Kwaliteit

Ooit was ik op weekend voor het werk met iemand die er bij zweerde ‘lokale’ en duurzame producten te nuttigen. Dat had hij dan ook volop ingeslagen voor dat weekend. Koffie van een lokaal koffie-branderijtje. Kaas van een echte kaaswinkel. Heerlijk brood van een echte bakker, geen keten. Mijn zintuigen op scherp. Smaakexplosies. Geniaal.

Omwille van o.a. financiële overwegingen, doe ik boodschappen in de Colruyt en via het voedselteam. Via het voedselteam koop ik vooral groenten en fruit. Ook zuivel behoort tot de mogelijkheden, zelf vlees. Maar die dingen gebruiken we niet echt (veel) dus die  heb ik dan ook niet nodig. Brood bestel ik overigens soms wel, evenals gebakjes die uit een soort zorgboerderij komen. De garantie is altijd dat het bio en lokaal is, korte keten.

Dat is in de Colruyt niet het geval. Ik verkies de Colruyt boven de Aldi omdat ik in de Colruyt het gevoel heb dat ik nog wat meer gezonde keuzes kan maken. Het ligt absoluut aan mij, maar ik ga volledig los bij die bodemprijzen in de Aldi en in plaats van een mandje vol zorgvuldig geselecteerde groenten en fruit, stuiter ik naar buiten met allerlei soorten zouts en zoets en vaak ook nog een brooddoos die ik niet nodig heb en een fietspomp die toevallig in de aanbieding is ofzo. Ja, het is goedkoper winkelen, maar nee, niet als je buiten komt met dingen die je niet nodig hebt. De Colruyt dus. Waar bio ook een optie is, maar aangezien bio naast niet-bio ligt en het prijsverschil daarmee ook meteen zeer duidelijk is, is het altijd wel wat een bewustere keuze daar. De laatste jaren moest ik de keuze vaak bewust maken om geen bio te kopen, maar vooral te gaan voor betaalbaar wegens het alleenstaandemoederbudget.

Anyway. Ik kwam vaak thuis met zo’n pak van de goedkoopste jonge kaas, en grote blikken van de goedkoopste koffie.

En even vaak sloeg die kaas wel eens groen uit, en stond de koffie te verpieteren in zijn blik, omdat je voor de prijs die je er voor betaalt – naast het feit dat ik vind dat ik me vragen moet stellen bij hoe het komt dat het voor die prijs kan – niet de meest attractieve producten koopt die bulken van de smaak.

Dus nu pieker ik alweer een tijdje over het doen van het experiment. De stad in gaan. Bij de lokale kaasboer en de lokale koffiewinkel lekkers kopen, en daar zorgvuldig en met mate van genieten. Met een schoner geweten, opnieuw verantwoorder en bewuster consumeren. Bio kiezen. Afwegingen maken die mijn budget overstijgen maar ook de belangen van de wereld waarin we leven recht doen. Zou dat uiteindelijk niet voordeliger uitkomen?

Hoe pakken jullie dit aan? Zeer benieuwd!

 

 

Prinses eet twee taartjes op Vegan Avenue

vegan

De Tiensestraat in Leuven is altijd al een bijzondere plek geweest. In vroegere tijden had je daar het heerlijke Peperkoeken Huizeke, waar een schat van een man thee-o-logie bedreef.

Intussen ontpopt de straat zich als een oord van alternatieve en vegan inspiratie. Go for a walk with me…

1. Content! Een verpakkingsvrije kruidenier. Het idee was niet nieuw, ik denk dat ze er eens in Antwerpen mee begonnen zijn. Maar het idee is bijzonder goed. Uiteraard ben ik voorlopig nog niet georganiseerd genoeg geweest om daar eens met een veelheid aan pottekes en bokalen naar toe te trekken, maar ik heb er al wel eens een heerlijk ochtendje zitten werken. Ik bestelde een koffie en kreeg er drie, aangezien de koffie kwam in zo’n potje waarin je het koffiegruis wegduwt. Zalige plek om te werken en na te denken.

2. The Loving Hut. Terwijl ik het tik, stromen er hartjes uit mijn oren. Niet alleen is de bediening door Nele, I-Wen, An en de rest van het team zo liefdevol en aandachtig, ook sta ik helemaal achter het concept én de uitwerking, en is het eten geniaal: gezond én lekker. Kraakverse slaatjes, heerlijke balletjes en rolletjes, … Veel keuze in niet-alcoholische drankjes ook. En vertel me, waar vind je nog standaard tamari-saus ter beschikking? Alsof dat allemaal nog niet genoeg is, zijn kinderen er gewoon welkom én is de vegan tiramisu met voorsprong het beste dessert ter wereld.

3. Shavt. Het is niet helemaal de Tiense, maar wel op de hoek van de Beriostraat en de Tiense. Shavt. Vandaag toevallig binnen gewandeld, eindelijk eens een ei-vervanger aangeschaft, evenals heerlijke vleesvervangers. Superconcept, een vegan winkel, godbetert. Alleen jammer van de braakneiging toen ik de daar aangekochte chorizo proefde thuis. Te vleesachtig in smaak en structuur. Mijn maag draaide om na al die vegetarische jaren.

4. Vegaverso. Kan iemand me even uitleggen waarom ik hier nog nooit geweest ben? Een broodje met linzensalade gegeten, bulkend van de vitaminen door de kraakverse groenten. Een heerlijke koffie, met een cupcake. En dan gewoon nog één, want helemaal verrukt door het lekkers. Een mens moet iets doen tijdens het wachten tot de auto weer eens klaar is in de garage, niet?

5. Kers op de taart: binnenkort opent op het vroegere Fochplein, heden ten dage heet dat het Pieter De Somer-plein, het Foch dus, een zusjeszaak van The Loving Hut, met vegan fastfood. Ik piepte door de ramen, en zag dat het goed zal worden. Wie gaat er mee proeven?

Er lijkt een kleine opmars te zijn van vegan zaken. Kennen jullie nog voorbeelden? Graag in de comments delen!

De dagen

De dagen zijn vol. Lang leek het alsof alles stil stond, en nu lijkt het alsof alles in beweging is. Zo veel beweging dat het moeilijk is om te bevatten, te overdenken. Impressies van de dagen.

I. Je kent haar al vijftien jaar. Ze is een instant-oma die nooit kinderen op kleinkinderen gehad heeft. 85 nu. Soms gaan er maanden of zelfs jaren voorbij, maar ze komt telkens terug. ‘Als ik kan rijden, haal ik je op en kom je bij ons eten.’ De belofte wordt ingelost. Je schaamt je, want toen je haar vijftien jaar geleden leerde kennen zag de toekomst er licht en veelbelovend uit, en woog je vijftien kilo minder. Maar ze praat, en je beseft dat ze meer gezien heeft dan een vermoeide moeder die verdriet heeft om alleen zijn en de dagen doorploetert met twee kinderen. Ze deelt haar vijfentachtigjarige wijsheid, en op verschillende momenten denk je dat je een foto van het moment wil maken, om het niet te vergeten. ‘De geest is belangrijk. Laat de afwas soms staan, voed je geest met een boek of een tekst‘, zegt ze. Klik, vastgelegd. ‘Je bent 31. Je kaarten zijn niet uitgespeeld.’ Klik. En: ‘Heel mijn leven  al sta ik versteld van het regeneratief vermogen van de mens, fysiek, mentaal, psychisch.’ Klik. Je brengt haar terug, naar een appartement waarin boeken een hoofdrol spelen. Klik.

