Eureka

De aandachtige lezer heeft hier vast wel een lijstje ‘klachten’ opgepikt. Vermoeidheid. Constante neiging om te slapen. Chaos in mijn hoofd. Niet in staat zijn me te organiseren op een eenvoudige manier. Spierpijn, gewrichtspijn. Allerlei schuldgevoelens. Worstelingen met mezelf. (…)

Dokters en onderzoeken volgden elkaar op. Buiten vage dingen als fibromyalgie, een ooit doorgemaakte Lyme-besmetting en ‘distress’ kwam er weinig uit die onderzoeken. Dus ploeterde ik voort.

Als ik er nu op terug kijk, werd het steeds erger. Ik liet steeds meer werk liggen, ik ging steeds vaker vroeg slapen. Schraapte ik mijn moed eens bij elkaar om ’s avonds de afwas te doen, moest ik tussendoor rusten. Soms huilde ik uren aan een stuk omdat ik niet meer kon.

En toen schreef ik dit en antwoordde Essie iets over ADD. Ik googelde eens, herkende wat dingen die ik altijd geduid heb als HSP. Toen las ik dit. Ik spurtte naar de dokter en ik, ik die weiger ‘de pil’ te nemen en liefst biogroenten eet, kwam terug met een doosje rilatine. Op dat punt had ik ongeveer alles gedaan wat de dokter me had voorgeschreven om rust in mijn kop te krijgen. De negatieve spiraal van vermoeidheid, zelfverwijt en chaos was vernietigend. Voor het eerst had ik ook een aantal momenten gehad waarop ik op het werk niet had kunnen verbergen dat dingen mij niet goed lukten, en ik had dus ondergepresteerd. Een collega had me als grap al een paar keer ‘de zeef’ genoemd. Ik merkte dat ik een steeds onsamenhangende en verwarde indruk maakte.

Als ik dit schrijf, heb ik het doosje rilatine drie dagen in mijn bezit. Ik heb drie pilletjes genomen, omdat ik het beperk tot de momenten waarop ik moet werken.
Effecten?

  • Er is terug tempo in mijn hoofd, de traagheid is er uit. Ik geraak niet meer verstrikt in mijn gedachten.
  • Mijn hoofd is hyperhelder. Ik kan goed nadenken en mijn eigen draad vasthouden bij het denken.
  • Ik zette een stap verder in mijn professionele ontwikkeling door het ontwikkelen van een nieuw concept voor een organisatie. Ik werkte de laatste tijd zo paniekerig dat ik daar geen mentale ruimte voor had.
  • Ik heb organisatiedrift. Als ik de afwas doe (zonder pauzes) rangschik ik alles op rijtjes.
  • Ik ben niet meer moe. Ik ben niet meer moe! En nu pas besef ik hoe zwaar dat loden gevoel in mijn kop was.
  • Dingen zoals de afwas, de was of het maken van een tas om met de kinderen een klein uitstapje te maken, zijn niet meer onoverkomelijk.
  • Ik denk veel positiever, ik ben moediger.
  • Ik voel me even geen sukkel/mislukkeling meer omdat ik de dingen  die ik moet doen op een krachtige manier kan doen, en niet met hangen en wurgen en een verschrikkelijk gevecht met mezelf.
  • Ik ben wat proactiever en meer sturend. Ik toon bijvoorbeeld wat meer durf in een voorstel dat ik maakte. Ik geloof dat dat ook wel bij mijn functie hoort.
  • De kluwens, de twijfels, de strikken en vallen zijn weg uit mijn hoofd.
  • Ik verlies me niet meer in details of in niet-kunnen-kiezen. Ik hak knopen door en kom daardoor verder in plaats van blijven hangen als een haperende plaat, doodmoe worden, in bed kruipen, beslissing uitstellen.
  • Ik heb een plotse neiging om te communiceren, mensen op te bellen, te appen en smsen, in plaats van me als een struisvogel te verbergen in bed.
  • Als ik het genomen heb, klem ik met mijn tanden.
  • Zelfs deze post is gestructureerd geschreven ;). (bullets!)
  • Als ik iets lees, weet ik waar het over gaat.

Er wordt wel eens maatschappijkritisch gezegd dat alle kinderen tegenwoordig aan de rilatine zijn. Ik ben absoluut geen voorstander van het nemen van medicatie en zal het liefst vermijden, maar deze pil redt mij van een zware burn-out en/of depressie. Ik wou dat ik de pil tien jaar eerder had gehad, dan was mijn doctoraat gelukt en mijn zelfvertrouwen misschien nog wat op peil. Dan had ik naast het werk dat nooit af geraakte misschien ook leuk geleefd. Dan was ik omver geblazen door het vertrek van Dirk maar dan had ik terug recht kunnen krabbelen. Dan was ik geen mama geweest die van ellende en vermoeidheid tegen haar kinderen schreeuwde of uren lang huilde. Dan waren al die dagen alleen met mijn kinderen niet zo onoverkomelijk en uitputtend geweest. Dan had ik niet zo veel ruzie met mezelf, dag in dag uit. Al die strijd waar ik doodmoe van ben geworden… Dus ik geloof dat mensen die de pil echt nodig hebben, ook recht hebben op deze medicatie. Het verdriet, de pijn, de schade die je oploopt als je jarenlang met jezelf vecht om je te focussen, om prikkels te filteren, om dingen gedaan te krijgen, om keuzes te maken, om wakker te blijven, … is te zwaar.

