Hoera voor… Collect & go!

‘Hoera-voor’ is een reeksje op mijn blog met survival-strategieën voor (single) moms. Het is heel erg not-me om dit soort blogs te schrijven. Lees het vooral niet als strategieën van de specialist, maar als toevalstreffers van de moeder-chaoot. En doe er je voordeel mee.

Euforie zit ‘m soms in kleine details.

Lees volgende scenario’s, gebaseerd op waargebeurde feiten:

(1) Het is zaterdagochtend, de winkel is loaded. Inwendig foeter je. Waarom ben je niet eerder komen winkelen? Dan realiseer je je: er was geen mogelijkheid. Heel de week gewerkt, gerend en gevlogen, dus zaterdagochtend it is. Kleine zoon zit in de kar, grote zoon wil er perse op staan. Dat stuurt erg onhandig en uiteraard laat hij zich drie keer vallen, zodat je per ongeluk tegen zijn benen rijdt en hij het op een heel luid jammeren zet. Als je geluk hebt, huilen kan immers ook. Krijsen is gelukkig zeldzaam. Intussen vraagt de kleine zoon elke rayon of hij mag stappen. Nee, dat mag niet. Vier handjes strekken zich uit naar elk ‘proevertje’ dat er is. Ze maken geen onderscheid tussen stukjes worst, een bekertje wijn of koeken. De eerste twee kan je nog net uit hun handen trekken (‘dit zijn dode dieren!!!’- ‘nee, domme moeke, dit is worst’ en ‘dit is voor grote mensen!’ – krijspartij). Uiteindelijk geef je toe en passeer je dan maar een aantal keer subtiel voorbij de tuckoekjesproevertjes. Maar later toch weer spijt, want ze hebben er dorst van gekregen en het is nogal moeilijk uit te leggen dat die drankjes in de kar eerst betaald moeten worden alvorens genuttigd. En dan… Alarm!!!!! Brand? Nee, plassen. Of erger. De wc in de Colruyt weet je al zijn en de beleefdheid toestemming te vragen om die te gebruiken is ook al overboord. Spurten, altijd, want beide zonen hebben een edgy alarm als het over dat soort dingen gaat. Zo, dat ging weer net goed. Je wist het zweet even van je voorhoofd en kan nog net het hand van de oudste uit de broodmachine trekken. Hij was op zoek naar korstjes. Aan de kassa voel je je niet lekker. Opgedraaid. Je probeert wat in te schatten hoe hoog de rekening zal zijn en houdt je vingers crossed dat er genoeg geld op je rekening zal staan. De kinderen hebben nog even ruzie over wie nu de extra korting kaart aan de meneer of mevrouw mag geven en er is nog wat onvrede omdat ze geen speelgoed hebben mogen kiezen, maar daarna gaat het vlotjes. Kinderen in auto, auto laden, naar huis rijden, kinderen uitladen, honderd keer op en neer naar de auto om de boodschappen uit te laden terwijl je natuurlijk ogen op je rug wenst om te kijken of de kinderen het pand niet verlaten via de openstaande voordeur, pizza in de oven als noodoplossing, want met winkelen ben je toch zo drie uur kwijt.

(2) Je agenda geeft je een herinnering. O ja, de winkel! Het is bijna twaalf uur, je bent thuis aan het werken. De kinderen zitten op school. Relax rijd je naar de winkel waar je de aparte ingang van de Collect & Go mag nemen. Er staat niemand, je bent zo aan de beurt. Een enorme winkelkar staat klaar en de twee mannen van de winkel zijn druk in de weer om ook de diepvriesproducten en de koelkastproducten toe te voegen. Alles zit netjes gesorteerd in bakken en staat al op een kar. Je krijgt ook een gratis productje, leuk. En de servicekost valt weg omdat je vijf pakken pasta hebt gekocht. Nice. Extra korting-kaart scannen, betalen (je weet ongeveer hoeveel het gaat zijn – geen stress), auto inladen, kar terugbrengen, grapje maken met de man van de winkel en klaar. Thuis alleen nog alles snel uitladen, een boterhammetje maken, en om één uur zit je alweer aan je bureau.

