Werk & gezin

Als ik nu terug kijk  naar de alleenstaande-moederperiode, weet ik echt niet meer hoe ik ‘het’ toen gedaan heb. Flarden. Er was gelukkig hulp (het logeergezin), maar ik weet dat ik altijd op het randje van de uitputting balanceerde, en dat ik regelmatig in totale paniek was omdat de dingen gewoon niet te combineren waren.

Intussen is er de Man. Die veel doet. Maar er is ook de zwangerschap die veel vraagt. En het werk dat uitblinkt in onregelmaat.

Vannacht werd de kleinste zoon weer eens ziek, dus belde ik vanochtend alles af en hier zitten we. Hij loopt als een hondje achter me aan, ik wil graag ook wel dingen kunnen doen om de boel niet verder in het honderd te laten lopen, ik kan slecht tegen onverwachte omstandigheden dus ik ben wat snibbig. En ik ben gefrustreerd omdat het leven lijkt op navigeren door de onstuimige golven van de onvoorziene omstandigheden, in plaats van doen wat er gedaan moet worden op een beetje een beheerste manier.

Binnen enkele weken mag ik nog maar vier uur per dag werken, vanaf 28 weken zwangerschap moet ik stoppen. Stiekem wil ik al vroeger helemaal stoppen, om eindelijk te ontsnappen uit die vervelende situatie van wel willen maar niet kunnen. Niet kunnen omdat de zoon ziek is, omdat kinderen weg gebracht en opgehaald moeten worden, omdat ik wekelijks soms wel vier zwangerschapsgerelateerde afspraken heb die er ook allemaal ergens tussenin gepland moeten worden (het is een job op zich, ik zeg het je), en omdat ik misselijk ben, extreem moe, of verga van de bekkenpijn of duf ben na al die slapeloze nachten op rij.

Dus. Stoppen met werken, hoera?
Ik vrees ervoor. Vandaag ben ik ‘gewoon’ thuis (ok, met een ziek kind), maar daar zit weinig bevrediging in. Ik wil even alleen zijn, maar dat lukt niet. Ik wil wat gedaan krijgen, lukt niet. Het is 14u ’s middags en ik heb mij nog niet aangekleed. Zucht. Ik kijk niet echt uit naar de bolle-buikendagen alleen thuis, of de dagen met twee baby’s en maar twee handen. Ook al kijk ik wel uit naar de baby’s, moge dat duidelijk zijn.

Ik merk dat ik aan oplossingen begin te denken zoals mijn job opgeven. Een job zoeken die niet uitdagend is, niet ver rijden en extreem regelmatig. (…) Maar voor me ontrolt zich een leven dat bepaald wordt door het voortdurend buigen naar de noden van anderen, en ik heb gezien wat dat met mijn moeder deed. Ik vind haar vaak onvolwassen, on-ontwikkeld en gefrustreerd, en ik wil niet dat mijn kinderen later ook zo over mij denken. Of beter: dat wil ik niet voor mezelf.

Het lijkt alleen zo een ongelooflijke onmogelijkheid, om een baan en een gezin met elkaar te combineren. Zelfs als je met twee bent. Seriously, hoe doen anderen dat?

