Met haakjes en oogjes

Ik hou ervan als dingen op elkaar ingrijpen. Daarvoor moet ik in een bepaalde mind-set zijn, anders mis ik het. Misschien zijn het verbanden die mijn hoofd legt, constructies die ik in de realiteit zie maar die er niet zijn. En toch, toch is het schoon.

Ik wandelde door Zwolle-of-all-places. Daar kom ik zelden of nooit. Ik dwaalde een winkeltje in. Zo’n etherisch geval met steentjes en engelen en slabbetjes. Het dwalen bracht me naar kaartjes die ik zo lief vond, zo mooi, zo klein. Ik kocht er drie, kreeg ze mee in een zakje dat gestikt was uit een papier van een oude Flow. Ik besloot ze in te kaderen en op te hangen in dit huis dat ik wel eens wat thuisachtig mag maken als ik hier ooit graag wil wonen. Ik draaide de kaartjes om, en zag een verwijzing naar een website. Daar was ik zo gepakt van het werk van de ontwerpster dat ik haar vroeg om een logo’tje en een visitekaartje voor mijn eigen bedrijfje als zelfstandige in bijberoep. Ik schreef haar wat ik deed en ook dat ik vooral twijfel aan alles, waardoor er geen schot in de zaak komt. Ik wacht op haar antwoord, maar het lijkt alsof alles nu even mooi op elkaar ingrijpt en de realiteit me op die manier een klein duwtje in de rug geeft. De tijd is daar.

Ook over de naam van mijn zelfstandige-in-bijberoep-bedrijfje heb ik eeuwen getwijfeld, actief gezocht, mensen geconsulteerd, heel kronkelige denkkronkels gemaakt om er een bepaalde betekenis in te stoppen, een goede suggestie gekregen van een vriendin, maar toch niet doorgepakt. En vandaag nam ik een boek aan van een vriendin en sloeg het open en daar was het woord dat ik zocht en niet vond. Het was naar mij gekomen, en ik herkende het meteen.

Slierten gebeurtenissen die op elkaar ingrijpen en tot iets leiden, zijn er de hele tijd. Als ik deze blog niet begonnen was en niet op een dag geïnterviewd was door iemand over mijn blog en als iemand dat interview niet had gelezen en mijn blog daarom niet was beginnen volgen, had ik de opdracht die ik nu als zelfstandige in bijberoep mag doen en waar ik zo veel van leer en zo veel kansen in zie, en waardoor ik interessante mensen mag ontmoeten, niet gekregen. Dat is allemaal gekomen zonder dat ik er veel voor moest doen. Ik moest alleen ‘ja’ zeggen toen het kwam.

Heel veel van die slierten gebeurtenissen zit verborgen achter de schermen. Ik vind het een lieve gedachte dat er al slierten in werking zijn die langzaam aan mijn kant uitkomen en die misschien leiden tot een nieuwe relatie, een kind, een nieuwe plek om te wonen, …

Soms moet je niet doorpakken. Soms moet je alleen wachten, tot de tijd daar is. Als het gebeurt, herken je het. En dan moet je alleen nog ja zeggen. Zo simpel kan het zijn.

P.s. Nee, ik heb niet gedronken.

 

 

Over bijzondere post, een opgewekte multitasker en een onverwachte betaling

Het ging de week van de lege portemonnee worden. Er stond exact nog € 8,67 op mijn rekening met nog 7 dagen te gaan tot het volgende loon.

Ik was moe. Niet zomaar moe, maar echt diep diep uitgeput. Van het soort moe waar je wilskracht niet meer tegenop kan. Gewoon eindeloos moe. Weten dat de was al twee dagen in de machine zit en het fysiek gewoon niet kunnen opbrengen om die op te hangen. Weten dat de baas een antwoord verwacht op zijn mail en met de allerbeste wil van de wereld de pc niet meer op kunnen zetten. Wanhopig wat vitaminepillen nemen, wat ijzer, koffie en een pepdrankje en dan nog gewoon in een diepe diepe slaap vallen.

En ik moest naar de belastingen omdat ik een heel complexe belastingsaangifte heb met buitenlandse inkomsten en werkend als zelfstandige in bijberoep. Ik ging er vanuit dat het niet van de poes zou zijn met die inkomsten in bijberoep die ik had opgesoepeerd aan mijn advocate en de experte van de rechtszaak, in plaats van netjes de helft opzij te zetten voor de belastingen. Ik was met een inhaalspaarplan begonnen, maar dat vorderde maar langzaam.

En toen, toen viel het bij de belastingen reuze mee. Ik mocht met een opgewekte multitasker alles uitvogelen en er valt nog een fiks bedrag bij te betalen, maar minder fiks dan ik had gedacht (forfaitaire bedragen, I love them!).

Onderweg naar huis leek het alsof er een pak van mijn hart gedonderd was. Ik was ZO opgelucht en stopte dan maar bij de bakker voor een mokkagebakje. (De logica zelve, toch?).

Thuis viste ik een grote enveloppe uit de brievenbus. ‘Blij dat je bij ons blijft‘, stond er op het begeleidende briefje van mijn… vast contract!
(Jihaa, jihaa, jihaa!)

En toen keek ik op mijn rekening om de app van de bank te testen, waar bleek dat ik een betaling had gekregen van een opdrachtgever. Een betaling waar ik nog eens achteraan moest maar er even geen zin in had.
Aaaaaaah! We kunnen ‘gewoon’ naar de supermarkt (maar de energieleverancier zal nog even moeten wachten).

