Een dag uit het leven van Prinses en cO: mei 2016

Elke maand beschrijf ik een banale dag uit ons leven. Het leven zoals het is – Prinses & cO. (Co= kleuterzoon en peuterzoon).

Een dag uit meialsjeblief! 

Over een overspannen moeder en een overspannen zoon
Een dag van Prinses en cO waarin de ochtendstond geen goud in de mond heeft, Prinses onderduikt in een koffiebar en er gemijmerd wordt bij een bus bejaarden.

07u30
Ochtenden, het is mijn zwakke plek. Maar vandaag wordt een goede dag. Ik heb met pijn in mijn hart een afspraak afgezegd omdat ik het eigenlijk gewoon niet meer red, maar daarmee komt er een dag vrij om eens door te werken. Ik moet ook meer aan lichaamsbeweging doen, dus het plan is als volgt: ik ga de jongens met de fiets weg brengen, fiets dan door naar de stad, kan dan eindelijk even de winkelstraat in voor die paar dingetjes die al een tijdje op het to-buy-lijstje staan, en ga de hele dag werken in een koffiebar (stimulerende omgeving, goede koffie, geen afleiding, geen neiging in mijn bed te kruipen). Allemaal vliegen in één klap (win-win-win!) en hopelijk een oplossing voor de afschuwelijke frustratie van veel werk en geen tijd om het te doen.

07u45
Kleuterzoon komt vertellen dat hij ziek is. Ik zie mijn hele dag in duigen vallen en word instant gek. Ik geraak totaal overstuur, met roepen en huilen hoe ik in godsnaam mijn werk ooit eens af krijg en wat ik tegen mijn baas moet zeggen en dat ik het niet meer kan, ’s avonds en ’s nachts werken om toch maar gedaan te krijgen wat moet. Hij huilt (en terecht!), ik huil, de peuter doet voor de gezelligheid ook maar eens mee. Er is blijkbaar maar weinig nodig om me op dit punt te krijgen. Gisteren heeft de huishoudhulp afgezegd, het huis is vuil en voelt rommelig, ik zit chronisch achter met alles wat slapen, werken en huishouden betreft. En ik ben het zo beu, deze eindeloze frustratie, de schaamte, het spelen onder mijn niveau.

10u00
Intussen is er veel gebeurd. Ik heb met de zonen gepraat over mijn reactie. De kleuter is op, denk ik. Op van de stress. Ik denk niet dat hij fysiek ziek is, maar hij kan gewoon even niet meer. Het einde van het schooljaar is een te spannende periode met veel te veel bijzondere dingen. En ik weet dat hij gisteren uitgelachen is door zijn klasgenootjes – kleuters kunnen zo ongenadig zijn. Waar ik zo kwaad om werd, is dat hij me het gevoel geeft te doen alsof hij ziek is. Hij zei misselijk te zijn, maar vroeg wel of hij een boterham mocht met kaas en confituur die hij smakelijk op at, waarna hij nog één vroeg. Als ik rustig ben, weet ik dat hij overprikkeld is en gewoon snakt naar een dagje rust. Dat gevoel ken ik. Maar in mijn blinde paniek leek het alsof ik een kind had dat stokken in mijn wielen probeerde te steken. Omdat het altijd al zo een strijd is om gedaan te krijgen wat moet gebeuren, zelfs als niemand ziek is, ben ik daar wanhopig van geworden.
Ik heb een doktersafspraak gemaakt, ik heb wanhopig gebeld naar de CM kinderoppas. Ik heb huilend gevraagd of er vandaag nog iemand kon komen. Ik heb naar de opvoedingsbegeleidingsdienst gebeld om te vertellen dat ik geroepen had tegen mijn kinderen en of er nu eindelijk de hulp mag komen waarvoor ik intussen al een jaar op de wachtlijst sta. Ik krijg lieve mensen aan de lijn die me kalmeren, me vertellen wat ik nu moet doen voor mezelf en mijn kinderen en die me opvolgen door in de loop van de dag nog een paar keer contact op te nemen.