Als je eenmaal kennis gemaakt hebt met het tweede scenario, wil je niets anders meer. Enkele voordelen op een rijtje:

  • Je kan producten rustig vergelijken met alle info op het scherm. In de winkel kan dat in principe ook, maar met twee kinderen heb je soms de neiging gewoon om het even wat dat lijkt op wat je wou kopen in je karretje te gooien.
  • Je kan de extra korting kaart bewust inzetten.
  • Impulsaankopen (denk: chips en chocola) zijn te reguleren.
  • Je weet ongeveer wat je gaat uitgeven.
  • Je kan verschillende lijstjes opslaan in het programma waarbinnen je bestelt, bijvoorbeeld het lijstje ‘maandelijks’, ‘wekelijks’ en ‘extraatjes’. Vooral mijn maandelijkse lijst is handig omdat ik probeer één keer naar de Colruyt te gaan en verder via het voedselteam te kopen. Al mijn vaste producten staan er in en ik heb een lijstje voor mezelf van de categorieën die ik dan moet aanvullen, waardoor ik heel snel kan ‘winkelen’. Op dat lijstje staat ook mijn paswoord en mijn gebruikersnaam, zodat ik alle info bij de hand heb.

Nadelen? Sommige producten zoals fopspenen en nylon kousen zitten niet in Collect en go, daar moet je dan even de winkel voor door. Dat is toch nog dubbel werk dan.

Maar dat weegt niet op tegen de voordelen. Wij zijn fan. Hoera voor Collect & go!

 

Hoera voor … het verspakket van Albert Heijn!

‘Hoera-voor’ is een reeksje op mijn blog met survival-strategieën voor (single) moms. Het is heel erg not-me om dit soort blogs te schrijven. Lees het vooral niet als strategieën van de specialist, maar als toevalstreffers van de moeder-chaoot. En doe er je voordeel mee.

Ik heb er al eens over geschreven, namelijk hier, maar het verspakket van Albert Heijn kan niet voldoende bewierookt worden. Niet alleen is het pakket, vooral verkrijgbaar in de Nederlandse filialen, in mindere mate ook in België, gepimpt zonder in prijs toe te nemen, maar ook zijn er weer wat nieuwe opties bij gekomen.

Gepimpt? Aanvankelijk ging het om een ‘vers kookpakket’, in een plastieken bakje. Intussen is het wat luxer geworden, in een kartonnen bakje, wat breder. Jammer genoeg nog steeds met plastiek ingepakt. Op de kartonnen wikkel staat het eenvoudige recept, dat hoef je niet meer (een beetje vochtig) van onder de groenten te halen.

Er zijn ook wat nieuwe opties, zoals de Turkse groentekebab en  het pompoensoeppakket.

De instructies zijn altijd simpel, de prijs tot dusver altijd onder de vijf euro. En mijn kinderen lusten het meestal.

Je hangt niet vast aan een wekelijks bezorgde box en je kiest en beslist gewoon in de winkel.

Ik vind het zelf een pak makkelijker om te kiezen voor een gerecht dan voor ingrediënten waar ik dan een gerecht mee moet zien te maken. Het winkelt dus erg snel, weinig keuzestress, geen zoektocht naar ingrediënten. Nog een mooi voordeel is dat de portie meestal veel te groot is voor ons drietjes, ook al staat er op het pakket dat je er met vier van kan eten. Dat betekent dat als ik één keer twee pakketten kook, ik meestal eten heb voor dagen. Bijvoorbeeld de tomatensoep en de Italiaanse lasagna staan vandaag in veelvoud in mijn koelkast (drie porties van beiden voor ons drietjes). Dat je het op voorhand kan voorbereiden, is ook fijn. Voor na de volgende zwemles staat er looksaus in de koelkast, een tomatensalsa en een bakje vol geroosterde groenten. Thuiskomen, pittabroodjes warmen en quornblokjes bakken, en we zijn weer gesteld.

Nog meer variatie is dus welkom, liefst vegetarisch (al zit er geen vlees bij en kan je dus elk gerecht een vegetarische draai geven – bij de soepen zit wel vleesbouillon, jammer!). Wij zijn fan! Hoera voor het verspakket van Albert Heijn!

Prinses tipt de fijnste podcasts

Zoals jullie misschien wel weten, houdt mijn baan in dat ik veel… Op de baan ben. Ik deed wel eens een (handsfree) telefoontje vanuit de auto, maar de mogelijkheden zijn daarin beperkt. Bij veel gesprekken die ik doe moet ik nota’s kunnen maken, en het is een beetje raar om elke keer aan de gesprekspartner te vragen nog even een mailtje na te sturen met drie dingen die ik vanuit het gesprek wil meenemen.

