een weekplan, we moeten daar realistisch in zijn:

  1. Mails
  2. Yoga
  3. Huishouden light en huishouden XL en kooksessies
  4. Vrije tijd (jaja!)
  5. Ontspultijd (ik wil mijn huis netter en leger, ook dat gebeurt om een of andere vage reden niet automatisch)
  6. Bijberoeptijd (minstens vier uur per week, er staat wat op stapel en ik heb die extra inkomsten hard nodig)
  7. Buffertijd (slim, slim!)
  8. Weekplantijd (zondagavond, it is)
  9. Studietijd (artikels lezen, boeken, … ik wil me terug ‘voeden’)
  10. Op termijn doctoraattijd, nu nog te hectisch
  11. Vaste projecten waar ik wekelijks aandacht aan moet besteden
  12. Tijdschrijven & administratie
  13. Kantoordagen

Ik ben alvast begonnen met de eerste twee weken te plannen en heb vervolgens een lijstje gemaakt van alles waar ik dringend eens wat mee moest. Het was dramatisch en ik heb schrikbarende ontdekkingen gedaan, zoals het feit dat ik de eerste week van de Paasvakantie nergens opvang kan krijgen voor de Peuter en ik dan studiedagen moet geven. Oeps. Alleszins heb ik meer dan vier uur gepland en gepuzzeld. Het resultaat is dat alleszins de eerste twee weken tot op de minuut geregeld zijn, met alle reistijden, voorbereidingen en verwerkingsmomenten, alsook buffertijd en telkens het kan een mooie hap gezinstijd tussen pakweg vier en acht, waarna ik weer aan het werk ga.

Het freaky effect was dat ik meteen ook gekookt heb voor de volgende dagen en mijn lunchpakket voor de hele week gemaakt heb en in de diepvries gestopt heb. Ik denk dat het tien jaar geleden is dat ik nog eens zo efficiënt ben geweest een lunch mee te nemen in  plaats van een kitkat te eten onderweg/te eten in de kantine/niet te eten.

Ik ken mezelf. Ik ken mijn vermoeidheid waardoor ik te vaak opgeef/uitstel. En ik ken mijn onvermogen in strakke schema’s te functioneren. Maar ik hoop dat dit werkt.

Wordt vervolgd.

 

 

 

Komt dat zien: een tip

Jaja, het is zover. Op deze blog die gevuld is met kommer, kwel & hersenspinsels valt vandaag een tip te rapen. Of misschien zelfs twee tips. Voor het huishouden, godbetert.

[1] Kook voor verschillende dagen

Deze tip heb ik mogelijk gejat van Dorien, die wel eens beschreven heeft hoe ze op maandagavonden de groenten van het voedselteam verwerkt, en daar nog heel de week plezier van heeft. Ik schrijf dit even uit het blote hoofd op, dus het zou zomaar ook dinsdagavond kunnen zijn. Maar het is het principe dat telt.

Ik heb gisterenmiddag vooruit gekookt. Dat leverde op:

  • twee schotels lasagna
  • drie schotels puree van aardappels en geroosterde knolselder + zoete aardappel (met look en goed gekruid, hm!) (het roosteren van groenten alvorens je ze in een puree verwerkt, heb ik ook bij Dorien gehaald – maakt een saai gerecht meteen een pak verfijnder en interessanter)
  • een soepje van geroosterde paprika’s en wortel
  • een potje pastasaus

Ok, dat ziet er niet echt heel spectaculair uit, maar ik was toch gelukkig en kan de volgende dagen thuis komen en wat in de oven schuiven in plaats van te koken met twee huilende kinderen aan mijn been.

Aandachtige lezers vragen zich vast af hoe ik dat gedaan heb, met die huilende kinderen. Daar gaat mijn tweede tip over. En die heb ik zelf verzonnen.

[2] Zoek een vriendin met andere kwaliteiten en compatibele kinderen

Ik had een vriendin uitgenodigd die er niets mee in zat mijn herstelwerk te doen (wat ik niet kan/niet wil kunnen), terwijl onze compatibele kinderen allemaal samen het huis afbraken (maar op het einde van de rit ook allemaal samen opruimden) en ik zorgde dat zij naar huis ging met een pot soep, een schotel lasagna, een kommetje pastasaus en een schotel aardappelpuree. Win-win gecreëerd. Een dagje werk en gezelligheid, en samen bergjes verzet.

Epiloog

Bij deze ben ik ook bereid toe te geven dat het niet allemaal ideaal verlopen is. Toen ik mijn kinderen met enige trots een goede lasagna met een knapperig korstje voorzette, keken ze mij beiden aan alsof ze ik hen wou vergiftigen. Dat was sneu. De blik van beiden veranderde o.a. nog in een blik alsof ze zouden gaan spugen en de typische smekende blik van hoeveel-hapjes-nog-en-ik-mag-van-tafel-en-ok-als-ik-dan-geen-dessert-krijg. Ondanks de kinderen heb ik zelf opperbest gegeten. Ik heb hun knapperige korstjes gejat.

Vandaag kwam ik thuis met de jongens en wou ik net relax een schotel puree in de oven schuiven en er vegetarische worstjes bij bakken (zoals een moeder die alles onder controle heeft, weet je wel), maar de kleinste ging aan mijn been hangen en vroeg schalks naar pannenkoeken. Ik heb van mijn hart een steen gemaakt, en mijn uitstekende, voedzame en gezonde puree in de koelkast laten staan. Morgen. Echt.