Akelig snel in de juiste richting

Het gaat hard met Marinus. We bellen dagelijks. Lang. Er is veel te bespreken en we vinden het vast ook gewoon leuk elkaar te horen. Ik heb het gevoel op een rijdende trein gestapt te zijn, die weliswaar de juiste richting uit gaat maar wel akelig snel.

We maken plannen voor de weken die komen. Allerlei moois en leuks dat ik jaren niet heb gedaan. We praten over boeken, wegen ideeën tegen elkaar af. Ik heb elke dag een vragenlijstje met dingen die ik over hem wil weten, en hij probeert in te schatten wie ik ben en hoe ik in elkaar zit.

Ik was vergeten hoe dat is, verliefd zijn. Dat zelfs een gesprek over wat de ander ’s middags heeft gegeten, interessant kan zijn.

We maken plannen. Niet alleen voor de weken maar ook voor de jaren. Hoe zie jij het, hoe zie ik het? Mijn hele toekomstbeeld dat bestond uit heel hard werken en kop boven water houden, kantelt. Misschien zal mijn leven plaats vinden op een andere plek, in een andere stad, en op een andere manier. Misschien wordt het een leven waarin ik tijd ga hebben om de stad in te gaan om een heerlijk kopje koffie te drinken op een gewone weekdag. Omdat er tijd is. En liefde.

Er komen dingen voorbij waar ik nooit bij stil heb kunnen staan. Zoals New York bezoeken. Het is vrij snel duidelijk dat hij de stabiliteit en ruimte en buffers heeft die mij ontbreken. Het duizelt me en ik voel een lichte paniek die te maken heeft met gelijkwaardigheid binnen een relatie. Het materiële is niet belangrijk, maar het betekent wel veiligheid, tijd en levenskwaliteit.

Ik snijd het onderwerp anticonceptie aan en we praten over de optie baby waar we het wel een beetje over eens moeten zijn natuurlijk.

Soms lijkt het alsof ik droom. Ik vraag me vaak af wanneer de wekker af gaat en alles een illusie zal gebleken zijn. Wat niet afgaat zijn de alarmbellen. Geen enkele alarmbel treedt in werking. Hij lijkt ok. Hij is lief, communicatief, relaxed en respectvol. Elke dag ontdek ik dat hij meer is dan ik dacht.

Uiteraard kennen we elkaar al een tijdje, en is er ook het kennen via-via, maar de relatie is nieuw. Het lijkt soms alsof ik blind met hem getrouwd ben, de sprong heb gewaagd. Ik trek de kasten open en er valt geen enkel lijk uit. Er zijn alleen maar leuke dingen en grappige dingen en lieve dingen. Maar misschien heeft hij wel een raar kinky kantje dat ik op een dag ontdek. Wie weet.

Of hij me mee neemt naar het Eye, vraag ik. Zo vaak je maar wil, zegt hij. Meer prinses dan dit heb ik me nooit gevoeld. En dan o-ow, toch een alarmbelletje. Ik ben toch geëmancipeerd? Ik kan zelf naar het Eye als ik dat wil? … Maar met twee (waarvan één local) is het natuurlijk leuker. Toch? 🙂

 

Aan wal

Could you help me, please?
De man nam mijn kind over. Ik stapte op de waterfiets, nam het kleine jongetje aan. Het bootjesgeval wiebelde. De Kleuter zat hysterisch van angst vooraan. Ik zette de peuter tussen ons in en daar gingen we, de grachten op.
De eerste tien minuten vaarden we tegen een brug op, keerden we onbedoeld, draaiden we kringetjes. Verdomme, dacht ik. De jongens kunnen niet zwemmen en ik heb niet eens om zwemvesten gevraagd (niemand droeg zwemvesten op de andere canal bikes, ik was dus niet de enige onverantwoorde ouder, maar wel de enige die alleen met twee ukken op zo’n ding zat), en ik kan niet sturen. De Kleuter geraakte vreselijk in paniek van mijn geklooi en ik moest alle zeilen bijzetten (haha) om de waterfiets te sturen, te blijven trappen, kalm de Kleuter te kalmeren op een niets-aan-de-hand-toontje (maar aaaaaaah, daar komt een grote boot met 100 toeristen in en we liggen exact op zijn route) en de Peuter aan te moedigen  vooral wakker te blijven en binnen de grenzen van de canal bike. Een kind van nog geen drie is immers in staat om zijn knuffel overboord te laten vallen en achterna te gaan. Een man op de kant kijkt ons lachend aan. ‘This is very good for you!‘ roept hij. Ik weet niet of dit een soort meta-boodschap van het universum is over angsten overwinnen en vertrouwen, of dat hij van bovenaf gewoon een te goed zicht heeft op mijn te dik geworden billen die trappen in de canal bike.