Thuis luister ik naar Klara. Ik ben dol op Klara. Maar in de auto blijkt dat ontzettend slaapverwekkend, dus schakel ik enkel om 9u ’s ochtends even over naar Klara om naar de krantencommentaren te luisteren. Ik voel me altijd een beetje verwend dat het nieuws me op een schoteltje wordt aangeboden door iemand die werk maakt van zijn intonatie. Verder luister ik wel eens naar Q, maar op 200 km kan je 6 keer Adele horen en dat hoeft voor mij niet zo nodig.

Mijn reistijd en dus ook een aanzienlijk deel van mijn levenskwaliteit, zijn gigantisch verbeterd toen ik begonnen ben met podcasts luisteren. Wat ongelooflijk verrukkelijk is het om in alle rust ergens heen te rijden en naar een verhaal te luisteren of iets bij te leren. Intussen heb ik overigens geleerd mijn auto en mijn telefoon op elkaar af te stemmen waardoor ik het gewoon kan streamen. Vraag me niet hoe ik dat gedaan heb, het is mij ook nog een mysterie. Het is het perfecte medicament tegen piekeren, en de tijd en dus ook de kilometers vliegen.

In deze post deel ik met graagte mijn huidige favoriete podcasts. Een algemene regel is dat ik meest houd van Nederlandse en/of Engelstalige podcasts. Om één of andere reden wekken Vlaamse podcasts wat allergie, omdat ik de taal of uitspraak vaak onverzorgd vind (tenzij het een podcast is van bijvoorbeeld Klara dus een professionele).  Een mini-regeltje daarnaast is dat lange ritten het best verhalen verdragen. Er valt veel te leren (cfr Ted-talks, GTD-podcast, allerlei dingen over voeding en gezondheid, over ondernemen, over organiseren, …) maar daar heb ik graag een notablokje bij om dan meteen ook inzichten te verwerken. Terwijl de verhalen die ik luister me net even meenemen in een andere realiteit. Ik vind het zo een verwennerijtje dat iemand de moeite doet een mooi verhaal te vertellen. Ik blijf er nooit onbewogen bij – en dat gaat van kippenvel tot schateren en soms een krop in mijn keel.

Mijn favorietjes:

  1. Serial. Het is een klassieker en misschien wel de bekendste podcast ooit, maar ik heb heel erg genoten van het verhaal over Adnan Syed die al dan niet zijn ex-liefje vermoord heeft (zie seizoen 1, niet 2). Zo genoten dat ik het jammer vond dat de file voorbij was. Seizoen 2 kon me jammer genoeg minder boeien.
  2. Modern Love. Modern Love is een podcast van de New York Times, waar essays over liefde voorgelezen worden, meestal door een acteur. Van hilarisch tot kippenvel all over. Diegene die mij het meest bij bleef: een moeder die haar kind had afgestaan voor adoptie. Het gaat dus om essays over liefde in brede zin.
  3. Plots. Plots is een podcast van de VPRO. Je krijgt telkens een uurtje (ongeveer) met verhalen rond één thema, vaak wordt het dan een heel mooie mix van verhalen van allerlei pluimage.
  4. Toendra. Mensen die vertellen over een pijnlijke, bizarre of bijzondere periode in hun leven, van dezelfde makers als het hier boven genoemde ‘plots’. Ik heb ze bijna allemaal gehoord. Over een man in de gevangenis, een vrouw die nadenkt over haar bizarre vader, een prostituee die voorleest uit haar dagboek, een man die geobsedeerd was geraakt door zijn geliefde, … De allermooiste: Leven met Bel. Een vrouw die vertelt over het leven met haar dochter met een ernstige beperking. Het mooie is dat deze verhalen heel levensnabij zijn. Je zou het allemaal bij wijze van spreke zelf kunnen meegemaakt hebben.
  5. Parel Radio. Een soort selectie van mooie radiomomenten. Ik vind de kwaliteit wisselend, het is namelijk erg divers en ik hou bijvoorbeeld absoluut niet van hoorspelen. Ugh! Maar er zitten interessante stukken in, zoals ‘Verplicht vrije sex‘ een documentaire over het leven in een commune, of ‘Speciaal‘, een impressie uit een school voor speciaal (bijzonder) onderwijs. Ook erg leuk: ‘Klassiekers‘: drie radioverhalen van vijf minuten over drie bekende componisten.
  6. Echt gebeurd. Mijn all time favorite! Echt gebeurd is een organisatie die vertelmomenten organiseert, maandelijks, in Amsterdam. Iedereen mag zich opgeven een verhaal te vertellen of voor te lezen uit zijn/haar puberdagboek, en de mensen die vertellen worden daarin ook gecoacht zodat ze het erg leuk vertellen. Intussen zijn er meer dan 100 verhalen opgenomen en te beluisteren via de podcast, vaak in/uitgeleid door mijn idool Paulien Cornelisse. De puberdagboeken vind ik onovertroffen. ‘Vlees en Bloed‘ van Naïma Najib is fantastisch. En ‘Aan en uit‘ door Johan Goossens vond ik ook een topstukje. Maar ze zijn gewoon al-le-maal goed op hun manier.

