Scènes uit een tweelingleven #4 – stand van zaken

Het is altijd een beetje moeilijk om over kinderen te schrijven. Want het is zo ‘gewoon’ en tegelijkertijd voor mij en de Man het middelpunt van het heelal. Sowieso is het schrijven de laatste tijd wat moeilijk. Dat heeft te maken met het ongestructureerde leven met twee baby’s, maar ook met de zoektocht naar wat ik wil vertellen. Mijn uitjes bijvoorbeeld wil ik best opschrijven, maar ik weet niet of mensen echt zitten te wachten op lijstjes van films die ik zie, boeken die ik lees of anderszins. Wat ik denk ik hier altijd gedaan heb, is dat praktische niveau ‘overstegen’ (in de zin van: dat ik meer meta-dingen schrijf, bijvoorbeeld waarom het mij deugd doet alleen naar de film te gaan in plaats van welke films ik heb gezien deze maand), simpelweg omdat ik mezelf verre van een type vind dat advies of tips aan anderen kan geven. Ik voel me eerder de kluns of chaoot van blogland, en zoals we allemaal weten: verstandige blogs met slimme tips zijn er al genoeg.

Maar dus. De kinderen. Hoe gaat het daarmee? Enkele losse dingen.

  1. De jongens. We hebben de kerstvakantie met behulp van een whiteboard en post-its goed gestructureerd. Elke dag een activiteit, geen lange dagen hangen en spelen. Ik ben niet zo van het structureren en plannen, maar ik weet nu heel goed waarom het goed is. Eerst en vooral komen spontane acties er toch niet van. Nee, wij gaan niet spontaan eens schaatsen met de jongens. We hebben een tweeling van zes maanden die we immers niet alleen thuis kunnen laten. Vervolgens kan je door vooruit te plannen en te denken ook een evenwichtig programma opstellen. Een theater, een film, een keer schaatsen, een indoor-speelhel. Tenslotte ben ik niet iemand die ‘zin’ heeft in dingen, zoals een indoor-speelhel, maar als je er op ingesteld bent en je de dag er rond organiseert, doe je het en besef je dat het nog niet zo gek is om met een koptelefoon op en een cappuccino tijdschriftjes te lezen tussen de joelende kinderen, terwijl de Man thuis vader-dochters-tijd heeft.
  2. De jongste zoon heeft het wat moeilijk. Hij treuzelt met alles en gooit ongeveer overal met zijn pet naar. Het is ontzettend irritant en ik heb daar verschillende gedachten bij. Namelijk: hij heeft twee zusjes gekregen, alles is anders, dus hij heeft tijd nodig. Ook: hij heeft vast ADD zoals ik. Ook: fuck, hij lijkt op zijn vader (en dan zie ik hem al volledig van het pad afgeraken doordat hij zich nergens voor kan motiveren). Ook: het is vast ook iets in de interactie. M.a.w. het kind VRAAGT iets van mij of toont mij iets, misschien wel over mezelf. Maar ik ben ZO geïrriteerd dat het heel moeilijk is om hier constructief mee om te gaan. (Irritatie doordat ik elke opdracht drie keer moet geven, hij standaard niet luistert, hij sommige dingen wel doet maar er dan met zijn pet naar gooit – zo vind ik zijn vuil ondergoed standaard naast de wasmand in plaats van er in.) De grote broer heeft een excellente periode met veel zelfsturing. Ik hoor hem wel eens nare dingen zeggen tegen zijn broer (categorie: ‘jij bent diarree’), maar dat lijkt me broers eigen. Toch? Zeg gewoon ja.
  3. De baby’s zijn een half jaar. EEN HALF JAAR. Om de balans even op te maken. We zijn moe. Het huis is een puinhoop. De nachten zijn nog zeer sterk onderbroken. De borstvoeding is bijna op (ik geef nog vier keer per dag melk aan de baby’s, maar dat zijn eerder symbolische slokjes denk ik – het voelt gewoon alsof ik amper nog melk heb, heeft ook te maken met het feit dat ik telkens ik ongesteld word – sinds de geboorte al vijf keer – zucht – een enorme productiedip heb). De baby’s doen het vrij goed. Uitdagingen zijn momenteel: structuur (ze slapen om 9u30 ’s ochtends 1u tot 1,5 uur en rond 13u ook nog eens, maar veel te weinig/te kort, waardoor het laatste deel van de dag – tussen 16 en 19u, altijd ploeteren is). Slapen. De oudste baby zet het elke avond meermaals op een krijsen, het lijkt alsof ze bang is. Helaas heeft ze ook een enorm stemgeluid dus maakt ze haar zus ook wakker en dan is het echt lol, met twee overspannen baby’s. Laatst suggereerde iemand tien keer na elkaar: laat ze anders gewoon eens een avondje huilen. Maar dat kan dus niet met tweelingen, want dat escaleert enorm. De onrust slaat over en voor je het weet zijn ze beiden totaal over de rooie. Wat leuk is: ze spelen, ze zitten in stoeltjes, ze maken steeds beter duidelijk wat ze willen en wie ze kennen. En ze verschillen dag en nacht, uiterlijk (hoewel er mensen zijn die ze niet uit elkaar kunnen houden) en karakterieel. We hebben een zenuwachtig mager pittig dingske en een gezapige rondbillige lieve baby.

