Starten met ondernemen: partner in crime

De Man en ik hebben onze ups en downs zoals iedereen denk ik. We zijn bijna drie jaar samen, en we hebben een tweeling van meer dan een jaar. Dat zegt iets over de aard van die jaren. Er is best veel gebeurd en we zitten natuurlijk midden in de tropenjaren waarin het soms vechten is voor tijd en energie. Waar ik zelf soms last van heb, is dat er zo veel veranderd is. Gisteren was ik nog een alleenstaande moeder van twee zonen in een huurhuis ergens in België met een vaste baan en een bijberoep, vandaag ben ik een moeder van vier kinderen waaronder een tweeling van één, ik ben een startende ondernemer, en woon in een Nederlandse stad met de Man. En dat alles is gebeurd terwijl ik met mijn ogen knipperde zeg maar.

Er waren veel momenten dat ik weg wou lopen van de Man. Ik heb een eigenaardig knikje in mijn persoonlijkheid dat nogal gericht is op onafhankelijkheid. Ik voel me veilig als ik onafhankelijk kan zijn. Onafhankelijk zijn betekent dan dat ik het alleen kan, financieel en praktisch. Maar in mijn tijd als alleenstaande ouder verzoop ik bijna in mijn onafhankelijkheid en nu is er van die onafhankelijkheid niets meer over. Ik woon in het huis van de Man, ik rijd in zijn auto, we hebben samen kinderen waar geen van ons alleen voor kan/wil opdraaien, en mijn bankrekening is behoorlijk leeg na jaren alleenstaand ouderschap, vermindering van arbeidsuren per week, onbetaald ouderschapsverlof, opgeven van mijn baan, bijscholen en investeren in de nieuwe onderneming.

Dus. Moest ik de Man om geld vragen. De grootste nachtmerrie voor deze feministische en wannabe onafhankelijke vrouw. Ik dacht er over na, hikte er tegen aan en uiteindelijk bracht ik het tijdens een etentje ter sprake. De Man stemde meteen toe, maakte er geen punt van. Hij beschouwt het als een investering, ik sta er op dat het een lening is.

Tijdens het etentje praatten we ook lang over een keuze waar ik voor sta. Een ex-collega vroeg me min of meer bij een nieuw project, wat een investering vraagt (soort franchise). Het voordeel zou zijn dat ik in bestaande trajecten ingehuurd kan worden en zo ook nieuwe doelgroepen kan bereiken, het nadeel zou zijn dat ik een deel van de tijd iets ga doen waar ik op zich wel in geloof maar niet heilig (denk ik). Misschien heel kort: ik ga een deel van mijn tijd in het project van iemand anders werken, in plaats van heel romantisch mijn eigen idealistische wereldverbeterende plan uitvoeren. In mijn hoofd zijn de gekste tegenstellingen ontstaan. Dat daarvoor kiezen zou betekenen dat ik een motie van wantrouwen uit in mijn eigen projecten. Dat er een tegenstelling is (het kan echter ook complementair zijn, de manier van werken is een soort van diagnostisch instrument – het vervolgtraject kan echter veel kanten op). De Man besprak rustig alle ins en outs met me en alweer verbaasde hij me met zijn helderheid en rust.
(En nu denk ik ook dat het niet heel volwassen is een soort van principiële wereldverbeterende ondernemer te zijn terwijl de Man alle rekeningen betaalt.)

Eén van de dingen waar ik tegen aan loop in de relatie met de Man, is dat onze liefdestaal nogal verschilt. En soms ben ik boos op hem, omdat ik niet meer onafhankelijk ben. (Het is een onredelijke boosheid want de Man staat me op zich de onafhankelijkheid niet in de weg, die was eerder een bijproduct van een tweeling krijgen samen.) Toen ik echter de ochtend na het etentje aka zakelijke bespreking totaal geveld werd door een verschrikkelijke buikgriep en twaalf uur lang doodziek tussen de badkamer en het bed laveerde terwijl de Man het hele huishouden en de zorg voor de kinderen draaiend hield, realiseerde ik me in mijn paar heldere momenten dat ik het getroffen heb hem. En dat het niet erg is om onafhankelijk te zijn, als je partner uitzonderlijk betrouwbaar, kalm, wijs en stabiel blijkt te zijn.