Soms zit het reuze mee. Absurd hoe dat instant mijn energie-level doet pieken. Moet je niet vragen hoe enorm zorgen en stress door kunnen wegen…

 

 

 

Prinses & de mijlpalen

Hoera.
We zijn uit de luiers. Heel plots en meteen dag en nacht tegelijk bij de Peuter. Kleuterzoon is sinds enkele maanden ook ’s nachts droog. Het voelt alsof er plots een heel andere fase aanbreekt. Het is confronterend dat ze zo groot worden, en zo snel. Maar ik ben zo trots op de mannen. En we zitten dus even volop in de applaus-voor-elk-k**je-fase. Ouderschap, het doet rare dingen met je.

Hoera.
Ik krijg een vast contract in de baan-van-mijn-leven. Er was een gesprekje voor nodig en toen kreeg ik via e-mail het bericht. Ik voelde vreemd genoeg niet zo veel. Een vage dankbaarheid en een zucht van opluchting. Een kleintje. Ik moet het eigenlijk een keer vieren.

Hoera.
Ik ben er in geslaagd wekenlang geen enkele nacht van huis weg te blijven. Soms betekende dat dat we laat thuis zijn hier, richting 21u. De peuter wrijft dan met zijn knuistjes in zijn oogjes en zegt dat hij zo moe is. (Het gebeurt gelukkig maar twee keer per week ofzo.) Ook in opvoeding heb je een soort waardenhiërarchie en een nacht samen en wekenlang geen enkele nacht uit logeren staat dan hoger genoteerd dan om half 8 in (een ander) bed. Anyway, ik voel me als moeder een beetje minder schuldig.

Hoera.
Er is werk als zelfstandige in bijberoep. Het komt nog steeds ‘vanzelf’ op me af, al is het natuurlijk wel hard werken in het weekend en ’s avonds om extra opdrachten op te nemen en uit te voeren. Leuk is dat het niet meer van hetzelfde is, maar dat ik me op nieuwe domeinen mag/kan ontplooien. Dat maakt het extra spannend, maar ik merk dat de beloning daarvoor ook extra groot is (cfr. een soort gevoel van voldoening). Ik heb altijd het gevoel dat ik voor alles in mijn leven heel hard moet werken, terwijl ik ook vriendinnen heb die bv gratis in een huis van hun schoonouders wonen of mooie bedragen van hun ouders krijgen waardoor ze minder moeten werken. Ik ben daar niet bijzonder door gefrustreerd, maar als het heel slecht gaat met mijn gezondheid steekt het soms wel een beetje omdat ik dan gewoon even het pauzeknopje wil induwen dat niet bestaat. Ik ben alleszins dankbaar om het werk dat ik krijg, ik verdien er het zout op onze patatjes mee en de ondeugdelijke man zei tijdens onze laatste deugdelijke ontmoeting dat ik een selfmade woman ben en dat voelde toch even goed. Yeah.

Hoera.
Ik ben een paar dagen gedeeltelijk pijnvrij geweest, na een fasciatherapiebehandeling (werkt op bindweefsel). Wat fijn dat er iets is dat (even) helpt, ook al heb ik gehuild en gevloekt op de behandeltafel. Ik heb ook (weer) de stap gezet naar een nieuwe dokter, omdat ik het gevoel had dat de vorige vooral op het sociaal-emotionele spoor zat en eigenlijk stiekem dacht dat ik depressief ben en daarom pijnklachten heb. Als ik dat in twijfel trok, herinnerde ze me er altijd fijntjes aan dat zij de dokter was (en dus niet ik), en ik voelde me uiteindelijk een beetje een verdoken depressieve lastpak. Changer dus. Hopelijk met resultaat.

Een jaar geleden zag het er nog behoorlijk ‘slecht’ uit hier, met o.a. een reële kans dat ik werkloos zou worden. Intussen rijg ik de mooie dingen aan elkaar. Misschien was een belangrijke stap in de goede richting wel het halen van mijn rijbewijs waardoor plots veel andere dingen mogelijk werden. Dit voelt nog te vaak als een lange donkere periode waar ik geen einde aan zie. Dat komt omdat ik moe ben, bijna altijd pijn heb, me toch nog steeds een bepaalde mate van geïsoleerd voel en ik gewoon niet echt beschik over een heel zonnig hoofd – we moeten het zeggen zoals het is. En hoewel ik moe ben van het ploeteren, ben ik ook dankbaar. Er is me veel gegeven (zoals het vertrouwen van opdrachtgevers in mijn bijberoep), maar tegelijkertijd is er zeker ook een aandeel selfmade, en ik hoop dat er eens een ontspannen dag komt waarop ik daar relaxed het glas op mag heffen. 

 

 

 

 

 

Even wennen aan the new me

Het is avond. Ik rijd 100 km tot de plek waar ik ga slapen vannacht, omdat ik morgenvroeg hier een eerste afspraak heb. Ik rijd rustig in het donker. Adem diep. Doe aan vermoeidheids- en angstmanagement. Als ik erg moe ben kan ik wel weer eens een drukkend paniekerig gevoel krijgen (meestal getriggerd door overprikkeld geraken door de gewaarwordingen bij het rijden in het donker). Ik luister naar de mooie podcasts van Toendra. Allerlei verhalen van mensen, zoals het dagboekfragment van een prostituee. Eenmaal op mijn kamer heb ik de neiging om mijn pc open te klappen en mijn papieren bij elkaar te scharrelen. Maar dan herinner ik het me weer. Het is af, het is echt af. Het rapport zit in een mapje in mijn tas. In drievoud. Netjes. En vooral af.

Ik had me dit weekend voorgesteld dat ik tot diep in de nacht en tot twee minuten voor de beoogde presentatie aan het rapport zou moeten werken, zoals ik vroeger vaak deed (vroeger is twee weken geleden, fyi). Om dan in alle staten te vertrekken en te beseffen dat ik nog een kopie was vergeten maken ofzo. Maar nu kom ik toe en weet ik niet eens wat te doen, want het rapport is af. Ik moet het niet met een driedubbele espresso en wat wilskracht die ik ergens van mijn bodem probeer te schrapen, afwerken.

