2015!

proost 2015

2014 heeft me nederig gemaakt. Ik stond aan het begin ervan, met een Baby in mijn armen, een Kleuter naast me, en een Man. Nu is de Kleuter nog steeds een Kleuter, de Baby een peuter en de Man is weg. Alles is door elkaar geschud. Alle verdiepingen onder de bodem. Klimmen, en terug vallen. Klimmen en terug vallen. Maar kijk, hier sta ik nog steeds. Aan het begin van een nieuw jaar.

Ik wil uiteraard allerlei voornemens maken, dat ligt in mijn aard. Maar ik durf niet. Het leven heeft me geleerd dat er soms niet zo veel te sturen is, dat het soms maar meedeinen is op de golven.

Door het schrijven, hier, mocht ik heel veel lieve reacties ontvangen. En kwam ik ook in contact met de binnenkant van een aantal mensen. Mensen die me vertelden over een verlangen, over een hoop, over een verdriet, over een strubbeling, in de soms ogenschijnlijk zo perfecte levens. Dat heeft me veel geleerd en mijn hart gaat uit naar al die lieve mensen. Schrijven, gelezen worden, contact hebben doorheen dit proces, is wat mij betreft de winst van 2014.

Ik wens iedereen voor 2015 alle goeds en liefs. Moge het een jaar zijn waarin je positief verrast wordt door het leven.

Ik wens mezelf voor 2015 groei, en ik neem dan ook de beslissing om een jaar te nemen om onder begeleiding aan mezelf te werken. Het traject waar ik voor kies is geen klassiek psychologisch begeleidingsproces, maar een eerder holistische aanpak. Ik weet dat het pijn gaat doen, dat ik dingen ga zien die ik liever niet zie, dat het ook geld gaat kosten, dat ik 100 keer ga denken dat ik er beter mee stop, dat ik mijn ogen ga willen sluiten, dat ik in verzet zal gaan. Hopelijk kan ik door zetten en krijgt dat akelige 2014 op die manier een waardevolle betekenis. Dat het het begin van een verandering is geweest, die ten goede keert. Het lijkt me een heel goed moment om te investeren in mezelf nu, en te groeien. Zodat ik 2016 in ga, en een paar verdiepingen boven die bodem ben opgeklommen.

Wat ik in 2014 laat? Dirk. Dag Dirk. Ik wacht niet meer op je terugkeer, ik laat je los en sta wat onverschillig ten opzichte van je nu. Dat is een pak beter voor me, ik had de knop al vroeger moeten omzetten. Ik zie nu in dat je aan geen enkele van mijn verwachtingen kon en wou voldoen. Dat je geen verantwoordelijkheid kon nemen, geen reden kon geven voor je vertrek, dat je zelfs niet de verantwoordelijkheid kon nemen om je spullen hier – volgens afspraak – voor het einde van het jaar weg te halen. Eigenlijk zou ik medelijden met je kunnen hebben, want wat ik zie is miezerig. Een man van veertig, die weg loopt van alles, zich voor doet als heel wat, en het echte leven niet aan kan. Ik wens je goeds voor je verdere pad, dat het mijne nog zal kruisen omdat je de ‘papa’ bent, maar tussen ons is het klaar. Ik ben klaar met je. Dag Dirk.

Zo. Ik hou het klein vanavond, wegens heel erg oververmoeid, wegens heel veel slechte Zoonnachten.
Maar ik zal het glas heffen. Op groei. Op 2015.

Alle goeds voor jullie. Licht & Liefde!
P.

Advertenties

Prinses blikt twee jaar terug

feeling for two

Het is twee jaar geleden. Het was de dag van Kerstavond.

Dirk kwam thuis, na anderhalve week weg geweest te zijn. Waarom kan ik me niet meer herinneren. Omdat het zo ging tussen ons. Dagenlang zwijgen, verdwijnen. Pogingen tot contact van mijn kant. Geen reactie van zijn kant. Uiteindelijk was hij daar weer. Net op tijd voor Kerst, en omdat het Kerst was en ik intussen weer eens in zak en as zat, was ik alleen maar blij dat hij er weer was.

