Op de valreep… 2018

Het voorbije jaar was er één dat volledig in het teken stond van de geboorte van onze twinnies. Het was een zeer bewogen jaar, door de moeilijke zwangerschap, de geboorte van twee kleine kwetsbare baby’tjes, de zorg voor dit tweetal en onze jongens en daartussenin de pogingen om het als koppel nog wat te redden, en wat mij betreft een stevig gevalletje matrescence. Wat ik heel kort door de bocht kan beschrijven als een intense overgang (mentaal, fysiek en hormonaal maar ook maatschappelijk, sociaal, relationeel) naar het (tweeling)moederschap, waarbij je helemaal verandert maar de wereld om je heen niet, maar waarbij er na een tijd ook een conflict ontstaat in jezelf tussen de delen van jezelf die alleen maar willen zorgen en zogen en koesteren, en de delen die weer wat willen van eigen ontwikkeling.

Even doorheen het jaar lopen aan de hand van een aantal posts.

In januari kondigde ik mijn zwangerschap aan en deelde ik het nieuws dat we niet één maar twee baby’s zouden krijgen.

In februari vertelde ik waarom ik geen prenatale tests liet doen, en gaf ik eerlijk toe hoe loodzwaar de tweelingzwangerschap me viel. Ik herinner me uit die periode ook een aantal negatieve reacties op mijn blog. Heeft me veel verdriet gedaan, ook kan ik me voorstellen dat het leek alsof ik nooit eens tevreden kon zijn met wat ik had/kreeg. Nu weet ik dat ik gewoon ziek was, maar toen wist ik dat niet en mijn lezers ook niet, waardoor het hier even niet zo gezellig was.

In maart kan je iets lezen over de ongezelligheid op deze blog, probeerde ik uit te leggen hoe het is je voort te slepen zonder energie, begon ik mijn zoektocht naar een plek waar het mij beviel om te bevallen, en deelde ik dat we maar liefst twee meisjes zouden krijgen.

In april was ik al even gestopt met werken. Tranen met tuiten, toen ik op mijn verjaardag van de bedrijfsarts terug reed en het duidelijk was dat ik niet kon terugkeren. Maar ik hoopte dat het beter zou worden. Ijdele hoop, weet ik nu. Ik heb me doorheen de rest van de zwangerschap gesleept, met steeds meer wezenloos in bed liggen wachten op het einde ervan.

Een tweelingzwangerschap verloopt met mijlpalen. Je moet het gewoon zo lang mogelijk uithouden, tot je 37w zwanger bent en je beter bevalt omdat de risico’s dan toenemen. In mei bereikte ik de 30 weken, nam ik jullie verder mee in mijn zoektocht naar een goede plek en manier van bevallen, en werd de wereld steeds maar kleiner, en mijn buik groter.

In juni was het wachten, wachten en wachten.

En in juli waren ze er eindelijk. Kijk maar! En het bevallen viel ook reuze mee (deel 1, deel 2 en deel 3).

In augustus had ik handen te kort :). Ook om te bloggen.

In september knalde ik nogal hard van mijn roze wolk, bij momenten. En kwam het hele maatschappelijke gegeven dat je een kind krijgt (of twee) en dan alleen thuis zit me zo absurd over. Hoewel het over het algemeen toch best mooi en leuk was. En ik mat de schade op.

In oktober probeerde ik jullie wat op de hoogte te houden, tussen het intense zorgen door. O.a. van ons zorgenkindje (de kleine baby heeft een regulatiestoornis, intussen doet de osteo en kinderfysio wonderen). Een tweeling is ook echt iets anders dan een eenling. Geen enkel van de theorieën voor één baby werkt, omdat dingen ontzettend snel escaleren doordat ze telepathisch communiceren en er zoiets bestaat als een tweeling escalatie syndroom. Even laten huilen is er bijvoorbeeld niet bij.

In november maakte ik soms nog wat stand van zaken op én wou ik stilaan weer eens wat voor mezelf. Enter: matrescense (zie inleiding).

En in december was het hier stilletjes. Op een borstvoedings-storm na. En ik vertelde ook over the Artist’s Way, een manier om weer bij mijn creativiteit te komen. Met zo veel vallen en opstaan altijd.

Alles samen goed voor een jaar met 343 484 weergaven, 68 485 bezoekers en een kleine 1500 reacties. Wat niet het belangrijkste is, maar wel erg leuk.

2019. Mijn beste wensen voor jullie allemaal. Met heel veel liefs! En keep posted. Zo spannend als het voorbije jaar wordt het nooit meer, maar ik blijf graag schrijven over onze goede tijden en slechte tijden.


