De buitenkant en de binnenkant

Soms is het donker in mijn hoofd.

Ik realiseerde me laatst dat ik een vrouw ben met acht kilo te veel, die rijdt in een auto die niet van haar is, leeft in een huis dat niet van haar is, geld uitgeeft dat ze niet zelf verdiend heeft en een hoofd vol plannen heeft waar ze maar over blijft twijfelen, terwijl ze terug gaat naar een baan waar ze haar hadden willen afschepen na een zwangerschapsverlof. En o ja, ik zit ook al weken tegen dezelfde op te ruimen spullen aan te kijken.

Er zit een discrepantie tussen wie ik in mijn hoofd ben/wil zijn en wat ik soms in werkelijkheid zie van mezelf. Je bent wat je doet, dat idee. Je bent niet wat je wil in je hoofd als je het niet realiseert. (Daar heeft Roos Vonk over geschreven, dacht ik.)

Als het over iemand anders zou gaan, zou ik die persoon wel wat credits geven, als ik zou zien dat ze vier kinderen heeft waaronder één tweeling van acht maanden, waaronder één ontzettend onrustig baby’tje dat amper twee keer een half uur per dag slaapt. Ik zou zeggen dat ze geduld moet hebben en dat voor alles een tijd is en dat Rome niet in één dag gebouwd is en dat het ook best een prestatie is om de hele meute in leven te houden en van vers voedsel te voorzien, en dan af en toe nog eens naar de film te gaan, wat freelance werk te doen en een rondje te gaan hardlopen en dat met zo weinig slaap. En elke dag drie machines was te draaien. O man, wat heb ik respect gekregen voor de Thuisblijfmoeder. Echt, hulde, hulde.

Ik wil vast te veel. Dat hoeven jullie niet meer in de comments te schrijven, want dat weet ik wel.

Tegelijkertijd is dat willen ook een soort motor, en ben ik blij dat die motor weer draait. Tijden waarin die niet draait en ik helemaal niets wil, zijn erger dan de dagen waarop ik gefrustreerd ben omdat ik te veel wil.

Ik wil veel en ik durf weinig.
Ik durf mijn baan niet opzeggen en iets van mezelf starten, want van zodra ik daarover begin na te denken, poppen er 1001 dingen in mijn hoofd op die eerst moeten gebeuren. (Zoals opleidingen volgen, 8 kilo afvallen, sparen, een website laten maken, alles 1000 keer uitdenken, geld lenen bij de Man om de eerste tijd door te komen, 5 km kunnen hardlopen – heeft overigens niets met de inhoud van mijn plannen te maken, maar als ik dat kan ben ik vast een wilskrachtig iemand … ). Tegelijkertijd word ik misselijk als ik er aan denk weer naar kantoor te moeten binnenkort, na alles wat er gebeurd is.

Ik wil even alleen weg. En even met de Man. Maar ik durf de kinderen nergens te ‘stallen’ want dan gaat heel de hechting vast mis. (Ik weet wel dat het zo’n vaart niet loopt, maar zowel de Man als ik verlangen naar even weg – samen en ik ook apart – maar we voelen ook beiden dat het te vroeg is voor de baby’s.)

Ik wil in een week waarin er heel veel bezoek komt, een paar uur voor mezelf claimen, ook al is er bezoek in huis, omdat ik soms het gevoel heb dat ik stik. Maar ik durf niet. (Update: ik heb het gewoon lekker wel gedaan, op een moment dat de Man thuis was.)

Ik wil alleen naar de sauna, maar dat durf ik niet.
Misschien daar maar eens mee beginnen.
Zucht.

Ik las laatst dat we onze eigen binnenkant altijd vergelijken met de buitenkant van anderen. Dat spookt al dagen door mijn hoofd. Dus keerde ik mijn hoofd nog een keer om en schreef ik die binnenkant van mezelf er eens uit in deze blog. Terwijl ik me realiseer dat het er aan de buitenkant vast goed uit ziet: een bende kinderen, een schattige tweeling, lekker thuis om van ze te genieten, binnenkort weer deeltijds aan de slag, comfortabele auto, leuk huis op een leuke plek, uurtjes oppas om wat voor mezelf te gaan doen, avondjes uit in m’n uppie omdat ik dat wil en het kan. Veel om blij mee te zijn en dat ben ik meestal ook. Maar soms, soms is het even donker in mijn hoofd. En daar wil ik best eerlijk over zijn.

Advertenties

De onverwachte wending

Eerder schreef ik al over het feit dat mijn terugkeer naar het werk bemoeilijkt/ontmoedigd werd. Zie hier en hier.

Hierbij het vervolg. Achter de schermen had ik me geïnformeerd bij het juridische loket, die erg moesten lachen met het doorzichtige van de situatie (een baas die een conflict uitlokt, dan gaat roepen dat het een arbeidsconflict is als je tegenwerk biedt, ze voorspelden dat stap drie het aanbieden van een regeling tot ontslag met wederzijds akkoord was). Ik was via de vakbond ook terecht gekomen bij het College voor de Rechten van de Mens, die graag een onderzoek wilden instellen naar zwangerschapsdiscriminatie, en me in contact brachten met een anti-discriminatie-organisatie die me kon ondersteunen bij de te zetten stappen.

De vrouw waarmee ik sprak, zette me meteen aan het werk: gespreksverslagen maken en die samen met de vraag om verheldering van de situatie sturen aan de bestuurder van de organisatie waar ik werk. Zo gezegd, zo gedaan.

Meteen alle poppetjes aan het dansen. Er volgde een gesprek met P&O waar duidelijk was dat ze wat hadden zitten wroeten maar niets hadden kunnen vinden dat ontslag zou rechtvaardigen. Vervolgens werd ik uitgenodigd bij de bestuurder, die luisterde, me meteen verzekerde dat ik terug verwacht word op kantoor. Mijn baas moest zijn excuses aanbieden, er volgt nog een verhelderingsgesprek en hij zal mijn leidinggevende niet meer zijn.

Dit was op zijn minst gezegd een nogal onverwachte wending. Er was opluchting, maar ook boosheid (zie je wel, hij zat fout, en heel deze toestand was niet nodig geweest). Ik heb eerlijk gezegd nog niet veel zin om terug te gaan na alles wat er gebeurd en gezegd is. Achteraf gezien was het echt heel naar en heb ik er heel veel negatieve emoties bij ervaren. En het heeft me veel tijd gekost. Ik laat het even bezinken en vraag me af waar het eigenlijk goed voor geweest is.

