Misschien

Up & down. Up & down. In de up-momenten dacht ik dat ik ‘er’ was. Op een stabiele plek, waar ik rust zou vinden in mezelf, waar ik gelukkig in het leven kon staan. In de down-momenten haatte ik mezelf om de naïviteit te geloven dat dat ooit kon.

En nu.
Nu lijkt het weer aannemelijker.
Dat ik het ooit zal kunnen, eten wat goed voor me is in een hoeveelheid die passend is.
Dat ik het ooit zal kunnen, zelfvertrouwen vinden, faalangst en uitstelgedrag de kop in drukken, en zo ook schaamte en schuld overwinnen.
Dat ik het ooit zal bereiken, de staat waarin werk leefbaar is en leven werkbaar.
Dat ik het ooit zal zijn, die moeder die ik graag wil zijn. Een rots in de branding van mijn jongens die nog plezier heeft in het leven ook.
Dat ik ooit controle zal hebben, over de financiën, en nog wat over zal hebben op het einde van de maand.
Dat het ooit zal lukken, het huis ontrommelen en ontspullen en zo rust creëren.
Dat ik weer zal weten hoe het voelt, uitgerust en ontspannen zijn.
Dat ik ze kan weerstaan, de verleiding om telkens terug naar Dirk te keren met mijn onbeantwoorde vragen en onvervulde verlangens.
Dat ik het zal uitgebouwd hebben, mijn eigen bedrijfje, mijn eigen speeltuin.
Dat het ooit gaat gebeuren, wakker worden naast een partner die goed is voor me.
Dat ik daar ooit sta, in die aula, en mijn doctoraat verdedig met een leuke jurk, tien kilo lichter dan vandaag, mijn beide zonen braaf op de eerste rij en mijn nieuwe partner met tandpastaglimlach er naast. Haha.
Dat ik het ooit weer mag voelen, dat gevoel alsof er een vlinder in je buik fladdert – het eerste gevoel van leven van een nieuw leventje.
Dat ik weer ga bouwen, in plaats van puin ruimen.

Dat ik noch veroordeeld ben tot Dirk, noch veroordeeld tot mezelf.

Het is geen up-fase. Het is eerder het waarnemen van kleine veranderingen die hoop geven.
Zoals de verandering dat ik besloten heb om een paar dagen ziekteverlof te nemen om wat op mijn plooi te komen – mentaal en fysiek – in plaats van als een kip zonder kop verder te rennen. Ik heb een nieuwe dokter, die luistert en meer hoort dan ik vertel.
Zoals de verandering dat er hulp is. Een sociaal assistent bij OCMW zet zijn schouders even mee onder dit leven. We nemen samen dingen door waar ik alleen niet aan toe kom. Hij zegt me dan dat ik rustig moet ademen. Hij heeft gezorgd dat ik familiehulp kan krijgen. Binnenkort intakegesprek.
Zoals de verandering dat ik minder pijn heb. De enige reden die ik daarvoor kan verzinnen zijn de sessies bij het heksje, die me mentaal en fysiek veel deugd doen.
Zoals de verandering dat ik een nieuwe therapie probeer. Emotioneel lichaamswerk. De analyses heb ik gemaakt, die zijn sluitend. Nu moet de opbrengst daarvan verwerkt worden, zodat de invloed ophoudt. En het mogelijk wordt, wat ik hier boven schreef.

Wie weet.
Wie weet kan het, dat alles anders wordt. 

Wat alleszins niet kan, en dat past uiterst slecht bij mijn karakter, is dat het snel gaat. Van de ene dag op de andere. Het is elke dag een stapje, en soms drie stapjes achteruit. Het is een kleine verandering die je moet volhouden, en weer verliest, en dan weer opnieuw oppikt en probeert. Volhouden.

