Voor onder de Kerstboom

Bevallen. Laatst had ik het er met een vriendin over. Ze vreesde dat de keerzijde van het maken van een bevalplan is dat mensen foute verwachtingen zouden hebben en sowieso teleurgesteld zouden zijn.

Voor de geboorte van de baby’s werkte ik tot vervelens toe aan mijn bevalplan, samen met de doula van het ziekenhuis. Er stond niets in over muziek en wierook. Het plan stond vol medische termen en wat-als-en. Baseline was echter dat er niets mocht gebeuren waar ik geen toestemming voor gegeven had. En als ik het niet kon: mijn man. Nee, ook niet knippen. Ook geen keizersnede. Toestemming vragen kan zo groot zijn als een vraag stellen. Er hoeft geen formulier aan te pas te komen (als er spoed is).

Tijdens een vorige bevalling was er immers wat mis gegaan op dat stukje toestemming geven. Ik heb die bevalling ervaren als geweld. De beelden hebben me lang achtervolgd. Beelden van verpleegsters die op mijn buik lagen, zweet parelend op hun voorhoofd. De reflectie in het raam van het bloedbad na de knip. Het geluid van het knippen. De geweigerde verdoving die toch gezet werd terwijl ik kermde dat ik het niet wou. De mensen die ik vertrouwde en die aan de kant stonden en toekeken.

Tijdens de tweelingzwangerschap kwamen de beelden en masse terug. Ik had depressieve gevoelens, angsten, ik huilde veel, ik kon niet echt uitkijken naar de komst van de baby’s. Het boek ‘Perfecte bevallingen bestaan niet’ opende mijn ogen over de impact van een bevalling op je welbevinden (relationeel, fysiek, emotioneel, …). Ook jaren later. Samen met een verloskundige werkte ik aan het trauma, maar dat was zo heftig en ik had al zo weinig energie. En per sessie betaalde ik ongeveer 100 euro uit eigen zak. Ik kon het niet opbrengen en stopte met de therapie.

De bevalling van de tweeling bleek heel helend te zijn. Er werd naar me geluisterd. Alles werd met me besproken. Ik mocht bevallen zoals ik het wou. Ik kon er op vertrouwen dat mijn doula wist wat ik wou. Ik heb heel veel geluk gehad met twee natuurlijke geboortes, maar zelfs als ik naar de operatiekamer was gebracht voor een keizersnede, was het niet traumatisch geweest omdat ik me als mens gehoord en gezien voelde door de hulpverleners.

Achteraf gezien had ik jaren eerder mijn eerdere bevallingstrauma willen verwerken zodat het me niet zo dwars had gezeten. Ik vraag me oprecht af wat het gedaan had met mijn lichaamsbeeld, zelfbeeld, zwangerschap, … als ik mijn verhaal een plekje had gegeven.

Janneke Jonkman, schrijfster van het beste tweelingboek ooit, biedt een online cursus aan om je bevallingsverhaal te schrijven en te helen. Ik wens alle mama’s met een bevalling die blijft hangen toe om deze cursus onder de kerstboom te krijgen. Van jezelf of van iemand anders.

Bloedmaan

De reden van mijn winterslaap was dat ik onverwacht en ongepland zwanger was geworden. Voor de toeters en bellen bovengehaald worden: ik heb het kindje verloren op acht weken. Ik weet dat veel vrouwen miskramen krijgen. Ik niet, dacht ik. Ik had geen idee hoe erg het is. Tot ik het meemaakte. 

Vrijdagnacht. Ik droom onrustig, ik heb het kou. Ik droom dat ik het kindje verlies.

Zaterdag ochtend. Ik ontbijt met de jongens. Ik lees de krant. Straks komt M. samen met vrienden. Fijn! Ik ga naar de wc en merk dat ik bloed verlies. Een uur later heb ik een bestemming voor mijn kinderen gevonden en ons alle drie aangekleed en zit ik op spoed, alleen. Hoe hallucinant is het dat er een vrolijk jobstudentje binnen stapt met een enquête terwijl je ligt te wachten op de gynaecoloog in het bangste uur van je leven. Hoe raar is het als je in een wachtzaal vol posters van Anne Geddes wordt gezet en dat de gynaecologe met twee blakende dochters komt aanlopen. Ze kijkt, de dochters spelen op de achtergrond. Er is een hartje, maar het kindje is kleiner dan ze verwacht. Ze schrijft me rust voor.