Aanmeren was een beetje zoals achteruit inparkeren. Niet mijn sterkste kant. De Kleuter, die behoorlijk gekalmeerd was na drie kwartier relaxed waterfietsen terwijl ik prima stuurde, geraakte buiten zinnen. Ik moest een Amerikaan to the rescue roepen. Die redde ons gaarne, trok de boot aan de kant, maakte ons vast, nam de kinderen over en trok mij aan wal.

Daarna tramden we naar het Vondelpark, waar ik koffie dronk en de jongens ijs aten en speelden. We tramden naar het leenhuis terug. Twee trammen, de jongens trots als pauwtjes op een zitje.

Koken, eten, bedjes. Boek lezen op de bank. Huishouden doen. Nog wat werk-dingen afronden. Mailtjes beantwoorden. Blog schrijven. Denken.

Denken. Alles waarvan ik denk dat het vervullend zal zijn, blijkt altijd een beetje minder dan ik dacht. Zoals deze vakantie met de jongens. Ik keek er naar uit, we leefden er naar toe. We nemen herinneringen mee en naarmate de tijd verstrijkt worden die glanzender en met meer gouden randjes, omdat we vergeten hoe het was. Hoe het echt was. De angst dat één van de kinderen in het water zou belanden. De vermoeidheid. Het plakkerige handje in het mijne. Het kind op mijn rug dat klaagde hoe moe het was. Het saaie van koffie drinken in een speeltuin in het Vondelpark. De jongens aan de tramhalte op de grond, wachtend tussen de sigarettenpeukjes. Het afgeraffelde verhaaltje bij het bed, omdat ik het totaal had gehad met de dag, met de jongens. En al die vieze snoepveters die ik hier vreet, ’s avonds, stiekem. Omdat ik moe ben, en hier alleen zit in een huis in Amsterdam.

Maar. We hebben gewaterfietst op de grachten. En dat vond zelf de Kleuter cool.

 

Een nieuwe man

De rechtszaak is ongeveer afgerond (op een zware rekening van de advocate na, geloof ik) en het is goed geweest. Er is zeer beperkte kindvrije tijd ontstaan voor me (twee dagen overdag per maand, een nacht per maand) en nog voor ik me er bij neergelegd had, zag ik de mogelijkheden. Tijd om alles te doen waar ik niet toe kom, tijd om te fietsen, op te ruimen, na te denken, bij te werken, iets te eten dat ik lust, een godganse dag in de sauna te gaan zitten als ik dat wil.

Het is een gevecht geweest dat belachelijk veel tijd heeft gekost, maar dat goed is geweest. Het was dus een soort van helend proces, het niet onder elkaar moeten uitvechten maar er een hogere macht bij inschakelen. Een boertige geld-vretende hogere macht, maar toch.

Intussen heel ik verder (dank emotioneel lichaamswerk). Ik voel me heler en heler en vrijer. Van op het punt waar ik nu sta zijn alle vragen die ik de voorbije twee jaar had, beantwoord. Ik luister in de auto naar een podcast en ik klem mijn stuur vast. Je kan ‘m hier vinden (‘meneer x’), maar ik ga even spoilen. Heel kort gezegd gaat het over een man die en vluchteling in huis neemt. Ze geven hem alles (hij is bijvoorbeeld dol op mooie schoenen). Hij studeert hard en aanvankelijk gaat alles goed, tot de vluchteling in kwestie een relatie blijkt te hebben met zijn vrouw. Jaren later is zijn vrouw alleen achtergebleven met twee kinderen waar hij soms mee voor zorgt. Op de vraag of hij het anders aangepakt had als hij het had geweten, zegt hij volmondig nee. Er is meer nodig om hem van zijn principes af te brengen, de deur staat nog steeds open.
Ik luister en wou dat ik ‘grootser’ geweest was. Niet verzopen was in mijn wanhoop en verdriet, in mijn boosheid, in mijn hulpeloosheid. Dat ik gewoon het vertrouwen had gehad om te weten dat ik het alleen kon (moeilijk gaat ook) en de wijsheid om te zien dat Dirk het niet kon, bij ons zijn en doen wat hem te doen stond. Dat er meer nodig was dan een Dirk om me onderuit te halen.

