Armoedig

Na een ochtend koortsachtig werken, wandel ik naar een lunchafspraak. Vroeger deed ik alles met de fiets, nu wandel ik zo veel mogelijk. Om de stappenteller te voeden, die me akelig snel duidelijk maakte dat ik wel naar de sportschool kan willen, maar dat ik misschien eerste die 3000 stapjes per dag maar eens moet uitbreiden naar 10 000.

Ik wandel. Nog onder indruk van wat ik net gedaan heb. Ik heb een irrationele beslissing genomen. Een kans om snel via anderen aan werk te komen en dus snel te gaan verdienen, afgeslagen. (Er was een investering aan verbonden, en bij elke opdracht zou ik een flink percentage afdragen.) Iedereen juichte dat ik het moest doen, en ik was er zelf bijna ingesprongen, tot een vriend me gisteren vroeg of ik dat echt wou. Snel geld. Of ik daarom als ZZP-er ben begonnen. Maar nee, dacht ik. Nee begot. Het is niets voor mij.

Ik wil iets doen waar ik in geloof.
Dus knip ik het draadje door en vraag ik me af hoe ik het aan de Man ga uitleggen. En tegelijk voel ik zo goed dat ik het juiste heb gedaan.

Ik lunch met een vriendin. Wandel terug. Stop bij een nieuwe kledingzaak, waar ik schoorvoetend aan het enthousiaste meisje uitleg dat ik een beetje raar in mijn lijf zit na die tweelingzwangerschap. Ik voel me onzeker. Ik wil kleding die past bij mijn huidige lijf.

Ik voel me zo klein.
Zo klein.
En tegelijkertijd te groot, te grof, te uitgedijd, te mals.

Ik pas rokjes en blouses en kies en kijk in de spiegel naar de mooie nieuwe dingen waarvan ik me vraag of mijn buik er echt niet te zichtbaar in is. En ik kijk ook naar mijn oude kleding, snel-snel aangeschoten vanochtend omdat ik een kantoordag had. Naar het gaatje in mijn panty. Ik voel me zo armoedig in mijn lijf, in dat post-zwangerschapslijf, in dat lijf dat al die grote ZZP-plannen moet gaan belichamen. Dat lijf dat ik niet goed verzorg, omdat ik al blij ben als ik mijn tanden twee keer per dag kan poetsen. Waar is de tijd dat ik opgemaakt naar kantoor ging? Op hoge hakken? Ik moet naar de kapper. Van alles epileren. Crème op mijn gezicht smeren. Die wallen wegwerken.

Ik koop drie rokjes en twee blouses. In mijn oude kloffie wandel ik weg met een tasje kleding waarvan ik hoop dat ik ze durf dragen. Ik ga weer aan het werk. Een deel van het werk is het social media-gebeuren, waar ik (buiten deze blog) altijd zo ver vanaf gebleven ben, omdat ik bang was dat het zo veel tijd zo opslokken, en dat ik permanent met de blik van een buitenstaander naar mezelf zou kijken. Geen foto’s meer zou maken omdat ik ze mooi vond, maar omdat ze instagramwaardig zijn. Geen boeken meer lezen voor mezelf, maar om er slim over te doen op LinkedIn.

Ik voel me zo klein.
Ik voel me vaak zo klein.

(En waarom, waarom heb ik geen doos chocolaatjes in een kastje in mijn kantoor? O ja, omdat ik ze op zo een moment allemaal tegelijk zou opeten.)

Advertenties

Starten met ondernemen zoals het is: de kwallenclub

Het is een dag zoals ze vroeger allemaal waren. Ik stap uit de auto, 300 km op de teller en weet dat ik ongeveer 40 minuten thuis kan zijn voor ik weer vertrek. Naar een bijeenkomst, over succesvol ondernemen.

Ik weet dat ik ‘goed’ ben in mijn vak. Het is geen verhaal van de allerbeste ooit zijn ofzo, maar daar geloof ik niet in. Ik geloof meer dat je op sommige plekken de juiste persoon op de juiste plaats bent om stappen te zetten met een organisatie, en dat je daarvoor dan een gevuld koffertje hebt met ideeën en tools. Ik heb de laatste maanden hard aan dat koffertje gewerkt en geïnvesteerd in opleidingen. Maar, zo leer ik op de avond over succesvol ondernemen, inhoudelijk goed zijn in je vak is maar een deel van het verhaal. Je moet jezelf ook kunnen verkopen en ondernemersvaardigheden hebben, wil je succesvol worden.

