Uit de kast

Ik weet nog steeds niet of dit een goed idee is.
Maar ik ga het wel doen.

Slik.

Ik schrijf hier al een aantal jaren. Anoniem. Zodat ik vrij was in wat ik kon schrijven. In het delen van mijn hersenspinsels. Zodat ik gespaard was van het idee dat mijn collega’s of mijn klanten mij konden aanspreken over wat ik hier schreef.

Zoals jullie weten ben ik intussen gestart als zelfstandige. En denk ik de hele tijd dat ik jullie graag wil meenemen. Naar wat ik doe. Want dat zijn ook stukjes van mezelf.

Dus nu neem ik jullie mee.

Deze idioot heeft twee bedrijfjes gestart.
HAHAHA.

(Idioot? Ja. Omdat één al veel is en ik maar drie dagen per week werk en ook nog kinderen heb enzo.
Maar goed.)

Eén van mijn bedrijfjes gaat over The Artist’s Way. Ik heb jullie hier meegenomen in mijn ontdekking van het programma, in wat het voor en met me deed.
Dat transformerende effect wil ik graag met anderen delen. Nu was ik toevallig al jaren aan het werk met groepen in organisaties, dus heb ik besloten het programma te faciliteren in kleine groepen én ben ik bezig aan een online variant.

Kijk, hier kan je meer vinden: https://theartistswayonline.com/
En ik heb daar ook een blogje: https://theartistswayonline.com/blog/
En binnenkort komt de Zsazsalmanak uit en daar staat ook een maandelijkse tip/oefening in van mij.

(En er is ook een instagrampagine, @theartistswayonline)

Het zou me echt superveel plezier doen als jullie op mijn mailinglijst kwamen en ik jullie af en toe, niet te vaak, wat nieuws kon sturen. Een tekst. Een oefening. Een nieuwtje over de online cursus.
Op de website kan je je e-mailadres doorgeven.

Zo.
Doodeng, dit. Het is toch een soort van uit de kast komen.

Mijn volgende post gaat over mijn andere bedrijf.
Wait & see :).

P.s. Ik apprecieer comments, en zeker ook constructief kritische dingen enzo. Maar mag ik nu vragen zeker voorzichtig te zijn? Ik voel me erg kwetsbaar in dat ondernemen, ben heel de tijd zo bang dat het niet lukt, het is best raar mijn anonimiteit op te geven, … Het is dus allemaal wat raar en ik ben wat wiebelig.


Introvert werk

Ik heb een hele dag werk op mijn kantoortje. De laatste tijd ben ik wat opgejaagd geraakt. Ik heb altijd moeite met onzekerheid gehad. Als ik wist dat ik binnen zes maanden maandelijks genoeg opdrachten zou hebben, zou ik het perfect kunnen verdragen dat dat vandaag nog niet zo is. Maar het feit dat ik het niet weet, maakt het lastig. En eenmaal in business krijg je allerlei businessnetwerken in beeld en marketingmensen en vliegen de woorden als je omzet verhogen en ambitieus zijn en je markt vergroten je om de oren, en dan voel je je al snel een mislukkeling als je wél werk hebt, maar er niet in omkomt.

Anyway. Ik zit in mijn kantoortje. Er staat een nepkacheltje dat toch een soort open haard-indruk geeft met vlammetjes (en eco verantwoord gezien de zonnepanelen op het dak). Ik heb thee en chocolade en er branden kleine lampjes en ik zit op mijn sokken en ik ben omringd door boeken en wat planten en bloemen en ook al is het niet opgeruimd (genoeg), het is lief, cosy, van mij. Terwijl het buiten begint te schemeren werk ik mijn taken van de dag af (ik werk heel hard en in een heel fijne flow meestal), daarna ga ik mijn kopjes afwassen en mijn tas maken, maak ik een praatje met mijn lieve huisbaas en ik ben zo content.