Ik moet nog wennen aan ‘the new me’. Het is alsof ik plots minder stokken in mijn eigen wielen steek. Alsof ik eindelijk wat meer van mijn potentieel vrij kan gebruiken. Vroeger werkte ik even veel, maar het was zo vaak vechten met mezelf, ploeteren en weinig bereiken. Nu pak ik dingen op, werk ik ze af, en geniet ik er van.

Hoe het komt? Enerzijds door Pim, en het emotioneel lichaamswerk. Ik kan het nog steeds niet uitleggen, maar ik ga met sprongen vooruit. Ik ben rustiger en vrijer.

Anderzijds heb ik een ‘clinic’ gevolgd bij Heidi Does.

Ik ga uiteraard Heidi haar ‘methode’ niet prijs geven, maar ze bracht me goede inzichten bij over multitasken (daar zijn we niet voor gemaakt) en over capaciteit en doorstroom van werk. Ik had te weinig doorstroom en de hele capaciteit slipte dicht, waardoor ik tilt sloeg. Via een betrekkelijk eenvoudig systeem heb ik overzicht over mijn taken en besteed ik mijn aandacht aan één taakje tegelijk. Ik heb weer doorstroom gecreëerd en zowel in mijn huis als in mijn werk begint de hopeloze niet-te-overziene stapel werk rustig te stromen.

Daarbij kwam dat ik in weken ging plannen. Dat werkt meestal goed en ik ben zelden nog onderweg zonder lunch en zonder twee doosjes rauwe groenten om te snacken in plaats van een kitkat te kopen in een tankstation. Het gebeurt nog wel eens natuurlijk, dat ik ergens te laat kom of dat ik het niet goed aanpak of wat gedesorganiseerd ben, maar dan denk ik gewoon ‘morgen beter’. Ik vergeef mezelf veel meer. Dat eeuwige mezelf op mijn kop zitten was toch ook niet zo lekker.

Intussen is er ook een nieuwe opdracht als zelfstandige in bijberoep op mijn pad gekomen. Ik kreeg de mail toen ik in Rotterdam in de auto stapte en heb heel de weg meegezongen met de auto van contentement, ook al is het een spannende opdracht die op korte termijn af moet. Ik ben gewoon niet zo bang meer dat ik niets kan.

Ik had besloten om niet op reis te gaan deze zomer met de kinderen, om financiële redenen. Maar nu denk ik dat ik ook een beetje moet leven met die mannekes en dat het wel heel cool zou zijn een paar dagen met de jongens naar Amsterdam te gaan. We kunnen Artis bezoeken, honderd keer met de tram rijden, het pontje nemen over het/de Ij (schappen wat niet past), een park zoeken en ijsjes eten. Waarom zou ik dat niet kunnen, alleen met twee mannekes? En waar een wil is, kan je een financiële weg vinden, Toch? (Ik ga er nog eens diep over nadenken en uiteraard zijn tips van Amsterdamse moeders welkom. Waar we de beste ijsjes kunnen eten bijvoorbeeld. In welke speeltuin Amsterdamse kleuters zich uitleven. En welk museum kidsproof is.)

En nee, ik ben niet meteen superwoman geworden. Ik kan me niet herinneren wanneer ik het laatst gestreken heb, mijn recent gewassen auto ligt alweer vol kruimels omdat ik een keer een croissant gegeten heb tijdens het rijden (strak plan, echt), mijn toegenomen gewicht baart me zorgen/mijn lijf zit me wat in de weg. Mijn doctoraat ligt nog steeds op de plank en mijn takenlijst staat nog steeds vol dingen die ik al veel eerder had moeten doen, en ik heb een milky way gegeten gisteren en ik geef mijn kinderen sojayoghurt als ze weer eens zitten te kokhalzen boven hun warme maaltijd, in plaats van hen op te voeden en hen alles te leren eten.

Het gaat beter. Echt. En stiekem, stiekem hoop ik dat het nog leuker kan worden. Wie weet.

 

Fragiel

Met vallen en opstaan gaat het hier. En met wat significante verbeteringen. Door de nieuwe therapie heb ik bijvoorbeeld veel Dirk-vragen en – gedachten kunnen loslaten. Wat oplucht en ruimte geeft, zonder twijfel.

Vandaag sprak ik met een lieve vriendin die vroeg hoe het met me ging. Dat vind ik altijd een moeilijke vraag, maar in het antwoorden ontwikkelde zich een inzicht. Dat inzicht is dat het leven als alleenstaande ouder in deze omstandigheden heel fragiel is en dat alles daarbij met alles samen hangt. Er zijn geen buffers, de verschillende levensdomeinen hangen iets te nauw met elkaar samen.

Drie voorbeelden.

