Het postnatale lijf

Elke maandag ga ik op de weegschaal staan. Elke maandag ben ik opgelucht, want ik val per week iets tussen 0,8 kg en 1,5 kg af. Hoewel ik frietjes eet, taartjes, chocola en andere troep.

Ik was schandalig veel bijgekomen tijdens de tweelingzwangerschap. Een combinatie van hormonen, bedrust en eetlust. Of eetdrang. Intussen begrijp ik dat ik geen borstvoeding zou kunnen geven aan mijn duo als ik die vijftien kilo reserves niet had aangelegd. Vijftien kilo die ik nu geleidelijk aan verbruik. Ik hoop dat het afvallen doorzet en dat ik inderdaad op mijn pre-zwangerschapsgewicht uitkom. Soms neem ik me voor niet meer te snoepen, maar dat duurt meestal maar tot de eerstvolgende aanval van enorme vermoeidheid en dus zin zin zoet. Of tot de eerstvolgende keer dat ik geen tijd heb om iets deftigs te eten en een koekje of een boterham met choco het efficiëntst zijn. Of tot de eerstvolgende keer dat ik me realiseer dat koken met een huilende tweeling geen kattenpis is, en dat de Man om patat sturen soms de beste garantie is op warm eten.

Ik wou dat ik het bovenstaande had geweten, tijdens mijn zwangerschap. Dus ik vertel het hier voor toekomstige moeders: je lijf bouwt een reserveke op dat je opsoupeert als je borstvoeding geeft. De natuur heeft dat goed geregeld.

Verder kijk ik regelmatig op de instagram van kiind. Er zijn vrouwen die zo moedig zijn hun postnatale buik met de digitale wereld te delen. Ik ben niet eens moedig genoeg om mijn buik met de Man te delen en soms niet moedig genoeg om het aan te zien in de spiegel. Ik deel geen foto, maar als ik het in drie woorden zou moeten beschrijven: slap, strepen, bol. Ik heb allerlei truukskes, van een soort korset tot corrigerend ondergoed. Geen enkel truukske is ‘genoeg’. Ik blijf er zwanger uit zien, door de diastase waar ik maar eens voor naar de kine moet (maar wanneer, wanneer?).
Voor andere (twin)mama’s wil ik dit graag vertellen. Dat mijn buik nooit meer zal worden wat ie was (dus het is niet abnormaal als dat bij jou ook zo is – ik las laatst de Linda en daar stond een tweelingmama in die actrice is met een tweeling van twee en op één van de foto’s staat haar buik – de Man schoof het onder mijn ogen en zei dat het bij haar toch goed gekomen was – ze heeft de buik van een achttienjarig meisje, strak en plat en het is gefotoshopt, zeg ik u, want dat kan gewoon niet na een tweelingzwangerschap!). En dat op kiind moedige moeders hun buiken tonen en dat het echt helpt om dat te zien en zo heel langzaam je beeld te kantelen van hoe de realiteit is en hoe je ernaar kan kijken.

Advertenties

Nog meer wachten

D3D3BAFA-F8DD-4B03-A48B-76BD089DCDEF

In het ziekenhuis namen we een foto van hoe de baby’s nu in de buik zitten. De eerste (linkse) baby is ingedaald, hoera hoera. Dus die zit met haar hoofdje in mijn bekken, in tegenstelling tot de baby’s op de foto. Verder moesten er in het ziekenhuis nog twee afspraken gepland worden voor twee (wekelijkse) controles. Gevolg: tranen met tuiten. Nog TWEE weken?! We werden naar de parking gebracht door de shuttle (zo’n karretje dat door het ziekenhuis zoeft en dat mensen meeneemt die zelf niet kunnen stappen – de Man was tamelijk opgelucht dat hij de rolstoel kon parkeren en mee in de shuttle kon stappen). In de shuttle vroeg een geïnteresseerde dame mij of ik misschien een drieling krijg. (Grmbl.)

Je begeven in de openbare ruimte als je een tweeling krijgt, kent echt een omslagpunt. Tot op zekere hoogte is het leuk, maar er zijn ook gewoon dagen dat ik iedere onbekende die mijn buik wil aanraken een mep wil geven, en dat ik alleen maar in elkaar wil zinken bij mensen die kirren dat ze ook altijd al een tweeling hebben gewild. Heb recent ook iemand ontmoet die het helemaal niets vond, want zij had een kind van maar liefst 4,5 kilo gebaard, dus twee kinderen van 2,5 kilo (en groeiend!) is peanuts. Bovendien was ze graag zwanger en zou ze het zo nog tien keer opnieuw doen. Haar dokter had zelfs gezegd dat ze er een talent voor had. (Ik voelde me weer even in het derde middelbaar en gebuisd voor wiskunde.)

