Momwar in de achtertuin

Rutte had net een toespraak gehouden.
Het zou allemaal nog veel langer duren.

En ja, dat was al duidelijk.
Maar het was dat, gecombineerd met extreem vermoeid zijn (echt, ik ben zo extreem extreem moe) en ongesteld.

We hebben een tuin, die we delen met de buren. Sommige mensen weten echter de ingang en komen er ook spelen.
Er zijn allerlei fietsjes, een zandbak, bankjes om op te zitten, een glijbaan.
Ideaal met jonge kinderen.

We onderhouden die tuin samen met de buren.
Planten nieuw gras. Verversen het zand van de zandbak. Houden het allemaal een beetje bij. Zorgen voor de kippen en konijnen.

De laatste tijd zijn er vaak best veel mensen in de tuin die geen buren zijn. En ik weet dat het naar is, maar in deze omstandigheden geeft me dat een vervelend gevoel. Omdat ik bij te grote drukte niet naar buiten durf met mijn kinderen. En dan voelt het toch wel als ‘onze’ tuin. En dat is het begin van alle gevoelens die tot de tweede wereldoorlog hebben geleid dus daar schaam ik me echt diep voor.

De dag na de toespraak van Rutte was er een mama met haar twee kinderen. Ze is er vaker. Ze was de hele tijd op haar telefoon aan het kijken. Haar zoontje riep haar verschillende keren en ze keek niet op.
Haar kleinere kindje hobbelde wat doelloos rond.
Haar zoontje schepte de aanhanger van de tractor vol zand.

Ik besloot haar aan te spreken.
Of ze er mee op kon letten dat het zand in de zandbak blijft.
(Ik giet dagelijks allerlei voorwerpen vol zand uit in de zandbak en in het gras komt ook veel zand terecht waardoor we het weer moeten bijplanten.)
En dat haar kind haar al verschillende keren geroepen had.

Ze vloog uit.
Dat ik altijd zo gespannen ben en dat ik het dan verpest voor iedereen.

Ik zei dat dat nogal een oordeel was.
Dat ze me niet kende, dat we nog nooit een gesprek hadden gehad. Dat we voor de tuin zorgen en dat het logisch is dat als je er gebruik van maakt, je er ook op let dat je kinderen er zorgzaam mee omgaan.

Ze zei dat ze heel sensitief is en dat ze dat kan aanvoelen, dat ik gespannen ben. En toen pakte ze haar kinderen en haar telefoon bij elkaar en ging weg.

Ik ging naar binnen met mijn kinderen en heb een half uur gehuild.

En daar pieker ik nu al dagen over.
Ja, ik ben gespannen. Er is wat aan de hand in de wereld dat veel impact heeft op mijn leven en ik ben doodmoe.

Heel sensitief – heel sensitief. Maar niet eens horen dat haar kind haar roept. Denk ik venijnig.

En dan ontwikkelt zich het besef. Ik denk dat dat zand me op zich niet zo ontzettend veel kon schelen. Hoewel ik echt vind dat je respectvol moet omgaan met de spullen van anderen.
Ik denk echter dat de echte trigger voor mij was dat kind, dat kind dat maar op zijn moeder riep. Die moeder die niet opkeek. Niet één keer.
En natuurlijk hoef je niet bij elke kick op te kijken.
Maar toch.

Ik denk dat ik daar extreem gespannen van geraakte. Van dat onbeantwoorde. Van dat kind dat niet gezien en gehoord werd.

Dat.
Dat.

Ik denk dat ik daar de rest van dag om gehuild heb.

(Want ja, zo een dag werd het. Van huilbui naar huilbui en dan om 18u doodmoe in bed gaan liggen met knallende hoofdpijn en dan nog denken dat ik Corona heb ook. Dramaqueen.)

P.s. Janneke Jonkman schreef ergens ooit in een blog of in een insta post dat ze tegen haar kinderen zegt; ‘ik zie jou’. Dat raakte me zo erg.
Ik probeer het vaak ook te zeggen en te menen: ‘ik zie jou – ik zie jou’.
Ik denk dat dat namelijk de basis is van wat ze nodig hebben.

P.s. Er is een dagelijkse Tiny Podcast maar ik zal ze gebundeld delen. Je kan je gewoon wel via Spotify vinden (De Tiny Podcast) en ook via podcast-apps.

Op maandag mocht ik een prachtig magisch verhaal delen van Kathleen :

Op dinsdag maakte ik me kwaad omwille van de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen die door Corona groter wordt. Dat raakt ook aan mijn pijnplek, namelijk dat ik in een nogal klassiek rollenpatroon ben gekomen met een wat oudere man die meer verdient dan ik:

En vandaag vertel ik het verhaal van toen ik een man mee uit vroeg en mijn telefoon vervolgens in de kledingkast opsloot.

Noem mij maar juf-moeder-zzper-huishoudster-kok

Gisteren lagen Pieter en ik op de bank. Te praten.
Dat we goed zijn in crisis, zei ik. Dat we dan als twee volwassenen echt doen wat we moeten doen.