Zo content met die stille plek. Het werk waarvoor ik niet elke dag de deur uit moet. Het tempo. Het feit dat ik het werk dat ik heb goed kan doen. Het feit dat ik heel veel helemaal alleen kan zijn daar.

Eenmaal thuis heb ik veel energie. De Man is weg, dus ik kook, we eten, ik doe de kinderen in bad en bed, ruim het huis op, vervang de vuilniszak, steek een was in en typ dit stukje. Ik besef dat ik voldoende introvert werk moet hebben (denken, lezen, schrijven), zodat ik a. oplaad voor de rush thuis en b. tegen het extraverte werk kan (voor groepen staan).

Soms lijkt al dat ondernemen zo absurd, maar op zo’n dag klopt het. Voor het eerst kan ik de huur betalen met geld op mijn zakelijke rekening, en zelfs nog een andere factuur. Loon zit er nog niet in. Er waren tijden dat ik elke dag gecentrifugeerd werd door de afstanden die ik reed, de contacten die ik had, het werken in een open kantoortuin. Als ik toen een foto had mogen zien van mijn kantoortje op een dag als vandaag, had ik volmondig ja gezegd. Zelfs al wist ik dat ik de onzekerheid, het gebrek aan voldoende inkomen en de twijfels erbij moest nemen.

Doe elke dag iets waar je bang voor bent

Zoiets. Dat zit in dat gekke liedje.

Soms voelt mijn leven heel suf. Als ik om kwart na negen uitgeteld in bed lig bijvoorbeeld. Als de Man en ik ruzie hebben over tijd en ruimte. Als ik (weer) chips heb gegeten in plaats van te gaan sporten. Als ik beneden kom na het kinderen instoppen en dan een soortement ontplofte keuken vind met schilderijen van appelmoes all over. Dat dus.

Net maakte ik een tabelletje van wat ik verdiend heb de laatste tijd. Dat viel nogal tegen. Of ja, niet echt. Maar het is niet echt zo dat de zaken enorm gaan lopen. Wat niet wil zeggen dat er niets gebeurt.

Ik heb het idee dat het opzetten van mijn bedrijfje en het ondernemen van acties lijken op ‘met hagel schieten’. Ik zet stappen, volg mijn intuïtie, ik doe wat. Dat voelt soms dom of chaotisch, maar tegelijk is het ook zo ontzettend spannend. Het is als elke dag iets doen waar ik bang voor ben. Iets organiseren. Iets publiceren. Mezelf in de wereld zetten. Mijn ideeën in de wereld zetten. Met het enorme risico dat het niet gaat werken, dat er geen mensen naar mijn cursus komen, dat niemand me inhuurt. Dat is doodeng.

Binnenkort heb ik een inspiratiesessie met een marketing-dame. Benieuwd hoeveel ze vraagt om het met hagel schieten te stroomlijnen en efficiënt te maken. In tussentijd besluit ik me maar even niet heel dom te voelen over de huidige aanpak. Ik ben in beweging. Ik doe dingen waar ik bang voor ben. Elke dag.

Starten met ondernemen zoals het is: de kwallenclub

Het is een dag zoals ze vroeger allemaal waren. Ik stap uit de auto, 300 km op de teller en weet dat ik ongeveer 40 minuten thuis kan zijn voor ik weer vertrek. Naar een bijeenkomst, over succesvol ondernemen.

Ik weet dat ik ‘goed’ ben in mijn vak. Het is geen verhaal van de allerbeste ooit zijn ofzo, maar daar geloof ik niet in. Ik geloof meer dat je op sommige plekken de juiste persoon op de juiste plaats bent om stappen te zetten met een organisatie, en dat je daarvoor dan een gevuld koffertje hebt met ideeën en tools. Ik heb de laatste maanden hard aan dat koffertje gewerkt en geïnvesteerd in opleidingen. Maar, zo leer ik op de avond over succesvol ondernemen, inhoudelijk goed zijn in je vak is maar een deel van het verhaal. Je moet jezelf ook kunnen verkopen en ondernemersvaardigheden hebben, wil je succesvol worden.