II. De buurvrouw met het gouden hart haalt je op en trakteert je op lunch. Zomaar, op een thuiswerkdag. Wat een genade, ongestoord eten, praten met een andere volwassene. Een volwassene die haar zaakjes op orde heeft en open en dankbaar in het leven staat. Ze vraagt je wat je nodig hebt, en je zegt ‘tijd‘. Dezelfde dag nog zit er een mailtje in de inbox, met een voorstel om tijd te creëren door iets over te nemen. De manier waarop is zo ‘gewoon’ en liefdevol tegelijk, dat je volmondig ja kan zeggen. Je vraagt je af waar je het aan verdiend hebt.

III. Je ziet de ondeugdelijke man terug, door omstandigheden. Het blijkt nog niet helemaal klaar te zijn en soms is het zo makkelijk om je te verliezen in een intens moment. Als je de deur achter je dicht slaat, door de koude buitenlucht naar je auto loopt en naar huis rijdt waar de babysit bij de slapende zieltjes wacht, voel je iets krachtigs opstaan in jezelf. Iets waardoor je kan zeggen: ‘dit niet‘. Nee, dit is het niet. Een man die er niet helemaal kan en wil zijn. Momenten die nergens toe leiden. Je beseft dat je wat te bieden hebt, maar ook wat wil halen in een relatie. Dat je iemand verdient bij wie je thuis kan komen. Iemand waarmee je je kan verbinden. En dat dat de ondeugdelijke man niet zal zijn. Dat ‘niets’ beter is dan iets waar je niet gelukkig van wordt, omdat trouw aan jezelf cruciaal is. Je besluit om er geen hartzeer van te hebben, hoe aantrekkelijk en fijn hij ook is. Soms is ook het hartzeer op.

IV. De tuin is een oerwoud, en jij bent madame Zsazsa niet. Jammer. De gedachte aan tuin doet de stress hoog oplaaien. Op een dag vind je een tuinmaatje, iemand met groene vingers en een appartement. Het tuinmaatje komt langs en de energie die ze meebrengt is heerlijk. Het gesprek duikelt de diepte in, en er worden plannen gesmeed. Plannen die resulteren in een tuinwerkdag, waarop je zonder blozen vrienden uitnodigt. ‘Komen jullie helpen? Ik kan dit niet alleen.’ Ze komen, en er wordt in de gietende regen gewerkt, koffie gedronken, cakejes gegeten, verhalen verteld, kennis gemaakt en alles blijkt wonderwel te klikken. Op het einde van de dag ziet het er naar uit dat de tuin een bron van vreugde en groenten zal worden, in plaats van een bron van stress. Maar belangrijker nog is dat het huis en de tuin een dag lang gegonsd heeft van leven en vriendschap en dat je zo dankbaar bent, om mensen die er zomaar zijn, bereid om de handen uit de mouwen te steken, te luisteren, de charme-offensieven van Babybroer aan te moedigen en Kleuterzoon te inspireren tot een slakkencirkus. Staf blijft als laatste, houdt moedig stand met de afwas, kruipt in het logeerbed en zet ’s ochtends koffie. Feest, all over.

Alles is heel intens, op dit moment. Ik voel dat intens veel is voor me, dat ik rust en ruimte nodig heb om het te verteren. En ik ben er zo dankbaar om. Op dit soort dagen durf ik geloven dat het allemaal nog eens ergens naar toe gaat. Naar een dag waarop de dingen gewoon goed zijn, bijvoorbeeld, en alles wat pijn deed en verdrietig was achter ons zal liggen.

Prinses heeft een stiekeme relatie met de snoepautomaat

cookie

Gezond & ecologisch

Mijn relatie met voeding is niet extreem problematisch. Ik ben bijvoorbeeld moeiteloos vegetariër, vermijd zuivel (gewone melk, kaas, yoghurt en consoorten) wat volgens mij best een gezonde levenswijze is. Een stukje vlees brengt mij nooit in verleiding en ik eet liever niet als er enkel een keuze is voor een gerecht met vlees. Uiteraard is de wereld rondom mij intussen voldoende aangepast aan de aanwezigheid van vegetariërs, dus kom ik nooit in dergelijke situatie. Vegan eten blijkt moeilijker, bijvoorbeeld op studiedagen en in het studentenrestaurant, want het gedoodverfde alternatief voor vlees is vaak kaas.

Onbewerkt & basic

De jongens en ik bestellen onze groenten bij het voedselteam, want groenten hebben we graag bio! We bakken ons brood zelf in de machine, maar eten eerder dan brood havermoutpap, in ieder geval als ontbijt. Als ik in de winkelkarretjes rondom mij kijk in de Colruyt, merk ik dat we producten kopen die weinig bewerkt zijn. Geen corn flakes in ons karretje, yoghurtjes, pappekes, dessertjes, … Wel risottorijst, kikkererwten, linzen, havervlokken, … Vrij basic allemaal (en dus ook goedkoop, zelfs als je bio haver etc neemt!). Ik koop ook nooit kant en klaar gerechten. Toen Dirk net weg was, heb ik wel eens een veggie lasagna gehaald, maar die vond ik mierzoet en de maaltijd waar ik zo naar uit had gekeken (het zag er zo lekker uit op de foto op het pakske) was dus een enorme tegenvaller. En ok, ik beken, sinds het vertrek van Dirk heb ik vast twee diepvriespizza’s gehaald. Dat is dus eentje per vijf maanden. Dat kan nog net.

Vers & zonder voorraad

We hebbben geen diepvries. Enerzijds om financiële redenen (dure aankoop, stroomverbruik), anderzijds om ecologische redenen en ook om mezelf te dwingen geen overbodige dingen te kopen en te kiezen voor vers. Dat ons leven wat makkelijker zou zijn met een voorraadje vege burgers in de diepvries en dat ik de soep die ik telkens maak alsof ik een gezin met tien zonen heb in plaats van twee zou kunnen invriezen, zijn wel argumenten om de aankoop toch te overwegen.

Groen & gezond

We doen het zo, omwille van het milieu. Bio-groentjes, enkel basics uit de supermarkt in basic verpakkingen, geen duizendeneen pottekes en blikjes. Dat het niet gebruiken van vlees en vermijden van zuivel de ecologische voetafdruk verkleint, is ook duidelijk. Het is ook een kwestie van gezondheid. Ik heb me o.a. een tijdje lang verdiept in de macrobiotische leer en volg heel graag de inzichten uit het handboek ecologisch koken van Velt, waarvan ik nog de basic versie heb, maar dat intussen bestaat in een mooi nieuw jasje.

Zoet & onweerstaanbaar

Maar, en ik schaam me om het te schrijven, ik ben een emo-eter. Wat betekent dat zoetigheid allerhande een verschrikkelijke aantrekkingskracht op me uitoefent. Ik weet alles over cravings, heb al allerlei boeken gelezen over stoppen met suiker en talloze pogingen gedaan om het niet meer te eten, ik vermijd de aankoop van koekjes en zoetjes, maar dan nog. Dan nog.

Ik vind het zelf gek. Ik kan namelijk alle nadelen van suikerconsumptie noemen, en eigenlijk vind ik kinderbueno’s vies en voel ik me zelden beter na een reep chocola. En toch.

Moe & koud

Ik weet intussen wat de risico-situaties zijn. Die hebben meestal te maken met vermoeidheid, waar ik nogal toe neig, wegens werkend, twee jonge kindekes en alleen. Vermoeidheid maakt dat ik me leeg voel, ik krijg het kou en kan het niet warm krijgen en ik zoek de snoepautomaat op (er staat er bij ons thuis verdorie één om de hoek, ik laat de kinderen niet alleen thuis als ze in bed liggen om snoep te halen, dus vaak kan het gewoon niet. Op het werk weet ik echter de automaat veel te goed staan).

Ik probeer mezelf soms om de tuin te leiden, door appels klaar te leggen en mandarijntes te eten doorheen de dag. Maar eerlijk? Dat geeft niet bepaald hetzelfde gevoel, de honger blijft, het snakken naar zoets ook.

