Comfort: het vervolg

Zoals je hier kon lezen, zijn we een tijdje geleden te gast geweest in het appartement van Ineken. In mijn vorige post vertelde ik vooral over de plek zelf, in deze post vertel ik over het weekend.

Vrijdagavond. We hebben een drukke week gehad. Quality time, een weekend aan zee! Het stormt, we zitten erg dicht bij zee. De kleine boeddha slaapt vlotjes in, maar grote broer ligt nog even wakker door de storm. We praten een beetje. Ik zet een kopje koffie voor mezelf, berg het geplande werk op, ga gewoon even zitten en laat de mooie plek op me inwerken.

Zaterdag. Bij quality time hoort lekker eten. In de Albert Heijn van Oostburg vinden we lekkers om fijn en gezond samen te eten. Na de lunch gaan we naar het strand, en daarna wandelen we naar Retranchement. Het is een wandelingetje van ongeveer 5 km, maar valsspelers zoals wij kunnen dat goed inkorten tot 2 door de auto aan Camping Juffertje in het Groen te zetten. Als je dan het water volgt, landinwaarts, loop je het dorp in en kom je precies uit bij de Parlevinker. Poffertjes. Do I need to say more?

’s Avonds kom ik thuis met wel erg vermoeide kinderen. De zeelucht? Mijn met liefde bereidde lasagne wordt niet gesmaakt. Ik zie het aan hun ogen. Koorts. Die avond zit ik met twee gloeiende kinderen in een appartement aan zee. Gelukkig was ik zo verstandig om een pijnstiller/koortswerend middel mee te nemen. Maar het is wel vloeken. De nacht is onrustig. De jongens zijn klam en ze hoestten.

Zondag. De situatie wordt er niet beter op. Ook ik voel me niet ok. Naar buiten gaan is uitgesloten, Grote Broer kan niet op zijn benen staan van de koorts. Gelukkig blijkt het appartement ook een goede ziekenboeg. We vinden boekjes in een kast die we lezen in bed (waarbij ik een constructie maak met kussens zodat de oudste zijn hoofd niet zelf recht hoeft te houden, ook dat lukt hem niet). De jongens nemen een douche. Daarna kijken ze tv terwijl ik opruim, onze spullen pak en stofzuig. Met pijn in het hart. Na wat moeizaam verorberde yoghurt vertrekken we. Ik opper dat we nog heel even naar de zee kunnen gaan kijken die op amper enkele meters lopen van het appartement ligt, maar ik zie aan de jongens dat het geen optie is. We komen thuis op het moment dat ik had willen vertrekken in Cadzand na een leuke strandwandeling, een leuke buitendag, veel zeelucht.

Het was een gemeen soort pech. (We gaan het er vooral niet over hebben waarom mij dat overkomt.) Ons te korte verblijf in Cadzand gaf alleszins zin in meer. Het appartement voelde zo heerlijk comfortabel, het Cadzandse strand is wijds en rustig, het Zwin wacht nog op ons bezoek en we kunnen wel meer wandelingen maken als er poffertjes te verdienen zijn. Ook Cadzand heeft leuke horeca, een kopje koffie op een terrasje had wel gesmaakt in betere omstandigheden. En ik denk dat Cadzand en omstreken een fietsparadijs zijn. 

Ineken, dankjewel dat we bij jullie te gast mochten zijn.
We hopen terug te komen.

Aan allen: het appartement van Ineken is een aanrader. De zorg, liefde en goede smaak spatten er van af. Duinhof VI, 29, hier kan je het vinden. 

Advertenties

Comfort

Comfort kan zowel ‘welbehagen’ als ‘troost’ betekenen. In Cadzand vonden Prinses en CO beiden.

In het vrij donkere voorjaar was er dit lichtpuntje: via de blog van Ineken wonnen we een weekendje in Cadzand. Ineken heeft daar een Pinterest-waardig appartement te huur. Via de website van Duinhof Holidays konden we makkelijk een weekendje prikken. De service was om van te snoepen. Niet alleen communiceerde de organisatie prima, ook was er de mogelijkheid om via een persoonlijke code op de website ‘extraatjes’ te bestellen. Verse broodjes die ’s ochtends aan de voordeur gehangen kunnen worden. Een picknick. Een koffie- en theesetje als welkom.

Voor dat laatste ging ik. Met ons pasje (dat twee weken van tevoren bezorgd werd met de laatste praktische info) reden we op vrijdagavond naar Cadzand. Met een klein oponthoud in Brussel en in Antwerpen (file, indeed), bereikten we vrij vlot Cadzand Bad. Het gemopper van de jongens verstomde onmiddellijk in het mooie appartement, en eerlijk gezegd was ik ook nogal onder indruk. De foto’s op Ineken haar blog zijn mooi, maar het appartement in het echt zien met alle lieve en mooie details, is toch nog net wat anders.

