Over wat er niet op het lijstje staat

Het is woensdagochtend. Kwart voor 9.
Naast mij ligt een to do-lijstje.

Er staan 10 items op. Daarvan heb ik er al 5 afgestreept, tussen half 6 en half 8 vanochtend.

Ik kom terug op kantoor, nadat ik thuis gedoucht heb, ontbijt gemaakt, een appel en een peer heb geschild, kleding voor iedereen heb genomen, de jongste zoon naar zijn drie kwartier remedial teaching gebracht.
Ik heb een machine was ingestoken en de droger aangezet.
Ik heb zoenen en knuffels gegeven.
Ik heb mijn eigen ontbijt in een bakje gekieperd om het tussen de bedrijven door op te eten.
Ik heb afgestemd met de poetshulp (er is een nieuwe kat en ze mag niet ontsnappen) en met de oppas.
Ik heb bijgepraat met een vriendin tijdens het wandelingetje van en naar school.

Ik kom op kantoor en het is kwart voor 9 en ik heb er al een dag op zitten.
Ik kijk naar mijn lijstje en ik vind het belachelijk. Die tien items.
Het echte lijstje van wat we op een dag doen, bevat volgens mij 300 items.

Dat.

Ik denk al een tijdje dat het rustiger gaat worden.
En dan valt er telkens weer een deadline uit de kast.
Ik heb de laatste tijd zo hard gewerkt.
En ik ben ervan geschrokken dat ik maar liefst twee keer iets totaal uit het oog verloren ben.

Ik markeer een punt en zeg: ‘vanaf dan wordt het rustiger’.
Maar als ik daar ben, dan zie ik pas wat ik vergeten ben, en dan pep ik me op voor nog een rondje druk.

Dat.

P.s. Ik maakte wel elke weekdag een Tiny Podcast. Die van gisteren wil ik graag even tippen. Jaren geleden belde ik in een donkere en angstige nacht naar Tele-Onthaal. De voorbije week mocht ik de coördinator van Tele-Onthaal interviewen, en dat raakte me erg. Die afstand tussen die ene nacht en hoe het vandaag is. Je kan hier luisteren.

Over energie, zelftwijfel en waar ik naar toe wil

Een tijdje geleden vroeg iemand of ze me mocht interviewen in het kader van een loopbaanoriëntatiegesprek. Ik vond het een bijzondere ervaring. Meestal ben ik immers degene die interviewt. Geïnterviewd worden maakt dat een aantal dingen die je wel weet over jezelf, plots in woorden zitten en daarmee meer helder en afgebakend zijn. Ik deel graag een stukje uit het interview.

Wat geeft jou zoveel energie dat je zo vroeg kunt opstaan, lange dagen kunt maken, en werk en 4 kinderen kunt combineren?

Grappige vraag :). Ik heb het gevoel dat ik al heel mijn leven veel te weinig energie heb. Dat ik meer dan een gemiddeld mens moe ben en rust nodig heb.

Maar als je het zo bekijkt dan heb ik sinds ik zelfstandige ben inderdaad meer energie. En dat heeft te maken met het creëren van mijn eigen omstandigheden. Ik hoef geen vergaderingen uit te zitten die vooral draaien om de profileringsdrang van een informeel leider. Ik zit niet meer in een kantoortuin waar ik door alle prikkels om me heen amper een vijfde kon doen op een dag van wat ik nu doe. Ik maak mijn eigen keuzes. Ik ben introvert en ik breng tijd alleen door: tijd om te schrijven, dingen te bedenken, … En dat levert alleen maar veel energie op. Ik doe nu meer dingen die me energie geven op een manier die me geen energie kost.

Hoe ga je om met zelftwijfel, bijvoorbeeld in een creatief proces?

Ik ervaar dat als extreem pijnlijk. Eerst is er de flow van iets maken, iets creëren. Met die energie kan ik het in de wereld zetten. En dan is het plots out in the open, en twijfel ik aan wat ik gedaan heb. Voel ik me stom, schaam ik me, denk ik dat niemand er op zit te wachten. Dat ging bijvoorbeeld zo bij de Tiny Podcast, waarin ik elke weekdag een gedachte deel. Op een bepaald moment was ik echt kapot van zelftwijfel. Wat had ik nu weer gedaan?
Dan komt er een fase waarin ik me heel erg ga richten op prikkels van buitenaf: hoeveel luisteraars zijn er? Laten ze reacties achter? Tot ik daar bijna gek van word en me herinner dat het me daar nooit om te doen was. In het geval van de Podcast wou ik graag iets maken, iets  in de wereld zetten. Mijn doel was nooit een bepaald aantal luisteraars bereiken.

