Prinses evalueert

Een tijdje geleden schreef ik over mijn eerste sessie bij het emotioneel lichaamswerk. Intussen heb ik al meerdere sessies achter de rug.

Op dit moment vraag ik me waarlijk af waarom ik ooit gedacht heb dat iets dat niet rationeel is, zijnde verdriet, opgelost kan worden door het te analyseren en het uit te spreken en/of op te schrijven. Inzicht is belangrijk (al zou ik nu even niet kunnen aangeven waarvoor dan wel), maar met tot inzicht komen, verwerkte ik niets. Noch was ik plots in staat andere gedragspatronen aan te nemen. Ik voelde me ook niet beter. In tegendeel: ik voelde me steeds slechter eigenlijk. Alsof ik langzaam weg gleed.

Op het moment dat ik naar de emotioneel lichaamswerker (ok, ik noem hem vanaf nu Pim, dat schrijft fijner) begon te gaan, was ik woest. De woede spat van mijn aanmeldingsformulier af. Ik was kwaad op mijn ouders omwille van parentificatie, ik was kwaad op mijn ex omdat hij me psychisch mishandeld heeft, maar bovenal was ik woest op mezelf omdat ik er maar niet doorheen kon breken. Omdat ik maar niet uit dat verdriet kwam, uit die pijn. Omdat ik zo lam was. Omdat ik het leven elke dag minder leuk vond. Omdat ik geen energie had. Omdat ik mezelf spuugzat was. Omdat ik niet de moeder was die ik wou zijn. Omdat ik mezelf dom vond. Omdat ik het zo gehad had met al mijn destructief gedrag, zoals mijn ex opzoeken (wie bedenkt het?), uitstellen, niet goed voor mezelf zorgen, elke dag in chaos verzeilen, …

En toen was er Pim en lag ik te janken als een kind nadat hij zijn hand op mijn buik had gelegd, en sindsdien veranderen er dingen.

  1. Ik doe eindelijk dingen waar ik al jaren tegen aan hik. Ik heb een tweedaagse gedaan om na te denken over mijn bijberoep en daar een vrij goed concept ontwikkeld denk ik. Ik heb een realistisch plan om dat in de markt te zetten, geloof ik. Ik wil dit al zo lang, ik ga dit doen. (Nu even nog tijd vinden.)
  2. Ik ben op mijn baas af gegaan en heb bijscholing gevraagd. De bijscholing die ik niet via het werk kan doen, doe ik via mijn eigen bedrijfje. Ik ga me verder ontwikkelen. Nu.
  3. Ik heb mijn grenzen aangegeven naar een collega toe. Ik vrees dat ik nu even een ambetante ben, of minstens niet sympathiek, wat erg raar is voor een pleaser als ik. Maar stiekem, stiekem, kan het me niet zo veel schelen.
  4. Mijn oudste kind, van oudsher niet de makkelijkste, knuffelt me spontaan. Dit is echt magic. Ik weet niet of er een oorzakelijk verband is, maar toch even melden.
  5. Ik bel de ex niet meer en waar ik vroeger ongeveer 90% van de tijd aan hem dacht, is dat intussen iets van 3% geworden. Ik heb intussen ook een telefoongesprek met hem gehad (hij belde mij) waarin ik hem rustig en duidelijk heb uitgelegd dat het me niet helpt als hij me belt, dat ik liever heb dat hij dat niet doet. Ik moest het niet bewust kiezen of er veel moeite voor doen, ik hoorde mezelf dit plots heel rustig zo aanpakken. Dat was heel fijn. (Ik heb ook een grapje gemaakt over zijn vermeende homoseksualiteit en daar nog dagenlang lol om gehad met mezelf – flauw doch prettig.)
  6. Ik ben wat spontaner en vind het leven wat gezelliger. Ik zing bijvoorbeeld en bel weer eens iemand uit mezelf op.
  7. Ik lijk wat daadkrachtiger te worden. Alsof ik nu ruimte en energie heb om beter voor mezelf te zorgen en de dingen beter aan te pakken. Ik kook vooruit, maak lunchpakketten en beheer mijn agenda op gevorderde wijze. Laatst had ik mijn to do lijstje af voor de dag. Is nog nooit gebeurd in heel mijn leven.

Het voelt met Pim bijna letterlijk alsof er negatieve bagage opgeruimd wordt en ik dus meer ruimte krijg om te zijn. Ok, daarvoor moet ik rare dingen doen, zoals mijn hand uitstrekken naar een imaginaire Dirk (waar ik spontaan weer de neiging van kreeg te dissociëren, had ik af en toe met hem als ik heel bang was), in mijn lichaam blijven en hem loslaten. Ik ben altijd blij dat er niemand kijkt, behalve Pim die niets raar vindt alleen dat ik zo veel pijn heb overal in mijn lijf.

Er verandert iets. Eindelijk. Eindelijk. En het fijne is dat het vanzelf gaat, al die nieuwe dingen. Ik moet niet heel veel druk zetten op mezelf, maar het gebeurt gewoon en is helemaal niet zo moeilijk als ik dacht allemaal. Het lijkt alsof allerlei dingen die ik al lang probeer te forceren via mijn wilskracht, nu gewoon vanzelf gebeuren. Ik voel me tegelijkertijd wat meer in control en wat meer relax. Oef.