11u00
Ik heb de peuter weg gebracht en de CM heeft een engel gestuurd. Het is iemand waar ik onmiddellijk bij aanvoel dat ik haar kan vertrouwen en ik neem haar even apart en leg haar uit wat er aan de hand is. Een oversture moeder en een oversture zoon. Ik voel dat zij diegene is die in staat zal zijn om voeling te krijgen met de zoon, hem tot rust te brengen. Ik neem een korte douche om mijn tranen en mijn wanhoop af te wassen, maar ik blijf doodmoe. Ik vertrek naar de stad, niet met de fiets maar met de auto, om te gaan werken in de koffiebar. Ik heb een koptelefoon bij om me af te sluiten van het omgevingsgeluid. De jongen van de bar kent me en ik krijg mijn eigen melkkannetje en dat is nu net het kleine gebaartje dat een overspannen moeder nodig heeft. Het is al 12u00 als ik kan beginnen werken, ik heb tijd tot 16u00, voor ik weer de toer moet doen: kinderopvang, thuis, koken, doktersafspraak, bedritueel, … Vier uur werken, terwijl ik voor acht uur betaald word. Ik schaam me, ik ben diep ongelukkig. Ik haat het telkens weer rechtkrabbelen en elke keer weer door de omstandigheden neergetrapt worden. Via een groepsapp van mijn afdeling zie ik allerlei interessante dingen voorbij komen van mijn collega’s, en ik ben doodsbang dat ik in dit gezelschap van krachtige professionals niet mee kan.

16u00
Ik heb koortsachtig gewerkt en sluit mijn computer af. Ik haal de peuter op en onderweg naar huis belt mijn baas om allerlei dingen te bespreken. De peuter praat gezellig mee. De rest van de avond verloopt als gepland: koken, eten, naar de dokter, en veel te laat met twee heel erg vermoeide en dus behoorlijk drukke kinderen naar huis, alwaar warme sojamelk en het bed hen wacht.

20u45
Door de stress van vandaag sta ik weer even op scherp, de mist is weg uit mijn hoofd. Ik doe de was, de afwas, ruim het speelgoed op en stofzuig. Plots irriteert de kapstok me mateloos, ik gooi de helft van de jassen in de doos voor Wereld Missie Hulp. De meeste sjaaltjes en mutsen gaan dezelfde kant uit. Mijn hoofd slaat weer op hol en ik maak ambitieuze plannen voor grootscheepse opruim-, ontspul-, en schilderwerken.
Tijdens het ophangen van de was denk ik aan de bus oudjes die ik vanochtend heb gezien. Wat zit het leven toch absurd in elkaar. Ik ben op een leeftijd dat ik alles zou moeten kunnen, jaren die de mooiste zouden moeten zijn en waar ik later vast naar terug verlang als de jongens mannen zijn geworden en slechts af en toe hun verrimpelde moedertje komen opzoeken. Maar ik loop volledig leeg op de combinatie werk, huishouden en gezin. Soms lijkt het alsof er niets meer van me over blijft.

21u50
Met een kopje thee ga ik weer aan mijn bureau zitten. Ik werk verder waar ik om 16u gebleven was. Ik verfijn twee enquêtes en beantwoord nog een tiental mailtjes. Als ik dit weekend werk als de kinderen slapen, dan been ik toch een minibeetje bij. Maar wil ik dat? Ja en nee. Het geeft een fijn gevoel wat dingen af te vinken, maar soms wou ik dat ik een struisvogel was en dat ik met mijn kop in het zand de wereld en alles wat daarin schreeuwt om aandacht, tijd en energie die ik niet heb, kon negeren. Ik hoop dat reïncarnatie bestaat. Dan kom ik terug als struisvogel, of beter nog: poes.

23u50
Kersenpitkussen warmen, zonenzoenen. Hopen op een betere dag morgen. Nog een paar bladzijden lezen in bed. Ogen die dichtvallen. Eindeloos moe.

Nuance – naschrift

De volgende dag staat de kooi open. Ik weet niet waarom. Het is een dag waarin één en ander moet gebeuren, maar er geen planning is. Dus we doen ’s ochtends rustig aan, gaan dan brunchen op een feest waar me moeten zijn. Na een kwart glas cava kan je mij intussen wegdragen, dus we komen thuis en kruipen in bed en doen een overheerlijke luie middagdut. We worden wakker met uitgelopen schmink. We eten een boterham, niet aan tafel maar op het stoepje. Daarna gaan we de stad in, omdat we nog wat dingen moeten hebben. We eten ijs met spikkels en ik koop nieuwe rode schoenen met een bloem er op en een spel dat ik wil. Zomaar, ongepland. Bedtijd wordt met uren uitgesteld en na de pasta eten we goedkope macarons. Ik trakteer mezelf op een babysit en de nieuwste van Almodovar – in mijn uppie – (wat ik daarvan vind weet ik niet). Het is los, het is vrij, het is licht. Zo’n dagen zijn er ook. Dagen dat de kooi open staat. Die mentale kooi waarin strakke schema’s, to-do-lijsten en een financieel schrikbewind heersen. Waarin vanalles moet en ik zelfs bij een blikje fris biologisch sap inwendig oorlog voer over de vraag of ik wel recht heb op dat drinken (want het is blik dus niet ecologisch en er zit suiker in). Wie mij snapt, mag het zeggen.

