Voor onder de Kerstboom

Bevallen. Laatst had ik het er met een vriendin over. Ze vreesde dat de keerzijde van het maken van een bevalplan is dat mensen foute verwachtingen zouden hebben en sowieso teleurgesteld zouden zijn.

Voor de geboorte van de baby’s werkte ik tot vervelens toe aan mijn bevalplan, samen met de doula van het ziekenhuis. Er stond niets in over muziek en wierook. Het plan stond vol medische termen en wat-als-en. Baseline was echter dat er niets mocht gebeuren waar ik geen toestemming voor gegeven had. En als ik het niet kon: mijn man. Nee, ook niet knippen. Ook geen keizersnede. Toestemming vragen kan zo groot zijn als een vraag stellen. Er hoeft geen formulier aan te pas te komen (als er spoed is).

Tijdens een vorige bevalling was er immers wat mis gegaan op dat stukje toestemming geven. Ik heb die bevalling ervaren als geweld. De beelden hebben me lang achtervolgd. Beelden van verpleegsters die op mijn buik lagen, zweet parelend op hun voorhoofd. De reflectie in het raam van het bloedbad na de knip. Het geluid van het knippen. De geweigerde verdoving die toch gezet werd terwijl ik kermde dat ik het niet wou. De mensen die ik vertrouwde en die aan de kant stonden en toekeken.

Tijdens de tweelingzwangerschap kwamen de beelden en masse terug. Ik had depressieve gevoelens, angsten, ik huilde veel, ik kon niet echt uitkijken naar de komst van de baby’s. Het boek ‘Perfecte bevallingen bestaan niet’ opende mijn ogen over de impact van een bevalling op je welbevinden (relationeel, fysiek, emotioneel, …). Ook jaren later. Samen met een verloskundige werkte ik aan het trauma, maar dat was zo heftig en ik had al zo weinig energie. En per sessie betaalde ik ongeveer 100 euro uit eigen zak. Ik kon het niet opbrengen en stopte met de therapie.

De bevalling van de tweeling bleek heel helend te zijn. Er werd naar me geluisterd. Alles werd met me besproken. Ik mocht bevallen zoals ik het wou. Ik kon er op vertrouwen dat mijn doula wist wat ik wou. Ik heb heel veel geluk gehad met twee natuurlijke geboortes, maar zelfs als ik naar de operatiekamer was gebracht voor een keizersnede, was het niet traumatisch geweest omdat ik me als mens gehoord en gezien voelde door de hulpverleners.

Achteraf gezien had ik jaren eerder mijn eerdere bevallingstrauma willen verwerken zodat het me niet zo dwars had gezeten. Ik vraag me oprecht af wat het gedaan had met mijn lichaamsbeeld, zelfbeeld, zwangerschap, … als ik mijn verhaal een plekje had gegeven.

Janneke Jonkman, schrijfster van het beste tweelingboek ooit, biedt een online cursus aan om je bevallingsverhaal te schrijven en te helen. Ik wens alle mama’s met een bevalling die blijft hangen toe om deze cursus onder de kerstboom te krijgen. Van jezelf of van iemand anders.

Armoedig

Na een ochtend koortsachtig werken, wandel ik naar een lunchafspraak. Vroeger deed ik alles met de fiets, nu wandel ik zo veel mogelijk. Om de stappenteller te voeden, die me akelig snel duidelijk maakte dat ik wel naar de sportschool kan willen, maar dat ik misschien eerste die 3000 stapjes per dag maar eens moet uitbreiden naar 10 000.

Ik wandel. Nog onder indruk van wat ik net gedaan heb. Ik heb een irrationele beslissing genomen. Een kans om snel via anderen aan werk te komen en dus snel te gaan verdienen, afgeslagen. (Er was een investering aan verbonden, en bij elke opdracht zou ik een flink percentage afdragen.) Iedereen juichte dat ik het moest doen, en ik was er zelf bijna ingesprongen, tot een vriend me gisteren vroeg of ik dat echt wou. Snel geld. Of ik daarom als ZZP-er ben begonnen. Maar nee, dacht ik. Nee begot. Het is niets voor mij.

Ik wil iets doen waar ik in geloof.
Dus knip ik het draadje door en vraag ik me af hoe ik het aan de Man ga uitleggen. En tegelijk voel ik zo goed dat ik het juiste heb gedaan.

Ik lunch met een vriendin. Wandel terug. Stop bij een nieuwe kledingzaak, waar ik schoorvoetend aan het enthousiaste meisje uitleg dat ik een beetje raar in mijn lijf zit na die tweelingzwangerschap. Ik voel me onzeker. Ik wil kleding die past bij mijn huidige lijf.

Ik voel me zo klein.
Zo klein.
En tegelijkertijd te groot, te grof, te uitgedijd, te mals.

