Schemer

We zijn even terug waar we vandaan komen. In een kleine studio spelen we huishouden. Zonder de Man, want die gaat gewoon werken en schilderen en reist ons pas in het weekend achterna.

Ik rijd de glooiende heuvels op en af. Het is de beste periode van het jaar om hier terug te zijn. Alles staat in bloei, het groen ruist.

Alles is vertrouwd. De kale man van de supermarkt. Het rijden door deze streek. De kakafonie van bouwstijlen. De bossen – nooit ver weg hier.

Alles is hetzelfde gebleven en anders geworden. De buurjongen heeft plots een bos haar om u tegen te zeggen. De vrienden hebben dezelfde lach, maar een ander huis. We eten pannenkoeken op een Brussels dakterras. We drinken koffie op een nieuwe Leuvense plek. We zien de jonge mama met haar heldere blik, die zo vol professionaliteit over haar baan praat. De buurvrouw van toen heeft nog steeds heerlijke koffie en een mooie blik op de wereld. We praten met de vriendinnen die al twee keer onze kant uitkwamen en waarvan ik altijd denk dat ik zo ongelooflijk blij ben dat ik hen ken. We lunchen met een vriendin die ik vroeger wekelijks zag, meermaals. Waar is die tijd plots naar toe? We gaan langs bij vrienden uit een te ver verleden, en ik weet weer waar ik vandaan kom.  En hoe groot de spreidstand is met het leven nu, in de Nederlandse stad, met de Nederlandse Man.

Ik mis de Man. De dagen zijn zo gewoon geworden, en ergens in al die gewonigheid ben ik me heel erg aan hem gaan hechten. Ik schrik er bijna van hoe erg ik gehecht ben aan die Man die ik zelf niet had kunnen verzinnen. De Man zonder praatjes. De Man die elke dag op hetzelfde uur thuis komt. De Man die goed is in de dingen die hij doet. De Man die met de kinderen stoeit ’s avonds. De Man waar ik om heen sluip omdat ik leer hem zacht te benaderen.

Er zijn ook dutjes. Uren op bed omdat het te veel is. En nu is de avond gevallen. Schemer stijgt op uit de velden rondom. Alles doet pijn in mijn lijf. Ik lonk naar de fles roosvicee ferro. Mijn buik bolt en beweegt. Soms denk ik dat ik de meisjes niet genoeg voel. Soms doen hun bewegingen pijn. Ik kijk op tegen de nacht, want de nacht brengt meestal kramp, maagzuur, tintelde armen, gepieker en slapeloosheid. Ik weet dat alles wat hapert in mijn hoofd komt omdat ik al een hele tijd geen goede nacht meer heb geslapen. Dat het wel goed komt.

Toen ik doodziek met Kerst op het werk was, had een collega van een andere afdeling haar tweeling verloren. Het waren twee jongetjes. Ze hebben niet geleefd buiten haar buik. Tijdens de kerstviering zaten haar collega’s er verslagen bij. Mijn buik bolde al, ik wist al dat er twee kindjes op komst waren, ik wou me verbergen om niemand pijn te doen.
Op zaterdag koop ik ‘mijn krant’, De Standaard. Laatst knipte ik daar voorzichtig het stukje van Eva Mouton uit, over haar tweeling. Geboren en gestorven. Ze was slechts enkele weken minder ver dan ik. Ik volgde haar blijdschap en voelde me er natuurlijk erg mee verbonden, hoewel we in een ander schuitje zaten. En nu gaat er geen dag voorbij zonder dat ik aan haar schuitje denk. Het maakt me tegelijk nederig, dankbaar, intens verdrietig, kwetsbaar. Ik had het hen zo anders toegewenst.

Vaak durf ik niet geloven dat ze echt komen. Maar ze zijn er al. Als de Man zijn hand op mijn buik legt, zwemmen ze naar hem toe. Vooral de dame rechts is nogal dol op haar vader en reageert met uitbundig getrappel op zijn hand. Misschien heeft ze ook gewoon meer plek. De dame links ligt al tijden met haar hoofdje naar beneden, klaar om eerst op de wereld gezet te worden. Haar bewegingen zijn wat bedachtzamer en spaarzamer.
Ik wil het lot niet tarten. Maar op een dag zit ik toch naast de Man die het koopcontract van de zevenzitter tekent. Het flitst door mijn hoofd dat ik hoop dat de plekken ooit echt gevuld zullen zijn. Plots kan ik me ook voorstellen hoe we de kindjes meenemen uit het ziekenhuis, de maxi cosi’s in de auto klikken, op weg gaan, thuiskomen met hen. De tranen prikken. Het wiegje is slechts een paar muisklikken verwijderd. Maar durf ik het? Wat als het, of de helft ervan, leeg blijft? Idem voor de stoeltjes, de IKEA-bedjes, de maxi-cosi’s. Waarom zou het mis gaan? Waarom zou het zomaar goed gaan?

 

 

 

 

Advertenties

Kakmadam

Het is een dag waarop ik al moe ben na het ontbijt. Ik sluimer even, terwijl de jongens in de kamer ernaast spelen. De week voordien heb ik bijna elke dag geslapen. In de ochtend én de namiddag. Het is oneerlijk dat ik niet minder moe word van slapen. Ik draai kringetjes in mijn hoofd. Is het vermoeidheid van twee baby’s maken? Is het moe van de voortdurende pijn? Het gesleep met de megabuik? De bekkenpijn die met niets te vergelijken is, behalve met voortdurend stekende messen in je botten? Is het moe van de laatste jaren? Is het moe van depressief?

In de namiddag ga ik met de jongens naar de binnenspeeltuin. Ik app de Man een foto. ‘De hel,’ schrijf ik erbij. De tafeltjes zijn vuil en plakkerig, het is enorm druk, overal schreeuwen en huilen kinderen, en drinken ouders o.a. bier en eten friet. Geuren vermengen zich, ik voel me benauwd.