Het klinkt allemaal niet heel onlogisch, maar mijn aversie tegenover de gladde jongen vooraan groeit en groeit en groeit. Hij blaast ons omver – op een overigens heel Amerikaanse manier – met allerlei oneliners (je kan alles leren! Het duurste is ontdekken wat niet werkt!). Ik zit de bijeenkomst uit, schrijf wat dingen op en realiseer me dat ik niets nieuws of verrassend leer. Er wordt gegoocheld met termen als leads, sales, merkbeloftes, bottlenecks, … Er komen nog wat makkelijke schema’s voorbij over mindsets (oud nieuws volgens mij). En op het einde kopt hij in: als ondernemers moet je dus niet enkel goed zijn in je vak, maar als je naar de next level wil moet je je ondernemings-skills aanscherpen en daar heeft hij net een opleiding van 10 000 euro voor bedacht waarbij hij ons allemaal persoonlijk gaat coachen in groepen van vijftig. Knap, ik zou het hem graag willen doen. De succes-cijfers van de uitstromers zijn indrukwekkend, maar als hij vertelt dat hij selecteert bij de instroom en mensen die ‘het’ niet hebben weigert, verbaast me dat niet echt. Als we vandaag nog intekenen krijgen we korting maar dat is natuurlijk alleen maar voor de durvers. Want twijfelaars, dat zijn natuurlijk geen echte ondernemers. En als je geen geld hebt maar je gaat wel op vakantie, zou ik die vakantie maar afzeggen, raadt hij ons aan.

Ik kijk rond. Er zitten wat van die types in de groep. Kwallenclub, denk ik. Dan zie ik ook wat ondernemers die gewoon niet weten waar beginnen of al lang ploeteren. Ik veronderstel dat zij niet in het programma mogen meedoen. Het heeft iets sneu. Ook de fotograaf die aan de lopende band plaatjes schiet van de succesvolle opleider, die stralend in het middelpunt van zijn eigen personencultus staat.

Ik weet niet hoe snel ik weg moet zijn. In de auto komt dit liedje voorbij. Mijn bekken doet pijn van te veel te rijden. Ik heb een eerste opdracht binnen gehaald, en heb een aantal potentiële andere opdrachten besproken. Ik vind het fijn dat het eindelijk niet meer over mij gaat: hoe wil ik me profileren, wat wil ik in de wereld zetten. Ik, ik ik. Nu gaat het over wat de organisaties in kwestie nodig hebben en hoe we daar vorm aan kunnen geven. Een betere focus wat mij betreft.

Het hele hoera-sfeertje van de kwallenclub maakt me triest en doet me twijfelen aan mijn keuze. Ik wil graag echt zijn. En eerlijk. En zichtbaar waar nodig en verder onzichtbaar. Ik wil mezelf niet opblazen tot ik uit elkaar spat. Ik wil gewoon werk doen dat zinvol is, daarvan leven in een soort van ‘balans’ met de Man en de kinderen.

Starten met ondernemen zoals het is: mijn rolmodel

Toen de Man en ik op 30 september drie jaar geleden op de bank zaten samen, na die eerste zoen, en de voorwaarden voor de potentiële relatie bespraken, zei ik hem dat hij niet moest verwachten dat ik ’s avonds met hem op de bank zou zitten en tv kijken. Ik was immers geen huisdier, maar een heel zelfstandige vrouw die altijd heel belangrijke dingen te doen heeft.

Toen wist ik nog niet:
a. hoe gezellig samen tv kijken kan zijn
b. dat we een tweeling zouden krijgen en dat het kleinste tweelingkind ’s avonds standaard uit bed gehaald wil worden om samen op de bank te zitten en tv te kijken – dan is ze in haar opperste staat van gelukzaligheid – zomaar TWEE ouders voor zich alleen!
c. dat ik niet zo veel heel belangrijke dingen meer te doen zou hebben – maar daarover later meer. En ook over een heel zelfstandige vrouw zijn.

