In beeld (ii)

 

Beelden om iets bij te vertellen.

Ad 1. Quality time met kleine broer. We lunchten in de gedeelde tuin, waar hij zichzelf op ongeveer een dag tijd leerde fietsen zonder zijwieltjes. 102 keer gevallen, telkens met veel misbaar. Ik leek vast een ongevoelige moeder toen ik de 98ste keer kwam aanpuffen terwijl de buren om hem heen stonden, en zei: ‘Komaan, joh, ben je nu weer gevallen? Sta recht.’

Ad 2. Soms vind ik zo een briefje van de grote broer. Ik vind dat hij een talent voor poëzie heeft. Eén van de eerste briefjes die ik ooit vond van hem bevatte de term: stomunbroer. Dat kwam uit het hart, denk ik.

Ad 3. Slabbetje en hydrofielwashandjes. De collectie wordt steeds groter, de Man steeds wanhopiger over alles wat ik naar dit hol sleep, terwijl de jongenskamer nog niet af en dus verhuisd is, en dus de meisjeskamer nog niet ingericht mag worden. Nog (ongeveer) 11 weken te gaan. Ik hou er gewoon rekening mee dat ik binnenkort een keer omval en moet blijven liggen. Dan kan ik beter alles al in huis hebben.

Ad 4. De Man is een subtiel iemand. De ex was eerder het type dat van de daken schreeuwde wat hij allemaal deed en was en enorm uitkeek naar het rondlopen met een baby in draagdoek omdat hij dan een vrouwenmagneet zou zijn (zucht). De huidige Man is dus een pak meer bescheiden. Noest bezig met het aanpassen van het huis en het kiezen van een geschikte nieuwe auto. Laatst waren we op een kraambezoek. Een vriendin had er 20 uren over gedaan haar kindje op de wereld te zetten. Had ik hem verteld. Hij trok bleek weg bij het geboorteverhaal tijdens de visite, maar in de auto terug voelde hij zich toch wat bekocht omdat ik had verteld dat de bevalling 20 uur geduurd had ‘en dat was toch maar twee uur’. Hoezo, twee uur, zei ik. ‘Ja, ze heeft toch maar twee uur geperst,’ zei hij. Die weeën, dat was toch verwaarloosbaar? Nou, ik ben alleszins blij voor de vriendin in kwestie dat ze geen twintig uur geperst heeft (dan had ze geen darmen meer, vermoed ik), maar enige zorg trad op over of de Man überhaupt weet wat te verwachten als het moment daar is. Op zijn bureau vond ik dit verfrommelde briefje, wat ik best ontroerend vond. Op zijn eigen subtiele manier is hij ermee bezig :).

Ad 5. Eerste pakjes! Maat 50. Waarschijnlijk slobberen ze enorm, zelfs als ik de door mijzelf vooropgestelde birthline van 36,5 week haal (ik ben niet erg ambitieus, tja). Kleine kans dat ik twee dochters van 3,5 kg baar. Toch?

 

Advertenties

Mentale kreukels glad strijken

Stoppen met werken was een goede actie. Mijn toestand ging van mentaal behoorlijk zorgwekkend, naar ik-kom-de-dagen-weer-door.

Was het daarmee maar opgelost. Dat is het jammer genoeg niet. Ik weet van mezelf dat ik nog steeds een aantal vervelende symptomen heb die duiden op net iets meer dan het naar binnen gekeerd geraken voor een geboorte. Of twee geboortes in dit geval.

Zo ben ik schuw. Dat is een mooie manier om het te zeggen. De realiteit is dat ik contact vermijd en absurd veel stress krijg van contacten (bv als de telefoon gaat). Zeker als er iets van mij verwacht wordt en als er iets vanuit het werk komt. Er werden bloemen afgeleverd van mijn werk en ik kan die niet zien staan zonder hartkloppingen.

Verder voel ik me vaak eenzaam en erg lusteloos. Categorie uren alleen op bed liggen en uit het raam staren.