Ik fietste naar de stad, want er moesten last minute nog cadeautjes gekocht worden. In de Hema nam ik een zwangerschapstest mee, want ik was al vijf dagen over tijd. Zou wel van de spanning zijn, niets aan de hand.

Eenmaal thuis deed ik de test in de badkamer. Ik gaf het stickje aan Dirk. Te spannend.
Moet je nou eens wat zien?‘ vroeg hij. Ik schrok me een hoedje. Dat was het begin van Babyzoon-Kerstgeschenk. Nou ja, het begin van Babyzoon was drie weken eerder, maar daarover ga ik niet in detail :).

Er tuimelden zo veel gedachten door me heen. Nog een kindje! Maar nu? En met Dirk? Blijft hij wel bij me? Kan ik deze zwangerschap verdragen? Hoe moet het met mijn werk? Wow, een baby! … Dirk was zo innig tevreden, dat ik die zeurende ongerustheid opzij schoof en er in probeerde geloven.

Tijdens mijn zwangerschap ging hij twee keer ‘serieus’ weg van mij. Met ‘serieus’ bedoel ik dat hij zijn spullen meenam en een tijdje weg bleef. Er waren ook wat minder serieuze pogingen. U denkt nu vast dat ik een onmens ben, onuitstaanbaar, niet mee te leven.

Ik droeg Babyzoon negen maanden. 40 weken. Er ging geen dag voorbij zonder pijn, misselijkheid of allesverlammende vermoeidheid. Op het einde van de zomer baarde ik hem, een lief jongetje van vier kilo, die onmiddellijk tevreden aan mijn borst lag. Het is goed, wist ik. Het is goed, met dit jongetje.

En Dirk was weer eens innig tevreden. En trots. Maar daarna begon het weer, het weg gaan.
Tot die dag in april, toen hij definitief vertrok.

Twee jaar. Zot wat er op die tijd allemaal kan gebeuren. De ups, de downs. Een kind dragen, een kind baren, een kind koesteren. Voor een relatie vechten, afscheid nemen, rouwen.

Stilaan kom ik er boven op. Ik heb wat meer energie, denk wat nuchterder, verlang niet meer terug naar Dirk. Ik durf nog steeds geen hoera te roepen, en er amper in te geloven. Maar het lijkt er op dat ik een stapje vooruit heb gezet.

En door een stapje vooruit te zetten, kijk ik reikhalzend uit naar de komende tijd. Naar 2015. Naar 2016. Naar al de dagen, de weken, de maanden die volgen. Wie weet wat gebeurt er, op al die tijd.

Prinses is arrogant

Husbie

Ok, ik geef het toe. Ik heb een aantal problemen door het alleenstaande-moederschap, die opgelost zouden kunnen zijn als ik een nieuwe relatie zou hebben. Dan zou ik de rekeningen op termijn niet meer alleen moeten betalen, dan zou ik niet meer alleen zijn en wat minder geïsoleerd, dan zou ik misschien iets meer tijd voor mezelf hebben (verondersteld dat die nieuwe partner een jeugdbewegingsverleden heeft en mijn twee jongens aan kan), dan zou ik nog een kindje of twee (twee! twee! twee! drie! drie! drie!) kunnen krijgen als die nieuwe partner dat ook wil, dan zou ik de vuilniszakken niet meer buiten moeten zetten en ook de rest van het huishouden niet meer alleen moeten doen (want ja, ik zou deze keer een goede keuze maken, een nieuwe man zeg maar), en dan zou er ook weer toegang zijn tot het niet te versmaden domein van liefde en affectie (ja, met dat laatste bedoel ik o.a. seks).

Nou.

Maar dat, dames en heren, betekent niet dat ik om het even welke man zou nemen.

En gek genoeg lijkt iedereen dat nu wel aan te nemen. Dat ik dat maar zou moeten doen.

Voorbeelden? Lees vooral verder.

Verrast in bed
door Man 1

Dat dacht hij blijkbaar ook, toen hij twee weken geleden er maar even van uit ging dat ik er op lag te wachten dat hij een keer bij mij in bed zou kruipen.