 

 

Quick fix of duurzaam sleutelen?

Ik loop door de gietende regen naar mijn auto. Ik denk na over mildheid. Mildheid vind ik complex. Mildheid naar mezelf toe begrijp ik als jezelf geven wat je nodig hebt. Maar in mijn leven is er een enorme discrepantie tussen wat ik nodig heb op korte en lange termijn.

Het weekend is een drama geweest. Ik heb de halve zaterdag gehuild en een vriendin to the rescue moeten roepen omdat ik niet meer kon. Zondag had ik al mijn moed bij elkaar geschraapt en tegen de jongens gezegd dat we er een leuke dag van zouden maken. En toen werd de kleinste ziek, waardoor we eindigden op de bank met een film. Lusteloos, moe. Op.

Wat ik nodig heb, in het hier & nu perspectief is stoppen met werken, kinderen uitbesteden, dagen in bed, een leuk soort aandacht van de ondeugdelijke, een mokkataartje en een zak chips.
Maar wat ik mezelf moet geven is wat anders.

En daarom loop ik in de gietende regen naar de auto, nadat ik enkele uren gewerkt heb in een koffiebar. Het kost geld, maar dit is nu even het beste wat ik kan doen. Thuis lukt het me nu even niet om een paar uur na elkaar geconcentreerd te werken, en in de koffiebar werk ik als een trein. De meest dringende dingen zijn af, waardoor het stressniveau weer wat daalt. Uitstellen en mijn werk negeren doet alleen de onrust groeien en scherpt de schaamte en stress weer aan.

Ik heb me ziek gemeld en zo een dag gekocht waarin alles wat ik wel kon doen alleen maar winst is.

Onderweg naar huis breng ik iets weg dat de ondeugdelijke in mijn auto vergeten was. Dan heeft hij geen reden meer om langs te komen en hoef ik geen moeite meer doen hem te weerstaan. Ik hoop dat het signaal duidelijk is en tegelijkertijd hoop ik dat hij vanavond op de stoep staat – zucht. Ik doe er geen briefje bij.

Ik mail een aantal hulpverleners en vertel weer eens dat het niet goed gaat en dat ik hulp nodig heb. Of familiehulp wat intensiever kan komen en wat structureler? Of de pedagogische begeleiding kan opstarten waarvoor ik al een jaar op de wachtlijst sta?

En ik ga naar de dokter.

Het blijft sleutelen. Het is erg moeilijk als je op je tandvlees zit om te doen wat goed voor je is, in plaats van toe te geven aan wat minder constructieve verlangens. Soms is wat-goed-voor-je-is heel basaal, heel klein. De koffiebar is bijvoorbeeld echt een uitkomst. Als het mij lukt te werken gewoon omdat ik daar ben, lijkt het me prima om dat gewoon te doen zonder er verder over te piekeren. Wat verder helpt is nog steeds de eilandtrilogie van Vonne van der Meer. Ik las het de eerste zomer nadat Dirk weg was. Wat het boek bijzonder maakt is dat het met mildheid geschreven is. In elk verhaal kan je je identificeren met en inleven in elk van de karakters. Er is geen zwart en wit, alleen maar grijs. Onder invloed van het boek ben ik milder naar mezelf toe, maar ook naar de ondeugdelijke, naar Dirk, naar mensen in mijn omgeving, naar mijn nieuwe collega met wie het niet zo goed werkt. Het is alsof ik me willens nillens wat beter verplaats in anderen waardoor ik met een bepaalde zachtheid naar situaties kijk zonder me er in te verliezen.

Ik loop door de gietende regen naar mijn auto en geef mezelf alvast een pluimpje om het werk dat ik heb verzet. Ook dat is mildheid.

 

 

 

Kroniekje van een aangekondigd drama

Het begon uiteraard al in de week. De week die erg zwaar was met een studiedag die moest plaatsvinden, waar ik al een tijdje naar toe gewerkt had. Dat doe ik op adrenaline, en dat gaat. Adrenaline maakt dat je de keelpijn niet meer voelt en dat je rechtop blijft en er iets van bakt en ook nog wakker blijft tijdens de 200 km die je naar huis rijdt achteraf. De dag erop moest ik ver weg zijn voor een afspraak, dus reed ik zeven uur.

Toen werd het weekend. De kinderen hebben een talent om tussen 5 en 6 wakker te zijn en dat ook van mij te eisen.