 


Advertenties

Scènes uit een tweelingleven #2

Kleine broer kijkt hoe ik de grootste baby verzorg. Ik raak haar neusje aan en zeg ‘mooi neusje’. Ik raak haar oortjes aan en zeg ‘mooie oortjes’.
‘Waarom doe je dat?’, vraagt hij.
‘Dat deed ik bij jou ook,’ vertel ik. ‘Zo leren kindjes dat ze een lichaampje hebben en wat er allemaal op en aan zit, en hoe het heet. Doe jij ook maar als je wil!’
Hij kijkt bedachtzaam. Legt dan zijn hand op haar luier en zegt monter: ‘Mooi spleetje!’.


We gaan naar Antwerpen. Hij, ik en de baby’s. Een middag. Bij het ontbijt google ik de leukste en hipste koffie- en lunchplekjes. We sturen goed aan. Bad, drinken, auto, de beste garantie op een lange dut en dus een relaxte reis. Dat gaat vrij goed, enkel de laatste 30 km wordt er gehuild op de achterbank.
Anyway.
We parkeren tussen de Vlaamse en Waalse kaai. We laden de baby’s uit, vouwen de bugaboo open. Lopen richting het uitverkoren hippe en gezonde lunchplekje. En we kunnen niet binnen met de tweelingwagen. De baby’s hebben honger. Wij ook. Dus komen we terecht op de eerste de beste plek met een dubbele deur en behulpzaam personeel en dat blijkt een soortement pitabar te zijn. Nu heb ik geen instagram (laatst wou ik het wel starten, maar ik vond het confronterend dat ik alleen maar foto’s van mijn kinderen kon/zou posten, ik zag me gereduceerd tot een #mom of #twinmom en dat kwam loeihard binnen, dus verwijderde ik mijn account meteen), maar in mijn hoofd heb ik vaak idyllische en instagram-waardige voorstellingen. De Man vindt dat een afwijking, hij vindt dat ik alles ‘dille en kamille’ wil en dat dat ver af staat van de realiteit. Anyway. Falafel en borstvoeding. Het is reuze ongemakkelijk. We zitten beiden met een baby in onze armen en met één arm te eten, en uiteraard valt de inhoud van mijn broodje onder tafel. Zucht. Maar niet getreurd. Voor de koffie wandelen we verder naar een geselecteerde en instagramwaardige koffiezaak. Alwaar trappen blijken te zijn, niemand plaats wil maken voor ons en ik nog een sneer krijg van een dame omdat ik de deur vijftien seconden open laat staan om te kijken of we nog ergens terecht kunnen in een hoekje. Een dame die alleen in een hoekje zit waar wij makkelijk met de baby’s zouden kunnen zitten als zij een ander plekje zou uitkiezen, kijkt me minzaam aan en blijft zitten. Ik snak, snak, snak terug naar onze eigen stad, waar iedereen aardig is, waar mensen opspringen, we soms wat te veel complimentjes krijgen met de beebjes en waar we exact weten in welke koffiezaak we breed binnen kunnen én aardig bediend worden. (Overigens schrik ik elke keer als ik in B ben van de norsigheid van winkelpersoneel. Ik vind het onbeschoft. Ben het gewend in elke winkel hier aardig begroet en olijk geholpen te worden en ik wil niet veralgemeniseren, maar het contrast is soms best groot.)

(En ja, er zijn ergere dingen dan bijna nergens binnen kunnen. Dit is tijdelijk. Ik vraag me wel steeds meer af hoe het leven van iemand in een rolstoel er uit ziet. Maar Antwerpen voelde zo ongastvrij en zo onvriendelijk en dat was best een teleurstelling.)


Een yogaworkshop met ontbijt. De Man laat er zijn wekelijks ochtendloopje met vrienden voor schieten. De yoga doet pijn, mijn lijf is gammel, en tijdens het ontbijt krijg ik een niet mis te verstane emoticon van de Man, dus neem ik de benen. Maar wat voel ik me even vrij. Alle luikjes in mijn hoofd klappen open, ik ben weer even mezelf en niet alleen de Tepel, de moeder, de vrouw.
Meer van dat! Ik word uitgenodigd door een clubje buurvrouwen om samen te eten. Het is bijna onwennig, om onder volwassenen te zijn. Om de baby’s niet in de buurt te hebben. Om even weg te zijn. Maar het doet me oneindig veel deugd. En ondanks de extreem gebroken nacht die er op volgt, heb ik energie. Tijd doorbrengen met een clubje andere vrouwen kan zo goed zijn.

[Vraagje: de buurvrouwen hebben me tijdens mijn zwangerschap veel geholpen. Iemand een leuk idee voor een dankjewel-cadeautje?]

 

Mini-update

O, o, deze blog wordt stilaan een ondergeschoven kindje.

Een mini-update.

