Dat er mensen zijn met plek aan tafel

genade

Dat er mensen zijn die plek hebben aan hun tafel en een bedje in hun huis, voor kinderen die niet hun kinderen zijn.

Dat er mensen zijn die een avond met je doorbrengen, je ontvangen in hun huis, je een paar grote inzichten cadeau doen, en ’s ochtends om kwart na zes opstaan om koffie voor je te maken voor on the road.

Dat er mensen zijn die je uitnodigen voor een weekend aan zee, met je kinderen. Die allerlei snoepgroenten gekocht hebben en zelf frietjes bakken. Die geduld blijven opbrengen als elk gesprek mislukt omdat de kinderen aandacht opeisen. Die je vakantie aanbieden in hun zeehuis, zomaar.

Dat er mensen zijn die zich in het zweet werken om van je wildernis een tuin te maken.

Dat er mensen zijn die je vragen of je al gegeten hebt, en je vervolgens een bord pasta uitscheppen. Met liefde. En kaas.

Dat is genade. Iets krijgen dat je niet verdiend hebt en waarvoor niets in de plaats verwacht wordt.

Intussen heb ik een lijstje van mensen om te bedanken. Het lijstje wordt elke dag langer.

En net in confrontatie met die genade, realiseer ik me dat ik zo propvol zit met mezelf en mijn leven. Er lijkt zo weinig lucht en ruimte om een bordje bij te zetten voor het kind van een ander, om een avond lang mensen te voeden met zelf gemaakt voedsel en gesprek, om geduld te blijven opbrengen, om whatever.

Ik heb mezelf lang een partner toegewenst, een nieuw kind, een leven dat weer wat spoorde, geld op mijn rekening, rust, slaap, wat voorspoed. Vandaag wens ik mezelf alleen maar toe dat ik op een dag een genade kan zijn voor anderen.