Het klinkt allemaal niet heel onlogisch, maar mijn aversie tegenover de gladde jongen vooraan groeit en groeit en groeit. Hij blaast ons omver – op een overigens heel Amerikaanse manier – met allerlei oneliners (je kan alles leren! Het duurste is ontdekken wat niet werkt!). Ik zit de bijeenkomst uit, schrijf wat dingen op en realiseer me dat ik niets nieuws of verrassend leer. Er wordt gegoocheld met termen als leads, sales, merkbeloftes, bottlenecks, … Er komen nog wat makkelijke schema’s voorbij over mindsets (oud nieuws volgens mij). En op het einde kopt hij in: als ondernemers moet je dus niet enkel goed zijn in je vak, maar als je naar de next level wil moet je je ondernemings-skills aanscherpen en daar heeft hij net een opleiding van 10 000 euro voor bedacht waarbij hij ons allemaal persoonlijk gaat coachen in groepen van vijftig. Knap, ik zou het hem graag willen doen. De succes-cijfers van de uitstromers zijn indrukwekkend, maar als hij vertelt dat hij selecteert bij de instroom en mensen die ‘het’ niet hebben weigert, verbaast me dat niet echt. Als we vandaag nog intekenen krijgen we korting maar dat is natuurlijk alleen maar voor de durvers. Want twijfelaars, dat zijn natuurlijk geen echte ondernemers. En als je geen geld hebt maar je gaat wel op vakantie, zou ik die vakantie maar afzeggen, raadt hij ons aan.

Ik kijk rond. Er zitten wat van die types in de groep. Kwallenclub, denk ik. Dan zie ik ook wat ondernemers die gewoon niet weten waar beginnen of al lang ploeteren. Ik veronderstel dat zij niet in het programma mogen meedoen. Het heeft iets sneu. Ook de fotograaf die aan de lopende band plaatjes schiet van de succesvolle opleider, die stralend in het middelpunt van zijn eigen personencultus staat.

Ik weet niet hoe snel ik weg moet zijn. In de auto komt dit liedje voorbij. Mijn bekken doet pijn van te veel te rijden. Ik heb een eerste opdracht binnen gehaald, en heb een aantal potentiële andere opdrachten besproken. Ik vind het fijn dat het eindelijk niet meer over mij gaat: hoe wil ik me profileren, wat wil ik in de wereld zetten. Ik, ik ik. Nu gaat het over wat de organisaties in kwestie nodig hebben en hoe we daar vorm aan kunnen geven. Een betere focus wat mij betreft.

Het hele hoera-sfeertje van de kwallenclub maakt me triest en doet me twijfelen aan mijn keuze. Ik wil graag echt zijn. En eerlijk. En zichtbaar waar nodig en verder onzichtbaar. Ik wil mezelf niet opblazen tot ik uit elkaar spat. Ik wil gewoon werk doen dat zinvol is, daarvan leven in een soort van ‘balans’ met de Man en de kinderen.

Bob heeft een kater

Shit, denk ik. Ik ben echt te moe om uit eten te gaan.
De Man en ik hebben een volwassen-mensen-date met elkaar. Maar de dag met twee ondernemende éénjarigen eist zijn tol. ’s Middags zitten we in de zandbak en eet de grootste een schep zand. We gaan wandelen en ze vallen prompt in slaap, waardoor ze hun dutje later missen (en ik dus ook de tijd om te eten en even te gaan zitten). We stoppen even op het terras van Stach voor een cappuccino en een croissant die ik netjes onder ons drie verdeel, en voor ik het weet heeft de grootste de croissant van haar zus gepikt en opgesmikkeld. En dan iets met brullen en wespen, fietstochten met lege maag, tomatensoep maken met twee poppies aan mijn rok zwiepend. Zo een dag.

We gaan toch. Als bij het voorgerecht – beter werd het niet meer: een crème brûlée van geitenkwark – glijdt de vermoeidheid van me af. Het is en blijft luxe, zulke etentjes. Maar het is een heel mooie tegenhanger tegen de maaltijden met kinderen, waarbij er altijd twee stroop in hun haar smeren, hun drinkbeker grijnzend op de grond uitgieten of er genoeg van hebben en met hun eten beginnen gooien.

Ik voel me tijdens zo een etentje plots weer een volwassen mens, met een toegang tot allerlei dimensies. Toegang tot een echt gesprek, zintuiglijk genot, ontspanning. Helaas is deze vermoeide moeder zelfs niet tegen een bob-arrangement opgewassen. ’s Avonds thuis zit ik te giechelen in de badkamer, maar de ochtend is brak en zwaar en ik vind mijn focus niet en hoewel de wijnen van topkwaliteit waren, heb ik het idee dat mijn lijf vol log gif zit, en dat dat niet leuk samenwerkt met de spierpijn die ik aan de yoga heb overgehouden.

Anyway. Ik zit aan mijn bureau. Drink koffie. Doe een poging om mijn morning pages te schrijven. Maar in mijn hoofd dwarrelt alles, en ik besluit toch maar even om een soort van mindmap te maken van wat ik moet doen.