Comfort. Ik zei het al. Om comfort te creëren moet je getalenteerd zijn. Het appartement bevat het soort comfort waarbij je je hand uitsteekt en gedachteloos het lichtknopje vindt waar het inderdaad moet zitten. Het comfort van de juiste tijdschriften op een bescheiden stapeltje, waarmee je in die mooie fauteuil gaat zitten die precies goed staat om te lezen. Het comfort van een grote tafel waar je met plezier een dampende schotel lasagne op zet. Het comfort van goede bedden, heerlijke donzen en prima kussens waar je je genoegzaam in uitstrekt. De douche die meer luxe was dan in de hotels waar ik tot nu toe geweest ben. De parkeerplek dicht bij de lift die uitkomt vlakbij de voordeur.

En de details. Het appartement is erg stijlvol ingericht. Geen overdaad. Precies wat je nodig hebt en dat in goede kwaliteit. Zonder frulletjes. Dat brengt een soort rust. De mooie glazen in de kast. De kopjes. De kaders aan de muur. Ik ben een absolute nul als het gaat over het inrichten van een woning, maar in het appartement van Ineken kreeg ik spontaan zin al mijn eigen spullen naar de kringloop te brengen, te vervangen door kwalitatieve en beperkte nieuwe, de muren wit te verven en me te voorzien van enkele comfortabele meubels.

Ik heb wel eens vaker in vakantiehuizen allerhande gelogeerd, en meestal moet je je instellen op minder comfort dan thuis. Behelpen. Een overdaad aan bij elkaar gezochte kopjes en glaasjes van de kringloop. Het licht dat uitvalt als je de mixer aanzet. Een bank waar je je draai niet vindt. Een douche die te warm of te koud is.

In het appartement van Ineken is dat dus op een te gekke manier omgekeerd. Ik zat lekkerder dan thuis, het licht was mooi, de bedden heerlijk, de douche magnifiek, het uitzicht inspirerend. Het is een soort combi van hotelservice (opgemaakte bedden, alles spik en span), de privacy en ruimte van je eigen appartement en het persoonlijke dat in de inrichting door Ineken zit.

Later nog meer over ons weekend. Bij deze al dit. Het appartement van Ineken is een aanrader en kan je hier vinden (Duinhof VI, 29).

Aan Ineken & de haren: dankjewel. 

 

 

 

 

 

Zeelucht

De dagen in de Stad vliegen voorbij. Het wordt een vakantie met special thanks to. We bezoeken Artis, we eten pannenkoeken bij vrienden uit Amsterdam. Ik heb een soort date die volledig verziekt wordt door de kinderen, een dagje kinderboerderij met een vriend van vrienden. En de laatste dag past een collega op de Peuter en neem ik met de Kleuter de tram en de pont naar EYE, waar we samen van de GVR genieten. Terug in het leenhuis heeft de collega gekookt en helpt ze met orde op zaken brengen want de volgende dag vertrekken we naar zee. Voor vertrek vis ik een boete van onder de voorruit.

We vertrekken in mineur. De boete (shit man), maar ik ben ook gevangen in strikken van mijn eigen gedachten. Dat alleen op vakantie met twee kinderen onmogelijk is (we hebben bv heel ongezond gegeten omdat ik niet én uitstapjes kon voorzien én koken én animatie én al de rest). Dat een vakantie, zelfs als logeerden we gratis, veel te duur is voor ons. Gelukkig kwam er een onverwacht geschenk uit de hemel <3. Dat de Kleuter zo dwars is dat ik er echt heel ongelukkig van word, niets mocht makkelijk, ik herinner me bij elke activiteit ook de woedebuien en het verzet. Dat dit geen vakantie voor mij was, ik heb immers niets gedaan wat ik interessant of leuk vond (en dat is overdreven, want ik heb gelezen en ik heb van de stad genoten en vrienden gezien).

We rijden. Langs Schiphol, langs de haven van Rotterdam, naar een hoekje van Schouwen-Duiveland, alwaar ik de lelijkste chalet van Nederland heb gehuurd, zo blijkt. Twee nachten. We halen warm brood bij een vooroorlogs buurtwinkeltje. En kaas. We eten op het terrasje. We wandelen naar zee. Daar zit ik de hele middag, tussen de gezinnen. De jongens spelen, ze zijn niet blij dat ik geen zin heb om mee in zee te gaan. Daar heb je papa’s voor, denk ik. Rondom mij liggen vrouwen boekjes te lezen en vaders rennen de zee in met hun kinderen. We eten ijs, we wandelen terug.