Anyway. We netflixen dus wel eens. Eén van onze favorieten is Working moms. Aanvankelijk herkende ik me vooral in Frankie, een soortement warhoofd die door het leven dwarrelt op chaotische wijze. Maar intussen is mijn focus overgegaan op Kate, hoewel ik bijster weinig met haar gemeen heb.

Kate dus. Ik zal niet te veel spoilen, maar op een dag begint ze haar eigen zaak, haalt ze haar eerste klant binnen en zegt ze trots dat ze ‘in business’ is. Dat klinkt alsof het een spelletje is, en niet een doolhof waarvan het pad bezaaid is met twijfels en grote en kleine steentjes waar ik constant over struikel.

Vandaag heb ik een afspraak. Met een potentieel eerste klant. Ik hoop dat ik kan terugkomen en net als Kate kan zeggen dat ik in business ben. Dan is de kop er af, de eerste horde genomen. En dan heb ik weer wat te doen. Want ook al priegelde ik wat als freelancer de laatste tijd, en had ik het ook altijd zoooo druk, het was toch altijd een soort mezelf-in-gang-houden. Ik heb al sinds maart 2018 geen werk meer gedaan. Werk waarvoor ik ergens naar toe moest, een gezonde dosis stress voelde, waarvoor het uitmaakte of ik in mijn pyjama liep of in mijn grote-mensen-kleding. En ik denk dat het voor mij heel gezond is een afgemeten dosis van dat soort werk te hebben.

Duimen maar, dat ik straks ‘in business’ ben. Zoals Kate.

P.s. Een eerdere aflevering vind je hier.

Het leven zoals het is: starten met ondernemen

Mogelijk heb ik een kast vol Hoera-boeken. Boeken van mensen die een eigen onderneming zijn begonnen en hip hip hoera, alles gaat geweldig, ze hebben 1000 tips en ze willen nooit meer terug een loonslaaf worden.

In de krant las ik laatst een artikel. Dat een behoorlijk percentage van de ZZP-ers (zelfstandige zonder personeel) onder de armoedegrens leven.

Ik volg een gladde marketingman die belooft dat hij ondernemers aan veel meer omzet kan helpen met masterclasses en peperdure cursussen met hippe namen. Ik had een boek van hem gekocht en was op zijn nieuwsbrief geabonneerd geraakt en nu irriteert hij me met mails waarin alles makkelijk lijkt te gaan en je met wat vingerknipjes en slimmigheid die hij je kan leren, succesvol kan worden. Ok, in een soort opwelling heb ik me voor zo een masterclass ingeschreven. Oeps.

Ik ben niet succesvol op dit moment. (*)
Op dit moment ben ik nog niet eens gestart. Ik freelance een beetje om toch iets van een inkomen te hebben. Dat betekent dat ik onderbetaalde dingen doe waardoor ik niet investeer in een flitsende website maken en andere slimmigheden, en ik mezelf dus stokken in de wielen steek. Ik praat met mensen over samenwerken, maar ook dat is een lang en complex proces. Ik volg cursussen waarvoor ik geld heb geleend bij de Man geloof ik. Ofwel is daar mijn laatste spaargeld naar toe. Ik mail de opdrachtgevers van mijn onderbetaald freelance-werk om hen te vragen wanneer ze me gaan betalen – want ik moet de huur betalen van mijn kantoortje.

Mijn kantoortje. Daar huppelde ik de eerste tijd op wolkjes naar toe. Intussen went het. Ook fijne dingen wennen, stom genoeg. Het kantoortje is half ingericht. De eerste stapel zooi is al ontstaan. Laatst stond ik het te stofzuigen, en dacht ik er aan dat ik vroeger – in loondienst – een poetsploeg had die mijn kantoor poetste voor acht uur ’s ochtends. Dat ik een afdeling marketing had. Een afdeling communicatie. Een baas die me vertelde wat ik kon doen. Een auto van de zaak. Een tankpas. Vakantiegeld. Een eindejaarsuitkering. Betaald ziekteverlof. Bekertjes bij de koffiemachine en geen kopjes die ik om de paar dagen sta af te wassen.