Uitdaging. Een vriendin raadde me aan niet te lang thuis te blijven, omdat ik meer uitdaging nodig heb. Intussen rijgen de dagen zich aan elkaar en de weken en de maanden. Ik bedenk elke dag dat dit voor iemand als ik een fikse uitdaging is: twee baby’s managen, het huishouden doen, de grote broers, de Man. Een dag waarop we ’s avonds om 18u aan tafel zitten met een (gezonde) maaltijd en zonder dat er iemand huilt, is een topdag. Ik blijf dus nog thuis tot en met februari, hopelijk heb ik het tegen dan onder de knie.

Gierig gidsland. Grote verbazing gisteren bij de storting van het kindergeld. Er was geen kindergeld voor de tweeling. Enig opzoekwerk later, realiseerde ik me dat de baby’s daarvoor enkele dagen te laat geboren zijn. Kindergeld gaat in Nederland per trimester (200 euro per kind per drie maanden). Blijkbaar krijg je pas geld vanaf het eerste volledige trimester dat je kind ingaat, in ons geval voor de tweeling dus vanaf oktober. Of ze dan in het begin van het trimester zijn geboren of op het einde, maakt niet uit. Als ze er op de eerste dag niet waren, krijg je geen geld. Er wordt ook niet naar rato berekend. Gierig gidsland. Is in België toch beter geregeld, waar ook nog een geboortepremie bestaat. Toch?

Ritme. Twaalf weken en plots is er een soort ritme, met eten, spelen en simultaan slapen. Het is allemaal nog kort en de Kruimel eet nog 8 keer per dag, grote zus 6 of 7 keer, maar er is hoop! De dagen met twee baby’s die hazeslaapjes deden en voortdurend moesten drinken en wakker waren en poepten en spuugden á volonté, waren best chaotisch. Eindelijk een beetje houvast. (Hoewel ik daar iemand die hoort te slapen hoor poepen in haar wieg. Zucht.)

Nog meer ritme. Thuis zijn is niet saai. Ik geniet van het ritme van de dagen. Maandag start de week. Dinsdag loopt de Man na het werk. Woensdag is de jongste zoon vrij. Donderdag heeft de belofte van weekend in zich. Vrijdag is de Man thuis, gaan we biologisch-dynamische groenten kopen op de markt (het moment van de week, jong) en is er zwemles. Zaterdag (krant) en zondag is weekend, met als kersje op de taart een nieuwe Zondag met Lubach. En dan is het weer maandag en haal ik opgelucht adem als de mannen weg zijn en ik en de dames thuis.

De Man & ik. O, wat is een tweeling een uitdaging voor de relatie. De Man vond vader worden en alle verantwoordelijkheid en chaos (van twee baby’s en veel bezoek) heel heftig, ik snapte dat niet goed want ik had het gevoel dat ik toch het meeste voor de baby’s zorgde (leve de borstvoeding). Intussen zijn we wat verder en begrijpen we elkaar weer wat beter. Ik zie nu dat de Man eigenlijk wel veel nood heeft aan structuur en dat die echt totaal zoek is. Ik herken ook mijn eigen proces na de geboorte van de eerste. Baby’s zijn leuk, maar plots zit je in een soort kooi met een baby (in zijn geval: twee!) die niet altijd leuk blijkt. Je wordt moe en je bent niet de beste versie van jezelf, en je partner ook niet. Zoiets. Ik vond voor het eerst moeder worden zo heftig, omdat ik dacht dat ik gewoon verder kon leven maar dan met kind, maar niets is ooit nog eens normaal en je kan zo’n kind ook niet terug weg doen natuurlijk (niet dat ik dat ooit wou). De Man zit in een gelijkaardig proces. Hij is verliefd op de baby’s, maar hij rouwt om wat voorbij is. Tijd voor zichzelf. Uitrusten in het weekend. Hobby’s uitoefenen zonder dat je tegelijkertijd ook echt liever thuis wil zijn. (…) Daarnaast hebben we de Calvinistisch-Bourgondische kloof die sterk tot uiting komt in deze tijden (de Man snapt geen zak van bezoek uit België die taarten en koffiekoeken meebrengt en dan nog meer dan je redelijkerwijs zou kunnen opeten – het idee dat je meer koffiekoeken hebt dan dat er mensen zijn gaat er bij hem niet in-, ik geniet van alle gezelligheid, hoewel ik de eerste tijd na de geboorte van de baby’s ook een soort agressieve leeuwin was die al wakker lag als ze zich realiseerde dat mensen op bezoek zouden komen en de baby’s zouden willen AANRAKEN).

Kruimel. We hebben wat zorgen om de kleinste baby omdat die zich niet helemaal ontwikkelt zoals wij verwachten (en zoals haar zus). Ik denk zelf aan een hypo-reactieve regulatiestoornis omdat ze dysmatuur was. Wordt verder onderzocht. Ze blijft klein, schrikachtig, heeft nog primaire reflexen. Ze ontwikkelt zich anders (trager) dan grote zus. Ze vermijdt oogcontact en lacht weinig. Ik hou zielsveel van haar. We zien het wel.