 

 

 

Advertenties

Prinses tipt de fijnste podcasts

Zoals jullie misschien wel weten, houdt mijn baan in dat ik veel… Op de baan ben. Ik deed wel eens een (handsfree) telefoontje vanuit de auto, maar de mogelijkheden zijn daarin beperkt. Bij veel gesprekken die ik doe moet ik nota’s kunnen maken, en het is een beetje raar om elke keer aan de gesprekspartner te vragen nog even een mailtje na te sturen met drie dingen die ik vanuit het gesprek wil meenemen.

Thuis luister ik naar Klara. Ik ben dol op Klara. Maar in de auto blijkt dat ontzettend slaapverwekkend, dus schakel ik enkel om 9u ’s ochtends even over naar Klara om naar de krantencommentaren te luisteren. Ik voel me altijd een beetje verwend dat het nieuws me op een schoteltje wordt aangeboden door iemand die werk maakt van zijn intonatie. Verder luister ik wel eens naar Q, maar op 200 km kan je 6 keer Adele horen en dat hoeft voor mij niet zo nodig.

Mijn reistijd en dus ook een aanzienlijk deel van mijn levenskwaliteit, zijn gigantisch verbeterd toen ik begonnen ben met podcasts luisteren. Wat ongelooflijk verrukkelijk is het om in alle rust ergens heen te rijden en naar een verhaal te luisteren of iets bij te leren. Intussen heb ik overigens geleerd mijn auto en mijn telefoon op elkaar af te stemmen waardoor ik het gewoon kan streamen. Vraag me niet hoe ik dat gedaan heb, het is mij ook nog een mysterie. Het is het perfecte medicament tegen piekeren, en de tijd en dus ook de kilometers vliegen.

In deze post deel ik met graagte mijn huidige favoriete podcasts. Een algemene regel is dat ik meest houd van Nederlandse en/of Engelstalige podcasts. Om één of andere reden wekken Vlaamse podcasts wat allergie, omdat ik de taal of uitspraak vaak onverzorgd vind (tenzij het een podcast is van bijvoorbeeld Klara dus een professionele).  Een mini-regeltje daarnaast is dat lange ritten het best verhalen verdragen. Er valt veel te leren (cfr Ted-talks, GTD-podcast, allerlei dingen over voeding en gezondheid, over ondernemen, over organiseren, …) maar daar heb ik graag een notablokje bij om dan meteen ook inzichten te verwerken. Terwijl de verhalen die ik luister me net even meenemen in een andere realiteit. Ik vind het zo een verwennerijtje dat iemand de moeite doet een mooi verhaal te vertellen. Ik blijf er nooit onbewogen bij – en dat gaat van kippenvel tot schateren en soms een krop in mijn keel.

Mijn favorietjes:

  1. Serial. Het is een klassieker en misschien wel de bekendste podcast ooit, maar ik heb heel erg genoten van het verhaal over Adnan Syed die al dan niet zijn ex-liefje vermoord heeft (zie seizoen 1, niet 2). Zo genoten dat ik het jammer vond dat de file voorbij was. Seizoen 2 kon me jammer genoeg minder boeien.
  2. Modern Love. Modern Love is een podcast van de New York Times, waar essays over liefde voorgelezen worden, meestal door een acteur. Van hilarisch tot kippenvel all over. Diegene die mij het meest bij bleef: een moeder die haar kind had afgestaan voor adoptie. Het gaat dus om essays over liefde in brede zin.
  3. Plots. Plots is een podcast van de VPRO. Je krijgt telkens een uurtje (ongeveer) met verhalen rond één thema, vaak wordt het dan een heel mooie mix van verhalen van allerlei pluimage.
  4. Toendra. Mensen die vertellen over een pijnlijke, bizarre of bijzondere periode in hun leven, van dezelfde makers als het hier boven genoemde ‘plots’. Ik heb ze bijna allemaal gehoord. Over een man in de gevangenis, een vrouw die nadenkt over haar bizarre vader, een prostituee die voorleest uit haar dagboek, een man die geobsedeerd was geraakt door zijn geliefde, … De allermooiste: Leven met Bel. Een vrouw die vertelt over het leven met haar dochter met een ernstige beperking. Het mooie is dat deze verhalen heel levensnabij zijn. Je zou het allemaal bij wijze van spreke zelf kunnen meegemaakt hebben.
  5. Parel Radio. Een soort selectie van mooie radiomomenten. Ik vind de kwaliteit wisselend, het is namelijk erg divers en ik hou bijvoorbeeld absoluut niet van hoorspelen. Ugh! Maar er zitten interessante stukken in, zoals ‘Verplicht vrije sex‘ een documentaire over het leven in een commune, of ‘Speciaal‘, een impressie uit een school voor speciaal (bijzonder) onderwijs. Ook erg leuk: ‘Klassiekers‘: drie radioverhalen van vijf minuten over drie bekende componisten.
  6. Echt gebeurd. Mijn all time favorite! Echt gebeurd is een organisatie die vertelmomenten organiseert, maandelijks, in Amsterdam. Iedereen mag zich opgeven een verhaal te vertellen of voor te lezen uit zijn/haar puberdagboek, en de mensen die vertellen worden daarin ook gecoacht zodat ze het erg leuk vertellen. Intussen zijn er meer dan 100 verhalen opgenomen en te beluisteren via de podcast, vaak in/uitgeleid door mijn idool Paulien Cornelisse. De puberdagboeken vind ik onovertroffen. ‘Vlees en Bloed‘ van Naïma Najib is fantastisch. En ‘Aan en uit‘ door Johan Goossens vond ik ook een topstukje. Maar ze zijn gewoon al-le-maal goed op hun manier.