En dat is zo. Daar zijn we goed in.
Ons schema is daarbij echt van levensbelang zodat we niet heel de tijd moeten onderhandelen. De kinderen weten stilaan ook waar ze aan toe zijn en bewegen mee in het schema. Dat helpt allemaal.

Maar toch was ik gisteren gevloerd. Echt gevloerd.
Er staat een berg schone was die ik moet opvouwen. Ik zou dagelijks drie uur intensief les moeten geven om dat deel goed te doen (lukt niet). Er moet vroeg opgestaan, gekookt, gewassen worden. Iedereen moet in bad. … Nou ja, ik hoef jullie niet te vertellen wat er in een huis moet gebeuren, maar het is dus een beetje de hoedanigheid van zzper-juf-huishoudster-moeder-kok die me echt te veel werd. Ik heb gedaan alsof ik naar toilet moest – uiteraard op een geschikt moment in het schema – en ben in bed gaan liggen. Het uur schoolwerk dat nog gepland stond hebben we laten varen.

Het verstikt me soms, de gedachte dat ik nog x aantal weken de hoedanigheid van juf in mijn portefeuille heb. De leerkrachten hadden een heel pak werk klaar gelegd gisteren met allerlei proefjes die we zouden kunnen doen, tekenopdrachten, … Ik ben meestal al blij als het lezen en rekenen lukt binnen de slaaptijd van de tweeling en de beschikbare aandachtspanne.

Anyway. Even iets anders.

Ik verzamel verhalen over synchroniciteit. Dat is toeval dat geen toeval is. De magie van het dagelijkse leven. Een trein missen en zo je grote liefde ontmoeten, zoiets.
Heb jij zo een verhaal voor mij dat ik anoniem of met je naam mee mag nemen in bijvoorbeeld mijn podcast? Wil je me dat dan mailen op Hade@theartistswayonline.com ?
Ik denk dat de wereld wel wat wonderen kan gebruiken :).

En uiteraard is er de Tiny Podcast. Die gaat vandaag over het moederschap en creativiteit:

Lieverd

Bij het wakker worden voelde ik het al. Spaghettibenen. Spaghettibenen gaan uiteindelijk een eigen leven leiden. Bang zijn om weer spaghettibenen te krijgen, kan er al voor zorgen dat ik door mijn knieën ga.

Ik schreef het al. Ik ben 180 graden gedraaid met dit leven, en toch voel ik me sinds kort weer uitgeput. Het lijkt oneerlijk, soms. En soms denk ik inderdaad: als ik voor elke keer als ik over mijn grenzen ben gegaan in mijn leven een dag slappe benen heb, dan zijn we nog tien jaar zoet. Dus tja, wat wil ik eigenlijk?

Wat ik wil? Dat het beter gaat. Blaken van energie en gezondheid. Voelen dat ik een nieuwe zwangerschap aandurf en de man vervolgens een wolk van een dochter schenken. Zonder een uurtje misselijkheid en een centje pijn enzo.

Anyway. Ik werd dus wakker met spaghettibenen. Na het ochtendgebeuren glipte ik binnen bij mijn zuid-afrikaanse vriend. Dat zit zo. Ik heb nog geen vrienden in mijn nieuwe stad. Zwervend ging ik een keer binnen bij een massagepraktijkje. Een wat alternatieve plek. De man die het runt blijkt ook een immigrant te zijn. De eerste keer masseerde hij mij stevig. De tweede keer vroeg hij hoe het ging en vertelde ik over de slappe benen. Sindsdien noemt hij me lieverd en heeft hij zijn acupunctuurnaalden boven gehaald.

Dus daar lig ik, met naalden in mijn benen en voeten en handen. We praten, hij zegt tien keer lieverd. We vertellen elkaar hoe het is ergens opnieuw te beginnen en niemand te kennen. Hij drukt me op het hart dat ik hem mag vragen koffie te gaan drinken samen als ik nood heb aan gezelschap. En hij maakt mijn schouders los. En mijn nek. Een beetje streng, maar erg toegewijd. We moeten mijn lever opkuisen, zegt hij. En mijn longenergie activeren. Lieverd, lieverd, lieverd, zegt hij. Het zal allemaal wel, denk ik. En ik laat hem prikken en kneden.

Daarna haal ik koffie, en rijd ik naar het werk. Mijn benen doen het gewoon. Ik app mijn vriend dat hij gouden handen heeft. Graag gedaan, appt hij terug. En ook: rustig aan, lieverd.

 

Mijn hoofd in beelden

Ik lees stukjes van mijn eigen blog terug, en zie hoe vaak ik vermeld dat ik verstrikt geraak in mijn eigen hoofd. De eeuwige gedachte: als ik er nu in slaag beter voor mezelf te zorgen, dán ga ik alles onder controle krijgen. Maar die hele chaos, om niet te spreken over een constante zeer diepe vermoeidheid, zat natuurlijk het beter zorgen voor mezelf danig in de weg. Ik was zo druk bezig met zorgen voor de kinderen, de chaos te lijf gaan en mezelf heel de tijd bij mijn nekvel grijpen, dat het gewoon niet realistisch was, dat beter voor mezelf zorgen.