Ik kijk. De jongens zijn fysiek intensief aan het spelen. Samen en apart.
Ik zoom uit en voel me een kakmadam. Ik werk niet, ik heb tijd om met mijn bolle buik hier te zitten terwijl mijn kinderen spelen. Iemand poetst intussen ‘mijn’ huis en mijn Man verdient de kost.

Thuis neem ik enkele lepels Roosvicee Ferro, boven op de gewone ijzer die ik dagelijks slik. Ik heb de indruk dat ik er een beetje door kom. Mijn hoofd werkt. De zwaarte glijdt uit mijn ledematen.

Ik kook. We hebben een avond samen zoals die hier gaan. We eten. De jongens doen hun pyjama’s aan. We kijken samen Sesamstraat en eten dessert, sojayoghurt met aardbeien. Na het avondeten poetsen ze hun tanden. Ik lees nog een boekje voor.

De jongens zijn druk. De jongste probeert heel de tijd indruk te maken op de oudste. We verliezen alle contact met hem, hij ook met zichzelf. Het is bloedirritant omdat ik de hele dag de kwade moeder moet zijn als ze in die dynamiek zitten.

Later praten de Man en ik er over. Ik vertel dat ik mezelf er in herken. Jezelf niet meer kunnen voelen als er anderen zijn. Dat het zo gekomen is, met de ex. Dat ik niet goed bij mezelf kan blijven. Niet dat ik indruk probeer te maken op anderen, maar ik neig gewoon heel erg naar beantwoorden aan hun verwachtingen. Dat ik dat met hem ook heb. Dat ik bij zijn ‘verwachtingen’ mijn eigen plannen en voornemens heel makkelijk verlies. Maar hij maakt er geen misbruik van. De ex deed dat wel.
In mijn hoofd denk ik dat het daarom zo complex is voor mij om te werken en contacten met mensen te onderhouden. Ik moet bij mezelf leren blijven. Ik weet vaak gewoon niet wie ik zelf ben of wat ik wil. Ik ben schuw om mezelf te beschermen.
We praten verder. Dat het niet leuk is, de dynamiek met de jongens. Dat we het moeten doorbreken. We weten niet hoe. En verder. Over kinderen. Hij vertelt dat hij dat niet persé wou, een gezin met vier kinderen. Over zijn eigen thuis met vier kinderen en niet zo ideaal. Bij ons vroeger idem, zeg ik. Idem. De rommeligheid. De interacties. De dynamiek. De dingen van vroeger die kleuren hoe ik vandaag beleef. Ik snap plots weer zo goed waarom ik in opperste verwarring ben, heen en weer geslingerd tussen blij-en-dankbaar om de baby’s en dit gezin, en de angst dat er niets van me overblijft. De wens om hier te zijn en te zorgen, en het verlangen om heel ver weg te rennen. Het conflict van willen wat ik wil, namelijk voor mijn baby’s zorgen, thuis zijn.

Hij zegt dat ik een binnenspeeltuin de hel mag vinden. Dat ik mezelf niet moet verplichten dankbaar te zijn. Dat ik vast al leukere dagen heb gehad. Ik begrijp wat hij zegt, en tegelijk wil ik ook blijven beseffen dat ik geluk heb. Als je me jaren geleden dit als optie had gegeven, zeg ik hem, had ik er zonder meer voor getekend. Want eerlijk? Er waren tijden zonder geld voor binnenspeeltuinen, zonder energie, zonder auto om erheen te gaan. Er waren dagen die eindeloos duurden in een kil huis, en niemand die ’s avonds thuis kwam.

Dat het al anders is, zeggen we tegen elkaar. Dat ik mijn moeder niet ben, dat hij mijn vader niet is, dat ik zijn moeder niet ben en hij zijn vader niet is. Dat de rommeligheid meevalt tot nu toe. Dat we blij zijn met wat we krijgen, ook al krijg je soms meer dan je wil.

Later vouw ik de was (wanneer heb ik voor het laatst na het avondmaal nog op mijn benen gestaan?! Ik leg een infuus aan met roosvicee ferro!). Hij komt de kamer binnen. Ik omhels hem. Ik zeg hem dat ik mijn best ga doen, dat het anders wordt.

Het ijle

Verschillende keren per dag denk ik dat ik niet meer weet waar ik gebleven ben. Of misschien doet dat ‘ik’ er niet meer zo toe. De dagen zijn egoloos en ik ben helemaal naar binnen gekeerd. Een dag kan makkelijk voorbij gaan met een dutje, fruit eten in de zon, wat rommelen in de keuken, wat lezen. Ik ben helemaal ambitieloos. Daar maak ik me vaak zorgen over – komt het ooit nog terug? Kom ‘ik’ ooit nog terug? Wie was ‘ik’ alweer?
Het blijft voelen alsof ik zwanger zijn in uitersten beleef. Zijn andere zwangere vrouwen een beetje van de wereld, ik ben totaal op een andere planeet.

Ik merk dat er iets niet meer werkt in mijn hoofd. Ik kan dingen niet meer ‘samenbrengen’. Een gerecht bestaat uit verschillende smaken (waarvan sommigen storen of overheersen), maar vormen geen geheel meer. Een boek is een opeenvolging van zinnen die niets met elkaar te maken lijken te hebben. Muziek is een bijna niet te verdragen samenvoeging van klanken. Het stofje dat je in je hoofd nodig hebt om verbanden te zien, de dingen te laten samen vloeien, is op. Of weg. Ik bevind me in een heel absurde wereld daardoor.