Ik plande quality time in met de kleuter op zaterdagmiddag. We moesten een cadeautje kopen, dus gingen we samen even de stad in. Het was geen seconde leuk. Geen seconde. Hij dramt en zeurt en is nooit tevreden, blijft altijd nog en meer vragen, ook na een wafel en ook na een klein cadeautje dat hij mocht kiezen. En ook ’s avonds voor de dvd die hij mocht kijken met een klein kommetje chips bleef hij drammen over alles. Hij is ongeneeslijk ontevreden. Ik heb het gevoel dat ik heel de dag in de weer ben met hem, daardoor het contact met de peuter verlies, en dat het nooit goed genoeg is. Het lijkt alsof hij me leegzuigt en talent heeft extra zwaar aan te vallen als ik al weinig reserves heb. Of geen, zeg maar. Ik heb opvoedingsondersteuning aangevraagd en sta op een wachtlijst. Het moet hier thuis echt anders, ik wil het zo niet meer. Met wat geduld heb ik binnen vier maanden een afspraak.

De nacht van vrijdag op zaterdag was een ramp geweest met de peuter die oorpijn had.

Dirk had zich ook weer van zijn fijnste kant laten zien.

De nacht van zaterdag op zondag eveneens ramp, met twee vroege vogels keet schoppend vanaf half zes, terwijl ik pijn had all over zoals nu elke ochtend omdat ik in een opstoot van fibro zit. (Hoe zou dat komen?) Het voelt alsof je een soort plank bent, alsof elk bot dat in je lijf zit en alle spieren rondom pijn doen, en elk gewricht een olifant te dragen heeft.

Rond 9u slaagde de kleuter er in een bos bloemen omver te gooien die ik gekregen had op het werk. Achteraf realiseerde ik me dat die bos bloemen blijkbaar symbolisch betekenisvol zijn voor me, maar dat doet er niet zo veel toe.

En ik weet dat het heel erg is, maar ik ben hysterisch uitgevallen. In die mate dat beide jongens ook hysterisch begonnen te huilen. Ik heb gegooid met dingen (niet naar hen), ik heb geschreeuwd en ben boven gaan zitten. Heb de buurvrouw gebeld omdat ik het niet meer alleen aankon. Die kon gelukkig even komen (hysterische moeders rescue team!) en gaf mijn kinderen kalm ontbijt en mij kalm een kop koffie en een hoop begrip. De rest van de dag was doorbijten, ik was ziek van ellende.

Ik vind het verschrikkelijk. Ik kan me amper voorstellen hoe onveilig het is voor de jongens dat hun moeder zo uitvalt en vervolgens hard zit te snikken en de rest van de dag op het randje balanceert en nog eens vijf keer kwaad wordt en drie keer begint te huilen. Ik wil geen moeder zijn die hen bang maakt. Maar ik zit op mijn tandvlees, ik ben door en door en door en door en eindeloos moe. Mijn netwerk is al wat groter maar ik heb nog steeds geen familie op wie ik kan rekenen. Integendeel. Mijn grootste wens was gewoon twee uur lang voor niets verantwoordelijk zijn en gewoon eens mogen slapen, maar dat is dus echt niet organiseerbaar op het moment dat ik dat hard nodig heb. I tried, really. Ik heb vrienden opgebeld om te vragen of ze konden komen zodat ik een uur kon slapen. Dat was al een behoorlijke stap voor mij (want het houdt in: toegeven dat je het niet aan kan). Maar goed, het kon niet en dat begrijp ik.

Ik wil echt geen tips meer voor betere organisatie. Geen tips at all eigenlijk. Ik ben echt slim genoeg om het allemaal beter aan te pakken. Het is gewoon zo dat je op een gegeven moment zo op bent, dat het slimmer aanpakken ook niet meer lukt. Als iedereen dan tips begint te geven en te zeggen dat je het ‘gewoon even’ anders moet doen, voedt dat alleen het schuldgevoel, het gevoel dat je een absolute kluns bent, dat je beter zou moeten kunnen en zo voort. Ik blijf erbij: je kan niet weten wat het is om volledig op te zijn, als je zelf op dat moment niet in de situatie zit.

Ik heb zelf een licht onbegrip ten opzichte van een vriendin die chronisch vermoeid is. Het lijkt al snel op aanstellerij en ik betrap mezelf er op dat ik dan denk dat ze gewoon maar even dit moet doen, of gewoon maar even dat. Het leven toont me nu weer eens heel goed dat je soms heel erg ‘beyond’ ‘zomaar even dit of dat’ kan zijn. Dat instant oplossingen alleen bestaan als je van buitenaf kijkt en een hoop van de complexiteit van een situatie niet kent of negeert. Dit is dus allemaal niet onvriendelijk bedoeld, ook ik heb de neiging anderen te verblijden met adviezen en tips. Dat wou ik even zeggen.

