Een nieuwe man

De rechtszaak is ongeveer afgerond (op een zware rekening van de advocate na, geloof ik) en het is goed geweest. Er is zeer beperkte kindvrije tijd ontstaan voor me (twee dagen overdag per maand, een nacht per maand) en nog voor ik me er bij neergelegd had, zag ik de mogelijkheden. Tijd om alles te doen waar ik niet toe kom, tijd om te fietsen, op te ruimen, na te denken, bij te werken, iets te eten dat ik lust, een godganse dag in de sauna te gaan zitten als ik dat wil.

Het is een gevecht geweest dat belachelijk veel tijd heeft gekost, maar dat goed is geweest. Het was dus een soort van helend proces, het niet onder elkaar moeten uitvechten maar er een hogere macht bij inschakelen. Een boertige geld-vretende hogere macht, maar toch.

Intussen heel ik verder (dank emotioneel lichaamswerk). Ik voel me heler en heler en vrijer. Van op het punt waar ik nu sta zijn alle vragen die ik de voorbije twee jaar had, beantwoord. Ik luister in de auto naar een podcast en ik klem mijn stuur vast. Je kan ‘m hier vinden (‘meneer x’), maar ik ga even spoilen. Heel kort gezegd gaat het over een man die en vluchteling in huis neemt. Ze geven hem alles (hij is bijvoorbeeld dol op mooie schoenen). Hij studeert hard en aanvankelijk gaat alles goed, tot de vluchteling in kwestie een relatie blijkt te hebben met zijn vrouw. Jaren later is zijn vrouw alleen achtergebleven met twee kinderen waar hij soms mee voor zorgt. Op de vraag of hij het anders aangepakt had als hij het had geweten, zegt hij volmondig nee. Er is meer nodig om hem van zijn principes af te brengen, de deur staat nog steeds open.
Ik luister en wou dat ik ‘grootser’ geweest was. Niet verzopen was in mijn wanhoop en verdriet, in mijn boosheid, in mijn hulpeloosheid. Dat ik gewoon het vertrouwen had gehad om te weten dat ik het alleen kon (moeilijk gaat ook) en de wijsheid om te zien dat Dirk het niet kon, bij ons zijn en doen wat hem te doen stond. Dat er meer nodig was dan een Dirk om me onderuit te halen.

Het eigenaardige nu is dat Dirk in beweging is gekomen. Hij woont, hij werkt, hij herstelt schade, hij betaalt terug, hij maakt plannen. Hij is in therapie gegaan en dat is een heel heftig proces voor dat zwaar mishandelde kind dat hij met zich meedraagt. Enerzijds doet het me niet zo veel, anderzijds kijk ik met een frisse interesse naar wat er gebeurt. Al twee keer sprak hij naar mij uit toe hoeveel schade hij ons heeft toegebracht en dat dat hem spijt. Het lijken geen holle zinnen want hij gaat nogal diep op de kwestie in. Dat vind ik pijnlijk, ik ben er ongeveer wel klaar mee. Ik kan er weinig op zeggen. ‘Het viel wel mee,’ is niet aan de orde. Ik denk dat hij het meent, want hij wil er niets voor. Maar ik wil ook niets. Ik zie het wel. Alhoewel ik me laat verrassen door de daadkrachtigheid waarmee hij een belofte nakomt met iets te helpen hier in huis. Zijn blik is anders, hij praat anders. Hij wordt een andere man.

En ik, ik heb eindelijk beschikking over het vertrouwen en de wijsheid waar ik niet bij kon de voorbije jaren. Dus ik leun achteruit en sta open voor wat komt. Of niet komt. En niet zonder meer.

 

 

 

Bijna juist (update rechtszaak)

Aan de telefoon met mijn advocate hoor ik de eerste bevindingen van het expertverslag van de rechtszaak tussen mij en Dirk. Zijn persoonlijkheid is normaal getest met een uitschieter op deviantie psychopathie, lees: de grens is 65 en hij heeft 61 gescoord. Hij wordt onconventioneel onrijp en egocentrisch genoemd, en in één adem wordt gezegd dat deze bevinding mijn verhaal staaft.

Ik word omschreven als gestructureerd, beredeneerd, conventioneel. Ik hou graag controle en laat niets aan het toeval over. Volgens de experte werk ik aan mijn ontwikkeling, stel ik mezelf in vraag en zie ik mijn eigen aandeel in de situatie. Dirk is onconventioneel, laat de dingen op zich af komen, laat zich niet leiden door wat (maatschappelijk) van een persoon verwacht kan worden, wijt de misgelopen zaken aan mijn persoonlijkheid en stelt zichzelf niet in vraag.

