Centrifugaal

Elk dag schrijf ik in mijn morning pages: ‘er gebeurt zo veel’. Er gebeurt de hele tijd zo veel en ik heb een talent voor intensiteit, dus ik beleef alles ook zo overrompelend heftig.

Een greep uit het gebeuren:

  • Ik start een eigen zaak. Dat is dolle pret en grote angst en nog duizend andere dingen. Het is twijfelen en zoeken en nu sta ik een beetje met angst en beven op de stap om ook via de blog stapjes te zetten. Ik vind het doodeng want dat is het einde van de anonimiteit en ik weet niet zeker of ik dat allemaal wel wil en kan en ik twijfel aan ongeveer alles en ik ben geen durver en ik weet niet hoe het allemaal gaat uitdraaien.
  • In onze omgeving dragen we mee zorg voor een jong iemand met een heel pittige psychische problematiek. Zonder meer logisch, maar ik merk dat het me zo veel machteloosheid en verdriet geeft om te praten over afscheid en manieren om uit het leven te stappen. Ergens vind ik psychisch lijden en uitzichtloosheid bijna onbegrijpelijk en wil ik de persoon in kwestie door elkaar schudden. WORD WAKKER, JE LEEFT EN DAT IS EEN GESCHENK. En anderzijds weet ik exact hoe donker het kan zijn en weet ik dat geen enkele door-elkaar-schudding dan kan helpen. Het is zo ontzettend naar.
  • De baby’s werden 1 jaar. EEN JAAR. 6000 luiers en 365 slapeloze nachten, schreef ik aan de Man. En still going strong. Nou ja, met alle ups en downs die daarbij horen, bij het moederen en vaderen.
  • Wat ik heftig en heel stom vind, is dat de Man en ik in een soort van concurrentie zijn beland. Er is natuurlijk weinig ruimte en tijd, dus als de één iets gaat doen kan de ander het niet doen. Zo werkt dat. Ik heb een talent voor verongelijktheid blijkbaar en ik weet dat en ik vind het echt suuuuuperstom van mezelf, maar we zitten dus nu heel erg in het ‘jij bent drie keer gaan sporten dus ik ga maandag ook sporten, los het hier maar op!’. Nou ja, ik zit daar erg in. Ik wil hem eigenlijk veel liever dingen gunnen en mezelf ook, en dat vind ik ook veel verstandiger en handiger, maar blijkbaar lukt dat even nog niet zo goed.
  • Ik was erg gefrustreerd over mijn gewicht waar ik maar geen grip op kreeg. Lees: ik zat in een soort van vicieuze achtbaan met eten. Lees: chocola. Ik denk dat de vermoeidheid een soort van hang naar zoetigheid gaf, en ik dus de hele tijd op zoek was (craving is echt een goed woord) naar een nieuwe suikerkick om weer een half uur door te komen. Ik had alles al geprobeerd. Nou ja. Niet echt. Ik had vooral veel voornemens gemaakt en het elke keer verknald. Intussen heb ik me laten hypnotiseren, waarover zeker later meer als ik het effect kan meten, maar de suikerverslaving is weg gehypnotiseerd. Het bij elk moment van emotie/frustratie/verveling naar iets grijpen ook. Ik zit op kantoor en hier staat een doos chocolaatjes en ik heb daar nog geen enkele van genomen, want ik heb geen behoefte meer. Dat is een soort van wonder. Wordt vervolgd. Vooralsnog kan ik zeggen dat ik zes dagen na de eerste sessie een kilo minder woog.

Van alle dingen die aan de hand zijn (bovenstaande bullets zijn slechts een greepje uit het assortiment), geraak ik behoorlijk gecentrifugeerd. Het is alsof ik uit mijn centrum gehaald word en niet meer bij mezelf kan, niets meer kan voelen. Ik herken het gevoel – ik heb het immers jaren gehad en er hier over geschreven. Ik weet dat ik zo snel mogelijk weer in mijn centrum moet komen en ik weet ook wat ik daarvoor nodig heb: tijd alleen vooral. Tijd om dingen te verwerken, een plek te geven. Stilte. Regelmaat. Rust. Methylfenidaat. En schrijven. Die morning pages, en weer regelmatige blogs.

