Ping-pong

De vakantie heeft me veel gebracht, maar met name ook het heerlijke gebruik van de afwezigheidsassistent. Wat verrukkelijk om mails te horen binnen komen en te weten dat ze een mailtje terug gepingd krijgen waarin staat dat ik niet antwoord. Moehaha. Tenzij ik echt wil. Dat kan ik kiezen. Ik ben de baas! Goodbye schuldgevoel!

Nog grappiger vind ik het als mijn afwezigheidsassistent ping-pongt met een andere afwezigheidsassistent. Dat vind ik echt hilarisch, computers die elkaar mails sturen over de niet-aanwezigheid van de baasjes.

Ik ga mijn assistent vaker gebruiken, denk ik. Als ik studiedagen geef en het niet realistisch is dat ik ’s avonds nog de puf heb om te mailen. Als het weekend is. Als ik een dag vol vergaderingen heb.

Voorwaarde is dan natuurlijk ook wel dat ik de dagen dat de assistent niet aan staat, trouw wel mails beantwoord. Daar moet ik met mezelf nog even aan sleutelen.

Ik geloof dat ik wel de keuze heb gemaakt dat ik mails alleen/vooral nog professioneel gebruik en dat ook beperk. Als puber schreef ik brieven. Later eindeloze e-mails met jan en alleman. Leuke periode, maar voor nu echt niet meer haalbaar. Dat ik per dag een 10 tot 50 professionele mails moet weghappen (terwijl mijn baan niet mailen is!), is voldoende aanslag op dit leven. Hoe graag ik ook persoonlijke contacten wil onderhouden, elke dag een karrenvracht mails lezen en beantwoorden kan en wil ik niet meer.

Deze zomer was er een geniale week waarin ik elke avond op de bank lag om een boek te lezen. Ik was dan moe (maar niet meer dat eindeloze absurde uitgeput waardoor ik enkel maar kan slapen) en beloonde mezelf met een kopje koffie, een stukje chocola en een leuk boek. Een week lang moeiteloos gedaan wat mijn dokter me voorschreef: ’s avonds geen schermen meer om de kwaliteit van mijn slaap en dus ook van mijn leven te verbeteren. Een aanrader. Geloof me.

 

 

 

Prinses tipt nog meer podcasts

De hype hoef ik niet meer uit te leggen. En dat ik kan genieten van een goede podcast zo nu en dan weet u ook al.

Bij deze deel ik graag nog eens mijn laatste ontdekkingen, voor lekker lui luisteren deze zomer:

  1. ‘Het Smelt’ van Lize Spit komt integraal uit op podcast. Ik luisterde het eerste gedeelte, goed voor 37 minuten niet erg opbeurend maar erg intrigerend luisteren.
  2. Wel erg opbeurend is ‘De verwarde cavia’ van Paulien Cornelisse. Piepkleine (haha, cavia-kleine) hoofdstukjes over een cavia die troost vindt in haar lade met nietjes. Geniaal.
  3. En ik werd helemaal stil van ‘Mamma en Omma’, een zeer goede documentaire over een geadopteerd meisje, met pertinente vragen over wat dat het is moeder te zijn, dochter te zijn.

Ik luister mijn podcasts in mijn podcast-programma op mijn iPhone. Ik voeg hier telkens een linkje toe, maar je kan de podcasts dus rechtstreeks zoeken, en je abonneren.

Enjoy!

 

 

Prinses tipt de fijnste podcasts

Zoals jullie misschien wel weten, houdt mijn baan in dat ik veel… Op de baan ben. Ik deed wel eens een (handsfree) telefoontje vanuit de auto, maar de mogelijkheden zijn daarin beperkt. Bij veel gesprekken die ik doe moet ik nota’s kunnen maken, en het is een beetje raar om elke keer aan de gesprekspartner te vragen nog even een mailtje na te sturen met drie dingen die ik vanuit het gesprek wil meenemen.

Thuis luister ik naar Klara. Ik ben dol op Klara. Maar in de auto blijkt dat ontzettend slaapverwekkend, dus schakel ik enkel om 9u ’s ochtends even over naar Klara om naar de krantencommentaren te luisteren. Ik voel me altijd een beetje verwend dat het nieuws me op een schoteltje wordt aangeboden door iemand die werk maakt van zijn intonatie. Verder luister ik wel eens naar Q, maar op 200 km kan je 6 keer Adele horen en dat hoeft voor mij niet zo nodig.

Mijn reistijd en dus ook een aanzienlijk deel van mijn levenskwaliteit, zijn gigantisch verbeterd toen ik begonnen ben met podcasts luisteren. Wat ongelooflijk verrukkelijk is het om in alle rust ergens heen te rijden en naar een verhaal te luisteren of iets bij te leren. Intussen heb ik overigens geleerd mijn auto en mijn telefoon op elkaar af te stemmen waardoor ik het gewoon kan streamen. Vraag me niet hoe ik dat gedaan heb, het is mij ook nog een mysterie. Het is het perfecte medicament tegen piekeren, en de tijd en dus ook de kilometers vliegen.

In deze post deel ik met graagte mijn huidige favoriete podcasts. Een algemene regel is dat ik meest houd van Nederlandse en/of Engelstalige podcasts. Om één of andere reden wekken Vlaamse podcasts wat allergie, omdat ik de taal of uitspraak vaak onverzorgd vind (tenzij het een podcast is van bijvoorbeeld Klara dus een professionele).  Een mini-regeltje daarnaast is dat lange ritten het best verhalen verdragen. Er valt veel te leren (cfr Ted-talks, GTD-podcast, allerlei dingen over voeding en gezondheid, over ondernemen, over organiseren, …) maar daar heb ik graag een notablokje bij om dan meteen ook inzichten te verwerken. Terwijl de verhalen die ik luister me net even meenemen in een andere realiteit. Ik vind het zo een verwennerijtje dat iemand de moeite doet een mooi verhaal te vertellen. Ik blijf er nooit onbewogen bij – en dat gaat van kippenvel tot schateren en soms een krop in mijn keel.