  1. De zieke peuter. De Peuter is even ziek geweest. Dat betekende vier heel slechte nachten op rij (lees: vechten tegen de koorts van 1 tot 7), thuisblijven van het werk, … We zijn nu alweer een week later, maar de gevolgen wegen heel zwaar door. Ik ben nog steeds extreem vermoeid en heb erge hoofdpijnen en spierpijn (lees: ik voel me fysiek echt ellendig). Er is namelijk geen enkele mogelijkheid geweest om te recupereren. Maar ook: mijn  werk is blijven liggen en ik krijg het niet bijgebeend. Door de combinatie van de erge vermoeidheid en het achterstallige werk, voel ik dat ik weer wegzak en veel energie nodig heb  om mezelf mentaal ‘op de been’ te houden. Zo weinig is er nodig om alles hier op scherp te zetten. Het enige dat ik lijk te kunnen is op tijd naar bed gaan. Dagen na elkaar. Maar ik voel me niet beter en het werk dat ik ’s avonds zou moeten doen, blijft alweer liggen. Ik ben zo eindeloos moe…
  2. De opdracht. Ik had een maandelijkse opdracht als zelfstandige voor onbepaalde tijd. Ik ging er misschien te gemakkelijkheidshalve vanuit dat het even zou duren, dat de extra inkomsten dus structureel zouden zijn voor een tijdje. Vroeger dan ik verwacht had, werd de opdracht afgerond. Dat mag, maar het hakte er hier ongelooflijk in. Omdat ik er een klein gevoel van veiligheid aan verbonden had, denk ik. Maar ook: omdat het systeem heel fragiel is en een ruk aan dat touwtje meteen betekent dat de drie tot vier dagen vakantie die ik had willen plannen met de jongens in de zomer, niet haalbaar (of zeer weinig vanzelfsprekend) zullen zijn. Ik denk dat bij weinig mensen oorzaak en gevolg zo kort met elkaar verbonden zijn. Gelukkig maar. Ik werd eerlijkgezegd heel moedeloos van dit voorval. Omdat het een opdrachtje was dat vanzelf op me af gekomen was. Ik had er enige hoop aan ontleend, dat de omstandigheden wat begonnen te keren, dat ik ergens op kon rekenen, dat ik ergens in mocht vertrouwen. Het is vervelend dat ‘kleine’ dingen zo ongelooflijk veel uitmaken, dat ik niet in staat ben de impact van kleine dingen te bufferen. Ik voel me er ook slecht bij dat het me zo verdrietig maakt, ik vind dat ik er gewoon professioneel mee zou moeten omgaan. Maar een keuze die elders ‘licht – achteloos’ gemaakt wordt (veronderstel ik), hakt er hier stevig in. Dat voelt zo… Stom. Ik wil dankbaar zijn omdat het er was, maar ik ben vooral verdrietig omdat het weg valt.
  3. De plagende peuter. De peuter heeft een fase. Een fase die ik me ook herinner van de grote broer. Een fase waarin er geplaagd en getest wordt. Een fase waarin er vanuit het bed duizend keer geroepen wordt. Dat duurt allemaal tot mijn geduld op is. Want er is geen buffertje ander geduld voorradig. Dus riep ik tegen de peuter, dat het genoeg was. Waarna ik dacht dat hij als kind die ruimte moet kunnen voelen – de ruimte om te testen en te plagen. Toen keek ik een filmpje over de vreselijke aanslagen en er werd verteld dat een huilende peuter naast het levenloze lichaam van een moeder zat. Huilend, na twee explosies. Ik ben instant naar mijn peuter-met-een-fase gegaan en heb hem op mijn schoot tot rust laten komen tot hij in staat was om te slapen. Ver voorbij mijn eigen voorraad energie of geduld, maar wel wat ik op dat moment moest doen.

En zo. En zo.
Zo was er ook een oudercontact over de Kleuter, die in de kring weinig vertelt over zijn weekend. Onderweg naar huis dacht ik terug aan het weekend, waarin ik soms urenlang op de bank lig omdat alle energie of al het geld op is om wat leuks te gaan doen. Dat voelt vanbinnen heel breekbaar. Een gedachte die in je op komt, een besef, waarbij je probeert de gedachte niet te denken, het besef niet te hebben, omdat dat soort gedachten je in flarden scheuren als je ze te veel ruimte geeft.

En zo. En zo.
Zo lijkt iedereen vooruit te komen. Er worden huizen gekocht, babies geboren, reizen geboekt, nieuwe lieven voorgesteld en doctoraten verdedigd. En hier is het systeem zo fragiel dat ik bij momenten volledig lam gelegd ben en dat ik mijn uiterste best moet doen om alles hier niet te doen instorten (mijn gezondheid, mijn baan, …) in plaats van dat ik verder kan bouwen – zoals veel mensen rondom met gemak lijken te doen.

En ja, ik moet me wapenen, en nee, op een ander is het niet altijd beter, en ja, er is ook veel om dankbaar om te zijn, en ja hoor, het valt allemaal wel mee. Maar soms, soms, is het allemaal zo fragiel dat het vanbinnen uit elkaar spat.

Prinses krijgt een schop onder haar kont

Eerst & vooral: een gezegend jaar gewenst aan allen!

2015 – een jaar is niet genoeg

2015. Vorig jaar startte ik met grote voornemens. Ik zou 2015 gebruiken om aan mezelf te werken via een holistisch therapeutisch proces. Ik ben er van overtuigd dat ik de juiste therapeute gevonden heb, maar jammer genoeg is een jaar niet genoeg om te komen waar ik wil zijn.
Namelijk: klaar. De mist uit mijn hoofd verdwenen. Sterk en veerkrachtig. Blakend van gezondheid, energie en levenslust.

2015 – topmomenten

2015 bracht enkele betekenisvolle momenten. Als ik terug kijk, denk ik vooral aan:

  1. Ik heb mijn rijbewijs gehaald, tegen al mijn angsten in. De vrijheid die ik ervaar met mijn autootje en het feit dat onze wereld wat groter is geworden (en dus iets minder geïsoleerd), voelt nog steeds als een genade.
  2. Ik heb een man mee uitgevraagd voor een date. Jammer genoeg was hij ondeugdelijk en liep onze kleine affaire op de klippen, tot twee maal toe. Maar ik denk dat het symbolisch heel belangrijk voor me was die stap te zetten, ondanks de slechte afloop.
  3. Ik ben van baan veranderd en dat was een verandering ten goede.
  4. Ik ben gestart als zelfstandige in bijberoep en heb mijn eerste opdrachten volbracht. Het is nog zoeken en soms ook hard werken in het holst van de nacht, maar i did it. Toch?
  5. Hoewel ik weer wat van het rechte pad af ben, heb ik intens ervaren hoe goed het voor me is me wat geestelijk te trainen.