Ik pas rokjes en blouses en kies en kijk in de spiegel naar de mooie nieuwe dingen waarvan ik me vraag of mijn buik er echt niet te zichtbaar in is. En ik kijk ook naar mijn oude kleding, snel-snel aangeschoten vanochtend omdat ik een kantoordag had. Naar het gaatje in mijn panty. Ik voel me zo armoedig in mijn lijf, in dat post-zwangerschapslijf, in dat lijf dat al die grote ZZP-plannen moet gaan belichamen. Dat lijf dat ik niet goed verzorg, omdat ik al blij ben als ik mijn tanden twee keer per dag kan poetsen. Waar is de tijd dat ik opgemaakt naar kantoor ging? Op hoge hakken? Ik moet naar de kapper. Van alles epileren. Crème op mijn gezicht smeren. Die wallen wegwerken.

Ik koop drie rokjes en twee blouses. In mijn oude kloffie wandel ik weg met een tasje kleding waarvan ik hoop dat ik ze durf dragen. Ik ga weer aan het werk. Een deel van het werk is het social media-gebeuren, waar ik (buiten deze blog) altijd zo ver vanaf gebleven ben, omdat ik bang was dat het zo veel tijd zo opslokken, en dat ik permanent met de blik van een buitenstaander naar mezelf zou kijken. Geen foto’s meer zou maken omdat ik ze mooi vond, maar omdat ze instagramwaardig zijn. Geen boeken meer lezen voor mezelf, maar om er slim over te doen op LinkedIn.

Ik voel me zo klein.
Ik voel me vaak zo klein.

(En waarom, waarom heb ik geen doos chocolaatjes in een kastje in mijn kantoor? O ja, omdat ik ze op zo een moment allemaal tegelijk zou opeten.)

Starten met ondernemen: partner in crime

De Man en ik hebben onze ups en downs zoals iedereen denk ik. We zijn bijna drie jaar samen, en we hebben een tweeling van meer dan een jaar. Dat zegt iets over de aard van die jaren. Er is best veel gebeurd en we zitten natuurlijk midden in de tropenjaren waarin het soms vechten is voor tijd en energie. Waar ik zelf soms last van heb, is dat er zo veel veranderd is. Gisteren was ik nog een alleenstaande moeder van twee zonen in een huurhuis ergens in België met een vaste baan en een bijberoep, vandaag ben ik een moeder van vier kinderen waaronder een tweeling van één, ik ben een startende ondernemer, en woon in een Nederlandse stad met de Man. En dat alles is gebeurd terwijl ik met mijn ogen knipperde zeg maar.

Er waren veel momenten dat ik weg wou lopen van de Man. Ik heb een eigenaardig knikje in mijn persoonlijkheid dat nogal gericht is op onafhankelijkheid. Ik voel me veilig als ik onafhankelijk kan zijn. Onafhankelijk zijn betekent dan dat ik het alleen kan, financieel en praktisch. Maar in mijn tijd als alleenstaande ouder verzoop ik bijna in mijn onafhankelijkheid en nu is er van die onafhankelijkheid niets meer over. Ik woon in het huis van de Man, ik rijd in zijn auto, we hebben samen kinderen waar geen van ons alleen voor kan/wil opdraaien, en mijn bankrekening is behoorlijk leeg na jaren alleenstaand ouderschap, vermindering van arbeidsuren per week, onbetaald ouderschapsverlof, opgeven van mijn baan, bijscholen en investeren in de nieuwe onderneming.

Dus. Moest ik de Man om geld vragen. De grootste nachtmerrie voor deze feministische en wannabe onafhankelijke vrouw. Ik dacht er over na, hikte er tegen aan en uiteindelijk bracht ik het tijdens een etentje ter sprake. De Man stemde meteen toe, maakte er geen punt van. Hij beschouwt het als een investering, ik sta er op dat het een lening is.

Tijdens het etentje praatten we ook lang over een keuze waar ik voor sta. Een ex-collega vroeg me min of meer bij een nieuw project, wat een investering vraagt (soort franchise). Het voordeel zou zijn dat ik in bestaande trajecten ingehuurd kan worden en zo ook nieuwe doelgroepen kan bereiken, het nadeel zou zijn dat ik een deel van de tijd iets ga doen waar ik op zich wel in geloof maar niet heilig (denk ik). Misschien heel kort: ik ga een deel van mijn tijd in het project van iemand anders werken, in plaats van heel romantisch mijn eigen idealistische wereldverbeterende plan uitvoeren. In mijn hoofd zijn de gekste tegenstellingen ontstaan. Dat daarvoor kiezen zou betekenen dat ik een motie van wantrouwen uit in mijn eigen projecten. Dat er een tegenstelling is (het kan echter ook complementair zijn, de manier van werken is een soort van diagnostisch instrument – het vervolgtraject kan echter veel kanten op). De Man besprak rustig alle ins en outs met me en alweer verbaasde hij me met zijn helderheid en rust.
(En nu denk ik ook dat het niet heel volwassen is een soort van principiële wereldverbeterende ondernemer te zijn terwijl de Man alle rekeningen betaalt.)