Advertenties

Starten met ondernemen zoals het is: de kwallenclub

Het is een dag zoals ze vroeger allemaal waren. Ik stap uit de auto, 300 km op de teller en weet dat ik ongeveer 40 minuten thuis kan zijn voor ik weer vertrek. Naar een bijeenkomst, over succesvol ondernemen.

Ik weet dat ik ‘goed’ ben in mijn vak. Het is geen verhaal van de allerbeste ooit zijn ofzo, maar daar geloof ik niet in. Ik geloof meer dat je op sommige plekken de juiste persoon op de juiste plaats bent om stappen te zetten met een organisatie, en dat je daarvoor dan een gevuld koffertje hebt met ideeën en tools. Ik heb de laatste maanden hard aan dat koffertje gewerkt en geïnvesteerd in opleidingen. Maar, zo leer ik op de avond over succesvol ondernemen, inhoudelijk goed zijn in je vak is maar een deel van het verhaal. Je moet jezelf ook kunnen verkopen en ondernemersvaardigheden hebben, wil je succesvol worden.

Het klinkt allemaal niet heel onlogisch, maar mijn aversie tegenover de gladde jongen vooraan groeit en groeit en groeit. Hij blaast ons omver – op een overigens heel Amerikaanse manier – met allerlei oneliners (je kan alles leren! Het duurste is ontdekken wat niet werkt!). Ik zit de bijeenkomst uit, schrijf wat dingen op en realiseer me dat ik niets nieuws of verrassend leer. Er wordt gegoocheld met termen als leads, sales, merkbeloftes, bottlenecks, … Er komen nog wat makkelijke schema’s voorbij over mindsets (oud nieuws volgens mij). En op het einde kopt hij in: als ondernemers moet je dus niet enkel goed zijn in je vak, maar als je naar de next level wil moet je je ondernemings-skills aanscherpen en daar heeft hij net een opleiding van 10 000 euro voor bedacht waarbij hij ons allemaal persoonlijk gaat coachen in groepen van vijftig. Knap, ik zou het hem graag willen doen. De succes-cijfers van de uitstromers zijn indrukwekkend, maar als hij vertelt dat hij selecteert bij de instroom en mensen die ‘het’ niet hebben weigert, verbaast me dat niet echt. Als we vandaag nog intekenen krijgen we korting maar dat is natuurlijk alleen maar voor de durvers. Want twijfelaars, dat zijn natuurlijk geen echte ondernemers. En als je geen geld hebt maar je gaat wel op vakantie, zou ik die vakantie maar afzeggen, raadt hij ons aan.

Ik kijk rond. Er zitten wat van die types in de groep. Kwallenclub, denk ik. Dan zie ik ook wat ondernemers die gewoon niet weten waar beginnen of al lang ploeteren. Ik veronderstel dat zij niet in het programma mogen meedoen. Het heeft iets sneu. Ook de fotograaf die aan de lopende band plaatjes schiet van de succesvolle opleider, die stralend in het middelpunt van zijn eigen personencultus staat.

Ik weet niet hoe snel ik weg moet zijn. In de auto komt dit liedje voorbij. Mijn bekken doet pijn van te veel te rijden. Ik heb een eerste opdracht binnen gehaald, en heb een aantal potentiële andere opdrachten besproken. Ik vind het fijn dat het eindelijk niet meer over mij gaat: hoe wil ik me profileren, wat wil ik in de wereld zetten. Ik, ik ik. Nu gaat het over wat de organisaties in kwestie nodig hebben en hoe we daar vorm aan kunnen geven. Een betere focus wat mij betreft.

Het hele hoera-sfeertje van de kwallenclub maakt me triest en doet me twijfelen aan mijn keuze. Ik wil graag echt zijn. En eerlijk. En zichtbaar waar nodig en verder onzichtbaar. Ik wil mezelf niet opblazen tot ik uit elkaar spat. Ik wil gewoon werk doen dat zinvol is, daarvan leven in een soort van ‘balans’ met de Man en de kinderen.

Starten met ondernemen zoals het is: mijn rolmodel

Toen de Man en ik op 30 september drie jaar geleden op de bank zaten samen, na die eerste zoen, en de voorwaarden voor de potentiële relatie bespraken, zei ik hem dat hij niet moest verwachten dat ik ’s avonds met hem op de bank zou zitten en tv kijken. Ik was immers geen huisdier, maar een heel zelfstandige vrouw die altijd heel belangrijke dingen te doen heeft.

