Misschien

Up & down. Up & down. In de up-momenten dacht ik dat ik ‘er’ was. Op een stabiele plek, waar ik rust zou vinden in mezelf, waar ik gelukkig in het leven kon staan. In de down-momenten haatte ik mezelf om de naïviteit te geloven dat dat ooit kon.

En nu.
Nu lijkt het weer aannemelijker.
Dat ik het ooit zal kunnen, eten wat goed voor me is in een hoeveelheid die passend is.
Dat ik het ooit zal kunnen, zelfvertrouwen vinden, faalangst en uitstelgedrag de kop in drukken, en zo ook schaamte en schuld overwinnen.
Dat ik het ooit zal bereiken, de staat waarin werk leefbaar is en leven werkbaar.
Dat ik het ooit zal zijn, die moeder die ik graag wil zijn. Een rots in de branding van mijn jongens die nog plezier heeft in het leven ook.
Dat ik ooit controle zal hebben, over de financiën, en nog wat over zal hebben op het einde van de maand.
Dat het ooit zal lukken, het huis ontrommelen en ontspullen en zo rust creëren.
Dat ik weer zal weten hoe het voelt, uitgerust en ontspannen zijn.
Dat ik ze kan weerstaan, de verleiding om telkens terug naar Dirk te keren met mijn onbeantwoorde vragen en onvervulde verlangens.
Dat ik het zal uitgebouwd hebben, mijn eigen bedrijfje, mijn eigen speeltuin.
Dat het ooit gaat gebeuren, wakker worden naast een partner die goed is voor me.
Dat ik daar ooit sta, in die aula, en mijn doctoraat verdedig met een leuke jurk, tien kilo lichter dan vandaag, mijn beide zonen braaf op de eerste rij en mijn nieuwe partner met tandpastaglimlach er naast. Haha.
Dat ik het ooit weer mag voelen, dat gevoel alsof er een vlinder in je buik fladdert – het eerste gevoel van leven van een nieuw leventje.
Dat ik weer ga bouwen, in plaats van puin ruimen.

Dat ik noch veroordeeld ben tot Dirk, noch veroordeeld tot mezelf.

Het is geen up-fase. Het is eerder het waarnemen van kleine veranderingen die hoop geven.
Zoals de verandering dat ik besloten heb om een paar dagen ziekteverlof te nemen om wat op mijn plooi te komen – mentaal en fysiek – in plaats van als een kip zonder kop verder te rennen. Ik heb een nieuwe dokter, die luistert en meer hoort dan ik vertel.
Zoals de verandering dat er hulp is. Een sociaal assistent bij OCMW zet zijn schouders even mee onder dit leven. We nemen samen dingen door waar ik alleen niet aan toe kom. Hij zegt me dan dat ik rustig moet ademen. Hij heeft gezorgd dat ik familiehulp kan krijgen. Binnenkort intakegesprek.
Zoals de verandering dat ik minder pijn heb. De enige reden die ik daarvoor kan verzinnen zijn de sessies bij het heksje, die me mentaal en fysiek veel deugd doen.
Zoals de verandering dat ik een nieuwe therapie probeer. Emotioneel lichaamswerk. De analyses heb ik gemaakt, die zijn sluitend. Nu moet de opbrengst daarvan verwerkt worden, zodat de invloed ophoudt. En het mogelijk wordt, wat ik hier boven schreef.

Wie weet.
Wie weet kan het, dat alles anders wordt. 

Wat alleszins niet kan, en dat past uiterst slecht bij mijn karakter, is dat het snel gaat. Van de ene dag op de andere. Het is elke dag een stapje, en soms drie stapjes achteruit. Het is een kleine verandering die je moet volhouden, en weer verliest, en dan weer opnieuw oppikt en probeert. Volhouden.

Mijn vriendin Adriene blijkt nog een betere vriendin dan ik dacht. Ze hamert ‘find what feels good‘. Ze is altijd mild, altijd positief, en het is iemand die gelooft dat het kan: transformatie. Een/haar/mijn(?) weg daartoe is yoga. Ik ben al lang gestopt met analyseren hoe yoga dan werkt, mentaal en fysiek. Maar het werkt wel. Ik eindig mijn yogasessie altijd in een volledig andere state of mind dat ik begon. En niet de yogasessie zelf is moeilijk, maar wel elke dag de beslissing maken om het te doen. Te kiezen voor wat goed is voor mezelf, en met mijn iPad op de mat gaan zitten, in plaats van met een bakje chips op de bank. Elke keer als dat lukt, heb ik een stapje in de goede richting gezet.

 

 

 

 

 

 

Prinses gaat uit haar dak

Of ze me nu verdomme eens willen gerust laten. Ik gris de Peuter weg bij het fornuis waar hij om aandacht staat te bedelen terwijl ik gloeiend hete broccoli uit een hete ovenschaal vis om er pesto van te maken. Ik zet de peuter hardhandig een eindje verder neer  en roep nog wat verder. Dat ik het beu ben, dat ze nooit meer in de keuken mogen komen als ik aan het koken ben, dat dat gevaarlijk is, dat ze mij gerust moeten laten, en of ik nu nooit eens rustig iets kan afwerken. En of ze zich willen verbranden ofzo?

Ik keer terug naar de kookpotten, woest. Sta stil, denk na. Schud mijn hoofd. Wat is er gebeurd met me?


Toen ik enkele jaren geleden les gaf aan de hogeschool, had ik een gesprekje met mijn leidinggevende. Ik vertelde hem hoe ik ‘tot een kot in de nacht moest’ doorwerken om alles voorbereid te krijgen. ‘Weet jij wat jij nodig hebt?’, vroeg hij. ‘Een hobby!’ was het (zijn) antwoord.

Hij had gelijk. Soms is het beter afstand te nemen en wat anders te gaan doen. Iets dat je leuk vindt, iets dat je deugd doet.

Onder dat mom schreef ik me in op de yogaschool. Yoga is immers iets waarvan ik had ervaren dat het me deugd deed. Ik boekte meteen een babysit voor de wekelijkse yogales, vulde de babysitschuif met lekkers voor de avonden (vervolgens at ik de schuif bijna helemaal zelf leeg), betaalde de yogaschool met geld dat ik had verdiend in mijn bijberoep en dus had ik een hobby.