Eén van de dingen waar ik tegen aan loop in de relatie met de Man, is dat onze liefdestaal nogal verschilt. En soms ben ik boos op hem, omdat ik niet meer onafhankelijk ben. (Het is een onredelijke boosheid want de Man staat me op zich de onafhankelijkheid niet in de weg, die was eerder een bijproduct van een tweeling krijgen samen.) Toen ik echter de ochtend na het etentje aka zakelijke bespreking totaal geveld werd door een verschrikkelijke buikgriep en twaalf uur lang doodziek tussen de badkamer en het bed laveerde terwijl de Man het hele huishouden en de zorg voor de kinderen draaiend hield, realiseerde ik me in mijn paar heldere momenten dat ik het getroffen heb hem. En dat het niet erg is om onafhankelijk te zijn, als je partner uitzonderlijk betrouwbaar, kalm, wijs en stabiel blijkt te zijn.

Een boek als vriend

Boeken zijn een soort van vrienden voor mij. Ik heb boeken die me troosten, afleiden, boeken die bij een bepaalde periode in mijn leven horen.

En nu heb ik een boek waarvan ik wou dat ik het eerder had én dat het eerder geschreven was. Want het had me veel ellende bespaard.

Het betreffende boek heet ‘O jee, het zijn er twee. Het eerlijke tweelingboek voor supermoeders’ en is geschreven door Janneke Jonkman. In het boek vertelt Janneke haar eigen tweelingmoederverhaal: van de kinderwens, over de complexe tweelingzwangerschap, tot de kraamtijd en beyond. Het boek is mooi vorm gegeven. Er is ruimte voor kwetsbaarheid en authenticiteit, en tegelijkertijd bevat het ook veel tips en handvatten. Meerdere tweelingmoeders komen er in aan het woord.

Ik was heel vereerd met een uitnodiging voor de boekpresentatie, alwaar ik een aantal ‘beroemde’ tweelingmama’s ontmoette, en na tien maanden tweelingouderschap één glas wijn dronk en daar behoorlijk wiebelig van werd. En ik kocht meteen een cadeau-exemplaar voor een prille tweelingzwangere vriendin, die haar zwangerschap mooi in kon zetten met dit cadeautje, waar ik me mijn hele zwangerschap heb vastgehouden aan het toch wat verouderde/wetenschappelijke/afstandelijke tweelingenboek van Coks Feenstra.

Dit is totaal #nonspon, maar als je een tweeling verwacht of je kent iemand die een tweeling verwacht of heeft, is het echt goed om dit boek in huis te halen/het boek cadeau te doen. Waarom? Wel:
1. Het leest lekker. Ik heb echt tranen met tuiten gehuild bij het verhaal van Janneke zelf en ook bij de verhalen van de andere mama’s. Het was allemaal zo echt en ontroerend en authentiek.
2. Ondanks het echte en ontroerende en authentieke – waardoor Janneke je ook een inkijkje geeft in een hoop zoeken en ploeteren – staan er ook heel veel tips in. Niet van die gemakkelijke tips, maar doorleefde, echte tips die je kunnen voorbereiden op het leven met een tweeling of die je door bepaalde fases heen kunnen helpen.
3. Er staan veel mooie tweeling-foto’s in. In de donkerste nachten van mijn zwangerschap toen de beproeving eindeloos leek, zat ik vaak foto’s van tweelingen te googelen om iets te hebben om naar uit te kijken. Dit boek voorziet in de behoefte.
4. Verschillende experts zijn geraadpleegd, inzichten worden gedeeld. Je krijgt veel info en het wordt nooit normatief. Janneke blijft altijd mild en open.

Als ik dit boek eerder had gehad, had ik me niet zo alleen gevoeld met die zwangerschap die een soort nachtmerrie werd (ik sliep niet, ik werd ontzettend depressief, kreeg angstaanvallen, allerlei fysieke problemen, moest heel vroeg stoppen met werken, geraakte geïsoleerd, kwam in de psychiatrie terecht, verloor mijn baan, kreeg twee piepkleine baby’s die zichzelf niet warm konden houden en vergeleek mezelf al die tijd met stralende mama’s die zwanger waren van één kind en tot acht maanden een marathon konden lopen).

Maar toen ik het boek dan toch eindelijk had – een jaar nadat ik het het hardste nodig had – heeft het me zo veel geholpen met het plaatsen van de ervaring, het verwerken van alles, maar ook: het waarderen en begrijpen van het bijzonderste dat me ooit gegeven is – twee dochters in één keer. En het bracht mij en de Man in gesprek naar aanleiding van stukjes uit het boek: plots gingen we ook met elkaar praten over wat me doorgemaakt hadden. Boeken zijn vrienden. Dit boek is een vriend, een reddingsboei, een ervaren gids en een goede (relatie)therapeut in één. Dank, Janneke.

Over hypnotherapie

Een tijdje geleden heb ik me laten hypnotiseren. Niet door iemand met een glazen bol en een paars gewaad in een schimmige yurt die blauw staat van de wierook, maar door een heel normale (nou ja, wat is normaal?) vrouw, in een kantoorpand.

Ik was wanhopig. Dat klinkt heel heftig, misschien veel heftiger dan nodig. Maar ik had het nare gevoel dat ik mezelf niet meer onder controle had met betrekking tot voeding.