Toen wist ik nog niet:
a. hoe gezellig samen tv kijken kan zijn
b. dat we een tweeling zouden krijgen en dat het kleinste tweelingkind ’s avonds standaard uit bed gehaald wil worden om samen op de bank te zitten en tv te kijken – dan is ze in haar opperste staat van gelukzaligheid – zomaar TWEE ouders voor zich alleen!
c. dat ik niet zo veel heel belangrijke dingen meer te doen zou hebben – maar daarover later meer. En ook over een heel zelfstandige vrouw zijn.

Anyway. We netflixen dus wel eens. Eén van onze favorieten is Working moms. Aanvankelijk herkende ik me vooral in Frankie, een soortement warhoofd die door het leven dwarrelt op chaotische wijze. Maar intussen is mijn focus overgegaan op Kate, hoewel ik bijster weinig met haar gemeen heb.

Kate dus. Ik zal niet te veel spoilen, maar op een dag begint ze haar eigen zaak, haalt ze haar eerste klant binnen en zegt ze trots dat ze ‘in business’ is. Dat klinkt alsof het een spelletje is, en niet een doolhof waarvan het pad bezaaid is met twijfels en grote en kleine steentjes waar ik constant over struikel.

Vandaag heb ik een afspraak. Met een potentieel eerste klant. Ik hoop dat ik kan terugkomen en net als Kate kan zeggen dat ik in business ben. Dan is de kop er af, de eerste horde genomen. En dan heb ik weer wat te doen. Want ook al priegelde ik wat als freelancer de laatste tijd, en had ik het ook altijd zoooo druk, het was toch altijd een soort mezelf-in-gang-houden. Ik heb al sinds maart 2018 geen werk meer gedaan. Werk waarvoor ik ergens naar toe moest, een gezonde dosis stress voelde, waarvoor het uitmaakte of ik in mijn pyjama liep of in mijn grote-mensen-kleding. En ik denk dat het voor mij heel gezond is een afgemeten dosis van dat soort werk te hebben.

Duimen maar, dat ik straks ‘in business’ ben. Zoals Kate.

P.s. Een eerdere aflevering vind je hier.

Het leven zoals het is: starten met ondernemen

Mogelijk heb ik een kast vol Hoera-boeken. Boeken van mensen die een eigen onderneming zijn begonnen en hip hip hoera, alles gaat geweldig, ze hebben 1000 tips en ze willen nooit meer terug een loonslaaf worden.

In de krant las ik laatst een artikel. Dat een behoorlijk percentage van de ZZP-ers (zelfstandige zonder personeel) onder de armoedegrens leven.

Ik volg een gladde marketingman die belooft dat hij ondernemers aan veel meer omzet kan helpen met masterclasses en peperdure cursussen met hippe namen. Ik had een boek van hem gekocht en was op zijn nieuwsbrief geabonneerd geraakt en nu irriteert hij me met mails waarin alles makkelijk lijkt te gaan en je met wat vingerknipjes en slimmigheid die hij je kan leren, succesvol kan worden. Ok, in een soort opwelling heb ik me voor zo een masterclass ingeschreven. Oeps.

Ik ben niet succesvol op dit moment. (*)
Op dit moment ben ik nog niet eens gestart. Ik freelance een beetje om toch iets van een inkomen te hebben. Dat betekent dat ik onderbetaalde dingen doe waardoor ik niet investeer in een flitsende website maken en andere slimmigheden, en ik mezelf dus stokken in de wielen steek. Ik praat met mensen over samenwerken, maar ook dat is een lang en complex proces. Ik volg cursussen waarvoor ik geld heb geleend bij de Man geloof ik. Ofwel is daar mijn laatste spaargeld naar toe. Ik mail de opdrachtgevers van mijn onderbetaald freelance-werk om hen te vragen wanneer ze me gaan betalen – want ik moet de huur betalen van mijn kantoortje.