Voor mijn dochters/over eten

Het is een hectische dag als altijd. ’s Ochtends iedereen klaarstomen, naar school, terug via de winkel. Dan de baby’s hun tweede ontbijtje serveren, omkleden, in bed stoppen. Het gaat maar door: hapje maken, fruithapje klaarzetten, morning pages schrijven, was draaien tussendoor, vaatwasser uit- en inladen, soepje drinken met de buurvrouw, baby’s eten geven, oppas instrueren, paar uur werken (1 uur en drie kwartier om precies te zijn), rush naar de schoolpoort met nog een diarree-explosie tussendoor (de kleine baby, niet ik), en dan met vier kinderen naar de binnenspeeltuin. Onderweg ben ik trillerig. Haha, denk ik trots. Ik heb vandaag alleen nog maar een bordje mild en creamy met granola gegeten en een kopje soep. Het is vier uur. Oorlog aan de zwangerschapskilo’s!

’s Avonds lig ik totaal uitgeteld (en na avondmaal pizza – je kan immers niet tegelijkertijd in de keuken staan en in een binnenspeeltuin zijn) op de bank. Ik lees wat dingen, en kom op een artikel over intuïtief eten. Ik lees een tekst van een vrouw die cake eet als ontbijt en daarvan geniet. Ik lees over de koolhydraten eten die je lijf van je vragen. Ik klik door om de principes van intuitive eating te lezen, en ik begrijp nu pas hoe verstoord mijn relatie met eten en bij uitbreiding met mijn lijf is.

Wanneer heb ik geleerd dat honger hebben goed is en een teken van wilskracht?
Wanneer heb ik geleerd dat je verdriet of frustratie met chocola kan dempen?
Wanneer heb ik afgeleerd te stoppen met eten wanneer ik genoeg had? (I’ll tell you, bij mijn ouders waar de regel was dat je je bord moest leeg eten.)
Wanneer ben ik begonnen met stiekem lekkere dingen eten en ze dus schuldbewust weg te schrokken in plaats van ervan te genieten?

Ik heb nooit een eet-probleem gehad, maar als puber at ik vaak heel de dag niets (trots, wilskracht!) om me ’s avonds op de inhoud van de snoepkast te storten. (Wat niet echt uitmaakte, ik fietste elke dag een uur dus ik had een prima gewicht.)
Op kot deden we met alle meisjes samen wel eens uitdagingen om alleen maar groenten en fruit te eten gedurende dagen, tot een week, en bracht ik zo de 50,2 kilo die ik woog terug tot 47 in het ‘beste’ geval.

Toen ik zwanger was, was ik een intuïtieve eter. Tot in extremis: knolselderij (ijzer!), spinazie (ijzer!), veldsla (ijzer!), maar ook liters tomatensoep (kalium), aardappelpuree (?) en ook wel combi’s van zuurtjes met tomatensap in de auto. Of bananen met pepermunt en dan spugen op de pechstrook.

Intussen weet ik het even niet meer. Ten eerste ben ik zo afgeleid door het zorgen voor iedereen dat het heel moeilijk is om goed te voelen wat ik nodig heb. Ten tweede heb ik eindelijk consequent een systeem van weekmenuten geadopteerd, met boodschappen die aan huis gebracht worden. Efficiëntie ten top, maar ik kan natuurlijk niet voor een week intuïtief vooruit voelen wat ik op welke dag wil eten of nodig heb. En ten derde is mijn geest echt verziekt als het over eten gaat. Het denken in goed en fout, het ideaal van mager zijn (elke keer als iemand tegen me zegt dat ik er ‘goed’ uit zie, flap ik er uit dat ik nog niet op gewicht ben hoor), de angst om met overgewicht te kampen zoals mijn moeder, het onregelmatige (heel de dag bijna niets en vergeten lunchen, ’s avonds een bakje chips en een stuk chocola na het eten), het niet-genieten, het altijd schuldig, het benieuwd zijn hoeveel dat loopje waar ik ook gewoon van kan genieten in calorieën betekent.

Ik weet niet of je intuïtief kan eten als je een moeder bent van vier kinderen en altijd bezig en druk en met allemaal balletjes in de lucht. Maar ik wil het wel proberen. Wat ik thuis zag, was een moeder die met zakjes eiwitten twintig, dertig kilo afviel en ze er daarna weer bij at. De ups, de downs. De pilletjes die geslikt werden tegen eetlust. De avondlijke stops bij het frituur (‘niet tegen papa zeggen’). Wat ik mijn dochters wil tonen is wat anders. Eten is leuk, koken is heerlijk, voel wat je nodig hebt, geniet van wat je eet, stop als je genoeg hebt en wees nooit, nooit trots op jezelf als je een hele dag niets gegeten hebt, al schreeuwt je lijf om voedsel.

No woman no cry

Eerder schreef ik al dat ik een naar gesprek had rond mijn terugkeer op het werk na ziekteverlof, zwangerschapsverlof en ouderschapsverlof. Ik schreef ook over de boosheid.

As we speak zit ik er nog midden in. Dat betekent dat er een tweede gesprek is geweest (waarover in deze blog meer), en dat ik hulp zoek (daarover later meer).

Eerst twee dingen. Namelijk: ik vind het een heel vervelend proces. Ik heb het idee dat ik in een soort positie ben gebracht waarin ik stappen moet zetten die ik niet graag wil zetten (zoals juridische hulp zoeken), maar sommige spelletjes worden op een bepaalde manier gespeeld en je bent naïef en kwetsbaar als je het spel niet speelt volgens de gebruikelijke regels.

En ten tweede: ik kan best geloven dat ik niet de perfecte werknemer ben (geweest) en dat een afwezigheid van een jaar erg lang is voor een werkgever, maar wat er gebeurde (nl. het ontmoedigen om terug te komen door te vragen of ik nog wel pas, mij onzeker te maken en te suggereren dat ik beter als zzp-er zou werken want dat dat beter bij mij past – een oplossing die de organisatie niets zou kosten en waardoor ik geen recht op uitkering zou hebben) mag gewoon niet met een vrouw die terugkomt van haar verlof. Het is te zeggen: je kan het altijd proberen natuurlijk, maar ik ben beschermd tegen ontslag en er zijn ook geen redenen (zoals slechte beoordelingen) om mij te ontslaan. Lees dit anders.