Alleen krijg ik stress van die hobby. Jeetje, de rush om babyzoon in slaap te hebben en kleuterzoon in bed (of minstens in pyama) voor de babysit komt (wat dus betekent: ophalen, koken, eten, wassen, pyama’s, quality time, duizend kleine crises). De eis een lichte maaltijd te eten voor ik naar de yogaschool ga om niet belemmerd te worden door mijn verteringsprocessen tijdens de les. Het besef dat ik een HELE AVOND niets kan doen in het huishouden en voor het werk. De rit naar de yogaschool. De angst te laat te komen. Het gedoe om mijn yogaspullen gewassen te hebben en bij te hebben.

En dan de les zelf. Ik weet niet hoe het komt, maar ik krijg het knopje in mijn hoofd niet om. Dus gaat het interne stemmetje maar door met dit soort zinnetjes:
– hoe laat zou het zijn?
– hoe lang nog?
– zouden de kinderen slapen?
– ga ik vanavond nog werken of niet?
– voel ik me al ontspannen?
– heb ik de auto op slot gedaan?
– ik mag morgen niet vergeten terug te bellen naar x of y
– hoe lang nog?
– verdorie, te veel pasta gegeten
– was ik niet beter thuis gebleven om dat of dat af te werken?
– dit is mijn hobby, ik moet genieten
– ontspan ik me al? ik moet me ontspannen

Ook mijn andere hobby, de leesclub, is eerder een oord van stress geworden dan een ontspannen avond. Omdat het moet, omdat je dat boek gelezen moet hebben, omdat het op een avond is en ik meestal echt gewoon doodmoe ben, …

Waar het aan ligt? Ik heb al vele hypotheses bedacht. Ik denk nu dat het vooral niet in mijn leven past, nu. Dat ik al zo veel moet, en iets mogen wordt ook iets moeten als het op een bepaalde avond gepland staat en je er naar toe moet etc. Misschien ben ik geen type voor hobby’s, dat kan ook. Of misschien is het gewoon genoeg.


Terug naar de avond. Ik sta tegen mijn kinderen te brullen omdat ik stress heb omdat ik naar de yogales moet. Hoe absurd is dat?

Ik pak mijn gsm, sms de babysit. Dat ik ermee stop, dat het te veel is. Dat het er niet bij kan. En sorry daarvoor.

De jongens en ik gaan aan tafel. We hebben tijd voor een dessert en doen ons avondritueel in rust. Ik vertel hen dat het me spijt dat ik zo geroepen heb, dat ik moe ben en het te druk heb. Dat ik daarom besloten heb geen yoga meer te gaan doen. De kleuter begrijpt het en stelt voor met drie nog wat yoga te doen op de mat. De peuter is vooral geïnteresseerd in zijn sorbet. Ik vraag hem of hij boos is op me. Hij schudt van nee. De schat.

Als ik de kleuter in bed heb gestopt, sleep ik me verder. Ik hoop dat het me eindelijk eens gaat lukken iets af te werken waar ik al een tijd tegen aan hik. Maar misschien best eerst even een dubbele espresso. Aan de koffiezet sta ik na te denken. Is het jammer? Is het zwak van me? Heb ik dan geen hobby nodig? Zal ik er nog even  over nadenken? Ik haal mijn schouders op. Ik voel vooral opluchting omdat het niet meer hoeft van mezelf. En dan krijg ik de babysitschuif in het vizier. Daar zit vast nog wat lekkers in.

Nog meer dingen die dwarrelen in een prinsessenhoofd (II)

Ik schreef al enkele posts met gedachten. Gedachten als observaties van mezelf (zie hier & hier). Dingen waar ik een hele blog over zou kunnen vullen, maar die ik samenbreng in deze dwarrelstukjes. De derde dwarrelblog.

9 tot 3
Opstaan en meteen weten dat je ziek bent. Zo misselijk, zo ellendig. Me af vragen hoe ik het voor elkaar krijg de kinderen aan te kleden en weg te brengen. Daar toch in slagen. Wegduiken in bed daarna, verzeilen in een diepe slaap. Tot 15u, want zo lang mag ziek zijn voor een alleenstaande mama duren. Alle zeilen bijzetten om de jongens op te halen, te voeden, in bed te stoppen. Proberen niet te vloeken, proberen niet te huilen.

Onstuimig
De Kleuter is altijd al een erg eisend kind. De laatste tijd is hij heel onstuimig. Hij roept in mijn oor, slaat de peuter en mij, is druk, gooit, schopt, … Zo vaak lijkt hij doelbewust de mooie momenten te verpesten. Het moment dat we samen met drie in bed boekjes lezen schreeuwt hij mijn trommelvlies er bijna uit. Het is alsof hij me voortdurend test en dit op vrij extreme wijze. Ik heb geen flauw idee meer wat te doen. Het gaat mijn krachten te boven. Meestal blijf ik kalm. Soms verval ik in negativiteit (dat ik geen kindje wil dat altijd de boel verziekt), soms ben ik in staat hem te slaan. Dat doe ik niet, maar het kost me soms moeite. En soms is hij gewoon ook een leuke grappige kleuter die lief is voor zijn broer en leuke dingen vertelt.

Chagrijn
Ik hoor mezelf een behoorlijk schampere opmerking geven als ik van een mannelijke collega hoor over een andere mannelijke collega dat zijn vrouw thuis blijft voor de kinderen. Het is geen uniek geval, in de organisatie waar ik werk. Het is een beetje in de mode. Ten eerste vind ik het echt ongelooflijk lullig dat we het omgekeerde nooit horen: een vrouw die werkt en de man die het nest bestiert. Ten tweede ben ik gewoon jaloers. Ik zou ook graag een huis-, tuin- en keukenmanager hebben en me nooit zorgen moeten maken over het geregel, het gedoe, of de kinderen opgehaald worden en door wie, of we nog wat te eten hebben en zo ja, wat, … En ik vind het een beetje oneerlijk dat die mannen met de thuisblijfvrouw (alle respect voor thuisblijfvrouwen trouwens, ik zou het niet kunnen!) dezelfde targets hebben als ik (en uiteraard zou ik het ook discriminatie vinden als ik andere targets had). Ik worstel bijvoorbeeld enorm met het onderdeel ‘ontwikkeling en onderzoek’ in mijn targets, maar dat is net het gedeelte waar je mentale ruimte voor nodig hebt. En die ontbreekt hier volledig. Het voelt alsof die mannen dezelfde race moeten lopen als ik, maar dat ze een kilometer dichter bij de finish mogen beginnen.