Waar ik vaak aan denk is dat het oneerlijk doch logisch is dat er vaak een conflict is tussen moeders en kinderen. Ik ben me met de baby’s aan het loswrikken uit de symbiose die een hele tijd geduurd heeft (vanaf de conceptie tot nu). Natuurlijk ben ik er meestal, maar ik ga dus ook wel eens alleen op stap of ga een paar uur werken (bijberoep). Het kost zo veel (o.a. verontwaardiging, angst, …) om dit loswrikken te realiseren en eigen ruimte op te eisen, en ik kan me voorstellen dat dit proces veel mixed feelings teweeg brengt bij de baby’s. Ik zie nu ook dat de Man zich niet hoeft los te wrikken, die moet net de omgekeerde beweging maken, namelijk zich binden. En in verhalen van vrienden over de band met hun moeder, hoor ik vaak dat het net wel of net niet (voldoende) verbreken van de symbiose, hen gevormd heeft tot wie ze zijn, en dat daar vaak een portie wrok ten opzichte van de moeder bij zit. Elke poging om eigen ruimte te claimen, stoot tegen een soort verzet. Zit ik eens een uurtje te bloggen, word ik zes keer gestoord. Ben ik een avondje weg, krijg ik berichtgeving over hoe het thuis gaat met al meermaals de suggestie dat ik terug zou komen om de boel te sussen (het is een tweelingding: vanaf ze beiden overstuur zijn, is het ontzettend hysterisch en bijna niet te managen voor één ouder). Sta ik in de douche, worden me vragen gesteld over waar dingen liggen of hoe dingen moeten. Tot en met dat ik wel eens billen afveeg vanuit de douche. Mijn voornemen om gewoon ruimte te nemen, alsof het normaal is, heeft hier nog wat voeten in de aarde.

Advertenties

Scènes uit een tweelingleven #3. Too many baby’s

Ik krijg een appje van een vriendin. 
Dat ze best jaloers is. Leuk hoor, haar leven. Maar stiekem zou ze met mij willen ruilen.

Ik zit even verbaasd te kijken. Op het moment dat ik haar bericht krijg, zit ik met de kleine baby in mijn armen. De grote baby huilt in de kamer ernaast. Ik voel me machteloos en schuldig. Beide baby’s zijn moe maar willen niet slapen. Ik heb alleen drie pralines gegeten vandaag, en een kop thee en een kop koffie gehad. Het is 14u. Ik moet plassen. Mijn haar is nat van mijn drie-minuten douche, maar drogen kost te veel tijd en maakt te veel lawaai. Mijn huid is droog en trekkerig. Ik heb zo’n honger dat mijn hersenen niet werken.

As we write zit ik in een koffiebar. Ik heb wat oplossingen in elkaar gebokst. Oppas. Het voelt zwaar om weg te gaan, maar ik snak soms naar adem en daarom heb ik de boel de boel gelaten thuis. Ook al weet ik dat de Man dadelijk alleen is tijdens het lastigste uur van de dag met de kinderen. Ook al is weet ik dat het zwaar is voor een oppas als het al zwaar is voor mij, de moeder van de baby’s. Hoe blij we ook zijn dat de kleine baby gewoon ziet, een regulatiestoornis is niet niets. Het betekent dat ze erg gevoelig is voor prikkels, zichzelf niet kan kalmeren, dus altijd hulp nodig heeft om zichzelf te ‘regelen’. Laten huilen is geen optie, want ze wordt volledig hysterisch omdat ze er zelf niet uitkomt. De kinderarts zegt dat ze hier altijd last van zal hebben. Ze zal altijd kwader zijn dan andere kinderen. Intenser. Ze zal ons altijd nodig hebben om haar emoties te reguleren. En één baby met regulatiestoornis (ik vermoed trouwens dat veel huilbaby’s dit hebben), is niet niets. Maar een baby met een regulatiestoornis en een zusje dat ook wil eten, geknuffeld en getroost wil worden. Dat is soms. Uhm. Te veel.