Op het moment dat ik dit schrijf is mijn rilatinegebruik nog geen week oud. Ik ben niet aangenomen door Novartis voor het voeren van promotie, maar ik wil wel graag tonen wat het met me doet.

Twee weken geleden was mijn hoofd zo:
(die aanleg had ik altijd al maar de omstandigheden alleen met de jongens maakten dat het volslagen buiten proportie is geraakt)

Chaoshoofd

In interactie met anderen was ik zoals op onderstaand plaatje, waardoor ik telkens de draad kwijt geraakt en en vaak heel verward overkwam. Als ik me heel erg moest focussen (bv belangrijk gesprek voor het werk) dan werd ik vaak misselijk van de inspanning:

Chaoshoofd gesprek

Met rilatine heb ik dit hoofd:

Rust in hoofd

Het lijkt wel alsof ik plots volwassen ben ofzo. Ik kan bv mijn eetgedrag beter beheersen, ik heb geen keuzestress meer in de supermarkt en ik denk niet elk uur honderd keer aan s…laap! (Je kan niet geloven hoe ik dag in dag uit alleen maar met mezelf zat te discussiëren of ik dutjes mocht gaan doen.)

Op onderstaand plaatje hoop ik. Reality ligt hopelijk achter me. Ik ben nu meer een soort van mens aan de expectations-kant. Het pijnlijke is dat ik op het einde van de rilatineloze periode heel veel steken ben gaan laten vallen. Ik heb dingen heel passief aangepakt, laten liggen of slecht gedaan omdat ik me echt niet meer vooruit kon branden. Daar moet ik nu een behoorlijke prijs voor betalen (herstellen, vertrouwen terug winnen). Wat alleszins zo is, is dat ik tien uur per week minder werk dan vroeger, maar dubbel zo veel werk verzet. Het ideaal is dat ik op termijn gewoon overdag kan werken voor de baan, daar een punt achter kan zetten, en dan de avond gebruiken voor mijn kinderen en mezelf zonder dat al die onafgewerkte taakjes rondtollen in mijn hoofd en ik me nog eens naar mijn bureau sleep voor een volgende uitputtingsslag met mezelf waarin ik altijd verlies.

Warhoofd in de praktijk

Tot mijn schande heb ik vaak een beetje inwendig geoordeeld over mensen die medicatie namen zoals antidepressiva. Dan dacht ik een klein beetje dat ze het niet aandurfden hun problemen in therapie aan te pakken. Of misschien dacht ik wel: ‘lekker makkelijk’. Nu weet ik dat er soms gewoon niets ergs aan de hand is, behalve dat je hersenen een stofje te veel of te weinig hebben. Dat daar pilletjes voor zijn, en dat je een betere versie kan zijn van jezelf als je die neemt.

 

Prinses is een binge-sleeper

Het had hier beter Doornroosje geheten. Alhoewel die prinses op haar erwt ook in bed ligt. Ik ben namelijk een binge-sleeper.

Het gebeurt een drietal keer per week. Meer kan ook. Als ik geluk heb, haal ik acht uur. Of zelfs half negen. Als ik pech heb, val ik om zeven uur naast de peuter neer die de boodschap dat moeke echt niet meer kan niet snapt en denkt dat het feest is omdat hij er niet eens voor hoeft te huilen, dat ik zomaar bij hem in bed kom.

Met een beetje geluk slapen we binnen het half uur. Zonder de peuter zou ik slapen als mijn hoofd het kussen raakt maar met peuter is het eerst nog even bestraffend toespreken geblazen. In de nacht worden we een paar keer wakker, voor een plasje of een gedachte. En het duurt allemaal tot zo ongeveer zeven, of half acht als ik geluk heb.

In principe heb ik dan twaalf uur geslapen. Twaalf uur! Dat is anderhalve keer wat een normaal volwassen mens nodig heeft. Dat is een baby-portie! (Kent iemand een baby die klokje rond slaapt zoals mijn grootmoeder placht te zeggen?) Dat is geniaal veel!

Maar… Het heeft nadelen.

Niet alleen stap ik geradbraakt weer uit bed. Alles doet pijn, alles is stijf en stram. Dat heeft enerzijds te maken met mijn gestel en anderzijds met mijn goedkope ikea-bed dat niet op binge-sleeping voorzien in.

Maar ook mis ik zo veel. De dagen worden wel erg kort als je ze in een dagje van zeven tot negentien uur moet proppen. De was blijft liggen, de afwas blijft staan, de e-mails blijven onbeantwoord (we zitten nu aan 650 ongelezen e-mails op mijn prive-adres), tijd voor mezelf is een utopie, opruimen is voor ooit, grotere projecten van om het even welke aard zijn niet eens te overwegen, sociaal contact verdwijnt. Er wordt niet gedate. Als ik per jaar drie films zie (en dan heb ik het niet eens over naar de bioscoop gaan!) is het een enorme prestatie. Series kijken of tv-programma’s zijn al lang geschrapt van het menu. Idem met boeken. En sport. Nou ja, you get the picture.