Het komt heel heftig binnen. Pas na enkele uren besef ik dat het verslag wel positief is voor mij en dat ik het in mijn analyses bij het juiste eind had. Ook in mijn vermoeden van psychopathie bij Dirk, want ik vind 61 versus 65 een miniem verschil. Het moet minstens zo zijn dat hij sterke psychopathische trekken vertoont om die score te halen. Ik heb vaak het gevoel gehad dat hij niet door en door slecht is, maar dat hij overlevingsstrategieën heeft die heel destructief zijn, en dat past wel bij het beeld dat ik terug zie. Een rand-psychopaat? Soms had ik het gevoel dat hij oprecht graag een gezin wou zijn en bij ons wou horen en mijn man zijn, maar dat hij het gewoon niet kon.

Er moet gereageerd worden op dit verslag, er moeten kanttekeningen en vraagtekens bij en dan moet er een nieuw voorstel komen met betrekking tot het hoederecht. We’ll see.

Even los daarvan voel ik me plots diep eenzaam, ook al kan ik onmiddellijk met een aantal mensen hierover van gedachten wisselen. Ik kijk terug op jaren stress en pijn en ik wil gewoon even de pauzeknop indrukken want ik word steeds zieker fysiek, omdat al mijn energie gaat naar me mentaal op de rails houden. Ik ben 32 en ik vind het leven echt niet leuk. Er is te veel werk, te veel stress, te veel verantwoordelijkheid, en het houdt nooit op. Mijn eerste gedachte bij het telefoontje van mijn advocate was dat ik gewoon nu heel even ontslagen wou worden van de andere zorgen (deadlines, financiën, kinderen ophalen, koken, morgen werken, presentatie voorbereiden) om even alleen dit te moeten incasseren. Misschien ben ik kinderachtig, misschien heb ik niet door dat dit het grote-mensen-leven is, maar ik vind het niet leuk en wil graag iets liefs en warms en eens een uur geen fysieke pijn en eens een dag niet doodmoe. Ik weet dat ik moest groeien in vol-in-het-leven-staan, want dat ik een beetje een vermijder was van vanalles en nog wat, maar dit is al zo lang zo vol in het leven dat ik echt gewoon een keer wil onderduiken.

En verder verbaas ik me ook weer over hoe de wereld draait. De experte die heel last minute een heel slordig verslag vol tik- en spelfouten aflevert. Ik heb me al zo vaak verbaasd over professionals waarmee ik te maken heb gehad de laatste maanden, maar dit… Dit. Ach.

Wordt vervolgd. Maar het was geen slecht nieuws.

 

 

Recht of krom

Ik twijfel er nog steeds aan, aan mijn keuze om een rechtszaak te starten tegen Dirk. Ik heb de keuze niet alleen gemaakt, maar samen met een zevental hulpverleners die benadrukten hoe belangrijk het was om wat te regelen.

Tot die tijd probeerde ik Dirk ‘onder controle’ te houden. Akkoordjes. Een beetje omgangsmomenten waar ik zelf dan van ‘profiteerde’ om wat noodzakelijks te gaan doen, en dan in mijn huis want hijzelf had geen context. Akkoordjes die koordjes rond mijn nek werden. Niet zelden moest ik gaan werken, en kwam ie niet opdagen. Niet zelden kwam hij ruzie maken, zocht hij seksueel contact op momenten dat ik al moeilijk genoeg had om gewoon op mijn benen te blijven staan – laat staan me te verdedigen tegen hem. Niet zelden eindigde het allemaal in een drama. Niet zelden kwam ik thuis om leemtes in mijn kasten te vinden. Niet zelden had hij alle lichten aangelaten en loeide de verwarming overal in huis (ik ben zelf extreem zuinig daarmee). Niet zelden had hij in mijn papieren gezeten en op het fototoestel gekeken naar foto’s die ik voor mij had willen houden (niets bijzonders, gewoon momenten van mij en de kinderen) (uiteraard deed ik na een tijdje de werkkamer op slot). Niet zelden gebruikte hij het feit dat ik in de tijd dat hij er was werkte/iets voor mezelf deed, tegen me. Eén keer vijsde hij de nummerplaten van mijn auto om die op een ander voertuig te gebruiken. Eén keer zette hij mijn auto met platte band terug op de oprit. (Lul. Uiteraard zette hij me onder druk mijn auto te gebruiken om naar de opvang te gaan. Terwijl ik jaren heb gefietst.) Het contact was telkens een beproeving voor me, omdat ik een tijd lang nog naar hem verlangde. Omdat hij mr Charming was en ik daar altijd van in de war geraakte. Omdat ik alles wat ik zag niet kon matchen.

