Leven met de barbaren

Het is absoluut relatief. Dat weet ik. Het gaat voorbij. Het is een fase.
Maar soms komt het mijn strot uit.
Zo. Ik heb het gezegd.
De meisjes hebben één of andere zeer eigenaardige trek. Alleszins niets genetisch van mij, dus het moet wel van bij de Man komen of een soort van normaal menselijk gedrag vanuit de evolutie. Maar tijdens elke maaltijd gooien ze hun bord met inhoud en al weg, en hun beker er achter aan. Soms meerdere keren. Na elke maaltijd schraap ik etensresten van de vloer. Een hoeveelheid waarmee ik nog een tweede tweeling zou kunnen voeden.

En ik weet dat het niet erg is. Net als het ontplofte huis, de dagelijkse drie wasmachines was, de nachten met gemiddeld acht onderbrekingen. Het gaat over, ik wou de baby’s graag, ik mag blij zijn met twee gezonde poepies.

Maar soms. Soms ben ik het gewoon even helemaal moe. Meestal is er dan meer aan de hand. Een vriendin die afzegt. Een ruzie met de Man. Ongesteld. De nanny die een dag ziek is waardoor mijn hele planning in het honderd loopt.
Dat zijn de druppels. En de emmer loopt dan wel eens over.

Ik voel dat dan zelfs fysiek. Een zwaarte. Mijn lijf voelt log. Mijn hoofd doet pijn. Mijn oogleden slepen. Ik kan het niet opbrengen koffie te zetten voor mezelf. En natuurlijk zijn er ook remedies. Allerlei dingen die goed zijn voor je mentale gezondheid en waar je geen zin in hebt als je je zo belabberd voelt. En een guilty pleasure: overdag tv kijken. Tijdens het middagdutje. Nadat het eten van de grond geschraapt is.

Advertenties

Liefde in tijden van tweelingouderschap

Drie jaar. Drie jaren samen, markeerden we laatst.
We keken naar de tweeling van 15 maanden.
We verbaasden ons. In het eerste jaar zijn we gaan samenwonen (emigreren, van mijn kant). In het tweede jaar kregen we de tweeling. In het derde jaar nam ik ontslag en startte ik mijn eigen zaak. En toch voelde het nooit als snel, hals-over-kop, raar.

Het is avond. De regen striemt tegen de ramen. Wonder-o-wonder, alle kinderen liggen in bed. We kijken een detective. Ik drink ginger-curcuma-latte. Shit, denk ik. Mijn oogleden zijn weer zo zwaar. Ik kijk op de klok. Tien na negen nog maar. Ik kijk naar de Man. Zou ik…? Nee, doorzetten. Even later zeg ik het toch. Dat ik op ben. Zoals zo vaak zetten we de aflevering stop twintig minuten voor het einde, wat vrij stom voelt, zo dicht bij de ontknoping. Ik duik ons bed in. De Man doet de lichten uit en zet de vaatwasser aan. Op het moment dat hij komt slapen, slaap ik al diep.

Het is nacht. Het kleinste ontembare kind huilt. Ik hijs haar uit het bedje aan mijn kant van het bed en leg haar slaapdronken tussen ons, waar ze zich content nestelt en verder slaapt. Even later wordt de andere dochter aan zijn kant van het bed wakker. Die mag ook aan boord, maar vindt haar draai niet, hoest, worstelt. Midden in de nacht vertrekt hij naar beneden met haar, om te zorgen dat ik en de mini kunnen slapen. Als de wekker gaat, voelen we ons allemaal weer beroerd.

Een uitstapje. We gaan naar het museum met de tweeling. Als we aankomen, help ik de Man de grootste in de draagdoek te zetten. Als ik de kleinste wil pakken, spuugt ze de hele auto onder. Als een geoliede machine poetsen we de auto, kleden we het kind om, troosten haar en haar zus, laden we iedereen weer in, rijden we naar huis, wassen we iedereen, wassen we alle jassen en alle kleding waar spuug op gekomen is. En dan is het etenstijd en eet het zieke kind drie borden pasta.

Liefde in tijden van tweelingouderschap. Heel spannend is het allemaal niet. Heel lief wel. En heel echt. En heel erg dit-zou-ik-nooit-willen-missen. En ook: ik ben zo zeker van hem.