Dan komt het besef dat het voor mij dus al ‘geslaagd’ is. Dat het work in progress mag zijn. Dat ik er van mezelf in mag groeien. Dat dat ook is wat ik mijn studenten zeg. Dan wordt het rustiger in mijn hoofd en ontspan ik meer. En gek genoeg beginnen er dan leuke reacties binnen te druppelen die bevestigen dat de Podcast voor sommigen een meerwaarde is. Dat raakt me dan, maar ik ben er niet meer afhankelijk van. 

Ik denk dat zelftwijfel ook een functie heeft maar dat je moet proberen je er niet door te laten verlammen. Iets maken, iets in de wereld zetten, zoals een bedrijf, een cursus, een podcast, een tekst, is altijd akelig kwetsbaar. Daar kom ik niet onderuit. Ik groei in me manifesteren, in van mezelf mogen besluiten dat ik er mag zijn en dat ik dingen mag maken en delen. Een mooi voorbeeld daarvan is dat ik in het begin van de Tiny Podcast snel praatte en vaak afklokte op 7 minuten of minder. Een vriendin sprak me aan en herinnerde me dat de podcast bedoeld is voor bij een kopje koffie of de was opvouwen. Ze zei letterlijk: je wil die koffie toch ook niet naar binnen kappen? 

Vond ik zo grappig en waar. En ik realiseerde me dat ik snel praatte omdat ik bang was mensen hun tijd te verspillen. Terwijl ik nu probeer er te zijn vanuit rust en de ruimte gewoon in te nemen. Het is aan anderen om te beslissen of ze daarnaar willen luisteren of niet.

Waar wil je nog verder komen, in je ontwikkeling?

Ik wil heel graag nog meer werken vanuit mijn intuïtie, vanuit wat mij te doen staat. Ik neem nu vaak nog opdrachten aan vanuit angst. Of zoektocht naar een bepaald prestige (een grote opdracht bijvoorbeeld, of een opdracht voor een hippe organisatie). Terwijl dat misschien net te ver van me af ligt en me verstrikt doet geraken in allerlei processen die stroperig zijn en niet bij mij passen.

Ik zou graag vanuit vertrouwen vertrekken, de kleine dingen doen die bij mij passen. Tijd overhouden om tijdens mijn lunchpauze te gaan wandelen of naar de film te gaan. Goed voor mezelf zorgen in plaats van er een hardloopwedstrijd van te maken.


Vrijdag vertelde ik in de Tiny Podcast over de observatie van een ander gezin in Amsterdam: ‘De oudste wil niet poseren. Ze wil niet lachen. Misschien wil ze gewoon haar taart opeten. Misschien is ze het spuugzat dat ze de hele tijd gefotografeerd wordt door haar vader. Misschien is ze onzeker over dat beginnende puberlijf en die paar kilo’s te veel en vindt ze het confronterend om op de foto te staan.’ (…) Luister hier.

Maandag mocht ik een magisch verhaal vertellen. Als je wil weten waarom je je soms op sleeptouw moet laten nemen, kan je dat hier horen.

En vandaag lees ik voor, over een bijzonder boek in mijn leven. En het gaat ook even over de wolsfvrouw!

En tot slot. Maandag start ik een avondclubje, rond het temmen van de innerlijke criticus. Meer info kan je hier vinden. Een clubje is een cursus waarin je dagelijks een online opdracht doet en van maandag 27 april tot en met 3 mei telkens van 20u30 tot 21u30 deelneemt aan een meeting via zoom, om met elkaar het proces te bespreken. Ik merkte bij het vorige clubje, dat dit een soort oplossing is voor de valkuil van de online cursus, die je vaak met enthousiasme start en dan vervolgens laat liggen en nooit meer afwerkt. De mensen die het vorige clubje hebben gevolgd, hebben veel gehad aan de combinatie zelf opdrachten doen en met elkaar optrekken in het proces. Tot en met morgen kan je nog inschrijven met een korting van 25% met de code ‘nachtuil’. Ik hoop je daar te zien!

Momwar in de achtertuin

Rutte had net een toespraak gehouden.
Het zou allemaal nog veel langer duren.

En ja, dat was al duidelijk.
Maar het was dat, gecombineerd met extreem vermoeid zijn (echt, ik ben zo extreem extreem moe) en ongesteld.

We hebben een tuin, die we delen met de buren. Sommige mensen weten echter de ingang en komen er ook spelen.
Er zijn allerlei fietsjes, een zandbak, bankjes om op te zitten, een glijbaan.
Ideaal met jonge kinderen.

We onderhouden die tuin samen met de buren.
Planten nieuw gras. Verversen het zand van de zandbak. Houden het allemaal een beetje bij. Zorgen voor de kippen en konijnen.