Tijdens de wandeling bedenk ik dat vakantie elk jaar existentiële verveling oproept. Je leeft er naar toe, en dan denk je ‘is dit het maar?’. En plots wordt alles meegezogen in dat gevoel ‘is dit het maar?’. Kinderen hebben. Is dit het maar? Werken. Is dit het maar? Leven. Is dit het maar? …

Dan gebeurt het wonder. De Peuter en ik vallen in slaap, de Kleuter kijkt een filmpje. Na het dutje is alles anders. De jongens gaan plots kampen bouwen buiten en spelen zelfstandig en leuk zonder ruzie en zonder mij elke anderhalve minuut te roepen. Ik maak een pasta, lees verhalen van Primo Levi op het terras en geniet van het spel van de jongens, de zeelucht, de lelijke chalet, de rust. Dit is genieten, en alle valstrikken in mijn hoofd zijn opgelost.

Nog anderhalve dag. Herinneringen krijgen heel snel gouden randjes. Zelfs het dieptepunt van enkele dagen geleden (met twee vermoeide kouwelijke kinderen een beloofd softijsje eten voor een lelijk Amsterdams snackbarretje – de ijswinkel waar we naar toe wilden sloot voor onze neus, iedereen moe, al bijna zeven uur en nog moeten winkelen, koken, en eten – het gevoel de wereld op mijn rug te torsen, maar het was maar een peuter en een kleuter aan de hand).

Het gevoel ‘we did it’ overheerst. Dit is wat ik wou, dit is wat we gedaan hebben.

 

Aan wal

Could you help me, please?
De man nam mijn kind over. Ik stapte op de waterfiets, nam het kleine jongetje aan. Het bootjesgeval wiebelde. De Kleuter zat hysterisch van angst vooraan. Ik zette de peuter tussen ons in en daar gingen we, de grachten op.
De eerste tien minuten vaarden we tegen een brug op, keerden we onbedoeld, draaiden we kringetjes. Verdomme, dacht ik. De jongens kunnen niet zwemmen en ik heb niet eens om zwemvesten gevraagd (niemand droeg zwemvesten op de andere canal bikes, ik was dus niet de enige onverantwoorde ouder, maar wel de enige die alleen met twee ukken op zo’n ding zat), en ik kan niet sturen. De Kleuter geraakte vreselijk in paniek van mijn geklooi en ik moest alle zeilen bijzetten (haha) om de waterfiets te sturen, te blijven trappen, kalm de Kleuter te kalmeren op een niets-aan-de-hand-toontje (maar aaaaaaah, daar komt een grote boot met 100 toeristen in en we liggen exact op zijn route) en de Peuter aan te moedigen  vooral wakker te blijven en binnen de grenzen van de canal bike. Een kind van nog geen drie is immers in staat om zijn knuffel overboord te laten vallen en achterna te gaan. Een man op de kant kijkt ons lachend aan. ‘This is very good for you!‘ roept hij. Ik weet niet of dit een soort meta-boodschap van het universum is over angsten overwinnen en vertrouwen, of dat hij van bovenaf gewoon een te goed zicht heeft op mijn te dik geworden billen die trappen in de canal bike.

Aanmeren was een beetje zoals achteruit inparkeren. Niet mijn sterkste kant. De Kleuter, die behoorlijk gekalmeerd was na drie kwartier relaxed waterfietsen terwijl ik prima stuurde, geraakte buiten zinnen. Ik moest een Amerikaan to the rescue roepen. Die redde ons gaarne, trok de boot aan de kant, maakte ons vast, nam de kinderen over en trok mij aan wal.

Daarna tramden we naar het Vondelpark, waar ik koffie dronk en de jongens ijs aten en speelden. We tramden naar het leenhuis terug. Twee trammen, de jongens trots als pauwtjes op een zitje.

Koken, eten, bedjes. Boek lezen op de bank. Huishouden doen. Nog wat werk-dingen afronden. Mailtjes beantwoorden. Blog schrijven. Denken.

Denken. Alles waarvan ik denk dat het vervullend zal zijn, blijkt altijd een beetje minder dan ik dacht. Zoals deze vakantie met de jongens. Ik keek er naar uit, we leefden er naar toe. We nemen herinneringen mee en naarmate de tijd verstrijkt worden die glanzender en met meer gouden randjes, omdat we vergeten hoe het was. Hoe het echt was. De angst dat één van de kinderen in het water zou belanden. De vermoeidheid. Het plakkerige handje in het mijne. Het kind op mijn rug dat klaagde hoe moe het was. Het saaie van koffie drinken in een speeltuin in het Vondelpark. De jongens aan de tramhalte op de grond, wachtend tussen de sigarettenpeukjes. Het afgeraffelde verhaaltje bij het bed, omdat ik het totaal had gehad met de dag, met de jongens. En al die vieze snoepveters die ik hier vreet, ’s avonds, stiekem. Omdat ik moe ben, en hier alleen zit in een huis in Amsterdam.

Maar. We hebben gewaterfietst op de grachten. En dat vond zelf de Kleuter cool.

 

Overmoedige moeder tript naar Amsterdam met grut

Zelden was ik zo goed voorbereid. De bagage gestructureerd in de auto geladen, een EHBO-tasje gemaakt (seriously), cadeautjes voor de man, vrouw en kinderen des geleend huis gekocht, auto volgetankt, pasta gekookt waarin alle overschotjes uit de frigo verwerkt zaten om niet met een lege maag te vertrekken, geld afgehaald. We reden ’s avonds, zodat ze zouden slapen. Want 215km met twee kinderen alleen is lang.