Nu ben ik alles zelf. Ik ben de poetsvrouw. De marketingvrouw. De communicatievrouw. De administratie. De secretaresse. Ik moet de facturen sturen, de rekeningen betalen, de afspraken inplannen, de website op poten zetten en de planten water geven.

En ik neem een besluit. Het besluit is dat ik eerlijk ga zijn. Hier. Over dat starten. Misschien wordt het nog eens een hoera-verhaal, dan horen jullie het. Maar voor nu is het doolhof en sta ik om de haverklap op een punt waar ik een richting moet kiezen. Ik kies en kies en soms loopt de weg dood, soms geraak ik onverwacht dichter bij de kern van het doolhof. En soms heb ik geen idee meer waar ik ben. Ik denk dat het er bij hoort. Ondernemen zoals het is.

(*) De Man heeft een ontembaar geloof in mij. ‘Geduld,’ zegt hij. ‘Het komt allemaal wel.’ Ik vind het lief van hem, dat onwrikbare vertrouwen.

Een treetje hoger klauteren

Soms ben ik mezelf spuugzat. Dan heb ik het idee dat ik telkens dezelfde fouten maak, tegen dezelfde dingen aanloop. Met open ogen trouwens, want ik denk dat ik best veel patronen heb geanalyseerd en opgespoord.

De laatste tijd echter, verbaas ik me vaak over mezelf. Dan bevind ik me plots in een situatie die heel erg unlike-me is. Zo ben ik woest aan het YNABBEN geslagen (een vorm van budget-beheer die je bij Kelly kan terugvinden en die geen kwaad kan voor de startende zelfstandige). Of ik slaag er in om attent te zijn, bijvoorbeeld als andere mensen een kindje krijgen, omdat de gebaren van onze omgeving bij de geboorte van onze tweeling me zo raakten. Of ik loop in de supermarkt en ik kan gewoon langs de chocolade-afdeling lopen zonder het gevoel te hebben iets te willen kopen – meestal verpakte ik dat gevoel in het argument dat ik toch iets in huis moet hebben voor als er bezoek komt. Tegenwoordig weet ik dat veel bezoek ook op de lijn probeert te letten en dat men dus niet altijd blij is met een volle doos pralines op tafel. We ruimen ook het huis op, en verhuren het via airbnb. Daar heb ik gemengde gevoelens over – vooral het deel-principe bevalt me: hoe zot is het om een huis een paar weken leeg te laten staan, als een ander gezin – bv ook met een tweeling – er een leuke vakantie kan vieren? We hebben alles in huis voor twee kleine kindjes, en twee grote natuurlijk ook, dus in die zin is het een leuke place-to-be voor ouders die net als ons niet weten hoe ze ooit alles mee in de auto gaan krijgen voor two-under-two of een tweeling. Maar er zit natuurlijk ook een financieel aspect aan, en ik begrijp ook best dat een buurt onleefbaar wordt als er permanent verhuurd wordt. (Daar proberen we verantwoordelijkheid in te nemen door bv alleen aan gezinnen te verhuren.)
Ik bedenk mijn eigen bedrijfje, kan meestal goed focussen tijdens werktijd, organiseer de periode van nu tot kerst, probeer minder volgens verwachtingen van anderen te leven, maar meer vanuit mijzelf. Ik geef ook mijn grenzen aan, en probeer dat op een aardige maar duidelijke manier te doen. Trial & error, uiteraard.

Anyway. Soms lijkt het alsof ik een treetje hoger klauter.

En natuurlijk zijn er dingen die ik nog graag wil verwerven. Mijn top drie?