Latere gedachten
Ik lees dit en de herkenbaarheid is enorm voor me. Niet alleen heb ik in een zeer gelijkaardige situatie gezeten als Kleine Atlas, ook heb ik een talent om geen mentale ruimte te voelen, zelfs nu nog in een andere situatie. Het idee dat allerlei dingen moeten en ik het bos door de bomen maar zelden zie, gecombineerd met mijn enorme prikkelgevoeligheid (hsp?) die bijna ondraaglijk is tijdens deze zwangerschap (er is geen koptelefoon bestand tegen prikkels van pijn, moe en misselijk die in jezelf zitten), maakt dat ik vaak met het water aan de lippen sta.
Sinds ik in Nederland voel, zie ik heel vaak mensen die mentale ruimte scheppen. Een single mama die maar halftijds werkt en elke ochtend voor zichzelf gaat sporten. Ouders die gewoon nog reizen en uitgaan en oplossingen zoeken voor hun kinderen. Mijn eigen Man die zijn week volgebouwd heeft met goede routines (hobby’s: hardlopen, schaken; maar ook vaste taken op vaste momenten) en na werktijd zijn pc in principe niet open klapt.
Ik wou dat ik dat ook kon. Ik zou het ook moeten kunnen. Maar als je al in een stresstoestand bent, is het heel moeilijk om mentale ruimte te hebben om mentale ruimte te scheppen. Ik denk dat het slim is om je leven zo in te richten dat je toekomt aan wat je zelf belangrijk vindt, maar het kost altijd moeite en geregel en het druist zo vaak in tegen wat je hart je influistert of dat eeuwige stemmetje van de innerlijke criticus. (En je hebt er een grote portie zelfwaardering voor nodig – jezelf belangrijk genoeg vinden om dingen te doen die mogelijk geld en tijd kosten.) De laatste periode als single mom had ik een paar keer een mama-dag: naar de sauna met een vriendin. Mijn hele innerlijke criticus maakte daar brandhout van (dat kost geld, het kost tijd, mijn moeder heeft nog nooit een sauna van binnen gezien, het is een luxe van de moderne vrouw, …), maar het was zo wezenlijk om dat gewoon wel te doen. Ook nu nog vind ik het zo moeilijk om te doen waar ik echt zin in heb/behoefte aan heb: enkele dagen alleen weg met een tas vol boeken, bijvoorbeeld, voor ik het niet meer kan/voor de baby’s komen.
Er is een enorm verschil tussen wat ik vind dat ik zou moeten kunnen en wat ik echt kan. Om één of andere reden heb ik ook geleerd dat je altijd ongeveer het maximum van je kunnen moet nastreven. Mijn ouders waren altijd bezig. Mijn eerste vriendje zijn mama zat op zaterdagmiddag gewoon op de bank een boek te lezen met een kop thee, en het feit dat ik dat na 20 jaar nog weet, zegt genoeg.
Kortom.
Er zijn situaties (bv het hebben van kleine kinderen, al dan niet alleen) en er zijn denkbeelden. De situatie kan je niet veranderen, de denkbeelden (wat gun je jezelf?) wel. Dat hoeven geen luxe-momenten zijn als je al bij elkaar te vegen bent, maar structureel gaan voor bv 70% van je capaciteit gebruiken in plaats van 120% van jezelf te vragen. Het is echter eenvoudiger gezegd dan gedaan. Hier blijkt bijvoorbeeld het effect van een aanstelling van 90% omzetten in een aanstelling van 70% meer stress gebracht te hebben dan rust, omdat het erg moeilijk blijkt een woensdag alternerend wel en niet te werken en dit ook echt te bewaken.

 

 

Advertenties

Waar was ik gebleven?

Ik. Kan. Niet. Meer.

Denk ik.
Alles doet pijn. De Zoon is ziek. De baby’s liggen mijn energie af te tappen via de navelstrengetjes. Ik heb gewerkt deze week tot ik door al mijn energie heen was en niet meer wist hoe ik thuis moest komen. Gisteren stond ik onderweg naar een afspraak in België in volle paniek en kokhalzend op de pechstrook. Drie uur huilen later was ik thuis (gekalmeerd, rechtsomkeer gemaakt). Om prompt in slaap te vallen. De kleine broer op de achterbank bleef best kalm, met een huilende moeder met een kotszakje op de voorbank. Hij hoorde me bellen met de Man. Dat ik bang was. Even later reden we weer en zei hij me dat er echt geen boeven zijn. Vandaag viste ik hem om 5 uur uit bed en constateerde ik dat hij 40 graden koorts heeft.

Ik wou dat er iets zonder moeite ging, maar de realiteit is dat ik me vooruit moet slepen. Vicieuze cirkel. Dingen niet afkrijgen. Zelfverwijt. Verhoogde druk. Paniek. Nog lastiger.