Dus. Ik had een tweede gesprek met mijn werkgever. Dat had ik goed voorbereid. In het vorige gesprek hadden we het scenario: oudere man, jonge vrouw, man brengt boodschap, vrouw zit een uur te snikken, gesprek wordt opgeschort. Ik kon mezelf wel voor de kop slaan dat ik gehuild had, maar tegelijkertijd snap ik ook van mezelf waarom (het was zo onverwacht terwijl ik happy happy terug wou komen én zoals een lieve vriendin zei: de baas had eigenlijk moeten zeggen ‘welkom terug, wat goed dat je er weer bent! Hoe gaan we dit goed opstarten?’).

Een deel van de voorbereiding was het voornemen om niet te huilen dus. Vorige keer waren we (door de bril van transactionele analyse bekeken) in een kritische ouder – aanhankelijk kind- situatie terecht gekomen, en mijn voornemen was alleszins om nu een volwassene – volwassene- interactie te hebben.

Verder heb ik het inhoudelijk voorbereid. Wat ik heb gezegd waren de volgende dingen:

(1) Mijn baas had de vorige keer gezegd dat ik niet zo goed in een team pas omdat ik meer op mezelf ben. Hij had ook gezegd dat ik te perfectionistisch ben en dat hij vragen had bij mijn belastbaarheid gezien het feit dat ik kinderen heb. Daar ben ik op terug gekomen. Ik heb hem criteria gevraagd waaraan ik moet voldoen, en heb hem ook gezegd dat ik graag wil uitzoomen als het over sommige dingen gaat. Gedrag vindt altijd plaats in een context (een reden waarom ik bv niet zo uitblonk in samenwerking, is dat ik een hele tijd lang geen collega heb gehad om mee samen te werken in mijn afdeling) en ik wou heel graag de context mee bespreken (zoals bv de spanning tussen formeel en informeel leiderschap in het team). Dat leidde o.a. tot de absurde dialoog die als volgt ging:
Je had collega S. om mee samen te werken maar hij was niet goed genoeg voor jou!
– Euhm. Voor jou ook niet, want je hebt hem zelf ontslagen.

(2) Het niet-gevoerde gesprek. Er zit altijd zo veel onder en achter de dingen die we uitspreken. Misschien blijft het wezenlijke ongezegd. Dat heb ik benoemd. En ook dat het ongezegde zou kunnen zijn dat een bepaalde collega met veel invloed liever niet heeft dat ik terug kom; dat ik misschien wel te kritisch was in het verleden; dat ik me twijfelend en soms kwetsbaar heb opgesteld en dat ik daar nu op afgerekend word (twijfelend over wat we als organisatie doen en hoe); dat er te veel nieuwe mensen zijn aangenomen die kunnen blijven als ik niet terug kom. Of misschien wel onbewuste overtuigingen: een jonge vrouw met kinderen werkt beter niet. Of werkt beter niet in deze baan. Of de mannelijke vervangers die gezinshoofd zijn hebben meer recht op de uren?
Kortom: er zit zo veel onder en achter en ik ga niet doen alsof dat niet bestaat.

(3) Mijn vertrouwen is beschadigd door de manier waarop dit gebeurt, de timing. Maar vooral: omdat zijn voornaamste argument is dat ik zelf andere taken heb gevraagd. Wat inderdaad zo was, in het begin van mijn risico-zwangerschap. Hij heeft het me niet toegestaan en ik ben ziek geworden. Nu blijkt dat ik recht had op een aangepast takenpakket. Het feit dat hij me dit recht niet toegestaan heeft én het nu gebruikt als argument om me zelf te doen opstappen, vind ik schaamteloos.

Ik was kalm en heb geen traan gelaten. De baas? Die is woest de kamer uitgelopen, is teruggekomen om te zeggen dat hij niet meer met mij wou praten en dat hij zoiets nog nooit meegemaakt had, en dat we nu een arbeidsconflict hebben. Volgens het juridisch loket zou hij dit in elk geval gezegd hebben, en is de volgende stap dat ze me proberen weg te sturen met wat geld omdat we door het conflict niet meer kunnen samenwerken. We’ll see.

20 dingen die ik graag doe

Zoals jullie intussen vast wel weten, doe ik ‘The Artist’s Way’. Naast elke dag morning pages schrijven (lukt me 6 dagen op 7!), een keer per week met mezelf uit gaan (zie hier en hier), is de basis natuurlijk een boek met 12 hoofdstukken die je leest en waar je oefeningen bij maakt.

Eerlijk gezegd haperde dat nogal. Elke dag een oefening bleek niet echt haalbaar (te versnipperd), dus wat ik nu doe (ik – wil – dit – echt – doen!) is tijd nemen op locatie en dan met mijn boek en schrift gedurende een langere tijd de oefeningen gaan doen. Dus bv 1,5 uur in een koffiebar gaan zitten en ervoor gaan.

Eerst had ik een soort faalangst, wat echt onnozel is, want er is geen goed en fout bij de oefeningen. Verder had ik ook een soortement koudwatervrees. Het lijkt alsof starten met TAW een soort uitnodiging is aan het universum om je leven op zijn kop te zetten. Sinds ik begonnen ben is er zo veel gebeurd en dat lijkt te komen door TAW – alsof ik het over mezelf afgeroepen heb. Een greep uit wat er gebeurd is: ik heb een vulpen gekocht en een tweede gekregen (lijkt onnozel, maar wat een schrijfgenot)/ ik heb een inleiding geschreven voor een boek dat al een tijdje in mijn mouw zit/ mijn baas heeft me gevraagd of ik wel binnen de organisatie pas – in een tweede gesprek ben ik voor mezelf opgekomen waarover later meer/ ik heb plannen uitgewerkt voor een eigen bedrijf/ ik ben bijna wekelijks een uitstapje gaan maken met mezelf/ ik lees weer bijna dagelijks/ ik kijk amper nog netflix/ ik heb een knallende ruzie gehad met de Man/ ik ben voor het eerste sinds de baby’s 8 uur van huis geweest/ ik heb een leger babysits die ik zonder schuldgevoel inzet/ ik heb connectie gemaakt met een aantal mensen/ ik heb de buren uitgenodigd voor een etentje/ terug regelmatig beginnen bloggen.

Eén van de oefeningen wil ik graag met jullie delen. Omdat het zo een eye-opener was. Mijn vraag aan jullie: neem de oefening over, schrijf er een stukje over en zet in de comments een linkje zodat ik eens kan komen kijken.