Je hoeft er niet voor in de auto te stappen. Laat gewoon de tv een avondje uit, luister tijdens het strijken of gewoon lekker in bad of op de wc (ik beken). Voor mij is een heel nieuwe wereld open gegaan met die podcasts. Een erg leuke!

Tips voor hulpverleners

Intussen zijn er wat radartjes in elkaar geklikt en heb ik er goede hoop in dat het de goede kant op gaat hier. Maar dat heeft me een behoorlijke tijd van zoeken gekost, aankloppen aan allerlei deuren en van het kastje naar de muur gestuurd worden. Vanuit die ervaring wil ik een aantal tips formuleren voor hulpverleners.

  1. Wees betrouwbaar. Ik heb het zelf vaak genoeg gedaan in de periode dat het werk me totaal over het hoofd groeide. Iemand zijn hand geschud, en beloofd dat er binnen een week een voorstel op zijn bureau zou liggen. Echt. Ik geloofde dat dan zelf, reed naar huis. Vervolgens werd ik doodmoe, moest ik naar tien andere afspraken waar ik hetzelfde beloofde, zag ik door het bos de bomen niet meer en werd de Kleuter ziek en belde de babysit af en kwam er onverwacht een vriendin langs en had ik soms ook gewoon geen zin om aan dat voorstel te werken of wist ik begot niet wat ik moest voorstellen. Ik veroordeel dus niemand. Ik geloof dat elke hulpverlener die iets belooft ook echt de intentie heeft dat op te nemen, alleen is het in die positie (net als in de mijne trouwens) belangrijk jezelf realistisch in te schatten en niets te beloven wat je niet kan doen. Voor mij is namelijk zo een voorstel één van de tien die ik moet versturen. Voor de persoon die er op wacht is het een potentieel antwoord op een probleem waar hij/zij mee worstelt. Idem voor de hulpverleners. Ik weet dat ik één van de vele gezichten ben die die week langs komt, maar omgekeerd wacht ik met hoop op iets (een telefoontje, een mail, een next step) dat een antwoord is op een probleem dat voor mij erg urgent is. Dus: beloof niets, of doe wat je belooft.
  2. Realiseer je dat hulp vragen vermoeiend is. Op een gegeven moment was ik zo moe van alle intakes, elke keer het verhaal doen dat je liever niet zou vertellen, en alle stagiaires voor wie je een interessante casus bent. Ik weet dat die stagiaires ook moeten leren en dat je niet zonder intakes kan werken, maar het vraagt zo veel. Beperk het tot wat je echt nodig hebt en laat dus geen stagiaire het gesprek nog eens over doen omdat hij/zij  moet oefenen. Ook grappen als na vier gesprekken zeggen dat je een keer met het team hebt vergaderd en dat jullie samen hebben besloten niets te kunnen doen… Aarghl.
  3. Ga er maar vanuit dat het voor-de-hand-liggende al onderzocht is. Nee, iemand belt niet naar crisishulp zonder eerst gesproken te hebben met CAW, OCMW en nog vijf andere instanties. Echt niet.
  4. Keep it simple. Meestal zijn hulpvragen erg complex, anders zou er geen hulpvraag zijn  want dingen die makkelijk op te lossen zijn, eindigen niet in een hulpvraag. Meestal dus te complex om opgelost te worden as such. Maar iets eenvoudigs als een sociaal werker die besluit je elke week een uur te zien en dan wat praktische dingen met je op te nemen, en tweewekelijks vier uur familiehulp, maakt echt al een wereld van verschil. Het verschil tussen er alleen voor staan of niet.
  5. Er zit een mens voor je. Echt. Leve de hulpverleners die je als een mens benaderen en niet als een casus. Die even vertellen hoe vermoeiend ze hun eigen  kinderen vinden. Die vragen of je een kopje koffie wil. Dit is het ultieme recept tegen de schaamte die je ervaart, bijvoorbeeld bij iemand van het OCMW met wie je je financiële situatie moet bekijken om een aanvraag te doen voor een verminderde prijs voor de kinderopvang. Ik ging daar echt met lood in mijn schoenen naar toe, met schaamte- en schuldgevoelens, maar de man in kwestie oordeelde nergens over en behandelde me zo ‘gewoon’ en respectvol, dat het ok was.
  6. Ken je grenzen. Als je iemand niet (voldoende) kan helpen, zeg dat dan. Ook als het ‘op’ is, als er bijvoorbeeld een stagnering is in een therapieproces. Ik merk dat vele hulpverleners met beste bedoelingen blijven proberen, maar ik pleit voor het tijdig doorverwijzen/afronden als het niet (meer) kan.