Ondanks de fysieke ongemakken van een tweelingzwangerschap, zou ik toch wat meer licht huishoudelijk werk gedaan kunnen krijgen. Maar de realiteit is dat bijna alles me moeite kost en ik veel dingen niet kan opbrengen of er in vast loop (lees: willen koken maar niet kunnen kiezen wat ik ga maken). En me vervolgens een mislukkeling voel omdat de Man de hele dag gaat werken en ’s avonds de keuken nog moet opruimen, terwijl ik in bed uit het raam lig te staren.

En slapen is nog steeds een behoorlijke uitdaging, al slaap ik intussen wel ietsje meer. Wat dan weer voor zeer intense dromen zorgt, over vergeten baby’s, doodgeboren kinderen en plafonds krioelend van mestkevers.

Anyway. Toch de pop-poli dus. Ik werd gebeld voor een afspraak, die gepland kon worden zeven weken later, ongeveer 4 tot 5 weken voor het vermoedelijke einde van mijn zwangerschap. Ik apprecieer het feit dat zo een afdeling bestaat en dat ik er terecht kan, maar de moed zonk even in mijn schoenen na het telefoontje omwille van de timing.

Intussen heb ik op aanraden van jullie, bloglezers, wat boeken gehaald. Zoals het boek over de vrije geboorte, maar ook ‘Perfecte bevallingen bestaan niet’. In dat laatste boek was de herkenning treffend (dus: weer een nacht janken). De ervaringsverhalen van vrouwen met een niet-fijne bevallingservaring, de gevolgen voor de relatie, voor gevoelens van angst en somberheid, negatieve gevoelens tijdens een nieuwe zwangerschap, slaapproblemen, problemen met werk, … kwamen nogal stevig binnen.

Dus heb ik intussen een vrouw gecontacteerd die gespecialiseerd is in verwerken van bevallingstrauma’s, met de heel lichte hoop dat een heleboel mentale kreukels daarmee glad gestreken kunnen worden.

Wordt maar weer vervolgd.

In beeld

 

Ad 1. De  buik. Hij is immens. Nog ongeveer 11 weken te gaan – imagine. Soms gaat het prima. Soms voel ik me zo bedolven onder mijn eigen gewicht dat ik erg bang word – want de baby’s moeten nog drie en liefst vier keer gaan wegen wat ze vandaag wegen. In welke richting ga ik nog groeien? Mensen wijzen op straat. Kinderen zeggen luidop tegen hun moeder dat ik een dikke mevrouw ben. Een oud vrouwtje sprak me aan. ‘Twee?’, zei ze. ‘Dat is alles waard.’

Ad 2. Uren in een ziekenhuiskamertje. Er is al wat paniek geweest. Een keer een erg hoge bloeddruk. Een keer een soort weeënactiviteit – pijnlijk en veel te vroeg. Na negen uur in het ziekenhuis was de aanname dat ik nierkolieken had. Door de druk van de baby’s kan het afval niet goed weg, mijn linkernier bleek vergroot. De pijn was stevig, maar ik heb toch maar bedankt voor de portie morfine die me aangeboden werd. In een eerder stadium – toen nog niet duidelijk was dat het geen dreigende vroeggeboorte werd – werd er gesproken over welk ‘beleid’ we moesten voeren. Met andere woorden: we moesten kiezen tussen ervoor gaan en dan erg gehandicapte kindjes die maanden in de couveuse moesten (als ze het zouden overleven), en ze krijgen, wetende dat er enkel voor hun ‘comfort’ gezorgd zou worden. O my god. Wat een onmenselijke keuze om te maken. Mijn hart is bij alle moeders die voor deze verscheurende keuze staan of gestaan hebben.

Ad 3. In bed. Leve bob, het kussen dat tussen mijn knieën en enkels ligt. Dat desbetreffende moment lag ik te luisteren naar de jongens die in de tuin aan het spelen waren, dankbaar om de mij gegunde rust.

Ad 4. Het is absurd, maar er is iets hormonaals dat ervoor zorgt dat je dingen wil kopen. Voor de derde keer sta ik in mijn handen met hydrofielluiers/tetradoeken. Ik weet dat ik er veel nodig heb maar ik ben totaal vergeten waarvoor je ze ook alweer gebruikt.