 

 

Misschien

Up & down. Up & down. In de up-momenten dacht ik dat ik ‘er’ was. Op een stabiele plek, waar ik rust zou vinden in mezelf, waar ik gelukkig in het leven kon staan. In de down-momenten haatte ik mezelf om de naïviteit te geloven dat dat ooit kon.

En nu.
Nu lijkt het weer aannemelijker.
Dat ik het ooit zal kunnen, eten wat goed voor me is in een hoeveelheid die passend is.
Dat ik het ooit zal kunnen, zelfvertrouwen vinden, faalangst en uitstelgedrag de kop in drukken, en zo ook schaamte en schuld overwinnen.
Dat ik het ooit zal bereiken, de staat waarin werk leefbaar is en leven werkbaar.
Dat ik het ooit zal zijn, die moeder die ik graag wil zijn. Een rots in de branding van mijn jongens die nog plezier heeft in het leven ook.
Dat ik ooit controle zal hebben, over de financiën, en nog wat over zal hebben op het einde van de maand.
Dat het ooit zal lukken, het huis ontrommelen en ontspullen en zo rust creëren.
Dat ik weer zal weten hoe het voelt, uitgerust en ontspannen zijn.
Dat ik ze kan weerstaan, de verleiding om telkens terug naar Dirk te keren met mijn onbeantwoorde vragen en onvervulde verlangens.
Dat ik het zal uitgebouwd hebben, mijn eigen bedrijfje, mijn eigen speeltuin.
Dat het ooit gaat gebeuren, wakker worden naast een partner die goed is voor me.
Dat ik daar ooit sta, in die aula, en mijn doctoraat verdedig met een leuke jurk, tien kilo lichter dan vandaag, mijn beide zonen braaf op de eerste rij en mijn nieuwe partner met tandpastaglimlach er naast. Haha.
Dat ik het ooit weer mag voelen, dat gevoel alsof er een vlinder in je buik fladdert – het eerste gevoel van leven van een nieuw leventje.
Dat ik weer ga bouwen, in plaats van puin ruimen.

Dat ik noch veroordeeld ben tot Dirk, noch veroordeeld tot mezelf.

Het is geen up-fase. Het is eerder het waarnemen van kleine veranderingen die hoop geven.
Zoals de verandering dat ik besloten heb om een paar dagen ziekteverlof te nemen om wat op mijn plooi te komen – mentaal en fysiek – in plaats van als een kip zonder kop verder te rennen. Ik heb een nieuwe dokter, die luistert en meer hoort dan ik vertel.
Zoals de verandering dat er hulp is. Een sociaal assistent bij OCMW zet zijn schouders even mee onder dit leven. We nemen samen dingen door waar ik alleen niet aan toe kom. Hij zegt me dan dat ik rustig moet ademen. Hij heeft gezorgd dat ik familiehulp kan krijgen. Binnenkort intakegesprek.
Zoals de verandering dat ik minder pijn heb. De enige reden die ik daarvoor kan verzinnen zijn de sessies bij het heksje, die me mentaal en fysiek veel deugd doen.
Zoals de verandering dat ik een nieuwe therapie probeer. Emotioneel lichaamswerk. De analyses heb ik gemaakt, die zijn sluitend. Nu moet de opbrengst daarvan verwerkt worden, zodat de invloed ophoudt. En het mogelijk wordt, wat ik hier boven schreef.

Wie weet.
Wie weet kan het, dat alles anders wordt. 

Wat alleszins niet kan, en dat past uiterst slecht bij mijn karakter, is dat het snel gaat. Van de ene dag op de andere. Het is elke dag een stapje, en soms drie stapjes achteruit. Het is een kleine verandering die je moet volhouden, en weer verliest, en dan weer opnieuw oppikt en probeert. Volhouden.

Mijn vriendin Adriene blijkt nog een betere vriendin dan ik dacht. Ze hamert ‘find what feels good‘. Ze is altijd mild, altijd positief, en het is iemand die gelooft dat het kan: transformatie. Een/haar/mijn(?) weg daartoe is yoga. Ik ben al lang gestopt met analyseren hoe yoga dan werkt, mentaal en fysiek. Maar het werkt wel. Ik eindig mijn yogasessie altijd in een volledig andere state of mind dat ik begon. En niet de yogasessie zelf is moeilijk, maar wel elke dag de beslissing maken om het te doen. Te kiezen voor wat goed is voor mezelf, en met mijn iPad op de mat gaan zitten, in plaats van met een bakje chips op de bank. Elke keer als dat lukt, heb ik een stapje in de goede richting gezet.

 

 

 

 

 

 

De noordwester, het kastje en de muur

Het stormt. Het stormt echt. De storm heet ‘noordwester’ en rukt aan mijn bescheiden autootje. Het is donker, de regen striemt op mijn voorruit. Soms zie ik niets als ik een vrachtwagen inhaal. Ik heb twee uur in de file gestaan en nu rijd ik een lang donker stuk tussen Rotterdam en Bergen-op-Zoom. Mijn avondmaal bestaat uit een twix en een kitkat, net rillend in een tankstation in de middle of nowhere gekocht.