Je hoeft er niet voor in de auto te stappen. Laat gewoon de tv een avondje uit, luister tijdens het strijken of gewoon lekker in bad of op de wc (ik beken). Voor mij is een heel nieuwe wereld open gegaan met die podcasts. Een erg leuke!

Teer. Lang. Diep.

Ik kijk naar hem. Zijn blauwe ogen in het bruine gezicht. De volle haardos. De energie en kracht die hij uitstraalt. De trouwring rond zijn vinger. Hij kijkt terug, met een blik die lacht. Ik ben trots dat hij mijn collega is, en ik hoop van zijn zelfvertrouwen en energie te mogen leren.

Het is een rotavond en er wordt op de deur geklopt. Daar zijn ze. Ze hebben er voor gekozen mijn vriend te zijn en investeren daar overduidelijk in. Ze zijn er, echt. En ze hebben een geweldig gevoel voor timing. Ik huil wat bittere tranen, krijg een warme knuffel, wijze woorden en mildheid. Een uitnodiging voor de dag die komt. En chocola. Chocola!

We nemen een kopje koffie en hebben het over het lange weekend. Hij vertelt over de vakantie met zijn gezin. Hij ziet er goed uit en ik realiseer me plots dat het een mooie man is. Met een volle haardos, een prikkelbaardje en een zachte blik. Ik vertel een beetje grappig-luchtig over het uitstapje met de jongens naar een dierenpark (we hadden via-via kaarten met 50% korting gekregen) en hoe we maar liefst drie uur en half in de file hadden gestaan. ‘Goed dat ik jongens heb,’zeg ik. ‘Die janken niet als je eens tegen ze roept dat ze hun kop moeten houden omdat hun moeder anders in haar broek gaat plassen.’ Hij kijkt maar me en zegt dat het toch niet makkelijk moet geweest zijn, zo met twee jongens dat hele eind rijden. Dat hij en zijn vrouw om de beurt rijden en om de beurt met de kinderen op de achterbank bezig zijn. En dat ik het toch maar doe. Ik ben verbaasd door zijn empathie. Weinig mensen lijken zich echt te kunnen voorstellen hoe het is, alleen. Op het werk scherm ik het allemaal een beetje af. Met het sausje van tja-had-het-liever-anders-maar-het-gaat-best. Hij heeft daar door gekeken en zich in me verplaatst.

Dat het kan, zegt hij. Een huis met tuin. In Amsterdam. Hoogzomer. Voor de vakantie. Ik stamelvraag welke vergoeding hij graag wil. Geen, is het antwoord. En ook dat het voor hem normaler is dan voor ons. Ik durf bijna niet blij te zijn omdat het zo veel is. In mijn hoofd gaan er toeters en bellen af. Gratis logeren betekent dat we elke dag een uitstapje kunnen doen op reis. Het betekent ijsjes, Artis, musea, pannenkoeken.

Ik ga tanken en plassen en op de wc vis ik mijn telefoon uit mijn zak en zie ik dit. Het is niet alleen geweldig, maar ook heel emotioneel. Cadzand is niet zomaar een plek voor ons. Het is een plek die verbonden is met een vriend die onverwacht overleden is. Daar terug naar toe kunnen voelt als veel meer dan toeval.