Mijn vriendin Adriene blijkt nog een betere vriendin dan ik dacht. Ze hamert ‘find what feels good‘. Ze is altijd mild, altijd positief, en het is iemand die gelooft dat het kan: transformatie. Een/haar/mijn(?) weg daartoe is yoga. Ik ben al lang gestopt met analyseren hoe yoga dan werkt, mentaal en fysiek. Maar het werkt wel. Ik eindig mijn yogasessie altijd in een volledig andere state of mind dat ik begon. En niet de yogasessie zelf is moeilijk, maar wel elke dag de beslissing maken om het te doen. Te kiezen voor wat goed is voor mezelf, en met mijn iPad op de mat gaan zitten, in plaats van met een bakje chips op de bank. Elke keer als dat lukt, heb ik een stapje in de goede richting gezet.

 

 

 

 

 

 

Over nooit meer de oude worden

Overrompeling
Het was een beetje een overrompeling hier, donderdag, nadat ik woensdagavond gepleit had voor meer vertrouwen. Basically, meer vertrouwen in onszelf en onze kracht, als vrouw, als moeder. En dat door ons te verbinden met onze eigen natuur (niet ‘de natuur’ an sich, alhoewel mijn eigen natuur me daar wel mee in verbinding stelt, zoals ik aantoonde in de voorbeelden die ik gaf over wanneer ik het dichtst ben bij mijn krachtige, intuïtieve ‘ik’).

Falen
Eén van de dingen die ons vaak in de weg staan om vertrouwen te vinden, is – denk ik – dat we zware periodes in ons leven zien als mislukkingen, falen, te vermijden, zo snel mogelijk op te lossen.

Voor vele vrouwen, zo bleek uit de reacties maar ook uit andere blogs en verhalen van mama’s, is de geboorte van een (eerste) kind het begin van zo’n periode waarin alles op zijn kop lijkt te staan en alle vertrouwen kwijt geraakt. Helemaal te begrijpen. Alles verandert met die (eerste?) hummel. Je relaties. Niet alleen met je partner, maar ook met je eigen ouders. Je schoonouders. Je eventueel oudere kind. Je hele omgeving. Jezelf. Je werk. Je dagritme verandert. Je nachtritme. Je tijdsbesteding. Je lijf is anders. Een bevalling is soms heftig en vaak moeilijk een plek te geven.

Ik denk dat die zware periodes in het leven er bij horen. Dat iedereen die heeft. Na de geboorte van een kind. Na het vertrek van een partner (wie, ik?). Na de verandering of misschien zelfs het verliezen van werk. Misschien zelfs zonder aanleiding. Misschien wijzen die periodes er ons soms gewoon op dat wie we waren niet meer past. Dat we moeten transformeren, evolueren, om terug beter te passen bij het leven dat we hebben, bij de situatie die anders is en andere dingen van ons vraagt.

Complexe pijn, meervoudige verandering
Mijn partner ging weg. Dat bracht een heel complexe pijn met zich mee. De pijn van verlaten zijn. De pijn van verloren dromen (nog kinderen, het samen fijn hebben, intact gezin zijn). Maar ook de pijn van moeten veranderen, omdat de nieuwe situatie nieuwe dingen van mij vroeg. Misschien was die pijn het heftigste. Ik zette me schrap. Maar ik moest wel. Dus moest ik anders leren denken. Moest ik manieren zien te vinden om mijn energielevel wat op de krikken. Moest ik voor mezelf zorgen, mezelf geven wat ik nodig had (byebye voetmassages en lekkere pasta’s van Dirk, hello kersenpitkussens en repen chocola). Moest ik zelfstandiger worden en volwassener (hallo rijbewijs, bloed-zweet-tranen, joh). Moest ik leren zelf beslissingen te nemen, niet meer altijd op iemand anders te leunen. Moest ik heel veel meer zorg voor mijn kinderen opnemen, want die liet ik vaak aan Dirk over die altijd wel een zot spelletje had of leuk verhaaltje vertelde, terwijl ik het huishouden deed en de rekeningen betaalde. Leuk was anders en ik baal nog veel te vaak als een stekker, maar eerlijkgezegd? Ik ben volwassen aan het worden. En dat is niet slecht.

Na regen komt kracht
Het is verschrikkelijk om alle fundamenten van onder je leven geblazen te zien. Om totaal uit je rol te vallen. Om niet te krijgen wat je verwachtte (bijvoorbeeld: een roze wolk, een intact gezin, … ).