Ik moet YNAB bijwerken.
Mails beantwoorden.
Twee verjaardagscadeautjes kopen.
Avondeten voorzien.
De oppas instrueren.
Een boek terugbrengen naar de bib.
De verjaardag van de kleine zoon voorbereiden.
Bloggen.
De grote zoon ophalen op zijn kampje.
Reageren op een vraag van iemand.
Drie mensen bellen.
Twee voorstellen schrijven.
Een communicatiestrategie verzinnen.
Twee besluiten nemen.
De tandarts bellen.
Twee machines was doen.
Naar de yoga.
Lunchen.
Boodschappen doen.
En dan nog tien dingen.

Hier ben ik slecht in. Zeker als mijn hoofd dwarrelt van een te volwassen avond. Al die balletjes in de lucht. Dat voortdurende door elkaar lopen van alles. Ik staar maar naar mijn mindmap, en heb geen flauw idee waar te beginnen vandaag. En dan grinnik ik. Wat sneu, dat ik zelfs van een bob-arrangement een kater krijg (*).

(*) Uiteraard heb ik niet gereden. We aten op wandelafstand. Ik nam een bob-arrangement omdat ik wel wat maar niet veel wou drinken.

Overbodige luxe

O, het is luxe. Naast mij springen de kinderen in het zwembad. De kleintjes slapen. Ik heb al twee boeken gelezen – en nu zijn mijn boeken op en in dit deel van Europa is de zoektocht naar Engelstalige literatuur een hele opgave. Er moet zo weinig. Eten, de was, de afwas, de kinderen wassen, mezelf wassen. Een uitstapje, gisteren gingen we naar een concentratiekamp en vond ik geen woorden om de jongens uit te leggen wat mensen elkaar kunnen aandoen, en waarom. Het schudt alleszins mijn moederschap wakker. Door kinderen te hebben van verschillende leeftijden vergeet ik wel eens wat ik mijn grotere kinderen wil leren en meegeven, want de zorg voor de kleintjes is nog steeds alomvattend. Maar gisteren reed ik met de jongens de heuvels op en af. In de verte zagen we het kamp liggen. Ik kon de oude, zware energie voelen. De jongens liepen met me mee, gingen donkere cellen in en stonden met hun ogen te knipperen bij bedden in kamers die dienden voor zestig mensen.

Vakantie is luxe, en ik ben dankbaar. Maar ik realiseer me weer dat ik niet graag reis (ok, soms is vakantie ook wel lekker). De voorbije jaren dacht ik dat het aan het alleenstaand ouderen lag, dat reizen nog vermoeiender was dan het normale leven thuis. Maar nu ik gepakt heb voor zes, twee dagen auto heb gehad met zes waaronder twee 1-jarigen, mijn weg zoek in vreemde supermarkten en rijd over vreemde wegen, nu weet ik het weer. Ik reis niet zo graag. Ik ben zo ontzettend moe en kijk nu al op tegen de terugreis, het terug in onze plooi vallen thuis.

Tijdens de vakantie valt er slecht nieuws op mijn dak. Een ex-collega had me een klus doorgespeeld die me op het lijf geschreven was, maar de betreffende organisatie had al een andere adviseur onder de arm genomen. Al mijn plannen lijken zo overbodig, zo kwetsbaar, zo stom. Ik ben het moe ‘arm’ te zijn. Geld genoeg in ons huishouden, maar het staat niet op mijn rekening. Ik YNAB me te pletter, om het weinige geld dat er binnen komt bij mij te verdelen over de uitgaven die er zijn voor de kinderen en mezelf. Uiteraard kan ik altijd aankloppen bij de Man en helaas heb ik dat al gedaan tot een bedrag met vijf nullen – zucht. Hij geeft er niet om, ik wel. Het voelt kwetsbaar om afhankelijk te zijn. Maar ook: ik weet dat ik wat kan als adviseur, ik wil eindelijk ook eens wat gaan verdienen met mijn kwaliteiten. Geld is niet zo belangrijk, maar het is alsof ik al jaren de eindjes aan elkaar zit te knopen en niets opbouw, en ik ben op een leeftijd gekomen dat ik graag iets wil opbouwen. En ook: ik weet wat ik kan en wil, maar ik weet niet hoe ik de brug moet slaan tot de vragen die er waarschijnlijk zijn en waarmee ik aan de slag kan. Het is een zoektocht, een puzzel. En zo ver van huis, ver van mijn kleine kantoortje, voelt alles zo absurd en raar aan.

Ik heb nog wat werk bij. Op de zesde vakantiedag zet ik mijn geluidswerende koptelefoon op, neem ik mijn computer, ga ik wat doen. Ik denk aan mijn kantoortje, dat ik voor vertrek zorgvuldig gestofzuigd heb en netjes opgeruimd. Ik tel de dagen voor ik weer daar kan zijn. Alleen, bij mezelf. En tot die tijd, tot die tijd. Hier, nu en morning pages.