Ik schreef er al eens over. Dat ik veel bagage meesleep rond dat thema. Ergens diep zat een overtuiging dat ik om het even wat kon doen, maar dat ik toch geen effect heb op mijn gewicht. Dat is natuurlijk bullshit, want er is een vrij grote correlatie tussen je eetgedrag en lichaamsbeweging en je postuur (ik weet wel dat het genuanceerder is, dat er hormonen zijn en aanleg en invloed van medicatie, …). Het klinkt ook allemaal alsof ik heel zwaar ben, wat ook niet het geval is (vreemd genoeg vind ik het raar om dit zinnetje te schrijven). Ik ben wel wat te zwaar, maar op dit moment zit ik aan een BMI van 24,5 – een verder niet zo relevant getalletje, maar het betekent wel dat mijn gewicht (terug) binnen de grenzen van het gezonde valt, doch dicht bij de bovengrens van 25.

Het was een soort kluwen in mijn hoofd. Gebrek aan zelfvertrouwen door het besef geen grip te hebben op mezelf. Voornemens maken, die telkens breken. Spiegels en foto’s vermijden. Me ongemakkelijk voelen in mijn lichaam. Een beroerde conditie. Frustratie, en net daardoor op zoek gaan in de keukenkastjes. Vermoeid, en net daarom telkens weer een stuk chocola. Soms ook verveeld of verdrietig, en wat troost er beter dan een koekje?

In de eerste sessie vertelde ik dit alles aan de hypnotherapeute. Ze bracht me onder hypnose: een soort ontspannen toestand waarin je ontvankelijk bent voor boodschappen en nog goed weet wat er om je heen gebeurt. Niets engs en ik heb mijn pincode niet gegeven, zeker weten. Ze werkte rond het loslaten van allerlei bagage, en ze verbrak de link in mijn hoofd tussen verveling/verdriet/frustratie/vermoeidheid en zoete dingen.

Het wonder geschiedde. Ik ging weg, en heb ik enkele aandrang meer gehad om de kast waarin nog drie pakken cote d’or liggen open te doen. Uiteraard eet ik wel eens een dessertje mee op een feestje en laatst bestelde ik op vakantie een stukje cake bij mijn cappuccino, maar er is een verschil tussen een ziekelijke drang naar zoet, of een normale volwassen omgang met een incidenteel dessert.

Na twee weken was ik twee kilo kwijt.

Ik ging terug, met een wenslijstje. Als ze even dit en dit en dit tegen me kon zeggen, dan zouden de kilo’s er af vliegen, zou ik nooit meer naar doen, zou ik alles onder controle hebben, … Nou ja, hoop niet te veel want zo werkt het niet. In die sessie vertelde ze mijn onderbewuste dingen over zelfvertrouwen en genoeg hebben aan gezonde goede maaltijden, maar toen ik buiten kwam was ik niet meteen supervrouw die per dag drie blaadjes sla en een wortel at en strak en shiny door het leven ging.

Domper op de feestvreugde – ik wil graag alles en liefst ook meteen! – ook al weet ik zelf best dat een gezonde gewone normale omgang met voeding op termijn de beste optie is, ook al vliegen er nu geen kilo’s af en kan ik ook niet plots een marathon lopen met een nieuw fitgirl-lijf (waar uiteraard de zwangerschapstriemen miraculeus van vervlogen zouden zijn). Ik had zo graag gewild dat het met een vingerknip allemaal opgelost was. Alles. Dat ik geprogrammeerd zou worden tot een soort supervrouw, de beste versie van mezelf.

En dat is niet zo.
Maar. Ik voel me wel rustig. Die chocolade ligt niet gillend en krijsend om mijn aandacht in de kast. Ik stop bij een lange autorit niet onderweg om kinderbueno’s te kopen. Ik bestel geen stuk taart bij elke koffie die ik drink. Ik kies ‘automatisch’ voor gezonde dingen in een vrij evenwichtig eetpatroon, met tussendoortjes en gewone porties. En ik eet wel eens mee als de Man een zak chips opentrekt. Of ik bestel wel eens een stukje cake bij een kopje koffie op een druilerige dag. Op dit moment weet ik niet hoe dat er op de weegschaal uitziet en dat is prima. In mijn hoofd is het alleszins rustig. De innerlijke strijd is voorbij. Ik ben de baas.

Het echte leven: verwachtingen versus realiteit

Aha, eindelijk was het zover. Ik ging weer werken! Alleen had ik geen baan meer, maar om één of andere reden heb ik altijd allerlei plannen. Ik had ook nog geen plek. En ik moest ook nog even een nieuwe telefoon en een nieuwe computer. Ik had me ingeschreven in een aantal opleidingen en ik had wat opdrachten als freelancer en een Plan om uit te werken, dus daar gingen we dan. De oppas-aan-huis startte na duizendenééninstructies (o luxe, o luxe) en ik… Ik ontdekte dat mijn verwachtingen en de realiteit niet altijd op elkaar afgestemd zijn.