Een rechtszaak dus. Deze arme stakker nam een advocate en een bijberoep om de advocate te kunnen betalen, en het hele zaakje werd in gang getrokken. Een absoluut verschrikkelijke rechtszaak met een boertige rechter en een van zijn kant verschrikkelijk geniepige advocaat later, had ik wel gekregen wat ik wou: een sociaal onderzoek, met persoonlijkheidstest voor hem. Wonder o wonder.
De advocaat weerlegde al mijn verhalen. Schilderde me af als een hysterisch wijf dat de breuk niet kon verwerken en wraak wou nemen. En zijn cliënt zou uiteraard dezelfde week nog een huis gaan huren, op eigen benen staan en werk zoeken. Ik in blinde paniek. Pas in januari kwam er wat beweging, huurde Dirk inderdaad een studio, ging hij twee dagen per week werken en outte hij zich als homo.

Ik onderging intussen gesprekken met een gerechtsexperte, en een huisbezoek. De vrouw in kwestie is vast wel kundig, maar ze stelt dingen uit en heeft een zweem van desinteresse over zich. Uiteraard moet ze afstand houden, dus ik begrijp dat ze geen klik probeerde te krijgen met me. Maar ik vond bij haar ook geen sterke wens terug om de waarheid boven tafel te krijgen om een zo goed mogelijk advies te schrijven.

Ik denk soms terug aan de juriste van Similes, die me aanraadde geen rechtszaak te starten. Dat je het tegen iemand die goed is in manipuleren bijna niet kan winnen. Dat je moet blijven proberen met akkoordjes. Tientallen jaren lang.
Zou dat gelukt zijn? Ik denk eerlijkgezegd dat hij me al lang had opgeknoopt, met die (ak)koordjes.

Nog een paar weken voor we weer voor de rechter staan. Ik word steeds nerveuzer, vraag me af of hij zich ook geout heeft tegen de experte, of hij door de test geraakt is, of ze hem sympathiek vond, of hij zijn diepbruine ogen in de strijd heeft gegooid. Of een gerechtsexperte zich laat manipuleren. Of een rechter zich laat manipuleren. Of mijn advocate tot het uiterste gaat. Of de zijne dat weer zal doen.

Wat ik alvast weet, is dat zo een rechtszaak geen kwestie is van de waarheid bloot leggen. Mijn waarheid is anders dan de zijne. Volgens mijn waarheid is hij een psychopaat die best minimaal contact met een kind heeft. Volgens zijn waarheid ben ik een hysterisch en wispelturig wijf die slalomt tussen afstand en nabijheid en niet kan omgaan met een relatiebreuk. Ik heb geen enkel vertrouwen in de waarheid die uiteindelijk aan het licht kan komen. Als mijn eigen ouders die een en ander meegemaakt hebben, zelf niet zien wat er aan de hand is en contact met hem onderhouden. Tja.

Ik ontwikkel mildheid naar mezelf toe. Kijk naar mijzelf in een rode jurk vorig jaar op de rechtbank. Vraag me af waarom ik dat in godsnaam toen alleen heb gedaan, maar vraag me voor binnen enkele weken af wie er in hemelsnaam is om mee te vragen voor iets dat niet bepaald een feestje is.

Ik weet dat ik domme dingen heb gedaan, dat het in de eerste plaats aan mezelf te danken is dat ik met een Dirk geëindigd ben. Ik weet dat het stom was om hem niet vroeger het huis uit te zetten, hem geld te lenen, zwanger te worden, begrip op te brengen, maar hem te blijven verlangen, … En toch, toch denk ik nu soms dat het taaie jaren zijn geweest en dat ik bij momenten nog wel een dappere strijd gevoerd heb. En nog steeds voer. Laten we gewoon maar even hopen dat er een punt komt waarop ik hier op kan terugkijken. Van op afstand. En dat alles wat nu onzeker is en pijn doet, dan in het verleden ligt en goed is uitgedraaid.