Mijn kantoortje. Daar huppelde ik de eerste tijd op wolkjes naar toe. Intussen went het. Ook fijne dingen wennen, stom genoeg. Het kantoortje is half ingericht. De eerste stapel zooi is al ontstaan. Laatst stond ik het te stofzuigen, en dacht ik er aan dat ik vroeger – in loondienst – een poetsploeg had die mijn kantoor poetste voor acht uur ’s ochtends. Dat ik een afdeling marketing had. Een afdeling communicatie. Een baas die me vertelde wat ik kon doen. Een auto van de zaak. Een tankpas. Vakantiegeld. Een eindejaarsuitkering. Betaald ziekteverlof. Bekertjes bij de koffiemachine en geen kopjes die ik om de paar dagen sta af te wassen.

Nu ben ik alles zelf. Ik ben de poetsvrouw. De marketingvrouw. De communicatievrouw. De administratie. De secretaresse. Ik moet de facturen sturen, de rekeningen betalen, de afspraken inplannen, de website op poten zetten en de planten water geven.

En ik neem een besluit. Het besluit is dat ik eerlijk ga zijn. Hier. Over dat starten. Misschien wordt het nog eens een hoera-verhaal, dan horen jullie het. Maar voor nu is het doolhof en sta ik om de haverklap op een punt waar ik een richting moet kiezen. Ik kies en kies en soms loopt de weg dood, soms geraak ik onverwacht dichter bij de kern van het doolhof. En soms heb ik geen idee meer waar ik ben. Ik denk dat het er bij hoort. Ondernemen zoals het is.

(*) De Man heeft een ontembaar geloof in mij. ‘Geduld,’ zegt hij. ‘Het komt allemaal wel.’ Ik vind het lief van hem, dat onwrikbare vertrouwen.

Overbodige luxe

O, het is luxe. Naast mij springen de kinderen in het zwembad. De kleintjes slapen. Ik heb al twee boeken gelezen – en nu zijn mijn boeken op en in dit deel van Europa is de zoektocht naar Engelstalige literatuur een hele opgave. Er moet zo weinig. Eten, de was, de afwas, de kinderen wassen, mezelf wassen. Een uitstapje, gisteren gingen we naar een concentratiekamp en vond ik geen woorden om de jongens uit te leggen wat mensen elkaar kunnen aandoen, en waarom. Het schudt alleszins mijn moederschap wakker. Door kinderen te hebben van verschillende leeftijden vergeet ik wel eens wat ik mijn grotere kinderen wil leren en meegeven, want de zorg voor de kleintjes is nog steeds alomvattend. Maar gisteren reed ik met de jongens de heuvels op en af. In de verte zagen we het kamp liggen. Ik kon de oude, zware energie voelen. De jongens liepen met me mee, gingen donkere cellen in en stonden met hun ogen te knipperen bij bedden in kamers die dienden voor zestig mensen.

Vakantie is luxe, en ik ben dankbaar. Maar ik realiseer me weer dat ik niet graag reis (ok, soms is vakantie ook wel lekker). De voorbije jaren dacht ik dat het aan het alleenstaand ouderen lag, dat reizen nog vermoeiender was dan het normale leven thuis. Maar nu ik gepakt heb voor zes, twee dagen auto heb gehad met zes waaronder twee 1-jarigen, mijn weg zoek in vreemde supermarkten en rijd over vreemde wegen, nu weet ik het weer. Ik reis niet zo graag. Ik ben zo ontzettend moe en kijk nu al op tegen de terugreis, het terug in onze plooi vallen thuis.

Tijdens de vakantie valt er slecht nieuws op mijn dak. Een ex-collega had me een klus doorgespeeld die me op het lijf geschreven was, maar de betreffende organisatie had al een andere adviseur onder de arm genomen. Al mijn plannen lijken zo overbodig, zo kwetsbaar, zo stom. Ik ben het moe ‘arm’ te zijn. Geld genoeg in ons huishouden, maar het staat niet op mijn rekening. Ik YNAB me te pletter, om het weinige geld dat er binnen komt bij mij te verdelen over de uitgaven die er zijn voor de kinderen en mezelf. Uiteraard kan ik altijd aankloppen bij de Man en helaas heb ik dat al gedaan tot een bedrag met vijf nullen – zucht. Hij geeft er niet om, ik wel. Het voelt kwetsbaar om afhankelijk te zijn. Maar ook: ik weet dat ik wat kan als adviseur, ik wil eindelijk ook eens wat gaan verdienen met mijn kwaliteiten. Geld is niet zo belangrijk, maar het is alsof ik al jaren de eindjes aan elkaar zit te knopen en niets opbouw, en ik ben op een leeftijd gekomen dat ik graag iets wil opbouwen. En ook: ik weet wat ik kan en wil, maar ik weet niet hoe ik de brug moet slaan tot de vragen die er waarschijnlijk zijn en waarmee ik aan de slag kan. Het is een zoektocht, een puzzel. En zo ver van huis, ver van mijn kleine kantoortje, voelt alles zo absurd en raar aan.