We komen weer eens laat thuis. De jongens doen stormloop op de brievenbus en vissen er een tijdschrift uit, en een boek dat ik voor het werk moet (wil!!!) lezen. Een gevoel van luxe overspoelt me. Ik besluit eens goed voor mezelf te zorgen en maak – na de jongens in bed gestopt te hebben – risotto met lamsoor voor mezelf. Terwijl ik wacht tot de risotto klaar is, lees ik het tijdschrift. Me-time, zo luxe.

Ik vertrek voor dag en dauw. Om 7u ben ik al op de Antwerpse ring. De zon schittert, en alles komt diep en dicht binnen. Zo’n dagen zijn er. Dagen dat de goede dingen in mijn gezicht knallen. Dat heel die sensitiviteit van dit lijf en dit zijn jubelt.

Er zijn tijden dat ik bezorgd ben om die sensitiviteit, die beide kanten kan opslaan. Geprikkeldheid in positieve en negatieve zin. Met een wat instabiele moeder die wel eens manisch over komt, baren die ups en downs me zorgen. Maar tegelijk weet ik dat het de prijs is die ik betaal. De prijs voor het vermogen in een flow te komen, verbindingen te zien, met rode wangen van de passie een verhaal te houden, te schrijven tot diep in de nacht. Of lief te hebben – teer en lang en diep.

 

 

 

 

voorstel voor leerrijke inleefweek @Minister Peeters — evamaaktschoon

Minister Peeters, Gisteren heb ik op twee momenten van mijn dag weinig prettige gedachten aan u gewijd. Ik vond dat u dit moest weten. De eerste keer, ergens rond de middag, toen ik met mijn collega’s en met zoveel andere mensen door de straten van hartje Brussel liep. Er zit een snood plannetje in uw […]

via voorstel voor leerrijke inleefweek @Minister Peeters — evamaaktschoon

Een gesprek met de kleuter

‘Wat doe je, moeke?’
‘Ik doe mijn schmink eraf, schatje.’
‘Ben jij geschminkt!?’ *ping, volle interesse*
‘Ja, kijk maar naar mijn ogen.’ *panda-fase door het wrijven*
‘Mocht dat op jouw werk dat jullie geschminkt werden?’
*frons* ‘.. Euh, ja.’
‘Waren alle jongens en meisjes daar geschminkt?’
*glimlach* ‘Nee, schat, alleen de meisjes voor zover ik weet.’
‘Als wat was jij geschminkt, moeke?’
‘Euh… Uhm… Als mevrouw denk ik.’
‘Saai hoor. Mocht je geen ninja zijn, of een prinses?’

Morgen ga ik als prinses. I swear.

 

 

Prinses is moe

Avond. Ik voel dat de pijn toeneemt. Ik lig lang op de bank, verzamel krachten om nog wat te doen. Plots ben ik bang dat het heel erg gaat worden. Ik ga in een soort overleef-modus en doe het hoogstnoodzakelijke dat echt gedaan moet worden, als ik morgen uitval.

Midden in de nacht. Pijn, verwarring, mijn spijsverteringsstelsel geraakt in de knoop. De peuter wordt wakker. In mijn hoofd woeden donkere gedachten over alles afzeggen dat de komende dagen op de agenda staat, en wie ik kan bellen als het mij niet lukt de kinderen naar school te brengen.

Middag. Ik moet naar Pim, de emotioneel-lichaamswerk-therapeut. Ik wil gaan, maar mijn lijf kan niet meer. Ik neem medicatie voor mijn maag, en een pijnstiller. En een kop koffie. Zit rillerig in de auto. Lig even later op de matras waar hij behandelt. Midden in een oefening lopen er tranen over mijn wangen – ik ben te moe en te ellendig om diep te ademen. Hij zoekt, volgt de sporen van wat mijn lijf vertelt en plots voel ik me duizend kilo zwaar, niet meer in staat te bewegen en vertel ik hem over zwanger zijn en dat ik door mijn bekkeninstabiliteit niet voor mezelf kon zorgen en dat Dirk weg ging en ik dagenlang alleen was en op bed lag. De angst. De schaamte. Dat niemand in die periode me beschermde. Of me hielp. Dat ik geen bescherming of hulp heb durven vragen. Het is een heftige sessie. Ik strompel naar buiten.

Middag. Ik lig op de bank als de dame van Familiehulp komt. Ik schaam me, ze denkt vast dat ik lui ben. Maar ze begrijpt het. Beter dan ikzelf, zo lijkt het wel.