De laatste tijd zijn er vaak best veel mensen in de tuin die geen buren zijn. En ik weet dat het naar is, maar in deze omstandigheden geeft me dat een vervelend gevoel. Omdat ik bij te grote drukte niet naar buiten durf met mijn kinderen. En dan voelt het toch wel als ‘onze’ tuin. En dat is het begin van alle gevoelens die tot de tweede wereldoorlog hebben geleid dus daar schaam ik me echt diep voor.

De dag na de toespraak van Rutte was er een mama met haar twee kinderen. Ze is er vaker. Ze was de hele tijd op haar telefoon aan het kijken. Haar zoontje riep haar verschillende keren en ze keek niet op.
Haar kleinere kindje hobbelde wat doelloos rond.
Haar zoontje schepte de aanhanger van de tractor vol zand.

Ik besloot haar aan te spreken.
Of ze er mee op kon letten dat het zand in de zandbak blijft.
(Ik giet dagelijks allerlei voorwerpen vol zand uit in de zandbak en in het gras komt ook veel zand terecht waardoor we het weer moeten bijplanten.)
En dat haar kind haar al verschillende keren geroepen had.

Ze vloog uit.
Dat ik altijd zo gespannen ben en dat ik het dan verpest voor iedereen.

Ik zei dat dat nogal een oordeel was.
Dat ze me niet kende, dat we nog nooit een gesprek hadden gehad. Dat we voor de tuin zorgen en dat het logisch is dat als je er gebruik van maakt, je er ook op let dat je kinderen er zorgzaam mee omgaan.

Ze zei dat ze heel sensitief is en dat ze dat kan aanvoelen, dat ik gespannen ben. En toen pakte ze haar kinderen en haar telefoon bij elkaar en ging weg.

Ik ging naar binnen met mijn kinderen en heb een half uur gehuild.

En daar pieker ik nu al dagen over.
Ja, ik ben gespannen. Er is wat aan de hand in de wereld dat veel impact heeft op mijn leven en ik ben doodmoe.

Heel sensitief – heel sensitief. Maar niet eens horen dat haar kind haar roept. Denk ik venijnig.

En dan ontwikkelt zich het besef. Ik denk dat dat zand me op zich niet zo ontzettend veel kon schelen. Hoewel ik echt vind dat je respectvol moet omgaan met de spullen van anderen.
Ik denk echter dat de echte trigger voor mij was dat kind, dat kind dat maar op zijn moeder riep. Die moeder die niet opkeek. Niet één keer.
En natuurlijk hoef je niet bij elke kick op te kijken.
Maar toch.

Ik denk dat ik daar extreem gespannen van geraakte. Van dat onbeantwoorde. Van dat kind dat niet gezien en gehoord werd.

Dat.
Dat.

Ik denk dat ik daar de rest van dag om gehuild heb.

(Want ja, zo een dag werd het. Van huilbui naar huilbui en dan om 18u doodmoe in bed gaan liggen met knallende hoofdpijn en dan nog denken dat ik Corona heb ook. Dramaqueen.)

P.s. Janneke Jonkman schreef ergens ooit in een blog of in een insta post dat ze tegen haar kinderen zegt; ‘ik zie jou’. Dat raakte me zo erg.
Ik probeer het vaak ook te zeggen en te menen: ‘ik zie jou – ik zie jou’.
Ik denk dat dat namelijk de basis is van wat ze nodig hebben.

P.s. Er is een dagelijkse Tiny Podcast maar ik zal ze gebundeld delen. Je kan je gewoon wel via Spotify vinden (De Tiny Podcast) en ook via podcast-apps.

Op maandag mocht ik een prachtig magisch verhaal delen van Kathleen :

Op dinsdag maakte ik me kwaad omwille van de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen die door Corona groter wordt. Dat raakt ook aan mijn pijnplek, namelijk dat ik in een nogal klassiek rollenpatroon ben gekomen met een wat oudere man die meer verdient dan ik:

En vandaag vertel ik het verhaal van toen ik een man mee uit vroeg en mijn telefoon vervolgens in de kledingkast opsloot.

Had ik maar een rode tent

Het is volop C-crisis.
En ik ben ongesteld.

Ik voel me echt woest slecht.
Chagrijnig. Doodmoe.

Ik twijfel aan mezelf.
Aan alles.

Mijn hoofd zit vol donkere wolken.
Alles lijkt complex. Alles.
Kinderen. Relatie. Werk.

‘Tijd voor de rode tent,’ zegt een vriendin.
De rode tent.
De plek waar je rust, oplaadt, je verhaal vertelt.
Even veilig. Even niets.
Een plek waar alles er even mag zijn.
Een plek om te hangen.