De oefening hoort bij ‘een gevoel van identiteit terug vinden’, en het is simpelweg een lijst maken van 20 dingen die je graag doet. En vervolgens schrijf je daarnaast hoe lang je ze niet meer gedaan hebt. En tenslotte plan je er twee in om deze week nog te doen.

Het was best moeilijk om 20 dingen te verzinnen, tot ik op dreef was en plots had ik er 21 :). Mijn lijstje (niet persé in volgorde van belangrijkheid en met tussen haakjes hoe lang het geleden is):

  1. Lezen (een dag)
  2. Film kijken in de alternatieve cinema (omwille van het soort films en omwille van het feit dat ik helemaal in de film zit en niet tussendoor ga snoepen/bij de kinderen kijken/appen) (gisteren)
  3. Wandelen in het bos, de duinen of een erg geliefd landgoed van me (twee weken)
  4. Koffie drinken (as we speak)
  5. Dingen kopen (ok, dat klinkt superfout) bij Dille en Kamille (dus geen plastic troep) (weken/maanden) – vooral SCHRIFTJES kopen zonder lijnen (een week)
  6. Fietsen in Zeeland of de duinen (jaren/maanden)
  7. Vrijen (vind ik gênant om te schrijven terwijl het mij best normaal lijkt – hier even geen tijdsindicatie 🙂 )
  8. Schrijven (uren) en bloggen (as we speak)
  9. Sauna (een jaar)
  10. Dingen met leren of zelf-ontwikkeling (dagen)
  11. Koken/soep maken (uren)
  12. Uit eten (weken – en als ik het goed voor heb was de laatste keer een sterrenrestaurant-etentje, luxe luxe luxe)
  13. Museum bezoeken (maanden, foei)
  14. Hardlopen als het lekker gaat (15 maanden ofzo)
  15. Snuisteren in bib of boekenwinkel (maanden, niet erg easy met een dubbele kinderwagen)
  16. Op vrijdag biogroenten halen op de markt (twee weken)
  17. Op zaterdag de krant lezen (twee tot drie weken)
  18. Dingen bedenken en ontwikkelen (week)
  19. Iets attents doen zoals soep brengen aan een zieke buur, iets opsturen (uren, dit heb ik echt geleerd door de komst van de baby’s, ik vond het zo hartverwarmend dat sommige mensen de moeite nemen iets uit te zoeken en te geven, of een mooie kaart te schrijven, wil daar zelf nu ook beter mijn best voor doen)
  20. Naar het Betere Boerenbed gaan (bijna een jaar)
  21. Auto rijden (twee weken)

Wat ik deze week ga doen: een museum bezoeken en hardlopen.

Ik ben ontzettend benieuwd naar jullie lijstje. 🙂

Heilige colère

Een tijdje terug schreef ik over de vraag die ik kreeg op het werk (toen ik mijn terugkeer ging bespreken) ‘of ik nog wel binnen de organisatie pas’.

Intussen is er veel gebeurd. Ik heb met een aantal mensen gepraat, ik heb morning pages geschreven, ik heb nagedacht, ik ben bij een coach geweest. Er waren dagen dat ik mezelf heel rustig en beheerst vond. Vandaag is een dag dat ik ontzettend slecht in mijn vel zit.

Binnenkort is er het vervolggesprek. Voor mezelf heb ik besloten dat ik daar op een volwassen manier mee wil omgaan. Wat betekent dat ik me niet meer wil laten overmannen door mijn emoties zoals vorige week, maar ook: ik ga voor mezelf opkomen. Niet om mijn baan te behouden, maar wel omdat ik dingen die gezegd en gebeurd zijn als onfatsoenlijk of oneerlijk beschouw. Daar wil ik ‘liefdevol’ en rustig op terug komen. Ik maak al dagen lijstjes van wat ik wil zeggen en hoe. Ik wil mijn recht van antwoord nemen. Het zal me veel oefening kosten om dat op een goede manier te doen.

Dat dus voor het geplande gesprek binnen acht dagen.

Tot die tijd mag ik van mezelf boos zijn. En verdrietig. Ik zag een Ted talk over boosheid en vrouwen, en dat dat sociaal niet aanvaard is en dat vrouwen zo vaak hun boosheid inslikken of maskeren. Het is niet leuk om boos te zijn. Het kost energie, het stoort me en verstoort me. Maar ik ben het wel. Ik ben het, om de oneerlijke argumentatie. Ik ben het, omdat ik geen enkele vrouw inclusief mezelf toewens om zo terug te komen na een het krijgen van één of meerdere kinderen. Ik ben het, omdat er meer aan de hand is waar ik geen zicht op krijg. Ik ben het, omdat maar een deel van de realiteit bekeken wordt (ja, ik ben lang weg geweest, maar ook: ja, ik heb heel hard en goed gewerkt voor de betreffende organisatie).

Heilige colère.

En verdriet. Dat ook.

Do’s voor de kersverse (twin)mom

In de comments kwam laatst een vrouw langs die zwanger is van een meisjestweeling. Dat vond ik zooo leuk! Tijdens mijn zwangerschap las ik alle blogs van wolferien telkens maar opnieuw. Ze had zo’n leuke wekelijkse blog over hoe haar zwangerschap vorderde. Daar heb ik best veel aan gehad.
Gisteren wandelde ik met de twinnies door de stad. Achter mij stopte een fietster. ‘Even kijken hoor,’ zei ze. Daar ben ik intussen al aan gewend. En toen zei ze: ‘Het wordt beter! Die van mij zijn negen. Het eerste anderhalf jaar is hel, maar het wordt echt beter.’
Dat deed me zo’n deugd. Dus hier draag ik mijn steentje bij. Een blog voor de zwangere van een meisjestweeling en ook voor alle andere mama’s (to be) van 1, 2, 3, 4, 5 of 10 kindjes. Nonspon trouwens, zoals altijd.