Er kan altijd nog een schepje bij

Een ander storend iets voor mezelf, is dat ik niet goed aanvoel wanneer ik genoeg heb gegeten. Ik eet graag en als het mij smaakt is een extra schepje zo genomen. Tot ik er een vies gevoel aan overhoud, omdat te veel echt niet fijn is. Wat ook vaak gebeurt is dat ik door de maaltijden met de jongens zo onaandachtig eet, omdat ik heel de tijd met hen bezig ben (voeden, aanmoedigen, streng toespreken, …) dat het achteraf lijkt alsof ik niet gegeten heb, of alles koud snel naar binnen heb geschrokt omdat het alweer tijd is voor badjes en bedjes. Op zo’n avonden is de verleiding om de pannen leeg te eten als ze naar bed zijn (in plaats van een restje te bewaren voor de volgende dag), groot. Eten zonder andere volwassene is trouwens echt wel heel anders dan alleen eten of alleen met twee jonge kinderen aan tafel zitten.

Wat ga ik er aan doen?

Voorlopig even niets. Dat heb ik besloten. Ik probeer mezelf er niet om te veroordelen. Het is zo, het is niet fijn. Ik zou graag wat minder wegen, maar ik heb geen problematisch gewicht. Ik eet ook niet extreem ongezond op die zoetigheid na. En ik heb veel aan mijn kop. Dus ik wacht, tot het wat haalbaarder is voor mezelf om de lat hier wat hoger te leggen. Of de reep chocolade wat verder. Je kan niet alles tegelijk. Toch?

To have or not to have

desire less

Materialisme

Ik ben absoluut niet materialistisch, denk ik. Ik zorg heel graag goed voor de spullen die ik heb. Het verwerven van nieuwe spullen is voor mij nooit een doel op zich. Het woord ‘shoppen’ alleen al geeft me een beetje een vieze smaak in de mond. En in onze poging zo ecologisch mogelijk te leven, is het consuminderen een centraal begrip, waarbij het hergebruiken van spullen van andere mensen (gekregen of via kringloop) voor ons ‘normaal’ is.

Hard twijfelen en dan maar niets kopen

Door de financiële beperkingen van het leven als alleenstaande moeder, is het soms zelfs moeilijk om geld uit te geven als ik het wel heb en als het mag. Ik kreeg bijvoorbeeld laatst een bon van 30 euro uit de Hema, waarmee ik dan loop te piekeren in de winkel waar ik het best aan uit geef, en dan zo hard twijfel dat ik maar niets koop.

1 t-shirt = 48 wafels

Vroeger op school konden we tijdens de pauze wafeltjes kopen van € 0,25. Mijn zus en ik hadden dan een tijd als grapje dat we alles uitdrukten in aantal wafels. Een t-shirt van H&M kon dan bijvoorbeeld maar liefst 48 wafels waard zijn. Toen was het een grapje, maar nu rekent mijn hoofd spontaan telkens om naar ons weekbudget van ongeveer 30 euro. En het is erg moeilijk een babysit te betalen voor een bedrag waarmee je de koelkast een halve week vult. Of een filmticket voor een derde van het weekbudget. Of een paar tweedehandslaarzen voor bijna het dubbele ervan.

En toch sluipen ze binnen, de spullen

Laatst realiseerde ik me dat een aantal spullen zich bijna ongemerkt in ons huis genesteld hebben, de laatste maanden.
Een overzichtje:

1. Radio! Een tijdje terug heb ik bij de Kringloop een Radio gekocht (lees: verwendag). Het is een prachtig ding, waar ook cd’tjes in kunnen. Hier staat altijd radio Klara op en ik merk nu hoe fijn het is regelmatig nieuws te horen, een goed interview, weersvoorspellingen, culturele weetjes en tips en natuurlijk muziek. Een werkman had de radio eens afgestemd op radio 2, waar ik instant knettergek van werd, en in de auto ben ik een keer naar studio Brussel overgeschakeld, waar ik in volle verbazing naar de enigszins puberale taal luisterde en de beat die het nieuws vergezelde. (Waarom, in godsnaam?) De radio is een echte aanwinst in dit huis. Een gezelschapsdier, een blik op de wereld. Lekkere luxe.

2. Een bed met een glijbaan. Het heeft wat energie en geregel gekost, maar via tweedehands.be heb ik een bed gekocht voor Kleuterzoon. Dat gaf aanleiding tot het updaten van zijn kamertje, wat meubels herschikken, wat opruimen. Een muursticker zou het geheel helemaal afmaken – dat is voor ooit, maar op dit moment is het een leuk kinderkamertje geworden waar Babybroer binnenkort ook naar doorschuift. Geslaagde verandering dus!

3. Het kastje van de huisbaas. Is het jaren 70? I guess so. Het is een kasje met drie lades en een deurtje. Ik heb het op mijn werkkamer gezet, en de stapels papieren die op een andere kast lagen gesorteerd en er een onderkomen in gegeven. Toen was mijn werkkamer zo veel gezelliger geworden, dat ik meteen alles maar even opgeruimd heb en plantjes heb gekocht, voor op het ‘nieuwe’ (gekregen) kastje en op mijn bureau. Een extra lampje maakte het af, en mijn thuiswerkkamer is nu een prinsessenrijkje waar ik ongelooflijk content mee ben. Mijn nest binnen het nest!

4. Tv en DVD. Ik had geen tv. Omdat ik niet wil dat mijn kinderen naar vanalles en nog wat kijken. En ik ook niet. En toen kwam de huisbaas aanzetten met een enorm toestel, nog zo’n grote ‘bak’, omdat hij het zielig vindt dat mijn kinderen opgroeien zonder tv (hij denkt vast dat ik er geen geld voor heb). Ik ben niet erg assertief, dus heb ik het onding aangenomen. Uiteindelijk heb ik het boven gezet, en er een dvd-speler aan gekoppeld van vrienden. Ik heb besloten geen aansluiting te nemen, maar in de bib hebben ze een goede collectie dvd’s. Dus kijk ik af en toe een film, mag Kleuterzoon af en toe naar opa Pettson kijken, en Babybroer soms naar Tik Tak. Soms zet ik het ding in om Kleuterzoon even rust te gunnen tijdens het spitsuur hier in huis, en eigenlijk kan het precies geen kwaad. Hij heeft er alleszins nog geen vierkante ogen van gekregen.
(Vraag: hebben jullie tips voor ‘betere’ films die toch niet ongelooflijk dramatisch of intriest zijn? Of leuke slimme grappige films? Laat het me horen!)

5. Kleedjes, lakens, … Via lezers van dit blog, hebben we het geluk gehad kleedjes te krijgen voor de jongens, dvd’tjes van TikTak en Bumba, leuke boekjes, donsovertrekken, een dons, leuk kinderservies, … Allemaal dingen die het leven een pak makkelijker en leuker maken, en waar wij innig tevreden mee zijn. Zo veel dank!

6. Een krantenabonnement en een tablet. *slik, dit is een moeilijke* Ik weet niet hoe het komt, ik heb gezondigd tegen al mijn eigen regels. Ik heb een abonnement op De Standaard gekocht MET tablet. Het leek me zo fijn elke vrijdag en zaterdag gewoon maar naar de brievenbus te moeten lopen, in plaats van iedereen aan te kleden en naar de krantenwinkel te fietsen, vijf kilometer verder op, met de bakfiets, door weer en wind. Dus nam ik een abonnement en liet ik me verleiden door de versie met tablet, nadat ik uitgerekend had dat ik nog steeds 200 euro goedkoper uitkwam na 2 jaar dan als ik afzonderlijk een tablet en elke vrijdag en zaterdag de krant had gekocht. Maar – en dat is het schaamrood punt – ik heb helemaal geen tablet nodig. Het ding kwam toe, in een prachtig doosje. Het voelde als luxe, ik configureerde het, en dacht toen: euh, wat ga ik er eens mee doen? Dus daar ligt het, op de kast. Werkloos. Ongeveer. Ik heb ontdekt dat Kleuterzoon er mee kan werken, dat doen ze blijkbaar op school. En ik heb op mijn to do lijstje geschreven dat ik leuke leerrijke apps moet zoeken voor hem, maar pfoe, dat is weer een to do-tje erbij.
(Vraag: welke leerrijke apps hebben jullie voor kinderen? En welke apps maken jullie leven makkelijker en zou je niet meer kunnen missen?)