Ad 5. Mijn eerste dag in ziekteverlof. Met de fiets op weg om mijn benen te laten meten voor de charmante steunkousen. Op de terugweg woeste honger, en beseffen dat ik gewoon tijd had voor taart op een doodgewone maandagochtend terwijl de hele wereld gewoon draait en draait en draait. Ik zat de Linda te lezen trouwens. Die ook in elke wachtkamer in Nederland lijkt te liggen. Ik ga de Linda nog missen als de baby’s er zijn.

Het ijle

Verschillende keren per dag denk ik dat ik niet meer weet waar ik gebleven ben. Of misschien doet dat ‘ik’ er niet meer zo toe. De dagen zijn egoloos en ik ben helemaal naar binnen gekeerd. Een dag kan makkelijk voorbij gaan met een dutje, fruit eten in de zon, wat rommelen in de keuken, wat lezen. Ik ben helemaal ambitieloos. Daar maak ik me vaak zorgen over – komt het ooit nog terug? Kom ‘ik’ ooit nog terug? Wie was ‘ik’ alweer?
Het blijft voelen alsof ik zwanger zijn in uitersten beleef. Zijn andere zwangere vrouwen een beetje van de wereld, ik ben totaal op een andere planeet.

Ik merk dat er iets niet meer werkt in mijn hoofd. Ik kan dingen niet meer ‘samenbrengen’. Een gerecht bestaat uit verschillende smaken (waarvan sommigen storen of overheersen), maar vormen geen geheel meer. Een boek is een opeenvolging van zinnen die niets met elkaar te maken lijken te hebben. Muziek is een bijna niet te verdragen samenvoeging van klanken. Het stofje dat je in je hoofd nodig hebt om verbanden te zien, de dingen te laten samen vloeien, is op. Of weg. Ik bevind me in een heel absurde wereld daardoor.

In al dat naar binnen keren, zie ik bewegingen doorheen mijn leven lopen die ook maatschappelijk spelen. Alsof alles wat in het groot speelt, ook in het klein speelt bij mij. Ik vind het erg intens om die dingen te ervaren en overdenken. Er was het alleenstaande oudervraagstuk – iets wat maatschappelijk gezien steeds meer speelt en veel impact heeft op ouders en kinderen. Intussen is er de blijvende vraag naar de verhouding tussen moederschap en arbeid. Ik denk en dacht altijd dat ik feministisch ben, maar nu weet ik niet meer wat feministisch betekent. Laatst stond een jonge vriendin met haar baby naast me. ‘Hij moet maar eens in een ritme komen en me ’s nachts laten slapen, want ik ga bijna weer aan de slag,’ zei ze. Het kind was 10 weken, ik vond het zo schrijnend. Dat bedoel ik niet culpabiliserend, maar ik vind het raar dat we het normaal vinden dat een baby van 12 weken zou doorslapen, omdat wij dan weer gaan werken. Ik denk dat een Zweed zo’n uitspraak nog nooit gehoord heeft. Daarbij denk ik ook aan de pleidooien van Celia Ledoux. Ik vond haar altijd nogal fel, bijvoorbeeld over kinderopvang, maar intussen denk ik ook dat het nogal raar is om acht baby’s toe te vertrouwen aan één verzorger, waardoor het noodzakelijke fysieke contact beperkt blijft tot de verzorgingsmomenten. Hoewel mijn kinderen  altijd in de kinderopvang hebben gezeten en daar ook veel baat bij hebben gehad, bijvoorbeeld in het contact met andere kinderen en de geboden structuur.
Anyway, in mijn leven speelt het nu ook. Wat ga ik in godsnaam met die baby’s doen? Het vage plan is nu thuis te blijven tot ze acht maanden zijn met het opnemen van ouderschapsverlof, maar ik heb geen enkel idee of ik daarna terug het leven wil dat we hadden – beiden aan de arbeid, de kinderen enkel ’s ochtends en ’s avonds een uurtje bij ons (en zoals iedereen weet moet er in dat avond-uurtje best veel gebeuren).