  1. Ik wil minder bang zijn voor conflict. Ik merk dat ik in conflict of bij potentieel conflict een soort stress-reactie krijg (fysiek). Ik denk dat conflict net vruchtbaar kan zijn, en wil graag leren er midden in te gaan staan op een ontspannen en constructieve manier.
  2. Ik wil graag uit het tegenover blijven. In mijn relatie of in andere situaties, heb ik de neiging bij frictie of onvrede, in het tegenover te schieten en afstand te creëren. Terwijl veel dingen ook een win-win kunnen worden, ik weet dat ik ook naast iemand kan staan en dezelfde kant uit kijken. Laatst hadden de Man en ik een relationeel opstootje toen we ons huis klaarstoomden voor een eerste airbnb-gebruik, en onszelf voor een tripje. Het was 38 graden, één van de baby’s huilde al een kwartier, de auto moest ingeladen, het huis schoon. Het escaleerde, een opmerking viel fout en ik beende er vandoor met de boodschap dat hij maar alleen met de kinderen op reis moest gaan. Wat ik uiteraard helemaal niet wilde, en hij ook niet. Maar daar sta je dan, en je moet met hangende pootjes terug. Onnodig. Onnozel. Schadelijk.
  3. Ik wil graag meer durven en meer doen. Iets nieuws starten als zelfstandige is ronddwalen in een soort landschap van mogelijkheden. Op een keer moet je wel gewoon even de route uitzetten en iets durven, iets doen. Zonder duizend keer na te denken, alle voor- en tegens in te schatten, het allemaal perfect op orde te willen hebben of bang zijn te verdwalen. Lef. Dat graag.

Waarin wil jij een treetje hoger klauteren? Benieuwd naar jullie lijstje!

Over verlangen naar een plek die niet meer bestaat

Na een complexe zwangerschap en de geboorte van de tweeling, geraakte in conflict met mijn werkgever. Het resulteerde erin dat ik besloot om mijn baan op te zeggen, omdat ik geen vertrouwen meer had in een goede samenwerking. Het mailtje met die beslissing heb ik luid snikkend geschreven. Er volgde een gesprek, wat regelingen, wat opluchting.

Het leven stroomde en ik deed mee. As we speak zit ik in een eigen kantoortje te bedenken hoe ik de huur nu weer eens ga betalen.

Mijn kantoortje is geweldig. Er zijn boeken, het ruikt er naar lavendel. Ik zit in een creatief deel van de stad. Eén van de buren speelt Einaudi en de klanken zweven door de straten. Ik heb maar liefst vijf plantjes die echt leven. Ik heb mijn rode pumps netjes naast elkaar geparkeerd bij mijn koffiemachine. Er staan roze rozen op mijn bureau.
In de kantoortuin waar ik vroeger werkte, had ik soms geen flex-plek meer. Zaten er allemaal mensen om me heen, die soms naar parfum roken, soms naar aftershave en ook wel eens naar zweet. Er waren nep-bloemen en nep-planten. Ik had altijd mijn schoenen aan.

Maar: er waren collega’s. En echt waar, ik ben zo trots en blij geweest deel uit te maken van dat clubje daar. Ik keek best op naar een aantal van mijn vlotte, goed geklede collega’s die het land rond sjeesden en overal wat slims gingen doen.

Dus soms zit ik in mijn kantoortje, kijk ik uit het raam, en mis ik die plek.

Laatst stelde mijn voormalige baas, die van het vreselijke conflict, voor om samen te lunchen en alles nog eens uit te praten. Ik sprak met hem af of een plek aan zee, en ik fietste misschien wel 12 kilometer door de duinen vooraleer ik hem trof. Het fietsen door de duinen maakt me rustig, en dat leek me de perfecte voorbereiding.

The magic happened. We praatten. Ik vertelde wat er vanuit mijn perspectief was gebeurd, inclusief de angsten en de boosheden en de vermoedens en alles wat er als een soort ruis bij me speelde. Hij deed hetzelfde.