Eigenlijk staat het leven hier gewoon een beetje stil. Zoals bij Doornroosje. Het gras blijft maar groeien, de doornen bedekken de gevel stilaan, het stof neemt toe, de rommel blijft liggen waar ie ligt, want er wordt geslapen. Big time.

Misschien komt er zich wel eens een prins door die doornen heen vechten en word ik wakker gekust. Of misschien groeien de jongens gewoon op en komt er daarmee wat energie vrij die ik kan pompen in wat avonduren en avonturen. Ook in dat geval leven we hopelijk nog lang en gelukkig.

 

 

Over bijzondere post, een opgewekte multitasker en een onverwachte betaling

Het ging de week van de lege portemonnee worden. Er stond exact nog € 8,67 op mijn rekening met nog 7 dagen te gaan tot het volgende loon.

Ik was moe. Niet zomaar moe, maar echt diep diep uitgeput. Van het soort moe waar je wilskracht niet meer tegenop kan. Gewoon eindeloos moe. Weten dat de was al twee dagen in de machine zit en het fysiek gewoon niet kunnen opbrengen om die op te hangen. Weten dat de baas een antwoord verwacht op zijn mail en met de allerbeste wil van de wereld de pc niet meer op kunnen zetten. Wanhopig wat vitaminepillen nemen, wat ijzer, koffie en een pepdrankje en dan nog gewoon in een diepe diepe slaap vallen.

En ik moest naar de belastingen omdat ik een heel complexe belastingsaangifte heb met buitenlandse inkomsten en werkend als zelfstandige in bijberoep. Ik ging er vanuit dat het niet van de poes zou zijn met die inkomsten in bijberoep die ik had opgesoepeerd aan mijn advocate en de experte van de rechtszaak, in plaats van netjes de helft opzij te zetten voor de belastingen. Ik was met een inhaalspaarplan begonnen, maar dat vorderde maar langzaam.

En toen, toen viel het bij de belastingen reuze mee. Ik mocht met een opgewekte multitasker alles uitvogelen en er valt nog een fiks bedrag bij te betalen, maar minder fiks dan ik had gedacht (forfaitaire bedragen, I love them!).

Onderweg naar huis leek het alsof er een pak van mijn hart gedonderd was. Ik was ZO opgelucht en stopte dan maar bij de bakker voor een mokkagebakje. (De logica zelve, toch?).

Thuis viste ik een grote enveloppe uit de brievenbus. ‘Blij dat je bij ons blijft‘, stond er op het begeleidende briefje van mijn… vast contract!
(Jihaa, jihaa, jihaa!)

En toen keek ik op mijn rekening om de app van de bank te testen, waar bleek dat ik een betaling had gekregen van een opdrachtgever. Een betaling waar ik nog eens achteraan moest maar er even geen zin in had.
Aaaaaaah! We kunnen ‘gewoon’ naar de supermarkt (maar de energieleverancier zal nog even moeten wachten).

Soms zit het reuze mee. Absurd hoe dat instant mijn energie-level doet pieken. Moet je niet vragen hoe enorm zorgen en stress door kunnen wegen…

 

 

 

Nog meer leven zoals het is: single mom

 

Het is 17u53. Binnen zeven minuten gaat de opvang dicht. Ik schuif aan voor een rood licht. Nog 4 km. Een peulschil, tegenover de 146 die ik net gereden heb. Ik voel me opgejaagd, maar blijf alert en voorzichtig.
Om 18u01 ren ik de opvang binnen. Op de weg naar binnen kruis ik een andere mama die begripvol kijkt. Ook zij is hier waarschijnlijk net in zeven haasten binnen gestormd. Peuterzoon staat daar. Als laatste. Hij lijkt het niet erg te vinden. Ik til hem op, kijk hem in zijn oogjes, zeg dat ik blij ben dat ik er ben. Zijn opvoedster vertelt me dat hij ziek is. Hij had voor de middag al veel koorts maar ze hebben me niet gebeld omdat ze wisten dat ik toch niet kon komen. Ze hebben me willen sparen. Het kind heeft een medicament gekregen en ik heb de kans gekregen rustig mijn werk te doen.