Mijn favorietjes:

  1. Serial. Het is een klassieker en misschien wel de bekendste podcast ooit, maar ik heb heel erg genoten van het verhaal over Adnan Syed die al dan niet zijn ex-liefje vermoord heeft (zie seizoen 1, niet 2). Zo genoten dat ik het jammer vond dat de file voorbij was. Seizoen 2 kon me jammer genoeg minder boeien.
  2. Modern Love. Modern Love is een podcast van de New York Times, waar essays over liefde voorgelezen worden, meestal door een acteur. Van hilarisch tot kippenvel all over. Diegene die mij het meest bij bleef: een moeder die haar kind had afgestaan voor adoptie. Het gaat dus om essays over liefde in brede zin.
  3. Plots. Plots is een podcast van de VPRO. Je krijgt telkens een uurtje (ongeveer) met verhalen rond één thema, vaak wordt het dan een heel mooie mix van verhalen van allerlei pluimage.
  4. Toendra. Mensen die vertellen over een pijnlijke, bizarre of bijzondere periode in hun leven, van dezelfde makers als het hier boven genoemde ‘plots’. Ik heb ze bijna allemaal gehoord. Over een man in de gevangenis, een vrouw die nadenkt over haar bizarre vader, een prostituee die voorleest uit haar dagboek, een man die geobsedeerd was geraakt door zijn geliefde, … De allermooiste: Leven met Bel. Een vrouw die vertelt over het leven met haar dochter met een ernstige beperking. Het mooie is dat deze verhalen heel levensnabij zijn. Je zou het allemaal bij wijze van spreke zelf kunnen meegemaakt hebben.
  5. Parel Radio. Een soort selectie van mooie radiomomenten. Ik vind de kwaliteit wisselend, het is namelijk erg divers en ik hou bijvoorbeeld absoluut niet van hoorspelen. Ugh! Maar er zitten interessante stukken in, zoals ‘Verplicht vrije sex‘ een documentaire over het leven in een commune, of ‘Speciaal‘, een impressie uit een school voor speciaal (bijzonder) onderwijs. Ook erg leuk: ‘Klassiekers‘: drie radioverhalen van vijf minuten over drie bekende componisten.
  6. Echt gebeurd. Mijn all time favorite! Echt gebeurd is een organisatie die vertelmomenten organiseert, maandelijks, in Amsterdam. Iedereen mag zich opgeven een verhaal te vertellen of voor te lezen uit zijn/haar puberdagboek, en de mensen die vertellen worden daarin ook gecoacht zodat ze het erg leuk vertellen. Intussen zijn er meer dan 100 verhalen opgenomen en te beluisteren via de podcast, vaak in/uitgeleid door mijn idool Paulien Cornelisse. De puberdagboeken vind ik onovertroffen. ‘Vlees en Bloed‘ van Naïma Najib is fantastisch. En ‘Aan en uit‘ door Johan Goossens vond ik ook een topstukje. Maar ze zijn gewoon al-le-maal goed op hun manier.

Je hoeft er niet voor in de auto te stappen. Laat gewoon de tv een avondje uit, luister tijdens het strijken of gewoon lekker in bad of op de wc (ik beken). Voor mij is een heel nieuwe wereld open gegaan met die podcasts. Een erg leuke!

The other side

Femma is een eigentijdse en eigenzinnige vrouwenorganisatie met een duidelijke visie op mens & samenleving. Femma praat mee over wat vrouwen vandaag denken, voelen & beleven. Femma verdedigt de belangen van vrouwen met minder kansen en in het bijzonder alleenstaande vrouwen. De organisatie ijvert voor emancipatie van vrouwen en gendergelijkheid, o.a. via het informeren en sensibiliseren van vrouwen, beleidsmakers en andere actoren.

Ik ben vereerd dat ik voor Femma tweewekelijks een blokstukje mag schrijven. Onderstaand stukje is geschreven voor Femma en verschenen op hun website.

Meer over Femma? Neem hier een kijkje!

The other side

Kom, we zijn vliegen op de muur. Kijk eens daar. Ja, dat meisje daar, met haar rode topje aan. Ze is vijftien. Ze zit naast een jongen in een rolstoel. De jongen heeft een meervoudige handicap en communiceert via pictogrammen in een map, die hij met veel moeite aanduidt omdat hij spastisch is. Ze zit naast hem, al een uur. Ze voedt hem. Traag, lepel voor lepel. Elke hap van het geprakte goedje kost hem ongeveer vijf minuten, en het meeste van zo’n hap komt er weer uit. Hij draagt een slab, hij kwijlt. Ze veegt zijn kwijl weg, verbaasd over zichzelf omdat ze het niet erg vindt om te doen. Ze vindt het niet eens vies.

Het bord is leeg. Wat doen ze nu? Hij wil iets vertellen en kijkt haar met stralende ogen aan. Stoot enkele klanken uit. Ze begrijpt het niet. Pak die map, meid. Die map in de rugzak die aan zijn rolstoel hangt. Ja, die! Bladzijde na bladzijde, hij blijft nee knikken. Ze denkt dat ze het fout verstaan heeft en wil de map opnieuw opbergen. Dan komt zijn vinger in beweging en met enige moeite en grote triomf, landt die op het pictogram voor ‘lekker’. En dan ‘dank’. Ze lacht, breed. Ze lachen beiden.
Het is 2000. Er worden nog brieven geschreven op kamp, en zij schrijft ’s avonds aan een vriend over het moment. Over hoe echt het contact was, hoe onmetelijk de blijdschap. Over hoe het niet zij was die hem iets gaf, maar hij die haar iets toonde. Over mens zijn, over dankbaarheid, over vreugde.

Het mooie aan vrijwilligerswerk is het verrassingseffect. Je denkt dat je iets gaat geven, iets voor een ander gaat doen. In wat je doet ontstaat er contact. En vreugde. En zin. En betekenis. Je wereld breekt open. Je krijgt meer dan je geeft. Je wordt er rijk van.

Dat leert dat meisje van vijftien, daar, op een kampplek in de Ardennen, in een zaal op een zonnige dag. Dat meisje was ik.

Ik heb tien jaar lang allerlei vrijwilligerswerk gedaan. Daar ben ik rijk van geworden. Rijk aan ervaringen, aan vrienden, aan zelfkennis, aan herinneringen, aan vreugde.