Ik heb nog nooit in een rode tent gezeten.
Maar liefst zou ik nu in bed gaan liggen.
Slapen tot die wallen die ik voel hangen niet meer zo trekken.
Alleen zijn, zodat ik niet iedereen blijf afsnauwen.
Warm, zodat ik niet de hele dag kouwelijk en ellendig ben.
En dan een film. Of een boek.
Een kilo chocola.
En pas als ik zin heb, weer tevoorschijn komen.

Ik ben chagrijnig. Niet te verdragen.
Verdraag niets.
Maar dat zou niet zo hoeven zijn.
Als ik een dag in mijn denkbeeldige rode tent zou mogen opladen.
In plaats van

werken voor dag en dauw
huiswerkbegeleiding
appjes en mailtjes tussen de bedrijven door
calls
meetings
opvoeden
aanmoedigen
boterhammen smeren
soep warm maken
badjes
bedjes
knuffelen
een uur fietsen
slaatje maken voor mezelf
koffie maken
bekers vullen
wasmachine vullen
vouwen
kleedjes aandoen
kleedjes uitdoen
regels stellen
opruimen
de tafel afkuisen – 100 keer
handjes afkuisen
mondjes afkuisen
fruit snijden
politie zijn
moeder zijn
juf zijn
vrouw zijn
professional zijn
structuur aanbrengen.

Ik weet dat er ergere dingen zijn.
Maar had ik maar een rode tent
om op te zetten in deze crisis.
Om af en toe een dag van de wereld te zijn.
Om me even niet de slaaf te voelen van al dat kinderlijke ongeduld.
Om even bij mezelf te zijn.
Om even op te laden.


Iets in de wereld zetten

Iets in de wereld zetten. Het is een uitdrukking die ik op een vrouwenfestival geleerd heb. Een uitdrukking die meteen resoneerde bij me, want ik vind het spannend iets in de wereld te zetten.

Ik ben daar best lang geblokkeerd in geweest en dat breng ik zelf in verband met een moeilijke bevalling waar ik hier eerder al over schreef.
Het kind is toen uit mij gehaald, ik heb het niet zelf op de wereld gezet. De jaren die daarna volgden waren niet makkelijk en ik merkte toen dat er veel was dat ik niet in de wereld kon zetten. Veel dingen die ik graag wilde en die ik gewoon niet gerealiseerd kreeg.

Na de geboorte van de tweeling, die vliegensvlug ging :), veranderde dat. Plots zette ik dingen in de wereld die ik een snelheid hadden die me soms zelfs verbaasde. Niet altijd trouwens, sommige dingen sleepten gewoon ook aan. Maar ik startte bijvoorbeeld twee bedrijven. Tot mijn eigen verbazing eigenlijk, want de meest logische weg en mijn plan bestonden er uit in loondienst te blijven.

Het is echter nog steeds een thema voor me, iets in de wereld zetten. Iets maken, creëren en het daarna ook delen in plaats van in een laatje verstoppen. Hier iets schrijven en dan op ‘publiceer’ drukken. Op LinkedIn iets delen. Een podcast inspreken en delen. Een artikel indienen als journaliste. Het gaat gepaard met allerlei gevoelens, met spanningen. Met telkens weer onzekerheid. Met een duik in mijn energie: eerst veel energie, dan een dip omdat ik bang ben.

Het went nooit.

Maar het hielp me wel de uitdrukking te kennen. Het te herkennen als gegeven. Rond me te kijken en te zien dat sommige mensen makkelijk dingen in de wereld zetten en anderen er op haperen. Om als het moeizaam gaat en ik zelf haper, te beseffen dat het eigen is aan dat proces.

Ik vertel er over in de Tiny Podcast van vandaag.


Voor onder de Kerstboom

Bevallen. Laatst had ik het er met een vriendin over. Ze vreesde dat de keerzijde van het maken van een bevalplan is dat mensen foute verwachtingen zouden hebben en sowieso teleurgesteld zouden zijn.

Voor de geboorte van de baby’s werkte ik tot vervelens toe aan mijn bevalplan, samen met de doula van het ziekenhuis. Er stond niets in over muziek en wierook. Het plan stond vol medische termen en wat-als-en. Baseline was echter dat er niets mocht gebeuren waar ik geen toestemming voor gegeven had. En als ik het niet kon: mijn man. Nee, ook niet knippen. Ook geen keizersnede. Toestemming vragen kan zo groot zijn als een vraag stellen. Er hoeft geen formulier aan te pas te komen (als er spoed is).