In al dat naar binnen keren, zie ik bewegingen doorheen mijn leven lopen die ook maatschappelijk spelen. Alsof alles wat in het groot speelt, ook in het klein speelt bij mij. Ik vind het erg intens om die dingen te ervaren en overdenken. Er was het alleenstaande oudervraagstuk – iets wat maatschappelijk gezien steeds meer speelt en veel impact heeft op ouders en kinderen. Intussen is er de blijvende vraag naar de verhouding tussen moederschap en arbeid. Ik denk en dacht altijd dat ik feministisch ben, maar nu weet ik niet meer wat feministisch betekent. Laatst stond een jonge vriendin met haar baby naast me. ‘Hij moet maar eens in een ritme komen en me ’s nachts laten slapen, want ik ga bijna weer aan de slag,’ zei ze. Het kind was 10 weken, ik vond het zo schrijnend. Dat bedoel ik niet culpabiliserend, maar ik vind het raar dat we het normaal vinden dat een baby van 12 weken zou doorslapen, omdat wij dan weer gaan werken. Ik denk dat een Zweed zo’n uitspraak nog nooit gehoord heeft. Daarbij denk ik ook aan de pleidooien van Celia Ledoux. Ik vond haar altijd nogal fel, bijvoorbeeld over kinderopvang, maar intussen denk ik ook dat het nogal raar is om acht baby’s toe te vertrouwen aan één verzorger, waardoor het noodzakelijke fysieke contact beperkt blijft tot de verzorgingsmomenten. Hoewel mijn kinderen  altijd in de kinderopvang hebben gezeten en daar ook veel baat bij hebben gehad, bijvoorbeeld in het contact met andere kinderen en de geboden structuur.
Anyway, in mijn leven speelt het nu ook. Wat ga ik in godsnaam met die baby’s doen? Het vage plan is nu thuis te blijven tot ze acht maanden zijn met het opnemen van ouderschapsverlof, maar ik heb geen enkel idee of ik daarna terug het leven wil dat we hadden – beiden aan de arbeid, de kinderen enkel ’s ochtends en ’s avonds een uurtje bij ons (en zoals iedereen weet moet er in dat avond-uurtje best veel gebeuren).

Afgelopen week ontdekte ik nog iets dat zich in mijn leven ‘in het klein’ afspeelt, wat maatschappelijk al langer speelt. Mijn atheïstische Man en ikzelf moesten naar een huwelijk. Ik ben totaal opgegroeid binnen de Kerk en heb er altijd veel affiniteit mee gehad, maar nu zaten we daar en keek ik met stijgende verbazing naar een soort poppenkast. De huwenden werden constant benoemd als ‘uw dienaren’. Voor de vrouw werd het gebed uitgesproken dat ze hopelijk een warme thuis kon creëren voor de kinderen die God hen zou schenken. Er liepen acht mannen met een jurk vooraan, er werd met wierook geschud dat het een lieve lust was en er werd een preek gehouden over liefde, waar ik me echt van af vroeg wat de man ik kwestie met zijn goede adviezen ervan af wist.
Ik weet ook wel dat er andere vormen zijn en dat dit nogal hardcore katholiek was, maar de totale vervreemding van iets dat me zo vertrouwd is geweest, maakte dat er nog meer grond van onder mijn voeten verdween.

Zou ik apathisch geworden zijn? Of erg onthecht?
En waarom staat hier niets over in de zwangerschapsboekjes?

 

Update van een Walrus

20 weken ver. Formaatje Walrus. Ik groei plots enorm hard. Een update.

  • Kleding en ondergoed. Ik heb twee zwangerschapsjurken gekocht in een echte zwangerschapswinkel, en ééntje van 6 euro in de H&M. Ik vond het bijna absurd om geld uit te geven aan iets dat ik maar tijdelijk gebruik, maar het was ook erg confronterend. Vroeger waren er zo weinig middelen voor dingen die ik nodig had (de ex werkte nooit genoeg) en voelde ik me vaak zo een sukkel. Bij mijn erge bekkeninstabiliteit bijvoorbeeld had ik veel kiné nodig en maakte ik me heel de tijd zorgen over de prijs daarvan. Ik neem mijn ex soms nog steeds kwalijk dat ik voor alle kosten alleen opdraaide, van ziekenhuiskosten tot kiné, van babyspullen tot mijn eigen postnatale pijnstillers. Destijds was die kraampremie die je kon krijgen (1000 euro geloof ik) echt een soortement redding om de heel noodzakelijke dingen  te kunnen kopen, en nu koop ik gewoon twee jurken (ok, en een bikini) in een winkel. En ondergoed dat mijn buik ondersteunt. En dat kan gewoon. Aarghl. Instant schuldgevoel ten opzichte van de moeders die het minder goed hebben. Op mijn eigen beperkte manier probeer ik daar ook iets voor te doen, maar dat is private.
  • Even vrij. Het vervelendste aan een zware zwangerschap is dat je niet even pauze kan nemen. Toen ik bij wolferien las dat zelfs poepen pijn deed tijdens haar tweelingzwangerschap, kon ik me daar niet zo veel bij voorstellen. Nu denk ik op toilet elke dag aan haar ;). Liggen doet pijn, zitten doet pijn, staan doet pijn, elke stap doet pijn, slapen is moeilijk. Kortom. Pijn. De Man had op een dag het ingenieuze idee dat we uit eten konden. Hij reserveerde bij een sterrenrestaurant (eerste keer voor mij) om 20u ’s avonds. Ik lag de godganse dag op de bank, me af te vragen hoe ik het in godsnaam zou redden. Acht uur is de tijd dat ik normaal gezien kreunend op de bank lig/moedeloos naar bed ga. Het idee dat ik ettelijke uren op een stoel zou moeten zitten, was enigszins verontrustend. Maar we gingen toch, en oooo, het was alsof ik even een pauze had van zwanger zijn. Ik vergat het bijna :). De stoelen waren erg comfortabel, het hielp ook dat iemand me vakkundig de stoel onder mijn kont schoof. Verder wervelde er bediening om ons heen, met allerlei goede suggesties voor niet-alcoholische aperitiefjes en cocktails. Ik hoefde zelfs niets te kiezen, ze verzonnen het voor mij. Het eten was geweldig en ondanks de vijf gangen niet te zwaar, en ik ben aan de arm van de Man zelfs gewoon naar huis gesukkeld. Kortom. De Man heeft gescoord. Ik was uitgeteld achteraf, maar een keer leuk moe in plaats van gefrustreerd moe, en dat is ook wat waard.
  • Minder werken. Vanaf morgen werk ik vier uur per dag in plaats van acht, en dat voel ik nu al. Ik zie het veel beter zitten, wetende dat ik naar huis mag rijden en mijn bed in kan duiken, zodat ik dan ’s avonds weer wat waard ben. Ook het hele zwangerschapsprogramma met afspraken met verloskundigen, artsen, fysio, osteo, … is beter af te werken als ik het niet moet combineren met volle dagen werken, dus ik ga ervoor. Acht weken nog voor ik thuis mag blijven. Ik denk dat ik dan in de ochtend wat huishoudelijke taken ga doen, en ’s middags wat ga rusten. En zo langzaam aan toeleven naar de geboorte van de baby’s, die hopelijk pas eind juni/begin juli zal plaatsvinden.