  1. We waren er schromelijk laat mee, maar ik had graag voor de geboorte van de tweeling een COOKING BLENDER gehad. (Of zoals kleine broer zegt: een koekie bjender). Dat is een apparaat dat niet enkel een blender is, maar ook kan koken. Als in: babyhapjes maken! In grote porties, dus voor twee baby’s voor twee of zelfs drie dagen. Wat het apparaat ook kan en ik in die eerste intensieve periode graag gehad had, is vrijwel zelfstandig soep maken met een programma van 25 minuten. Je mikt er ongeveer 700 g groenten in en 800 ml water, wat kruiden en bouillon. Je zet het soep-programma aan, en na 25 minuten krijg je een piepje en staat er een heerlijk soepje klaar. Verder kan het apparaat natuurlijk nog allerlei toepassingen en variaties (er zit een kookboekje bij), maar de vegan chocomousse-applicatie is voor mij ook echt een trooooost op zware dagen. Het apparaat smelt de chocolade en mixt het dan met zijden tofoe en dan nog even laten opstijven (of niet, ik eet het ook zo) en je hebt heerlijk chocoladespul.
  2. Ik ben een beetje boos op de triptrap-stoelen, want ik vind dat bv de babyset schandalig duur is. Twee stukjes plastic voor 50 euro, maal twee baby’s dus 100 euro?! Maarrrr de newborn-sets zijn echter hier een uitkomst geweest voor de vele dagen alleen thuis met twee kleine pupkes. Zo kon ik er één eten geven, en de ander kon in de newborn-set naast mij, waardoor ik haar tutje kon geven, spuug weg kon vegen en het kindje in kwestie dus rechtop kon zitten na het eten. Want dat is dus één van de stomste dingen met tweelingen: je kan je kindje wel een boertje laten doen, maar daarna moet je hem/haar toch ergens kwijt om broer/zus te kunnen voeden. En de meeste kindjes worden na de maaltijd best een tijdje rechtop gehouden. Exact wat de newbornset van triptrap doet.
  3. Elke dag naar buiten gaan. Zeker nu is het een hoop gedoe om iedereen aan te kleden en in te pakken en mutsjes op en warme berepakken aan, maar het is zo belangrijk voor je mentale gesteldheid om even weg te zijn, lekker even naar buiten.
  4. Dat geldt natuurlijk niet voor de kraamweek. Ik ben verwend tijdens mijn kraamweek. Niet zozeer door mijn kraamhulp, wel door de lieve meter van de oudste dochter, die voor ons kwam koken. (Ik denk nog vaak terug aan die home-made-falafel.) Dankzij dat met liefde bereide voedsel, ben ik er goed bovenop gekomen na die bloeding. Als ik echter terug kijk, ben ik (op dat aspect na dan) te snel te flink geweest. Ik wou al gauw weer vanalles. Buiten komen, het huishouden doen, boodschappen halen, … Een tip voor elke nieuwe mama: je maakt het maar één of enkele keren mee. Maak een mooie kraamkamer voor jezelf, en blijf ook na de kraamweek nog twee tot drie weken elke middag of ochtend in de kraamkamer, met je baby. Je hebt de rust (of slaap) echt nodig en de wereld vergaat niet op een paar weken tijd. Hier hoort ook bij dat je gewoon hulp vraagt van andere mensen, voor bv het opvangen van oudere kinderen of het doen van huishoudelijk werk. (En laat je boodschappen bezorgen. Dat doe ik intussen en ik ben elke week weer even verliefd op de bezorger die me telkens vraagt waar ik de boodschappen graag wil hebben.)
  5. Hou de mogelijkheid open langer thuis te blijven dan de weken die wettelijk gezien voorzien zijn. De baby’s zijn hier ruim zes maanden, ik ben moe tot in mijn botten. Mijn nachtrust is nog steeds onvoorspelbaar en mijn dagen zijn nog steeds meer dan druk. Voor mij zou het een garantie op burn-out of ziekte geweest zijn als ik terug was gaan werken, terwijl ik op een bepaald moment wel nood kreeg aan ruimte voor mezelf en om wat te freelancen, wat ik dan ook genomen heb door regelmatig een oppas in te huren. Meteen ook belangrijk voor de moeilijke momenten: het besef dat ik er ongeveer twee keer per week enkele uurtjes uit ben.

En allez, nog een bonustip.
Rooming in, met de baby’s! In plaats van met de baby’s in de ouderlijke slaapkamer te liggen en dus ’s nachts elke keer het licht aan te knippen en je partner wakker te maken (en na een jaar je baby’s plots verbannen naar hun eigen kamertje met een hoop gehuil en ge-wen tot gevolg), kan je dus een bed op de babykamer zetten. Even investeren, maar het voordeel is dat één partner kan slapen. Je kan ook midden in de nacht wisselen van bed met je partner en vanaf dat moment ONGESTOORD slapen. Of ’s ochtends om vijf uur. Hahaha. En als je weer gewoon als ouders samen slaapt, maar je kind/eren is/zijn eens ziek of hebben nachtmerries of whatever, dan kan je besluiten om dus weer even mee in de kinderkamer te gaan liggen in plaats van het grut heel de tijd in het grote bed te hebben. Heel romantisch is het allemaal niet (ook daar is een goede planning voor de meer romantische momenten een niet zo romantische oplossing, maar dat moet je sowieso omdat het time-window waarin iedereen slaapt behalve jij en je partner heel klein is), maar wel heel slim.

Andere (tweeling)mama’s hebben zeker ook een do of don’t. We lezen ze graag in de comments!

To fit or not to fit

Ik weet niet of ik er klaar voor ben er over te schrijven, maar meestal helpt het schrijven me wel orde te brengen in mijn hoofd.

Wat er gebeurd is:
ik ging naar het werk om mijn terugkeer te bespreken na een jaar (ziekteverlof, zwangerschapsverlof, onbetaald ouderschapsverlof) en de baas vroeg me of ik wel binnen de organisatie pas.

Achtergrond: een jaar is veel, ik ben toegewijd maar vaak ook kritisch en ik ben heel open geweest over mijn struggles om bv werk en gezin te combineren, in het verleden.

Uiteraard ben ik in huilen uitgebarsten. Ik ben flink ziek geweest (fysiek en mentaal), ik heb een tweeling gekregen, ik had sommige dingen ook graag anders gehad (dat ik supervrouw was en hoogzwanger nog 10 uur per dag kon werken ofzo). Ik had al mijn moed bij elkaar geschraapt en me bij elkaar geraapt en ik had er weer zin in, en zijn opmerking voelde als een soort koude douche. Met ijsblokjes.