Intussen hebben we ook de maxi cosi’s gekocht en de isofixen en we hebben alles geïnstalleerd in de auto. Daarbij bleken we beiden de onhandigste tweelingouders ooit, want we kregen de maxi cosi’s niet meer van het onderstel van de bugaboo (stonden we daar naast de auto youtube-instructiefilmpjes te kijken) en die poot van de isofixen klapte niet uit en het inklappen van de wielen was ook maar improvisatie. Maar we hebben het uiteindelijk min of meer voor elkaar gekregen en ik had zowaar kortstondig een moment dat ik geloofde dat we ooit, any day soon, met de maxi cosi’s gevuld met baby’s naar huis zullen rijden en dat ik dan later tegen mensen op straat ga vertellen dat ik een talent had voor tweelingzwangerschappen en dat ik het zo opnieuw zou doen.

 

Nog steeds wachten

EEF6404C-55AE-4587-B28A-9514742FAD57

Zoals je kan zien, is de buik nu een volwaardige tafel voor bordjes met gebak. De kleinste zoon had het geniale voorstel te vieren dat hij groter wordt, en iets vieren met taart vind ik nooit zo kwalijk. We aten taart in mijn bed-op-de-babykamer waar ik het grootste deel van de dag doorbreng tegenwoordig. En de nacht.

De nachten zijn nog steeds niet om over naar huis te schrijven. Ik heb op enkele weken tijd de vijf seizoenen van Call the Midwife er doorheen gejaagd (ja,die had ik allemaal al gezien,  maar een mens moet wat). De laatste nachten heb ik ook Splitting up together gezien, een grappig-geniale serie over een koppel dat uit elkaar gaat en in één huis blijft wonen. De variaties op de situatie dat één van de twee seks heeft met een ander en de ander dat ontdekt/observeert, zijn nogal talrijk, maar daarnaast zijn er ook heel veel heel ‘echte’ situaties die zowel voor gêne als voor een glimlach zorgen.
(Bericht aan Netflix: graag seizoen 6 van CtM en het tweede seizoen van Splitting up together. Dank!)

En een twee- tot drietal keer per week komt de crisisdienst langs. Wat een lieverds zijn dat toch. Tijdens zo’n bezoek praat ik alle verwarde gedachten uit mijn hoofd (ik hoor dan zelf best dat ik sommige gedachten misschien wat te ver doorontwikkeld heb), wordt me keer op keer uitgelegd dat ik met slapeloze nachten + ADD + hormonen + altijd pijn + zwangerschapsdepressie + fysieke beperkingen niet van mezelf kan verwachten dat ik mijn postcode nog weet (kuch), en dat het echt heel logisch is dat ik de draad van de elektrische tandenborstel heb gesmolten in de tosti-machine (de Man had daar minder begrip voor). Ik voel me echt altijd beter als ze geweest zijn, omdat ze me een beetje uit de spiraal halen van mijn eigen gedachten, en de muren die hier op mij afkomen wat op afstand houden. Soms he, lijkt het alsof er nooit baby’s gaan komen. Het is zo abstract, hoewel ik ongeveer bezwijk onder het gewicht van mijn eigen buik, omringd ben door babyspullen en allerlei trapjes voel in mijn buik.

Wordt vervolgd.

 

 

 

 

Wachten

304ACBC3-9961-4D69-8D52-CA086579B779

De stilte hier betekent niet dat ik gelukzalig met de twee dametjes in bed lig. Of misschien wel, maar dan niet gelukzalig en ze zijn nog niet geboren.

Om hier wat informatie te voorzien zal ik af en toe een foto posten en iets vertellen, hoewel er dus niets te vertellen valt.

As we speak is de situatie dat ik ongewassen (douchen kost veel moeite, ik doe het straks nog wel), met een legging aan en een draagdoek rond mijn bekken geknoopt om het allemaal wat samen te houden, mijn dag vul met rusten. Een kwalijk ongelukje (uitgeschoven toen ik toch nog zelf eens een brood ging halen) zorgde er voor dat ik nog meer in de sukkelstraat terecht ben gekomen. Mijn bekken is namelijk behoorlijk verrokken en de trap op en af is plots nog moeilijker, net als mezelf omdraaien in bed, in bed gaan liggen of uit bed komen. De dag van de uitschuiver was trouwens een pechdag, want ik heb die dag ook een schaal uit mijn (al geruime tijd gevoelloze) handen laten vallen, met als resultaat dat mijn handen bloedden, het bloed alle kanten uit spatte, de grond vol glas lag en ik daar ook nog eens ingetrapt ben omdat ik het niet kon opruimen. Waardoor niet alleen het aanrecht, maar ook de houten vloer vol bloedvegen kwam te zitten. Spannend, jong. Zo alleen thuis zijn en hoogzwanger.