Man 1 is al jaar en dag een goede vriend. We hebben samen gestudeerd, we zijn elkaar doorheen de jaren nooit uit het oog verloren, het is altijd erg gezellig als we samen zijn, het voelt erg vertrouwd, hij is hier ‘thuis’, zet bijvoorbeeld koffie in mijn keuken en doet zijn schoenen uit alvorens hij onder een dekentje op mijn bank gaat zitten. We hebben een gemeenschappelijke vriendenkring, gemeenschappelijke interesses, hij heeft een rijbewijs én een baan, hij kan met mijn kinderen omgaan, we zijn beiden single. Kortom: het zou ideaal zijn.
Dat dacht hij blijkbaar ook, toen hij twee weken geleden er maar even van uit ging dat ik er op lag te wachten dat hij een keer bij mij in bed zou kruipen. Ik ben tegen het plafond gegaan van de schrik en de stress. ‘Neen! Neen!’ Dat riep ik. En ik mompelde er iets bij over te veel verdriet, en er niet aan toe zijn.
Toen ik even later alleen met een luid bonzend hart in bed lag en uiteraard van de stress niet meer kon slapen, voegde ik daar voor mezelf aan toe dat ik ook gewoon niet verliefd ben op Man 1. Dat is erg jammer, en vast ook heel stom en onlogisch, maar zo is het. Er zijn ook dingen aan hem die ik persoonlijk niet zo goed zie zitten in een relatie, en ik vind hem fysiek niet aantrekkelijk. Hij is een beetje de anti-Dirk op fysiek gebied. En ook al deugde Dirk niet erg, ik vond hem erg aantrekkelijk.

Blij zijn met wat je kan krijgen
Of niet?

Toen ik het er met een gemeenschappelijke vriendin over had, snoof ze verontwaardigd. Ik hoorde haar denken dat ik arrogant ben, dat ik niet bepaald de luxe van het kiezen heb met die twee schaapkes van mij, en met mijn berg problemen. Dat ik al blij mag zijn dat er iemand geïnteresseerd is, en dat die 25 kilo overgewicht toch relatief zijn. Of desnoods weggewerkt kunnen worden. (Bij iemand die elke gezonde schotel van mij overgiet met olie? I don’t think so.)

Ik weet het, ik weet het. Het komt heel slecht uit, want (ongeveer) al mijn problemen zouden in één klap opgelost zijn als ik wel verliefd zou kunnen zijn, en als we een relatie zouden kunnen beginnen. Man 1 is ook werkelijk een heel lieve en goedhartige man. Maar niet de mijne. Mi scusi!

Gefrustreerde echtgenoot tast af
Over Man 2 – no way

Is er een mogelijkheid dat hij rechtstreeks van de nieuwbouwvilla naar mijn nederige huurhuisje kan verkassen?

Man 2 tenslotte (ja, hoor, meer opties zijn er voorlopig niet). Man 2 bevindt zich in een wat je zou kunnen noemen, ongelukkige relatie. Doch, hij is getrouwd, woont in een grote nieuwbouw, hij en zijn vrouw hebben drie kleine kinderen samen. Hij klaagt steen en been over zijn vrouw, en hun verzuurde relatie. Verder maakt hij ook vrij subtiele, en soms wat minder subtiele avances. En stuurt hij me van die erg emotionele plakkerige mails. Alles samen is het duidelijk dat hij wacht op een soort signaal. Vinden zijn avances ingang? Is er een mogelijkheid dat hij rechtstreeks van de nieuwbouwvilla naar mijn nederige huurhuisje kan verkassen? Als hij dat signaal krijgt, is hij waarschijnlijk weg. Uit die nieuwbouwvilla bedoel ik. En dan is dit huis terug bemand.
Alleen… Denkt die nu écht dat ik daar op zit te wachten (*lichte hysterische toon*)? Dat ik wacht op een ontevreden getrouwde man die de liefde die kwijt is in zijn huwelijk, wat uiteraard volledig op het conto van zijn vrouw te schrijven is, ergens anders wil zoeken, en dan – o ja, makkelijk! – liefst even bij een alleenstaande moeder die toch zit te smachten naar een man, om het even welke?
Het antwoord is, waarschijnlijk tot zijn grote verbazing want hij vindt dat ik het groot lot heb gewonnen met zijn mogelijke komst, ‘nee’. Neen dus. Zelfs zonder overgewicht en olie in dit geval, ben ik niet verliefd. En zelfs al was ik het, dan zou ik hopen dat ik zo verstandig zou zijn om niets met een ontevreden getrouwde man te beginnen. Want het duurt vast geen vijf jaar vooraleer hij een weg uit zijn nieuwe liefdeloze relatie wil zoeken, uiteraard allemaal mijn schuld, in de armen van de volgende.