Een wirwar van gedachten.
(Geen oordelen over mijn gedachten, het is gewoon een soort gedachtenregen die dan gaat druppelen en bij momenten stortregenen of zelfs hagelen.)
Hij heeft drie mensen aangenomen en heeft geen werk genoeg voor ons als ik terug kom.
Er is iets gebeurd achter de schermen, iets heeft zich tegen mij gekeerd, maar ik krijg er de vinger niet op.
Dit is niet eerlijk.
(…)

Wat ik het ergste vond, is dat hij me vast timmert met een aantal dingen. Hij heeft een aantal gebeurtenissen uit de context gehaald (bv tijdens mijn zwangerschap heb ik gevraagd om een tijdelijk lichter takenpakket omdat ik te ziek was om het land rond te rijden – nu zegt hij: je hebt zelf gezegd dat je iets anders wou doen – zonder de context mee te nemen!) en gebruikt die dingen tegen mij. Toen ik totaal verbaasd was, vroeg hij me of ik dan geen zelfreflectie heb, wat voor mij toch wel de meest gemene opmerking was. Want ik heb denk ik vaak te veel zelfreflectie en zelftwijfel, maar ik ben ook niet zo rad van tong om op een totaal onverwachte en naar mijn gevoel niet zo eerlijke situatie gevat en genuanceerd te reageren. Als mensen oneerlijk zijn in hun argumentatie, schrik ik daar zo erg van, dat ik ook weinig verweer heb.

Daar voel ik me boos en machteloos bij. Ik heb geen recht van antwoord gehad omdat het me zo zwaar overviel.

In de auto belde ik de Man. De Man is het zakelijke niet-emotionele type die niet snel partij kiest en al, maar hij zei tamelijk verbaasd dat hij dit toch wel erg vrouwonvriendelijk vond. Dit, na een complexe afwezigheid wegens een complexe zwangerschap.

De Man zei ook: ‘dit kunnen we aan’. En toen hield ik nog meer van hem. Omdat we het aankunnen. Maar ook omdat hij ‘we’ zegt. Met de Man win ik de oorlog wel.

Naast alle ontzetting en verbazing en niet weten hoe verder, en ook de boosheid, ben ik er ook van overtuigd dat ik geen slachtoffer wil zijn. Ik zie best dat het allemaal complex is en dat ik ook niet de makkelijkste ben in een team en veel dingen in vraag stel. (Tegelijk zie ik ook dat er in ons team een situatie is van formeel en informeel leiderschap en dat ik daarbinnen wat heb moeten schipperen.) Ik zie ook wel dat ik altijd heel erg mijn best heb gedaan. Ik wil het volledige plaatje zien, en me niet in een zielig hoekje plaatsen.
(En tegelijk klopt er gewoon ook echt iets niet aan de hele situatie.)

En wat er ook nog doorheen fietst, is dat hij uitsprak wat ergens onbewust al lang speelt. Dat ik mijn eigen bedrijfje wil, en dat ik daarvoor weg moet gaan bij het werk. Maar dat is spannend en ik weet niet of het lukt en daarom heb ik een map vol plannen, maar doe ik er niets mee. Het leek even alsof hij een instrument was van de synchroniciteit en mij een soortement schop onder mijn kont gaf om het nu maar eens zelf te gaan doen.

Binnen twee weken bespreken we hoe-nu-verder. Mijn boosheid bestaat naast mijn map vol plannen die ik elke dag aanvul. Met mijn hart heb ik al afscheid genomen en ben ik al gesprongen. Maar met dat vaste contract is het nog even kijken hoe dingen best afgerond kunnen worden, en of dat nu of later zal zijn.

Moeke op de kikkererwt

Op emoshit las ik dit: ‘Voor mij was mijn mama vanzelfsprekend altijd mijn mama. In mijn ogen was het dé job van haar leven, de enige. Het heeft lang geduurd voor ik besefte dat ze nog iets anders deed dan mijn mama zijn. Herinner je je dat nog? Dat je meer en meer dingen over je ouders ontdekte, dat je stilaan tot het besef kwam dat ook ouders échte mensen zijn. Dat ze een heel leven hadden voor ze jou kregen en dat ze heel dat leven ook gewoon verder aan het leven zijn. Dat ze niet op de aarde gezet zijn met als eerste en enige bedoeling om jou te dienen. Dat ze kind geweest zijn, jongere, geliefde. Dat ze niet alles weten.’

Meer dan een jaar was ik op de wereld om de baby’s te dienen. Eerst door in bed te liggen wachten op hun geboorte. Daarna door ze dag en nacht te voeden en te verzorgen.

Ik was bang dat het nooit terug zou komen. De goesting om andere dingen te doen. Het zelfvertrouwen om andere dingen te zijn. Ik heb 100 % bewondering voor thuisblijfmoeders en zie dat ze vaak bijzonder creatief en geëngageerd zijn. En een tijd lang heb ik gedacht dat ik zou thuis blijven en moederen, omdat ik me met de beste wil ter wereld niet kon voorstellen dat ik ooit terug naar kantoor zou willen, dat ik ooit terug klaar zou zijn voor iets, dat ik ooit terug iets belangrijk genoeg zou vinden om mijn best voor te doen, dat ik ooit terug gedoucht zou zijn voor acht uur ’s ochtends. Dat laatste is nog een twijfelgeval en ik ben er intussen vrij zeker van dat een volledige nacht slapen er niet meer in zit.

De Man noemt mij schertsend ‘moeke op de kikkererwt’. Dan begint hij van die dramatische verhaaltjes: ‘Het was alsof moeke op de kikkererwt altijd al in de straat gewoond had, niemand wist waar ze vandaan kwam of hoe oud ze precies was‘. Maar geloof het of niet, moeke op de kikkererwt wil weer werken. Een aantal dingen:

  • Gestart! Ik ben terug gestart met mijn bijberoep. Eerst was dat een vreselijke chaos, omdat ik wel opdrachten aannam, en er dan van uit ging dat ik dat wel eens tussen de borstvoedingen spontaan zou klaren. Maar het werd duidelijk dat dat niet helemaal zou lukken, met alle toestanden van dien. Intussen heb ik een systeem met vooral één oppas die goud waard is. Ze is liefdevol en enthousiast en pedagoge in opleiding. Ik laat haar ongeveer zes uur per week oppassen, verspreid over twee keer (dus 2 x 3 uur). Die uren ga ik dan werken op locatie, en als je mij bezig ziet zou je niet denken dat ik add heb :). Ik ben elke minuut van die uren in hyperfocus. Waar ik vroeger werkdagen had van acht uren die gedeeltelijk verlummeld werden (zitten twijfelen, praatjes met collega’s, lang over taken doen omdat het kon, …), is nu elke minuut optimaal benut. Ik geloof overigens enorm in het 30-urenproject van Femma, omdat ik nu ervaar dat meer uren niet perse meer opleveren.
  • Op locatie. Ik heb een plek gevonden waar ik voor 5 euro per uur kan werken, koffie & thee inbegrepen. Het is er een komen en gaan van freelancers en andere vrije vogels (hoewel ik nu naast een leraar zit die testen verbetert). De cappuccino is heerlijk en ik heb bijna altijd een latte art hartje. Ik werkte graag thuis, maar ik realiseer me ook dat ik de komende tijd (wegens aanwezigheid van de baby’s) waarschijnlijk nog weinig thuis zal kunnen werken. Die heerlijke dagen die ik ooit had waarbij iedereen de deur uit was en ik als enige thuis op zolder zat… Aaah. Voorbij. Voor minstens vier jaar. Buitenshuis werken heeft echter ook voordelen (zoals: je komt makkelijk in de hyperfocus-mood). Ik heb een aantal systemen en plekken uitgetest, maar deze relatief vrije plek (geen abonnement nodig en je betaalt per kwartier en belangrijk: er staat geen radio op!), bevalt me uitstekend.
  • Operatie Schoon Schip. Mijn depressie was niet alleen verwoestend voor mijn zelfvertrouwen, maar ook voor de orde en het overzicht in mijn leven. Ik heb heel veel losse eindjes die ik nu probeer af te hechten in operatie Schoon Schip. Het is schaamte-werk: dingen die ik al lang had moeten doen of te lang heb laten liggen, en die ik nu moet oppakken. Maar dat is de enige manier om het af te sluiten.
  • Betaalde arbeid. De fantastische oppas kost me 7 euro per uur. Een uurtje werken op locatie 5 euro. Een uur werken kost me dus 12 euro. Dat is absurd en staat niet echt in verhouding tot het aantal opdrachten dat ik nu heb (en met bv operatie Schoon Schip verdien ik niets, behalve zelfrespect opbouwen en herstel). Het is een keuze, om te investeren in mezelf. Om weer op de rails te geraken.
  • Kinderopvang. We zijn nog steeds bezig met de zoektocht naar kinderopvang. Ik blijf erbij dat dat in Nederland duur en complex is (lees ook het stukje van deze mede-twinmoeder). Omdat de regels in de kinderopvang veranderen (1 opvoedster per 3 ipv 4 baby’s nodig), nemen opvanglocaties ofwel meer personeel aan, ofwel weigeren ze baby’s omdat peuters goedkoper zijn om te verzorgen. Kortom: de Nederlandse vrouw heeft het echt niet zo makkelijk. Het ziet er naar uit dat we geen oplossing gaan vinden (een oppas aan huis, is goedkoper omdat we dan per uur en niet per kind betalen) voor het einde van mijn ouderschapsverlof, dus ik ga volgende week met de baas praten om mijn onbetaalde verlof te verlengen. Daarna kan ik max 3 dagen per week terug, want een oppas aan huis kan je maar voor 3 dagen in een voordelig stelsel. Ik zou niet terug naar België willen, maar dat is in België toch een pak beter geregeld én je krijgt (oud of nieuw systeem) meer kindergeld (in Nl: 200 euro per drie maanden per kind). Maar even terug over opvang: de jaren tot de kinderen naar school gaan, ga ik letterlijk voor een paar honderd euro per maand werken. Daar moet je al flink gemotiveerd voor zijn, en dan is dat alleen nog maar zo omdat ik hoogopgeleid en dus relatief goed betaald word. Ik vraag me eerlijk gezegd oprecht af hoe onze eventuele oppas haar kinderopvang regelt en het stoot me ook tegen de borst om iemand als een soort ‘huispersoneel’ aan te nemen en van haar te vragen haar leven te plooien naar de uren dat wij werken, voor de kids te zorgen, de was op te vouwen en te zorgen dat er eten op tafel staat als we thuis komen (en tegelijkertijd lijkt het me het feestelijkste ever).
  • Organisatie. Vanochtend appte ik de Man dat ik een #evaatje gedaan had. Eva staat hier voor mijn grote voorbeeld: iemand die sterk en gevoelig tegelijk is, iemand die een boek geschreven heeft, iemand die creatief en boss lady tegelijk is, iemand voor wie productiviteit niet clean en mannelijk is (als in: jezelf managen en werken in een bubbel waar geen was, afwas en zieke kinderen bestaan), maar iets is van het echte modderige en rommelige (familie) leven. Mijn #evaatje was een verbetering in ons leven, dat de boel wat makkelijker en efficiënter maakt. Ik had een weekmenu gemaakt en de boodschappen laten bezorgen… IN MIJN KEUKEN. Dat is iets dat Nederland voor heeft op België begreep ik. Door onze straten scheuren autootjes van verschillende supermarkten, met aardige bezorgers die je boodschappen met liefde even op je aanrecht zetten. Had ik het gevraagd, hij had de frigo nog even monter gevuld, geloof ik. Dit #evaatje past in het ‘wakker worden’. Ik ben precies zo lang niet wakker geweest, door de moeilijke zwangerschap, de depressie, de tijd met twee mini’s. En nu word ik wakker en wil ik weer wat en ben ik hard bezig met het leven efficiënter en handiger te organiseren en heb ik daar nog lol in ook.

Misschien maakt de Man binnenkort een nieuw verhaaltje: ‘Moeke op de kikkererwt. Niemand wist precies waar ze vandaan kwam, hoewel haar Belgische tongval iets verraadde. Naast de zorg voor haar lieve kindjes, managede ze het huishouden als een professional en was ze ook nog eens bijzonder succesvol in haar werk.’

Haha. Wishful thinking mag, toch?

Scènes uit een tweelingleven #4 – stand van zaken

Het is altijd een beetje moeilijk om over kinderen te schrijven. Want het is zo ‘gewoon’ en tegelijkertijd voor mij en de Man het middelpunt van het heelal. Sowieso is het schrijven de laatste tijd wat moeilijk. Dat heeft te maken met het ongestructureerde leven met twee baby’s, maar ook met de zoektocht naar wat ik wil vertellen. Mijn uitjes bijvoorbeeld wil ik best opschrijven, maar ik weet niet of mensen echt zitten te wachten op lijstjes van films die ik zie, boeken die ik lees of anderszins. Wat ik denk ik hier altijd gedaan heb, is dat praktische niveau ‘overstegen’ (in de zin van: dat ik meer meta-dingen schrijf, bijvoorbeeld waarom het mij deugd doet alleen naar de film te gaan in plaats van welke films ik heb gezien deze maand), simpelweg omdat ik mezelf verre van een type vind dat advies of tips aan anderen kan geven. Ik voel me eerder de kluns of chaoot van blogland, en zoals we allemaal weten: verstandige blogs met slimme tips zijn er al genoeg.