En die vriendin? Hoe gezegend ik ook ben met twee levende baby’s, ik stuur haar terug: ‘Nee, dat wil je niet. Geloof me.’

Scènes uit een tweelingleven #2

Kleine broer kijkt hoe ik de grootste baby verzorg. Ik raak haar neusje aan en zeg ‘mooi neusje’. Ik raak haar oortjes aan en zeg ‘mooie oortjes’.
‘Waarom doe je dat?’, vraagt hij.
‘Dat deed ik bij jou ook,’ vertel ik. ‘Zo leren kindjes dat ze een lichaampje hebben en wat er allemaal op en aan zit, en hoe het heet. Doe jij ook maar als je wil!’
Hij kijkt bedachtzaam. Legt dan zijn hand op haar luier en zegt monter: ‘Mooi spleetje!’.


We gaan naar Antwerpen. Hij, ik en de baby’s. Een middag. Bij het ontbijt google ik de leukste en hipste koffie- en lunchplekjes. We sturen goed aan. Bad, drinken, auto, de beste garantie op een lange dut en dus een relaxte reis. Dat gaat vrij goed, enkel de laatste 30 km wordt er gehuild op de achterbank.
Anyway.
We parkeren tussen de Vlaamse en Waalse kaai. We laden de baby’s uit, vouwen de bugaboo open. Lopen richting het uitverkoren hippe en gezonde lunchplekje. En we kunnen niet binnen met de tweelingwagen. De baby’s hebben honger. Wij ook. Dus komen we terecht op de eerste de beste plek met een dubbele deur en behulpzaam personeel en dat blijkt een soortement pitabar te zijn. Nu heb ik geen instagram (laatst wou ik het wel starten, maar ik vond het confronterend dat ik alleen maar foto’s van mijn kinderen kon/zou posten, ik zag me gereduceerd tot een #mom of #twinmom en dat kwam loeihard binnen, dus verwijderde ik mijn account meteen), maar in mijn hoofd heb ik vaak idyllische en instagram-waardige voorstellingen. De Man vindt dat een afwijking, hij vindt dat ik alles ‘dille en kamille’ wil en dat dat ver af staat van de realiteit. Anyway. Falafel en borstvoeding. Het is reuze ongemakkelijk. We zitten beiden met een baby in onze armen en met één arm te eten, en uiteraard valt de inhoud van mijn broodje onder tafel. Zucht. Maar niet getreurd. Voor de koffie wandelen we verder naar een geselecteerde en instagramwaardige koffiezaak. Alwaar trappen blijken te zijn, niemand plaats wil maken voor ons en ik nog een sneer krijg van een dame omdat ik de deur vijftien seconden open laat staan om te kijken of we nog ergens terecht kunnen in een hoekje. Een dame die alleen in een hoekje zit waar wij makkelijk met de baby’s zouden kunnen zitten als zij een ander plekje zou uitkiezen, kijkt me minzaam aan en blijft zitten. Ik snak, snak, snak terug naar onze eigen stad, waar iedereen aardig is, waar mensen opspringen, we soms wat te veel complimentjes krijgen met de beebjes en waar we exact weten in welke koffiezaak we breed binnen kunnen én aardig bediend worden. (Overigens schrik ik elke keer als ik in B ben van de norsigheid van winkelpersoneel. Ik vind het onbeschoft. Ben het gewend in elke winkel hier aardig begroet en olijk geholpen te worden en ik wil niet veralgemeniseren, maar het contrast is soms best groot.)

(En ja, er zijn ergere dingen dan bijna nergens binnen kunnen. Dit is tijdelijk. Ik vraag me wel steeds meer af hoe het leven van iemand in een rolstoel er uit ziet. Maar Antwerpen voelde zo ongastvrij en zo onvriendelijk en dat was best een teleurstelling.)