Doe eens gek
Ik ben gestart met hangmatyoga. Een reeks van een paar lessen. De eerste les is achter de rug, ik heb nog steeds spierpijn. Het was loodzwaar, en tegelijkertijd prachtig. Ik heb tien minuten lang ‘los’ op mijn hoofd gehangen (zonder me ergens met mijn handen vast te hoeven houden, mijn benen in de doek gehaakt). Ik heb geschommeld, mijn buikspieren getraind, … Het was eigenlijk best duur en het is tijdrovend, maar het is zo belangrijk dat ik dat kan doen.

Zacht werken
Ik las de term bij Flow, en herkende het. Heel soms, heel erg soms, stop ik met jagen. Dan ga ik mezelf gewoon even geven wat ik nodig heb. Koffie. Een kwartier. Een stop in een wegrestaurant om even te rekken en strekken en euh ja, koffie te halen. Vroeger naar huis. Een pot soep op het vuur. Met een boek in bed. Ik wou dat ik het vaker kon en me er ook goed bij kon voelen: voor mezelf zorgen zien als een verdienste, omdat dat mijn prestaties op alle vlakken op lange termijn kan garanderen. Op dit moment verontschuldig ik me nog te vaak als ik neem wat ik nodig heb. In de eerste plaats tegen dat strenge stemmetje in mezelf. Ik vind het ook wel moeilijk om goed te voelen. Want je kan jezelf natuurlijk altijd nog even een grensje overduwen. Wanneer heb je iets echt nodig, en wanneer mag je net niet toegeven aan jezelf?

Kukeleku
In mijn nieuwe baan heb ik van mezelf ontdekt dat ik een haantje kan zijn. Ik merk het in de drive die ik heb als ik bepaalde dingen wil realiseren. Dan ga ik er voor, hard. Liefst wat sneller dan een ander. Het is een gevoel te gaan jagen en te willen winnen. Snel denken, handelen, hard doorgaan.
Laatst moest ik met een collega op dezelfde plek vergaderen. We vertrokken daar tegelijk naar kantoor. Ik kon het niet hebben dat hij me voorbij stak met de auto en reed hem weer voorbij. Ik moest lachen om mezelf. Geen flauw idee waar dit haantje in mezelf plots vandaan komt. Maar het is een mooi contrast met het zielige vogeltje dat vorig jaar deze tijd elke avond om 20u in bed lag te huilen.

Prinses plant

Als in ‘plannen’, niet als in ‘planten’.

Chaos

Er is weinig waar ik zo ongelukkig van word als chaos. Veel te doen te hebben en geen overzicht meer krijgen. Daardoor de ‘puf’ kwijt zijn en niets meer doen, waarna opdrachtgevers subtiel aan je mouw beginnen trekken (of je op vakantie opbellen, stress!). In het beste geval gebeurt er ‘niets’ en merkt niemand dat je even niet zo productief bent, alleen blijft dat voor jezelf erg vervelend. Mails beantwoorden zichzelf niet en het wordt gênant als je de kamer waar je computer staat niet meer binnen durft gaan.

Chaos in het kwadraat

Waar ik ronduit depressief, opstandig en woest van word, dus alle overtreffende trappen van ‘ongelukkig’, is veel te doen hebben + geen overzicht meer hebben + niet in de gelegenheid zijn iets te doen (om het overzicht terug te krijgen of om wat to do’tjes af te strepen). Dat was het geval op de ongelukkige vakantie met te veel kinderen. Ik dacht echt dat ik knettergek werd. In mijn hoofd dreunde heel de tijd de druk van wat allemaal moest, maar ik kwam in de praktijk niet verder dan pleisters kleven, naar zee wandelen en terug, koken wat niet opgegeten werd en zand uit handdoeken, kleding en kinderharen wassen.

Back to the goeroe

Uiteraard hebben we hier al geruime tijd een remedie voor. Een goeroe, een methode. David Allen, Getting things done. Alleen was die methode bij mij wat versloft. De redenen daarvoor zijn meervoudig:

– Ik zocht al een tijdje naar een goede digitale tool om mijn fysieke, papieren vervaldagensysteem te digitaliseren en toegankelijk te maken op al mijn toestellen en al mijn plaatsen. Ik testte Nozbe, Evernote en Todoist uit, maar vond aanvankelijk niet echt wat ik zocht.

– Ik vraag me echt af of alles wat ik moet doen (als in: werken, sociale contacten onderhouden, alleenstaand twee kinderen bemoederen, een juridisch gevecht leveren met de ex, yoga, huishouden in al zijn facetten, tuin houden in al zijn facetten, eten, slapen, boodschappen, mijn benen soms eens ontharen – lach maar, dat is zo een stresselement!, babysits plannen, allerlei regelingen treffen,  … ) niet gewoon wat veel is. Ofwel ben ik dus chronisch onkundig tot het krijgen van controle en het plannen, ofwel is het misschien gewoon niet mogelijk om het onder controle te krijgen. Verschillende kennissen hebben me er recent op gewezen dat ik misschien gewoon ‘wat meer moet loslaten’, maar dat geeft me alleen bovenstaande stress.

Calimero

Anyway, de eerste werkdag na de vakantie voelde ik me ellendig, fysiek en mentaal. Zo ongelooflijk moe, zo ontzettend leeg. Mijn oude ik deed dan onmiddellijk het Calimero-stemmetje weerklinken (het is niet eerlijk, het gaat nooit lukken, ik ben moe, ik wil niet meer, en de beste: ik heb hier niet voor gekozen, ...). Mijn nieuwe ik bedacht gewoon dat het anders moest, en zette zich de tweede werkdag na de vakantie aan het werk met een mind-dump zoals David die voorschrijft in de hopeloze gevallen. Alles wat in je hoofd zit opschrijven, alles verzamelen, al die losse eindjes op één plek brengen. Vervolgens ontwikkelde ik een aantal categorieën en bracht ik de losse eindjes onder in het outlook-taken-systeem, allemaal netjes met eerstvolgende actie. Ik heb het zo opgezet dat elke taak aan een bepaalde dag toegewezen is en dat ik dus op die dagen ’s ochtends reminders krijg van de dringende dingen en verder gewoon een lijstje heb, per dag, met acties die ik moet uitvoeren en afvinken.