Dametjes

De grootste heeft gepoept. Haar slaapzak zit onder. Voor de zekerheid verschoon ik het bed maar even. Traphekjes toe, aan de slag. Ik haal de lakentjes. In die tijd hebben de dames met vereende krachten de prullenbak geleegd. Ik ruim op. In die tijd hebben de dametjes met vereende krachten de wasmand geleegd. Het is alsof er een bom ontploft is – de vuile was is overal.

Ik zet dit muziekje aan. De grootste zwaait met haar handjes, de kleinste schudt met haar heupjes.

Het is avond. Er moet heel veel gebeuren. Ik wil een rondje hardlopen, heb de keuken opgeruimd, de afwas gedaan, de was ingestoken, moet het speelgoed nog opruimen. De Man komt de trap op met de kleine dochter, die me verheugd aankijkt en dan naar de bank wijst. Kleine schurk. Op de bank zitten, moeke tanken. We zitten. Met een dekentje. Ze zucht van contentement. Draait zich dan om en zegt ‘ham!’. (Ja, hier bestelt mevrouw dus wat te eten.)

Ochtend. We zwaaien de Man uit. Grote dochter vlijt haar hoofdje tegen mijn schouder. Ze is zacht en lief en baby-achtig. Kleine dochter staat aan mijn been. Ze ziet haar kans schoon en zet het op een rennen, de straat op, de andere richting uit dan de Man. Thank God voor autovrije straatjes. En jeetje, hoe kom ik aan zo een ondernemend kind?

Het is veel, het is druk, het is dag-en-nacht en ik drink alleen maar koude koffie. Maar het is ook zo uniek en grappig en overweldigend en het gaat zo akelig snel.

Een boek als vriend

Boeken zijn een soort van vrienden voor mij. Ik heb boeken die me troosten, afleiden, boeken die bij een bepaalde periode in mijn leven horen.

En nu heb ik een boek waarvan ik wou dat ik het eerder had én dat het eerder geschreven was. Want het had me veel ellende bespaard.

Het betreffende boek heet ‘O jee, het zijn er twee. Het eerlijke tweelingboek voor supermoeders’ en is geschreven door Janneke Jonkman. In het boek vertelt Janneke haar eigen tweelingmoederverhaal: van de kinderwens, over de complexe tweelingzwangerschap, tot de kraamtijd en beyond. Het boek is mooi vorm gegeven. Er is ruimte voor kwetsbaarheid en authenticiteit, en tegelijkertijd bevat het ook veel tips en handvatten. Meerdere tweelingmoeders komen er in aan het woord.

Ik was heel vereerd met een uitnodiging voor de boekpresentatie, alwaar ik een aantal ‘beroemde’ tweelingmama’s ontmoette, en na tien maanden tweelingouderschap één glas wijn dronk en daar behoorlijk wiebelig van werd. En ik kocht meteen een cadeau-exemplaar voor een prille tweelingzwangere vriendin, die haar zwangerschap mooi in kon zetten met dit cadeautje, waar ik me mijn hele zwangerschap heb vastgehouden aan het toch wat verouderde/wetenschappelijke/afstandelijke tweelingenboek van Coks Feenstra.

Dit is totaal #nonspon, maar als je een tweeling verwacht of je kent iemand die een tweeling verwacht of heeft, is het echt goed om dit boek in huis te halen/het boek cadeau te doen. Waarom? Wel:
1. Het leest lekker. Ik heb echt tranen met tuiten gehuild bij het verhaal van Janneke zelf en ook bij de verhalen van de andere mama’s. Het was allemaal zo echt en ontroerend en authentiek.
2. Ondanks het echte en ontroerende en authentieke – waardoor Janneke je ook een inkijkje geeft in een hoop zoeken en ploeteren – staan er ook heel veel tips in. Niet van die gemakkelijke tips, maar doorleefde, echte tips die je kunnen voorbereiden op het leven met een tweeling of die je door bepaalde fases heen kunnen helpen.
3. Er staan veel mooie tweeling-foto’s in. In de donkerste nachten van mijn zwangerschap toen de beproeving eindeloos leek, zat ik vaak foto’s van tweelingen te googelen om iets te hebben om naar uit te kijken. Dit boek voorziet in de behoefte.
4. Verschillende experts zijn geraadpleegd, inzichten worden gedeeld. Je krijgt veel info en het wordt nooit normatief. Janneke blijft altijd mild en open.