16 weken zwanger nu. Nog vier voor ik halve dagen mag werken in plaats van hele. Nog 12 voor ik thuis mag blijven. Thuis blijven is ook niet ideaal weet ik. Isolerend enzo. Maar dit slepen met mezelf. O God, hoe ga ik dat 12 weken lang doen?

Het is weer eens gezin en werk op het scherpst van de snee, en eerlijk gezegd vind ik het al jaren lastig en onrustig. Het alleen redden vroeg een soort bovenmenselijke inspanning van me. Daarvan recupereren was een proces. En nu zwanger is het als een soort dagelijks marathon. En straks zijn er twee kindjes bij en ik weet nog heel goed hoe het slaaptekort en de uitputting van de eerste twee jaar voelen. Van één kind, wel te verstaan.

Ik ben dankbaar om de kindjes, maar na al die jaren moederen en werken en balletjes in de lucht houden heb ik geen flauw idee meer waar ik gebleven ben.

 

 

Zwangerschapsupdate – happy days

15 weken ver.

Ik werk weer en heb er plezier in. Maar er zijn grenzen. En vier afspraken op een dag met telkens een klein uur reistijd tussen de afspraken in, was over die grens.

’s Avonds heb ik nog een afspraak bij de verloskundige. Als ik in de wachtzaal zit, voel ik rechts onder in mijn buik vier schopjes. Wat een verliefd moment :).

Als ik vraag of dat al kan, op vijftien weken, zegt de verloskundige dat mijn baarmoeder ongeveer zo hoog zit als 20 weken bij een zwangerschap van één kindje. Dus ja, het is zeker mogelijk dat ik de buikbewoner(s) voel. Heerlijk, dit is ongeveer het beste deel van zwanger zijn :).

Mijn bloeddruk is wel erg hoog. Hopelijk enkel maar door de drukke dag. Thuis op de bank, platte rust. De Man komt thuis van 25 km lopen. Het voelt een beetje sukkelachtig dat ik hem na die inspanning nog naar de Albert Heijn moet sturen om melk, maar ik ben tenslotte de hele dag zwanger geweest.

Ok, ik weet dat deze blog extreem saai is geworden met dit zwangere geneuzel, maar mijn buik is nu even het centrum van ons leven. Nu de betere dagen aangebroken zijn, heb ik besloten hydrotherapie te doen voor zwangeren (omdat ik geen zwaardere dingen mag doen omdat het twee baby’s zijn) en yoga. Nu alleen nog eens uitzoeken waar ik aangepaste zwem- en yogakledij kan vinden…

 

 

Over het tweeling-effect, de stoelendans en de meest relaxte trouw ooit

(Nvdr.: deze blog loopt niet bepaald simultaan met de werkelijkheid, er zitten altijd een paar weken tijd tussen schrijven en publiceren.)

Vorige week zagen we twee spartelende mensjes met alles er op en er aan op de 14-weken echo. Tijd voor een update.