Ik denk dat ik een uithoudingsprobleem heb. Het is al zo lang vermoeiend, en dezelfde uitdagingen spelen me al zo lang parten… Het financiële, mijn werk goed doen, mijn huishouden op orde houden, de Kleuter die toch niet makkelijk is, het alleen/eenzaam zijn, de voortdurende confrontatie met happy families op een ander… Ik kan die dingen vast een tijdje hebben, maar niet chronisch en allemaal tegelijk.

En nu is het nacht en morgen vroeg dag en ik zou inderdaad beter slapen. Maar ik ben totaal gealarmeerd door wat er vandaag gebeurd is. Ik wou alleen maar dat ik zomaar even wist wat ik er aan kon doen…

Bodem

Bodem. Hoi. Hoi Again.

Ik had gehoopt je even niet meer te moeten aanschouwen. We hebben veel tijd samen doorgebracht, en het was genoeg voor mij. Het volstond, ruimschoots.

En nu ben je daar weer. Ben ik daar weer.
Wat er gebeurd is? Ach, Bodem. Alleenstaande moeder met baan zijn is zoals topsport doen zonder ooit kans te hebben om eer te halen, kans op een medaille. En dat weet je, tijdens de wedstrijd, dat het kansloos is. Dat je de kinderen niet tevreden houdt, de e-mails niet beantwoord krijgt, de rekeningen niet betaald, de vloer niet gestofzuigd, de vergaderingen niet voorbereid, de vermoeidheid niet bij geslapen. En toch moet je rennen. Je geraakt achterop, het is allemaal niet meer in te halen, de afstand tot de winnaars groeit, het  wordt erg hopeloos allemaal, en toch moet je rennen, tot je hart bijna uit je lijf pompt, de wallen je kin onderhand eens bereiken en je in staat bent je kinderen een klap te verkopen van de frustratie. Wat je niet doet, dat is onder de bodem en dat doe je niet.

Hoe het zo ver is kunnen komen? Drukke weken op het werk, wat extra activiteiten, Kind Kaneel – de huidige naam van Babybroer wiens handje zo heerlijk naar kaneel ruikt – die weer elke dag varieert tussen 4u en 5u om wakker te worden. Een paar keer laat op de baan geweest en dan alle energie nodig gehad om op de donkere wegen op verantwoorde wijze 200 km te rijden. Die dingen. Beseffen dat de werkweken loodzwaar zijn en de weekends nog net iets zwaarder, met Kindje Kaneel en Broer die in een razend tempo tussen energiek, verveeld, moe boos, hysterisch, blij, … schakelen. Het totale ontbreken van prutstijd, want er moet altijd iets omdat ik intussen zo hopeloos achterop ben met zo veel dingen. Met slapen, met administratie, met werk, met leuke mama zijn, met … Nou ja, you name it, Bodem.

Weet je wat het vervelendste is, Bodem, als ik bij je ben? Dat ik totaal geen energie meer kan opbrengen voor dingen die me energie geven. Gaande van een deftige maaltijd waar ik wat vitaminen uit haal, tot een activiteit met vrienden die me deugd zou kunnen doen. Ook mijn besluitvaardigheid valt onmiddellijk weg, waardoor het heel moeilijk is om actie te nemen, een plan uit te stippelen waarmee ik jou weer kan verlaten. Of gewoon: om iemand te bellen om hulp te vragen. Of hulp te aanvaarden als die geboden wordt.

Het is huilen naast de stofzuiger omdat je het echt niet kan hebben dat je nog 10 minuten moet. Het is ‘laat me nu eens even gerust’ zeggen tegen de kinderen. En daar al spijt van hebben terwijl je het zegt. Het is je telefoon niet meer opnemen, je smsjes niet meer beantwoorden, je mails niet meer willen openen. Het is struisvogel worden. Het is je telefoon pakken om een activiteit waar je naar uit gekeken had af te zeggen, en nog voor je bij de tweede zin komt keihard zitten huilen wat altijd erg stupide klinkt als je aan het bellen bent. Het is boos worden op mensen die dingen van je verwachten, ook al zijn die verwachtingen niet onredelijk. Het is schijt hebben aan dingen, alles kotsbeu zijn en in een comfortabele staat van desinteresse komen. Het is vijf pralines eten als middagmaal. En daarna nog eens drie.

Bodem. Zullen we afspreken dat ik weg kan van je als ik weer alle leuke dingen schrap, even doorga met om 21u te gaan slapen en een kuurtje ijzer en magnesium en multivitaminen start?

Eén ding moet ik je nageven, Bodem. Je bent trouw, altijd ergens in de buurt.

P.

Kwetsbaarheid

Intussen weet ik het wel. Vermoeidheid is nergens goed voor. Toch niet voor mij. De veerkracht die ik heb ontwikkeld intussen, verschrompelt erdoor.

Helaas weten de zonen dat niet. Dat vermoeidheid de vijand is. Vooral niet als ze ziek zijn. Dan roepen ze er ’s nachts rustig op los, of hernemen ze hun geweldige gewoonte om om vijf uur wakker te worden. Voor echt, ja, om op te staan.