‘Ik herkende mezelf niet meer,’ zei hij, ‘bij wat ik deed.’
Ik herkende hem ook helemaal niet meer – en het deed me deugd dat hij dat zei, want ik was al gaan twijfelen of ik het nu zo fout had gezien al die jaren, of dat hij inderdaad een aardige man was die nu iets heel geks deed.
Hij zei ook dat er druk was om iemand anders aan te nemen en dat de beschikbaarheid van mijn uren dan wel goed zou uitkomen.

En toen vertelde hij dat hij zelf weg ging. En ongeveer alle collega’s waar ik naar op keek. De reorganisatie had slachtoffers gemaakt, het schip was een heel andere kant uit gestuurd, de plek waar ik vaak naar terug verlang, bestaat helemaal niet meer.

We omhelsden elkaar. Hij zei me dat ik als zelfstandige veel meer kan verdienen dan hij me betaald had, met mijn kwaliteiten. Hij gaf me meteen een aantal contactpersonen voor netwerkgesprekken.

Ik fietste terug. Mijn hart was vol.

Centrifugaal

Elk dag schrijf ik in mijn morning pages: ‘er gebeurt zo veel’. Er gebeurt de hele tijd zo veel en ik heb een talent voor intensiteit, dus ik beleef alles ook zo overrompelend heftig.

Een greep uit het gebeuren:

  • Ik start een eigen zaak. Dat is dolle pret en grote angst en nog duizend andere dingen. Het is twijfelen en zoeken en nu sta ik een beetje met angst en beven op de stap om ook via de blog stapjes te zetten. Ik vind het doodeng want dat is het einde van de anonimiteit en ik weet niet zeker of ik dat allemaal wel wil en kan en ik twijfel aan ongeveer alles en ik ben geen durver en ik weet niet hoe het allemaal gaat uitdraaien.
  • In onze omgeving dragen we mee zorg voor een jong iemand met een heel pittige psychische problematiek. Zonder meer logisch, maar ik merk dat het me zo veel machteloosheid en verdriet geeft om te praten over afscheid en manieren om uit het leven te stappen. Ergens vind ik psychisch lijden en uitzichtloosheid bijna onbegrijpelijk en wil ik de persoon in kwestie door elkaar schudden. WORD WAKKER, JE LEEFT EN DAT IS EEN GESCHENK. En anderzijds weet ik exact hoe donker het kan zijn en weet ik dat geen enkele door-elkaar-schudding dan kan helpen. Het is zo ontzettend naar.
  • De baby’s werden 1 jaar. EEN JAAR. 6000 luiers en 365 slapeloze nachten, schreef ik aan de Man. En still going strong. Nou ja, met alle ups en downs die daarbij horen, bij het moederen en vaderen.
  • Wat ik heftig en heel stom vind, is dat de Man en ik in een soort van concurrentie zijn beland. Er is natuurlijk weinig ruimte en tijd, dus als de één iets gaat doen kan de ander het niet doen. Zo werkt dat. Ik heb een talent voor verongelijktheid blijkbaar en ik weet dat en ik vind het echt suuuuuperstom van mezelf, maar we zitten dus nu heel erg in het ‘jij bent drie keer gaan sporten dus ik ga maandag ook sporten, los het hier maar op!’. Nou ja, ik zit daar erg in. Ik wil hem eigenlijk veel liever dingen gunnen en mezelf ook, en dat vind ik ook veel verstandiger en handiger, maar blijkbaar lukt dat even nog niet zo goed.
  • Ik was erg gefrustreerd over mijn gewicht waar ik maar geen grip op kreeg. Lees: ik zat in een soort van vicieuze achtbaan met eten. Lees: chocola. Ik denk dat de vermoeidheid een soort van hang naar zoetigheid gaf, en ik dus de hele tijd op zoek was (craving is echt een goed woord) naar een nieuwe suikerkick om weer een half uur door te komen. Ik had alles al geprobeerd. Nou ja. Niet echt. Ik had vooral veel voornemens gemaakt en het elke keer verknald. Intussen heb ik me laten hypnotiseren, waarover zeker later meer als ik het effect kan meten, maar de suikerverslaving is weg gehypnotiseerd. Het bij elk moment van emotie/frustratie/verveling naar iets grijpen ook. Ik zit op kantoor en hier staat een doos chocolaatjes en ik heb daar nog geen enkele van genomen, want ik heb geen behoefte meer. Dat is een soort van wonder. Wordt vervolgd. Vooralsnog kan ik zeggen dat ik zes dagen na de eerste sessie een kilo minder woog.