  1. Leve de antroposofische arts. Er waren dagen waarop ik na het werk te moe was om uit mijn auto te stappen, dus bleef ik snikkend zitten, soms wel een half uur, tot ik wat moed had verzameld of de auto te koud was geworden. Ik lijk/leek wel een baby soms, met nood aan drie nachtvoedingen (echt, honger dat ik ’s nachts heb), klaarwakker van 12 tot 5 (standaard – leve The Good Wife op Netflix, Will Gardner is een mooie troost), overdag verschillende keren in slaap vallen om het even waar en huilbuien om u tegen te zeggen. Bij de antroposofische jeugdarts zat ik op een consultatie voor kleine broer bijna te slapen. Toen ze vertelde dat hij beter geen tv kijkt (te veel indrukken!) haalde ik mijn schouders op. Leuk voor ouders die niet zwanger zijn en energie hebben voor entertaining, maar in dit huishouden vervangt de tv op dit moment de moeder vrees ik. Toen richtte ze haar aandacht op mij, raadde me aan me ’s ochtend in te smeren met Moor Lavendel, wat een beschermend laagje moet bieden zodat ik mijn energie wat beter kan bijhouden. Ze belde ook naar mijn antroposofische arts en ik werd prompt weer opgebeld door de antroposofische voorganger, die me telefonisch bevroeg, me een soort antroposofisch geneesmiddel tegen depressie voorschreef en zei me gauw te willen zien. Dat soort zorg, dat heb ik in het verleden wel eens gemist. Het soort zorg daarbij er pro-actief wordt nagedacht, waarop je als patiënt niet zelf van deur tot deur moet gaan smeken om hulp, het soort zorg waaraan je merkt dat de zorgverlener er voor gaat. Ik neem het medicament nu drie keer per dag. Het is een poedertje.  Na de eerste inname kalmeerde mijn wrok tegen de Man omdat hij gemaild was door zijn ex en kon ik hem volwassen appen dat we het er eens over moesten hebben (hij kan er niet veel aan doen, maar het voelt onveilig als je al weken huilend en uitdijend op de bank ligt als de betekenisvolle ex na drie jaar plots koffie wil gaan drinken en wil praten; in mijn hoofd was ze er al met hem vandoor). Na de tweede inname kreeg ik weer moed om te werken. Na de derde inname had ik weer een idee voor een blogpost. Haha. Dat het allemaal zo makkelijk is, zal waarschijnlijk niet het geval zijn. Maar de wanhoop is wel een beetje getemperd door de zekerheid dat ik hulp krijg.
  2. We weten natuurlijk nog niet wat we krijgen, maar dat heeft me er niet van weerhouden een jurkje te kopen in de tweedehandswinkel. Ik zag een leuk pakje hangen, maatje 50. Maar het tweeling-effect speelde onmiddellijk op. Ik kan toch niet voor slechts één baby iets kopen? Nee, alles dubbel (al mag ik van de Man niet dezelfde dingen kopen voor de baby’s). Omdat ik niets moois meer vond dat genderneutraal was, kocht ik op hoop van zegen een klein jurkje. Duimen.
  3. Werk. Soms luister ik naar Stef Bos, over later als je groot bent. ‘Ik weet nog steeds niet wie ik ben.’ En ‘We spelen nog verstoppertje, maar niet meer op het plein.’ Het blijft een bron van gepieker. Ik heb een heerlijke baan, maar ik verpest het voor mezelf door stress te hebben over alles, verstoppertje te spelen. De pijn zit ‘m in de voorbereidingen, het plannen en organiseren (nu ik niets waard ben loopt dat helemaal in het honderd). Maar als ik ergens wat moet doen (lees: studiedag geven, vergadering leiden, fusiegesprekken begeleiden) is iedereen altijd meer dan tevreden. Kortom: ik lijk relatief goed, maar het is zo’n geworstel. Gaat dit ooit een keer gewoon worden? Ga ik ooit een keer zelfvertrouwen hebben in plaats van dit eeuwige mentale geworstel? Eigenlijk ben ik gewoon bang voor alles, daar komt het op neer. En het blijkt achteraf ook altijd wel prima mee te vallen. Maar dat is achteraf.
  4. De meest relaxte trouw ooit. Vrienden van me bereiden een trouw voor met weer veel gedoe, want het kost veel geld en hoe krijgen ze hun ouders in de positie even veel geld te geven? Ik snap dat niet en zal dat nooit snappen. Waarom zou je je ouders geld gaan vragen voor iets dat jij wil en zelf niet kan betalen? Doe dan iets dat wel kan, en ook echt van  jezelf is. Toch? De Man is over trouwen begonnen (hij heeft me niet gevraagd, dat is te romantisch voor hem denk ik, ik vind het prima), omdat we dan meteen alles voor de baby’s geregeld hebben. Ik wil liever mijn voeten kunnen zien op mijn trouwdag, dus daar zit ik wat te twijfelen. Maar ik twijfel niet aan hem, en niet aan het feit dat het de meest relaxte trouw ooit moet zijn. Iets op een relaxte locatie (een kas, bijvoorbeeld), op de middag (dus kinderen welkom), met een buffet zodat iedereen kan eten waar, wat en wanneer hij zelf wil en een dessertenbuffet en de Man wil een orkestje en ik gun de kinderen een springkasteel en that’s it. Intussen zitten de plannen overigens alweer in de kast. Iets met griep en huilbuien en dat het al even genoeg is zo.
  5. De planner. Ik schreef er al eens over, en de planner en ik werken twee uur per week leuk samen. Niet alleen doet haar aanwezigheid me deugd (ze is zo monter en weet van aanpakken), ook is ze onmisbaar met de stoelendans hier thuis. De stoelendans? De jongens krijgen de werkkamer van de Man. De Man gaat met zijn werkkamer naar het kleine kamertje, aka dressing. Zijn grote kamer moet verbouwd worden waardoor we een nieuwe inloopkast hebben en een jongenskamer. En de babykamer moet dus op een dag ook ingericht worden voor twee baby’s. We zijn dus permanent bezig met spullen en kasten verslepen (lees: hij versleept, ik lig meestal op de bank). O, hel, o hel. Zo moet eerst de dressing leeg vooraleer de Man zijn kamer kan ontruimen en de jongenskamer naar boven verhuisd kan worden enzovoort enzovoort. Op een bepaald moment woonde niemand hier nog graag, en toen kwam de planner die op drie uur tijd de boel organiseerde en ons weer moed gaf de volgende stap te zetten.