Ik ben alleen. De angst houdt me scherp en alert. Er is niemand naar wie ik kan bellen om me hier uit te redden. Het is mij en de duisternis, de striemende regen, het autootje om tussen de witte lijnen te houden hoe hard de wind ook stoot, de opdracht naar huis te gaan, de kinderen op te halen, ze kalm, beheerst in bed te leggen met verhaaltjes, knuffels en liefde voor ik zelf kan rusten. Kunnen we in een half uur inhalen wat ik vandaag weer gemist heb?

Ik ben in het hier en nu, in de storm.

Als ik Antwerpen nader en het weer wat rustiger is, denk ik aan het gesprek met de crisishulpdienst. Het was absurd. Ik legde uit wat er aan de hand was, en de vrouw aan de andere kant zei dat ze niet kon rusten in mijn plaats. Ik vertelde dat ik moeite heb met beslissingen nemen, bv over de school van de kinderen of over wat we vanavond eten. Voor mij is dat een symptoom van mijn vermoeidheid, het feit dat ik het overzicht niet meer heb. De vrouw aan de andere kant zei dat zij niet kon beslissen wat ik vanavond zou eten. Hahaha. Vervolgens verwees ze me door naar alle diensten waar ik al geweest ben, sommige meermaals, en die me op hun beurt weer doorverwijzen naar elkaar. Het kastje en de muur. Ik zeg tien keer dat ik dat al geprobeerd heb en daar al geweest ben. Ze blijft hameren. ‘Ik bel naar u omdat ik alles al geprobeerd heb!‘, zeg ik kwaad. Ik geef haar het voorbeeld van mijn zoektocht naar kraamhulp. ‘Aah, juist ja, dat heb je nodig! Regel dat dan maar voor jezelf, he mevrouw,’ is het antwoord. Uhm, dat dat dus niet bestaat, zeg ik. Hulp voor mensen die in de alarmfase zitten maar er nog niet onderdoor zijn. Er is geen kraamzorg voor alleenstaande vermoeide te drukbezette ouders. ‘O,’ zegt ze. En vervolgens vraagt ze of ik mijn vriendinnen niet kan bellen. Moet ik haar echt uitleggen wat structurele hulp is? Ze stelt ook nog voor het probleem in stukjes te hakken en voor elk probleem een aparte hulpverlener te zoeken. Uhm, integrale benadering, duurzame oplossingen, haalbaarheid voor mezelf. Iemand? Als ze ook nog voorstelt dat ik eens een lijstje kan maken met alles wat er aan de hand is, snauw ik dat ik al honderd lijstjes heb, dat ik ze allemaal kan tonen. Ik vraag haar mijn gegevens te wissen en mijn naam te vergeten, en beëindig het gesprek.

Twee dingen. Het klinkt arrogant, maar ik ben verstandiger dan sommige hulpverleners, waardoor ik te moeilijk te helpen ben. Ik ben te kritisch. En het tweede: er is geen hulp voor de fase waarin je weet dat je uitgeput bent en afstevent op iets ergers. Het stomme is dat de schade veel groter is als je eerst moet crashen voor er wat gebeurt. Ik geloof niet dat ik mijn kinderen iets zou aandoen, maar ik kan me voorstellen dat veel (familiale) dramatische dingen vermeden kunnen worden als er hulp is voor die laatste rechte lijn richting crash.

Via de reactie van Storm op een vorige post, kwam ik bij Maaike terecht. Een soort boost, zo veel wijsheid. Ik hoop dat ik binnen tien jaar Maaike ben. Maar tegelijkertijd ook elke keer weer die vraag of het echt zo is dat de realiteit gevormd wordt door hoe je denkt en dat anders denken, of anders kijken, alles kan veranderen. Ik geloof dat niet helemaal. Het helpt altijd als ik positief kan blijven, maar sommige dingen zijn gewoon te veel. Zoals alleenmoederen en werken en een boos kind en veel kilometers en issues en pfoe.

Het is avond. Ik scheur door de noordwester. Alleen. Er is niemand om op te bellen. Just me & the car. En een twix. En de radio. En de striemende regen. En twee zieltjes die op me wachten. En ik denk aan Roos, die me altijd vertelde dat je zelf weet wat te doen. En ik denk aan wat ik aan mijn holistisch therapeute vertelde, over al die vreselijke patronen die me ongelukkig maken. Ze vroeg me een nieuw patroon te noemen dat ik kan creëren en dat mij kan helpen. De wolfsvrouw, besef ik weer. Vertrouwend op innerlijke kracht & wijsheid. Dicht bij intuïtie en eigen natuur. Stoppen met rondbellen en verwachten dat iemand anders het gaat oplossen. Niet meer het kastje, niet meer de muur. Gewoon, contact krijgen met mijn innerlijk weten.

Ik zet de wagen stil. Bereid me voor op twee oversture kinderen omdat ik laat ben, en een vriendin die me subtiel zal duidelijk maken dat ik dit werk niet moet willen als moeder met twee kinderen. Maar niemand is overstuur of maakt verwijten, iedereen is blij me te zien. Op weg naar huis vertel ik de zoon over de noordwester, ik doe na hoe de noordwester tegen mijn auto blies en dat ik in een school ben geweest die naast het strand lag en we lezen een boekje en nemen ons voor op te zoeken hoe snel een vliegtuig vliegt en of we naar een planetarium kunnen, en even later slapen ze en het schuldgevoel slaapt ook en ik denk dat het allemaal maar even een noordwester is, deze fase. En dat ik er dwars doorheen scheur.