Ik heb nog wat werk bij. Op de zesde vakantiedag zet ik mijn geluidswerende koptelefoon op, neem ik mijn computer, ga ik wat doen. Ik denk aan mijn kantoortje, dat ik voor vertrek zorgvuldig gestofzuigd heb en netjes opgeruimd. Ik tel de dagen voor ik weer daar kan zijn. Alleen, bij mezelf. En tot die tijd, tot die tijd. Hier, nu en morning pages.

Centrifugaal

Elk dag schrijf ik in mijn morning pages: ‘er gebeurt zo veel’. Er gebeurt de hele tijd zo veel en ik heb een talent voor intensiteit, dus ik beleef alles ook zo overrompelend heftig.

Een greep uit het gebeuren:

  • Ik start een eigen zaak. Dat is dolle pret en grote angst en nog duizend andere dingen. Het is twijfelen en zoeken en nu sta ik een beetje met angst en beven op de stap om ook via de blog stapjes te zetten. Ik vind het doodeng want dat is het einde van de anonimiteit en ik weet niet zeker of ik dat allemaal wel wil en kan en ik twijfel aan ongeveer alles en ik ben geen durver en ik weet niet hoe het allemaal gaat uitdraaien.
  • In onze omgeving dragen we mee zorg voor een jong iemand met een heel pittige psychische problematiek. Zonder meer logisch, maar ik merk dat het me zo veel machteloosheid en verdriet geeft om te praten over afscheid en manieren om uit het leven te stappen. Ergens vind ik psychisch lijden en uitzichtloosheid bijna onbegrijpelijk en wil ik de persoon in kwestie door elkaar schudden. WORD WAKKER, JE LEEFT EN DAT IS EEN GESCHENK. En anderzijds weet ik exact hoe donker het kan zijn en weet ik dat geen enkele door-elkaar-schudding dan kan helpen. Het is zo ontzettend naar.
  • De baby’s werden 1 jaar. EEN JAAR. 6000 luiers en 365 slapeloze nachten, schreef ik aan de Man. En still going strong. Nou ja, met alle ups en downs die daarbij horen, bij het moederen en vaderen.
  • Wat ik heftig en heel stom vind, is dat de Man en ik in een soort van concurrentie zijn beland. Er is natuurlijk weinig ruimte en tijd, dus als de één iets gaat doen kan de ander het niet doen. Zo werkt dat. Ik heb een talent voor verongelijktheid blijkbaar en ik weet dat en ik vind het echt suuuuuperstom van mezelf, maar we zitten dus nu heel erg in het ‘jij bent drie keer gaan sporten dus ik ga maandag ook sporten, los het hier maar op!’. Nou ja, ik zit daar erg in. Ik wil hem eigenlijk veel liever dingen gunnen en mezelf ook, en dat vind ik ook veel verstandiger en handiger, maar blijkbaar lukt dat even nog niet zo goed.
  • Ik was erg gefrustreerd over mijn gewicht waar ik maar geen grip op kreeg. Lees: ik zat in een soort van vicieuze achtbaan met eten. Lees: chocola. Ik denk dat de vermoeidheid een soort van hang naar zoetigheid gaf, en ik dus de hele tijd op zoek was (craving is echt een goed woord) naar een nieuwe suikerkick om weer een half uur door te komen. Ik had alles al geprobeerd. Nou ja. Niet echt. Ik had vooral veel voornemens gemaakt en het elke keer verknald. Intussen heb ik me laten hypnotiseren, waarover zeker later meer als ik het effect kan meten, maar de suikerverslaving is weg gehypnotiseerd. Het bij elk moment van emotie/frustratie/verveling naar iets grijpen ook. Ik zit op kantoor en hier staat een doos chocolaatjes en ik heb daar nog geen enkele van genomen, want ik heb geen behoefte meer. Dat is een soort van wonder. Wordt vervolgd. Vooralsnog kan ik zeggen dat ik zes dagen na de eerste sessie een kilo minder woog.