 

Echt contact werkt (geboortezorg)

Het is een enorm ziekenhuis. Van mijn voordeur exact 25 minuten, zonder spits.
Ik moest een half uur op voorhand zijn voor mijn afspraak, en eenmaal in het AMC begrijp ik waarom. Ik kom net op tijd hijgend maar ingeschreven op de juiste afdeling voor mijn afspraak.

Ik ben bij het AMC gekomen omdat hier een poli ‘op maat’ bestaat, voor zwangeren die niet zomaar volgens de richtlijnen willen bevallen. 

Mijn eerste gesprek is met een arts in opleiding. Hij is jong en schattig, met zijn witte jas en stethoscoop. We hebben een echt gesprek van meer dan een half uur. Hij kijkt me aan, maakt contact, vraagt door. Ik ben verbluft, en denk terug aan de korte consulten in dat kleine gezellige ziekenhuis waar ik door twee artsen met de foute naam werd aangesproken en waar één arts zei dat ze me nog kende van gisteren terwijl ik haar nog nooit gezien had.

Daarna vervolgen we het gesprek met een andere arts erbij. Ik krijg echte informatie, en voel me ernstig genomen. We bekijken o.a. ook de tabel met cijfers : hoeveel kans is er dat mijn tweeling afwijkingen heeft? Hoeveel kans is er dat ik nog een kindje verlies, tijdens de zwangerschap of tijdens de geboorte? Bij een identieke tweeling zijn de cijfers nog meer confronterend. De risico’s voor mijn kindjes (eigenlijk twee eenlingen die toevallig samen in mijn buik zitten) zijn er, maar zijn niet verbluffend hoog. Maar het is belangrijke info en het is goed om het er over te hebben.

We kijken nog even naar de kindjes. De baby rechts onder zit met haar lange beentjes gestrekt (ze hebben nu al de lange ledematen van de Man), de links-boven baby zit gezellig met haar handjes te spelen. Kijk. Altijd magisch. (Zouden we elkaar al ontdekt hebben? Lijkt me zo grappig dat ze zich op een dag realiseren dat er daar nog iemand zit.)

En dan ga ik naar de verloskamers kijken. Er zit een sluis in (je kan niet van de gang de kamer in stappen, meer privacy en volgens de verpleegster kan ik roepen zo hard ik wil). Het licht is gedempt. Er is een draagbare CTG. En een douche die ik mag gebruiken. Geen bad. Een baarkruk als ik wil en een bal om mijn weeën op te vangen. Ik kan zelfs op de gang gaan wandelen als ik wil. Echt mooi is het niet, maar hier kan ik baren.

Wat afspraken rijker ga ik langs de Albert Heijn to go (honger!) weer naar de parking. Zo opgelucht. Het kan dus anders, en echt contact met de patiënt is hier blijkbaar een keuze.

[Waarom het zo belangrijk de regie te hebben over je bevalling? Neem hier een kijkje.]

 

Het begint mij te bevallen

Dankzij Coeur bel ik op een ochtend naar de geboortebeweging. Gisteren zat ik nog snikkend bij de verloskundige en voelde ik me overal onbegrepen. Vandaag zegt de stem aan de andere kant luid en duidelijk: ‘je bent niet gek’. En ‘gelukkig zijn er vrouwen zoals jij die zich verzetten tegen het systeem’.

We praten over bevallen en wat ik wil. Speciale wensen volgens mijn eigen verloskundige. Luxe volgens de Man. Gezond verstand volgens mijzelf: een plek waar ik op mijn gemak ben, een dokter die ik ken, dat er niets gebeurt waarvoor ik geen toestemming geef en niet over ingelicht ben, dat er zo weinig mogelijk ingegrepen wordt, dat ik op een baarkruk kan baren en niet op een bed, dat ik tijdens de weeën in bad of in de douche mag om me te ontspannen.

Ze luistert niet alleen, ze reikt me meteen ook hulp aan. Een andere mama met een gelijkaardige situatie die op een goede manier van haar tweeling kon bevallen. Een vroedvrouw die er met mij voor zal gaan als ze tijd heeft en plaats. In het geval dat zij dat niet heeft: een doula die mee naar het ziekenhuis zal gaan, ook voor de bespreking van mijn wensen. En het dringende advies om het niet van één dokter te laten afhangen maar de handtekening van het hele team te vragen.