Het eigenaardige nu is dat Dirk in beweging is gekomen. Hij woont, hij werkt, hij herstelt schade, hij betaalt terug, hij maakt plannen. Hij is in therapie gegaan en dat is een heel heftig proces voor dat zwaar mishandelde kind dat hij met zich meedraagt. Enerzijds doet het me niet zo veel, anderzijds kijk ik met een frisse interesse naar wat er gebeurt. Al twee keer sprak hij naar mij uit toe hoeveel schade hij ons heeft toegebracht en dat dat hem spijt. Het lijken geen holle zinnen want hij gaat nogal diep op de kwestie in. Dat vind ik pijnlijk, ik ben er ongeveer wel klaar mee. Ik kan er weinig op zeggen. ‘Het viel wel mee,’ is niet aan de orde. Ik denk dat hij het meent, want hij wil er niets voor. Maar ik wil ook niets. Ik zie het wel. Alhoewel ik me laat verrassen door de daadkrachtigheid waarmee hij een belofte nakomt met iets te helpen hier in huis. Zijn blik is anders, hij praat anders. Hij wordt een andere man.

En ik, ik heb eindelijk beschikking over het vertrouwen en de wijsheid waar ik niet bij kon de voorbije jaren. Dus ik leun achteruit en sta open voor wat komt. Of niet komt. En niet zonder meer.

 

 

 

Prinses komt even uit haar hoofd

Hoe meer ik onder druk sta, hoe meer ik alles ga dicht timmeren. Ik heb een map op mijn bureau vol schema’s. Schema’s van hoe ik de avond moet indelen (welke activiteiten volgen op elkaar en hoeveel minuten spendeer ik aan elke activiteit?), van wat ik mag eten op een dag en wanneer en van wat ik mag uitgeven. Die schema’s maak ik als houvast, maar ik word er kierewiet van omdat ik het allemaal niet voor elkaar krijg zoals het in die schema’s staat en dan heb ik nog meer het gevoel dat ik controle verlies, terwijl er misschien niet eens iets ergs aan de hand is. Een voorbeeld: ik kan dan vreselijk in paniek geraken over geld, tot ik besef dat er geld op de rekening staat en we alles in huis hebben dat we nodig hebben dus dat er geen acuut probleem is, alleen maar dat ik van het schema ben afgeweken.

De peuter en ik zaten laatst bij de dokter voor de buikgriep. ‘Wat als hij hier overgeeft?’, vroeg ik benepen. Het absolute worst case scenario. ‘Dan geeft hij over. Hier geven elke dag mensen over,’ zei de dokter. ‘Wat als ik moet overgeven?’, vroeg ik aan de dokter. En ik ratelde er achteraan dat ik dat met een ziek kind en overspannen als ik al was niet aankon, dat ik dan zeker dood ging (dat heb ik echt gezegd, ja). ‘Dan moet je dat gewoon laten komen,’ zei de dokter.

‘Oh’, dacht ik. En ik realiseerde me dat ik in mijn hoofd de hele tijd heel vermoeide worst case scenario’s afspeel die misschien ook niet zo onoverkomelijk zijn als ik denk. Ik heb mezelf voor mijn geestesoog al duizend auto-ongelukken zien hebben, heb mijn kinderen al twintigduizend keer van de trap zien vallen.

Ik ben gewoon een heel bang iemand, misschien. Misschien ben ik gewoon een weinig moedig heel bang iemand.

Dat realiseerde ik me.

De laatste weken kwam er één en ander op mijn pad waar ik mentale kracht aan zou kunnen ontlenen als ik daar toe in staat zou zijn. Ik sprak voor mijn werk met een enorm inspirerend en mild iemand over stress en snapte plots veel beter waarom ik stress heb en hoe stress werkt en dat ik er ziek van word en dat ik er iets aan moet doen. Op het werk lanceerden we een nieuw plan dat ongelooflijk inspirerend en warm was. Als ik me mentaal aan deze dingen vastklink, dacht ik, dan gaan als die worst case scenario’s en schema’s overboord. Dan ben ik er gewoon vandaag met de jongens en zie ik wel wat er gebeurt en vertrouw ik gewoon op mezelf en het leven en mijn kinderen.

En aldus geschiedde. Ik proefdraaide vertrouwen. Ik deed iets zonder het vooraf kapot te denken. Heel erg not-me vroeg en kreeg ik onderdak bij een vriendin, en daar gingen we, 200 km heen. We aten met onbekenden en we zaten lang in een speeltuintje en we sliepen in een vreemd bed en douchten in een vreemde badkamer en ik verbrandde mijn mond aan de koffie. Maar er gebeurde niets onoverkomelijks, al had ik niets eens echt nagedacht over de hele onderneming. De tweede dag reden we nog eens honderd kilometer en gingen naar een festival, zonder plan, zonder worst case scenario’s in mijn kop, zonder geld op de rekening maar ook zonder dagschema en structuurtje om er het maximum uit te halen. We hebben bellen geblazen, gekuierd, acrobaten gezien, muziek geluisterd, wat gegeten en wat gedronken, ijs gedeeld, djembé gespeeld, in het gras gezeten en gepraat met onbekenden. We hebben frambozen gesnoept en rondgehangen. Daarna zijn we in de auto gestapt en ben ik terug gereden, driehonderd kilometer aan één stuk met slapend goud op de achterbank. Onderweg luisterde ik naar ‘Het lied’ van André Manuel en Geert Hautekiet en alle angst hield zich even enorm koest.

