20 dingen die ik graag doe

Zoals jullie intussen vast wel weten, doe ik ‘The Artist’s Way’. Naast elke dag morning pages schrijven (lukt me 6 dagen op 7!), een keer per week met mezelf uit gaan (zie hier en hier), is de basis natuurlijk een boek met 12 hoofdstukken die je leest en waar je oefeningen bij maakt.

Eerlijk gezegd haperde dat nogal. Elke dag een oefening bleek niet echt haalbaar (te versnipperd), dus wat ik nu doe (ik – wil – dit – echt – doen!) is tijd nemen op locatie en dan met mijn boek en schrift gedurende een langere tijd de oefeningen gaan doen. Dus bv 1,5 uur in een koffiebar gaan zitten en ervoor gaan.

Eerst had ik een soort faalangst, wat echt onnozel is, want er is geen goed en fout bij de oefeningen. Verder had ik ook een soortement koudwatervrees. Het lijkt alsof starten met TAW een soort uitnodiging is aan het universum om je leven op zijn kop te zetten. Sinds ik begonnen ben is er zo veel gebeurd en dat lijkt te komen door TAW – alsof ik het over mezelf afgeroepen heb. Een greep uit wat er gebeurd is: ik heb een vulpen gekocht en een tweede gekregen (lijkt onnozel, maar wat een schrijfgenot)/ ik heb een inleiding geschreven voor een boek dat al een tijdje in mijn mouw zit/ mijn baas heeft me gevraagd of ik wel binnen de organisatie pas – in een tweede gesprek ben ik voor mezelf opgekomen waarover later meer/ ik heb plannen uitgewerkt voor een eigen bedrijf/ ik ben bijna wekelijks een uitstapje gaan maken met mezelf/ ik lees weer bijna dagelijks/ ik kijk amper nog netflix/ ik heb een knallende ruzie gehad met de Man/ ik ben voor het eerste sinds de baby’s 8 uur van huis geweest/ ik heb een leger babysits die ik zonder schuldgevoel inzet/ ik heb connectie gemaakt met een aantal mensen/ ik heb de buren uitgenodigd voor een etentje/ terug regelmatig beginnen bloggen.

Eén van de oefeningen wil ik graag met jullie delen. Omdat het zo een eye-opener was. Mijn vraag aan jullie: neem de oefening over, schrijf er een stukje over en zet in de comments een linkje zodat ik eens kan komen kijken.

De oefening hoort bij ‘een gevoel van identiteit terug vinden’, en het is simpelweg een lijst maken van 20 dingen die je graag doet. En vervolgens schrijf je daarnaast hoe lang je ze niet meer gedaan hebt. En tenslotte plan je er twee in om deze week nog te doen.

Het was best moeilijk om 20 dingen te verzinnen, tot ik op dreef was en plots had ik er 21 :). Mijn lijstje (niet persé in volgorde van belangrijkheid en met tussen haakjes hoe lang het geleden is):

  1. Lezen (een dag)
  2. Film kijken in de alternatieve cinema (omwille van het soort films en omwille van het feit dat ik helemaal in de film zit en niet tussendoor ga snoepen/bij de kinderen kijken/appen) (gisteren)
  3. Wandelen in het bos, de duinen of een erg geliefd landgoed van me (twee weken)
  4. Koffie drinken (as we speak)
  5. Dingen kopen (ok, dat klinkt superfout) bij Dille en Kamille (dus geen plastic troep) (weken/maanden) – vooral SCHRIFTJES kopen zonder lijnen (een week)
  6. Fietsen in Zeeland of de duinen (jaren/maanden)
  7. Vrijen (vind ik gênant om te schrijven terwijl het mij best normaal lijkt – hier even geen tijdsindicatie 🙂 )
  8. Schrijven (uren) en bloggen (as we speak)
  9. Sauna (een jaar)
  10. Dingen met leren of zelf-ontwikkeling (dagen)
  11. Koken/soep maken (uren)
  12. Uit eten (weken – en als ik het goed voor heb was de laatste keer een sterrenrestaurant-etentje, luxe luxe luxe)
  13. Museum bezoeken (maanden, foei)
  14. Hardlopen als het lekker gaat (15 maanden ofzo)
  15. Snuisteren in bib of boekenwinkel (maanden, niet erg easy met een dubbele kinderwagen)
  16. Op vrijdag biogroenten halen op de markt (twee weken)
  17. Op zaterdag de krant lezen (twee tot drie weken)
  18. Dingen bedenken en ontwikkelen (week)
  19. Iets attents doen zoals soep brengen aan een zieke buur, iets opsturen (uren, dit heb ik echt geleerd door de komst van de baby’s, ik vond het zo hartverwarmend dat sommige mensen de moeite nemen iets uit te zoeken en te geven, of een mooie kaart te schrijven, wil daar zelf nu ook beter mijn best voor doen)
  20. Naar het Betere Boerenbed gaan (bijna een jaar)
  21. Auto rijden (twee weken)

Wat ik deze week ga doen: een museum bezoeken en hardlopen.

Ik ben ontzettend benieuwd naar jullie lijstje. 🙂

Advertenties

Team Kikkererwt

In de reacties komt wel eens verontwaardiging omdat het blijkbaar lijkt alsof de Man zijn snor drukt als het over de kinderen gaat. Dat hij zijn leventje verder leeft en mij met de kids laat zitten.

Wel, dat is niet zo.
We zijn een Team. Dat betekent dat we enerzijds taken verdelen, en anderzijds dingen samen doen.

Wat we bijvoorbeeld verdelen: hij is momenteel de kostwinner, dus ik sta ’s nachts op voor de baby’s. Op weekendochtenden neemt hij het vanaf 5 uur over, en slaap ik wat langer en ongestoord.

Wat we samen doen: bijvoorbeeld het avondgebeuren. Er moet voorgelezen worden, de baby’s moeten beiden verschoond worden, pyjama aan, flesje en dan nog wat slaap-begeleiding en rond die tijd moet ook de keuken opgeruimd worden. De Man en ik zijn daarin stilaan een geoliede machine, met één van ons die al met een baby naar boven gaat en de andere die een flesje brengt en de tafel al afruimt en tralala, een hele fabriek hier. Als ik de baby’s in bed stop, kom ik daarna beneden en is de keuken schoon en is er een verhaal voorgelezen. Omgekeerd idem.