Verder heb ik mogen merken dat niet de diensten het verschil maken, maar de mensen. Zoals bijvoorbeeld vorige week toen ik twee keer een oppas voor zieke kinderen in huis kreeg terwijl ik boven zat te werken. De eerste was ongelooflijk begaan met mijn zieke Peuter, had een band met hem opgebouwd en zei bij het weg gaan dat ze hem ging missen want dat hij zo lief was. Ik hoorde haar zingen en verhaaltjes lezen, waardoor ik me goed kon afsluiten en veel werk heb verzet. De tweede zat heel de tijd te telefoneren en was de naam van Peutermans vergeten gaf ze op het einde van de dag toe. Dezelfde dienst, dezelfde prijs, dezelfde regelingen en afspraken. …

 

 

Wat Prinses geleerd heeft van het opruimen van haar garage

Een half jaar geleden was ik zo moedig om mijn garage op te ruimen. Ik had dat gepland, vooral omdat ik een mansmens nodig had voor wat zware dingen, en ik dus een opruimdate moest versieren. We werkten noest twee uur lang en alles stond netjes in categorieën, waaronder categorie kringloop en containerpark. Dat zou ik wel eens doen, op een dood moment.

Dode momenten bestaan niet, en als ze er wel zijn hang ik doodmoe op de bank doelloos te surfen. De kringloopstapel is wonderwel weg geraakt (een toevalstreffer), maar het containerpark-gedeelte staat er nog.

Dat was een trigger voor een inzicht. Alsook het nauwkeurig bestuderen van vier dagboeken van Flexwerkers op De Standaard, en het bijhorende artikel van Eva Berghmans, die er net zo’n zootje van lijkt te maken als ik bij momenten, maar die gelukkig nog wel een husbie paraat heeft. Als ik nauwkeurig bestuderen zeg, bedoel ik ook nauwkeurig bestuderen. Met een blocnote en pen in de aanslag, schema’s tekenend met uitroeptekens en pijltjes enzo.

Verder volgde ik een webinar van Heidi Does, waar ik ZWAAR van onder indruk was. Op een interactief uurtje tijd, gaf ze met wat glasheldere inzichten mee over losse eindjes in mijn hoofd en over hoe – net als in het verkeer – alles vastloopt als er te veel input is en te weinig doorstroom. Ik werd er zo enthousiast van  dat ik mijn baas overhaald heb om me naar een middagje training van ongeveer 400 euro te sturen, waar ik t.z.t. verslag van zal uitbrengen.

Tenslotte heb ik het al geruime tijd gehad met mijn disfunctionaliteit. We gaan eerlijk zijn: ik doe het goed op mijn job en in mijn bijberoep en ook het huis kan er nog net mee door. Maar al dat brandjes blussen, elke avond doodmoe aan mijn bureau gaan zitten en mijn minddumpmap leegschudden, wanhopig kijkend naar al die to do lijstjes en niet weten waar te beginnen en dan maar gaan slapen want morgen zal het wel beter gaan… De vijfhonderd ongelezen e-mails in mijn privé-inbox… Die collega die al weken aan mijn mouw trekt over een project… Nee, daar heb ik het mee gehad. Vreemd genoeg raakten sommige stukjes van die artikels uit De Standaard aan die ergernis met mezelf. Ik herkende één en ander in die dagboeken waarbij ik dacht: kom op zeg, dat moet beter kunnen. En bij deze dus, nog eens een schuchtere poging.

Ik had al systemen, zoals getting things done, en slimme to do lijsten in Outlook. Maar wat ik leerde van mijn garage opruimen is dat je iets doet als het in je agenda staat. De garage opruimen stond in mijn agenda, en heb ik gedaan op het voorziene tijdstip met mijn opruimdate. Het containerpark een bezoekje brengen heb ik nooit geagendeerd en rara, waar ben ik intussen nooit toevallig eens geraakt? Die lijstjes met wat ik moet doen per dag zijn dus niet genoeg: de activiteiten moeten ook geagendeerd zijn.