Maar we kunnen proberen aanvaarden dat dit soort periodes er bij horen, het verzet staken, en in plaats van redding te zoeken bij anderen (wat ik lang deed) of te blijven kauwen op die pijn en het kwetsbare gevoel, naar binnen keren en de kracht zoeken in onszelf.

De kans dat je die kracht vindt op momenten dat je op de bodem zit, is niet zo heel onrealistisch. Bodem en fundament zijn een andere naam met een andere betekenislaag, voor hetzelfde. Als alles veranderd is en je lijkt alles kwijt te zijn, blijft over wat onverwoestbaar is in jezelf. En dan gaat alles niet meteen van een leien dakje, maar dan kan je wel vertrouwen opbrengen, leven vanuit je eigen overtuigingen, en de soms pijnlijke veranderingen die nodig zijn om de crisis te laten voorbij gaan, voltrekken. En als je daar hulp bij gebruikt, van vrienden, blogs, therapeuten, whatever, lijkt me dat alleen maar goed.

En zo geloof ik dat je na een heftige periode, bijvoorbeeld als je moeder geworden bent en je wereld staat op zijn kop, niet hoeft te blijven hangen in een gevoel van kwetsbaarheid. Er onderdoor gaan is geen garantie op ‘nooit meer sterk’ en ‘nooit meer er boven op’. Misschien is het zelfs een garantie op ‘sterker dan ooit’? Ik denk dat je mag vertrouwen in je kracht, en in die betekenisvolle veranderingen die je doorgemaakt hebt waardoor je beter toegerust bent voor het nieuwe leven dat aangebroken is. Bijvoorbeeld als mama, of als alleenstaande ouder, of … Ik denk niet dat je ooit nog de oude wordt, maar ik denk dat je een heel krachtige nieuwe kan zijn. Als je durft. En ik hoop stiekem dat we elkaar deze verhalen kunnen vertellen. Niet alleen het deel van nooit meer de oude worden, maar vooral het deel van een krachtige nieuwe zijn. (NB: krachtig en kwetsbaar zijn geen tegengestelden in dit verhaal, in je kwetsbaarheid staan is heel krachtig, zeker als je die als een deel van je nieuwe leven kan zien.)

Nogmaals hef ik het glas (allez ja, een blikje pepdrank actually). Op vertrouwen. Proost!

(En volgende keer post ik iets normaals. Ok? :))

P.s. In mijn vorige post had ik het over vertrouwen op je intuïtie, als je moeder gaat worden. Iemand reageerde daarop dat dat zou betekenen dat mensen vooral angstig zouden zijn. Ik denk dat angst net datgene is dat ons in de weg zit om bij onze intuïtie te komen.

Mijn intuïtie dreef me ertoe elke zwangere avond in bed te lezen, zodat ik zo veel mogelijk zou weten over wat er zich in me afspeelde, en wat ik kon verwachten van een bevalling. Dit waren mijn pareltjes:

1. ‘Veilig zwanger’, ‘Veilig bevallen’ en ‘Veilig doorheen de kraamtijd’. Boeken van Beatrijs Smulders. Beatrijs Smulders is een Nederlandse verloskundige. Werkelijk alles komt aan bod (ja, van aambeien tot kraamtranen), in korte hoofdstukjes, telkens opgefrist met verhalen van vrouwen. Ook wordt er normaal gedaan over alles, het hoort er allemaal bij, er wordt open en eerlijk over verteld. Precies wat ik nodig had.
2. ‘Bevallen en opstaan’ van Jetske Spanjer en anderen. Dit boek is al wat ouder, zeer informatief. Wat ik vooral telkens maar bleef lezen, waren de bevallingsverhalen van vrouwen. Zo staat er een verhaal in van een moeder die een kindje met het syndroom van Down krijgt, wat na enkele dagen sterft. Dat verhaal is zo prachtig dat ik het zelfs bij de vijftigste lezing niet droog hield.
3. ‘Bollebuikenboek’ en ‘Bolle Buiken in beweging’ van Leen Massy. Bevallingsverhalen. Het één na het ander. Alle scenario’s. Ontroerend mooi en intiem. Ik zou alleen al nog eens zwanger willen zijn om me weer terug te trekken in bed met die verhalen.
4. ‘Baren’ van Benedicte Vansina. Inzoomen op het proces dat baren is, toelichting bij de hormonen en welk werk ze doen. Geeft vertrouwen en handvaten om je voor te bereiden op je bevalling. En aan storminjehoofd: ze heeft ook een boek voor vaders geschreven :).