(Un)happy single

Uiteraard zou ik liever niet alleen zijn. Maar ik weet ook dat ik nog niet toe ben aan een nieuwe relatie. Ik heb nog te veel werk met mezelf. In evenwicht komen, de situatie met Dirk een plaats geven, werken aan mezelf zodat ik nooit meer in een destructieve relatie verzeild geraak.

Ik weet ook dat het een moeilijke evenwichtsoefening zou worden, een partner die ergens in dit plaatje past. Dit plaatje waar kindervingertjes op staan, dat behoorlijk vol zit. En dan wil ik ook heel graag in zijn plaatje passen, wat ook niet vanzelfsprekend is. Ik wil ook niet meer gaan voor minder dan goed. Ik ben de naïviteit voorbij dat iemand wel kan veranderen, als je elkaar maar graag genoeg ziet. Dus dat het écht geen probleem is dat iemand niet wil werken, schimmel op zijn aanrecht heeft of bij ruzies er in slaagt vijf dagen lang zijn mond niet meer open te doen.

Soms vraag ik me af of het ooit nog zal gebeuren. En hoe. Hoe ik iemand leer kennen, met dit kleine doch propvolle leventje. Met al die zorgen, al die moeite om de dingen rond te krijgen, al die vermoeidheid, al die energie die naar de kindjes gaat. Er is niet bepaald veel lucht in dit leven, veel vrolijks, veel leuks. Ik zou er eerlijk gezegd ook niet voor gaan, als ik mocht kiezen.

En toch. En toch zou het wel nog eens mogen gebeuren. De eerste stap ken ik, geloof ik, al: een happy single proberen worden.

Leeg, leger, leegst

Ik doe heel erg mijn best. Om het beter te laten gaan.

Dat houdt in dat ik afstand heb genomen van Dirk. Ik merkte dat dat me meteen een klein beetje extra energie opleverde, want het is heel vermoeiend verwachtingen te koesteren van iemand die geen enkele verwachting wil en kan inlossen. Het is ook vermoeiend om antwoorden te verwachten van iemand die de vragen niet wil horen.

Maar intussen is het vakantie. En ik ploeter me door de dagen, tel elke dag de uren af tot de kinderen in bed liggen, voel me leeg, leger, leegst, van het schipperen tussen een peuter en een kleuter, van het proberen aanbieden van leuke activiteiten, van het combineren van huishouden en zorg, van het proberen voorkomen van allerlei rampen (vingers in stopcontacten, aan tafelkleden van gedekte tafels trekken, die dingen), van de moed er proberen inhouden, van voelen dat ik niet meer kan en toch nog moet, van ’s avonds tijdens het avondritueel zo uitgeput te zijn dat ik denk te moeten braken, en preventief het wc-deksel maar naar boven te doen, waarna Babyzoon de volledige toiletrol en drie duploblokken in de wc gooit op minder dan een seconde tijd.

Zo moe.