Wat trouwens ook het geval was, was dat ik mijn agenda maar bleef volstapelen met afspraken omdat er nog lege ruimte was. Waardoor ik hele dagen op pad was en/of in vergadering, en ’s avonds en ’s nachts nog wat noodzakelijke voorbereidingen maakte voor al dat agendageweld.

Ik doe dus weer een moedige poging tot ‘anders en beter’, met het onnozel simpele truukje: mijn agenda beter beheren. Daarbij heb ik drie regels opgelegd voor mezelf:

  1. Voor elke afspraak noteer ik ook voorbereidingstijd, reistijd en verwerkingstijd.
  2. Ik reken niet meer op dode momenten maar plan ook stomme dingen in, zoals administratie, mails beantwoorden of ander leuks.
  3. Wekelijks op zondagavond plan ik twee weken vooruit. Wat betekent dat elke week dus twee keer gecheckt is: een week op voorhand (tijd genoeg om nog babysits te bestellen en afspraken te veranderen indien nodig) en de zondagavond voor de week begint.

Er zijn vaste ingrediënten in een weekplan, we moeten daar realistisch in zijn:

  1. Mails
  2. Yoga
  3. Huishouden light en huishouden XL en kooksessies
  4. Vrije tijd (jaja!)
  5. Ontspultijd (ik wil mijn huis netter en leger, ook dat gebeurt om een of andere vage reden niet automatisch)
  6. Bijberoeptijd (minstens vier uur per week, er staat wat op stapel en ik heb die extra inkomsten hard nodig)
  7. Buffertijd (slim, slim!)
  8. Weekplantijd (zondagavond, it is)
  9. Studietijd (artikels lezen, boeken, … ik wil me terug ‘voeden’)
  10. Op termijn doctoraattijd, nu nog te hectisch
  11. Vaste projecten waar ik wekelijks aandacht aan moet besteden
  12. Tijdschrijven & administratie
  13. Kantoordagen

Ik ben alvast begonnen met de eerste twee weken te plannen en heb vervolgens een lijstje gemaakt van alles waar ik dringend eens wat mee moest. Het was dramatisch en ik heb schrikbarende ontdekkingen gedaan, zoals het feit dat ik de eerste week van de Paasvakantie nergens opvang kan krijgen voor de Peuter en ik dan studiedagen moet geven. Oeps. Alleszins heb ik meer dan vier uur gepland en gepuzzeld. Het resultaat is dat alleszins de eerste twee weken tot op de minuut geregeld zijn, met alle reistijden, voorbereidingen en verwerkingsmomenten, alsook buffertijd en telkens het kan een mooie hap gezinstijd tussen pakweg vier en acht, waarna ik weer aan het werk ga.

Het freaky effect was dat ik meteen ook gekookt heb voor de volgende dagen en mijn lunchpakket voor de hele week gemaakt heb en in de diepvries gestopt heb. Ik denk dat het tien jaar geleden is dat ik nog eens zo efficiënt ben geweest een lunch mee te nemen in  plaats van een kitkat te eten onderweg/te eten in de kantine/niet te eten.

Ik ken mezelf. Ik ken mijn vermoeidheid waardoor ik te vaak opgeef/uitstel. En ik ken mijn onvermogen in strakke schema’s te functioneren. Maar ik hoop dat dit werkt.

Wordt vervolgd.

 

 

 

Komt dat zien: een tip

Jaja, het is zover. Op deze blog die gevuld is met kommer, kwel & hersenspinsels valt vandaag een tip te rapen. Of misschien zelfs twee tips. Voor het huishouden, godbetert.

[1] Kook voor verschillende dagen

Deze tip heb ik mogelijk gejat van Dorien, die wel eens beschreven heeft hoe ze op maandagavonden de groenten van het voedselteam verwerkt, en daar nog heel de week plezier van heeft. Ik schrijf dit even uit het blote hoofd op, dus het zou zomaar ook dinsdagavond kunnen zijn. Maar het is het principe dat telt.

Ik heb gisterenmiddag vooruit gekookt. Dat leverde op:

  • twee schotels lasagna
  • drie schotels puree van aardappels en geroosterde knolselder + zoete aardappel (met look en goed gekruid, hm!) (het roosteren van groenten alvorens je ze in een puree verwerkt, heb ik ook bij Dorien gehaald – maakt een saai gerecht meteen een pak verfijnder en interessanter)
  • een soepje van geroosterde paprika’s en wortel
  • een potje pastasaus

Ok, dat ziet er niet echt heel spectaculair uit, maar ik was toch gelukkig en kan de volgende dagen thuis komen en wat in de oven schuiven in plaats van te koken met twee huilende kinderen aan mijn been.