In een team laat je elkaar liefst niet alleen op de moeilijke momenten. De avonden zijn bij uitstek het zwaarste, vooral dat uurtje waarin er gekookt en gegeten moet worden maar beide baby’s vermoeid zijn en huilen, en ook daarna als iedereen naar bed moet. Dan weg gaan, is de ander echt opzadelen met een hoop gedoe. Dat vermijden we allebei en heeft niets te maken met dat hij of ik niet voor onze eigen kinderen willen zorgen, maar wel dat we als enigen in de wereld weten wat het vraagt aan energie om de avond goed in te koppen, en dat we dat liefst als geoliede machine doen. Als ik laat ’s avonds (dus na kinderbedtijd) zou weg gaan, zou ik a. in slaap vallen en b. verhinder ik de Man die vroeg op moet zelf tijdig te gaan slapen omdat hij dan voor de baby’s moet zorgen tot ik terug kom en hij dus niet zomaar zelf met oordopjes in kan gaan slapen. Lijkt mij geen ramp, maar voor hem is het een stressfactor want hij heeft al jaren een slaapprobleem en hij kan niet relaxed gaan slapen als hij tegelijkertijd moet luisteren of er iemand huilt en of ik al thuis ben.

Daarnaast is het zo dat de Man sport en nog andere hobby’s heeft. Ik doe momenteel The Artist’s Way en ben daar wat tijd mee kwijt. Ik heb een tijdje in standje Chagrijn gestaan. De Man was eens een hele zaterdagmiddag weg, de kleine baby huilde de hele middag, ik heb hem woest opgebeld. Je kan je de scene voorstellen. In de supermarkt kwam ik een vriendin tegen bij wie ik mijn gelijk wou halen, en die me streng toesprak dat de Man en ik geen concurrenten mochten worden met tijd voor dingen. Ze vond dat ik maar twee uurtjes een oppas had moeten laten komen in plaats van hem naar huis te sommeren.
Eerst vond ik dat onnozel. Alsof het geld op mijn rug groeit. Later vond ik het wijs. Ik wil niet met de Man concurreren om tijd. Ik wil ook niet opgebeld worden en naar huis gevraagd als ik net lekker naar de film ga. Het leukste in onze relatie is als we elkaar dingen gunnen. Hij mij, ik hem. Zonder de meetlat ernaast. Soms heb ik meer nodig, soms hij.

Elkaar iets gunnen is gezonder voor een relatie dan elkaar achter de tralies zetten. Zeker als je een stel lieve doch intensieve baby’s hebt (baby’s zijn echt een andere categorie dan andere kinderen, de zorg is zo omvattend!). Sinds ik weer weg kan af en toe voel ik me zo veel meer mezelf. Ik kan me alleen maar voorstellen dat dat voor hem ook zo voelt, en dat het heel gezond is dat we beiden zo’n momenten hebben. Zonder dat ik heel precies ga meten wie er het meeste heeft.

Anyway. Ik ben (bijna) altijd blij met de reacties, maar ik vind van die reacties van ‘wat voor Man heb jij nu’ nogal ongepast en veroordelend. Hij heeft ook niet bepaald een blog met zijn kant van het verhaal :). (Zou ZOOOO grappig zijn – een zakelijk feitenverslag van ons leven.) We zijn een Team. Een team dat taken verdeelt en dat taken samen oppakt. En we gunnen elkaar dingen. Tijd, eigen ruimte. Dat gaat twee kanten op. Ik geef de Man ruimte om in zijn vaderrol te komen. Hij geeft me ruimte om mijn moederrol niet te hoeven combineren met een baan als ik daar nog niet klaar voor ben (even verondersteld dat ik nog een baan heb, maar daarover later meer). Zo kan ik veel voorbeelden geven. Niet alles is altijd in evenwicht, maar dat is het leven.

We zijn een Team. We zijn hier goed in. Ik had met niemand anders een tweeling willen hebben dan met hem. Gisteren was alles klaar & opgeruimd en zaten we lekker samen ‘Friends from college’ te kijken. De kleine baby miepte, dus de Man viste haar uit bed. Toen zat ze zo gezellig bij ons op de bank te glunderen, en ik vond – ondanks het feit dat er nog steeds en altijd pijn en verdriet en frustratie en vermoeidheid in het leven zijn en ondanks het gegeven dat we de kleine baby niet willen leren dat ze lekker mee op de bank mag als ze niet wil slapen – het leven even echt helemaal zoals het hoorde te zijn.

Moeke op de kikkererwt

Op emoshit las ik dit: ‘Voor mij was mijn mama vanzelfsprekend altijd mijn mama. In mijn ogen was het dé job van haar leven, de enige. Het heeft lang geduurd voor ik besefte dat ze nog iets anders deed dan mijn mama zijn. Herinner je je dat nog? Dat je meer en meer dingen over je ouders ontdekte, dat je stilaan tot het besef kwam dat ook ouders échte mensen zijn. Dat ze een heel leven hadden voor ze jou kregen en dat ze heel dat leven ook gewoon verder aan het leven zijn. Dat ze niet op de aarde gezet zijn met als eerste en enige bedoeling om jou te dienen. Dat ze kind geweest zijn, jongere, geliefde. Dat ze niet alles weten.’

Meer dan een jaar was ik op de wereld om de baby’s te dienen. Eerst door in bed te liggen wachten op hun geboorte. Daarna door ze dag en nacht te voeden en te verzorgen.

Ik was bang dat het nooit terug zou komen. De goesting om andere dingen te doen. Het zelfvertrouwen om andere dingen te zijn. Ik heb 100 % bewondering voor thuisblijfmoeders en zie dat ze vaak bijzonder creatief en geëngageerd zijn. En een tijd lang heb ik gedacht dat ik zou thuis blijven en moederen, omdat ik me met de beste wil ter wereld niet kon voorstellen dat ik ooit terug naar kantoor zou willen, dat ik ooit terug klaar zou zijn voor iets, dat ik ooit terug iets belangrijk genoeg zou vinden om mijn best voor te doen, dat ik ooit terug gedoucht zou zijn voor acht uur ’s ochtends. Dat laatste is nog een twijfelgeval en ik ben er intussen vrij zeker van dat een volledige nacht slapen er niet meer in zit.