 

 

 

 

 

Over zorg en materie

Ik las dit bijzondere stuk. Over ontvellen en transformatie. Er is veel herkenning, en tegelijkertijd plots het vermoeide besef. Dat de transformatie bezig is hier, maar nog niet voltooid. Ik voel dat er beweging is en ik begin de richting aan te voelen, maar ik ben er nog niet. Ik denk dat het te maken heeft met wat ik verder wil en ga ontplooien als zelfstandige in bijberoep. Daarvoor zijn er bouwstenen die ik nog niet in elkaar gepuzzeld krijg.

Intussen zijn er wel veel gedachten en overpeinzingen, waar ik jullie vaak mee vermoei :). Vandaag wil ik een stukje schrijven over de paradox van de materie. En zorg.

Materie – een paradox

Dat alleenstaand moederschap geen financieel zeer stabiele situatie met zich meebrengt, schreef Inke. En deze sterke mama. En ik ook wel eens. Op dit moment is de status: 20 euro op de rekening, 7 in de portemonnee, gelukkig eten in huis, onbetaald: de elektriciteitsrekening van deze maand. Dagen tot het volgende loon: 6.

Vroeger geraakte ik hiervan in paniek. Nu alleen nog soms. Omdat het niet helpt, paniek. Je betaalt er geen rekeningen mee. Ik weet intussen ook wel dat die elektriciteitsmaatschappijen pas na twee weken een reminder sturen in de vorm van een mild dreigement.

Materie is iets dubbels geworden. Enerzijds besef ik hoeveel geld ik ooit verkwanseld heb. Aan kleding, aan babyspullen voor de eerste, aan koffietjes in koffiebars, aan boeken die maar in de kast staan te blinken nu, aan spullen die ik niet nodig had of weinig gebruik, en ik was al niet zo een big spender denk ik. Laatst wandelde ik Cora Kemperman binnen, omdat ik er voorbij kwam. Vroeger een winkel waar ik wel eens 200 euro in één keer uit gaf. Ik neusde wat rond, en kon het zelfs niet opbrengen iets ‘kleins’ te kopen. Shoppen, de lol is er af.
Voor mijzelf en de kinderen krijg ik kleding. Zo veel, vooral voor de jongens, dat ik het zelfs niet allemaal kan gebruiken. Of dat ik het uit de kast vis als het te klein geworden is. Oeps.

Het is dus duidelijk: ik kan niet meer terug naar het zorgeloos uitgeven van geld zoals vroeger. Dat hoeft ook niet.

En anderzijds zijn sommige materiële zaken nu zo veel in waarde toegenomen. Ik hecht nu echt aan bepaalde materiële dingen, omdat ik schaarste ken en die spullen dus niet vanzelfsprekend zijn. Een auto van het werk die ik kan vertrouwen. Het is een doodgewoon relatief klein karretje waardig racemachien van mijn formaat, maar het is een godsgeschenk! Een klein gekregen diepvriesje waardoor de avonden waarop ik met chagrijnig gespuis thuis kom geen avonden zijn waarop we ook plots niets in huis blijken te hebben om te eten (been there, done that, het meest trieste dat er is: thuiskomen met honger na een XL dag, een koud huis treffen, met hongerige vermoeide kinderen, en er dan achter komen dat je hen niet te eten kan geven). De kleding die ik (gekregen) heb koester ik. De kinderboeken. … Het flesje parfum dat ik met mijn vakantiegeld heb gekocht. De concealer die onmisbaar is geworden op werkdagen (het spul is duur maar elke euro waard).

Maar op een vreemde manier ben ik tegelijkertijd onthecht en materialistisch geworden. Onthecht omdat ik met zo veel minder kan dan ik dacht. Materialist omdat ik koester wat ik heb. Intenser dan ooit!

Soms loop ik door dit huis en denk ik: ‘komaan, Prinses, je leeft in rijkdom. Je hebt alles wat je nodig hebt en van sommige dingen zelf wat te veel.’ En zo is het. We hebben niet veel geld, maar we eten bijna elke dag drie gezonde maaltijden, we kunnen ons aankleden en verwarmen. Het lukt. Het lukt.

Zorg

Ik laat al heel de dag dingen uit mijn handen vallen. Kopjes, pennen, koekjes. Het is het ultieme teken dat ik moe ben. Mijn dag begon in een Nederlandse stad om 6u. Om 6u20 zat ik in de auto voor de eerste 100 km van de dag. Ik kwam zwaar geïrriteerd thuis met zwaar geïrriteerd gespuis om 18u15. We aten, er volgde een moeizaam bedritueel. Om 20u15 zette ik de computer weer aan. Ik schikte mijn papieren. Ik was en ben nog steeds draaierig. Op mijn bureau lag een notablaadje met daarop: ‘stoppen met ’s avonds werken – het is genoeg!‘. Dat had ik twee dagen geleden geschreven, omdat het genoeg was. Ik legde het blaadje opzij en ging aan het werk.