 

 

 

Opnieuw beginnen

We zitten tegenover elkaar. Zij met één baby, ik met twee.

Beiden zijn we door de hel gegaan tijdens de zwangerschap. We kijken terug. We realiseren ons nu pas hoe erg het was.

‘Heb jij ook het gevoel dat je weer bij het begin moet beginnen?’, vraagt ze. De nagel op de kop. Ja, dat gevoel heb ik. Alsof alles wat ik opgebouwd heb aan carrière, conditie, bezigheden, lijf weggevaagd is door de depressie, de geboorte, de baby’s. Alsof ik weer bij nul moet starten, met mijn bijberoep, mijn werk, mijn lijf.

Het idee dat ik met veel losse eindjes uitgevallen ben op het werk en dat mijn charismatische vervanger al mijn ‘klanten’ heeft overgenomen alleen al, is zo bedreigend. Op een dag was ik één van de beste. De dag dat ik terug start, heb ik niets meer en moet ik weer beginnen bij het prilste begin.

Ook de relatie met de Man is balanceren, soms op een erg slappe koord. Twee baby’s in één klap is voor iemand die nog nooit een baby van dichtbij heeft gezien, heel wat. In drukke tijden neig je tot extremer gedrag. De Man verbaasde me de voorbije weken met zijn hang naar structuur en orde, om de stromen bezoek, de onregelmaat van de baby’s en alle veranderingen het hoofd te kunnen bieden. Soms zucht ik als hij de inhoud van een keukenkastje weer wil optimaliseren. Hij is vaker norsig en moe. Maar zijn blik is goud waard, als hij thuis komt en de baby’s ziet. De baby’s die steeds meer echte mensjes zijn, die kijken, contact maken, bescheiden lachen, duidelijk zichzelf zijn en dus duidelijk verschillend.

Alles samen. De prijs is hoog (geweest). Maar de baby’s zijn onbetaalbaar.

 

Welkom in de jaren vijftig!

Het is ochtend. De jongste zoon is thuis, hij hangt op de bank. Beide baby’s huilen. Ik heb er een nacht van drie uurtjes slaap op zitten. Het regent pijpenstelen. Er is een lijstje van dingen die ik moet doen. Het lijstje is bijna beschimmeld. Ik hou afwisselend de ene baby vast tot ze rustig is en dan weer de andere. Telkens begint de baby die ik zacht weg leg weer te krijsen. Ik snak naar wat structuur in de dagen, maar de baby’s hebben nog zo veel last van hun maag-darmsysteem (krampen, spugen, …), dat ik ze niet volgens een rust, reinheid en regelmaat-plan kan beginnen leren alleen in hun bedje in slaap te vallen na eten, boeren en spelen. De jongste zoon vraagt weer om cakejes te bakken. Hij was jarig en mag morgen trakteren op school. Hij heeft zijn pyjama nog aan. Ik ook. Ik ruik mezelf, zelden een goed teken. Ik heb geen idee hoe we die traktatie  voor elkaar krijgen. Ik ben korzelig en vraag hem boven te gaan spelen. Ik heb een blaasontsteking omdat ik altijd te lang wacht met naar toilet gaan en ik heb nog niets gedronken vandaag, hoewel ik borstvoeding geef en verga van de dorst. Even later zie ik dat de jongste zoon op de trap zit met zijn handje onder zijn kin. Ik huil een uur lang met de baby’s mee. 

Real story, the story of my life as it is now. Hoe blij ik ook ben met de baby’s (en ja, ik wou dit echt zelf enal, geen nood me daar aan te herinneren), twee baby’s die last hebben van hun maag en darmen zijn best een klus, zeker als ze om de 2,5 uur eten en je daar telkens 5 kwartier mee bezig bent. Al acht weken. Dat samen met herstellen van een pittige zwangerschap en een uhm, verscheurend vlotte geboorte.

Ik zat op de bank, de tranen stroomden over mijn wangen, en ik dacht aan die moeder die haar drie kindjes gedood heeft. In een artikel las ik dat onderzocht zal worden of ze toerekeningsvatbaar was.