Luxe!

Wat ik bij al deze verworven spullen heb ontdekt, is dat dingen soms gewoon naar je toe komen. Ongevraagd, maar heel welkom. Het is vast heel zweverig van me, maar soms krijg ik zelfs een beetje het gevoel dat ik er op mag vertrouwen dat wat ik nodig heb, op mijn pad komt.

Een gekregen tv, een Kringloop-radio, een stapel tweedehandskleedjes, een oud kastje. Verschillenden van mijn vroegere vrienden zouden er een beetje schamper naar gekeken hebben. Ik voel me de koningin te rijk, alsof we met ons drietjes baden in de luxe. En zelfs al ben ik wat van mijn eigen regels afgeweken, ik ga er nog steeds heel bewust en zorgzaam mee om. Dat is ook wat, toch?

Prinses probeert iets goed te maken

Fieke kondigde een Give-Away aan op haar geweldige blog. Het nieuwe boek van het restaurant Avalon zou cadeau gegeven worden, aan diegene die de fb-pagina van Fieke en van Avalon zou liken, en daarnaast in de comments een favoriet moestuinrecept zou posten.
Ik schreef enthousiast dat ik mee wou doen, zette het plaatsen van een recept op mijn to-do-lijstje.
Zie: Give-away van Fieke .

En toen kreeg Babybroer weer eens een ziekte, deze keer valse kroep, en geraakte hij totaal ontregeld (lees: noch overdag, noch ’s nacht eten en slapen – terwijl ik dit schrijf breekt hij boven zijn bed af).
Dus postte ik geen recept, maar ik – die nooit iets win – ben wel gewonnen! Enerzijds was ik hieperdepieperblij want ik wou het boek heel graag, anderzijds voelt het alsof ik het niet verdiend heb.

Daarom ga ik het goed maken, en post ik hier twee favoriete moestuinreceptjes. Voor Fieke. Met veel dank voor de fijne give-away, en dat ik toch gewonnen ben, ook al heb ik niet netjes meegedaan.

1. Stoofpotje van kikkererwten (jaja!) met snijbiet

Toen Dirk er nog was, hadden we een moestuin. (Mensen die heel graag in een tuin willen werken en er zelf geen hebben, en de opbrengst willen delen, mogen me altijd contacteren. Want ik wil graag terug een moestuintje, maar krijg het niet meer voor elkaar alleen. Regio Leuven.) De opbrengst was niet zo formidabel, maar ik kon de bestelling bij het voedselteam wekelijks wel halveren, omdat er een bescheiden aantal groenten uit de tuin kwamen.

Wat niet bescheiden uit de tuin kwam, maar in grote getale tot het onze oren uit kwam, was snijbiet, alsook warmoes geheten. De zomer van 2013 was ik hoogzwanger en creatief met warmoes, en het stoofpotje van warmoes met kikkererwten was een favoriet, toen ik de rest al beu was.

Je hebt een blikje kikkererwten nodig (of zelf geweekte), ui, olijfolie, warmoes, look, komijn, curry, zout, peper en feta. (Je kan ook de feta weglaten als je het vegan wil maken, of de feta weg laten en als bijgerechtje schijfjes halloumi bakken en lekker kruiden.)

Het is heel eenvoudig: ui en look in olijfolie bakken, op een laag vuurtje. Daar een flinke schep komijn en curry bij doen, liefst niet uit de supermarkt maar van bij de Indiër ofzo. Tijdens het zachtjes bakken van ui en look, snijd je de (gewassen) snijbiet/warmoes in reepjes. Je voegt eerst de kikkererwten toe aan het gerechtje, die zich te goed doen aan de kruidige olie, en tenslotte de snijbiet die je nog eens drie à vier minuutjes laat meebakken. Nog even bijkruiden met zout en peper, en klaar!
Als je het serveert, kan je er nog feta over heen kruimelen, of je kan gaan voor de halloumi-variant. Lekker met brood, naan of rijst.

2. Pompoensoep met peer

Een groente die zelfs in onze moestuin niet kon mislukken, is pompoen. Ik ben er dol op, en ook nu staat er pompoensoep te pruttelen op het vuur, waarvan ik graag het receptje deel.

Ik had een reuzepompoen, waar ik 1/4 van kwijt geraakt ben aan een vriendin. Het tweede vierde heb ik vandaag in stukjes gesneden en in de oven gedaan, 35 minuten laten bakken op 200°, met een beetje olijfolie besprenkeld.

Toen de pompoen uit de oven kwam, was het makkelijk om de schil er van af te halen. Vervolgens heb ik op een zacht vuurtje met de nodige tijd ui en look laten fruiten (leve Dorien Knockaert en haar pleidooi om ui de tijd te geven!). De stukjes pompoen gingen erbij, en vervolgens ook twee peertjes, geschild en in stukjes, en uiteraard water.

Ik gebruik groentebouillonstukjes (altijd ééntje meer dan nodig volgens de verpakking) en heb het geheel laten koken, tot de pompoen zacht was. De soep is gemixt, en dadelijk bij om te serveren, heb ik wat korstjes gebakken van oud brood (leve de tips van Dorien Knockaert op Jonge sla tegen voedselverspilling), en ik voeg wat verse tijm toe. Wat zout en vers gemalen peper maken het af, lekker herfsteten met herinneringen aan een vervlogen moestuin.

Dankjewel, Fieke, nogmaals. En heb ik het zo een beetje goed gemaakt?

Prinses vertelt hoe ze werkt

In navolging van Lilith (zie: http://www.talesfromthecrib.be/2014/10/lilith-freelance-journalist-deelt-hoe-ze-werkt/ ) vertel ik hoe ik werk.

Ik heb ooit besloten dat ik om ecologische redenen en vanuit een bepaalde levensfilosofie niet ‘wil’ om te willen, om het nieuw, om het hip.

Huidige job: onderzoekster/coach/adviseur/docent. En mijn dagen zijn geteld, want mijn contract loopt tot en met 31 december. Dus bijna werkloos. Of iets anders. Duimen, mannen.
Huidige mobiele toestellen: mijn oude nokia. Ik heb ooit besloten dat ik om ecologische redenen en vanuit een bepaalde levensfilosofie niet ‘wil’ om te willen, om het nieuw, om het hip. En dat ik geen dingen wil vervangen die het gewoon doen. Dus heb ik me de vraag gesteld waarvoor ik een gsm nodig heb. Dat is om te bellen, te sms’en en om mijn wekker te zetten. En dat kan mijn oude nokia, dus die hou ik nog even. Ik moet ook nooit bang zijn dat die gestolen wordt of dat ik hem kwijt geraak, een bijkomend voordeel!
Huidige computer: wegens veel treinreizen een kleintje (toshiba). Op het werk een megascherm, fijn contrast.

Zonder welke apps/tools/software kan je niet werken en waarom?

Wij leven tv-loos en tabletloos, en dat vind ik niet alleen vrij eenvoudig, ook vrij rustig en zeker erg goedkoop.