Tips

Ik vind het heerlijk om in outlook te werken, het is erg geschikt om een vervaldagensysteem op te zetten zoals David Allen dat verzonnen heeft. Enkele tips (jaja, dit wordt mogelijk ooit eens een nuttige blog!) :

  1. Taken kan je laten terugkeren. Dagelijks, wekelijks, maandelijks, drie dagen na elkaar, elke werkdag, … Interessante functie om te gebruiken.
  2. Ik zet ook mijn huishoudelijke taakjes (die ik volgens het FLY-lady-systeem onder controle probeer te houden) in het systeem. Geen aparte lijstjes voor verschillende takendomeinen, maar één lijst met alles. Van een rapport schrijven tot schoenen poetsen (elke vrijdag :)) over de kinderen in bad doen en een weekmenu maken.
  3. Outlook heeft een agenda en een takenlijst. Voor agenda-items kan je ook herinneringen instellen, gaande van 15 minuten voor de afspraak tot een dag, twee dagen, een week, twee weken.
  4. Per agenda-item dat ik gepland heb, heb ik meteen ook de bijhorende taken gepland. Een studiedag die ik moet geven op 4 november waarvoor ik een bespreking heb op 15 september, heeft dus op 7 september een taak, met name ‘voorbereidingsvergadering studiedag voorbereiden (agenda en stukken sturen)’ en op 16 september de taken ‘verslag maken van de vergadering’ en ‘inplannen van de voorbereiding voor de studiedag’.
  5. Gebruik de reminder-functie voor taken, maar bepaald vooraf voor welke dingen. Anders poppen er heel de tijd taken op op je scherm met zo een dringend geluidje en is het urgentie-effect daarvan na enkele dagen weg.

Kip zonder kop

Het is eenvoudig, maar ik maak er weer de omslag door van ‘kip zonder kop’ (brandjes blussen) naar een enigszins voorbereide en kalme werkneemster, moeder, mens. Het leukste effect is dat ik meteen ook de mentale ruimte kreeg om dingen in te plannen die ik fijn vind en waar ik weer nooit meer toe kwam. Zo krijg ik op het einde van elke maand nu een reminder om een film te kiezen en te plannen in de nieuwe maand (met herinnering dat ik een babysit moet plannen en de e-mailadressen en telefoonnummers van de babysits erbij). Ook fijn is dat ik de laatste dagen een pak werk heb verzet dat maar bleef aanslepen. Ik heb zelfs kappersafspraken gemaakt voor mijzelf en de zonen, schaamroodachterstallige professionele e-mails toch beantwoord, voor me uit geschoven beslissingen over het aanwezig zijn op lunches en meetings genomen en een denkdag -met-mezelf vastgelegd over mijn bijberoep (dat leek altijd iets dat er nooit van zou komen door alle andere dringende dingen). Bovendien heb ik een vaste yogales per week gepland en meteen babysit voor een heel jaar (een HEEL JAAR) gevraagd.

Oef, denk ik. En ik bedenk ook dat ik het mezelf moet gunnen een beetje in control te blijven. Als alleenstaande mama met job, bijberoep, huishouden en nog steeds niet bulkend van de energie of van de hulptroepen, kan ik het me toch immers niet permitteren om de draad kwijt te geraken.

P.S. De eerlijkheid gebiedt me toe te geven dat…
1. Het afwisselend drinken van een blikje nalu en een kopje koffie ook een uitstekend effect heeft op mijn productiviteit, echter niet op mijn maag noch op mijn nachtrust.
2. Er een doos onder mijn bureau staat met de losse eindjes die nog niet in mijn systeem zitten. De doos puilt uit. Gelukkig heb ik gedurende tien dagen op rij een uur voorzien om die doos verder te legen. Niets aan de hand.

P.S.2. Er zitten 25 ideeën voor nog ongeschreven blogposts in de outlooklijst. Ik ga hier nog even door, als jullie dat goed vinden.

Prinses blijft ook op de rechtbank ademhalen

De avond van tevoren

Morgen moet ik naar de rechtbank, in mijn zaak tegen Dirk. Ik merk dat ik een beetje uit balans geraak. Niet zo veel als vroeger het geval zou geweest zijn. Het zit ‘m in subtiele dingen en ik ben best gevoelig geworden voor subtiele signalen van mijn lichaam en geest. (Als dit het resultaat is van slechts enkele maanden yoga en verstilling, staat me nog een prachtig parcours te wachten!) Subtiele signalen zijn zin in zoetigheid, iets te veel eten, … De avond voor ik naar de rechtbank moet eten we perfect macrobiotisch. Ik doe meer dan een uur yoga met Adriene, waaronder een sessie yoga voor vergeving en vrijheid. Ik ga heel rustig slapen en slaap diep en lekker.

Vechten

Op de rechtbank. Ik wacht. Ergens, enkele meter verder, zit Dirk. Ergens in mijn ooghoek zie ik hem een aantal gebaren maken die me zo vertrouwd zijn. De manier waarop hij over zijn kin wrijft, een bladzijde van een boek omslaat. Ik vraag me plots weer af hoe we hier gekomen zijn.

In de gesprekken met de advocaten erbij om het op een akkoordje te gooien, schrik ik van mijn eigen felheid en vechtkracht. Ik denk aan de warrior-houdingen in yoga: in balans in gevecht zijn. Alhoewel ik een beetje doorsla – uit die balans, ik vind het moeilijk om de advocaat van Dirk te laten uitpraten als hij onzin uitkraamt over week om week-regelingen, terwijl Dirk noch een woonplaats heeft noch een inkomen.

Ik vecht. Ik vecht. Ik voel me ijzersterk.

Ik besef dat het resultaat belangrijk is, in deze zaak, maar dat het daar niet zozeer om draait. Het draait ook om dit gevecht voeren. Ik moet dit doen, het is erg belangrijk voor mij om dit proces door te maken. Mijn eigen kracht te voelen. Te zien wat voor weg ik heb afgelegd. Dirk recht in de ogen te kijken en te lachen, als een winnaar. Dirk te laten zien dat hij zal oogsten wat hij gezaaid heeft.

Vuil

Rechtszaken zijn vuil. Er wordt gelogen, woorden en situaties worden verdraaid. Er wordt geïnsinueerd dat ik daar niet sta uit zorg als moeder, maar uit wraak als ex-partner. Er wordt gezegd dat ik Dirk ‘geplaatst’ heb in zijn shelter, terwijl ik gezorgd heb dat hij daar terecht kon toen hij op straat sliep de dagen nadat hij bij mij weg gegaan was. Het was destijds een gebaar van zorg hoewel ik pas verlaten was, en nu wordt het tegen me gebruikt. Het is vuil en het besmet me. Ik blijf niet zo sereen als ik zou willen en zeg een aantal lelijke dingen tegen Dirk. Ik realiseer me plots heel goed dat ik hem overschat heb, als partner, als man, maar dat hij me onderschat heeft. En dat hij nog niet klaar is met me.