Ik weet niets van de hele situatie, maar na een zwangerschap waarin ik erg depressief was en nu met kleine kinderen thuis en slaaptekort, kan ik zo wel vertellen dat er een punt komt dat je uiteraard niet meer toerekeningsvatbaar bent. Over het algemeen gaat het ‘goed’, ben ik kalm en rustig en red ik het, maar het is ook gewoon pittig en soms suckt het echt big time. Ik zeg mezelf minstens één keer per dag: welkom in de jaren vijftig! – er deugt echt niets van de Nederlandse samenleving waarin mannen twee dagen verlof hebben na een geboorte en de vrouw thuis zit met het grut en het huishouden en waar kinderopvang zo duur is dat je je maar blijft afvragen waarom je terug zou gaan werken en waarin je eigenlijk alweer moet gaan werken op het moment dat je nog 3 nachtvoedingen geeft…

Ik bel snikkend naar het nummer dat ik kreeg van het consultatiebureau. Een soort vrijwilligersproject waarbij je drie uur per week een vrijwilliger kan krijgen als gezin met jonge kinderen. Ik vond dat het meer iets was voor ‘probleemgezinnen’, maar nu erken ik dat ik gewoon handen te kort heb en plan ik een intake. Drie uur per week een extra paar handen lijkt me heerlijk. Zeker omdat de Man van maandag tot donderdag werkt, dinsdagavond, zaterdagochtend en zondagochtend sport en maandelijks één zaterdag weg is voor zijn hobby. Het allemaal terugschroeven is een optie, maar ik besef dat hij die dingen nodig heeft om te kunnen functioneren en mentaal en fysiek gezond te blijven. Wat ik dus bedoel is dat ik relatief veel uren met de kinderen doorbreng en als ik daar drie uur per week een extra paar handen bij kan krijgen, is het misschien niet gek.

Ik app ook de buurvrouw. Die heeft jammer genoeg geen tijd om even langs te komen. Op de klok zie ik dat het al bijna middag is. Ik tel de uren tot de Man thuis komt.

Dan maar makkelijk. Ik eet staand, beloof de zoon een lange film, geef al mijn plannen op en blijf op de bank zitten met de meisjes aan de borst.

Dat maakt het beter. Overgave aan de situatie.
Maar er zijn nog dingen die helpen.

Die douche, als alle kinderen veilig en wel gepositioneerd zijn en even niemand huilt.
Twee koppen koffie. Om die te maken moet ik de baby’s even laten huilen.
Een kop thee.
Een boek dat ik lees tijdens de borstvoeding en dat me even naar een andere wereld voert.
De poetshulp die komt en die zes manden was opvouwt waardoor de berg waar ik niet meer overheen kon zien, plots weg is.
En dan ’s avonds: een uur vragen, aan de Man. Een uur van mezelf. Waarin ik rekeningen betaal en wat dingen regel die ‘spoken’. Niet echt gezellige me-time, maar wel nodig.

Niets spectaculair dus. Tijd, zelfzorg. Kleine doekjes voor het bloeden.
Maar om een maatschappij te creëren waarin moeders niet meer alleen huilend tussen hun kinderen zitten op een doordeweekse dag, moeten we die jaren vijftig echt maar een keer achter ons laten.

P.s. Dit stuk is zeer lezenswaardig en gaf mij een zetje om de stap te zetten hulp te vragen in plaats van te denken dat ik het maar alleen moet oplossen/uithouden.

 

 

Soms

04E146BE-9F17-4C84-8C82-15A3020F110E.jpegSoms.

Soms vragen we ons af wat we gedaan hebben. Vier kinderen. Waaronder twee baby’s. Waaronder een baby die in de knoop lijkt te liggen met haar lijfje en zo vaak klaaglijk huilt.

Soms vragen we ons af of het niet goed was zoals het was. En dan denken we aan de museumbezoekjes, restaurants en citytrips die we nu missen (want we laten de baby’s voorlopig echt niet bij iemand anders). En de slaap. En de energie voor de jongens. En ik denk aan mijn buik en mijn baan en die kilo’s en de pijntjes en het me best gehavend voelen na de zwangerschap en de geboorte.

En dan geef ik hen de borst en denk ik dat niet wij gekozen hebben maar zij. Dat ze graag wilden leven en dat wij hun ouders mochten zijn. En dat geloof ik echt.

Rijkdom

DF5E90F4-5778-40D2-98FC-B54502948557.jpegWe zijn er een weekje tussenuit. De kleinste baby, Kruimel geheten, vult de week met huilen, spugen en ze blijkt spruw te hebben. Ze is net een klein magneetje, blij als ze aan mij mag plakken.

De grote baby, troetelnaam volgt, is rustig, stoer en slaat de wereld gade. En ze lacht, monkelt en slaapt ook wel eens.

Ongeveer 200% van onze energie gaat naar de dames. De jongens spelen heel de dag samen. Allerlei grappige fantasiespelen.

Ik loop heel de dag te piekeren over dat lijf dat vol strepen staat en waarvan de buikspieren zo uitgerokken zijn dat intussen al vier mensen gezegd hebben dat het leuk is dat er nog 1 op komst is. Snik. Maar op elke hoek van elke straat roepen mensen in extase hoe leuk, schattig en wat een rijkdom deze twee zijn, en dan lijken al die gedachten wel erg stom.

So far so good. Tot later!