Euh, ik gebruik enkel de basisdingen. Een mailprogramma, tekstverwerker, wat software voor wetenschappelijke toepassingen. In periodes gebruik ik ook onlinetijdschrijven.nl, om bij te houden wat ik doe en hoeveel uren ervan.

Ik ben vast vreselijk ouderwets. In mijn huis is het enige schermpje dan ook het mini-schermpje van de kleine toshiba. Ok, en van de oude nokia. Wij leven tv-loos en tabletloos, en dat vind ik niet alleen vrij eenvoudig, ook vrij rustig en zeker erg goedkoop. Ik denk niet dat ik en mijn kinderen iets missen. Als ik nog eens ergens een tv zie opstaan, word ik bijna zot van de prikkels: wat een drukte! Naar de cinema gaan is een traktatie. En ’s avonds de afwas doen met radio Klara op de achtergrond, een genot. Zondag trouwens een erg mooi hoorspel gehoord op Klara: http://radio.klara.be/radio/10_herbeluisteren.php?page=podcast_intro .

Verder heb ik mijn vervaldagensysteem: een map waarin voor elke maand een hoesje zit en voor de dagen van de maand. Elke dag open ik het mapje van de dag, en vind daar alles wat ik nodig heb! Kleine fiches met mijn taken, en documenten die ik zal gebruiken, of voorbereidingen die ik gemaakt heb. Een fijne zekerheid om te weten dat alles op één plek zit en dat ik het allemaal gerust kan vergeten: op de juiste dag vind ik het op de juiste plek. Meer daarover: https://prinsesopdekikkererwt.wordpress.com/?s=structopathie

Tot slot heb ik ook een eigen soort weekoverzicht. Het is een tabelletje, echt heel eenvoudig, waar ik voor elke dag invul waar de kinderen zijn (thuis of opvang/school), welke afspraken ik heb, welke doelen voor de dag, welke tien kleine taakjes ik moet doen van mezelf, wat we ’s avonds eten en welk extra huishoudtaakje ik opneem (bijvoorbeeld: alles wat aan de kapstok hangt reorganiseren). Tien kleine taakjes per dag, zijn er zeventig per week. Drie doelen per dag zijn er 21 per week. Eén kwartiertje ergens opruimen per dag, is bijna twee uur per week. Dat weekschema geeft me een heel lekker gevoel van productiviteit, omdat het de ministapjes die ik zet in beeld brengt. En dat is fijn, omdat ik me vaak gefrustreerd voel over het versnipperd werken, met die twee kindjes in huis.

Hoe ziet je bureau er uit?

Ik ben er enorm aan gehecht en verdraag eigenlijk heel moeilijk als iemand anders daar is (al zeker zonder mij).

Mijn thuiswerkplek is een eigen kamer, met twee bureau’s van ikea, een kast met boeken, en een zeteltje aan het raam waarin ik kan lezen, en van waaruit ik de straat kan bespioneren. Lekkerplek! Ik ben er enorm aan gehecht en verdraag eigenlijk heel moeilijk als iemand anders daar is (al zeker zonder mij). Dus de kinderen spelen daar niet en af en toe was er oorlog met Dirk als hij het had gewaagd in mijn zeteltje te lezen. Op het werk heb ik een kamer in een hoge toren, met gewoon een bureau en een kast en foto’s van de kinderen en stapels boeken.

Een tijdbesparende tip?

Oh, euh… Bundel kleine taakjes, zet je kookwekker op 30 minuutjes, en daag jezelf uit er zo veel mogelijk te doen binnen die tijd. Sowieso werk ik vaak met een kookwekker, om zowel in het huishouden als op het werk van start te gaan met iets waar ik wat tegenop kijk. Opruimen is bijvoorbeeld niet leuk, maar als ik mijn kookwekkertje op 15 minuten zet is het een soort uitdaging én ik weet dat ik na 15 minuten stop, of het nu af is of niet. En dat helpt.

Wat is je favoriete to do list manager?

Vervaldagensysteem van Getting things done. Eindelijk klaar met die hopeloze ellenlange en ongestructureerde lijstjes. Gewoon fijn op de juiste dag de juiste taakjes tegenkomen. Oef!

Is er naast je telefoon en je computer een gadget waar je niet zonder kan?

Euh, kan ik niet zonder mijn telefoon? *verbaasd*

In welke alledaagse bezigheid ben je beter dan de rest? Wat is je geheim?

Ik denk vaak dat anderen beter zijn. In structureren, plannen en uitvoeren. Maar sinds ik GTD gebruik, vergeet ik niets meer. En dat is echt heel fijn. En ik ben ook voorbereid op de dingen die ik doe, en dat geeft me zelfvertrouwen en rust, en die rust kan ik dan weer benutten om nieuwe dingen uit te werken of te bedenken. Vroeger probeerde ik gewoon chaotisch te doen wat moest gebeuren. Nu heb ik het meestal onder controle en kan ik dus ook nieuwe dingen bedenken en voorstellen, of bestaande dingen verbeteren. En dat geeft me energie!

Waar luister je naar terwijl je werkt?

Prikkel-alarm!!! Niets dus. Als ik huishoudelijk werk doe, is Klara mijn beste vriendin. Maar dat was al duidelijk.

Ben je introvert of extrovert?

Introvert. Absoluut en helemaal.

Hoe ziet je slaaproutine er uit?

En voorlopig wint hij. Elke dag, rond 5u.

Die wordt jammer genoeg bepaald door de zonen, en met naamste de jongste. Ik ben een avondmens, hij een ochtendmannetje. En voorlopig wint hij. Elke dag, rond 5u.

Wat is het beste advies dat je ooit kreeg?

Goh. Euh, ‘geen excuses maar resultaten’. Ik was altijd geneigd de nadruk te leggen op wat niet lukte, en uitvoerig uit te leggen waarom het niet gelukt was. Nu toon ik wat wel gelukt is en zet ik dat in de verf.

Dat je je geluk niet van anderen mag laten afhangen, als algemene levensles, maar ook als manier om proactief te zijn in het werk.

Ik volgde ooit een soort managementcursus. Daarin moesten we o.a. in groep een soort raadsel oplossen, met tactiek enzo. Ik wist eigenlijk al heel lang wat er aan de hand was en deed wat pogingen het aan te geven. De anderen waren mondiger en zekerder van zichzelf, overbluften me, maakten het hopeloos complex en we geraakten er niet uit. Ik had na wat pogingen maar besloten om te zwijgen. De spelleider zei later dat ik in de eerste minuut het juiste antwoord al had gegeven maar dat de anderen niet luisterden. Daar probeer ik regelmatig aan terug te denken om vertrouwen op te bouwen in mijn eigen inzichten en te durven spreken.

Op de bal spelen en nooit op de man, maar ook anderen niet toelaten op de man te spelen door dingen niet persoonlijk op te vatten in de werkcontext.

In diezelfde managementcursus leerde ik ook de persoon van de zaak te scheiden. Op de bal spelen en nooit op de man, maar ook anderen niet toelaten op de man te spelen door dingen niet persoonlijk op te vatten in de werkcontext. Ik ben blij dat ik dat kan.

En ten slotte heb ik daar ook geleerd dat vertrouwen met één miniscuul iets verloren of beschadigd kan worden en niet meer op te bouwen is dan. Dat heb ik in mijn oren geknoopt.

Eigenlijk was het een goede cursus :).

Iets toe te voegen dat interessant kan zijn voor de lezers?

Ja. Dat het soms heel goed is om even pas op de plaats te maken en heel goed na te denken over hoe je dingen gaat aanpakken, vooraleer je aan iets begint. Daar zondig ik vaak tegen, door als een kip zonder kop dingen te willen doen.