Uiteraard sliep er niemand. De Kleuter was boos omdat hij op reis gaan stom vond, tot ik hem omkocht met een zakje chips. De Peuter mopperde dat hij moe was, maar viel niet in slaap.

En toen kwamen we aan. De jongens instant hyper door het leuke huis met het leuke speelgoed. Ik laadde uit, maakte het bed op, legde de jongens te slapen, plunderde de snoeptrommel die niet van mij was (even geen rekening gehouden met avondlijke honger na een lange dag en lange rit) en werkte nog enkele belangrijke dingen af.

Jullie mogen nu keihard lachen, maar ik had zelfs een dagschema gemaakt. Met foto’s. Leve de opvoedingsondersteuning. De dag begon met corn flakes en het overlopen van het dagschema. We parkeerden de auto ondergronds, gingen boodschappen doen, verkenden de buurt, lunchten. De jongens speelden. We kochten kaartjes voor de tram en gingen naar het Scheepvaartmuseum, alwaar we een geweldige middag hadden met poppenkast en een oud VOC-schip verkennen en een geweldig kleuterprogramma met een pratende vis en ook nog een gigantisch cool spel. Daarna aten we ijs en dronk ik een espresso ergens op een bankje aan een leuk koffietentje, werd er alweer gespeeld en schoof ik een pizza in de oven en maakte er een verplicht slaatje bij. Eten, tv, douchen, verhaaltjes en een diepe slaap voor de jongens. De overmoedige moeder ruimde op, sproeide de tuin, werkte nog een opdracht af en schreef een blogpost. En ik las een half boek waarbij de chips opat die de kinderen hadden mogen uitzoeken.

Ik was op alles voorbereid. Behalve op de kwetsbaarheid. Ik dacht dat ik me een hele mevrouw zou voelen, met mijn twee kinderen op citytrip in Amsterdam. Maar daar loop je dan, de Kleuter wordt tien keer woest, de buggy breekt langs één kant, de Peuter blijft maar zeggen hoe moe hij is. Nou ja. Zo dus. Het is vermoeiend en ook eenzaam. En f*ck joh, wat kost deze stad geld. 70% van ons vakantiebudget ging vandaag op, aan openbaar vervoer, museum en boodschappen. Auwtch.

 

*wordt vervolgd*

 

 

 

Moeders zijn ook maar mensen

Femma is een eigentijdse en eigenzinnige vrouwenorganisatie met een duidelijke visie op mens & samenleving. Femma praat mee over wat vrouwen vandaag denken, voelen & beleven. Femma verdedigt de belangen van vrouwen met minder kansen en in het bijzonder alleenstaande vrouwen. De organisatie ijvert voor emancipatie van vrouwen en gendergelijkheid, o.a. via het informeren en sensibiliseren van vrouwen, beleidsmakers en andere actoren.

Onderstaand stukje is geschreven voor Femma en verschenen op hun website.
Meer over Femma? Neem hier een kijkje!

Moeders zijn ook maar mensen

Het is 19u30. Ik heb 230 km gereden met twee boze kinderen op de achterbank, die zelfs met de verhaaltjes van Pim en Pom en Pippi Langkous niet te temmen waren. Thuis krijgen ze heel onverantwoord frietjes, en mik ik ze in bed(*). Het verhaaltje lezen lukt nog net, maar ik ga echt geen verklaring geven bij elk onbekend woord. En mijn knuffels zijn op. Met moeite pers ik er een kus uit voor beide heertjes. ‘Moeders zijn ook maar mensen,’ zeg ik. ‘Je bent lief,’ probeert de kleinste. ‘Ja,’ zeg ik, ‘ik ben immers je moeder. Maar nu ga ik beneden op de bank een kop koffie drinken, want het is genoeg voor vandaag.

Tussen de lappen vakantie door, mocht ik drie dagen gaan werken. Enthousiast trok ik mijn rode hooggehakte schoenen aan en reed ik naar kantoor. Aldaar verzuchtte ik in een vergadering hoe heerlijk werken is. Ik legde uit dat ik de vakantie met kleine kinderen best vermoeiend vond. Mijn collega keek me een beetje glazig aan, vertelde me dat ze vroeger genoot van elk moment en voegde er fijntjes de vraag aan toe waarom ik eigenlijk nog kinderen wil.