Avond

Ik heb wat ik wou. Alimentatie en het vooruitzicht op een expertonderzoek. En de rechter die Dirk aangemaand heeft om zijn leven eens op orde te zetten. En tegelijkertijd heb ik helemaal niet wat ik wou, want dit alles wou ik niet.

Ik ben ijzersterk de rechtszaal uit gelopen, de verdere dag loopt relatief goed met de kinderen. Ik ben uiterlijk heel rustig, maar de gewrichtspijn heeft me zwaar te pakken. Alsof de pijn als vuurwerk in mijn lijf rondknalt. Mijn bekken is zo gammel als wat, ik bel de osteopaat die op vakantie gaat vertrekken en me niet meer kan zien, ik ben volslagen uit balans, moet braken van de pijn, blijf een tijdje als een kwaad klein meisje denken dat ik niet alleen wil zijn en dat ik dood ga van de pijn als de osteopaat niet onmiddellijk zijn reis annuleert om me te behandelen. (Ik observeer het onredelijke stampvoetende kleine meisje in me, en sta nogal versteld. Waarom herval ik nu in het zoeken van redding buiten mezelf?) Mijn kinderen slapen onrustig en ik moet mijn pijne lijf verschillende keren de trap op dwingen om hen te aaien en gerust te stellen.

Mijn osteopaat  gaat op reis en ik zit alleen op de bank en ben ziek van de pijn. Er is niemand om me te redden, te troosten, te verzorgen, de pijn op te lossen voor me, me aan te raken. Ik bel een vriend, vertel hem hoe eenzaam ik me voel. We praten een uur. Daarna word ik weer op mezelf terug geworpen. Ik zoek een houding waarin ik de pijn kan verdragen. En ik blijf ademhalen.

Morning after

Ik kijk naar gisteren en zie hoe sterk ik uit balans geslagen was. Ik begrijp het van mezelf en kan mild zijn. Rustig breng ik de kinderen weg, ga ik aan mijn bureau zitten en doe ik mijn werk, met toch wel enige moeite. Ik word rustiger, ik blijf mild, moet er haast geen moeite voor doen. De pijn is er nog, zoals bijna elke dag, maar ik kan het verdragen. Vanavond moet ik mezelf weer op die mat dwingen, doen wat ik gisteren niet kon. Ik blijf ademhalen, ik kan dat.

Prinses onthult haar geestelijk trainingsschema

Zomer 2014

Net alleen met twee jonge kindjes. Ik ga enerzijds totaal onderuit en blijf tegelijkertijd doorwerken, doorfunctioneren, doorbestaan, en doorschrijven. Hele uren en dagen uit die periode zijn verdwenen uit mijn geheugen. Ik had het gevoel dat ik doof en blind was.


Najaar 2014 – voorjaar 2015

Het is verdorie aanpoten, op je ééntje een gezin zijn met die energieke jongens die liever om vijf uur dan om zes uur opstaan. Ik voel me vaak alleen en doodmoe. Ik loop vast in mijn eigen denken, vind alles onmogelijk en vind het onverdraaglijk dat mijn lot als alleenstaande mama voor mij bepaald is (ik! heb! hier! niet! voor! gekozen!!!). Ik vind het zo lastig om de rekeningen betaald te krijgen, de paniek in toom te houden, niet te vaak in huilen uit te barsten met de jongens erbij, een goede manier te vinden om met de ex om te gaan, de langdurige onderhandelingen over de nieuwe baan te voeren, en te leren rijden.

Er zijn veel kwade dagen maar ook goede dagen. Of kwade uren en goede minuten.

Ik leer bij over het leven. Op dit moment zou ik het als volgt samenvatten:

1. Er zijn zo veel momenten van genade. Je moet ze alleen zien. Daarvoor moet je in het moment blijven, erbij zijn. Als je doof en blind bent van verdriet en vermoeidheid, hoor je dat liedje niet op de radio, zie je dat lieve gebaar van je kind niet en mis je dat veertje op de vensterbank.

2. Er is altijd iets om dankbaar om te zijn. Je kan ervoor kiezen om in dat gevoel te gaan staan. Recent was ik even op een drafje in de supermarkt terwijl de jongens een half uurtje bij een vriendin speelden, en ik hoorde mezelf denken hoeveel geluk ik had in mijn leven. Om mijn jongens die leuk aan het spelen waren, om die vriendin, om dat blinkende autootje op de parking van de supermarkt, om de gezonde voeding in mijn tas. Een half jaar geleden dacht ik meestal hoeveel pech ik had, omdat ik alleen ben, en moe, en …

3. Open je handen, laat gaan wat je niet dient en ontvang. Wat je nodig hebt, is er meestal al. Je kan het perfect doen met wat je hebt, als je wat creatief bent. En je kan er ook op vertrouwen dat je gegeven zal worden wat je nodig hebt. Zo kwamen het voorbije jaren altijd net op het goede moment vriendinnen langs met kleedjes voor de baby of de kleuter, potten confituur om de lege koelkast te vullen, … Ontvankelijk worden. ‘Ja!’ en ‘Dankje!’ durven zeggen. En zelf ook weer beginnen geven, aan anderen. Ik probeer gul te zijn, wat rationeel niet zo slim is, maar ergens heb ik een diep vertrouwen dat dat goed is.

4. Je bent niet verantwoordelijk voor wat er met je gebeurt, maar wel voor hoe je er mee omgaat. Dat kan ik niet verder uitleggen, maar het is wel waar. Tegelijkertijd zie ik ook weer wel dat ik de eerste periode na het vertrek van Dirk er zelfs niet voor had kunnen kiezen om zo zen te zijn als dat ik vandaag ben, ik was omver geblazen. Maar op een gegeven moment moet je er weer wat van maken, loslaten, een manier vinden om verder te gaan, dingen een plek te geven.

5. Je krijgt niet op je pad wat je verdiend hebt. Het leven (of één of andere hogere macht) richt haar pijlen niet op ons om ons te straffen of een lesje te leren. Je kan echter wel kiezen om te leren van wat er op je pad komt. Of je kan je verzetten, en dan wordt het niets.


Zomer 2015

De laatste maanden zijn bijzonder geweest. Min of meer automatisch is er daardoor een soortement van geestelijke/mentale/emotionele oefening in mijn leven geslopen.