Als ik dit boek eerder had gehad, had ik me niet zo alleen gevoeld met die zwangerschap die een soort nachtmerrie werd (ik sliep niet, ik werd ontzettend depressief, kreeg angstaanvallen, allerlei fysieke problemen, moest heel vroeg stoppen met werken, geraakte geïsoleerd, kwam in de psychiatrie terecht, verloor mijn baan, kreeg twee piepkleine baby’s die zichzelf niet warm konden houden en vergeleek mezelf al die tijd met stralende mama’s die zwanger waren van één kind en tot acht maanden een marathon konden lopen).

Maar toen ik het boek dan toch eindelijk had – een jaar nadat ik het het hardste nodig had – heeft het me zo veel geholpen met het plaatsen van de ervaring, het verwerken van alles, maar ook: het waarderen en begrijpen van het bijzonderste dat me ooit gegeven is – twee dochters in één keer. En het bracht mij en de Man in gesprek naar aanleiding van stukjes uit het boek: plots gingen we ook met elkaar praten over wat me doorgemaakt hadden. Boeken zijn vrienden. Dit boek is een vriend, een reddingsboei, een ervaren gids en een goede (relatie)therapeut in één. Dank, Janneke.

Bob heeft een kater

Shit, denk ik. Ik ben echt te moe om uit eten te gaan.
De Man en ik hebben een volwassen-mensen-date met elkaar. Maar de dag met twee ondernemende éénjarigen eist zijn tol. ’s Middags zitten we in de zandbak en eet de grootste een schep zand. We gaan wandelen en ze vallen prompt in slaap, waardoor ze hun dutje later missen (en ik dus ook de tijd om te eten en even te gaan zitten). We stoppen even op het terras van Stach voor een cappuccino en een croissant die ik netjes onder ons drie verdeel, en voor ik het weet heeft de grootste de croissant van haar zus gepikt en opgesmikkeld. En dan iets met brullen en wespen, fietstochten met lege maag, tomatensoep maken met twee poppies aan mijn rok zwiepend. Zo een dag.

We gaan toch. Als bij het voorgerecht – beter werd het niet meer: een crème brûlée van geitenkwark – glijdt de vermoeidheid van me af. Het is en blijft luxe, zulke etentjes. Maar het is een heel mooie tegenhanger tegen de maaltijden met kinderen, waarbij er altijd twee stroop in hun haar smeren, hun drinkbeker grijnzend op de grond uitgieten of er genoeg van hebben en met hun eten beginnen gooien.

Ik voel me tijdens zo een etentje plots weer een volwassen mens, met een toegang tot allerlei dimensies. Toegang tot een echt gesprek, zintuiglijk genot, ontspanning. Helaas is deze vermoeide moeder zelfs niet tegen een bob-arrangement opgewassen. ’s Avonds thuis zit ik te giechelen in de badkamer, maar de ochtend is brak en zwaar en ik vind mijn focus niet en hoewel de wijnen van topkwaliteit waren, heb ik het idee dat mijn lijf vol log gif zit, en dat dat niet leuk samenwerkt met de spierpijn die ik aan de yoga heb overgehouden.

Anyway. Ik zit aan mijn bureau. Drink koffie. Doe een poging om mijn morning pages te schrijven. Maar in mijn hoofd dwarrelt alles, en ik besluit toch maar even om een soort van mindmap te maken van wat ik moet doen.

Ik moet YNAB bijwerken.
Mails beantwoorden.
Twee verjaardagscadeautjes kopen.
Avondeten voorzien.
De oppas instrueren.
Een boek terugbrengen naar de bib.
De verjaardag van de kleine zoon voorbereiden.
Bloggen.
De grote zoon ophalen op zijn kampje.
Reageren op een vraag van iemand.
Drie mensen bellen.
Twee voorstellen schrijven.
Een communicatiestrategie verzinnen.
Twee besluiten nemen.
De tandarts bellen.
Twee machines was doen.
Naar de yoga.
Lunchen.
Boodschappen doen.
En dan nog tien dingen.

Hier ben ik slecht in. Zeker als mijn hoofd dwarrelt van een te volwassen avond. Al die balletjes in de lucht. Dat voortdurende door elkaar lopen van alles. Ik staar maar naar mijn mindmap, en heb geen flauw idee waar te beginnen vandaag. En dan grinnik ik. Wat sneu, dat ik zelfs van een bob-arrangement een kater krijg (*).

(*) Uiteraard heb ik niet gereden. We aten op wandelafstand. Ik nam een bob-arrangement omdat ik wel wat maar niet veel wou drinken.