Om 20u is het stil in huis. Ik ben nog altijd wat beduusd door een mix van schuldgevoel en ergernis, en die ergernis is op zijn beurt weer een mix van verschillende ergernissen door elkaar heen. En dat schuldgevoel gaat in het kwadraat, want ik voel me ook nog schuldig omdat ik me schuldig voel. Don’t even ask.
Ik haal de vergeten bos bloemen uit de auto die ik vanmiddag gekregen heb. Vanmiddag stond ik op een podium en sprak ik tegen 70 mensen. Ik had vanalles voorbereid, zelfs een enkel grapje waar ze smakelijk mee lachten. Plots hoorde ik mezelf van mijn eigen script afwijken en vertelde ik daar, onvoorbereid, een verhaal uit het begin van mijn loopbaan. Ik gaf met knikkende knieën les op een lerarenopleiding. Ik had een student die lag te slapen de klas uit gezet om mijn gezag te etaleren. De hele klas dreigde mee te vertrekken. Met moeite hield ik ze binnen, maar het werd nooit meer wat. Later in de lerarenkamer hoorde ik dat de jongen die ik buiten had gezet, de zoon was van een alleenstaande werkloze moeder. Hij werkte ’s avonds en ’s nachts om de kost te verdienen voor hun twee. Dat hij in de les zat – zij het dan slapend – was al een prestatie. Ik wil het moment graag vergeten, maar kan dat niet. Nooit. Het is een moment dat me getekend heeft. Dat me geleerd heeft dat er altijd een verhaal is. En dat je daar altijd naar moet luisteren. En dat sta ik plots te vertellen op een podium en ze zijn allemaal stil en ik zie alle gezichten op mij gericht. Daar denk ik aan als ik de bloemen in een vaas zet. Over mijn script en voorbereiding waarmee ik mogelijk onhandig of oninteressant was. Over het vertelmoment wat duidelijk goed ‘werkte’, terwijl het helemaal geen truukje was. Het kwam gewoon uit mezelf. Ik weet niet goed hoe het ging vandaag, ik probeer het los te laten. Het is gewoon zo dat de aandacht van tijdens het verhaal zo anders was dan de energie die er tijdens de andere momenten hing, dat ik het gevoel heb dat het een slechte middag was. Ofzo.

Morgen zou mijn eerste thuiswerkdag in weken zijn. De eerste dag zonder lange rit, zonder gehaast, zonder vroeg de deur uit. De dag om de losse eindjes af te binden en rustig wat telefoontjes te doen en me voor te bereiden op de week die komt. Ik ben geërgerd omdat die dag wegvalt (door de zorg voor een ziek kind) waardoor ik alles wat ik die dag rustig wou aanpakken, weer eens tussen de soep en de patatten en na kinder- en moederbedtijd moet doen. Ik ben te moe. Fijn  dat de opvang me niet gebeld had om me niet te storen, maar de kans om een oppas voor zieke kinderen te regelen was er meteen ook mee verkeken. En dan zit ik op het bed en kijk ik naar het zieke kind en weet ik dat hij ook alleen maar wil dat ik voor hem zorg en hij mijn lappenpopje mag zijn tot hij zich beter voelt. En dat recht heeft hij. Ik ben zijn moeder, hij is mijn kind.

Ik voel de wallen onder mijn ogen letterlijk trekken na een drukke periode. Ik lig bijna drie uur op de bank, humeurig. Dan besluit ik me te herpakken en de pc weer op te starten en alvast het dringendste te doen om die stress voor morgen te beperken.

Dit is vloeken. En waarschijnlijk herkenbaar voor vele ouders. Maar mij geeft het heel even het gevoel dat ik eindeloos op de proef wordt gesteld. Alsof iets of iemand in dit universum wil weten hoe ver ik kan gaan en hoeveel wilskracht ik heb – want fysiek is er niets meer te halen-, door er elke keer weer een schepje bij te doen.

We’ll manage. Uiteraard.

 

 

Aladdin

Aladdin kwam midden in mijn jaren van verwondering uit. Een buurvrouw nam ons mee naar een oud bioscoopje waar we meestal alleen zaten. Het zal toen al bijna failliet geweest zijn. Met open mond heb ik daar enkele Disney-klassiekers gezien, waaronder Aladdin.

De geest ben ik nooit vergeten. Een beetje een dramaqueen en ik herinner me dat de dingen anders uitpakten dan de bedoeling was (en uiteindelijk kwam alles ook nog goed), maar het idee een wens te kunnen doen… Een wens…

In mijn hoofd popt minstens een keer per maand de onzinnige vraag op of ik voor onbeperkt geld of onbeperkt energie zou kiezen, als ik ooit een magische lamp zou vinden en maar liefst één wens zou mogen doen.

Onbeperkt geld lijkt aanlokkelijk. Ik zou nog steeds blijven werken, maar heel dit leven anders vorm geven. In een huis dat beter om mijn vel past. Met een soort moeder in huis die mijn kinderen opvangt als ik er niet ben, en macrobiotische maaltijden kookt met bio-ingrediënten. Ik zou dingen uitbesteden en bewust kiezen voor wat ik nog zelf zou doen. (Als ik er aan denk dat ik door het alleenstaand-moeder-zijn ongeveer alles alleen/zelf doe, vind ik het soms nog steeds absurd.)

Met onbeperkt geld zou ik energie kopen, want door hulp in te kopen en niet te vergeten, een macrobiotische kok-in-huis, zou ik uiteraard ongeveer 300% levenslustiger zijn dan nu.

Maar. Maar. Geen gevoel zou ellendig als te weinig energie. En dat gevoel ken ik helaas door en door.