  • Zoals die dag dat ik naar een opleiding ging. De oppas kwam om acht, dus dan zou ik de deur uit stappen, zonder file naar de opleiding rijden en daar mijn morning pages schrijven en e-mails beantwoorden voor de start om 10u. Easy! De realiteit? Om acht uur liep ik met natte en ongekamde haren te stressen, zaten de baby’s nog in hun romper aan de tafel (en niet klaar in de buggy zoals ik gehoopt had), moest ik de auto nog leeg maken van een eerder tripje en had ik nog niets gegeten. Om half negen zat ik met klotsende oksels in de auto, om meteen de file in te rijden en om vijf voor 10 met een knalrood hoofd de locatie binnen te rennen. Oeps.
  • Zeeën van tijd zou ik hebben, want geen echte baan meer en dus geen vergaderingen en alles zelf beslissen enzo. Vergeet het. Drie dagen per week is echt heel weinig, zeker als je in realiteit maar een 6 tot 7 echte werkuren per week over houdt. Resultaat: de eerste woensdag (vrije dag) van mijn werkende leven had ik al knallende ruzie met de Man, uit frustratie omdat ik van de vrijheid had geproefd en merkte dat al mijn ideeën tien jaar zouden vragen om uitgewerkt te geraken, aan een tempo van drie luttele dagen per week.
  • Eindelijk tijd voor alle grootse plannen! Maar de realiteit is dat er ook brood op de plank moet, want ik kan natuurlijk niet wat lanterfanten met leuke dingen en de Man alle rekeningen laten betalen. Het werk dat brood op de plank brengt, vult ongeveer mijn drie dagen per week, dus ik moet echt nog wat krachttoeren uithalen om diep-werk-gewijs ook grootse en andere zaken een plekje te geven.

    Het is dus even een ‘dingetje’. Ik vind het heerlijk om weer meer te zijn dan alleen mama, alleen is het ook raar dat ik niet echt kan benoemen wat ik dan wel ben op dit moment (vooral awkward tijdens een voorstellingsrondje in een kamer vol vreemden). Wordt vervolgd!

A room of one’s own

Irrationele beslissingen lijken het domst en voelen het best.

Zo. Ik zocht een plekje om mijn vage-zelfstandige-worden-plannen uit te voeren. Om boeken te lezen. Om niet gestoord te worden. Om mijn rommel te laten liggen. Om stiekem bij te slapen. Een plek die helemaal van mij is, in een wereld waarin alles van mijn Man is. Want de Man is de bezitter van het huis en de auto en bewoont de stad al jaren en hij deelt alles met me. Maar het is wel van hem. Soms hebben we ruzie en dan dwaal ik door de stad en dan pas besef ik hoe veilig het was in de nare single-mom-jaren dat ik een eigen plek had met de jongens waar alles van mij was. Ok, het was een lelijk huis en onze inboedel was ook nogal shabby, maar het was wel van mij.

Anyway.
Ik dacht verstandig te zijn en ging naar een tijdelijk pand kijken. Het was een directeurswoning van een gevangenis en het leek wel een spookhuis. Met een enthousiaste immo-man keek ik rond. Ik voelde het meest voor de slaapkamer, die een planken vloer had en twee grote ramen en waar de zon overvloedig binnen viel. Er lag ook een dode vlieg op de grond. Het gebouw was kaal, wachtte duidelijk op een herbestemming. Er was geen sprake van bezoek ontvangen, want daarvoor was het echt niet representatief genoeg. Maar het was plek, veel plek. Voor een huurprijs die meeviel. Tot de immoman er even de BTW achteraan mompelde en een heleboel servicekosten (voor welke service is me niet echt duidelijk) en inschrijfkosten en waarborgen en … Toch fietste ik vrolijk weg en zag ik me mijn bureautje al naar boven slepen, nadat ik de vlieg gestofzuigd had.

Ik had de afspraak met het kleine pandje in de oude stad waar ik op koningsdag langsgelopen was en waar ik meteen knettergek op was maar wat duur was en heel klein, uit een soort luiheid laten staan. Dus ’s avonds wandelde ik er met de kleine dochter heen en werd allerhartelijkst ontvangen door twee lieverds. Het mini-pandje voelde zo authentiek en lief en ik kan er prima bezoek ontvangen (bezoek dat zijn benen optrekt of blijft rechtstaan, haha). Het heeft een raam dat een etalage is en een houten buitenkant en een bankje voor de gevel en ik vergat ter plaatse al mijn bezwaren en ik deed het. Op wolkjes zweefde ik naar huis met miss mini.

De buurvrouw zei: ‘wat heb je nu weer gedaan?’. Ik vraag me nog steeds af waar dat ‘nu weer’ vandaan komt, maar ik zei haar dat ze koffie kon komen drinken op mijn bankje en dat er geen mannen en kinderen zijn en we moesten lachen en ik kan het niet uitleggen of verantwoorden, maar ik weet zeker dat ik een goede keuze heb gemaakt.

Lieverds. Ik heb een tiny werkplek. Ik verheug me op het inrichten en het er naar toe huppelen. Ik heb een risico genomen (want ik heb meteen een grote maandelijkse ‘last’ en nog weinig zicht op inkomsten, of zelfs op wat ik ga doen to be honest). Maar dit voelt prima. Heb ik eindelijk iets om op instagram te zetten. Haha.