Eergisteren kwam het cadeautje dat je op de foto van zien, van één van de meterkes van de meisjes. Zelf gemaakt. Het concept ‘meter- en peterschap’ was trouwens voor mijn Man-van-boven-de-rivieren behoorlijk onbekend, dus ik heb hem een en ander kunnen vertellen over de eer die het meterschap inhoudt. Er zijn nog meer verschillen bij de geboorte van een kind. In Nederland is een geboortelijst leggen blijkbaar niet heel erg in (was ik overigens ook niet van plan) en het concept doopsuiker is ook niet uit te leggen aan mijn extreem nuchtere Nederlandse Man. Ik bedoel maar: je geeft geld uit en/of knutselt om suikerbonen te verpakken en die cadeau te geven aan bezoek?! Beschuit met muisjes zal het hier worden. Maar dan misschien cupcakes met muisjes, omdat zelfs mijn extreem nuchtere Man van-boven-de-rivieren niet van beschuit houdt.

Aan de meter in kwestie: duizend maal dank met hartjes. Al dat moois zit in het koffertje voor het ziekenhuis, want wat is mooier om aan te trekken dan iets dat met liefde gemaakt is? Ik hoop dat het gaat passen. Kan me niet voorstellen dat de kindjes zooo klein zullen zijn, als ik naar mijn buik kijk.

 

 

 

Nog eens in beeld

 

Ad 1. De buik is nu een tafeltje op zichzelf. Omdat weinig leuke dingen nog haalbaar zijn, is eten wel eens een troost. Meet chocomousse en sorbet. En een familieverpakking rennies natuurlijk voor na die zoete zondes. Ik heb intussen een apart bed op de babykamer, waar een soort van stelling van kussens gebouwd is, zodat ik enigszins comfortabel kan liggen. Het was bedoeld als overdag-bed, maar omdat ik de Man ’s nachts stoor met mijn wakker-liggen, lig ik daar nu ook ’s nachts. Hoe voelt enerzijds als een nest waar de slapeloze nachten minder eng zijn. En anderzijds maak ik me ook weer zorgen wat er van mij en de Man overblijft als ik nu ook nog apart slaap. Anyway. De iPad is een bron van vertier. Hoe deden mensen in de middelleeuwen dat, rusten zonder afleiding? Ik lees blogs, bekijk instagram-accounts, gebruik de NPO-app en Netflix.

Ad 2. Ik kreeg dit lieve boekje toegestuurd. De Prinses op de Erwt, die niet kan slapen door haar gevoeligheid en de erwt onder haar matras. ’s Ochtends zit te prinses huilend op haar berg kussens. ‘Zo gevoelig kon alleen een echte prinses zijn.’ Ik glimlach. Van niet slapen word je echt knettergek kan ik intussen uit ervaring vertellen. Ik denk dat ik blij mag zijn dat ik in dat knettergekke vooral heel passief ben. Ik kan en wil bijna niets meer. Lusteloosheid troef. (En nee, daar ben ik niet erg trots op.) Ik denk dat een scenario waarin ik gekke dingen zou beginnen doen, nog minder zou zijn. De psychiater staat klaar met een -pammetje (oxazepam of diazepam) als ik ja zeg, maar ik blijf koppig volhouden dat het niet goed is voor de baby’s en dat het echt de laatste weken zijn.
Op het eind van het boekje trouwt de prins met de prinses. Ik hoop maar voor haar dat daar geen tweeling van komt.

Ad 3. Controle bij 33 weken. De baby’s hebben de twee-kilo-grens overschreden! Iedereen happy happy. Complimentjes alom, omdat ze het beiden nog steeds op het niveau van een éénling doen (ook daar heb ik weinig verdienste aan – ik heb gewoon geluk en ik lig heel de dag lusteloos te zijn, helpt vast ook). Als het enigszins kan, hoop ik dat ik ze ergens tussen 36 en 37 weken aflever (en niet later, baby’s, echt niet veel later). Soms is dat even spannend. Er zijn momenten met voorweeën waar ik kreunend van over de bank hang. ’s Avonds heb ik één langgerekte harde buik. 33 weken lijkt goed, maar als ik dit lees ben ik toch weer heel bewust van het feit dat bevallen zou betekenen dat ik na een paar dagen zonder baby’s thuis zit. En dat is iets dat ik nog minder graag wil dan nog drie weken zwanger zijn. Benen toe houden, zegt de Man. En dan grapt hij er achter aan dat ik dat al die maanden geleden misschien ook beter had gedaan. Om vervolgens te vragen of ik het nog steeds gewild zou hebben als ik op voorhand wist hoe slecht het met mij zou gaan. En eerlijk gezegd? Op dat moment dacht ik: nee, ik zou het nooit meer durven. Weer een huilbui later besef ik dat ik daar radicaal anders over ga denken als de baby’s er zijn.