Zoals vrijdagavond. Nog twee relatief makkelijke dingen op de to do-lijst. Dingen die echt nu moeten gebeuren. Maar ik kan niet meer. Ik kan echt niet meer. Ik zit in de zetel en voer een innerlijke strijd. Dat beginnen het ergste is, dat het daarna wel zal lukken. Een uurtje nog, kom op, meid. Een half uurtje dan? Slechts één van de twee taken? Misschien de helft dan? Ik heb een blikje nalu op, een koffie gedronken, mijn ijzerpilletje en Sint-Janskruid op. Een glas water. Een pijnstiller. Een warme trui. Niets helpt. Als het op is, kan je het nergens meer halen. Ik kan het niet. Tranen als ik dat aan mezelf moet toegeven. Me naar bed slepen lukt nog net. Het is 20u35 als ik in bed lig. (Om vijf uur de volgende ochtend staat de Kleuter aan mijn bed omdat hij in zijn bed heeft geplast. Ik verzorg hem, hij kruipt bij mij en de Peuter. Peuter wakker. We blijven nog tot acht in bed, maar veel slapen doen we niet meer.)

De volgende dag is extreem vermoeiend omdat ik ’s avonds de voorbereidingen voor de dag niet getroffen heb. Veel stress, veel gedoe met de kinderen daardoor, de kortste route naar doodmoe.

Als ik die lamp vind, denk ik dat ik dus zou vragen nooit meer dat gevoel van uitputting te hebben dat mij nu twee tot drie keer per week letterlijk lam legt. Als ik energie genoeg zou hebben, kookte ik zelf wel verantwoord macrobiotisch en kon ik mijn bijberoep zo vorm geven dat ik niet onbeperkt geld zou verdienen maar alleszins wat meer dan nu het geval is.

Dat is meteen ook de stok in het wiel van mijn nieuwe systeem met weekplannen. Ik word er efficiënter van en veel van mijn onhandigheden zijn ermee opgelost. Als dingen in je agenda staan op een bepaald moment is de kans inderdaad groter dat je ze ook echt gaat doen. De avonden waarop ik niets heb ingepland (vrij) doe ik inderdaad zonder schuldgevoel ‘niets’ (lees: ik ga gewoon slapen om acht uur zonder innerlijke strijd). En in plaats van elke avond naar de stapel oneindige to do’tjes te kijken, kijk ik gewoon in mijn planning en doe ik wat er op mijn planning staat. Tot de vermoeidheid toeslaat. Waardoor ik sommige dates met mezelf niet kan nakomen, achterop geraak, en teleurgesteld. Het systeem is dus prima, alleen heb je er een constante/onbeperkte energie voor nodig, of energie die je ook kan plannen in een weekschema.

Er is nog werk aan de winkel. Iemand ergens een oude lamp?

 

 

 

Update van het prinsessenbestaan

Enkele momenten, samen met een kleine update van hoe het hier gaat. (De vorige update kan je hier vinden…)

Leven voor tien
Een tijdje geleden was ik bij een organisatie met een mooi motivatieschema op de muur. Er waren drie categorieën: tandje erbij (spreekt voor zich), biertje erbij (voor alles dat relax kan) en working on it. In elke categorie kon men post-its hangen. Er was ook een high-five-pot voor de verwerkte post-its. Medewerkers konden hun naam plaatsen bij wat ze gedaan hadden en elke maand werd er een winnend post-itje getrokken en kreeg die medewerker iets leuks.

Thuis op een bezige avond bedenk ik een eigen variant, en palm ik een muur in met de volgende categorieën:
Twee minuten: alles dat zomaar even moet. Denk aan: declaraties, iemand bellen (met telnr op de post it!), …
Kopje koffie erbij: alles wat de komende weken eens moet, maar nu nog geen gillende sirenes oproept in mijn hoofd.
Wekelijks: dit is er eentje met twee kolommen voor ‘te doen’ en ‘gedaan’. Wat altijd moet: voedselteam bestellen en ophalen, een keer de administratie verwerken, het afval buiten zetten, een weekly review doen van mijn werk en weekplannen.
Tandje bij: alles wat NU ONMIDDELLIJK LIEFST GISTEREN moet.

Uiteraard is de laatste categorie goed beplakt met post-itjes. Ik werk een paar uur, plak ongeveer 100 briefjes en bedenk dat ik leef voor tien. Dat, in combinatie met het fragiele waar ik over schreef, maakt dat ik vaak enorm moe ben.

Kreupel
Een vriendin op bezoek. Ik te kreupel om kaneelbroodjes te halen voor bij de thee. Moe, pijn. Ik ruim het ontbijt nog snel op. Boterhammen met honing. Euhm, hoe raar is het dat ik geen energie heb? Ik geef mezelf een imaginaire schop onder mijn kont. Kan beter. ’s Avonds snijd ik alvast een paprika en twee wortels in reepjes. Die gaan in een doosje voor in de auto morgen. En het lukt me vast ook wel om een appel te eten. Bij het avondlijk werk eet ik een trosje druiven. Beter zo. Soms, als ik een beetje energie heb, doe ik best goede dingen.