Aandachtige lezers vragen zich vast af hoe ik dat gedaan heb, met die huilende kinderen. Daar gaat mijn tweede tip over. En die heb ik zelf verzonnen.

[2] Zoek een vriendin met andere kwaliteiten en compatibele kinderen

Ik had een vriendin uitgenodigd die er niets mee in zat mijn herstelwerk te doen (wat ik niet kan/niet wil kunnen), terwijl onze compatibele kinderen allemaal samen het huis afbraken (maar op het einde van de rit ook allemaal samen opruimden) en ik zorgde dat zij naar huis ging met een pot soep, een schotel lasagna, een kommetje pastasaus en een schotel aardappelpuree. Win-win gecreëerd. Een dagje werk en gezelligheid, en samen bergjes verzet.

Epiloog

Bij deze ben ik ook bereid toe te geven dat het niet allemaal ideaal verlopen is. Toen ik mijn kinderen met enige trots een goede lasagna met een knapperig korstje voorzette, keken ze mij beiden aan alsof ze ik hen wou vergiftigen. Dat was sneu. De blik van beiden veranderde o.a. nog in een blik alsof ze zouden gaan spugen en de typische smekende blik van hoeveel-hapjes-nog-en-ik-mag-van-tafel-en-ok-als-ik-dan-geen-dessert-krijg. Ondanks de kinderen heb ik zelf opperbest gegeten. Ik heb hun knapperige korstjes gejat.

Vandaag kwam ik thuis met de jongens en wou ik net relax een schotel puree in de oven schuiven en er vegetarische worstjes bij bakken (zoals een moeder die alles onder controle heeft, weet je wel), maar de kleinste ging aan mijn been hangen en vroeg schalks naar pannenkoeken. Ik heb van mijn hart een steen gemaakt, en mijn uitstekende, voedzame en gezonde puree in de koelkast laten staan. Morgen. Echt.

 

 

Het leven zoals het is: single mom

Uiteraard heb ik getwijfeld vooraleer ik mijn post van zondag heb gepubliceerd. Het is meer dan met je billen bloot, vertellen dat je je kinderen de stuipen op het lijf hebt gejaagd omdat je hysterisch bent geworden.

Maar het is hier wel van ‘het leven zoals het is: single mom + kinderen’. En de crisis die ik beschreef was nu net heel erg ‘het leven zoals het hier is’. Op zijn slechts, wel te verstaan.

Hoe is het hier verder gegaan, sinds maandag?

-1- Normaal doen. Sommige mensen denken dat je in zo’n situatie best thuis blijft, bij voorkeur in bed. Ik weet voor mezelf dat het doen wat je normaal doet je snelst op de rails krijgt. Dus reed ik op maandagochtend richting werk, de volle 200 km, met een volle vergaderagenda voor de dag. Op de heenweg schoten er regelmatig tranen in mijn ogen, als ik dacht aan het geluid van mijn huilende kinderen. Een paar collega’s vroegen me hoe het ging. Bij enkelen zei ik er iets over (dat het moeilijk was thuis). Ik weet niet of dat een goed idee is, ik merk dat mensen daar ook niet echt op reageren. Mogelijk bedoelen ze dat niet met de vraag. Whatever. Daar kan ik me nu ook niet druk over maken.

-2- Ik besloot dat ik hulp nodig heb. Ik heb het voorbije anderhalf jaar aan heel veel deuren geklopt, maar ik heb een beetje een niet-voor-de-hand-liggend-profiel voor iemand die hulp nodig heeft. Ik ben namelijk iemand die hoog opgeleid is en een inkomen heeft, dus ik val eigenlijk overal een beetje door de mazen van het net (als je geen inkomen hebt, heb je ongeveer overal recht op) en met alle respect: ik ben verstandiger dan 80% van de resem stagiaires en hulpverleners die ik het afgelopen jaar heb gezien.
Wat wel goed is, is dat ik op een gegeven moment, toen ik al murw was van aan al die deuren te kloppen, elke keer mijn verhaal te vertellen en ook nog een keer aan de stagiaire want ik ben een goede casus, opgepikt ben door iemand die aan het hoofd staat van een dienst die ik nu niet verder ga noemen, en die de keuze maakte echt voor me te gaan. Die heeft o.a. geregeld dat alle betrokken hulpverleners samen aan tafel gingen met me en dat we op die manier samen wat stappen konden zetten (dat heet: cliëntoverleg).
Ik heb alleszins maandag die mevrouw opgebeld, eerlijk gezegd wat er gebeurd was. Ik heb haar ook gezegd dat het erg was (want ze zei ook dat ik onder zware druk sta en dat het begrijpelijk was dat het zo mis gegaan is, maar dat vind ik niet). En dat ik hulp nodig heb. Ze vroeg me wat ik in gedachten had. En weet je, als ik het zelf mag kiezen, zou ik zeggen: kraamhulp. Ik herinner me de dag waarop ik in eigen huis werd uitgenodigd aan een gedekte ontbijttafel door de kraamhulp die meteen ook op toverachtige wijze een ovenschotel voor ’s avonds had klaar gezet in de koelkast. Iemand die even voor me zorgt, heel even niet alles alleen doen, even niet alleen zijn met de mannen, iemand die in huis de boel even doet draaien zonder dat ik dankbaar moet zijn of een relatie met die persoon moet onderhouden. Kraamhulp dus, alleen mag dat niet als je jongste al 2 is denk ik. Wordt vervolgd.