Als je even een opzetje maakt voor iets waar je tegen op kijkt of faalangst voor hebt, is het makkelijker om te starten. Dus niet meteen de zaken ‘goed’ willen doen, maar gewoon wat dingen op papier krijgen en dan lukt het wel weer. Een bijhorende tip is dat je als doel kan stellen een kladje te maken voor iets. Het is makkelijker een kladje te verbeteren dan een tekst van de eerste keer perfect op papier te zetten.

Dank, Lilith, voor de ‘opdracht’. 🙂

Prinses is verwend (door zichzelf)

Ik heb er me even overheen moeten zetten: tweewekelijks Babybroer naar de opvang brengen op mijn ouderschapsverlofdag, zodat ik werk kon inhalen, het huis tenminste een keer stofzuigen of wie weet zelfs eens wat dingen regelen, een telefoontje doen, wat boodschappen.

En kijk. Het is weer gebeurd. Kinderen afgezet en o-la-la, een hele dag (nou ja, tot 16u) openbaarde zich voor me…!

Ik voelde me vandaag door-en doorverwend. Geniet even mee.

9u30 – gesprek

Om de zes weken heb ik een gesprek met een therapeute. Om voor mezelf te zorgen. Liever (en beter) zou ik het vaker hebben, maar dat krijg ik praktisch en financieel niet zo goed geregeld. Ik heb veel te vertellen vandaag, en het zijn goede dingen. Ik voel me krachtig! Ik ben druk bezig met grenzen stellen en keuzes maken, nieuwe dingen tot stand brengen in mijn leven. En ik zorg beter voor mezelf dan ooit tevoren. Moe om 20u? Dan ga ik soms al eens zonder schuldgevoelens in bed liggen met een boek. Honger? Een bordje fruit met sojayoghurt is maar vijf minuten meer werk dan een chocolaatje uit de kast nemen (ok, ik geef toe dat ik vaak beiden doe).
Het contrast met het gesprek van zes weken geleden valt me zelf op. Ik zat toen wat aarzelend te vertellen dat alles me te veel was, en zocht steun en bevestiging. Als de therapeute vandaag vraagt wat ik nodig heb, kan ik ‘niets’ zeggen. Het gaat goed. De omstandigheden zijn niet anders dan zes weken terug, maar ik wel. Jihaa!

11u – koffie & taart & krant

Van de therapeute fiets ik naar de bib. O. Een nieuwe koffiebar. Ik gluur even binnen. Er zit niemand. Ik twijfel nog even, stap dan af, ga binnen en drink een heerlijke kop koffie, met een gigantisch stuk taart. En ik lees de krant. Zomaar, ongestoord. Op een papiertje krabbel ik wat dingen die in me opkomen. Blijkbaar nodigt even rustig ergens gaan zitten met een kop koffie, ideeën uit. Aaaaaah, wat een heerlijke luxe! Na nog een fijn gesprekje met de koffiemeneer, ga ik richting bib.

11u45 – bibliotheek

‘Yesss!’, fluister ik, als ik het ‘Slagveld van gebroken harten’ van Ed Franck zomaar in de bib vind. Hier heb ik al een paar keer verlekkerd naar staan kijken in de boekhandel. Ernaast staat ‘Hou van mij – de mooiste verhalen over liefde’, eveneens van Ed Franck met prenten van Carll Cneut. Een boek over klassieke liefdesverhalen. Abélard en Héloïse, Beatrijs, Carmen, … Hmm, dat wordt een fijne avond in de leesstoel!
Ik trakteer me nog op een Engelstalig boek van Ian McEwan, ‘De wijde blik’ van Willem Jan Otten en twee dwarsliggers van mij tot nu toe onbekende auteurs. En dat alles voor nul euro.

12u30 – kringloopwinkel

Laatst dacht ik dat een radio in de keuken wat leven in huis zou brengen. Babybroer is opvallend muzikaal – en dat heeft hij niet van mij. Kleuterbroer weet het ook wel te appreciëren. En mijn dagelijks uurtje huishouden zou er een pak gezelliger van worden. Bovendien brengt radio Klara de wereld ook wat binnen, met nieuws en nieuwtjes. Dus ik fiets naar de kringloop, en vind voor 15 euro – iets meer dan ik gehoopt had – een radio- en cd-speler.

Ik heb theekopjes nodig, omdat ik het een beetje stom vind om thee te maken in een koffiekopje: de thee wordt iets te straf omdat de kop te klein is. En waterglazen, want nu moet ik vaak de afwasmachine opzetten omdat de glazen op zijn, terwijl de machine nog niet vol is. Vroeger zou ik hiervoor naar Dille & Kamille gegaan zijn. Of naar IKEA. Nu struin ik de ‘keuken’-afdeling in de kringloopwinkel af, vind voor 1,3 euro 13 glazen, waarvan er één onderweg breekt. Ik koop mijn eerste taartschep ooit! Het is geen design-modelletje, maar wel uniek in de kringloopwinkel ;). Er gaat nog een klein theepotje met bijpassend glaasje mee.

En dan kom ik langs de speelgoedafdeling. Ik zoek allerlei autootjes uit, ook héél coole. Voor Babybroer van het grotere soort en voor Kleuterzoon allerlei kleine.

Totaalprijs? 22 euro. Ik heb zo veel zakken dat ik amper thuis geraak.

13u00 – fietsen

Ik fiets om. Langs een natuurgebied. Ik kijk mijn ogen uit, wat heerlijk om de herfst te zien ‘gebeuren’ met een sausje van zon er overheen. Ik fiets rustig, hoef me niet te haasten. Dat is fijn.

13u30 – thuis

Eenmaal thuis met al die zware zakken, installeer ik de radio die het lekker gewoon doet. Oef, was toch wat bang dat hij niet zou werken of zou kraken en dat ik dan terug naar de kringloop zou moeten. Het huis wordt er meteen wat vrolijker van! Ik zet de glazen in de afwasmachine en maak een mooi doosje voor Kleuterzoon vol autootjes. Dat wordt een fijne verrassing straks! Voor Babyzoon zet ik wat grotere auto’s apart, hij begrijpt het nu ook als dingen voor hem zijn, dat vind ie leuk.

Vervolgens bereid ik het koken wat voor, want het is een avond waarop de jongens in bad moeten. Ik eet een kopje bio-preisoep, gisteren gemaakt, lekker! En dan is het alweer tijd om te vertrekken: winkel, post, Babyzoon halen en Kleuterzoon.

Knettergelukkig & rotverwend

Een alleenstaande-mama-vriendin zei me vaak dat je van levenscrisissen uiteindelijk heel gelukkig wordt. Om kleine dingen. Ik werd daar altijd wat opstandig van, ik wou wel gelukkig zijn met kleine dingen, maar dan liefst ook zonder dat mijn man moest weg gaan. Vandaag bedacht ik ergens onderweg dat ik bij momenten knettergelukkig ben. En rotverwend.

 

Over geld

Geld was nooit zo belangrijk voor me. Maar ik heb gemerkt dat dat enkel zo kan zijn als je er genoeg van hebt.

Naast verdriet, is geld ook een soort taboe. En tekort hebben aan geld ook. Maar ook hoe je je financieel organiseert. Ik heb er geen flauw idee van hoe anderen dan doen, maar ik doe het als volgt.

Lang geleden, met mijn vorige partner, was er geld genoeg. Twee mooie inkomens. We vonden het heel normaal om uit eten te gaan als we geen zin hadden om te koken, en naast een vakantie hadden we ook af en toe een enorme behoefte aan op weekend gaan, kochten we leuke kleding en mooie cadeaus. Naar IKEA, de boekenwinkel of de cd-winkel (ja, zo lang is het geleden 🙂 ) gaan en daar dingen kopen, was een vorm van ontspanning voor ons. En dan afzakken naar de koffiebar en taartjes gaan eten!