 

Instinct

Femma is een eigentijdse en eigenzinnige vrouwenorganisatie met een duidelijke visie op mens & samenleving. Femma praat mee over wat vrouwen vandaag denken, voelen & beleven. Femma verdedigt de belangen van vrouwen met minder kansen en in het bijzonder alleenstaande vrouwen. De organisatie ijvert voor emancipatie van vrouwen en gendergelijkheid, o.a. via het informeren en sensibiliseren van vrouwen, beleidsmakers en andere actoren.

Ik ben vereerd dat ik voor Femma tweewekelijks een blokstukje mag schrijven. Onderstaand stukje is geschreven voor Femma en verschenen op hun website.

Meer over Femma? Neem hier een kijkje!

Instinct

Uiteraard vind ik dat mannen en vrouwen gelijke kansen moeten hebben op de arbeidsmarkt. Ik vind dat mannen en vrouwen gelijk loon voor gelijk werk moeten krijgen en dat doorgroeimogelijkheden gelijk moeten zijn voor mannen en vrouwen.

Hoe normaal ik gelijkheid ook vind, ik merk in de realiteit dat de structuren niet altijd gericht zijn op die gelijkheid van kansen. Ik heb zelf enkele jaren aan de universiteit gewerkt. De meeste collega’s daar waren mannen, en met name de collega’s in hogere posities. Dat betekent dat ik daar altijd vergaderde met oudere mannen. Hoe je het ook draait of keert: als je 25 bent is het niet makkelijk om veel tegenwicht te bieden bij een mannelijke professor van 52. Ik merkte steeds dat de combinatie van functie (professor!), leeftijd (ongeveer het dubbele van mezelf) en geslacht (man) maakte dat er een zeker overwicht was. Zet een jonge vrouw van 25 in een kamer met 3 professoren van 52, en het wordt wel erg spannend om je ideeën te presenteren of je mening te zeggen, of erger nog: tegen hun ideeën in te gaan.

Ik werd ook beoordeeld door die mannen. Ik geloof zelf dat mannen accenten leggen bij beoordeling, en dat het voor mannen van 52 niet altijd makkelijk is inzicht te krijgen in de context van een 25-jarige werkneemster. Bovendien is het zo dat de jaren (tussen 20 en 30 ) waarin je op de universiteit je wetenschappelijke carrière moet aftrappen met een doctoraat (dat bloed, zweet, tranen maar vooral ook rust en tijd kost), ook de jaren zijn waarin waarschijnlijk kinderen krijgt als vrouw. Ik werd moeder in die periode, en ik merkte dat dat best complex was voor het onderzoek. Niet alleen liep ik veel vertraging op, ook moest ik beargumenteerd verlengingen van mijn contract aanvragen omdat ik in zwangerschapsverlof was geweest en een langere onderzoeksperiode in het buitenland – zeer gewaardeerd op een wetenschappelijk cv! – was te complex om georganiseerd te krijgen.

Dat zijn elementen die volgens mij bijdragen aan het trieste effect dat maar één op de tien professoren vrouw is. Ik heb alleszins een afslag genomen. Weg van de universiteit. Mogelijk lag mijn talent ook niet daar. En nu heb ik de baan van mijn leven. Eind goed, al goed.

Maar daar ging ik het eigenlijk niet over hebben in dit stukje. Wat ik wou aantonen is dat in mijn hoofd gelijkheid normaal is, maar in de structuren (nog) niet. Toen ik overigens las in Femma-magazine dat Bart Eeckhout een nieuwe papa wordt genoemd omdat hij overweegt vier-vijfde te gaan werken, fronste ik diep. Ik vind het het vermelden niet eens waard, ik vind het een normale overweging voor een ouder.

Overwegingen van ouders. Daar wil ik het wel over hebben in dit stukje.

Een vriendin van me zet haar zoontje elke dag om 7 uur af in de crèche. Het mannetje heeft dan een zakje ontbijt bij, dat hij aan een tafeltje opeet met de andere kindjes. Vijf keer per week. Mijn vriendin gaat elke keer met een bloedend hart weg. Het duurt tot ze haar pc heeft opgestart op het werk en in haar eerste dossier duikt, voor dat ellendige gevoel een beetje wegebt.