Ik wou dat ik een octopus was…

… dan zou ik hier vaker kunnen schrijven en armen genoeg hebben voor twee baby’s, twee zonen, het huishouden en de Man.

Het leven met een tweeling. Ambitieus als ik was zou ik er een reeksje over maken, maar we zijn nu zes weken op weg met één dochter met krampen en één die spuugt, en ik ben helaas geen octopus. (Tijdens het typen van dit stukje ben ik drie keer opgestaan om een dochter te troosten.)

Anyway. Losse gedachten dus.

  • Borstvoeden. Al die propaganda moeten flesvoeders niet persoonlijk nemen. Je moet gewoon heel zwaar overtuigd zijn van het geven van BV om het vol te houden, dus borstvoeders moeten zichzelf behoorlijk oppeppen om het vol te houden. Gisteren heb ik gevoed om 01u15, 01u30, 04u30, 04u55, 07u05, 07u20, 09u25, 09u40, 12u45, 13u30, 16u30, 16u50, 18u35, 18u50, 21u30, 21u45 en 23u30. Dat houdt geen enkel weldenkend mens vol. Er staan rode blaasjes op mijn tepels, van overmatig gebruik. Tussen de voedingen door probeer ik per dag nog twee keer te kolven, omdat de melkstroom dan minder enthousiast is en de baby’s minder krampjes hebben/spugen. Het nieuwe borstvoedingsboek van Stefan Kleintjes is trouwens een aanrader. Ondersteunt de gedachte: het is waanzin, maar wel de beste waanzin.
  • Gisteren heb ik 60 euro uitgegeven. Ik heb iemand betaald om met de oudste kinderen naar een binnenspeeltuin te gaan, omdat ik niet voor vier kinderen tegelijk kan zorgen momenteel. Toen ze thuis kwamen, heb ik met één huilend kind op de arm en één huilend kind op de bank, thee gezet en tosti’s gemaakt. Vervolgens moesten de jongens alleen aan tafel eten, terwijl ik op de bank weer borstvoeding zat te geven. De jongste zoon zit vaak met zijn vingers in zijn oren om zich af te schermen van het geluid van de baby’s. Een ultieme tip voor elke wanna-be-tweelingouder: als het enigszins mogelijk is, moet je vooral geen tweeling krijgen in het begin van de zomervakantie als je nog andere kinderen hebt die bij gevolg thuis zijn. Doe je dat per ongeluk wel, heb je een probleem. De oudere kinderen thuis houden is vermoeiend, want de baby’s vragen alle aandacht. Maar hen inschrijven voor kampjes en dergelijke is ook een probleem. Momenteel ben ik aan het stressen over hoe ik de jongens volgende week op twee verschillende locaties ga afzetten voor kwart voor 9 ’s ochtends, met de meisjes erbij. En ophalen natuurlijk.
  • De baby’s huilen samen niet half zo veel als de oudste broer op zijn uppie, maar samen wel dubbel zo veel als de jongste zoon destijds. Ik ben blij dat dit niet mijn eerste kinderen zijn, dat ik weet dat het over gaat, dat ik weet dat ik moet genieten van elke fase en dat ik weet dat baby’s niet huilen/zeuren om je te pesten of je het leven zuur te maken. Ik ben ook blij dat ik weet dat je baby’s niet kan leren niet te huilen door hen niet op te pakken/te troosten en ik vind het soms vermoeiend dat anderen (de Man bijvoorbeeld) zeggen dat je niet altijd mag toegeven. Hoezo? Deze wezens zijn hulpeloos en willen liefst bij iemand zijn die hen helpt.
  • … En dat is niet om het even wie. Dat ben ik, of de Man. O, wat heb ik gruwelijke nachtmerries (als ik slaap, inderdaad) van bezoek dat ‘komt helpen’, en daaronder verstaat: met een baby op schoot zitten. Hulp is in dit geval enkel en alleen hulp aan de moeder (in dit geval en in elk geval met een kleine baby). Voor de moeder zorgen zodat zij voor de baby(‘s) kan zorgen. En het niet omdraaien: verwachten dat de moeder voor jou zorgt zodat jij egoïstisch met een baby op de bank kan gaan zitten. Ik treed niet verder in detail, maar er zijn logees geweest in dit huis (dat het zo ver is gekomen heeft te maken met onenigheid tussen de Man en mij en met mijn overmogen grenzen te stellen) waarvoor ik in angst en stress boodschappen deed en kookte, terwijl zij met mijn  baby’s op de bank zaten die steeds meer overprikkeld geraakten omdat ze dat spanningsveld ook wel kunnen aanvoelen én omdat het wezenlijk toch zo is dat het contact met mij of de Man essentieel is voor hen, en niet zozeer het contact met om het even wie die denkt dat het hier het Tweeling Attractie Park is. Het maakt echt verschil of ik de baby’s vasthoud of iemand anders, dus als je ooit een baby- en/of tweelingmoeder wil helpen, komt het er dus op neer dat je zorgt dat zij met haar kindje(s) kan blijven zitten, terwijl andere beslommeringen haar uit handen genomen worden. Anyway.  Stefan Kleintjes zegt het ook. Niets belangrijker dan veel met de baby(‘s) zijn als ouder en zo de signalen van de baby(‘s) goed leren kennen.
  • Tweelingen hebben vaak simultaan onrust. Zoals nu.
  • Ik ben zelf heel erg van de attachment-parenting en ik vind het frustrerend dat je met twee baby’s moeilijker komt tot samen slapen, draagdoek-wandelingen en veel huid-op-huid-contact. Ik lees vaak op de website van kiind, en ik kan me heel goed vinden in veel van hun opvattingen, maar vraag me vaak af of mensen dat wel eens geprobeerd hebben met twee kindjes. Bv het idee dat baby’s te veel op hun rug liggen en dus meer gedragen moeten worden is uitstekend als je één kind hebt, maar moeilijker met twee kindjes. Een beurtrol, zou je kunnen suggereren. Maar dat gaat voorbij aan het feit dat je niet één kind in de draagdoek kan hebben terwijl je het andere voedt of verzorgt.
  • Zelfgemaakte cadeaus zijn een hype, in tegenstelling tot de periode waarin de oudste of de jongste zoon geboren werden. Ofwel had ik toen foute vrienden. In ieder geval vervullen die zelfgemaakte dingen me met heel veel dankbaarheid.
  • Mensen zijn best attent als je een tweeling krijgt. Er was een zee van kaartjes en er kwamen boeketten bloemen en ballonnen en cadeautjes. Ik probeer nu zelf ook attenter te zijn want het is hartverwarmend (maar intussen liggen hier al drie kaartjes die ik wel gekocht heb maar niet bij de post heb gekregen omwille van de intensiteit met de dames).