Epiloog. Intussen bood een vriendin aan mee te gaan naar de rechtbank. Omdat ze weet wat het is als anderen over je leven beslissen. Ik ben er nog steeds stil van, het is immers niet bepaald een picknick in het park…

 

 

 

 

Update van het prinsessenbestaan

Enkele momenten, samen met een kleine update van hoe het hier gaat. (De vorige update kan je hier vinden…)

Leven voor tien
Een tijdje geleden was ik bij een organisatie met een mooi motivatieschema op de muur. Er waren drie categorieën: tandje erbij (spreekt voor zich), biertje erbij (voor alles dat relax kan) en working on it. In elke categorie kon men post-its hangen. Er was ook een high-five-pot voor de verwerkte post-its. Medewerkers konden hun naam plaatsen bij wat ze gedaan hadden en elke maand werd er een winnend post-itje getrokken en kreeg die medewerker iets leuks.

Thuis op een bezige avond bedenk ik een eigen variant, en palm ik een muur in met de volgende categorieën:
Twee minuten: alles dat zomaar even moet. Denk aan: declaraties, iemand bellen (met telnr op de post it!), …
Kopje koffie erbij: alles wat de komende weken eens moet, maar nu nog geen gillende sirenes oproept in mijn hoofd.
Wekelijks: dit is er eentje met twee kolommen voor ‘te doen’ en ‘gedaan’. Wat altijd moet: voedselteam bestellen en ophalen, een keer de administratie verwerken, het afval buiten zetten, een weekly review doen van mijn werk en weekplannen.
Tandje bij: alles wat NU ONMIDDELLIJK LIEFST GISTEREN moet.

Uiteraard is de laatste categorie goed beplakt met post-itjes. Ik werk een paar uur, plak ongeveer 100 briefjes en bedenk dat ik leef voor tien. Dat, in combinatie met het fragiele waar ik over schreef, maakt dat ik vaak enorm moe ben.

Kreupel
Een vriendin op bezoek. Ik te kreupel om kaneelbroodjes te halen voor bij de thee. Moe, pijn. Ik ruim het ontbijt nog snel op. Boterhammen met honing. Euhm, hoe raar is het dat ik geen energie heb? Ik geef mezelf een imaginaire schop onder mijn kont. Kan beter. ’s Avonds snijd ik alvast een paprika en twee wortels in reepjes. Die gaan in een doosje voor in de auto morgen. En het lukt me vast ook wel om een appel te eten. Bij het avondlijk werk eet ik een trosje druiven. Beter zo. Soms, als ik een beetje energie heb, doe ik best goede dingen.

Hulp
Ik had nergens meer op gehoopt. Ik verwachtte dat ik in het gesprek met Familiehulp mezelf zou moeten verantwoorden omdat ik het niet aan kan, alleen. Niets daarvan. Een constructief gesprek. Ik moest bijna huilen toen ik het lijstje zag met aangevinkte taakjes waarbij ik hulp kan krijgen. De uurprijs viel ook beter mee dan ik dacht, en ik kan zo lang Familiehulp krijgen als ik nodig heb. ’s Avonds bekijk ik mijn agenda en vraag ik tweewekelijks vier uur op mijn vrije vrijdag, zodat ik samen met de familiehelpster wat bergjes kan verzetten in da house. Vol verwachting.
Daarnaast helpt de sociaal werker van het OCMW me wat dingen op orde te krijgen. Een wereld van verschil. Op zich zou ik alles zelf moeten kunnen, alleen ben ik daar nu te moe voor. Alleen al het idee dat je er niet meer alleen voor staat, maakt 200% verschil.

Kinderen
De kleinste is een protmachien en een moppentrommel in één. Vreemd genoeg begint hij ondeugend te worden (hij was altijd erg lief) en daagt hij uit. Als ik hem in de hoek zet, staat hij daar in zijn vuistje te lachen. O jee. Heb hem laatst in bed moeten leggen zonder verhaal om duidelijk te maken dat ik boos en verdrietig ben. Moederhart gekneusd. Hij niet erg onder indruk.
De grootste heeft een rustige fase, waarin hij me blijft bestoken met vragen over leven, dood, het heelal en God. We hebben het fijn, als ik maar zo duidelijk mogelijk ben over alles en als we het allemaal rustig aan doen. Vandaag vroeg hij trouwens of ik vroeger een aap was. Tijdens het rijden. Dat is tegelijk schateren en denken: ‘hoe ga ik die evolutietheorie nu eens duidelijk uitleggen?‘.
Soms is het grappig om in hun interacties (als ze even geen ruzie hebben) mezelf terug te horen. Ze zijn mijn alles, die twee. *Ping ping, hartjes stromen uit mijn oren en ogen.*

Dirk
Ik kan goed afstand houden. Hij probeert elke kans aan te grijpen weer invloed op me uit te oefenen. Het is op dit moment allemaal zo doorzichtig.