Blijven ademhalen!

Ik maak een recept uit het mooie kookboek ‘Veg!’. Tussendoor kijk ik even op mijn i-Phone*. Door het raam zie ik mijn nieuwe wagentje* staan. Er piept wat. Een mail van het werk, die ik even lees terwijl de keuken steeds sterker naar look begint te ruiken. Feedback van een collega op een interne presentatie die ik gisteren hield. Er wordt enthousiast op gereageerd. Ik heb het gevoel dat ik meteen goed gestart ben in de nieuwe baan en dat het effect heeft: de projecten waar ik aan werk lopen zeer goed. In een teamvergadering werd ik zelfs even als voorbeeld aangehaald. Ik, het groentje.

Mijn hoofd stroomt over van de ideeën. Ik schrijf mijn whiteboard vol en hoop dat ik tijd en energie en moed blijf houden zodat ik alles ook kan uitvoeren. (Tegelijkertijd is er ook een stroom onbeantwoorde e-mails, onopgeruimde hoekjes in dit huis etc. Tja, denk ik dan. Ooit lukt het me wel eens.)

Het tij is gekeerd. Ik kan zelf amper geloven hoe gelukkig ik ben geworden.

Onthecht comfort

Hierboven vermeldde ik de i-Phone en het leasewagentje dat ik intussen rijd. Het is maar een telefoon, het is maar een auto. Beiden zijn niet van mij maar van de baas (*) en dat weet ik donders goed. Ik ben er de persoon niet naar status te ontlenen aan spullen, maar ik probeer wel oprecht dankbaar te zijn om het comfort dat ze bieden. Een auto waarvoor ik niet bij vrienden moet gaan lenen om hem te laten herstellen. Een telefoon waarmee ik veilig kan bellen en rijden tegelijk. En kan facetimen met mijn kinderen. Dat kon met die oude Nokia niet.

Transformatie, tot in de rechtbank

Tegelijkertijd markeren de auto en het wagentje de transformatie. Als ik een foto uit mijn geheugen opdiep van vorig jaar deze tijd, dan zie ik mezelf staan in het bos met een zware bakfiets, huilend omdat ik het ding niet vooruit krijg. Twee kindjes er in waarvan ik me afvraag hoe ik de avond met hen nog ga doorkomen. Ik was zo moe en zo ellendig en zo alleen en zo verlaten. Intussen zit er vaart in alles. Het gaat hard en het gaat lekker. Het hoofd bruist, de kinderen bloeien, de moeder huilt niet meer, we snorren met het wagentje rond, het gaat lekker. En binnenkort sta ik voor de rechter, want in alle stilte zette ik de voor mij enorme stap om Dirk voor de rechter te dagen. Daarom ook het bijberoep. Advocaten zijn niet gratis. Vroeger zou ik hier om gehuild hebben: dat ik in bijberoep moet werken om mijn advocate te kunnen betalen. Nu geeft het me het heerlijke gevoel dat ik mijn leven in de hand heb.

Herprogrammering

Vroeger had ik veel downs, maar ook ups. Nu is het anders geworden, stabieler. Ik heb mijn hoofd geherprogrammeerd, door yoga te doen. Die eerste yogales heeft mijn leven op zijn kop gezet, de boel weer doen stromen. Intussen lees ik her en der artikels over hoe yoga de hersenen beïnvloedt, verandert, stimuleert. Dat kalme, gelukkige en energieke is dus geen toeval.

Ik lees ook het boek ‘Blijven ademenhalen’ van Hedi de Vree. De ondertitel is: ‘wat yoga mij over liefde, verdriet en het leven leerde’. Bij elke zin die ik lees, denk ik: had ik dit maar geschreven. Hm. Boek schrijven. Misschien iets voor op het white board.

image

image

P.s. (1) Ik kan niet op mijn handen staan, hoor.

P.s. (2) Een artikel, ook over meditatie, vind je hier.

