Verliefdheid is een rare bril

Een half jaar geleden keek ik naar Dirk. Zijn bruine ogen vonden de mijne. Ik kon me niet voorstellen dat ik me zo vergist had in hem.

Anderhalf jaar geleden werd ik wakker ’s nachts, liggend tussen Dirk (links) en Babyzoon (rechts). Ik voelde het warme lichaam van Dirk, en mijn gepieker over onze problemen (die vooral van financiële aard waren en veroorzaakt door het feit dat hij niet wou werken), vervaagde. Ik voelde me de prinses te rijk, geloofde dat we alles wel gauw zouden overwinnen en dat we dan nog een kindje konden krijgen (en nog één en nog één en nog één…) en lang en gelukkig leven.

Heel lang daarvoor, ontmoette ik hem voor het eerst. Hij was wat mysterieus, wat zonderling. Ruig. Leefde naast de maatschappij, omdat – zo vulde ik in – hij kritische vragen stelde bij de waarden die in deze maatschappij voorop staan. Hij fascineerde me. Ik voelde me aangetrokken tot hem. Avonden met lange gesprekken gingen over in nachten samen. Af en toe waren er dingen die niet ‘klopten’, maar ergens in mijn hoofd werden gedachten daaraan gevangen, opgesloten in een ver hoekje of plat geslagen.

Ook later had ik elke keer weer een uitleg voor dingen die niet goed liepen. Hij hoefde zichzelf niet te verdedigen, dat deed mijn hoofd wel voor hem. Dat hij niet werkte? Dat was omdat hij tijd nodig had, of hij wou wel maar hij kon het niet, of hij moest nog even dealen met zijn weerstand tegen gezag, of hij moest nog wat wennen aan het leven als vader. Dat hij niets opruimde en de boel de boel liet? Nou, ik was daar vast veel te strikt in. Ik was abnormaal dat ik het allemaal wat op orde wou, niet hij. Dat hij me steevast alleen naar feestjes liet gaan, zelfs toen ik hoogzwanger was? Tja, hij had het immers toch wat moeilijk met drukte? Wie ben ik dan om hem te dwingen om mee te gaan.

Pas toen ik hem bezocht op zijn shelterkamertje (zie visite) gingen mijn oogklepjes af. En nu kan ik ze niet meer vinden. Laatst zag ik hem, ik vond hem zo armoedig, een tikkeltje zielig. Iets in mij ging naarstig op zoek naar wat ik zo aantrekkelijk had gevonden, maar euh… Ik vond het niet meer terug.

Verliefdheid is een rare bril. Of een deskundige oogklep. Wat gek dat je een bepaalde realiteit niet kan zien, of voor jezelf kan verbergen, of anders kan zien, omdat je verliefd bent op iemand. En wat gek dat er een point of no return bestaat: eenmaal de bril af, de oogkleppen weg, kan je niet meer terug naar dat comfortabele zelfbedrog.

Hebben jullie ook zo’n ervaringen? Ook in andere contexten dan verliefdheid? Heel benieuwd naar ‘andere’ verhalen!

Advertenties