Hulp
Ik had nergens meer op gehoopt. Ik verwachtte dat ik in het gesprek met Familiehulp mezelf zou moeten verantwoorden omdat ik het niet aan kan, alleen. Niets daarvan. Een constructief gesprek. Ik moest bijna huilen toen ik het lijstje zag met aangevinkte taakjes waarbij ik hulp kan krijgen. De uurprijs viel ook beter mee dan ik dacht, en ik kan zo lang Familiehulp krijgen als ik nodig heb. ’s Avonds bekijk ik mijn agenda en vraag ik tweewekelijks vier uur op mijn vrije vrijdag, zodat ik samen met de familiehelpster wat bergjes kan verzetten in da house. Vol verwachting.
Daarnaast helpt de sociaal werker van het OCMW me wat dingen op orde te krijgen. Een wereld van verschil. Op zich zou ik alles zelf moeten kunnen, alleen ben ik daar nu te moe voor. Alleen al het idee dat je er niet meer alleen voor staat, maakt 200% verschil.

Kinderen
De kleinste is een protmachien en een moppentrommel in één. Vreemd genoeg begint hij ondeugend te worden (hij was altijd erg lief) en daagt hij uit. Als ik hem in de hoek zet, staat hij daar in zijn vuistje te lachen. O jee. Heb hem laatst in bed moeten leggen zonder verhaal om duidelijk te maken dat ik boos en verdrietig ben. Moederhart gekneusd. Hij niet erg onder indruk.
De grootste heeft een rustige fase, waarin hij me blijft bestoken met vragen over leven, dood, het heelal en God. We hebben het fijn, als ik maar zo duidelijk mogelijk ben over alles en als we het allemaal rustig aan doen. Vandaag vroeg hij trouwens of ik vroeger een aap was. Tijdens het rijden. Dat is tegelijk schateren en denken: ‘hoe ga ik die evolutietheorie nu eens duidelijk uitleggen?‘.
Soms is het grappig om in hun interacties (als ze even geen ruzie hebben) mezelf terug te horen. Ze zijn mijn alles, die twee. *Ping ping, hartjes stromen uit mijn oren en ogen.*

Dirk
Ik kan goed afstand houden. Hij probeert elke kans aan te grijpen weer invloed op me uit te oefenen. Het is op dit moment allemaal zo doorzichtig.

De spanning stijgt. In april weer rechtszaak. Voor die tijd moet duidelijk worden of jij positief getest is op persoonlijkheidsstoornissen. Nou ja, ééntje is al genoeg.

De baan
Zie ook het stukje over de post-its. Het is de job van mijn leven, maar het is elke dag vechten om energie te vinden het ook te doen en om mezelf zo te organiseren dat ik het red. Wisselend succes. Ik denk dat ik vooral erg gefrustreerd ben. De uitdaging van de baan is net groot genoeg om het boeiend te houden voor mezelf. Maar de energie ontbreekt te vaak om de uitdaging aan te gaan en de boel op orde te houden. Soms wou ik ook dat ik eens gewoon kon werken in mijn  eigen ritme, zonder al dat geregel, de schooltijden, de uren van de opvang, het halen, het brengen, het plannen, … Pfoe.

Het bijberoep
Euhm. Ik wou dat er een pilletje bestond waarmee je eindeloos energie kan genereren. O, wacht, dat bestaat vast, maar het is zeer waarschijnlijk illegaal. Wat trouwens helpt om energie te creëren en wel legaal is, zijn de podcasts van Getting Things Done. Dat geneuzel over efficiëntie dat ik opzet tijdens de afwas of het opruimen zet me altijd op scherp. Het is vast dat sausje Amerikaans enthousiasme (amaaaaaaazing!) dat het ‘m doet. Als ik niet te moe ben om een podcast op te zetten natuurlijk.

De liefde
Haha. Geen prinsen op witte paarden, witte pony’s of witte fietsen. Tja. Zucht. Laatst dacht ik dat ik er wel nog eens aan toe ben bemind te worden. Zo een zinderende aanraking, blikken die spreken, de warmte van een ander lijf waar iemand fijns in woont. Maar goed, de nood is nu ook weer niet zo hoog dat we de ondeugdelijke man terug opzoeken of een andere ondeugdelijke man inschakelen. En waar is mijn epileerapparaat ook weer gebleven? Om maar te zeggen, ik ben er ook niet zo op voorbereid. Laat maar. Het oude-vrijster-dom lonkt. Nu er wat lente in de lucht hangt, dacht ik laatst eens terug aan hoe het begonnen was met de ondeugdelijke, vorig jaar, deze tijd. Ik moest er om glimlachen en kon heel mild met mezelf zijn over wat er gebeurd is, ook al is het niet gegaan zoals ik het wou en bleek hij nog ondeugdelijker dan ik al vermoedde.

 

 

 

Fragiel

Met vallen en opstaan gaat het hier. En met wat significante verbeteringen. Door de nieuwe therapie heb ik bijvoorbeeld veel Dirk-vragen en – gedachten kunnen loslaten. Wat oplucht en ruimte geeft, zonder twijfel.

Vandaag sprak ik met een lieve vriendin die vroeg hoe het met me ging. Dat vind ik altijd een moeilijke vraag, maar in het antwoorden ontwikkelde zich een inzicht. Dat inzicht is dat het leven als alleenstaande ouder in deze omstandigheden heel fragiel is en dat alles daarbij met alles samen hangt. Er zijn geen buffers, de verschillende levensdomeinen hangen iets te nauw met elkaar samen.

Drie voorbeelden.