En eerlijk? Dagen met twee kleine kinderen zijn niet leuk. Niet als ze genoeg in leeftijd verschillen om weinig te kunnen verzinnen waar je ze tegelijk mee kan bezig houden. Niet als je niet naar buiten kan omdat het te koud is. Niet als je niet kan rijden en in een dorp woont waar zelfs geen bakker meer is. Niet als je je geïsoleerd voelt en zelfs niet kan bedenken wie je zou kunnen opbellen om hulp te vragen. Niet als je geen geld hebt voor leuke uitstapjes naar de zoo, die vrienden voorstellen. Niet als je de cadeau gekregen rampzalig grote tv niet eens aangesloten krijgt aan de cadeau gekregen dvd-speler, waardoor je de kleuter niet even voor een film kan parkeren. Niet als vrienden waar je afspraken mee maakt afbellen omdat het sneeuwt. Niet als geen enkele babysit beschikbaar is (ik weet niet eens waar ik naar toe zou gaan, desnoods ga ik twee uur in mijn auto zitten, maar ik wil gewoon even gerust gelaten worden).
Eerlijk? Ik verveel me dood, met die kleuterspelletjes en babyboekjes. Ik vind er weinig aan. Ik ben dol op mijn kinderen, maar dit soort dagen zijn verschrikkelijk. Zeker omdat Babyzoon weer een totaal verstoord slaappatroon heeft, en ik de laatste tijd aan nog maximum 3 uren per nacht slaap kom.

Leegst, dus.

Update: ik smste een buurvrouw. Of ze even koffie wou komen drinken? Ze begreep de hint. Vrouwen onder elkaar I guess. Ik kon even de keukendeur sluiten tijdens het koken, terwijl zij het nadoen van dierengeluiden en het aanmoedigen van Kleuterzoon op zich nam.

Prinses is apetrots op Babyzoon

Babyzoon en ik, wij verstaan elkaar.

Toen hij nog ini-mini was, moest hij nog geen kikje geven. Mijn borsten begonnen te druppelen net voor hij wakker werd en op zoek ging, naar zoete melk en warme moeder.

Later, toen hij zich langzaam aan wat meer op de wereld richtte en wat minder op de inhoud van mijn voedingsbh, hadden we vaak aan een blik genoeg. Als we iemand tegen kwamen, scande hij mijn gedrag om te weten of hij zich op zijn gemak mocht voelen en zijn liefste glimlach kon boven halen.

Ik genoot daarvan, van dat elkaar aanvoelen zonder woorden. Van weten wat er in iemand omgaat, zomaar, vanzelf. Van afgestemd zijn op iemand. Van instinct. Als ik nog naar een kindje verlang, verlang ik heel sterk naar die fase. Eén zijn met zo’n hummel, en dat alles dan zomaar vanzelf gaat. Gewoon bij elkaar horen, aaaarrghl.

Intussen zijn we een fase verder. En al heb ik het allemaal al een keer meegemaakt met Kleuterzoon, ik sta dagelijks perplex.

Babyzoon begrijpt namelijk wat ik zeg, en voert opdrachtjes uit die ik geef. Dat heb ik per ongeluk ontdekt. De opdrachtjes situeren zich nogal in de opruimsfeer, zoals deze: ‘Doe de kast dicht’, ‘leg het boekje in de kast’ en ‘raap de blokjes op’. Dat doet hij dan feilloos, als hij zin heeft. En ik? Ik zit er naar te kijken al betrof het het achtste wereldwonder.

Hij heeft eveneens een beperkte woordenschat opgebouwd, van maar liefst drie woordjes: bu (voor bus), boe (voor boek) en kijk (voor kijk). Dat gaan we verder uitbreiden, maar tot nu toe ben ik daar content mee. Vooral omdat zijn eerste woordje ‘boe’ was. Het wordt een slim kind, denk ik dan.

En ten slotte: de opdrachtjes zijn wederzijds. Babyzoon neemt initiatieven, komt me van de bank halen om me mee te trekken en dingen te tonen, wijst met een vingertje naar wat hij wil, en komt een boek op mijn schoot leggen, waarna hij er bij probeert te kruipen, van zodra ik een seconde zit. Dan is hij hieperdepiepertevreden, terwijl ik dierengeluiden imiteer, en naar honden, poezen, beren en hanen wijs.