Op het werk. Ik moet een bespreking leiden die vier uurt duurt, met slecht een handje vol mensen. Ik voel het meteen, ik kom traag op gang, nadenken kost me moeite. Mijn maag kan niets verdragen. De pijn deelt plaagstootjes uit in mijn armen, mijn polsen, de gewrichten van mijn vingers, … Ik neem een pilletje uit mijn tas. Probeer het onopvallend te doen, maar uiteraard wordt het gezien. Na een kwartier neem ik er nog eens omdat ik het niet red. Ik heb het gevoel dat zelfs ademen pijn doet, mijn bekken geeft een constant scherp pijnsignaal af, mijn spijsvertering ligt overhoop van de pijn en ik ben bang dat ik moet kotsen van uitputting. Bij het tweede pilletje vraagt een deelnemer wat ik neem en waarom. Ik speel open kaart en hou het zo kort mogelijk. De medicatie begint te werken, ik ontspan, haal het einde van de vergadering, bel al mijn andere afspraken af, rijd naar huis. Ik schaam me, voel me zwak, maar het is uitgesloten dat ik me vandaag zo verder sleep. Ik ben vroeg thuis, besluit een kort bad te nemen voor ik de kinderen ga ophalen want ik voel me leeg en vies en alles doet pijn. Na het bad moet ik tien minuten op bed liggen voor ik in staat ben te vertrekken naar de kinderopvang. Ik neem me voor te fietsen, maar weet dat dat niet realistisch is. Ik kijk in de spiegel van de auto en schrik zelf van mijn grauwe gezicht.

In het boek van Peter Aelbrecht (Homo Energeticus) staat het volgende bij de inleiding:

’s Morgens voel ik me een wrak. Mijn armen en benen doen pijn en mijn hoofd is loodzwaar. Ik kan met moeite op de rand van mijn bed gaan zitten. De kamer tolt en ik voel me duizelig. (…) Ik drink in één teug een groot glas cola leeg in een snelle poging om voldoende energie te krijgen om mijn kinderen naar school te brengen.

Ik vond dit altijd een extreem stukje. Intussen zou ik het bij wijze van spreke zelf geschreven kunnen hebben, alleen drink ik geen cola maar gebruik ik nalu om me op te peppen en wat gedaan te krijgen.

Omdat het alleen maar een vage naam heeft (fibromyalgie?). Omdat het geen oorzaak heeft of één die we niet kunnen vinden. Omdat het er soms wel en soms minder is. Omdat het soms ongenadig is. Omdat anderen het zelden te zien krijgen. Omdat het soms lijkt alsof ik alleen maar lui ben of geen zin heb. Daarom is het moeilijk om te accepteren. Dat het een ziekte is en dat ik er rekening mee moet beginnen houden.

 

 

Over bijzondere post, een opgewekte multitasker en een onverwachte betaling

Het ging de week van de lege portemonnee worden. Er stond exact nog € 8,67 op mijn rekening met nog 7 dagen te gaan tot het volgende loon.

Ik was moe. Niet zomaar moe, maar echt diep diep uitgeput. Van het soort moe waar je wilskracht niet meer tegenop kan. Gewoon eindeloos moe. Weten dat de was al twee dagen in de machine zit en het fysiek gewoon niet kunnen opbrengen om die op te hangen. Weten dat de baas een antwoord verwacht op zijn mail en met de allerbeste wil van de wereld de pc niet meer op kunnen zetten. Wanhopig wat vitaminepillen nemen, wat ijzer, koffie en een pepdrankje en dan nog gewoon in een diepe diepe slaap vallen.

En ik moest naar de belastingen omdat ik een heel complexe belastingsaangifte heb met buitenlandse inkomsten en werkend als zelfstandige in bijberoep. Ik ging er vanuit dat het niet van de poes zou zijn met die inkomsten in bijberoep die ik had opgesoepeerd aan mijn advocate en de experte van de rechtszaak, in plaats van netjes de helft opzij te zetten voor de belastingen. Ik was met een inhaalspaarplan begonnen, maar dat vorderde maar langzaam.

En toen, toen viel het bij de belastingen reuze mee. Ik mocht met een opgewekte multitasker alles uitvogelen en er valt nog een fiks bedrag bij te betalen, maar minder fiks dan ik had gedacht (forfaitaire bedragen, I love them!).

Onderweg naar huis leek het alsof er een pak van mijn hart gedonderd was. Ik was ZO opgelucht en stopte dan maar bij de bakker voor een mokkagebakje. (De logica zelve, toch?).

Thuis viste ik een grote enveloppe uit de brievenbus. ‘Blij dat je bij ons blijft‘, stond er op het begeleidende briefje van mijn… vast contract!
(Jihaa, jihaa, jihaa!)