Ad 4. De baby’s. Aan mijn nest-bed heb ik twee jurkjes gehangen, die ik ook ’s nachts bij het licht van de straat kan zien. Kwestie van perspectief houden. Wordt vervolgd.

 

 

Intussen

Intussen tel ik de dagen af. Nog 24 denk ik. Of minder. Of meer. Ik kan er me niets bij voorstellen, ondanks alle voorbereidingen, de bewegingen van de meisjes, en bevallingsfilmpjes die ik stiekem (en meestal luid snikkend) kijk. (Echt jong, een porno-verslaving is waarschijnlijk gezonder.) En ik kijk hier en hier en hier af hoe het zou kunnen zijn.

Intussen heb ik een lijstje gemaakt van wat ik nog moet/wil doen in die 24 dagen. Luiertas, staat er. En jasjes. En kruikjes. En kapper. En nagels. En wees gerust, ook nog wat ‘echte’ dingen. De urgentie heft de stolp wat van de vermoeide dagen vol pijn.

Intussen heb ik misschien wel het slaapmiddel-bij-uitstek gevonden en het heet Jeroen Meus. Ik heb zowaar een nacht geslapen van 10 tot 1 en van 2 tot 5. (Met regelmatig wakker worden maar ook telkens weer inslapen.) Wat was anders dan de andere dagen/nachten? Aha, ik heb een filmpje van Jeroen Meus gekeken. Dagelijkse kost. Frambozenmousse. Blijkbaar kan je daar zoet van in slaap vallen :). Therapeutische dagelijkse kost.

Intussen komen er mensen langs van de crisisdienst om te kijken of ik niet gillend gek word. De vorige keer was ik te moe om te praten en lag ik op de bank. Straks komen ze terug. Eens kijken hoe dat zal gaan. Het breekt de lange dagen. Het heft de stolp wat op. Maar vooral: ik realiseer me door wat ze zeggen dat ik niet ben zoals ik nu ben. Lusteloos, eindeloos moe. Maar dat dat dus de ziekte is. En niet het gebrek aan wilskracht ofzo. En soms, soms durf ik denken aan de persoon die ik hierna (weer) kan zijn. Iemand met interesses en goesting en levenslust. En o ja, twee baby’s erbij.

Intussen lees ik over mensen die banen kwijt geraken en baby’s verliezen en ik voel zo veel compassie en vraag me elke keer af wat ik hier zo alweer zit te doen, met alles wat mijn hartje begeert, lusteloos op de bank.

 

 

 

De fuik

Binnen 27 dagen heb ik een afspraak met de baby’s. Ze kunnen ook later komen, maar ik heb ze uitgenodigd op de dag dat de maan vol is. Ze zijn immers ook ontstaan toen de maan vol was, en ik hou van cirkels die rond zijn.

De voorbije week was er geen om over te schrijven, dus ik twijfel of ik het doe of niet. Maar a. het gaat hier over het leven zoals het is, remember? en b. schrijven helpt het ook bij elkaar te puzzelen in mijn eigen hoofd.

Op vrijdag werd ik verwacht bij de poppoli. Het werd een lange zit waarbij de pijn heel snel het gesprek behoorlijk vertroebelde. Toen ik na allerlei vragenlijsten en onderzoekjes bij de psychiater kwam, was de diagnose ‘prenatale depressie’ een feit. Voor alle duidelijkheid: onder invloed van hormonen, pijn en slaaptekort is er iets mis gegaan in mijn hersenen. Het heeft niets te maken met niet blij zijn met de baby’s of ondankbaarheid. [Als ik hier iets van geleerd heb, is het dat het niet helpt om tegen iemand met een depressie te zeggen dat hij/zij maar eens wat leuks moet gaan doen, blij moet zijn met wat hij/zij heeft of dankbaarder in het leven te staan. Dat zijn nu net de dingen die niet lukken, omdat je hoofd gewoon even niet meer meedoet.]