De spanning stijgt. In april weer rechtszaak. Voor die tijd moet duidelijk worden of jij positief getest is op persoonlijkheidsstoornissen. Nou ja, ééntje is al genoeg.

De baan
Zie ook het stukje over de post-its. Het is de job van mijn leven, maar het is elke dag vechten om energie te vinden het ook te doen en om mezelf zo te organiseren dat ik het red. Wisselend succes. Ik denk dat ik vooral erg gefrustreerd ben. De uitdaging van de baan is net groot genoeg om het boeiend te houden voor mezelf. Maar de energie ontbreekt te vaak om de uitdaging aan te gaan en de boel op orde te houden. Soms wou ik ook dat ik eens gewoon kon werken in mijn  eigen ritme, zonder al dat geregel, de schooltijden, de uren van de opvang, het halen, het brengen, het plannen, … Pfoe.

Het bijberoep
Euhm. Ik wou dat er een pilletje bestond waarmee je eindeloos energie kan genereren. O, wacht, dat bestaat vast, maar het is zeer waarschijnlijk illegaal. Wat trouwens helpt om energie te creëren en wel legaal is, zijn de podcasts van Getting Things Done. Dat geneuzel over efficiëntie dat ik opzet tijdens de afwas of het opruimen zet me altijd op scherp. Het is vast dat sausje Amerikaans enthousiasme (amaaaaaaazing!) dat het ‘m doet. Als ik niet te moe ben om een podcast op te zetten natuurlijk.

De liefde
Haha. Geen prinsen op witte paarden, witte pony’s of witte fietsen. Tja. Zucht. Laatst dacht ik dat ik er wel nog eens aan toe ben bemind te worden. Zo een zinderende aanraking, blikken die spreken, de warmte van een ander lijf waar iemand fijns in woont. Maar goed, de nood is nu ook weer niet zo hoog dat we de ondeugdelijke man terug opzoeken of een andere ondeugdelijke man inschakelen. En waar is mijn epileerapparaat ook weer gebleven? Om maar te zeggen, ik ben er ook niet zo op voorbereid. Laat maar. Het oude-vrijster-dom lonkt. Nu er wat lente in de lucht hangt, dacht ik laatst eens terug aan hoe het begonnen was met de ondeugdelijke, vorig jaar, deze tijd. Ik moest er om glimlachen en kon heel mild met mezelf zijn over wat er gebeurd is, ook al is het niet gegaan zoals ik het wou en bleek hij nog ondeugdelijker dan ik al vermoedde.

 

 

 

Koude koffie

Het is woensdag. 20u.
Mijn blaas doet pijn van het plassen uit te stellen. Ik heb krampen want ik heb heel de dag geen tijd gehad om naar de wc te gaan (vanochtend gewerkt, vanmiddag de kinderen). Ik ben vandaag niet in de douche geraakt. Mijn uitgroei is gênant aan het worden en over epileren spreken we niet. Just don’t ask. Ik ben de laatste tijd zwaarder aan het worden, en daar is nooit een excuus voor, alleen is er echt geen ruimte voor lichaamsbeweging en is de drukte en stress voor mij een trigger om te veel, te ongezond, te snel of te zoet te eten. Ok, dat zou ik allemaal beter moeten  aanpakken, maar er zijn grenzen aan mijn wilskracht.

Ik vind het fascinerend, hoe ‘needy’ kinderen kunnen zijn. Hoe ze aan mij plakken. Het is bijna niet te beschrijven hoe het is, en als ze slapen denk ik telkens dat het toch allemaal wel mee valt. Maar toch.

We aten pannenkoeken vanavond want vanmiddag warm. Als twee druk kwetterende babyvogels zitten ze te miepen over wie de eerste pannenkoek krijgt, en wie de volgende, en dat ik hen moet helpen met suiker en oprollen en snijden en dat ze klaar zijn en nog één willen. De kleuter heeft kou en wil een deken en de Peuter wil thee en de kleuter wil ook thee en uiteraard wordt er een beker omgestoten. Ik ren tussen de pan en de tafel heen en weer. Als ze plots genoeg hebben, laat ik hen spelen om rustig te kunnen eten, want dat is nu iets dat ik enorm apprecieer: rustig eten. Dat spelen begint met ellenlange ruzies (inclusief het elkaar toeschreeuwen ‘samen delen, samen spelen!’ en krijsen en klikken), en tenslotte bevind ik mezelf in een situatie waarin ze beiden op 20 cm van me af staan terwijl ik probeer rustig mijn laatste happen naar binnen te werken en me mentaal afsluit, wat niet goed lukt met de indringende blikken op mij gericht. Soms lijkt het alsof ik niet kan ademen.