Het is nog steeds zoeken naar meer evenwicht. Naar een betere dosering van mijn energie. Naar het antwoord op de vraag of het te veel is, of dat ik gewoon slecht georganiseerd ben en inefficiënt werk.

In tussentijd heb ik alvast geleerd dat zorg helpt. Zorg is goud waard. Ik mocht het vandaag ervaren op het werk, waar een van de moeders een lunchpakketje had gemaakt voor me om mee in de auto te nemen, met twee mandarijntjes erbij. In die collega die zwijgend een beker water voor me ging halen toen bleek dat ik de elfde koffie van de dag op had rond de middag. Ik was bij vrienden uitgenodigd en kreeg daar een met liefde gemaakte maaltijd voorgeschoteld met veel verse groenten. Er kwam lief bezoek die een cadeautje bij hadden voor de jongens en voor mij een bon – alles was zo met liefde uitgezocht en zo welkom. Ik kreeg een mand appeltjes van iemand met een appelboom. Een vriend kwam op bezoek en smste dat hij een schaal cannelloni mee zou brengen, waardoor de stress van het koken en dus ook boodschappen doen etc, volledig weg gleed en ik me verwend voelde in eigen huis.

Het zijn kleine gebaren, maar ze zijn zo wezenlijk. Het zijn de elementen waardoor het allemaal net lukt. Vroeger zouden deze gebaren in een soort roesje langs me heen gegleden zijn. Nu klamp ik me er aan vast, als aan strohalmpjes. En ben ik innig dankbaar.

Vervellen en transformeren. Ik kan het iedereen aanraden :). Ik hoop echter wel wat het een keer klaar bijna klaar is hier.

Over nooit meer de oude worden

Overrompeling
Het was een beetje een overrompeling hier, donderdag, nadat ik woensdagavond gepleit had voor meer vertrouwen. Basically, meer vertrouwen in onszelf en onze kracht, als vrouw, als moeder. En dat door ons te verbinden met onze eigen natuur (niet ‘de natuur’ an sich, alhoewel mijn eigen natuur me daar wel mee in verbinding stelt, zoals ik aantoonde in de voorbeelden die ik gaf over wanneer ik het dichtst ben bij mijn krachtige, intuïtieve ‘ik’).

Falen
Eén van de dingen die ons vaak in de weg staan om vertrouwen te vinden, is – denk ik – dat we zware periodes in ons leven zien als mislukkingen, falen, te vermijden, zo snel mogelijk op te lossen.

Voor vele vrouwen, zo bleek uit de reacties maar ook uit andere blogs en verhalen van mama’s, is de geboorte van een (eerste) kind het begin van zo’n periode waarin alles op zijn kop lijkt te staan en alle vertrouwen kwijt geraakt. Helemaal te begrijpen. Alles verandert met die (eerste?) hummel. Je relaties. Niet alleen met je partner, maar ook met je eigen ouders. Je schoonouders. Je eventueel oudere kind. Je hele omgeving. Jezelf. Je werk. Je dagritme verandert. Je nachtritme. Je tijdsbesteding. Je lijf is anders. Een bevalling is soms heftig en vaak moeilijk een plek te geven.

Ik denk dat die zware periodes in het leven er bij horen. Dat iedereen die heeft. Na de geboorte van een kind. Na het vertrek van een partner (wie, ik?). Na de verandering of misschien zelfs het verliezen van werk. Misschien zelfs zonder aanleiding. Misschien wijzen die periodes er ons soms gewoon op dat wie we waren niet meer past. Dat we moeten transformeren, evolueren, om terug beter te passen bij het leven dat we hebben, bij de situatie die anders is en andere dingen van ons vraagt.

Complexe pijn, meervoudige verandering
Mijn partner ging weg. Dat bracht een heel complexe pijn met zich mee. De pijn van verlaten zijn. De pijn van verloren dromen (nog kinderen, het samen fijn hebben, intact gezin zijn). Maar ook de pijn van moeten veranderen, omdat de nieuwe situatie nieuwe dingen van mij vroeg. Misschien was die pijn het heftigste. Ik zette me schrap. Maar ik moest wel. Dus moest ik anders leren denken. Moest ik manieren zien te vinden om mijn energielevel wat op de krikken. Moest ik voor mezelf zorgen, mezelf geven wat ik nodig had (byebye voetmassages en lekkere pasta’s van Dirk, hello kersenpitkussens en repen chocola). Moest ik zelfstandiger worden en volwassener (hallo rijbewijs, bloed-zweet-tranen, joh). Moest ik leren zelf beslissingen te nemen, niet meer altijd op iemand anders te leunen. Moest ik heel veel meer zorg voor mijn kinderen opnemen, want die liet ik vaak aan Dirk over die altijd wel een zot spelletje had of leuk verhaaltje vertelde, terwijl ik het huishouden deed en de rekeningen betaalde. Leuk was anders en ik baal nog veel te vaak als een stekker, maar eerlijkgezegd? Ik ben volwassen aan het worden. En dat is niet slecht.

Na regen komt kracht
Het is verschrikkelijk om alle fundamenten van onder je leven geblazen te zien. Om totaal uit je rol te vallen. Om niet te krijgen wat je verwachtte (bijvoorbeeld: een roze wolk, een intact gezin, … ).