In dat vrijwilligerswerk heb ik de beslissing gemaakt voor wat ik zou gaan studeren. Dat is het begin geweest van een lange, boeiende ontwikkeling die me professioneel heeft gebracht waar ik nu ben: op mijn plek.
In dat vrijwilligerswerk ben ik voor het eerst verliefd geweest en ben ik voor het eerst een betekenisvolle relatie aangegaan.
In dat vrijwilligerswerk ben ik geconfronteerd met mijn eigen achtergrond. Bijvoorbeeld toen ik bij het boodschappen doen voor het kamp gedachteloos alle merkproducten die thuis op tafel kwamen uit de rekken haalde. De kampverantwoordelijke hield me een spiegel voor en ik leerde hoeveel meer je met een euro kan doen als je nadenkt, en wat het betekent dat ik dat nog niet geleerd had.
In dat vrijwilligerswerk heb ik geleerd dat ik ’s nachts om twee uur de wc’s kon poetsen en ’s ochtends om zeven uur mensen kon wassen. Ik heb er geleerd met wat voor mensen ik het leuk kan hebben en met wat voor mensen samenwerken moeilijker is. Ik ben er tegen mijn eigen onhebbelijkheden aan gelopen (betweterigheid, I confess) en ik heb geleerd dat dat niet de manier is om met mensen om te gaan.

Intussen ben ik geen vijftien, maar dertig. En wat ik toen niet voor mogelijk had gehouden: ik bevind me aan de andere kant. Ik help niet, ik word geholpen. Als alleenstaande (en vaker dan me lief is:  vermoeide en verdrietige) moeder heb ik de laatste twee jaar kleedjes gekregen, hulp, boeken, cadeautjes voor mij en de kinderen, geld om mijn babysit te betalen of voor een extraatje of gewoon om de eindjes aan elkaar te knopen. Buurvrouwen en anderen hebben gekookte maaltijden in mijn koelkast geschoven, hebben het even overgenomen als ik moe of ziek of overstuur was en hebben de combinatie werk-gezin mogelijk gemaakt voor me. En mijn tuin is door Team Tuin in de gietende regen op orde gezet.

Terug naar dat meisje in het rode topje. Goed dat ze het allemaal nog niet weet. Goed dat ze nog denkt dat het leven maakbaar is en dat ze altijd aan de kant zal staan van de gevenden, met helpende handen. Maar ook goed dat ze zal moeten leren te ontvangen. En dat ze zal merken dat het leven niet over rozen gaat. En dat het allemaal wel eens anders uitdraait dan je hoopt of denkt of plant. Maar ook: goed dat ze zal ontdekken dat er dan mensen zijn, die geven wat ze te geven hebben en hun handen uit de mouwen steken in onbetaalde zorgarbeid, vrijwilligerswerk, of ‘zomaar’ wat voor een ander doen.

En aan al die helpende handen van de afgelopen twee jaar en voor alles wat mij/ons gegeven is geweest: dankjewel. Mogelijk heb ik soms in mijn vermoeidheid/drukte/chaos niet genoeg kunnen tonen wat het betekend heeft – en soms raakte het ook wat aan schaamte (‘ik kan het niet zelf en wil dat wel kunnen’), maar elk lief gebaar staat in mijn geheugen gegrift. Dankje.

 

 

Flexibel flexibel werk

Femma trok aan de alarmbel. Een paar andere bloggers schreven er wat over, hier en hier. Ik heb daar niet veel meer aan toe te voegen. Behalve dit.

Ik heb op een faculteit gestudeerd waar er gesproken werd OVER mensen. We deden heel slim met elkaar, lazen teksten, artikels en discussieerden op niveau. Ik geloofde daar niet in. Ik werd daar altijd wat kwaad van.

Misschien ben ik er te dom voor. Ik merk vaak ook een soort irritatie bij mijn collega’s nu als ik allerlei kwesties doortrek naar de praktijk, de realiteit. Wij spreken over onderwijs op het werk, over leerkrachten, over leerlingen, over ouders. Ik sta ten allen tijde met de klink van de vergaderzaal in mijn handen klaar om eerst MET de mensen uit de praktijk te praten, in plaats van over hen. Wat vinden zij? Waar zitten zij op te wachten? Dan zal ik eens beslissen wat te doen. Niet op basis van een gesprek met mannen-in-pak.

Mijn wetenschappelijk onderzoek was uiteraard empirisch. Anders had ik het niet gedaan. Op een gegeven moment was er een sollicitatie voor een baan op fietsafstand. Dirk was toen bij me weg. De hele baan zou mijn leven plots een pak haalbaarder gemaakt hebben. Maar nog in het sollicitatiegesprek kreeg ik ruzie met de prof waarmee ik het voerde omdat hij iemand zocht om een model te ontwikkelen OVER en voor het onderwijs, zonder samen te ontwikkelen MET het onderwijs. Ik heb net niet gezegd dat ik hem krankjorum vond, maar hij heeft het geloof ik wel begrepen.

Dus nu stel ik maar weer eens mijn vaste simplistische vraag. Is Kris Peeters gaan praten met mensen met flexibele banen? Weten die politici hoe het leven van mensen in die situatie er uit ziet? Wat de moeilijkheden en uitdagingen zijn? Hoe kan je een beslissing nemen die het leven van veel mensen beïnvloedt zonder eerst met die mensen te gaan praten?

Ik weet uiteraard het meeste van alleenstaand ouderschap, dus betrek ik het daar ook maar weer op. Ik vrees dat alleenstaande ouders te veel energie moeten investeren om te overleven, om ook nog in de politiek te gaan en hun stem te laten horen. Ik vrees dus dat vele van onze politici mensen zijn die bepaalde uitdagingen en zorgen niet kennen en niet aan den lijve hebben ondervonden. Die mensen met dit soort uitdagingen waarschijnlijk ook niet in hun ‘kring’ hebben. Ik vrees dat bepaalde politici die bepaalde beslissingen over onze levens nemen, zoals Turteltaksen en flexibel flexibel werk, levens hebben zonder veel zorgen over de te betalen rekeningen, de kinderopvang, de praktische organisatie van het gezinsleven en wat-eten-we-vandaag.