Afgelopen week ontdekte ik nog iets dat zich in mijn leven ‘in het klein’ afspeelt, wat maatschappelijk al langer speelt. Mijn atheïstische Man en ikzelf moesten naar een huwelijk. Ik ben totaal opgegroeid binnen de Kerk en heb er altijd veel affiniteit mee gehad, maar nu zaten we daar en keek ik met stijgende verbazing naar een soort poppenkast. De huwenden werden constant benoemd als ‘uw dienaren’. Voor de vrouw werd het gebed uitgesproken dat ze hopelijk een warme thuis kon creëren voor de kinderen die God hen zou schenken. Er liepen acht mannen met een jurk vooraan, er werd met wierook geschud dat het een lieve lust was en er werd een preek gehouden over liefde, waar ik me echt van af vroeg wat de man ik kwestie met zijn goede adviezen ervan af wist.
Ik weet ook wel dat er andere vormen zijn en dat dit nogal hardcore katholiek was, maar de totale vervreemding van iets dat me zo vertrouwd is geweest, maakte dat er nog meer grond van onder mijn voeten verdween.

Zou ik apathisch geworden zijn? Of erg onthecht?
En waarom staat hier niets over in de zwangerschapsboekjes?

 

‘Mag de buik er al af?’

Zwanger zijn in Nederland is een aanrader. Je moet nooit op de weegschaal tijdens de controles. Ook wordt er niet standaard getest op diabetes (denk ik, niemand is er tot dusver over begonnen), CMV en toxoplasmose.

We moesten weer in het ziekenhuis zijn en de jongens waren vrij, dus brachten we ze naar de kinderopvang in het ziekenhuis. Dat zo een service bestaat waardoor je als ouders even rustig naar je doktersafspraak kan gaan, zonder zeurende kinderen, is echt heerlijk. (De controle ging vrij goed, alleen was het hoofdje van baby 1 een beetje smaller dan verwacht – meteen vielen er woorden als infectie en syndromaal. We zien het wel. De Man heeft een vrij smal hoofd en is groot maar tenger gebouwd, dus mogelijk lijkt ze gewoon op hem.)

Toen we parkeerden, legde ik aan de oudste uit wat een mortuarium is. (Een plek waar ze dode mensen bewaren tot die begraven worden.) Bij het uitstappen vroeg de jongste ‘of ik dan gauw dood ga?’. Ik blijf het fascinerend vinden hoe dat hoofdje werkt.

Onderweg naar de kinderopvang vroeg de oudste of ze mijn buik open snijden als de baby’s er niet uitkomen. Hij was relatief verbaasd dat het antwoord positief was. Of ze me dan ook wel terug dicht plakten?

En toen we de jongens weer ophaalden, vroeg de jongste meteen of mijn buik er nu al af mocht. Nee, lieverd, nog ongeveer 12 weken.

De dagen gaan een beetje op en down, maar niet meer heel diep down. Het bezoek aan de bedrijfsarts was niet leuk. Fijn dat ik mag thuisblijven, maar allerliefst zou ik natuurlijk fit en monter werk en zwanger zijn en gezin combineren. Iemand horen zeggen dat ik ongeschikt ben voor het doen van arbeid, is gewoon raar.

Ik voel me soms alleen, zeker als de Man in het weekend twee dagen weg is voor zijn hobby’s. Of na het avondeten nog naar het lopen of de sportschool trekt. Ik ben meestal erg moe, dus kan ik mezelf dan enkel nog brengen tot het kijken van Midsomer Murders in bed (is niet spannend – ik kan niet tegen spannend deze dagen), waarbij ik steevast in slaap val. Om dan ergens midden in de nacht klaarwakker te zijn en beneden twee bananen en een kop amandelmelk te gaan verorberen. O, pregnant days. Tegelijk bouw ik wel wat contacten op omdat ik nu meer tijd heb. Daar schreef ik al over.