De voorbije nacht was vreselijk. Ik ben kwaad op de Man, deels omdat ik me niet gesteund voel in mijn zoektocht. Ik heb geen oog dicht gedaan zoals zo vele nachten. De pijn maakt me wakker, de pijn in mijn bekken. En spoken uit het verleden dansen rond mijn bed, elke nacht. Alleen zijn, in de steek gelaten worden, de bevalling, alleen zijn met een baby en een kleuter, de angst mezelf of hen iets aan te doen uit wanhoop, omdat het zo slecht gaat. Het is allemaal voorbij, maar de zwangerschap maakt alle spoken wakker en ik lig elke nacht huilend naar het plafond te staren, tot ik zelf ga spoken in huis omdat een plasje misschien helpt. Of een boek lezen. Of iets eten. Iets drinken. Een slokje spul tegen maagzuur. Tegen vijf uur kan ik meestal weer even in slaap vallen, maar de wekker is onverbiddelijk en wekt me anderhalf uur later.

Het telefoontje maakt me wakker uit het miserabele gevoel. Ik voel me voor het eerst geen patiënt waarvan iedereen denkt dat die rare wensen heeft, maar iemand die voor iets belangrijks gaat. Mijn intuïtie klopt en het is goed dat ik niet toegegeven heb aan het normaal vinden van een systeem waarbij je geen enkele dokter twee keer ziet en je bij de bevalling op een bed vast gegespt wordt.

Vrouwen aller landen, zorg dat je kan baren zoals je zelf wil. 😉

Bevallingskwartier

De afspraak bij de dokter had vier minuten geduurd. Vier. De fietstocht naar het ziekenhuis drie keer zo veel. Het was de derde dokter die ik zag op evenveel afspraken. Deze dokter sprak me eerst met een andere naam aan, maar later bleek het toch de eerste te zijn die meer naar mij dan naar haar computer keek. Ook wat waard.

Of ik de verloskamer eens mocht zien, vroeg ik bij het secretariaat. Na een telefoontje werd ik doorgestuurd. Gang door, lift, gang. Wachten. Daarna kwam er een lieve verpleegster die me toonde hoe de afdeling in elkaar zat.

Voor de verloskamer had ik maar één woord. Triest.
Er stond een klein lelijk zwart bankje (voor de partner). Een bed. Een massieve tv die ik tegen betaling kon laten aansluiten. (TV? Tijdens de bevalling?) Een triest hoekje met een verzorgingskussen voor een baby. Een glazen bedje. Een badkamer met tl-lichten.

Nee, er was geen bad. Nee, de douche mag ik niet gebruiken. Ik mag op het bed liggen. Als ik dat niet wil mag ik misschien wel naast het bed staan, om de weeën op te vangen. Bevallen moest op bed, van een baarkruk was geen sprake. Haha, grapjas. Dat kan niet met een tweeling hoor. (Waarom niet?)

Slik.

Op het moment van de bevalling zijn er ongeveer tien mensen, want de dokters brengen studenten mee. Die doen niets hoor, die kijken gewoon. (Die kijken gewoon?! Op één van de intiemste momenten van mijn leven?)

Fuck.

Weer op de gang kon ik de tranen niet tegenhouden. Wie kan er zo bevallen? Echt, wat voor absurd idee is dit? Een dokter die je niet kent, een kamer vol mensen die je niet kent, tl-lampen, een bed in het midden van de kamer waar je op vastgebonden ligt voor de monitors, een hoekje waar de Man zich mag ophouden op zijn oncomfortabel bankje (kan meneer nog wat slapen… Uhm? Daarop? Ik dacht het niet.).

Fuck.
Ik moet echt heel dringend een oplossing vinden. Want zo gaat het niet gebeuren. Ik voelde mijn lijf al verkrampen door in de ruimte te zijn, laat staan dat ik er twee kinderen moet krijgen. No way.

De komende weken verschijnen nog wat blogjes over dit thema: kan ik een plek vinden waar ik kan bevallen in goed overleg met de dokters, maar ook op een manier die voor mij ok is? (wat vooral betekent dat ik privacy krijg en bewegingsruimte) Ik twijfel om het te delen omdat ik weinig zin heb in eventueel vervelende commentaren, maar tegelijkertijd heb ik zelf veel gehad aan deze stukjes over mensenrechten in geboorte en aan het verhaal van de zoektocht  van andere vrouwen. Gaande van een moment waarop je je realiseert: dit niet (ook al is het voor anderen wel ok), over het punt waarop je aanknopingspunten begint te vinden voor hulp tot het moment waarop je je oplossing bij elkaar puzzelt en hoe dat dan gaat. Dus daarom publiceer ik dit wel.

Moet je maar niet bloggen – reactie op reacties

De commentaren op mijn laatste blog houden me wakker ’s nachts. Ik ben daar echt van aangedaan. ‘Moet je maar niet bloggen’, kan je zeggen. Mijn reactie daarop? Ook achter een blog zit een echt mens, waardoor je niet alles zomaar kan zeggen op elke manier. Je hoeft hier niet te lezen en je hoeft hier ook niet te reageren, maar als je dat wel doet, kunnen we het wederzijds beleefd houden.

Op een aantal dingen wil ik graag ingaan, nadat ik net las dat Kleine Atlas dat ook deed, waarvoor dank. Voor het evenwicht, neem ik ook de positieve dingen mee.

#1 – Sofie – Ik ben weer eens aan het verdwalen in mijn eigen hoofd, zonder zwangerschap dan nog. 