De ultieme relatietest

Voor iedereen die een ultieme relatietest wil, raad ik de volgende mix aan:

  • Een hittegolf
  • Een stacaravan
  • Een zoon van 9, een zoon van 5
  • Twee zieke baby’s (met koorts)
  • Luizen
  • Constipatie (ik ben zo iemand die niet naar toilet kan op een ander)

We hebben het weekend van ons leven gehad. Een jaar met een tweeling was peanuts in vergelijking met het voorbije weekend. De Man wou graag eens proberen kamperen. We boekten online een stacaravan, maar eenmaal daar vond ik het zo ontzettend triest (ik ben nogal gevoelig voor sfeer en de stacaravan stond op een plek waar mensen ook leken te wonen in hun caravan en op zich is het al best een sneu ding). We ontdekten al vrij snel dat we een probleem hadden met het beveiligen van het slaapproces van de baby’s omdat de bedden niet verschuifbaar waren. De grote baby sliep in een bedje dat midden in de stacaravan moest. De kleine sliep bij mij, waardoor ik tegelijkertijd met haar naar bed moest omdat ze makkelijk uit bed kon vallen.

Beide dames hadden koorts. En er was een hittegolf.

Op zaterdagavond deden we er meer dan drie uur over om de baby’s in slaap te krijgen. Daarna begon een onrustige nacht waarin de mini elk half uur wakker werd.

De jongens hebben luizen en ik vast ook – imaginair of echt – maakt dat uit?

Midden in de vreselijke nacht hoorde ik een bonk. Ik ging kijken bij de kleine zoon die glazig naar zijn raam zat te kijken. ‘Er is hier iemand die zegt dat ik dingen moet doen,’ zei hij. Waar dan, vroeg ik. Hij wees langzaam met zijn vinger naar het raam. Ondanks de warmte kreeg ik kippevel all over.

Het leven zoals het is. Er zijn idyllische momenten, maar euhm. Dit was er geen.

De Man en ik hebben maar drie keer ruzie gehad. We konden er vrij snel ook mee lachen, zij het nog wat groen. Toen we weg reden, keken de jongens verlangend naar het meertje waarin ze uren hadden gespeeld en gezwommen. ‘Wanneer komen we terug?’, vroegen ze.

Nooit gedacht

Het is hier even wat stiller, o.a. doordat mijn computer stuk was. Ik merk dat ik de toon weer even moet zoeken en mijn ritme vinden in het schrijven. Daarnaast zet ik op dit moment heel veel neer (echter: achter de scenes), dus is er minder de drang om te schrijven.

Maar op verzoek: wat over de tweeling.

Ze zijn bijna een jaar. Dat is schrikken.
Het is ook grappig om ze te zien rondkruipen, achter elkaar aan. Ze zijn partners in crime. Laat je bv de deur open, ontsnapt de ene razendsnel en als je die dan gevangen hebt, ontsnapt de andere en zo ben je altijd lekker bezig. Of ze stormen met twee op de magische vuilnisbak af en gaan daar op timmeren. Ze strooien eten in het rond, maken steevast een waterballet met hun drinkbeker en vreten alles wat ze tegenkomen.

Daarnaast zijn ze ook heel verschillend. De kleinste is een wild kind, onrustig, snel, altijd op zoek naar prikkels en uitdagingen. Ze heeft veel last van dingen nog niet kunnen en zoekt de grenzen op. Ze slaapt onrustig, eet onrustig, heeft alles gezien en gehoord. Ze is stoer en tegelijk ook klein en heel fijntjes en heeft veel bescherming nodig.

De grootste is rustig, blij. Kan zich bezig houden met dingetjes, zit te prutsen, lacht vaak breed, heeft wat meer geduld en doet alles wat trager. Ik vind het vaak gek dat ze mijn kind is, omdat ik niets in haar herken, noch uiterlijk, noch innerlijk. Ik hou zielsveel van beiden, maar het is ook gek dat het kleine spook als een soort stukje van mezelf voelt dat ergens dwarrelt, en dat het lijkt alsof de grootste meer het kind van de Man is omdat ze elkaar woordeloos begrijpen en duidelijk graag samen zijn.