En zo komt het dat ik hier zit, met mijn ziel onder mijn arm.

Vanochtend was er een lange reis naar het werk. Alles wat mis kon gaan, ging mis. Toen ik er eindelijk was, had ik er al een werkdag aan treinreizen opzitten, ongeveer. Mistroostig had ik gedacht dat dat het thema van mijn leven een beetje is: heel hard mijn best doen en amper vooruit komen. Ik moest om die gedachte ook wel wat om mezelf lachen. Het drama droop er af. Maar soms mag dat een keer. Toch?

De laatste tijd ben ik er trots op dat ik sterker en zelfstandiger word. Dat ik de dingen zelf oplos, en niet naar anderen bel om raad of hulp. Dat ik mijn schouders er onder zet. Dat ik er weer sta.

En plots, vandaag, herinner ik me hoe fijn het is om kwetsbaar te mogen zijn bij iemand. Hoeveel lef het vraagt, ook. Hoe breekbaar het is om je van je kleinste kant te laten zien en toe te geven dat je het allemaal niet weet. Of dat je bang bent. Of moe. Of dat je gewoon even niets te vertellen hebt, dat je alleen maar wat wil zijn. Of dicht zijn.

Ergens in mijn hoofd wordt een doosje geopend met herinneringen aan kwetsbaar zijn bij Dirk. Het is lang geleden, maar ik voel iets van heimwee prikken. Ik sluit het doosje, want het hoeft nu ook weer niet te gaan jeuken.

De avond uitzitten. Nog wat werk verzetten. Hopen op een goede nacht. De teugels van mijn gedachten en gevoelens strak trekken. Weten dat het morgen wel weer beter zal gaan. Hup.

Bij het gevoel kwam er een herinnering aan een gedicht boven. Het is van Roland Holst, en ik deel het bij deze:

ZWERVERSLIEFDE

Laten wij zacht zijn voor elkander, kind –
want, o de maatloze verlatenheden,
die over onze moegezworven leden
onder de sterren waaie’ in de oude wind.

O, laten wij maar zacht zijn, en maar niet
het trotse hoge woord van liefde spreken,
want hoeveel harten moesten daarom breken
onder de wind in hulpeloos verdriet.

Wij zijn maar als de blaren in de wind
ritselend langs de zoom van oude wouden,
en alles is onzeker, en hoe zouden
wij weten wat alleen de wind weet, kind –

En laten wij omdat wij eenzaam zijn
nu onze hoofden bij elkander neigen,
en wijl wij same’ in ’t oude waaien zwijgen
binnen een laatste droom gemeenzaam zijn.

Veel liefde ging verloren in de wind,
en wat de wind wil zullen wij nooit weten;
en daarom – voor we elkander weer vergeten –
laten wij zacht zijn voor elkander, kind.

Misschientjes

Ik heb er een paar drukke dagen opzitten. Lange dagen. Van huis van 6u ’s ochtends tot de volgende dag 22u en de dag er op nog eens van 9 tot 21u. Werk.

Mijn efficiëntie implodeert vandaag. De kindjes zijn op school/op opvang, ik sluip door het huis, zoek alle truien die ik kan vinden, ben zo kouwelijk, heb honger, ik zou wel tien taarten willen eten en vijftien kopjes soep en hete thee en spaghetti met een romige saus. En zo kan ik nog een tijdje doorgaan. Ik overweeg om tijdens mijn middagpauze naar de chocolatier te rijden en om pizza te bestellen*.

* Die dingen doe ik nooit, echt. Ik heb één keer pizza besteld sinds Dirk het huis uit is, en voel me nog steeds behoorlijke schuldig over het feit dat ik toen 10 euro (oftewel een derde van het weekbudget**) heb besteed aan iets dat vet en ongezond was.

** Over dat weekbudget, zie weekbudget en over die pizza, duidelijk een geval van emo-eten, zie: pizza.

De signalen zijn duidelijk. Energie te kort, ik ben te moe, de laatste dagen hebben te veel van me gevraagd. En hoewel ik nu gewoon flink aan de slag wil, lukt het me niet, waardoor de frustratie groeit, evenredig met de zin in niets doen, pizza en taart eten en me onder een dekentje verstoppen.

Enkele maanden terug was dit de ideale voedingsbodem geweest voor een dip van jewelste, een crisis zonder weerga. Intussen werkt het anders in mijn hoofd. Ik denk meer in perspectief, met dank aan Veerle.
Op een dag, namelijk, zijn Babybroer en Kleuterzoon groot genoeg om een hele nacht door te slapen en zichzelf aan te kleden.
Op een dag, namelijk, zijn de schulden die ik voor Dirk afbetaal, op. En dan is het feest.
Op een dag, namelijk, is het terug lente, en is de wereld wat warmer.