Iets nieuws beginnen

Ik onderhandelde al een tijdje (met mezelf). Als ik een startbudget vind, dan neem ik ontslag. (Mijn bankrekening is best leeg doordat ik al een half jaar in onbetaald ouderschapsverlof ben en voordien natuurlijk lang alleenstaand ouder geweest ben.) Ik nam boeken mee van de bib over methodes om je leven op te schonen in de hoop dat daar duidelijk in zou staan dat ik moest springen. Ik praatte met verschillende mensen. Ik nam een besluit (ik ga terug in dienstverband en werk dan achter de schermen een eigen bedrijfje uit). Ik bleef piekeren. Ik sprak met allerlei mensen die de sprong gewaagd hadden.

Ik wist dat het wagen van de sprong, zonder zekerheid, zonder duidelijkheid, zonder 15000 euro in de pocket, zonder garanties, zonder beloftes, een wezenlijk deel was van de onderneming. Het komt allemaal weer neer op de tegenstelling tussen de wolvin en de trut. Leven volgens wat je voelt dat goed is, of leven volgens angst en vanuit zekerheden. Ik wil graag iemand zijn met een vrije ziel, en intussen was ik iemand die ik helemaal niet wou zijn: afhankelijk, moe, mopperig, bang.

Ik was bang om te blijven hangen in het durfde-ik-maar om dan op een gegeven moment te belanden in het had-ik-maar. Over te gaan van het nog-niet naar het niet-meer. Ik ben bang om financieel afhankelijk te blijven van de Man. Ik ben bang dat mijn plannen mislukken. Bang dat ik onze dure nanny niet kan betalen. Bang dat ik geen enkele opdracht zou krijgen. Bang dat ik niets kan, dat niemand op me zit te wachten. Dat iedereen me keihard gaat uitlachen.

Dus ik kniesde maar en vond mezelf een behoorlijke mieperd. Dat ik zou terug gaan naar een baan waar ze eigenlijk hadden geprobeerd van me af te komen, deed mijn zelfrespect geen deugd. Ik werd misselijk als ik er aan dacht.

En plots wist ik het. Ik ga niet terug. Ik volgde nog een familie-opstelling (maar toen had ik het besluit al genomen, dus daar werd het alleen maar bevestigd). De dag na het besluit lag er een tijdschrift op de mat dat kopte met ‘EEN NIEUW BEGIN’. Ik moest erg lachen. En een mooi cadeautje van een vriendin over je-vleugels-uitslaan. Het leek even alsof ze telepathisch begaafd was ofzo. (Ze is heel begaafd en bijzonder, dus dat boekje was geen toeval.)

De doorslag kwam van Clarissa Pinkola Estes. Een stukje over gezonde wolven en ongezonde vrouwenzielen. En van The Artist’s Way. Ik ben nu maanden bezig met het schrijven van morning pages, het doen van oefeningen, het onderzoeken van wat me dwars zit en wat ik echt wil. Het stuwt me naar handelen. En tenslotte zijn er mijn dochters. De grootste die me aankijkt en dol op me is, om wie ik nu al ben. De jongste die een soort hardnekkige bad-ass is geworden die al weken oefent met kruipen op de meest koppige manier en nooit opgeeft (bij het herwerken van dit stuk de update: ze kruipt). Natuurlijk hou ik ook ontzettend van mijn zonen, maar de puurheid van de baby’s en de spiegel die ze voor mij zijn, zetten me in beweging.

Het gekke is dat ik geen afgelijnd plan heb. Alleen veel ideeën en een soort urgent gevoel van wat ik wil betekenen in de wereld.

Sinds het besluit genomen is, voel ik me lichter & vrijer. Ik ben onderweg naar iemand die ik wel wil zijn, al heb ik nog geen enkele klant gehad, nog niets verwezenlijkt. Hell yeah. (Overigens ook niet helemaal waar. Ik heb als zelfstandige in bijberoep opdrachten, zij het niet om van te leven.)

P.s. Dit ging vooraf aan het schrijven van dit. Het is een beetje de weg er naar toe.

Het uur van de waarheid – en dat ik geen stoere millenial ben als het er op aan komt

Als het hier stil is (zoals de laatste tijd), is er meestal iets op til. Het grappige is dat ik zelf merk dat de interactie hier ook wat verstomd als ik met iets bezig ben dat ik nog wat verborgen hou. De voorbije stiltes kwamen door de miskraam, de tweelingzwangerschap, en natuurlijk ook even toen die tweeling er ook echt was. Intussen is er geen nieuwe tweeling in de maak, maar heb ik mijn baan opgezegd.

Ik zou dat dat zo stoer is als ik het mij voorgesteld had. Millenials-stoer, je weet wel. Zelfbewust, zonder een centje pijn. Het tegendeel is waar. Het doet echt pijn en ik heb er heel lang over gedaan.

Natuurlijk heb ik al een aantal jaren plannetjes in mijn achterhoofd die maar blijven smeulen, ook al probeerde ik het vuur regelmatig te blussen met mezelf streng toespreken dat niet iedereen als zelfstandige een inkomen kan verwerven, dat ik het me te rooskleurig voorstel, dat mijn plannen te vaag zijn. In heel de tussentijd cirkel ik rond vrouwen die de stap gezet hebben en kijk ik ademloos naar hoe ze het doen en dat ze het doen. Maar er was altijd wel een goede reden waarom ik niet nu. Maar het bleef smeulen. Ook al dacht ik vaak dat ik aan een soort escapisme leed. Natuurlijk is gaan werken niet altijd tof en het is heel leuk om in je achterhoofd te denken: wacht maar, ik ga zelf iets verzinnen dat WEL elke dag tof is.