Maar we kunnen proberen aanvaarden dat dit soort periodes er bij horen, het verzet staken, en in plaats van redding te zoeken bij anderen (wat ik lang deed) of te blijven kauwen op die pijn en het kwetsbare gevoel, naar binnen keren en de kracht zoeken in onszelf.

De kans dat je die kracht vindt op momenten dat je op de bodem zit, is niet zo heel onrealistisch. Bodem en fundament zijn een andere naam met een andere betekenislaag, voor hetzelfde. Als alles veranderd is en je lijkt alles kwijt te zijn, blijft over wat onverwoestbaar is in jezelf. En dan gaat alles niet meteen van een leien dakje, maar dan kan je wel vertrouwen opbrengen, leven vanuit je eigen overtuigingen, en de soms pijnlijke veranderingen die nodig zijn om de crisis te laten voorbij gaan, voltrekken. En als je daar hulp bij gebruikt, van vrienden, blogs, therapeuten, whatever, lijkt me dat alleen maar goed.

En zo geloof ik dat je na een heftige periode, bijvoorbeeld als je moeder geworden bent en je wereld staat op zijn kop, niet hoeft te blijven hangen in een gevoel van kwetsbaarheid. Er onderdoor gaan is geen garantie op ‘nooit meer sterk’ en ‘nooit meer er boven op’. Misschien is het zelfs een garantie op ‘sterker dan ooit’? Ik denk dat je mag vertrouwen in je kracht, en in die betekenisvolle veranderingen die je doorgemaakt hebt waardoor je beter toegerust bent voor het nieuwe leven dat aangebroken is. Bijvoorbeeld als mama, of als alleenstaande ouder, of … Ik denk niet dat je ooit nog de oude wordt, maar ik denk dat je een heel krachtige nieuwe kan zijn. Als je durft. En ik hoop stiekem dat we elkaar deze verhalen kunnen vertellen. Niet alleen het deel van nooit meer de oude worden, maar vooral het deel van een krachtige nieuwe zijn. (NB: krachtig en kwetsbaar zijn geen tegengestelden in dit verhaal, in je kwetsbaarheid staan is heel krachtig, zeker als je die als een deel van je nieuwe leven kan zien.)

Nogmaals hef ik het glas (allez ja, een blikje pepdrank actually). Op vertrouwen. Proost!

(En volgende keer post ik iets normaals. Ok? :))

P.s. In mijn vorige post had ik het over vertrouwen op je intuïtie, als je moeder gaat worden. Iemand reageerde daarop dat dat zou betekenen dat mensen vooral angstig zouden zijn. Ik denk dat angst net datgene is dat ons in de weg zit om bij onze intuïtie te komen.

Mijn intuïtie dreef me ertoe elke zwangere avond in bed te lezen, zodat ik zo veel mogelijk zou weten over wat er zich in me afspeelde, en wat ik kon verwachten van een bevalling. Dit waren mijn pareltjes:

1. ‘Veilig zwanger’, ‘Veilig bevallen’ en ‘Veilig doorheen de kraamtijd’. Boeken van Beatrijs Smulders. Beatrijs Smulders is een Nederlandse verloskundige. Werkelijk alles komt aan bod (ja, van aambeien tot kraamtranen), in korte hoofdstukjes, telkens opgefrist met verhalen van vrouwen. Ook wordt er normaal gedaan over alles, het hoort er allemaal bij, er wordt open en eerlijk over verteld. Precies wat ik nodig had.
2. ‘Bevallen en opstaan’ van Jetske Spanjer en anderen. Dit boek is al wat ouder, zeer informatief. Wat ik vooral telkens maar bleef lezen, waren de bevallingsverhalen van vrouwen. Zo staat er een verhaal in van een moeder die een kindje met het syndroom van Down krijgt, wat na enkele dagen sterft. Dat verhaal is zo prachtig dat ik het zelfs bij de vijftigste lezing niet droog hield.
3. ‘Bollebuikenboek’ en ‘Bolle Buiken in beweging’ van Leen Massy. Bevallingsverhalen. Het één na het ander. Alle scenario’s. Ontroerend mooi en intiem. Ik zou alleen al nog eens zwanger willen zijn om me weer terug te trekken in bed met die verhalen.
4. ‘Baren’ van Benedicte Vansina. Inzoomen op het proces dat baren is, toelichting bij de hormonen en welk werk ze doen. Geeft vertrouwen en handvaten om je voor te bereiden op je bevalling. En aan storminjehoofd: ze heeft ook een boek voor vaders geschreven :).

Oude prinses versus nieuwe prinses

Ik heb mijn leven veranderd!‘, dacht ik, toen ik met Studio Brussel loeihard op, zingend, in mijn auto naar de bakker reed. (Ter info: een jaar terug had ik nog nooit achter het stuur gezeten, al vijf jaar niet meer naar StuBru geluisterd en zong ik NOOIT, never.)