De Man noemt mij schertsend ‘moeke op de kikkererwt’. Dan begint hij van die dramatische verhaaltjes: ‘Het was alsof moeke op de kikkererwt altijd al in de straat gewoond had, niemand wist waar ze vandaan kwam of hoe oud ze precies was‘. Maar geloof het of niet, moeke op de kikkererwt wil weer werken. Een aantal dingen:

  • Gestart! Ik ben terug gestart met mijn bijberoep. Eerst was dat een vreselijke chaos, omdat ik wel opdrachten aannam, en er dan van uit ging dat ik dat wel eens tussen de borstvoedingen spontaan zou klaren. Maar het werd duidelijk dat dat niet helemaal zou lukken, met alle toestanden van dien. Intussen heb ik een systeem met vooral één oppas die goud waard is. Ze is liefdevol en enthousiast en pedagoge in opleiding. Ik laat haar ongeveer zes uur per week oppassen, verspreid over twee keer (dus 2 x 3 uur). Die uren ga ik dan werken op locatie, en als je mij bezig ziet zou je niet denken dat ik add heb :). Ik ben elke minuut van die uren in hyperfocus. Waar ik vroeger werkdagen had van acht uren die gedeeltelijk verlummeld werden (zitten twijfelen, praatjes met collega’s, lang over taken doen omdat het kon, …), is nu elke minuut optimaal benut. Ik geloof overigens enorm in het 30-urenproject van Femma, omdat ik nu ervaar dat meer uren niet perse meer opleveren.
  • Op locatie. Ik heb een plek gevonden waar ik voor 5 euro per uur kan werken, koffie & thee inbegrepen. Het is er een komen en gaan van freelancers en andere vrije vogels (hoewel ik nu naast een leraar zit die testen verbetert). De cappuccino is heerlijk en ik heb bijna altijd een latte art hartje. Ik werkte graag thuis, maar ik realiseer me ook dat ik de komende tijd (wegens aanwezigheid van de baby’s) waarschijnlijk nog weinig thuis zal kunnen werken. Die heerlijke dagen die ik ooit had waarbij iedereen de deur uit was en ik als enige thuis op zolder zat… Aaah. Voorbij. Voor minstens vier jaar. Buitenshuis werken heeft echter ook voordelen (zoals: je komt makkelijk in de hyperfocus-mood). Ik heb een aantal systemen en plekken uitgetest, maar deze relatief vrije plek (geen abonnement nodig en je betaalt per kwartier en belangrijk: er staat geen radio op!), bevalt me uitstekend.
  • Operatie Schoon Schip. Mijn depressie was niet alleen verwoestend voor mijn zelfvertrouwen, maar ook voor de orde en het overzicht in mijn leven. Ik heb heel veel losse eindjes die ik nu probeer af te hechten in operatie Schoon Schip. Het is schaamte-werk: dingen die ik al lang had moeten doen of te lang heb laten liggen, en die ik nu moet oppakken. Maar dat is de enige manier om het af te sluiten.
  • Betaalde arbeid. De fantastische oppas kost me 7 euro per uur. Een uurtje werken op locatie 5 euro. Een uur werken kost me dus 12 euro. Dat is absurd en staat niet echt in verhouding tot het aantal opdrachten dat ik nu heb (en met bv operatie Schoon Schip verdien ik niets, behalve zelfrespect opbouwen en herstel). Het is een keuze, om te investeren in mezelf. Om weer op de rails te geraken.
  • Kinderopvang. We zijn nog steeds bezig met de zoektocht naar kinderopvang. Ik blijf erbij dat dat in Nederland duur en complex is (lees ook het stukje van deze mede-twinmoeder). Omdat de regels in de kinderopvang veranderen (1 opvoedster per 3 ipv 4 baby’s nodig), nemen opvanglocaties ofwel meer personeel aan, ofwel weigeren ze baby’s omdat peuters goedkoper zijn om te verzorgen. Kortom: de Nederlandse vrouw heeft het echt niet zo makkelijk. Het ziet er naar uit dat we geen oplossing gaan vinden (een oppas aan huis, is goedkoper omdat we dan per uur en niet per kind betalen) voor het einde van mijn ouderschapsverlof, dus ik ga volgende week met de baas praten om mijn onbetaalde verlof te verlengen. Daarna kan ik max 3 dagen per week terug, want een oppas aan huis kan je maar voor 3 dagen in een voordelig stelsel. Ik zou niet terug naar België willen, maar dat is in België toch een pak beter geregeld én je krijgt (oud of nieuw systeem) meer kindergeld (in Nl: 200 euro per drie maanden per kind). Maar even terug over opvang: de jaren tot de kinderen naar school gaan, ga ik letterlijk voor een paar honderd euro per maand werken. Daar moet je al flink gemotiveerd voor zijn, en dan is dat alleen nog maar zo omdat ik hoogopgeleid en dus relatief goed betaald word. Ik vraag me eerlijk gezegd oprecht af hoe onze eventuele oppas haar kinderopvang regelt en het stoot me ook tegen de borst om iemand als een soort ‘huispersoneel’ aan te nemen en van haar te vragen haar leven te plooien naar de uren dat wij werken, voor de kids te zorgen, de was op te vouwen en te zorgen dat er eten op tafel staat als we thuis komen (en tegelijkertijd lijkt het me het feestelijkste ever).
  • Organisatie. Vanochtend appte ik de Man dat ik een #evaatje gedaan had. Eva staat hier voor mijn grote voorbeeld: iemand die sterk en gevoelig tegelijk is, iemand die een boek geschreven heeft, iemand die creatief en boss lady tegelijk is, iemand voor wie productiviteit niet clean en mannelijk is (als in: jezelf managen en werken in een bubbel waar geen was, afwas en zieke kinderen bestaan), maar iets is van het echte modderige en rommelige (familie) leven. Mijn #evaatje was een verbetering in ons leven, dat de boel wat makkelijker en efficiënter maakt. Ik had een weekmenu gemaakt en de boodschappen laten bezorgen… IN MIJN KEUKEN. Dat is iets dat Nederland voor heeft op België begreep ik. Door onze straten scheuren autootjes van verschillende supermarkten, met aardige bezorgers die je boodschappen met liefde even op je aanrecht zetten. Had ik het gevraagd, hij had de frigo nog even monter gevuld, geloof ik. Dit #evaatje past in het ‘wakker worden’. Ik ben precies zo lang niet wakker geweest, door de moeilijke zwangerschap, de depressie, de tijd met twee mini’s. En nu word ik wakker en wil ik weer wat en ben ik hard bezig met het leven efficiënter en handiger te organiseren en heb ik daar nog lol in ook.

Misschien maakt de Man binnenkort een nieuw verhaaltje: ‘Moeke op de kikkererwt. Niemand wist precies waar ze vandaan kwam, hoewel haar Belgische tongval iets verraadde. Naast de zorg voor haar lieve kindjes, managede ze het huishouden als een professional en was ze ook nog eens bijzonder succesvol in haar werk.’

Haha. Wishful thinking mag, toch?