En dan zijn er nog de misschientjes.
Op een dag, misschien, brengen de jongens mij ontbijt op bed. 🙂
Op een dag, misschien, kan ik rustig even de krant lezen terwijl ze spelen.
Op een dag, misschien, moet ik mijn warmte in bed niet meer halen bij drie kersenpitkussens, strategisch verspreid, maar is er misschien wel iemand met armen om in te kruipen.

En tot die dagen komen, is het vandaag ook wel even goed genoeg zoals het is. Zeker als ik dadelijk toch even naar de chocolatier rijd, voor de belachelijke luxe van een klein taartje met bittere chocolade.

Leeg, leger, leegst

Ik doe heel erg mijn best. Om het beter te laten gaan.

Dat houdt in dat ik afstand heb genomen van Dirk. Ik merkte dat dat me meteen een klein beetje extra energie opleverde, want het is heel vermoeiend verwachtingen te koesteren van iemand die geen enkele verwachting wil en kan inlossen. Het is ook vermoeiend om antwoorden te verwachten van iemand die de vragen niet wil horen.

Maar intussen is het vakantie. En ik ploeter me door de dagen, tel elke dag de uren af tot de kinderen in bed liggen, voel me leeg, leger, leegst, van het schipperen tussen een peuter en een kleuter, van het proberen aanbieden van leuke activiteiten, van het combineren van huishouden en zorg, van het proberen voorkomen van allerlei rampen (vingers in stopcontacten, aan tafelkleden van gedekte tafels trekken, die dingen), van de moed er proberen inhouden, van voelen dat ik niet meer kan en toch nog moet, van ’s avonds tijdens het avondritueel zo uitgeput te zijn dat ik denk te moeten braken, en preventief het wc-deksel maar naar boven te doen, waarna Babyzoon de volledige toiletrol en drie duploblokken in de wc gooit op minder dan een seconde tijd.

Zo moe.

En eerlijk? Dagen met twee kleine kinderen zijn niet leuk. Niet als ze genoeg in leeftijd verschillen om weinig te kunnen verzinnen waar je ze tegelijk mee kan bezig houden. Niet als je niet naar buiten kan omdat het te koud is. Niet als je niet kan rijden en in een dorp woont waar zelfs geen bakker meer is. Niet als je je geïsoleerd voelt en zelfs niet kan bedenken wie je zou kunnen opbellen om hulp te vragen. Niet als je geen geld hebt voor leuke uitstapjes naar de zoo, die vrienden voorstellen. Niet als je de cadeau gekregen rampzalig grote tv niet eens aangesloten krijgt aan de cadeau gekregen dvd-speler, waardoor je de kleuter niet even voor een film kan parkeren. Niet als vrienden waar je afspraken mee maakt afbellen omdat het sneeuwt. Niet als geen enkele babysit beschikbaar is (ik weet niet eens waar ik naar toe zou gaan, desnoods ga ik twee uur in mijn auto zitten, maar ik wil gewoon even gerust gelaten worden).
Eerlijk? Ik verveel me dood, met die kleuterspelletjes en babyboekjes. Ik vind er weinig aan. Ik ben dol op mijn kinderen, maar dit soort dagen zijn verschrikkelijk. Zeker omdat Babyzoon weer een totaal verstoord slaappatroon heeft, en ik de laatste tijd aan nog maximum 3 uren per nacht slaap kom.

Leegst, dus.

Update: ik smste een buurvrouw. Of ze even koffie wou komen drinken? Ze begreep de hint. Vrouwen onder elkaar I guess. Ik kon even de keukendeur sluiten tijdens het koken, terwijl zij het nadoen van dierengeluiden en het aanmoedigen van Kleuterzoon op zich nam.

Blauwbaard

Kopje onder & spartelen

Het is eind december. Ik kijk terug op de voorbije maanden. Sinds het vertrek van Dirk waren er ups en downs. Als ik het in een beeld moet vatten, zou ik het beschrijven als zwemmen, vaak kopje onder dreigen te gaan, bij momenten elementen zien waar ik me aan vast kon grijpen, maar telkens terug met die natte handen grip verliezen, loskomen, kopje onder gaan, spartelen, erg moe worden.

Schrijven over de ups en downs

Soms had ik het gevoel dat de lezers het even zat waren als ikzelf.