En terwijl ik vlotjes de oprit op draaide (*kuch*) besefte ik dat ik mijn leven niet veranderd heb, maar dat ik verander. De nieuwe prinses heeft de oude van de troon gestoten!
Die veranderingen lijken vooral mentaal. De impact op mijn leven is niet zo spectaculair op dit moment, maar stiekem schuiven er allerlei dingen in mijn levenslandschap, waardoor het uitzicht intussen al behoorlijk bijgesteld is. Er zijn nog steeds dingen die me ERG zwaar vallen, ik heb ook nog steeds meer werk dan ik energie heb en het is hier jammer genoeg nog niet elke dag feest. Maar toch.

Op dit moment merk ik de verandering vooral aan mijn denken. Ik denk anders, ik ben uit mijn gedachtepatronen gestapt. Hoe ik dat gedaan heb, kan ik jullie niet vertellen. Ik kan wel voorbeeldjes geven. En er eerlijk bij vertellen dat ik nog heel vaak ‘herval’.

Voorbeeld 1.
Situatie: Babybroer heeft een diarree-explosie om u tegen te zeggen. Dwars door zijn pamper en pyama heen, knal op de muur.
De oude prinses: jammert en denkt: ‘dat mij dit moet overkomen. Ik heb het al zo zwaar. De week was al zo vermoeiend. En nu moet ik dit nog opkuisen, en een was insteken, en het kind in bad doen, en hem troosten. En oppas zoeken, want hij kan zo toch niet naar de opvang. Komt er ooit een dag waarop het een keer gewoon goed gaat? Ik heb altijd pech.’ (Ja, ja, ik weet het. De oude prinses is een mieperd.)
De nieuwe prinses: zegt tot Kleuterzoon: ‘Hee, dat was spectaculaire diarree! Zullen we meteen het bad maar vullen?’. En tot Babyzoon: ‘Arme kleine stinkerd, kom maar bij mij, je mag mijn pyama wel besmeuren hoor. Ik maak een warm badje voor je, we stoppen je lakentjes en je pyama meteen in de machine en dan is het allemaal opgelost!’

Voorbeeld 2.
Situatie: Prinses krijgt een nieuwe opdracht op het werk.
De oude prinses: denkt: ‘O my God, ik ga dit niet kunnen. Het komt er ook nog eens bij. Ik heb hier niet om gevraagd. Ik kan dit niet. Ik heb al zo weinig energie. Het is me al zo veel allemaal. Waarom ik? Waarom deze dag? Zouden ze me dit geven omdat ze niet tevreden zijn over mij? Willen ze me testen?’
De nieuwe prinses: zegt ‘Boeiend, dank voor de nieuwe uitdaging. Ik ga aan de slag met een plan en kom bij je terug. Wanneer kunnen we een vergadering inplannen?’.

Voorbeeld 3.
Situatie: er staat een berg afwas, ik val over het speelgoed en ik moet een deadline halen voor het werk.
De oude prinses: denkt ‘ik ben zo moe. Verdorie. Zou ik het laten staan? Misschien ga ik best gewoon naar bed. Ja, ik ga naar bed, ik ben uitgeput. (…) Maar zo wil ik morgen niet beneden komen. De afwas dan maar, en dat speelgoed. Ik heb keelpijn van vermoeidheid. Ik wil niet. Ik moet ook altijd alles zelf doen. Maar ik moet volhouden, komaan. Als ik het doe, doet niemand het (…)’.
De nieuwe prinses: gaat aan de slag, maakt een kopje thee voor zichzelf en doet er nog een uurtje werk bij.

Ik eindig met een welgemeende Loesje. En aan ieder die dit leest: eigenlijk zit het allemaal in je hoofd. Echt.

loesje vroeger beperkingen grenzen

Blauwbaard

Kopje onder & spartelen

Het is eind december. Ik kijk terug op de voorbije maanden. Sinds het vertrek van Dirk waren er ups en downs. Als ik het in een beeld moet vatten, zou ik het beschrijven als zwemmen, vaak kopje onder dreigen te gaan, bij momenten elementen zien waar ik me aan vast kon grijpen, maar telkens terug met die natte handen grip verliezen, loskomen, kopje onder gaan, spartelen, erg moe worden.

Schrijven over de ups en downs

Soms had ik het gevoel dat de lezers het even zat waren als ikzelf.

De ups en de downs. Ik schreef er over, hier. Soms vroeg ik me af of ik het wel moest doen. Want het was naakt, en kwetsbaar. Soms was ik het zelf spuugzat, het hele verhaal, het gesmacht naar een Dirk die niet deugt, het eeuwige liedje dat ik moe ben en verdriet heb. Soms had ik het gevoel dat deze blog een vrijplaats werd voor echte verhalen. Soms had ik het gevoel dat de lezers het even zat waren als ikzelf. Soms kreeg ik een berg ongevraagd maar heel goed bedoeld advies dat ik in mijn verdrinken niet kon uitvoeren. Soms kreeg ik een heleboel liefdevolle acties van lezers over me heen, zie bijvoorbeeld Sinterklaasblogje. Soms kreeg ik de boodschap van anderen dat ze blij waren dat ik schreef, dat het troost. Zelf weet ik niet zo goed of een blog als deze onder de categorie ‘arme-ik’-blogs valt, eindeloos in herhaling valt, of gewoon het eerlijke verhaal probeert te brengen van verdriet dat erg taai is, en dat elke keer als je denkt dat het het overwonnen hebt, weer terug slaat. En ik probeer ook inzicht te geven in het alleenstaande ouderschap. Ik stelde me er zelf nooit veel vragen bij, tot ik zelf in de situatie zat. Ik denk dat ieder van ons wel alleenstaande ouders kent. En ik geloof dat die allemaal op hun tijd vechten met zichzelf om geld, om tijd, om rust, om het verzoenen van hun eigen verlangens met de noden van hun kinderen, om het loslaten van het ideale plaatje enzovoort. Lees bijvoorbeeld a game to play daarover. Of wat ik schreef over de combi werk-gezin voor alleenstaande ouders, werk-gezin-combi. Ik denk trouwens dat al die worstelingen die ik net noemde, niet voorbehouden zijn voor alleenstaande ouders, maar herkenbaar voor iedereen die zorgt draagt voor iets of iemand anders.