Een update om u tegen te zeggen. Saai wordt het hier nooit, erg alledaags intussen wel :).

Gedeelde zorg

Ik praat met een mannelijke werkgever.
Dat hij vrouwen beter vindt, vertelt hij. Ze zijn meer empatisch en meer verbindend.

Hij vertelt verder.

Dat hij last heeft van de dubbele attributie van vrouwen. Succes schrijven ze toe aan externe factoren, falen aan zichzelf.

Dat vrouwen van rond de 60 het moeilijk vinden te blijven werken, omdat hun man dan op pensioen gaat en elke dag vraagt of ze wel echt naar het werk moeten, of er geen optie is om samen te gaan fietsen.

Dat vrouwen van in de dertig behoorlijk sterk in hun schoenen moeten staan om te werken, als er kinderen zijn, als de kinderopvang duur is en als kinderen wegbrengen indruist tegen hun gevoel. Maar ook: dat het combineren een taaie klus is en dat hij jarenlang gespartel ziet bij de werkneemsters met jonge kinderen.

O, zo herkenbaar. Alles.

Hij schudt me even wakker (ik ben zo weggezonken in een soort zwangere semi-apathie omdat ik zo fucking moe ben). Ik voel weer wat strijdlust, wat zusterschap, wat connectie met de wereld. Wat zorg.

Ik heb geen antwoorden of oplossingen.
Maar het stemt me wel hoopvol om de zorg te delen met een man.

Waarom ik geen prenatale tests laat doen

Mijn eerste afspraak bij de verloskundige had ik zonder de Man gedaan. Als ZZP-er kan hij natuurlijk niet heel de tijd vrij nemen om mee te gaan naar alle controles. Hij is er bij als we echo’s hebben, maar ook daarvan hebben we afgesproken dat dat op termijn niet hoeft, aangezien je met een tweeling in de tweede helft van de zwangerschap mogelijk tweewekelijks een echo hebt.

Anyway, ik was alleen en we moesten allerlei dingen invullen. Zoals handicaps in de familie, bloedgroepen, … Of ik tests wou? Nee, zei ik. NIPT kan trouwens niet bij een tweeling, just FYI. Anders had ik het nog niet gedaan, hoor.

Tijdens de eerste afspraak met de gynaecoloog zat de Man naast me, en keek me een beetje verbaasd aan dat de dokter in zijn computer had staan dat we geen tests wilden. Betrapt. Ik had het inderdaad niet overlegd met hem, en het zou eerlijker zijn dat gedaan te hebben, maar ik weet voor mezelf 100% zeker dat ik geen ‘beslissing’ zou kunnen nemen op basis van een test.