Scènes uit een tweelingleven #4 – stand van zaken

Het is altijd een beetje moeilijk om over kinderen te schrijven. Want het is zo ‘gewoon’ en tegelijkertijd voor mij en de Man het middelpunt van het heelal. Sowieso is het schrijven de laatste tijd wat moeilijk. Dat heeft te maken met het ongestructureerde leven met twee baby’s, maar ook met de zoektocht naar wat ik wil vertellen. Mijn uitjes bijvoorbeeld wil ik best opschrijven, maar ik weet niet of mensen echt zitten te wachten op lijstjes van films die ik zie, boeken die ik lees of anderszins. Wat ik denk ik hier altijd gedaan heb, is dat praktische niveau ‘overstegen’ (in de zin van: dat ik meer meta-dingen schrijf, bijvoorbeeld waarom het mij deugd doet alleen naar de film te gaan in plaats van welke films ik heb gezien deze maand), simpelweg omdat ik mezelf verre van een type vind dat advies of tips aan anderen kan geven. Ik voel me eerder de kluns of chaoot van blogland, en zoals we allemaal weten: verstandige blogs met slimme tips zijn er al genoeg.

Maar dus. De kinderen. Hoe gaat het daarmee? Enkele losse dingen.

  1. De jongens. We hebben de kerstvakantie met behulp van een whiteboard en post-its goed gestructureerd. Elke dag een activiteit, geen lange dagen hangen en spelen. Ik ben niet zo van het structureren en plannen, maar ik weet nu heel goed waarom het goed is. Eerst en vooral komen spontane acties er toch niet van. Nee, wij gaan niet spontaan eens schaatsen met de jongens. We hebben een tweeling van zes maanden die we immers niet alleen thuis kunnen laten. Vervolgens kan je door vooruit te plannen en te denken ook een evenwichtig programma opstellen. Een theater, een film, een keer schaatsen, een indoor-speelhel. Tenslotte ben ik niet iemand die ‘zin’ heeft in dingen, zoals een indoor-speelhel, maar als je er op ingesteld bent en je de dag er rond organiseert, doe je het en besef je dat het nog niet zo gek is om met een koptelefoon op en een cappuccino tijdschriftjes te lezen tussen de joelende kinderen, terwijl de Man thuis vader-dochters-tijd heeft.
  2. De jongste zoon heeft het wat moeilijk. Hij treuzelt met alles en gooit ongeveer overal met zijn pet naar. Het is ontzettend irritant en ik heb daar verschillende gedachten bij. Namelijk: hij heeft twee zusjes gekregen, alles is anders, dus hij heeft tijd nodig. Ook: hij heeft vast ADD zoals ik. Ook: fuck, hij lijkt op zijn vader (en dan zie ik hem al volledig van het pad afgeraken doordat hij zich nergens voor kan motiveren). Ook: het is vast ook iets in de interactie. M.a.w. het kind VRAAGT iets van mij of toont mij iets, misschien wel over mezelf. Maar ik ben ZO geïrriteerd dat het heel moeilijk is om hier constructief mee om te gaan. (Irritatie doordat ik elke opdracht drie keer moet geven, hij standaard niet luistert, hij sommige dingen wel doet maar er dan met zijn pet naar gooit – zo vind ik zijn vuil ondergoed standaard naast de wasmand in plaats van er in.) De grote broer heeft een excellente periode met veel zelfsturing. Ik hoor hem wel eens nare dingen zeggen tegen zijn broer (categorie: ‘jij bent diarree’), maar dat lijkt me broers eigen. Toch? Zeg gewoon ja.
  3. De baby’s zijn een half jaar. EEN HALF JAAR. Om de balans even op te maken. We zijn moe. Het huis is een puinhoop. De nachten zijn nog zeer sterk onderbroken. De borstvoeding is bijna op (ik geef nog vier keer per dag melk aan de baby’s, maar dat zijn eerder symbolische slokjes denk ik – het voelt gewoon alsof ik amper nog melk heb, heeft ook te maken met het feit dat ik telkens ik ongesteld word – sinds de geboorte al vijf keer – zucht – een enorme productiedip heb). De baby’s doen het vrij goed. Uitdagingen zijn momenteel: structuur (ze slapen om 9u30 ’s ochtends 1u tot 1,5 uur en rond 13u ook nog eens, maar veel te weinig/te kort, waardoor het laatste deel van de dag – tussen 16 en 19u, altijd ploeteren is). Slapen. De oudste baby zet het elke avond meermaals op een krijsen, het lijkt alsof ze bang is. Helaas heeft ze ook een enorm stemgeluid dus maakt ze haar zus ook wakker en dan is het echt lol, met twee overspannen baby’s. Laatst suggereerde iemand tien keer na elkaar: laat ze anders gewoon eens een avondje huilen. Maar dat kan dus niet met tweelingen, want dat escaleert enorm. De onrust slaat over en voor je het weet zijn ze beiden totaal over de rooie. Wat leuk is: ze spelen, ze zitten in stoeltjes, ze maken steeds beter duidelijk wat ze willen en wie ze kennen. En ze verschillen dag en nacht, uiterlijk (hoewel er mensen zijn die ze niet uit elkaar kunnen houden) en karakterieel. We hebben een zenuwachtig mager pittig dingske en een gezapige rondbillige lieve baby.

Waar ik vaak aan denk is dat het oneerlijk doch logisch is dat er vaak een conflict is tussen moeders en kinderen. Ik ben me met de baby’s aan het loswrikken uit de symbiose die een hele tijd geduurd heeft (vanaf de conceptie tot nu). Natuurlijk ben ik er meestal, maar ik ga dus ook wel eens alleen op stap of ga een paar uur werken (bijberoep). Het kost zo veel (o.a. verontwaardiging, angst, …) om dit loswrikken te realiseren en eigen ruimte op te eisen, en ik kan me voorstellen dat dit proces veel mixed feelings teweeg brengt bij de baby’s. Ik zie nu ook dat de Man zich niet hoeft los te wrikken, die moet net de omgekeerde beweging maken, namelijk zich binden. En in verhalen van vrienden over de band met hun moeder, hoor ik vaak dat het net wel of net niet (voldoende) verbreken van de symbiose, hen gevormd heeft tot wie ze zijn, en dat daar vaak een portie wrok ten opzichte van de moeder bij zit. Elke poging om eigen ruimte te claimen, stoot tegen een soort verzet. Zit ik eens een uurtje te bloggen, word ik zes keer gestoord. Ben ik een avondje weg, krijg ik berichtgeving over hoe het thuis gaat met al meermaals de suggestie dat ik terug zou komen om de boel te sussen (het is een tweelingding: vanaf ze beiden overstuur zijn, is het ontzettend hysterisch en bijna niet te managen voor één ouder). Sta ik in de douche, worden me vragen gesteld over waar dingen liggen of hoe dingen moeten. Tot en met dat ik wel eens billen afveeg vanuit de douche. Mijn voornemen om gewoon ruimte te nemen, alsof het normaal is, heeft hier nog wat voeten in de aarde.