Maar dus. De kinderen. Hoe gaat het daarmee? Enkele losse dingen.

  1. De jongens. We hebben de kerstvakantie met behulp van een whiteboard en post-its goed gestructureerd. Elke dag een activiteit, geen lange dagen hangen en spelen. Ik ben niet zo van het structureren en plannen, maar ik weet nu heel goed waarom het goed is. Eerst en vooral komen spontane acties er toch niet van. Nee, wij gaan niet spontaan eens schaatsen met de jongens. We hebben een tweeling van zes maanden die we immers niet alleen thuis kunnen laten. Vervolgens kan je door vooruit te plannen en te denken ook een evenwichtig programma opstellen. Een theater, een film, een keer schaatsen, een indoor-speelhel. Tenslotte ben ik niet iemand die ‘zin’ heeft in dingen, zoals een indoor-speelhel, maar als je er op ingesteld bent en je de dag er rond organiseert, doe je het en besef je dat het nog niet zo gek is om met een koptelefoon op en een cappuccino tijdschriftjes te lezen tussen de joelende kinderen, terwijl de Man thuis vader-dochters-tijd heeft.
  2. De jongste zoon heeft het wat moeilijk. Hij treuzelt met alles en gooit ongeveer overal met zijn pet naar. Het is ontzettend irritant en ik heb daar verschillende gedachten bij. Namelijk: hij heeft twee zusjes gekregen, alles is anders, dus hij heeft tijd nodig. Ook: hij heeft vast ADD zoals ik. Ook: fuck, hij lijkt op zijn vader (en dan zie ik hem al volledig van het pad afgeraken doordat hij zich nergens voor kan motiveren). Ook: het is vast ook iets in de interactie. M.a.w. het kind VRAAGT iets van mij of toont mij iets, misschien wel over mezelf. Maar ik ben ZO geïrriteerd dat het heel moeilijk is om hier constructief mee om te gaan. (Irritatie doordat ik elke opdracht drie keer moet geven, hij standaard niet luistert, hij sommige dingen wel doet maar er dan met zijn pet naar gooit – zo vind ik zijn vuil ondergoed standaard naast de wasmand in plaats van er in.) De grote broer heeft een excellente periode met veel zelfsturing. Ik hoor hem wel eens nare dingen zeggen tegen zijn broer (categorie: ‘jij bent diarree’), maar dat lijkt me broers eigen. Toch? Zeg gewoon ja.
  3. De baby’s zijn een half jaar. EEN HALF JAAR. Om de balans even op te maken. We zijn moe. Het huis is een puinhoop. De nachten zijn nog zeer sterk onderbroken. De borstvoeding is bijna op (ik geef nog vier keer per dag melk aan de baby’s, maar dat zijn eerder symbolische slokjes denk ik – het voelt gewoon alsof ik amper nog melk heb, heeft ook te maken met het feit dat ik telkens ik ongesteld word – sinds de geboorte al vijf keer – zucht – een enorme productiedip heb). De baby’s doen het vrij goed. Uitdagingen zijn momenteel: structuur (ze slapen om 9u30 ’s ochtends 1u tot 1,5 uur en rond 13u ook nog eens, maar veel te weinig/te kort, waardoor het laatste deel van de dag – tussen 16 en 19u, altijd ploeteren is). Slapen. De oudste baby zet het elke avond meermaals op een krijsen, het lijkt alsof ze bang is. Helaas heeft ze ook een enorm stemgeluid dus maakt ze haar zus ook wakker en dan is het echt lol, met twee overspannen baby’s. Laatst suggereerde iemand tien keer na elkaar: laat ze anders gewoon eens een avondje huilen. Maar dat kan dus niet met tweelingen, want dat escaleert enorm. De onrust slaat over en voor je het weet zijn ze beiden totaal over de rooie. Wat leuk is: ze spelen, ze zitten in stoeltjes, ze maken steeds beter duidelijk wat ze willen en wie ze kennen. En ze verschillen dag en nacht, uiterlijk (hoewel er mensen zijn die ze niet uit elkaar kunnen houden) en karakterieel. We hebben een zenuwachtig mager pittig dingske en een gezapige rondbillige lieve baby.

Waar ik vaak aan denk is dat het oneerlijk doch logisch is dat er vaak een conflict is tussen moeders en kinderen. Ik ben me met de baby’s aan het loswrikken uit de symbiose die een hele tijd geduurd heeft (vanaf de conceptie tot nu). Natuurlijk ben ik er meestal, maar ik ga dus ook wel eens alleen op stap of ga een paar uur werken (bijberoep). Het kost zo veel (o.a. verontwaardiging, angst, …) om dit loswrikken te realiseren en eigen ruimte op te eisen, en ik kan me voorstellen dat dit proces veel mixed feelings teweeg brengt bij de baby’s. Ik zie nu ook dat de Man zich niet hoeft los te wrikken, die moet net de omgekeerde beweging maken, namelijk zich binden. En in verhalen van vrienden over de band met hun moeder, hoor ik vaak dat het net wel of net niet (voldoende) verbreken van de symbiose, hen gevormd heeft tot wie ze zijn, en dat daar vaak een portie wrok ten opzichte van de moeder bij zit. Elke poging om eigen ruimte te claimen, stoot tegen een soort verzet. Zit ik eens een uurtje te bloggen, word ik zes keer gestoord. Ben ik een avondje weg, krijg ik berichtgeving over hoe het thuis gaat met al meermaals de suggestie dat ik terug zou komen om de boel te sussen (het is een tweelingding: vanaf ze beiden overstuur zijn, is het ontzettend hysterisch en bijna niet te managen voor één ouder). Sta ik in de douche, worden me vragen gesteld over waar dingen liggen of hoe dingen moeten. Tot en met dat ik wel eens billen afveeg vanuit de douche. Mijn voornemen om gewoon ruimte te nemen, alsof het normaal is, heeft hier nog wat voeten in de aarde.