Er is nog veel meer te vertellen, maar de tijd is op. Borstvoedingstijd, again.

Later meer. Echt, ooit.

Voeden, verschonen en in de wieg mikken (dl 1)

91E39D6E-76E0-4A6B-898E-3901762F359E

Voor iemand die 16 tot 20 voedingen per dag geeft, had ik een heel erg ambitieuze post in gedachten met vijf onderwerpen over het hebben van een new-born-tweeling. Ambitie opgeborgen, ik hak de post wijselijk in vijf. Met foto.

We maken het goed, hier. Eerst was er een intense dubbele roze wolk, daarna een soort vermoeidheid/vertwijfeling (OMG, gaan we dit echt kunnen?!). Opvallend was dat er veel intimiteit en intensiteit was de eerste week, en dat de vermoeidheid ervoor zorgde dat we allemaal weer wat op onszelf terug plooiden. Intussen groeien we naar het goede midden denk ik. Met verwondering en realisme. En veel dankbaarheid. 

Kramen met twee baby’s. Vandaag het stukje dat ik schreef over borstvoeding.

Borstvoeding. Uiteraard wil ik de baby’s borstvoeden, maar de eerste dagen is er geen melk (dat is gewoon zo maar waarschijnlijk duurt het iets langer bij mij omdat ik zo verzwakt ben door de bloeding). Dat bijvoeden des duivels was, had ik altijd begrepen. Een garantie op het mislukken van de borstvoeding! Maar met twee rand-premature kleine baby’s, was bijvoeden een must. De Man vingervoedt de kleintjes, met een sonde, zijn pink en een spuitje. De volgende stap is dat we een sonde naast mijn tepels plakken en de baby’s leren dat ze eten krijgen als ze zuigen. Wat mooie taferelen oplevert van de Man en ik die ingespannen naar de baby’s kijken om het juiste moment te pakken te hebben waarop hij wat voeding geeft met het spuitje. En na drie dagen is het plots goed. De baby’s drinken van de borst, de borst geeft melk, de Man mag doorslapen. Daarna stuwing en tepelkloven, maar gelukkig is er hulp. Een lieve vriendin en meter van de oudste dochter doorkruist de stad op zoek naar bh’s zonder beugels en tepelzalf. De kraamhulp zit eindeloos mee te kijken en in mijn borsten te nijpen (wat ik alleen de eerste dagen nog raar vind.) De lactatiekundige die langskomt en zegt hoe goed ik het doe.

Essentieel voor het voeden van een tweeling, is (naast techniek enzo) toch gewoon overgave. Tijdens mijn zwangerschap kwam ik eens een tweelingmama op straat tegen, die me zei dat je maandenlang ’s ochtends een thermos thee maakt en een stapel broodjes smeert en dan de rest van de dag op de bank gaat zitten voeden. En basically is dat het. De ambitie om nog eens wat anders te doen mag je opbergen. Alles wat wel lukt is mooi meegenomen. Ik geef me over. Wetend dat het eindig en en ook de eerste en de laatste keer dat ik deze mooie taak heb.