De borstvoeding – update

Het moment waarop ik schreef dat ik twijfelde aan de borstvoeding, was een soort dieptepunt. De baby’s waren de slechtste versie van zichzelf, ze huilden echt heel veel, ik werd steeds meer moe en moedeloos en ik snakte (en ok, snak) naar equasym, waarmee ik mijn hoofd goed op orde kan houden. Er sloop en sluipt ook enige stress binnen. De tijd vliegt, voor ik het weet ga ik weer werken en met dit hoofd kan dat niet. Ik moet echt weer eerst mijn medicatie hebben of ik red het echt niet. ADD is een gemene afwijking, het is een soort constante strijd met jezelf. Al die goede voornemens, al die keren de mist in, al die chaos die je eigen schuld is, al die goede ideeën waar je moeilijk handen en voeten aan kan geven, al die drukte in je kop. En die moe-heid. Ik ben vaak zo f**** moe.

Ik was zo blij met alle reacties, getuigenissen, mildheid, verhalen. Sommige mensen schreven dat ik het wel wist, maar eerlijk: ik wist het niet. Nu weet ik het nog steeds niet, maar heb ik wel een soort plan van aanpak. 

Eerst heb ik het ziekenhuis gebeld. Zelfs als ik vandaag de borstvoedingsbh over de haag gooi, heb ik geen medicatie. Ik moet eerst getest worden en dan pas kan ik weer voorschriften krijgen. Ik heb nu een aanvraag voor een afspraak gedaan, dus dat wordt een tijdje afwachten. (Voordien ging ik twee keer per jaar naar mijn Belgische dokter die me meteen voor een half jaar van medicatie voorzag, maar ik denk dat ik het dus nu beter gewoon via de officiële weg doe en dus gewoon hier bij een psychiater in behandeling ga.)

Next: ik geef de baby’s groente- en fruithapjes. Heel basic: wat zelfgemaakte appelmoes. Een beetje courgette met aardappel gepureerd. Ze kunnen nu beiden een eetlepel eten in totaal, we bouwen het rustig op. Ik vul dus aan met borstvoeding, maar op termijn vervang ik zo twee borstvoedingsmomenten door vaste voeding. Vervolgens geeft de Man ook elke avond de ene baby een flesje om 19u (en ik de andere twee borsten in plaats van 1) en om 22u-23u doen we het omgekeerd (nee, niet de Man geeft dan borstvoeding, maar de andere baby krijgt een flesje). Doordat de baby die de borst drinkt twee borsten mag drinken in plaats van één, want de andere is normaal voor zus, hebben we een iets langere verzadiging. 

En verder heb ik wat tijd voor mezelf gekocht. Dat kan je hier lezen.

Ik ben blij dat ik nog borstvoeding geef, want ja, het is voor mij ook een relationeel iets. En het is waarschijnlijk de laatste keer. En ik geloof echt dat het goed is voor de meisjes. En voor mezelf. En ik vind het makkelijker dan flesjes maken.
Maar ook: het is zwaar. Ik ervaar de propaganda als oneerlijk, ook gewoon in de info die je krijgt. (Had laatst een oudere uitgave van LLL, waarin ook een stukje over borstvoeding aan tweelingen stond. Alleen maar gezellige hoera-verhalen, niemand liep ooit ergens tegenaan, het ging allemaal lekker vanzelf en alle mama’s uit het boek hadden mensen die hun huishouden overnamen zodat zij reuze gezellig heel de dag hun baby’s konden voeden – hallelujah.) Ik realiseerde me dat niet echt zolang ik zelf een succesverhaal was, maar toen het niet meer vanzelf ging en het erg zwaar werd, viel het me plots op dat dingen als te weinig melk bijna inbeelding worden genoemd in sommige publicaties.

Maar goed. Het plan gaat er dus wel naar toe dat ik geen lang-voeder word. Dat ik op een moment ga stoppen om weer mijn eigen medicatie te nemen. Dat de dagen van de borstvoeding geteld zijn. Alleen gaat het niet van de ene dag op de andere, maar wel gecontroleerd, gestuurd, afgebouwd over een langere periode. En dat met mixed feelings

De Donkere Dagen en een Date met mezelf

Het is ochtend. De dames liggen bij me in het grote bed. Kleine zus probeert de aandacht van grote zus te wekken door hardop te lachen. Grote zus glimlacht en kijkt me vragend aan.

We zijn intussen bij de dokter geweest met Kleine Zus. Ze heeft een regulatiestoornis, wat kort gezegd in haar geval betekent dat ze niet goed afgesteld is. Op sommige dingen reageert ze veel te heftig, op andere dingen niet, apathisch. Waardoor het dus leek dat ze niet kon zien. Aha. Ze moet naar de baby-fysio. Maar ze heeft natuurlijk een soortement abonnement op de osteopaat, en we zien dat die behandelingen haar steeds meer ‘op de wereld’ brengen. In haar lijfje. Ze is een pittig kind, het is leuk om haar bezig te zien.

Intussen waren er de Donkere Dagen. Dagen waarop mijn hoofd was als in de zwangerschap. Pikzwart. Ik was doodsbang om weer depressief te worden. De Man en ik hadden crisis-beraad. De nacht na de tweede donkere dag, kreeg ik buikgriep. O hel, spugen en borstvoeding geven door elkaar. Vierentwintig uur niets eten en wel twee lijfjes voeden. Ik realiseer me dat ik niet mijn lijf en mijn hoofd tegelijk op orde kan houden. Het vechten tegen de ziekte kostte mij mijn mentaal welbevinden. Na de buikgriep klaarde het allemaal weer op. Maar het heel voorval deed me milder kijken naar de zwangerschapsdepressie: ik kon niet twee mensjes maken en tegelijkertijd ook nog mentaal op orde blijven.