Advertenties

Koortsachtig

De zon schijnt. Ik kijk op de klok en zie dat het 15u is. De laatste keer dat ik keek, was het 10u. Ik heb uren gewerkt. Koortsachtig.

Ik neem mijn sleutel, wandel mijn kantoortje uit, sta midden in de stad. Ik scoor een makkelijke avondmaaltijd (hummus, heerlijke couscous, falafelballetjes en groenten), gooi twee boeken door de schuif in de bib en haal een koffie bij mijn favoriete zaakje. Mijn hakken tikken als ik terugwandel naar kantoor. Niet het kantoor, maar mijn eigen ini-mini-kantoortje.

Het is een rare tijd. Enerzijds heel dynamisch. Ik leer veel, volg opleidingen, creëer, installeer, denk na. Anderzijds gebeurt er ook niets. Ik ben nog niet echt uit de startblokken dus ben ik de hele tijd aan het droogzwemmen.

Enkele jaren geleden had ik ook een periode van grote dynamiek. Ik was net van baan veranderd, had een periode waarin ik me even wat beter settelde in het singlemomverhaal, deed trouw elke dag yoga. Het was mooi en intens en bijzonder en ik herinner me dat ik aan de zee stond en dat het leek alsof de sky de limit was en tegelijkertijd alsof ik heel goed diep in mezelf gezonken was.

Zo voelt het weer. Het gaat goed. De oppas is ingeburgerd, de kinderen doen het goed (al zou een nachtje slapen wel lekker zijn), de Man en ik hebben goede gesprekken én gezamenlijke projecten, ik verbreed mijn rol van enkel moeder thuis naar startend ondernemer. Ik leer en heb allerlei initiatieven. En ik ga naar de sportschool, waar ik de eerste keer stond te janken omdat ik het allemaal niet eerlijk vond dat mijn lijf zo geleden heeft onder mijn tweelingzwangerschap, maar waar ik nu vrolijk mee allerlei lesjes doe. (En weet je wat? Ik heb een lichaam! Van mezelf! En daar kan ik dingen mee!)

Natuurlijk is dit de veilige zone. De zone van stilte voor de storm. Van plannen maken zonder die te moeten toetsen aan de realiteit. Van tijd ter beschikking hebben. Van alles-wat-ik-nu-doe-is-winst. En het is ook wat angstig en ongemakkelijk en spannend.

Zo neem ik de nieuwe bakfiets, en fiets ik in twee minuten naar huis. Blij met hoe alles is geworden. En wordt.

Starten

Ik vind het wel wat, dat startend ondernemen.