Veranderingen in kleine stapjes

Terug naar het zwemmen. Soms deed ik pogingen om uit het water te klimmen. Ik maakte masterplannen, zette stapjes. Er veranderden dingen, zeker, maar het bleef zwemmen.

Dat er dingen veranderden, besprak ik in het eindgesprek van mijn cursus work-life-balance. (Voor het verhaal over de eerste sessie: eerste sessie work-life-balance.) De lesgeefster gaf me terug dat ik de eerste sessies totaal in een fight/flight-modus zat en dat ik ergens halverwege een omschakeling heb gemaakt, naar een meer relaxte staat van zijn, een andere prioritering gevend aan de dingen in mijn leven. Ik merk zelf dat ik inderdaad een dagje naar het museum even belangrijk ben gaan vinden dan het afwerken van een rapport. Omdat ik geleerd heb dat je een balans moet vinden tussen wat moeite kost, en wat energie oplevert. Tegelijkertijd merk ik ook dat ik wat doorgeslagen ben in dat relax, en dat ik mijn grip op de dingen wat verlies en verval in eindeloze vermoeidheid. De lesgeefster wist me te vertellen dat dat over zal gaan, en dat ik dan naar een punt zal komen dat ik niet meer zo hard en krampachtig werk als vroeger, maar dat ik een gezonde efficiëntie bereik en wat meer balans in mijn leven.

Voedingssupplementen, pepmiddelen, koffie en suiker en zuivel minderen

Dingen veranderen, dus. Maar het zwemmen bleef, de vermoeidheid leek erg genadeloos. Ik probeerde truukjes, zoals voedingssupplementen, pepmiddelen, koffie en suiker en zuivel minderen.

Ik heb al verschillende keren gedacht dat ik de beslissende stap vooruit heb gezet, waar ik dan over schreef, om een tijdje later weer te zeuren over verlangens naar Dirk, verdriet en vermoeidheid. Daarom durf ik geen victorie meer kraaien, geen hoera meer te roepen.

Maar enkele dagen geleden had ik een gesprek met een vriendin. Als gevolg van dat gesprek ging ik het verhaal van Blauwbaard lezen in ‘De ontembare vrouw’, van Clarissa Pinkola Estés.

Op pagina 63 staat: ‘Een vrouw probeert zich misschien te verbergen voor de verwoestingen in haar leven, maar het bloeden, het verlies van levenskracht, zal doorgaan totdat zij de roofvijand in zijn ware gedaante ziet en deze aan banden legt.’

En op pagina 65: ‘In deze situatie verliest een vrouw haar energie om iets tot stand te brengen, of dit nu oplossingen voor alledaagse levenskwesties rond school, gezin of vriendschappen betreft, of haar bezorgdheid over dwingende kwesties in de wijde wereld of zaken des geestes, haar persoonlijke ontwikkeling, haar kunst. Het is niet alleen maar iets uitstellen, want het gaat weken en maanden lang door. Ze lijkt uitgeblust, vol ideeën misschien, maar volkomen lusteloos en steeds minder in staat naar deze ideeën te handelen.’

De herkenning trof me. Ik besefte dat je moe wordt van het combineren van werk en gezin en van het alleenstaand moederen. Maar dat uitputting komt door het verliezen van levenskracht aan iets dat je als roofvijand zou kunnen bestempelen. Ik weet heel goed dat dat in mijn leven de destructieve verhouding is met Dirk, het verlangen naar iemand die geen goede man is voor me. En de uitputting die daardoor wordt veroorzaakt, kan ik niet bestrijden met een vitaminepil.

Dus ik stuurde een mailtje, naar een vrouw die vrouwen begeleidt om terug toegang te krijgen tot hun eigen innerlijke, tot hun eigen kracht. Ik wil niet meer uitgaan van mijn zwakte en vermoeidheid, ik wil uitgaan van de kracht die er is, en daar opnieuw mee in contact komen. Ik ben bang dat het me niet lukt, en dat ik binnenkort weer moet toegeven dat mijn hand weer grip verloor terwijl ik echt dacht dat ik me ging optrekken uit dat water. Maar kijk, ik wil het proberen.

Sinds ik het verhaal gelezen heb, voel ik me alleszins alsof ik ‘wakker’ geworden ben. En ik ben er in geslaagd twee avonden op rij op te blijven, in plaats van erg vroeg te gaan slapen. Wie weet. Wie weet lukt het deze keer echt.