De voorbije weken heb ik bulten van kamelen en dromedarissen geteld, oude schepen verkend, gelachen om de idiote grapjes van Jan Klaassen, bootje gevaren, op het strand gezeten en de GVR gezien. Luxe, absoluut. Maar op een dag, toen ik op handen en voeten door een museum kroop, vroeg ik me af waar ik eigenlijk mee bezig was. Strikt gezien was het antwoord daarop dat ik op zoek was naar een schatkist, met een handpop van een eenhoorn om mijn hand. Met een stemmetje deed ik geluidjes en moedigde ik de kinderen aan, terwijl ik de handpop driftig bewoog. En alle dankbaarheid en luxe ten spijt, plots slaakte de eenhoorn een erg diepe zucht. De vakantie kostte niet alleen hopen geld en energie, maar ik was ook totaal onderprikkeld. Het is nu eenmaal niet mijn grootste wens om opdrachtjes uit schatkisten uit te voeren, aan de rand van zandbakken te zitten opletten dat mijn zonen andere kinderen niet de kop inslaan of omgekeerd, en een servetje onder het kinnetje van mijn peuter te houden om slierten smurfenijs op te vangen. Ik doe het met liefde en plezier. Maar ik ben ook een volwassen mens, en in die hoedanigheid wil ik ook wat.

Enkele weken geleden ging ik met mijn Femma-pas naar het museum M. Gefascineerd luisterde ik naar de audiogids terwijl ik de werken in me opnam en ik kwam helemaal opgeladen terug voor nog wat rondjes moederschap. Met die herinnering schud ik mijn Femma-pas uit mijn handtas en leg ze op de hoek van de tafel. Een reminder voor mezelf. Opladen voor gevorderden.

(*) Referentie aan ‘Voeden, verschonen en in de wieg mikken’ van A.M.G. Schmidt

Teer. Lang. Diep.

Ik kijk naar hem. Zijn blauwe ogen in het bruine gezicht. De volle haardos. De energie en kracht die hij uitstraalt. De trouwring rond zijn vinger. Hij kijkt terug, met een blik die lacht. Ik ben trots dat hij mijn collega is, en ik hoop van zijn zelfvertrouwen en energie te mogen leren.

Het is een rotavond en er wordt op de deur geklopt. Daar zijn ze. Ze hebben er voor gekozen mijn vriend te zijn en investeren daar overduidelijk in. Ze zijn er, echt. En ze hebben een geweldig gevoel voor timing. Ik huil wat bittere tranen, krijg een warme knuffel, wijze woorden en mildheid. Een uitnodiging voor de dag die komt. En chocola. Chocola!

We nemen een kopje koffie en hebben het over het lange weekend. Hij vertelt over de vakantie met zijn gezin. Hij ziet er goed uit en ik realiseer me plots dat het een mooie man is. Met een volle haardos, een prikkelbaardje en een zachte blik. Ik vertel een beetje grappig-luchtig over het uitstapje met de jongens naar een dierenpark (we hadden via-via kaarten met 50% korting gekregen) en hoe we maar liefst drie uur en half in de file hadden gestaan. ‘Goed dat ik jongens heb,’zeg ik. ‘Die janken niet als je eens tegen ze roept dat ze hun kop moeten houden omdat hun moeder anders in haar broek gaat plassen.’ Hij kijkt maar me en zegt dat het toch niet makkelijk moet geweest zijn, zo met twee jongens dat hele eind rijden. Dat hij en zijn vrouw om de beurt rijden en om de beurt met de kinderen op de achterbank bezig zijn. En dat ik het toch maar doe. Ik ben verbaasd door zijn empathie. Weinig mensen lijken zich echt te kunnen voorstellen hoe het is, alleen. Op het werk scherm ik het allemaal een beetje af. Met het sausje van tja-had-het-liever-anders-maar-het-gaat-best. Hij heeft daar door gekeken en zich in me verplaatst.

Dat het kan, zegt hij. Een huis met tuin. In Amsterdam. Hoogzomer. Voor de vakantie. Ik stamelvraag welke vergoeding hij graag wil. Geen, is het antwoord. En ook dat het voor hem normaler is dan voor ons. Ik durf bijna niet blij te zijn omdat het zo veel is. In mijn hoofd gaan er toeters en bellen af. Gratis logeren betekent dat we elke dag een uitstapje kunnen doen op reis. Het betekent ijsjes, Artis, musea, pannenkoeken.

Ik ga tanken en plassen en op de wc vis ik mijn telefoon uit mijn zak en zie ik dit. Het is niet alleen geweldig, maar ook heel emotioneel. Cadzand is niet zomaar een plek voor ons. Het is een plek die verbonden is met een vriend die onverwacht overleden is. Daar terug naar toe kunnen voelt als veel meer dan toeval.

We komen weer eens laat thuis. De jongens doen stormloop op de brievenbus en vissen er een tijdschrift uit, en een boek dat ik voor het werk moet (wil!!!) lezen. Een gevoel van luxe overspoelt me. Ik besluit eens goed voor mezelf te zorgen en maak – na de jongens in bed gestopt te hebben – risotto met lamsoor voor mezelf. Terwijl ik wacht tot de risotto klaar is, lees ik het tijdschrift. Me-time, zo luxe.