 

 

Geboorte: terugblik

Als je mij gevraagd had hoe ik de geboorte van de baby’s gewenst had, had ik het liefst helemaal zen gehad, vrij pijnloos, met kaarslicht en een muziekje op de achtergrond (ik had in spotify ook een vrij naïeve bevallings-playlist gemaakt, met o.a. muziek van Arvo Pärt en Yann Tiersen).

Hoe de geboorte ging, heb ik hier, hier en hier opgeschreven. Enerzijds voor mezelf. Het was zo een indrukwekkend gebeurtenis, en ik ben/was bang dingen te vergeten. Door het op te schrijven, wou ik de ervaring ‘bijhouden’. En ook een stukje ‘verwerken’.
Anderzijds ook voor andere vrouwen. Tijdens mijn zwangerschap heb ik nachtenlang gegoogeld op geboortes van tweelingen. Hoe gaat dat, wat kan er allemaal gebeuren, wanneer worden tweelingen geboren, … ? Ik wil mijn verhaal toevoegen aan de verhalen die on line te vinden zijn, voor de tweelingmama in spé die het even spannend vindt als ik en ’s nachts wakker ligt te zoeken naar ervaringen en verhalen van hoe zo’n dingen gaan.

Mijn bevalling is niet zo zen geweest als ik mezelf had toegewenst, maar guess what? Ik kijk er met een ongelooflijk goed gevoel op terug.

Hoe komt dat?

  1. Ik heb een geboorteplan gemaakt. Het lijkt absurd om een plan te maken voor een gebeurtenis waar je eigenlijk niets over te zeggen hebt. Soms was ik het ook wel kotsbeu, het doornemen van scenario’s, het nemen van beslissingen, het verwoorden ervan, de details doornemen met doula, dokters en Man. Maar het feit dat ik een plan had en dat dat gekend was bij mijn zorgverleners, gaf mij de veiligheid om me over te geven aan de gebeurtenis. Ik wist immers dat iedereen in de kamer wist wat ik belangrijk vond. Op een gegeven moment heb ik even moeten aangeven dat ik echt niet op bed wou liggen op mijn zij bij het persen (het ging zo snel dat de verloskundige vond dat ik maar beter bleef liggen). Er was maar een half woord nodig en de doula nam het over en binnen no time zat ik op de baarkruk, zoals ik graag wou. Dankzij het plan.
  2. Er was een doula. Iemand waar ik op voorhand goed contact mee had (goed en regelmatig, aanvankelijk hadden we gesprekken, later masseerde ze me ook waardoor er een fysieke connectie kwam). In een kamer vol onbekenden (verloskundige, verpleegsters, dokters, …) was zij een soort baken voor mij. Natuurlijk was de Man er ook, maar die was net zo overweldigd door het gebeuren als ik. De doula bleef ijzig kalm bij al het barensgeweld en loodste me er doorheen. Ze had een arsenaal aan kleine dingen die mijn comfort verhoogden, en waar niemand anders in de kamer zich mee bezig kon houden. Koude washandjes, slokjes appelsap, een voetmassage toen ik begon te ijlen van het bloedverlies, …
  3. Er is niets gebeurd zonder mijn toestemming te vragen. Voor elke handeling is toestemming gevraagd, zelfs voor het beluisteren van het hartje van de tweede baby tijdens het persen voor de eerste. Ik kreeg bij alles toelichting. Soms ging al dat verbale mijn petje flink te boven. In de oer-staat van het baren was een heel ander hersengebied actief dan het gebied waarmee je netjes gesprekken voert. Bij momenten zag ik allemaal monden bewegen en had ik geen flauw idee wat ze zeiden. Maar het was zo betekenisvol dat er met me gesproken werd, dat het mijn bevalling was op mijn voorwaarden. Leve de verloskundige die op haar knieën bij me zat. De gynaecologe die op een laag stoeltje achter haar zat en hands-off aanwezig was. Leve de doula met haar koude washandjes en de anderen die in de kamer waren maar niet bleven rechtstaan waardoor ik me minder een bekeken subject voelde. Leve de dokters die buiten bleven staan en niet midden in de baring de kamer binnen kwamen.Samengevat: bevallen doet pijn. Er gebeuren een hoop nare dingen fysiek. En dat kon ik prima aan, omdat ik me gerespecteerd heb gevoeld. Er is niets gebeurd dat ik niet wou, en dat maakt dat de bevalling (amper twee weken geleden) in sneltempo uit mijn geheugen verdwijnt. Het is gewoon helemaal ok. En daarmee ook een heel goede, krachtige ervaring.