Een treetje hoger klauteren

Soms ben ik mezelf spuugzat. Dan heb ik het idee dat ik telkens dezelfde fouten maak, tegen dezelfde dingen aanloop. Met open ogen trouwens, want ik denk dat ik best veel patronen heb geanalyseerd en opgespoord.

De laatste tijd echter, verbaas ik me vaak over mezelf. Dan bevind ik me plots in een situatie die heel erg unlike-me is. Zo ben ik woest aan het YNABBEN geslagen (een vorm van budget-beheer die je bij Kelly kan terugvinden en die geen kwaad kan voor de startende zelfstandige). Of ik slaag er in om attent te zijn, bijvoorbeeld als andere mensen een kindje krijgen, omdat de gebaren van onze omgeving bij de geboorte van onze tweeling me zo raakten. Of ik loop in de supermarkt en ik kan gewoon langs de chocolade-afdeling lopen zonder het gevoel te hebben iets te willen kopen – meestal verpakte ik dat gevoel in het argument dat ik toch iets in huis moet hebben voor als er bezoek komt. Tegenwoordig weet ik dat veel bezoek ook op de lijn probeert te letten en dat men dus niet altijd blij is met een volle doos pralines op tafel. We ruimen ook het huis op, en verhuren het via airbnb. Daar heb ik gemengde gevoelens over – vooral het deel-principe bevalt me: hoe zot is het om een huis een paar weken leeg te laten staan, als een ander gezin – bv ook met een tweeling – er een leuke vakantie kan vieren? We hebben alles in huis voor twee kleine kindjes, en twee grote natuurlijk ook, dus in die zin is het een leuke place-to-be voor ouders die net als ons niet weten hoe ze ooit alles mee in de auto gaan krijgen voor two-under-two of een tweeling. Maar er zit natuurlijk ook een financieel aspect aan, en ik begrijp ook best dat een buurt onleefbaar wordt als er permanent verhuurd wordt. (Daar proberen we verantwoordelijkheid in te nemen door bv alleen aan gezinnen te verhuren.)
Ik bedenk mijn eigen bedrijfje, kan meestal goed focussen tijdens werktijd, organiseer de periode van nu tot kerst, probeer minder volgens verwachtingen van anderen te leven, maar meer vanuit mijzelf. Ik geef ook mijn grenzen aan, en probeer dat op een aardige maar duidelijke manier te doen. Trial & error, uiteraard.

Anyway. Soms lijkt het alsof ik een treetje hoger klauter.

En natuurlijk zijn er dingen die ik nog graag wil verwerven. Mijn top drie?

  1. Ik wil minder bang zijn voor conflict. Ik merk dat ik in conflict of bij potentieel conflict een soort stress-reactie krijg (fysiek). Ik denk dat conflict net vruchtbaar kan zijn, en wil graag leren er midden in te gaan staan op een ontspannen en constructieve manier.
  2. Ik wil graag uit het tegenover blijven. In mijn relatie of in andere situaties, heb ik de neiging bij frictie of onvrede, in het tegenover te schieten en afstand te creëren. Terwijl veel dingen ook een win-win kunnen worden, ik weet dat ik ook naast iemand kan staan en dezelfde kant uit kijken. Laatst hadden de Man en ik een relationeel opstootje toen we ons huis klaarstoomden voor een eerste airbnb-gebruik, en onszelf voor een tripje. Het was 38 graden, één van de baby’s huilde al een kwartier, de auto moest ingeladen, het huis schoon. Het escaleerde, een opmerking viel fout en ik beende er vandoor met de boodschap dat hij maar alleen met de kinderen op reis moest gaan. Wat ik uiteraard helemaal niet wilde, en hij ook niet. Maar daar sta je dan, en je moet met hangende pootjes terug. Onnodig. Onnozel. Schadelijk.
  3. Ik wil graag meer durven en meer doen. Iets nieuws starten als zelfstandige is ronddwalen in een soort landschap van mogelijkheden. Op een keer moet je wel gewoon even de route uitzetten en iets durven, iets doen. Zonder duizend keer na te denken, alle voor- en tegens in te schatten, het allemaal perfect op orde te willen hebben of bang zijn te verdwalen. Lef. Dat graag.

Waarin wil jij een treetje hoger klauteren? Benieuwd naar jullie lijstje!

Centrifugaal

Elk dag schrijf ik in mijn morning pages: ‘er gebeurt zo veel’. Er gebeurt de hele tijd zo veel en ik heb een talent voor intensiteit, dus ik beleef alles ook zo overrompelend heftig.