En dat vind ik jammer, want daar zit een kloof en in die kloof worden stomme beslissingen genomen die het leven van mensen een pak moeilijker maken. Ik zeg nog net niet dat Kris Peeters krankjorum is. Dat is eigenlijk niet wat ik wil zeggen. Ik wil hem alleen uitnodigen een bruggetje over die kloof te leggen en over te steken. En met hem, alle politici, overal, altijd. Ik weet ook niet hoe een politiek systeem er uit ziet dat die kloof probeert te dichten. En nee, je kan niet voor iedereen goed doen. Maar er is een verschil tussen ‘goed doen’ en ‘het leefbaar houden’. Toch?

 

 

 

Beste Eva van den Eynde – open brief

Beste Eva van den Eynde,

Met stijgende verbazing las ik jouw opiniestukje in De Standaard van vandaag. Over het M-decreet, waar ik helemaal niet zo’n fan van ben. Jij ook niet, dus mijn interesse was gewekt.

Ik kon bijna niet geloven wat ik las. Dat het vervelend is voor jouw achtjarige zoon om in een klas te zitten met een kind waar jij niet van mag weten welke ‘stoornis’ het heeft, en dat andere dingen mag dan hij. Dat hij meer mag. Omwille van zijn stoornis.

Eerst over jou, Eva. Wat vervelend voor je en jouw zoon. Het lijden, de zoektocht van ouders van een kind met een ‘stoornis’ is niets ten opzichte van jouw en jouw zoons ongemak. Wat een vervelende ervaring voor jouw zoon en jou, dat de wereld zo onrechtvaardig is dat een kind met een stoornis wel op het gras mag lopen en hij niet. Of dat dat kind met een stoornis binnen mag spelen omdat de speelplaats te druk is voor hem. Lijkt me erg vervelend voor jouw kind. En voor jou. Ik zou vooral ook niet denken aan de mogelijkheid dat dat kind met die stoornis (Lander) misschien liever met de andere kinderen zou kunnen spelen. Dat die moeder en vader van Lander niets liever zouden zien dan een kind die prikkels kan hanteren en vrolijk de speelplaats op rent.

Misschien kan ik je een tip geven. Je hoeft helemaal de diagnose van Lander niet te kennen om uit te leggen aan je kind dat sommige mensen anders zijn, en andere noden en behoeftes hebben, andere zorg nodig hebben. Er is namelijk een verschil tussen gelijkwaardigheid en gelijkheid. En dat is een rechtvaardig verschil. Iedereen is gelijkwaardig, Lander is even veel waard als jouw normale zoon, ook al voelt het voor jou misschien niet zo omdat Lander een ‘stoornis’ (het woord…) heeft en jouw normale zoon niet. Maar gelijkwaardigheid betekent niet dat iedereen gelijk moet zijn en dus gelijk behandeld moet worden. Misschien heeft jouw normale zoon op een gegeven moment wel wat extra uitdaging nodig, of wie weet een bijlesje wiskunde. Ga je dan ook zeggen dat dat niet uit te leggen valt aan de andere kinderen?

Eva, ik ben opgegroeid in een gezin met meerdere kinderen met een ‘stoornis’. Uit jouw artikel leid ik af dat jij je niet kan voorstellen wat een zoektocht het is om een kind dat nergens echt op zijn plek is, een plek te geven. Om te aanvaarden dat het zo is. Om de best mogelijke optie uit de niet-ideale opties te kiezen. Om blijvend in gesprek te gaan met jan en alleman die een mening hebben maar het ook allemaal niet weten. Om hulpverlener na hulpverlener, juf na juf, therapeut na therapeut te raadplegen in de hoop dat het ooit een beetje zal ‘passen’, het kind, ergens. Geloof me, wat die ouders meemaken is niets in vergelijking met de frustratie van jou en je achtjarige. Maak het toch niet nog moeilijker voor hen.

En weet je wat ik voor mijn kinderen hoop, Eva? Dat ze in een omgeving groot mogen worden waar allerlei soorten mensen zijn. Zodat mijn kinderen de kans krijgen een open blik te ontwikkelen, begrip op te brengen voor anderen, te oefenen in de omgang met allerlei soorten mensen die ze hopelijk ook later in de maatschappij zullen tegen komen. Dan pas worden ze echt ‘groot’, als mens! Ik hoop dat mijn kinderen in een wereld mogen leven waarin ‘anders’ normaal mag gevonden worden. Eén waar ze weten dat er begrip kan zijn voor ‘anders’ zijn, zodat ze vertrouwen kunnen ontwikkelen dat er ook begrip voor hen is als zij op een gegeven moment anders blijken te zijn in om het even welk opzicht. Ik zal mijn kinderen daarbij helpen. Niet door hen te versterken in onbegrip en frustratie en stukjes in de krant te schrijven over het storende kind met de stoornis in de klas. Maar door hen het verschil tussen gelijkwaardigheid en gelijkheid uit te leggen, hen dankbaarheid bij te brengen voor het simpele geluk van gewoon met de anderen de speelplaats op te rennen in plaats van binnen te moeten blijven omdat het te druk is. Ik zal hen voorstellen wegen te zoeken om contact te krijgen met mensen die anders zijn. Zodat ze groeien met en aan elkaar. Want daar geloof ik in. Ik geloof niet in het M-decreet, Eva, maar ik geloof wel in samen mens zijn, inclusie, elkaar wederzijds verrijken, samenleven en samen leren door de uitdagingen heen.

Eva, ik word echt heel kwaad van wat je in de krant hebt durven schrijven. Echt heel kwaad. En daaronder zit verdriet.

PodK

P.s. Sommige ‘stoornissen’ manifesteren zich pas later. Bijvoorbeeld NAH na een ongeval, of een psychiatrische stoornis in de puberteit. Ik wens je niet toe dat jouw nu normale achtjarige ooit een stoornis zal hebben. Ik hoop niet dat je op een dag in een wachtkamer van een of andere arts bitter aan dit stukje moet terugdenken dat je trots in DS liet publiceren. Maar weet dat dat kan, dat behoort altijd tot de mogelijkheden. Er is geen wij-zij, het kan iedereen overkomen.

P.s.2. Gebrek aan empathie duidt ook op een stoornis, en dat is niet de vrolijkste.

 

 

Dingen die dwarrelen in een prinsessenhoofd

Een allegaartje van gedachten en belevenissen. Ik zou over elk van hen een post kunnen schrijven, maar ze even op een hoopje gooien kan natuurlijk ook.