Ondanks het mooie gezamenlijke inkomen en het vaste spaarplan, schrokken we toch telkens als er een grote rekening kwam. Zoals van de belastingen. Of van de verzekeringen. Het geld dat op de rekening stond na aftrek van de vaste kosten, beschouwden we namelijk als geld dat uit te geven was. In IKEA. Of in de boekenwinkel. Of in een kledingwinkel. Of in een eethuisje.

Na een aantal keer schrikken, ontwikkelde ik een systeem. En dat systeem werkt nog steeds voor mij. Er zijn drie categorieën kosten, namelijk vaste kosten, periodieke kosten en kosten voor de kinderen.

Vaste kosten

Ik heb een lijstje van alle vaste kosten, die maandelijks te betalen zijn. Grofweg is dat de huishuur, elektriciteit en gas en de afbetaling van een lening aan mijn ouders. Die overschrijvingen staan automatisch ingesteld op de dag dat mijn loon gestort is. Geen omzien naar.

Periodieke kosten

Daarnaast is er een lijstje van alle grote rekeningen die me vroeger deden schrikken als ze kwamen:
– De voorschotrekening van het water, komt driemaandelijks
– De verzekeringen, altijd een oktobercrisis
– De verzekering en wegenbelasting van mijn gekregen auto, die ik dagelijks op de oprit bewonder omdat ik nog steeds geen rijbewijs heb. Daar komt volgens mijn masterplan gelukkig (gauw) verandering in.
– De belastingen – ik betaal belastingen in verschillende landen, dus het is altijd een beetje een chaos van ergens terugkrijgen en ergens bijbetalen.

Ik weet exact of ongeveer hoeveel deze dingen me kosten. En ik voeg ze bij de vaste kosten. Als ik bijvoorbeeld 1000 euro moet bijbetalen aan de belastingen op jaarbasis, deel ik 1000 door 12, en zet ik elke maand (afgerond) 85 euro op een rekening apart. Dat doe ik voor al die kosten zo. En aan die aparte rekeningen (gratis spaarrekeningen, leve Argenta) mag ik niet komen. Niet om een leuke jurk te kopen, niet voor een paar schoenen, niet voor de supermarkt. Niet tout court. Ook niet als ik in het rood sta op mijn zichtrekening.

Als er dan zo’n grote rekening in de bus valt, val ik niet langer achterover om dan recht te krabbelen met maagpijn. Ik ga gewoon naar boven, open het internetbankieren en zie op de betreffende spaarrekening voor die specifieke kost toch wel exact het bedrag staan dat ik nodig heb. En dan kan ik de rekening gewoon betalen, en is het klaar. (En ja, ik heb dus een allegaartje aan rekeningnummers waar anderen niet wijs uit zouden worden, maar ik wel. Beschouw het als 15 spaarvarkens die naast elkaar staan en elke maand gevoed worden.)

Kosten voor de kinderen

Ik hoef jullie vast niet te vertellen dat kinderen geld kosten. De rekening van de opvang. De rekening van de school. De rekening van zomerkampjes. Aangepaste melkvoeding.

Ook voor de kinderen heb ik een aparte rekening. Daar zet ik maandelijks het kindergeld op, aangevuld met een bedrag dat ik daarnaast nodig heb voor hen. En als Dirk iets stort, komt het daarbij te staan. Op die manier kan ik bij wijze van spreke in het rood staan op mijn zichtrekening. Maar als Babybroer melk nodig heeft, is er altijd melk.

Ik spaar ook voor de mannen. Een vast bedragje per maand, tot ze 18 zijn. En als ze durven dat uit te geven aan een moto op de dag van hun achttiende verjaardag, krijgen ze een klap ;).

Sommige dingen koop ik trouwens niet voor de kinderen: speelgoed en kleedjes krijgen we gelukkig, met veel dank aan lieve mensen die deze dingen apart houden voor ons. Ik vind dat trouwens erg ecologisch, hergebruiken. Geen van mijn beide kinderen hebben ooit geklaagd over het tweedehandsaspect van hun speelgoed of kleding.

Er zijn wel dingen die ik ‘te kort’ heb voor de kinderen. Geen levensnoodzakelijke dingen. Maar ik ben bijvoorbeeld op zoek naar zo’n aanhangfiets voor Kleuterbroer om mee te leren fietsen in het verkeer. Nieuw zijn die nogal duur (moest iemand eentje tweedehands verkopen?). En Kleuterzoon speelt nog steeds met Duplo en Clicks, omdat ik nog nergens Lego op de kop heb kunnen tikken. Ik denk echter dat het voor zijn ontwikkeling wel heel goed zou zijn om met Lego te leren bouwen, hij bouwt heel graag.
Maar goed. De kindjes vroeger hadden ook geen aanhangfietsen of Lego, dus waar hebben we het over?

Samengevat

Samengevat werkt mijn financieel systeem zo dat ik in principe alle kosten als maandelijkse vaste kosten beschouw, en er het gepaste bedrag voor parkeer op een spaarrekening. Het geld dat dan overblijft, kan ik uitgeven. Dat is jammer genoeg echt niet veel (Dirk droeg al heel lang niet meer bij in het huishouden en ik betaalde al lang alles alleen, maar ik ben ook zo stom geweest een aantal van de schulden die hij had gemaakt in te lossen in de hoop op beterschap tussen ons). Meestal is het op maandbasis net genoeg of net te weinig. Extraatjes zoals eindejaarsuitkeringen, vakantiegeld, geld van mijn grootmoeder voor mijn verjaardag, … zijn dus meestal erg welkom. Maar misschien is dat voor de meeste gezinnen met kinderen wel zo? Of ook voor alleenstaanden?

Voor mij is dit systeem alleszins een beveiliging. Ik geef geen geld uit dat ik een half jaar later nodig heb om mijn verzekeringen te betalen. En zo lukt het meestal ‘net’, zonder spaargeld te kunnen opbouwen, maar ook zonder in schulden te belanden (buiten een lening die ik bij mijn ouders heb die ik aan het afbetalen ben, een gevolg van mijn poging om Dirk te helpen).

Ik hoop dat er een dag komt dat het wat makkelijker wordt. Omdat ik meer verdien, of omdat ik een partner heb waarmee ik kosten zou kunnen delen. Maar dan nog weet ik dat die onbezorgde tijd van IKEA-bezoekjes, restaurantbezoekjes, kledingwinkels en boekenwinkels nooit terugkomt. Mooie of leuke dingen kopen is geen ontspanning meer. Kopen is eerder een stressfactor, en ik merk dat ik als ik iets koop altijd levensgroot de vraag zie opdoemen: is dit het waard? En dan koop je geen taart meer die je zelf ook kan bakken, dan koop je geen jurk meer om naast de vier andere te hangen, dan ga je niet automatisch meer in elk station in de Panos een frangipanegebakje halen en dan loop je vooral de speelgoedwinkel voorbij met de twee kindjes, in plaats van er even een kijkje te nemen. Ik wil ook graag beter voor de dingen die ik heb zorgen. Ik was en strijk zorgvuldig, ik poets de schoenen regelmatig en ik sorteer het speelgoed nauwgezet. Als ik nog een keer uit eten ga, of ik koop een nieuwe jurk, zal ik daar ook een pak bewuster mee omgaan. Het is meer een feestje dan. En ik heb de kringloopwinkel ontdekt. En tweedehandswinkels voor kleding. Alleen vind ik bij de kringloopwinkel dat je vaak gewoon geluk moet hebben dat je net langskomt als dat leuke kastje er staat, of dat mooie stuk speelgoed. En bij kledingwinkels heb ik het gevoel dat je wel heel veel tijd moet spenderen aan het zoeken tussen muffig ruikende kledingstukken naar iets dat jou toevallig past, in aanvaardbare staat is en past bij je stijl. Niet dat ik een bepaalde uitgekiende stijl heb, maar ik draag bijvoorbeeld nooit broeken en truien. Enkel jurken. Door mijn elegante appelfiguur zie ik er in omslagkledij ook steevast drie maanden zwanger uit, dus dat kan ook niet. (Ik heb mensen uit mijn omgeving al menigmaal verschrikt zien kijken, een keer stelde de kassabediende in de Colruyt me voor om mijn boodschappen in de auto te tillen en op de vraag voor wanneer het was, heb ik de buschauffeur een keer moeten antwoorden dat de vraag even gênant was voor mij dan voor hem).