De ups en de downs. Ik schreef er over, hier. Soms vroeg ik me af of ik het wel moest doen. Want het was naakt, en kwetsbaar. Soms was ik het zelf spuugzat, het hele verhaal, het gesmacht naar een Dirk die niet deugt, het eeuwige liedje dat ik moe ben en verdriet heb. Soms had ik het gevoel dat deze blog een vrijplaats werd voor echte verhalen. Soms had ik het gevoel dat de lezers het even zat waren als ikzelf. Soms kreeg ik een berg ongevraagd maar heel goed bedoeld advies dat ik in mijn verdrinken niet kon uitvoeren. Soms kreeg ik een heleboel liefdevolle acties van lezers over me heen, zie bijvoorbeeld Sinterklaasblogje. Soms kreeg ik de boodschap van anderen dat ze blij waren dat ik schreef, dat het troost. Zelf weet ik niet zo goed of een blog als deze onder de categorie ‘arme-ik’-blogs valt, eindeloos in herhaling valt, of gewoon het eerlijke verhaal probeert te brengen van verdriet dat erg taai is, en dat elke keer als je denkt dat het het overwonnen hebt, weer terug slaat. En ik probeer ook inzicht te geven in het alleenstaande ouderschap. Ik stelde me er zelf nooit veel vragen bij, tot ik zelf in de situatie zat. Ik denk dat ieder van ons wel alleenstaande ouders kent. En ik geloof dat die allemaal op hun tijd vechten met zichzelf om geld, om tijd, om rust, om het verzoenen van hun eigen verlangens met de noden van hun kinderen, om het loslaten van het ideale plaatje enzovoort. Lees bijvoorbeeld a game to play daarover. Of wat ik schreef over de combi werk-gezin voor alleenstaande ouders, werk-gezin-combi. Ik denk trouwens dat al die worstelingen die ik net noemde, niet voorbehouden zijn voor alleenstaande ouders, maar herkenbaar voor iedereen die zorgt draagt voor iets of iemand anders.

Veranderingen in kleine stapjes

Terug naar het zwemmen. Soms deed ik pogingen om uit het water te klimmen. Ik maakte masterplannen, zette stapjes. Er veranderden dingen, zeker, maar het bleef zwemmen.

Dat er dingen veranderden, besprak ik in het eindgesprek van mijn cursus work-life-balance. (Voor het verhaal over de eerste sessie: eerste sessie work-life-balance.) De lesgeefster gaf me terug dat ik de eerste sessies totaal in een fight/flight-modus zat en dat ik ergens halverwege een omschakeling heb gemaakt, naar een meer relaxte staat van zijn, een andere prioritering gevend aan de dingen in mijn leven. Ik merk zelf dat ik inderdaad een dagje naar het museum even belangrijk ben gaan vinden dan het afwerken van een rapport. Omdat ik geleerd heb dat je een balans moet vinden tussen wat moeite kost, en wat energie oplevert. Tegelijkertijd merk ik ook dat ik wat doorgeslagen ben in dat relax, en dat ik mijn grip op de dingen wat verlies en verval in eindeloze vermoeidheid. De lesgeefster wist me te vertellen dat dat over zal gaan, en dat ik dan naar een punt zal komen dat ik niet meer zo hard en krampachtig werk als vroeger, maar dat ik een gezonde efficiëntie bereik en wat meer balans in mijn leven.

Voedingssupplementen, pepmiddelen, koffie en suiker en zuivel minderen

Dingen veranderen, dus. Maar het zwemmen bleef, de vermoeidheid leek erg genadeloos. Ik probeerde truukjes, zoals voedingssupplementen, pepmiddelen, koffie en suiker en zuivel minderen.

Ik heb al verschillende keren gedacht dat ik de beslissende stap vooruit heb gezet, waar ik dan over schreef, om een tijdje later weer te zeuren over verlangens naar Dirk, verdriet en vermoeidheid. Daarom durf ik geen victorie meer kraaien, geen hoera meer te roepen.

Maar enkele dagen geleden had ik een gesprek met een vriendin. Als gevolg van dat gesprek ging ik het verhaal van Blauwbaard lezen in ‘De ontembare vrouw’, van Clarissa Pinkola Estés.

Op pagina 63 staat: ‘Een vrouw probeert zich misschien te verbergen voor de verwoestingen in haar leven, maar het bloeden, het verlies van levenskracht, zal doorgaan totdat zij de roofvijand in zijn ware gedaante ziet en deze aan banden legt.’

En op pagina 65: ‘In deze situatie verliest een vrouw haar energie om iets tot stand te brengen, of dit nu oplossingen voor alledaagse levenskwesties rond school, gezin of vriendschappen betreft, of haar bezorgdheid over dwingende kwesties in de wijde wereld of zaken des geestes, haar persoonlijke ontwikkeling, haar kunst. Het is niet alleen maar iets uitstellen, want het gaat weken en maanden lang door. Ze lijkt uitgeblust, vol ideeën misschien, maar volkomen lusteloos en steeds minder in staat naar deze ideeën te handelen.’

De herkenning trof me. Ik besefte dat je moe wordt van het combineren van werk en gezin en van het alleenstaand moederen. Maar dat uitputting komt door het verliezen van levenskracht aan iets dat je als roofvijand zou kunnen bestempelen. Ik weet heel goed dat dat in mijn leven de destructieve verhouding is met Dirk, het verlangen naar iemand die geen goede man is voor me. En de uitputting die daardoor wordt veroorzaakt, kan ik niet bestrijden met een vitaminepil.