Schaap
Peuterzoon zit niet zo lekker in zijn vel. Ik leg het schaapke in de watjes en doe hem vroeg onder de wol.

Bombardement
Een tijdje geleden zat ik op een bankje in het bos naast een oude zuster die apart in een huisje woonde. Door een bombardement in de oorlog was ze zo zwaar getraumatiseerd, dat ze niet meer kon samen wonen met mensen omdat elk (plots) geluid haar de stuipen op het lijf kon jagen. Ik sprak met een andere oude mevrouw, die vertelde hoe ze de lijken nog steeds ziet liggen aan de Naamsepoort in Leuven. Er komt zo veel over vluchtelingen binnen, en ik hoor weerklinken dat ze allemaal aan het werk moeten en liefst snel. Ik snap niets van deze wereld, echt absoluut niets.

Puzzelstukje (I)
In een gesprek wordt me een woord aangereikt: hypomanie. Ik heb het gevoel dat ik weer een puzzelstukje in handen heb gekregen in het begrijpen van mezelf. Het gaat om hyperactiviteit, overmatige vreugde, impulsiviteit en prikkelbaarheid, maar dan zonder het verliezen van het contact met de realiteit zoals bij problematische manische stoornissen. Zou het zo heten, dat gevoel dat ik krijg in de auto als de muziek me streelt, de hele wereld in elkaar lijkt te vloeien, alles klopt en ik één ben met het universum en alle deurtjes in mijn hoofd open staan? Is dat de naam voor het gevoel van die opperste staat van alertheid en het geen-grenzen-meer-hebben-in-denken als ik iets nieuws creëer op mijn werk?

Palmen
Connie. Ik weet niet goed wat ik met haar moet. Ik vond I.M. als puber prachtig, later vond ik het er ver over. Ik lees haar boeken en soms ben ik het beu, die voortdurende analyse van mensen, hoe ze in elkaar zitten, hun drijfveren, eigenaardigheden, denken, reacties. En toen ging ik op vakantie en las ik daar ‘Lucifer’ opnieuw en merkte ik dat die goede oude Connie onder mijn vel ging zitten en mij helemaal op scherp zette. Het boek bracht me letterlijk in een staat van alertheid, ik was zo geprikkeld. Misschien werd ik er zelfs wat hypomaan van.

Puzzelstukje (II)
Serviel. Nog een woord dat misschien een tot nu toe ontbrekend puzzelstukje was in het denken over en het snappen van mezelf. Connie Palmen gaf het me, in Lucifer. Ik denk dat ik serviel ben in relaties, partnerrelaties. Dat ik heel veel begrip voor de andere opbreng en die persoon over mijn grenzen laat marcheren. Dat ik het moeilijk vind om gewoon bij mezelf te blijven en mezelf trouw te zijn, als ik verliefd ben. Over Dirk hebben we het genoeg gehad. Waarom ik smekend naar mijn telefoon zat te kijken, wachtend op berichtjes die de ondeugdelijke man niet stuurde, is een ander verhaal. Ook van hem heb ik dingen genomen die absurd zijn. Ik heb er paal en perk aan gesteld, maar ik vraag me echt serieus af of ik wel in een relatie pas. Ik ben veel sterker en niet serviel als ik alleen ben. Kan ik ooit bij iemand zijn zonder mijzelf te verliezen?

Geld
Ik heb stress over geld. Ik weet niet hoe het komt, maar het is op – en de maand nog niet. Ik doe geen gekke dingen, denk ik. Ooit zocht ik op dat een gezin met twee kindjes 2400 euro per maand nodig heeft voor volwaardige participatie aan de maatschappij. Dat hebben we lang niet. In theorie heb ik een lijstje met uitgaven en inkomsten, en na aftrek van alle vaste kosten, heb ik ongeveer nog 60 euro per week over voor boodschappen. Alleen moet ik soms ook naar de dokter en hebben we wel eens iets nieuws nodig, … Dus lukt het gewoon nooit. Ik wil dat het een keer ophoudt want ik vind het vermoeiend zo.

Luxe
Twee dagen wandelen of fietsen op de Veluwe in de herfst. Daar verlang ik op dit moment heftig naar. Net als: een koffie gaan drinken in een koffiebar. Een keer zomaar iets kleins kopen.
Het is luxe en ik weet het. En tegelijkertijd is dat net wat het leven wat glans geeft, die dingen kunnen beleven met elkaar. Leuke dingen hoeven niet altijd geld te kosten, maar de leuke dingen die een beetje geld kosten, zijn net die dingen die het dagelijkse bestaan met zijn uitdagingen (haha, ik spreek niet meer over problemen, heb ik geleerd van een iets te vlotte interim-adviseur op het werk) even op een ander level tillen. Op de soepvakantie heb ik gezeten met een kopje koffie in de hand, naar mijn jongens gekeken en ik was even helemaal weg van alles. Ik teer nog steeds op die herinnering. (Zou ik toen hypomaan geweest zijn? :))
Ik weet dat enkele dagen wandelen en fietsen op de Veluwe, of mijn grote droom: naar Texel of Vlieland gaan, onbetaalbaar is, maar tegelijkertijd onbetaalbaar diep intens samen zijn zou genereren met mijn jongens en met mezelf.
Keep on dreaming, prinses.

Voorzienigheid (I)
Ik was al een tijdje aan het broeden op het eventuele kopen van een diepvriesje. Ik ben jammerlijk onbesluitvaardig als het op sommige dingen aankomt. Ik vergeleek diepvriesjes en bedacht ecologische voor- en nadelen. Het argument pro was dat ik minder eten zou weg gooien (ik maak vaak te veel soep) en me iets beter zou kunnen organiseren, met als winst: quality time voor jongens en mij, meer energie.
Ik schoof de beslissing op, omdat ik nu eenmaal niet zomaar 300 euro kan uitgeven. En toen kreeg ik een mailtje van iemand met de vraag of ik een diepvriesje dat ze nog ergens staan hebben en dat exact van het type was dat ik zocht (klein, zuinig), zou willen.