Toen kwam het nare terugkeergesprek met de baas na mijn tweelingzwangerschap. Het liep met een sisser af en ik was weer welkom op kantoor. Intussen regelden de Man en ik een oppas aan huis met alles wat daarbij komt kijken, kreeg ik het Spaans benauwd bij de gedachte dat die vrouw (waar niets mis mee is – ze is lief) drie dagen per week voor mijn pupjes gaat zorgen en dat ze daar bruto van ons meer voor krijgt dan ik netto verdien (de toeslag nog niet ingecalculeerd). Maar hee, ik ben een modern wijf en ik ga werken! Ik krijg het net zo goed Spaans benauwd als ik er aan denk dat mij nog een paar weken thuis resten, want ik ben zo moe van het zorgen. Sommige dagen is het drinken van een glas water al een luxe. Een tweeling blijft zo ontzettend intens. (Zo intens dat ik as we speak een oppas heb ingevlogen om twee uur met mezelf te zijn en even te schrijven, want ik hoop dat ik zo wat tot rust kom en daarna weer voor iedereen kan zorgen. De kleinste kruipt en eet alles wat ze onderweg vindt en ze weigert te slapen overdag en ik hou het niet bij.)

Ik schreef dit stukje. En dat gevoel, dat ik ben wie ik niet wil zijn, dat knaagt en knaagt. Knaagde doorheen mijn besluit om flink te zijn en gewoon weer te gaan werken. En toen hakte ik de knoop door en nam ik ontslag.

Dat klinkt stoer, maar ik heb het huilend gedaan. Tranen en bijhorend geluid dat ergens heel diep vandaan komt. Dat was een mail. Het grootste tweelingkind zat naast me en keek verbaasd om het dierlijke geluid dat uit haar moeder kwam, en ik zei haar dat het niet aan haar ligt, dat ik blij ben met haar maar dat het soms zo pijn doet allemaal. (Het was ook een beetje familiaal bezwaard want in mijn vrouwelijke lijn worden banen opgezegd na het krijgen van kinderen met veel spijt en verdriet en dat werkt in mij door.) Vervolgens moest ik op gesprek. Ik reed de weg die ik goed ken, keek een laatste keer uit over die velden tussen al die rotondes, luisterde in de auto naar Dear Sugar over je eigen leider zijn, probeerde dapper en flink te zijn, had een kort gesprek, gaf mijn sleutels terug (wat een raar moment). Begroette nog wat collega’s die enthousiast vroegen of ik terug kwam (nee, ik ga weg). Dronk koffie op een plek waar ik zo vaak koffie had staan drinken met iedereen die voorbij kwam. Vluchtte het gebouw uit. Op de parking stond mijn idioot grote gezinswagen te wachten, en dat was zo vervreemdend want al die tijd daar had ik een klein gezwind autootje dat helemaal bij mij paste. Ik stapte in de grote gezinswagen en reed de parking af en luisterde 100 keer naar dit liedje en dronk koffie met een vriendin en reed naar huis en ik voelde me even vrij als wanhopig verdrietig en in de auto zong ik luid mee met 100 keer dat liedje omdat ik niet wist of ik moest huilen van verdriet of van trots.

’s Avonds was ik een soort trots en happy en vrij. De volgende dag viel de hemel op mijn kop. Ik voelde me zo weinig gewaardeerd en zo tekort gedaan en zo alleen en zo bang. Dat werk is zo lang mijn houvast geweest, mijn trots, mijn zekerheid. Er is geen tijd om het een plek te geven, alleen die paar uurtjes die ik koop bij een oppas. De spanningen tussen de Man en mezelf zijn te snijden. Gevolg van tweelingouderschap, uitputting, maar ook mijn gewroet in dit vel dat niet lekker zit en de boosheid en angst en onzekerheid die nergens naar toe kan.

Binnen een paar weken komt er een mevrouw die drie dagen per week voor mijn kinderen zorgt. Dan pak ik mijn spullen (ik moet nog een nieuwe pc en telefoon kopen – ook dat is allemaal zo ontwrichtend als je al nergens tegen kan) en ga ik. Ik zoek een plek waar ik naar toe kan gaan. Ik testte al een plek uit waar ik wanhopig weg ging omdat al die creatieve zzp-ers die er zaten luid en druk waren en ik met niemand van hen het gevoel had lekker te willen uitwisselen zoals ze op de website beloofden. Maar ik ga dus, ergens naar toe, en dan schud ik eindelijk al die plannen uit mijn mapje en is het uur van de waarheid daar.

Intussen ben ik 35 geworden en in de antroposofie tellen ze in periodes van 7 jaar met breukmomenten. Ik ga nu de fase van het ontvouwen in. Op mijn bureau slingert het boekje van Pinkola Estes dat me over de streep duwde en in mij ziet de wolfsvrouw het aan en weet ze dat het stof gaat liggen en voedt ze zich met mijn besluit dat niet uit angst genomen is, maar met moed en tranen.