Prinses wordt goeroe

namaste

De laatste weken ging het goed. Het leek bij momenten alsof ik het kraantje van de onbeperkte energie had gevonden. Niet dat ik stuiterde ofzo, wel dat ik dingen voor elkaar kreeg (lang niet alles), en weken na elkaar na 23u naar bed kon.

Ik wist dat het niet bleef duren. En zie daar: gisterenavond gebeurde het. Misselijk, het gevoel niet te kunnen ademen, het gevoel niet te kunnen eten, grauw, zwarte vlekken, het hoofd dat na weken creativiteit plots maar wat sputtert, het ijskoud hebben en niet warm kunnen worden.

Het is een behoorlijk ellendig gevoel. Het gevoel dat je kan kotsen van uitputting. Neem dat trouwens maar zeer letterlijk. Soms draait mijn lijf binnenstebuiten van vermoeidheid.

Enkele dagen geleden sprak ik met de Ondeugdelijke Man. De Ondeugdelijke Man en ik zien elkaar bij hoge uitzondering. Hij zit in een turbulente periode, nog turbulenter dan mijn voorbije jaar was. Hij heeft de neiging de dingen in zijn leven nogal groots aan te pakken, vandaar.

‘Ondeugdelijke Man,’ sprak ik. ‘Stop met je te verzetten tegen wat is. Stop met vechten. Ga zitten, open je handen. Laat vervliegen wat je niet dient, wat overbodig is, waarmee je jezelf geweld aandoet. Wat in de plaats zal komen, is een onmetelijke ruimte. Goeds dat op je af gekatapulteerd wordt zonder dat je er wat voor moet doen. Wees niet bang, gebruik deze crisis om vrij te worden. Laat los. Ik weet niet wat je los moet laten, maar je weet het zelf wel. Is het bezit? Is het verlangen? Zijn het banden? Zijn het opvattingen? Is het je ego? … ‘ *

(* Hij keek me niet aan alsof ik gek geworden was. Ik merkte dat hij op een kantelpunt staat en dat ook aanvoelt. Loslaten en vrij worden, of vast klemmen en een hartaanval krijgen binnen dit en een half jaar.)

Ik leek wel een goeroe. En ik meende het verdorie nog ook, elk woord. Het kon me overigens ook verbazend weinig schelen of het nog eens wat wordt tussen de Ondeugdelijk en mezelf, dat was absolute bijzaak. We spraken met elkaar van ziel tot ziel, en de rest zal het leven wel uitwijzen. Als hij richting hartaanval evolueert, wordt het trouwens niets.

Vroeger zou ik gevonden hebben dat het punt waarop je kan kotsen van uitputting een terug-naar-af-moment is.

Vandaag weet ik dat het niets verandert aan de wonderlijke periode waar ik in zit. De nacht die ik met mijn jongens in een huis in het bos doorbracht, terwijl het buiten onweerde. De ontmoeting met een man die stervende is. Het meermaals in de auto stappen om zes uur ’s ochtends in verschillende steden, na nachten bij vrienden, en zo dicht bij het leven staan, samen vallen met het leven als het ware. Zien dat de vogels om zes uur de straten bevolken, en rustig op pad gaan. Voor koffie naar Zeeland rijden en daar een inkijkje krijgen in een leven van een gul en warm mens. … En zo onbevattelijk veel meer.

Ik denk dat het begonnen is in de yogales, die ik met babysitsponsering kon doen. Hoewel ik me er uit alle macht tegen verzette, voelde ik me enkele minuten lang totaal mild ten opzichte van Dirk, en het leven. Toen zijn de dingen weer beginnen stromen. Misschien heb ik daar mijn ego achtergelaten. Dat ego dat altijd wat staat te vinden en denken en willen. Misschien heb ik daar mijn handen geopend, om te laten vervliegen wat me niet dient, en te beginnen ontvangen wat het leven in petto heeft. En dat is elke dag meer dan ik kan bevatten.

Toen kwam Adriene. Ik probeer me te houden aan mijn dagelijkse afspraken met haar, wat lang niet altijd lukt. Ze moedigt me aan door yoga-oefeningen mijn hart te openen, letterlijk. Ik open de zone van mijn hart, door de houdingen en bewegingen. Zo blijft het stromen.