Het eerste jaar zit er bijna op, en dat geeft wel een gevoel van ‘we made it!’. De schade is beperkt, maar er is wel schade natuurlijk. Relationeel, tijd voor de andere kinderen, voor onszelf, voor elkaar. Het huis is vol kinderspullen. We zijn moe. Mijn lijf wordt maar niet fitter en slanker, ondanks mijn pogingen (ben daar veel mee bezig en dat ergert me). Er zijn hopen was en massa’s werk.
En tegelijkertijd is er ook veel winst. Twee zelfbewuste dames, maar ook de Man die zo anders is geworden, zo aanwezig en gelukkig en connected met zijn dochters. Knopen die ik heb doorgehakt in mijn leven (mbt mijn baan bijvoorbeeld). Het gezinsgevoel dat erg sterk is. Nieuwe vrienden gemaakt (tweelingouders en mensen met kinderen). Een net rond ons (wij zijn die van ‘de baby’s).

In de gang hangt een foto van mezelf met die kanjer van een buik, vorig jaar. De dagen bestonden alleen maar uit wachten, pijn, traagheid, beperking. En nu hebben we een huis vol leven en ik had echt niet bedacht dat het zo leuk zou worden.

Een update: kindjes, uitjes

Even een ‘update’:

  • De jongens doen het prima. Het zijn gewoon wel echte jongens, dus vaak best druk en energiek, maar beiden doen het eigenlijk gewoon goed. Het is wat puzzelen om een leuk aanbod te hebben voor hen omdat de meisjes twee keer per dag moeten slapen en voor de rest allemaal hapjes en papjes moeten. Frustreert me soms. (En ja, één van ons kan apart met de jongens iets gaan doen, maar een tweeling is sowieso altijd veel werk.)
  • De meisjes gaan door een moeilijke periode. Zei ik meisjes? Ik bedoel de kleine bad-ass (dus de kleinste tweelingdochter). Ik hoop van harte dat het een ‘sprongetje’ is, maar ze wil al weken niet meer alleen slapen, niet meer in haar eigen bed, niet meer in de namiddag slapen, … Aaarghl. De zus is meer type modelkind die gewoon lekker eet en slaapt en doet wat ze moet doen, maar ze wordt natuurlijk ook van haar stuk gebracht door het kleine heksje. Anyway. Duizend scenario’s, maar de laatste tijd vaak: grote zus slaapt bij papa in bed en kleine zus bij mij, waarbij ze gedurende de nacht allerlei capriolen uithaalt. Soms ben ik de moed een beetje kwijt. Het is van het begin van mijn zwangerschap geleden dat de Man en ik nog eens samen in één bed geslapen hebben, en ik begin ook wel soms te verlangen naar een soort normale orde van zaken. De grote mensen bij de grote mensen en de kinderen bij de kinderen, zoiets. Terwijl ik in feite ook ontzettend overtuigd ben dat aparte kamers waar kinderen heel de nacht alleen slapen ook niet heel natuurlijk zijn.
  • Mijn wekelijkse uitjes lijden onder het gedrag van het kleine heksje, maar intussen liep ik weg uit Lazzaro Felice. Ik vond het korrelige beeld storend, de film chaotisch en het thema zo zielig. Daarnaast ging ik naar een toneelvoorstelling waar ik ook uit weg liep. Een toneelmaker had samen met een groep pubers een voorstelling gemaakt. Maar het was druk en chaotisch en ik begreep de pubers niet goed en ik bedacht dat het vooral leuk was als je de moeder van zo’n puber bent, maar niet als toevallige toeschouwer. Ten slotte ging ik naar een massagesalonnetje, op een dag dat ik het huis had verlaten met mijn ziel onder mijn arm omdat ik zo moe was dat ik geen geluiden meer kon verdragen. Niet echt een uitje dus, maar wel iets dat ik alleen deed. Ik was zo eindeloos moe dat ik nog liever had betaald om daar een uur ongestoord te slapen, dus niet echt iets om over naar huis te schrijven.

It takes a village to… (Met twin-tip)

Ik dacht dat ik het onder de knie had, twin-parenting. Niet dat het altijd leuk is, of handig. Vooral logistiek een enorme onderneming eerlijkgezegd. Elke keer dat je de deur uit moet, is er die organisatie (luiers, jasjes, buggy, spullen mee, …). Daar ben ik best handig in geworden. Zo staat er bijvoorbeeld een vaste luiertas klaar die telkens aangevuld wordt, en ligt/staat alles op vaste plaatsen zodat er geen tijd verloren gaat aan zoeken.