Ik vertrek voor dag en dauw. Om 7u ben ik al op de Antwerpse ring. De zon schittert, en alles komt diep en dicht binnen. Zo’n dagen zijn er. Dagen dat de goede dingen in mijn gezicht knallen. Dat heel die sensitiviteit van dit lijf en dit zijn jubelt.

Er zijn tijden dat ik bezorgd ben om die sensitiviteit, die beide kanten kan opslaan. Geprikkeldheid in positieve en negatieve zin. Met een wat instabiele moeder die wel eens manisch over komt, baren die ups en downs me zorgen. Maar tegelijk weet ik dat het de prijs is die ik betaal. De prijs voor het vermogen in een flow te komen, verbindingen te zien, met rode wangen van de passie een verhaal te houden, te schrijven tot diep in de nacht. Of lief te hebben – teer en lang en diep.

 

 

 

 

Prinses doet niets

Tussen Kerst en Nieuw hebben we collectieve sluiting op het werk. Dat is een pak beter dan een weekend, en ook beter dan een random vrije dag, want enkel mijn privé-e-mails blijven aantikken. Ik blijf ze negeren. Mijn werk-e-mail doet niets, geen piepje, geen zuchtje. Dus ik doe ook niets. Ik doe verbazend weinig. Geen plannen. Wat door het huis sloffen. Een wandelingetje. Een koffie in de stad. Een boekje op de bank. Wat knuffelen met de zonen in bed. Verhaaltjes lezen. Een heel voormiddag samen in bad zitten.

Als ik niets doe, gebeurt er best veel:

  1. Een kater. Ik heb nog nooit een kater gehad, dus ik kan er absoluut niet over meepraten. Maar ik lijk er één te hebben. Elke ochtend word ik doodziek wakker. Misselijk, hoofdpijn, ellendig, stijf & stram. Ik neem me steevast voor nooit meer een korrel suiker te eten en vanaf nu minstens een glas water per dag te dringen, liever nog een fles. Het ebt een beetje weg door niets te doen, en in de namiddag komt het weer opzetten in de vorm van een flinke hoofdpijn. Ik stel me voor dat al mijn stresshormonen de weg naar de uitgang zoeken nu ik stil gevallen ben en ik daar flink ellendig van word.
  2. Essentiële dingen. De zonen en ik gingen langs bij de ouders die we al sinds zomer 2014 niet gezien hebben. Later meer daarover. En Dirk en ik hadden plots een telefonisch gesprek van anderhalf uur, waarin ik o.a. optekende dat hij niet weg ging van mij maar van zichzelf, dat hij zich schaamt voor hoe het gegaan is en wie hij was. En ook een zinnetje met ‘misschien had ik meer man moeten zijn voor je en je gerust stellen’. De moment om te vragen of hij me zwak of onzelfstandig heeft gevonden. Nee, zei hij, twee keer. We deelden wat, over groeien en pijn en eenzaam. Ik weet niet of het oprecht was en ik heb niet de neiging me de vraag te stellen, maar ik voel me een beetje lichter.
  3. Ruimte. Ik vraag me altijd af hoe andere mensen hun huis netjes houden, of leuke creatieve dingen doen, of nieuwe ideeën bedenken. Mogelijk zijn dat mensen die de ruimte er in weten te houden, want ik doe plots spontaan allerlei dingetjes  – zoals de oude kranten weg gooien, kleding sorteren en lampen vervangen – waar ik nooit toe kom. Ook bedenk ik wat nieuwe dingen – die ik prompt weer vergeet, maak ik wat plannen voor een uitje, gaan we een keer wat kleins eten en besluit ik een alternatieve therapie te proberen voor mijn spier- en gewrichtspijnen.

Op zich is het beangstigend. Anderhalve week geleden kon ik een dagprogramma aan dat begon om half zes ’s ochtends, waarin ik vier afspraken in vier steden afwerkte, dus veel kilometers reed en ’s avonds twee kinderen voedde, in bed legde, mijn afwas deed en e-mails checkte. Nu lukt het me zelfs even niet te bedenken wat we morgen gaan eten. Maar het is prima zo. Even toch.

Prinses geeft drie tips voor wat je zeker niet moet doen in de vakantie

Weer aan het werk! Ik had zo uitgekeken naar dit moment: de terugkeer van de structuur, de kinderen die uitbesteed konden worden, tijd voor ‘mezelf’ (lees: mijn werk), … Hoe glorieus de dag in mijn gedachten ook zou zijn, het viel erg vies tegen vanochtend. Ik stond wankel op mijn benen, met vettig haar (geen tijd…), het voelde alsof ik overreden was en een kater had. Ik was fysiek te moe om de peuter in zijn autostoeltje te tillen en in de opvang brak mijn hart in duizendenéén stukjes, na drie weken samen zijn.

Gul als ik ben, geef ik jullie met plezier drie tips om het niet zo ver te laten komen.

Eén. Neem geen kinderen van een ander mee op vakantie.