De veranderingen in consumptiepatroon die ik beschrijf, passen eigenlijk heel slecht in ons economisch systeem, dat op groei gericht is, maar heel goed binnen mijn toenemend ecologisch bewustzijn. Het prijskaartje dat aan nieuwe spullen hangt, is namelijk maar gedeeltelijk zichtbaar. Zou het niet mooi zijn als op een prijskaartje vermeld zou worden wat het de planeet kost om het te produceren en om het af te breken als het weg gegooid wordt?

Ik weet intussen heel goed wat een euro waard is. En wat dingen in de supermarkt kosten.

En toch beschouw ik mezelf als een rijker persoon dan in de tijd dat ik ging ontbijten uit verveling, uit eten ging om niet te hoeven koken, en ging shoppen om de tijd te vullen (zonder te oordelen over mensen die al deze dingen doen en daarvan genieten). Balans positief!

Heb ik genoeg?

Oh, wat hou ik van ‘ollandse tv. Er was ooit een programma op KRO met de illustere titel: ‘heb ik genoeg?’. Karin de Groot, mij verder onbekend, leefde zich in in een aantal situaties. Zoals: hoe is het om dik te zijn? Hoe is het om dakloos te zijn? Hoe is het om in een rolstoel te zitten? Hoe is het om bij de vuilniskar te werken? Eén van de seizoenen ging over spirituele stromingen, dan dook Karin bijvoorbeeld onder bij de Hare Krishna als ik het me goed herinner, of bij de antroposofen.

Karin tatert zich er altijd gezellig doorheen, is nogal rechtuit en stelt de juiste vragen. Het was ideale strijk-tv via internet (ik heb geen tv, maar dat weten de trouwe lezers al) en het zette me altijd aan tot nadenken.

(Voor wie het graag wil zien: http://www.hebikgenoeg.kro.nl/seizoenen )

In mijn post van gisteren meldde ik ergens dat ik wel een hele kast vol nieuwe jurken wil. Ik schrok er zelf van dat ik dat had geschreven. Vandaag liep ik door de stad, met Babyzoon. Met elke winkel die we binnen gingen, werd mijn schuldgevoel groter. Arm ventje, erg boeiend zal het voor hem niet geweest zijn. We waren op zoek naar een nieuwe winterjas. En laarzen. Ik had een winterjas via internet besteld, maar die bleek enkel mooi (en vooral: getailleerd!) te zijn op de internetfoto. Toen ik hem uit de doos haalde, vielen me meteen een paar losse draadjes op. En toen ik hem aandeed, had het iets van een vuilniszak.

In het verleden koos ik voor merken waarvan ik wist dat de kleding ‘fair’ geproduceerd werd. Groene kleding, zeg maar. Het is iets duurder, maar je kan het zonder schuldgevoel kopen, en het gaat meestal lang genoeg mee en is iets tijdlozer dan de kleding uit de grote ketens uit de grote winkelstraten. En dat alles zonder labeltje met ‘made in Bangladesh‘.

Vandaag heb ik daar geen budget meer voor. Eerlijkgezegd heeft het me al wat slapeloze nachten gekost te beseffen dat ik een jas én schoenen nodig heb. En binnenkort de verzekeringen moet betalen. En dat ik drie nieuwe brillen gekocht heb voor de prijs van één.

Eerst heb ik dus lang nagedacht: heb ik niet genoeg? Heb ik die dingen écht nodig?

En jeetje, wat een moeilijke vraag was dat. Ik heb een tussenseizoenjasje, sinds ik studente was. De voering zit helemaal los, en de mouwen rafelen. Maar ik heb het nooit over mijn hart kunnen krijgen het weg te doen en zou liefst exact hetzelfde jasje opnieuw kopen. Maar aangezien dat niet kan (door het verschijnsel dat ‘mode’ heet), bleef ik het maar dragen. Ik heb ook een tweedehands winterjas, die ook wat gaatjes en vlekjes begint te vertonen. En ik heb een paar laarzen van een leuk merk, die stuk zijn op de plaats waar mijn laarzen ELK JAAR stuk gaan, namelijk opzij, zeg maar iets onder mijn kleine teen, in de vouw van mijn tenen en voet. Geen schoenmaker die daar iets aan kan doen, en de schoenen zijn niet gewoon kapot, maar je ziet mijn sokken erdoor. In die mate kapot dus.

Ik zou best mijn rafeljas, en mijn vlekken- en gaatjesjas verder willen dragen. Schoenen zou ik graag nieuw hebben, want ze zijn uiteraard niet waterdicht meer. En wat mijn  bril betreft: er was een stukje af en ook lak van het montuur. Dus het leek wel gerechtvaardigd drie nieuwe brillen voor de prijs van één te kopen.

Maar er is ook de overweging dat ik naar mijn werk moet. En dat ik voor mijn werk op regelmatige basis voor een groep directeuren sta, om hen cursus te geven. Of dat ik adviseringsgesprekken moet gaan voeren. Of moet gaan coachen. En dan vind ik van mezelf dat zo’n rafeljasje niet zo’n goede indruk geeft. En eerlijk gezegd zag ik mijn leidinggevende ook al een keer fronsend kijken. (Okee, voor de kritische lezer: ik geef geen cursus met mijn jas aan. Maar ik kom er wel in toe, eerste indruk enzo.)

Wat jurken betreft, of kleding tout court, heb ik hetzelfde argument. In mijn baan moet ik me gewoon een beetje representatief kleden. Ik moet netjes zijn. Is dat luxe? Overbodig? Ik denk het niet.

En raar maar waar, in een leuke jurk voel ik me meteen ook altijd een ander soort mens. De studiedagen of cursussen die ik geef, zijn altijd tot in de details inhoudelijk voorbereid, maar ik ben pas echt klaar met goede nylons aan en een reservepaar in mijn handtas, als mijn schoenen gepoetst zijn, mijn jurk goed zit en mijn haar opgestoken is. Het werkt ook op ‘gewone’ dagen. Het verschil tussen het jogging-op-de-bank-gevoel en gedoucht en met een jurk die lekker zit, is te meten in mijn humeur.

Maar terug naar ons uitje. Mijn innerlijke wanhoop groeide, ik was eigenlijk erg ongelukkig. En dan te bedenken dat ik als zestienjarige ‘shoppen’ leuk vond. Babyzoon keek geduldig rond in elke winkel en charmeerde alle winkeljuffrouwen van de grote ketens die we bezochten. Grote ketens dus, om budgettaire redenen. Ik heb tientallen jasjes aangehad en met een vertwijfeld gezicht in tientallen spiegels gekeken: ‘is dit jasje een hap uit mijn krappe alleenstaandemoedersbudget waard?’ Meestal wist ik het antwoord niet, wat ik als ‘nee’ beschouwde. Uiteindelijk vond ik een jasje, van (aauw) 60 euro. Gewoon zwart, twee rijen knoopjes waardoor het een soort overslagmodel is. Een leuk kraagje. Warm. En geen vuilniszak. Gekocht, en hier thuis snel aan de kapstok weg gemoffeld om de vreselijke ochtend te vergeten.

Nu nog schoenen. Aauw.

En jij, lezer? Heb jij genoeg? En wat is ‘genoeg’ voor jou?