Omdat ik

a. niet over leven en dood wil beslissen, dat is niet aan mij.
b. omdat de baby’s onze kinderen zijn en ik het enkel maar passend vind die dankbaar te ontvangen.
en c. omdat ik niet wil uitgaan van een wereld waarin sommige mensen niet passen of welkom zijn.

Ik geloof in een wereld waarin er ondersteuning en zorg is, ook voor (de ouders van) een kind met een handicap.

De Man was niet echt blij met mijn standpunt. Zijn  idee is dat een kind met een beperking alles op de helling zou zetten wat we nu hebben, namelijk twee gezonde kinderen die ook zorg en aandacht verdienen en niet gebukt moeten gaan onder een kind dat grote zorg vraagt in ons gezin.

Dat snap ik. Ik ben zelf ook opgegroeid met twee broers met een handicap, en ik heb daar nog elke dag last van.

En toch.
Dan nog.

Ik kan het niet. Een kindje laten doodprikken in mijn buik omdat er mogelijk iets mee aan de hand is. Ik heb dat recht niet. Het druist in tegen alles wat ik belangrijk vind, alles waar ik in geloof.

En zoals dat gaat, komen er mensen op mijn pad. Een vriendin met een tweeling, waarvan één kindje het syndroom van down heeft. Ze weerstond alle druk van dokters om testen te laten doen omdat er een sterk vermoeden was dat er met één van de kindjes iets aan de hand was. Ik zit er niet mee, zegt ze terwijl ze haar schouders ophaalt. Het is gewoon haar kind. Ze had een keer ruzie gemaakt met haar man over de mogelijkheid, en daarbij had ze gezegd dat hij zelf een mongool was als hij geen kind met down wou. Daarmee was de kous af.

Een bestuurder waar ik mee praat vertelt over zijn zoon, ééntje van een tweeling. Ten dode opgeschreven. Moeizame kindertijd. Hij leeft, hij werkt in een bakkerij intussen, hij doet het goed.

En een buurmeisje met het syndroom van down scheldt regelmatig de jongste zoon hier uit voor ‘rotkop’. Ik moet er smakelijk om lachen, het is een pittige tante, die heel goed weet wat ze wil. Haar ouders waren erg geschrokken van haar komst, maar ze is de ster van de buurt, met haar mooie koppige gezichtje en haar vastberaden tred.

Ik heb zelf genoeg vrijwilligerswerk gedaan met mensen met een handicap om te weten dat ze niet enkel schattig zijn. Ik ben niet naïef.

En hier zit ik, futloos op de bank met die groeiende buik en razende honger. Natuurlijk hoop ik op twee gezonde baby’s, en gezien mijn leeftijd lijkt me dat ook vrij waarschijnlijk. Maar ik weet dat ze welkom zijn, mijn popjes. Wie en wat ze ook zijn.

10u ’s ochtends. Ik ga maar eens pizza halen geloof ik.

 

De blije dingen

We nemen de horde van de 12 weken. De misselijkheid neemt af. God-zij-dank. Ik heb vast erg gezeurd, maar het was erg.
Nu ben ik meestal ‘enkel nog maar’ moe en heb ik een intense bekkenpijn, maar dat is leefbaar. Ik plooi er een beetje van dicht. Ik ben stil en meer op mezelf, omdat de vermoeidheid en pijn samen ongeveer de helft van mijn energie weg zuigen. Maar zo blij dat ik niet meer misselijk ben.

Zwanger zijn. Het is toch erg overweldigend en life-changing en je bent er heel de dag mee bezig. Tijdens deze zwangerschap heb ik een aantal elementen waar ik blij mee ben. Ik deel ze graag.

… Ik ben blij met de app van Health & Parenting, waarmee ik mijn zwangerschap van dag tot dag volg. Er is een foto van hoe de kindjes er nu uit zouden zien, er is een dagelijks inhoudelijk, informatief artikel en er is een soort aftelsysteem (hoeveel dagen zwanger, hoeveel nog te gaan?). Er is in de app ook veel aandacht voor de mogelijkheid een meerling te verwachten. Je kan ook buikfoto’s toevoegen, je gewicht bijhouden en to-do’tjes aanvinken (bv: de mogelijkheden voor prenatale screening bespreken met mijn partner) die dan in een lijstje komen. Er is zelfs een stukje van de app waar je namen kan aanvinken die je wel leuk vind. Ik deel de foto’s van hoe de baby’s er nu uit zien met de jongens, en dat vinden ze best leuk.