Van alle dingen die aan de hand zijn (bovenstaande bullets zijn slechts een greepje uit het assortiment), geraak ik behoorlijk gecentrifugeerd. Het is alsof ik uit mijn centrum gehaald word en niet meer bij mezelf kan, niets meer kan voelen. Ik herken het gevoel – ik heb het immers jaren gehad en er hier over geschreven. Ik weet dat ik zo snel mogelijk weer in mijn centrum moet komen en ik weet ook wat ik daarvoor nodig heb: tijd alleen vooral. Tijd om dingen te verwerken, een plek te geven. Stilte. Regelmaat. Rust. Methylfenidaat. En schrijven. Die morning pages, en weer regelmatige blogs.

Koortsachtig

De zon schijnt. Ik kijk op de klok en zie dat het 15u is. De laatste keer dat ik keek, was het 10u. Ik heb uren gewerkt. Koortsachtig.

Ik neem mijn sleutel, wandel mijn kantoortje uit, sta midden in de stad. Ik scoor een makkelijke avondmaaltijd (hummus, heerlijke couscous, falafelballetjes en groenten), gooi twee boeken door de schuif in de bib en haal een koffie bij mijn favoriete zaakje. Mijn hakken tikken als ik terugwandel naar kantoor. Niet het kantoor, maar mijn eigen ini-mini-kantoortje.

Het is een rare tijd. Enerzijds heel dynamisch. Ik leer veel, volg opleidingen, creëer, installeer, denk na. Anderzijds gebeurt er ook niets. Ik ben nog niet echt uit de startblokken dus ben ik de hele tijd aan het droogzwemmen.

Enkele jaren geleden had ik ook een periode van grote dynamiek. Ik was net van baan veranderd, had een periode waarin ik me even wat beter settelde in het singlemomverhaal, deed trouw elke dag yoga. Het was mooi en intens en bijzonder en ik herinner me dat ik aan de zee stond en dat het leek alsof de sky de limit was en tegelijkertijd alsof ik heel goed diep in mezelf gezonken was.

Zo voelt het weer. Het gaat goed. De oppas is ingeburgerd, de kinderen doen het goed (al zou een nachtje slapen wel lekker zijn), de Man en ik hebben goede gesprekken én gezamenlijke projecten, ik verbreed mijn rol van enkel moeder thuis naar startend ondernemer. Ik leer en heb allerlei initiatieven. En ik ga naar de sportschool, waar ik de eerste keer stond te janken omdat ik het allemaal niet eerlijk vond dat mijn lijf zo geleden heeft onder mijn tweelingzwangerschap, maar waar ik nu vrolijk mee allerlei lesjes doe. (En weet je wat? Ik heb een lichaam! Van mezelf! En daar kan ik dingen mee!)

Natuurlijk is dit de veilige zone. De zone van stilte voor de storm. Van plannen maken zonder die te moeten toetsen aan de realiteit. Van tijd ter beschikking hebben. Van alles-wat-ik-nu-doe-is-winst. En het is ook wat angstig en ongemakkelijk en spannend.

Zo neem ik de nieuwe bakfiets, en fiets ik in twee minuten naar huis. Blij met hoe alles is geworden. En wordt.

Starten

Ik vind het wel wat, dat startend ondernemen.