Van alle dingen die aan de hand zijn (bovenstaande bullets zijn slechts een greepje uit het assortiment), geraak ik behoorlijk gecentrifugeerd. Het is alsof ik uit mijn centrum gehaald word en niet meer bij mezelf kan, niets meer kan voelen. Ik herken het gevoel – ik heb het immers jaren gehad en er hier over geschreven. Ik weet dat ik zo snel mogelijk weer in mijn centrum moet komen en ik weet ook wat ik daarvoor nodig heb: tijd alleen vooral. Tijd om dingen te verwerken, een plek te geven. Stilte. Regelmaat. Rust. Methylfenidaat. En schrijven. Die morning pages, en weer regelmatige blogs.

Koortsachtig

De zon schijnt. Ik kijk op de klok en zie dat het 15u is. De laatste keer dat ik keek, was het 10u. Ik heb uren gewerkt. Koortsachtig.

Ik neem mijn sleutel, wandel mijn kantoortje uit, sta midden in de stad. Ik scoor een makkelijke avondmaaltijd (hummus, heerlijke couscous, falafelballetjes en groenten), gooi twee boeken door de schuif in de bib en haal een koffie bij mijn favoriete zaakje. Mijn hakken tikken als ik terugwandel naar kantoor. Niet het kantoor, maar mijn eigen ini-mini-kantoortje.

Het is een rare tijd. Enerzijds heel dynamisch. Ik leer veel, volg opleidingen, creëer, installeer, denk na. Anderzijds gebeurt er ook niets. Ik ben nog niet echt uit de startblokken dus ben ik de hele tijd aan het droogzwemmen.

Enkele jaren geleden had ik ook een periode van grote dynamiek. Ik was net van baan veranderd, had een periode waarin ik me even wat beter settelde in het singlemomverhaal, deed trouw elke dag yoga. Het was mooi en intens en bijzonder en ik herinner me dat ik aan de zee stond en dat het leek alsof de sky de limit was en tegelijkertijd alsof ik heel goed diep in mezelf gezonken was.

Zo voelt het weer. Het gaat goed. De oppas is ingeburgerd, de kinderen doen het goed (al zou een nachtje slapen wel lekker zijn), de Man en ik hebben goede gesprekken én gezamenlijke projecten, ik verbreed mijn rol van enkel moeder thuis naar startend ondernemer. Ik leer en heb allerlei initiatieven. En ik ga naar de sportschool, waar ik de eerste keer stond te janken omdat ik het allemaal niet eerlijk vond dat mijn lijf zo geleden heeft onder mijn tweelingzwangerschap, maar waar ik nu vrolijk mee allerlei lesjes doe. (En weet je wat? Ik heb een lichaam! Van mezelf! En daar kan ik dingen mee!)

Natuurlijk is dit de veilige zone. De zone van stilte voor de storm. Van plannen maken zonder die te moeten toetsen aan de realiteit. Van tijd ter beschikking hebben. Van alles-wat-ik-nu-doe-is-winst. En het is ook wat angstig en ongemakkelijk en spannend.

Zo neem ik de nieuwe bakfiets, en fiets ik in twee minuten naar huis. Blij met hoe alles is geworden. En wordt.