Tijdens een vorige bevalling was er immers wat mis gegaan op dat stukje toestemming geven. Ik heb die bevalling ervaren als geweld. De beelden hebben me lang achtervolgd. Beelden van verpleegsters die op mijn buik lagen, zweet parelend op hun voorhoofd. De reflectie in het raam van het bloedbad na de knip. Het geluid van het knippen. De geweigerde verdoving die toch gezet werd terwijl ik kermde dat ik het niet wou. De mensen die ik vertrouwde en die aan de kant stonden en toekeken.

Tijdens de tweelingzwangerschap kwamen de beelden en masse terug. Ik had depressieve gevoelens, angsten, ik huilde veel, ik kon niet echt uitkijken naar de komst van de baby’s. Het boek ‘Perfecte bevallingen bestaan niet’ opende mijn ogen over de impact van een bevalling op je welbevinden (relationeel, fysiek, emotioneel, …). Ook jaren later. Samen met een verloskundige werkte ik aan het trauma, maar dat was zo heftig en ik had al zo weinig energie. En per sessie betaalde ik ongeveer 100 euro uit eigen zak. Ik kon het niet opbrengen en stopte met de therapie.

De bevalling van de tweeling bleek heel helend te zijn. Er werd naar me geluisterd. Alles werd met me besproken. Ik mocht bevallen zoals ik het wou. Ik kon er op vertrouwen dat mijn doula wist wat ik wou. Ik heb heel veel geluk gehad met twee natuurlijke geboortes, maar zelfs als ik naar de operatiekamer was gebracht voor een keizersnede, was het niet traumatisch geweest omdat ik me als mens gehoord en gezien voelde door de hulpverleners.

Achteraf gezien had ik jaren eerder mijn eerdere bevallingstrauma willen verwerken zodat het me niet zo dwars had gezeten. Ik vraag me oprecht af wat het gedaan had met mijn lichaamsbeeld, zelfbeeld, zwangerschap, … als ik mijn verhaal een plekje had gegeven.

Janneke Jonkman, schrijfster van het beste tweelingboek ooit, biedt een online cursus aan om je bevallingsverhaal te schrijven en te helen. Ik wens alle mama’s met een bevalling die blijft hangen toe om deze cursus onder de kerstboom te krijgen. Van jezelf of van iemand anders.

Armoedig

Na een ochtend koortsachtig werken, wandel ik naar een lunchafspraak. Vroeger deed ik alles met de fiets, nu wandel ik zo veel mogelijk. Om de stappenteller te voeden, die me akelig snel duidelijk maakte dat ik wel naar de sportschool kan willen, maar dat ik misschien eerste die 3000 stapjes per dag maar eens moet uitbreiden naar 10 000.

Ik wandel. Nog onder indruk van wat ik net gedaan heb. Ik heb een irrationele beslissing genomen. Een kans om snel via anderen aan werk te komen en dus snel te gaan verdienen, afgeslagen. (Er was een investering aan verbonden, en bij elke opdracht zou ik een flink percentage afdragen.) Iedereen juichte dat ik het moest doen, en ik was er zelf bijna ingesprongen, tot een vriend me gisteren vroeg of ik dat echt wou. Snel geld. Of ik daarom als ZZP-er ben begonnen. Maar nee, dacht ik. Nee begot. Het is niets voor mij.

Ik wil iets doen waar ik in geloof.
Dus knip ik het draadje door en vraag ik me af hoe ik het aan de Man ga uitleggen. En tegelijk voel ik zo goed dat ik het juiste heb gedaan.

Ik lunch met een vriendin. Wandel terug. Stop bij een nieuwe kledingzaak, waar ik schoorvoetend aan het enthousiaste meisje uitleg dat ik een beetje raar in mijn lijf zit na die tweelingzwangerschap. Ik voel me onzeker. Ik wil kleding die past bij mijn huidige lijf.

Ik voel me zo klein.
Zo klein.
En tegelijkertijd te groot, te grof, te uitgedijd, te mals.

Ik pas rokjes en blouses en kies en kijk in de spiegel naar de mooie nieuwe dingen waarvan ik me vraag of mijn buik er echt niet te zichtbaar in is. En ik kijk ook naar mijn oude kleding, snel-snel aangeschoten vanochtend omdat ik een kantoordag had. Naar het gaatje in mijn panty. Ik voel me zo armoedig in mijn lijf, in dat post-zwangerschapslijf, in dat lijf dat al die grote ZZP-plannen moet gaan belichamen. Dat lijf dat ik niet goed verzorg, omdat ik al blij ben als ik mijn tanden twee keer per dag kan poetsen. Waar is de tijd dat ik opgemaakt naar kantoor ging? Op hoge hakken? Ik moet naar de kapper. Van alles epileren. Crème op mijn gezicht smeren. Die wallen wegwerken.