We leven in een complexe wereld en we zijn allemaal complexe mensen. Dankzij Brene Brown (de kracht van kwetsbaarheid, de moed van imperfectie) en specifiek in de blogwereld, kunnen we open zijn over die doolhoven in ons hoofd, over hoe het leven anders is dan we het ons hadden voorgesteld toen we de keuzes maakten die we maakten (en die vaak ook anders zijn uitgedraaid dan we dachten). Ik koester die kwetsbaarheid en weet welke moed er voor nodig is te schrijven over pakweg je strijd tegen overgewicht, je twijfels over om het even wat, je herstel van burn-out, je worsteling met het alleenstaande moederschap. Laten we die kwetsbaarheid bij elkaar nooit aanwenden om een trap te geven of te oordelen.
Bovendien is er iets als veerkracht, en wat ik bij mezelf en een aantal anderen zie, is dat veerkracht behoorlijk op de proef wordt gesteld door tijden van stress die je meemaakt of hebt meegemaakt. Ik heb het drie jaar betrekkelijk moeilijk gehad, nadat ik met baby, peuter en (zijn) schulden verlaten ben door de ex. Soms heb ik het idee dat dat blijvende schade heeft aangericht in het stress-systeem in mijn hersenen, dat er ervaring van wanhoop, eenzaamheid en onveiligheid een soort imprint heeft betekend in mijn brein. Dat zie ik bij anderen ook, IRL of via blogs. Dat een groot verdriet, een doorgemaakte burn-out, … een blijvende kwetsbaarheid betekent, naast ook een flinke portie post-traumatische groei. Tja, ik vind het leven geen picknick in het park. Wie wel?

#2 – Marije – We zien alleen de acties. Niet het (on)vermogen om ergens voor te kiezen (voor jezelf!) en de bereidheid om het schuldgevoel dat dit meebrengt te dragen.

Marije schrijft over mentale ruimte creëren en welk proces dat vraagt. Ik heb er alle bewondering voor en ik dacht inderdaad niet dat het makkelijk is. Melanie schrijft dat ze er groeiend in is. Zo blij, dat geeft me hoop.

#3 – Een lepeltje lekkers – Het hoeft niet alles of niets te zijn.

Ook dat vind ik mooi, mild, hoopvol. Ik was al naar een tussen-oplossing gegaan, namelijk minder gaan werken (van 90 naar 70%), maar zoals in elk leven kunnen er dingen gebeuren waardoor het wat precaire evenwicht dat werk en gezin zijn (ik geloof echt dat dat nergens vanzelf gaat), verstoord kunnen worden. Mij helpt het dan ook uit te zoomen en te kijken naar bv het idee dat je loopbaan een traject van 40 jaar is, waar je niet persé in de drukste jaren met kleine kinderen ook de zwaarste workload zou moeten hebben, maar die luxe is natuurlijk niet voor iedereen weg gelegd. Het hoeft inderdaad niet alles of niets te zijn. Ik ben ook actief binnen mijn werk met mijn baas aan het zoeken naar een stukje stabiele invulling (zijnde: werk dat ik gewoon op kantoor kan doen), om het in deze periode wat makkelijker te maken. Helaas nog niet gelukt. Maar het hoeft dus niet alles of niets te zijn.

#4 – Stnbk – En je kan niet alles willen!

Tja. Ik wil niet alles. Ik wil graag mijn werk goed doen en goed voor mijn kinderen zorgen, en door de fysieke beperkingen van mijn tweeling(!!!)-zwangerschap, is dat op dit moment erg lastig. Als er dan nog iets onverwacht gebeurt (zoals een ziek kind op een dag dat ik drie vergaderingen heb) en ik heb al sinds half oktober slecht geslapen (erg slecht, geloof me) en ik heb pijnklachten, dan wordt het me wel eens te veel. Dus niet omdat ik alles wil, tenzij je slapen en pijnvrij zijn te veel gevraagd vindt. De suggestie van laksheid en schop onder de kont vind ik best grof. Je moest eens weten hoe hard ik mijn best doe, elke dag, om mijn afspraken na te komen, thuis nog wat te doen, … Dat is niet zo moeilijk als je fysiek ok bent, maar als je ‘ziek’ bent of minder energie hebt, dan vraagt dat net veel moed. Gisteren een hele dag voor een groep gestaan, op voorhand weet ik dat ik dan ’s avonds niet meer uit de auto kan stappen van de pijn na twee keer 100 km rijden. Laks? Schop onder mijn kont?

#5 – Liebest – Ik vind je post moedig maar ook super herkenbaar !

Ik ben blij dat je vertelt over hoe het al 18 jaar een zoektocht is naar balans. En dat daarbij de behoeften van je kinderen telkens veranderen en dus die van jezelf ook. Fijn dat we elkaar dit soort verhalen kunnen vertellen!

#6 – W – Op dit moment ben ik zwanger (van één) en net klaar met de griep. Klusjes thuis en taken van ’t werk bleven liggen…

Dank W. Leuke tips, herkenbaarheid, geen oordeel.

#7 – Chrisje – Ik denk dat jij iemand bent die nooit tevreden zal zijn met het leven dat je leidt: als je werkt wil je thuis zijn en als je thuis bent wil je, wegens saaisaaisaai, werken. Je wil gewoon alles, en dat kan niet in het leven, je moet keuzes maken of anders ga je doodongelukkig worden. Wat ik evenmin snap is dat je opnieuw bewust voor een kind(eren) hebt gekozen, terwijl je het nu al zo moeilijk hebt om “ alle ballen in de lucht te houden” (wat een verschrikkelijke uitdrukking trouwens). Als ik je verhalen zo lees vrees ik dat er je een zeer moeilijke en uitputtende tijd te wachten staat. Ten slotte: een dikke chapeau voor De Man, koester hem.