Anyway. Het verbaasde me niets. ‘Die sluier die overal overheen ligt,’ zei de dokter, ‘dat is depressie’. Ja, denk ik. De sluier die over de dagen ligt, waar ik amper doorheen kom omdat ik pijn heb, moe ben, weinig energie heb, me beperkt voel, de slaapkamer mijn actieradius is geworden. En de sluier over de nachten. Jeetje, de nachten. Elke nacht strompel ik een keer naar de bank of het logeerbed om de Man niet wakker te maken. Meestal tussen 1 en 2. Uitzonderlijk een keer om 4 uur. Ik ben dan klaarwakker. Tegen de ochtend komt de slaap weer, maar dan begint de dag. [De voorbije nacht keek ik naar de mooie docu Verlaten op de NPO-app. Ik kijk ook vaak naar Jeroen Meus. Trage tv, mooi, dicht bij het leven.] [ Soms is het alsof mensen van de tv mijn vrienden zijn ofzo. Klinkt ziekelijk, maar als je heel de dag alleen bent en je kijkt naar een serie, heb je om den duur het gevoel dat die personages werkelijker zijn dan die hele wereld buiten de slaapkamer ofzo.]

Het weekend was extreem warm. Mijn voeten en handen zwollen nog meer op, ik voelde me zwaar beroerd. De slaap werd nog minder. Dus op maandag had ik een huilbui om u tegen te zeggen, belde ik het ziekenhuis en vertelde ik dat ik ongerust was (wijzen dat ellendige gevoel en die dikke enkels en handen niet op zwangerschapsvergiftiging?) en reed ik naar daar voor controle. Monitor, allerlei checks. Bloeddruk was laag in plaats van hoog. Baarmoeder was iets te actief, en baarmoederhals iets te ver verstreken.

Anyway. Ik sleepte me naar huis, kroop in bed. De Man kwam terug uit het werk. De telefoon ging. De psychiater van het ziekenhuis vroeg of ze mijn Man mocht spreken. Ik gaf verdwaasd de telefoon door. Het verzoek werd gedaan om me op spoed binnen te brengen. De combinatie van de diagnose op vrijdag en ellende op maandag had wat alarmbelletjes doen rinkelen.

Babysit gezocht, naar het ziekenhuis gereden. En toen werd de fuik opgezet. Ik was somber, toch? (ja) Wanneer had ik nog eens een nacht geslapen? (geen idee) Ik had wel eens wanhoopsgedachten gehad, toch? (ja, in maart – het hielp om te stoppen met werken) Het was fysiek zwaar, toch? (ja, maar 32 weken en twee baby’s zijn daar een prima excuus voor) Wist ik dat prenatale depressie een verraderlijk ziektebeeld is? Door de combinatie van hormonen en slaaptekort zou ik mezelf zomaar iets kunnen aandoen. (tegen die tijd snikte ik al)

Even later werd ik in een rolstoel naar een psychiatrische afdeling gereden. Als ik niet minder uitgeput zou geraken, zou het een drama zijn voor bevallen en kraamtijd. Ik werd in een kamertje gestopt. Er werd op me ingepraat over het nemen van slaapmedicatie. Ik weigerde, dat vonden ze dom. Twee dagen later vond ik op een website van de Nederlandse overheid dat de medicatie die ze me wilden geven absoluut uit den boze is in het derde trimester van een zwangerschap.

Het werd nacht. Ik hoorde andere patiënten huilen in andere kamertjes. Het werd weer dag. Ik werd gewekt, onderzocht en ging ontbijten. Ik zat aan tafel met huilende anorexia-patiënten met buisjes in hun neus, twee verpleegsters aan elke kant om hen te overtuigen een schepje corn flakes te eten.

Weer in bed probeerde ik mijn gedachten op een rijtje te zetten. Het was me duidelijk dat ik hier niet hoorde. Mijn Man was jarig. De omgeving nodigde niet echt uit tot tot rust komen of me beter voelen. Er was wel een heel lieve verpleegster die thee bracht en mijn kussensloopjes ververste omdat het zo warm was.

Na een paar uur zat ik voor een peloton van zes dokters. Dat ik naar huis ging. Dat daar zijn me niet hielp. Er werd gesproken over verraderlijke ziektebeelden en mezelf iets aandoen. Ik kreeg het gevoel dat alles wat ik zei of deed verdraaid kon worden. Als ik bijvoorbeeld vertelde dat ik geen plannen had mezelf iets aan te doen en wel gedachten heb over hoe het gaat zijn als de baby’s er zijn, werd er priemend naar me gekeken alsof ik in ontkenning was.

Anyway. De Man kwam. De dokters hadden een plan. Voor medicatie en hulp thuis. We gingen naar huis. Ik was even verdwaasd als geschrokken.

De volgende dag moesten we naar de psychiater van de crisisdienst. Tegen die tijd was ik kwaad, om drie dingen:

  1. Wie bedenkt het dat een zwangere vrouw (of wie-dan-ook!?) beter wordt in zo een omgeving?
  2. Wie bedenkt het om een slaappil op te dringen (niet genomen) die gevaarlijk is tijdens de zwangerschap?
  3. En wie bedenkt het om medicatie voor te schrijven waar baby’s postnataal afkickverschijnselen van krijgen?