Voorzienigheid (II)
In mijn targets van het werk staat dat ik een cursus moet geven. Bij een bepaald aantal deelnemers kan de cursus doorgaan. Ik deed al het nodige, maar het aantal inschrijvingen bleef ondermaats. En plots regent het nieuwe namen en lijkt alles goed te komen.
Ik weet soms niet waar ik de dingen aan verdien.

Pijn
‘Moeke heeft de auto pijn gedaan.’
Ik schaam me dood. Het nieuwe karretje is zwaar gehavend. Ik ben al een tijdje te gejaagd, omdat ik stress heb. Voor mijn bijberoep, voor mijn werk. We gingen een oude mevrouw ophalen die geen familie heeft en hier een drietal keer per jaar op de koffie komt. Ik was later dan gepland en er was gedreins op de achterbank. Op haar oprit heb ik de bocht fout genomen. Er zit letterlijk een knoop in mijn maag. Omdat ik me schaam, omdat ik het op het werk moet zeggen, omdat het stom van me was, omdat er kosten aan verbonden zijn, omdat het me tijd en energie zal kosten en wat geregel. Ja, er zijn ergere dingen. Maar verdorie toch.

Huidhonger
Soms doet het gebrek aan aanrakingen – we tellen even een onstuimige kleuter en peuter niet mee – fysiek pijn. Mijn huid hongert. Het gaat niet eens om seks, al zou dat ook nog wel eens van pas komen. Laatste aanrakingen waren van de ondeugdelijke man. Ik herinner me de sterke armen met omhelzen, de achteloze aai zo nu en dan, het peinzend kneden van mijn voet tijdens het praten. Van de Dirk-aanrakingen weet ik al niets meer, al moeten die er wel geweest zijn. Het is eenzaam, niet aangeraakt worden. En tegelijkertijd is het zo moeilijk om het wel toe te laten. Ik ben niet iemand die vlotjes overstag gaat in fysiek contact. Soms denk ik er aan het te kopen. Zoals: een massage om de huidhonger te voeden. Maar ook dat is niet hetzelfde denk ik, en dat hoort weer onder een categorie van luxe die onbetaalbaar is. Dus blijft het even bij die plakkerige kinderhandjes, de knieën die me zwaar stompen als ik koppig blijf slapen en de mannen over me heen achter elkaar aan gaan ’s ochtends, babybroer zijn slapend hoofd dat zich in mijn buik boort midden in de nacht – hij schurkt altijd met zijn hoofd tegen me aan.

Bodem

Bodem. Hoi. Hoi Again.

Ik had gehoopt je even niet meer te moeten aanschouwen. We hebben veel tijd samen doorgebracht, en het was genoeg voor mij. Het volstond, ruimschoots.

En nu ben je daar weer. Ben ik daar weer.
Wat er gebeurd is? Ach, Bodem. Alleenstaande moeder met baan zijn is zoals topsport doen zonder ooit kans te hebben om eer te halen, kans op een medaille. En dat weet je, tijdens de wedstrijd, dat het kansloos is. Dat je de kinderen niet tevreden houdt, de e-mails niet beantwoord krijgt, de rekeningen niet betaald, de vloer niet gestofzuigd, de vergaderingen niet voorbereid, de vermoeidheid niet bij geslapen. En toch moet je rennen. Je geraakt achterop, het is allemaal niet meer in te halen, de afstand tot de winnaars groeit, het  wordt erg hopeloos allemaal, en toch moet je rennen, tot je hart bijna uit je lijf pompt, de wallen je kin onderhand eens bereiken en je in staat bent je kinderen een klap te verkopen van de frustratie. Wat je niet doet, dat is onder de bodem en dat doe je niet.

Hoe het zo ver is kunnen komen? Drukke weken op het werk, wat extra activiteiten, Kind Kaneel – de huidige naam van Babybroer wiens handje zo heerlijk naar kaneel ruikt – die weer elke dag varieert tussen 4u en 5u om wakker te worden. Een paar keer laat op de baan geweest en dan alle energie nodig gehad om op de donkere wegen op verantwoorde wijze 200 km te rijden. Die dingen. Beseffen dat de werkweken loodzwaar zijn en de weekends nog net iets zwaarder, met Kindje Kaneel en Broer die in een razend tempo tussen energiek, verveeld, moe boos, hysterisch, blij, … schakelen. Het totale ontbreken van prutstijd, want er moet altijd iets omdat ik intussen zo hopeloos achterop ben met zo veel dingen. Met slapen, met administratie, met werk, met leuke mama zijn, met … Nou ja, you name it, Bodem.

Weet je wat het vervelendste is, Bodem, als ik bij je ben? Dat ik totaal geen energie meer kan opbrengen voor dingen die me energie geven. Gaande van een deftige maaltijd waar ik wat vitaminen uit haal, tot een activiteit met vrienden die me deugd zou kunnen doen. Ook mijn besluitvaardigheid valt onmiddellijk weg, waardoor het heel moeilijk is om actie te nemen, een plan uit te stippelen waarmee ik jou weer kan verlaten. Of gewoon: om iemand te bellen om hulp te vragen. Of hulp te aanvaarden als die geboden wordt.

Het is huilen naast de stofzuiger omdat je het echt niet kan hebben dat je nog 10 minuten moet. Het is ‘laat me nu eens even gerust’ zeggen tegen de kinderen. En daar al spijt van hebben terwijl je het zegt. Het is je telefoon niet meer opnemen, je smsjes niet meer beantwoorden, je mails niet meer willen openen. Het is struisvogel worden. Het is je telefoon pakken om een activiteit waar je naar uit gekeken had af te zeggen, en nog voor je bij de tweede zin komt keihard zitten huilen wat altijd erg stupide klinkt als je aan het bellen bent. Het is boos worden op mensen die dingen van je verwachten, ook al zijn die verwachtingen niet onredelijk. Het is schijt hebben aan dingen, alles kotsbeu zijn en in een comfortabele staat van desinteresse komen. Het is vijf pralines eten als middagmaal. En daarna nog eens drie.

Bodem. Zullen we afspreken dat ik weg kan van je als ik weer alle leuke dingen schrap, even doorga met om 21u te gaan slapen en een kuurtje ijzer en magnesium en multivitaminen start?

Eén ding moet ik je nageven, Bodem. Je bent trouw, altijd ergens in de buurt.

P.