Vandaag kan ik wel kotsen van uitputting. Maar ik sla niet tilt waardoor ik emotioneel zou crashen. Ik zorg voor mezelf als voor mijn babies destijds. Rust, goed eten, mildheid. En yoga met Adriene (dat heb ik mijn babies nooit laten doen, wees gerust).

Advies, zo mocht ik het voorbije jaar ervaren, is goed bedoeld waardeloos.

Maar als goeroe toch even dit aan de mens in crisis. Als het leven je harde klappen uit deelt, ben je geneigd in verzet te gaan. Dat heb ik een jaar lang gedaan: geschopt, gevochten, getreurd. Eigenlijk moet je zorgen dat het leven weer kan gaan stromen. Drie essentials die voor mij het verschil maakten:

1. Doe aan yoga. Elke dag, liefst.
2. Lees ‘Waar je bang voor bent’ van Pema Chödrön. Je snapt er niets van in het begin, maar lees het, houd het bij, lees het opnieuw. Op een gegeven moment snap je alles.
3. Weet dat je het zelf weet. Schakel je ego uit, dan kom je bij dat diepste weten.

Drie dingen die ik graag geleerd had

Laatst zat mijn dagelijkse sessie met mijn goede vriendin Adriene er weer op, en plots dacht ik aan het middelbaar. De eindeloze balsporten, pieptesten, aerobics waarbij ik me oneindig belachelijk voelde. Als het enigszins kon, drukte ik me, bewoog ik me subtiel richting laatste rij, of deed ik alsof ik hard mee deed maar rende ik altijd weg van de bal in plaats van er naar toe. Ik bedacht hoe fijn het was geweest als we yoga hadden gehad, af en toe een keer, in de turnles. Dat bracht me op een lijstje van dingen die ik graag geleerd had, ergens in mijn onderwijsloopbaan of in het leven tout court.

1. Plannen en organiseren

Er werd uiteraard gewerkt met een agenda, huistaken, toetsen, examens. Maar expliciet aandacht besteden aan persoonlijke organisatie en planning, gebeurde niet in mijn lagere school, het middelbaar of het hoger onderwijs. Voor mij is dat nog steeds een behoorlijke struggle. Ik gebruik meestal Getting Things Done, wat ik jammer genoeg wel eens laat verwateren. Maar een geest als water, zoals de GTD-goeroe als ideaal voorop stelt, krijg ik maar niet. Ik bedenk trouwens vaak dat de moeilijkheid zit in de combinatie van verschillende taakvelden (huishouden, werk, kinderen, …) en het verlies van productiviteit omdat ik overdag met de kinderen nooit ergens toe kom (ook niet tot huishoudtaken).

2. Out of te box bestaan

Ik herinner me precies alleen maar leerkrachten die netjes getrouwd waren en twee of drie kinderen hadden, en die in de klas vol geestdrift konden vertellen over het huis stofzuigen. Ik herinner me van alle klassen waar ik in gezeten heb alleen maar kinderen met getrouwde ouders, wondend in grote huizen en rijdend met grote auto’s. Als er iets pijnlijks was, de dood van een leerling, slechte resultaten, whatever, werd daar ofwel afgebakend over gepraat, ofwel niet.

Vandaag lees ik nog eens in ‘Als je wereld instort’ van Pema Chödrön. Erg bijzonder om het boek dat een jaar geleden bijna chinees was voor me, nu terug te lezen en te herkennen. Dat je je niet moet verzetten tegen pijn, dat je in je pijn kan gaan staan. Dat het transformatie inluidt: ‘Chaos moet worden opgevat als buitengewoon goed nieuws.’

Vandaag ontmoet ik mensen, en nog voor ik de vinger kan leggen op de geheelde of soms nog bloedende wonde, weet ik dat het mensen zijn met een verhaal. De laatste tijd had ik gesprekken met onbekenden over burn-out, over leven met ongeneeslijke kanker, over leven met een chronische ziekte. Het zijn mensen bij wie ik een soort berusting ervaar, want ze zijn door het vuur gegaan. Ze hebben hun grootste angst in ogen gekeken, ze hebben op de bodem van hun bestaan gezeten.