Dus ik stuurde een mailtje, naar een vrouw die vrouwen begeleidt om terug toegang te krijgen tot hun eigen innerlijke, tot hun eigen kracht. Ik wil niet meer uitgaan van mijn zwakte en vermoeidheid, ik wil uitgaan van de kracht die er is, en daar opnieuw mee in contact komen. Ik ben bang dat het me niet lukt, en dat ik binnenkort weer moet toegeven dat mijn hand weer grip verloor terwijl ik echt dacht dat ik me ging optrekken uit dat water. Maar kijk, ik wil het proberen.

Sinds ik het verhaal gelezen heb, voel ik me alleszins alsof ik ‘wakker’ geworden ben. En ik ben er in geslaagd twee avonden op rij op te blijven, in plaats van erg vroeg te gaan slapen. Wie weet. Wie weet lukt het deze keer echt.

Impressies

Grijs
Over boze buien en lichte wezens

Mijn gemoed is even grijs als het weer. Het regent, ik spoed me door het bos met Babyzoon achterop, om hem zo snel mogelijk in de warme opvang te hebben. In me woedt er weer een portie boosheid, tot ik opgeschrikt word door drie reeën, die dartel de weg over steken. Lichte wezens, denk ik. Letterlijk. Ze lijken wel te zweven. Vervolgens vliegt er een buizerd laag over. Even ben ik opgenomen in iets wat groter is dan mijzelf.

Zwart
Over plakkerige patronen en pizza met appeltaart

Na weer een conflict, heb ik Dirk een lange mail geschreven om hem te vertellen wat er bij mij speelt. En dat het niet vanzelf over gaat allemaal, die ruis tussen ons, die verwijten, die teleurstelling, die boosheid. Dat het conflict altijd op de loer ligt, klaar om ons te bespringen. Ik stel voor om te praten, met iemand erbij. Zo vaak het nodig is. Hij reageert niet op mijn mail, en als ik hem zie begint hij er niet over. Als ik er naar vraag, zegt hij dat hij het allemaal niet nodig vindt. We hebben een discussie. Again. Zelfde patronen, zelfde onbevredigde boze gevoel, en zoals altijd vertrekt hij tijdens het gesprek. Ik kan de muren wel oplopen. In plaats daarvan bestel ik pizza en warme appeltaart, ga ik op de bank zitten met een dekentje en de computer, en kijk ik naar een documentaire over gezonde voeding. Ja, hoor, met een pizza die druipt van het vet en dampende mierzoete appeltaart toe.

Roze
Over ochtendgloren en babygeur

Ochtend. Babyzoon wil overal naar toe gedragen worden, kijkt aandachtig mee hoe ik havermoutpap maak met één hand, en koffie zet met één hand. Ik kus hem tussendoor, en snuffel aan hem. Wat blijft dat toch lekker, zo’n Babymannetje.

Rood
Energie verloren en verloren energie

Ik schommel zo vaak tussen boos en moe. Boos en moe. Boos en moe. Boos en moe. Als ik geen energie heb, voel ik me uitgeput en krijg ik niets gedaan. Als ik energie heb, ben ik boos en krijg ik niets gedaan. Ik vraag me vaak af wat ik moet doen om hier vanaf te geraken. Het lijkt telkens maar alsof ik niet opschiet, alsof het niet betert, alsof dit een eindeloos lijden is aan mezelf en aan die ander. Ondanks mijn goede plannen, mooie voornemens, het eeuwige doorwroeten van mijn geest, het proberen begrijpen wat er gebeurd is en daar goede verklaringen bij vinden, die dan innerlijk keihard botsen met het gevoel. Het gevoel dat ik toch mijn best heb gedaan voor hem en voor ons. Dat hij te makkelijk opgegeven heeft. Dat de mannekes beter verdienen. Dat ik dit niet verdiend heb. Dat er niets eerlijk aan is. Dat ik niet heb mogen kiezen en wel met de gevolgen leef. Dat hij er een lekker relax leventje aan over heeft gehouden en ik de combi werk-gezin-verdriet-huishouden niet red.

Wit
Over tijd & nieuwe kleurpotloden

Er ligt wat tijd voor me. Wat vrije tijd. Wat tijd om even na te denken hoe ik verder wil. Met werk, met huishouden, met verdriet, met de kinderen. De tijd is niet onbeperkt, lang niet, en ik ben bang dat de tijd makkelijk opgeslokt zal worden door de kinderen, door Kerst, door Oud & Nieuw, door opruimen, door praktische zorgen. Ik verlang naar grote lege vellen papier, waarop ik de dingen opnieuw wil uittekenen. Niet meer vanuit ‘overleefmodus’, maar vanuit keuzes. Wat vind ik belangrijk, hoe wil ik de dingen aanpakken, wat geef ik tijd, hoe wil ik mama zijn, hoe wil ik in dit leven staan? Misschien moet ik mezelf eens een bezinningsdagje gunnen. Niet hier, maar op een plek waar ik kan nadenken. Een plek waar ik naar toe ga met lege flappen papier en nieuwe kleurpotloden. Iemand suggesties?