Eén van de mooiste dingen die ik recent in bed gekeken heb (en geloof me, ik lig toch ongeveer 16 uur van de 24 in bed, dus ik heb één en ander gezien) is ‘De roze dolk‘. Een leuk Amsterdams koppel wil een kind. Of toch niet? Ze nemen je mee in de hele roetsjbaan, tot en met de geboorte van hun zoontje. Het is goudeerlijke televisie, want zelfs hun ruzies op de parking van de IKEA komen pontificaal in beeld, maar voor mij ZO herkenbaar. De hele eindscène van de reeks (daarvoor moet je alle afleveringen gezien hebben natuurlijk) was janken. Maar dat zijn dan vast de hormonen. Alleszins, een aanrader. Het is toch een gebeuren met veel impact, zo’n zwangerschap. Op een ander kan ik daar altijd iets meer gezag voor hebben :).

 

 

 

 

De tweede helft

Ik speel een betere tweede helft van deze zwangerschap. Thuis zijn en dus de stress elimineren was een life-saver, en thuis zijn blijkt niet zo eng als ik dacht. Het leven is best dynamisch, zelfs als je niet werkt.

Zo is het huis bij momenten een kiekekot. De buurman verbouwt en loopt in en uit, mijn planner  en ik besteden een hele ochtend aan lijstjes maken van wat ik voor de baby’s moet kopen en doen, de ex van de Man logeert hier tien dagen (very mixed feelings – tot nu toe heb ik één keer met de deur gegooid toen de Man ging doen alsof ik onverdraagzaam ben omdat ik het niet ok vind als ze hier bezoek uitnodigt met twee kinderen), en er is (hoog gewaardeerd) bezoek uit België. Als de dynamiek stil valt, is er nog steeds netflix.

Ik maak vrienden. Of toch de eerste aanzet ertoe. Ik dacht dat ik asociaal was, maar blijkbaar was ik gewoon gehaast. Nu drink ik ’s ochtend mee koffie bij de schoolpoort, en ga ik koffietjes drinken met andere zwangere dames uit de yoga. Of groene thee natuurlijk. Ook ben ik langs geweest bij een andere tweelingmama, en het was erg leuk om de tips en tricks te horen en twee blije baby’s op de mat te zien spelen. Het bevallingsverhaal was er trouwens weer ééntje waar ik van moest zuchten. In het ziekenhuis waar ik weg ben gegaan, kreeg zij geen toestemming op rechtstaand of rechtop te persen. Het is geëindigd in een keizersnede. (Uiteraard kan alles in een keizersnede eindigen, maar het was misschien de moeite om haar eens rechtop te laten proberen.)

Dan het zwanger zijn zelf. Mijn bekken ontspant zich meer door de andere slaaphouding en het feit dat ik überhaupt slaap. Ik word soms kierewiet van alle zwangerschaps-afspraken (soms 7 per week! – en ik ben niet zooo dol op fysio en ziekenhuizen en …), maar het is natuurlijk luxe: goede zorg en tijd om ervan te ‘genieten’. De baby’s worden sterker en groter, mijn buik groeit navenant, maar ik ben nog niet in stadium omvallen en soms vergeet ik dat die buik er is. Ik heb een voorschrift voor steunkousen naast me liggen, handleidingen van de fysio voor hoe ik naar toilet moet gaan en hoe seks nog een optie is. Ik heb birkenstocks gekocht en wacht nu op lekker weer om ze ook te dragen. Alle gênante of vervelende dingen (gaande van bekkenpijn, over aambeien, last met controle van de blaas, harde buiken, verhoogde bloeddruk bij momenten, mijn linkerbeen dat volledig blauw is omdat het bloed niet weg kan …) vallen ook wel weer mee als de andere stress geëlimineerd is.