Lach maar, ja. Het leek een goed idee. Grotere kinderen. De redenering was: ze houden elkaar bezig, veel kinderen werkt zelfregulerend. En ‘waarom ook niet?’. De realiteit was dat ik het gevoel had op reis te zijn met vampiers, die alle tijd en energie vakkundig wegzogen. Uiteraard waren er prachtige momenten en zijn kinderen geschenken (ik ben niet eens sarcastisch). Het is een verrijking dat kinderen met elkaar kunnen spelen en van voor andere kinderen zorgen leer je weer een hoop. Alleen zat ik op woensdag brullend van het huilen* in de auto voor een ommetje (het voordeel van grotere kinderen is dat je even weg kan). Alleen, wees gerust. Alleen, leeg, eenzaam, doodmoe, totaal in paniek, met het gevoel alles kwijt te geraken dat me lief is of waardoor ik op de been geraak/me op de been hou. Ik was er zelf aardig van geschrokken, de kinderen hebben niets gemerkt. Oef.

Twee. Thuisblijven is niet leuk, op reis gaan is ontregelend.

Euh, hoe formuleer ik dit als tip? Als je thuis blijft, maak dan voor elke dag een plannetje. Zeker als je kinderen met energie hebt. Op de bank liggen en een boekje lezen is er toch niet bij, dus kan je maar beter wat doen. Het wordt nog beter als je daarbij met andere mama’s en andere kinderen afspreekt (leuke papa’s om mee af te spreken ken ik jammer genoeg niet).
Als je op reis gaat, moet je er rekening mee houden (serieus) dat het erg ontregelend is. Elders slapen (lees: SLAAPTEKORTALARM), je weg vinden in een ander huis (of godbetert een tent), je weg vinden in een andere omgeving, ander eten (nee hoor, we hebben echt niet vooral boterhammen met hagelslag gegeten) en euh… Ja hoor, ook hier ontkom je er niet aan: je moet iets plannen, elke dag. Op de bank zitten met een boekje is er toch niet bij.

Drie. Besteed ze even uit.

Nee, het is niet makkelijk om drie weken lang dag in dag uit met kinderen samen te zijn. Hoedje af voor alle thuisblijfmama’s ter wereld, jullie zijn helden. Maar ik niet. De tweede week al was ik bereid te betalen om te kunnen gaan werken. Al mijn babysits genoten van de geweldige vakanties die je hebt als je zestien bent en waren dus op kamp, deden vakantiewerk of gingen naar feestjes. Daarvan was dus geen heil te verwachten. Ik heb geen flauw idee waar ik mijn jongens eens had moeten achter laten, maar jeetje, wat had ik het nodig even alleen te zijn, orde te scheppen in huis, een paar uur te slapen, eens ongestoord te eten, wat na te denken over het leven na de vakantie. Ben je in de mogelijkheid: gun het jezelf dan, die tijd zonder. Je hebt het nodig. Echt.

Kommer, kwel en gouden randjes

Het kommer- en-kwel-gehalte van de vakantie was aanzienlijk. Ik heb zelfs even overwogen naar de dokter te stappen omdat ik zo uitgeput ben, maar dat vond ik dan weer te ver gaan. Toch waren er ook momenten met gouden randjes. Vrienden op bezoek, samen wandelen en eten, slapende prinsjes op de achterbank, de geur van zonnecrème op kinderlijfjes, een bloot peutertje dat onbezonnen op het strand speelt, dat zeldzame moment (één!) dat ik ongestoord met een boek en koffie op het terras zat, de heerlijke plek waar we te gast waren, hagelslag, nog eens receptjes koken uit kookboeken, winkelen in vreemde supermarkten, vrienden die er voor me waren toen ik dat giga-crisismoment had (cfr. het brullen van het huilen in de auto), …

En nu. Nu zijn er plannen te maken, structuren te creëren. Ik wil weer zo veel dingen verbeteren, veranderen, opnemen. Ik blijf maar snakken naar tijd om alles te overdenken en te organiseren, alvorens uit te voeren. Terwijl ik nu vaak vooral brandjes blus en achter de dingen aan hol. Maar eerst toch maar eens bijkomen van de vakantie en mijn geestelijke training terug opnemen. Wordt vervolgd…

(*) Ik denk dat er nog een portie verdriet verstopt zat omdat het niets geworden is met de ondeugdelijke man. Verdorie toch.

De paradox van het ouderschap

Het is avond. Ik sta in de keuken en duw tomatenpuree door een zeef. Het is een meditatief werkje. Ik heb enkele kilo’s tomaten geroosterd met look, het resultaat ervan gemixt, een beetje kaneel en zeezout toegevoegd, en nu sta ik de pitjes en velletjes er uit te zeven. Ik ben moe en ik voel me leeg. Niet het genre moe en leeg van een paar maanden geleden. Er zijn twee dingen veranderd. Enerzijds denk ik niet meer in absolute termen (‘ik moet altijd alles alleen doen, ik ben altijd moe, ik kan nooit uitslapen, …’), anderzijds weet ik dat de bron voor hernieuwde kracht en energie in mezelf ligt en dat ik hem moet aanboren als ik me niet meer zo wil voelen.