Ik koop drie rokjes en twee blouses. In mijn oude kloffie wandel ik weg met een tasje kleding waarvan ik hoop dat ik ze durf dragen. Ik ga weer aan het werk. Een deel van het werk is het social media-gebeuren, waar ik (buiten deze blog) altijd zo ver vanaf gebleven ben, omdat ik bang was dat het zo veel tijd zo opslokken, en dat ik permanent met de blik van een buitenstaander naar mezelf zou kijken. Geen foto’s meer zou maken omdat ik ze mooi vond, maar omdat ze instagramwaardig zijn. Geen boeken meer lezen voor mezelf, maar om er slim over te doen op LinkedIn.

Ik voel me zo klein.
Ik voel me vaak zo klein.

(En waarom, waarom heb ik geen doos chocolaatjes in een kastje in mijn kantoor? O ja, omdat ik ze op zo een moment allemaal tegelijk zou opeten.)

Starten met ondernemen: partner in crime

De Man en ik hebben onze ups en downs zoals iedereen denk ik. We zijn bijna drie jaar samen, en we hebben een tweeling van meer dan een jaar. Dat zegt iets over de aard van die jaren. Er is best veel gebeurd en we zitten natuurlijk midden in de tropenjaren waarin het soms vechten is voor tijd en energie. Waar ik zelf soms last van heb, is dat er zo veel veranderd is. Gisteren was ik nog een alleenstaande moeder van twee zonen in een huurhuis ergens in België met een vaste baan en een bijberoep, vandaag ben ik een moeder van vier kinderen waaronder een tweeling van één, ik ben een startende ondernemer, en woon in een Nederlandse stad met de Man. En dat alles is gebeurd terwijl ik met mijn ogen knipperde zeg maar.

Er waren veel momenten dat ik weg wou lopen van de Man. Ik heb een eigenaardig knikje in mijn persoonlijkheid dat nogal gericht is op onafhankelijkheid. Ik voel me veilig als ik onafhankelijk kan zijn. Onafhankelijk zijn betekent dan dat ik het alleen kan, financieel en praktisch. Maar in mijn tijd als alleenstaande ouder verzoop ik bijna in mijn onafhankelijkheid en nu is er van die onafhankelijkheid niets meer over. Ik woon in het huis van de Man, ik rijd in zijn auto, we hebben samen kinderen waar geen van ons alleen voor kan/wil opdraaien, en mijn bankrekening is behoorlijk leeg na jaren alleenstaand ouderschap, vermindering van arbeidsuren per week, onbetaald ouderschapsverlof, opgeven van mijn baan, bijscholen en investeren in de nieuwe onderneming.

Dus. Moest ik de Man om geld vragen. De grootste nachtmerrie voor deze feministische en wannabe onafhankelijke vrouw. Ik dacht er over na, hikte er tegen aan en uiteindelijk bracht ik het tijdens een etentje ter sprake. De Man stemde meteen toe, maakte er geen punt van. Hij beschouwt het als een investering, ik sta er op dat het een lening is.

Tijdens het etentje praatten we ook lang over een keuze waar ik voor sta. Een ex-collega vroeg me min of meer bij een nieuw project, wat een investering vraagt (soort franchise). Het voordeel zou zijn dat ik in bestaande trajecten ingehuurd kan worden en zo ook nieuwe doelgroepen kan bereiken, het nadeel zou zijn dat ik een deel van de tijd iets ga doen waar ik op zich wel in geloof maar niet heilig (denk ik). Misschien heel kort: ik ga een deel van mijn tijd in het project van iemand anders werken, in plaats van heel romantisch mijn eigen idealistische wereldverbeterende plan uitvoeren. In mijn hoofd zijn de gekste tegenstellingen ontstaan. Dat daarvoor kiezen zou betekenen dat ik een motie van wantrouwen uit in mijn eigen projecten. Dat er een tegenstelling is (het kan echter ook complementair zijn, de manier van werken is een soort van diagnostisch instrument – het vervolgtraject kan echter veel kanten op). De Man besprak rustig alle ins en outs met me en alweer verbaasde hij me met zijn helderheid en rust.
(En nu denk ik ook dat het niet heel volwassen is een soort van principiële wereldverbeterende ondernemer te zijn terwijl de Man alle rekeningen betaalt.)