  • Na een lange periode waarin ik niets verdiend heb, heb ik nu plots veel uitgaven (huur pand, waarborg, computer, telefoon, kinderoppas, opleiding, … ). Dat voelt heel oncomfortabel en ik voel dat ik daar stress van krijg, omdat ik nog weinig zicht heb op inkomsten.
  • Ik ervaar de drie dagen die ik per week heb om te werken als erg nijpend. Elk uur telt, er is geen gelummel, denktijd, uitzoomen. Terwijl ik zo graag wil uitzoomen en boeken lezen :). Waarom betaalt niemand mij om boeken te lezen?
  • Ik heb een aantal kleine opdrachtjes vanuit mijn voormalige bijberoep. Ik verdien er weinig mee maar vul er wel bijna al mijn tijd mee, omdat ik natuurlijk wat inkomsten nodig heb. Dat maakt dat er geen tijd over blijft om de lange termijn- en meer levensvatbare projecten uit te denken en uit te werken. Stresserend!
  • Keuzes maken. Eén van mijn kwaliteiten is dat mijn hoofd permanent ideeën spuit. Het nadeel is dat wat ik wil gaan doen, er elke week anders kan uitzien (hoewel ik wel één project heb dat ik gekozen heb en waar ik mee wil beginnen). Er hangt nog zo veel ‘in de lucht’ en ik ben bang dat ik niets echt kan verwezenlijken.
  • Vroeger had ik veel last van uitstelgedrag en vermijding. Tot en met dat ik daar knettergek van werd, omdat ik mezelf precies de hele tijd stokken in de wielen zat te steken. Gek genoeg is dat totaal voorbij. Ik verpruts geen minuut meer, maar werk permanent in een soort hyperfocus, wat heel intens is, waardoor het schakelen naar thuis best moeizaam gaat.
  • Ik zie regelmatig ondernemers met lef, die iets in de wereld zetten waarvan ik denk dat ik het ook kan of dat ik het al gedaan heb. Ik voel dan veel jaloezie op hun vanzelfsprekendheid en zelfvertrouwen, terwijl ik maar aarzel en aarzel.
  • Het inrichten van mijn pandje gaat organisch. Gisteren haalde ik een bureau bij ikea en versleepte ik mijn eigen stokke-stoel. Nu heb ik dus een pandje met een stoel en een tafel. Binnenkort komt daar een koffiezet bij en daarna mijn boeken en vervolgens nog een stoel en een afbeelding op de muur en … Een fijn proces.

En thuis is het natuurlijk ook best druk. De puppies slapen nog steeds slecht, overdag én ’s nachts (bij mijn oudste kind dacht ik dat ik dood ging gaan als ik niet een keer een nacht kon slapen, intussen haal ik mijn schouders op en heis ik de baby’s bij mij in bed). Ik heb een luchtwegeninfectie gehad en nu een oorontsteking en de Man is ook aan het sukkelen.

Een periode van grote dynamiek en keispannend. Ergens vind ik het allemaal ook heel leuk en voel ik me steeds dichter bij wie ik wil zijn. Anderzijds wist ik niet dat het zo onzeker zou zijn op deze plek waar ik al een paar jaar naar lonk.
Alleszins is dit dus ook een beetje de excuus-post omdat ik hier niet zo vaak meer schrijf. Komt wel weer, als het stof eens gaat liggen.

Boss-lady

Sinds twee weken ben ik mijn eigen baas. Eén van de eerste dingen die ik gedaan heb, is mezelf inschrijven in een paar opleidingen. Toen ik in die opleidingen zat, vroeg ik me echt af waarom ik dit nooit aangeboden heb gekregen van mijn baas. (Ja, ik heb hem voorstellen gedaan maar hij snapte nooit goed waarom ik die opleidingen wilde volgen dus dat mocht dan niet. Eén erg vormende opleiding heb ik destijds zelf betaald, en ik heb vakantiedagen opgenomen om ze te volgen.) Het is zo belangrijk om tools te krijgen om in te grijpen op processen en om kaders te hebben om organisaties mee te analyseren. Dat ik dat jaren vooral op intuïtie en gevoel en creativiteit en na-apen heb gedaan (overigens vaak met goed resultaat), leek even heel erg absurd.

Ik vind mezelf best een goede baas, dat ik me in het begin van deze nieuwe fase opleiding gun. Ik ben heel hongerig naar kennis en kaders op dit moment, en ik moet echt goed nadenken wat wel en niet kan in de huidige beschikbare drie dagen per week (met dus ongeveer 18 tot 21 uren werktijd). Sowieso zijn opleidingen erg duur (een opleiding van twee dagen kan makkelijk meer kosten dan een jaar unief kostte in Leuven destijds) en ik vind het ook vermoeiender dan ik dacht om een hele dag in een programma van iemand anders te functioneren.