Alle tinten grijs

Thema’s op deze blog

Op deze blog schrijf ik vooral reflecties over het alleenstaande moederschap, mijn kinderen, mijn werk, combinatie werk-gezin, wat over hoe ik me organiseer. Mijn intentie was ook te schrijven over ‘groene’ thema’s, ecologie dus, maar eigenlijk vind ik onze vrij groene levensstijl zo vanzelfsprekend dat ik er niet veel over te zeggen vind. Het stroomtekort deze winter zal niet aan ons liggen. We hebben spaarlampen, geen tv, geen grote computer, geen enkel ander tabletachtig ding, dat een beetje energie slurpt. De verwarming staat af of op maximum 19 graden, en enkel in de kamer waar we ons bevinden. We bevinden ons met z’n drietjes altijd op een kluitje: Babybroer aan mijn rok of op mijn arm, Kleuterzoon op mijn hielen. Verder was ik enkel ’s nachts en dan nog in eco-modus, en hebben we twee droogrekjes in plaats van een droogkast. Er staat een auto op de oprit, om mee te leren rijden. Maar die zou ik liever niet hebben en ik kan niet rijden, dus die staat daar maar wat. Mijn grootste ‘zonde’ is koken: ik kook graag en dagelijks, wat inderdaad wat energie zal vragen. En in de keuken staat een radio die vaak op staat.

Maar daar ging het niet over. Het ging over thema’s op mijn blog.

Verder dan mijn neus lang is

Het zal misschien lijken alsof ik niet verder kijk dan mijn neus lang is, enkel met mezelf bezig ben en mijn ini-mini-gezin, of dat ik nergens een mening over heb, omdat ik nooit luid van de daken schreeuw wat ik ergens van vind.

Ik vind wel dingen, maar ik denk niet meer zwart-wit, enkel in schakeringen grijs. Soms denk ik zo ‘genuanceerd’ dat ik er zelf gek van word, ik blijf maar twijfelen aan alles.

Grijze materie

Wat voorbeelden.

1. In de leesclub werd de vraag gesteld over het boek dat we hadden gelezen, wie het een goed boek vond en wie niet. Dat lijkt een makkelijke vraag, maar voor mij is dat niet zo. Ik kan daar onmogelijk op antwoorden. Ik kan wel zeggen dat ik het graag gelezen heb, of niet, en ik kan inhoudelijke opmerkingen maken over welke punten ik sterk vond, waar ik op mijn honger bleef zitten, welke zinnen ik storend vond en welke verhaallijnen en personages geloofwaardig of net niet. Maar stellig beweren: ‘ik vind het goed’ of ‘ik vind het niet goed’ kan ik niet. Op een gegeven moment werd ook de vraag gesteld of het boek seksistisch was geschreven. Ook daar kan ik niet op antwoorden. Ik heb wel beelden bij wat seksistisch is, maar dan wil ik seksistisch heel graag samen definiëren, vooraleer het gesprek plaats vindt over of het boek seksistisch is of niet, omdat ik anders dus denk dat we allemaal antwoorden op een verschillende vraag, elk met onze eigen definitie van seksisme in het achterhoofd dus. En dan kan ik dus niet antwoorden op een relatief simpele vraag.

2. Op facebook heb ik wat ‘schreeuwers’ onder mijn contactpersonen. Mensen die het uitschreeuwen van verontwaardiging, op een vrij cynische manier. Een recent voorbeeld is een post à la: er is geen plaats genoeg voor alle kinderen in de Brusselse scholen, maar luxeverzuim, dat is pas een probleem!
Ik deel de verontwaardiging over het gebrek aan plaatsen voor de Brusselse kinderen. Kinderen hebben recht op onderwijs. Uitroepteken! En de overheid zou moeten voorzien in voldoende plekken om die kinderen van dat onderwijs te laten genieten. Punt. Maar om dat dan tegen luxeverzuim te gaan afzetten en er op vrij cynische wijze over te gaan schreeuwen? Nee, dat kan ik niet. Ik zie verbanden tussen beide topics (namelijk: het gaat beiden over onderwijs, en je zou kunnen zeggen dat het jammer is dat het beleid aandacht besteedt aan luxeverzuim maar er niet in slaagt om alle kinderen een rechtmatige plek te geven in een klasje), maar ik zie geen causaal verband (als jullie dat wel zien, mogen jullie het me uitleggen). En dan vind ik het erg jammer dat een zeer terechte verontwaardiging op een manier geuit wordt die de aandacht van het topic afleidt omdat je plots met een soort nep-tegenstelling zit, en op een manier waardoor de nuances uit het gesprek verdwijnen. Reacties op zo’n post zijn allemaal doorspekt van cynisme, er is weinig constructiefs te zien, en tja. Tja.

3. Ik zou heel graag een andere regering willen. Of alleszins andere accenten in het beleid. Groene accenten, ik wil een andere soort maatschappij dan op dit moment in-de-maak is. Zelf ‘verzuip’ ik er in, ik zit geloof ik onder de officiële armoedegrens met mijn gezinnetje, al werk ik 4/5 in een mooie functie en heb ik twee universitaire diploma’s. Het moet voor mij financieel niet nog krapper worden, en tadaa, met deze regering zal dat zeker wel gebeuren. Dus ik kan heel goed inschatten dat deze regering voor gezinnen, en vooral voor éénoudergezinnen of kansarme gezinnen, geen interessant beleid voert. Maar ik kijk ook met lede ogen naar stakingen en betogingen, omdat het altijd lijkt te leiden tot uitwassen (beginnen in café, geweld, dingen in brand steken, maar ook treinen die niet rijden en mensen die niet op hun werk geraken, of niet op tijd bij hun kinderen, …). En ik vind ook wel dat er iets moet gebeuren, omdat een aantal dingen, zoals de pensioenregelingen en de regelingen rond werkloosheid, niet kunnen blijven duren zoals ze in België zijn geregeld. In Nederland, waar ik vaak ben, is pensioen op 67 algemeen aanvaard, daar is een soort ‘nuchterheid’, mensen calculeren het in want we weten dat het niet anders kan. Terwijl bij ons 65 meestal nog een groot probleem is. Daarnaast betalen de Nederlanders tegen de 2000 euro inschrijvingsgeld voor een jaar studeren, waarbij onze 1000 euro nog steeds meevalt (al zet ik nu al elke maand een belachelijk klein bedragje opzij om de mannekes later te kunnen laten studeren). En werkloosheidsuitkeringen zijn er beperkt in de tijd, maar de begeleiding om banen te vinden lijkt ook beter. Bovendien zie ik in Nederland veel meer integratie van allochtone bevolkingsgroepen en mensen met een handicap, bijvoorbeeld aan universiteiten. Maar daar wordt ook harder op ingezet en de lat wordt hoger gelegd. En bijvoorbeeld eisen rond inburgering vind ik daar ook getuigen van een zeker respect, omdat je mensen daarmee uitnodigt om deel uit te maken van de samenleving, en niet aan de rand ervan in het eigen kringetje te blijven draaien. En daar wordt zelden gestaakt bij mijn weten. Hierbij weer de nuance dat ik Nederland niet de ideale maatschappij en politiek vind hebben, maar ik zie wel dat een aantal dingen ‘onvermijdelijk’ zijn in deze nieuwe tijden, die daar op een rustigere manier ingang lijken te hebben gevonden, terwijl er in België auto’s in brand gestoken worden.