En toen keek ik op mijn rekening om de app van de bank te testen, waar bleek dat ik een betaling had gekregen van een opdrachtgever. Een betaling waar ik nog eens achteraan moest maar er even geen zin in had.
Aaaaaaah! We kunnen ‘gewoon’ naar de supermarkt (maar de energieleverancier zal nog even moeten wachten).

Soms zit het reuze mee. Absurd hoe dat instant mijn energie-level doet pieken. Moet je niet vragen hoe enorm zorgen en stress door kunnen wegen…

 

 

 

Dat het kan verkeren

Ze was een beetje bitchy, destijds. Ik was studente, en zij was doctoranda en assistente. Wat vooral betekende dat ze de professor zijn pc mocht aanzetten en zijn powerpoint klaar zette voor de les. Alleszins, dat was wat wij ervan zagen. Soms gaf ze eens een werkcollege. Ze was dan vooral streng en serieus. In de gangen van de faculteit begroette ik haar met ontzag – ze had het immers gemaakt. Ze knikte dan kort.

Mijn e-mails georganiseerd houden, is geen sinecure. Het ligt vast aan het feit dat ik sowieso organisatorisch niet heel sterk ben en wat moeite heb met mijn energie-level. Maar ook aan het feit dat ik veel afspraken heb, gesprekken, dingen ‘buitenshuis’. Als je na drie afspraken op drie locaties thuis komt en je kinderen in bed moet doen en dan nog wat moet eten en even een was uithalen die al drie dagen in de machine zit en er een nieuwe in stoppen en dan de pc nog eens aan zetten. Enfin. Het moge duidelijk zijn.

Toen ik haar naam in mijn inbox zag staan, was mijn aandacht direct gewekt. Of ik haar iets meer over mijn werk kon vertellen, dat zou haar helpen in haar nieuwe functie. Of er misschien een stukje tekst was dat ik kon doorsturen?

Ik mailde meteen terug dat we koffie konden drinken samen en probeerde het meteen tot iets wederzijds te maken. Ik vertel jou wat, jij mij, we wisselen uit, we gaan in gesprek, we leren allebei.

Ze reageerde extreem dankbaar, vroeg me of ik daar een vergoeding voor wou (quoi?). Ik mailde terug, stelde datum en plaats voor en benadrukte nog eens dat het voor ons beiden interessant zou zijn om met elkaar in gesprek te gaan. Alweer reageerde ze nogal extreem, zelfs kruiperig, dankbaar dat ik tijd wou maken om met haar te praten.

Het kan verkeren. Maar ik vind het licht ongemakkelijk.

 

 

(Ge)ZIN

Femma is een eigentijdse en eigenzinnige vrouwenorganisatie met een duidelijke visie op mens & samenleving. Femma praat mee over wat vrouwen vandaag denken, voelen & beleven. Femma verdedigt de belangen van vrouwen met minder kansen en in het bijzonder alleenstaande vrouwen. De organisatie ijvert voor emancipatie van vrouwen en gendergelijkheid, o.a. via het informeren en sensibiliseren van vrouwen, beleidsmakers en andere actoren.

Onderstaand stukje is geschreven voor Femma en verschenen op hun website.
Meer over Femma? Neem hier een kijkje!

(Ge)zin

Voor mensen met partner en met kinderen lijkt het vast wel eens hemels om alleen te zijn (en dus alleen te wonen): alleen jezelf om rekening mee te houden! Me-time! Rust om je heen! Enkel je eigen rommel op te ruimen! Geen compromissen sluiten!

Her en der lees ik blogjes van mensen die de nadelen van alleen-zijn, dus leven zonder partner, zonder kinderen, beschrijven.  In de lijstjes met ‘nadelen’ van dat alleen zijn staan dan dingen als:

  • thuiskomen in een leeg huis
  • altijd zelf moeten koken en boodschappen doen
  • bij uitbreiding het hele huishouden alleen moeten doen
  • niemand om wat tegen te vertellen als je thuis komt – ongeacht of je wat leuks te vertellen hebt over je dag of even stoom wil aflaten
  • lange dagen waarop je niemand ziet in het weekend
  • altijd de moed bij elkaar moeten schrapen om iets te gaan doen, omdat de drempel om het alleen te doen nog net iets hoger is
  • gebrek aan affectie (hoewel dat jammer genoeg niet exclusief is voor singles vrees ik)

Dat lijken allemaal nadelen – die ik niet kan ontkennen – die gaan over onbevredigde behoeftes. De behoefte aan aanwezigheid, aan hulp of het huishouden samen delen, aan een gesprekspartner, aan gezelschap, aan affectie.