En zoals alleen moeders dat kunnen, blink ik van trots. Om een relatief onnozele, logische en normale ontwikkeling, van mijn kind :).

Prinses vraagt lichtjes

Tussen het dekken van een feesttafeltje (ik krijg een beetje bezoek) en het klaarleggen van een jurkje dat ik vanavond ga aandoen, was ik aan het nadenken.

Kaarsje

Hier wordt het Kerstfeest in alle opzichten ‘anders’ dan andere jaren. Maar het is ok. Ik heb lieve vrienden die komen, ik probeer zo relax mogelijk een zo plantaardig mogelijk kerstmenuutje te maken, en tot mijn grote verbazing ben ik er al in geslaagd te stofzuigen.

De laatste dagen zijn me wat verhalen ter ore gekomen van mensen voor wie Kerst ook anders zal zijn dan anders. Een erg jonge vriendin die eergisteren geopereerd is voor borstkanker. Een vrouw die haar pasgeboren kindje verloren is. Een vriend wiens relatie op springen staat.

En de laatste maanden heb ik verschillende mailtjes gekregen, van mensen die een stukje van hun verhaal met me wilden delen, als reactie op mijn verhaal. Mensen met verlangens en verdriet, mensen die moedig doorploeteren maar erg moe zijn, mensen die een grote pijn een plekje hebben kunnen geven maar toch nog steeds wat ‘anders’ verder leven.

Vanavond vraag ik mijn bezoek, voor het eten, even stil te zijn en om de beurt een kaarsje aan te steken. Een lichtje, voor iemand die het kan gebruiken.
Doen jullie mee? Het zou mooi zijn als er vanavond op vele plekken lichtjes aangestoken werden, voor mensen voor wie kerst ‘anders’ zal zijn.

Tijd

Dagen voor alles en niets
Prinses moddert wat aan

Toen ik recent ontdekte dat ik een aantal vakantieuren was vergeten opnemen, en toch al opvang had geregeld voor deze dagen voor de kindjes, besloot ik vrij te nemen en de opvang te houden.

Wat ik gisteren heb gedaan, kan ik me met moeite herinneren. Euhm, even kijken. Een boodschappenlijstje gemaakt, door wat kookboeken gebladerd, een uurtje gestreken en naar een luisterboek geluisterd, rustig geluncht, broccolisoep gemaakt en risotto, een ongestoorde douche genomen. Vandaag heb ik boodschappen gedaan, alles thuis rustig uitgeladen (en daarbij maar liefst drie potjes laten vallen, met uiteraard olie in – wat ik aldus drie keer rustig kon opkuisen – hopelijk brengen scherven geluk, dan zit er wat aan te komen!), diepvriespizza gegeten als ongestoorde lunch, wat rondgeklikt op internet, blogs gelezen, en dan het geweldige cadeautje van Fieke opengemaakt. Nog eens dankjewel, Fieke, voor het boek Grow, eat, share. Het was een écht kerstcadeautje… (Zie: give-away van Fieke)

Geen me-time, geen quality-time, maar rommeltijd!
Rommelen als zeldzame luxe

Het is geen me-time, want ik zit niet te poedelen in pad, bij de kapper, in de sauna of bij de schoonheidsspecialist (ter info: daar zit ik eigenlijk nooit, zelfs de kapper is meer dan een half jaar geleden). Het is geen quality-time, want ik doe niets bijzonders, heb geen uitzonderlijke gesprekken, maak geen prachtige wandeling of heb geen geniaal etentje.

Het zijn gewoon rommeldagen, rommeluren. Dagen waarin je wel wat doet, maar op ’t gemakje, geen haast. Dagen waarin je tijd hebt voor een kopje koffie en een ferrero rocher op de bank. Dagen om wat te mijmeren, wat uit het raam te kijken, wat te verdwalen in gedachten, en vooral innig tevreden te zijn.

Sinds ik kindjes heb, en zeker sinds ik alleen ben met de kinderen, zijn mijn rommeldagen/rommeluurtjes erg beperkt. Er is altijd wat te doen, mijn kinderen lijken heel vaak op twee vandalen die ik in toom moet houden en moet animeren. Er moet gewerkt worden, gepoetst, opgeruimd, gekookt, … En alles liefst zo efficiënt mogelijk.