Een greep uit het gebeuren:

  • Ik start een eigen zaak. Dat is dolle pret en grote angst en nog duizend andere dingen. Het is twijfelen en zoeken en nu sta ik een beetje met angst en beven op de stap om ook via de blog stapjes te zetten. Ik vind het doodeng want dat is het einde van de anonimiteit en ik weet niet zeker of ik dat allemaal wel wil en kan en ik twijfel aan ongeveer alles en ik ben geen durver en ik weet niet hoe het allemaal gaat uitdraaien.
  • In onze omgeving dragen we mee zorg voor een jong iemand met een heel pittige psychische problematiek. Zonder meer logisch, maar ik merk dat het me zo veel machteloosheid en verdriet geeft om te praten over afscheid en manieren om uit het leven te stappen. Ergens vind ik psychisch lijden en uitzichtloosheid bijna onbegrijpelijk en wil ik de persoon in kwestie door elkaar schudden. WORD WAKKER, JE LEEFT EN DAT IS EEN GESCHENK. En anderzijds weet ik exact hoe donker het kan zijn en weet ik dat geen enkele door-elkaar-schudding dan kan helpen. Het is zo ontzettend naar.
  • De baby’s werden 1 jaar. EEN JAAR. 6000 luiers en 365 slapeloze nachten, schreef ik aan de Man. En still going strong. Nou ja, met alle ups en downs die daarbij horen, bij het moederen en vaderen.
  • Wat ik heftig en heel stom vind, is dat de Man en ik in een soort van concurrentie zijn beland. Er is natuurlijk weinig ruimte en tijd, dus als de één iets gaat doen kan de ander het niet doen. Zo werkt dat. Ik heb een talent voor verongelijktheid blijkbaar en ik weet dat en ik vind het echt suuuuuperstom van mezelf, maar we zitten dus nu heel erg in het ‘jij bent drie keer gaan sporten dus ik ga maandag ook sporten, los het hier maar op!’. Nou ja, ik zit daar erg in. Ik wil hem eigenlijk veel liever dingen gunnen en mezelf ook, en dat vind ik ook veel verstandiger en handiger, maar blijkbaar lukt dat even nog niet zo goed.
  • Ik was erg gefrustreerd over mijn gewicht waar ik maar geen grip op kreeg. Lees: ik zat in een soort van vicieuze achtbaan met eten. Lees: chocola. Ik denk dat de vermoeidheid een soort van hang naar zoetigheid gaf, en ik dus de hele tijd op zoek was (craving is echt een goed woord) naar een nieuwe suikerkick om weer een half uur door te komen. Ik had alles al geprobeerd. Nou ja. Niet echt. Ik had vooral veel voornemens gemaakt en het elke keer verknald. Intussen heb ik me laten hypnotiseren, waarover zeker later meer als ik het effect kan meten, maar de suikerverslaving is weg gehypnotiseerd. Het bij elk moment van emotie/frustratie/verveling naar iets grijpen ook. Ik zit op kantoor en hier staat een doos chocolaatjes en ik heb daar nog geen enkele van genomen, want ik heb geen behoefte meer. Dat is een soort van wonder. Wordt vervolgd. Vooralsnog kan ik zeggen dat ik zes dagen na de eerste sessie een kilo minder woog.

Van alle dingen die aan de hand zijn (bovenstaande bullets zijn slechts een greepje uit het assortiment), geraak ik behoorlijk gecentrifugeerd. Het is alsof ik uit mijn centrum gehaald word en niet meer bij mezelf kan, niets meer kan voelen. Ik herken het gevoel – ik heb het immers jaren gehad en er hier over geschreven. Ik weet dat ik zo snel mogelijk weer in mijn centrum moet komen en ik weet ook wat ik daarvoor nodig heb: tijd alleen vooral. Tijd om dingen te verwerken, een plek te geven. Stilte. Regelmaat. Rust. Methylfenidaat. En schrijven. Die morning pages, en weer regelmatige blogs.

Living the dream

In mijn leven gaat het precies altijd met een omweg, maar ik kom wel op de juiste plek uit.

Vijf jaar geleden begon ik hier te bloggen. Mijn partner was weg gegaan, ik was alleen met de kinderen, ik was verdrietig en moest hard werken. Intussen woon ik in een stad 200 km ten noorden van waar ik toen woonde, met een Man die ik bij onze eerste ontmoeting meteen leuk vond maar die geen waarschijnlijke partner leek (ouder, hij had een vriendin, hij woonde ver) en twee nieuwe kleine poepies. Elke keer als ik door deze stad loop, voel ik me eindelijk zo hard op mijn plek. Alsof ik altijd meespeelde in de foute film en nu eindelijk goed gecast ben.