Zaterdagmiddag. Ik heb een hartje gezien, dus ik ben gerust gesteld. Het bloeden wordt erger. Ik heb geen pijn.

Zaterdagavond. M. en ik gaan wat doen, om onze gedachten te verzetten. Tegen half 12 ben ik ellendig, het bloed stroomt er uit. Ik ben zwak en misselijk. We rijden zwijgend terug.

Zaterdagnacht. Ik heb een hele nacht pijnlijke contracties. Ik voel het bloed lopen. Ik verlies mijn kindje. Tegen de ochtend is er een vruchtzakje waarin ik het kindje zie. Ik wikkel het in een zacht doekje en doe het samen met een papieren vogel in een klein doosje. Ik blijf in bed en huil. Maar de timing is slecht. Er zijn twee kinderen waar ik even niet van kan bedenken waar die naar toe kunnen. Er zijn vrienden op bezoek. Ik moet opstaan, douchen, aan de dag beginnen. Ik schraap al mijn moed bij elkaar om naar beneden te gaan, maar als ik uit de onderste la een zakdoek wil nemen ga ik moedeloos op de grond zitten en begint het huilen weer. Godsamme, ik ben niet eens in de gelegenheid om rustig een miskraam te krijgen.

Zondag. De jongens worden balorig van de dag. Hoe meer je rust nodig hebt als ouder, hoe bonter kinderen het maken. We besluiten naar een binnenspeeltuin te gaan. Het is te veel voor me. Ik bloed veel, ben doodmoe. Moeizaam ploegen we ons door de dag.

Zondagavond. Ik moet naar de spoed van de vroedvrouw omdat ik niet meer op mijn benen kan staan en omdat ik een spuit nodig heb omdat ik resus negatief ben. Op de spoed word ik in een rolstoel gezet. Even later lig ik op een bed omdat het niet gaat. Ik heb een ander ziekenhuis gekozen dan gisteren. Geen behoefte aan Anne Geddes-posters en ook geen behoefte aan de blonde kleuters van de gynaecologe around. De dokter die ik nu heb is heel begripvol en lief. Ze doet een echo, ik jank mijn ogen uit mijn kop als blijkt wat ik wist. Leeg, het vruchtje zit niet in mijn buik maar in een doekje in een doosje in mijn handtas. Er moeten nog onderzoeken gebeuren, er wordt bloed genomen en een spuit gegeven. M. neemt me mee. We hebben even ruzie in de auto. Alle zenuwen staan strak gespannen, ik ben kapot.

Maandag. De maan in vol. Het afscheid van het kindje gaat heel woordeloos. M. heeft een kartonnen doosje klaar gezet. Ik zie het liggen en weet meteen wat het is, de tranen lopen over mijn wangen. Mijn handen trillen als ik het kindje in het doekje vanuit het plastieken doosje in het kartonnen doosje doe. Ik tril te erg om ook de papieren vogel erbij te stoppen. M. helpt me, zijn wangen zijn nat. We kijken elkaar niet aan. Of hij ook een briefje wil schrijven, vraag ik. Beiden schrijven we een klein briefje. Ik schrijf hoe blij ik was met haar en dat ik graag haar moeke had willen zijn. Ik vraag M. of ik zijn briefje mag zien. Dat mag niet en dat is ok. We vouwen beiden de briefjes op en ik doe ze onder in het doosje. Daarop het doekje met het kindje en daarop de vogel. We sluiten het doosje. We huilen. Of hij een schepje heeft, vraag ik. Hij heeft al een kuiltje gegraven. (Wat banaal en praktisch klinkt dat, maar zo is het gewoon op dat moment.) Ik stop het doosje in het kuiltje, hij dekt het toe. Ik zet een kaars op het grafje en hang een sterretje in de boom er boven. We gaan naar binnen. Ik ben opgelucht, het was heel belangrijk om het kindje te begraven. Het kindje heeft letterlijk een plek gekregen. Vanuit het bed kan ik het kaarslicht zien beneden. Het troost me.