  • Na een lange periode waarin ik niets verdiend heb, heb ik nu plots veel uitgaven (huur pand, waarborg, computer, telefoon, kinderoppas, opleiding, … ). Dat voelt heel oncomfortabel en ik voel dat ik daar stress van krijg, omdat ik nog weinig zicht heb op inkomsten.
  • Ik ervaar de drie dagen die ik per week heb om te werken als erg nijpend. Elk uur telt, er is geen gelummel, denktijd, uitzoomen. Terwijl ik zo graag wil uitzoomen en boeken lezen :). Waarom betaalt niemand mij om boeken te lezen?
  • Ik heb een aantal kleine opdrachtjes vanuit mijn voormalige bijberoep. Ik verdien er weinig mee maar vul er wel bijna al mijn tijd mee, omdat ik natuurlijk wat inkomsten nodig heb. Dat maakt dat er geen tijd over blijft om de lange termijn- en meer levensvatbare projecten uit te denken en uit te werken. Stresserend!
  • Keuzes maken. Eén van mijn kwaliteiten is dat mijn hoofd permanent ideeën spuit. Het nadeel is dat wat ik wil gaan doen, er elke week anders kan uitzien (hoewel ik wel één project heb dat ik gekozen heb en waar ik mee wil beginnen). Er hangt nog zo veel ‘in de lucht’ en ik ben bang dat ik niets echt kan verwezenlijken.
  • Vroeger had ik veel last van uitstelgedrag en vermijding. Tot en met dat ik daar knettergek van werd, omdat ik mezelf precies de hele tijd stokken in de wielen zat te steken. Gek genoeg is dat totaal voorbij. Ik verpruts geen minuut meer, maar werk permanent in een soort hyperfocus, wat heel intens is, waardoor het schakelen naar thuis best moeizaam gaat.
  • Ik zie regelmatig ondernemers met lef, die iets in de wereld zetten waarvan ik denk dat ik het ook kan of dat ik het al gedaan heb. Ik voel dan veel jaloezie op hun vanzelfsprekendheid en zelfvertrouwen, terwijl ik maar aarzel en aarzel.
  • Het inrichten van mijn pandje gaat organisch. Gisteren haalde ik een bureau bij ikea en versleepte ik mijn eigen stokke-stoel. Nu heb ik dus een pandje met een stoel en een tafel. Binnenkort komt daar een koffiezet bij en daarna mijn boeken en vervolgens nog een stoel en een afbeelding op de muur en … Een fijn proces.

En thuis is het natuurlijk ook best druk. De puppies slapen nog steeds slecht, overdag én ’s nachts (bij mijn oudste kind dacht ik dat ik dood ging gaan als ik niet een keer een nacht kon slapen, intussen haal ik mijn schouders op en heis ik de baby’s bij mij in bed). Ik heb een luchtwegeninfectie gehad en nu een oorontsteking en de Man is ook aan het sukkelen.

Een periode van grote dynamiek en keispannend. Ergens vind ik het allemaal ook heel leuk en voel ik me steeds dichter bij wie ik wil zijn. Anderzijds wist ik niet dat het zo onzeker zou zijn op deze plek waar ik al een paar jaar naar lonk.
Alleszins is dit dus ook een beetje de excuus-post omdat ik hier niet zo vaak meer schrijf. Komt wel weer, als het stof eens gaat liggen.

Boss-lady

Sinds twee weken ben ik mijn eigen baas. Eén van de eerste dingen die ik gedaan heb, is mezelf inschrijven in een paar opleidingen. Toen ik in die opleidingen zat, vroeg ik me echt af waarom ik dit nooit aangeboden heb gekregen van mijn baas. (Ja, ik heb hem voorstellen gedaan maar hij snapte nooit goed waarom ik die opleidingen wilde volgen dus dat mocht dan niet. Eén erg vormende opleiding heb ik destijds zelf betaald, en ik heb vakantiedagen opgenomen om ze te volgen.) Het is zo belangrijk om tools te krijgen om in te grijpen op processen en om kaders te hebben om organisaties mee te analyseren. Dat ik dat jaren vooral op intuïtie en gevoel en creativiteit en na-apen heb gedaan (overigens vaak met goed resultaat), leek even heel erg absurd.

Ik vind mezelf best een goede baas, dat ik me in het begin van deze nieuwe fase opleiding gun. Ik ben heel hongerig naar kennis en kaders op dit moment, en ik moet echt goed nadenken wat wel en niet kan in de huidige beschikbare drie dagen per week (met dus ongeveer 18 tot 21 uren werktijd). Sowieso zijn opleidingen erg duur (een opleiding van twee dagen kan makkelijk meer kosten dan een jaar unief kostte in Leuven destijds) en ik vind het ook vermoeiender dan ik dacht om een hele dag in een programma van iemand anders te functioneren.