Over het douchen kunnen we kort zijn. Het hele avondritueel heeft vijf kwartier geduurd, inclusief krijsen als speenvarkens bij het spoelen van hun haar, bij de kou als je uit de douche komt, bij het besef dat het bedtijd is, bij iets dat niet mag (de kleuter). De peuter klampt zich aan me vast als we klaar zijn met boekjes lezen en zegt dat ik niet weg mag gaan. De Kleuter heeft toevallig nog tien vraagjes, dan plots gigabuikpijn, moet inderdaad naar toilet, er moet afgeveegd worden, en dan naar bed.

Ik probeer kordaat en kalm te zijn. En het valt ook allemaal wel mee. Het is al pakken beter dan een jaar geleden.

Een vriend van Dirk beschreef het vaderschap als een staat waarin je alleen nog koude koffie drinkt, en zo is het wel een beetje. Al mijn eigen basale noden als mens (rust, slaap, tijd, eten, drinken, naar toilet gaan, een gesprek voeren met een andere volwassene, een douche als je er zin in hebt, tijd hebben om mijn werk goed te doen ..) staan onder druk. Soms ben ik ‘jaloers’ op het leven van Dirk. Dirk die alleen slaapt, opstaat, eet en tijd over heeft. Dan denk ik dat hij het goed voor elkaar heeft, dat hij een slimme keuze gemaakt heeft want zo tof is dat toch niet,  het leven zoals het is, twee jonge kinderen.
En tegelijk voel ik veel angst voor de rechtszaak binnenkort en begin ik me steeds meer af te vragen wat er gaat gebeuren als hij negatief getest heeft op die persoonlijkheidsstoornissen-test (die op zich ook vrij omstreden is als instrument). Ik kan me gewoon niet voorstellen dat ik hier een gedeelte van de tijd zit, alleen aan tafel, rustig etend. Alleen in bed, rustig slapend. Met alle tijd om mijn haar te kleuren, benen te epileren, en naar toilet te gaan zo veel ik wil. Mijn diepste wens? Dat het alsjeblief niet gebeurt. Fingers crossed. Ik zit nog liever elke dag geconstipeerd en met stress aan tafel, dan dat ik er alleen zou zitten.

U vraagt, wij draaien – de update

Laatst zei een aardige collegablogster me dat iedereen zit te wachten op nieuws over hoe het nu met Dirk gaat, en met de kinderen en de rechtszaak, … U vraagt, wij draaien. Een update.

-1- Den Dirk (en de rechtszaak)

Hoewel den Dirk me in de rechtszaak de stuipen op het lijf joeg met zijn plotse voornemens zijn leven te beteren, een huis te huren en een baan te zoeken en volledig voor co-ouderschap te gaan, zijn we intussen vier maanden verder en zit hij nog steeds in zijn shelter. Hij lijkt wat meer te werken, maar ik heb er niet zo veel zicht op.

Dirk lijkt de vlotte jongen in het contact, alhoewel hij soms onaardige dingen zegt (over gerimpelde decolletés maar liefst – heb ik niet vind ik). Ik ben afwisselend zakelijk, afstandelijk, ongeïnteresseerd. Er is wel eens een moment van eenzaamheid en dan ben ik geneigd eens drie zinnen tegen hem te spreken. Hij blijft toevallig wel de enige met wie ik durf delen hoe trots ik ben als de peuter heeft verteld dat er een prot uit zijn mond komt.

De rechtszaak duurt lang. In juli was er een zitting, we wachten nu op het expertonderzoek.

-2- De kinderen

Die groeien en bloeien. Meestal gaat het goed, alhoewel ik soms de gedachte heb dat de jongste het beste in me naar boven haalt en de oudste het bloed van onder mijn nagels. Een tijdje terug ging het met de oudste allemaal zo moeizaam dat ik me heb aangemeld voor een intensief traject van opvoedingsondersteuning. Raar genoeg is het daarmee wat rustiger geworden, alsof ik zelf door de stap te nemen en hulp te verwachten binnen een half jaar ofzo, plots meer geduld heb en de dingen alvast anders aanpak. Misschien ligt dat ook aan het intakegesprek waar al enkele mooie inzichten uit voortkwamen.