Maar ik sta in de keuken, ik zeef tomaten, ik voel me moe en leeg.

Babyzoon is flink ziek geweest. Er was een ziekenhuisdreiging, hij leek wel anorectisch (een bijna twee jarige die enkele dagen eten weigert, vind ik eng), de nachten waren heftig, en tijdens de dagen zat ik vaak met een moe lappenpopje op schoot dat enkele keren door zijn beentjes was gezakt en dus maar het zekere voor het onzekere nam: moekeschoot.
Ik voelde me zo verbonden met hem, zo bezorgd, zo dicht, zo intiem met dat kleine zieke lijfje. Vanmiddag was er een kentering. Er werd een hele peer gegeten, het hangen sloeg om in mopperen, zeuren en huilen. Ik telde de uren af tot ik de kinderen in bed kon leggen en loste vanmiddag wel 200 ruzies op tussen de broers.

En nu sta ik in de keuken, ik zeef tomaten, ik voel me leeg en moe.

Mijn gedachten dwarrelen. Ik denk na over isolatie. Over de lange avonden alleen, waarin ik mijn huishouden doe, aan yoga doe en werk. Over input van anderen, wat op dit moment zo beperkt is. Over leven, over interactie. Over hoe leuk het zou zijn als er een partner zou zijn waardoor er wat dynamiek zou ontstaan, maar dat je natuurlijk niet al je hoop op een partner kan projecteren. Over het besef dat ik nog zo veel dingen moet oplossen en aanpakken, met de rechtszaak, met Dirk, met mijn ouders, en dat ik daar alleen door moet, wat ik nu eerder met een soort gelatenheid oppak. Over de ondeugelijke man en wat het betekent dat ik me zo aangetrokken voelde tot iemand die slechts sporadisch in me geïnteresseerd was, en over hoe moeilijk het is me los te maken van het verlangen naar hem, naar dat de dingen anders zouden zijn.

Ik denk na over relaties. Ik denk na over koppels die ik ken waar ik met een toverstokje zou willen langsgaan om hun ogen te openen, hen te laten kijken naar die andere, hen te laten appreciëren wat ze te vanzelfsprekend vinden. Datzelfde gevoel heb ik trouwens bij veel ouders en kinderen die ik observeer. Ik zie kinderen dingen doen om iets duidelijk te maken aan hun ouders, en dat die ouders dat niet oppikken. En omgekeerd. Ik doe het vast zelf ook. Wat zou er gebeuren als we in staat zouden zijn om met nieuwe ogen te kijken naar alles en iedereen waar we aan gewend zijn? Wat zou er gebeuren als we de signalen van de anderen dicht-bij-ons zouden kunnen oppikken en begrijpen? En in staat zijn om er adequaat op te reageren?

{In dat opzicht analyseer ik wat dingen die de ondeugdelijke man deed en zei tijdens onze laatste ontmoeting. Ik heb het gevoel dat er sleutels in die dingen zitten, maar dat ik de code niet kan kraken. Wonderwel begrijp ik vaak zo weinig van hem.}

Ik vind alles relatief. Ik zou graag een partner hebben want ik voel me vaak alleen. En tegelijkertijd weet ik dat een relatie een nieuwe resem uitdagingen met zich mee zou brengen, een nieuwe categorie zorgen. Het is alsof alles te relativeren is, waardoor er ook niets is om me met geloof en hoop aan vast te klampen. En tegelijkertijd is het ook heel goed dat ik me niet laat gaan in verlangen of dat ik me nergens meer aan vast klamp. Ik word er rustig van in mezelf.

Ik sta in de keuken, ik zeef tomaten en ik voel me moe en leeg.

Ik realiseer me dat ik door de zorg voor de kinderen in deze staat terecht gekomen ben. En dat deze staat over gaat. Dat vakantie niet persé een zegen is voor alleenstaande ouders, door het wegvallen van structuur en de daardoor ontstane noodzaak de dagen in te kleuren waarbij je telkens terug initiatieven moet nemen. Ik kijk rond in mijn leven en zie zo veel dingen die blijven liggen. In mijn huis, in mijn hoofd, in mijn werk, in mijn contacten. Ik weet dat de zorg voor de kinderen zo veel van me vraagt dat er vaak niets meer over blijft om elders te investeren, om vooruit te komen.

Het enige dat op dit moment nog als een paal boven water staat, is de liefde voor die twee kleine slapies boven. Dat is absoluut, onaantastbaar, neverending. Wat een paradox. Ze putten je uit tot je moe en leeg tomaten staat te zeven en niets meer van groot belang kan vinden. Behalve zij, de aanstokers van dat gevoel.