De Jezuïeten wisten het al. Ook je geest moet oefenen, als je in goede geestelijke conditie wil blijven. Even serieus: hoe heb ik ooit kunnen denken dat je mentaal/geestelijk gezond kan blijven als je er niets voor doet? Als je een goede fysieke conditie wil, moet je toch ook trainen?

Ik ben mijn geest beginnen oefenen. Idealiter* gaat dat als volgt:

1. Na kinderbedtijd doe ik yoga met Adriene. Ook als ik hoofdpijn heb (net dan!), ook als ik kapot ben van vermoeidheid. Meestal start ik zonder zin, en als de les er bijna opzit wil ik niet ophouden.
2. Na de yoga, voed ik me met een hoofdstukje uit boeken die me inspireren. Daarvoor heb ik een zeteltje aan het raam, waar ik dan een kopje warm water met citroensap drink (dat wil Adriene) en een stukje lees. De boeken op het stapeltje inspirerende literatuur van nu zijn:

+ Pema ChödrönWaar je bang voor bent. Moed en mededogen in moeilijke tijden
De titel zegt genoeg. Stof tot nadenken. Over egoloosheid, over in je pijn durven gaan staan, over erbij blijven, over loslaten.

+ David Allen, Making it all work
Ik blijf een organisatorisch probleempje hebben. Alles gedaan krijgen op efficiënte manier is een uitdaging voor mij. Blijven gaan met David dus. Dat ik dus vrij zen ben anno nu, betekent niet dat mijn huis schoon is, mijn mails beantwoord en mijn to do lijstjes afgevinkt. Ik kan er wel steeds beter mee leven dat dat allemaal niet zo is.

+ Michio Kushi, The Macrobiotic Way
God, wat wou ik dat ik een volleerde macrobioot was! Dat ben ik niet, al staat er weer dagelijks miso op het menu en kies ik voor granen en gestoomde groenten als het kan. De macrobiotische leer is voor mij erg inspirerend omdat het gaat over vrede vinden met jezelf en met je omgeving, en ook over rechtvaardigheid.

+ Simon Brown, Macrobiotics for life
Nog een macrobiotenboek, maar meer op emotionele healing gericht dan op voedingsadvies.  

Na het lezen heb ik meestal een kalme energiestroom, ruim ik het huis nog op, doe ik nog wat voor het werk en ga ik in alle rust slapen. Het is bijna saai aan het worden :).

* De realistische lezer zal wel begrijpen dat het ideale scenario slechts weg gelegd is voor 1 avond op 4. De meeste avonden doe ik enkel de yoga, en soms ben ik niet eens in de gelegenheid om te ‘trainen’. Gek genoeg is dat bij elk mogelijk avondplan dat gemaakt wordt nu een afweging: kan ik er mijn geestelijke training voor laten of niet?

Blijven ademhalen!

Ik maak een recept uit het mooie kookboek ‘Veg!’. Tussendoor kijk ik even op mijn i-Phone*. Door het raam zie ik mijn nieuwe wagentje* staan. Er piept wat. Een mail van het werk, die ik even lees terwijl de keuken steeds sterker naar look begint te ruiken. Feedback van een collega op een interne presentatie die ik gisteren hield. Er wordt enthousiast op gereageerd. Ik heb het gevoel dat ik meteen goed gestart ben in de nieuwe baan en dat het effect heeft: de projecten waar ik aan werk lopen zeer goed. In een teamvergadering werd ik zelfs even als voorbeeld aangehaald. Ik, het groentje.

Mijn hoofd stroomt over van de ideeën. Ik schrijf mijn whiteboard vol en hoop dat ik tijd en energie en moed blijf houden zodat ik alles ook kan uitvoeren. (Tegelijkertijd is er ook een stroom onbeantwoorde e-mails, onopgeruimde hoekjes in dit huis etc. Tja, denk ik dan. Ooit lukt het me wel eens.)

Het tij is gekeerd. Ik kan zelf amper geloven hoe gelukkig ik ben geworden.

Onthecht comfort

Hierboven vermeldde ik de i-Phone en het leasewagentje dat ik intussen rijd. Het is maar een telefoon, het is maar een auto. Beiden zijn niet van mij maar van de baas (*) en dat weet ik donders goed. Ik ben er de persoon niet naar status te ontlenen aan spullen, maar ik probeer wel oprecht dankbaar te zijn om het comfort dat ze bieden. Een auto waarvoor ik niet bij vrienden moet gaan lenen om hem te laten herstellen. Een telefoon waarmee ik veilig kan bellen en rijden tegelijk. En kan facetimen met mijn kinderen. Dat kon met die oude Nokia niet.

Transformatie, tot in de rechtbank

Tegelijkertijd markeren de auto en het wagentje de transformatie. Als ik een foto uit mijn geheugen opdiep van vorig jaar deze tijd, dan zie ik mezelf staan in het bos met een zware bakfiets, huilend omdat ik het ding niet vooruit krijg. Twee kindjes er in waarvan ik me afvraag hoe ik de avond met hen nog ga doorkomen. Ik was zo moe en zo ellendig en zo alleen en zo verlaten. Intussen zit er vaart in alles. Het gaat hard en het gaat lekker. Het hoofd bruist, de kinderen bloeien, de moeder huilt niet meer, we snorren met het wagentje rond, het gaat lekker. En binnenkort sta ik voor de rechter, want in alle stilte zette ik de voor mij enorme stap om Dirk voor de rechter te dagen. Daarom ook het bijberoep. Advocaten zijn niet gratis. Vroeger zou ik hier om gehuild hebben: dat ik in bijberoep moet werken om mijn advocate te kunnen betalen. Nu geeft het me het heerlijke gevoel dat ik mijn leven in de hand heb.

Herprogrammering

Vroeger had ik veel downs, maar ook ups. Nu is het anders geworden, stabieler. Ik heb mijn hoofd geherprogrammeerd, door yoga te doen. Die eerste yogales heeft mijn leven op zijn kop gezet, de boel weer doen stromen. Intussen lees ik her en der artikels over hoe yoga de hersenen beïnvloedt, verandert, stimuleert. Dat kalme, gelukkige en energieke is dus geen toeval.

Ik lees ook het boek ‘Blijven ademenhalen’ van Hedi de Vree. De ondertitel is: ‘wat yoga mij over liefde, verdriet en het leven leerde’. Bij elke zin die ik lees, denk ik: had ik dit maar geschreven. Hm. Boek schrijven. Misschien iets voor op het white board.

image

image

P.s. (1) Ik kan niet op mijn handen staan, hoor.

