Prinses resideert niet op de roze wolk, maar is toch vrij happily ever after

Afbeeldingsresultaat voor gedicht winterslaap

Stiekem begin ik hier alweer op 1 februari. Ik reken op een vroege lente. Ik schrijf nu een stukje om het genoeggezwegenstuk niet het laatste woord te laten zijn voor maanden.

Binnen enkele weken wisselen we 2016 voor 2017. 2016 bracht veel beweging en ontwikkeling. Een nieuwe professionele uitdaging in mijn bijberoep. Ontmoetingen die me raakten tot in mijn ziel. Het echte afscheid van Dirk en als beloning prompt het nieuwe Lief. Mogelijkheden. Wensen. Verlangens. Twijfels. Ik ben een aantal keer flink door elkaar geschud de laatste maanden. Neen, het is niet zonder meer resideren op de roze wolk, ook al is er veel happily ever after.

Na schaarste zijn er plots veel mogelijkheden. Ik heb een hoofd dat mogelijkheden spuwt en een hart dat ze nog niet goed in de wereld durft zetten. Of omgekeerd. En in tussentijd leerde mijn buik me nog even een levenslesje. Ik sta op de rots die ‘zo niet meer verder’ heet, en ik moet springen. Maar het is doodeng, dat begrijpen jullie. Dus blijf ik even staan. Dralen, treuzelen. Ik kan niet zien wat er wacht, want er is zo veel mist daar beneden. Soms licht er iets op. Een kaarsje dat brandt in de tuin. Het gezichtje van de Kleuter die naast me slaapt. De spanning op het gezichtje van mijn grote zoon als we ’s avonds lezen met ons tweetjes over Sjakie en de Chocoladefabriek. Het comfortabele huis van het Lief. Zijn zorg voor ons allen. Hoe ik zie dat hij steeds vaker lacht en meestal als de kinderen in de buurt zijn. Zijn bewegingen die ik herken, zijn stem die me doet glimlachen, zijn geur die vertrouwd wordt. De kleine rituelen die we installeren. Het kopje thee op de bank, de cappuccino die hij me ’s ochtends aanreikt. De musea waar hij me mee naar toe neemt. De etentjes. De gesprekken.

Gisteren hoorde ik de kinderen in de tuin spelen, probeerde ik zelf een espresso uit die machine te krijgen. De geur van vers gemalen koffiebonen. Een zware tamper in mijn hand. Met het puntje van mijn tong er uit drukte ik de koffie aan en draaide ik het ding in de machine. Knopje om, pijltje naar 12 bar. Glimlach. De kleinste moest naar toilet, en net toen hij schreeuwde dat hij gedaan had, liet ik M. binnen. Een snelle kus en dan billen gaan vegen. Gaan zitten met een kopje koffie. De jongens in de verte horen spelen. Vragen ‘hoe was je dag?’. Compleet content zijn voor dat moment.

En aangezien deze post hier nog tot 1 februari bovenaan staat de blinken, sluit ik af met een wens. Vrede op aarde, lieverds, en veel van dat soort poepsimpel maar compleet contentement in 2017. Dat er billen zijn om af te vegen, monden om te zoenen, speelsheid in alle vormen en koffie, altijd koffie, omdat ook contentement vermoeiend is.

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Ook prinses heeft genoeg gezwegen

O ja, ik ben in winterslaap. Maar ook ik zwijg niet meer. #Genoeggezwegen

Met een boek in bed. Gemberthee. Later waren er koude washandjes nodig en heb ik de boel bij elkaar gebruld. Kon me niet schelen. Ik heb ook in bad gepoept mocht ik later vernemen. Couldn’t care less. En ik heb meer dan een uur op handen en knieën zitten persen. Maar het hoofdje wou niet in een beter positie schieten. Mijn vroedvrouw was heel stil en aandachtig aanwezig. Introduceerde de noodzaak naar het ziekenhuis te gaan. Gaf me tijd er aan te wennen. Nam me mee in haar auto. Waar ze geen kik gaf toen ik brulde en perste. Niet twee keer, zoals ik het een beetje uitgerekend had. Ik geraakte de tel kwijt. Tot daar het leuke deel.