Intussen ben ik niet alleen mijn eigen baas, maar ook de baas van onze oppas die drie dagen per week hier thuis komt. Ik voel me echt een superkakmadam met deze oplossing. Zij start rond negen (dan heb ik er wel al een hele dag opzitten, of zo voelt het) en dan kan ik weg – naar een baan die ik niet heb. (Ik moet dringend beginnen denken dat startend ZZP-er zijn ook een baan is.) Als ik thuis kom, staat er avondeten klaar, is de was gevouwen en zijn de kinderen verzorgd. Ze knutselen en maken wandelingen. Allemaal geweldig dus, maar natuurlijk is zij zelf moeder en hebben zij en haar kinderen wel eens wat. Zoals dingen op school, of gezondheidsproblemen. En dan gaat ze weg, komt ze niet of later, en dat is echt even slikken. Het is gek om plots in die andere positie te staan. Toen ik werknemer was, en mijn kinderen ziek waren en ik het allemaal niet goed redde, verwachtte ik niets anders dan begrip van mijn baas. En nu sta ik aan de andere kant (natuurlijk geen vergelijkbare situatie, want dit is meer één op één, terwijl ik zelf in een grotere organisatie werkte waarin mijn tijdelijke afwezigheid niet meteen iemand anders stokken in de wielen stak) en moet ik echt even slikken als ze weg gaat of aankondigt dat ze er niet zal zijn als ik een deadline heb of een afspraak die ik belangrijk vind. Uiteraard probeer ik begripvol te zijn en menselijk, maar tegelijkertijd betrap ik me ook soms op strenge gedachten of paniek of een diepe zucht als er zich zoiets voordoet. En dan realiseer ik me hoe snel je perspectief kantelt.

Misschien is een kantelend perspectief wel een rode draad in mijn leven. Het blijft maar voelen of ik alle uitersten mag verkennen. Van alleen struggelend, naar easy met twee. Van verlangend naar nog een kindje, naar knal, een tweeling erbij. Van twee banen draaiend, naar meer dan een jaar thuis. Van werknemer, naar boss lady.

Het echte leven: verwachtingen versus realiteit

Aha, eindelijk was het zover. Ik ging weer werken! Alleen had ik geen baan meer, maar om één of andere reden heb ik altijd allerlei plannen. Ik had ook nog geen plek. En ik moest ook nog even een nieuwe telefoon en een nieuwe computer. Ik had me ingeschreven in een aantal opleidingen en ik had wat opdrachten als freelancer en een Plan om uit te werken, dus daar gingen we dan. De oppas-aan-huis startte na duizendenééninstructies (o luxe, o luxe) en ik… Ik ontdekte dat mijn verwachtingen en de realiteit niet altijd op elkaar afgestemd zijn.

  • Zoals die dag dat ik naar een opleiding ging. De oppas kwam om acht, dus dan zou ik de deur uit stappen, zonder file naar de opleiding rijden en daar mijn morning pages schrijven en e-mails beantwoorden voor de start om 10u. Easy! De realiteit? Om acht uur liep ik met natte en ongekamde haren te stressen, zaten de baby’s nog in hun romper aan de tafel (en niet klaar in de buggy zoals ik gehoopt had), moest ik de auto nog leeg maken van een eerder tripje en had ik nog niets gegeten. Om half negen zat ik met klotsende oksels in de auto, om meteen de file in te rijden en om vijf voor 10 met een knalrood hoofd de locatie binnen te rennen. Oeps.
  • Zeeën van tijd zou ik hebben, want geen echte baan meer en dus geen vergaderingen en alles zelf beslissen enzo. Vergeet het. Drie dagen per week is echt heel weinig, zeker als je in realiteit maar een 6 tot 7 echte werkuren per week over houdt. Resultaat: de eerste woensdag (vrije dag) van mijn werkende leven had ik al knallende ruzie met de Man, uit frustratie omdat ik van de vrijheid had geproefd en merkte dat al mijn ideeën tien jaar zouden vragen om uitgewerkt te geraken, aan een tempo van drie luttele dagen per week.
  • Eindelijk tijd voor alle grootse plannen! Maar de realiteit is dat er ook brood op de plank moet, want ik kan natuurlijk niet wat lanterfanten met leuke dingen en de Man alle rekeningen laten betalen. Het werk dat brood op de plank brengt, vult ongeveer mijn drie dagen per week, dus ik moet echt nog wat krachttoeren uithalen om diep-werk-gewijs ook grootse en andere zaken een plekje te geven.