Als mijn kinderen ziek zijn, laat ik ze wel eens bij een thuisoppas voor zieke kinderen. Hoewel ik de dienst volledig vertrouw en er ook heel tevreden mee ben, blijft de situatie zo dat ik mijn zieke kind – dat meestal wat hangeriger en aanhankelijker is dan anders en me meer nodig heeft dan ooit (ja, ik heb gevoel voor drama) – achter laat bij een wildvreemd iemand in mijn huis. Gelukkig een wildvreemd iemand met een interessante tas vol speelgoed en stickers, maar toch: een wildvreemd iemand. Afscheid nemen, mijn werkspullen pakken en de deur uit gaan, voelt dan als het meest onnatuurlijke dat ik kan doen als ouder.

Laatst moest ik zelf naar de therapeute. Ik had haast, moest mijn jongste zoontje nog naar de opvang brengen. Het was vrijdag, we waren beiden moe van de week. Ik keek naar hem en ik kon het gewoon niet: hem voor de vijfde dag op rij ‘droppen’ en uit handen geven. Dus ik gooide wat speeltjes in een tas, nam hem mee naar de therapie. Ik heb me niet eens geëxcuseerd ten opzichte van de therapeute. Ik heb gewoon een dekentje uitgespreid, het mannetje met zijn speelgoed en een doosje rozijntjes naast me gezet. Dat voelde goed, voor hem en voor mij. Zo hoorde het.

(Werkende) ouders, mannen én vrouwen, hebben wekelijks, misschien wel dagelijks, dilemma’s. Dilemma’s die pijn doen. Kiezen tussen je werk – wat in het beste geval een fijne vorm van zelfrealisatie is waar je betekenis in vindt en waarin je zin ervaart – en (de noden van) je kind en jezelf als ouder (want ja, ik heb het even hard nodig dicht bij mijn kinderen te zijn als omgekeerd!).

Wat doet het met ouders om elke keer een knoop door te hakken, waarbij je vaak tegen je instinct moet ingaan?
Wat doet het om telkens keuzes te moeten maken die indruisen tegen je gevoel – het ene gevoel (instinct, liefde voor dat wezentje dat je nodig heeft) of het andere gevoel (verlangen met je werk bezig te zijn, vooruitgang te boeken, te presteren, …)?
Wat doet het met mensen om in een wereld te leven en werken waarin wat belangrijk is tegenover elkaar lijkt te staan, elkaar lijkt uit te sluiten?

Gelijkheid, dat vind ik intussen normaal. Ik wil er zelfs niet meer voor op de barricades gaan staan. Ik wil wel pleiten voor maatschappelijke structuren die meer ruimte bieden om je instinct te volgen, door te zorgen dat verschillende elementen die van waarde zijn elkaar niet meer te hoeven uitsluiten. Het mag bijvoorbeeld ‘normaler’ worden om je kind de borst te geven in het openbaar, en mee te nemen naar afspraken als het enigszins mogelijk is. Maar ook de manier waarop we werken veranderen kan volgens mij die pijnlijke spanning tussen waarden die elkaar uitsluiten, opheffen. Dertig uren als het nieuwe voltijds. Het nieuwe werken – werken waar en wanneer we willen. Meer autonomie en eigenaarschap(*).

Stel je je eens voor wat het met ons zou doen om niet meer tegen onze eigen instincten te moeten ingaan. Om elkaar natuurlijk nabij te zijn, als ouders en als kinderen. Om te kunnen werken op een plek en moment waarop het voor jou prettig is, zonder dat je hart bloedt omdat je je kind weer eens voor dag en dauw hebt gedropt. Het is een utopie, I know, maar het is er één waarin we het niet meer over nieuwe papa’s moeten hebben. Iedereen nieuw, iedereen dichter bij zichzelf in plaats van verscheurd slalommend tussen de verschillende dingen die van waarde zijn in ons leven. Komaan, waar waren die barricades?

(*) Ik kan hier met enige bravoure een pleidooi houden voor autonomie en eigenaarschap voor professionals, waarvoor vertrouwen de eerste voorwaarde is. Tegelijk besef ik dat bijvoorbeeld bepalen waar en wanneer je werkt, voor slechts heel weinig banen haalbaar is. 30 uren per week werken echter… Dat kan voor ons allemaal!

Een mens

Ik heb functioneringsgesprek en ik ben niet nerveus. Vroeger ging ik dood voor die dingen, maar intussen kan ik al één en ander hebben, niet waar?