Eén van de dingen waar ik tegen aan loop in de relatie met de Man, is dat onze liefdestaal nogal verschilt. En soms ben ik boos op hem, omdat ik niet meer onafhankelijk ben. (Het is een onredelijke boosheid want de Man staat me op zich de onafhankelijkheid niet in de weg, die was eerder een bijproduct van een tweeling krijgen samen.) Toen ik echter de ochtend na het etentje aka zakelijke bespreking totaal geveld werd door een verschrikkelijke buikgriep en twaalf uur lang doodziek tussen de badkamer en het bed laveerde terwijl de Man het hele huishouden en de zorg voor de kinderen draaiend hield, realiseerde ik me in mijn paar heldere momenten dat ik het getroffen heb hem. En dat het niet erg is om onafhankelijk te zijn, als je partner uitzonderlijk betrouwbaar, kalm, wijs en stabiel blijkt te zijn.

Een boek als vriend

Boeken zijn een soort van vrienden voor mij. Ik heb boeken die me troosten, afleiden, boeken die bij een bepaalde periode in mijn leven horen.

En nu heb ik een boek waarvan ik wou dat ik het eerder had én dat het eerder geschreven was. Want het had me veel ellende bespaard.

Het betreffende boek heet ‘O jee, het zijn er twee. Het eerlijke tweelingboek voor supermoeders’ en is geschreven door Janneke Jonkman. In het boek vertelt Janneke haar eigen tweelingmoederverhaal: van de kinderwens, over de complexe tweelingzwangerschap, tot de kraamtijd en beyond. Het boek is mooi vorm gegeven. Er is ruimte voor kwetsbaarheid en authenticiteit, en tegelijkertijd bevat het ook veel tips en handvatten. Meerdere tweelingmoeders komen er in aan het woord.

Ik was heel vereerd met een uitnodiging voor de boekpresentatie, alwaar ik een aantal ‘beroemde’ tweelingmama’s ontmoette, en na tien maanden tweelingouderschap één glas wijn dronk en daar behoorlijk wiebelig van werd. En ik kocht meteen een cadeau-exemplaar voor een prille tweelingzwangere vriendin, die haar zwangerschap mooi in kon zetten met dit cadeautje, waar ik me mijn hele zwangerschap heb vastgehouden aan het toch wat verouderde/wetenschappelijke/afstandelijke tweelingenboek van Coks Feenstra.

Dit is totaal #nonspon, maar als je een tweeling verwacht of je kent iemand die een tweeling verwacht of heeft, is het echt goed om dit boek in huis te halen/het boek cadeau te doen. Waarom? Wel:
1. Het leest lekker. Ik heb echt tranen met tuiten gehuild bij het verhaal van Janneke zelf en ook bij de verhalen van de andere mama’s. Het was allemaal zo echt en ontroerend en authentiek.
2. Ondanks het echte en ontroerende en authentieke – waardoor Janneke je ook een inkijkje geeft in een hoop zoeken en ploeteren – staan er ook heel veel tips in. Niet van die gemakkelijke tips, maar doorleefde, echte tips die je kunnen voorbereiden op het leven met een tweeling of die je door bepaalde fases heen kunnen helpen.
3. Er staan veel mooie tweeling-foto’s in. In de donkerste nachten van mijn zwangerschap toen de beproeving eindeloos leek, zat ik vaak foto’s van tweelingen te googelen om iets te hebben om naar uit te kijken. Dit boek voorziet in de behoefte.
4. Verschillende experts zijn geraadpleegd, inzichten worden gedeeld. Je krijgt veel info en het wordt nooit normatief. Janneke blijft altijd mild en open.

Als ik dit boek eerder had gehad, had ik me niet zo alleen gevoeld met die zwangerschap die een soort nachtmerrie werd (ik sliep niet, ik werd ontzettend depressief, kreeg angstaanvallen, allerlei fysieke problemen, moest heel vroeg stoppen met werken, geraakte geïsoleerd, kwam in de psychiatrie terecht, verloor mijn baan, kreeg twee piepkleine baby’s die zichzelf niet warm konden houden en vergeleek mezelf al die tijd met stralende mama’s die zwanger waren van één kind en tot acht maanden een marathon konden lopen).

Maar toen ik het boek dan toch eindelijk had – een jaar nadat ik het het hardste nodig had – heeft het me zo veel geholpen met het plaatsen van de ervaring, het verwerken van alles, maar ook: het waarderen en begrijpen van het bijzonderste dat me ooit gegeven is – twee dochters in één keer. En het bracht mij en de Man in gesprek naar aanleiding van stukjes uit het boek: plots gingen we ook met elkaar praten over wat me doorgemaakt hadden. Boeken zijn vrienden. Dit boek is een vriend, een reddingsboei, een ervaren gids en een goede (relatie)therapeut in één. Dank, Janneke.