In het ziekenhuis ben ik in een kamer terecht gekomen. Ik weet niet meer hoe. Op handen en voeten, brullend, zat ik op de grond. De gynaecoloog kwam binnen. Hij stelde zich niet aan mij voor. Als ik niet op bed ging liggen, kon hij niets voor me doen. Hij vertrok. De vroedvrouwen moesten me met enige stress op bed krijgen. Hij kwam terug, stelde zich nog steeds niet voor. Als ik geen epidurale nam, deed hij niets voor me. Ik weigerde. Hij vertrok weer. Het was weer aan de vroedvrouwen, die me zenuwachtig overtuigden van de wens van meneer doktoor. Toen de prik gezet werd, haakte ik af.

In de verloskamer lagen twee vroedvrouwen over me heen. Ik zag het zweet parelen. Hij stond tussen mijn benen. Ik hoorde het knippen in mijn vlees. In de ruit zag ik weerspiegeld hoe het bloed stroomde.  Hij was besmeurd met mijn bloed en stond tussen mijn opengespreide benen. Het voelde als een gruwelijke verkrachtingsscène. Hij sperde me open, gebruikte al zijn kracht om me open te trekken. Er kwam een blauw kind dat bij me werd gelegd.

Tijdens al het geweld stond mijn moeder in een hoekje naar me te kijken en mijn toenmalige partner stond naast me. Beide relaties gingen stuk in het eerste jaar na die geboorte. In therapie ontdekte ik dat het had gevoeld alsof ze er bij stonden en niets hadden gedaan terwijl ik zwaar  geweld onderging.

Ik kreeg mijn baby bij me. Hij was lief, maar ik hoefde hem even niet. Na enkele uren mompelde ik sorry, sorry, sorry. Ik wou hem bij me nemen maar kon niet bewegen. Ik verging van de pijn. De nachtverpleegkundige kwam pas na een half uur toen ik belde. Ik overwoog bijna om in mijn bed te doen, mijn hele onderkant was aan flarden geknipt. Ze hielp me naar de wc, gaf me een opmerking omdat ik mijn sleffen niet aan deed. Weer in bed strekte ik verlangend mijn armen uit naar dat bedje met mijn kindje erin. Ze rolde het weg, we moesten allebei maar eens wat slapen.

Het was koud onder die rare ziekenhuisdekentjes die niets voorstellen en ik deed geen oog dicht. Ik verzamelde al mijn krachten op mijn baby bij me te krijgen. Dat lukte, maar ik had zo veel pijn dat ik geen houding vond waarin we fijn met elkaar konden liggen.

’s Ochtends kwam er een ontbijt om half 7. Er was niets gezonds aan. Ik werd niet gewassen, de baby wel. De gynaecoloog kwam langs en stak zonder waarschuwen zijn hand in het bloedbad tussen mijn benen. Ik weet nog steeds niet waarom. Later, toen de man er was, ging ik in de douche waar ik bijna onderuit ging van zwakte.

Nog later kwam er bezoek. Ik had geluk gehad, zeiden ze. Hij was een boer, maar hij is de beste. De gynaecoloog. En de hoofdprijs had ik sowieso: een gezonde baby.

Die ligt naast me nu, terwijl ik dit schrijf. Wij hebben het fijn samen. Op het symbiotische af. We zijn van elkaar. De nieuwe partner, M., legt er zwaar de duimen voor. De gezonde baby is een gezonde peuter van drie. Maar ik weet nog steeds hoe de knip klonk. Hoe het zweet parelde. Hoe ik werd aangestaard door allemaal rechtstaande mensen in een kamer waar ik als een soort schildpad op mijn rug lag, open, bloot, kapot geknipt. Hoe de gynaecoloog wel mijn geslacht kon aankijken, maar me geen moment in de ogen keek. Hoe niemand in  dat fucking ziekenhuis door had dat die kou, dat rillen, het slapeloze, de angst, de pijn, een gevolg waren van het trauma.

#genoeggezwegen