Gek dat niemand ooit schrijft dat hij of zij graag een partner en/of een gezin wil, om er te zijn als die andere thuiskomt en hem/haar/hen op te wachten. Om te koken voor iemand en boodschappen te doen voor het gezin. Om de was en de plas te doen voor hem/haar/hen. Om te luisteren naar wat die anderen te vertellen hebben. Om mee te gaan als die andere iets wil gaan doen. Om affectie te geven als de andere dat nodig heeft. Het lijkt alsof we toch vaak gefocust zijn op onze eigen noden, en daar is op zich niets mis mee.

Laatst was ik aan het nadenken over dat single zijn. Soms ben ik zo moe dat ik de moed verlies. Dan doe ik dingen die bezwaarlijk constructief te noemen zijn. Te veel snoepen. Op de bank blijven hangen en van de ene website naar de andere klikken in plaats van iets leuks of nuttigs te gaan doen. De rommel laten liggen, de afwas laten staan. Een hele dag in een joggingbroek rondlopen. Ik zei tegen een vriendin dat het makkelijker zou zijn om al die dingen niet te doen als ik een partner had, omdat die me dan een beetje zou kunnen helpen of oppeppen. Maar ik realiseerde me meteen ook dat dat niet de bedoeling van een relatie kan zijn. Ik zou ook niet graag diegene moeten zijn die een ander stimuleert om eens uit zijn jogging te stappen en iets leuks aan te doen.

Hetzelfde hoorde ik terug in de mooie radio-documentaire ‘Cursus alleen zijn’ (te beluisteren via de podcast Parelradio). Een aantal singles vertellen over het single zijn. De voordelen, de nadelen, hoe heerlijk het is alleen door de stad te fietsen, hoe moeilijk het is naar een bruiloft te gaan op je eentje. Maar het opvallendste vond ik de dagdagelijkse dingen. Het huis opfrissen? Een kastje repareren? Elke dag koken? De afwas regelmatig doen? … ‘Waarom zou ik?’, lijken ze allemaal te denken.

Samenleven met (een) andere(n) kan zin geven om een betere versie van jezelf te zijn. Voor die betekenisvolle anderen wil je immers je best doen. Een appel nemen in plaats van een reep chocola, iets leuks of nuttigs te doen in plaats van wat rond te hangen, het huis netjes houden en een leuk jurkje boven te halen.

Misschien zit daarom het woordje zin in ge-zin. Een gezin is – als het goed is – een ‘constructie’ die je zin moet geven om elke dag je best te doen voor die andere(n) waarmee je samenleeft en waar je om geeft. Dat begint bij goed voor jezelf zorgen, maar het gaat ook over de week goed te plannen, de rommel in huis lekker te minimaliseren, je laten inspireren door een recept uit het Femma-magazine om een lekker gerecht op tafel te zetten, of al je creativiteit te gebruiken om iets moois te maken. En dan kan je alleen maar hopen dat je gezinsleden evenveel zin hebben om iets te maken van het gezin.

 

 

Behaaglijk

Het volle leven

Zullen we
zei ze
samen
in een groot bed
in een hotel-
kamer
gaan liggen
met pyama’s
aan en
dan de knecht
taart
laten brengen?

Judith Herzberg

Wat ik het moeilijkste vind, is genieten. Meestal werk ik (werken is hier breed opgevat) of lig ik uitgeteld op de bank, maar veel daartussen bestaat er niet.

Dirk leerde het me. Hij leerde me dat het mocht. Op de bank liggen met een dekentje en een glas wijn terwijl hij in de keuken stond te koken. Koffie drinken in bed bij het krieken van de dag. Je een half uurtje buiten warmen aan de zon tijdens de lunchpauze. In het gras liggen en tomaatjes eten. Het hoefde nooit wat te kosten, behalve tijd.

(Had ik hem maar kunnen leren wat werken is. Haha.)

Elke keer (dus bijna nooit) als ik even onder een dekentje zit en er een kopje koffie en een boek bij neem, moet ik weer even aan hem denken.

Er is zo veel zwart en zeer weinig wit aan alles, maar al het slechte dat gebeurd is en al het verdriet, nemen niet weg dat mijn lijf zich herinnert hoe warm het was tegen hem aan te slapen, en dat ik bij momenten even terug ga in de tijd en me herinner hoe ongelooflijk behaaglijk het was om de krant te lezen in bed met een heerlijke kop koffie, me door hem aangereikt.

Mijn (primaire) liefdestaal is zorg. Dat vind ik een mooier woord dan dienen. Dirk sprak die liefdestaal bij momenten feilloos. Zorg voor me en ik verander in een spinnende poes.