Ik begrijp niet hoe je dit allemaal doet,’ zegt mijn leidinggevende. Ik begrijp niet meteen wat hij bedoelt, en flap er mijn frustraties uit. Dat ik meer zou kunnen, dat ik me geremd voel door mijn thuissituatie. Dat ik zo vaak bang ben dat die collega’s die een echtgenote hebben die niet buitenhuis werkt en die dus thuis komen in een warm huis, waarschijnlijk met eten op tafel en kinderen die wat meer relax zijn dan de mijne, veel meer mentale ruimte hebben dan ik om te doen wat er moet gebeuren. Dat ik thuis kom in een koud huis, soms met een lege koelkast, meestal zelf moe en met vermoeide kinderen en dat veel alleen moeten redden zo veel mentale energie van me vraagt, dat ik moe ben. En dat ik gefrustreerd geraak omdat ik niet kan functioneren op een niveau dat ik zelf behoorlijk zou vinden.

Ik zwijg als ik zie dat de randen om zijn ogen rood kleuren. Ik ben verbluft, we zwijgen allebei. Ik voel hoe ook mijn ogen rood kleuren, maar ik huil niet. We kijken elkaar aan. Het lijken minuten.

Dat hij niet begrijpt hoe ik dit allemaal doe, zegt hij.

Dat hij een mens is, denk ik.

De dag daarna werk ik thuis. Ik kijk in mijn agenda en zeg afspraken af. ’s Middags eet ik pompoensoep onder een dekentje terwijl ik naar buiten tuur. Daarna ga ik een uur slapen, en als de wekker niet gegaan was, waren dat er 20 geworden. Die avond kook ik, voor de jongens en voor mezelf. De obligate puree van pastinaak en wortel. Maar ook prei, en tomaatjes, en quorn. En een kommetje sorbet toe. Soms denk ik aan het gesprek. Aan die blauwe ogen met dat rode randje. Ik voel me veilig, geloof ik.

Over nooit meer de oude worden

Overrompeling
Het was een beetje een overrompeling hier, donderdag, nadat ik woensdagavond gepleit had voor meer vertrouwen. Basically, meer vertrouwen in onszelf en onze kracht, als vrouw, als moeder. En dat door ons te verbinden met onze eigen natuur (niet ‘de natuur’ an sich, alhoewel mijn eigen natuur me daar wel mee in verbinding stelt, zoals ik aantoonde in de voorbeelden die ik gaf over wanneer ik het dichtst ben bij mijn krachtige, intuïtieve ‘ik’).

Falen
Eén van de dingen die ons vaak in de weg staan om vertrouwen te vinden, is – denk ik – dat we zware periodes in ons leven zien als mislukkingen, falen, te vermijden, zo snel mogelijk op te lossen.

Voor vele vrouwen, zo bleek uit de reacties maar ook uit andere blogs en verhalen van mama’s, is de geboorte van een (eerste) kind het begin van zo’n periode waarin alles op zijn kop lijkt te staan en alle vertrouwen kwijt geraakt. Helemaal te begrijpen. Alles verandert met die (eerste?) hummel. Je relaties. Niet alleen met je partner, maar ook met je eigen ouders. Je schoonouders. Je eventueel oudere kind. Je hele omgeving. Jezelf. Je werk. Je dagritme verandert. Je nachtritme. Je tijdsbesteding. Je lijf is anders. Een bevalling is soms heftig en vaak moeilijk een plek te geven.

Ik denk dat die zware periodes in het leven er bij horen. Dat iedereen die heeft. Na de geboorte van een kind. Na het vertrek van een partner (wie, ik?). Na de verandering of misschien zelfs het verliezen van werk. Misschien zelfs zonder aanleiding. Misschien wijzen die periodes er ons soms gewoon op dat wie we waren niet meer past. Dat we moeten transformeren, evolueren, om terug beter te passen bij het leven dat we hebben, bij de situatie die anders is en andere dingen van ons vraagt.

Complexe pijn, meervoudige verandering
Mijn partner ging weg. Dat bracht een heel complexe pijn met zich mee. De pijn van verlaten zijn. De pijn van verloren dromen (nog kinderen, het samen fijn hebben, intact gezin zijn). Maar ook de pijn van moeten veranderen, omdat de nieuwe situatie nieuwe dingen van mij vroeg. Misschien was die pijn het heftigste. Ik zette me schrap. Maar ik moest wel. Dus moest ik anders leren denken. Moest ik manieren zien te vinden om mijn energielevel wat op de krikken. Moest ik voor mezelf zorgen, mezelf geven wat ik nodig had (byebye voetmassages en lekkere pasta’s van Dirk, hello kersenpitkussens en repen chocola). Moest ik zelfstandiger worden en volwassener (hallo rijbewijs, bloed-zweet-tranen, joh). Moest ik leren zelf beslissingen te nemen, niet meer altijd op iemand anders te leunen. Moest ik heel veel meer zorg voor mijn kinderen opnemen, want die liet ik vaak aan Dirk over die altijd wel een zot spelletje had of leuk verhaaltje vertelde, terwijl ik het huishouden deed en de rekeningen betaalde. Leuk was anders en ik baal nog veel te vaak als een stekker, maar eerlijkgezegd? Ik ben volwassen aan het worden. En dat is niet slecht.