Wat een onfatsoenlijke reactie.
– Zal ik nooit tevreden zijn? Werk en gezin zijn voor veel mensen een uitdaging. We hebben gelukkig doorheen de geschiedenis al een hele weg afgelegd, maar nu nog zijn er veel organisaties die strijden voor een samenleving waar vrouwen niet meer in die spanning komen te staan, door bijvoorbeeld een 30-urige werkweek in te voeren. Er moeten in elke samenleving mensen zijn die zeggen ‘dit is toch niet helemaal de bedoeling, vinden we dit echt normaal?’ om verandering in gang te zetten of te houden. Nee, ik ben niet tevreden omdat het niet gemakkelijk is om werk en gezin te combineren, omdat we onze kinderen extreem vroeg naar dure kinderopvang moeten brengen, omdat het verlof te kort is, omdat de drukste jaren thuis samenvallen met de drukste jaren op het werk, omdat het allemaal volgens mij niet zo goed in elkaar zit. Ik stel me ook vragen bij de kwaliteit van kinderopvang en onderwijs (luister maar eens naar de podcast opgejaagd) en ik stel me nog meer vragen als ik vriendinnen in van die schijnbaantjes terecht zie komen omdat een echte baan niet te combineren is met de zorg voor hun kinderen.
– De periode dat ik alleenstaande ouder was, heeft mijn werk me uit de echte armoede gehouden. Bovendien was het een plek waar ik mezelf kon ontplooien. Ik vind het belangrijk om te werken, nu, gisteren, morgen. Alleen is het op dit moment en vaak trouwens best moeilijk. Nu omdat ik zwanger ben van een tweeling.
– Had ik geen kind meer mogen krijgen? Dit vind ik echt onbeleefd van jou. Ik ben een lieve mama, ik hou veel van mijn kinderen, de Man en ik hebben een stabiel gezinsleven, we hebben niets te kort. En zelfs al was het plaatje niet zo ideaal, dan nog zou ik voor een kind mogen kiezen. Het is een persoonlijke keuze, en dat ik kinderen wil en ze opvoed tot mensen die van betekenis kunnen zijn in de maatschappij (die bijvoorbeeld later jouw pensioen mee betalen, Chrisje, of misschien zelfs jouw billen afvegen in het bejaardentehuis) is ook een ‘dienst aan de samenleving’. Het is geen egoïstische keuze. Dat ik zwanger ben geworden van een tweeling, en daarmee in een hele medische mallemolen terecht ben gekomen (deze week al twee dagen in het ziekenhuis doorgebracht), was niet ‘gepland’. Maar het leven is dan natuurlijk niet zo maakbaar. Ook in jouw leven kunnen er dingen gebeuren waarvan ik nuffig zou kunnen zeggen dat je dan misschien bepaalde keuzes niet had moeten maken, maar dat vind ik vals. Ik heb ook vrienden in burn-out gezien nadat ze jaren in een huis klusten waar ze tegelijkertijd in woonden. Daar kan ik bijvoorbeeld van zeggen: tja, je had maar geen huis moeten willen kopen. Maar jeetje, alsof je alles op voorhand kan weten en alsof mensen geen wensen mogen hebben, zoals een kind of een eigen huis. Wat zou ik een trut zijn als ik zo zou reageren op mensen. Wel lekker makkelijk natuurlijk. Alles lekker bij het individu leggen en zijn/haar domme keuzes.
En chapeau voor de Man? Waarvoor precies? Omdat hij met mij samen leeft? Sorry, heb ik iets gemist, ken je hem? Ken je mij?

#8 – Kleine Atlas – behalve het feit dat je opmerkingen onnodig kwetsend zijn (al helemaal nadat Prinses in de vorige kwetsende reactie duidelijk aangaf dat dit haar erg raakte), heb ik het idee dat je ook niet goed leest.

Dank voor wat puntjes op de i. Hartje.

#9 – J. – Een blog bijhouden betekent ook omgaan met commentaren of opmerkingen die je liever niet zou lezen.

Een blog lezen en reageren, betekent dat je je realiseert dat er aan de andere kant een echt persoon zit, die gevoelens en gedachten deelt. Dat dat kwetsbaar is. Dat je best mag reageren, maar dat je – net als in het echte leven – op je toon moet letten. En dat sommige dingen makkelijk anoniem van achter een pc te schrijven zijn, maar best gemeen zijn, hoe je ze ook draait of keert.

Werk & gezin

Als ik nu terug kijk  naar de alleenstaande-moederperiode, weet ik echt niet meer hoe ik ‘het’ toen gedaan heb. Flarden. Er was gelukkig hulp (het logeergezin), maar ik weet dat ik altijd op het randje van de uitputting balanceerde, en dat ik regelmatig in totale paniek was omdat de dingen gewoon niet te combineren waren.

Intussen is er de Man. Die veel doet. Maar er is ook de zwangerschap die veel vraagt. En het werk dat uitblinkt in onregelmaat.

Vannacht werd de kleinste zoon weer eens ziek, dus belde ik vanochtend alles af en hier zitten we. Hij loopt als een hondje achter me aan, ik wil graag ook wel dingen kunnen doen om de boel niet verder in het honderd te laten lopen, ik kan slecht tegen onverwachte omstandigheden dus ik ben wat snibbig. En ik ben gefrustreerd omdat het leven lijkt op navigeren door de onstuimige golven van de onvoorziene omstandigheden, in plaats van doen wat er gedaan moet worden op een beetje een beheerste manier.

Binnen enkele weken mag ik nog maar vier uur per dag werken, vanaf 28 weken zwangerschap moet ik stoppen. Stiekem wil ik al vroeger helemaal stoppen, om eindelijk te ontsnappen uit die vervelende situatie van wel willen maar niet kunnen. Niet kunnen omdat de zoon ziek is, omdat kinderen weg gebracht en opgehaald moeten worden, omdat ik wekelijks soms wel vier zwangerschapsgerelateerde afspraken heb die er ook allemaal ergens tussenin gepland moeten worden (het is een job op zich, ik zeg het je), en omdat ik misselijk ben, extreem moe, of verga van de bekkenpijn of duf ben na al die slapeloze nachten op rij.

Dus. Stoppen met werken, hoera?
Ik vrees ervoor. Vandaag ben ik ‘gewoon’ thuis (ok, met een ziek kind), maar daar zit weinig bevrediging in. Ik wil even alleen zijn, maar dat lukt niet. Ik wil wat gedaan krijgen, lukt niet. Het is 14u ’s middags en ik heb mij nog niet aangekleed. Zucht. Ik kijk niet echt uit naar de bolle-buikendagen alleen thuis, of de dagen met twee baby’s en maar twee handen. Ook al kijk ik wel uit naar de baby’s, moge dat duidelijk zijn.