De tijd dat ik babysits inhuurde om bij wijze van spreke gewoon eens twee uur om de hoek te gaan zitten en gerust gelaten te worden, is voorbij. De mannekes zijn groter, het gaat beter met mij en dus ook met hen, ik kan rijden dus we zijn niet langer gevangenen in een huis en een dorp met weinig mogelijkheden. Ons sociaal netwerk is geactiveerd en uitgebreid.

In het begin dat Dirk weg was had ik een enorme drang naar alleen zijn. Ik snakte naar een keer een dag alleen, een ongestoorde douche, vijf minuten  op toilet zonder iemand erbij. En slapen! Ik wou zo graag gewoon eens slapen. Intussen is dat verlangen weg gezakt, ik voel me niet meer zo gevangen met de voortdurende aanwezigheid van de kleine zieltjes. Ze zijn ook groter en dat scheelt echt. De dag dat ik eens ongestoord kan slapen tot acht uur zal ik vast niet weten wat me overkomt, maar ik denk niet meer elke dag dat ik eens tot acht uur wil slapen. Dat is beter.

-3- De parents

Ik had een complex conflict met mijn ouders. Ik heb de stap naar een bemiddelaar gezet en er komen dingen in beweging, maar ik heb eerlijkgezegd geen zin in het oplossen en uitpraten. Mijn energie is toegenomen maar nog steeds kostbaar. Ik heb het pokkedruk. Ik heb er geen zin in dus. Ik heb zo veel moeten investeren in mezelf emotioneel weer wat op de rails te krijgen, dat ik nu gewoon gerust gelaten wil worden. Maar goed, als volwassene moet je ook wel eens dingen doen waar je geen zin in hebt. Het is alsof ik een berg moet beklimmen, echt.

-4- De baan

Ik heb sinds juni een nieuwe baan die druk maar leuk is. Het lukt me werk en gezin min of meer te combineren met de nodige hulpbronnen.

-5- Het bijberoep

Het bijberoep heeft ervoor gezorgd dat er een potje geld apart staat om de rekeningen van de rechtbank mee te betalen. Dat is een groot goed, een reductie van stress. Anders was het nooit gelukt.

Maar het valt me zwaar om alles te combineren. Het avondlijk werken aan/voor dat bijberoep roept tegenzin op. Moe zijn en jezelf moeten voortslepen, dat gevoel. Ik weet dat ik dingen beter en efficiënter zou kunnen als ik wat zou uitrusten en me beter zou organiseren, maar ik kan pas weer naar adem happen als dit project af is. Doorbijten.

Ik heb verder heel veel ideeën om uit te werken en wil een website om nieuwe opdrachten aan te kunnen trekken en iets uit te bouwen wat op termijn misschien mijn vaste baan deels kan vervangen, maar ik vind er de ruimte niet voor. Het blijft dus een project-in-de-schuif, waar ik soms keihard in geloof en wat ik soms ook belachelijk vind. Het is frustrerend om wel te willen maar er niet aan toe te komen.

Mijn bijberoep is namelijk niet iets dat ik voor het geld doe. Ik heb allerlei wilde plannen, dingen die ik kan en wil uitbouwen. Maar voor uitbouwen heb je tijd nodig en energie en ruimte – letterlijk en figuurlijk.


Hopend u allen hiermee voldoende geïnformeerd te hebben, besluit ik :).

Prinses blijft ook op de rechtbank ademhalen

De avond van tevoren

Morgen moet ik naar de rechtbank, in mijn zaak tegen Dirk. Ik merk dat ik een beetje uit balans geraak. Niet zo veel als vroeger het geval zou geweest zijn. Het zit ‘m in subtiele dingen en ik ben best gevoelig geworden voor subtiele signalen van mijn lichaam en geest. (Als dit het resultaat is van slechts enkele maanden yoga en verstilling, staat me nog een prachtig parcours te wachten!) Subtiele signalen zijn zin in zoetigheid, iets te veel eten, … De avond voor ik naar de rechtbank moet eten we perfect macrobiotisch. Ik doe meer dan een uur yoga met Adriene, waaronder een sessie yoga voor vergeving en vrijheid. Ik ga heel rustig slapen en slaap diep en lekker.