Na regen komt kracht
Het is verschrikkelijk om alle fundamenten van onder je leven geblazen te zien. Om totaal uit je rol te vallen. Om niet te krijgen wat je verwachtte (bijvoorbeeld: een roze wolk, een intact gezin, … ).

Maar we kunnen proberen aanvaarden dat dit soort periodes er bij horen, het verzet staken, en in plaats van redding te zoeken bij anderen (wat ik lang deed) of te blijven kauwen op die pijn en het kwetsbare gevoel, naar binnen keren en de kracht zoeken in onszelf.

De kans dat je die kracht vindt op momenten dat je op de bodem zit, is niet zo heel onrealistisch. Bodem en fundament zijn een andere naam met een andere betekenislaag, voor hetzelfde. Als alles veranderd is en je lijkt alles kwijt te zijn, blijft over wat onverwoestbaar is in jezelf. En dan gaat alles niet meteen van een leien dakje, maar dan kan je wel vertrouwen opbrengen, leven vanuit je eigen overtuigingen, en de soms pijnlijke veranderingen die nodig zijn om de crisis te laten voorbij gaan, voltrekken. En als je daar hulp bij gebruikt, van vrienden, blogs, therapeuten, whatever, lijkt me dat alleen maar goed.

En zo geloof ik dat je na een heftige periode, bijvoorbeeld als je moeder geworden bent en je wereld staat op zijn kop, niet hoeft te blijven hangen in een gevoel van kwetsbaarheid. Er onderdoor gaan is geen garantie op ‘nooit meer sterk’ en ‘nooit meer er boven op’. Misschien is het zelfs een garantie op ‘sterker dan ooit’? Ik denk dat je mag vertrouwen in je kracht, en in die betekenisvolle veranderingen die je doorgemaakt hebt waardoor je beter toegerust bent voor het nieuwe leven dat aangebroken is. Bijvoorbeeld als mama, of als alleenstaande ouder, of … Ik denk niet dat je ooit nog de oude wordt, maar ik denk dat je een heel krachtige nieuwe kan zijn. Als je durft. En ik hoop stiekem dat we elkaar deze verhalen kunnen vertellen. Niet alleen het deel van nooit meer de oude worden, maar vooral het deel van een krachtige nieuwe zijn. (NB: krachtig en kwetsbaar zijn geen tegengestelden in dit verhaal, in je kwetsbaarheid staan is heel krachtig, zeker als je die als een deel van je nieuwe leven kan zien.)

Nogmaals hef ik het glas (allez ja, een blikje pepdrank actually). Op vertrouwen. Proost!

(En volgende keer post ik iets normaals. Ok? :))

P.s. In mijn vorige post had ik het over vertrouwen op je intuïtie, als je moeder gaat worden. Iemand reageerde daarop dat dat zou betekenen dat mensen vooral angstig zouden zijn. Ik denk dat angst net datgene is dat ons in de weg zit om bij onze intuïtie te komen.

Mijn intuïtie dreef me ertoe elke zwangere avond in bed te lezen, zodat ik zo veel mogelijk zou weten over wat er zich in me afspeelde, en wat ik kon verwachten van een bevalling. Dit waren mijn pareltjes:

1. ‘Veilig zwanger’, ‘Veilig bevallen’ en ‘Veilig doorheen de kraamtijd’. Boeken van Beatrijs Smulders. Beatrijs Smulders is een Nederlandse verloskundige. Werkelijk alles komt aan bod (ja, van aambeien tot kraamtranen), in korte hoofdstukjes, telkens opgefrist met verhalen van vrouwen. Ook wordt er normaal gedaan over alles, het hoort er allemaal bij, er wordt open en eerlijk over verteld. Precies wat ik nodig had.
2. ‘Bevallen en opstaan’ van Jetske Spanjer en anderen. Dit boek is al wat ouder, zeer informatief. Wat ik vooral telkens maar bleef lezen, waren de bevallingsverhalen van vrouwen. Zo staat er een verhaal in van een moeder die een kindje met het syndroom van Down krijgt, wat na enkele dagen sterft. Dat verhaal is zo prachtig dat ik het zelfs bij de vijftigste lezing niet droog hield.
3. ‘Bollebuikenboek’ en ‘Bolle Buiken in beweging’ van Leen Massy. Bevallingsverhalen. Het één na het ander. Alle scenario’s. Ontroerend mooi en intiem. Ik zou alleen al nog eens zwanger willen zijn om me weer terug te trekken in bed met die verhalen.
4. ‘Baren’ van Benedicte Vansina. Inzoomen op het proces dat baren is, toelichting bij de hormonen en welk werk ze doen. Geeft vertrouwen en handvaten om je voor te bereiden op je bevalling. En aan storminjehoofd: ze heeft ook een boek voor vaders geschreven :).