En ik heb gewonnen met de keuze van de buggy. Ik wou dolgraag een bugaboo donkey, terwijl de Man graag het advies van de grote babywinkel wou volgen en voor een Uppa baby wou gaan. Maar ik vond het al zo reuzesneu dat ik dan telkens één baby ‘achterin’ moest leggen (hormonen, hormonen!). Dus gisteren hebben we een bugaboo gekocht. Via marktplaats. Voor minder dan de helft van de aankoopprijs. Bij superlieve mensen. En de Man heeft betaald, ook niet vervelend :). Het ding staat nu in stukken over verschillende kamers verspreid en het past net door onze voordeur, als ik hard duw :).

Kortom. Ik speel een betere tweede helft. En op het einde scoor ik. Dubbel.

 

Plukbare dagen

Het is maandagochtend en ik begin aan mijn eerste week thuis.

Mijn hoofd is opengeklapt. Ik heb plots ruimte voor dingen.
Ik herken mezelf weer, ik heb weer ideeën.

En ik moet lachen om mezelf. Hoe heb ik ooit gedacht dat ik een drukke baan buitenshuis kon combineren met een goed draaiend huishouden?
(aan iedereen in die waan: VERGEET HET)

Klara staat aan, ik maak het weekmenu.
Ik heb al heel lang geen weekmenu meer gemaakt.
We eten deze week uit ‘Vegetarisch genieten’, nog steeds een topboek door de vele suggesties die je bij de gerechten krijgt en die op zich ook al gerechten zijn.

Dadelijk een dokterafspraak. In mijn hoofd ontwikkelt zich een basic weekstructuur. Ik ben er zo van uitgegaan dat er iets mis is met mij omdat ik niet kon volgen, maar nu ben ik thuis en is mijn hoofd erg overzichtelijk. Ik vind bijna dat ik weer moet gaan werken omdat ik me beter voel, maar ik realiseer me dat ik me beter mag voelen en dat dat ook beter is voor de baby’s.

Ik lees het Parool. Roos Schlikker schrijft: ‘Nooit echter in Amsterdam. Daar heb ik geen adem om te vertragen, druk doende om carrière te maken, kinderen op te voeden, aan zingeving te doen en o ja, ook nog de dag te plukken. Maar veel dagen razen ongeplukt voorbij. En niet alleen bij mij.

Ook hier zijn er te veel ongeplukte dagen. Wanneer fietste ik eens naar zee? Wanneer las ik eens een boek in een parkje? Wanneer bakte ik eens cakejes met mijn mannekes?

Stiekem hoop ik dat ik mijn bijberoep kan doorontwikkelen, en daar een leven op kan bouwen waarin de dagen wat meer plukbaar zijn. Waarin werk te managen is en een goede plek krijgt in dit leven. Waarin de ratrace niet meer bestaat. Waarin ik zelf de structuur bepaal.

Zou het kunnen?

[Voor de nuance. Het is makkelijk deze keuze te maken als je financieel beschermd bent door een uitkering en een Man. Ik weet hoeveel geluk ik heb.]

 

 

Gestopt

Ik zit weer in haar praktijk. Ik check of het boek over dode kinderen nog steeds weg is. Dat is het, gelukkig.

Ik vertel haar hoe de voorbije week was. Even op adem gekomen toen ik me ziek gemeld had, daarna weer gaan werken en al vanaf de avond op voorhand tranen met tuiten gehuild. De dag zelf gered aan de buitenkant, maar vanbinnen leeg, leger, leegst, op. Van de auto naar bed.

‘Je kan het niet meer,’ zegt ze. ‘Je moet nu echt stoppen.’

In mijn hoofd zaten nog allemaal plannetjes. Een lijst met belangrijke dingen die ik wou afwerken om het in schoonheid af te ronden.

‘Je bent depressief. Je slaapt niet. Je bent zwanger van een tweeling. Je hebt pijn. Het gaat niet,’ zegt ze.

Ze heeft gelijk. Alle warrigheid waarmee ik binnen stapte, klaart op. Ik moet gewoon stoppen.

‘Wat wou je? Nog harder je best doen? Hopen op een goede nacht? Nog een tandje bij steken?’

Ja, dat was inderdaad het plan. Maar nu niet meer. Ik stop.