    Het is dus even een ‘dingetje’. Ik vind het heerlijk om weer meer te zijn dan alleen mama, alleen is het ook raar dat ik niet echt kan benoemen wat ik dan wel ben op dit moment (vooral awkward tijdens een voorstellingsrondje in een kamer vol vreemden). Wordt vervolgd!

A room of one’s own

Irrationele beslissingen lijken het domst en voelen het best.

Zo. Ik zocht een plekje om mijn vage-zelfstandige-worden-plannen uit te voeren. Om boeken te lezen. Om niet gestoord te worden. Om mijn rommel te laten liggen. Om stiekem bij te slapen. Een plek die helemaal van mij is, in een wereld waarin alles van mijn Man is. Want de Man is de bezitter van het huis en de auto en bewoont de stad al jaren en hij deelt alles met me. Maar het is wel van hem. Soms hebben we ruzie en dan dwaal ik door de stad en dan pas besef ik hoe veilig het was in de nare single-mom-jaren dat ik een eigen plek had met de jongens waar alles van mij was. Ok, het was een lelijk huis en onze inboedel was ook nogal shabby, maar het was wel van mij.

Anyway.
Ik dacht verstandig te zijn en ging naar een tijdelijk pand kijken. Het was een directeurswoning van een gevangenis en het leek wel een spookhuis. Met een enthousiaste immo-man keek ik rond. Ik voelde het meest voor de slaapkamer, die een planken vloer had en twee grote ramen en waar de zon overvloedig binnen viel. Er lag ook een dode vlieg op de grond. Het gebouw was kaal, wachtte duidelijk op een herbestemming. Er was geen sprake van bezoek ontvangen, want daarvoor was het echt niet representatief genoeg. Maar het was plek, veel plek. Voor een huurprijs die meeviel. Tot de immoman er even de BTW achteraan mompelde en een heleboel servicekosten (voor welke service is me niet echt duidelijk) en inschrijfkosten en waarborgen en … Toch fietste ik vrolijk weg en zag ik me mijn bureautje al naar boven slepen, nadat ik de vlieg gestofzuigd had.

Ik had de afspraak met het kleine pandje in de oude stad waar ik op koningsdag langsgelopen was en waar ik meteen knettergek op was maar wat duur was en heel klein, uit een soort luiheid laten staan. Dus ’s avonds wandelde ik er met de kleine dochter heen en werd allerhartelijkst ontvangen door twee lieverds. Het mini-pandje voelde zo authentiek en lief en ik kan er prima bezoek ontvangen (bezoek dat zijn benen optrekt of blijft rechtstaan, haha). Het heeft een raam dat een etalage is en een houten buitenkant en een bankje voor de gevel en ik vergat ter plaatse al mijn bezwaren en ik deed het. Op wolkjes zweefde ik naar huis met miss mini.

De buurvrouw zei: ‘wat heb je nu weer gedaan?’. Ik vraag me nog steeds af waar dat ‘nu weer’ vandaan komt, maar ik zei haar dat ze koffie kon komen drinken op mijn bankje en dat er geen mannen en kinderen zijn en we moesten lachen en ik kan het niet uitleggen of verantwoorden, maar ik weet zeker dat ik een goede keuze heb gemaakt.

Lieverds. Ik heb een tiny werkplek. Ik verheug me op het inrichten en het er naar toe huppelen. Ik heb een risico genomen (want ik heb meteen een grote maandelijkse ‘last’ en nog weinig zicht op inkomsten, of zelfs op wat ik ga doen to be honest). Maar dit voelt prima. Heb ik eindelijk iets om op instagram te zetten. Haha.