P.s. (2) Een artikel, ook over meditatie, vind je hier.

Prinses wordt goeroe

namaste

De laatste weken ging het goed. Het leek bij momenten alsof ik het kraantje van de onbeperkte energie had gevonden. Niet dat ik stuiterde ofzo, wel dat ik dingen voor elkaar kreeg (lang niet alles), en weken na elkaar na 23u naar bed kon.

Ik wist dat het niet bleef duren. En zie daar: gisterenavond gebeurde het. Misselijk, het gevoel niet te kunnen ademen, het gevoel niet te kunnen eten, grauw, zwarte vlekken, het hoofd dat na weken creativiteit plots maar wat sputtert, het ijskoud hebben en niet warm kunnen worden.

Het is een behoorlijk ellendig gevoel. Het gevoel dat je kan kotsen van uitputting. Neem dat trouwens maar zeer letterlijk. Soms draait mijn lijf binnenstebuiten van vermoeidheid.

Enkele dagen geleden sprak ik met de Ondeugdelijke Man. De Ondeugdelijke Man en ik zien elkaar bij hoge uitzondering. Hij zit in een turbulente periode, nog turbulenter dan mijn voorbije jaar was. Hij heeft de neiging de dingen in zijn leven nogal groots aan te pakken, vandaar.

‘Ondeugdelijke Man,’ sprak ik. ‘Stop met je te verzetten tegen wat is. Stop met vechten. Ga zitten, open je handen. Laat vervliegen wat je niet dient, wat overbodig is, waarmee je jezelf geweld aandoet. Wat in de plaats zal komen, is een onmetelijke ruimte. Goeds dat op je af gekatapulteerd wordt zonder dat je er wat voor moet doen. Wees niet bang, gebruik deze crisis om vrij te worden. Laat los. Ik weet niet wat je los moet laten, maar je weet het zelf wel. Is het bezit? Is het verlangen? Zijn het banden? Zijn het opvattingen? Is het je ego? … ‘ *

(* Hij keek me niet aan alsof ik gek geworden was. Ik merkte dat hij op een kantelpunt staat en dat ook aanvoelt. Loslaten en vrij worden, of vast klemmen en een hartaanval krijgen binnen dit en een half jaar.)

Ik leek wel een goeroe. En ik meende het verdorie nog ook, elk woord. Het kon me overigens ook verbazend weinig schelen of het nog eens wat wordt tussen de Ondeugdelijk en mezelf, dat was absolute bijzaak. We spraken met elkaar van ziel tot ziel, en de rest zal het leven wel uitwijzen. Als hij richting hartaanval evolueert, wordt het trouwens niets.

Vroeger zou ik gevonden hebben dat het punt waarop je kan kotsen van uitputting een terug-naar-af-moment is.

Vandaag weet ik dat het niets verandert aan de wonderlijke periode waar ik in zit. De nacht die ik met mijn jongens in een huis in het bos doorbracht, terwijl het buiten onweerde. De ontmoeting met een man die stervende is. Het meermaals in de auto stappen om zes uur ’s ochtends in verschillende steden, na nachten bij vrienden, en zo dicht bij het leven staan, samen vallen met het leven als het ware. Zien dat de vogels om zes uur de straten bevolken, en rustig op pad gaan. Voor koffie naar Zeeland rijden en daar een inkijkje krijgen in een leven van een gul en warm mens. … En zo onbevattelijk veel meer.

Ik denk dat het begonnen is in de yogales, die ik met babysitsponsering kon doen. Hoewel ik me er uit alle macht tegen verzette, voelde ik me enkele minuten lang totaal mild ten opzichte van Dirk, en het leven. Toen zijn de dingen weer beginnen stromen. Misschien heb ik daar mijn ego achtergelaten. Dat ego dat altijd wat staat te vinden en denken en willen. Misschien heb ik daar mijn handen geopend, om te laten vervliegen wat me niet dient, en te beginnen ontvangen wat het leven in petto heeft. En dat is elke dag meer dan ik kan bevatten.

Toen kwam Adriene. Ik probeer me te houden aan mijn dagelijkse afspraken met haar, wat lang niet altijd lukt. Ze moedigt me aan door yoga-oefeningen mijn hart te openen, letterlijk. Ik open de zone van mijn hart, door de houdingen en bewegingen. Zo blijft het stromen.

Vandaag kan ik wel kotsen van uitputting. Maar ik sla niet tilt waardoor ik emotioneel zou crashen. Ik zorg voor mezelf als voor mijn babies destijds. Rust, goed eten, mildheid. En yoga met Adriene (dat heb ik mijn babies nooit laten doen, wees gerust).

Advies, zo mocht ik het voorbije jaar ervaren, is goed bedoeld waardeloos.

Maar als goeroe toch even dit aan de mens in crisis. Als het leven je harde klappen uit deelt, ben je geneigd in verzet te gaan. Dat heb ik een jaar lang gedaan: geschopt, gevochten, getreurd. Eigenlijk moet je zorgen dat het leven weer kan gaan stromen. Drie essentials die voor mij het verschil maakten:

1. Doe aan yoga. Elke dag, liefst.
2. Lees ‘Waar je bang voor bent’ van Pema Chödrön. Je snapt er niets van in het begin, maar lees het, houd het bij, lees het opnieuw. Op een gegeven moment snap je alles.
3. Weet dat je het zelf weet. Schakel je ego uit, dan kom je bij dat diepste weten.

Prinses heeft een nieuwe vriendin

Ik heb een nieuwe vriendin. Ze stuurt me dagelijks een mailtje. Ik probeer elke dag 30 minuten tijd met haar door te brengen, wat niet altijd lukt wegens druk. Ze is monter, fit & fris en ze heet Adriene.

Yoga tussen het speelgoed

Adriene is mijn on line yogajuf. Enkele weken geleden ging ik nog eens naar een yogales en stond ik versteld van de positieve effecten: instant ontspanning, moeiteloze buikademhaling, trilbenen van de inspanning en zelfs een mild gemoed. Daar wou ik meer van! Maar praktisch en financieel is één keer per week yogales op verplaatsing wel ongeveer het maximum. Na een fijne tip van een lezer op deze blog, zocht ik on line yogalessen. Ik geef toe dat ik sceptisch was, en de filmpjes waarvan ik naar toilet moest omdat er een zeegolvensoundtrack onder stond, werden snel weg geklikt. Maar uiteindelijk kwam ik uit bij Adriene.