… Ik ben blij met de consultaties bij de verloskundige naast de consultaties in het ziekenhuis. Voor een tweeling word je doorverwezen, maar ik heb ervoor gekozen ook nog maandelijks ‘gewoon’ naar de verloskundige te gaan. Ze noemt me ‘meis’, het is daar gezellig, ze heeft tijd om te praten. De arts in het ziekenhuis zit toch meer met zijn ogen op het scherm gericht medische vragen te stellen en na een kwartier ben ik er ook weer buiten, terwijl het bezoek aan de verloskundige ook ruimte biedt voor mijn vragen, mijn twijfels, mijn angst voor zwangerschapsdepressie (ik voel me erg lusteloos), …

… Ik ben blij met mijn kersverse lidmaatschap van het NVOM, een vereniging voor meerlingenouders. Ze hebben info, expertise en lotgenoten. Ik heb begrepen dat er ook een soort circuit is van NVOM-ouders die spullen aan elkaar doorverkopen (denk aan tweelingwiegen en dure tweelingbuggy’s en alles dubbel), en er is een meerlingentelefoon waar je naar kan bellen met je vragen. Cool, toch?

… Ik ben blij met de kraamhulp. Ik heb me aangemeld bij Kraamzus. Ik kreeg meteen een leuk tijdschriftje met info, een gezellig telefonisch intake-gesprek en het leuke vooruitzicht van verse smoothies op bed, een huishouden dat acht dagen voor me bestierd wordt, natuurlijke zorg (antroposofisch geïnspireerd) en specialisten in babytaal aan mijn  bed. Ik kijk er nu al naar uit, vooral ook omdat de baby’s er dan zijn en mijn bekkenpijn dan hopelijk over is. Maar laat ik niet op de zaken vooruit lopen.

… Ik ben blij met Tweelingmama’s. In België kende ik er geen (buiten mijn tante), in Nederland meteen al twee. Van voor ik zelf een tweeling verwachtte. Het is erg leuk hun foto’s te zien (wat een buiken op het einde, raar dat dat niet gewoon knapt) en hun verhalen te horen (over het feit dat je geen leven meer hebt het eerste jaar). Laatst liep ik moe en misselijk door de Albert Heijn en kwam ik één van beiden tegen. Hoe het ging, vroeg ze. Ik begon spontaan te huilen want ik voelde me hondsberoerd. ‘It’s hard, growing two,’ zei ze. Het feit dat ze dat weet uit ervaring, maakte dat ik me 100% begrepen voelde. Sniffend schuifelde ik weer naar de bank thuis, blij met haar aanbod ‘anytime’ langs te komen. (Hoewel ik me zo apathisch voel dat ik niet zeker weet of ik de moed daarvoor kan opbrengen.)

Er is veel om blij & dankbaar om te zijn, en ik doe heel erg mijn best om me daarmee te verbinden. (En om me te blijven realiseren dat het tijdelijk is, heel tijdelijk.) En om niets vanzelfsprekend te vinden.

Ook niet de Man, die me ziet lijden en voortschuifelen als een oud menske. Hij gaf me gisteren een massage bij een praktijkje in de buurt cadeau. Hij heeft de afspraak gemaakt en gaf me geld, wat ik raar vond want ik verdien natuurlijk mijn eigen geld. Maar toen besloot ik dat ik het kon aannemen als een cadeau. Het was een grappige belevenis in een Chinees salon, waar de massagetherapeute op mijn benen kwam zitten en mijn slipje nogal kordaat weg schoof om mijn billen grondig onder handen te nemen. Grappig, maar ik heb voor het eerst in maanden als een roosje geslapen daarna. Voor herhaling vatbaar.