In de vijf jaar dat ik hier blogde, had ik eerst een baan aan de universiteit, vrij snel een baan bij een organisatie en daarna helemaal geen baan meer. Dat was niet het plan en ik zweette peentjes, huilde bittere tranen en wanhoopte. Vandaag ben ik voor het eerst aan het werken in mijn nieuwe pandje. Ik kan nog steeds niet zeggen wat ik dan ben, maar ik heb het erg druk (heb wat opdrachten vanuit mijn bijberoep, niet genoeg maar wel een beginnetje). De lieve eigenaars van het nieuwe pandje laten me al vroeger dan ik het huur hier werken, en ook al staat het nog vol spullen van hen, zit ik op een krukje aan een geïmproviseerde werkplek met zicht op de schilder die de ramen en de gevel een buurt geeft, het voelt ZO GOED. Ik werk nu op fiets- en loopafstand van mijn huis, het is hier stil en licht en van mezelf (o, die dagen in de kantoortuin waarin ik hoofdpijn kreeg van de airco en knetter werd van de prikkels!). Het is klein, maar mooi. Het is van mij. Mijn rekeningen zijn leeg en ik heb geen enkele garantie dat ik in mijn vage plannen ga slagen, maar ik heb me overgegeven en ga er vanuit dat de dingen zich vormen en het allemaal wel goed komt.

Net ging ik even koffie tappen bij mijn huisbazin. We praatten, ze zijn een leuk creatief gezin, en ik keek even rond. Op een kast stond een enorm beeld van een wolf. Ik grinnikte. Het universum is wel eens subtieler geweest.

Het echte leven: verwachtingen versus realiteit

Aha, eindelijk was het zover. Ik ging weer werken! Alleen had ik geen baan meer, maar om één of andere reden heb ik altijd allerlei plannen. Ik had ook nog geen plek. En ik moest ook nog even een nieuwe telefoon en een nieuwe computer. Ik had me ingeschreven in een aantal opleidingen en ik had wat opdrachten als freelancer en een Plan om uit te werken, dus daar gingen we dan. De oppas-aan-huis startte na duizendenééninstructies (o luxe, o luxe) en ik… Ik ontdekte dat mijn verwachtingen en de realiteit niet altijd op elkaar afgestemd zijn.

  • Zoals die dag dat ik naar een opleiding ging. De oppas kwam om acht, dus dan zou ik de deur uit stappen, zonder file naar de opleiding rijden en daar mijn morning pages schrijven en e-mails beantwoorden voor de start om 10u. Easy! De realiteit? Om acht uur liep ik met natte en ongekamde haren te stressen, zaten de baby’s nog in hun romper aan de tafel (en niet klaar in de buggy zoals ik gehoopt had), moest ik de auto nog leeg maken van een eerder tripje en had ik nog niets gegeten. Om half negen zat ik met klotsende oksels in de auto, om meteen de file in te rijden en om vijf voor 10 met een knalrood hoofd de locatie binnen te rennen. Oeps.
  • Zeeën van tijd zou ik hebben, want geen echte baan meer en dus geen vergaderingen en alles zelf beslissen enzo. Vergeet het. Drie dagen per week is echt heel weinig, zeker als je in realiteit maar een 6 tot 7 echte werkuren per week over houdt. Resultaat: de eerste woensdag (vrije dag) van mijn werkende leven had ik al knallende ruzie met de Man, uit frustratie omdat ik van de vrijheid had geproefd en merkte dat al mijn ideeën tien jaar zouden vragen om uitgewerkt te geraken, aan een tempo van drie luttele dagen per week.
  • Eindelijk tijd voor alle grootse plannen! Maar de realiteit is dat er ook brood op de plank moet, want ik kan natuurlijk niet wat lanterfanten met leuke dingen en de Man alle rekeningen laten betalen. Het werk dat brood op de plank brengt, vult ongeveer mijn drie dagen per week, dus ik moet echt nog wat krachttoeren uithalen om diep-werk-gewijs ook grootse en andere zaken een plekje te geven.

    Het is dus even een ‘dingetje’. Ik vind het heerlijk om weer meer te zijn dan alleen mama, alleen is het ook raar dat ik niet echt kan benoemen wat ik dan wel ben op dit moment (vooral awkward tijdens een voorstellingsrondje in een kamer vol vreemden). Wordt vervolgd!

Wat je wel kan doen als het even niet meer lukt

Vannacht las ik dit. Ik herkende zo veel van mijn eigen tijd als single mom. Ik bedacht allemaal dingen om te zeggen. En toen bedacht ik een blogje te schrijven.

Voor mij is het echt heel raar om te bedenken dat ik nu bijna even lang met de Man samen ben, dan dat ik alleen was. De jaren met de Man zijn gevlogen: we gingen samenwonen, kregen een tweeling, ik raakte mijn baan kwijt, startte iets nieuws. Daar zitten we ongeveer. De jaren daarvoor sleepten zich voort. Ik was vaak heel wanhopig en ik vond alles zo moeilijk alleen. Wat er aan de hand was, was dat ik enorm vastliep in mijn eigen hoofd en gedachten. Tot en met dat ik zo vastliep dat ik er ook niet meer uit kon, hoewel ik slim genoeg ben/was. Vaak waren praktische dingen het moeilijkste (besluiten nemen, overzicht krijgen, ergens aan beginnen). Er gingen dagen voorbij dat ik een heel mentaal proces had doorlopen, geen flikker had gedaan (behalve voor de kinderen gezorgd en al die 1001 kleine prutsdingen van een normale dag) en dat ik DOOOOODMOE was. Omdat ik mezelf mentaal uitputte met al mijn gedachten en gevoelens. Ik dacht: a. dat het nooit beter zou worden; b. dat iedereen beter was in alles dan ik; c. dat er iets vreselijk mis was met me. Intussen is er zo veel anders. Er zijn veel dingen waar ik geen grip op had en die gebeurden, maar er zijn ook dingen waar ik wel grip op heb. Ik haat tips en tricks, maar ik wil terugkijkend wel graag mijn ervaringen delen.