De psychiater van de crisisdienst zei dat hij zich ook niet lekker zou voelen, als hij het huis amper uit kon, elke dag pijn zou hebben en niet zou kunnen slapen. Hij vond het allemaal niet zo vreemd, zei hij.

En nu. Nu komt er om de zoveel dagen iemand langs om te kijken hoe het gaat. We proberen hulp aan te vragen in het huishouden, zodat mijn frustratie van niets-meer-kunnen en heel-de-dag-alleen wat getemperd wordt. Ik probeer onder die sluier uit te komen, zonder pillen. En ik tel de dagen af, tot de geboorte. Uitkijkend naar de baby’s. En naar het achter mij laten van deze tijd waarin ik zo veel kwijt ben geraakt (werk, bijberoep, fysieke en mentale vermogens, zelfvertrouwen, …) en in verwachting ben van zo veel nieuws.

 

Rusten, slapen, eten, repeat

Op een nacht oefent mijn lichaam.
Het is te vroeg voor de baby’s. Ik tel. Nog drie weken voor ze kunnen ademen. Nog vier vooraleer ze niet sowieso in de couveuse moeten. Nog vijf voor ze misschien mee naar huis mogen. Hoe hou je baby’s binnen?
De krampen komen en gaan. Van binnen uit wordt er op mijn staartbeen geduwd. En dan breekt de dag aan, en gaat het over. Ik voel me alleen nog raar en heb om de haverklap een harde buik.

Ik moet naar de arbeidsgeneesheer en kruip daarna tegen alle plannen in weer in bed. Verstand op nul. Rusten. Er is niets van me over, denk ik. Ik vind niets van mezelf terug, ik herken mezelf niet meer. Er is alleen nog liggen, slapen, eten, liggen, rusten, eten, uit het raam staren. Ik heb het ‘hier’ wat verborgen, omdat ik geen zin meer heb in reacties als ‘je hebt nu alles en kan je dan niet gelukkig zijn?’, maar er is al zo lang niets meer van me over. Ik ben zo ontzettend ontregeld door de hormonen, door het slaaptekort. Ik weet mijn eigen nummerplaat en telefoonnummer niet meer, om maar wat te zeggen over hoe groot de gaten in mijn hoofd zijn.

Ik heb alles, denk ik, als ik de kippen eten heb gegeven en naar binnen loop. Ik kijk naar het huis waar ik van hou, in de stad waar ik van hou, waar ik woon met de Man en de kinderen waar ik van hou. De rechterbaby stulpt een geheimzinnig lichaamsdeeltje uit. De linkerbaby duwt haar voetjes in mijn maag.

En tegelijkertijd is alles weg. Ik heb geen energie, geen slaap, geen of weinig sociale contacten, geen bezigheden, geen werk, geen lijf meer waarmee ik kan hardlopen of seks hebben of een glas cava drinken. Dat is niet erg, het is tijdelijk. Maar soms zou ik zo graag eens mijn loopschoenen aantrekken en het op een rennen zetten. Of de Man omhelzen zonder dat er een enorme buik in de weg zit en ik alleen al buiten adem ben van mijn armen om hem heen te slaan. Of de kleine zoon op schoot nemen – er is geen schoot meer over. Of ’s avonds de trappen oplopen om de slapende kinderen te zien – elke trap is een soort dolksteek in mijn bekken, als het niet levensnoodzakelijk is blijf ik beneden.

De wereld is zo groot als de slaapkamer. Het is tijdelijk. Nog vijf weken. Als het enigszins kan.

 

30 weken

Intussen ben ik maar liefst 30 weken zwanger van twee baby’s.

Een update in vijf punten.