Ik vertel haar waarom ik niet kon stoppen. Omdat ik bang ben dat ik nooit meer terug zal gaan. Dat dit het is, met de leuke interessante en relevante baan. Dat ik in een soort niemandsland terecht ga komen en niet ga weten wat ik voor mezelf wil, wat ik wil worden, als de baby’s groot genoeg zijn om door iemand anders verzorgd te worden.
En ook: omdat mijn moeder gestopt is, toen ik geboren ben. En altijd overduidelijk gefrustreerd is geweest om die beslissing. Ik ben bang om een afwezige gefrustreerde moeder te zijn. Als ik verder graaf in mijn geheugen, zie ik dat ik na school boodschappen deed en kookte voor zes. Ik was 12, 13 misschien. Ik zie dat ik in het washok tussen de zurige kledij groef naar de kleding die ik nodig had voor de turnlessen of om morgen iets schoons aan te doen. Ik voel de klap weer die ik in mijn gezicht kreeg toen ik ’s ochtends naar school moest vertrekken en de brief vroeg die ik haar drie dagen geleden had gegeven en die gehandtekend mee moest. Uiterlijk vandaag. De brief was kwijt, ik kreeg een klap. Ik ben die dag niet naar school gefietst en heb me machteloos en woest opgehouden op mijn kamer.

‘Zo,’ zegt ze. ‘Het is wel duidelijk waarom je depressief wordt van zwanger zijn.’
Ja. Denk ik. Ik heb weinig vrolijk moederschap gezien. En de voorbije jaren voelde moeder zijn bij momenten ook als een kooi. Niet omwille van de kinderen, maar omdat ik het alleen deed. Ik vertel haar dat ik mijn kinderen wel zeg dat ik blij ben met hen. Dat ik wel naar musea ga, naar de film, dat ik op bankjes bij de speeltuin zit, dat we samen slapen en knuffelen. Ik denk aan de Man en hoe hij van ons clubje een gezin heeft gemaakt en daarin een zekere kwaliteit eist. Hoe hij ’s ochtends de jongens hun haren kamt en gezichten wast, hoe hij voorstelt op zondagmiddag iets samen te doen en ook op zaterdagmiddag. Hoe hij een weekendje centerparks in plant en dan zonder morren met de mannen van de glijbaan gaat terwijl ik beneden wacht. Hoe hij nieuwe kleding koopt voor de kinderen en hen meeneemt naar de kapper. Ik heb nu al een ander gezin dan het gezin waar ik in opgegroeid ben.

Ik fiets naar de fysio en het is alsof er duizenden kilo’s van me af vallen. De dagen daarop ben ik moe, hondsmoe, maar ik heb tenminste tijd om moe te zijn. Er flitsen dingen door me heen die ik kan doen (koken! lezen! fietsen!), maar ook zonder werk vullen de dagen zich vlot en is het puzzelen om eens een middagdutje te gaan doen. De baby’s groeien en schoppen en ik heb adem te kort. Na een gesprek met de fysio bouw ik een aangepast soort bed voor mezelf, waar ik rechtop zittend kan slapen, met ondersteuning onder mijn knieën waardoor mijn bekken zich licht ontspant en ik zowaar een keer drie uur aan een stuk slaap. Het huilen is gestopt. Ik voel de baby’s nu als een bijzonder project. De weken die ik nog te overbruggen heb, als te overzien. Ik parkeer de vraag wat na de baby’s komt. We zullen het zien.

 

Het licht is gewoon even uit

Mijn blog en mijn leven lopen niet helemaal simultaan (ook om mezelf wat te beschermen omdat sommige reacties momenteel niet zo fijn binnen komen). Dit stukje is enkele weken oud bij publicatie.

Het is maandag. Ik heb me ziek gemeld. Het gaat altijd gepaard met twijfel (kan ik nu niet een beetje meer mijn best doen?) en schuldgevoel. Maar hier zit ik. Thuis. Alleen.

Ik probeer wat structuur in de dag te brengen. Zet de wekker ’s ochtends een half uurtje om het huishouden wat op orde te brengen. Ga dan wat lastige klusjes te lijf. Ik ben helemaal stil de laatste dagen. En stil in stilte is wel passend.