Zo veel soorten van verdriet. In de douche zondagochtend verbaasde ik me er over dat dit een heel nieuwe portie vers nieuw en andersoortig verdriet is dan het verdriet van de afgelopen jaren. Het  verdriet van alleen zijn, van in de steek gelaten zijn, van moeten groeien, van moe zijn en toch verder moeten, van ploeteren… Dit verdriet is erg fysiek, het gaat gepaard met pijn en zwakte en een lege plek in mijn buik en veel bloed. Het is gek hoe een kindje dat in een doekje in een doosje kan heel mijn toekomst al had bepaald en de motor was onder zo veel plannen en ideeën. Plannen om minder te werken, plannen om anders te gaan leven, plannen om te verhuizen. Plots ligt alles weer open, de noodzaak onder de plannen is een beetje weg. Het is stil.
Er brandt een lichtje in de tuin.

 

Over nooit meer de oude worden

Overrompeling
Het was een beetje een overrompeling hier, donderdag, nadat ik woensdagavond gepleit had voor meer vertrouwen. Basically, meer vertrouwen in onszelf en onze kracht, als vrouw, als moeder. En dat door ons te verbinden met onze eigen natuur (niet ‘de natuur’ an sich, alhoewel mijn eigen natuur me daar wel mee in verbinding stelt, zoals ik aantoonde in de voorbeelden die ik gaf over wanneer ik het dichtst ben bij mijn krachtige, intuïtieve ‘ik’).

Falen
Eén van de dingen die ons vaak in de weg staan om vertrouwen te vinden, is – denk ik – dat we zware periodes in ons leven zien als mislukkingen, falen, te vermijden, zo snel mogelijk op te lossen.

Voor vele vrouwen, zo bleek uit de reacties maar ook uit andere blogs en verhalen van mama’s, is de geboorte van een (eerste) kind het begin van zo’n periode waarin alles op zijn kop lijkt te staan en alle vertrouwen kwijt geraakt. Helemaal te begrijpen. Alles verandert met die (eerste?) hummel. Je relaties. Niet alleen met je partner, maar ook met je eigen ouders. Je schoonouders. Je eventueel oudere kind. Je hele omgeving. Jezelf. Je werk. Je dagritme verandert. Je nachtritme. Je tijdsbesteding. Je lijf is anders. Een bevalling is soms heftig en vaak moeilijk een plek te geven.

Ik denk dat die zware periodes in het leven er bij horen. Dat iedereen die heeft. Na de geboorte van een kind. Na het vertrek van een partner (wie, ik?). Na de verandering of misschien zelfs het verliezen van werk. Misschien zelfs zonder aanleiding. Misschien wijzen die periodes er ons soms gewoon op dat wie we waren niet meer past. Dat we moeten transformeren, evolueren, om terug beter te passen bij het leven dat we hebben, bij de situatie die anders is en andere dingen van ons vraagt.

Complexe pijn, meervoudige verandering
Mijn partner ging weg. Dat bracht een heel complexe pijn met zich mee. De pijn van verlaten zijn. De pijn van verloren dromen (nog kinderen, het samen fijn hebben, intact gezin zijn). Maar ook de pijn van moeten veranderen, omdat de nieuwe situatie nieuwe dingen van mij vroeg. Misschien was die pijn het heftigste. Ik zette me schrap. Maar ik moest wel. Dus moest ik anders leren denken. Moest ik manieren zien te vinden om mijn energielevel wat op de krikken. Moest ik voor mezelf zorgen, mezelf geven wat ik nodig had (byebye voetmassages en lekkere pasta’s van Dirk, hello kersenpitkussens en repen chocola). Moest ik zelfstandiger worden en volwassener (hallo rijbewijs, bloed-zweet-tranen, joh). Moest ik leren zelf beslissingen te nemen, niet meer altijd op iemand anders te leunen. Moest ik heel veel meer zorg voor mijn kinderen opnemen, want die liet ik vaak aan Dirk over die altijd wel een zot spelletje had of leuk verhaaltje vertelde, terwijl ik het huishouden deed en de rekeningen betaalde. Leuk was anders en ik baal nog veel te vaak als een stekker, maar eerlijkgezegd? Ik ben volwassen aan het worden. En dat is niet slecht.