Alleen maar gemaar

Ik vind dus wel dingen, bij allerlei actuele thema’s. Maar als ik ze wil opschrijven, moet ik de ene ‘maar’ na de andere toevoegen.

Ook in gesprek met mensen neem ik zelden duidelijk stelling in. Ik heb wel gedachten over de dingen en ik heb zeker wel interesse, maar wie ben ik om een positie in te nemen? De meeste problemen zijn zo ongelooflijk complex dat ze met zwart of wit niet op te lossen of te beoordelen zijn denk ik. O, dat lijkt heel stelling geformuleerd van me. Dan toch ;).

Luxe!

Bij De Standaard van dit weekend zat een extra groot DS Magazine, over Luxe. Eerst met grote ogen, daarna enigszins verveeld en soms ook geërgerd, bladerde ik het door. Ik zag hotelkamers van 2500 euro per nacht, kleding waar ik niet eens in gezien zou willen worden, las het verhaal van mensen die geleend hadden om een jurk te kopen of gespaard voor een horloge. Beiden (jurk en horloge) had ik trouwens niet aangenomen als iemand ze me had willen geven, wegens ‘bwaa’. Maar ik heb vast geen smaak. Ik las een verslagje over een zevengangenmenu, met aangepaste wijnen, en bedacht dat ik waarschijnlijk doodziek van tafel zou zijn gekomen, aangezien ik eenvoudige, vegetarische kost gewend ben, met zo weinig mogelijk dierlijke producten/zuivel, en alcohol voor mij meer een uitzondering dan een regel is.

Aanvankelijk was ik van plan om ‘mijn idee van luxe’ te delen. Ik had vijf dingen opgeschreven, die zo hard lijken op de dingen waar ik over schrijf als ik het over zegeningen heb, of over niet te vermijden gelukservaringen, dat ik het zelf wat déjà vu vond. (Voor diegenen die het nog niet gezien hebben: https://prinsesopdekikkererwt.wordpress.com/2014/10/09/mijn-liefste-uur/ en https://prinsesopdekikkererwt.wordpress.com/2014/09/11/zegeningen-tellen/ )

Wat ik ook wou vertellen, maar wat veel moeilijker op te schrijven is, is mijn gevoel van ‘vervreemding’. Eigenlijk heb ik me altijd al ‘anders’ gevoeld. Niet dat ik er heel raar uit zie, of een soort freak ben (dat denk ik toch niet). Maar altijd al waren er dingen die mensen deden, en die blijkbaar ‘leuk’ waren, waar ik me niet in kon vinden. En waarvan ik ook echt niet kon begrijpen dat mensen ze leuk vonden.
In de lagere school: bosklassen. Het idee om een hele week met mijn klasgenoten en leerkrachten dag en nacht samen te zijn, zonder één moment voor mezelf – behalve dan op toilet. Een verschrikking.
In de middelbare school en later op ’t unief: fuiven, op café gaan en dronken worden. Ik had een erg saai imago, want ik piepte er altijd tussenuit als één van die dingen gedaan ging worden. Een fuif is een regelrechte verschrikking voor me: het lawaai, het licht, de geuren, de mensen, de beweging, het beukt er allemaal zo in bij mij dat ik overstuur geraak en soms zelfs moet braken van de prikkels. Zo kan je natuurlijk ook wel weer cool lijken, als het geïnterpreteerd wordt als een zeer snelle dronkenschap met bijhorende ellende. Maar nee, jammer genoeg niet cool. Prikkels dus. Over een kermis wandelen ’s avonds kan me trouwens hetzelfde gevoel geven. Een soort kopstoot, door al die mensen, geuren, kleuren, beweging. Ik word er instant ellendig van, met trillende benen en een maag die omdraait.
Op café gaan is ook een moeilijke: de concentratie die het vergt van me om een gesprek te volgen als er om me heen overal geluiden zijn, bewegingen, geuren… Nee, dat red ik niet. Een koffiebar kan ik dan weer wel aan. Daar vind ik de prikkels trouwens meestal wel lekker: de geur van koffie, een bepaald soort mensen, kranten die er liggen, in het beste geval ook boeken. Fijn.
Maar even terug naar de verschrikkingen. Als student vond ik het ook onbegrijpelijk dat zoveel mensen lid werden van een studentenkring, en dan elke avond met dezelfde mensen doorbrachten op activiteiten die ik ofwel te druk vond, ofwel een beetje kinderachtig, ofwel gewoon geen echte meerwaarde. Ik werd lid, maar liet me niet dopen en ging niet naar de activiteiten, tenzij het echt niet anders kon. Ik ben er zeker van dat velen me asociaal hebben gevonden, maar ik heb via via ook gehoord dat het iets mysterieus had voor sommigen waardoor mijn aantrekkingskracht erdoor versterkt werd. Ook goed.

En bij die luxe uit DS Magazine bekruipt me hetzelfde gevoel, maar dan gelukkig zonder de prikkels. Ben ik nu gek omdat ik hier niets van snap? Heb ik geen smaak? Of zijn mensen die lenen om een jurk te kopen ‘gek’ (in de brede betekenis van het woord, zeg maar in de zin van ‘afwijkend’)?