2015 eindigt met een trap onder mijn kont

2015 eindigt met een reactie op mijn blog waar ik behoorlijk van schrik, en die een paar dagen blijft malen in mijn hoofd. Op het stukje over Crappy Kerst, schrijft F. o.a. dit: ‘Ik kan wellicht nooit helemaal begrijpen hoe hard en lastig het voor je moet zijn. Bij iedere blogbericht dat ik van je lees, voel ik empathie. Maar heel erg vaak heb ik ook zin om een trap onder je kont te geven. Je idealiseert het gezinsleven anderen om je daarna in zelfmedelijden te wentelen.’

Ik heb ongelooflijk de neiging om me nu te gaan verdedigen. Uit te leggen dat het allemaal niet zo makkelijk is, dat ik moe ben, dat er meer aan de hand is dan ik hier opschrijf, … Maar ik probeer dat even niet te doen.

De reactie van F. sluit heel goed aan bij mijn innerlijke stemmetje en triggert aldus de innerlijke strijd die ik bijna voortdurend voer. De strijd tussen ‘het valt wel mee, we maken er het beste van, even flink zijn‘ en ‘ik ben moe, ik ben ongelukkig, ik wil dit niet, ik kan niet beter‘. De strijd tussen dat stemmetje dat zegt dat ik beter moet, en het gevoel dat ik niet beter kan dan dit.

Misschien heb ik in 2015 het gevecht gewonnen met de omstandigheden. De kinderen, het huishouden en de baan: makkelijk is het niet, maar het draait. Waar het vroeger nog heel onmogelijk leek om gewoon een weekend te overleven met de jongens, is dat nu allemaal al wel haalbaar.

De wetenschappelijke benadering

Misschien wordt 2016 het jaar van de ultieme strijd met mezelf. Op een rustig moment, vandaag, schreef ik kernwoorden op van wat er met me aan de hand is. Zoals je in een wetenschappelijk onderzoek een conceptueel kader als basis hebt, had ik plots een kader met concepten en duizend pijltjes tussen die concepten. De concepten zijn: zelfbeeld – vertrouwen in mezelf – faalangst – gebrek aan zorg voor mezelf – uitstelgedrag – schuld/schaamte/falen – geen ontspanning – strijd – energieverlies/doodmoe/uitputting/depressed – gebrek aan mentale ruimte – stagnering – overspannen/overprikkeld – grenzen – vatbaar voor foute relaties. In onderzoek zoek je een aangrijpingspunt. Je gaat op één van de concepten invloed uitoefenen, om beweging in het geheel te krijgen.

Eén voornemen voor 2016. Dat aangrijpingspunt vinden. Wordt vervolgd.

 

 

U vraagt, wij draaien – de update

Laatst zei een aardige collegablogster me dat iedereen zit te wachten op nieuws over hoe het nu met Dirk gaat, en met de kinderen en de rechtszaak, … U vraagt, wij draaien. Een update.

-1- Den Dirk (en de rechtszaak)

Hoewel den Dirk me in de rechtszaak de stuipen op het lijf joeg met zijn plotse voornemens zijn leven te beteren, een huis te huren en een baan te zoeken en volledig voor co-ouderschap te gaan, zijn we intussen vier maanden verder en zit hij nog steeds in zijn shelter. Hij lijkt wat meer te werken, maar ik heb er niet zo veel zicht op.

Dirk lijkt de vlotte jongen in het contact, alhoewel hij soms onaardige dingen zegt (over gerimpelde decolletés maar liefst – heb ik niet vind ik). Ik ben afwisselend zakelijk, afstandelijk, ongeïnteresseerd. Er is wel eens een moment van eenzaamheid en dan ben ik geneigd eens drie zinnen tegen hem te spreken. Hij blijft toevallig wel de enige met wie ik durf delen hoe trots ik ben als de peuter heeft verteld dat er een prot uit zijn mond komt.

De rechtszaak duurt lang. In juli was er een zitting, we wachten nu op het expertonderzoek.

-2- De kinderen

Die groeien en bloeien. Meestal gaat het goed, alhoewel ik soms de gedachte heb dat de jongste het beste in me naar boven haalt en de oudste het bloed van onder mijn nagels. Een tijdje terug ging het met de oudste allemaal zo moeizaam dat ik me heb aangemeld voor een intensief traject van opvoedingsondersteuning. Raar genoeg is het daarmee wat rustiger geworden, alsof ik zelf door de stap te nemen en hulp te verwachten binnen een half jaar ofzo, plots meer geduld heb en de dingen alvast anders aanpak. Misschien ligt dat ook aan het intakegesprek waar al enkele mooie inzichten uit voortkwamen.

De tijd dat ik babysits inhuurde om bij wijze van spreke gewoon eens twee uur om de hoek te gaan zitten en gerust gelaten te worden, is voorbij. De mannekes zijn groter, het gaat beter met mij en dus ook met hen, ik kan rijden dus we zijn niet langer gevangenen in een huis en een dorp met weinig mogelijkheden. Ons sociaal netwerk is geactiveerd en uitgebreid.

In het begin dat Dirk weg was had ik een enorme drang naar alleen zijn. Ik snakte naar een keer een dag alleen, een ongestoorde douche, vijf minuten  op toilet zonder iemand erbij. En slapen! Ik wou zo graag gewoon eens slapen. Intussen is dat verlangen weg gezakt, ik voel me niet meer zo gevangen met de voortdurende aanwezigheid van de kleine zieltjes. Ze zijn ook groter en dat scheelt echt. De dag dat ik eens ongestoord kan slapen tot acht uur zal ik vast niet weten wat me overkomt, maar ik denk niet meer elke dag dat ik eens tot acht uur wil slapen. Dat is beter.