  1. Fysiek gaat het er niet echt op vooruit. Bekkenpijn, maagzuur, tintelende en verdoofde armen en handen, dikke voeten, een kanjer van een buik, slapeloosheid, eindeloos moe… You name it, ik heb het. (Haha – en dan heb ik nog wat gênante kwalen verzwegen.) De relatie tussen mij en de Man krijgt nieuwe dimensies, als hij mij onhandig helpt met de steunkousen of als hij me in een rolstoel door de IKEA rijdt. Wacht maar, denk ik dan. Hij is vijftien jaar ouder dan ik, dus mijn tijd komt nog wel. (Hoewel hij op zijn gemak nog 20 kilometer gaat lopen, zo tussen soep en patatten in. Maar ik heb geduld.)
  2. Mentaal gaat het er ook niet echt op vooruit. Een dieptepunt? Toen ik huilend in het reuzenrad zat op de kermis. (Don’t ask, ik kan het niet uitleggen. Maar ze hebben het reuzenrad voor mij moeten stil leggen omdat ik er uit wou en daar kan ik nu wel mee lachen – de Man en de kinderen nog niet.) Gisteren nog een dieptepunt. In tranen uitgebarsten omdat ik naar de yoga moest. Keek er al heel de dag tegenop want a. ik zit er voor spek en bonen bij omdat ik letterlijk niets meer kan en b. in het begin doen we altijd een rondje met hoe het gaat, en dan noemt iedereen één kwaaltje en ik heb gewoon alles wat iedereen heeft en dan nog buitenproportioneel en tegelijkertijd. Ik heb geen zin om altijd de zwangerste én de ellendigste te zijn. Dus ik bleef thuis en heb de rest van de avond gehuild. Ik weet dat het flauw is en ook best stom. Ik weet dat het allemaal tijdelijk is en ik weet ook dat er mensen zijn die geen kindjes hebben of hun kindjes verloren zijn, die met gemak willen ruilen. Maar zeven maanden in team nosleep doet wat met je hersenen en de regulering van je emoties. Echt.
  3. Financieel. We hebben mijn JAAR-loon ongeveer uitgegeven aan deze zwangerschap. Dat heeft vooral te maken met de zevenzitter (met massagestoelen, ok, dat had minder gekund – blame it on the Man). Maar jeetje, alles in tweevoud telt behoorlijk op. Bedjes, tweelingwieg, tweelingbuggy, stoeltjes, maxi cosi’s, isofix-systemen, … Ik doe mijn best om dingen tweedehands te zoeken en kopen, maar zelfs een vijf jaar oude bugaboo die lang gebruikt is, kost nog 1000 euro. Anyway. Ik mag niet klagen want we hebben niet echt iets te kort, maar mijn rekening is geslonken (laten we zeggen dat ik wat geld opzij had staan en dat daar een vierde van over is – gelukkig moest ik de auto niet betalen). Ik heb ook een soort weerzin gekregen tegen babywinkels en dingen kopen. Er is alsof iedereen in de sector getraind is in bangmakerij-van-de-toekomstige-moeder, want als je niet het duurste koopt van alles, gaat je kind zeker stikken/omkomen in een auto-ongeval/ongelukkig zijn/elke dag huilen/… Het hoogtepunt vond ik de trut (sorry!) van Babypark die het onverantwoord vond om de Bugaboo te kopen voor de baby’s, want die gaat daar uit het assortiment. Ik zei dat het mij een gerust gevoel gaf als de baby’s naast elkaar liggen zodat ik ze allebei kan zien en ik er niet één onderin achteraan moet leggen. Ik zei ook dat tweelingen wat meer risico hebben op wiegendood en dat ik daarom nogal graag dus beide kindjes in het zicht houd bij de lange wandelingen die ik binnenkort uiteraard ga maken (kuch). Begon ze hoog en laag te beweren dat het onzin was en dat tweelingen geen verhoogd risico hebben (goed dat ze meer weet dan mijn gyn) en dat een kind zeker stikt in een bugaboo omwille van de gebrekkige circulatie. Bovendien zou ik JARENLANG niet meer in een Kruidvat binnen kunnen. (Daar ben ik overigens als JARENLANG niet binnen geweest, dus ja.) ZUCHT. We hebben een bugaboo gekocht. Via markplaats. Zalzeleren. Hoorde trouwens van een andere tweelingmoeder dat de buggy waarbij ze achter elkaar zitten een grote draaicirkel heeft waardoor je in het Kruidvat alsnog alles van de rekken rijdt. Dus. Alleen jammer dat de bugaboo de volledige gang van onze stadswoning blokkeert. Ik verzin er nog wel iets op, als mijn hersenen weer werken.
  4. Bevallen. Noeste voorbereidingen met de bevalcoach. Ik weet dat het belangrijk is dat het goed zal gaan, dat er goed met mij gecommuniceerd wordt en dat er geen dingen gebeuren zonder mijn toestemming. De angst slinkt wel met de minuut. Ik zal blij zijn als het eindelijk zo ver is, denk ik nu, en ik deze periode met enige mentale en fysieke uitdagingen achter me kan laten. Ik ga er een beetje vanuit dat ik nog zes tot zeven weken zwanger zal zijn, omdat op dit moment niets wijst op een vroeggeboorte. Ik weet dat ik erg lucky ben, en ik denk vaak aan de andere tweelingmama’s die ik ken, die met dertig weken hun dagen al in een ziekenhuisbed sleten.
  5. To do. De babykamer inrichten. (Uiteraard komen ze gewoon op onze kamer te liggen, maar we richten een kamer in met bedjes, een logeerbed voor de Man als ze het te bont maken ’s nachts – of als wij wakker liggen van zijn gesnurk – en alle babyspullen). Bagage nemen voor iedereen. Maxi cosi’s en isofixen kopen. Adressenlijsten maken EN geboortekaartjes. En volhouden.