Na regen komt kracht
Het is verschrikkelijk om alle fundamenten van onder je leven geblazen te zien. Om totaal uit je rol te vallen. Om niet te krijgen wat je verwachtte (bijvoorbeeld: een roze wolk, een intact gezin, … ).

Maar we kunnen proberen aanvaarden dat dit soort periodes er bij horen, het verzet staken, en in plaats van redding te zoeken bij anderen (wat ik lang deed) of te blijven kauwen op die pijn en het kwetsbare gevoel, naar binnen keren en de kracht zoeken in onszelf.

De kans dat je die kracht vindt op momenten dat je op de bodem zit, is niet zo heel onrealistisch. Bodem en fundament zijn een andere naam met een andere betekenislaag, voor hetzelfde. Als alles veranderd is en je lijkt alles kwijt te zijn, blijft over wat onverwoestbaar is in jezelf. En dan gaat alles niet meteen van een leien dakje, maar dan kan je wel vertrouwen opbrengen, leven vanuit je eigen overtuigingen, en de soms pijnlijke veranderingen die nodig zijn om de crisis te laten voorbij gaan, voltrekken. En als je daar hulp bij gebruikt, van vrienden, blogs, therapeuten, whatever, lijkt me dat alleen maar goed.

En zo geloof ik dat je na een heftige periode, bijvoorbeeld als je moeder geworden bent en je wereld staat op zijn kop, niet hoeft te blijven hangen in een gevoel van kwetsbaarheid. Er onderdoor gaan is geen garantie op ‘nooit meer sterk’ en ‘nooit meer er boven op’. Misschien is het zelfs een garantie op ‘sterker dan ooit’? Ik denk dat je mag vertrouwen in je kracht, en in die betekenisvolle veranderingen die je doorgemaakt hebt waardoor je beter toegerust bent voor het nieuwe leven dat aangebroken is. Bijvoorbeeld als mama, of als alleenstaande ouder, of … Ik denk niet dat je ooit nog de oude wordt, maar ik denk dat je een heel krachtige nieuwe kan zijn. Als je durft. En ik hoop stiekem dat we elkaar deze verhalen kunnen vertellen. Niet alleen het deel van nooit meer de oude worden, maar vooral het deel van een krachtige nieuwe zijn. (NB: krachtig en kwetsbaar zijn geen tegengestelden in dit verhaal, in je kwetsbaarheid staan is heel krachtig, zeker als je die als een deel van je nieuwe leven kan zien.)

Nogmaals hef ik het glas (allez ja, een blikje pepdrank actually). Op vertrouwen. Proost!

(En volgende keer post ik iets normaals. Ok? :))

P.s. In mijn vorige post had ik het over vertrouwen op je intuïtie, als je moeder gaat worden. Iemand reageerde daarop dat dat zou betekenen dat mensen vooral angstig zouden zijn. Ik denk dat angst net datgene is dat ons in de weg zit om bij onze intuïtie te komen.

Mijn intuïtie dreef me ertoe elke zwangere avond in bed te lezen, zodat ik zo veel mogelijk zou weten over wat er zich in me afspeelde, en wat ik kon verwachten van een bevalling. Dit waren mijn pareltjes:

1. ‘Veilig zwanger’, ‘Veilig bevallen’ en ‘Veilig doorheen de kraamtijd’. Boeken van Beatrijs Smulders. Beatrijs Smulders is een Nederlandse verloskundige. Werkelijk alles komt aan bod (ja, van aambeien tot kraamtranen), in korte hoofdstukjes, telkens opgefrist met verhalen van vrouwen. Ook wordt er normaal gedaan over alles, het hoort er allemaal bij, er wordt open en eerlijk over verteld. Precies wat ik nodig had.
2. ‘Bevallen en opstaan’ van Jetske Spanjer en anderen. Dit boek is al wat ouder, zeer informatief. Wat ik vooral telkens maar bleef lezen, waren de bevallingsverhalen van vrouwen. Zo staat er een verhaal in van een moeder die een kindje met het syndroom van Down krijgt, wat na enkele dagen sterft. Dat verhaal is zo prachtig dat ik het zelfs bij de vijftigste lezing niet droog hield.
3. ‘Bollebuikenboek’ en ‘Bolle Buiken in beweging’ van Leen Massy. Bevallingsverhalen. Het één na het ander. Alle scenario’s. Ontroerend mooi en intiem. Ik zou alleen al nog eens zwanger willen zijn om me weer terug te trekken in bed met die verhalen.
4. ‘Baren’ van Benedicte Vansina. Inzoomen op het proces dat baren is, toelichting bij de hormonen en welk werk ze doen. Geeft vertrouwen en handvaten om je voor te bereiden op je bevalling. En aan storminjehoofd: ze heeft ook een boek voor vaders geschreven :).

Prinses blikt twee jaar terug

feeling for two

Het is twee jaar geleden. Het was de dag van Kerstavond.

Dirk kwam thuis, na anderhalve week weg geweest te zijn. Waarom kan ik me niet meer herinneren. Omdat het zo ging tussen ons. Dagenlang zwijgen, verdwijnen. Pogingen tot contact van mijn kant. Geen reactie van zijn kant. Uiteindelijk was hij daar weer. Net op tijd voor Kerst, en omdat het Kerst was en ik intussen weer eens in zak en as zat, was ik alleen maar blij dat hij er weer was.

Ik fietste naar de stad, want er moesten last minute nog cadeautjes gekocht worden. In de Hema nam ik een zwangerschapstest mee, want ik was al vijf dagen over tijd. Zou wel van de spanning zijn, niets aan de hand.

Eenmaal thuis deed ik de test in de badkamer. Ik gaf het stickje aan Dirk. Te spannend.
Moet je nou eens wat zien?‘ vroeg hij. Ik schrok me een hoedje. Dat was het begin van Babyzoon-Kerstgeschenk. Nou ja, het begin van Babyzoon was drie weken eerder, maar daarover ga ik niet in detail :).

Er tuimelden zo veel gedachten door me heen. Nog een kindje! Maar nu? En met Dirk? Blijft hij wel bij me? Kan ik deze zwangerschap verdragen? Hoe moet het met mijn werk? Wow, een baby! … Dirk was zo innig tevreden, dat ik die zeurende ongerustheid opzij schoof en er in probeerde geloven.

Tijdens mijn zwangerschap ging hij twee keer ‘serieus’ weg van mij. Met ‘serieus’ bedoel ik dat hij zijn spullen meenam en een tijdje weg bleef. Er waren ook wat minder serieuze pogingen. U denkt nu vast dat ik een onmens ben, onuitstaanbaar, niet mee te leven.

Ik droeg Babyzoon negen maanden. 40 weken. Er ging geen dag voorbij zonder pijn, misselijkheid of allesverlammende vermoeidheid. Op het einde van de zomer baarde ik hem, een lief jongetje van vier kilo, die onmiddellijk tevreden aan mijn borst lag. Het is goed, wist ik. Het is goed, met dit jongetje.

En Dirk was weer eens innig tevreden. En trots. Maar daarna begon het weer, het weg gaan.
Tot die dag in april, toen hij definitief vertrok.

Twee jaar. Zot wat er op die tijd allemaal kan gebeuren. De ups, de downs. Een kind dragen, een kind baren, een kind koesteren. Voor een relatie vechten, afscheid nemen, rouwen.

Stilaan kom ik er boven op. Ik heb wat meer energie, denk wat nuchterder, verlang niet meer terug naar Dirk. Ik durf nog steeds geen hoera te roepen, en er amper in te geloven. Maar het lijkt er op dat ik een stapje vooruit heb gezet.

En door een stapje vooruit te zetten, kijk ik reikhalzend uit naar de komende tijd. Naar 2015. Naar 2016. Naar al de dagen, de weken, de maanden die volgen. Wie weet wat gebeurt er, op al die tijd.