-3- Ik had een taai gesprek met een vriendin. Ik weet nog altijd niet goed wat ik er van denk, maar het viel weer in de dynamiek die als volgt gaat: ik vertel dat het eigenlijk niet goed gaat en de andere bombardeert me met tips (van het genre: ga naar de Aldi in plaats van de Colruyt, hang toch gewoon een schema op voor die kleuter, geef je baan op, ga wat anders doen…).
Er zijn drie dingen waardoor dat voor mij niet goed werkt.
a. De situatie is complex, ik ben heus niet zo dom dat ik de tips die op me af gevuurd worden niet zelf kan bedenken. Maar elke mogelijkheid heeft weer een nadeel. Zoals mijn keuze om als zelfstandige in bijberoep te werken wat financiële ruimte heeft gegeven om mijn advocate te betalen, maar ook de werkdruk enorm verhoogd heeft. Alleszins geeft zo een bombardement aan tips me enerzijds een schaamtevol gevoel (ik voel me dan dom) en anderzijds val ik dan in de neiging me te gaan verantwoorden over vanalles en nog wat. Dan zit ik plots uit te leggen dat ik gewoon eens in Albert Heijn was omdat ik een brood nodig had en dat weet-ik-veel-wat voor kleins nog, en dan denk ik: waar hebben we het over? Ik wil helemaal geen verantwoording afleggen over mijn boodschappen.
b. Ik vrees dat ik onderhevig ben aan het effect van schaarste: ‘Armoede (langdurige schaarste) zorgt er bijvoorbeeld voor dat men moeilijk nieuwe vaardigheden aan kan leren en gebrek aan tijd leidt ertoe dat we op de lange termijn steeds onverstandigere beslissingen nemen.’ Zie hier. Ik ben al een tijdje onderhevig aan schaarste: geld, slaap (!!!), rust, tijd, liefde-warmte, zorg, … Ik vrees dat ik inderdaad niet zo ongelooflijk vermogend meer ben om veel slims te bedenken en stappen te zetten, ik ben ook niet zo vermogend meer om me goed te organiseren. Het frustreert me, het maakt me boos.
c. Zoals ik al zo vaak zei: ook ik heb de neiging tips te geven en alles wel eens snel op te lossen voor een ander. Maar soms is het goed om met elkaar even te concluderen: hee, wat vervelend allemaal. En dat dan uit te houden. Dat laat de ander meer in zijn waarde. Of zie ik het fout?

-4- De jongens. Ze zijn wat schrikachtig. Ik heb geprobeerd er met hen over te praten, alleen zijn ze vijf en vijf jaar oud. (De jongste is twee, maar hij zegt vijf. Vijf is het nieuwe twee.) Ik denk dat ik vertrouwen moet (her)winnen en zorgen dat het nooit meer gebeurt. Er is alleen nu zo’n risico tot overcompenseren, waardoor de verhoudingen hier in huis hoe-dan-ook scheef zijn. En dat mag niet. Ik de moeder, zij de kinders. Dat moeten we hebben. Stickers op de grond kleven en op tafel kleuren met stiften mag nog steeds niet. Ik mag niet bang zijn om daar een grens te trekken, en zij mogen niet verkrampen als ik dat doe.

-5- All of you. Dank. Jullie reacties waren erg betrokken, erg warm. Stof tot nadenken. Ook fijn van andere moeders te horen dat je jezelf niet altijd in de hand kan houden. Het voedt alleszins mijn overtuiging dat het goed is ‘het leven zoals het is: single mom + kinderen’ te hebben hier. Fuck fake, toch?