En er is ook iets nieuws. Ik zou het van de daken schreeuwen en iedereen aanraden: het boek The Artist’s Way kwam op mijn pad. Het is een methode van 12 weken om je inspiratie terug te vinden. Ik heb helemaal geen kunstenaars-ambities (hoewel ik graag schrijf en daar meer mee zou willen doen), maar ik heb wel allerlei blokkades en angsten, door hoe de voorbije jaren waren. De zwangerschapsdepressie was de druppel, daar ben ik volledig gestagneerd. De basis van The Artist’s Way is elke dag drie bladzijden ‘free writing’. En daar valt niet over te onderhandelen. Natuurlijk heb ik daar geen tijd voor, maar ik doe het gewoon wel: dagelijks die ochtendpagina’s. Daardoor ga ik de dag al heel anders in. Ik dump er gedachten, gevoelens en kom er tot inzichten. Maar vooral: ik doe het. Ik doe het voor mezelf en ik krijg weer vertrouwen in mezelf. Maar ook: ik dwing tijd voor mezelf af. Een tweede pijler is het wekelijkse kunstenaars uitje. Een uitje met jezelf. Mooi vond ik dat: als je een goede band wil met iemand, moet je quality time inbouwen. Daten! Waarom niet met jezelf? Wel, ik ga (met bibberende benen want ik zit al een behoorlijke tijd in de baby-bubbel) morgen op date met mezelf. Het is best raar dat mee te delen tegen de Man. Het is best raar dat vol te houden, het echt te gaan doen. Maar ik denk dat het heel heilzaam zal zijn. Niet alleen de Moeder zijn, de Vrouw, de Tepel. Diegene waar aan gezogen en op gespuugd wordt. Maar even mezelf. Ik kijk er al dagen naar uit. Daarnaast bestaat The Artist’s Way uit 12 weken met thema’s en oefeningen. KOOP DAT BOEK, en begin er aan. Het is denk ik de best besteedde 24 euro van het jaar geweest voor mij :). Ik wil graag weer vaker schrijven (hier) en deel uiteraard af en toe hoe het mij vergaat.

Scènes uit een tweelingleven #2

Kleine broer kijkt hoe ik de grootste baby verzorg. Ik raak haar neusje aan en zeg ‘mooi neusje’. Ik raak haar oortjes aan en zeg ‘mooie oortjes’.
‘Waarom doe je dat?’, vraagt hij.
‘Dat deed ik bij jou ook,’ vertel ik. ‘Zo leren kindjes dat ze een lichaampje hebben en wat er allemaal op en aan zit, en hoe het heet. Doe jij ook maar als je wil!’
Hij kijkt bedachtzaam. Legt dan zijn hand op haar luier en zegt monter: ‘Mooi spleetje!’.


We gaan naar Antwerpen. Hij, ik en de baby’s. Een middag. Bij het ontbijt google ik de leukste en hipste koffie- en lunchplekjes. We sturen goed aan. Bad, drinken, auto, de beste garantie op een lange dut en dus een relaxte reis. Dat gaat vrij goed, enkel de laatste 30 km wordt er gehuild op de achterbank.
Anyway.
We parkeren tussen de Vlaamse en Waalse kaai. We laden de baby’s uit, vouwen de bugaboo open. Lopen richting het uitverkoren hippe en gezonde lunchplekje. En we kunnen niet binnen met de tweelingwagen. De baby’s hebben honger. Wij ook. Dus komen we terecht op de eerste de beste plek met een dubbele deur en behulpzaam personeel en dat blijkt een soortement pitabar te zijn. Nu heb ik geen instagram (laatst wou ik het wel starten, maar ik vond het confronterend dat ik alleen maar foto’s van mijn kinderen kon/zou posten, ik zag me gereduceerd tot een #mom of #twinmom en dat kwam loeihard binnen, dus verwijderde ik mijn account meteen), maar in mijn hoofd heb ik vaak idyllische en instagram-waardige voorstellingen. De Man vindt dat een afwijking, hij vindt dat ik alles ‘dille en kamille’ wil en dat dat ver af staat van de realiteit. Anyway. Falafel en borstvoeding. Het is reuze ongemakkelijk. We zitten beiden met een baby in onze armen en met één arm te eten, en uiteraard valt de inhoud van mijn broodje onder tafel. Zucht. Maar niet getreurd. Voor de koffie wandelen we verder naar een geselecteerde en instagramwaardige koffiezaak. Alwaar trappen blijken te zijn, niemand plaats wil maken voor ons en ik nog een sneer krijg van een dame omdat ik de deur vijftien seconden open laat staan om te kijken of we nog ergens terecht kunnen in een hoekje. Een dame die alleen in een hoekje zit waar wij makkelijk met de baby’s zouden kunnen zitten als zij een ander plekje zou uitkiezen, kijkt me minzaam aan en blijft zitten. Ik snak, snak, snak terug naar onze eigen stad, waar iedereen aardig is, waar mensen opspringen, we soms wat te veel complimentjes krijgen met de beebjes en waar we exact weten in welke koffiezaak we breed binnen kunnen én aardig bediend worden. (Overigens schrik ik elke keer als ik in B ben van de norsigheid van winkelpersoneel. Ik vind het onbeschoft. Ben het gewend in elke winkel hier aardig begroet en olijk geholpen te worden en ik wil niet veralgemeniseren, maar het contrast is soms best groot.)

(En ja, er zijn ergere dingen dan bijna nergens binnen kunnen. Dit is tijdelijk. Ik vraag me wel steeds meer af hoe het leven van iemand in een rolstoel er uit ziet. Maar Antwerpen voelde zo ongastvrij en zo onvriendelijk en dat was best een teleurstelling.)


Een yogaworkshop met ontbijt. De Man laat er zijn wekelijks ochtendloopje met vrienden voor schieten. De yoga doet pijn, mijn lijf is gammel, en tijdens het ontbijt krijg ik een niet mis te verstane emoticon van de Man, dus neem ik de benen. Maar wat voel ik me even vrij. Alle luikjes in mijn hoofd klappen open, ik ben weer even mezelf en niet alleen de Tepel, de moeder, de vrouw.
Meer van dat! Ik word uitgenodigd door een clubje buurvrouwen om samen te eten. Het is bijna onwennig, om onder volwassenen te zijn. Om de baby’s niet in de buurt te hebben. Om even weg te zijn. Maar het doet me oneindig veel deugd. En ondanks de extreem gebroken nacht die er op volgt, heb ik energie. Tijd doorbrengen met een clubje andere vrouwen kan zo goed zijn.

[Vraagje: de buurvrouwen hebben me tijdens mijn zwangerschap veel geholpen. Iemand een leuk idee voor een dankjewel-cadeautje?]

 

De magische uren

Soms, zeg ik tegen de kleine zoon, is het niet zo leuk een groot mens te zijn.
Soms, zegt hij terug, is het niet leuk een klein mens te zijn.
Wanneer dan, vraag ik.
Als ik alleen moet spelen, zegt hij.

De tijd is aangebroken. De magische uren waarin alles kan. Iedereen slaapt en pas rond 23u begint de poppenkast opnieuw, met de popjes die wakker worden, om de beurt, en melk willen of troost of warmte of iets dat ik niet begrijp maar waar ik meestal wel in kan voorzien.
De magische uren om te lezen, te schrijven, na te denken, contact op te nemen, plannen te maken, de kast op te ruimen, de rekeningen te betalen, yoga-oefeningen te doen.
Maar eerst moet ik de was opvouwen of wegmoffelen, de vaatwasser inladen, de resterende afwas doen. En dan, dan zijn er de magische uren.