All about the money

Kassa
Ik heb voor de eerste keer een betaling gekregen als zelfstandige in bijberoep. Meteen een lesje in facturen maken gehad (ik vond uiteindelijk dat ik een heel stijlvol factuurtje had gestuurd) maar ook in subtiel aan de mouw trekken van de organisatie in kwestie, want dat er heel stijlvol op een factuurtje staat dat er binnen de twee weken betaald moet worden, betekent niet dat dat ook gebeurt.

Gewenning
Ik was een pak trotser op dit inkomen dan op mijn maandelijks loon. Mogelijk ben ik mijn maandelijkse vaste inkomen gewend geraakt? Ik herinner me wel nog de trots toen ik mijn allereerste maandloon ooit kreeg, maar dat ebt dus gauw weg. Deze betaling was best bijzonder, want een soort van effect van het waarmaken van een droom, namelijk als zelfstandige in bijberoep starten.

Touwtjes trekken
Jammer genoeg is het financieel, zeker nu met de gerechtskosten, nog steeds heel erg trekken aan alle touwtjes om ze aan elkaar geknoopt te krijgen. De dag dat geld geen zorg meer is en dat ik zonder nadenken naar de supermarkt ga, zal ik zo gelukkig zijn. Ik heb ooit berekend dat ik per week maximum 50 euro mag uitgeven, aan alles samen. Maar ga een keer naar de apotheker, de supermarkt en de bakker, en dat bedrag is al anderhalve keer op. Ik draai nog steeds ‘verlies’: elk extraatje dat ik opzij probeer te zetten, moet ik weer aanspreken. Als ik bij andere mensen kom, vind ik het soms confronterend dat daar producten op tafel komen die bij ons ondenkbaar zijn. Het gaat dan om stomme dingen, zoals een tapasmengeling, verse olijven, … Dingen die niet levensnoodzakelijk zijn, en die ik vroeger ook standaard in huis had, maar nu al een tijdje mijd. Het is opvallend hoe snel je gewend geraakt aan een wat meer sobere levensstijl. Laatst had ik een extra bedragje en had ik wat dingen voor mezelf nodig, en toen vond ik het zelfs moeilijk om geld uit te geven.

Zorg(eloos)
Soms maak ik me nog steeds zorgen over geld. Maar hoe cliché ook, dat helpt niet. Ik probeer me dan te richten op wat ik krijg, en dat is belachelijk veel. Drie voorbeelden van de laatste tijd:

-1- Van twee dames krijg ik vaak kleding die te klein geworden is voor hen. Het zijn altijd erg leuke, kleurrijke en ook best dure kledingstukken, waar ik regelmatig een complimentje mee scoor op het werk (‘wat heb je toch altijd een vrolijke jurk aan!’). Laatst stond ik weer blij als een kind gekregen kleding te passen. Sommige dingen die er bij zaten zou ik zelf nooit gekocht hebben, realiseerde ik me. Ik vond het niet zielig, maar net heel horizonverbredend en luxe, om te mogen ontvangen. Ik heb intussen een kleerkast met 15 jurken ofzo, de meeste gekregen. Zot hé?

– 2 – Voor beide zonen krijg ik kleedjes door, dus ik koop enkel schoentjes zelf, en vaak zelfs dat niet. Laatst lette ik er een dagje op, en het viel me op dat de peuterbroer een hele dag doorgebracht had met gekregen spulletjes van anderen. Via V.: zijn pyama, zijn kleedjes, het tentje waarin hij speelde, de puzzels die hij maakte, de boekjes die hij las, de autostoel waarin hij vervoerd wordt. De bordjes en bekers die hij gebruikt zijn dan weer van H. en P. … Zalig. Zo. Veel. Dank!

– 3 – Ook dit jaar was er weer het aanbod in dat mooie vakantiehuisje te verblijven, gratis, aan de Nederlandse kust. Met open handen aangenomen, uiteraard. Wat een zegen.

Genoeg
En dus besluit ik dat ik genoeg heb en rust ik in het vertrouwen dat op mijn pad zal komen wat ik nodig heb. Al zou een beetje meer ruimte op die bankrekening ook wel welkom zijn…

Heb jij genoeg? Kan je genoegen nemen? Dit leesvoer is een fijne tip om over deze vraag na te denken.