-3- De parents

Ik had een complex conflict met mijn ouders. Ik heb de stap naar een bemiddelaar gezet en er komen dingen in beweging, maar ik heb eerlijkgezegd geen zin in het oplossen en uitpraten. Mijn energie is toegenomen maar nog steeds kostbaar. Ik heb het pokkedruk. Ik heb er geen zin in dus. Ik heb zo veel moeten investeren in mezelf emotioneel weer wat op de rails te krijgen, dat ik nu gewoon gerust gelaten wil worden. Maar goed, als volwassene moet je ook wel eens dingen doen waar je geen zin in hebt. Het is alsof ik een berg moet beklimmen, echt.

-4- De baan

Ik heb sinds juni een nieuwe baan die druk maar leuk is. Het lukt me werk en gezin min of meer te combineren met de nodige hulpbronnen.

-5- Het bijberoep

Het bijberoep heeft ervoor gezorgd dat er een potje geld apart staat om de rekeningen van de rechtbank mee te betalen. Dat is een groot goed, een reductie van stress. Anders was het nooit gelukt.

Maar het valt me zwaar om alles te combineren. Het avondlijk werken aan/voor dat bijberoep roept tegenzin op. Moe zijn en jezelf moeten voortslepen, dat gevoel. Ik weet dat ik dingen beter en efficiënter zou kunnen als ik wat zou uitrusten en me beter zou organiseren, maar ik kan pas weer naar adem happen als dit project af is. Doorbijten.

Ik heb verder heel veel ideeën om uit te werken en wil een website om nieuwe opdrachten aan te kunnen trekken en iets uit te bouwen wat op termijn misschien mijn vaste baan deels kan vervangen, maar ik vind er de ruimte niet voor. Het blijft dus een project-in-de-schuif, waar ik soms keihard in geloof en wat ik soms ook belachelijk vind. Het is frustrerend om wel te willen maar er niet aan toe te komen.

Mijn bijberoep is namelijk niet iets dat ik voor het geld doe. Ik heb allerlei wilde plannen, dingen die ik kan en wil uitbouwen. Maar voor uitbouwen heb je tijd nodig en energie en ruimte – letterlijk en figuurlijk.


Hopend u allen hiermee voldoende geïnformeerd te hebben, besluit ik :).

All about the money

Kassa
Ik heb voor de eerste keer een betaling gekregen als zelfstandige in bijberoep. Meteen een lesje in facturen maken gehad (ik vond uiteindelijk dat ik een heel stijlvol factuurtje had gestuurd) maar ook in subtiel aan de mouw trekken van de organisatie in kwestie, want dat er heel stijlvol op een factuurtje staat dat er binnen de twee weken betaald moet worden, betekent niet dat dat ook gebeurt.

Gewenning
Ik was een pak trotser op dit inkomen dan op mijn maandelijks loon. Mogelijk ben ik mijn maandelijkse vaste inkomen gewend geraakt? Ik herinner me wel nog de trots toen ik mijn allereerste maandloon ooit kreeg, maar dat ebt dus gauw weg. Deze betaling was best bijzonder, want een soort van effect van het waarmaken van een droom, namelijk als zelfstandige in bijberoep starten.

Touwtjes trekken
Jammer genoeg is het financieel, zeker nu met de gerechtskosten, nog steeds heel erg trekken aan alle touwtjes om ze aan elkaar geknoopt te krijgen. De dag dat geld geen zorg meer is en dat ik zonder nadenken naar de supermarkt ga, zal ik zo gelukkig zijn. Ik heb ooit berekend dat ik per week maximum 50 euro mag uitgeven, aan alles samen. Maar ga een keer naar de apotheker, de supermarkt en de bakker, en dat bedrag is al anderhalve keer op. Ik draai nog steeds ‘verlies’: elk extraatje dat ik opzij probeer te zetten, moet ik weer aanspreken. Als ik bij andere mensen kom, vind ik het soms confronterend dat daar producten op tafel komen die bij ons ondenkbaar zijn. Het gaat dan om stomme dingen, zoals een tapasmengeling, verse olijven, … Dingen die niet levensnoodzakelijk zijn, en die ik vroeger ook standaard in huis had, maar nu al een tijdje mijd. Het is opvallend hoe snel je gewend geraakt aan een wat meer sobere levensstijl. Laatst had ik een extra bedragje en had ik wat dingen voor mezelf nodig, en toen vond ik het zelfs moeilijk om geld uit te geven.

Zorg(eloos)
Soms maak ik me nog steeds zorgen over geld. Maar hoe cliché ook, dat helpt niet. Ik probeer me dan te richten op wat ik krijg, en dat is belachelijk veel. Drie voorbeelden van de laatste tijd:

-1- Van twee dames krijg ik vaak kleding die te klein geworden is voor hen. Het zijn altijd erg leuke, kleurrijke en ook best dure kledingstukken, waar ik regelmatig een complimentje mee scoor op het werk (‘wat heb je toch altijd een vrolijke jurk aan!’). Laatst stond ik weer blij als een kind gekregen kleding te passen. Sommige dingen die er bij zaten zou ik zelf nooit gekocht hebben, realiseerde ik me. Ik vond het niet zielig, maar net heel horizonverbredend en luxe, om te mogen ontvangen. Ik heb intussen een kleerkast met 15 jurken ofzo, de meeste gekregen. Zot hé?

– 2 – Voor beide zonen krijg ik kleedjes door, dus ik koop enkel schoentjes zelf, en vaak zelfs dat niet. Laatst lette ik er een dagje op, en het viel me op dat de peuterbroer een hele dag doorgebracht had met gekregen spulletjes van anderen. Via V.: zijn pyama, zijn kleedjes, het tentje waarin hij speelde, de puzzels die hij maakte, de boekjes die hij las, de autostoel waarin hij vervoerd wordt. De bordjes en bekers die hij gebruikt zijn dan weer van H. en P. … Zalig. Zo. Veel. Dank!

