Wat Prinses geleerd heeft van het opruimen van haar garage

Een half jaar geleden was ik zo moedig om mijn garage op te ruimen. Ik had dat gepland, vooral omdat ik een mansmens nodig had voor wat zware dingen, en ik dus een opruimdate moest versieren. We werkten noest twee uur lang en alles stond netjes in categorieën, waaronder categorie kringloop en containerpark. Dat zou ik wel eens doen, op een dood moment.

Dode momenten bestaan niet, en als ze er wel zijn hang ik doodmoe op de bank doelloos te surfen. De kringloopstapel is wonderwel weg geraakt (een toevalstreffer), maar het containerpark-gedeelte staat er nog.

Dat was een trigger voor een inzicht. Alsook het nauwkeurig bestuderen van vier dagboeken van Flexwerkers op De Standaard, en het bijhorende artikel van Eva Berghmans, die er net zo’n zootje van lijkt te maken als ik bij momenten, maar die gelukkig nog wel een husbie paraat heeft. Als ik nauwkeurig bestuderen zeg, bedoel ik ook nauwkeurig bestuderen. Met een blocnote en pen in de aanslag, schema’s tekenend met uitroeptekens en pijltjes enzo.

Verder volgde ik een webinar van Heidi Does, waar ik ZWAAR van onder indruk was. Op een interactief uurtje tijd, gaf ze met wat glasheldere inzichten mee over losse eindjes in mijn hoofd en over hoe – net als in het verkeer – alles vastloopt als er te veel input is en te weinig doorstroom. Ik werd er zo enthousiast van  dat ik mijn baas overhaald heb om me naar een middagje training van ongeveer 400 euro te sturen, waar ik t.z.t. verslag van zal uitbrengen.

Tenslotte heb ik het al geruime tijd gehad met mijn disfunctionaliteit. We gaan eerlijk zijn: ik doe het goed op mijn job en in mijn bijberoep en ook het huis kan er nog net mee door. Maar al dat brandjes blussen, elke avond doodmoe aan mijn bureau gaan zitten en mijn minddumpmap leegschudden, wanhopig kijkend naar al die to do lijstjes en niet weten waar te beginnen en dan maar gaan slapen want morgen zal het wel beter gaan… De vijfhonderd ongelezen e-mails in mijn privé-inbox… Die collega die al weken aan mijn mouw trekt over een project… Nee, daar heb ik het mee gehad. Vreemd genoeg raakten sommige stukjes van die artikels uit De Standaard aan die ergernis met mezelf. Ik herkende één en ander in die dagboeken waarbij ik dacht: kom op zeg, dat moet beter kunnen. En bij deze dus, nog eens een schuchtere poging.

Ik had al systemen, zoals getting things done, en slimme to do lijsten in Outlook. Maar wat ik leerde van mijn garage opruimen is dat je iets doet als het in je agenda staat. De garage opruimen stond in mijn agenda, en heb ik gedaan op het voorziene tijdstip met mijn opruimdate. Het containerpark een bezoekje brengen heb ik nooit geagendeerd en rara, waar ben ik intussen nooit toevallig eens geraakt? Die lijstjes met wat ik moet doen per dag zijn dus niet genoeg: de activiteiten moeten ook geagendeerd zijn.

Wat trouwens ook het geval was, was dat ik mijn agenda maar bleef volstapelen met afspraken omdat er nog lege ruimte was. Waardoor ik hele dagen op pad was en/of in vergadering, en ’s avonds en ’s nachts nog wat noodzakelijke voorbereidingen maakte voor al dat agendageweld.

Ik doe dus weer een moedige poging tot ‘anders en beter’, met het onnozel simpele truukje: mijn agenda beter beheren. Daarbij heb ik drie regels opgelegd voor mezelf:

  1. Voor elke afspraak noteer ik ook voorbereidingstijd, reistijd en verwerkingstijd.
  2. Ik reken niet meer op dode momenten maar plan ook stomme dingen in, zoals administratie, mails beantwoorden of ander leuks.
  3. Wekelijks op zondagavond plan ik twee weken vooruit. Wat betekent dat elke week dus twee keer gecheckt is: een week op voorhand (tijd genoeg om nog babysits te bestellen en afspraken te veranderen indien nodig) en de zondagavond voor de week begint.

Er zijn vaste ingrediënten in een weekplan, we moeten daar realistisch in zijn:

  1. Mails
  2. Yoga
  3. Huishouden light en huishouden XL en kooksessies
  4. Vrije tijd (jaja!)
  5. Ontspultijd (ik wil mijn huis netter en leger, ook dat gebeurt om een of andere vage reden niet automatisch)
  6. Bijberoeptijd (minstens vier uur per week, er staat wat op stapel en ik heb die extra inkomsten hard nodig)
  7. Buffertijd (slim, slim!)
  8. Weekplantijd (zondagavond, it is)
  9. Studietijd (artikels lezen, boeken, … ik wil me terug ‘voeden’)
  10. Op termijn doctoraattijd, nu nog te hectisch
  11. Vaste projecten waar ik wekelijks aandacht aan moet besteden
  12. Tijdschrijven & administratie
  13. Kantoordagen

Ik ben alvast begonnen met de eerste twee weken te plannen en heb vervolgens een lijstje gemaakt van alles waar ik dringend eens wat mee moest. Het was dramatisch en ik heb schrikbarende ontdekkingen gedaan, zoals het feit dat ik de eerste week van de Paasvakantie nergens opvang kan krijgen voor de Peuter en ik dan studiedagen moet geven. Oeps. Alleszins heb ik meer dan vier uur gepland en gepuzzeld. Het resultaat is dat alleszins de eerste twee weken tot op de minuut geregeld zijn, met alle reistijden, voorbereidingen en verwerkingsmomenten, alsook buffertijd en telkens het kan een mooie hap gezinstijd tussen pakweg vier en acht, waarna ik weer aan het werk ga.

Het freaky effect was dat ik meteen ook gekookt heb voor de volgende dagen en mijn lunchpakket voor de hele week gemaakt heb en in de diepvries gestopt heb. Ik denk dat het tien jaar geleden is dat ik nog eens zo efficiënt ben geweest een lunch mee te nemen in  plaats van een kitkat te eten onderweg/te eten in de kantine/niet te eten.

Ik ken mezelf. Ik ken mijn vermoeidheid waardoor ik te vaak opgeef/uitstel. En ik ken mijn onvermogen in strakke schema’s te functioneren. Maar ik hoop dat dit werkt.

Wordt vervolgd.