Een yogaworkshop met ontbijt. De Man laat er zijn wekelijks ochtendloopje met vrienden voor schieten. De yoga doet pijn, mijn lijf is gammel, en tijdens het ontbijt krijg ik een niet mis te verstane emoticon van de Man, dus neem ik de benen. Maar wat voel ik me even vrij. Alle luikjes in mijn hoofd klappen open, ik ben weer even mezelf en niet alleen de Tepel, de moeder, de vrouw.
Meer van dat! Ik word uitgenodigd door een clubje buurvrouwen om samen te eten. Het is bijna onwennig, om onder volwassenen te zijn. Om de baby’s niet in de buurt te hebben. Om even weg te zijn. Maar het doet me oneindig veel deugd. En ondanks de extreem gebroken nacht die er op volgt, heb ik energie. Tijd doorbrengen met een clubje andere vrouwen kan zo goed zijn.

[Vraagje: de buurvrouwen hebben me tijdens mijn zwangerschap veel geholpen. Iemand een leuk idee voor een dankjewel-cadeautje?]

 

Scènes uit een tweelingleven #1

Zo, tater ik. Zijn jullie alweer wakker? Gaan jullie lekker in badje?
Ze lachen om de beurt vanuit hun bedjes. Omdat ze mijn stem horen. Omdat zeker de grootste baby me ziet. Stralende oogjes vol verwachting. Die met de tepels gaat ons optillen en meenemen en iets doen. Misschien wel melk.

Eerst de kleinste baby naar beneden. Ik kom jou zooo halen, zusje, beloof ik. Dat doe ik. Enthousiaste moeder als ik ben heb ik alles voor het badje al klaar gezet en alweer mag eerst de kleinste want die kan het hardste huilen en de boel dusdanig verzieken voor de grote zus.

Wassen, badje, masseren met Weleda-olie. En dan begint ze te huilen. Ze huilt. Ze krijst. Ik heb geen flauw idee wat er is. De tepel weigert ze. Ze snift en er stromen traantjes over haar wangen en tussendoor kijkt ze heel nuffig. Ik hou haar vast en praat een beetje tegen haar. Laatst zag ik een moeder in één minuut zes troosthoudingen proberen, ik zou er als baby horendol en knettergek van geworden zijn, dus hou ik mijn krijsend kind beheerst een tijd lang tegen me aan. Haar lijfje spant zich op tot een boog. Ze brult. Nee, de tepel wil ze echt niet. Een draad met huil-kwijl hangt tussen de tepel en haar woeste mondje.

Zusje zit er intussen verbaasd bij. Ik voel me schuldig omdat ik het kleintje niet getroost krijg. Ik voel me schuldig omdat de zus er bij zit en er naar moet kijken, en ik haar geen badje kan aanbieden. Geen tepel. Geen armen. Geen lach. Ik voel me schuldig omdat ze zo gelaten is. Ze is het al gewend te wachten al is ze amper vier maanden oud.

Ik check of er labeltjes zijn die pijn doen. Of de wasbare luier wel goed zit. Of ze het niet warm heeft. Ik vraag me af of het de prikjes van vorige week waren. Ik zing. Ik aai. Ik kus. Ik bied de tepel weer aan. Ik geef haar anti-buikpijndruppeltjes (sab simplex, moet elke baby-ouder in de kast hebben staan). Er volgen een aantal knallers van boeren (uit een lijfje van 5,5 kg, je moet het kunnen). Ik weet niet of de boeren de oorzaak waren, of dat ze het gevolg zijn van het hysterisch huilen. Ze wil drinken. Met veel snikken tussendoor en veel moeite. Geen idee wat ze binnen heeft.

Dan zet ik haar in haar stoeltje. Geef zusje de borst  terwijl zij eerst nasnikt en tenslotte nuffig in de verte tuurt. Ik breng haar naar bed. Ze verzuipt bijna in de iets te grote slaapzak. Klein hoofdje. Klein mensje. Ik wou dat ik je beter begreep.

Beneden zet ik zusje in bad. Masseer ik haar. De stilte is oorverdovend. Ik zeg haar dat ze een lieve, flinke baby is. En ik voel me schuldig omdat ik niemand met niemand wil vergelijken. Natuurlijk is ze lief en flink, maar dat zeg ik vooral omdat haar zus net de boel op stelten heeft gezet met een volume waar de buurvrouw wel eens van langskomt om te kijken of er extra handen nodig zijn.

Later leg ik zusje ook in bed. Vind dat ik wel lunch heb verdiend. Lees de krant on line tijdens het eten. Eet wat te veel om mezelf te troosten. Ga twee keer checken bij de dametjes. Vraag me af wat het geweest is. En dan denk ik: twee kiwi’s gisteren. Natuurlijk. Kiwi! Als we maar een verklaring hebben.

In scènes uit een tweelingleven vertel ik kleine verhaaltjes uit het leven zoals het is met een stel tweelingbaby’s.