– 3 – Ook dit jaar was er weer het aanbod in dat mooie vakantiehuisje te verblijven, gratis, aan de Nederlandse kust. Met open handen aangenomen, uiteraard. Wat een zegen.

Genoeg
En dus besluit ik dat ik genoeg heb en rust ik in het vertrouwen dat op mijn pad zal komen wat ik nodig heb. Al zou een beetje meer ruimte op die bankrekening ook wel welkom zijn…

Heb jij genoeg? Kan je genoegen nemen? Dit leesvoer is een fijne tip om over deze vraag na te denken.

Een dag uit het leven van Prinses & cO: juni 2015

Het plan was elke maand een dag uit ons leven te beschrijven. Toen ging het even mis (een dipje met moeizaam terugvechten) en daarmee was de ketting even verbroken. Hier pik ik de draad weer op en maak jullie deelgenoot van een dag in juni.


[06u02]
Er is een tijd geweest waarin ik wou dat de dagen snel voorbij gleden, omdat ik ze moeilijk kon verdragen. Ik telde letterlijk de uren en soms zelfs de minuten af tot de jongens sliepen en ik dus ook enigszins legitiem naar bed kon. Intussen betrap ik me er soms op dat ik in bed lig te denken: ‘was het alvast maar morgenvroeg!‘. Zo ben ik gisteren ook ingeslapen. Helaas ben ik geen ochtendmens en ’s ochtends is dat nachtelijk gepopel om aan de dag te beginnen zoek. Babyzoon heeft een permanente plek bij mij in bed versierd. I do not mind. Alleen heeft hij van die vroege vogel-neigingen, en bevind ik me bijgevolg soms plots met een pamperkont op mijn hoofd en word ik geslagen met een boekje. Zo ook vanochtend. Ook goedemorgen deze morgen. Grmbl.

[07u50]
Jaja, het lukt! Sommige dagen zit alles tegen, maar nu gaat het verbazend vlot. Ik vertrek om 8u zoals gepland, zet de mannen af en rijd richting mijn eerste opdracht als zelfstandige in bijberoep. Ik ben al een tijdje bezig met mijn ‘andere’ eerste opdracht, die er meer uit bestaat een proces te begeleiden met een team en materiaal te genereren. Maar vandaag ga ik dus daadwerkelijk een hele dag met een team werken. Van 9 tot 16u. Het gekke is dat ik dat in mijn ‘echte baan’ wekelijks doe, maar het nu toch weer spannend vind omdat het ‘voor mezelf’ is.

[11u22]
Het loopt! Ik heb vier werkvormen voorzien voor de dag, twee in de ochtend, twee in de namiddag. We zitten op schema, het team doet mee, ik heb een persoonlijke klik met iedereen, en ik sta zelf verbaasd over de dynamiek die ontstaan is.

[14u37]
Nog steeds op schema. Er gebeuren interessante dingen. Ik ben in een prettige soort constante concentratie, probeer dingen terug te koppelen, onder woorden te brengen, met elkaar te verbinden en ‘aan te raken’. Zo dankbaar dat dit kan.

[16u30]
De directeur van de organisatie heeft zijn tevredenheid uitgedrukt. De teamleden zijn enthousiast vertrokken. Ik gons van de energie. Ik stap in de auto en ben net op tijd op de school van Kleuterzoon voor die zal sluiten. We halen samen Babyzoon op. Nu beginnen de moeilijke uren. Spitsuur met twee vermoeide kinderen. Koken met ééntje aan mijn been en ééntje doe heel de tijd om aandacht en hulp vraagt. Ik blijf het soms echt heel erg onmogelijk vinden, dat alleen moederen. Het is vaak het meest confronterend als ik moe en hongerig thuis kom na hard werken, met twee vermoeide en hongerige kinderen, en dat ik dan nog eens de koelkast moet open trekken, hopen dat er iets in zit en beginnen koken, terwijl ik iedereen kalm moet houden. Ik weet dat ik me op dat vlak duizend keer beter zou kunnen organiseren, met weekmenu’s en een diepvriezer met gezonde zelfgemaakte maaltijden voor dit soort dagen, maar er zit een grens aan wat ik georganiseerd krijg. En die ligt net voor het stadium weekmenu’s en diepvriesvoorraad op dit moment.

[19u33]
Tranen, tuiten, gedoe, maar ze slapen. Allebei. Die uren met de jongens hebben me veel meer leeg gezogen dan die hele dag met dat team. Het duurde eventjes voor ik dit zelf merkte, kon erkennen en durfde zeggen, in een wereld waarin moeders elkaar nogal eens misprijzend aankijken. Maar nu dus luid en duidelijk: ik vind die chaosuren met een kleuter en peuter helemaal niet zo leuk. Ik vind het hoogst vermoeiend om heel te tijd te interveniëren in hun ruzies, te troosten, aan te moedigen, politievrouw te spelen. Ze worden de hele tijd door  vies, ze eten niet netjes en maken daarbij de hele tafel en meestal standaard de vloer vuil. Kleuterzoon zeurt aan tafel omdat hij niets lust, terwijl Babybroer zijn erwtjes in zijn appelsap gooit. Ze zijn zelden ‘content’, houden niets langer dan een kwartier vol, huilen beurtelings of tegelijk. Ik vind dat uitputtend tot de tiende macht.
Vermoeid raap ik hun kleedjes bij elkaar, vul een machine was. Ik wil mijn timer zetten en de keuken opruimen, maar ergens blijf ik treuzelen en het kost me verdraaid veel moeite om weer in gang te geraken.