Ik merk dat ik aan oplossingen begin te denken zoals mijn job opgeven. Een job zoeken die niet uitdagend is, niet ver rijden en extreem regelmatig. (…) Maar voor me ontrolt zich een leven dat bepaald wordt door het voortdurend buigen naar de noden van anderen, en ik heb gezien wat dat met mijn moeder deed. Ik vind haar vaak onvolwassen, on-ontwikkeld en gefrustreerd, en ik wil niet dat mijn kinderen later ook zo over mij denken. Of beter: dat wil ik niet voor mezelf.

Het lijkt alleen zo een ongelooflijke onmogelijkheid, om een baan en een gezin met elkaar te combineren. Zelfs als je met twee bent. Seriously, hoe doen anderen dat?

Latere gedachten
Ik lees dit en de herkenbaarheid is enorm voor me. Niet alleen heb ik in een zeer gelijkaardige situatie gezeten als Kleine Atlas, ook heb ik een talent om geen mentale ruimte te voelen, zelfs nu nog in een andere situatie. Het idee dat allerlei dingen moeten en ik het bos door de bomen maar zelden zie, gecombineerd met mijn enorme prikkelgevoeligheid (hsp?) die bijna ondraaglijk is tijdens deze zwangerschap (er is geen koptelefoon bestand tegen prikkels van pijn, moe en misselijk die in jezelf zitten), maakt dat ik vaak met het water aan de lippen sta.
Sinds ik in Nederland voel, zie ik heel vaak mensen die mentale ruimte scheppen. Een single mama die maar halftijds werkt en elke ochtend voor zichzelf gaat sporten. Ouders die gewoon nog reizen en uitgaan en oplossingen zoeken voor hun kinderen. Mijn eigen Man die zijn week volgebouwd heeft met goede routines (hobby’s: hardlopen, schaken; maar ook vaste taken op vaste momenten) en na werktijd zijn pc in principe niet open klapt.
Ik wou dat ik dat ook kon. Ik zou het ook moeten kunnen. Maar als je al in een stresstoestand bent, is het heel moeilijk om mentale ruimte te hebben om mentale ruimte te scheppen. Ik denk dat het slim is om je leven zo in te richten dat je toekomt aan wat je zelf belangrijk vindt, maar het kost altijd moeite en geregel en het druist zo vaak in tegen wat je hart je influistert of dat eeuwige stemmetje van de innerlijke criticus. (En je hebt er een grote portie zelfwaardering voor nodig – jezelf belangrijk genoeg vinden om dingen te doen die mogelijk geld en tijd kosten.) De laatste periode als single mom had ik een paar keer een mama-dag: naar de sauna met een vriendin. Mijn hele innerlijke criticus maakte daar brandhout van (dat kost geld, het kost tijd, mijn moeder heeft nog nooit een sauna van binnen gezien, het is een luxe van de moderne vrouw, …), maar het was zo wezenlijk om dat gewoon wel te doen. Ook nu nog vind ik het zo moeilijk om te doen waar ik echt zin in heb/behoefte aan heb: enkele dagen alleen weg met een tas vol boeken, bijvoorbeeld, voor ik het niet meer kan/voor de baby’s komen.
Er is een enorm verschil tussen wat ik vind dat ik zou moeten kunnen en wat ik echt kan. Om één of andere reden heb ik ook geleerd dat je altijd ongeveer het maximum van je kunnen moet nastreven. Mijn ouders waren altijd bezig. Mijn eerste vriendje zijn mama zat op zaterdagmiddag gewoon op de bank een boek te lezen met een kop thee, en het feit dat ik dat na 20 jaar nog weet, zegt genoeg.
Kortom.
Er zijn situaties (bv het hebben van kleine kinderen, al dan niet alleen) en er zijn denkbeelden. De situatie kan je niet veranderen, de denkbeelden (wat gun je jezelf?) wel. Dat hoeven geen luxe-momenten zijn als je al bij elkaar te vegen bent, maar structureel gaan voor bv 70% van je capaciteit gebruiken in plaats van 120% van jezelf te vragen. Het is echter eenvoudiger gezegd dan gedaan. Hier blijkt bijvoorbeeld het effect van een aanstelling van 90% omzetten in een aanstelling van 70% meer stress gebracht te hebben dan rust, omdat het erg moeilijk blijkt een woensdag alternerend wel en niet te werken en dit ook echt te bewaken.

 

 

Gedeelde zorg

Ik praat met een mannelijke werkgever.
Dat hij vrouwen beter vindt, vertelt hij. Ze zijn meer empatisch en meer verbindend.

Hij vertelt verder.

Dat hij last heeft van de dubbele attributie van vrouwen. Succes schrijven ze toe aan externe factoren, falen aan zichzelf.

Dat vrouwen van rond de 60 het moeilijk vinden te blijven werken, omdat hun man dan op pensioen gaat en elke dag vraagt of ze wel echt naar het werk moeten, of er geen optie is om samen te gaan fietsen.

Dat vrouwen van in de dertig behoorlijk sterk in hun schoenen moeten staan om te werken, als er kinderen zijn, als de kinderopvang duur is en als kinderen wegbrengen indruist tegen hun gevoel. Maar ook: dat het combineren een taaie klus is en dat hij jarenlang gespartel ziet bij de werkneemsters met jonge kinderen.

O, zo herkenbaar. Alles.

Hij schudt me even wakker (ik ben zo weggezonken in een soort zwangere semi-apathie omdat ik zo fucking moe ben). Ik voel weer wat strijdlust, wat zusterschap, wat connectie met de wereld. Wat zorg.

Ik heb geen antwoorden of oplossingen.
Maar het stemt me wel hoopvol om de zorg te delen met een man.