  • Samen zijn met iemand die het eenvoudiger maakt, helpt mij enorm. De Man en ik hebben soms relationeel gedoe omdat zijn hoofd zo anders werkt dan het mijne (hij denkt heel logisch, ik heel kronkelig), maar hij leerde me dingen als KISS en als ik een hersenkronkel aan hem vertel, kan ie vaak empathisch helderheid scheppen. Nu heb ik geluk dat ik hem ontmoet heb, maar sommige vrienden hebben ook die eigenschappen. Door af en toe met iemand een kronkel te delen, en een nuchter antwoord terug te krijgen, leer je uiteindelijk zelf ook je kronkels wat gladstrijken. Het is alsof je simpele weggetjes in je hoofd kan aanleggen en kan inoefenen, waardoor je minder verdwaalt in het bos in je hoofd (ik denk dat dat ook neuroplasticiteit is). Moest ik de Man niet hebben, zou ik denk ik teruggrijpen naar een RET-boek of therapeut. Wat me daarin aanspreekt, is het simpel maken van dingen. De vier vragen van Byron Katie kunnen ook een klein truukje zijn voor bepaalde kronkels.
  • De ochtenden. Ik ben geen ochtendmens, maar de energie van de ochtend is vaak beter voor een bosrijk hoofd dat wel eens een oerwoud wordt. In mijn tijd alleen was ik altijd moe, stond ik te laat op en rende ik achter de feiten aan. Aaaarghl. Intussen heb ik een ochtendritueel waarbij ik belachelijk vroeg opsta (5u30 of 6) en al heel veel dingen heb gedaan voor de rest van het gezin wakker is. Daarmee heb ik een voorsprong op de dag en hang ik niet om 9u al in de touwen van de stress en de ergernis. Ik ben echt minder moe als ik een voorsprong heb genomen, dan als ik langer slaap en het een toestand wordt.
  • Morning pages. Ik zou iedereen The Artist’s Way aanraden, maar zelfs al doe je het programma niet (dat ook goed helpt met alles-of-niets-denken etc), zou ik iemand die verstrikt geraakt in zijn/haar hoofd de morning pages aanraden (bv daar vroeger voor opstaan of eerst doen op kantoor). Drie pagina’s beschrijven, uit de losse pols. Ik houd ze bij, deel ze met niemand. Vaak komen er eerst allerlei kronkels op papier die op die manier wat helderder worden (of die ik daarmee dump!), en daarna kom ik tot een soort structuurtje (gaat vanzelf): wat wil ik vandaag doen, wat zeker niet, hoe kan ik het anders aanpakken, … Dat helpt me dan doorheen de dag, en schrijven beklijft.
  • Als je hoofd echt heel druk is en je er heel moe van wordt, zou ik een experiment doen met methylfenidaat. Toen ik het van mijn dokter kreeg (heb nog steeds geen echte diagnose ADD), werden al die kronkels in mijn hoofd plots stappenplannetjes, en kreeg ik ook wat meer daadkracht om ze te doen. Ik vind het niet erg om medicatie te nemen om mijn hoofd te structureren. Ik kan me goed voorstellen dat onder invloed van trauma of vermoeidheid neurotransmitters verminderen en de prefrontale cortex die je nodig hebt voor structuur, planning, overzicht slechter functioneert, en ik hou er rekening mee dat ik daar mogelijk aanleg voor heb en dat het alleenstaand moederen bij mij een trigger was voor add-achtige klachten.
  • Ik twijfelde veel over mijn werk en hoe ik dingen moest aanpakken. Soms werd ik er gek van en kon ik niets meer voor elkaar krijgen omdat ik alleen maar meer kronkels maakte en er niet meer uit kwam. Wat dan hielp was: ’s ochtends (fris hoofd!) een klein lijstje maken van drie dingen, en afspreken met mezelf niet meer te twijfelen maar die gewoon te doen (ik maakte per ding ook een stappenplannetje). Zo kreeg ik soms toch iets gedaan. Voorbeeld: studiedag voorbereiden: 1. nota’s lezen van gesprek; 2. ideeën opschrijven; 3. kijken naar drie vorige studiedagen wat ik kan gebruiken; 4. ideeën en resultaten van (3+2) in mijn standaard dagindeling plaatsen; 5. agenda maken en intro schrijven en 6. doorsturen aan opdrachtgever voor feedback.
  • Op een gegeven moment ben ik procedures gaan maken voor dingen die ik vaak moest doen (bv studiedag geven, offerte opstellen, …). Zelfs voor het schrijven van een e-mail! Met die procedures in een map (mij helpt het om fysiek dingen te hebben), kon ik dan makkelijker aan een taak beginnen en ze tot een goed einde brengen. Natuurlijk zat alle kennis al in mijn hoofd, maar het was makkelijker een stappenplannetje te hebben om een gevoel van houvast te hebben.
  • Rituelen maken. Als ik heel moe ben, word ik wazig en heel kip-zonder-kop-achtig. Ik heb een vast ochtend-ritueel en een vast avond-ritueel van dingen die ik moet doen, zodat ik niet telkens terug een keuze of besluit moet maken. (bv: was insteken en aanzetten, douchen, ontbijten, MP schrijven, dertig minuten e-mails beantwoorden, twee uur aan één project werken).
  • Iets fysieks. Lopen of yoga with Adriene zijn manieren om even in mijn lijf te zijn en daarmee en makkelijker hoofd te krijgen.
  • Stoppen met nadenken over anderen. Ik heb de neiging enorm naar anderen op te kijken en te denken dat ze hun leven op orde hebben, maar ik ontdek steeds vaker dat dat dus niet zo is en dat mensen allemaal dingen hebben waar ze het niet over hebben maar die hen wel bezig houden/storen/remmen/ …
  • Tot slot: je idee over werk bijsturen. Ik dacht dat ik alles moest weten en meteen alles goed moest doen, maar de meeste mensen doen maar wat. Echt. Met wisselend succes. En dat is denk ik waarvoor we betaald worden.