Een vaste date

Trouwe lezers hebben wel door dat ik wat met energieproblemen kamp. Ik vind het leven met twee kleine kindjes en een baan zo hectisch, wordt erg vaak moe en dat is de ultieme trigger voor crisis.
Trouwe lezers zullen eveneens weten dat ik wat systemen heb om mijzelf op de rails te houden, waaronder o.a. het Flylady-systeem voor het huishouden. Het volledige FLY-systeem lukt me trouwens slechts in periodes, maar het absolute minimum – namelijk twintig minuutjes opruimen, twintig minuutjes was/strijk en twintig minuutjes een ander klusje, als de kindjes in bed liggen en netjes getimed met mijn onmisbaar keukenwekkertje – probeer ik dagelijks vol te houden. Daar voeg ik dus sinds een tijdje ook een vaste date aan toe met Adriene.

Beter dan een uurtje slaap!

Adriene heeft op haar website een programma dat je gratis kan volgen: 30 days of yoga. Je kan je inschrijven en dan krijg je elke dag een mail, of je kan de filmpjes op youtube vinden. (En gratis, hé mannen!). Het programma bouwt fijn op, en blijkt een energiepunt te zijn in mijn dag. Na 30 minuten met Adriene, op de mat tussen het speelgoed, hopend dat niemand door het raam kijkt, voel ik me vers, fris, fijn, en kan ik nog een taakje aan. Of twee.

Straks wordt het hier nog een vrolijke blog waar je tips en tricks kan komen zoeken, zoals in dit blogje dat duchtig gedeeld en overgenomen werd :).
Heb je zin om mee te doen met Adriene? Wil je je ervaringen delen in de commentaren? Zijn er dingen die voor jou beter werken dan slaap of ijzertabletten om energie op te doen? Inspireer me! Je vindt me op de mat :).

O(hm), Prinses staat op haar kop

(Haha, de man in het filmpje heet Dirk ;)!)

Fibrowatte?

Fibromyalgie. Een soortement vuilbakdiagnose, in verband gebracht met emotionele problemen, psychosomatische dingen, CVS, reuma, … In mijn lijf erg aanwezig door spier- en gewrichtspijn. Als ik het niet meer uithoud, of als mijn bekken weer paraplu staat, klop ik bij de osteopaat aan. Die zet mijn bekken recht en maakt de spieren los. Ooit had een reumatologe me naar de yoga en het zwembad verwezen. En de osteopaat had zich daar tot mijn grote spijt bij aangesloten. Hoewel mijn eerdere ervaring met yoga wisselend was (een flatulente yogajuf… I kid you not), was het kronkelen van pijn vorige week erg genoeg om te besluiten maar eens iets te doen, behalve hopen dat ik op hetzelfde moment een afspraak bij de osteo én een babysit kon krijgen. Gelukkig was er babysitsponsoring, dus vandaag trok ik naar de yogaschool.

Yogaschool

Ik heb ooit yoga beoefend in de bibliotheek van een kasteel waar hippies samen wonen. Daar was ik de jongste en de stramste. Het was goddelijk om sneeuwvlokjes langs de Belle-en-Beest-achtige kasteelramen te zien dwarrelen tijdens het brengen van de zonnegroet of het doen van ‘de kat’, of de zon te zien opkomen (ochtendyoga, de beste!).

Een andere niet te vergeten ervaring, was de yoga in het bedompte studentenkamertje met vijf zwangeren en een flatulente yogajuf. Mijn zwangerschapsmisselijkheid die net voorbij was na 17 weken 24/7, kwam prompt terug terwijl ik met mijn neus dicht de liefde door mijn schouders naar mijn baby probeerde te laten stromen. Eén keer en nooit meer.

Toen was er postnataal de yoga op zaterdagochtend in een heel klein zaaltje, waar allerlei hippe vijftigsters vonden dat ze recht hadden op de beschikbare plaats omdat zij al lang aan yoga deden, en dat de nieuwelingen maar op de gang moesten. Ook één keer en nooit meer.

En nu dus, een grote lichte zolder. Een stralende yogajuf. 15 dames en één heer. Matjes in de aanslag. Go!

Breathing in, breathing out

Het begint altijd met ademen, en ik kan dat niet goed. Ik probeerde moedig buikademhaling toe te passen, maar het leek alsof ik in een harnasje zat en/of een ijzeren hand me in zijn vuist hield.

De eerste vijf minuten dacht ik: ‘Nee, nee, niets voor mij. Proefles, prima. Zou het opvallen als ik me voortijdig naar de uitgang begeef?‘? Maar de strenge prinses in me vond dat ik moest blijven en pas na de les een oordeel mocht vormen.

De 50 minuten die volgden waren nogal intens. Ik plooide me alle kanten op, maakte duizend fouten omdat ik vergat te spiegelen bij het nadoen van de yogajuf waardoor ik mijn linkerelleboog achter mijn rechteroor plooide in plaats van omgekeerd. Op minuut 47 stond ik te trillen op één been met een ander been trillend in de lucht.

En ergens vanbinnen leken de emoties er maar even gebruik van te maken los te komen, aangezien de spieren die ze heel hard vast klemden alle kanten op gerokken werden.
Mokerslaggevoel 1: ‘Ik zit zo ontzettend vast in mezelf, met dat verdomde verdriet.
Mokerslaggevoel 2: ‘ Wat heb ik slecht voor mijn lichaam gezorgd.’
Mokerslagggevoel 3: ‘Wat is het belangrijk om dit te doen. Wat doet het me deugd.’

Ergens in al dat yoga doen, heb ik me zelfs twee minuten erg mild en begripvol ten opzichte van Dirk gevoeld. Geen idee waar dat vandaan kwam, maar het ging gepaard met een golf van verdriet omdat de dingen gegaan zijn zoals ze gingen.

Op mijn kop

En aldus staat Prinses fysiek en emotioneel even op haar kop. Angst en geen-zin in nog, want het is weer iets waar tijd en geld voor gemaakt moet worden en het is best een intense ervaring, loskomen all over. En tegelijkertijd verdomd goed weten dat ik hier beter van ga worden, op alle fronten.

Kan iemand me een pakje moed sturen en een schop onder mijn kont? Richting dat lichte zoldertje, ja. Dank!

Hebben jullie ervaring met yoga? Wat zijn de effecten, mentaal, fysiek, emotioneel? Iemand nog goede (niet te dichtbevolkte) yogascholen in de omgeving van Leuven aan te raden?