Vanochtend verkaste ik met baby’s naar de Man zijn bed om 5u30 en viel eindelijk in een diepe slaap. Toen hij me tot vanavond kuste om 7, deed ik alsof ik niet bestond.
Vandaag at ik cake als ontbijt op een drafje en besloot om morgen echt yoghurt met gebakken ananas te maken of zoiets.
Vandaag liep ik naar school en terug.
Ik dronk gruwelijke slechte koffie met de andere ouders.
Ik praatte met de buurvrouw en de buurman op de terugweg.
Ik gaf borstvoeding. Legde de baby’s in bed. Deed de was. Ging in de douche.
Ik deed de baby’s in bad. Gaf weer borstvoeding. De kleine baby spuugde mijn en haar schone kleding vol zure melk. Ik kleed me al niet meer om als dat gebeurt.
Ik zong. Ik lachte. Ik praatte. Ik legde de baby’s weer in bed en ging toen met mezelf aan tafel zitten lunchen, met restjes van gisteren en de krant van vandaag. Alles wat ik kon doen zoemde door mijn hoofd, en toen hoorde ik de baby’s weer en ik gaf borstvoeding en de kleine baby spuugde mijn en haar kleding vol zure melk en ik kleedde haar om en gaf hen een schone luier en we gingen de stad in.
Ik kocht rode glinsterende panty’s want op een dag heb ik zin om me leuk te kleden, zeker weten. Ik kocht een blouse waarin mijn buik niet zo opvalt en wat ik kan open knopen om te voeden. Toen ik de blouse paste, zag ik dat er ook witte vlekken op mijn rok zaten, niet enkel op mijn mouw. Ik kocht luizenshampoo en babyschuimbad.
Ja, een tweeling. Ja, een rijkdom. Ja, heel leuk. Ja, ook vermoeiend. Ja, twee meisjes. Soms voel ik me een celebrity in de stad.
Ik wandelde en wandelde, en de baby’s keken naar me en ik probeerde tegen beiden even veel te praten en naar beiden even veel te lachen en beiden even veel aan te raken aan hun kleine neusjes en toen vielen ze in slaap en we liepen de Man tegemoet en die wilde wandelen dus we wandelden de stad weer in.
Thuis gaf ik borstvoeding en liep ik rondjes terwijl de Man naar de bso ging, ophalen. Want één dag per week houden we de bso aan voor het geval dat. De kleine baby huilde en dus kon er niet gekookt worden, dus schoof ik pizza in de oven en pakte het huilende kind weer op en daarna uit schuldgevoel ook de blije baby.
De Man en ik maakten de baby’s klaar voor bed met schone luiers en slaapzakjes en flesjes melk want op het einde van de dag ben ik te moe om nog melk te maken.
Hij vertrok naar het lopen, en ik zei dat het niet altijd leuk is om een groot mens te zijn en ging toen de was weg moffelen, de afwas doen, de vaatwasser inladen.

De magische uren breken aan. Ik mag mijn pyjama aandoen van mezelf. Ik denk aan de vrouw die twee jaar en wat maanden geleden hier op de bank zat en de Man waarschuwde. Dat ze niet zo’n type was dat ’s avonds op de bank zou zitten met hem. Dat ze daarvoor veel te veel interessante dingen te doen had.
Die vrouw zou schamper lachen als ze ziet hoe ik om acht uur mijn pyjama neem. Die warme, grote, ouderwetse, flanellen pyjama die ik vooraan kan open knopen om borstvoeding te geven.

De magische uren. Alles kan nu. Niemand heeft me nodig. Niemand huilt, zuigt, lacht, vraagt, vertelt.

Ik besluit warm appelsap te maken, met kaneel. En in bed te gaan zitten. Morgen, echt, morgen. Morgen ga ik lezen. Schrijven. Nadenken. Contact opnemen. Plannen maken. De kasten opruimen. Rekeningen betalen. Yoga-oefeningen doen. Nu gewoon even mijn ogen dicht. Vijf minuutjes maar, van die magische uren. Moet kunnen, toch?

Over de poeperd van de dag en dat dat nu het spannendste is in mijn leven

In de begindagen van mijn zwangerschapsdepressie, kreeg ik hier een keer het ‘verwijt’ dat ik nooit ‘content’ zou zijn. Wel, ik ben toch niet zo gestoord, want ik ben op dit moment best content met het leven zoals het nu is. Al is het gezapig. Al geef ik per nacht minimum drie en maximum tien keer voeding. Al hebben de Man en ik wel eens ‘klinkenden ambras’ om het in mijn mooiste Vlaams te zeggen. Al zit ik ‘opgesloten’ in huis met minimum twee en maximum vier kinderen (en soms meer). Al werk ik nu even niet. Al maak ik weinig mee, buiten de huiselijke sfeer (laatst ging ik wel naar een prachtig huwelijk – ik denk er nog steeds met kippenvel aan! Verder: geen events). Als praten de Man en ik elke dag over wie de ‘poeperd van de dag’ was. (Met een tweeling kan je zo’n categorieën invoeren.) Al heb ik even geen inkomen (vind ik best eng). Ook al is het steeds duidelijker dat er iets aan de hand is met onze kleinste twinnie en denken we intussen in de richting van een oogprobleem dat invloed heeft op haar ontwikkeling. (En amaai, dat doet pijn. Ik zou het zo van haar overnemen. Ik wens haar toe dat ze zich gewoon helemaal goed kan ontwikkelen en nergens door geremd wordt. Ze heeft zo’n kraaltjes van stralende oogjes en het idee dat ze me daarmee niet ziet doet akelig veel pijn.)

Ik denk ook vaak et elors. Ik zou blogjes kunnen schrijven over hoe je twinnies structureert als twinmom. Ik zou huishoudelijke besognes kunnen delen. Weekmenu’s. Lijstjes met boeken die ik lees (ok, weinig, meer aandacht voor de poeperd van de dag). Ik zou over borstvoeding kunnen schrijven. Of over thuisblijfmoederen. Of whatever. Maar hoewel ik dat allemaal graag lees bij anderen, voel ik niet echt de nood me te profileren als twinmom of huishoudblogger of andere zaken. Ik doe maar wat.

Het leven is gewoon klein en goed en stil. Ik ben dol op de dagen thuis. Lekker rommelen met de baby’s. Op donderdagavond ben ik blij dat het weekend aanbreekt en dat de Man thuis is op vrijdag, zaterdag en zondag. En op zondagavond ben ik blij dat het weer week is en de twinnies en ik lekker saaie dagen tegemoet gaan.