Intussen ben ik niet alleen mijn eigen baas, maar ook de baas van onze oppas die drie dagen per week hier thuis komt. Ik voel me echt een superkakmadam met deze oplossing. Zij start rond negen (dan heb ik er wel al een hele dag opzitten, of zo voelt het) en dan kan ik weg – naar een baan die ik niet heb. (Ik moet dringend beginnen denken dat startend ZZP-er zijn ook een baan is.) Als ik thuis kom, staat er avondeten klaar, is de was gevouwen en zijn de kinderen verzorgd. Ze knutselen en maken wandelingen. Allemaal geweldig dus, maar natuurlijk is zij zelf moeder en hebben zij en haar kinderen wel eens wat. Zoals dingen op school, of gezondheidsproblemen. En dan gaat ze weg, komt ze niet of later, en dat is echt even slikken. Het is gek om plots in die andere positie te staan. Toen ik werknemer was, en mijn kinderen ziek waren en ik het allemaal niet goed redde, verwachtte ik niets anders dan begrip van mijn baas. En nu sta ik aan de andere kant (natuurlijk geen vergelijkbare situatie, want dit is meer één op één, terwijl ik zelf in een grotere organisatie werkte waarin mijn tijdelijke afwezigheid niet meteen iemand anders stokken in de wielen stak) en moet ik echt even slikken als ze weg gaat of aankondigt dat ze er niet zal zijn als ik een deadline heb of een afspraak die ik belangrijk vind. Uiteraard probeer ik begripvol te zijn en menselijk, maar tegelijkertijd betrap ik me ook soms op strenge gedachten of paniek of een diepe zucht als er zich zoiets voordoet. En dan realiseer ik me hoe snel je perspectief kantelt.

Misschien is een kantelend perspectief wel een rode draad in mijn leven. Het blijft maar voelen of ik alle uitersten mag verkennen. Van alleen struggelend, naar easy met twee. Van verlangend naar nog een kindje, naar knal, een tweeling erbij. Van twee banen draaiend, naar meer dan een jaar thuis. Van werknemer, naar boss lady.

Het echte leven: verwachtingen versus realiteit

Aha, eindelijk was het zover. Ik ging weer werken! Alleen had ik geen baan meer, maar om één of andere reden heb ik altijd allerlei plannen. Ik had ook nog geen plek. En ik moest ook nog even een nieuwe telefoon en een nieuwe computer. Ik had me ingeschreven in een aantal opleidingen en ik had wat opdrachten als freelancer en een Plan om uit te werken, dus daar gingen we dan. De oppas-aan-huis startte na duizendenééninstructies (o luxe, o luxe) en ik… Ik ontdekte dat mijn verwachtingen en de realiteit niet altijd op elkaar afgestemd zijn.

  • Zoals die dag dat ik naar een opleiding ging. De oppas kwam om acht, dus dan zou ik de deur uit stappen, zonder file naar de opleiding rijden en daar mijn morning pages schrijven en e-mails beantwoorden voor de start om 10u. Easy! De realiteit? Om acht uur liep ik met natte en ongekamde haren te stressen, zaten de baby’s nog in hun romper aan de tafel (en niet klaar in de buggy zoals ik gehoopt had), moest ik de auto nog leeg maken van een eerder tripje en had ik nog niets gegeten. Om half negen zat ik met klotsende oksels in de auto, om meteen de file in te rijden en om vijf voor 10 met een knalrood hoofd de locatie binnen te rennen. Oeps.
  • Zeeën van tijd zou ik hebben, want geen echte baan meer en dus geen vergaderingen en alles zelf beslissen enzo. Vergeet het. Drie dagen per week is echt heel weinig, zeker als je in realiteit maar een 6 tot 7 echte werkuren per week over houdt. Resultaat: de eerste woensdag (vrije dag) van mijn werkende leven had ik al knallende ruzie met de Man, uit frustratie omdat ik van de vrijheid had geproefd en merkte dat al mijn ideeën tien jaar zouden vragen om uitgewerkt te geraken, aan een tempo van drie luttele dagen per week.
  • Eindelijk tijd voor alle grootse plannen! Maar de realiteit is dat er ook brood op de plank moet, want ik kan natuurlijk niet wat lanterfanten met leuke dingen en de Man alle rekeningen laten betalen. Het werk dat brood op de plank brengt, vult ongeveer mijn drie dagen per week, dus ik moet echt nog wat krachttoeren uithalen om diep-werk-gewijs ook grootse en andere zaken een plekje te geven.

    Het is dus even een ‘dingetje’. Ik vind het heerlijk om weer meer te zijn dan alleen mama, alleen is het ook raar dat ik niet echt kan benoemen wat ik dan wel ben op dit moment (vooral awkward tijdens een voorstellingsrondje in een kamer vol vreemden). Wordt vervolgd!