Nu ik twee rommeldagen heb, merk ik weer eens hoe hard ik dat eigenlijk nodig heb. Dat gevoel van niets te moeten en vanalles doen. Dat gevoel wat rond te scharrelen. Een beetje alleen zijn met mezelf en mijn gedachten. Lekker.

Koesterzonen

Mijn beide zonen zijn op een leeftijd gekomen waarop er dingen uit komen die ik er niet heb in gestopt. En dat zorgt vaak voor ontroerende, hilarische of absurde momenten hier in huis. Tien om te delen.

1. Ik leg het fruit alvast klaar, en draai me om om een bordje, een mesje en een doekje te nemen. Als ik terug aan tafel kom, zit Babyzoon smakelijk een mandarijn te eten, met schil en al.
2. ‘Moeke, kunnen we Babyzoon niet gewoon naar de opvang brengen?’. Kleuterzoon heeft het soms ook even gehad met de kleine vandaal in het weekend.
3. Ik loop door de Hema met Babyzoon, die op mijn arm zit. Er staat dancemuziek op, en Babyzoon knikt met zijn hoofd, op de maat. Dit heeft ie niet van mij.
4. Er komt bezoek en ik verzoek Kleuterzoon een tekening te maken om cadeau te geven. ‘Dat doe ik niet, want die is niet jarig,’ zegt hij. Met een blik vol medelijden omdat ik er niets van snap.
5. We zitten aan tafel. Ik wijs Kleuterzoon terecht omdat hij met zijn handen eet. ‘Niet met je mond vol praten!’ antwoordt hij streng.
6. Als ik Babyzoon terecht wijs omdat hij zijn beker weer heeft omgedraaid en met zijn handjes genoegzaam door de gemorste soep op zijn tafelblad wrijft, springt Kleuterzoon op. ‘Niet doen, moeke, Babyzoon is wel mijn vriend, hé!’. Ik delf het onderspit. Nu al. Auw.
7. Kleuterzoon heeft moeite met gezag. Ik leg hem voor de zoveelste keer uit dat hij niet de baas is van alles, en zeker niet van mij, want dat mijn baas op het werk is, en Tom heet. Hij denkt even na, en deelt me dan mee dat hij dan de baas van Tom is. Baas boven baas!
8. Ik vraag Kleuterzoon of hij een beetje verliefd is op zijn juf. ‘Nee, hoor!’ zegt hij overtuigd. En dan aarzelend: ‘wat is dat, verliefd?’. Ik leg uit dat je verliefd bent als je voelt dat je iemand heel de tijd kusjes wil geven. Hij kijkt op, en zegt dan vol overtuiging en met enige gretigheid: ‘o, jawel dan!’.
9. Babyzoon gaat mee naar de winkel. Hij zit in het karretje, wijst met een lief vingertje naar alles en verorbert met smaak een sandwich. Wat kan dit kind genieten van alles, wat kijkt hij tevreden de wereld in, en wat is hij vol vertrouwen in mij.
10. Ik kijk bij Kleuterzoon, die slaapt met een speelgoedautootje in de hand. Ik kijk bij Babyzoon, die met rode wangetjes en zijn knuffeltje slaapt. Ik kruip in bed, knip het licht uit, en die paar minuten voor de slaap me finaal overvalt, voel ik me de koningin te rijk.

Prinses probeert iets goed te maken

Fieke kondigde een Give-Away aan op haar geweldige blog. Het nieuwe boek van het restaurant Avalon zou cadeau gegeven worden, aan diegene die de fb-pagina van Fieke en van Avalon zou liken, en daarnaast in de comments een favoriet moestuinrecept zou posten.
Ik schreef enthousiast dat ik mee wou doen, zette het plaatsen van een recept op mijn to-do-lijstje.
Zie: Give-away van Fieke .