Over hypnotherapie

Een tijdje geleden heb ik me laten hypnotiseren. Niet door iemand met een glazen bol en een paars gewaad in een schimmige yurt die blauw staat van de wierook, maar door een heel normale (nou ja, wat is normaal?) vrouw, in een kantoorpand.

Ik was wanhopig. Dat klinkt heel heftig, misschien veel heftiger dan nodig. Maar ik had het nare gevoel dat ik mezelf niet meer onder controle had met betrekking tot voeding.

Ik schreef er al eens over. Dat ik veel bagage meesleep rond dat thema. Ergens diep zat een overtuiging dat ik om het even wat kon doen, maar dat ik toch geen effect heb op mijn gewicht. Dat is natuurlijk bullshit, want er is een vrij grote correlatie tussen je eetgedrag en lichaamsbeweging en je postuur (ik weet wel dat het genuanceerder is, dat er hormonen zijn en aanleg en invloed van medicatie, …). Het klinkt ook allemaal alsof ik heel zwaar ben, wat ook niet het geval is (vreemd genoeg vind ik het raar om dit zinnetje te schrijven). Ik ben wel wat te zwaar, maar op dit moment zit ik aan een BMI van 24,5 – een verder niet zo relevant getalletje, maar het betekent wel dat mijn gewicht (terug) binnen de grenzen van het gezonde valt, doch dicht bij de bovengrens van 25.

Het was een soort kluwen in mijn hoofd. Gebrek aan zelfvertrouwen door het besef geen grip te hebben op mezelf. Voornemens maken, die telkens breken. Spiegels en foto’s vermijden. Me ongemakkelijk voelen in mijn lichaam. Een beroerde conditie. Frustratie, en net daardoor op zoek gaan in de keukenkastjes. Vermoeid, en net daarom telkens weer een stuk chocola. Soms ook verveeld of verdrietig, en wat troost er beter dan een koekje?

In de eerste sessie vertelde ik dit alles aan de hypnotherapeute. Ze bracht me onder hypnose: een soort ontspannen toestand waarin je ontvankelijk bent voor boodschappen en nog goed weet wat er om je heen gebeurt. Niets engs en ik heb mijn pincode niet gegeven, zeker weten. Ze werkte rond het loslaten van allerlei bagage, en ze verbrak de link in mijn hoofd tussen verveling/verdriet/frustratie/vermoeidheid en zoete dingen.

Het wonder geschiedde. Ik ging weg, en heb ik enkele aandrang meer gehad om de kast waarin nog drie pakken cote d’or liggen open te doen. Uiteraard eet ik wel eens een dessertje mee op een feestje en laatst bestelde ik op vakantie een stukje cake bij mijn cappuccino, maar er is een verschil tussen een ziekelijke drang naar zoet, of een normale volwassen omgang met een incidenteel dessert.

Na twee weken was ik twee kilo kwijt.

Ik ging terug, met een wenslijstje. Als ze even dit en dit en dit tegen me kon zeggen, dan zouden de kilo’s er af vliegen, zou ik nooit meer naar doen, zou ik alles onder controle hebben, … Nou ja, hoop niet te veel want zo werkt het niet. In die sessie vertelde ze mijn onderbewuste dingen over zelfvertrouwen en genoeg hebben aan gezonde goede maaltijden, maar toen ik buiten kwam was ik niet meteen supervrouw die per dag drie blaadjes sla en een wortel at en strak en shiny door het leven ging.

Domper op de feestvreugde – ik wil graag alles en liefst ook meteen! – ook al weet ik zelf best dat een gezonde gewone normale omgang met voeding op termijn de beste optie is, ook al vliegen er nu geen kilo’s af en kan ik ook niet plots een marathon lopen met een nieuw fitgirl-lijf (waar uiteraard de zwangerschapstriemen miraculeus van vervlogen zouden zijn). Ik had zo graag gewild dat het met een vingerknip allemaal opgelost was. Alles. Dat ik geprogrammeerd zou worden tot een soort supervrouw, de beste versie van mezelf.

En dat is niet zo.
Maar. Ik voel me wel rustig. Die chocolade ligt niet gillend en krijsend om mijn aandacht in de kast. Ik stop bij een lange autorit niet onderweg om kinderbueno’s te kopen. Ik bestel geen stuk taart bij elke koffie die ik drink. Ik kies ‘automatisch’ voor gezonde dingen in een vrij evenwichtig eetpatroon, met tussendoortjes en gewone porties. En ik eet wel eens mee als de Man een zak chips opentrekt. Of ik bestel wel eens een stukje cake bij een kopje koffie op een druilerige dag. Op dit moment weet ik niet hoe dat er op de weegschaal uitziet en dat is prima. In mijn hoofd is het alleszins rustig. De innerlijke strijd is voorbij. Ik ben de baas.