De afgelopen week was hels. Wel moeten, niet kunnen. Al mijn zelfvertrouwen weg na maanden geploeter. Als je al maanden alles moet doen met te weinig lepels of zonder lepels, en je stapelt mislukking op mislukking, en je slaapt niet, en je hebt pijn. Dan wordt het wel eens heel heel donker.

Op donderdag huil ik de hele dag. 
Op vrijdag kom ik bij de therapeute van mijn antroposofische praktijk. Ik krijg paniek van een boek dat in haar kast staat over een dood kind. Ik weet dat ik niet normaal reageer op zo’n dingen, maar vraag haar toch dat boek weg te doen. Ze doet het zonder vragen stellen.
Ik vertel. Dat ik al ontregeld was toen ik nog niet wist dan ik zwanger was, maar het wel al was. Dat ik heus dankbaar ben, dat ik de baby’s wil. Dat ik een lieve Man heb en leuke kinderen en niets te kort. Maar dat het niet gaat.
Ze schudt haar hoofd. We kunnen niets doen, zegt ze. Dit is hormonaal. Ongeveer 12% van de vrouwen heeft er last van. Je kan van jezelf vinden dat je flinker moet zijn, dankbaar, blij of om het even wat, maar je hormonen hebben alles nu even op z’n kop gezet en het wordt niet beter dan het nu is door te praten of de druk op jezelf hoger te maken.

Dat ze dit zegt, is een opluchting. Het is dus niet mijn schuld. Ik ben niet ondankbaar, onvermogend om gelukkig te zijn wegens eens slecht of zwak karakter. Het ligt niet aan te veel willen of te weinig keuzes maken. Het licht is uit in mijn hoofd omdat de zekeringen niet meer werken.

Ze gaat bellen. Naar de huisarts. Naar de poppoli. Naar de gynaecologe. Naar mijn bedrijfsarts.

Ik mag nog even in het bibliotheekje zitten omdat ik te moe ben om naar huis te fietsen. Het is op de bovenste verdieping en het maakt me irrationeel bang dat er een deur is waarmee je op een terrasje komt waar je gewoon af kan stappen. Ik vang de fietstocht toch maar aan.

Het is nog maar half 11, maar ik ben gesloopt. De Man is 35 km gaan lopen. Ik lig op de bank. Ik wou dat alles normaal was, maar dat is het even niet. Ik wou dat ik blij kon zijn en gelukkig en stralend en hieperdepieper, maar het licht is even uit.

Op zondagmiddag vraagt de Man wat ik dan wil doen, thuis. De komende weken. Ik heb geen flauw idee. Koken, denk ik. Iets lekkers maken. Niet ’s avonds als ik al te moe ben, maar misschien in de ochtend? Een boek halen bij de bib en proberen wat te lezen misschien? Fietsen als het wat warmer wordt? Wat werken, maar niets waar ik stress van krijg?

Ik app met een kennis van de zwangerschapsyoga. Ze zit in een gelijkaardig schuitje. Ik kan zien dat ze niet incapabel is of dat haar situatie niet hopeloos is. Ze is gewoon zwanger en verdient wat rust en zorg. Ik probeer met dezelfde ogen naar mezelf te kijken.

En dan is het maandag en ga ik nergens heen. Nog 16 weken zwanger zijn, denk ik. Nog 2688 uren ongeveer. Ik voel de meisjes bewegen vanbinnen en ik ben blij dat ze er zijn. Ik kijk uit naar hun geluidjes, hun geur, hun gezichtjes (op wie gaan ze lijken?). Ik kijk uit naar die heerlijke oxytocine-roes die ik van de borstvoeding krijg. Ik kijk uit naar de kleine lijfjes in de draagdoek. Ik kijk uit naar de heilige rust in een huis waar twee kleine mensjes slapen onder bescherming en liefde van mij en de Man. Ik kijk uit naar alle eerste keren, maar vooral naar het koesteren van het begin van hun kleine leventjes.