Werk blijft wel een item. Ik kan me niet voorstellen ooit terug te gaan, en tegelijkertijd weet ik niet wat ik dan wel wil en snap ik ook niet goed waarom ik de lol in mijn werk zo kwijt ben geraakt. Ik was ooit best ambitieus en gedreven en snel enzo, en nu weet ik het gewoon allemaal niet zo goed meer.

Ik ontdek door contacten met andere moeders ook wat voor moeder ik zelf ben, en ik blijk verrassend behoudend. De kinderen liggen hier elke dag allemaal tussen 19 en 20u in bed, en ik probeer de tweeling te structureren (eten, slapen), door heel goed naar hun signalen te kijken en dat te combineren met wat kennis over slaap- en wakkercycli van de kleintjes en hoe hun hersenen ontwikkelen en slaap nodig hebben (lees: baby in een droomritme. Dan toch een tip!). In mijn hoofd was ik een knallende attachment parent, maar ik zie veel te veel attachment parents met vermoeide en overspannen kinderen en hondsbrutale kinderen soms ook. Ik geloof intussen niet meer dat kinderen alleen maar op je buik willen zitten en bij je willen zijn, maar ook dat ze rust willen en structuur en houvast en zelfs regels om zich veilig door de wereld te bewegen. Mijn baby’s huilen bijna nooit, alleen als er iets aan de hand is. Dus het is hier geen verhaal van gecontroleerd laten huilen. Maar wel een verhaal van liefdevol geven wat ze nodig hebben en beseffen dat dat niet enkel ik ben.

Zo.
Het leven zoals het is.
Saai. En vol contentement.

 

 

Aan Vala – over dat feminisme

Hoi Vala,

Wat ben ik dol op me-to-we, waar jij veelvuldig op publiceert. Het is ideaal leesvoer tijdens de nachtvoedingen, en die zijn er nogal veel met mijn drie-maanden-oude-tweeling.

Laatst las ik dit stuk van jou. Daar ben ik nu al dagen over aan het nadenken, dus ik schrijf je graag een reactie.

Tot mijn eigen grote verbazing ben ik eventjes thuis-blijf-mama, wat betekent dat ik zonder inkomen thuis blijf om voor mijn tweeling van drie maanden te zorgen. En de andere kinderen. Had het me drie jaar geleden gezegd, ik had je niet geloofd. Echt niet. Toen was ik kostwinner in mijn single-mum-gezinnetje, moest ik de kinderen elke weekdag uitbesteden en vaak ook ’s nachts. Ik reed 2000 km per week, was erg stoer en haantjes-achtig. En ik was permanent moe. Zo moe, zo moe dat ik er pijn van had in mijn spieren en gewrichten. Maar volgens jouw definitie was ik vast erg feministisch. Want ik liet me niet aan de haard binden met mijn kroost, verdiende mijn eigen inkomen.

Dat vond ik toen ook stoer enzo, maar nu niet meer.

Waarom niet?

  1. Hechting. Ik geloof dat mijn kinderen mij (en/of mijn partner) nodig hebben om te hechten, om een goede basis-veiligheid op te bouwen. En daarom ben ik het hartverscheurend gaan vinden dat we vaak niet anders kunnen dan na 10 tot 12 weken onze kleintjes voor volle dagen aan de opvang te droppen.
  2. Een clubje. Ik geloof dat wij als gezin een clubje zijn. Toevallig werkt het in dit clubje zo dat de Man meer verdient en dus buitenshuis gaat werken en ik heb borsten en ik blijf thuis omdat ik de baby’s zelf nog lang wil voeden. Het zou ook anders kunnen zijn (nou ja, dat van de borsten liefst niet natuurlijk). Ik wil mezelf niet meer als één of ander individu zien, maar ik zie ons als een clubje die samen de boel zo aanpakt zodat de meeste club-lidjes best tot hun recht komen. Dat is veranderlijk. Dat is binnen drie maanden anders dan vandaag. Dan sturen we bij.
  3. Feminisme. Ik vind feminisme niet hetzelfde als beantwoorden aan het mannen-ideaal (geld verdienen, buitenshuis werken, meedoen in de mannenwereld). Ik zou ook willen dat mannen dat niet sowieso hoeven te doen. Ik geloof dat een andere wereld mogelijk is, één waarin andere dingen belangrijk zijn. En bijvoorbeeld zorgen ook gewaardeerd wordt, en niet als een minderwaardige keuze voor een ambitieloze trien wordt gezien.
  4. Tijd. Verandering is de enige constante. Ik geloof niet dat alles nu en tegelijk moet. Nu is de tijd om hier te zijn en mezelf geen pijn te doen door mijn droppies elke dag bij iemand anders te laten. Binnen een paar maanden wil ik misschien wel weer de wereld in.
  5. Keuzes zijn niet individueel. Keuzes worden beïnvloed door onze samenleving, en door principes die we met de paplepel hebben meegekregen. Ik functioneer nu in een Nederlandse samenleving waar ik weinig context zie voor vrouwen om echte keuzes te kunnen maken. Ik ‘geniet’ nu bijvoorbeeld van onbetaald ouderschapsverlof. Mijn zwangerschapsverlof was na 12 weken alweer op. Mijn Man wordt niet gestimuleerd om tijd te nemen om zorg voor de kinderen te dragen. Opvang is in Nederland zo duur dat mijn hele loon er binnenkort naar toe gaat (er is belastingsteruggaaf, dan krijg ik ongeveer 40% terug denk ik). Het goedkoopste is dan nog een oppas aan huis nemen, maar dat is maar handig in een statuut voor drie dagen per week, dus moet er weer eens wat van mijn werktijd af. Of die van mijn Man natuurlijk. En ik heb net ontdekt dat we leges moeten betalen om iemand hier in huis voor de kinderen te laten zorgen, en dat ook die leges 700 euro is, te betalen aan de gemeente om ons huis goed te laten keuren als opvang-locatie, terwijl die kinderen hier natuurlijk gewoon wonen. En 100 euro per maand aan het bureau dat de thuisoppas aanneemt en de administratie doet. Niet echt heel handige maatregelen allemaal, en de keuzevrijheid neemt toe naarmate je ofwel een goed netwerk hebt OF je veel verdient.

Kunnen  we even niet zo simpel doen en alles bij het individu leggen? Mag er enige nuance zijn? En mogen we een nieuwe feministische bril opzetten?

Tot vannacht, ik lees je om 10, om 1, om 3, om 5 en om 7.

Hartelijk,

PodK