En toen kreeg Babybroer weer eens een ziekte, deze keer valse kroep, en geraakte hij totaal ontregeld (lees: noch overdag, noch ’s nacht eten en slapen – terwijl ik dit schrijf breekt hij boven zijn bed af).
Dus postte ik geen recept, maar ik – die nooit iets win – ben wel gewonnen! Enerzijds was ik hieperdepieperblij want ik wou het boek heel graag, anderzijds voelt het alsof ik het niet verdiend heb.

Daarom ga ik het goed maken, en post ik hier twee favoriete moestuinreceptjes. Voor Fieke. Met veel dank voor de fijne give-away, en dat ik toch gewonnen ben, ook al heb ik niet netjes meegedaan.

1. Stoofpotje van kikkererwten (jaja!) met snijbiet

Toen Dirk er nog was, hadden we een moestuin. (Mensen die heel graag in een tuin willen werken en er zelf geen hebben, en de opbrengst willen delen, mogen me altijd contacteren. Want ik wil graag terug een moestuintje, maar krijg het niet meer voor elkaar alleen. Regio Leuven.) De opbrengst was niet zo formidabel, maar ik kon de bestelling bij het voedselteam wekelijks wel halveren, omdat er een bescheiden aantal groenten uit de tuin kwamen.

Wat niet bescheiden uit de tuin kwam, maar in grote getale tot het onze oren uit kwam, was snijbiet, alsook warmoes geheten. De zomer van 2013 was ik hoogzwanger en creatief met warmoes, en het stoofpotje van warmoes met kikkererwten was een favoriet, toen ik de rest al beu was.

Je hebt een blikje kikkererwten nodig (of zelf geweekte), ui, olijfolie, warmoes, look, komijn, curry, zout, peper en feta. (Je kan ook de feta weglaten als je het vegan wil maken, of de feta weg laten en als bijgerechtje schijfjes halloumi bakken en lekker kruiden.)

Het is heel eenvoudig: ui en look in olijfolie bakken, op een laag vuurtje. Daar een flinke schep komijn en curry bij doen, liefst niet uit de supermarkt maar van bij de Indiër ofzo. Tijdens het zachtjes bakken van ui en look, snijd je de (gewassen) snijbiet/warmoes in reepjes. Je voegt eerst de kikkererwten toe aan het gerechtje, die zich te goed doen aan de kruidige olie, en tenslotte de snijbiet die je nog eens drie à vier minuutjes laat meebakken. Nog even bijkruiden met zout en peper, en klaar!
Als je het serveert, kan je er nog feta over heen kruimelen, of je kan gaan voor de halloumi-variant. Lekker met brood, naan of rijst.

2. Pompoensoep met peer

Een groente die zelfs in onze moestuin niet kon mislukken, is pompoen. Ik ben er dol op, en ook nu staat er pompoensoep te pruttelen op het vuur, waarvan ik graag het receptje deel.

Ik had een reuzepompoen, waar ik 1/4 van kwijt geraakt ben aan een vriendin. Het tweede vierde heb ik vandaag in stukjes gesneden en in de oven gedaan, 35 minuten laten bakken op 200°, met een beetje olijfolie besprenkeld.

Toen de pompoen uit de oven kwam, was het makkelijk om de schil er van af te halen. Vervolgens heb ik op een zacht vuurtje met de nodige tijd ui en look laten fruiten (leve Dorien Knockaert en haar pleidooi om ui de tijd te geven!). De stukjes pompoen gingen erbij, en vervolgens ook twee peertjes, geschild en in stukjes, en uiteraard water.

Ik gebruik groentebouillonstukjes (altijd ééntje meer dan nodig volgens de verpakking) en heb het geheel laten koken, tot de pompoen zacht was. De soep is gemixt, en dadelijk bij om te serveren, heb ik wat korstjes gebakken van oud brood (leve de tips van Dorien Knockaert op Jonge sla tegen voedselverspilling), en ik voeg wat verse tijm toe. Wat zout en vers gemalen peper maken het af, lekker herfsteten met herinneringen aan een vervlogen moestuin.

Dankjewel, Fieke, nogmaals. En heb ik het zo een beetje goed gemaakt?