Sponzen en hun moeder

Baby’s zijn sponsjes.
De toestand met mijn werk gaat maar niet over. Ik heb zelf een keuze gemaakt (waarover later meer), maar er is veel spanning. Ik ben nerveus en heb gewoon niet zo’n lange adem. Het sleept al maanden aan, en ik wil graag dat het klaar is en dat ik verder kan.

Allemaal niet zo gek.
Maar ik ben een moeder en ik heb twee baby’s.
Baby’s die als sponsjes de spanning opzuigen en niet meer slapen. Krijsen, brullen, elkaar aansteken in de onrust.

Het thema van de boekenweek is moederschap. Ik lees her en der dingen over moeders. Ik ben naar een opstellingsavond geweest en daar was een vrouw die zich niet gezien voelde door haar moeder. Ik heb zelf het idee dat mijn moeder met haar ontwikkeling mijn puberteit heeft gekaapt (*) (alternatief was dat ze gefrustreerd was gebleven en dat op mij had geprojecteerd). Ik lees een tijdschrift dat in GROTE LETTERS zegt dat DE BAND TUSSEN MOEDER EN DOCHTER DE MEEST FUNDAMENTELE IS VOOR DE VROUW. Of zoiets. Ik denk aan mijn eigen moeder, ik denk aan mijn dochters.

Ik denk aan de vrouw uit de opstelling tegen wie ik wou zeggen dat moeders ook maar mensen zijn. Mensen die niet uitgeslapen zijn, een slechte dag kunnen hebben, vast kunnen lopen in hun baan, hun relatie, hun psyche, hun leven. Ik begrijp dat het kind wil dat de moeder alles voor hem of haar is dat hij of zij nodig heeft, dat je wil dat je moeder er altijd is en altijd de juiste dingen doet en wijs is en gul en mooi en een voorbeeld en een rolmodel. Ik ben zelf zo een kind, maar ik ben ook een moeder en ik struikel soms over het leven, zeker in tijden dat er 24/7 zorg van mij verwacht wordt voor wezentjes die niets kunnen, behalve hun met zorg bereid papje in mijn gezicht blazen, huilen bij ongemak, door de kamer sluipen, tatataa roepen en dadadaaa en puh.

Nooit lees ik iets over vaders. Altijd over moeders. Moeders. Moeders. Ik word er nerveus van, want ik ben een moeder. Een moeder zonder vlekkeloos parcours. Een moeder die het soms spuugzat is en met de noorderzon wil vertrekken naar een hutje op de hei waar enkel boeken en koffie zijn en hertjes. Een moeder die dol op ze is, maar soms gewoon emotioneel niet beschikbaar (soms? vaak misschien zelfs) omdat het haar de keel uithangt dat het oud papier al weken klaar staat en ze het huis niet uit kan om het weg te brengen. Of dat ze niet kan sporten omdat ze overdag niet weg kan en ’s avonds bij elkaar te vegen is. Of dat ze niet kan slapen, omdat de kleine baby het grootste deel van het bed nodig heeft en aan haar haar trekt ’s nachts. Of omdat het gedoe met het werk maar niet opschiet en ze even niet meer weet hoe het allemaal verder moet. Of omdat ze kwaad is op de vader, soms.

Ik vind het ouderschap een geschenk, echt, maar het is zo omvattend. Het is zo omvattend, en ik ben maar een mens. Een moeder, ja, maar een mens. Misschien staan mijn kinderen binnen dertig jaar wel in een opstelling te vertellen tegen een vreemde dat hun moeder niet beschikbaar was, of onvoorspelbaar, of humeurig, of verveeld (**).

(*) Ik realiseer me vaak – later misschien iets om meer over te schrijven – dat mijn moeder zich geëmancipeerd heeft en dat ik dit proces van op de eerste rij heb meegemaakt. Het begon met een hobby uitoefenen. Eisen dat ze met haar voornaam aangesproken werd. Weer beginnen werken na een lange tijd thuis.
Ik zou om het even welke vrouw LOEIHARD aanmoedigen bij dit proces, maar ik neem het haar onbewust kwalijk, omdat er spanningen waren en ze er niet was en ze er steeds minder was en ik steeds meer op mij nam thuis. Parentificatie heet dat, en het heeft zo veel kreukels in mijn leven gebracht.
De tegenstelling (principes versus gevoel) verwart me.

(**) Ik probeer nu werk te doen (zoals TAW, opstellingen, …) zodat ik mijn kinderen minder gedoe laat erven.

P.s. Ik hoorde deze docu en het raakte me loeihard. Daarbij leerde ik dus dat er zoiets is als een huisvrouwensyndroom en dat je daar in het slechtste geval dood van kan gaan.

P.s. 2. Soms lijkt het alsof ik omring ben door parasieten die lak hebben aan het feit dat ik ook iemand ben die ook dingen nodig heeft. Zoals slaap. Zie ook dit stukje, over je een vreemde voelen in je eigen leven.