Een relatiebreuk lijkt zoiets oppervlakkigs. Laatst stond er in de krant een artikel over liefdesverdriet. Het lijkt iets onnozels, puberaals. Maar wat ik ervaren heb, is dat heel de grond van onder mijn voeten weg getrokken werd. De basis van mijn bestaan implodeerde. Mijn gezin lag in frut. Mijn kinderen waren overstuur. Ik was in de steek gelaten. Ik verlangde naar iemand die niet meer bij me wou zijn. Ik moest het werk van twee mensen plots alleen doen. Ik moest oplossingen zoeken voor dingen die niet op te lossen leken. Het voorbije jaar was een ongenadig k**jaar (cfr. het dagboek van Connie Palmen).

Het was makkelijker geweest als ik in mijn leven in contact geweest was met één-oudergezinnen, niet-perfecte plaatjes, echte verhalen van mensen met verdriet of in crisis. Dan had ik begrepen dat dat bij het leven hoort. Of misschien zelfs het leven  is. Opbouwen, ook al weet je dat je nergens zeker van kan zijn en dat alles kan instorten. Toch waarde toekennen, hechten, zorg dragen. En als de pijn komt, daar doorheen gaan in de rust dat pijn niet onwenselijk is, in het vertrouwen dat het iets brengt. Het gaat niet over, je transformeert, de pijn zit dan ergens in de bouwstenen van je nieuwe zelf. En er is echt dat punt waarop je weet dat het goed is zo.

3. Jezelf mogen zijn

Ik heb me altijd voelen tekort schieten, ik leef al altijd met een soort schaamte voor wie ik ben en wat ik doe. Ik paste niet zo goed binnen de onderwijssystemen. Nu denk ik dat dat komt omdat ik HSP ‘ben’. Ik voelde me altijd anders, en ik voelde het altijd aan alsof dat niet geapprecieerd werd. Ik had moeite met plannen en organiseren, dus voelde ik me op een gegeven moment ook een soort kluns die nooit ‘in orde’ was.

Eén leraar herinner ik me, en ik zou die man heel graag ooit nog eens laten weten wat de kans die hij me gaf, voor me betekende. Ik had mijn toets geschiedenis niet geblokt, hoewel ik het wel van plan was. Ik had het gewoon niet voor elkaar gekregen. Ik had dat stamelend gezegd, en in plaats van de standaard zucht, kreeg ik een nieuwe kans, twee dagen later. Zonder verwijten, gewoon met mildheid. Ik besefte dat ik het niet verdiend had die kans te krijgen, en heb daarna altijd mijn best gedaan voor de leraar in kwestie. Dat iemand niet over mij dacht als een kluns niet niet in orde was, maar als iemand die gewoon een nieuwe kans verdiende, schepte zo veel ruimte.

Aan de universiteit leefde ik op. Na mijn eerste examen heb ik verbaasd en zwaar teleurgesteld aan de prof gevraagd of dat nu écht alles was. Ik kende de leerstof van voor naar achter en terug, maal tien. Uiteraard had ik het moeilijker met bepaalde vakken, maar meestal was ik over-voorbereid, in plaats van onder-voorbereid. Zo hopeloos was ik dan blijkbaar toch niet.

Nu drijf ik een beetje af van het topic, maar het hele sfeertje in het onderwijs dat ik genoten heb, was dat van een bepaalde norm. En dat je daar aan moest voldoen. Ik hoorde, merkte, leerde nergens dat ik oké was, dat ik kon leren van de dingen die ik nog niet kon of van de moeilijkheden die ik had, dat ik kon veranderen en daar hulp bij kon zoeken als ik dat wou. Dat ik goed voor mezelf mocht zorgen. Dat ik zelf keuzes mocht maken die goed waren voor mij, in plaats van mee te marcheren in de ‘juiste’ richting. Dat ‘anders’ goed en mooi kan zijn. Dat je jezelf mag worden, in plaats van te proberen erbij te horen.

Wat zouden jullie graag meegekregen hebben in het leven, van thuis, of in het onderwijs?