Nog tips, tricks, ideeën? Benieuwd!

En nee, het is niet simpel. Maar ja, je kan gelukkig wel iets doen, naast lief zijn voor jezelf. En soms aanvaarden dat het leven is wat het is en dat je zelf bent wie je bent.

Een update: kindjes, uitjes

Even een ‘update’:

  • De jongens doen het prima. Het zijn gewoon wel echte jongens, dus vaak best druk en energiek, maar beiden doen het eigenlijk gewoon goed. Het is wat puzzelen om een leuk aanbod te hebben voor hen omdat de meisjes twee keer per dag moeten slapen en voor de rest allemaal hapjes en papjes moeten. Frustreert me soms. (En ja, één van ons kan apart met de jongens iets gaan doen, maar een tweeling is sowieso altijd veel werk.)
  • De meisjes gaan door een moeilijke periode. Zei ik meisjes? Ik bedoel de kleine bad-ass (dus de kleinste tweelingdochter). Ik hoop van harte dat het een ‘sprongetje’ is, maar ze wil al weken niet meer alleen slapen, niet meer in haar eigen bed, niet meer in de namiddag slapen, … Aaarghl. De zus is meer type modelkind die gewoon lekker eet en slaapt en doet wat ze moet doen, maar ze wordt natuurlijk ook van haar stuk gebracht door het kleine heksje. Anyway. Duizend scenario’s, maar de laatste tijd vaak: grote zus slaapt bij papa in bed en kleine zus bij mij, waarbij ze gedurende de nacht allerlei capriolen uithaalt. Soms ben ik de moed een beetje kwijt. Het is van het begin van mijn zwangerschap geleden dat de Man en ik nog eens samen in één bed geslapen hebben, en ik begin ook wel soms te verlangen naar een soort normale orde van zaken. De grote mensen bij de grote mensen en de kinderen bij de kinderen, zoiets. Terwijl ik in feite ook ontzettend overtuigd ben dat aparte kamers waar kinderen heel de nacht alleen slapen ook niet heel natuurlijk zijn.
  • Mijn wekelijkse uitjes lijden onder het gedrag van het kleine heksje, maar intussen liep ik weg uit Lazzaro Felice. Ik vond het korrelige beeld storend, de film chaotisch en het thema zo zielig. Daarnaast ging ik naar een toneelvoorstelling waar ik ook uit weg liep. Een toneelmaker had samen met een groep pubers een voorstelling gemaakt. Maar het was druk en chaotisch en ik begreep de pubers niet goed en ik bedacht dat het vooral leuk was als je de moeder van zo’n puber bent, maar niet als toevallige toeschouwer. Ten slotte ging ik naar een massagesalonnetje, op een dag dat ik het huis had verlaten met mijn ziel onder mijn arm omdat ik zo moe was dat ik geen geluiden meer kon verdragen. Niet echt een uitje dus, maar wel iets dat ik alleen deed. Ik was zo eindeloos moe dat ik nog liever had betaald om daar een uur ongestoord te slapen, dus niet echt iets om over naar huis te schrijven.