 

Another day at the hospital

Ik ben nog steeds zeer tevreden met het ziekenhuis waar ik nu begeleid word. Gelukkig maar, want ik breng er relatief veel tijd door.

Laatst was het weer zo ver. Echo’s (beide dames wegen rond de 1300 gram! Iedereen happy! Ze zitten op het niveau van een goede eenling, beiden), gesprekken, bloedname en … een afspraak met de bevalcoach.

Ik heb erg getwijfeld om een doula mee te nemen naar de bevalling. Via via had ik een doula ontmoet die niet alleen om de hoek woont maar OOK nog Vlaams is. Ik vond haar traject van enkele afspraken hier thuis (met de Man) voor de bevalling, en ook na de bevalling een kraambedmassage en nagesprek, best goed klinken. De Man heeft het niet met zo veel woorden gezegd, maar vond het een beetje luxe met een prijskaartje van rond de 1000 euro aan. In het ziekenhuis reikten ze me het alternatief aan: hun eigen bevalcoach.

Die ik dus eerst uitgebreid telefonisch gesproken heb. En gisteren was het tijd om bij haar langs te gaan. We bespraken eerst mijn eerdere ervaringen en angsten, en toen nam ze er een kaartenset bij met foto’s van een vrouw in allerlei posities in arbeid en bevallend. Het was een heel goede set, jammer genoeg wel hetero-normatief (de vrouw werd bijgestaan door een man), maar bon. Ik kreeg instant klamme handen en een razend hart van de vrouw op haar rug met benen in de beugels bevallend. We hebben het over wenselijke houdingen gehad, de mogelijkheid om een baarkruk te gebruiken en een soort alternatief gehurkt op bed. Het bed staat daarbij rechtop waardoor je op de achterkant kan leunen met je armen en kan hurken met de rug naar de aanwezigen. Mijn bedenking dat je nogal frontaal met je billen in het zicht zit in die situatie, dat de Man dat niet mag zien en mijn angst voor stoelgang-situaties werden gewoon even nuchter meegenomen in het gesprek (leve de warme washandjes en de Man mag netjes achter mijn hoofdeinde gaan staan, kan ik het zien als hij flauw valt :)).
We besloten de sessie die meer dan twee uur duurde, met het bekijken van een filmpje van een bevalling. De vrouw in het filmpje gaf aanvankelijk aan zich erg oncomfortabel te voelen op haar zij. De tranen stroomden over mijn wangen – wat confronterend om iemand in barensnood te zien. Ze werd geholpen te hurken en baarde toen vrij rustig haar kind, waarbij het hoofdje minutenlang al uitgedreven was, voor ze met de volgende wee (en dus zonder inscheuren) het lijfje baarde. Janken.

Ik was er best van ontdaan. 

Volgende keer gaan we in de verloskamer houdingen oefenen, het bevalplan verder afwerken en de Man moet na zijn werk aansluiten en ook naar de foto’s kijken. De bevalcoach gaat hem uitleggen welke processen er spelen, waardoor verbale communicatie bijvoorbeeld weinig zin heeft in een bepaalde fase.

Ik was erg te spreken over haar nuchtere benadering en het concrete van de voorbereiding. Ze was ook erg eerlijk over de voor- en nadelen van bepaalde keuzes en de mogelijkheid dat ik naar een ander ziekenhuis moet gebracht worden als de verloskamers daar bezet zijn.

Wat een beetje blijft hangen, is het rauwe van het bevallen. Het is best een klus waarbij je tot een bepaald instinctief niveau gaat. Het is zo ‘oer’ en ik realiseerde me weer even dat het met twee baby’s en deze onhandige enorme buik wel erg intens gaat zijn. Wat me anderzijds wel moed geeft, is de mogelijkheid het zo natuurlijk mogelijk te doen. Zo kreeg ik te horen dat ik na de eerste baby een uur tijd heb (als alles goed gaat) om spontaan weer in arbeid te gaan voor de tweede, waarbij ik bv door middel van borstvoeding geven aan de eerste de situatie wat kan stimuleren. Niet noodzakelijk oxytocine-injecties en stress dus. (Ik vrees alleen dat mijn zin een beetje over gaat zijn na de eerste, maar goed.)

Wordt vervolgd. Ik wou stiekem dat we al acht weken verder waren en het zo ver was. Kijk ergens wel uit naar de ervaring maar wil het natuurlijk ook graag achter de rug hebben :).