  1. De zieke peuter. De Peuter is even ziek geweest. Dat betekende vier heel slechte nachten op rij (lees: vechten tegen de koorts van 1 tot 7), thuisblijven van het werk, … We zijn nu alweer een week later, maar de gevolgen wegen heel zwaar door. Ik ben nog steeds extreem vermoeid en heb erge hoofdpijnen en spierpijn (lees: ik voel me fysiek echt ellendig). Er is namelijk geen enkele mogelijkheid geweest om te recupereren. Maar ook: mijn  werk is blijven liggen en ik krijg het niet bijgebeend. Door de combinatie van de erge vermoeidheid en het achterstallige werk, voel ik dat ik weer wegzak en veel energie nodig heb  om mezelf mentaal ‘op de been’ te houden. Zo weinig is er nodig om alles hier op scherp te zetten. Het enige dat ik lijk te kunnen is op tijd naar bed gaan. Dagen na elkaar. Maar ik voel me niet beter en het werk dat ik ’s avonds zou moeten doen, blijft alweer liggen. Ik ben zo eindeloos moe…
  2. De opdracht. Ik had een maandelijkse opdracht als zelfstandige voor onbepaalde tijd. Ik ging er misschien te gemakkelijkheidshalve vanuit dat het even zou duren, dat de extra inkomsten dus structureel zouden zijn voor een tijdje. Vroeger dan ik verwacht had, werd de opdracht afgerond. Dat mag, maar het hakte er hier ongelooflijk in. Omdat ik er een klein gevoel van veiligheid aan verbonden had, denk ik. Maar ook: omdat het systeem heel fragiel is en een ruk aan dat touwtje meteen betekent dat de drie tot vier dagen vakantie die ik had willen plannen met de jongens in de zomer, niet haalbaar (of zeer weinig vanzelfsprekend) zullen zijn. Ik denk dat bij weinig mensen oorzaak en gevolg zo kort met elkaar verbonden zijn. Gelukkig maar. Ik werd eerlijkgezegd heel moedeloos van dit voorval. Omdat het een opdrachtje was dat vanzelf op me af gekomen was. Ik had er enige hoop aan ontleend, dat de omstandigheden wat begonnen te keren, dat ik ergens op kon rekenen, dat ik ergens in mocht vertrouwen. Het is vervelend dat ‘kleine’ dingen zo ongelooflijk veel uitmaken, dat ik niet in staat ben de impact van kleine dingen te bufferen. Ik voel me er ook slecht bij dat het me zo verdrietig maakt, ik vind dat ik er gewoon professioneel mee zou moeten omgaan. Maar een keuze die elders ‘licht – achteloos’ gemaakt wordt (veronderstel ik), hakt er hier stevig in. Dat voelt zo… Stom. Ik wil dankbaar zijn omdat het er was, maar ik ben vooral verdrietig omdat het weg valt.
  3. De plagende peuter. De peuter heeft een fase. Een fase die ik me ook herinner van de grote broer. Een fase waarin er geplaagd en getest wordt. Een fase waarin er vanuit het bed duizend keer geroepen wordt. Dat duurt allemaal tot mijn geduld op is. Want er is geen buffertje ander geduld voorradig. Dus riep ik tegen de peuter, dat het genoeg was. Waarna ik dacht dat hij als kind die ruimte moet kunnen voelen – de ruimte om te testen en te plagen. Toen keek ik een filmpje over de vreselijke aanslagen en er werd verteld dat een huilende peuter naast het levenloze lichaam van een moeder zat. Huilend, na twee explosies. Ik ben instant naar mijn peuter-met-een-fase gegaan en heb hem op mijn schoot tot rust laten komen tot hij in staat was om te slapen. Ver voorbij mijn eigen voorraad energie of geduld, maar wel wat ik op dat moment moest doen.

En zo. En zo.
Zo was er ook een oudercontact over de Kleuter, die in de kring weinig vertelt over zijn weekend. Onderweg naar huis dacht ik terug aan het weekend, waarin ik soms urenlang op de bank lig omdat alle energie of al het geld op is om wat leuks te gaan doen. Dat voelt vanbinnen heel breekbaar. Een gedachte die in je op komt, een besef, waarbij je probeert de gedachte niet te denken, het besef niet te hebben, omdat dat soort gedachten je in flarden scheuren als je ze te veel ruimte geeft.

En zo. En zo.
Zo lijkt iedereen vooruit te komen. Er worden huizen gekocht, babies geboren, reizen geboekt, nieuwe lieven voorgesteld en doctoraten verdedigd. En hier is het systeem zo fragiel dat ik bij momenten volledig lam gelegd ben en dat ik mijn uiterste best moet doen om alles hier niet te doen instorten (mijn gezondheid, mijn baan, …) in plaats van dat ik verder kan bouwen – zoals veel mensen rondom met gemak lijken te doen.

En ja, ik moet me wapenen, en nee, op een ander is het niet altijd beter, en ja, er is ook veel om dankbaar om te zijn, en ja hoor, het valt allemaal wel mee. Maar soms, soms, is het allemaal zo fragiel dat het vanbinnen uit elkaar spat.