Vechten

Op de rechtbank. Ik wacht. Ergens, enkele meter verder, zit Dirk. Ergens in mijn ooghoek zie ik hem een aantal gebaren maken die me zo vertrouwd zijn. De manier waarop hij over zijn kin wrijft, een bladzijde van een boek omslaat. Ik vraag me plots weer af hoe we hier gekomen zijn.

In de gesprekken met de advocaten erbij om het op een akkoordje te gooien, schrik ik van mijn eigen felheid en vechtkracht. Ik denk aan de warrior-houdingen in yoga: in balans in gevecht zijn. Alhoewel ik een beetje doorsla – uit die balans, ik vind het moeilijk om de advocaat van Dirk te laten uitpraten als hij onzin uitkraamt over week om week-regelingen, terwijl Dirk noch een woonplaats heeft noch een inkomen.

Ik vecht. Ik vecht. Ik voel me ijzersterk.

Ik besef dat het resultaat belangrijk is, in deze zaak, maar dat het daar niet zozeer om draait. Het draait ook om dit gevecht voeren. Ik moet dit doen, het is erg belangrijk voor mij om dit proces door te maken. Mijn eigen kracht te voelen. Te zien wat voor weg ik heb afgelegd. Dirk recht in de ogen te kijken en te lachen, als een winnaar. Dirk te laten zien dat hij zal oogsten wat hij gezaaid heeft.

Vuil

Rechtszaken zijn vuil. Er wordt gelogen, woorden en situaties worden verdraaid. Er wordt geïnsinueerd dat ik daar niet sta uit zorg als moeder, maar uit wraak als ex-partner. Er wordt gezegd dat ik Dirk ‘geplaatst’ heb in zijn shelter, terwijl ik gezorgd heb dat hij daar terecht kon toen hij op straat sliep de dagen nadat hij bij mij weg gegaan was. Het was destijds een gebaar van zorg hoewel ik pas verlaten was, en nu wordt het tegen me gebruikt. Het is vuil en het besmet me. Ik blijf niet zo sereen als ik zou willen en zeg een aantal lelijke dingen tegen Dirk. Ik realiseer me plots heel goed dat ik hem overschat heb, als partner, als man, maar dat hij me onderschat heeft. En dat hij nog niet klaar is met me.

Avond

Ik heb wat ik wou. Alimentatie en het vooruitzicht op een expertonderzoek. En de rechter die Dirk aangemaand heeft om zijn leven eens op orde te zetten. En tegelijkertijd heb ik helemaal niet wat ik wou, want dit alles wou ik niet.

Ik ben ijzersterk de rechtszaal uit gelopen, de verdere dag loopt relatief goed met de kinderen. Ik ben uiterlijk heel rustig, maar de gewrichtspijn heeft me zwaar te pakken. Alsof de pijn als vuurwerk in mijn lijf rondknalt. Mijn bekken is zo gammel als wat, ik bel de osteopaat die op vakantie gaat vertrekken en me niet meer kan zien, ik ben volslagen uit balans, moet braken van de pijn, blijf een tijdje als een kwaad klein meisje denken dat ik niet alleen wil zijn en dat ik dood ga van de pijn als de osteopaat niet onmiddellijk zijn reis annuleert om me te behandelen. (Ik observeer het onredelijke stampvoetende kleine meisje in me, en sta nogal versteld. Waarom herval ik nu in het zoeken van redding buiten mezelf?) Mijn kinderen slapen onrustig en ik moet mijn pijne lijf verschillende keren de trap op dwingen om hen te aaien en gerust te stellen.

Mijn osteopaat  gaat op reis en ik zit alleen op de bank en ben ziek van de pijn. Er is niemand om me te redden, te troosten, te verzorgen, de pijn op te lossen voor me, me aan te raken. Ik bel een vriend, vertel hem hoe eenzaam ik me voel. We praten een uur. Daarna word ik weer op mezelf terug geworpen. Ik zoek een houding waarin ik de pijn kan verdragen. En ik blijf ademhalen.

Morning after

Ik kijk naar gisteren en zie hoe sterk ik uit balans geslagen was. Ik begrijp het van mezelf en kan mild zijn. Rustig breng ik de kinderen weg, ga ik aan mijn bureau zitten en doe ik mijn werk, met toch wel enige moeite. Ik word rustiger, ik blijf mild, moet er haast geen moeite voor doen. De pijn is er nog, zoals bijna elke dag, maar ik kan het verdragen. Vanavond moet ik mezelf weer op die mat dwingen, doen wat ik gisteren niet kon. Ik blijf ademhalen, ik kan dat.