Anyway. Toen werden de baby’s ziek. Twee baby’s met 39 graden koorts. Huilerig & hangerig. Niemand wou slapen, de hele structuur omzeep. Iedereen wou op mijn schoot zitten. Het eten werd een zootje. De medicatie moest ik goed monitoren (geef maar eens per ongeluk dezelfde baby twee keer medicatie). Zucht. De buurvrouw nam het even over om te kunnen douchen en verder schikte ik me in mijn lot en zat ik de hele dag op de bank met de dames op schoot, te kijken naar (ok, ik weet het, ik ben een ramptoerist!) de netflix-serie over Madeleine McCann.

Op zo’n dagen haat ik mijn leven een ietsiepietsie omdat ik allemaal grootse plannen heb waar nooit iets van komt.

En toen nam de dag een fijne wending. De buurvrouwen kwamen koffie drinken. De baby’s gingen van schoot tot schoot. Er was gebak en chocola en verhalen. Daarna schoven we nog door naar een ander huis voor een borrel. De uren vlogen voorbij. Voor ik het wist lagen mijn zielige zieke zieltjes in bed (waar ze natuurlijk een uur later weer huilend uit gevist werden) en was één van de stomste dagen ooit (twee zieke baby’s, echt) nog best gezellig geworden.

It takes a village to raise a child, ja. Maar vooral dit: it takes a village to keep a mother sane.

P.s. In de categorie twin-tips: de Man heeft een slimme speaker geïnstalleerd. Met mijn verleden als single mom vind ik zo’n dingen overbodig, maar wat LEUK om vanuit bed of als je je handen niet vrij hebt, te vragen aan Google of de radio aan kan, of ze de hoofdpunten van het nieuws even kan afspelen, een mop kan vertellen, een raadsel, mijn afspraken voor de dag even kan voorlezen, even wat in mijn agenda kan zetten, of ze 1,5 uur slaapliedjes kan spelen. En als ik haar een complimentje geef, antwoordt ze dat ze me ook leuk vindt. De schat. Bijzonder handig voor elke ouder, maar zeker ook voor de twin-parent die altijd wel een kind in de armen heeft.

Hoe zou het nog met die twinnies zijn?

De tweeling is intussen alweer zeven maanden. ZEVEN. Ik vind het indrukwekkend hoe zo een eerste jaar gaat. Van mini wormpjes zijn ze nu zelfbewuste dames geworden, maar tegelijkertijd zijn ze natuurlijk nog niet goed ‘afgesteld’. Lees: midden in de nacht wakker worden, ’s nachts POEPEN (echt seriously), tien keer poepen op een dag (van waar blijft dat komen?), …

Ik vind het heel leuk dat ze zo verschillend zijn. Dezelfde dag geboren, dezelfde ouders, dezelfde context waarin ze opgroeien, en toch hebben we twee totaal verschillende kinderen.

De oudste is sociaal. Ze is lief, ze is er graag bij, ze knuffelt graag. Ze heeft een gezellig figuur (lees: dikke billen, lekkere baby-spekjes). Ze lacht vaak en breed. Haar focus is echt prutsen met dingetjes. Ze kan behoorlijk lang op haar rug iets bestuderen, of zittend in een stoeltje een speelgoedje rustig van alle kanten bekijken.

De jongste is mevrouwtje Woelwater die alles gedaan krijgt van iedereen. Ze is super beweeglijk tot en met dat ze erg onrustig is, ze heeft voortdurend input en prikkels nodig, ze heeft alles snel door. Ze weegt een kilo minder dan haar zus maar eet meer, om maar even te zeggen wat lichaamsbeweging blijkbaar doet. Ze drinkt al zelf uit een beker. ’s Avonds zorgt ze dat ze nog eens uit bed mag en lekker mee met ons even tv kan kijken (niet dagelijks, maar ze heeft er een gevoel voor wanneer wij even toe zijn aan een brainless avondje). En als ik ga slapen ligt ze binnen een kwartier bij mij, waarbij ze zich gedurende de hele nacht tegen mij aan schurkt.

Vorig jaar deze tijd moest ik gezien de zwaarte van mijn zwangerschap bijna mijn werk opgeven. De weken en maanden die volgden waren donker en leken zo eindeloos. Sinds de dames er zijn vliegt de tijd. De Man en ik zijn vaak best moe, het is echt niet niets, vier kinderen waaronder een tweeling in baby-formaat. Ik zou het niemand aanraden en iedereen gunnen ;).