[21u22]
Ik. Moet. Yoga. Doen. Ik ben zo leeg, maar ik weet dat het half uurtje waar ik nu zo tegen op kijk, het verschil gaat maken. Daar gaan we, een half uurtje Adriene. Het beste half uurtje van de dag.

[22u00]
Ik weet echt niet hoe het zo werkt met die yoga, maar na een half uurtje yoga voel ik me wat milder ten opzichte van mezelf en de hele wereld, en wat beter. Ik besluit de administratieve dingen die ik vandaag moest doen naar morgen door te schuiven. Eén van de dingen op mijn lijstje is mijn eerste factuur schrijven als zelfstandige in bijberoep, voor de vandaag begeleide studiedag. Het gaat om een bedrag waar ik een week voor moet werken in loondienst. Dat voelt heel raar, maar ik nuanceer het met de volgende gedachten: (1) ik heb de organisatie in kwestie een lagere uurprijs gegeven dan ik officieel heb gekozen én die ongeveer de helft is van wat mijn werkgever voor mij krijgt per uur dat ik voor onze klanten werk; (2) ik heb de prijs per uur voor de voorbereidingstijd nog eens gehalveerd, wat ongebruikelijk is, en ik heb uiteraard dubbel zoveel voorbereidingstijd gedaan dan ik reken en (3) de helft van wat ik verdien gaat naar de belastingen. Dat doet er me ook weer aan denken dat ik dringend mijn aanbod op papier moet zetten, de website moet opbouwen, en aan acquisitie gaan doen. De opdrachten gaan niet uit de lucht blijven vallen.

[22u33]
Ik kus de Kleuter en ga dan naast de Baby liggen die met zijn romig kinderlijfje slapend in mijn bed rondzwerft. Ik lees nog een artikel, bekijk het mannetje nog eens lang, aandachtig, tevreden en in detail, en val in slaap.


Nog meer dagen uit ons leven? Neem hier een kijkje!

Prinses is toevallig zelfstandige in bijberoep geworden

image

Geheel in de lijn van wat ik in mijn vorige post vertelde, namelijk dat de wonderen de wereld niet uit zijn, deel ik met enige trots dat ik zelfstandige in bijberoep ben geworden.

Ik zou jullie graag een stappenplan aanbieden dat navolgbaar is voor diegenen die gelijkaardige ambities koesteren, maar eigenlijk was het stom toeval.

Echt.

Hoe dat stomme toeval tot stand is gekomen, deel ik graag. In stappen!

1. De ‘zak-en-as-periode’

In de ‘zak-en-as’-periode, de eerste periode na het vertrek van Dirk, had ik al gedachten rond werken als zelfstandige in bijberoep. De voordelen zouden meervoudig zijn:

a. Het zou een creatieve uitlaatklep zijn.
b. Het zou iets helemaal-van-mezelf zijn. Geen bazen die over mijn schouders meekijken. Gewoon ik en mijn opdrachten!
c. Het zou financieel wat broodnodige marge kunnen scheppen.
en d. Het zou op termijn een deel van mijn vaste aanstelling kunnen vervangen waardoor ik een meer flexibel evenwicht zou kunnen zoeken tussen werk en privé.

Zo bedacht, maar niet zo gedaan (naar analogie met ‘zo gezegd, zo gedaan’). Ik had uiteraard meteen een stappenplan in mijn hoofd, en verzamelde een lade (neem dat maar letterlijk) vol ideeën en voorbeelden van flyers en visitekaartjes. Ik ging zelfs wat netwerken en praten met mensen die de stap al gezet hadden. Maar er gebeurde niets.

2. De latente fase

Het plan zat ergens in mijn hoofd, zorgde regelmatige voor verzuchtingen (‘och, als ik dat gerealiseerd krijg zijn een deel van mijn problemen van de baan!’) en schuldgevoelens (‘waarom heb ik het lef niet er voor te gaan?’).

Verder laat de latente fase zich best samenvatten door: ‘er gebeurde niets‘.

3. Een opdracht die uit de lucht komt vallen

Ik weet begot niet meer van waar die opdracht plots kwam, maar er is – echt serieus – vanzelf een opdracht op mijn pad gekomen, in mijn schoot geworpen. Plots zat ik een offerte te maken en kwam ik uit op maar liefst 60 uren werk (en dan heb ik er uiteraard 20 niet in de offerte gezet, de reële inschatting is wel 80 uren), waarmee ik ongeveer al voor de rest van het jaar het aantal uren invul die ik voor mijn bijberoep vrij kan maken. De offerte werd aanvaard, en intussen deed ik al gedeeltes van de opdracht, waarbij de mensen in de organisatie naar mij kijken alsof ik een adviseur ben. Net echt, allemaal!

De directeur van de organisatie heeft me intussen een deeltijdse baan aangeboden (die ik niet aangenomen heb), en voor dezelfde organisatie heb ik een extra opdracht gekregen – ook vanzelf – waarvoor ik de (minder spectaculaire) offerte eigenlijk zo gauw mogelijk moet maken.

4. Officieel

En intussen ben ik dan maar eens langs gegaan mij Xerius om me te laten registreren. Dat duurde niet lang, gelukkig. Toen ik handtekende en me realiseerde dat ik een droom waar maak, had ik plots het citaat van Chris McCandless in mijn hoofd. ‘Happiness is only real when shared‘. Awel, voor mij ging dat op dat moment niet op. Het was een heel feestelijk moment met mezelf. Ik ben op wolkjes het Xerius-gebouw uitgelopen.

Tot zover het stomme toeval. Tot het einde van het jaar heb ik alvast genoeg aan deze opdracht. Daarna moet ik de lade vol ideeën maar eens opentrekken, en een stappenplan maken. Er moet een website komen, ik moet acquisitie doen, visitekaartjes… Want de volgende opdracht komt vast niet vanzelf aangewaaid. Of zou ik plots zo veel geluk hebben?